betweter

29/04/2018
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

"Voor mij een pizza Canada alstublieft!" Nee, het is geen pizza met maple syrup (gelukkig maar). De pizza Canada is de minder goed klinkende, maar eigenlijk accuratere naam van de omstreden pizza Hawaï. Die werd namelijk niet in Honolulu uitgevonden, maar in de Canadese provincie Ontario. Daar komt nog bij dat de gastronomische vader van een van de meest omstreden gerechten ter wereld geen Canadees is, maar een Griek. Sotirios Panopoulos ('Sam' voor de vrienden) emigreerde in 1954 van de Griekse Peloponnesos naar de andere kant van de oceaan. 

Al tijdens die lange reis kreeg hij de smaak van pizza te pakken. Zijn boot maakte immers een tussenstop in het Mekka van deeg en tomatensaus, bella Napoli. Was hij daar wat langer gebleven, hadden de Italiaanse pizzagoden hem misschien kunnen vertellen dat hij de pizza prosciutto met rust moest laten en al zeker niet met ananas mocht ontheiligen. Maar helaas hebben de Amerikanen hem gauw genoeg kunnen bekeren. Toppings troef, dus waarom ook geen ananas? Of was het misschien zijn ervaring met de Chinese keuken die hem tot die combinatie van hartig en zoet dreef? 

Hoe het ook zij, het valt niet te ontkennen dat de pizza Hawaï – of Canada, Greca, Americana of zelfs Chinesa – de wereld veroverd heeft. Of u nu fan bent of niet, op de kaart van zowat elke zichzelf respecterende pizzeria kun je de variant vinden. Zelfs in moederland Italië, al moet je daar soms zoeken onder de schuilnaam 'Tropicana'. Het is namelijk niet zozeer de toevoeging van ananas die de Italianen stoort, maar eerder de implicatie dat een klein Amerikaans eilandje ook maar iets te maken had met hét Italiaanse gerecht bij uitstek. 

Wist je trouwens dat ook de ananas eigenlijk helemaal niet uit Hawaï, maar uit Zuid-Amerika komt? De associatie met Hawaï hebben we aan de marketing van ananasgigant Dole te danken, die rond het jaar 1900 samen met andere ananasproducenten Hawaï als thuisbasis koos. 

Maar wat is dan wél de meest Italiaanse pizza die je kan bestellen? Daarvoor moeten we terug naar de beginjaren van de Italiaanse staat. Toen koning Umberto I in 1889 de stad Napels bezocht, wilde zijn vrouw graag de plaatselijke specialiteit proeven. Kok Raffaele Esposito schoot meteen in actie en schoof snel een pizza in de oven met tomatensaus, mozzarella en basilicum. Rood, wit en groen, net als de Italiaanse vlag. De koningin was zo gecharmeerd met zijn patriottistische pizza, dat ze hem een bedankbrief schreef, waarop Esposito de pizza prompt naar haar vernoemde. Haar naam? U raadt het al: Margherita (nee, niet marg-á-rita, ugh).



een vergelijking tussen twee generaties van studenten

29/04/2018
worden studenten dommer (© Lize D'Haese | dwars)
🖋: 

Tot voor kort maakte ons Vlaams onderwijs geen gebruik van verplichte gestandaardiseerde testen en had het bijgevolg geen weet van het kennisniveau van scholieren. De PISA-test daarentegen legt wel de vinger op de wonde. Uit deze internationale toetsing blijkt dat de kennis van Vlaamse leerlingen tijdens de voorbije vijftien jaar achteruitging. Vertoont deze daling zich ook op de universiteit? Merken professoren en docenten een verschil op tussen de oudere en jongere generaties van studenten?

De PISA-test brengt de leesvaardigheid en wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid van vijftienjarigen van OESO-landen in kaart. Uit de resultaten blijkt dat de wetenschappelijke geletterdheid van Vlaamse leerlingen significant daalde tussen 2006 en 2015. Ook de scores op de leesvaardigheidstest zakten. Dit resultaat is nog opmerkelijker omdat het gemiddelde cijfer over de OESO-landen voor zowel wetenschappen als leesvaardigheid wel onveranderd bleef. Ook voor wiskunde stelde men een significante negatieve trend vast bij de Vlaamse vijftienjarigen. Samen met Finland en Australië vertoont Vlaanderen de grootste daling in wiskundeprestaties.

 

wat is het probleem?

Professor Sijbers geeft al jaren het vak ‘Fysica m.i.v. Wiskunde’ aan 400 eerstejaars Biomedische en Farmaceutische Wetenschappen, en weet dus als geen ander hoe het gesteld is met hun kennis. Problematische tekorten merkt hij vooral bij de wiskundekennis van zijn studenten de afgelopen tien jaar. “Een langzaam toenemend aantal studenten blijkt elementaire wiskundige vaardigheden niet meer te beheersen", legt hij uit. "Voorbeelden daarvan zijn het optellen van breuken, afgeleiden of de stelling van Pythagoras”. Professor Thijssen, die statistiek geeft aan de faculteit Sociale Wetenschappen, merkt vooral een daling in de kennis van wiskundige bewijzen.

 

De huidige generatie van studenten is beter in het vlug schrijven van een kort artikel, maar minder goed in het maken van een uitgebreide analyse. – professor Vanheeswijck

 

Een andere frappante evolutie die docenten ervaren, is de stijging van het aantal taalfouten bij studenten. “Vroeger trok ik punten af voor spellingsfouten, maar nu is dat niet meer mogelijk omdat het er wat veel zijn”, vertelt professor Sijbers. Hij merkt ook dat de studenten vandaag van een ‘snellere generatie’ zijn. Ze kunnen vliegensvlug info opzoeken via smartphone of computer, maar daardoor kiezen ze voor een (te) snelle oplossing eerder dan een tragere, correcte uitwerking. “Bij het vak Fysica bijvoorbeeld zie ik dat studenten snel een formule uit de cursus plukken en die direct invullen in plaats van eerst even na te denken over de juiste betekenis en achtergrond ervan.” Ook filosoof en professor Vanheeswijck benoemt deze 'snelheid van handelen': “De huidige generatie van studenten is beter in het vlug schrijven van een kort artikel, maar minder goed in het maken van een uitgebreide, diepgaande en genuanceerde analyse.”

 

wat is de oorzaak?

De veranderde kennis van studenten valt volgens professor Vanheeswijck te wijten aan de nieuwe manier van lesgeven in het secundair onderwijs: “Sinds de laatste twintig jaar wordt in het middelbaar meer nadruk gelegd op praktijkvaardigheden en wordt er minder literaire, culturele en historische leerstof aangeboden.” Een voorbeeld daarvan zijn de talenvakken, waarbij men leerlingen voornamelijk leert om te communiceren in een vreemde taal, terwijl er vroeger meer literatuur werd gegeven. Ook bij andere vakken wordt er meer lesgegeven om leerlingen praktische vaardigheden bij te brengen als voorbereiding op de arbeidsmarkt.

