Bierman

12/10/2021
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit!

Al enkele jaren levert Bierman gratuit commentaar bij de wondere wereld van het bier en alles wat daar zoal bij komt kijken en dat zal – als God het belieft – het komende jaar dus ook weer het geval zijn in ons huiseigen studentenblad dwars. Een pedagogische agenda is hem daarbij niet geheel vreemd, omdat bij studenten het hardnekkige misverstand leeft dat het consumeren van grote hoeveelheden middelmatig pilsener bier wijst op een rijk inwendig leven alsmede op buitengewone karaktereigenschappen van de beoefenaar van deze praktijk.

Om iedereen veel miserie, plaatsvervangende schaamte en spijt achteraf te besparen, verklapt Bierman bij deze gewoon op voorhand dat er drie niveaus van bierdrinkende studenten bestaan: in de eerste plaats zijn er natuurlijk de idioten die effectief veel drinken en zich daarbij een imaginair publiek vol anonieme bewonderaars en smachtende blikken voorstellen. In de meeste gevallen zijn dat studenten die eigenlijk in een overgangsstadium zitten naar het volgende niveau. Het is de pedagogische doelstelling van Bierman om abituriënten en andere welgekomen nieuwlichters aan deze gezegende instelling dit wat gênante misverstand te besparen.

Op het tweede niveau zitten de studenten die er net als Bierman in slagen om vrij behoorlijk te slempen. Het slempen is een specifieke bierdrinktechniek waarbij het grootste deel van het bier niet doorgeslikt wordt, maar op verschillende andere manieren kan wegvloeien (tafel, grond, medestudenten en het eigen lichaam komen het meest voor). Daardoor ontstaat de illusie van kwantitatief hoge consumptie, zonder de gebruikelijke fysieke of psychische ongemakken.

Op het derde niveau bevinden zich de bierliefhebbers die goed gebrouwen speciaalbieren met mate en onder vrienden degusteren. Net als de filosofie, mogen de teksten van Bierman gezien worden als ladders om dit hogere niveau te bereiken.

Helaas heeft Bierman door alle bovenstaande onzin deze keer enkel nog plaats voor een kleine trapladder. Als nieuwe studenten aan Universiteit Antwerpen is het belangrijk om te weten dat we hier sinds enkele jaren een huiseigen degustatiebier hebben: Cum Laude (Latijn voor ‘afstuderen met onderscheiding’) gebrouwen door twee uiterst sympathieke alumni Economie en hun eigen brouwerij, de ‘Inglorious Brew Stars’.

Cum Laude Blauw (naar de kleur van het etiket) is de blonde versie en toont toetsen van passievrucht, mango en pompelmoes. Bierman heeft altijd wat argwaan gehad tegenover kenners die over pompelmoezen beginnen, maar wat wel onmiskenbaar vaststaat, is dat het bier naar de overheersende mode van de tijd stevig door- en drooggehopt is en dat de bitterheid bijgevolg zeer sterk overheerst. Dat is op zich geen probleem en maakt het alvast tot een tof bier om bijvoorbeeld op een receptie te drinken. Er is ook een bruine variant, de Cum Laude Rood, die wat minder naar een fruitmand smaakt en meer naar een kruidenrek, maar die zeker ook een fijn bier is om bij de talrijke feestelijke gelegenheden op onze universiteit te ontdekken.

Rest Bierman u nog een gezegend academiejaar toe te wensen vol vriendschap, vakkundige slemppartijen, passie en vrucht en de mangosmaak van een proclamatie cum laude!

 

Uw Bierman
Gert Van Langendonck
Pastorale Dienst



Bierman

12/10/2021
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit! 

Naar het schijnt bestaat er een schilderij van een Belgische surrealist waarop een pijp staat afgebeeld met daaronder de droge mededeling dat het geen pijp is. Dat laatste overigens in het Frans, een taal waarin het altijd al lastig is om zich correct uit te drukken en waarin een brood bestellen bij de bakker klinkt als het voordragen van een sonnet. De schilder van dat doek heet René Magritte en wordt gezien als hoogtepunt van het Belgisch surrealisme, slechts geëvenaard door Paul Delvaux en diens preoccupatie met treinen die nergens naartoe gaan (en misschien ook door het Vlaams parlement dat ook nooit ergens naartoe gaat). Dat is allemaal onzin natuurlijk. De grootste surrealist van ons wonderbaarlijk patattenland is Linthout, de tekenaar en voornaamste scenarist van de iconische Urbanusstrips. 

Magritte is er tijdens zijn leven met moeite in geslaagd om een handvol kaders te vullen met slecht geplaatste appels en pseudo-intellectuele bijschriften bij dingen die objectief gewoon wél een pijp zijn. Linthout daarentegen zit ondertussen aan een kleine tweehonderd volledige stripboeken waarin elk tweede prentje een surrealistische grap is. Zijn strips worden bevolkt door iconische figuren als de sloor Eufrazie. Jef Patat die samen met Eddy Wally een pretpark start. God de vader en Diens mislukte poging om de schepping af te schaffen om van de miserie met Urbanus vanaf te zijn. Al ne keer gebezigd waspoeder op Uranus (eigenlijk Urbanus, maar de B is ingeslikt door de navel van de planeet). Het boerke dat botst met zijn strontkar en in tranen uitroept dat hij een heel jaar voor niks gekakt heeft. Urbanus die een bal van het Atomium met radioactief afval vult en in het oog van Janneke Maan schiet. Het is maar een kleine greep uit wat onze grootste surrealist in enkele luttele jaren bij elkaar heeft geschraapt. Linthout is geen mens, maar een onuitputtelijke bron van creativiteit, volkstaal en dorpsverhalen, humor en bovenal surrealisme van een bovenmenselijk niveau.  

De schaarse strips waarin Linthout het niet over Urbanus heeft, maar heel persoonlijk over zijn dementerende moeder of de zelfmoord van zijn zoon, tonen overigens dat zonder humor een dragende grond van rauw talent en ongefilterde emotie bloot komt te liggen die bij momenten beenhard inhakt op de lezer. De man is een grootmeester in het surrealisme die zich verschuilt achter de onverwachte kwinkslag. De deprimerende plekken van Paul Delvaux met wat vage schimmen in een lelijk station en de moeite van Magritte om een pijp te schilderen – en toch ook weer niet – zijn in vergelijking met deze beeldende overvloed eigenlijk wat gênant: het is misschien de geboorteplaats van het surrealisme, maar tegelijk zeker ook het kerkhof ervan.   

