coronablues

07/12/2020
column Thomas Voet
🖋: 
Auteur

Vandaag zitten we opnieuw in volle lockdown. Als geaffecteerde persoon met lichte opleidingsmisvorming als student Sociale Wetenschappen let ik in deze tijd van vergrote monotonie op parallellen met de eerste maatschappijsluiting. Een constante die ik denk te hebben gevonden is dat, nu het geduld en de vooruitzichten van menig burger beginnen te minderen, er ergens een automatische reflex opspeelt om zondebokken te zoeken. Daarbovenop lijkt de noodzaak op te spelen om gevoelsmatige kritiek te leveren. Ook ik ben hieraan schuldig zoals u spoedig zult merken.

Of het nu ligt aan mijn supersedentaire bestaan, waardoor ik mijn wereld beleef vanuit een kamer, verhoogde werkdruk of mijn verwaterende sociale contacten: ik ben prikkelbaarder geworden. Daardoor begin ik vaker dan normaal rond te kijken met mijn wijsvinger in de aanslag met als doel te klagen over personen of artikels die naar mijn aanvoelen verkeerd zijn. Wat me de laatste tijd specifiek opvalt en wat volgens mij ook het geval was tijdens de eerste lockdown, is het geklaag van mensen over studenten als voorname reden voor de huidige maatregelen. Het cliché van de actieve, feestende, maar toch luie en onverantwoordelijke student blijft tot mijn grote frustratie tijdens deze uitzonderlijke tijden de student volgen.  

De crisis vergroot veel problematieken. Het zoeken naar zondebokken lijkt me er een van te zijn. Zo had ik het in mijn vorige column al over het feit dat studenten meer en meer het gebrek aan input en facilitering moe zijn. Wat er vaak vergeten wordt wanneer er gepraat wordt over thema’s zoals de toename van de ongelijkheid of grotere belichting van drempels door de COVID-19-pandemie, is dat er altijd een voorgeschiedenis aan verbonden is. Zo is België altijd al een land geweest met relatief veel armoede. Het is ook al langer geweten dat niet elke burger op een gelijke manier participeert in onze democratie. Zo werden ‘student’ en ‘lui’ ook al voor de crisis in een adem genoemd. Een factor die daartoe bijdraagt, maar ook zelf een voorgeschiedenis heeft aan problemen die net als velen vandaag worden uitvergroot, zijn studentenraden.

De meeste studentenraden in Vlaanderen slaagden er namelijk niet in om voor de pandemie een groot deel van hun studenten te betrekken bij hun besluitvorming en om efficiënt te blijven. Een onderzoek van dwars uit 2017 concludeerde bijvoorbeeld dat maar tien procent van de bevraagde studenten wist waar hun studentenraad mee bezig was. Niet-geïnformeerde studenten zijn vaak studenten die hun stem niet laten horen en zo niet mee kunnen wegen op het gevoerde beleid van studenten van UAntwerpen. Ook is een gebrekkige interne informatiestroom een probleem voor vele studentenraden. Wanneer een student zijn weg vindt naar een studentenvertegenwoordiger met een vraag of bezorgdheid, dan is de kans steeds reëel dat de stuver in kwestie niet de benodigde informatie heeft of dat het gesignaleerde probleem niet bij de relevante organen geraakt of blijft steken op een bepaald beleidsniveau. Ook worden budgetten vaak ongelijk en met weinig toekomstperspectief gespendeerd.  

De belangrijkste hindernis om efficiënt en effectief te functioneren is de inhoudelijke drempel. Een hogeschool- of universiteitsbestuur is decretaal verplicht om op bepaalde zaken een advies te vragen aan studentenraden. Het is moeilijk om tegen personeelsleden met vaak decennia aan kennis op hetzelfde niveau over dossiers te spreken als je als student maar maximaal een paar jaar op vrijwillige basis actief kan zijn. Ongeacht de moeite van personeelsleden om open te staan voor input blijft het voor een scheve vergelijking zorgen. In de meeste studentenraden is er geen brede neutrale inhoudelijke ondersteuning voor studentenvertegenwoordigers met als gevolg dat zij vaak voor hun informatie afhankelijk zijn van oudere stuvers, goodwill van personeelsleden en eigen ervaring.  

In deze realiteit vol drempels waarin studenten vertegenwoordigd moeten worden, kwam in maart een nieuwe moeilijkheid aankloppen. Volgens het cliché dat ik vaak hoor, zou je verwachten dat de werking net slechter zou gaan. Het tegendeel was echter waar. Voor het eerst sinds haar oprichting nam de Studentenraad van UAntwerpen het initiatief voor een uitgebreide bevraging en een uitgebreid rapport en advies rond het welbevinden van generatiestudenten. Daarnaast merk ik dat er nu meer en vaker informatie wordt uitgewisseld tussen de vertegenwoordigingsniveaus en dat er intern meer aandacht gaat naar performantie van de vertegenwoordigingscapaciteit van de stuvers in het universiteitsbeleid. Daarnaast hebben we recordopkomsten tijdens verkiezingen en zijn er meer vertegenwoordigers dan vorige jaren die hun vrije tijd willen spenderen om aan de studentenraadskar te trekken. Ook neemt het personeel de Studentenraad jaar na jaar serieuzer. De COVID-19-crisis heeft daar dus een positief effect op gehad.

Dat positieve effect bemerk ik ook aan andere aspecten van het studentenleven. Als student die zich al jaren engageert in verenigingen en in studentenvertegenwoordiging maakt het mij gelukkig als ik naar de vindingrijkheid van mijn medestudenten kijk. Ondanks vergrote werkdruk, taken en zelfisolatie zijn het de studenten die vaak met creatieve oplossingen komen, grote solidariteit met elkaar tonen en net meer tijd dan anders in vertegenwoordiging van hun medestudenten steken. Voorbeelden zijn talrijk: sinds dit jaar is Students for Students gestart en hebben de studenten van Unifac meer dan tweeduizend online speeddates gefaciliteerd op een avond. Wanneer men studenten aanwijst als weinig initiatiefnemend of lui, is dat nu meer dan ooit fout.

De ironie van het verhaal is dat er een crisis moest zijn om de vindingrijkheid van studenten te ontdekken. Met wat extra moeite zie je snel in dat de COVID-19-crisis net studenten heeft geïnspireerd om meer te doen voor elkaar en anderen. Te vaak worden studenten te negatief in de media afgebeeld. Dat is zeker het geval als we naar die problematiek in pandemietijden kijken.