 

Ik zou liever voor een betere selectie en bewustmaking kiezen dan mijn leerstof of examen gemakkelijker te moeten maken. – professor Sijbers

 

Een andere oorzaak voor de daling van het niveau is de veranderende instroom van studenten. Vandaag starten jongeren veel sneller aan de universiteit dan pakweg twintig jaar geleden, toen alleen de goed presterende ASO-student zich daaraan waagde. Volgens cijfers van UAntwerpen blijkt dat dit academiejaar 71,9 procent van de studenten binnenstroomde uit een ASO-studie. Dat betekent dat meer dan één op vier als vooropleiding TSO, BSO of KSO volgde. Een andere reden voor de gewijzigde samenstelling van de studentenpopulatie zijn de schakelstudenten die erbij komen. Die stromen na hun professionele bachelor door naar de universiteit en scoren zwakker bij instaptoetsen wiskunde dan de studenten die rechtstreeks uit het secundair onderwijs komen.

 

hoe lossen we dit op?

Veel studenten maken een verkeerde keuze en komen terecht in een richting die te moeilijk is. Volgens professor Sijbers zou een verplichte en/of bindende ingangsproef dit probleem kunnen oplossen: “Ik zou liever voor een betere selectie en bewustmaking kiezen dan mijn leerstof of examen gemakkelijker te moeten maken.” Om toch nog bij te benen, kunnen studenten met een kennisachterstand gebruik maken van een monitoraat dat hen bijschoolt. Met het online platform Aan de slag kunnen middelbare scholieren testen of hun kennis voldoende is voor de richting die ze verkiezen. Op deze manier probeert de universiteit hen voor te bereiden en te informeren over hun toekomstige studies. Tot slot wordt er momenteel vanuit de overheid gewerkt aan verplichte ijkingstoetsen voor het middelbaar en het lager onderwijs die in de toekomst zullen worden ingevoerd.

 

Vroeger trok ik punten af voor spellingsfouten, maar nu is dat niet meer mogelijk omdat het er wat veel zijn. – professor Sijbers

 

Hoewel de professoren die verschillen tussen de generaties aangaven, benadrukten ze allemaal dat de huidige studenten zeker niet dommer zijn geworden. Ze zijn ook getalenteerd en bovendien communicatiever, sneller en beter in omgang met technologie. Wees als middelbare scholier dus vooral niet bang om je kans te wagen aan de universiteit.



Ten Prinsenhove, publiek of privaat?

29/04/2018
[studenten krijgen de deur gewezen] (© [Alex Noels] | dwars 116)
🖋: 
Auteur

Ten Prinsenhove, de peda van de Stadscampus, heeft in 2016 haar deuren gesloten. Er zijn genoeg koten in Antwerpen om de 149 studenten die een nieuw onderkomen nodig hadden een dak boven het hoofd te bieden. Maar hoe zit het met de studenten die financieel minder sterk staan? En wat zijn de toekomstplannen voor de peda nu?

dat doet de deur dicht

Toen de brandveiligheid van Ten Prinsenhove werd onderzocht, werd het al snel duidelijk dat de renovatie van het pand geen kleine ingreep zou worden. Volgens Bart Heijnen, algemeen beheerder, heeft de raad van bestuur na wikken en wegen beslist dat renovatie geen optie is. De zoektocht naar een private partij die Ten Prinsenhove in erfpacht wil nemen is daarom in volle gang.

 

Wij vinden betaalbare koten heel belangrijk, dat houdt de universiteit toegankelijk voor iedereen. – Lola Laenen (Comac)

 

Veel studenten maken zich echter ongerust over het sluiten van de peda. Het was immers een locatie die het mogelijk maakte om betaalbaar op kot te kunnen, een luxe waar gretig gebruik van werd gemaakt. Waar de buitencampussen nog grote peda’s hebben, blijft de Stadscampus nu met lege handen achter. Vanuit Comac is een actiegroep de grond uit gestampt: Red ten Prinsenhove. Lola Laenen is een van de stuwers van de actie. “Het is een hele som geld natuurlijk, maar wij denken dat het haalbaar is. Onze eis is dan ook dat, als het echt te moeilijk is voor de universiteit om het te betalen, de overheid of ’t Stad garant zou moeten staan voor een lening.” De actiegroep heeft nog andere eisen: Ten Prinsenhove moet gerenoveerd worden, weer beschikbaar worden gesteld voor de financieel zwakkere student en dat alles voor een betaalbare huurprijs van maximaal 283 euro per maand. "Wij vinden betaalbare koten heel belangrijk, dat houdt de universiteit toegankelijk voor iedereen", laat Laenen weten.

 
verhoogde drempels

Bruno de Loght, departementshoofd Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten, vertelt waar de beslissing van UAntwerpen vandaan komt. “Studentenvoorzieningen vallen onder een apart budget", legt hij uit. "Het gaat om enkele miljoenen voor alle sociale voorzieningen, zoals financiële ondersteuning van studenten, psychologische begeleiding, catering en sport. Het is een vastgelegd budget dat bepaald wordt door de overheid.” De investering, of deze nu centraal vanuit UAntwerpen wordt voorzien of wordt geleend, zou uiteindelijk toch verhaald moeten worden op de studentenvoorzieningen. “Dit zou tot gevolg hebben dat de sociale diensten financieel zwaar belast worden en dat je het geld niet meer kan gebruiken waar het echt nodig is, studenten die het financieel moeilijk hebben bijvoorbeeld, de individuele dossiers”, brengt De Loght naar voren.

Ook bij de noodzaak van betaalbare koten die actiegroep Red Ten Prinsenhove aanhaalt, heeft De Loght zijn twijfels. “Wat voor ons belangrijk is, is dat studenten die het financieel moeilijk hebben de kans krijgen om aan onze universiteit te studeren, maar we stellen vast dat het grootste deel van die studenten niet op kot gaat. Wij hebben een analyse gemaakt bij de aanvragen van het studentenhome en de meerderheid die daar zit, heeft het financieel niet nodig.” Om de studenten die het wel nodig hebben tegemoet te komen, zijn er in samenwerking met de privésector gesubsidieerde koten. Dat zullen er volgend jaar 44 zijn, met prijzen vanaf 350 euro. Een kleine stap, maar wel een in de goede richting, want Laenen merkt terecht op dat die gesubsidieerde koten momenteel duurder, kleiner en weinig beschikbaar zijn.