In een van de strips van Urbanus krabt Cesar, de alcoholische vader van Urbanus, de schimmel van de muur om bier mee te brouwen. Cesar is uiteindelijk ook de naam van het bier dat Bierman hier graag wil bespreken. Het bier smaakt naar bier, laat dat duidelijk zijn, maar om de iconische woorden van onze tweede grootste surrealist te parafraseren: “Dit is géén bier.” Dit is Linthout wiens creaties gul overvloeien in de realiteit.  



GreenOffice kookt

12/10/2021
zoete aardappel
🖋: 
Auteur extern

Stan Schepers


  1. Besprenkel een zoete aardappel met zout en plaats 8 minuten in de microgolf.  
  2. Snij een halve ui in blokjes en bak met een teentje look in een pan met olijfolie. 
  3. Wanneer de ui en de look goudbruin zijn, voeg zwarte bonen en fijngesneden paprika toe en laat even opwarmen. 
  4. Meng er een theelepel komijnpoeder onder en voeg peper en zout toe naar smaak. Extra optie: je kan ook wat gemalen cayennepeper toevoegen als je het graag wat pikanter hebt. 
  5. Snij de zoete aardappel in de lengte door. Lepel een beetje vruchtvlees van de aardappel eruit en meng met de bonen en paprika. 
  6. Steek het mengsel terug in de aardappel.  
  7. Serveer eventueel met avocado, dressing (vegan yoghurt) en/of koriander.  

Smakelijk! 



opinieventer

12/10/2021
Matthias Vangenechten
🖋: 

In het interview met Karl van den Broeck gaat het over de invloed van adverteerders op de media. Ik heb het geluk adverteerders te hebben die mij vertrouwen. Niettemin is het van groot belang dat mijn eerste opinieventer goed gelezen wordt zodat mijn adverteerders hun vertrouwen welbesteed vinden. Enkele kleine ingrepen moeten volstaan. U, als lezer, ondervindt bijna geen ongemakken. 

In de eerste opinieventer wil ik het hebben over een best zorgwekkend fenomeen. Maar eerst een heerlijk kopje koffie van Douwe Egberts. Het is nog vroeg in de ochtend, maar dankzij mijn wekker gekocht op mediamarkt.be – ik ben immers niet gek – ben ik vroeg uit de veren om met mijn bic van het merk Bic en gelukkig niet met die brol van Stabilo deze column neer te schrijven. De inspiratie laat nog even op zich wachten, een hapje eten dan maar.  

Ik surf intussen naar hln.be waar ik me onderdompel in een weldadig bad van betrouwbaar nieuws dat wordt aangeboden door superbe partners als Jobat, Louis Vuitton en Ikea. Zo informeert hln.be mij grondig en terdege, helemaal zoals ik hln.be ken, dat Louis Vuitton een luxueuze fietsenlijn lanceert. Mijn ochtend kan niet meer stuk, dankjewel hln.be en Louis Vuitton. En dan te zeggen dat ik nog moet ontbijten. Op het menu: bij Albert Heijn gekochte eieren, gebakken in een Teflonpan die dankzij haar antiaanbaklaag geproduceerd met behulp van PFAS-stoffen zo praktisch is! Ik had er al veel over horen vertellen en ik begrijp het nu helemaal. Bij mijn verrukkelijke omelet eet ik een stuk brood van de lokale bakker zonder fatsoenlijk reclamebudget en met kakigroene schimmel op de muren.  

Energie genoeg. Ik zet me aan mijn Ikeabureau en blijf bij mijn besluit het te hebben over de almaar dunnere lijn tussen nieuwsberichten en creaties van adverteerders die zo hard mogelijk op nieuws moeten lijken. We kenden al productplacement, denk maar aan blikjes van Coca-Cola die in soaps opzichtig in beeld worden gezet en niet geheel onterecht omdat Coca-Cola nu eenmaal een heerlijk verfrissend drankje op elk moment van de dag is. Sensationele titels die de onverkwikkelijke toegang vormen tot nietszeggend gebeuzel voor de clicks alleen volstaan niet meer. Het gaat een stap verder: media offeren hun onafhankelijkheid op om de producten van adverteerders te verkopen. Bovendien wordt het de lezer bewust moeilijk gemaakt te achterhalen of het om nieuws of reclame gaat, door bijvoorbeeld boven platte reclamestukken de naam van een journalist of ‘de redactie’ te zetten. Ik word er mismoedig van en ga even op mijn Sleepymatras liggen.  

En natuurlijk: ik val in slaap. Zes uur later stel ik me de vraag waar ik was gebleven. Juist, nieuwsredacties worden een van de vele copywritingbureaus. Media hebben een controlerende functie, maar wanneer reclame en nieuws zich willekeurig met elkaar mengen, halen media zichzelf het wantrouwen van burgers op de hals die zich verrassend genoeg misleid voelen. Als opinieventer moet ik u waarschuwen voor dit soort van deontologisch bedenkelijke praktijken. Laat ik met een positieve noot eindigen: opinieventer blijft nu en in de toekomst volstrekt onafhankelijk opereren. 



het laatste woord

12/10/2021
pilaarbijter
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie ontmaskeren we de pilaarbijters. 

Heb je even tijd om naar me te luisteren? Er moet me iets van het hart! Kom, ik schenk je een glas in en dan zetten we ons in een hoekje waar niemand ons kan horen. Ken je zo van die mensen die doen alsof ze perfecte schepselen zijn? Alsof ze welgeteld elke regel opvolgen en zelfs dode letters weer tot leven wekken? Nooit ofte nimmer hebben ze iets ondernomen wat ook maar in de buurt komt van een ethische misser, o nee, dat zouden ze nooit doen. En dit hele gesprek? Daar krijgen ze vast een hartaanval van. Wat gemeen toch allemaal! Enigszins teleurgesteld schudden ze hun hoofd, want ze hadden beter van ons verwacht, beter gehoopt misschien, maar stiekem weten ze dat dit ook betekent dat zij moreel superieure mensen zijn. Een erg zware last. 

