de dwarsdoorsnede

01/10/2022
Ik Ben Er Niet (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer lezen we het meeslepende boek Ik ben er niet van de jonge Vlaamse schrijfster Lize Spit. 

De naam Lize Spit is nog niet tot ieders oren doorgedrongen. Toch kan je die niet zomaar laten passeren: ze mag dan misschien nog niet de ervaring hebben van Stefan Brijs of Bart Moeyaert, maar talent is haar zeker niet ontzegd. Lize Spit is nog maar amper 34 jaar oud en is opgegroeid in de “zo geliefde” Antwerpse Kempen. In 2005 is ze naar Brussel verhuisd. Ondanks dat het boek Ik ben er niet nog maar haar tweede roman is, is er al een hele taalkundige geschiedenis aan voorafgegaan. Tijdens haar studies behaalde ze een master Scenarioschrijven aan het RITCS. Haar debuutroman Het smelt, die in 2015 verscheen, won verschillende prijzen. Ook werd het boek vertaald in maar liefst 12 verschillende talen en werd het verfilmd. 

Ik ben er niet leest erg vlot, maar het even tussendoor lezen is niet voor iedereen weggelegd. In totaal telt het boek maar liefst 580 pagina’s, al was daar geen pagina te veel aan! Lize Spit bewees zich een meester te zijn in het uitkiezen van details. Ik ben er niet is daarom een zeer gedetailleerd, maar wel uniek boek. Hoewel je dat misschien zou verwachten, betekent gedetailleerd in dit geval echter niet saai. Lize Spit slaagt erin om in te zoomen op prachtige details en emoties. Dat kan gaan van de nauwkeurigheid in het opsommen van enkele woorden, tot het checken van het kleinste detail achter een grote complottheorie. Dat talent is niet iedereen gegeven. 

Met het kleinste detail bedoel ik echt het kleinste detail. In het boek wordt er bijvoorbeeld verteld dat Leo en Simon samen een bepaalde avocadolepel hebben. Deze hebben ze met een plakbandje rond de steel gemarkeerd zodat ze niet zouden vergeten dat die lepel enkel en alleen gebruikt mag worden om de pit uit de avocado te halen. Een ander voorbeeld hiervan is hoe Leo met Google Maps berekende hoe ver je kan schrijven met duizend pennen, dat is in één lijn ongeveer van Brussel tot Rusland. Je moet er maar opkomen. 

In vergelijking met Het smelt is Ik ben er niet een stuk realistischer. Waar ik bij Het smelt persoonlijk de verhaallijn erg drastisch en onrealistisch vond, is de verhaallijn van Ik ben er niet een heel stuk logischer. Het verhaal gaat over hoe Simon een psychose ontwikkelt, meer specifiek een bipolaire stoornis. De meest frequente kenmerken van een bipolaire stoornis komen duidelijk aan bod in dit boek. Simon is bijvoorbeeld veel opgewekter en enthousiaster dan normaal. Daarnaast geeft hij ook veel meer geld uit en is hij veel impulsiever. Zijn grote stemmingswisselingen zijn dan ook erg goed merkbaar doorheen het verhaal. Hoe zijn vrouw Leo hiermee omgaat is tot in detail beschreven.  Het boek geeft een goede inkijk in het leven van iemand met een psychose en het effect ervan op de leefomgeving. Zo is Leo bijvoorbeeld heel de tijd ongerust. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan is dat Leo niet kan slapen en dat ze Simon heel de tijd in het oog probeert te houden. Daarnaast zien we ook dat Leo, vanaf het moment dat de psychose vastgesteld is, er alles aan doet om het Simon zo comfortabel mogelijk te maken. Door dit te doen, cijfert ze zichzelf weg. 

De sublieme spanningsopbouw is gedurende het hele verhaal te voelen. Dat ik daardoor op het puntje van mijn stoel zat, is geen vraag maar een feit. Het gebruik van flashbacks en flashforwards steunt die spanningsopbouw, al maken die het verhaal niet ingewikkeld. Zelf ben ik iemand die enorm vaak struikelt over flashbacks, vaak duurt het een hele tijd voor ik doorheb waar en wanneer een bepaald hoofdstuk zich afspeelt. Bij de roman Ik ben er niet was dat echter niet het geval.  

Of het boek Ik ben er niet een aanrader is? Daar bestaat echt geen twijfel over. Dat er naast een realistische verhaallijn ook nog een prachtige schrijfstijl in verweven zit maakt het boek echt af. Ook de unieke details en de sublieme spanningsopbouw maken het verhaal tot een fantastisch boek. Dat daarbij het boek nog eens niet moeilijk te volgen is, betekent maar één ding: dit boek moet gelezen worden. 



24/09/2022
Polaroidcollage van plekken in het artikel
🖋: 
Auteur extern

redactie dwars


Zoals je hebt kunnen lezen is er in en rond de universiteit genoeg voorhanden om je de grauwe collegezalen te doen vergeten. Wil je de kat nog even uit de boom kijken, voel je niets voor al dat studentikoze gedoe óf heb je simpelweg meer vrije tijd dan je lief is? Goed nieuws: je studeert nu in ‘t Stad! Niet voor niets zeggen de dikke nekken die hier wonen dat alles erbuiten parking is: ook buiten de universiteit valt hier meer dan genoeg te beleven. Speciaal voor de student die nog niet weet waar te beginnen, geven onze redactieleden hun lievelingsplekjes prijs.

Hanne - de Scheldekaaien

Mijn mooiste herinneringen in Antwerpen spelen zich af aan de kaaien: picknicken met vriendinnen, een eerste kus bij het kijken naar de lichtjes van de Schelde, een sneeuwman bouwen naast Het Steen of rustig een boek lezen bij de zonsopkomst. De mogelijkheden zijn eindeloos en wat je ook kiest, het wordt tien keer beter dankzij het prachtige uitzicht en de rustgevende golfjes. De kaaien zijn waarschijnlijk de enige plek in Antwerpen waar je een open zicht hebt zonder daarvoor naar het topje van een gebouw te moeten gaan. Als je als student de hele dag binnen zit achter boeken of schermen is het cruciaal om af en toe van een mooi uitzicht te gaan genieten. Zeker bij zonsondergang met een lekker drankje erbij is het voor mij het toppunt van Antwerpse sfeer.