 

De voordelige kotprijzen én de betrouwbare universiteit als kotbaas, verlagen de drempel om te gaan studeren. – Jonas (oud-bewoner)

 

De Loght werpt tegen dat minder gegoede studenten niet op kot gaan. Laenen wijt dat dan weer aan het feit dat de mogelijkheden tot gesubsidieerde koten te beperkt zijn. Misschien kunnen de oud-bewoners van Ten Prinsenhove nog een nieuw licht op de situatie werpen. Sebastiaan woonde vier jaar lang in de peda. Voor hem was de prijs geen vereiste, maar wel de voordelige deal. Ook voor oud-bewoner Andreas, die het laatste jaar voor de sluiting in Ten Prinsenhove woonde, was de betaalbaarheid doorslaggevend. “Mijn vader was op dat moment werkloos en mijn moeder werkte deeltijds”. Oud-bewoner Jonas zou in de nieuwe situatie dan weer tussen wal en schip kunnen zijn gevallen. Hij vertelt dat de voordelige kotprijzen én de betrouwbare universiteit als kotbaas, de drempel om te gaan studeren hebben verlaagd. De studenten die ondanks economische problemen (nog) niet op de bureaucratische draaimolen voor financiële steun zijn gestapt, maar wel gaan studeren, hebben baat bij een concept als de peda.

 

de deur intrappen?

Actiegroep Red ten Prinsenhove is een petitie gestart en heeft meer dan duizend handtekeningen verzameld voor het openhouden en renoveren van het pand. Eind maart is deze petitie overhandigd aan rector Herman Van Goethem. Amusant, noemde de rector het toen nog. Een ruime maand later is daar veel in veranderd. De rector heeft een brief verspreid die één ding duidelijk maakt: hij is not amused. Hij beschrijft de tekst bij de petitie als iets dat iedereen wel wil ondertekenen. “Indien ik niet beter geïnformeerd was, dan zette ook ik dadelijk mijn handtekening.” Maar de tekst is misleidend, waarschuwt de rector. “Comac negeert in zijn petitietekst alles wat we hen eerder, als antwoord op hun vragen, hebben meegedeeld.” 

De cijfers liegen er niet om. In de brief wordt een duidelijk plaatje geschetst van de kosten en baten van de renovatie. Om de inwonende studenten 164 euro voordeel te geven ten opzichte van de gemiddelde Antwerpse kotprijs, zal zo'n tien miljoen euro moeten worden geïnvesteerd in de renovatie. Daarbij zal het aantal koten moeten dalen van 149 naar 115. Om het voordeel dat de studenten hier hebben weg te strepen tegen de investering, mag de universiteit dus rekenen op meer dan 30 jaar (met de surrealistische hoop dat er in die dertig jaar geen nieuwe investeringen nodig zijn). Een simpelweg onverstandige keuze.

 

Om elitevorming te voorkomen hebben de meeste universiteiten en hogescholen eigen residenties. – David Danssaert (Comac)

 

Is daarmee alles gezegd? Niet bepaald. David Danssaert, voorzitter van Comac Antwerpen, springt voor de actiegroep in de bres. "Om elitevorming te voorkomen hebben de meeste universiteiten en hogescholen eigen residenties met kamers waarvan de huurprijs afhankelijk is van het inkomen van de ouders. Om dan te zeggen dat er geen studentenkamers door de universiteit voorzien kunnen worden omdat het een grote investering is met weinig financiële opbrengst, is bedrijfslogica." Danssaert merkt terecht op dat hoewel de investering vanuit financieel oogpunt geen goede keuze lijkt, ze wel de prijzen voor de toekomstige studenten waarborgt. Iets wat het private aanbod niet kan garanderen.

De focus van de universiteit lijkt echter eerder te zijn verschoven naar individueel niveau, dan echt te zijn verdwenen. "Alle studenten die het financieel moeilijk hebben, kunnen via de sociale dienst op basis van een individueel dossier financiële bijstand krijgen", benadrukt rector Van Goethem in zijn brief.
 

de deur op een kier

Is het private aanbod voor betaalbare koten dan echt niet toereikend? Op studentkotweb.be ziet het er nochtans vrij rooskleurig uit. Een op de drie koten die voor het aankomende academiejaar in Antwerpen wordt aangeboden, kost minder dan 300 euro. Bijna twee derde van die koten beslaat meer dan 15 m². Zolang er een overaanbod aan koten in Antwerpen is, lijkt de gesloten peda dus geen groot probleem voor de studenten te vormen.

De raad van bestuur lijkt zich hier niet nogmaals over te willen buigen. Is er hoop voor Ten Prinsenhove? “Ik denk dat de kans groot is dat het studentenkamers blijven. Die ruimte is nu door de stad Antwerpen vergund als studentenkamers. Als de erfpachter er iets anders mee wil doen, dan moet hij die bestemming ook laten wijzigen. Het is het gemakkelijkst voor de erfpachter om de huidige functie van het pand te behouden", laat Heijnen weten. Komt het dan toch nog goed met onze geliefde peda?



baanbrekers

29/04/2018
[gezocht:knutseljuf achter tralies (© [Suzanne Roes] | dwars 116)
🖋: 
Auteur

Geldwolven, cv-duizendpoten, sociale vlinders, luxebeesten, exotische trekvogels, verschillende species bewandelen het oerwoud der studentenjobs. Naast de platgetreden paden slaan jobstudenten soms een verrassend andere weg in. Elke maand zetten we zo’n baanbreker in de kijker.

Bij de meeste studentenjobs staat meer geld gelijk aan meer vrijheid, maar wat als je in de gevangenis werkt? Filosofiestudente Ulrike (24) organiseert al vijf jaar animatie bij het kinderbezoek voor gevangenen. Bij zo’n job achter de tralies komen wel heel andere zaken kijken dan een bijbaantje achter de kassa.

 

gemengde gevoelens

Geen scherpe voorwerpen, geen gsm’s en niet spreken over ‘gevangenis’. Het huis van bewaring laat weinig aan het toeval over. Ondanks de vrijwilligersstatus is de nodige screening vereist. Onder de achttien jaar is dit werk geen optie, laat staan met een strafblad. Het klinkt niet echt warm, maar het doel is zeker wel hartverwarmend: de band tussen het kind en zijn vader of moeder bewaken en versterken. Of het lukt om de band tussen ouder en kind te versterken hangt veel meer van het individu af. “Als de ouders geen aandacht aan de kinderen geven, wordt daar een sanctie op voorzien, dan mogen de kinderbezoeken niet meer worden aangevraagd. Maar meestal zie je dat mama's en papa's superblij zijn als ze hun kindjes terug zien.”

 

niet zomaar animatie

Vaak wordt er tijdens de kinderbezoeken geknutseld, maar wat buiten de poorten normaal is voor zo’n activiteit, is hier niet vanzelfsprekend. “Je mag geen draad gebruiken langer dan een polslengte, geen klei of plasticine, en bij het gebruik van krantenpapier moet je artikels controleren. Ook scherpe voorwerpen of vloeibare stoffen zijn verboden”.