Tot je hen in een privékamer tegenkomt. Dan! Dan gaan de sluizen open, geloof me maar. Geen regel blijft overeind, geen persoon blijft onaangetast door hun gal. De buren met die huilbaby zijn vreselijke mensen, maar kan je geloven dat ze hebben geklaagd dat hun feestje te luid was? Pfft! Afval op de grond gooien is een schande, maar als de vuilnisbak toch een beetje ver staat, maakt één papiertje of peuk op de grond niet uit. Hun kan nooit iets verweten worden, maar iedereen zal het horen als er iets gebeurt wat hun niet aanstaat. En geen greintje zelfreflectie, hè? Wat een pilaarbijter. 

Aanvankelijk doelde de scheldnaam pilarenbiter vooral op een gelovige die zich overmatig godsdienstig gedroeg, het type dat de voeten kuste van elk Jezusbeeld in de buurt. Na verloop van tijd werd het algemener gebruikt en fungeert het als iets gemenere versie van ‘schijnheilige’. Een pilaarbijter doet zich braver voor dan die in werkelijkheid is, inclusief de nodige dosis veroordelende blikken en commentaar. Die religieuze betekenis heeft het woord nog niet helemaal van zich afgeworpen, dus het kan maar al te goed gebruikt worden voor mensen die zich op zondag in de kerk bevinden en op maandag de eerste steen werpen, alle eigen zonden vrolijk negerend. 

Laten we nog een glas erbij nemen voor mijn levensbelangrijk advies. Vertrouw de pilaarbijters, de farizeeërs, de hypocrieten, de schijnheiligen en de huichelaars van de wereld niet. Je hebt er een gezellig gesprekje mee over een goedkoop glas wijn en dan schrijven ze het nog even op in een roddelblad ook. Tot zover de vertrouwelijkheid. Pfft. Waar gaat het naartoe met de wereld … 



in gesprek met hoofdredacteur Karl van den Broeck

12/10/2021
Karl Van den Broek
🖋: 

Hln.bevrtnws.bedemorgen.be: de kans is niet gering dat u er dagelijks digitale sporen achterlaat om uzelf het gevoel te geven op de hoogte te zijn van de dingen die ertoe doen of om de verveling te verjagen. Tot grote vreugde van de adverteerders. Maar hoe vaak belandt u op apache.be? Wij hadden een gesprek met Karl van den Broeck, vroeger journalist bij De Morgen en hoofdredacteur bij Knack, heden ten dage hoofdredacteur van Apache.

Karl van den Broeck introduceert Apache zelf. “Apache is een nieuwsplatform dat zich toespitst op onderzoeksjournalistiek. We zijn geen krant of nieuwszender die bericht over alles wat er op een dag in een jaar gebeurt, maar kiezen onze dossiers uit. Essentieel aan Apache is dat we een onafhankelijk medium zijn. Apache is een coöperatieve vennootschap. Elke aandeelhouder heeft één stem, ongeacht het kapitaal dat de aandeelhouder inbrengt. Aandeelhouders die een hoger bedrag hebben geïnvesteerd krijgen wel een hoger dividend uitgekeerd.” 

Oké, dat is de financieel-economische kant. Maar hoe kom je op het idee om een nieuw medium op te starten dat zich ook nog eens op iets energievretends als onderzoeksjournalistiek wil toeleggen? “In 2009 is Apache opgericht. Vooral uit frustratie. Er was weinig onderzoeksjournalistiek, enkele grote groepen domineerden de journalistiek en de journalistiek was sterk gecommercialiseerd. Wij wilden een tegengewicht vormen.” 

werktitel

Apache is ontstaan uit een groot conflict bij De Morgen in de periode 2007-2009. Een kwart van de werknemers werd er ontslagen en De Morgen ging voor het eerst werken met hoofdredacteurs die niet uit de eigen redactie kwamen. Een aantal van de mensen die er toen al dan niet gedwongen vertrokken, heeft Apache opgericht, toen onder de naam De Werktitel. Dat is trouwens nog altijd de naam van onze coöperatieve vennootschap. De titel symboliseert de onrust en het ongeduld van de oprichters. Ze zijn ermee begonnen voor ze een naam hadden.” 

Nu is het zeer voorstelbaar dat de dwarslezers, gewend aan kwaliteit, zich prompt naar de website van Apache begeven, maar aldaar op een betaalmuur stuiten. “Apache begon als een gratis blog en schakelde in 2012 over op een abonnementenmodel. Niet evident in die tijd. Kranten leefden nog in de illusie dat ze gratis konden blijven, dat de adverteerders alles zouden betalen. Dat konden wij ons niet veroorloven. We moesten onze inkomsten ergens vandaan halen en we wilden niet afhankelijk zijn van subsidies of adverteerders. Dus bleef de lezer als enige mogelijke inkomstenbron over. Door de komst van Google en Facebook is het businessmodel van de media fel gewijzigd. De advertentie-inkomsten staan zeer sterk onder druk. En dus zijn abonnementen weer in opmars. Zelfs op hln.be kun je bijna niets nog gratis lezen. Dat blijkt economisch een enorm succes. De mediabedrijven hebben de coronacrisis niet doorgesparteld, maar zijn enorm gegroeid. Mensen hadden behoefte aan nieuws en de digitale weg was het comfortabelst. We waren oubollig door met abonnementen te beginnen, maar soms ben je visionair zonder dat je het zelf weet.” 

 

Soms ben je visionair zonder dat je het zelf weet. 

 

“Toen ik in de jaren tachtig als journalist begon, had elke krant een vijver onderzoeksjournalisten. Ook de populaire kranten. Dat is stelselmatig afgebouwd omdat het een dure en gevaarlijke vorm van journalistiek is. Sommige uitgevers hielden er liever hun handen van af. Tot onze vreugde stellen we vast dat onderzoeksjournalistiek opnieuw hip is. Als je mensen voor nieuws wil laten betalen, moet je hun een meerwaarde bieden. Je kunt mensen niet laten betalen voor het nieuws dat je overal gratis kunt lezen.” 

attentie, attentie! In deze paragraaf komt Viktor Verhulst voor 

Als gezond trouwe lezer weet ik inmiddels wat ik niet zal vinden op Apache: spectaculaire filmpjes van dubieuze oorsprong in een nog te ontdekken land, sensationele clickbaittitels waarachter een nietszeggend artikel schuilt en schokkende beelden van Viktor Verhulst die bijna moet huilen bij de dierenarts. Maar wat dan wel? “Bij onze ochtendlijke vergadering vragen we ons af wat actueel is en gaan we vervolgens op zoek naar de invalshoek die de traditionele media nog niet hebben bekeken. We zijn anders in ons verdienmodel, maar we zijn ook anders omdat we anders kijken naar hetgeen er zich afspeelt. We noemen onszelf een progressief medium en kijken vanuit een progressief standpunt naar de wereld. Dat zorgt voor andere analyses en andere onderwerpen, een welgekomen aanvulling op de mainstreammedia. Noem me naïef, maar ik hoop dat we met Apache onze collega’s wakker houden en stimuleren om toch te blijven graven.” 

