uitslapen of toch maar langs het stembureau

08/04/2018
🖋: 
Auteur

De stemplicht heeft in België lange tijd voor een goede representatie gezorgd. Opkomstcijfers hebben in de jaren 70 en 80 rond de 95% gelegen. Maar die tijden zijn voorbij. Misschien zouden we dat kunnen oplossen door kiesplicht ook werkelijk als een plicht te handhaven. Maar misschien is het veel interessanter om te kijken naar waarom mensen niet meer komen opdagen.  Heeft stemmen nog wel zin? Is de impact niet zó klein dat het irrationeel is om daar je bed voor uit te komen? Laat staan de deur voor uit te gaan?

alles draait om geld

Economen proberen er tegenwoordig een cijfer op te plakken, een stem letterlijk ‘een waarde’ te geven: the selfish rationale for voting. Stel dat je uitkeringsgerechtigd bent en dat je met een linkse regering 1000,- meer uitgekeerd zou krijgen. Dat verschil is op zich niet slecht, maar de kans dat jouw stem het verschil tussen links en rechts maakt, is miniem. Misschien één op een miljoen. De verwachte impact van jouw stem op je eigen welvaart is dan duizend euro gedeeld door een miljoen, ofwel 0,1 eurocent. Een schatting die waarschijnlijk zelfs wat ruim uitvalt. We kunnen het er snel over eens zijn dat dat economisch gezien wel een heel slecht gespendeerd half uurtje is. Wouter van Dooren, professor in de politieke wetenschappen heeft geen cijfers nodig om het persoonlijke voordeel van stemmen als iets verwerpelijks te beschouwen. “Ik denk niet dat je daar als kiezer zo individualistisch naar moet kijken, zo van ‘wat haal ik er nu uit om te stemmen’, zo werkt het niet. De waarde ervan is maatschappelijk.”, stelt hij. 

Volgens the altruistic rationale for voting ligt het wat ingewikkelder, en is de impact niet zo klein als hij lijkt. We hebben met onze stem namelijk niet alleen invloed op ons eigen leven, maar op dat van iedereen! Dat geeft al een heel ander beeld: de waarde van een stem vliegt omhoog naar €11.000 (ons minieme bedrag bij de vorige berekening maal het aantal inwoners van België) als we niet alleen kijken naar de voordelen voor onszelf, maar ook die voor de rest van de inwoners van onze staat. Stemmen als een sociale daad is dus wel rationeel.

Dat is naar mijn inschatting een soort van slechte economie die aan politieke wetenschappen doet.

Maar kunnen we in ons Belgische systeem wel een economische waarde op een stem zetten? De invloed die een stem kan hebben binnen een tweepartijenstelsel is eerder te zien als een schatting dan een feit, en bij een proportioneel systeem is niet alleen de kans op invloed kleiner, maar wordt het ook nog meer giswerk hoe groot die invloed is. Stefaan Walgrave, professor Politieke Wetenschappen aan de UAntwerpen vertelt dat die kans op het verschil te maken ook invloed heeft op de opkomst: “Als mensen denken ‘nu is het spannend, nu zou het kunnen dat mijn stem een verschil maakt’ zijn ze sneller geneigd om te stemmen.” vertelt hij. “Bij ons in België en in Nederland is het systeem zo proportioneel dat het nooit een spannende race is. De vraag is dan ook in welke mate in een coalitiesysteem stemmen echt een verschil maakt in beleid.” De duizend euro die we in onze berekening hebben gebruikt is in dat geval al veel te positief gedacht. “Je hebt welvaartstaten waarbij 95 of misschien 98% van de uitgaven sowieso vast ligt.”
 

het draait om zoveel meer dan geld

Professor van Dooren ziet dan ook niet veel nut in zo'n economisch model: “Dat is naar mijn inschatting een soort van slechte economie die aan politieke wetenschappen doet." Ook statisticus en politicoloog professor Peter Thijssen vindt het kort door de bocht. Er zijn namelijk nog veel meer factoren die meetellen in hoe zwaar een stem weegt en in waarom je zou moeten stemmen. “Een stem bestaat niet alleen uit de stem op zich, je kunt bijvoorbeeld ook een voorkeursstem geven. In België kan je voor een bepaalde kandidaat kiezen, dat is een stem die veel meer informatie bevat en veel kiezers gebruiken die mogelijkheid nog niet. Het gaat niet alleen over ‘gaan kiezen’ maar ook over hoé je kiest.”, legt Thijssen uit. De stem is niet alleen een voorkeur die opgaat in het geheel, maar kan op zichzelf ook informatie bevatten. “Een tip: de meest rationele stem is eigenlijk tégen een kandidaat stemmen. Je geeft iedereen een gekleurd bolletje uitgezonderd één persoon. Als je in België gaat stemmen kan je heel veel informatie kwijt en het beste is dan eigenlijk zo’n negatieve stem uitbrengen.” Ook benadrukt Thijssen dat het van belang is dat iedereen de moeite neemt om te gaan stemmen, om een representatieve democratie te hebben.

een weloverwogen stem

Een andere reden om niet te gaan stemmen klinkt nobeler: ‘Ik weet er niet genoeg over om een weloverwogen keuze te maken’. Zit daar wat in? 'Nee', is het simpele antwoord. Thijssen vertelt over zijn eigen onderzoek en een voor ons als studenten wel heel verrassende conclusie: de stem van jongeren komt het beste overeen met hun voorkeuren. “De accuraatheid van je stem blijft stijgen totdat je ongeveer 28 jaar bent. Vanaf dan beginnen mensen stelselmatig slechter te stemmen. Waarom? Omdat ze minder actuele informatie gebruiken”. Als je dus echt een goede, weloverwogen stem wilt uitbrengen, denk dan niet dat je te jong bent om die keuze correct te maken. Jouw stem telt als jongere juist het meest!