Ook het organiseren van de bezoeken op zich brengt veel meer met zich mee. “Er kan zoveel niet in orde zijn: als je pas niet in orde is, als degene die je bezoekt zich heeft misdragen, of als de animator niet komt opdagen, worden de bezoeken afgezegd. Ik heb al zo vaak gezien dat mensen naar huis worden gestuurd. Dan zien ze elkaar een extra maand niet. Vaak zijn dat moeders met vijf kinderen die met de bus komen van over heel Vlaanderen” vertelt Ulrike. 

 

de mooie kant

Ulrike benadrukt dat ondanks het verdriet waar ze soms mee geconfronteerd wordt, de job haar ontzettend veel voldoening geeft. Het werk heeft ook hele leuke kanten: “Laatst hebben we de ouders met hun kinderen kussenhoezen laten versieren met textielstiften. Iets bruikbaars wordt minder snel weggegooid dan bijvoorbeeld een tekening. Nu hebben dus veel van de gedetineerden een kleurrijk versierde kussenhoes in hun cel!”



film en engagement op MOOOV 2018

28/04/2018
[MOOOV filmfestival] (© [Natasja Van Looveren] | dwars)
🖋: 
Auteur

"Turkije is ziek. Mijn land heeft een posttraumatische stressstoornis. Ja, net als het hoofdpersonage uit mijn film". Het zijn heftige woorden; zie daar als moderator van de Q & A maar eens kalm mee om te springen. Even kun je een speld in de zaal horen vallen. Dan wordt de draad weer opgepakt. Met een vraag in rustiger vaarwater. Dat een conflict of een weerwoord uitblijft, wil niet zeggen dat er niet gereflecteerd wordt. Dat er niet gereflecteerd mág worden. Dit is de kern van cinema als een bron van engagement: Welkom op het MOOOV Film Festival.

Pakweg vijfentwintig studenten van de UAntwerpen zijn uitgenodigd om in Turnhout een tweedaags programma bij te wonen. Ik ben een van hen, en maak zo kennis met een festival dat prikkelt, relevantie ademt: vertoningen zijn hier minstens even belangrijk als de verhalen die de filmwerelden ontstijgen. Zo’n plaats van samenkomst ontstaat echter niet uit het niets. Hoe zag MOOOV in België het levenslicht? Festivaldirecteur Marc Boonen opent het programma met een korte toelichting.

Tot 2013 kende Vlaanderen twee belangrijke filmfestivals voor wereldcinema: Cinema Novo in Brugge en Open Doek in Turnhout. Wereldcinema is volgens Boonen een wat dubbele term: enerzijds is ze erg complex en onnoemelijk breed, anderzijds weet iedereen wat je ermee bedoelt. ‘Open Doek’ correspondeerde in de meest letterlijke zin met een populaire conceptie van wereldcinema: Boonen en consorten spannen zich ervoor in om filmmakers wereldwijd een stem en een publiek te geven. De focus ligt daarbij op cinema die bijdraagt aan politieke en cultureel-maatschappelijke debatten. Door geëngageerde filmmakers aan te trekken en ook concreet op het festival uit te nodigen, hoopt Boonen een zo breed en groot mogelijk publiek kennis te laten nemen van de (wereld)filmcultuur.

Samen sta je altijd sterker. Cinema Novo en Open Doek werden MOOOV: de fusie was nodig om de zichtbaarheid en toegankelijkheid van wereldcinema naar een hoger plan te trekken. Het lokale karakter is gehandhaafd gebleven – verwacht geen MOOOV in Brussel of Antwerpen – maar de verspreiding van het festival over zeven stedelijke locaties zorgt ervoor dat meer Vlamingen logo’s en flyers in hun eigen regio aantreffen. MOOOV is nu Brugge, Roeselare, Sint-Niklaas, Turnhout, Lier, Koersel-Beringen en Genk ineen. In de festivalloze maanden brengt de distributietak wereldcinema naar het reguliere Vlaamse arthousecircuit. Ook Nederland kan meegenieten. Met zorgvuldig samengestelde educatieprogramma’s sluit MOOOV aan op de visies van scholen in de regio.
 

Vertoningen zijn hier minstens zo belangrijk als de verhalen die de filmwerelden ontstijgen.

Natuurlijk kan een festival zonder publiek niet bestaan. Er dient een zorgvuldige balans gevonden te worden tussen  cinema ‘met een boodschap’ en cinema die prikkelt in stijl, genre of amusementswaarde. Het liefst brengt Boonen het beste van beide criteria samen. ‘’Maar komedies zul je hier toch niet zo snel vinden’’, sluit hij voorzichtig af. Misschien bewijst de slotfilm van MOOOV 2018 op een dubieuze manier wel zijn ongelijk. Op het IFFR (Internationaal Filmfestival van Rotterdam, nvdr.) zag ik zelf Good Manners al, een onnavolgbare genremix waarvoor de term ‘maatschappijkritische, lesbisch-feministische weerwolfmusical’ nog uitgevonden moet worden. Met de keuze voor een film die vooral stilistisch enorm opvalt waken de programmeurs voor een eenduidige stroom aan politieke drama’s. Juist door die beoogde diversiteit zit er muziek in het festival, en is MOOOV meer dan het afvoerputje van Cannes. Ook Boonen is in zijn selectie immers sterk afhankelijk van ’s werelds meest prestigieuze filmfestival.

 

Good Manners

 

Na twee dagen Turnhout loopt het hoofd over van de impressies. We zagen een Turkse klassieker, een Chileens coming of age drama, een verstilde sfeertrip over een politiek trauma. Afgelopen zondag sloot het festival af met Good Manners, maar niet getreurd: ook volgend jaar brengt MOOOV in Turnhout en haar zes vlaggenschepen een programma van uitersten. Tot die tijd is het woord aan de arthousecinema’s. Gelukkig is Antwerpen daarvoor wél een place to be.



één academiejaar verder

27/04/2018
[touwtrekken Studentenraad] (© [Stine Moons] | dwars)

In de dwars van oktober gaven we jullie, beste studenten, het woord in onze enquête Raad voor de Studentenraad en in het daaropvolgende artikel 'Het rapport van de Studentenraad'. Tegelijkertijd beloofden we jullie plechtig om op het einde van het academiejaar met dezelfde vragen bij jullie terug te komen, zodat er hopelijk een evolutie te schetsen viel. De examens komen in zicht, de thesisdeadlines staan al voor de deur, dus bij deze: dwars houdt zich aan haar woord.

Laat ons, voor we onze kritische/liefhebbende blik op de Studentenraad richten, eerst de hand in eigen boezem steken. In het begin van dit academiejaar kregen we slechts 216 medestudenten zover om hun mening met ons te delen. Nu het kwik weer stijgt en er een 'blokvakantie' gepasseerd is, bleek deze queeste nog moeilijker te zijn. Slechts 85 studenten slaagden in deze missie. Aan allen die de finish gehaald hebben: proficiat. Aan allen die de finish niet gehaald hebben: ahum, spijtig?

