in mijnen tijd

02/05/2018
in mijnen tijd (© Lize D'haese | dwars)
🖋: 

verleden

Wie jong was aan het einde van de jaren '90, groeide op met sprekende knuffeldieren. Naast Samson, Pino en het Liegebeest speelde vooral een wollig kuiken met ellenlange wimpers de hoofdrol in onze prille kinderjaren: de Furby. In 1998 alleen al vlogen wereldwijd meer dan 27 miljoen van deze kleurrijke beestjes over de toonbanken. Iedereen had wel een vriendje of vriendinnetje dat trotse eigenaar was van dit pluizige schepsel. En iedereen wilde natuurlijk zelf ook een exemplaar. Want wie kon er nu aan zo'n vrolijke kleurtjes en indringende blik weerstaan? Uren en dagen en maanden brachten we door met dit eigenaardige huisdier. We gaven het eten, leerden het nieuwe woordjes, lieten het praten met Furby's van klasgenootjes en gaven het bakken liefde en aandacht. Af en toe beet het wel eens in onze vinger wanneer we die op zijn tongetje legden om het 'eten' te geven, of schrokken we midden in de nacht wakker van de schril gepiepte woorden "Mama? Hungry!". Maar ach, met hun lieve grote ogen kwamen ze overal mee weg.

 

heden

Achteraf gezien is de intussen naar de zolder verbannen Furby misschien toch niet zo schattig. Over de anatomische correctheid van het donzige scharminkel – Is het een uil zonder vleugels? Een hamster met een vogelbek? Of een vleermuis met veren? – zullen we het maar niet hebben. Hun talenkennis blijkt echter interessanter dan we als kleuter beseften. Het Furbish lijkt niet meer dan een brabbeltaaltje zoals dat van de Sims, maar er blijkt wel degelijk een ingewikkeld programma achter te zitten dat de taal van de beestjes doet ontwikkelen naarmate ze 'opgroeien'. Ze pikken woorden op uit hun omgeving en leren zo steeds complexere woordenschat en grammatica. Zo efficiënt zelfs dat de NSA uit angst voor informatielekken ooit het bezit van een Furby verbood aan al haar werknemers.

 
toekomst

Er zijn intussen nog heel wat nieuwe versies van de knuffel op de markt gebracht, maar het succes uit hun beginjaren zullen de pluizenbolletjes nooit meer evenaren. Met de komst van smartphones en tablets zijn sprekende knuffels al lang niet meer zo innovatief, en zonder de moraal die we in Sesamstraat tenminste nog meekregen, zijn ze ook niet erg tijdloos. Daar zal zelfs de recent ontwikkelde Furby-app maar weinig aan kunnen veranderen. Hun steeds complexere communicatieve vaardigheden kunnen misschien wel nog geld opbrengen. Wat er achter de schermen gebeurt bij staatsdiensten, daar hebben we natuurlijk het raden naar, maar wie weet is voor de Furby nog wel een carrière weggelegd bij de nationale geheime dienst van Rusland. Samson zou er nog wat van kunnen leren.



02/05/2018
een Chiro zonder uniform en zonder oordeel (© Annelin Marien | dwars)
🖋: 

Er zijn bijna 900 chirogroepen in Vlaanderen, maar weinige zijn zoals Chiro Dolfijn. Deze Chiro in de Seefhoek zet in op diversiteit en kansen: kinderen en jongeren van alle nationaliteiten uit kansarme gezinnen kunnen hier elke zondag terecht om al spelend te groeien. Geen stress omdat het chiro-uniform te duur is, of omdat het lidgeld niet kan worden betaald, want bij Chiro Dolfijn worden er geen uniforms gedragen en is lidgeld niet nodig. Elke zondag zorgt de leiding ervoor dat deze kinderen een activiteit hebben om tijdens de week naar uit te kijken, en dat is nodig voor veel kansarme kinderen. En, goed nieuws: Chiro Dolfijn zoekt altijd nieuwe leiders/leidsters! Als je dus tijdens de examens het gevoel hebt dat je wel wat maatschappelijke relevantie kan gebruiken, denk er dan eens over om bij Chiro Dolfijn te gaan. Wij spraken met Zeno Cypers, leider bij deze warme chirogroep.

Hey Zeno, waarom is Chiro Dolfijn zo belangrijk?

 

Met Chiro Dolfijn kunnen wij de kinderen uit de Seefhoek een minimum van structuur aanbieden, elke zondag zijn er begeleide activiteiten. Het is ook belangrijk dat ze tijdens het spelen worden begeleid, in plaats van op straat rond te hangen. We willen ook de boodschap meegeven dat chiro er is voor iedereen, ongeacht je achtergrond. Geen lidgeld en een minimum aan kosten zorgen ervoor dat we bij Chiro Dolfijn kinderen en jongeren kunnen bereiken die anders buiten het gewone vrijetijdsaanbod zouden vallen. Maar ook zij willen niets liever dan spelen en plezier hebben!

 

Hoeveel kinderen komen er langs op een zondag?

 

Dit jaar zijn er 40 leden ingeschreven, maar je moet niet per se ingeschreven zijn als je op zondag wil langskomen en mee komen spelen. Vaak nemen de kinderen vriendjes, broertjes, zusjes, buurjongens of -meisjes mee en zo groeit het ledenaantal snel. De groepssamenstelling is dus elke week anders.

 

Welke nationaliteiten zijn er allemaal vertegenwoordigd?

 

Iedereen is welkom bij ons, ongeacht afkomst. We focussen ons natuurlijk, net als andere chiro’s, vooral op kinderen uit de buurt, de Seefhoek dus. Maar er zijn heel veel nationaliteiten bij ons vertegenwoordigd: Vlaams, Marokkaans, Surinaams, Turks, Pools, en noem zo maar op.

 

Welke activiteiten doen jullie zoal?

 

De gewone chirospelletjes, zoals verstoppertje, Kiekeboe, balleke stamp, maar ook pijlentocht door de stad, limbowedstrijden, Levend Cluedo … Soms blijven we in onze chirolokalen, maar vaak gaan we naar Park Spoor Noord, het Eilandje of De Meir om spelletjes te spelen. Als het slecht weer is, gaan we ook weleens bowlen of naar een binnenspeeltuin, helemaal niets anders dan een andere chiro dus. We gaan ook elke zomer op kamp, dit jaar is dat begin juli.

 

Mag iedereen mee op kamp, en hoeveel kost dat?

 

Iedereen mag mee op kamp, ook kinderen die tijdens het jaar niet de activiteiten niet hebben bijgewoond. Wij koken halal op kamp, zodat niemand een grens hoeft te voelen om mee te komen. Het kamp kost precies het bedrag dat je terugkrijgt van de mutualiteit, dus dat kan ook geen probleem zijn. Zo hebben wij geld om alles te betalen maar hoeven ouders zich geen zorgen te maken over het budget.

 

Welke kwaliteiten moet een leider in jullie chiro zeker hebben?

 

Als je leiding wilt worden bij Chiro Dolfijn, moet je zeker enthousiast zijn. Je moet ook stevig in je schoenen staan, geduld hebben maar vooral zeer tolerant zijn, en openstaan voor de leden en hun verhaal.

 

Komen jullie ook soms problemen tegen?

 

‘Zondag = chirodag’ is niet bij iedereen even sterk ingebakken, dus thuis aanbellen of de leden gaan zoeken op pleintjes is zeker niet uitgesloten. Soms worden muggen ook snel olifanten, en hard zijn is soms onvermijdelijk. De kinderen hebben vaak een enorme bagage mee van thuis, en daardoor zitten ze soms slecht in hun vel of komen ze met zware verhalen waar soms moeilijk op te reageren valt. Maar het zijn allemaal schatjes, en het geeft veel voldoening om hen een toffe zondag te geven!

 

Als student kan je ook je bijdrage leveren aan Chiro Dolfijn. Zij zijn namelijk altijd op zoek naar nieuwe leiding om het team te versterken, omdat zij soms wat overdonderd worden door het aantal enthousiaste kinderen. Ook voor enkel het zomerkamp kan je je aanmelden. Je kan Chiro Dolfijn via hun Facebookgroep bereiken, of Zeno een bericht sturen op zenocypers@hotmail.com. De kindjes van de Seefhoek zullen je dankbaar zijn!



dwarsdoorsnede

01/05/2018
[HORAN] (© [Oscar Terryn] | dwars)
🖋: 
Auteur

Op 30 april liet Niall Horan zijn stem door Vorst Nationaal galmen. Hij laat harten sneller slaan en ogen vullen zich met tranen. Waaronder die van mij.