in mijnen tijd

08/04/2018
op skivakantie (© Louise Devliegere | dwars)
🖋: 

verleden

Ik herinner me nog heel goed hoe mijn ouders me ieder jaar afzetten aan de stand van ESF, Ecole du Ski Français. Bij de zongebruinde, uiteraard Franstalige, instructeur die me samen met een tiental andere kinderen een week op sleeptouw zou nemen. Ik herinner me vooral mijn eigen beteuterde gezicht en volgelopen ogen wanneer ik afscheid moest nemen van mijn ouders en broers, die hoogstwaarschijnlijk een leukere voor- of namiddag in de sneeuw voor de boeg hadden. Terwijl ik probeerde wijs te raken uit wat de instructeur net bedoelde met de termen skis parallèles en un virage chasse-neige hoopte ik dat niemand me zou aanspreken op de volgende skilift. De nee-knik op eender welke vraag die me gesteld werd en het woord Belgique, legden mijn gesprekspartner(s) meteen het zwijgen op. En zo kroop de les traag voorbij. Meermaals mocht ik van dichtbij kennis maken met de sneeuw, soms had ik het geluk om recht te blijven terwijl ik in een bocht het skiërtje voor mij succesvol wist voor te steken. En wat was het fijn om onverwacht die papa of broers langs de kant van de piste tegen te komen, je zwaar aanmoedigend om toch maar recht te blijven op die verdomde ski’s! Opgelucht ademhalend dat de les er weer opzat voor die dag, groeide mijn enthousiasme. Dan kon ik eindelijk de piste afdalen zoals een echt skiër. Weliswaar nog tussen de benen van papa en met diens skistokken in de hand, maar hopelijk niet voor lang meer.

 

heden

Oh, wat ben ik blij dat mijn ouders me jaren terug op skiles hebben gestuurd! De techniek van het skiën zit nu bijna twintig jaar in mijn benen en is me een automatisme geworden. De piste afscheuren is een waar genot. Het werkt als een detox van het alledaagse leven, tijd genoeg om je hoofd leeg te maken, genietend van de mooie natuur terwijl de lift je naar hogere oorden brengt. Nostalgisch kijken naar de meutes kinderen die proberen om hun lesgever bij te houden terwijl we onze lach nauwelijks kunnen onderdrukken, wetende dat we natuurlijk zelf ook zo hebben gesukkeld. Je voelt dan ook de dankbaarheid wanneer je een kindje kan helpen bij het op- en afstappen van de lift en wanneer je een gevallen skiër diens verloren ski of skistok kan terugbezorgen. Merci beaucoup. Velen zullen me gelijk geven wanneer ik zeg dat de skivakantie een van de mooiste periodes van het jaar is, eentje waar halsreikend naar wordt uitgekeken. Jammer dat die week steeds als een sneltrein – die je op ski’s niet kan bijhouden – voorbijvliegt.

 

toekomst

Of ik mijn eigen kinderen later op ski- of snowboardles zal sturen? Jazeker! Goed wetende waar deze lessen mij hebben gebracht, is dit niet meer dan een logische beslissing. Of er tranen zullen rollen en er getreurd zal worden? Jazeker! Later zullen ze, net als ik, hun ouders dankbaar zijn voor de keuze die in hun plaats gemaakt werd. Skiën is iets dat je – net als vele andere sporten – best zo vroeg mogelijk aangeleerd krijgt, angst is je dan namelijk nog onbekend. Of ik bezorgd zou zijn over hoe de les verloopt en er niet te veel gevallen wordt? Jazeker! En of we later eens goed zullen lachen bij de foto’s die door de plaatselijke fotograaf op ski’s werd gemaakt? Uiteraard!



huis klaas

08/04/2018
de shop zonder kassa | Natasja Van Looveren | dwars
🖋: 

Huis Klaas. Het klinkt je wellicht niet heel bekend in de oren. Het is een kleine, Antwerpse vzw met het hart op de goede plaats, beter bekend als: de shop zonder kassa voor kankerpatiënten. Vorig jaar werd de organisatie opgericht door enkele medewerkers van het GZA ziekenhuis in Antwerpen. Ze wouden proberen het leven van kankerpatiënten een beetje aangenamer te maken. Ondertussen blijven ze groeien en zijn ze een vast gegeven geworden in de stad. 

huis wat?

Vorig jaar, op 2 mei, opende Huis Klaas voor het eerst haar deuren in het Sint-Vincentius Ziekenhuis in Antwerpen. Oncologische patiënten konden er vanaf dat moment terecht voor een nieuwe outfit, accessoires, boeken of zelfs pruiken. En dat allemaal gratis en voor niets. Dat ze dit kunnen waarmaken heeft veel te maken met een groep vrijwilligers die zich wekelijks inzetten om de goede werking van de organisatie te verzekeren. Ze zorgen ervoor dat de gedoneerde spullen in het gebouw geraken, kiezen de beste stuks eruit en hangen ze dan netjes op zoals in een echte boetiek. Dit alles om de patiënten een aangenaam en veilig gevoel te bieden. 

 

meer dan alleen kledij

Ieder jaar horen 70.000 Belgen dat ze kanker hebben. Dat is echt veel. Niet minder dan 14.000 onder hen blijken kansarm te zijn, wat de ziekte alleen maar zwaarder maakt. Verder komen veel patiënten net in armoede terecht door de ziekte omdat de behandelingen zo duur zijn. Hoewel België een redelijk goed opvangnet biedt voor dit soort ziektes, blijft kanker toch een moeilijke ziekte, zowel mentaal, fysiek als financieel.

En net om die reden werd Huis Klaas opgericht. “We merken dat de drempel vaak groot is voor patiënten om zich bij financiële moeilijkheden tot de bevoegde instanties te wenden,” aldus Amber Neefs, coördinerend hoofdverpleegkundige oncologie. “Door praktische spullen zoals kledij, boeken en speelgoed ter beschikking te stellen, kunnen we onze patiënten helpen om hun niet-medische kosten te reduceren. Daarbij gaan de gedoneerde spullen ook door een selectieproces; enkel de beste stukken blijven over." De organisatie wil zich profileren als een echte boetiek, zonder het gevoel te geven dat het een tweedehandswinkel is waar enkel afdankertjes hangen. 

Bij Huis Klaas kunnen patiënten bovendien ook terecht voor een babbel. Bijna alle vrijwilligers die er werken hebben kanker gehad of zijn nog steeds patiënt. Hierdoor begrijpen ze de klanten dan ook als geen ander. Op die manier proberen ze de patiënten een hart onder de riem te steken en bij te dragen aan het genezingsproces.

 

bijdragen als student?