 

naamsbekendheid

Een grotere naamsbekendheid behalen was voor de Studentenraad een van de streefpunten. Zijn ze hierin ook geslaagd? Evolutie is er zeker te zien in ons beperkt cijfermateriaal: 23,5% van de deelnemers wist Geert de Hoons naam tevoorschijn te toveren op de vraag wie onze voorzitter is, in vergelijking tot 13,9% in oktober. Studenten weten bovendien steeds meer wie hun eigen facultaire vertegenwoordiger is. Een schamele 5% die deze naam kon geven (dwars 112) werd opgetrokken naar 23,5%. Dit is vooral te danken aan de studentenvertegenwoordigers onder onze respondenten, waarvan 7 op 8 slaagt in deze test. De gewone student schommelt rond de 17,3%. In vergelijking tot de 1,1% aan het begin van dit jaar is dit best een sterke evolutie. Verbetering blijft natuurlijk altijd mogelijk. Geert de Hoon laat ons weten dat een eventuele statutenwijziging hierin raad kan brengen. Op deze manier wordt de rol van de facultaire vertegenwoordiger beter in de Studentenraad verankerd. Een sterkere link tussen het centrale en facultaire niveau zou zo ook tot een snellere terugkoppeling naar de achterban leiden, wat een nog betere verspreiding van de nodige informatie tot gevolg heeft.

 

Ik vind de stijging van het aantal likes op Facebook belangrijker dan dat iedereen mijn naam kent. – Geert de Hoon (voorzitter studentenraad)

 

Naamsbekendheid dient niet alleen in strikte zin opgevat te worden, maar ruimer doorgetrokken te worden naar het hele orgaan van de Studentenraad. Zo vindt Geert de stijging van 20% van het aantal likes op Facebook belangrijker dan dat alle studenten zijn naam kennen. Toch antwoordde slechts 7,1% van de deelnemende studenten volmondig ‘ja’ op de vraag of ze wisten waar de Studentenraad zich de laatste maanden mee bezig had gehouden. 22,4% dacht er wel een notie van meegekregen te hebben. Terugkerende antwoorden waren “de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de Studentenraad zelf”, “de vervroegde publicatie van examenroosters”, infrastructuurwerken, de OER-week en de Komida-acties. Iemand merkte (duidelijk opgelucht) op dat hij of zij bijgeleerd had dat je een examen meer dan zes keer mag doen! Dankjewel Studentenraad, juni ziet er ineens een stuk minder stresserend uit.

voorstelling stuvers

Stuvers vormen een belangrijke spil in het proces van vertegenwoordiging en de daarop volgende informatieverspreiding. Zij werden tussen 16 februari en 7 maart via posters op Facebook plechtig voorgesteld. Hoewel 32,9% van de studenten dit te laat vond, had het meerderdeel (44,7%) gewoonweg geen mening. Geert verklaart de vertraagde verschijning van de posters op Facebook door de uitgestelde verkiezing van de coördinator Participatie & Communicatie. De dienst Taakomschrijving is namelijk verantwoordelijk voor het voorzien van deze posters. Voor de ‘persoonlijke touch’ wou men bovendien foto’s van de desbetreffende stuvers erbij kunnen publiceren. Dit bleek een hele onderneming te zijn. Zelf had de Studentenraad de posters ook liever vroeger zien verschijnen (en stappen worden ondernomen om dit volgend jaar wel te verwezenlijken). Voor de student in nood was er wel nog steeds het stuveroverzicht op de website van UAntwerpen. Nu niet bepaald moeilijk te vinden, toch?

 

campagne

Ondertussen hield de Studentenraad een uitgebreide campagne voor de verkiezingen van het aankomend academiejaar. Onder onze bereidwillige respondenten telden we 16 gekleurde ‘ja’-bolletjes op de vraag of hij of zij interesse heeft om studentenvertegenwoordiger te worden, goed voor een kleine 20%. Antwoorden op de open vraag naar de motivatie hierachter nemen uiteenlopende vormen aan. Een nukkige respondent typt neer: “Dan verandert er misschien eens iets.” (vergeet niet om het uitroepteken er zelf bij te denken.) Antwoorden als: “Ik vind communicatie tussen het onderwijzend personeel en de studenten belangrijk”, “Omdat het belangrijk is dat de mening van studenten gehoord wordt” en “Ik ben overtuigd van het belang en de meerwaarde van participatie op alle niveau's in het onderwijs”, laten meer ambitie doorklinken.

De respondenten die voor de optie ‘nee’ gingen, zijn vooral bang dat ze niet voldoende tijd hebben. Een andere opvallende motivatie was: “Ik ben zelf niet voldoende op de hoogte van mijn studies.” En omdat zelfs wij soms woorden tegenkomen die nog niet zijn opgeslagen in ons cognitieve mechanisme, ook nog even deze: “Ik heb reeds voldoende extracurriculaire activiteiten.”

 

visie

Bij de achterban is het geloof in de stuvers over het academiejaar heen met 3,8 op 5 constant gebleven. Dat bij het associatiespelletje met het woord ‘Studentenraad’ naast 'cute voorzitter' vooral woorden als ‘vertegenwoordiging’ en ‘vergadering’ naar voor komen, zegt iets over het belang dat door de studenten aan deze raad wordt gegeven. De respondenten gaven in vergelijking tot oktober net iets meer punten aan de Studentenraad op het vlak van professionaliteit en communicatie. Beide zijn immers van 2,8 naar 3 op 5 opgeklommen.

 

Het gesloten kliekje dat ik heb leren kennen is veranderd in een samenkomst van studenten die meer naar de buitenwereld communiceert waar ze mee bezig zijn. – Beau

 

Wanneer direct gevraagd wordt naar de motivatie voor het gegeven cijfer aan de Studentenraad, halen nog steeds drie studenten een voorval van vorig jaar aan. De agressieve communicatie van ex-voorzitster Anaïs Walraven op een open lezersbrief van een medestudente staat hen nog helder voor de geest. Daartegenover staat dat slechts drie studenten expliciet vermelden van mening te zijn dat de Studentenraad er qua profilering en communicatie duidelijk op vooruit is gegaan. Beau De Clercq, een student die zijn mening bereidwillig geeft, verwoordt dit als volgt: "Het gesloten kliekje dat ik heb leren kennen is veranderd in een samenkomst van studenten waar niet alleen iedereen zijn of haar mening durft te geven, maar ook meer naar de buitenwereld communiceert waar ze mee bezig is." 