Voor de verandering ben ik eens aangenaam verrast door het voorprogramma, dat door de ondertussen zelf al redelijk bekende Julia Michaels verzorgd wordt. Ze mag dan wel zingen dat ze issues heeft, op haar podiumprésence is weinig aan te merken. Zo is ze de ideale opwarmer voor Niall Horan. 

Met On the Loose is de zaal meteen ook losgeslagen. Horan zet sterk in en algauw fluiten mijn oren van het gegil van de vele meisjes in de zaal. Ik ben dan ook hoogstwaarschijnlijk een van de enige jongens die vrijwillig aanwezig is. Na de knallende opener gaat Horan verder op hetzelfde elan met The Tide, een nummer dat al lange tijd tot mijn favorieten behoort en dus zing ik elk woord enthousiast mee. 

Na zijn openingswoorden speelt hij zijn allereerste solosingle This Town. Een nummer dat ik altijd wel mooi heb gevonden, maar me life de rillingen over het lijf doet lopen. Horans breekbare stem komt goed tot zijn recht in het uiteindelijk niet overweldigend grote Vorst Nationaal en doet waarschijnlijk meerdere meisjesharten breken. 

Horan heeft een drukke dag gehad, vertelt hij ons. Zo is hij gaan golfen en hebben hij en zijn band hun haar laten knippen, waarschijnlijk de reden dat hij zijn cowboyhoed niet draagt. De anekdote doet het publiek lachen en geeft het optreden een persoonlijker karakter. Helemaal perfect wordt het wanneer hij daarna mijn lievelingsnummer, Paper Houses, zingt. Opnieuw zing ik uit volle borst mee, opnieuw lopen er rillingen over mijn lijf en krijg ik kippenvel. 

Wanneer Horan Seeing Blind begint te zingen (zijn duet met Maren Morris) verwacht ik dat Julia Michaels weer op het podium zal verschijnen om Morris’ rol over te nemen. Het is toch een lichte teleurstelling wanneer dat niet gebeurt en Horan het publiek haar rol laat innemen. Ach ja, ik heb een duet gezongen met Niall Horan en jij niet.

Security? Can we get security?”, vraagt Horan plots terwijl hij naar het staand publiek wijst. Een meisje kan de hitte niet meer aan en wordt onwel. Gelukkig is Horan allert. Direct daarna volgt misschien wel het meest magische moment van de show. De lichten dimmen en Horan vraagt aan iedereen om zijn gsm weg te steken.  Met Flicker probeert Horan ons over te brengen wat het nummer voor hem betekent. Eerst met een beetje uitleg daarna door meer emotie in zijn performance te steken. Onze harten kunnen niet anders dan te flikkeren tijdens dit nummer. 

Tijdens Fool’s Gold, een nummer uit zijn vorige muziekcarrière, is hijzelf de enige muzikant die speelt. Ook bij het nummer erna, deze keer op de piano, is dat het geval. So Long was de ontdekking van de avond. Het nummer haalde het album uiteindelijk niet en na deze performance kan ik alleen maar zeggen dat dat doodzonde is. Als ik het beter kende, was het hoogstwaarschijnlijk mijn lievelingsnummer van de avond geweest.

Fire Away en heel de zaal licht op in alle kleuren van de regenboog, een initiatief van de fans zelf. Elk blok heeft zijn eigen specifieke kleur gekregen om deze te vormen. Het is een mooi moment dat aantoont hoe veel deze show betekent voor Horans fans. 

Tijdens de encore kan je Horan zelf haast niet meer horen zingen omdat het publiek Drag Me Down zo luidkeels meezingt, ik natuurlijk ook. Ook Slow Hands wordt enthousiast onthaald. Hij sluit af met On My Own, de ideale anthem om dat te doen. Het gejoel wordt ondertussen zo luid dat mijn trommelvliezen het bijna niet meer aankunnen. Toch mag het van mij zo lang mogelijk blijven duren, aangezien het daarna gedaan is. 

Niall Horan heeft duidelijk zijn eigen richting gevonden ondertussen. Hij staat als een zelfverzekerde muzikant zijn eigen nummers met passie en overgave te zingen. En wat mij betreft mag hij dat nog heel lang blijven doen. 



studievoortgang, leerkrediet en andere regels

30/04/2018
[vliegende papieren] (© [Rin Verstraeten] | dwars)
🖋: 

Met de examens voor de deur heeft iedereen het zich al eens afgevraagd: wat als het foutloopt? Hoe zit het nu eigenlijk met alle regeltjes rond studievoortgangsbewaking en leerkrediet? De vraag 'Kan je studiepunten bijkopen?' schiet de hoogte in, in Googles zoekstatistieken en in een procrastinatiebui wordt iedereen expert in de mazen van de studievoortbewakingsregels. Niemand die beter kan vertellen hoe het écht zit dan studenten die zelf een einde moesten maken aan hun studie. Geen enkel verhaal is hetzelfde. Dat bewijzen die getuigenissen van Gert, Sofie en William.

rugzakjes en stoplichten

Om te beginnen kan je studie stopgezet worden wanneer je leerkrediet op is. Studentenbegeleider Hanne Van Balen licht toe: “Het leerkrediet is een systeem van de Vlaamse Overheid. In het begin van je opleiding krijg je een virtueel ‘rugzakje’ met 140 studiepunten leerkrediet. Die studiepunten kan je inzetten. Behaal je op het einde van het jaar dat opleidingsonderdeel, dan krijg je die studiepunten terug. Niet slagen voor een vak betekent dat je die studiepunten kwijt bent. Wanneer je te weinig leerkrediet hebt, zal je inschrijving in principe aan elke hogere onderwijsinstelling geweigerd worden.”

Wie lichte paniek voelt opwellen bij zo’n uitspraak, hoeft zich niet meteen zorgen te maken. “Je leerkrediet raakt niet op door te struikelen over een paar buisvakken. Je hebt echt heel wat leerkrediet: meestal wordt het uitgeput door meer dan één jaar heel weinig studiepunten te halen”, zegt Hanne Van Balen.

 

Ik haalde het drie jaar na elkaar niet, en werd daarom één jaar lang geweigerd. – Gert

 

Wat vaker gebeurt, is dat studies stopgezet worden door het systeem van studievoortgangsbewaking. Je komt onder studievoortgangsbewaking te staan als je minder dan zestig procent van je studiepunten behaald hebt op een jaar. Wanneer dat gebeurd is, krijg je een waarschuwing – een oranje licht, zeg maar – van de universiteit. Heb je het jaar erop opnieuw geen zestig procent behaald, dan krijg je een rood licht en kan je je niet meer inschrijven voor die studierichting.

Sofie, die tot vorig jaar Toegepaste Economische Wetenschappen studeerde, moest stoppen nadat ze twee jaar na elkaar te weinig studiepunten behaalde. “Het vak accountancy heeft mij genekt, dat sleepte ik al vijf jaar mee. De laatste twee jaren vond ik ook weinig tijd om te studeren omdat ik mijn eigen bedrijf had opgestart.” Opnieuw inschrijven bij TEW ging niet meer, maar omdat Sofie nog genoeg studiepunten had, kon ze zich probleemloos inschrijven bij een nieuwe studierichting.

 

ongelijkheid tussen de universiteiten

Het leerkredietsysteem is dan wel voor alle universiteiten gelijk, maar hoe studievoortgangsbewaking wordt ingevuld kan sterk verschillen. Bij UAntwerpen geldt zo de zestigprocentregel, terwijl je aan KU Leuven en aan UGent pas onder studievoortgangsbewaking komt te staan als je twee jaar na elkaar vijftig procent van je studiepunten niet hebt gehaald. Op dat vlak worden onze Leuvense en Gentse collega’s dus minder streng behandeld. Toch heeft bijvoorbeeld KU Leuven een regel die je aan de Universiteit Antwerpen niet vindt: wie voor bepaalde vakken na drie jaar niet slaagt, zal geweigerd worden voor alle studierichtingen waar dat vak in voorkomt.

Dat gebeurde bij Gert, die Criminologie studeerde. “Methodologie was een vak dat me absoluut niet lag. Ik haalde het drie jaar na elkaar niet, en werd daarom één jaar lang geweigerd. Na een jaar probeerde ik het opnieuw, maar ook toen heeft Methodologie mij genekt.”

Nog frappanter is dat je aan sommige Vlaamse universiteiten studiepunten kan 'kopen', terwijl dat bij andere universiteiten niet mogelijk is. Aan KU Leuven, VUB en UHasselt kan je een aanvraag voor verhoogd studiegeld doen. Voor ongeveer het dubbele van het normale inschrijvingsgeld kan je je toch aan die instellingen inschrijven, ook al is je leerkrediet op. Aan de Universiteit Antwerpen en aan de Universiteit Gent gaat dat niet. 

