Baarmoeder, waarom sterven wij?

16/03/2007
Auteur

Baarmoederhalskanker kan zich op een triest palmares beroemen: wereldwijd worden elk jaar 500.000 nieuwe gevallen van deze kanker ontdekt en elke twee minuten sterft een vrouw aan de gevolgen ervan. In België gaat het om 667 tragische diagnoses en 326 sterfgevallen per jaar. Dat maakt van baarmoederhalskanker de meest voorkomende kanker bij vrouwen, na borstkanker.

Grote boosdoener is het humaan papillomavirus. Zonder dit seksueel overdraagbare virus kan er geen sprake zijn van baarmoederhalskanker. Geschat wordt dat ongeveer 80 procent van de bevolking er ooit mee in aanraking komt in de loop van zijn of haar leven, wat dit virus meteen bombardeert tot de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening wereldwijd. Gelukkig weert het verdedigingssysteem van de meeste vrouwen het humaan papillomavirus automatisch af. Bij sommige vrouwen veroorzaakt dit virus naast genitale of anale wratten ook kanker van de schaamlippen, vagina, aars of baarmoederhals. Slechts in 1 procent van de gevallen geven deze infecties aanleiding tot een kwaadaardig letsel.

 

Wetenschappers zorgden echter voor een lichtpunt in de woekerende duisternis en dit in de vorm van een vaccin. Op dit moment is er één vaccin op de markt: Gardasil. Een tweede vaccin, Cervarix, wordt in de loop van dit jaar verwacht. Vaccins als deze bestaan uit een virusachtig partikel dat dezelfde structuur heeft als het virus – zonder echter het virale genoom te bevatten – en dit zorgt ervoor dat het lichaam antistoffen aanmaakt. Er bestaan meer dan honderd verschillende types van het humaan papillomavirus. Het vaccin biedt bescherming tegen de types die verantwoordelijk zijn voor driekwart van de gevallen van baarmoederhalskanker.

 

Aangezien het vaccin preventief werkt en het humaan papillomavirus seksueel overdraagbaar is, zouden vrouwen gevaccineerd moeten worden voor ze seksueel actief zijn. Uit een Brits onderzoek blijkt dat 7,5 procent van de jongeren op dertienjarige leeftijd al geslachtsgemeenschap heeft gehad. Wetenschappers pleiten er dan ook voor om meisjes tussen 9 en 12 jaar op grote schaal in te enten. Bij vaccinatie van vrouwen die reeds seksueel actief zijn, daalt de effectiviteit van het vaccin sterk. Of het zin heeft om ook voor die vrouwen te investeren in Gardasil, is voorlopig dan ook onduidelijk en vergt bijkomend onderzoek. Ook over de doeltreffendheid van het vaccin bij mannen is men op dit moment niet zeker, maar recente berichten zijn hoopvol. Het humaan papillomavirus zou immers ook verantwoordelijk zijn voor anale kanker: een fatale ziekte die vooral homoseksuele mannen treft. Amerikaanse onderzoekers gaan na of Gardasil ook voor deze kanker preventief zou kunnen optreden.

 

De ontwikkeling van dit vaccin betekent een grote doorbraak in de strijd tegen kanker. Het Europese Geneesmiddelenagentschap verleende in september 2006 haar goedkeuring aan Gardasil en diezelfde maand sprak men op de Geneeskundige Dagen van Antwerpen reeds over "het einde van baarmoederhalskanker". Op dit moment is het vaccin nog niet opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma van het ministerie van Volksgezondheid. “Bijkomend onderzoek is nodig,” luidt het daar. Het vaccin is wel beschikbaar in België. Voorlopig betalen de ziekenfondsen het gedeeltelijk uit eigen zak terug, maar dat kost hen miljoenen euro’s. Helaas hanteert ieder ziekenfonds een verschillend terugbetalingsschema, wat bij veel vrouwen tot verwarring leidt.

 

De euforie omtrent Gardasil dient volgens sommige critici – waaronder het Syndicaat Vlaamse Huisartsen (SHV) – getemperd te worden. Men kan immers nog niet met zekerheid zeggen of het vaccin effectief bescherming biedt tegen baarmoederhalskanker. Nadat de infectie heeft plaatsgevonden, duurt het vijf tot vijftien jaar alvorens de kanker zich ontwikkelt. De eerste vaccins werden te recent toegediend om met zekerheid te kunnen zeggen of de kanker verslagen is. Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich echter in verschillende stappen en wetenschappers wijzen erop dat het vaccin beschermt tegen de voorloperletsels. Zij gaan er dan ook van uit dat het eveneens bescherming biedt tegen baarmoederhalskanker zelf en benadrukken dat het ethisch onverantwoord zou zijn om dertig jaar te wachten om te zien of het vaccin effectief werkt.

 

Diezelfde wetenschappers laten geen kans onbenut om het blijvende belang van screening aan te strepen: Gardasil beschermt immers slechts tegen driekwart van alle types van baarmoederhalskanker. Die screening is niet bepaald populair bij de Belgische vrouwen. Alle vrouwen tussen 25 en 65 jaar zouden om de drie jaar een uitstrijkje moeten laten nemen; in België houdt amper 59 procent zich aan die raadgeving. Met dit povere resultaat bengelt ons land aan het Europese staartje: in Finland laat bijvoorbeeld maar liefst 93 procent van de vrouwen zich op regelmatige basis screenen. Mochten meer vrouwen deelnemen aan een screening, dan zou baarmoederhalskanker veel sneller kunnen worden opgespoord en zou het aantal sterfgevallen ten gevolge van deze kanker drastisch dalen. Gynaecologen betreuren dat er in België geen georganiseerde structuur bestaat die vrouwen stimuleert om regelmatig uitstrijkjes te laten nemen. Een dergelijk systeem zou vrouwen die dat niet doen kunnen aanschrijven, opdat ze alsnog bij de gynaecoloog zouden terechtkomen.

 

Dankzij het vaccin zal die gynaecoloog met een pak minder afwijkende uitstrijkjes geconfronteerd worden. Als dit vaccin wijdverbreid geraakt, althans. Zullen de overheid en de ziekenfondsen de moed kunnen opbrengen om te investeren in iets wat pas over dertig jaar rendeert?

 

 

Met medewerking van prof. Dr. Wiebren Tjalma, gynaecologisch oncoloog en borstchirurg van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Wiebren heeft meegewerkt aan studies naar de ontwikkeling van het vaccin tegen baarmoederhalskanker.