Ook als student kan je zeker ook je steentje bijdragen. Enkele masterstudenten van de opleiding Meertalige Professionele Communicatie zetten zich in om de vzw ook aan de man te brengen bij medestudenten. Zo organiseren ze op 24 april een inzamelingsactie in de Agora, waar studenten hun oude kledij, speelgoed, boeken, en nog veel meer kunnen doneren aan de organisatie. “Veel studenten hebben op kot wel wat oude kledij of (school)boeken liggen. Die kunnen ze dan bij ons doneren en zo een nieuw leven geven” verklaart Lotte Bruggeman, een van de studenten die zich achter het initiatief schaart. Het doneren van materiële zaken mag dan futiel lijken, toch kan het een wereld van verschil betekenen voor de mensen die Huis Klaas bezoeken.

 

Wil je helpen? Kom op 24 april zeker je spullen doneren in de agora tussen 12 en 14u.



de toogfilosoof

07/04/2018
'hondenmensen zijn sadistische psychopaten' (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Zijn brein half verkankerd van het vele zuipen en zijn tong getraind door al het pseudo-intellectuele getheoretiseer, heeft de zotgestudeerde student de vervelende gewoonte ontwikkeld om zichzelf te verliezen in eindeloze monologen. Verketterd en verstoten door zijn vrienden zoekt hij zijn toevlucht in een troosteloos bruin café. Daar vindt hij een luisterend oor voor zijn absurd gebral. Daar vervult hij zijn lot. Daar wordt hij: de toogfilosoof.

Facebook is dood en de babyboomers hebben het vermoord. En in zijn kielzog moest ook de Vlaamse cafécultuur eraan geloven. Zegt da kik het gezegd heb. U zult het misschien moeilijk geloven, beste barman, gezien het gegeven dat het een feit is dat just is dat gij al aardig wat op jaren zijt ondertussen, maar het was ooit aangenaam vertoeven op Facebook voordat uw generatie er de boel kwam verzieken.

Toen de zestigplussers en prepuberale tieners nog gewoon tv keken en de internetaids, ook bekend als 'gifs' en 'taggen', nog geen epidemische proporties hadden aangenomen, was Facebook een gemoedelijke virtuele ontmoetingsplaats van gelijkgestemde zielen. Het was onze safe space

Alles veranderde toen we de eerste vriendschapsverzoeken binnenkregen van verdwaalde nonkels en tantes. Ik kan u vertellen, lang hebben we de boot afgehouden en lieten we de steeds aanzwellende lijst vriendschapsverzoeken van familieleden verkommeren in de limbo tussen negeren en aanvaarden. Tot het niet meer te houden was.

Het paard van Troje werd schoorvoetend binnen gehaald en in zijn buik zat de etterende, opgekropte levensangst van een generatie die de welvaart waarop hun materialistische levenshouding gestut was van onder hun voeten zag verdwijnen. Een oerkracht die gesublimeerd werd in opruiende kettingbrieven, hysterische statusupdates en een buitensporig gebruik van exclamatietekens.

 

Om wereldvreemde racistische klap te verkopen moest ge plots niet meer op café, dat kon nu ook gewoon vanuit uw luie zetel! 

 

"Allemaal goed en wel, maar wat heeft dat alles met mijn café te maken?", vraagt u zich af. Wel patron, ik kom er just toe! Al snel ontdekte de horde babyboomers dat Facebook niet alleen een handige manier was om hun kinderen mee te bespieden, het was ook een plek waar ze ongevraagd hun kleinzielige en racistische verzuchtingen konden ventileren. Om wereldvreemde racistische klap te verkopen moest ge plots niet meer op café, dat kon nu ook gewoon vanuit uw luie zetel! 

Zie daar, barman, de ondergang van de Vlaamse cafécultuur en meteen ook de verklaring voor de triestige vaststelling dat er ook vandaag in uw café slechts drie man en ne peerdekop zit. Dat, én de enorme toestroom van paardenkoppen van de laatste jaren natuurlijk. Een grotere plaag dan al die vluchtelingen, Europarlementariërs en Catalaanse separatisten te samen, als ge het mij vraagt!

Maar soit, bij de teloorgang van Facebook en de Vlaamse cafés stopte de miserie niet. Je zou kunnen zeggen dat ze daar pas goed en wel begonnen is.

Facebook, zo stelden ook mijn generatiegenoten vast, was terminaal. In de ruïnes van wat ooit een progressieve gemeenschap van universitairen moest worden, galmen tegenwoordig enkel de echo's van het gehijg en gekreun van de grote N-VA-fanboy circle jerk. Hier en daar vind je nog wel een praatgroep voor verwarde feministen, maar veel stelt dat ook allemaal niet meer voor. 

Om te ontkomen aan de ravage op Facebook, zochten we onze toevlucht in een hele resem andere sociale media en communicatiekanalen: Snapchat, Whatsapp, Instagram,... Al die verschillende applicaties op onze smartphones geven aan hoe versprokkeld en radeloos we vanbinnen zijn na het tragische verlies van Facebook aan de grote nonkol-isatie

 

Getraumatiseerd door de bruuske politisering van Facebook, gaf onze generatie zich over aan een cultuur van leegheid.

 

Met de vlucht naar andere oorden ging ook een nieuw escapisme gepaard. Getraumatiseerd door de bruuske politisering van Facebook, gaf onze generatie zich over aan een cultuur van leegheid. En in een ranzige geslachtsdaad, te midden van het slijk en de vuiligheid van onze consumptiemaatschappij, baarden narcisme en oppervlakkigheid een nieuw soort duivelsgebroed: de influencers

Ik zeg het u barman, die influencers, het is van den hond. Als ze eens even niet bezig zijn met het bewonderen van hun eigen aarsgat, houden ze zich ledig met het posten van foto's of blogposts, voornamelijk over zichzelf en hun eten. Da blet, da schet, da fret, en da zekt. En het maakt filmpkes. Zogenaamde vlogs. Dat is een soort oneindige stream of consciousness van iets dat nog maar verbazingwekkend weinig consciousness heeft.

Influencers. Bah, de smaak die het woord in mijn mond achterlaat moet ik meteen even doorspoelen met een stevige teug van mijn Duvel – het kwade moet men met het kwaad bestrijden, nietwaar? Maar goed, ik kuis mijn schup af. Ons moeder ee viskes gebakken! Althans, da lees ik toch op heure Facebook ... Salut, de kost en de wind van achter!