 

stoppen uit eigen beweging

Niet iedereen stopt omdat zijn of haar studiepunten op zijn. Hanne Van Balen: “Maar een klein percentage moet geweigerd worden. Een groot deel van de studenten beslist na één of meer teleurstellende jaren zelf dat herinschrijven geen goed idee is.” William is zo’n student. Tien jaar geleden startte hij met de studie Psychologie. “Ik was toen totaal niet gemotiveerd en heb vooral veel gefeest. Na een jaar had ik geen enkel vak gehaald, dus moest ik van mijn vader ‘iets nuttigs’ gaan doen. Uiteindelijk koos ik voor Marketing. Dat hield ik twee jaar met matig succes vol, tot ik ook dat spuugzat werd.”

 

Ik was toen totaal niet gemotiveerd en heb vooral veel gefeest. – William 

 

William besloot daarna zonder diploma de arbeidsmarkt op te gaan en kwam na een paar jaar bij de opleiding Taal- en Letterkunde terecht. “Dat was wél mijn passie, en daar heb ik mij ook volledig voor gesmeten. Ik moest wel, want door die vorige studies was mijn leerkrediet gereduceerd tot 65 studiepunten.” Hij had naar eigen zeggen dus maar een marge van vijf punten om te falen. “Dat was een grote stimulans, want dan ga je nooit voor de tien.”

 

er is leven na de unief

Wanneer je stopt met een studierichting, hoeft dat dus niet het einde te betekenen van je studiecarrière. William behaalde enkele maanden geleden zijn diploma Taal- en Letterkunde en ook Sofie begon weer aan de hogeschool. “Omdat ik nog wel studiepunten genoeg had, was beginnen aan een nieuwe richting geen probleem”, zegt ze. “Nu heb ik bovendien het statuut student-ondernemer, wat de combinatie met mijn bedrijf veel gemakkelijker maakt.”

 

Omdat ik nog studiepunten genoeg had, was beginnen aan een nieuwe richting geen probleem. – Sofie 

 

Gert is drie jaar lang geweigerd aan de universiteit en werkt ondertussen. “Ik vond het langs de ene kant normaal dat ik moest stoppen, maar langs de andere kant is het natuurlijk spijtig. Gelukkig ben ik goed begeleid door de universiteit, zo konden we samen zoeken naar oplossingen en alternatieven.”

Stoppen met je studie is geen fijne ervaring, maar er is altijd een alternatief. Wie zelf twijfelt over zijn studiekeuze, kan altijd terecht bij de dienst Studieadvies en Studentenbegeleiding (STIP). Zij bieden individuele begeleiding en workshops aan.



vechtscheiding bij de Ingenieurswetenschappen

30/04/2018
FTI zoekt club (© [fotograaf] | dwars)
🖋: 
Auteur

“FTI zoekt club!” Op 28 maart maakte UAntwerpen op de Facebookpagina van de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen (FTI) bekend dat de faculteit op zoek was naar een nieuwe studentenvereniging. De samenwerking tussen Vulcanis-Brabo en UAntwerpen werd stopgezet. Op sociale media ontstond een verhitte discussie (lees: scheldtirade) tussen de Vulcanis- en Brabo-aanhang.

Om de polemiek van de afgelopen weken goed te kunnen begrijpen, dienen we terug te gaan in de tijd. Aanvankelijk waren Vulcanis en Brabo twee aparte studentenclubs die allebei actief waren binnen de Ingenieurswetenschappen (IWT). Vulcanis had zijn thuisbasis op de Paardenmarkt, terwijl Brabo werd opgericht aan Don Bosco (nu KdG) in Hoboken. In het academiejaar 2013-2014 werden de Ingenieurswetenschappen naar een universitair niveau getild. Bouwkunde en ICT zaten aan de Paardenmarkt en werden onder de vleugels genomen door Vulcanis. Chemie en Elektromechanica werden aan Don Bosco in de watten gelegd door Brabo.

Niet lang hierna besliste de universiteit dat alle richtingen van Toegepaste Ingenieurswetenschappen samen gezet zouden worden in een gebouw op Campus Groenenborger (CGB). Brabo splitste op in twee clubs; een deel bleef op KdG Hoboken (Brabo HC vertegenwoordigt de IWT richtingen op KdG), een ander deel verhuisde mee naar CGB (Brabo UC). UAntwerpen eiste echter dat er één faculteitsvereniging zou zijn voor deze nieuwe, eengemaakte faculteit. Vulcanis en Brabo wilden uiteraard hun rijke geschiedenis verder zetten, maar tot een consensus leek het eerst niet te komen. Na vele vergaderingen en discussies kwam er dan toch witte rook uit de schoorsteen: Vulcanis-Brabo was geboren.

 

moeilijke samenwerking

Van het begin af aan was het duidelijk dat de samenwerking niet van een leien dakje zou gaan. Voor de fusie konden beide clubs het naar eigen zeggen goed met elkaar vinden. Door de samenvoeging van de twee clubs kwam aan het licht dat de visie van beide verenigingen mijlenver uit elkaar lag.

De leden van Vulcanis waren ontgoocheld over het hebberige gedrag van Brabo. De clubs konden zonder deze fusie immers zonder problemen naast elkaar blijven verder bestaan. Met de fusie verloor Vulcanis het alleenrecht als faculteitsclub. Een doorn in het oog van menig Vulcaan. Brabo werpt echter tegen dat er dit jaar veel is misgelopen doordat Vulcanis niets wou afgeven. Als nieuwe fusieclub zouden ze allebei water bij de wijn moeten doen. Het bleek echter dat Vulcanis de wijn enkel puur dronk. Gemaakte afspraken werden meermaals niet nagekomen.

 

Vrijheid van vereniging is een Belgisch grondrecht. – Tinne Nijs (studentencoach UAntwerpen)

 

Vulcanis verduidelijkt dat de Vulcanen gewoon zoveel mogelijk van hun geliefde club wilden behouden. Zowel op visueel als op traditioneel vlak. UC Brabo had daarentegen niet echt de intentie om hun club te behouden, aangezien ze nog konden terugvallen op HC Brabo. Aan UAntwerpen wilden zij een volledig nieuwe faculteitsclub.

De twee clubs leggen een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de universiteit zelf. Er was namelijk al veel langer sprake van de fusie van FTI en de bijhorende verhuis naar CGB. Toen de vernieuwing vanaf 2015-2016 effectief werd doorgevoerd, moest de fusie van Vulcanis-Brabo op korte termijn afgehandeld worden, met alle gevolgen van dien.

 

opheffing

Brabo meent dat UAntwerpen voor een deel schuld treft. In het praesidium van Vulcanis-Brabo had Vulcanis in ledenaantal het overwicht. “UC Brabo heeft meerdere malen aangegeven dat er bepaalde zaken verkeerd liepen, zaken waartegen wij als minderheid geen weerstand konden bieden. Een reactie van UAntwerpen bleef echter uit.”

Vooral de doopweek afgelopen november leidde tot de uiteindelijke breuk tussen de leden van Vulcanis en Brabo. Geruchten over studenten die hun eigen braaksel moesten opeten deden via verschillende kanalen de ronde. Brabo ging niet in op de details, maar bevestigde dat er bepaalde zaken zijn gebeurd die voor hen absoluut niet door de beugel konden.

 

Niets is verplicht tijdens een doopweek. Je kiest zelf als schacht waaraan je meedoet en wanneer. – Vulcanis

 

Ook Vulcanis geeft toe dat de frustraties aan weerszijden opkookten en er buiten de lijntjes is gekleurd door beide partijen. “We willen wel duidelijk maken dat niets verplicht is tijdens een doopweek. Je kiest zelf als schacht waar je aan meedoet en wanneer. Doe je een activiteit niet mee, dan zal je daar niet vies door worden bekeken, noch zal een deelname aan de doop worden ontnomen.”

Brabo heeft daarna tijdens een vergadering de deur achter zich dichtgetrokken. “De veer was gebroken. Toen ze ook nog eens de praeses (een Brabo-lid) wilden afzetten, zijn wij buitengewandeld. We zijn wel nooit statutair uit de club gestapt.”