 

Tim - Hendrik Conscienceplein

Weinig plekken zijn zo zelfbewust als ‘t Consiäansplain. Nogal wat sinjoren, waaronder ondertekende, vinden het een van de schoonste pleintjes van Antwerpen. Het zijn vooral zij die overdag de barok in al haar vanzelfsprekendheid laten zijn en de weinige gapende toeristen een bedenkelijk oog toewerpen. ’s Nachts transformeert het plein in een mooie maar evengoed typische ontmoetingsplaats voor niet-al-te-stiekeme jointjesrokers en carahijsers. Als je het pleinhangen ontgroeid bent, kan je terecht in onder meer De Zwaan, een van de zeldzame cafés waar je studentenkorting krijgt op zowel de heerlijke tapbieren als de matige cocktails. De smalle, kronkelende straatjes rond Hendrik Consience’s standbeeld zijn eigenlijk nog gezelliger dan het plein zelf. In de Wijngaardstraat vind je onder meer Dogma, kandidaat voor beste cocktailbar van Antwerpen, terwijl je in de Hoofdkerkstraat dan weer The Playground, een vaste waarde voor boardgameliefhebbers, vindt.

 

Pebbles - de Bolivarplaats

Wil je de kans om die ene ambetante medestudent tegen het lijf te lopen verkleinen? Maak dan eens een tripje naar de Bolivarplaats op Het Zuid! In de schaduw van het Vlinderpaleis, tussen tal van andere cafeetjes en eetplekjes, vind je mijn favoriet: Café Boekowski. Ik ontdekte het buurtcafé met muren vol boeken pas deze zomer en ben er nu al niet meer weg te krijgen. Genietend van één van de vele alcoholvrije opties komt mijn innerlijke Belle naar boven en droom ik weg bij alle titels in de kast. Het hoeft zelfs niet bij dromen te blijven! Café Boekowski is namelijk een boekenruilcafé. Niet zo’n hart voor boeken? Haal op vijf minuutjes wandelen een heerlijk bolletje ijs bij Gelato Factory en smul het, zittend op de trappen van het nieuwe justitiepaleis, op. Want dat ijs het superieure voedsel is, daar is geen rechtszaak voor nodig.

Café Boekowski
Bolivarplaats 4
open do-vrij 16:00-00:00, za 13:00-00:00, zo 13:00-23:00

 

Edith - de hedendaagse kunststrook in (Nieuw-) Zuid

Begrijp jij iets van moderne kunst? Als de drang om jezelf in de kunstwereld onder te dompelen een feit wordt, verdient de rij musea en galerijen, gewijd aan min of meer hedendaagse kunstenaars en te vinden in het stuk Antwerpen waar Zuid en kaaien elkaar ontmoeten, zeker je aandacht. Het is een uitstekende plek voor een uitstap met vrienden waarbij je samen een kunstwerk bewondert, “Snap jij het?” tegen elkaar fluistert en de ogen wijd openspert bij het zien van een prijskaartje. Wie weet bak je er nadien toch iets van! Liever bewegend beeld? Voor de filmliefhebbers ligt Cinéma Lumière in buurt, in het gebouw van fotomuseum FOMU. Mocht de hedendaagse kunstwereld je allemaal te veel worden, kan je van iets fris en het uitzicht genieten op het dak van het gebouw.

FOMU Antwerpen
Waalsekaai 47
Open van di-zo 10:00-18:00

 

Margaux - Viggo's

Iets buiten de studentenbuurt vind je het De Coninckplein, een plein waarvan de reputatie zelden het bruisende volksleven omvat. Zo zijn er regelmatig buurtfestivals met livemuziek. Elke derde zondag van de maand vindt er ook het Strip- en Boekenplein plaats, een boekenmarkt met een berg aan tweedehands boeken die je om een nieuwe thuis smeken. Ook stadsbibliotheek Permeke verkoopt hun afgevoerde boeken en strips daar aan een spotprijsje. Toch is het plein ook de moeite waard wanneer enkel de onvermoeibare basketbalspelers het plein bewaken: De Coninckplein 21 huist koffiebar Viggo’s. Tim, de eigenaar, heeft een hart voor koffie en voor de buurt, wat voor een knus plekje in Antwerpen-Noord heeft gezorgd waar iedereen een tijdelijk thuis kan vinden in de kabbelende gesprekken en de gemoedelijke atmosfeer. Zelf drink ik geen koffie, iets waardoor ik op het eerste gezicht niet naar een specialty coffeebar zou moeten gaan, maar kijk, de barista’s doen niet aan uitsluiting en zetten een thee voor me met evenveel zorg als de ellenlange lijst aan koffies die Viggo’s in zijn oeuvre heeft.

Viggo’s
De Coninckplein 21
open van ma-vrij 08:30-18:00, za-zo 10:00-18:00

 

Jana - Den Botaniek

In een wereldstad als Antwerpen kan het soms zeer druk worden: niet gek dus, dat je soms even een rustig onderkomen wil vinden. De niet zo heel geheime parel van Antwerpen is de botanische tuin: de ideale plek om even de drukte van de stad achter je te laten, een goed boek te lezen of even rond te wandelen tussen de koele schaduw van de bomen en planten. Dat zijn niet je doorsnee eiken die je in het plaatselijke bos vindt trouwens: het wemelt er van de exotische bloemen, struiken en kruiden. In de serre staat bijvoorbeeld een verzameling aan cactussen en uitheemse planten. Helaas is deze momenteel gesloten voor het publiek, maar dankzij de grote ramen kan je toch eens binnenkijken. Ook de meer dan tweeduizend kruiden hebben een eigen verhaal: aanvankelijk werd deze tuin gebruikt door het nabijgelegen ziekenhuis voor de kweek van geneeskrachtige planten. Al deze wildvreemde planten, kruiden en bomen geven je het gevoel dat je even op vakantie bent in eigen land.

Plantentuin Den Botaniek
Leopoldstraat 24
Open in de zomertijd van 08:00 tot 20:00, in de wintertijd van 08:00 tot 17:30

 

Amber - de Voetgangerstunnel

Ik vraag me af of Antwerpenaren zulke dikke nekken hebben omdat ze continu naar boven kijken om al het moois van de stad in zich op te nemen. De gevels op de Grote Markt, de imposante toren van de kathedraal, al de hijskranen die dingen aan het afbreken en opbouwen zijn... er valt altijd wel iets te zien. Jammer dat dat je afleidt van een van de leukste plekjes van de hele stad, dat zich onder de grond bevindt: de Voetgangerstunnel. Die verbindt de twee oevers van de Schelde: het oude centrum en Linkeroever. Het is niet alleen een fantastisch plekje om eens ouderwets mensen te kijken, het is ook een van mijn favoriete fotolocaties. Ik vind het heerlijk om de monumentale houten roltrappen af te dalen en te genieten van vijfhonderd meter aan blauwe en witte tegeltjes. Probeer eens een stuk of dertig rondjes te draaien als je het midden hebt bereikt; je weet nooit waar je uitkomt!