02/04/2018
waar kies je voor in de kiesweek? (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Het zal de meeste studenten niet ontgaan zijn dat het afgelopen week kiesweek was. De normaal al levendige Stadscampus schakelde een versnelling hoger en het aantal studentikoze activiteiten was haast niet te tellen. Maar waarvoor dient zo'n kiesweek nu eigenlijk? Waar kies je precies voor? Zijn er grote verschillen in aanpak tussen de studentenverenigingen? En kan jouw stem wel als democratisch beschouwd worden?

kiesweek voor dummies

Voor we graven naar de de strategie en de democratische waarde van de kiesweek willen we eerst even achterhalen wat ze nu eigenlijk inhoudt. “De kiesweek is de periode waarin opkomende praesidia de studenten overhalen om op hen te stemmen”, vertelt Jelte, voormalig PR en Cultuur bij Klio. “Ze krijgen drie dagen de tijd om zich te presenteren met als doel op de vierde dag het gros van de studenten overtuigd te hebben. Er worden allerlei activiteiten georganiseerd om stemmen te ronselen en studenten plezier te laten maken. Zo wordt de kiesweek een soort van interactieve manier om je voor te stellen en je visie over volgend academiejaar kenbaar te maken.” 

 

Het is de bedoeling dat de clubs verbinding zoeken met de studenten.

– Marnik Aerts, voorzitter Unifac

 

Daarnaast zijn er de tegenpraesidia. "Die bestaan meestal uit voormalige praesidiumleden of studenten die niet werden aangenomen bij het opkomende praesidium. “Ze zijn er meer voor de lol", duidt Jelte. "Dat zijn de ouwe rotten die lol maken en de boel een beetje boycotten, in de overtuiging dat de meeste studenten hen beter kennen dan de opkomende praesidia.” Hoe zit dat dan bij de overkoepelende studentenverenigingen? Marnik geeft aan dat het niet de gewoonte is dat er bij Unifac een tegenvoorzitter is. “Bovendien zou er geen tijd zijn om dit ook nog te organiseren,” voegt hij toe.

 

achter de schermen

In tegenstelling tot de andere studentenverenigingen komt Unifac niet op met een volledig praesidium. Hun campagne draait enkel om het verkiezen van een nieuwe voorzitter. Marnik, huidig voorzitter van Unifac, legt uit: “Unifac brengt enkel een voorzitter aan met de vraag of de studenten hem/haar willen steunen. Zodra die verkozen is, krijgt de voorzitter tot 1 mei tijd om zijn/haar team samen te stellen op basis van sollicitaties. De nieuwe voorzitter bepaalt wie er aangenomen wordt.”

We diepen het verschil tussen de studentenverenigingen en hun overkoepelende grote broers nog wat verder uit. Marnik verklaart nader: “Het is de bedoeling dat de facultaire clubs de studenten rechtstreeks aanspreken. Daarom is het belangrijk dat het volledige praesidium daar verkozen wordt. Unifac heeft veel minder rechtstreeks contact met de studenten. Bij ons is net het contact met de clubs belangrijk. Unifac heeft ook een heel ander engagement dan gewone praesidia.” Daarnaast beargumenteert hij: “Een heel nieuw team verkiezen tijdens de kiesweek zou ook gewoon te zwaar zijn. De andere evenementen die Unifac organiseert vragen al enorm veel inzet.”

 

Op de Buitencampus is er geen gemeenschappelijke kiesweek zoals die in het Stad.

– Bianca Adam, voorzitter ASK-Stuwer

 

Unifac en ASK-Stuwer, de overkoepelende vereniging van de buitencampus, verschillen onderling sterk. Zo is er op de buitencampus geen sprake van een stemming op Blackboard en is er geen gemeenschappelijke kiesweek. "Sommige clubs hebben wel een kiesweek, maar die vallen niet altijd tegelijkertijd." verteld Bianca Adam, de huidige voorzitter van ASK-Stuwer. "Die van Biomedica viel bijvoorbeeld voor de paasvakantie en er zijn er ook enkele in de week daarna." Desondanks zijn er overeenkomsten. Zo worden de verkiezingen van ASK-Stuwer, net als die van Unifac, intern gehouden. "Het huidige praesidium stemt dan voor het bestuur. Daarna kunnen nieuwe mensen zich aanmelden en solliciteren tijdens verkiezingsmomenten. Enkel mensen die het volgende jaar ook in het praesidium blijven kunnen op op hen stemmen" licht Bianca toe. 

 

is het gras groener aan de overkant? 

We traden even buiten de grenzen van onze universiteit om deze gedachten voor te leggen aan de Leuvense overkoepelende studentenvereniging LOKO. De Leuvense tegenhanger van Unifac en ASK-Stuwer vertegenwoordigt iedereen die studeert in Leuven en dus niet enkel de studenten van de universiteit zelf. Hoe pakken zij de verkiezing van een nieuw bestuur aan, gezien het grote aantal studenten dat ze moeten vertegenwoordigen? Pieterjan Vaneerdewegh, voorzitter van LOKO, geeft ons meer uitleg. “Het bestuur en alle mandatarissen worden verkozen door onze algemene vergadering (AV). Die bestaat uit alle Leuvense kringen die rechtstreeks door hun studenten verkozen zijn. Hoe meer studenten een kring vertegenwoordigt, des te meer stemgewicht in onze AV. We hebben dus een getrapt systeem waarbij niet alle studenten stemmen, maar enkel hun vertegenwoordigers.”

 

Opkomende teams worden bijna altijd verkozen.

– Jelte van Damme, voormalig PR en Cultuur, Klio

 

Het probleem van onrechtstreeks contact met studenten hebben ze bij LOKO dus al elegant opgelost. Maar hoe wordt het bestuur van LOKO zelf dan juist samengesteld? Pieterjan verklaart: “Bij ons komt iedereen individueel op voor een bepaalde functie, behalve de voor- en ondervoorzitter die wel als team kunnen opkomen. Als er meerdere kandidaten voor een bepaalde functie zijn, kiest opnieuw de AV wie het wordt.”

 

democratisch verantwoord?