Vulcanis zegt hierover dat door de enorme toename aan wrijvingen tijdens en na de doopweek de leden afkomstig van UC Brabo besloten Vulcanis-Brabo te verlaten. Dit druiste in tegen de voorwaarde opgelegd door de faculteit: “Het praesidium van Vulcanis-Brabo moet bestaan uit leden zowel van Vulcanis als van UC Brabo.” Vulcanis-Brabo werd hierdoor geschorst als faculteitsvereniging.” Tinne Nijs, studentencoach UAntwerpen, verduidelijkt dat de club op zich niet verboden is geworden.

 

De veer was gebroken. – Brabo

 

“De faculteit besliste om de club niet verder te erkennen als faculteitsclub en ook de kringraad onder ASK-Stuwer nam de beslissing om de club uit de kringraad te verstoten, maar iedereen is vrij om zich te verenigen. Vrijheid van vereniging is een Belgisch grondrecht.”

 

nieuwe vereniging

Na de oproep van de FTI op 28 maart dat er een nieuwe faculteitsvereniging gezocht werd, hadden zich twee nieuwe studentenverenigingen aangeboden: Lugos en Ingenium. Beide clubs hebben zich op 24 april voorgesteld en tot 27 april kon er gestemd worden. Op sociale media ontstond er opnieuw een verhitte discussie, omdat de leden van Lugos allemaal oud-leden van Vulcanis zouden zijn. Iets waar UAntwerpen helemaal geen graten in zag. “In de oproep naar een nieuwe faculteitsclub werd geen enkele TI-student uitgesloten om een nieuwe club te vormen. Ervaring in het studentenleven zou juist een pluspunt kunnen zijn.” Uiteindelijk brachten 518 studenten hun stem uit. Met een verschil van amper acht stemmen kwam Ingenium als winnaar uit de bus. Hopelijk kunnen zij alle ingenieurswetenschappers weer dienen en zorgen voor een vredevol nieuw academiejaar.



blikopener

29/04/2018
[blikopener kleur] (© [Natasja Van Looveren en Stine Moons] | dwars)
🖋: 

Aan het departement Productontwikkeling ontspringen fraaie projecten als enten in de lente. Prachtig en pril is het Koono-project onder leiding van Stijn Verwulgen, dat is voortgebloeid uit de masterproef van Lotte Quirijnen. Doctoraatsstudent Erik Haring ontwikkelt samen met een team experts een prothese voor kinderen met symbrachydactylie; een aandoening waarbij er vingers missen. Deze kindjes hebben van zichzelf al een zeer hoge functionaliteit en die kan nog verder verrijkt worden door middel van dit opzetstukje. Dat laat hen bijvoorbeeld toe een vork te gebruiken of een instrument te bespelen.

Het onderzoek is in januari van start gegaan en momenteel wordt het afgerond, behoorlijk snel dus. “Bij Productontwikkeling zijn we het gewend om iets te fabriceren, het zo vlug mogelijk te testen en het dan bij te stellen waar nodig”, legt Erik uit. “Er wordt een model gemaakt voor de kindjes, ze worden vervolgens een paar weken voorzien van een skillstraining en direct kijken we wat de effecten daarvan op hun handfunctionaliteit zijn."

 

greepjes en glimlachen

Kindjes die nog een deel van hun duim hebben, komen in aanmerking voor het onderzoek. Vaak missen ze tevens de middelvinger en ringvinger en sommigen hebben ook nog een resterende pink. “Een van de sterktes van ons model is zeker de individueel aanpasbare mogelijkheden die eraan verbonden zijn. Er zijn kinderen bij met vergroeide gewrichten, wel of geen spieren, ... De bouw van de Koono is dus erg afhankelijk van de resterende functionaliteit van de hand”, vertelt Erik.

Voor ze de Koono gebruiken, meten de onderzoekers de handfunctionaliteit met de SHAP, de Southampthon Hand Assessment Procedure, een gevalideerde test voor het meten van handfunctie bij protheses. Deze bevat veertien dagelijkse activiteiten en zes objecten van verschillende vormen. “Op deze manier kun je de handfunctie duidelijk in kaart brengen”, legt Erik uit.

 

De Koono is makkelijk te maken, voor elke gevraagde functie kunnen wij iets ontwerpen.

 

Koono is schijnbaar geen afkorting van een absurd moeilijke wetenschappelijke term, maar het is de vertaling van het woord 'greepje'. Lotte vond deze alomvattende term fijn klinken en besloot het hulpstukje onder deze naam de wereld in te brengen.

“De kinderen mogen zelf een kleur uitkiezen van de Koono, dit personaliseert het hulpstukje en het is ook een laagdrempelige manier om het aan te brengen. De Koono kan gebruikt worden voor het manoeuvreren van bepaalde objecten, zoals bestek, maar is ook inzetbaar als device om bijvoorbeeld gitaar te leren spelen”, vertelt Erik. “Dat creëert fantastische mogelijkheden. De Koono is makkelijk te maken. Voor elke gevraagde functie kunnen wij iets ontwerpen. Ieder kind kan dus meerdere Koono’s gebruiken voor hetgene dat zij juist willen. Zo is het mogelijk om in te zetten op specifieke wensen van de kinderen, alsook te anticiperen op hun motorische ontwikkeling”.

 

3D scan

geluk gieten 

Het Koono-opzetstukje begint met een mal van de hand uit alginaat, een bekend goedje uit de tandartsenwereld. Het handje wordt hierin gedoopt. Vervolgens wordt er gips gegoten in die gietvorm. Vanuit deze kopie van de hand maken ze een 3D-scan. “Om zoveel mogelijk details te verkrijgen van de hand is het belangrijk dat de hand niet beweegt, daarom hebben we voor deze afgietmethode gekozen. Een essentieel gegeven is bijvoorbeeld de indrukbaarheid van zachte weefsels. Als we gewoon de hand zouden scannen, dan zou een halve millimeter beweging al voor een ruis in het beeld zorgen”, verduidelijkt Erik. “De methode duurt maar tien minuutjes, deze korte tijdspanne is comfortabel voor de kinderen”. Vanuit deze scan wordt er een passend hulpstukje uitgewerkt in computer aided design en gemaakt met de 3D-printer.

Momenteel worden de opzetstukjes geconstrueerd uit PLA. “Je huis-tuin-en-keuken-3D-printmateriaal, dat we erna mooi opschuren”, aldus Erik. “de Koono wordt vastgemaakt aan de greepzijde met klittenband. Om de grip te verbeteren voegen we nog latex en EVA foam toe aan het oppervlak van de PLA”.    

3D scan

creatieve coöperatie

Erik Haring rondde in 2016 zijn masterthesis af rond handprotheses, dus het onderzoek dat nu loopt is een logisch gevolg daarvan. Samen met Lotte Quirijnen heeft hij aan het eerste ontwerpmodel gewerkt. Ook de Revalidatie en Kinesietherapie-onderzoeksgroep met Steven Truijen en Wim Saeys zet haar schouders onder deze gewichtige onderneming. Onderzoek dat over verschillende faculteiten loopt leidt dus tot magnifieke uitkomsten. Buiten de aflijning van aparte expertises worden hardwerkende handen in elkaar geslagen en kan de collectieve creativiteit elkaar voeden.

 

Net die extra levenskwaliteit toevoegen is zo mooi.

 

“Het hoofddoel van het onderzoek is de kinderen zo goed mogelijk te helpen. Er is op dit ogenblik geen type hulpmiddel van deze soort op de markt, dat echt wordt ontwikkeld door professionals. Door een relatief simpele procedure, overvloedig productiemateraal en korte training, zijn de kindjes echt snel weg met hun Koono”, zegt Erik. “Er is sowieso al een hoge functionaliteit van de kinderen ondanks hun gemis aan vingers, maar toch was er de vraag van ouders, om hun leven nog net dat tikkeltje meer te vergemakkelijken", aldus Erik. "En net die extra levenskwaliteit toevoegen is zo mooi."



editoriaal

29/04/2018
[editoriaal Anouk Buelens-Terryn dwars 116] (© [Lisa Decré] | dwars)
🖋: 

Lieve lezers, het is zover. Na deze editie begint dwars aan haar achttiende jaargang en is ze officieel volwassen. Nog maar drie jaar geleden werd ze als een puberaal meisje in mijn handen gelegd. Ze lag toen in de knoop – met zichzelf, met anderen. En noodgedwongen werd ze tussen universitaire muren geplaatst. Tegenstribbelen, dat deed ze eerst. Net als die muren.

Maar ze krabbelde overeind. En in plaats van haar onafhankelijkheid te verliezen, liet ze haar kritische stem luider horen. Ze maakte nieuwe, verrassende vrienden. Ze kreeg vertrouwen en wist zich staande te houden. Ze durfde te groeien. Zichzelf te evalueren en jeugdpuistjes op te poetsen. 