Toch vindt 17,65% dat ze nog steeds te weinig horen en niet op de hoogte zijn van de realisaties van hun vertegenwoordigend orgaan. Geert wijst erop dat dit ook te wijten is aan enkele grote dossiers die dit jaar op de bureau van de Studentenraad beland zijn, zoals de herindeling van het academiejaar. Dit zijn werken van lange adem, waarover moeilijk te communiceren valt zolang deze dossiers nog lopende zijn.

Daarnaast blijft de Studentenraad de zichtbaarheid van hun activiteiten zelf ook als een werkpunt opvatten. Dit leidt tot ideeën om met een standje op de infodag present te zijn, alsook bij de inschrijvingen van nieuwe studenten in de Lange Sint-Annastraat. Ook over gadgets met leuke woordspelingen om de aandacht te trekken wordt nagedacht (wij zijn alvast benieuwd!). Toch is het duidelijk dat niet alle studenten zomaar bereikt kunnen/willen worden. De relatie Studentenraad-studenten mag evenwel geen eenrichtingsverkeer worden. Ook voor de gewone student(e) geldt immers het motto: ‘wie zoekt, die vindt’.



een econoom, een filosoof, een socioloog en een historicus aan het woord

27/04/2018
het WK voetbal: zegen of vloek? (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Naast de examens staat straks ook het WK voetbal voor de deur. Een feest, ongetwijfeld. Maar wat is nu eigenlijk de maatschappelijke bijdrage van zo'n opgeblazen voetbaltornooi? We legden de vraag voor aan een panel van vier menswetenschappers: een econoom, een filosoof, een socioloog en een historicus.

de historicus

Het WK voetbal illustreert de paradoxen van de massademocratie: door het topvoetbal te aanbidden, bieden miljoenen mensen een democratische legitimatie aan een plutocratische, oligarchische, patriarchale, meritocratische en nationalistische wereld. Daarom het WK boycotten zou elitair en ondemocratisch zijn. Voetballiefhebbers kunnen beter reageren door het inclusieve potentieel van de sport uit te bouwen en door van de lokale voetbalvelden plaatsen te maken waar jongens én meisjes, arm én rijk, wit én zwart, met én zonder handicap, elkaar vinden in hun liefde voor een fascinerende sport.

— Marnix Beyen

 

de econoom

De Wereldbeker Voetbal is een fantastisch sporttornooi waar miljoenen mensen over heel de wereld plezier aan beleven. Jammer dat het georganiseerd wordt door de hopeloos corrupte FIFA, die er ook voor verantwoordelijk is dat de organisatie van de wereldbeker een financiële aderlating is voor het gastland omwille van de torenhoge eisen inzake de stadions. De belastingbetaler betaalt het gelag. Ondertussen rijgt de FIFA de miljarden opbrengsten binnen van ticketverkoop, televisierechten en sponsoring, zonder er zelfs maar belastingen op te betalen in het gastland. Degelijke kosten-batenanalyses spreken de onzin tegen die vele economische impactstudies hierover verkopen.

— Stefan Kesenne

 

de socioloog

Het mag een schandaal heten dat een toernooi georganiseerd door de FIFA, één van de meest corrupte wereldorganisaties, in Rusland, één van de meest corrupte regimes, gesponsord door partnerbedrijven zoals Gazprom en Wanda Group, die behoren tot de machtigste en corruptste bedrijven ter wereld, of die, zoals Adidas, recent nog genoemd werden in omkoopschandalen in de sport, desondanks zoveel mensen in de ban houdt. Of een wonder. Want wat voor een spel moet voetbal zijn als het ondanks dat alles zoveel mensen in vervoering brengt.

— Walter Weyns

 

de filosoof

De mens is geen homo economicus, maar een homo ludens. Zonder spel, geen levensvreugde, of het nu voetbal is of iets anders. In die zin heeft voetbal een zekere maatschappelijke functie. Voetbal draait om macht en geld. Is dat wenselijk? Het is eerder onvermijdelijk. De vraag is of we niet te gemakkelijk vergeten hoezeer door die verwevenheid met macht en geld dit mondiale voetbalfeest ook een soort ‘opium voor het volk’ is.

— Willem Lemmens



opinie

23/04/2018
Marvelfilms betekenen niks (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

Het is bijna tien jaar geleden dat Iron Man in de cinemazalen terechtkwam, de film die het Marvel Cinematic Universe (MCU) in gang zette. Er waren daarvoor al succesvolle superheldenfilms. De X Men- en Spider-manfranchise brachten al heel wat geld binnen en de Batmantrilogie van Christopher Nolan viel in de prijzen. Buiten de X Men-films bestonden deze franchises uit een trilogie, één held en een wereld die niet verder ging dan de stad waarin deze held woont. Het MCU veranderde dit. 

Marvel Studios creëerde een wereld van door elkaar lopende verhalen. Ze maakten zo een universum waarin verschillende personages en verhalen zaten die elkaar beïnvloedden. Het idee dat mijn favoriete superhelden het scherm zouden delen, was tien jaar geleden iets om naar uit te kijken. Enkele jaren verder, nadat het MCU de meest succesvolle filmfranchise ooit was geworden, konden deze films mij geen hol meer schelen, ondanks dat ik nog altijd een liefhebber ben van het genre.

Iron Man was een experiment. Er was amper een script, dus er was veel improvisatie. Wanneer acteurs als Robert Downey jr. een vrije kaart krijgen, heeft dit interessante gevolgen. De personages hadden diepgang en de karakterontwikkeling van het hoofdpersonage was ietwat geloofwaardig. Later volgden de eerste Captain America, Hulk en Thor-films die allemaal iets bijbrachten aan het universum. Al deze personages kwamen voor de eerste keer samen in Avengers. Dit werd een van de meest succesvolle films ooit en de toekomst van het MCU zag er rooskleurig uit. Een universum waarin alle verhalen door elkaar lopen en elk vorige verhaal het volgende beïnvloedt, was een concept dat aansloeg bij het grote publiek. Het was de moeite waard om elke film uit de franchise te gaan zien omdat die bijdroegen aan het grote verhaal.

Het MCU had veel gemeen met de oude Griekse mythen: bovennatuurlijke helden die elk aparte avonturen beleven maar toch met elkaar verbonden zijn. Iron man is nu niet meteen Oedipus, maar de vergelijking kan gemaakt worden. De superhelden hadden het potentieel om de moderne Griekse held te worden. Helaas worden de verhalen van het MCU niet geschreven door schrijvers uit het oude Griekenland, maar door een miljardenbedrijf. Waar de Griekse helden complexe personages zijn, zijn de superhelden vooral gespierde blanke mannen die geregeld grapjes maken. Zelfs na de meest traumatische gebeurtenissen is er meer ruimte voor een grap dan voor een emotionele reactie. Dit betekent niet dat superhelden aan zelfmoord en incest moeten doen, maar een beetje emotie kan geen kwaad. Waarom zou een belangrijke gebeurtenis, zoals de dood van een personage, enige impact hebben op het publiek als de held even later terug mopjes ligt te maken alsof er niets is gebeurd?