Het kiessysteem in Antwerpen ziet er dus erg anders uit. Om verkozen te raken moet tien procent van de studenten gestemd hebben. Van die stemmen moet het opkomende praesidium de meerderheid halen. Praesidia moeten zich bewijzen. Als ze de kiesdrempel niet halen moet er opnieuw campagne worden gevoerd. "Al worden de opkomende teams bijna altijd verkozen", merk Jelte op. “Als de studenten van de faculteit en het departement echt niet akkoord gaan met het nieuwe praesidium, dan kunnen ze blanco of op een tegenpraesidium stemmen. Zolang je blanco stemt is de kans groter dat de 10% kiesdrempel wordt gehaald en wordt je stem niet genegeerd. Als je op een tegenpraesidium stemt, kunnen die de mantel doorgeven aan een officieel praesidium."

De vraag die nu rijst is of het kiessysteem van Unifac en ASK-Stuwer wel zo democratisch is. Zoals Marnik zelf al aangaf, heeft Unifac als overkoepelende organisatie een andere functie en doelstelling dan andere studentenverenigingen. Door zich alsnog in het geweld van de kiesweek te storten en alle studenten te laten meestemmen, bereiken ze misschien niet de kern van hun doelgroep, namelijk de vertegenwoordigers van de facultaire clubs. Desondanks kruipt er heel wat tijd in de organisatie van een kiesweek. Tijd en energie die misschien meer impact zou kunnen hebben wanneer Unifac een verkiezingssysteem op poten kan zetten, waarbij al haar bestuursleden afzonderlijk verkozen kunnen worden.

 

Bij ons komt iedereen individueel op voor een bepaalde functie.

– Pieterjan Vaneerdewegh, voorzitter LOKO Leuven

 

Zou de kiesweek niet meer tot haar recht komen als ze haar democratische potentieel uitleeft door individuen verkiesbaar te stellen? Is ze wel zo nuttig zolang ze dat niet doet? Het idee achter de kiesweek lijkt op het moment meer een kennismaking met de verschillende studentenclubs dan een strak democratisch verkiezingssysteem. Marnik concludeert: “Als er geen kiesweek zou zijn, zouden studenten helemaal niks weten over studentenclubs. Het is de bedoeling dat de clubs verbinding zoeken met de studenten.” 

Met die kennis in ons achterhoofd kunnen we niet anders dan blijven genieten van de activiteiten, de freeloads en de spotgoedkope feestjes.



een buitenkans voor de binnenstad

01/04/2018
de campus van de toekomst (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Het is eindelijk zover, Productontwikkeling verhuist. Krijgt de universiteit zo een nieuw paradepaardje? Campus Paardenmarkt heeft potentieel en Productontwikkeling lijkt de ideale match. Maar ziet de unief dat ook zo? Wij gingen alvast in gesprek met twee vaste waarden binnen de opleiding. Docenten Vincent Nulens en Jan Corremans proberen ervoor te zorgen dat visie op de campus van de toekomst zo nauw mogelijk wordt opgevolgd. Zo willen ze de opleiding op haar nieuwe locatie volledig tot haar recht laten komen. Daarom zitten ze maandelijks samen met de architecten en de universiteit. Als vertegenwoordigers en eindgebruikers van de nieuwe gebouwen hebben ze, samen met hun studenten, het beste zicht op de toekomstvisie van de opleiding.

Vincent vertelt ons dat de huidige campus te klein is geworden. “De verhuizing is vooral gedreven door het groeiende aantal studenten en onderzoekers. We zitten momenteel echt met een plaatsgebrek. Studenten hebben vaak geen plek om rustig en efficiënt te werken en er zijn eveneens te weinig bureaus voor onderzoekers. Vandaar de noodzaak voor de verhuis.” In het beleidsplan van 2018 werd de Paardenmarkt als nieuwe locatie toegewezen. “Op de een of andere manier, door het werk dat we bieden en door de uitstraling op andere wetenschappen, besliste de universiteit dat ze ons meer zichtbaarheid wilde geven”, verklaart Jan.

 

interdisciplinariteit op de UA

Het ontwerpvoorstel van architectenbureau DMT heeft een uitstekende doorwaadbaarheid van de site. Er zal zowel in noord-zuidelijke als in oost-westelijke richting een mooie doorgang worden voorzien. Op die manier wordt de studentenbuurt ontsloten naar Gate15 en komt er een rechtstreekse doorsteek naar de Rodestraat, waardoor je het R-gebouw ook langs die kant binnen kan lopen. Omdat delen van de site beschermd zijn, kan niet alles zomaar veranderd worden. Vincent hoopt dat er hoge, grote ramen voorzien zullen worden. “Zo kunnen voorbijgangers en studenten makkelijk binnenkijken en zien wat er allemaal aan het gebeuren is, maar zo’n beslissing hangt af van de gesprekken met erfgoed.”

 

Innovatie laat zich niet van 8 tot 18u dwingen.

 

Productontwikkeling wordt als opleiding veel sterker door interdisciplinaire samenwerkingen met andere richtingen. De densiteit van de Stadscampus laat zulke samenwerkingen makkelijk toe. De laatste jaren is er voor de masterproeven dan ook al vaker samengewerkt met andere richtingen, waaronder Geneeskunde en Economie. “Fysiek in de buurt zijn van andere opleidingen kan alleen maar leiden tot sneller en beter overleg met minder drempels”, vindt Jan. Dat grote delen van de nieuwe campus toegankelijker worden gemaakt voor andere opleidingen, zal daaraan bijdragen.

 

vrije uurroosters

Het is al langer een heikel punt. De huidige faciliteiten maken het niet mogelijk om de campus van Ontwerpwetenschappen langer open te houden dan de reguliere uren. “We willen toewerken naar een ontwerp waar studenten hun plek kunnen vinden en kunnen blijven werken als ze dat willen. Innovatie laat zich niet van 8 tot 18 uur dwingen”, ijvert Vincent. Daar is de doorsnee student Ontwerpwetenschappen het absoluut mee eens. Het komt vaak voor dat er gezamenlijk tot laat wordt doorgewerkt aan een project. Dat dat momenteel niet op de campus kan, is vaak frustrerend. “Op de Paardenmarkt kan dat een heel ander verhaal zijn, ook omdat je een andere configuratie van gebouwen hebt waarin je wel makkelijker delen kan openstellen of afsluiten”, vult Vincent aan.