Het zou te ijdel zijn haar metamorfose toe te schrijven aan mijn eigen werk. Het waren die tientallen handen die elk op hun eigen manier haar duwtjes in de rug waren. Al die dwarsers die jaar na jaar in haar geloofden. Hopen tijd voor haar vrij maakten. Haar liefhadden. En zie haar nu blinken als nooit tevoren. Ze is klaar om op andere benen te staan.

Lieve lezers, het is zover. Na deze editie leg ik mijn dwarse pen neer. Vijf jaar geleden viel ik als een onzekere uk in dwarsgekreukelde handen. Ik lag in de knoop – met mijn studierichting en de tunnelvisies die er durven heersen. Dit boekje bood een uitweg en een stoeltje op woensdagavonden. De groenigheid achter mijn oren deerde gelukkig niet.

Met een onverwachts gemak kwam ik op mijn pootjes terecht. En in plaats van het noorden kwijt te zijn, ontdekte ik dat het engagement me ook energie gaf om me te storten op mijn studie. Ondertussen verruimde mijn denken. Vergrootte mijn kunnen. Verluidde mijn stem. Ik werd steeds groter en bleef klein. 

Het zou te ijdel zijn mijn groeien niet toe te schrijven aan al die dwarsers – boven, naast en onder mij. De meest bijzondere vriendschappen trokken me mee en lieten me niet meer los. Spraken me moed in. Bleven in mij geloven. Hadden me lief. Hoewel kraaienpootjes en denkrimpels verschenen, voel ik me babyachtig gloeien als nooit tevoren. Mijn benen kunnen mij nu dragen.

 

Lieve lezer, schrijf jij volgend academiejaar mee (aan) een dwarsverhaal? Het mijne eindigt hier. Lang, dwars en gelukkig. 



een vrouwen- én mannenzaak

29/04/2018
een bloedserieus kutprobleem (© Lisa Decré | dwars)
🖋: 

Door de reclame van Tampax ziet Moeder Natuur eruit als een vervelende vrouw van middelbare leeftijd. Zij geeft gestalte aan de maandelijkse bloederige week, die we ook omschrijven met de wetenschappelijk klinkende term ‘menstruatie’. Synoniemen zijn er bovendien te over, van Tante Rosa tot de rode vlag. Maar hoe we die week beleven − als vrouw én als man − wordt in de regel verzwegen. Taboe kleeft nog te vaak als een sticker in het onderbroekje. Moeten wij − vrouwen − onze ongesteldheid verzwijgen? En moeten wij − mannen − doen alsof onze neus bloedt?

“Nee, er moet net opener gesproken kunnen worden over menstruaties,” roept bijna de helft (49,1%) van de 1.541 deelnemers aan onze enquête. Van deze 18- tot 25-jarige respondenten is weliswaar maar 14 procent van het mannelijke geslacht. Het zijn dus duidelijk vooral de vrouwen die zich geroepen voelen om zich uit te spreken over het onderwerp. Ook geslacht X vulde de enquête in, maar omdat er te weinig data uit voorkwamen, kunnen we hen helaas niet bij het gesprek betrekken. “Menstrueren is iets natuurlijks, we zouden er opener over moeten praten!” reageerden enkele jongeren als vrije opmerking in onze enquête.

 

publiek of privaat 

Maar niet elke deelnemer is van mening dat er meer woorden moeten worden vuilgemaakt aan menstrueren. “Persoonlijk vind ik dat er meer taboe wordt gecreëerd als je het onderwerp in zulke schijnwerpers zet”, laat een deelneemster horen. Door de Chinese zwemster Fu Yuanhui kwamen de maandelijkse bloeding en de bijhorende fysieke klachten bijvoorbeeld wereldwijd in het nieuws. Ze leverde niet de gehoopte zwemprestatie en verklaarde achteraf dat ze moe was omdat ze de dag ervoor haar regels had gekregen. “Maar dat is geen excuus, ik zwom ook niet goed genoeg”, reageerde ze. In de krantenkoppen werd ze geprezen, want volgens velen brak ze het taboe over menstruatie in de sportwereld.

De begrippen ‘taboe’ en ‘menstruatie’ lijken wel vaker hand in hand doorheen tijdschriften en kranten te wandelen. Hoewel het onderwerp meermaals wordt bovengehaald, lijkt het even vaak als taboe bestempeld te worden. “Ik ervaar zelf geen taboe”, deelt een vrouwelijke deelnemer. “Maar als het onderwerp steeds naar boven wordt gehaald, gaan er meer mensen aandacht aan schenken. Daardoor voel ik me juist meer verlegen en kan ik er moeilijker over praten. Door het als taboe te beschouwen, maak je er juist meer taboe van.” Een andere vrouw staat haar bij: “Het blijft naar mijns inziens een privaat onderwerp dat voornamelijk in intieme kringen besproken kan worden.”

What’s the fuss about?” vraagt een andere respondente zich dan weer af. En ook bij enkele deelnemende mannen merken we zo'n houding op. “Praten over menstrueren is te vergelijken met een gesprek over kakken. Het moet kunnen, maar het hoeft niet”, is een van de statements. “Als een vrouw echt problemen heeft tijdens de menstruatie, moet ze niet verlegen zijn om daarover te praten. Er hele debatten aan spenderen, lijkt me dan weer wel overbodig”, is een ander mannelijke visie.

 

Het stigma van de 'insensitieve man die er niets vanaf weet' wordt snel geplakt.

 

‘Problemen’ en ‘maandstonden’, het zijn twee andere woorden die vaak aan elkaar gekoppeld worden. En terecht, een op de vier vrouwelijke jongeren geeft immers aan dat het ongemak hun grootste hinder is tijdens het menstrueren. Mannen zitten hier op dezelfde lijn: een op vijf denkt eveneens dat het ongemak van de ongesteldheid het vervelendste is. Het blijkt nochtans niet altijd evident om te spreken over die ongemakken of er begrip voor te hebben. “Dat menstrueren problemen met zich meebrengt, bijvoorbeeld tijdens het zwemmen, begrijp ik best”, laat een mannelijke deelnemer weten. “Maar dat is een probleem van degene die ermee zit.”

 

durven we zwemmen?

“Het valt mij vooral op dat communiceren over regels tussen man en vrouw eerder taboe is dan communiceren over je ongesteldheid met vrouwen”, bedenkt een vrouwelijke jongere. “Je maakt het allebei mee, dus je hebt die common ground. Als man weet je wel wat het is, maar het gaat om bloed dat uit een gaatje komt waar zij normaal plezier uit halen. En ik denk dat ze daarom liever zwijgen over menstrueren. Hoe minder erover gepraat wordt, hoe minder reëel het wordt in hun hoofd. Zo blijft de connotatie vagina – seks, en niet vagina – bloed.”

 

En ik denk dat mannen daarom liever zwijgen over menstrueren: hoe minder erover gepraat wordt, hoe minder reëel het wordt in hun hoofd.

 

Wel, hoe zit het nu met het taboe in de slaapkamer? Delen we de lakens wanneer zij ongesteld is? De antwoorden van de vrouwen en de mannen zijn hetzelfde. Bij de heren had 41,4 procent al eens seks tijdens de regels van zijn vaste bedpartner of friend with benefits. Bij de dames horen we hetzelfde: 41,9 procent. “Als mannen menstruatiebloed vies vinden, zullen wij onze mond eens opentrekken over sperma”, verzucht een deelneemster. Een andere: “Wij hebben gewoon andere seks tijdens die tijd van de maand.”

Een bloederige seksuele ervaring of niet, die correleert niet noodzakelijk met de wil van de partners. Hoe staan we tegenover seks tijdens die week van de maand? 21,8 procent van de dames en 25,9 procent van de heren heeft er geen problemen mee. “Ik wil wel, maar mijn partner ziet het niet zitten”, is een antwoord dat 3,4 procent van de deelneemsters aankruist. Het mannelijk percentage ligt hierbij hoger: 13,6 procent van de mannen ziet er geen graten in, maar heeft een partner die het idee niet in praktijk wil omzetten.

Volgens professor dokter Yves Jacquemyn – diensthoofd Gynaecologie-Verloskunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen – zijn het vooral de blanke Europese koppels die seks overwegen tijdens haar ongesteldheid. “In Afrika en Azië is het vaak cultureel not done om nog maar in de buurt te komen van een menstruerende vrouw, laat staan om seks te hebben.” Dat nuanceert en beaamt professor dokter Kristin Hendrickx: “In de traditionele culturen worden vrouwen inderdaad niet benaderd tijdens hun menstruatie. Dit omdat ze dan als ‘onrein’ worden gezien, maar ook uit vorm van respect. En die taboes rond bloedingen bestaan niet enkel bij deze culturen, maar ook binnen onze Westerse samenleving.”