De verhalen van de Marvelfilms hebben hetzelfde probleem. De films die vooraf gingen aan de eerste Avengers bouwden verder op elkaar. Tegenwoordig zijn er zoveel verschillende personages met hun eigen franchise dat dit bijna niet meer kan. In een Thor-film kan de wereld bijna vergaan, terwijl Captain America in zijn eigen film rustig loopt te joggen. Het gedeelde universum dat het MCU zo succesvol maakte is, buiten de vaak niet zo subtiele referenties naar andere personages, bijna niet meer samenhangend. 

De grootste zonde van het MCU is ongetwijfeld dat ze niets meer durven. Ze hebben een succesformule waardoor elke nieuwe bijdrage aan het universum puur invulwerk is geworden. Hierdoor gebeurt het veel te vaak dat ze een goede film hadden kunnen maken, maar omdat ze op veilig wilden spelen uiteindelijk gewoon de zoveelste Marvelprent afleveren. Toen Edgar Wright Ant-Man wilde regisseren, stapte hij uiteindelijk op omdat hij niet mocht doen wat hij wilde doen. Wright is een enorm creatieve regisseur die nog geen echt slechte films heeft gemaakt. Desondanks weigerde Marvel hem zijn gang te laten gaan, waardoor Ant-Man de zoveelste te vergeten superheldenfilm werd. Doctor Strange is visueel zeer spectaculair en kan zich daardoor onderscheiden van de rest van het MCU, maar door het flinterdunne plot is ook deze film het niet waard om onthouden te worden. 

 

 

MCU-films betekenen niets. Een superheldenfilm hoeft geen filosofisch meesterwerk te zijn, maar het is zonde om iets wat wereldwijd geliefd is uiteindelijk niets meer te laten zijn dan niets. The Dark Knight is een adaptatie van een strippersonage, maar het is ook een metafoor over hoe we als moderne samenleving naar iets als terrorisme kijken en hoe moreel juist de bestrijding daarvan is of moet zijn. De laatste keer dat Hugh Jackman het personage Wolverine speelde in Logan, toonde hij een superheld die suïcidaal was door de trauma's die hij heeft opgelopen als held. Het doelpubliek van Marvel is natuurlijk niet de groep mensen die zich met zulke thema's bezighoudt, maar Marvel kan nuttige onderwerpen wel in zijn films steken. Hun meest recente werk, Black Panther, toont aan dat maatschappelijke thema's als kolonialisme en de onderdrukking van Afro-Amerikanen behandeld kunnen worden in een MCU-film, die nog steeds succesvol kan zijn. De personages in Black Panther zijn ook heel wat complexer dan "ik wil de wereld veroveren omdat dat in het script staat." Het standaard goed-tegen-slecht-verhaaltje maakt plaats voor een verhaal met personages die niet rechtlijnig goed of slecht zijn, maar die een perspectief hebben en die naarmate het verhaal vordert van perspectief kunnen wisselen. Hopelijk leert Marvel dat het ook zo kan. Dat entertainment niet breinloos hoeft te zijn om succesvol te zijn. 

Misschien heb ik A Brave New World van Aldous Huxley iets te enthousiast gelezen. Marvelfilms zullen niet het einde van creatief denken worden, maar iets wat over heel de wereld wordt bekeken niets meer te laten zijn dan, zoals Huxley het noemt, een aangename sensatie zonder enige creatieve of kritische ondertoon, is gewoon een doodzonde. Zeker nu blijkt dat het beter kan. Black Panther werd bijna gezien als een revolutionair werk door de Afro-Amerikanen. Dit is misschien iets te overdreven, maar het laat wel de impact van een Marvelfilm zien. Als wordt verder gebouwd op wat ze met Black Panther deden (en hun diversiteitsprobleem verder oplossen), kan Marvel een positieve invloed hebben op de wereld. Dit gaat echter niet als ze op veilig blijven spelen en alles oplossen door nog een mopje te maken.



opinie

19/04/2018
duurzame komida (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Giel Abrahams


Duurzaamheid is al sinds jaar en dag een van de paradepaardjes van komida, maar tijdens mijn regelmatige bezoekjes aan het studentenrestaurant vind ik hier niet zo veel van terug. Zo'n duurzaam beleid is slim, want het plaatst hen in een goed daglicht. Toch lijkt het hier echter meer op greenwashing. 

Je herkent het moment waarschijnlijk wel. Je gaat als flinke, geldbewuste student een warme maaltijd halen in het studentenrestaurant. Zo kan je namelijk lunchen met je vrienden tegen een schappelijke prijs. Wanneer je binnenkomt, kijk je nog snel naar het menu om te zoeken naar iets dat je smaakt, maar je portemonnee niet te zeer schaadt.  De vegetarische maaltijd ziet er wel goed uit, maar de vleesmaaltijd is toch goedkoper. Daar gaat je goede voornemen om duurzamer te eten. Je kiest voor vlees. 

Deze situatie is helaas geen alleenstaand geval. Uit een kleine verkenning van de komida-archieven blijkt dat de vleesmaaltijd bijna altijd goedkoper is dan vegetarische. Zo betaalde je laatst € 5,20 voor vegetarische chili, en een luttele € 3,60 voor de vlezige variant. Ook tijdens 40 Dagen Zonder Vlees werd er nog steak aangeboden, aan dezelfde prijs als anders. Ook werden vlees en vegetarische maaltijden als gelijkwaardig behandeld, ondanks de vele beweringen dat komida zich engageerde voor de duurzame actie. Niet dus. 

Het valt natuurlijk te begrijpen dat het studentenrestaurant minder prijzige bereidingen goedkoper aanbiedt, maar het moedigt mensen niet aan om een duurzamere keuze te maken. Mocht komida echt mensen willen aanmoedigen om een vegetarische maaltijd te kopen, zouden ze de prijs van vlees beter omhoog duwen en die van het vegetarische omlaag. Ook zouden ze goedkopere producten kunnen gebruiken: niet elke vegetarische maaltijd moet een dure vleesvervanger hebben en als er tortillachips bij een maaltijd worden aangeboden kunnen ze ook merkloos zijn, in plaats van “echte” Doritos. 

Naast consequent de vleesmaaltijd goedkoper te maken dan de vegetarische, bemoeilijkt komida duurzaam zijn wel vaker. Zo verschenen er onlangs plastic stukken bestek in de bestekbakken, en kan je voor de sla een gratis plastic potje meekrijgen, terwijl de glazen potten 2,5 euro kosten. Die laatste is natuurlijk om zeker te zijn dat mensen ‘m terugbrengen, maar waarom niet slaatjes in een plastic potje duurder maken om het interessanter te maken om de glazen pot te nemen? Ook hier worden de “duurzame” keuzes van komida een beetje dubieuzer. 