“Nieuws is steeds meer een cyclus. Nieuws gaat één week mee. PFOS was voor de vakantie één week in het nieuws en het milieudossier werd al een politiek dossier: wie was niet bij de les? En toen het een politiek dossier werd, werd het begraven in een onderzoekscommissie en werd er nog nauwelijks gesproken over PFOS. Na een week zijn de lezers en kijkers het beu en wil men andere hoofdpunten in het nieuws. Dan worden er ook journalisten, tot hun grote frustratie overigens, van die dossiers gehaald. Bij Apache kunnen mensen desnoods gedurende jaren aan een dossier werken.” 

Het moge duidelijk zijn: Apache keert zich af van de hijgerige clickjournalistiek. Maar je bent toch benieuwd naar hoeveel mensen je artikels lezen? “Toch niet. Ik ben vooral geïnteresseerd in de impact die onze artikels hebben. Is er een wetswijziging als we een wantoestand blootleggen? Neemt er iemand verantwoordelijkheid? Is er een parlementaire vraag? Of dat artikel nu door duizend mensen of door honderdduizend mensen wordt gelezen is een vraag van marketing. Het minst gelezen artikel is daarom niet het onbelangrijkste en omgekeerd. Als je de naam De Wever of El Kaouakibi in de titel zet, weet je van tevoren dat het artikel veel zal worden gelezen. Maar voor ons is dat onbelangrijk omdat wij geen advertenties verkopen. Journalisten moeten vragen stellen en ze dan meteen oplossen. De vraagtekentitel heeft louter als doel op de titel klikken en zo adverteerders gelukkig maken.”

 

Nieuws is steeds meer een cyclus.

 

Kijk, als u gewoon onthoudt dat vraagtekentitels in het lijstje der meest verdorven gebruiken uit de geschiedenis van de mens horen, ben ik zeer tevreden. Niettemin loont het de moeite om verder te lezen, al hoort deze zin op een vraagteken te eindigen wil ik uw aandacht blijven houden. Hoewel sterk gemediatiseerde kwesties niet zo snel Apache halen, verschijnen er regelmatig stukken over de zaak-Reuzegom. Van den Broeck legt uit: “We hebben ons vastgebeten in de manier waarop de verdediging van de Reuzegom-studenten de zaak op de lange baan probeert te schuiven en om de tegenpartij zo veel mogelijk op kosten te jagen. Een wraakroepende strategie.” 

bejaarden te koop

Maar met welke dossiers maakt Apache het verschil? Ik denk dan spontaan aan de artikelenreeks Bejaarden te koop, waarin Apache vorig jaar in volle coronacrisis onthulde hoe miljoenen euro’s aan subsidies bedoeld voor de woonzorgcentra worden doorgesluisd naar vastgoedvehikels van lieden met een niet zo gering vermogen. “Een klassiek onderzoeksdossier. We riepen onze lezers op om onderwerpen aan te reiken die zij belangrijk vinden en een lezer bracht ons op het spoor van dit dossier. Zo kregen we de boekhouding van een betrokken vastgoedfirma te pakken en uit die boekhouding bleek klaar en duidelijk dat er geldstromen bedoeld voor de zorg werden weggeleid. Dat heeft wel wat teweeggebracht. In het Vlaams Parlement is er duchtig over gedebatteerd en Vlaams minister Beke heeft regels aangekondigd om dergelijke praktijken strenger te controleren.”  

Misschien verrassend, maar Apache spitst zich ook toe op lokale dossiers. En dat blijkt niet zonder reden. “Dat heeft te maken met een persoonlijke affiniteit van een aantal van onze redacteurs die een verleden in de regionale journalistiek hebben, ikzelf ook. Je mag niet vergeten dat dit de vorm van journalistiek is die het meest in crisis zit. Daarom is het voor ons een vruchtbare bodem. Kranten werken met freelancers die per content item worden betaald. Regiostukken dienen alleen maar als clickbait. Langere stukken of interviews met lokale politici zie je niet meer. Gemeenteraden worden niet gevolgd, ‘want dat is tijdverlies’. Je hebt een flink democratisch deficit in de lokale journalistiek. Zeker onderzoeksdossiers die te maken hebben met vergunningen en vastgoed bestaan niet. Laat net dáár de potentiële corruptie zich situeren. Elke bouwvergunning wordt gegeven door een schepencollege. Als je een bouwvergunning hebt aangevraagd en je gaat eens goed eten met de lokale schepen, kan het zijn dat die door de knieën gaat. Ik zeg niet dat het gebeurt, je hebt meer integere dan corrupte politici, maar het systeem is kwetsbaar.” 

alle burgers aan de macht 

Of het nu gaat over de vroege vaccinatie van de burgemeester van Sint-Truiden, Veerle Heeren, of over het PFOS-schandaal, het zijn telkens gewone burgers, zij het als burgerjournalist of als activist, die dit aan het licht brachten. En niet de media. “Burgerjournalistiek is een symptoom. Sommigen schrijven desnoods gratis over hun eigen gemeente, omdat het hun passie is. Je ziet steeds meer lokale micromedia verschijnen. In de PFOS-affaire is het wrang dat een burgeractivist dat in de openbaarheid moet brengen, maar vaak zijn klokkenluiders de beste expert in het dossier dat ze naar buiten brengen. Vroeger werden schandalen door politieke partijen onthuld; denk aan Guy Verhofstadt die de dioxinecrisis naar buiten heeft gebracht. Nu zijn het burgers die op eigen houtje een platform oprichten.” 

 

Burgerjournalistiek is een symptoom.

