kunstwandeling 134

wie niet weg is, is gezien

Er zijn plaatsen waar simpelweg bestaan geen performance hoeft te zijn, plaatsen waar je ongezien en ongehoord blijft. De bibliotheek op de Stadscampus is … niet een van die plaatsen. Wanneer ik tevergeefs op een stille manier mijn inboedel bijeen probeer te rapen, heb ik het gevoel dat elke student binnen een straal van vijf meter geïrriteerd opkijkt om mijn poging. Mijn aftocht gaat vergezeld met lampen die net wat helderder schijnen wanneer ik in hun buurt kom (waarom?) en het idee dat mijn hakjes een hels kabaal maken voor elke mens present. De zuilengalerij bij het Hof van Liere is gevuld met een menigte van napraters, rokers en studenten die beide categorieën met glans combineren. Ligt het aan mij of kijken ze allemaal naar me om wanneer ik me een weg naar het B-gebouw baan? Ogen in de rug maken me gek.  

het laatste woord: stoethaspel

stoethaspel

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie werpen we ons licht op de 'stoethaspel'.