Komida probeert duidelijk duurzamere beslissingen te maken door vegetarische maaltijden aan te bieden en deze even centraal te plaatsen als de vleesmaaltijd. Zolang de student er nog altijd voordeel uit haalt om een minder duurzame keuze te maken, zijn zulke beslissingen niet voldoende. Kleine aanpassingen creëren geen duurzaam beleid. 



over basketbal, zwaluwen en funky hits

19/04/2018
proffenprofiel (© Trijntje Cornelissens | dwars)
🖋: 

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Trijntje Cornelissens doceert aan het departement Engineering Management van de faculteit TEW en de Antwerp Management School, na een lange carrière in de bedrijfswereld. Ze heeft een doctoraat Theoretische Fysica, en ook op sportief vlak is Trijntje Cornelissens een topper: ze speelde jarenlang voor de nationale basketbalploeg.

U was vroeger nog international voor de nationale basketbalploeg. Hoe zijn de passies sport en wetenschap in uw leven te rijmen?

Sporten was voor mij gewoonweg noodzakelijk en complementair aan het stilzitten bij studie en onderzoek. Het is een zalig gevoel om lichamelijk tot het uiterste te gaan, je grenzen te verleggen en daarbij automatisch verplicht je hoofd leeg te maken van de dagelijkse rompslomp. Hoe ik sport en studie kan combineren, heeft dan weer te maken met discipline en goed kunnen plannen, maar die eigenschappen lijken mij intrinsiek aan een wetenschapper. Wat de keuze voor basketbal betreft: ik kom uit een korfbalfamilie en met die balvaardigheid en mijn 1 meter 80 is de lokale basketbalclub het me eenvoudigweg komen vragen. Ik ben na mijn basketbalcarrière trouwens nog jaren gaan korfballen in de hoogste afdeling, maar de passie voor basketbal is altijd gebleven. Ik ben nu een vaste supporter van de Antwerp Giants en veer nog steeds verrukt op bij elke mooie aanvalscombinatie of perfect sluitende verdediging.

 

Men zegt weleens: ‘hoe groter het balletje, hoe kleiner de hersens.’ Basketballers zouden dus bijvoorbeeld dommer zijn dan golfers of tennissers. Akkoord?

Natuurlijk niet akkoord. Veel van die kleine-balletjes-sporten zijn eerder elitair, in de zin dat ze duurder zijn om te beoefenen en meestal ook meer infrastructuur nodig hebben. En wanneer tennis of golf wordt bedoeld: daar mist sowieso de component teamsport die voor mij juist essentieel is. Het uitspelen van elkaars talenten om zo tot het beste groepsresultaat te komen, geeft erg veel voldoening, vraagt strategisch inzicht en bevordert het respect voor andermans capaciteiten. Je merkt trouwens ook in het professionele leven meestal snel wie aan teamsport heeft gedaan, zoals aan de vanzelfsprekendheid waarmee met collega’s wordt samengewerkt en gebrainstormd.

 

Waar gaan uw tenen van krullen?

Ik erger mij gemakkelijk aan opportunisme en kortzichtigheid, soms ook kleinburgerlijkheid genoemd. Het fnuikt langetermijnvisie en openheid voor nieuwe ideeën, en hypothekeert de toekomst van de volgende generaties. Dat zien we momenteel trouwens voor onze ogen gebeuren, zowel lokaal als globaal, en er is blijkbaar weinig tegen te doen.

 

Hoe kwam iemand met een diploma Theoretische Fysica ooit op het idee zich in te laten met het bedrijfsleven?

Eerlijk gezegd was het een van de beste beslissingen in mijn leven. Ik wilde, na jaren theoretische studie, ondervinden wat het leven buiten de universiteit te bieden heeft. En dat is ontzettend meegevallen. Ik heb heel erg creatief kunnen werken en heb veel bijgeleerd. Je moet je natuurlijk flexibel opstellen en geen angst hebben om geregeld weer van nul te beginnen, zowel technologisch als op de sociale ladder. Maar eigenlijk is de basiscompetentie die men aanleert in fysica, namelijk theoretische modellen maken en die toetsen aan de realiteit, steeds de essentie van mijn jobs gebleven. Ik heb wel geluk gehad om, waarschijnlijk als de laatste stap in mijn carrière, opnieuw in de academische wereld te kunnen werken, want die mogelijkheid is er niet vaak. En ik vind het fantastisch om mijn ervaringen nu te delen met jonge mensen én opnieuw vrij onderzoek te kunnen doen. Maar eerlijk gezegd, het zou niet slecht zijn als alle professoren een paar jaar in het bedrijfsleven moesten/konden doorbrengen, om dan terug te keren naar hun onderzoeks- en onderwijsjob. Ik denk dat de efficiëntie en zin voor samenwerking in de academische wereld erop vooruit zou gaan.

 

Wat is uw favoriete citaat of gezegde?

“Eerlijk duurt het langst.” Het is niet altijd de gemakkelijkste weg, maar het blijft een basisprincipe in mijn leven.

 

Met welk nummer lokken ze u op de dansvloer?

Onweerstaanbaar vind ik Born To Be Alive, de enige hit van de Belgische Patrick Hernandez uit 1979, en misschien nog gekend bij studenten. Andere, misschien minder gekende toppers zijn One Step Beyond (Madness, 1979), Sign O' The Times (Prince, 1986), Slippery People (Talking Heads, 1984), Ringe Ringe Raja (Goran Bregovic, 1995), enzovoort. Meestal erg funky, dus. Ik houd ook erg van recentere Belgische muziek van bijvoorbeeld Absynthe Minded, Taxi Wars, Stromae en Admiral Freebee, maar dat is daarom niet altijd zo dansbaar.

 

Als u een dier zou zijn, welk dan en waarom?

Daar heb ik nog nooit over nagedacht, maar uiteindelijk kom ik uit bij een zwaluw. Het moet sowieso een trekvogel zijn, want ik zou doodgraag zelf kunnen vliegen en één van mijn grootste hobby’s is de wereld rondreizen. Een andere hobby is architectuur en ik vind die typische ronde, van modder gemaakte zwaluwnesten gewoonweg prachtig en ingenieus. En het is natuurlijk meegenomen dat het een erg elegante vogel is, die we associëren met de frisheid van de lente.

 

Heeft u tips voor de komende examens?

Ik raad studenten aan om verbanden te proberen leggen tussen de inhoud van de verschillende vakken. Dat maakt het studeren veel interessanter, efficiënter ook, en vermijdt het domme vanbuiten leren. Het vraagt intensere voorbereiding, maar leidt tot veel meer inzicht en voldoening. Ook voor de proffen trouwens. En daarnaast regelmatig ontspannen en gaan sporten natuurlijk.