Je vindt de ingangen van de Voetgangerstunnel aan de stadscentrum- kant aan het Sint-Jansvliet, aan de linkeroever op het Frederik van Eedenplein.
Elke dag geopend, 24/7, 365 dagen per jaar (de roltrappen staan ‘s nachts wel uit!)

 

Dominique - De Muze

Ahh, de universiteit. De plek waar het wemelt van de toekomstige advocaten, chirurgen, wereldleiders en onderzoekers, de crème de la crème van de gegoede burgerij, de culturele fijnproevers. Zou je denken. Nee, je hebt het mis: de culturele vorming van de Vlaamse student bestaat toch vooral uit twerken op Traag van Bizzey in een willekeurig brak café in de universiteitsbuurt. Niets mis mee natuurlijk: op het juiste moment, op de juiste plaats is een diepvriespizza oneindig veel beter dan een sterrendiner en na acht pinten heb ook ik meer behoefte aan Laat de zon in je hart dan aan de Matthaüs-Passion. Als ik dan toch eens mooie muziek wil horen, een fijn decor wil bewonderen óf aanstellerig verfijnd wil lopen doen, zou je me best eens op een dinsdagavond in De Muze kunnen terugvinden. Dan staat er namelijk elke week steevast een jazzband het bijna zestig jaar oude café volledig plat te improviseren. Ga zeker eens op een hete zomeravond op de tweede verdieping aan een tafeltje bij het raam zitten; even waan je je ergens halverwege de vorige eeuw.

Jazzcafé De Muze
Melkmarkt 15
open zo-do 11:30 tot 01:00, vrij-zat tot 03:00



11/09/2022
🖋: 
Auteur extern

Sander Pouliart


In het jaar 2000 trokken twee Antwerpse studenten naar Bulgarije om deel te nemen aan het wereldkampioenschap studentenschaken. Ze studeerden aan het RUCA, één van de voorlopers van onze universiteit. Ze waren zeker niet de sterkste spelers op het toernooi en uiteindelijk kwam geen van beide in de buurt van de wereldtitel. Je vraagt je dan allicht ook af waarom je over de uitstap van twee schakende studenten leest. Het antwoord is vrij simpel: deze studenten gingen schaken met de steun van de toenmalige rector en de universiteit.

Het begin van het academiejaar 2022-2023 is een symbolisch moment om terug te kijken op dat WK. Dit jaar gaat het wereldkampioenschap studentenschaken immers door op onze universiteit! De kans is aanzienlijk dat op het moment dat jij dit leest de best schakende studenten ter wereld hun tegenstanders elkaar schaakmat proberen te zetten in de gebouwen waar jij binnenkort je eerste lessen zal volgen. Al zijn het lang niet de enige spelletjes schaak die dit jaar op onze universiteit zullen gespeeld worden.

Vorig jaar nog schreef ik in dwars dat we met De Rode Loper eindelijk een schaakclub hadden opgericht. We zouden schaken in de breedst mogelijke zin tot bij de studenten brengen en hiermee mensen van alle hoeken van de universiteit samenbrengen. Het waren grootse voornemens die we een jaar later vol trots geslaagd kunnen noemen.

Week na week konden we rekenen op enthousiaste schakers. Samen met hen deden we doorheen het jaar elke mogelijke schaakactiviteit die we konden bedenken, van lezingen tot simultaans door schaakmeesters en van echte toernooien tot gewone clubavonden waar je tegen een paar vrienden of medestudenten kon schaken. Elke week kwamen er nieuwe spelers en zoals we hoopten kwamen studenten uit alle hoeken van de universiteit samen. Hiermee bereikten we precies wat we voor ogen hadden: schaken kreeg terug een vast plekje op deze universiteit. Net zoals rector Decleir 20 jaar geleden een paar schakers samenbracht, kunnen spelers nu bij De Rode Loper terecht.

Ook dit jaar mikken we weer hoog. Als het jongste lid van de Belgische schaakbond zullen we het dit jaar opnemen tegen andere Belgische clubs. We zullen zelfs naar toernooien trekken met zij die altijd al eens in een schaaktoernooi wilden spelen. Daarnaast zullen we uiteraard elke week weer van de partij zijn op de campus, waar we jullie graag verwelkomen. Daarbovenop zie je elke maand onze schaakpuzzels hier, in dwars!



11/09/2022
tot op de bodem van @ fundum (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Zelfs nadat de overheid het mes heeft gezet in de subsidies van de culturele sector blijf je als Antwerpse student niet op je culturele honger zitten, maar wat als je nu zélf wat wil doen? Aline, Pieter, Bernt en Wannes sloegen de creatieve handen (en voeten) bij elkaar en lanceerden met @ Fundum een ambitieus project om met niets anders dan een stel studenten een musical te schrijven, componeren en choreograferen. Een combinatie van sponsors, subsidieaanvragen bij Stad Antwerpen en een grote crowdfunding moesten het kostenplaatje dekken, de rest was aan hen. Het eerste weekend van het aankomende academiejaar is het zover.

Het is hoogzomer en de schijnbaar nooit eindigende hittegolf dringt tot diep in de normaal relatief koele tweede verdieping van Prinses16, die de 24-koppige cast van @ Fundum al bijna een jaar regelmatig als repetitieruimte in bruikleen neemt. Na twee verdiepingen traplopen ben ik al bezweet en als ik het bestuur ontmoet vraag ik me af hoe zij straks vier uur lang de verzengende hitte zullen trotseren. Terwijl Wannes binnenkomt hebben we het net over hoe hoog de lat ligt. Aline glimlacht verlegen en verontschuldigend naar zowel mij als haar medebestuur: “Ik heb deze getalenteerde mensen verzameld en ze gek genoeg gekregen om mee op de kar te springen. Ik schrijf de muziek en verzorg samen met Bernt de regie en het script.”

