Het afgelopen jaar was voor Campus Groenenborger niets minder dan bewogen. Terwijl studenten en professoren hun weg zochten tussen de stellingen had de dienst Infrastructuur zijn handen vol: zo opende er een gloednieuw Gebouw G.W voor het Departement Chemie, werd Gebouw G.Z ‘opgetopt’ met twee extra verdiepingen en kreeg Gebouw G.V een doodsvonnis. Met nog lopende gesprekken over het lot van de buitencampussen staat Campus Groenenborger voor de grootste transitie sinds de jaren zeventig. dwars sprak daarom met departementshoofd Infrastructuur Lieven Willems en campusteammanager Herwig Kersschot om te horen wat er scheelt.
Het meest prangende dossier op de tafel van de infrastructuurdienst is Gebouw G.V. In juli 2025 werd het bericht verspreid dat het gebouw moest worden ontruimd omdat het kampte met problemen omtrent brandveiligheid en asbest. Hoewel er al dringende bewarende maatregelen zijn genomen en nog steeds bezig zijn, zoals saneringen en aanpassingen aan branddeuren, is de conclusie uit de risicoanalyses onverbiddelijk: het gebouw voldoet niet meer aan de wettelijke normen.
“We kunnen simpelweg niet voldoen aan de regelgeving zonder grondige werken”, klinkt het unaniem. Het probleem zit in en rond de schachten van het gebouw, waar asbest aanwezig is. Om bijvoorbeeld de bekabeling conform te maken, moeten die schachten volledig asbestvrij gemaakt worden, wat alleen kan in een leeg gebouw om alles veilig te laten verlopen.
De deadline staat vast: tegen oktober 2027 moeten de eerste tot en met de zevende verdieping volledig leeg zijn. De bewoners zullen verhuizen naar Gebouw B.A (BlueApp bij het bedrijventerrein Blue Gate Antwerp), Gebouw G.T en Gebouw G.Z, waar onder andere de computerlokalen omgebouwd zullen worden tot labo’s. Pas als de laatste onderzoeker weg is en het ruimtelijk campusplan klaar is (2027), kan de universiteit beslissen over het lot van de iconische toren. De opties? Afbreken, ombouwen tot kantoren of zelfs transformeren naar studentenhuisvesting. Eén ding is zeker: labo’s komen er niet meer in terug, daarvoor zijn de plafondhoogte en stabiliteit van de jaren 70-structuur simpelweg ontoereikend.
Groenenborger in de greep van asbest
De infrastructuur van Campus Groenenborger kreunt onder de erfenis van zijn bouwjaar. Op twee gebouwen na stamt alles uit de jaren zeventig. Dat betekent een voortdurende strijd tegen bouwkundige gebreken, veroudering, gebrekkige isolatie en asbest. Er worden systematisch asbestcontroles uitgevoerd en waar nodig zones afgesloten voor reinigingen. De universiteit benadrukt dat de veiligheid van studenten en personeel prioriteit is, maar geeft toe dat dat niet evident is in gebouwen die structureel ‘op’ zijn.
Ook Gebouw G.U zit in diezelfde wurggreep. De bovenste verdiepingen staan deels leeg en grote verbouwingen zijn ook daar onmogelijk door veel van dezelfde redenen als bij Gebouw G.V. De redding voor de bewoners van de bovenste vier verdiepingen is echter al volop in ontwikkeling in de vorm van een gloednieuw gebouw op Campus Drie Eiken, dat begin jaren 2030 de nieuwe huisvesting van het Departement Biologie moet worden. Zodra zij verhuizen, komt de volledige bovenkant van Gebouw G.U leeg te staan, wat de weg vrijmaakt voor een ingrijpende beslissing over het pand.
een miljardenpuzzel
Achter de schermen worstelt de universiteit met een gigantisch patrimonium dat zowel fysiek als financieel een zware last vormt. Het onderhouden van al die vierkante meters kost miljoenen, maar de budgetten daarvoor zijn eigenlijk ontoereikend om het grondig te doen. De ambitie om de volledige universiteit tegen 2050 energieneutraal en duurzaam te maken is weliswaar groot, maar de prijs die daar tegenover staat is dat ook. Volgens ruwe schattingen is er meer dan een half miljard euro nodig om de gebouwen toekomstbestendig te maken – een bedrag dat er simpelweg niet is. “Een universiteit is geen gewone kantoor-, les- of labo-omgeving. Het is al die functies tegelijk en door elkaar, en precies die combinatie maakt het beheer zo complex”, aldus Lieven Willems.
De universiteit zal moeten ‘inkrimpen’ in vierkante meters om het betaalbaar te houden. De focus verschuift daarom naar een veel intelligenter gebruik van de beschikbare ruimte. Momenteel lopen er pilootprojecten op de Stadscampus om het reële ruimtegebruik in kaart te brengen. De hoop is dat de universiteit door efficiënter beheer en gedeelde ruimtes in de toekomst met minder gebouwen verder kan, waardoor de beperkte middelen die er zijn effectiever kunnen worden ingezet.
judgement day 2027
Studenten die hopen op snelle antwoorden moeten nog even geduld hebben. Alle huidige schuifoperaties, zoals de optopping van Gebouw G.Z, zijn vooral antwoorden op urgente noden. Het échte plan, de ‘Campusvisie 2050’, is universiteitsbreed en zal pas ten vroegste in juni 2027 klaar zijn.
In dat plan liggen scenario’s op tafel die Campus Groenenborger onherkenbaar zullen veranderen. Departementshoofd Willems zag de eerste voorstellen van experten alvast extreem variëren: “Ik heb twee voorstellen gezien. Eén voorstel waarbij de volledige campus verdwijnt. Volledig weg. En een ander voorstel waarbij de campus verdubbeld wordt in oppervlakte door intelligent gebouwen toe te voegen.”
Voor de huidige student betekent dat vooral een campus in beweging. Je zal de komende jaren vaker verhuizende pc-lokalen zien, tijdelijke labo’s verspreid over de campus en afgesloten zones in G.V en G.T. Hoewel de grote beslissingen pas volgend jaar vallen, is de koers naar een veiliger en duurzamer Groenenborger eindelijk ingezet. Of die koers eindigt bij een hypermoderne megacampus of een totale afbraak, zal de tijd (en het budget) moeten uitwijzen.
- Login om te reageren