Erasmus in coronatijd

07/12/2020
buddy project

Het is een droevig jaar voor Erasmusstudenten. De wereldkaart lijkt al maanden een rood-geel lappendeken en vliegtuigen blijven aan de grond genageld. De ene student stelt zijn buitenlandse avontuur uit tot het volgende academiejaar, de ander trekt de wijde wereld in vanachter het scherm op zijn zolderkamer. Toch zijn er ook studenten die, ondanks de omstandigheden, de heikele reis naar Antwerpen waagden. Maar hoe integreer je op een anderhalvemeterunief? We spraken met twee buitenlandse studenten die afgelopen september UAntwerpen trotseerden.

Lian (29) komt uit de Filipijnen en is bezig met haar Master Economic Policy. In plaats van haar diploma 'gewoon' thuis te behalen, wilde ze iets anders. Na een jaar vol plannen en uitkijken naar haar grote buitenlandse avontuur kon zelfs een pandemie haar niet meer op andere gedachten brengen; de besmettingscijfers werden immers steeds beter, niet?

Faiza (23) komt uit Pakistan en is voor dezelfde masteropleiding naar Antwerpen gekomen. Ze komt uit een huishouden met veel familieleden. In het begin voelde ze zich eenzaam, maar nu ze een paar vrienden gemaakt heeft, voelt ze zich al beter. Na wat getouwtrek met een ongeduldige kotbaas viel ze vanuit een huis vol opa's, oma's en ooms rechtstreeks in een net iets te rustig Antwerps kot. Dat was even wennen, maar gelukkig bleef de lockdown nog een tijdje weg en was er nog plek voor nieuwe vriendschappen. Ook zij koos er dus voor om, ondanks de omstandigheden, toch door te gaan met haar plan om in België te komen studeren.

 

een warm welkom

Na een lange zomervakantie bijkomen van een halfjaar vierkante ogen, tweede zitten in scheepsloodsen en een chronisch gebrek aan aanraking moest het er toch weer van komen: de unief opende haar deuren, ook voor de kersverse buitenlandse studenten. UAntwerpen heeft, vooral in het begin van het jaar, vele activiteiten voor de internationale studenten georganiseerd, maar zowel Faiza als Lian konden niet aanwezig zijn. Het is natuurlijk nogal moeilijk om aan de activiteiten deel te nemen terwijl je in verplichte quarantaine zit omdat je gereisd hebt. Desondanks zijn ze tevreden over de ontvangst: “We krijgen vaak berichten en we kunnen op een aantal plekken terecht. We hadden niet verwacht dat de universiteit zo betrokken en vriendelijk zou zijn.”  

Ze zijn ontzettend dankbaar voor de hulp en steun die de universiteit aanbiedt. “Ze hebben hun deel goed gedaan”, aldus Faiza en Lian. Ook bij het STIP kunnen ze terecht met hun problemen en er is maandelijks een begeleider die een bijeenkomst met hen houdt waarop ze eventuele vragen kunnen stellen.

 

een koud volkje

Niet alleen het studeren is belangrijk, ook het sociaal leven speelt een grote rol. De mondmaskers en social distance maken het er niet gemakkelijker op; nu alles virtueel verloopt, is de kans om anderen te leren kennen nog kleiner. Het is over het algemeen nogal moeilijk om contact te leggen met anderen, zeker als het allemaal van één kant moet komen. “Misschien ligt het aan mij, maar Belgen lijken nogal gesloten, stil en op zichzelf. Ik ben diegene die het ijs moet breken of de eerste stap moet zetten”, zegt Lian. Faiza knikt bevestigend. Het is een uitdaging voor hen beiden om altijd the social one te moeten zijn. “Maar eens je de eerste stap gezet hebt, zijn de Belgen wel ontzettend vriendelijk!”

Na drie bachelorjaren heeft iedereen zijn eigen kliekje wel. Het voelt voor hen alsof ze ‘de groentjes’ zijn. De namen van hun klasgenoten kennen ze niet, er was nooit een introductiemoment. “Ik wil me ook niet opdringen en daarom is het moeilijk om me open te stellen.” Faiza vult aan: “Ik ben nogal verlegen van aard, dan is het niet gemakkelijk om uit je schulp te kruipen.”   

Lian en Faiza participeren niet aan de buitenschoolse activiteiten: niet omdat ze niet willen, maar omdat ze het gewoon te druk hebben. Daarom hebben ze buiten de klas ook niet veel mensen ontmoet. Gelukkig hebben ze ondertussen wel een eigen international students-vriendengroepje van vier leden. Ze begrijpen elkaar het best en proberen elkaar te helpen waar nodig. Ze hebben gemerkt dat er meer internationale studenten zijn dan hun groepje van vier, maar die hebben ze nog nooit zien verschijnen tijdens de colleges toen die nog mochten doorgaan. “We weten niet waar ze zijn.”

 

een brandend verlangen naar geborgenheid

Naast de hulp van een handjevol internationale studenten komt er uit onverwachte hoek nog een medicijn tegen de heimwee; er zijn één professor en haar assistent die extra tijd in hen hebben gestoken. Zij namen de tijd om persoonlijk met hen in gesprek te gaan. Ze hebben zelfs tijdens een college gevraagd aan de anderen om extra vriendelijk tegen de internationale studenten te zijn en te helpen omdat zij het extra moeilijk hebben. “Dat was echt niet nodig, maar hij deed het wel en dat is lief.” Bij andere professoren ontbreekt deze voorkeursbehandeling, daar zijn ze gewoon studenten als ieder ander. Wel hebben ze het gevoel dat ze altijd met vragen terecht kunnen. Meer verwachten Faiza en Lian uiteraard niet.

Aangezien Lian en Faiza beiden Aziatisch zijn, is er een groot cultureel verschil met België. Het is menselijk om naar iets vertrouwds op zoek te gaan en het feit dat je dat niet kan vinden, brengt wel wat heimwee met zich mee. “België is prachtig en bevrijdend, maar dat neemt niet weg dat ik mijn familie mis. Het is mijn eerste ervaring alleen ver weg van huis”, zegt Faiza. In België verloopt alles snel en gehaast. Er moet veel gebeuren op korte tijd. “Wat ik echt bewonder aan de mensen hier is dat iedereen hardwerkend is en altijd professioneel weet te blijven.” Faiza wil graag leren om zelfstandig en onafhankelijk te zijn, bewijzen dat ze kan leren en zichzelf tot het uiterste drijven. Lian heeft het vaak moeilijk. “Ik mis thuis. Ik mis mijn familie.”



de dwarsdoorsnede

06/12/2020
De Kersenvla
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Uitzonderlijk hanteert dwars deze keer geen fileermes maar een gekarteld taartmes om chocolade te maken van theaterstuk De Kersenvla van gezelschap Abbatoir Fermé.

