spoiler: zelfs de Commissie Sustainable Finance weet het niet

21/03/2023
Ethisch beleggen (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 

De Commissie Sustainable Finance is in het leven geroepen om een klimaatbestendige financiële investeringsstrategie uit te werken voor UAntwerpen. Probleempje: deze commissie die de beleggingen van UAntwerpen moet evalueren, krijgt geen inzage in de beleggingen.

We gaan terug naar 2019. Meer dan tweehonderd personeelsleden en studenten van de universiteit stellen bottom-up een klimaatactieplan op. Om UAntwerpen de hieraan verbonden doelstellingen te helpen realiseren, worden er thematische werkgroepen opgericht. Zo ontstaan er werkgroepen rond bijvoorbeeld mobiliteit, natuurbeheer en water, en zo ziet ook de Commissie Sustainable Finance het levenslicht. Die commissie moet de universiteit ondersteunen in het uitstippelen van een duurzaam investeringsbeleid. De interesse in de werkgroep is niet gering. Een twintigtal personeelsleden en academici binnen UAntwerpen uit de meest uiteenlopende disciplines verzamelen zich.

De interesse mag niet geheel verbazen. Op de jaarrekening van UAntwerpen van 2021 vinden we voor ruim tweehonderd miljoen euro aan geldbeleggingen terug. Door maatschappelijk verantwoord te investeren worden duurzame fondsen en bedrijven beloond, terwijl fossiele fondsen en bedrijven hun waarde zien dalen. Dat moet dan ook een stimulans zijn om te verduurzamen. Ook UAnt- werpen onderstreept op de eigen website het belang van de werkgroep en van duurzaam beleggen: “Een belangrijke vraag die in het licht van de beoordeling van het investeringsbeleid moet worden beantwoord, is ‘wat houdt klimaatneutraliteit in als het gaat om investeringen?’ Naast klimaatgerelateerde kwesties kan en moet de herziening van de investeringsportefeuille ook ruimte bieden voor het bespreken van bredere thema’s op het gebied van sociale, milieu- en bestuurskwesties. Als een institutionele investeerder kan en moet UAntwerpen hierin een actieve rol spelen.”

 

FairFin haakt snel af

De grote interesse en de dure woorden op de website ten spijt krijgt de commissie bij voorbaat niet de kans haar taak te vervullen. Dat leerden gesprekken met leden van de Commissie Sustainable Finance me. Onoverwinnelijk obstakel: UAntwerpen weigert ondanks herhaaldelijk aandringen van de commissie enige vorm van transparantie te bieden over haar huidige beleggingen (lees: de minimaal noodzakelijke informatie die de commissie nodig heeft om haar adviserende en evaluerende rol te spelen). Binnen de werkgroep heeft men in al die tijd getracht de universiteit op andere gedachten te brengen, maar ook brieven aan het rectoraat en het college van beheer leidden tot weinig resultaat. Logischerwijs zorgt dit voor een grote frustratie onder de leden van de commissie die van bij het begin volledig machteloos is.

Iets wat ook FairFin, een ngo gespecialiseerd in het begeleiden van organisaties bij duurzaam investeren, al snel moet concluderen. FairFin reageerde op mijn vragen als volgt: “FairFin werd in 2020 gecontacteerd door personeelsleden van UAntwerpen die vanuit een persoonlijk engagement in de werkgroep Sustainable Finance zetelden en van binnenuit het beleid van de universiteit richting divestment (geld desinvesteren om ethisch verantwoorde redenen, n.v.d.r.) wilden duwen. Wij hebben een paar keer met hen overlegd en hen zoveel mogelijk informatie doorgegeven, zoals onze visie, ervaring en contacten bij instellingen met vergelijkbare trajecten. Onze rol was dus ondersteunend naar die personeelsleden en niet formeel naar UAntwerpen toe. We vernamen daarna dat het hen niet lukte de universiteit te overtuigen transparantie te verlenen over de investeringen van de universiteit, wat het voor hen erg lastig – zo niet onmogelijk – maakte om samen met UAntwerpen aan een divestment-traject te beginnen. Daarom hadden die personeelsleden ook geen verdere concrete ondersteuning van ons nodig.”