Pieter heeft een immer aanwezige présence, maar wacht geduldig tot hij zeker weet dat Aline uitgesproken is, waarna hij zelfzeker het woord neemt: “Ik ben mee in het project gesprongen met de vraag of ik het PR-gedeelte op mij wou nemen, omdat ik de PR toch al deed binnen Lingua. Nadien kwam de vraag of ik ook de choreografie wou verzorgen. Voor de rest regel ik de financiën en speel ik ook een rol in de musical zelf.”

Na Pieters waslijst neemt Bernt een voor hem typisch gemoedelijke aanloop naar wat hij te vertellen heeft: “Ik ben via Wannes bij deze twee pipo’s terechtgekomen en heb net als Pieter gaandeweg meer en meer dingen opgenomen. Ik ben begonnen met het script van Aline, dat al in een zeer ver stadium was, mee af te werken en help haar mee in het wat er op scène staat te regisseren. Ik speel zelf ook mee – I’m the bad guy, baby – wat wel cool is. Doe ik nog dingen?”

“We springen allemaal wel in op elkaar”, vervolledigt Aline.

De bestuursleden knikken en alle hoofden draaien naar Wannes, die ondanks de lo-gische beurtrol toch wat verschrikt lijkt te kijken dat hij al aan de beurt is. “Ik ben dus ook hierin gesukkeld dankzij Aline…”, begint Wannes plagerig, maar hij corrigeert zichzelf snel. “Aline heeft mij deze práchtige kans aangeboden om deel te nemen aan dit fantástische project en dat meen ik! Ik sta een beetje in voor alles wat niet te maken heeft met zang, dans en andere creatieve processen; dat komt in praktijk neer op dingen zoals een kabel halen. En ja, ook ik speel mee.”

Zo spelen alle bestuursleden zelf een rol in de musical: “We merkten dat bij de cast dusdanig weinig mannen zaten dat we de facto allemaal mee moesten spelen om het genderevenwicht in de musical wat op peil te houden”, grinnikt Bernt.

 

Aline, het idee is duidelijk bij jou ontstaan. Had je enige ervaring met dit soort projecten?

Aline: “Toen ik zestien was schreef ik al een soort van musical met mijn beste vriendin, maar dat was veel kleinschaliger en zonder zelf te componeren; broadwaymuziek waarvan we de tekst hadden veranderd. Ik houd sowieso van musicals – logisch – en bedacht me dat je studententijd hét moment is om zoiets te proberen. Als ik nog vier jaar zou hebben gewacht, zou het vast een heel ander project zijn geworden dan wat er nu staat. Ik wou een groep jongeren met elkaar verbinden via een musical, maar ook het studententhema is iets dat me aan het hart ligt.”

 

Tot hiertoe zijn jullie redelijk stil geweest over de verhaallijn van jullie musical. We weten dat het iets te maken heeft met het studentenleven, maar wat kunnen jullie er meer over kwijt?

Bernt: “Ik vertaal het als een stuk dat gaat over een groep studenten die toevallig vaak naar hetzelfde café gaan. Het hele verhaal speelt zich af op zo’n avond waar van alles fout loopt en wordt op niet-chronologische wijze gebracht, met een focus op de mentale toestand van elk personage. Het is geen zwart-wit verhaal: verwacht dus niet dat het ene goede meisje dat alle tienen krijgt slachtoffer wordt van een slechterik. Elk van de personages heeft goede en slechte kanten, dat vind ik enorm sterk aan hoe Aline het geschreven heeft.”

Aline: “Ik vond het belangrijk om ook in dat studentenleven voorbij de oppervlakte te gaan, daarom ook de term ad fundum; tot de bodem. We willen eigenlijk ook een soort van bewustwording op gang trekken.”

Wannes: “Musicals zijn vooral bekend om hun spektakel. Dat zal er zeker inzitten, maar het verhaal is zeer realistisch geënt. Het kan werkelijk gebeuren in eender welk studentencafé. ‘Het studentenleven’, zegt men continu, ‘dat is de mooiste tijd van je leven.’ En ja, aan de ene kant zijn er dingen waar je honderd procent van moet genieten, maar er zijn toch ook kanten die onderbelicht zijn en die we ook een spotlight geven. Aan de andere kant, het is ook gewoon een leuke musical hè!”

 

Sober, realistisch en toch een spektakelmusical: hoe heb je dat choreografisch allemaal aan elkaar kunnen lijmen, Pieter?

Bernt: “Ik snap dat ook niet, die mens is twee uur weg en komt terug met een hele groepsdans.”

Pieter: “Ik heb lange tijd competitief gebreakdancet, waar ik een bepaalde mentaliteit heb meegekregen. In breakdance krijg je geen dans aangeleerd; je pakt je boekje vast, ziet wat je kan en je maakt van daaruit sets. Het grote verschil hier is dat ik niet elke student op zijn hoofd kan laten draaien (lacht). Je wil dat je cast iets van hun niveau goed kan brengen, maar we hebben ervoor gekozen het niet té makkelijk te maken zodat ze zichzelf kunnen pushen naar iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarnaast wil je met je choreografie ook een verhaal vertellen. Ik heb ontdekt dat het toch allemaal wat meer tijd vraagt dan dat ik aanvankelijk dacht.”

Aline: “Het is vooral veel communiceren, maar dat lukt ons goed. Omdat ik zowel de muziek als het meeste van het script schreef, nam ik ook de muziektekst voor mijn rekening, maar ik zat niet op een eiland. Bernt heeft bijvoorbeeld ook een raptekst geschreven. Er was meestal wel een soort van brainstorm. Toch?”

Bernt: “Ik heb een specifieke stijl die misschien wat te shakespeareaans is voor een musical. Ik voelde me meer op mijn gemak door mee te sleutelen.”

 

Alles is ook in het Nederlands geschreven, heb ik begrepen?

Aline knikt met enige trots.

Bernt: “Behalve dan wat slang dat we ertussen hebben gegooid en die ondertussen waarschijnlijk alweer outdated is.”

Aline (sarcastisch): “Écht een kei neige musical!”

Bernt: “Zeggen mensen nog swag? Ja hè?”

De andere bestuursleden kijken Bernt twijfelend aan.

 

Hetgeen de meeste indruk op mij nalaat, is dat jullie de muziek zelf gecomponeerd hebben. Aline, hoe lang ben jij daar al mee bezig?