Na Hamlet en Gonzo dacht ik te weten wat te verwachten van Abattoir Fermé. Hoewel deze verwachtingen op veel vlakken juist waren, werd ik toch wederom van mijn rood fluwelen stoeltje geblazen door de onvoorspelbaarheid die hun stukken zo geniaal maakt. De Kersenvla laat je twee uur lang oprecht lachen, genieten en nadenken. Regisseur en schrijver Stef Lernous slaagde er wederom in om een zeer entertainend en inhoudelijk interessant stuk op de planken te brengen.  

De Kersenvla is een metatoneelstuk waarin een theatergezelschap uit het oude Rusland repeteert voor De Kersenvla, geschreven door Danny Tsjechov. U kan het waarschijnlijk al raden, Danny is de halfbroer van niemand minder dan de gevierde theaterschrijver Anton Tsjechov. De onzekerheid die Danny heeft ontwikkeld ten gevolge van het succes van zijn broer is de aanzet voor de humor van het stuk. Daarnaast hebben alle andere personages uitgebreide en absurde achtergrondverhalen die met veel humor en emotie aan bod komen. Zo ontstaat een verhaallijn die niet recht is, maar eerder op de tekening van een peuter lijkt. De Kersenvla is daarom niet voor iedereen weggelegd. De genialiteit schuilt namelijk net in zijn absurde verloop. Abattoir Fermé is niet bang om van de hak op de tak te springen. Dat moet je durven. De acteurs vertrouwen erop dat het publiek wel mee zal gaan in hun gedachtegang. Wanneer je dan als toeschouwer besluit om erop te vertrouwen dat zij de weg kennen, wordt het een geweldig avontuur. 

Het verhaal begint als een rustige repetitie waarin de personages elkaar wat leren kennen. Tegelijkertijd maakt de toeschouwer zo kennis met de personages: de onzekere schrijver, een regisseur met controleproblemen en drie bizarre acteurs met zeer uiteenlopende carrières. Al snel wordt duidelijk dat ze geen van allen mentaal stabiel kunnen worden genoemd. Zo volgt de ene zenuwinzinking of woede-uitbarsting na de andere. Toch slagen de acteurs erin om het geheel luchtig te houden. Er wordt namelijk afgewisseld met rustigere speelscènes waarin de humor er misschien minder dik op ligt, maar die eens zo grappig zijn omdat je er soms even over moet nadenken. Verder duiken af en toe muzikale onderbrekingen op, al dan niet met dans erbij, die zowel lach- als indrukwekkend is.  

Al deze elementen komen enkel tot hun recht dankzij het talent van de acteurs. Ze zetten stuk voor stuk hun rol zeer overtuigend neer. Niettemin is het duidelijk dat de jongste actrice (Ellen Sterckx) nog wat kan leren van haar collega’s. In het bijzonder Chiel van Berkel kan een zaal opeisen op een manier die slechts voor een klein percentage acteurs is weggelegd. De overtuigende performances van de acteurs zijn cruciaal voor dit soort stukken. Met zo veel onvoorspelbare of absurde elementen moet het publiek namelijk keer op keer worden meegetrokken in hun wereld en de cast slaagt daar telkens opnieuw in.  

Dankzij de manier waarop Stef Lernous toch een zekere opbouw construeert, wordt de continue afwisseling niet vermoeiend of te verwarrend. De gekheid barst niet op een exact moment los. Je voelt het zitten, vangt er glimpen van op en beetje bij beetje komt de absurditeit in al haar glorie dagzomen. De kersenvla lijkt symbool te staan voor de chaos. Hoe meer gekkigheid, hoe meer kersenvla er wordt verorberd op het podium. Zo blijkt er toch een rode draad te zijn in de wervelwind aan situaties. Als je wil begrijpen wat er allemaal aan de hand is, zal je waarschijnlijk op je honger blijven zitten.  Als je bereid bent om helemaal op te gaan in de chaos, zal je voldaan naar huis gaan na De Kersenvla



een zetelverslag

06/12/2020
culinaire avond
🖋: 

Ieder jaar organiseert Lingua, de departementsclub van Taal- en Letterkunde & Wijsbegeerte, haar befaamde cultinaire avond. Met optredens van getalenteerde vrijwilligers en dessertjes tijdens de pauze is het de ideale combinatie van cultureel en culinair genot. Maar ook hier gooide corona roet in het nagerecht. Wat normaal gezien een gezellige samenkomst is van Linguanen en andere cultuurliefhebbers, werd nu een online evenement. Het leek op het eerste zicht heel wat minder sfeervol dan de gewoonlijke samenkomst. Toch was het de moeite waard en dwars was zowel op het virtuele podium als in het publiek aanwezig. 

Met nog een paar minuten te gaan voor de start van het evenement was ik tegelijkertijd popcorn aan het maken — het enige ietwat zoete wat ik nog kon vinden op mijn kot — en mijn laptop aan het opstarten. Het is eens iets anders dan aanschuiven en bijkletsen met vrienden. Om 20u werden we zoals gewoonlijk verwelkomd door de presentatoren, ditmaal echter in een vooraf opgenomen filmpje. Ondanks een klein gebrek aan spontaneïteit slaagden ze erin om me, zoals altijd, aan het lachen te brengen. Daarnaast werd ook de reactiekolom al snel een vrolijke bedoening met mensen die reageerden op de acts en op de interactieve posts die Lingua had voorbereid. Wilde je bijvoorbeeld altijd al weten welk dessertje jij bent? Moeke Lingua had het antwoord voor je klaar. 

Aan sfeer geen tekort dus, maar wat met de acts? Getalenteerde studenten met velerlei culturele talenten konden op voorhand filmpjes insturen waarin ze het beste van zichzelf gaven. Zoals meestal het geval is, kwamen hier voornamelijk muzikanten op af. Tino, onze hoofdredacteur, bracht een liedje met zijn gitaar, waardoor ik me heel even op vakantie aan een kampvuur waande. Cohzee Music zorgde dan weer voor een klein feestje op mijn kot en Ruben & Rozemarie lieten me helemaal wegdromen met enkele Nederlandstalige nummers. Verder waren er toch ook enkele indrukwekkende niet-muzikale optredens. Martijn toverde bijvoorbeeld niet alleen een nieuw T-shirt tevoorschijn, maar ook een lach op mijn gezicht. Daarnaast voelden ook enkele getalenteerde poëten zich geroepen om hun stem te laten horen. Vooral Bert Sales Sigarra viel op vanwege zijn interessante teksten en overtuigende performance. 