 

Gesteld, je hebt een onthutsend dossier in handen. Een gevaarlijk dossier ook, waarbij belangrijke koppen zullen rollen wanneer de feiten bekend raken. Maar ja, je wilt liever geen risico’s lopen. Wel, op de site van Apache kun je anoniem informatie delen. “Die knop is er voor mensen die vrezen voor hun eigen veiligheid of hun job. Wij garanderen anonimiteit van onze bronnen, dat is wettelijk ook zo geregeld. De politie mag niet vragen wie onze bronnen zijn. Daarom is België ook een land waar de persvrijheid nog het meest robuust is. Hoewel onze bronnen dus geheim zijn, vertrouwen mensen dat toch niet en willen ze niet dat er een spoor is tussen hen en ons. Een bruine enveloppe met documentatie werkt in dat opzicht misschien nog het best.” 

Apache? Zijn dat die niet van dat filmpje aan 't Fornuis? 

Apache is gevestigd op de Turnhoutsebaan en schrijft geregeld over Antwerpse kwesties. De meest spraakmakende kwestie is zonder twijfel Land Invest Group. Land Invest Group? Ik laat Van den Broeck ten voordele van de argeloze dwarslezer de kern van het dossier samenvatten. “De essentie in deze zaak is dat op een bepaald moment duidelijk wordt dat er nauwe banden zijn tussen projectontwikkelaars en het Antwerpse stadsbestuur. Innige banden die ertoe geleid hebben dat de politiek, gedomineerd door N-VA in het Antwerpse college, negatieve voorschriften van de eigen diensten voor een bouwproject naast zich heeft neergelegd. Dat er ambtenaren zijn verplaatst omdat ze negatief adviseerden. Men wilde koste wat het kost die bouwvergunning doorduwen en een toren bouwen op een plaats waar nooit een toren mocht worden gebouwd.” 

Je kunt nog volgen? Goed. Het verhaal is nog lang niet ten eind, integendeel. “Er speelden zich ook enkele toevalligheden af. Het stuk grond waarop de toren zou worden gebouwd is op één dag twee keer verkocht. De tweede keer voor een veel hogere prijs dan de aankoopprijs. Wellicht omdat er voorkennis was; de tweede koper wist dat hij een voordelige bouwvergunning zou kunnen krijgen en dat hem dit een flink hoger rendement zou opbrengen dan wanneer hij er alleen lage bebouwing zou kunnen zetten. De waarde van de grond is immers afhankelijk van het geld dat je aan die grond kunt onttrekken. Komt daarbij dat er eertijds een persoon bij Land Invest Group werkte en betrokken was bij dit dossier die eerder op het kabinet van een Antwerpse schepen werkte en later kabinetschef werd van de Antwerpse burgemeester.”  

“Deze elementen brachten ons ertoe het dossier naar buiten te brengen. Wij hebben nooit gezegd dat De Wever corrupt is. Wij hebben alleen gewezen op een aantal opvallende gebeurtenissen die vragen oproepen. Dat is blijkbaar genoeg voor Land Invest Group en de inmiddels ex-kabinetschef van De Wever om een klacht tegen ons in te dienen. Hiervoor zijn we vrijgesproken. Die klacht werd gevolgd door een tweede klacht naar aanleiding van het filmpje bij ’t Fornuis dat we hebben gemaakt.” 

Het Fornuisfilmpje. Hoe zat dat ook alweer? “Dat had te maken met een tweede vastgoeddossier, de Slachthuissite. Het komt erop neer dat de bouwvergunning à la tête du client, opnieuw Land Invest Group, werd toegekend. In de periode dat de vergunning moest worden toegekend, was er het roemruchte feestje in ’t Fornuis. Daar hebben we kunnen filmen dat er innige banden zijn tussen het Antwerpse schepencollege en de vastgoedfirma. Ook die rechtszaak wonnen we, omdat het maatschappelijk belang groot genoeg was en op geen enkele andere wijze dan undercover kon worden aangetoond.” 

intimidatie en privédetectives  

Eind goed, al goed? Nu ja, er is nog één beroepszaak hangende en op een kleine redactie heeft dat een erg grote impact, bevestigt Van den Broeck. “Die beroepszaak heeft maar één bedoeling: ons ambeteren. Wij hebben vorig jaar tienduizenden euro’s advocatenkosten betaald. We zijn een kleine organisatie, het is niet omdat we een keer winst hebben gemaakt dat we onze schaapjes op het droge hebben. De tactiek van de tegenpartij is hier ons op kosten jagen.” 

“Deze rechtszaken hebben niet alleen financieel op ons gewogen, maar ook qua tijd. Het houdt ons van ons werk en nog het belangrijkste: in de periode dat de zaak nog niet was uitgesproken, werden wij een beetje als paria bekeken. We werden gecriminaliseerd door die klacht. Men beschuldigde ons van riooljournalistiek, men probeerde ons in een hoekje te zetten waar we helemaal niet thuishoren. De gedachte dat mensen niet met jou gezien willen worden heeft op mij het zwaarst gewogen.” 

O ja, Land Invest Group zelf liet Apache schaduwen door privédetectives. “In Europa is daar een storm van protest over geweest. Kris Peeters heeft als Europees parlementslid een richtlijn laten stemmen dat het voor privédetectives voortaan verboden is om journalisten te volgen. Die richtlijn moet nu in ons land in een wet worden omgezet. Telkens wanneer buitenlandse media me de laatste maanden interviewden, ging het hierover. De tactiek om de ene rechtszaak na de andere aan te spannen, kortweg SLAPP, om journalisten te intimideren is iets wat internationaal ook als een censuurvorm wordt beschouwd. Tijdens de coronacrisis had ik mijn vrouw in mijn bubbel en de deurwaarder. Er is nu wetgeving op komst om mensen die zich hieraan bezondigen strenger te straffen. Het is een beproefde succesvolle tactiek. En dat heeft me het meest bedroefd. Al die jaren is het zelden tot nooit over de kern van de zaak gegaan: hoe de vastgoeddossiers in Antwerpen worden behandeld.” 

 

De gedachte dat mensen niet met jou gezien willen worden heeft op mij het zwaarst gewogen.