 

verstoppen die handel

En dus is het jammer dat Philippe Geubels in Taboe geen aflevering maakte rond menstruerende vrouwen, verzucht een dame: “Boy, that would have been a treat.” De vrouwen reageren echter erg verdeeld wanneer we vragen of er openlijker over het (maandelijks) bloeden gesproken moet worden. “Het is een privé-aangelegenheid en dat mag het ook blijven”, geeft een vrouw aan. Anderen vinden dan weer dat het wel openlijker besproken mag worden, “maar wel onder vrouwen”. In private sfeer zegt 93,5 procent van de meisjes en 89,2 procent van de jongens wel al over de tijd van de maand gesproken te hebben met hun (ex-)lief of bedpartner. Een taboe in de privésfeer is menstrueren dus alvast niet. Dat het in de intieme kring blijft hangen, vindt een andere deelneemster wel bedenkelijk. “In andere culturen wordt er een feest gegeven als een meisje vruchtbaar blijkt. Hier wordt er stiekem maandverband toegestopt en verteld hoe je het het beste verstopt.” 

Hoe zit het nu eigenlijk met dat verstoppen van hygiënische producten? Doen we dat (nog)? De meerderheid van de vrouwen verbergt inderdaad toch liever haar regels. Het meesmokkelen van die tampon in de mouw of dat verbandje in de broekzak gebeurt door 80,2 procent. 6,1 procent stelt haar wc-bezoek uit en 13,7 procent geeft aan helemaal niets te verbergen.

We laten niet graag aan de buitenwereld weten dat de rode vlag uithangt. Als we dit doen uit gêne, is dat nergens voor nodig. Slechts 1,7 procent van de vrouwen voelt zich onwennig wanneer een andere vrouw spreekt over haar regels. En bijna zeven op de tien mannen (69,1%) zegt zich nooit onwennig gevoeld te hebben wanneer het onderwerp ter sprake kwam. 26,8 procent van de overige heren zegt dat ze er zich vroeger ongemakkelijk bij voelden, maar er nu geen probleem meer mee te hebben. Amper 4,1 procent van de mannen wordt in dergelijke gevallen ongemakkelijk.

 

barrière der geslachten

Waarom schijnen vrouwen dan het gevoel te hebben dat er niet openlijk over menstrueren gesproken kan worden? Bijna alle deelnemers van onze enquête zeggen immers dat menstruatiepraat geen probleem is, maar toch lezen we nog de volgende verzuchting: “Als ik nu vermeld dat ik mijn regels heb, vinden mannen dat too much information en weten ze niet waar te kijken. Waarom toch? Als je in je vinger gesneden hebt en pijn hebt, wil je daar toch ook even over klagen?” Een mannelijke respondent kaatst de bal terug. Hij geeft aan hoe hij buiten vertrouwde kring weinig ‘corrects’ kan zeggen omdat het stigma van de ‘insensitieve man die er niets vanaf weet’ snel geplakt wordt. 

De gespreksbarrière tussen de geslachten, soms kan je er niet omheen. Dat ziet ook Tante Rosa, een webshop gespecialiseerd in wasbaar maandverband en menstruatiecups. Zij organiseren cupparty’s, vergelijkbaar met een Tupperware avondje onder vriendinnen, maar dan met hygiënische producten. Elisabeth De Vos, die de avondjes organiseert, vertelt dat bij de cupparty’s mannen niet toegelaten zijn. “Die regel is er gekomen omdat we merkten dat sommige vrouwen zeer verlegen werden wanneer er een man aanwezig was", licht ze toe. "Sommigen praten niet over (hun) ongesteldheid met mannen. Anderzijds hoor ik ook van onze klanten dat hun man soms absoluut niets wil weten over de menstruatie van hun vrouw. Die vrouwen verstoppen hun cup of maandverband. Anderen hebben er helemaal geen probleem mee en wassen de verbanden van hun vrouw samen met de rest van de was.” De ene persoon praat dus al iets makkelijker over het onderwerp dan de andere. Hetzelfde geldt voor de communicatie tussen beide geslachten.

 

Het is niet omdat andere vrouwen minder of geen last hebben van hun period cramps, dat de mijne verzinsels zijn.

 

Vrouwen kunnen zuchten over de communicatieskills van mannen rond menstrueren, maar ook tussen hen onderling is er vaak sprake van miscommunicatie. “De eerste dagen van mijn regels sterf ik bijna letterlijk van de pijn en pijnstillers brengen geen verlichting. Wanneer ik dat meld op mijn werk of school, word ik als zot bekeken. Het is niet omdat andere vrouwen minder of geen last hebben van hun period cramps, dat de mijne verzinsels zijn”, schrijft een participant. Dat ziet professor Jacquemyn soms ook bij zijn vrouwelijke collega’s. “Ze projecteren soms hun eigen perceptie en ervaringen op de patiënt, waardoor ze moeilijker kunnen aannemen dat een patiënt haar menstruatiekrampen te ernstig vindt. Ik als man sta er meer onbevangen tegenover, want ik heb geen eigen referentiepunt.”

Het gebrek aan een eigen menstruatie-ervaring gaat bij mannen echter soms hand in hand met onbegrip of onwennigheid. “Mannen begrijpen niet altijd wat het inhoudt, hoeveel pijn het doet en hoeveel last het met zich meebrengt. Er worden weleens schuine mopjes over gemaakt, zoals ‘je bent zo slechtgezind, je hebt je regels, zeker?’. Maar ik denk dat we gewoon niet voldoende beseffen wat het is. Het zou nuttig zijn als er meer over werd gepraat”, vertelt een mannelijke deelnemer. Een ander beaamt: “Indien er misvattingen bestaan over menstrueren, kunnen die toch gewoon opgeklaard worden door het onderwerp meer bespreekbaar te maken?”

 

dirty details

Maar hoever moet je gaan in het informeren? Een deelneemster merkt bijvoorbeeld op dat er tijdens de lessen seksuele opvoeding veel gesproken wordt over de menstruatie, maar niet over geurtjes en hoe de crime scene er daaronder uitziet. “Het gaat voornamelijk over de cyclus en niet zozeer over hoe het eruit ziet en wat normaal is en wat niet. Voor jonge meisjes kan dit voor onzekerheid zorgen”, luidt het. Misschien hoefden niet alle dirty details op tafel gegooid te worden, maar een paar extra tips hadden handig kunnen zijn.

Hoe gebruik je maandverband en wat mag je verwachten van menstruatiebloed? We vroegen de vrouwen tussen 18 en 25 jaar of ze het gevoel hadden voldoende geïnformeerd te zijn toen ze voor het eerst ongesteld waren. 7,4 procent van de meisjes wist totaal niet wat ze plots zag. 26,7 procent wist wat het bloedverlies was, maar niet wat ze moest doen. 65,9 procent voelde zich voldoende geïnformeerd. Maar liefst een derde van de meisjes had dus toch wel baat gehad bij wat meer praktische informatie.

 

Het is een privé-aangelegenheid en dat mag het ook blijven.

 

Waarom wordt het informatieve aspect rond menstrueren niet standaard ingebouwd in de lessen? Omdat de overheid enkel het ‘wat’ vastlegt en niet het ‘hoe’ wanneer het gaat om seksuele opvoeding. Er worden eindtermen vastgelegd, maar ze mag zich niet mengen in hoe de scholen aan relationele en seksuele vorming werken. Door nuttige instrumenten ter beschikking te stellen, probeert de overheid wel te faciliteren. Onderwijskoepels, leerlingen en ouders zitten samen rond de tafel. De overheid organiseert trainingen voor scholen en Sensoa zet jaarlijks de Week van de Lentekriebels op. Hoe de jongens en meisjes de huidige aanpak van scholen ervaren, is stof voor een andere/volgende enquête.

 

verdorie, moeder Natuur, waarom

Wat wij uit onze lessen biologie onthouden hebben over menstruatie, is hoe dat eitje langs de eileider glijdt en hoe menstruatiebloed ontstaat. Maar is het maandelijks doorbreken van onze menstruaties wel zo natuurlijk als er beweerd wordt? “Nee, vanuit evolutionair standpunt is het helemaal niet bedoeld dat je ongesteld bent”, verklaart professor Jacquemyn. “Antropologen hebben de volkeren die nog het dichtst bij de natuur leven bestudeerd. Daar ziet men dat meisjes 8 tot 10 keer in hun leven ongesteld zijn. Kort na hun eerste regels zijn ze zwanger, daarna geven ze borstvoeding en dat doen ze langer dan bij ons. Dat is waarschijnlijk ook het leven waar het vrouwelijk lichaam voor gemaakt is.”