Aline: “Ik speel al veertien jaar accordeon, maar in componeren had ik eigenlijk geen ervaring. Iets voor de lockdown ben ik daar een beetje mee begonnen, al was ik toen vooral andere mensen aan het zoeken. Gewoon aan mensen van het conservatorium vragen of ze me konden helpen met die eerste stappen, maar toen kwam de lockdown en dacht ik: ik ga het zelf proberen. Toen ik mijn eerste stukjes liet horen reageerden mensen soms wel wat meh, maar de lockdown heeft lang geduurd en nu ben ik wel beter, denk ik.” Alom geknik. “Ik heb gewoon nooit schrik gehad om slechte dingen te laten horen.”

Bernt: “En terecht, want steeds toen er in het begin iets wat minder goed was, kwam de bedoeling die erachter zat wel over. De musicalkennis van de rest van ons is op zijn zachtst gezegd redelijk beperkt, maar hoe vaag onze opmerkingen ook waren, je stond er altijd binnen het half uur met iets nieuws.”

Pieter: “De snelheid waarmee je feedback verwerkt is inderdaad indrukwekkend.”

Bernt: “En dat bouwt dan op tot je uiteindelijk bij iets als Alle Remmen Los komt. Een feestnummer van acht minuten. Echt wauw...” Er schiet Bernt plots een gedachte binnen. “Wisten jullie trouwens dat mijn vader tegenwoordig vaak ‘alle remmen los’ zegt?”

Aline: “Oei?”

 

Komt er een album?

Allen tegelijk: “Dat zouden we graag willen ja!”

 

En een volgende musical?

Wannes: “Het is een ambitieus en groot project geweest. We stapten hierin om te leren, niet enkel voor onszelf, maar ook voor de cast. Als zij op het podium staan is het misschien zelfs nog meer hún musical dan die van ‘ons’. En ja, zelfs als dit een succes wordt, zou ik blijven kijken naar wat nóg beter kan. Nu we zoveel hebben geleerd, zou ik daarvoor wel te vinden zijn.”

Bernt: “Ik kan enkel voor mezelf spreken natuurlijk, maar dit soort vage projecten wil ik blijven doen. Maar ja, mevrouw en mijnheer studeren af.”

Pieter: “Ik kan altijd nog van Maastricht naar hier komen hoor.”

Aline: “En ik studeer nog wel iets bij!”

Pieter: “Misschien eerst dit project afmaken jongens? Wie weet komt er niemand kijken!”

Aline: “Jawel! Mijn mama komt kijken!”



het laatste woord

11/09/2022
red herring (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie happen we naar de red herring.

Ik richt me even tot jou, speurneus in opleiding. Je hebt langzamerhand het hele boekje doorgewerkt, misschien zelfs hier en daar het een en ander genoteerd, alle interviews die wij hebben afgenomen bestudeerd… Begin je het een beetje door te krijgen? Is het criminele landschap van postcode 2000 en omstreken, en alle bijbehorende ongure heerschappijen en femmes fatales eindelijk op je netvlies gebrand? Wel, je zal je vast heel voldaan voelen, honderden alomvattende theorieën in je hoofd over wat het meisje op de cover is overkomen. Slecht nieuws, groentje. Er is één ding wat ik je nog niet heb verteld.

Als je ‘t mij vraagt is die oude, mopperende detective van pagina 4 voor geen cent te vertrouwen. Zeg nou zelf, eerst cynisch snuiven over de vergankelijkheid van het studentenleven en daarbovenop nog eens het halve praesidiumlandschap van de universiteit verdacht maken, om dan vervolgens heel selectief een paar jolige interviewtjes te houden met een aantal daarvan, is dat niet wat vreemd? En die interviewees zouden dan wel ineens uit goed hout gesneden moeten zijn? Dit riekt naar haring, groentje. Rode haring, om precies te zijn.

Ahh, ik zie aan je forensische frons dat je nog niet helemaal mee bent. Ik zal het je uitleggen. Erg lang geleden, toen ons politiekorps nog aangewezen was op speurhonden en vergrootglazen in plaats van al die nieuwerwetse DNA-dinges die ze daar in het lab uitvoeren, wilde er nog wel eens een schurk het bos inrennen om aan ons te ontkomen. Natuurlijk waren onze speurhonden de slechtste niet, maar dat kregen de recidivisten langzamerhand ook in de smiezen. Toen kwam de haring. Dat we op elke vierkante meter bos een haring vonden was al erg genoeg, maar na een paar mislukte ontsnappingspogingen kwamen die schelmen op het idee om de visjes te roken, waar die rode kleur dus vandaan kwam. Wat denk je? Jarenlang glipte het gespuis ons door de vingers omdat onze honden geen neus meer hadden voor lichaamsgeur. Ze zochten alleen nog maar naar die verdomde haring.

En ik zweer het je, dat misleiden en ons op een verkeerd spoor zetten, dat is precies wat m’n collega nu ook aan het doen is. Het is allemaal één groot rookgordijn, alles wat hij je heeft proberen wijs te maken. Dus geef je notitieboekje maar hier, dat heb je écht niet meer nodig. Die aantekeningen zijn toch allemaal niets meer waard, en… Oh, momentje, deze moet ik even opnemen, ‘t is dringend!

Met de politiechef? Ja nee nee, ‘t is allemaal geregeld. Hij heeft niets in de gaten, echt niet! Nee nee, wees niet bang. Okee, bel je snel terug, ciao.

 

Goed, waar waren we? Oh ja, dat notitieboekje, lever dat dus maar in.



11/09/2022
Symphonic City Sounds (© Symphonic City Sounds | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Jeroen Standaert


Symphonic City Sounds (SCS), opgericht in 2019, is het symfonisch orkest van UAntwerpen en AP Hogeschool. Na de coronastop vonden we ons ritme terug en konden we in de lokalen van Prinses16 aan een gestaag tempo werken richting een eerste optreden.

Dat kwam er in mei. Ons debuutconcert ging door op de unieke locatie van de Kapucijnenkerk, waar we zowel studenten als toevallige voorbijgangers mochten verwelkomen. De volle kerk zorgde voor een gezellige sfeer die onze muzikanten het beste van zichzelf liet geven. Op het programma stonden werken van Mozart, Delibes, Grieg en Sibelius; een gevarieerd programma dat gesmaakt werd door het al even gevarieerde publiek. Dat konden we nadien uit eerstehand vernemen tijdens de receptie in Agora Caffee.