 

En zo komt ons gesprek weer bij persvrijheid uit. “Het grootste gevaar voor de persvrijheid in ons land is het economisch model van de kranten dat maakt dat er steeds minder pluriformiteit in de media is. In Vlaanderen worden de media gedomineerd door twee of drie families die eigenaar zijn van al onze kranten, al onze weekbladen en al onze televisiezenders, de VRT buiten beschouwing gelaten. Een pluriform media-aanbod is noodzakelijk in een gezonde democratie.” 

een streepje corona

Dat de media corona financieel goed hebben overleefd las u hierboven al. Maar hoe brachten ze er het inhoudelijk van af? “De media hebben over het algemeen een goede beurt gemaakt tijdens de coronacrisis, al had men in het begin eerlijker moeten zijn. Er was een reden waarom mondmaskers niet werden verplicht: er waren er geen. Er waren er zelfs geen voor het zorgpersoneel. Het belang van mondmaskers is dan geminimaliseerd. Het grote schandaal wanneer we binnen tien jaar zullen terugblikken op deze tijd is dat er geen mondmaskers waren op het moment dat er geen vaccin was. Het virus is in de rusthuizen binnengebracht door het personeel, aangezien familieleden niet meer op bezoek mochten komen. De virologen wisten dat volgens mij ook, maar zij zaten tussen twee vuren. Ofwel ga je dan virulent op de barricaden staan en zeggen dat dat een schande is ofwel zeg je dat we in de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog zitten en dat we moeten roeien met de riemen die we hebben. De experts in de overlegorganen lijken me voor de tweede keuzemogelijkheid te zijn gegaan. Dat is een rekening die nog gepresenteerd zal worden. Ik denk dat de media wat betreft de mondmaskers niet tekortschoten. Het gesjoemel met leveringscontracten en de ontbrekende stocks zijn uitvoerig belicht.” 

 

Het grootste gevaar voor de persvrijheid in ons land is de tanende pluriformiteit in de media.

 

Hoewel we gretig nieuws consumeerden, bracht corona ook het wantrouwen in de journalistiek naar boven. Hoe herwin je het vertrouwen van de lezer? “Door de lezer niet voor de gek te houden. Door de lezer niet als een melkkoe te beschouwen die alleen maar moet klikken op artikels. Door de verschraling van het medialandschap tegen te gaan. Heel veel kranten bestaan nu uit artikels van andere kranten. De buitenlandberichtgeving in de Vlaamse kranten wordt voor een groot deel aangeleverd door NRC en de Volkskrant. Er is ook een overaanbod van opiniestukken en columns, maar artikels waarvoor speurwerk wordt gedaan of achtergrondartikels krijgen veel minder plaats. Als mensen het gevoel krijgen dat journalistiek een product is en geen project, moet je niet schrikken dat ze media beginnen te wantrouwen.” 

“De waaier aan opinies in de traditionele media mag ook breder. Je ziet niet alleen vaak dezelfde mensen, maar ook dezelfde teneur overheersen. Op de links-rechtsschaal zit het allemaal een beetje tussen centrumlinks en centrumrechts. En ook als het over diversiteit gaat: mensen van kleur komen alleen in beeld wanneer het gaat over samenlevingsproblemen met mensen van kleur. Er is hier een belangrijke rol voor de VRT. De VRT is de enige gratis nieuwsbron maar ligt onder vuur. Ik ben een groot pleitbezorger om de VRT robuuster te maken dan nu het geval is. Ook al is dat concurrentie voor ons. Vanuit democratisch oogpunt is dat bijzonder essentieel.” 

“Tegenwoordig is het hip om te zeggen dat media die subsidies krijgen in de zak zitten van de regering. Daar ben ik het niet mee eens. De rechtstreekse subsidiëring van media buiten de VRT is in ons land bijna onbestaande. Wat wel zo is: mediabedrijven krijgen gigantische belastingvoordelen. Of andere voordelen: de postbedeling van de kranten gebeurt gratis (dit gaat over 170 miljoen euro per jaar). Digitale media kunnen hier niet van genieten, dus dat is een vorm van concurrentievervalsing.” 

extreemrechts

We eindigen stilaan ons gesprek. Welk artikel of welke reeks artikels zou de dwarslezer, inmiddels helemaal verkocht, zeker moeten lezen? “Onze Reuzegom-artikels zonder twijfel. Erg onthutsend wat er daar gebeurd is alsook de manier waarop men het proces probeert te vertragen. Maar vooral, en dat bevat nog altijd ons meest gelezen artikel, ons dossier over Schild & Vrienden. We schreven hier al uitvoerig over voor de beruchte Pano-uitzending. Apache volgt extreemrechts trouwens op de voet. Wij hebben dat altijd belangrijk gevonden, ook toen extreemrechts bijna niet meer bestond – dacht men, tot Donald Trump extreemrechts heeft wakker gekust waardoor groeperingen als Schild & Vrienden een zeker draagvlak hebben gekregen bij jongeren.” 

“In studentenkringen kan het allemaal wat radicaler en baldadiger. Je moet je als je jong bent niet van de eerste dag conformeren aan de samenleving. Maar er zijn toch zaken die absoluut niet door de beugel konden, zowel bij Schild & Vrienden als bij Reuzegom. Ik ben daar bezorgd over. Zelf ben ik opgegroeid in een tijd waarin studenten per definitie links waren, zo niet extreemlinks. Dat is nu wel anders. En dat is geen probleem, maar dat verandert wanneer er geweld, racisme of antisemitisme worden gepredikt.”  

 

We moeten de lezer niet als melkkoe beschouwen. 

 

De verklaring is volgens Van den Broeck niet ver te zoeken. “Het wordt gestimuleerd van bovenaf. Als je ziet hoe mensen met politieke macht of met een verantwoordelijke positie in de samenleving hun positie aanwenden – niet alleen Trump maar ook politici in ons land zetten een gelijkheidsstreepje tussen vluchtelingen en terroristen – dan moet je niet schrikken dat jonge mensen, mensen die hun wereldbeeld aan het vormen zijn, zich aan hen spiegelen.” 

“Je moet als journalist goed nadenken over hoe je met extreemrechts omgaat. Het eerste wat extreemrechts doet wanneer het aan de macht komt, is de persvrijheid aan banden leggen. Je moet je afvragen in hoeverre je de nuttige idioot wilt spelen en extreemrechts wilt behandelen als elke andere politieke stroming om dan met verbazing vast te stellen dat extreemrechts groter geworden is, tot in die mate dat journalisten worden bedreigd en geïntimideerd. Wanneer extreemrechts aan de macht komt, zoals in Amerika het geval was, zijn zij de eerste om de democratie aan banden te leggen.” 