Het merendeel van de acts vormden dus muzikanten die zongen en gitaar of piano bespeelden. Dat is zeker leuk, maar een beetje meer afwisseling met bijvoorbeeld dans of theater was wel fijn geweest. Natuurlijk is het moeilijk om dat zomaar te regelen. Gelukkig gingen de muzikanten en poëten die meededen wel voor uiteenlopende stijlen. Daarnaast fluctueerde ook het niveau van professionaliteit, maar dat is net de charme van de cultinaire avond. Aan het einde werden er bijvoorbeeld bijna professionele videoclips getoond van een band. Hun muziek was niet per se beter dan die van sommige anderen, maar door de aard van de filmpjes vielen ze nogal uit de toon. 

Het geheel was dus zeker de moeite waard – als je in de zetel gaan zitten en laptop opendoen al echt ‘moeite’ kan noemen. Natuurlijk was het fijner geweest om alles in het echt te bewonderen, maar voor nu was het een goed alternatief. Misschien is online zelfs wel beter dan fysiek: je kan het geheel nog steeds herbekijken via de Facebookpagina van Lingua! Perfect voor wanneer je eens iets anders wil dan alweer Netflix of Disney+ of weet-ik-veel-wat. Ten slotte is het ook het ideale excuus om je favoriete dessertje nog eens in huis te halen. 
 



frontman Niels Braeckmans aan het woord

22/11/2020
Niels Braeckmans
🖋: 

Niels Braeckmans (21) is een opkomend artiest, pianoleraar, student aan het conservatorium van Gent en nog veel meer. In maart 2020 lanceerde zijn band, Trapped Ants, zijn eerste EP: Rising Down. De volgende plaat verschijnt hopelijk in de lente van volgend jaar. Er wordt nog niets strikt vastgelegd, want zolang corona onze levens domineert, bestaat er geen zekerheid voor beginnende bands. In dit interview vertelt Niels over zijn muzikale carrière en hoe hij die tijdens deze uitzonderlijke periode verder probeert uit te bouwen.  

Kan je kort uitleggen hoe jouw muzikale carrière zich heeft ontwikkeld? 

Mijn muzikale carrière is begonnen op de klassieke muziekschool in Grobbendonk en Zoersel. Ik heb daar 10 jaar klassieke pianolessen gevolgd. Na het middelbaar ben ik pop-jazzpiano gaan studeren aan de Jazzstudio, een soort privéconservatorium in Antwerpen. Sinds dit academiejaar studeer ik aan het conservatorium van Gent poppiano.  

Wanneer ben je je eigen muziek beginnen maken? 

Ik denk dat ik zestien was toen ik voor het eerst iets schreef wat je een song zou kunnen noemen. Dat begon met het op muziek zetten van mijn eigen Nederlandstalige gedichten. Die zijn op termijn geëvolueerd naar Engelstalige nummers. Daarnaast ben ik ook beginnen producen en heb ik andere instrumenten leren bespelen, zoals gitaar en basgitaar. Zo begonnen mijn nummers echte producties te worden. Toch had ik het gevoel dat ik mijn muziek solo niet helemaal kon brengen zoals ik wilde. Daarom besloot ik een band op te richten, maar eigenlijk zijn we momenteel een duo. Ik werk namelijk samen met een drummer, Alexander van Eeckhoutte, die ik via het internet heb leren kennen. Ik kende geen drummers in de buurt en ben dan maar op zoek gegaan via YouTube. Daar heb ik Alexander gevonden die zot genoeg was om ja te zeggen op mijn plannen, hoewel die toen totaal geen toekomstperspectief hadden. 

Verloopt die samenwerking dan goed als jullie elkaar op voorhand nog niet kenden? 

Verbazingwekkend genoeg voelen wij elkaar eigenlijk perfect aan. Op muzikaal vlak is er echt een klik, daarnaast we hebben ook dezelfde visie over wat we graag willen bereiken en hoe we dat best aanpakken. We maken al onze opnames zelf met ieder ons eigen opnamemateriaal. Zelfs voor corona werkten we dus eigenlijk al vanuit ons eigen kot. 

 

Zelfs voor corona werkten we eigenlijk al vanuit ons eigen kot.

 

Komen jullie dan wel samen om te oefenen en experimenteren of niet? 

Nu ik erover nadenk klinkt het inderdaad wel raar dat we niet samenkomen, maar het klikt echt heel goed op muzikaal vlak. Ik maak meestal een demo die ik naar hem stuur met wat achtergrondinformatie en uitleg over waar ik er drums bij wil. Dan stuurt Alexander drumtracks terug en die zijn altijd zoals ik het in gedachten had of zelfs nog beter. De samenwerking verloopt dus zeer vlot. 

Jullie eerste plaat, Rising Down, is uitgekomen in maart tijdens de lockdown. Hoe verliep dat dan? Hebben jullie veel plannen moeten omgooien? 

Ja, we waren van plan om op 16 mei een releaseoptreden te doen, maar dat is natuurlijk niet doorgegaan. We hebben dus weinig aan promotie kunnen doen. Toch ben ik wel tevreden met de luistercijfers die de muziek al heeft gehaald. Ondertussen is ze in totaal zesendertigduizend keer gestreamd, dat is al wel mooi voor een groep die nog nooit heeft kunnen optreden. 

Als beginnende artiest moet je waarschijnlijk continu momentum opbouwen. Heb je het gevoel dat je door de crisis misschien momentum bent kwijtgeraakt?  

Ik denk dat het een geluk bij een ongeluk was dat we daar nog niet te veel mee bezig waren. Het optreden op 16 mei moest de start zijn. Ons eerste momentum moeten we daarom nog beginnen opbouwen, waardoor we het juiste tijdstip kunnen afwachten. Er was gelukkig nog niet veel opgebouwd dat kon worden onderbroken door corona.  

Er is een tweede plaat op komst. Weet je al hoe de release daarbij gaat verlopen? 

Ik ben momenteel bezig met de opnames van de tweede plaat. Die wordt langer dan Rising Down en gaat ook een andere richting uit. We focussen nu op de stijl waar we als Trapped Ants echt naartoe willen. We zijn beiden grote rockfans en dat hebben we tot nu toe nog niet zo in onze muziek kunnen laten horen. De muziek die al verscheen, is voornamelijk pop, maar daar proberen we van af te stappen. Een releasedatum is er nog niet en die zal afhangen van het verloop van de coronacrisis. We moeten namelijk kunnen samenkomen voor fotoshoots, om videoclips op te nemen en voor andere promotie-evenementen. We willen ook echt het juiste moment afwachten om het momentum op te bouwen waar je daarnet naar verwees. We willen zeker zijn dat alles vlot kan verlopen voor we er weer aan beginnen. De enige zekerheid is dat de release voor de eerste helft van 2021 zal zijn. 

