een avond bij de heren van Wilrijk

in da club
11/05/2016

De student kent een druk bestaan. Nog niet volledig bekomen van de avond voordien, ontwaakt hij op het onmenselijke middaguur. Terwijl hij zijn ontbijtgranen doorspoelt met een halve liter Cara Pils, leert hij de laatste strofe van het Io vivat uit zijn hoofd. Het volgen van de lessen staat vandaag niet op het programma, zijn vertrouwde clubje wel. dwars neemt een kijkje bij verscheidene studentenverenigingen in Antwerpen en gaat daarbij ook de meest buitenissige genootschappen niet uit de weg. Ditmaal snuiven we de sfeer op bij Óðinn, de herenclub van Wilrijk.

Toegegeven, het vaak bejubelde studentenleven is niet altijd even glamoureus als we zelf zouden willen. We drinken verschaald bier uit plastic bekers en al hossend en morsend zingen we mee met Jimmy Frey op de beslijkte vloeren van onze favoriete studentencafés. Verfijnd is anders. Doch, ook voor studenten mag het ‘wel eens iets meer zijn’. Dat vindt ook Óðinn, de herenvereniging van het Wilrijks studentenleven. Als gentlemen’s club proberen zij het gevoel van distinctie te evoceren dat bij traditionele studentenverenigingen ontbreekt.

 

Gebrand op wat meer glamour in mijn leven besluit ik deel te nemen aan een Óðinn-activiteit. Via Facebook contacteer ik iemand van het praesidium. Of ik eens op één van hun activiteiten kan langskomen namens dwars, de Lounge Night misschien? Het mag, maar er wordt me wel nog op het hart gedrukt dat ik de dresscode dien te respecteren: een hemd, een vest en een clubdas. Die laatste mag enkel worden gedragen door volwaardige leden.

 

de konijnenpijp

Op de avond van de Lounge Night beklaag ik me mijn wat te grote vest. Onderweg koop ik in de rapte nog een doosje sigaren. Ik las namelijk in hun clublied dat “voor Óðinn's werkelijke leden, [...] whisky, stropdas en sigaar [zijn]”. Het kan de integratie alleen maar bevorderen, denk ik bij mezelf. Het feestje vindt plaats in de Konijnenpijp in Wilrijk, het leegstaande fort IV waar zowat alle TD’s van de buitencampussen worden georganiseerd.

 

Ik kom aan in het slapende dorpje Wilrijk en begeef me, langs de velden waar het plebs van de lokale voetbalploeg training heeft, naar een pad dat via een klein park uitgeeft op Fort IV, aka de Konijnenpijp. Een toepasselijke locatie, merk ik al snel. Het gewelfde plafond en de afbuigende gang hebben een zekere grandeur en bieden zo de ideale setting voor de stijlvolle Lounge Night van dit mysterieuze genootschap. Er zijn wat zetels en staantafels neergezet en links is er een grote toog.

 

Terwijl ik drankbonnetjes koop, word ik hartelijk begroet door de praeses van Óðinn, Bruno Beels. Een stoere blonde kerel met een kort verzorgd baardje. Zijn pak is onberispelijk en hij draagt een zwarte das met het teken van Óðinn op. “De gewone leden dragen grijze clubdassen. Schachten dragen er bruine en prosenioren hebben een zwarte”, vertelt hij me.

 

Ik merk dat er bier wordt geschonken in elegante tulpglazen en besluit samen met Bruno een pint te gaan halen. Ik heb mijn bonnetjes reeds in de aanslag, maar Bruno maakt een gebaar dat ik ze terug moet wegstoppen. “Het gratis vat is nog aan, en dat zal nog wel even duren”, grijnst hij. Een beetje wantrouwig neem ik snel een grote teug van mijn bier. Ik heb genoeg ervaring met gratis vaten op studentenfeestjes om te weten dat zulke geneugten maar van korte duur zijn.

 

vat van fortuin

Ik laat mijn blik nog eens door de ruimte dwalen. Het valt op dat dit een ongebruikelijk gezelschap is voor een doordeweeks studentenfeestje. De mannen zijn stuk voor stuk in hemd en vest en de vrouwen dragen galakleedjes. De gemiddelde leeftijd moet ergens boven de 21 liggen, bedenk ik me. Ik vervoeg me bij een groepje dat er gezellig uitziet en maak kennis. Een alumnus die me vertelt dat hij uitvinder van beroep is, vertelt me wat meer over Óðinn. “Het houdt een beetje het midden tussen een studentenvereniging en een alumni-club. Óðinn organiseert ook vaak activiteiten op vrijdag en zaterdag zodat ook mensen die al werken kunnen komen. Dat ze sowieso ook mikken op al wat oudere studenten maakt het ook gemakkelijker voor alumni om aansluiting te vinden.”

 

De uitvinder en zijn vrienden hebben een gezellige babbel dus haal ik nog een pint. Ervan overtuigd dat het gratis bier nu wel niet meer zal vloeien, haal ik opnieuw mijn bonnetjes boven. Tevergeefs zo blijkt, want ondertussen is er al een nieuw vat aangesloten. Ik uit mijn verwondering bij de rest, maar die reageren allerminst verbaasd. “Óðinn moet zowat de club zijn die het minste winst haalt uit zijn activiteiten”, vertelt Timo me. “Er worden massaal veel vaten weggegeven en uiteindelijk spreken we maar een select publiek aan. Óðinn wordt dan ook voornamelijk gefinancierd door giften en donaties. Dit vat werd bijvoorbeeld gedoneerd door de winnaars van het Vat van Fortuin.”