Het repertoire is samen met het orkest gegroeid. In het begin van het repetitieproces was het nog niet duidelijk wat de uiteindelijke bezetting voor het concert ging zijn, waardoor het programma nog niet vast lag. Na wat gepuzzel met arrangementen voor de bezetting die we hadden, ben ik samen met de muzikanten tot het definitieve programma gekomen.

- Mees, dirigent

 

Ons orkest bestaat uit een bonte mix van studenten, alumni en andere musicerende enthousiastelingen uit het Antwerpse. Dit zorgt voor een boeiende combinatie van verschillende achtergronden en stijlen.

Tijdens het eerste semester gaan we samen op zoek naar een nieuw repertoire: met welke werken kunnen we onze grenzen verleggen, waar voelen onze muzikanten zich goed bij, welke functie wil iedereen vervullen binnen het orkest?

Mensen van verschillende leeftijden en studierichtin-gen vinden elkaar dankzij een gedeelde interesse in muziek, wat de academische en sociale beleving verrijkt.
 

- Paloma, fluit

 

Een supertoffe groep vol met gemotiveerde mensen met verschillende en interessante (studie)achtergronden. Ik hoop dat het orkest nog groeit in aantal muzikanten!

- Johannes, cello

 

Ik ben zelf geen student meer, maar voel me wel een beetje zo. Via het orkest leer ik jonge mensen kennen die heel verschillend zijn, maar een-zelfde liefde voor muziek hebben.

- Hazel, viool

 

Ik kijk uit naar het nieuwe seizoen!

 

 

- Rianne, viool

Naast de wekelijkse repetities met dirigent Mees worden er doorheen het jaar een aantal focusrepetities gehouden, waarbij telkens een bepaald facet van het spelen in een orkest onder de loep wordt genomen. Hiervoor wordt beroep gedaan op ervaren muzikanten die ons tips & tricks bijbrengen over speelhouding, intonatie, functie in het orkest, enzovoort.

Meespelen met SCS is niet enkel hard werken. Naast de wekelijkse repetities wordt er al wel eens een gezel-schapsspel bovengehaald, gaan we uit eten of gewoon op café.

Ik kwam voor het repertoire en bleef voor de gezelligheid.

 

 

- Mathias, viool



11/09/2022
Studentenraad (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Arno Deceuninck


Tijdens je jaren aan de universiteit bots je ongetwijfeld tegen zaken waarvan je denkt dat ze beter kunnen. Gelukkig staat er een heel arsenaal aan stuvers (studentenvertegenwoordigers) klaar om jou te vertegenwoordigen en om studeren aan de universiteit nóg beter te maken.

wie zijn ze?

De 135 stuvers zijn studenten die verspreid zitten over alle opleidingen. Ze vormen een aanspreekpunt en werken actief met jou samen om problemen aan te kaarten. Als Studentenraad hebben we uitstekende banden met de universiteit, die graag naar ons luistert.

Aangezien we op een universiteit zitten, speelt onderwijs een belangrijke rol en hebben stuvers hier directe inspraak in. Zo kunnen ze de examenroosters mee vormgeven, worden ze betrokken bij de evaluaties van vakken en onderhouden ze banden met proffen, wat het makkelijker maakt om problemen met specifieke vakken of de opleiding in het algemeen snel te melden. Ook bij grotere, universiteitsbrede onderwerpen hebben stuvers een impact. De stuvers hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat er zo goed als geen examens meer zijn met giscorrectie.

Sommige stuvers zijn actief op vlak van sociale zaken: ze zitten onder andere regelmatig samen met de komida (de studentenrestaurants) om te kijken wat er verbeterd kan worden. Daarbij is het bijvoorbeeld belangrijk dat het eten betaalbaar blijft en het aanbod toegankelijk is voor alle studenten, door onder andere ook veganistische of vegetarische opties te voorzien. Ook het studentenleven valt onder sociale zaken. Zo heeft de Studentenraad bijgedragen in gesprekken rond studentendopen, om deze initiatierituelen voor iedereen leuk te kunnen houden. Ook rond buurtoverlast, zoals geluidsoverlast ’s nachts, wordt er samen met Stad Antwerpen gekeken naar mogelijke oplossingen.

Het blijft belangrijk dat we alle studenten zo goed mogelijk vertegenwoordigen. We horen dus graag van je als je frustraties, problemen of suggesties hebt om de universiteit te verbeteren.

 

wat doen ze?

De opleiding Informatica geeft tijdens het semester genoeg te doen: zowel doordeweeks als in het weekend zijn de studenten bezig met lessen, taken en projecten. Deze basis is vereist voor andere vakken later in hetzelfde semester, want zonder kennis van programmeren kan een informaticus niet veel doen. Al dit werk overspoelde studenten in het eerste semester van de eerste bachelor. Docenten onderling zijn niet altijd op de hoogte van taken van andere vakken; zo vielen meerdere grote deadlines samen op één avond. Hier een oplossing voor zoeken was dus een uitdaging voor ons als stuvers Informatica.

Studenten kaartten dit al langer aan bij de individuele vakevaluaties, enquêtes waarin je anoniem feedback kan geven over de lessen van afgelopen semester. Als stuvers Informatica hadden we al snel door dat dit niet de plaats was om dit probleem aan te pakken. Het probleem ontstond immers door de samenstelling van verschillende vakken en lag dus niet aan een specifiek vak op zich.

Gelukkig zetelen sommige stuvers in de Onderwijscommisie Informatica. Hier zitten onder andere verschillende proffen uit de richting samen om bijvoorbeeld de opleiding te bespreken op vlak van inhoud en curriculumwijzigingen; de ideale plaats dus om feedback te geven op de samenstelling van onze richting. We wilden de werklast van het eerste semester van de eerste bachelor verlagen en eventueel deels verschuiven naar het tweede semester, zonder dat de kwaliteit van het onderwijs daardoor achteruitging.

We bekeken verschillende opties. Als eerste kortetermijnoplossing hebben we voorgesteld om de deadlines beter te spreiden zodat niet alles op eenzelfde moment valt. Dat verlaagde de stress al deels, maar loste de hoeveelheid werk zelf nog niet op.

Op vergaderingen van de Onderwijscomissie bespraken we meer duurzame oplossingen, zoals het verschuiven van een vak naar het tweede semester. Hier stuitten we echter op veel problemen. Zo hadden proffen vaak geen tijd meer in het tweede semester of heb je kennis van vakken al direct nodig bij andere vakken in datzelfde jaar.