Op je 21 al aan je tweede plaat werken is niet niks. Van waar haal je je inspiratie voor al die muziek? 

Er zijn een paar manieren waarop ik word geïnspireerd. De belangrijkste bron is alles wat er in mijn leven gebeurt en dan vooral zaken waarmee ik worstel. Muziek schrijven is voor mij bijna therapie. Ik doe het om moeilijke zaken een plaats te kunnen geven en de gevoelens erbij te kunnen uiten. Verder komt er soms ook wel inspiratie uit de natuur of andere muziek die ik hoor, maar mijn eigen problemen zijn toch de belangrijkste bron. 

 

Muziek is de oorzaak van mijn problemen, maar ook de oplossing ervoor.

 

Wat voor problemen kom je dan tegen? 

Een van mijn grootste uitdagingen is de balans tussen werk en ontspanning. Vroeger was muziek een vorm van ontspanning, maar nu is het ook mijn werk geworden. Daardoor kom ik in een vicieuze cirkel terecht waarbij ik muziek maak om me goed te voelen, maar me soms ook slecht voel door de stress die erbij komt kijken nu alles zo serieus is. Muziek is de oorzaak van mijn problemen, maar ook de oplossing ervoor. Die wisselwerking is heel vermoeiend. Ik denk dat ik me daardoor soms wel op het randje van een burn-out bevind.  

Is er dan niets anders dan muziek maken wat je graag doet? 

Ik sport ook wel graag, maar ik ben bijvoorbeeld gestopt met voetbal om meer muziek te kunnen maken. Momenteel doe ik wel elke ochtend aan fitness. Nu ik erover nadenk, doe ik wel veel dingen graag, maar ben ik eigenlijk een heel sober iemand. Ik haal plezier uit de kleine dingen zoals fietstochtjes en spelen met mijn kleine broertjes. Verder luister ik natuurlijk ook graag naar muziek. Dat is het eerste wat ik doe wanneer ik opsta en het laatste wat ik doe voor ik ga slapen.  

Heb je ook een boodschap die je graag zou overbrengen met je muziek of is het puur een manier om je gevoelens te uiten? 

Ik ben op dit moment een redelijk naar binnen gekeerde songwriter, maar ik hoop natuurlijk dat mijn muziek anderen het gevoel kan geven dat ze niet alleen zijn. Het zijn thema’s waar zeker nog andere mensen mee worstelen. Ik zing erover omdat dat mijn manier is om zaken te verwerken, maar misschien kunnen anderen uit de muziek wel de moed halen om te praten over hun problemen of er op zijn minst een beetje troost in vinden.   



de Antwerpse lezerscommunity

22/11/2020
Antwerpen Leest
🖋: 

Op zoek naar leestips, leesplekken of literaire activiteiten in het Antwerpse of zin om jouw eigen ervaringen te delen? Dan kan je sinds april terecht op de website van Antwerpen Leest, de Antwerpse lezerscommunity ondersteund door de eigen Stadslezers. Wie zijn ze, wat doen ze en wat drijft hen? dwars ging in gesprek met de bezielster van het project. 

Wat in 2016 startte als een experiment van Stad Leuven en Cultuurconnect om na te gaan wat een lokale lezerscommunity nodig heeft, resulteerde niet veel later in het initiatief Leuven Leest. Want wat bleek: de Leuvenaar had nood aan het delen van leestips, een overzicht aan activiteiten, literaire artikels en het samenbrengen van de verschillende partners uit de literaire sector. Naast Leuven, Gent en Brugge Leest zag ook Antwerpen Leest al snel het levenslicht. 

 

online vriend op café 

Stadslezers, dat zijn lokale en authentieke Antwerpenaars. “Je zou kunnen zeggen dat we hiermee het digitale equivalent van een vriend op café willen nastreven. Het persoonlijke aspect is heel belangrijk, de opbouw van een netwerk ook”, aldus Karen Milants. Karen (35), Coördinator streetart en Community Manager van Antwerpen Leest, is hét aanspreekpunt voor de meer dan 434 stadslezers die Antwerpen momenteel rijk is. “Simpel gezegd brengt het online platform graag een bundeling van wat er lokaal, in onze stad, leeft.” 

Antwerpen Leest biedt de kans om leestips te delen, maar ook fijne leesplekken, literaire activiteiten en artikels kunnen uitgewisseld worden. “Met Antwerpen Leescafé willen we ook offline banden smeden door de organisatie van workshops, lezingen of ontmoetingen met auteurs. Vanwege COVID-19 werden de eerste edities noodgedwongen vervangen door een digitaal alternatief”, vertelt Karen. “Daarnaast proberen we met de redactie van Antwerpen Leest de artikelpagina gevuld te krijgen met interviews, verslagen van boekvoorstellingen en andere bijdragen, volledig bedacht en gemaakt door de stadslezers zelf.” 

 

behoefte aan matchmaking 

Ook de samenwerking met het literaire veld is cruciaal volgens Karen: “Dankzij de oprichting van werkgroepen met partners en organisaties, zoals bibliotheken, boekhandels, literaire organisaties, het onderwijs en noem maar op, kunnen we nagaan wat zij concreet nodig hebben.” Er is in het veld dan ook behoefte aan matchmaking. “Een overzicht bieden, elkaars noden kennen en die kunnen opvangen, organisaties onderling aan elkaar verbinden en inhoudelijke samenwerkingen creëren, ook dat is Antwerpen Leest”, licht Karen toe. “We willen het lezen in Antwerpen zichtbaar maken.” 

Streams is bijvoorbeeld een project dat voortkomt uit deze samenwerkingen. “Behoud de Begeerte is deze zomer gestart met het opnemen van literaire voorstellingen, interviews, lezingen en boekpresentaties om die toch toegankelijk te maken voor de geïnteresseerden. De opnames worden gratis aangeboden via de website van Antwerpen Leest. Intussen is het project trouwens ook opengetrokken naar andere organisaties zoals het Letterenhuis en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.” 

 

stijgende interesse 

Karen merkt een forse toename bij studenten die zich kandidaat stellen, maar Antwerpen Leest is er voor iedereen: “Jong en oud, iedereen is welkom om als stadslezer een steentje bij te dragen. Zo zijn de leeftijden van de jongste en oudste stadslezers thans respectievelijk 19 en 76 jaar. Ook het aantal stadslezers blijft groeien, op dit ogenblik zijn het er al 434!” 