 

opportuniteiten voor de stad

Kan de universiteit vanuit haar onderzoekspositie en met haar infrastructuur aan stad Antwerpen laten zien dat ze een meerwaarde biedt? Het lijkt Vincent dat de universiteit deze positie nog niet gewend is. “Een opleiding als Productontwikkeling hebben ze nog nooit onder hun dak gehad. Dat maakt dat het voor hen nog allemaal vrij nieuw en onbekend is”. “Wij rekenden tot de mogelijkheden dat er op de nieuwe campus ook plaats zou zijn voor start-ups of coworking spaces, om zo jonge ondernemers aan te trekken”, vertelt Jan. “Maar in het huidige ontwerp hebben we alle ruimte die voorzien is, zelf nodig.”

 

We moeten de ruimte beschouwen als een tool om ons onderwijsmodel te kunnen uitvoeren. 

 

“We kijken graag naar wat er internationaal allemaal aan het gebeuren is”, voegt Vincent toe. Bij de opleiding Bouwkunde in Delft worden er oplossingen rond campusverdichting en smart tools geïmplementeerd in de nieuwe gebouwen. TU Delft heeft resoluut gekozen om de campus te integreren in de stad. Onderwijsactiviteiten zullen steeds onafhankelijker worden, waardoor de kwaliteit van de ruimte belangrijker wordt dan ooit. De vergelijking met de nieuwe campus op de Paardenmarkt is snel gemaakt. “We moeten het warm water niet uitvinden,” vertelt Vincent, “we kunnen ook gewoon eens over de grens kijken.”

Ook voor de werkgroep blijft het een zoektocht. “Het is een klein revolutieke: door de verhuizing naar het nieuwe gebouw ontstaan er allerlei opportuniteiten, ook om het curriculum te wijzigen. Al moet je natuurlijk wel kunnen volgen, een nieuw gebouw betekent niet meer personeel”, zegt Vincent. Jan vult aan: “We zijn ontwerpers, probleemoplossers. Onderwijs is evengoed een iteratief proces: we zullen blijven uitproberen en bijsturen, en uiteindelijk vinden we wel een oplossing.”



omdat feiten niet correct weer te geven zijn

31/03/2018
geschiedenisinstituut Netflix (© Lie van Roeyen | dwars)
🖋: 
Auteur

Wie zijn interesse in geschiedenis projecteert op zijn film- en seriekeuze, zet al gauw de Oempa Loempa’s – ook wel algoritme – van Netflix aan het werk. Na een tijdje vult je suggestiebalk zich met bingewatch-waardige films en series waar je meer van opsteekt dan je ooit in een geschiedenisboek kon lezen. Denk je tenminste. Want waar educatieve lectuur het doel heeft om je kennis bij te brengen, wil Netflix je vooral laten ontspannen met zijn entertainmentaanbod. Moet je de historische gebeurtenissen, zoals het filmische platform ze voorspiegelt, voor waar aannemen? We legden de kwestie voor aan professor Geschiedenis Bert De Munck.

Professor De Munck heeft zelf geen abonnement op Netflix, maar geen problemen met het geschiedenisaanbod van het platform. “Eigenlijk kunnen we dat als historici enkel maar toejuichen. Het probleem is wel dat veel films en documentaires hun hand overspelen en dat ze pretenties hebben die ze niet kunnen waarmaken. Zolang ze niets méér pretenderen dan amusementswaarde, kan je daar niet veel op zeggen, maar zodra de makers ervan ook claimen iets te kunnen zeggen over het verleden, wordt het natuurlijk een ander verhaal. Het risico op ergernis vergroot naarmate de producenten meer de pretentie hebben om dicht bij de historische realiteit te komen.”

Veel films en/of series brengen op voorhand een zinnetje in beeld, waarin de kijkers gewaarschuwd worden. Als voorbeeld noemen we het zinnetje dat verschijnt voordat een aflevering van Narcos begint. En omdat je waarschijnlijk toch niet de moeite neemt om het elke keer te lezen, zijn we zo vrij geweest om het te vertalen:

'Deze serie is geïnspireerd door ware gebeurtenissen. Sommige personages, namen, bedrijven, incidenten, bepaalde locaties en gebeurtenissen zijn gefictionaliseerd voor dramatiseringsdoeleinden. Elke gelijkenis tussen naam, personage of geschiedenis van een persoon, berust volledig op toeval en is onbedoeld.'

De meeste films die zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen, beginnen met een soortgelijk of iets korter zinnetje. Professor De Munck vindt dit voldoende. “Dat zinnetje drukt eigenlijk vrij goed uit wat er doorgaans gebeurt als er van een historische episode een film wordt gemaakt.”

 

correcte feiten

Toch bestaan er ook films die dichter bij de realiteit lijken te staan. Maar de feiten correct representeren? Dat doet zelfs academische literatuur niet. “Ik denk niet dat feiten überhaupt ooit helemaal ‘correct’ kunnen worden weergegeven. Het gaat altijd om een interpretatie of om één bepaald perspectief op de ‘feiten’. Dat is ook met een wetenschappelijk boek het geval, overigens. Voor filmmakers geldt in mijn ogen opnieuw dat het riskanter wordt naarmate de filmmaker realisme nastreeft en dus pretendeert heel dicht bij de historische realiteit te komen", stelt De Munck. 

"Neem bijvoorbeeld de openingsscène van Saving Private Ryan (Steven Spielberg), waarin de landing op D-Day op extreem realistische wijze wordt weergegeven. Je krijgt als het ware de indruk zelf op het strand aanwezig te zijn en dat de kogels je om de oren vliegen. Het blijft echter een ingenieus in elkaar geknutselde interpretatie, die mijlenver af staat van wat de soldaten echt beleefden. En het blijft één gezichtspunt, namelijk dat van de geallieerden. Geef mij dan maar films waarin de conventies en de codes zichtbaar worden gemaakt en waarin de ‘suspension of disbelief’ wordt opgeschort, zodat je als kijker verplicht wordt na te denken over het waarheidsgehalte van het verhaal of de beelden waar je naar zit te kijken. Pasolini (Italiaans filmregisseur, nvdr.)  heeft zo een paar interessante dingen gedaan, bijvoorbeeld.”

De volgende keer dat je naar een historisch geïnspireerde film of serie kijkt, wees je er dan van bewust dat de feiten misschien anders liggen. Of dat feiten an sich altijd vol perspectief zitten.