Uiteindelijk besloten we om de theorie van het vak Gegevensabstractie- en structuren in het eerste semester te blijven geven en het bijhorende project te verschuiven naar het tweede semester. Met deze aanpassing had iedereen de nodige kennis voor het tweede semester en werd de werkdruk verlaagd.

We hopen dat de opsplitsing van het vak even effectief is als we dachten. Zo niet, zullen we dit dossier blijven opvolgen en gaan we zien wat we kunnen doen om onze richting nog meer te verbeteren. Hopelijk is het non-stop werken nu voorbij en hebben de studenten Informatica toch nog wat tijd om van het studentenleven te kunnen genieten.



11/09/2022
Antwerpse Studentenharmonie (© ASH | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Floor Vandevelde


Wij zijn de Antwerpse Studentenharmonie (ASH), een bruisend orkest voor alle studenten, alumni en Erasmusstudenten van de Antwerpse universiteiten en hogescholen. Om een duidelijker beeld te kunnen geven van wie we zijn en wat we doen, stelden we onze ASH-ers enkele vragen over wat hen motiveert en inspireert om muziek te blijven maken tijdens de drukke studentenjaren.

Wat spreekt je het meest aan in de ASH?

De kans om muziek te spelen terwijl ik weg ben van huis en het leren kennen van nieuwe mensen. - Elly

De fijne repetities onder leiding van onze sterke dirigent. - Ruben

De sfeer en het warme gevoel in onze gevarieerde groep. Je wordt met open armen ontvangen en je kan bij iedereen terecht. - Tea

 

Wat is je favoriete stuk dat je al hebt gespeeld?

Ik speel graag klassiekere stukken of iets uit een andere cultuur. - Sophie

De diversiteit aan stijlen en nummers maakt de keuze moeilijk, maar onze medley van The Beatles was toch een hoogtepunt qua amusement en intensiteit. - Savannah

Ik speel graag technische stukken, liefst met een gevoelige, trage passage. - Jinke

Maandagavond kan je ons vanaf 19u30 vinden in Prinses16, ons vast repetitielokaal, gelegen in de univer-siteitsbuurt. Maar uiteraard doen we ook nog andere activiteiten.

 

Wat doet de ASH nog behalve repeteren?

We doen best wel wat activiteiten: een kroegentocht, een quiz, een (repetitie)weekend, een kennismakingsavond en uiteraard ons wekelijks cafébezoek na de repetitie. - Floor

De quiz is heel plezant! - Pieterjan

Elk jaar is er een repetitieweekend. Daar krijgen we niet enkel de kans om onze muzikale vaardigheden te verbeteren, maar leren we ook de andere muzikanten beter kennen door de voorziene groepsactiviteiten. - Elly

 

Wat is je leukste herinnering sinds je in de ASH zit?

De beste herinneringen heb ik aan de afterparty’s in het Hessenhuis na de concerten. - Sophie

Het repetitieweekend, waar repetitie en spel samenkwamen. We kregen de tijd om moeilijke delen met hulp van anderen te oefenen, maar ook om plezier te maken en de andere muzikanten beter te leren kennen, exact waar de ASH voor staat! - Elly

We kijken uiteraard ook samen naar de toekomst en bouwen samen aan nieuwe ideeën.

 

Wat zou je graag nog verwezenlijken binnen de ASH?

Een buitenlandse reis zou de muzikaliteit wel echt naar een hoger niveau tillen, met het aanwezige plezier en groepsgevoel uiteraard. - Savannah

Het lijkt me wel eens leuk om aan een wedstrijd mee te doen! - Jinke

Ik zou graag nog meer kleine concerten doen naast ons jaarlijks winter- en lenteconcert zoals de academische opening en ons concert in het MAS. - Tea



11/09/2022
Unifac (© Maarten Van der Auwera | dwars)
🖋: 

Er is maar één eerste week van het academiejaar. Het is elk jaar weer een drukte van jewelste dankzij alle openingsevenementen en eerste lessen. Soms is het ietwat overweldigend, maar tóch kijk ik ernaar uit. Ik sta niet alleen: Jannes Van Dijck, voorzitter van koepelkring Unifac, noemt het zijn favoriete week van het academiejaar. Aangezien Unifac met Students on Stage een van de grootste evenementen organiseert in die week is Jannes’ agenda behoorlijk druk, maar de liefde roest niet.

Unifac is de koepelkring van het studentenleven aan de Stadscampus. Een koepelkring vormt de schakel tussen de student, de kringraad, UAntwerpen en Stad Antwerpen. In de praktijk houdt dat in dat Unifac bijvoorbeeld veel evenementen organiseert, waaronder Students on Stage en enkele activiteiten op Verkenningsdagen. Op die manier kom je als eerstejaarsstudent onrechtstreeks wel bij Unifac over de vloer. “Ik denk dat je als eerstejaars eerder terecht komt bij de studentenverenigingen die onder onze koepel vallen dan bij ons”, zegt Jannes. Wat me niet tegenhoudt om met Jannes te babbelen over die glorieuze eerste week van het academiejaar. Zo snel is hij niet van me af.

Als eerstejaars liep ik verloren in de gevulde kalender van de eerste week en het gangendoolhof van UAntwerpen. Waar moest ik best naartoe? Ik volgde de massa maar. Jannes brengt raad: “Ik denk dat je best zo veel mogelijk tijd vrijmaakt om die eerste week te ervaren.” Na een infosessie van je opleiding zakt voornoemde mensenmassa op maandag af naar het Sint-Jansplein voor Students on Stage. “Dat is het ideale event om het begin van het academiejaar te vieren. Het is hét moment om lid te worden van een club. Aan elk kraampje van de studentenverenigingen kan je, naast de lidkaart, iets te eten en te drinken krijgen. De gezelligheid daar is om over naar huis te schrijven – iedereen is daar om te vieren.” Daar stopt de eerste week niet: de dinsdagen en woensdagen zijn vaak gevuld met de welkomstactiviteiten van de verschillende studentenverenigingen. Op donderdag vindt de academische opening plaats, een ceremoniële opening met bijvoorbeeld een speech van de rector. Daarna is het StuDay, een gratis festival op Spoor Oost voor alle studenten in het Antwerpse.