Momenteel telt het online platform maar liefst 591 leestips en werden er al 38 leesplekken aangeraden. Cijfers die dagelijks stijgen — binnenkort ook met jouw tips? 

 

 

Interesse om zelf een Antwerps Stadslezer te worden? www.antwerpenleest.be



wat kan je doen tegen voedselverspilling?

15/11/2020
voedselverspilling
🖋: 

Yoghurt die een dag over de houdbaarheidsdatum is, een bruine banaan die je met volle overtuiging kocht om deze week toch eens gezonder te eten en de harige tomaat wiens haardos Elvis zou benijden. De kans dat je die producten zonder erbij na te denken in de vuilnisbak gooit is groot en daar ben je niet alleen in. Elk jaar gooien Belgen zo een 3,8 miljoen ton aan voedsel weg. Dat komt neer op 345 kilogram per persoon. De afgelopen jaren is er een groeiend bewustzijn rond voedselverspilling ontstaan en bijgevolg veel initiatieven die de nadruk leggen op het voorkomen ervan. Apps, webwinkels, hashtags — ze komen allemaal aan de beurt.  

Zo’n initiatief is allereerst de app Too good to go die samenwerkt met supermarkten en de horeca om aan een verminderde prijs producten of klaargemaakte maaltijden met een beperkte houdbaarheidsdatum aan de man te brengen. Met de app kan je last minute voor de dag zelf maar ook voor de dag erna kopen. Van de meeste pakketjes krijg je slechts een algemene omschrijving van de inhoud wat maakt dat je lekkers een verrassing blijft. Zo kan je op een smakelijke en voordelige manier zelf iets tegen de groeiende afvalberg doen. Naast voedsel zijn er af en toe ook leuke buitenbeentjes bij, zoals planten, kokosazijn en bloemboeketten. 

Om de app te testen schafte jullie trouwe redacteur zich een pakketje aan van een supermarkt waarvan de naam onvermeld blijft, maar hij rijmt op 'malaise'. Too good to go is lekker overzichtelijk en makkelijk in gebruik. Dezelfde dag nog, om vijf minuten voor sluitingstijd, schoof ik hoopvol op allemaal lekkers aan de kassa aan. Ik kreeg vriendelijk een doos eten in de armen geduwd. Missie voltooid. Het pakketje dat ik ontving kostte me vier euro en bevatte genoeg voor vier à vijf maaltijden voor een alleenwonende kotstudent. Zowel aardappelen als vlees als groentjes kwamen aan bod en zowel mijn maag als portefeuille waren blij.  

Een ander initiatief van supermarkten zijn stickers met prijsverlagingen op producten met een korte houdbaarheidsdatum. Op die manier stimuleren ze hun klanten om toch nog het laatste bakje pastasalade en olijfjes mee te grissen op weg naar de kassa.  

 

sjokoladestafies 

Op specifiek Antwerpse bodem — want de rest is parking — is er Rekub. De organisatie heeft, naast enkele pop-uprestaurants, een webwinkel waar ze chocoladerepen verkoopt met een vulling van groente en fruit dat anders weggegooid zou zijn omwille van esthetische redenen. Met leuke Afrikaanse namen als Alleenloper (vrijgezel, n.v.d.r.) en Oogplesiertjie (knapperd, n.v.d.r.) kan ik niet wachten tot ze hun voorraad aanvullen. Er bestond ook een app met dezelfde naam maar die is ondertussen niet meer in werking. 

 

restjes to the rescue 

Het recentste initiatief was Feeding the 2000 waarbij verschillende restaurants en cateringdiensten zich engageerden om samen maaltijden te creëren van restjes en zo tweeduizend mensen van eten te voorzien. Het beste aan het hele gebeuren? Alle maaltijden waren gratis! Geïntrigeerd door het concept haalde ik in een biologische zero waste-winkel mijn doosje risottoballen met paddenstoelen en een paprika gevuld met linzen en tomatensaus. De risottoballen — waarvan ik nog nooit had gehoord — inspireerden me om creatiever te zijn met etensrestjes en nieuwe ingrediëntencombinaties uit te proberen.  

Feeding the 2000 werkte samen met de Antwerpse Voedselraad die bestaat uit restauranthouders, leerkrachten, handelaars, voedselactivisten, landbouwers en bewuste consumenten. Het diverse team is sinds 2019 drie keer samengekomen om een voedselbeleid te formuleren zoals Leuven en Gent al hebben gedaan.  

Het laatste initiatief dat ik uitlicht is #THTWegErMee. De website sensibiliseert over het verschil tussen ‘te gebruiken tot’ en ‘ten minste houdbaar tot’. Doordat het verschil niet gekend is, belanden er producten die nog te consumeren zijn onterecht in de vuilnisbak. De website vermeldt dat vijftien procent van de voedselverspilling veroorzaakt wordt door houdbaarheidsdata op verpakkingen. De hashtag wordt ook actief gebruikt op Twitter om relevante artikels en nieuwtjes te delen met de volgers. 

Je zal merken dat voornamelijk kleinere initiatieven zijn uitgelicht.  Een chocoladereep, een beetje meer aandacht voor houdbaarheidsdata — het zijn geen zaken waarmee je voedselverspilling in een keer oplost. Bij de meeste initiatieven is de achterliggende boodschap er ook een van sensibilisering. Een stijgend bewustzijn verhoogt de druk op de beleidsmakers. Wellicht ligt daar de oplossing. In de tussentijd kunnen we participeren aan de beschikbare initiatieven of er zelf oprichten. Een kromme komkommer smaakt hetzelfde en een platte banaan kan perfect in gebak of een smoothie. It’s what’s inside that counts. 



kunst op de campus

15/11/2020
Ysbrant - Lost
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is. 

De gangen van UAntwerpen zijn lang. Soms smalle steegjes, soms brede lanen. Waar de een je uitnodigt tot een nimmer eindigende weg der kennis, lokt de ander je met een zoetgevooisde stem richting levensvergallende schoolvakken die meer buizen dan kennis verschaffen. Ik verdwaal soms, zelfs na al die jaren, steeds weer mijn erbarmelijk oriëntatievermogen uitmakend voor het vuil van de straat. De indeling kan van gebouw tot gebouw behoorlijk verschillen, maar gelukkig hebben we de 1100 kunstwerken om ons de weg te leiden. Onder de wegwijzers van de Stadscampus valt Lost van Ysbrant, een schilderij dat de volledige muur vult tussen gebouw B en de bibliotheek.  