 

dwarse filmtips

Ben je nieuwsgierig geraakt, maar zet je liever niet meteen Oempa Loempa’s aan het werk? Of je downloadt liever illegaal? Hierbij enkele tips van films met een historisch, maar daarom niet minder dwars karakter:

  • Hitler’s Circle of Evil;
  • Bonnie & Clyde;
  • The Cuba Libre Story;
  • Sarajevo;
  • 1898. Our last men in The Filippines; 
  • Hurricane Carter.

Alle citaten opgenomen in dit artikel hebben effectief plaatsgevonden in de communicatie tussen dwars en Prof. De Munck. Professor De Munck is geen fictief personage. dwars is geen fictief studentenblad. Alle vermoedens van fictie die eventueel uit dit artikel voortkomen, berusten volledig op toeval en zijn onbedoeld.



FACTS: een korte rondleiding

30/03/2018
FACTS (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Kijk je nog steeds op elke verjaardag uit naar die vertraagde uil met je Hogwarts-brief? Heb je elk hoekje van je kast al gezien, maar Narnia nog steeds niet gevonden? Sleutel je al jaren aan je USS Enterprise zonder succes en zijn je woorden om ten strijde te trekken tegen de The Empire tot op heden nog steeds loos gebleken? Tijd om je lot in eigen handen te nemen en je eigen unexpected journey tevoorschijn te toveren!

We weten allemaal dat wie geboren is tussen 1987-1998 zijn/haar Hogwarts-brief niet kreeg, omdat Voldemorts (want ja, Fear of a name increase fear of the the thing itself!) aanhangers alle officiële stukken over muggleborns uit het Ministerie van Toverkunst vernietigd hebben. Helaas zijn we ook niet op Krypton, maar op aarde geboren en is er geen deeltjesversneller in Antwerpen ontploft, dus moeten we het nog steeds stellen zonder superkrachten. Om alles nog wat erger te maken, zijn we ook niet in het bezit van een werkende Tardis, Imperial Star Destoyer of Millenium Falcon. 

Gelukkig heeft FACTS, “your Belgian Comic Con, Powered by heroes”, Karl Marx’ woorden begrepen en zetten ze twee keer per jaar a two-days mission op poten, to explore strange new worlds. To seek out new life and new civilizations. To boldly go where no man has gone before! Dus haal dat gewaad uit je kast, poest je toverstok op, trek je superheldenpakje aan, zwaai met die lichtzwaarden!

FACTS zou omschreven kunnen worden als een boekenbeurs, maar dan voor fandoms, waar ook een cosplaywedstrijd en workshops georganiseerd worden. Het is tevens mogelijk om je eigen prins(es) in een Chevy ’67 Impala te ontmoeten op een van de speeddatesessies of je karaokezangkunsten te delen met de wereld, maar ook gamers worden niet vergeten op dit island of misfit toys.

Ten slotte zorgen panels met acteurs uit de grote en wat kleinere fandoms meer dan eens voor de kers op de taart. De Phelps-tweeling kan helaas niet voor elke editie gestrikt worden, dus voor de allergrootste kaskrakers zal je toch nog steeds een tripje naar een Comic Con in de Verenigde Staten moeten boeken. De Q&A’s zijn gratis, voor een handtekening en foto van je favoriete acteur-gast dien je niet alleen een soms wel erg lange wachtrij te trotseren, maar ook extra geld op tafel te leggen. Afhankelijk van de acteur kan dit bedrag hoog oplopen, cash te betalen alsjeblieft.

 

Wat FACTS echter vooral bijzonder maakt, is de grote solidariteit, familiariteit, high-fives tussen wildvreemde, maar zo vertrouwde mede-Hufflepuffs en verzoeningen tussen de grootste aartsvijanden zoals Anakin en Obi-Wan. 

Deze eensgezindheid begint al op de trein richting Gent en de overvolle tram naar Flanders Expo, waar het niet ongebruikelijk is dat er samen gelachen wordt om de verbaasde toevallige medereizigers die eens snel uitrekenen dat het toch niet de tijd van het jaar voor carnaval is, of er een dokter Who snoepjes uitdeelt aan zijn mede-FACTS-gangers. Want, Family don’t end with blood

Klaar voor een nieuw of bekend bloedstollend avontuur? Tot dan, op 7 en/of 8 april 2018, want vergeet niet, “Fandoms aller landen, verenigt u!”

 

Interesse? Klik dan hier!

 

Waarschuwing: ‘Too geeky’ staat niet in het FACTS-woordenboek, realiteitsverlies, acclimatisatie-problemen achteraf, lange wachtrijen aan de zeldzame bankautomaten om vervolgens meer cash uit te geven aan de verschillende standjes dan gepland, zijn echter onvermijdelijke risico’s. FACTS is voor iedereen, maar niet iedereen is voor FACTS. 



alles wat je wilde weten over overlijdensberichten

30/03/2018
de rouwindustrie (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Heeft een van u zich ooit al vragen gesteld bij die twee pagina’s vol overlijdensberichten in de krant? Ik wel. Vragen als: ‘Zit er dagelijks iemand achter de computer op de redactie, te wachten op overlijdensberichten?’, ‘Wie kiest welk rouwbericht in de krant mag en welk niet?’, ‘Hoeveel kost het om je overleden opa in de krant te laten komen?’, ‘Worden die overlijdensberichten überhaupt gelezen door iemand?’ … Volgens mij ben ik niet de enige met deze vragen, of als u er zelf nog niet bij nagedacht had, ben ik alleszins allicht niet de enige die hierop het antwoord niet kan geven. Als u ook getriggerd bent om meer te weten te komen over de ‘rouwindustrie’, leest u dan vooral verder.

betaalde advertentie

Op de eerste vraag die ik me stelde, is het antwoord in principe: ‘Ja’. Er is wel degelijk iemand bij de krant die zich bezighoudt met het ontvangen van overlijdensberichten. Bij Mediahuis, het mediabedrijf dat kranten als De Standaard, Het Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen en Het Nieuwsblad uitgeeft, is er één persoon die deze taak op zich neemt. Maar niet enkel overlijdensberichten komen dan in je inbox: ook auto-advertenties of immo-aanbiedingen vallen in dezelfde ‘categorie’. Zo bekeken is een rouwbericht gewoon een betaalde advertentie. Net zoals je betaalt voor een zoekertje voor je huis, koop je een plaatsje aan om opa’s overlijdensbericht in de krant te laten verschijnen.