 

Het vat van wat? Het Vat van Fortuin is een wedstrijd die Óðinn elk jaar organiseert waarbij het praesidium ergens in Vlaanderen een vat begraaft dat de deelnemers vervolgens moeten opsporen. Door wekelijks in teams allerhande raadsels op te lossen kunnen ze foto’s kopen die een clue bevatten over de locatie van het vat. Een studentikoze schattenjacht dus.

 

óðinn en hera

Ik laat de uitvinders en de schattenjagers even voor wat ze zijn en ga een praatje maken met enkele mooi opgemaakte dames. Ze blijken haast allemaal lid te zijn van Hera, de vrouwenvereniging voor studenten van de buitencampussen. Lissa en Xenia vertellen me dat Hera en Óðinn soms ook samen activiteiten organiseren. Bovendien kom ik te weten dat er doorheen de jaren al heel wat kruisbestuiving heeft plaats gevonden tussen de mannen- en de vrouwenvereniging van de buitencampus. “Vooral in de vorige praesidia was haast iedereen wel eens met elkaar naar huis geweest”, lachen ze.

 

Of ze het onrechtvaardig vinden dat Óðinn enkel mannelijke leden toelaat? “Nee, dat is een beetje het concept hé?” zegt Lissa. “In Hera zitten trouwens ook enkel vrouwelijke leden. Ik kom wel liever naar activiteiten van Óðinn want daar kan je je als vrouw eens opmaken. Dat is op de buitencampus anders niet zo evident, als je met hakken op een TD aankomt word je al gauw scheef bekeken.” Ook Xenia ziet er geen graten in: “Ik vind het niet seksistisch of oneerlijk, maar ik vind het wel jammer omdat de manier waarop Óðinn zijn leden rekruteert me wel aanspreekt. Vooraleer je in het praesidium kan worden opgenomen, moet je al ervaring hebben gehad in een andere studentenvereniging. Zo weet je meteen dat je met capabele mensen zit. Ik zit niet in een praesidium, maar als er een club zou bestaan met een gelijkaardige manier van werken waar vrouwen wel lid konden worden, dan zou ik het waarschijnlijk wel doen. Maar die zijn er niet helaas. In Hera bijvoorbeeld wordt iedereen toegelaten en bovendien: zo’n groep vrouwen onder elkaar, dat wordt me wat te bitsig!”

 

Het wordt ondertussen al laat en ik bedenk me plots dat ik nog steeds geen whisky heb gedronken of een sigaar heb gerookt. Vastberaden om niet naar huis te keren vooraleer ik dit ritueel heb voltooid, ga ik naarstig op zoek naar enkele heren die me willen vergezellen. Al snel blijkt dat niet alle heren van Wilrijk roker zijn. Ik word voorgesteld aan Jan, één van de oprichters van Óðinn. Hij wijst beleefd mijn sigaar af, maar ik maak van de gelegenheid gebruik om een prangende vraag te stellen. Vanwaar de naam Óðinn? “Dat is simpel”, zegt Jan, “Hera bestond al, en wij wouden ook een mannenvereniging oprichten. Maar het mocht niet zomaar weer een studentenvereniging worden, we wouden bijzonder zijn – vandaar ook het concept van een gentlemen’s club. Aangezien de meeste clubs zich baseren op de Griekse mythologie, dachten wij origineel uit de hoek te komen door te verwijzen naar de Noorse mythologie, die doorgaans toch ook geassocieerd wordt met mannelijkheid.”

 

whisky and cigars

Na een tijdje vind ik dan toch een partner in crime die met me naar buiten wil komen voor een sigaar en een whisky. De whisky drink ik in tegenstelling tot het bier uit een plastic bekertje en mijn sigaren die ik onderweg in de nachtwinkel kocht, hebben maar weinig smaak. Een kleine reality check, maar ik laat me niet uit het lood slaan en blijf in mijn rol. Als een heuse heer praat ik mee over snooker en experimenteel theater. Ik ondervraag mijn gezelschap voorzichtig over het beperkt assortiment aan whisky. “Normaal zijn ze wat minder zuinig met sterke drank, maar ze moeten dan ook besparen nu, hé”, zegt hij, “volgend jaar is het immers een lustrumjaar, Óðinn zal dan 10 jaar bestaan en dat zal gevierd worden!”

 

Terwijl we buiten staan te roken, zien we hoe er twee jongens in T-shirt naar binnen komen gestruind. Ze worden door iedereen verontwaardigd gadegeslagen en al na enkele minuten zien we ze weer vertrekken. "Wie de dresscode niet respecteert, wordt gevraagd om te vertrekken", verzekerd mijn gesprekspartner me. Ik knik, kijk op mijn horloge en zie dat het ook voor mij tijd is om door te gaan. Zoals het een gentleman betaamt, neem ik keurig afscheid van iedereen die me vanavond gezelschap hield. Wegens de gratis drank heb ik de 10 euro aan bonnetjes die ik bij mijn aankomst had aangeschaft niet kunnen opmaken. Met een zwierige buiging geef ik ze aan een dochter van Hera die net was binnengekomen. Dat gentlemen gedoe werkt verdorie aanstekelijk!