Ysbrant van Wijngaarden is een Nederlandse schilder, geboren in 1937. Als kunstenaar stelt hij zichzelf voor met de naam Ysbrant, soms Ysbrant.17. Tegenwoordig woont hij in Antwerpen, wat te merken is aan de aanwezigheid van zijn werk in 't Stad. Zo kan Jazzcafé ‘De Muze’ aan de Melkmarkt pronken met een fresco van zijn hand. Ook werkte hij aan verschillende achterdoeken voor theatervoorstellingen van Antwerpse theatergezelschappen. Ysbrant is een moeilijk in hokjes te steken beest, maar het expressionisme lijkt hem het best van al te passen. De persoonlijke ervaring van Ysbrant, maar evengoed die van de toeschouwer is van belang. Willekeurig aandoende regels van de realiteit zijn minder reëel dan de anarchie van emotie. 

Lost is een tempera op doek uit 2009. Het grote doek beeldt een vrouw uit, dwalend door een betoverd woud vol spoken, doodskoppen en graven. Aan de rechterkant zie je de jager, klaar om de protagonist van Lost te redden. Nu ja, mits we het reguliere stramien van de sprookjes volgen natuurlijk. Lost laat het begin en het einde van alle verhalen los, laat de toeschouwer staren naar het midden, geduldig wachtend op enige interpretatie. Is de jager een redder of is hij de oorzaak van alle graven in het bos? Is de vrouw werkelijk verloren of is dit haar thuis? Het schilderij is een verhaal en de student op weg naar de bibliotheek wordt stante pede benoemd tot vertelstem van het hele gebeuren.  

Tussen de hard aanvoelende zwarte lijnen door zijn de gebruikte kleuren zacht. Uitnodigend lila, donkergroene natuur en helderblauwe rivieren herinneren aan boswandelingen op frisse ochtenden, de momenten waarop je je hoofd kan leegmaken en de vrede kan vinden met jezelf, de wereld, en, weet ik het, complexe verkiezingen en een tweewekelijks maatregelencarrousel. Bij de eerste blik die je op het doek werpt, voeren de kleuren de boventoon, maar later ... later komen de mensen omhoogdwarrelen in de wirwar van penseelstreken en kleuren, en daarna nog de sinistere geesten en graven. Lost eist tijd op vooraleer ze zich laat begrijpen, vooraleer ze toelaat zichzelf bevattelijk te maken voor een passant. Waar de vrouw zich verloren waant in het bos, wanen wij ons dat al helemaal door de omvang van het doek en door de uitgestrektheid van alles wat het schilderij ons wil vertellen. Maar toch niet helemaal: Lost geeft ons de leiding over wat ze te zeggen heeft. Ysbrant legt niets op, enkel het verzoek om te vertellen wat wij erin zien.  



Bierman

10/11/2020
bierman kraft
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit!   

“Bierman”, zo klonk kortgeleden een schuchtere stem over Biermans schouder toen hij aan zijn vaste tafel in café ‘De Vettige Swa’ zat. Het was voor Bierman het signaal om nog een laatste grote slok te nemen van zijn Straffe Hendrik Quadrupel. Terwijl hij zijn glas met een nonchalant gebaar terug op de tafel plaatste, keek hij de onverlaat aan die het waagde hem aan te spreken met een blik waaruit een zorgvuldig afgewogen mengeling van ernst en deemoed sprak. Het weze in deze context opgemerkt dat de kern van Biermans aura van schier totale alwetendheid erin bestaat dat hij zich onder geen beding verrast toont, hoe onverwacht de vraag ook moge zijn. Zijn voorbereidende slok bier en aansluitende blik pasten dan ook in een uitgekiende strategie om zich heimelijk mentaal schrap te zetten voor wat komen zou. “Bierman,” zo sprak de stem, “Craft, wat is dat eigenlijk en waarom kijkt ge zo scheef naar mij? Gaat het wel goed met u?”

Verrast knipperde Bierman met zijn ogen: “Craft? Hoezo, Kraftwerk? Autobahn? Of bedoel je die multinationale onderneming die ketchup en mayonaise maakt?” Deze keer was het aan Biermans gesprekspartner om verward te kijken (met een hint van paniek in het rechterooglid). Het gesprek dat eruit volgde, verliep de hele avond nog stroef.

Maar niet getreurd. Inmiddels heeft Bierman zich helemaal ingewerkt in de materie en tot nut en vermaak van het gemeen wil hij met graagte zijn bevindingen even samenvatten. Craft, zo blijkt, laat zich het best vertalen als ambacht. Niet het licht incestueuze ambacht van de gezellen en meesters van weleer die onze gilden bevolkten, maar wel de romantische reanimatie van die idee nadat de laatste ambachtsvrouw (bier maken was een vrouwenberoep) al lang gestorven was. Kortom, Craft verwijst naar een onheilig huwelijk van romantiek en amateurisme. Het gaat om mensen die zelf bier willen maken en zich daarbij niet laten tegenhouden door details zoals het feit dat ze geen brouwerij hebben, geen volk kennen dat hun bier effectief wil drinken en er eigenlijk ook al genoeg anderen zijn die dat allemaal al heel lang veel beter doen. Brouwerijen bijvoorbeeld.

In België bestaat Craft amper omdat er genoeg goed bier op de markt is en de lokale heemkundige kring het monopolie op het woord ambacht heeft verworven. Wie hier zelf gaat prutsen in de keuken, eindigt doorgaans met veel te veel middelmatig bier en een zeurend schaamtegevoel dat slechts traag slijt met de jaren. In het buitenland daarentegen, waar pils de norm is, vormt zelfs de wisselende kwaliteit die hobbybrouwers opleveren een verademing tegenover decennia van bierverloedering. Helaas hebben buitenlandse zelfbrouwers de neiging om te overcompenseren door alles te bitter, te zwart of (recent) te zuur te maken. Het is dan ook correcter – zij het een weinig boosaardig – om over Witchcraftbier te spreken waarbij het toverwoord Craft de magische stopverf is waarmee fouten in het bier worden gladgestreken. Overigens valt ook Witchcraft vandaag de dag met wat goede wil te definiëren als een mengeling van ambacht en romantiek.

Af en toe overkomt het Bierman dat hem een schuimend glas Craftbier voorgezet wordt door een enthousiaste acoliet van Craft, dat hij doorgaans met plezier opdrinkt, net zoals hij bijvoorbeeld ook met graagte naar Harry Potter kijkt. Maar om nu zelf te gaan vliegen op een bezem…

 

 

 



Humans of UAntwerpen

10/11/2020
Ballerino Antar
🖋: 

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zo veel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Van danser tot acteur, van influencer tot student en daarbovenop een druk sociaal leven, Antar Latifine (21) doet het allemaal. Van een bezige (Maya de) bij gesproken. Op dit moment zit Antar in de Bachelor Sociaal-economische Wetenschappen. Naast het veroveren van de sociologie en economie is hij ook nog eens een rising star. Niet bij MNM, wél bij Studio 100.