Jannes zelf timmert mee aan Students on Stage. “We werken met iets meer dan de helft van ons team actief om alles in goede banen te leiden. De taken worden goed verdeeld, daar niet van, maar het blijft toch wel een beetje stresserend. Je wil dat het goed gaat, hè? We beginnen al met de voorbereidingen voor Students on Stage in mei. Achter de schermen zijn er namelijk veel verschillende aspecten. Zo moeten we met alle studentenverenigingen van de kringraad commu-niceren. Stuk voor stuk hebben zij kraampjes, verkopen ze eten en hebben dus elektriciteit nodig, waar wij ze aan moeten helpen. Ook zitten we samen met de Stad om ervoor te zorgen dat we de nodige vergunningen krij-gen, dat we aan al het nodige materiaal geraken...” Dat klinkt als veel werk, denk ik hardop. “Het lukt wel”, lacht Jannes. “We organiseren het al enkele jaren, dus er zit knowhow in ons team.”

 

nieuwe ik, nieuwe mensen

De eerste week is energiek: iedereen is klaar voor een geheel nieuw begin en dat vertaalt zich ook naar een hoge sociale factor. Jannes knikt: “Die eerste week kan je overal nieuwe mensen leren kennen.” Nu, de mogelijkheid om veel mensen te leren kennen houdt evengoed in dat je veel ándere mensen leert kennen. Je ontdekt verschillende levensstijlen en je ontmoet mensen met heel andere perspectieven. Over hoe inclusief het studentenleven is, kan je discussiëren – er zijn genoeg debatten over dooprituelen en het onderwijs om dat punt te illustreren. “Ik denk dat het studentenleven op dit moment vrij inclusief is, maar het kan altijd beter”, zegt Jannes. “We denken meer na over hoe we het studentenleven inclusiever kunnen maken, zodat iedereen zich welkom kan voelen. Neem nu onze sollicitaties, bijvoorbeeld: daarbij zien we het juist als een pluspunt als iemand een ander perspectief heeft dan wij, voor ons is dat een verrijking. Zo vinden we het belangrijk om onze evenementen rolstoeltoegankelijk te houden, dan is het perspectief van iemand in een rolstoel ook essentieel om dat ook op een goede manier te bewerkstelligen.”

Die visie zet zich door op alcoholgebied. Een paar jaar geleden was het vrij normaal dat zowat iedereen dronk. Jannes beaamt dat: “Toen ik zelf eerstejaars was, was het naar mijn idee nog de norm dat je móést drinken om je te laten dopen. Maar dat verandert: het wordt langzaamaan normaal om niet te drinken. Bij studentenclubs worden er nu alternatieven voorzien voor leden die zich willen laten dopen maar niet drinken. Daarover wordt ook niet meer denigrerend gedaan, dat is gewoon een persoonlijke keuze.” Ook op cantussen verandert het tij: er wordt meer en meer waterkannen voorzien. Zo zijn er ook clubs die een apart tarief aanrekenen voor waterdrinkers of voor cantusgangers die hun eigen drank meenemen. “Met Unifac willen we daar ook aandacht voor hebben. Vanaf dit jaar werken we samen met Vagga, een organisatie die verbonden is aan het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. Samen met hen willen we een inclusiever alcoholbeleid uittekenen naar het komende academiejaar. We zetten een waterkan op de voortafel, we serveren vanaf dit jaar frisdrank voor wie geen bier wil drinken. Met Unifac willen we voor een inclusief studentenleven gaan.”



11/09/2022
UKA (© UKA | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Linde Verheyden


Het UKA? Dat is natuurlijk het Universitair Koor Antwerpen! Als studenten van Universiteit Antwerpen en omliggende hogescholen komen wij elke week samen om te zingen en plezier te maken, met andere woorden echt een koor voor en door studenten. Wij treden twee keer per academiejaar op met ons groots Winter- en Lenteconcert. Maar leg vooral niet te veel druk op jezelf, want tussendoor gaan wij gewoon gezellig op weekend en stranden we na onze repetities menigmaal in ’t Waagstuk, onze favoriete kroeg.

Dus kun je best wel toonvast zingen en ben je het neuriën onder de douche beu? Kom dan eens een kijkje nemen op onze repetities! Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe zangers en zangeressen. Elke dinsdag tussen 18:30 en 21:30 repeteren we in het centrum van de studentenbuurt, boven Universitas, onder leiding van gevierd dirigent Dirk De Nef. Op je eerste repetitie leg je een korte stemtest af om te kijken tot welke stemgroep je behoort, dus specifieke koor- of zangervaring is zeker niet vereist.

En misschien wel het beste: zingen bij deze prachtige groep mensen is helemaal gratis! Het enige wat we van je vragen is aanwezigheid en inzet. Maar we moeten ons hier niet blijven verkopen, dus ik geef graag het woord aan enkele leden:

“Joining UKA has indeed enriched my experience abroad: I appreciated how warmly international students were welcomed and made feel at ease. There is something special about singing with people who share your love for music, and I can confidently say that my exchange would have not been the same without UKA.”
− Andrea, erasmusstudent en bas bij het UKA in 2021-22

“In het UKA kan ik me bezighouden met zang en muziek én leerde ik een toffe, getalenteerde groep mensen kennen. Samen repeteren, liedjes zingen op café en op weekend gaan, hoort daar ook bij! Op het einde van het semester is niets beter dan een knaller van een concert te geven waar je samen zo hard aan hebt gewerkt! Het was mijn eerste ‘hobby’ ooit en ik kan niet meer zonder!”
− Veda, sopraan bij het UKA sinds 2019

“Telkens zie ik jonge mensen hun stem vinden, uit hun schulp komen, leren durven, zichzelf ontplooien en openbaren. Elke repetitie wordt een verslaving waar je de rest van de week naar uitkijkt. Het UKA is een plek waar iedereen welkom en veilig is en onvergetelijke herinneringen maakt. Wij zingen ook enkel dikke schijven.”
− Casper, tenor bij het UKA sinds 2021

“UKA is een groep waar je no matter what thuishoort en vrienden voor het leven maakt. Samen zingen verbindt ons zo hard dat je dat voelt in de vriend-schappen doorheen de jaren. Bij het UKA is er plaats voor eender wie.”
− Lotte, alt bij het UKA sinds 2016

Iets voor jou? Smeer je stem, hou onze socials in de gaten, en kom eens langs op onze open repetitiedagen op 4 en 11 oktober. Kans gemist? Geen probleem, in februari kan je opnieuw mee inpikken!