Wil dat zeggen dat je niet over extreemrechts schrijft? “Natuurlijk niet, wij proberen hen te ontmaskeren en wanneer zij standpunten innemen, die te doorprikken. Door Knack en door ons is aangetoond dat het programma van Vlaams Belang nog altijd strijdig is met internationale mensenrechtenverdragen. De partij is in 2004 veroordeeld voor racisme en van naam veranderd. Zolang zij zich niet verontschuldigt, weigert fouten te erkennen en mensen in dienst heeft die rabiate racisten zijn, is er voor mij niets veranderd. Dan is Vlaams Belang geen partij zoals een andere. Dit geldt trouwens ook voor extreemlinks. Wanneer extreemlinks het moeilijk blijft hebben met het veroordelen van de excessen van het communisme en het stalinisme, moeten extreemlinkse partijen niet verwachten dat ze als normale partijen worden beschouwd.” 

ondanks alles: word journalist

We vragen Karl van den Broeck tot slot waarom journalist zijn een levensdroom is. “Als journalist weet je ’s ochtends nooit wat de dag brengt. Je komt in contact met mensen buiten je eigen biotoop. En – voor sommigen mensen in de journalistiek heel belangrijk – je komt in contact met je eigen helden en je kunt hen nog interviewen ook. Oké, journalistiek kan ook een slavenstiel zijn. Maar Apache bewijst dat er een businessmodel is voor onafhankelijke journalisten én dat mensen bereid zijn daarvoor te betalen. Met een mix van ervaren en jonge mensen en liefst ook één iemand die een boekhouding kan lezen, kun je je eigen nieuwsmedium van welke soort ook uit de grond stampen. Beginnen doet het allemaal met een gezonde dosis nieuwsgierigheid, verontwaardiging én een eigen mening. Journalisten met een eigen mening moeten die vakkundig leren verstoppen, maar journalisten zonder eigen mening zijn niet altijd de beste journalisten.” 



editoriaal

12/10/2021
Timkoe
🖋: 
Auteur

De laatzomerzon schemert vroeg en ruikt nostalgisch. We verlaten eindelijk onze grijze schermen en proeven opnieuw van het kleurrijke studentenleven. Zowel startende studenten als tweedejaars stappen mee in het verhaal dat het eindelijk weer is zoals het was en de oude garde pikt nog snel de laatste druppels dauw mee voor ze naar het werkveld moet.

Natuurlijk is dat misschien allemaal compleet gelul. Voor wie niet tot die eerste groep behoort, kan het best wel eens een wreed weerzien zijn. De ontgroenden onder ons zouden niet gratuit mogen overweldigd worden door het groen onder ons. Als het gras al kleurrijker oogt bij de buurman, dan zeker door de roze bril van de herinnering. De exuberante evenementen, de grote samenkomsten, de volle aula's: hebben we dat echt gemist? Of was hetgeen we misten de groteske illusie dat alles goedkomt en er in noodgevallen, wanneer je plots werd overvallen door realiteitszin, steeds een plek was waar je spontaan aan comazuipen kon doen? Ik wil me niet vastpinnen op de zwartste lezing, maar het hoopvolle perspectief waarmee we op onze universiteit overrompeld worden in een tijd met groeiend extremisme en de grootste economische crisis van deze eeuw, past niet bij het palet van mijn gordijnen.

Uiteindelijk is alles gekleurd. Maar dat is zeker niet enkel een zegen; nooit is er een moment van onthechting. Geen enkel gesprek, geen enkele cursus, geen enkel artikel heeft de afstandelijke neutraliteit die we op onze schermen voelen. We staan (eindelijk! hoera!) opnieuw in de wereld: aanschouw de ravage. Geen enkele hoeveelheid feestgedruis is in staat om mij de rekening van vorige generaties als 'de uitdaging van de toekomst’ te laten verkopen.

Desondanks moeten we blijven schilderen. Dat we bijna zeker met rode wangen een blauwtje lopen, mag ons niet tegenhouden vernieuwing en hoop ten dans te vragen; dat van die nee en die ja. Laat ons evenwel bewust zijn dat het vaak slechts recyclage is. De liedjes in onze codices mogen aangepast worden aan ‘onze’ tijd, als de onderliggende (ver)houdingen dezelfde blijven, zullen ook deze weer snel de term problematisch toegeschoven krijgen, en terecht.

Terwijl de herfst zich aandient, moet het voor onze samenleving lente heten. Ook dwars vernieuwt, na twintig jaar maakt haar omslag een omslag; met een gematigd narcisme hielden we onszelf de eer om als eerste in kleur te verschijnen. Een goede keuze, de indruk dat we soms wat donker waren, is nu helemaal verdwenen. Je moet dan betekenis geven aan zulke gebeurtenissen: als redactie staan we niet enkel in een gekleurde wereld, we geven die wereld zelf ook kleur.

De eerste dwars van dit academiejaar doen we dat door Karl van den Broeck te interviewen. Apache toont namelijk al jaren dat objectief en neutraal niet met elkaar vermengd mogen worden. In dat licht mag ook het studentenblad van een pluralistische universiteit gerust kleur bekennen. Je raadt nooit welke ik persoonlijk uitdraag.



poëzie

12/10/2021
zee poëzie
🖋: 
Auteur extern

Benjamin Heirbaut


Zo zingt de zee

als de hologige blik
van de krijgsgevangene, vurig
maar in haar dieptes lijdend

als rouw
van de wolvenmoeder, trots
met pijn de nacht doorsnijdend

als een luisterend oor
van de boezemvriend, oprecht
met reikende hand intiem wijkend

Zo zingt
de zee
 



poëzie

12/10/2021
poëzieslot
🖋: 
Auteur extern

Benjamin Heirbaut


Ik kan mij vagelijk herinneren dat ik ergens woonde.
Hoe een sleutelbos m’n sloffen op- of ontsloot,
Hoe ik ging slapen onder dons en 
Op diezelfde plek wakker werd.

nu,
in de loop van de 
dag, kom
ik, blijf ik
even, vaak niet
langer dan een uur.

Mijn voeten zijn koud. 
 



Humans of UAntwerpen

12/10/2021
Jean Louis Joos
🖋: 

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zo veel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Jean Louis Joos (26) studeert Toegepaste Taalkunde en specialiseert zich in het Chinees. Naast student kan hij zichzelf met recht kunstenaar noemen, in zijn vrije tijd dan. “Ik zie kunst maken als hobby; omdat ik het zo graag doe, kan ik het niet echt ‘gaan werken’ noemen.” De liefde voor de kunst werd er met de paplepel ingegoten. Zowel zijn overgrootvader van vaders kant als zijn moeder zijn kunstenaars; opgroeien omringd met kunst heeft invloed op hem gehad. Toch stelt Jean Louis dat zijn kunst losstaat van die van zijn familieleden: “Ik weet niet waarom ik schilder, maar eerlijk gezegd wil ik dat ook niet weten; ik wil het gewoon doen.” 