 

met de voetjes van de grond

“Het is allemaal begonnen met mijn grote droom als kind: achter K3 staan, met de voetjes van de grond en draaien in het rond!” vertelt Antar. Als er een 'K3 zoekt K3'-dansersprogramma was geweest, had zijn naam helemaal bovenaan de inschrijvingslijst geprijkt. Hij heeft zichzelf nooit anders gekend dan als iemand die altijd de show wil stelen. Wanneer er iemand in de kinderopvang op de tafels stond te dansen, was hij het. Voor K3 dansen was zo goed als meant to be, en dat heeft hij dan ook gedaan.

Toen Antar elf jaar oud was, begon hij professioneel te dansen. Nu, bijna tien jaar later en ongeveer 250 shows verder, reikt de passie nog steeds van Afrika tot in Amerika. Andere interesses van Antar moesten het onderspit delven ten voordele van het dansen: "Viool en toneel beoefen ik nog altijd met hart en ziel, al is daar minder tijd voor. Maar mede dankzij het dansen kan ik mijn carrière toch op meerdere vlakken blijven ontwikkelen, onder andere in de acteerwereld." 

 

drukbezette kameleon

Antar voelt zich, als goede danser, een echte kameleon. Hij voelt zich thuis in verschillende dansstijlen. Op die manier kan hij dan ook beroep doen op een grote hoeveelheid vaardigheden en kan hij zich snel aanpassen aan de verschillende eisen van de kunstwereld. Nu vereist dat wel enige tijdsinvestering: Antar danst tussen de negen en maar liefst zeventien uur per week. Hij doet vooral mee aan shows en evenementen van Studio 100 en volgt daarnaast nog lessen bij Showcase Academy in Gent. Daar stopt het niet: hij is ook nog choreograaf, lesgever, bestuurslid van een dansschool én vrijwilliger bij STAN (Student & Antwerp, n.v.d.r.).  

Contracten, administratie, audities en contacten leggen doet hij allemaal zelf; een manager heeft hij niet nodig. Zoals een Mega Toby helpt hij zichzelf steeds weer uit de nood. Maar waar haalt hij al die tijd vandaan? "Ik heb mijn bachelorstudies over vier jaar gespreid", vertelt Antar. "Dansen en m'n artistieke bezigheden blijven mijn main focus. Het is allemaal wel doenbaar, hoor. Bovendien: als ge plant, kunt ge veel." De grote steun van zijn vrienden, familie en vriend maken het geheel natuurlijk wel een beetje gemakkelijker. Thank God for FaceTime!

"Het idee om dans te studeren is zeker bij mij opgekomen, maar ik heb dat eigenlijk snel weerlegd. Professionele dansers verdienen helemaal niet zo veel, en ik denk dat ik me te beperkt in mijn mogelijkheden zou voelen vanaf het moment dat professioneel dansen niet meer mogelijk zou zijn." Aangezien een nine-to-five kantoorjob hem niet meteen aanspreekt, wil hij later dansen en werken combineren, zodat hij ook nog in de showbusiness actief kan blijven. Daarom koos hij voor een economische richting met als doel cultuurmanagement te gaan studeren.  

 

happy happy joy joy

"Mijn levensvisie? Een happy happy joy joy 24/7 lifestyle! Op die manier lijkt het elke dag wel feest." Antars enthousiasme is aanstekelijk. Maar de danswereld blijft een harde wereld. Je wordt niet alleen op je skills op dansvlak beoordeeld, maar ook je lichaam, uitstraling en looks moeten de keuring ondergaan. Audities verlopen niet altijd zoals je wilt; op zulke momenten zijn zelfvertrouwen, optimisme en relativeringsvermogen onmisbaar. Want audities, ongeacht de uitkomst, zijn enorm leerrijke ervaringen. “Je bent een goede danser, dat spreekt voor zich: anders had je daar niet gestaan", vertelt Antar. "Maar je bent niet de enige goede danser in de ruimte en dat is nu net het lastige. Ik weet dat mijn troef mijn uitstraling is en daar speel ik op in. Het is niet omdat je binnen bent, dat je binnen bent. Je moet telkens opnieuw tonen dat je het echt wel waard bent, want iedereen is vervangbaar.”

Ook fit blijven is een vereiste in de danswereld. Antar doet twee keer per week aan fitness om zijn kracht en spiermassa te verhogen. Het vraagt al zijn wilskracht om zich niet te laten verleiden door ongezond eten. Maar Antar is een doorzetter: als er iets is waar hij niet tegen kan, dan is het wel opgeven.

 

toekomstmuziek

“Een vogeltje zijn nest hangt in een den of eik

Een leeuw voelt zich in Afrika, als een Koning zo rijk

Een gaatje in een plint is soms de woning van een muis

Maar waar o waar voelt elke echte danser zich thuis?”  

 

Op het podium voelt Antar zich uiteraard thuis, maar ook al deed de bel het even niet, toch kwam de coronapandemie zijn leven binnenstormen. Gelukkig is er genoeg plaats op zijn kot om de online danslessen te volgen. Toch: de evenementen en shows worden natuurlijk wel verschoven of geannuleerd. De urenlange repetities vergen veel energie en vanaf het moment dat de voorstellingen terug mogelijk zijn, zullen de repetities opnieuw moeten worden opgenomen. Dat alles vraagt veel tijd, motivatie en doorzettingsvermogen. "Maar ik laat me niet ontmoedigen!" zegt Antar vastberaden. "Ik ga er het beste van maken." Het is zijn avontuur en tegen 10.000 per uur danst hij de pannen van het dak. 

De nabije toekomst wordt in de war geschopt door het coronavirus, maar wat daarna? "Mijn grote droom is om een kinderidool te worden en zo kinderen over heel België gelukkig te kunnen maken en te kunnen inspireren. Om die droom te kunnen waarmaken laat ik feestjes, gezellig brunchen en er es ene gaan drinken achterwege. Wanneer ik als kind niet danste op K3, verkleedde ik mezelf als een karakter, in de hoop zelf ook zo iemand te worden." Wordt Antar de nieuwe kinderheld van de opkomende generatie? Een motto heeft hij alvast: "Durf je dromen te volgen en maak ze waar!"