 

laatste wens

Er is dus niemand die overlijdensberichten selecteert, want als je ervoor betaalt, moet de krant het overlijdensbericht sowieso plaatsen. Zijn er dan zoveel mensen bij wie het de laatste wens is om nog voor één keer in de krant te staan? Blijkbaar wel. Mediahuis publiceert ongeveer 10.000 overlijdensberichten per jaar. Naar eigen zeggen hoort deze rubriek zelfs bij de best gelezen pagina’s in haar kranten. En dat is vooral te danken aan de uitvaartondernemers. Mensen zullen maar in 10% van de gevallen de krant rechtstreeks contacteren met een overlijdensbericht, maar de grote meerderheid wordt aangespoord door de uitvaartondernemer. Als een familielid sterft, moeten ze daar sowieso langs om de kist te kiezen, de dienst te regelen, het rouwprentje te ontwerpen, enzovoort. De keuze of dat rouwprentje dan ook in de krant moet worden geplaatst, hoort ook bij het hele ritueel.

 

je leeft maar één keer

En wat kost die begeerde laatste one minute of fame dan wel? Dat hangt er natuurlijk van af hoe groot je je overlijdensbericht wilt, en in welke krant(en). Maar stel nu dat je het voor één dag in normaal formaat (7,5cm hoog) in Het Nieuwsblad wil zien, kost je dat 549 euro. Dat is iets duurder dan in De Standaard, en ook voor de regionale varianten betaal je bijna de helft minder. Maar wil je een Mediahuis-combo (De Standaard, Het Belang van Limburg, De Gazet van Antwerpen en Het Nieuwsblad), dan betaal je 1003,5 euro. De prijzen voor De Persgroep (Het Laatste Nieuws en De Morgen) zijn vergelijkbaar. Maar het kan ook groter, en voor meer dagen, dus de prijzen kunnen oplopen.

 

niemand op de koffietafel

Wil je je overlijdensbericht over de volledige grootte van de pagina? Als je ervoor wilt betalen, kan alles. Hoewel, dat is ook niet helemaal waar. Overlijdensberichten waarin familieruzies worden uitgevochten of subtiele sneren naar broer- of zuslief worden verstopt, worden tegengehouden. Het rouwbericht met de tekst ‘Zolang ik leefde, is niemand mij komen bezoeken, nu moet er ook niemand naar mijn koffietafel komen’ is dan weer wél verschenen, omdat de overledene deze tekst voor haar dood zelf had opgesteld. Het overlijdensbericht van een bierbrouwer, die als achtergrond een afbeelding van een bierton voor zijn overlijdensbericht had gekozen, werd dan weer wel geweigerd. Vrijheid mag, maar de sereniteit van de pagina moet wel bewaard worden. De mensen van de omringende rouwberichten hebben er namelijk ook voor betaald.

 

Facebook voor de doden

En voor wie kranten een uitgestorven medium vindt, is er ook nog inmemoriam.be, aka het Facebook van de overledenen. Alle overlijdensberichten die in de krant verschijnen, komen ook op deze site terecht. Buiten informatie over rouwen, wat te doen na een overlijden, testamenten, enzovoort, kan je condoleren via reacties, of ‘een bloem plaatsen’ (wat erg doet denken aan ‘liken’). Wie weet neemt de online versie van de rubriek het op een dag over van die op papier. Het zou de kranten in ieder geval een grote bron van inkomsten kosten. Maar met 10.000 rouwberichten (of moet ik zeggen, rouwadvertenties?) per jaar, lijkt de rouwindustrie voor kranten momenteel op volle toeren te draaien. En al die mensen hebben dan toch ook eens in de krant gestaan.



het laatste woord

28/03/2018
[krambambouli] (© [Anouk Buelens-Terryn] | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘krambambouli’.

“Krambambouli zo werd geheten, dat schuimend blond studentennat”. In elke standaard studentencodex staat deze zin wel ergens tussen de biervlekken te lezen. Aangezien zelfs de laatste kritisch denkende cantusser waarschijnlijk al anderhalve tempus eerder zijn kritisch denkvermogen is verloren, is deze uitleg zeer bedrieglijk. Want nee, krambambouli is niet het schuimende gerstenat dat recht voor zijn neus in grote kannen vergoten wordt. De cantusklassieker gaat niet over onze geliefde pils, integendeel. Het lied gaat over een kruidig maar zeemzoet en zwaar alcoholische goedje dat elk weldenkend mens waarschijnlijk neuskrullend zal afslaan, tenzij ze zulke zware verkoudheid hebben dat geen enkele dokter zou kunnen helpen. Lachen met die medici, drinken, die krambambouli!

Een dokter zou het waarschijnlijk afkeuren, een dergelijk grogje. In een dikke twintig liter krambambouli zit namelijk tot achttien liter rode wijn en drie flessen bruine rum, op smaak gebracht met een viertal kilo suiker, kruidnagels, kaneelstokjes en glühweinkruiden en een aantal uurtjes prutteltijd. Het gaat dus niet om schone blonde pintjes, maar eerder over straffe rosse mokken. Dat het wat blond uitslaat in onze Antwerpse codexen is waarschijnlijk het gevolg van een vertaalfoutje. Het oorspronkelijke lied is immers Duits. Ook de Duitsers hebben bij hun krambamboulirecept goed in andermans potten gekeken. Het recept zoals hierboven is immers een amateuristische versie van Crambambuli, een merk van kersenbrandewijn uit Danzig.  

De naam 'Krambambouli' duikt ook elders in de literatuurgeschiedenis op. Deze welklinkende opeenvolging van letters was immers de naam van een hond uit een Duitstalige roman. Voor twaalf flessen bovengenoemde Danzigse brandewijn werd deze trouwe viervoeter verkocht. Aangezien het dier hetzelfde wordt geheten als het zeemzoete goedje dat het eigenlijke onderwerp is van de lofzang, zal zijn naam tussen de pintjes door nog eeuwen gescandeerd worden in menig cantuskelder. Ad ultimam: “Want dat is de filosofie naar de geest van krambambouli!“