Heeft het zin om de oorzaak aan te wijzen waardoor je schildert? “Ik schilder omdat ik schilder. En ik maak kunst omdat ik iets nieuws wil maken en nieuwe dingen wil uitproberen. Daarom doe ik ook veel verschillende dingen: ik werk met krijt, ledlampjes, digitale print … Nu ben ik veel bezig met kleuren. Ik heb me ingelezen over kleurtheorie, maar heb ook eigen ideeën over welke kleuren goed bij elkaar passen. Zo let ik erop dat kleuren op een canvas tot hun recht komen. Een schilderij in enkel blauwtinten is een blauw canvas; op een schilderij met een tint blauw en een tint oranje kan je dat blauw en oranje afzonderlijk zien. Daarnaast lees ik veel over kunst, kijk ik veel naar kunst. Zeker het abstract expressionisme boeit me, wat tot uiting komt in de kunst die ik maak. Mark Rothko, Jackson Pollock en Hans Hofmann hebben me sterk beïnvloed. Waar Caravaggio de werkelijkheid op een prachtige manier kan imiteren, voegen zij juist iets nieuws toe aan de realiteit en dat nieuwe trekt me zo hard aan. Kunst creëert dan. Dat is wat ik wil doen.” 

  

interpreteer gerust 

“Als ik teken, ben ik specifiek: dat thema van dat gebouw of die persoon. Dan voel ik iets, wat terugkeert in het eindresultaat. Maar als ik schilder, dwaal ik verder van die specifieke werkelijkheid af. Dan zoek ik thema’s op die ik zelf niet kan, maar wel probeer te begrijpen. Meestal begin ik met een los idee. Tijdens het schilderen zelf begin ik te analyseren, voeg ik andere ideeën toe, verander ik misschien van gedachten … De ene dag kijk ik er op een bepaalde manier naar, maar de dag erop kan ik er totaal iets anders in zien en dan ga ik soms met die interpretatie verder.”  

Interpretatie is een cruciaal begrip binnen Jean Louis’ oeuvre. “Interprétation libre vind ik belangrijk; hoe je verbeelding werkt, doet ertoe in de kunst. Hoe jíj een kunstwerk ziet, maakt een kunstwerk. Als ik een van mijn schilderijen toon aan twee verschillende mensen, krijg ik twee verschillende interpretaties terug en dat vind ik boeiend. Ik vind niet dat je kan stellen dat je fout kan kijken naar een kunstwerk. Er zijn meerdere manieren om te zien, om te interpreteren. Misschien is kunst afhankelijk van verschillende opvattingen van een bepaald beeld.” Jean merkt op dat mensen dikwijls bepaalde waarden of emoties uit kunst proberen te halen, maar zelf haalt hij drie afzonderlijke aspecten aan, die volgens hem te vaak samengevoegd worden: “Ten eerste heb je wat de kunstenaar maakt, ten tweede wat de kunst is en ten derde wat de kijker ziet. Dat zijn drie heel andere dingen; die tezamen vormen het kunstwerk voor je neus. Neem de Mona Lisa: dat is hét mooiste schilderij omdat iedereen dat vindt. Maar dat op zich is geen van die drie aspecten, dat is een status die los van kunst staat. Eigenlijk vind ik dat fout: kunst moet open zijn, toegankelijk voor alle soorten mensen, in plaats van het elitisme dat nu heerst.”  

 

gewoon kunst 

“Kunst moet niet stoppen bij wat je al kent, het moet de werkelijkheid juist uitbreiden, iets nieuws toevoegen aan wat al bestaat. Mensen hebben dat ook nodig, vind ik. Mensen moeten geconfronteerd worden met andere opvattingen om meer tolerantie te doen ontstaan. Zeker in een geglobaliseerde en alsmaar meer verbonden wereld is het belangrijk om open te staan voor andere mensen en perspectieven.” Bij die gedachte wordt Jean Louis even stil. “Toch wil ik mijn kunst eigenlijk apart zetten van de maatschappij en politiek. Ik wil dat het gewoon kunst is.” 

Wat is ‘gewoon’ kunst? “Als ik mijn kunst moest omschrijven in één woord, zou ik het intuïtionisme noemen; ik schilder heel intuïtief, in plaats van aan de hand van allerlei criteria om het ‘goed’ te maken. Of mijn kunst goed is, durf ik niet per se te zeggen. Het is kunst, daar ben ik zeker van; of het goed is, is subjectief. Ik houd van die onzekerheid, ze stelt me open. Terwijl ik erg perfectionistisch ben, heeft kunst me ook geleerd om fouten te accepteren, zelfs van fouten te houden. Als ik een verkeerde kleur gebruik, kan ik daar flexibel mee omgaan. Dan probeer ik er iets anders van te maken in plaats van het werk weg te gooien. Daarom is het soms goed om onzeker te zijn, het zorgt ervoor dat je nieuwe dingen uitprobeert. Ik luister graag naar andere meningen, in plaats van te hard vast te houden aan de mijne.”  

En toch, kunst maken blijft een kwetsbare scheppingsdaad. “Ik sprak met een therapeut die me zei dat ik een schilderij van mezelf niet mocht weggooien als ik het niet mooi vond. Dat zou namelijk betekenen dat ik iets in mezelf wil weggooien. Zoiets ergert mij, dan zit mijn eigen subjectiviteit in mijn kunst en dat voelt kwetsbaar, alsof ik naakt ben.” Maar is het wel mogelijk om kunst te maken zonder je eigen subjectieve visie? “Dat ben ik nu aan het onderzoeken. De schilderijen van Caravaggio zijn óók gekleurd door hoe hij de wereld zag, ook al is het een weergave van de werkelijkheid. Maar die schilderijen zijn ‘begrijpelijk’, iedereen kan zien wat het afbeeldt. Daardoor interpreteer je minder. Wiens schilderijen ik echt niet kan ontcijferen, is Mondriaan. Maar dat inspireert mij: ik hoef het niet te ontcijferen, het is gewoon kunst.”