 

Vanuit evolutionair standpunt is het helemaal niet bedoeld dat je ongesteld bent.

 

Nochtans ziet bijna een op de vijf vrouwen (18,8%) hun regels graag maandelijks passeren. Een deelneemster vertelt: “Ik lijd aan PCOS (polycysteus ovariumsyndroom; nvdr). Dat is een hormoonstoornis waardoor ik, onder meer door stress, gemiddeld slechts één keer in de twee maanden menstrueer. Ik ben erg blij als mijn regels doorbreken, want dan functioneert mijn lichaam weer ‘normaal’.” In haar huisartsenpraktijk ziet dokter Hendrickx nog andere redenen waarom vrouwen graag hun maandelijkse bloeding zien passeren. “In traditionele culturen wordt de ongesteldheid gezien als een soort natuurlijke zuivering.”

Voor 35,1 procent zou echter een driemaandelijkse ongesteldheid ideaal zijn. De overige 46,1 procent ziet haar menstruaties liever nooit doorbreken. “Groot gelijk”, roept professor Jacquemyn onmiddellijk. “Het is ongemakkelijk dat je met bloedverlies en pijn zit. Het is niet meer dan normaal dat vrouwen dan op zoek gaan naar anticonceptie die hun regels niet doen doorbreken, zoals de (mini)pil en het hormoonspiraal of -implantaat. Tegenwoordig worden die middelen dan ook sterk gepromoot door de farmaceutische industrie.”

Maar niet alle vrouwen willen geholpen worden met dergelijke farmaceutische producten. “Voor vrouwen uit traditionele culturen is het bijvoorbeeld niet aanvaardbaar om een hormoonspiraal te laten plaatsen, omdat hun maandelijkse bloeding dan niet doorkomt,” vertelt dokter Hendrickx. “Door hen worden er ook veel fouten gemaakt bij het pilgebruik: de bloeding moet helemaal gedaan zijn vooraleer ze terug met een nieuwe pilstrip kunnen beginnen. Hierdoor is de stopweek soms langer dan zeven dagen, waardoor dan weer de veiligheid van de pil in het gedrang komt.” Een deelneemster vraagt zich dan weer af hoe normaal we het vinden om tien à vijftien jaar hormonen te slikken, enkel om regels te controleren. 

 

zo is het nu

Na zes volgeschreven pagina’s mag het duidelijk zijn: er bestaat geen pasklaar antwoord rond menstruatievragen. Wat je kan verwachten, is voor iedereen verschillend. Waar een deel van de respondenten antwoordt dat zij geen taboe rond menstrueren meer ervaren, roepen anderen: “Help het taboe rond dit bloedserieuze kutprobleem alsjeblieft de wereld uit!”

Het gesprek wordt duidelijk wel belangrijk gevonden, zodat mannen zich beter kunnen informeren en inleven en zodat meisjes misschien niet meer hun eerste menstruatie verstoppen thuis en met wc-papier hun eerste bloeding willen opvangen. Maar ondertussen zien wij hoe vrouwen (althans zeker binnenshuis) niet vaak meer hun mond snoeren door maandverband en hoe mannen niet massaal tampons in hun oren steken.

En dat is goed. Blijf luisteren. Professor Jacquemyn besluit mooi: “Want aangezien het heel individueel en persoonlijk is, kan je niet zeggen: voilà, mannekes, zo is het nu.”



het laatste woord

29/04/2018
vademen (© [Annelies Belemans | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘vademen’.

Iemand heeft het hoogstwaarschijnlijk ooit al bij jou gedaan. En jij doet het hopelijk af en toe ook terug. Het zijn je vrienden, je familie en je lief, die regelmatig vademen zonder het woord ooit in de mond te nemen. Het doet je geliefd voelen. Een soort stilzwijgende, verborgen liefde, zou je bijna denken. Maar nee. Vademen, dat woord kennen de meeste mensen simpelweg niet.

Iemand met uitgestrekte armen omvatten. Iemand in de armen nemen. Iemand vademen. Zeg nu zelf: “Ik wil dat je me vademt”, dat klinkt toch niet zo romantisch? Een vadem is eigenlijk de afstand van je linker- tot je rechtervingertoppen als je armen zijwaarts uitgestrekt zijn. Een beetje zoals 'voet' nog steeds een meeteenheid is in Engeland. Maar dan met wat meer romantiek.

Hoewel de 'voet' nog steeds veel gebruikt wordt, vind je 'vadem' tegenwoordig terug bij de zogeheten 'vergeten woorden'. Volgens Taaldacht, waar je deze woorden terugvindt, is 'vademen' toch nog niet helemaal vergeten. Het zou ook een West-Vlaams woord zijn. En ook in de binnenvaart zou een vadem nog steeds gebruikt worden om de diepte van het water te meten. Minder gebruikt dus, maar vergeten? 

Een vreemd woord is het wel. Alhoewel, spreek eens een paar keer het woord 'knuffel' uit. Of 'omhelzing'. Zijn dat nu veel betere opties? Gelukkig hoef je die woorden niet uit te spreken tijdens het vademen. “Kom hier, geef me een knuffel”, dat kan nog. Maar “kom hier, geef me een vadem”? Dan verdwijnt die romantiek en klinkt het al snel alsof je vraagt om een keelsnoepje. 

Hoe lelijk het ook mag klinken, een vadem is en blijft toch echt de ultieme meetbare liefdesverklaring. Van het ene vingertopje naar het andere, zoveel geef ik om je. To the vingertopje and back. Een beetje zoals kleine kindjes “zoveel” kunnen zeggen, met hun armen enthousiast uitgestrekt. En binnen die armspanne vindt de ander dan een veilige plaats. Een knuffel, een vadem, om te ontsnappen van de wereld. Om naar thuis te komen. Om gelukzalig naartoe te rennen.

Dus voordat je je armen spreidt als vleugels en de zomer invliegt, vadem je het best je kotgenoot nog eens in de strijd tegen de herexamens. Of vadem je studievrienden voordat je gaat werken en ze minder ziet. Of vadem mensen als herinnering dat je ze zal blijven zien, omdat je ze niet kwijt wilt. Deze vadem hoeft niet de laatste te zijn. 



opinie

29/04/2018
het waanidee van fietsveiligheid in Antwerpen  (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

1 april 2018. De Ronde van Vlaanderen start zoals gebruikelijk in Antwerpen. 175 renners brachten hun stalen ros in galop, en deden daarmee allen een poging om een overwinning in Vlaanderens Mooiste op hun cv bij te schrijven. Dit was echter maar voor één persoon weggelegd: Niki Terpstra. Ne Hollander die zegeviert op Vlaamse bodem. Bij de vrouwen was het Anna van der Breggen. Een Hollandse! Laten we nu eerlijk zijn. Het voetbalverstand in de Lage Landen zit dit jaar overduidelijk in België. Gaat het echter om fietsen, dan maken Nederlanders de dienst uit. Daarom is de glansrijke taak om het Antwerpse fietsbeleid onder de loep te nemen aan een kaaskop toebedeeld.

Ondanks de superioriteit van mijn landgenoten op de fiets, laat ik de kennis van iemand die zich al decennialang op een tweewieler door het Antwerpse verkeer begeeft niet liggen. Ik sprak met Renaat van Hoof, voorzitter van de Antwerpse Fietsersbond. Het stadsbestuur biedt verre van een luisterend oor als de bond zijn ideeën wil voorleggen. 

“Er is bij het stadsbestuur gewoon te weinig bereidheid om belangenorganisaties te laten meebeslissen”, begint Van Hoof. “Daarin zou de Stad een voorbeeld kunnen nemen aan de manier waarop het in Nederland geregeld is. Dat is echt een wereld van verschil. Daar wordt bij de aanleg van wegen ook rekening gehouden met fietsers. Nederland is natuurlijk een fietsland bij uitstek, maar ook in Antwerpen wordt er ontzettend veel gefietst.”

De Afdeling Mobiliteit van de gemeente verkondigt op haar website “bij de (her)aanleg van straten en pleinen zoveel mogelijk rekening te houden met de noden van alle weggebruikers”. Lekker geloofwaardig. Een telefoontje naar de betreffende afdeling bood mij weinig vruchtbaarheid. De medewerkster die ik aan de lijn kreeg, kon enkel mijn vragen over het parkeerbeleid beantwoorden, mocht ik die hebben. Ik schakelde snel, maar er kwam zo gauw geen vraag over parkeren in mij op. De vraag of ze mij dan kon doorverbinden, werd negatief beantwoord. Ik moest maar een mail sturen. Ik had er al vier gestuurd. 

Spijtig of niet, er vloeit geen digitale inkt die de inbreng van de gemeente aan dit artikel associeert. Mijn eigen inbreng begint, zodra ik in de Prinsstraat zelf op de fiets stap richting de Ossenmarkt. Halverwege de Kortewinkelstraat sla ik rechtsaf de Molenbergstraat in. Mijn hart slaat op hol en ik schiet rechts de stoep op. Een vrachtwagen nadert snel en neemt de volledige breedte van de weg in. Als een woeste stier komt hij op me af. Voor even nam ik de rol van rode lap in. Op tijd werd ik weggetrokken. 

 

verstoten door de kudde

Aan het einde van dezelfde straat sla ik linksaf. Meteen word ik als fietser geconfronteerd met de werken aan de leien, en dan heb ik het niet over het geluid dat de werkmannen en machines produceren. Er is een fietspad voorzien waar fietsers elkaar van twee kanten passeren. Eén meter hebben ze om niet tegen elkaar te botsen, of om geen voetgangers aan te rijden. Mijn alertheid zij geprezen, ik ontwijk er twee.  

“Daar hebben we al veel klachten over binnengekregen. Concrete ongevallen zijn bij ons nog niet bekend, maar opnieuw zien we dat er te weinig aandacht is voor de zwakke weggebruiker. Dat is overigens niet alleen zo bij de huidige werken aan de leien. Dat zie je bij alle werken waarbij het verkeer omgeleid moet worden”, vertelt Van Hoof.

Rechts van mij wringt een tram zich met een hoge pieptoon door de bocht. Ik houd mijn handen aan het stuur, al wil ik mijn oren ermee bedekken. Ik tracht rechtsaf de Van Ertbornstraat inslaan. Zachtjes knijp ik in de handrem en zet mijn voeten aan de grond om mij te oriënteren op het oversteken. Na enkele seconden springt het verkeerslicht op groen. Onvoldoende georiënteerd stap ik weer op mijn fiets.

Op het geasfalteerde wegdek ontdek ik al fietsend gele krijtstrepen die voor fietsers zijn aangebracht. Ik begeef me op de baan, en voel hoe de voorbijrijdende auto’s mij als fietser richting de zijkant duwen. Als een kudde runderen die het pasgeboren, mismaakte kalf buiten de groep probeert te houden. Verstoten of niet, fiets ik over de Van Ertbornstraat. Aan weerszijden van de weg is een breed fietspad aangelegd met voldoende schuwafstand – daarover later meer. In het midden bevinden zich twee doorgetrokken strepen. 

 

koude rillingen

“Nog altijd zijn er veel straten zonder fietspad. Ook hebben auto’s nog steeds te gemakkelijk toegang tot de binnenstad. Daarbij moet ik wel opmerken dat er rondom het centrum veel 30-kilometerzones zijn ingesteld, maar de politie schiet tekort in de handhaving daarvan. Auto’s rijden veel te hard zonder dat de bestuurders beboet worden”, gaat de voorzitter verder.

Wachtend voor het rode verkeerslicht droom ik langzaam weg. De zon op mijn gezicht. Windstil en …  groen! Ik zet weer spanning op de ketting en vervolg de weg die overgaat in de Quellinstraat. De verwarmende zonnestralen op mijn gezicht veranderen in een klap als ik de weg voor mij zie. Een brede baan voor de auto’s. Aan weerszijden twee brede stroken voor bussen. De geluiden van verscheidene dieselmotoren razen langs me heen. De fietsers zijn over het hoofd gezien bij de aanleg van deze weg. Het laat de andere weggebruikers koud. De rillingen lopen mij over de rug.

 

schuwafstand

De schuwafstand is de afstand tussen het fietspad en hoge of lage obstakels. “Ik moet zeggen dat daarvoor wel meer aandacht is dan 10 à 20 jaar geleden, al is het nu nog altijd minimaal”, beoordeelt de voorzitter. “Kijk, op sommige plaatsen is de baan voor auto’s heel breed. Genoeg ruimte voor brede fietspaden zou je zeggen. Maar dan worden er fietsstroken van 1,5 meter aangelegd. Dat is simpelweg te smal om voldoende ruimte te bieden voor de fietsers.”

De Groenplaats heb ik aan mijn rechterhand en ik sla linksaf de Nationalestraat in. Plots schuift er een skateboard over de baan! De fietser voor mij kan dit object op wielen nog net ontwijken. Hij moet hiervoor wel in de remmen knijpen. Enkele meters achter hem heb ik de vaart er nog goed in zitten. Ik fiets bij hem weg als Niki Terpstra en fiets over de eerdergenoemde straat. Ondanks deze stijlvolle demarrage, rijdt een grote auto mij links voorbij. Ik heb geen ruimte om hoge snelheden aan te meten. Ik moet oppassen dat ik niet met mijn voorwiel tussen de tramrails kom.

 

Hollandsche nuchterheid

Via de Mercatorstraat zet ik koers richting de Oostenstraat, Grotehondstraat en de Pretoriastraat. Het fietspad langs deze straat is breed en goed gescheiden van de baan. Chapeau Stad Antwerpen. Om in de Oostenstraat te komen, moet ik oversteken. Ik sla een kruisje en sper mijn ogen open. De verkeerslichten zijn enkel voor voetgangers. Ik fiets door rood en kom veilig aan de overkant. Eén minuut later kom ik bij de Antwerpse synagoge uit. 

Verkeerslichten zijn überhaupt niet de grootste vrienden van de Antwerpse fietser. Er gebeuren zelfs ongevallen door. “Dan gaat het om grote verkeersongevallen waarbij ook doden vielen. Fietsers die rechtdoor reden en dan van de zijkant geschept worden door een auto. Dat probleem ligt bij de verkeerslichten en het systeem dat daarachter zit. Dat moet echt verbeterd worden”, bepleit Van Hoof.

Vervolgens fiets ik door de Oostenstraat. Hier voorzie ik geen problemen voor de fietsveiligheid. Het fietspad is redelijk breed en van de baan gescheiden door betonblokken. Ik pak mijn gsm erbij om de website van de fietsersbond te openen. Het fietspad waarop ik stilsta zou te smal zijn. Met mijn Nederlandse nuchterheid oordeel ik dat het fietspad niet te smal is. Fietspaden van dergelijke omvang kennen we over de grens ook. Ik breng de banden weer aan het rollen en kom uit in de Grotehondstraat.

De fietsersbond heeft daar wel een punt met zijn kritiek. Er staan auto’s aan weerszijden geparkeerd. En hoewel dit een belangrijke doorvoerroute voor fietsers is, is er niets aangebracht voor fietsers. Niets op de weg, geen verkeersborden. Ik val dan ook bijna van mijn fiets als ik aan het einde van de straat kom. Van verbazing. De stad claimt met markering op de weg dat de Grotehondstraat een 'fietsstraat' is. 

In de Pretoriastraat is het zowaar nog erger gesteld met de fietsveiligheid. Er is een fietspad aangelegd, maar daarmee is ook alles gezegd. Het fietspad is erg smal, terwijl fietsers uit beide richtingen komen. De baan voor auto’s is juist erg breed. Ook kunnen automobilisten hun bolides met gemak aan de zijkant parkeren. Deze straat maakt pijnlijk duidelijk hoeveel belang het stadsbestuur hecht aan fietsers.

 

verdict

Ik keer terug in de Prinsstraat. Met de nodige frustratie zet ik mijn weer op zijn oorspronkelijke plek. Fietsen door Antwerpen activeert je overlevingsmechanisme als nooit te voren. Red Bull is er niks bij. Maar is dat waar je naar op zoek bent als fietser in 2018? Zachtjes schud ik mijn hoofd. 

Trekt het fietsbeleid van de Stad Antwerpen dan helemaal op niks? Dat is niet helemaal waar. Fietsers die behoefte hebben om eens het gevoel van een stalen ros onder hun zitvlak te ervaren, begeven zich op het fietspad dat parallel aan de Schelde loopt. Het fietspad is breed en door een brede berm, bomen en zelfs een hek van de baan gescheiden. Gaat het echter over de binnenstad, dan is de fietsveiligheid op zijn minst zorgwekkend te noemen. Het is te hopen dat de Antwerpse fietser op meer aandacht kan rekenen als de wegenwerken gedaan zijn. Met de werken aan de leien in het bijzonder.