 

Beleggingscomité

Zelf heb ik natuurlijk ook meer pro forma dan met de gedachte resultaat te boeken getracht een soort van inzicht te krijgen in de beleggingen van UAntwerpen. De universiteit laat me weten dat de beleggingsportefeuille in goede handen is bij het zogenaamde beleggingscomité (voorheen de Commissie Roerende Waarden). “De beleggingsportefeuille van UAntwerpen is opgezet om de financiële reserves zo optimaal mogelijk te beheren en daardoor de universiteit van toekomstige middelen te voorzien. Hierbij spelen rendement, risico, duurzaamheid en kostenbewustheid een belangrijke rol. Qua publieke informatie kunnen we daar verder niet veel over zeggen. We hebben een investeringsbeleidsverklaring die richtlijnen opmaakt voor het beheer van deze portefeuille. Die wordt beheerd door ons beleg- gingscomité. De contracten met externe partijen worden ondertekend door de rector en de CFO (Chief Financial Officer, n.v.d.r).”

Het beleggingscomité, een club van zeven leden, bestiert een niet al te schamele tweehonderd miljoen euro en zetelt zelf ook mee in de Commissie Sustainable Finance. We moeten er maar van uitgaan dat die tweehonderd miljoen euro in socio-ecologische, duurzame projecten worden geïnvesteerd. Het kan dat het gebeurt, maar het is evengoed mogelijk dat deze tweehonderd miljoen in fossiele fondsen, ethaankrakers of zelfs wapenfabrieken zit. We weten het niet en ook aan de universiteit zelf weten maar weinigen het. Behalve een duur- zaamheidskwestie is dit alles bovenal een kwestie van transparantie en legitimiteit. In een open beleidscultuur is duidelijk wie, wat, wanneer beslist op basis van welke bevoegdheid en op basis van welke infor- matie, en zijn er kanalen om voor de hele organisatie verantwoor- ding af te leggen. In het geval van de beleggingen van UAntwerpen weten we alleen dat er een kleine groep mensen beslist, niet wat ze beslissen, niet op basis van welke informatie dat ze dat doen – laat staan dat er opties tot verantwoording zijn. Niet te vergeten dat de universiteit een publieke instelling is, gevoed met overheidsmiddelen. Transparantie zou een basisvereiste moeten zijn. Je zou als universiteit haast een Commissie Sustainable Finance in het leven roepen om aan deze leemte tegemoet te komen.



kotgeheimen

21/03/2023
Kotgeheimen (© Remco Terryn | dwars)
🖋: 
Auteur

Voor 420 euro heeft ze een slaapplaats om haar weken door te brengen en maandelijks een nieuwe roddel om aan haar vrienden te vertellen. Als je de keuken binnenwandelt, bots je op de speekselbol, een schema dat ophangt in de keuken en de kotgenoten die ooit gemuild hebben met elkaar verbindt. Verderop staat een oven, die er na een feestavond even verwoest uitzag als de bewoners toen de zon weer opkwam. Dit is het kot van Maud.

Om juridische redenen is identificeerbare informatie weggehaald.

Een van Maud’s favoriete dingen aan haar kot is dat de kotgenoten alles tegen elkaar kunnen zeggen. Omdat bijna iedereen er weleens domme dingen doet, is er niemand die zich er iets van aantrekt wanneer er na een avondje uit weer twee nieuwe verbindingen naar hun naam worden getekend in de speekselbol. Hoewel ze nog maar een half jaar op kot zit, heeft Maud al genoeg gezien en gehoord om boeken mee te vullen.

Zo vertelt ze dat een kotgenoot vorige week een jongen meenam na een feestje. Wat er toen gebeurde, hoef ik je waarschijnlijk niet te vertellen. De grote plottwist kwam toen rond vijf uur ’s nachts bij alle bewoners de bel ging. Er stond een jongen voor de deur waar de studente al enkele keren seks mee had. Toen er opengedaan werd door twee andere kotgenoten, liep de hen onbekende man prompt langs hen. Vervolgens klopte hij een half uur lang aan bij haar. Wanneer zij uiteindelijk de deur opende, gaf ze hem de instructie om even in de keuken te wachten. Dat duurde een half uur. Dat was alle tijd die ze nodig had om jongen 1 uit haar bed te gooien en jongen 2 van de keuken op te pikken en mee te nemen naar haar bed. Mocht je je ooit beschaamd voelen door een walk of shame, bedenk je dan maar eens hoe die jongen zich voelde.

Op een ander feestje probeerden twee kotgenoten om de drug THC te vapen. Blijkt dat dat in combinatie met alcohol redelijk heftig was voor de twee. Na een partijtje braken kwam hun realiteitszin nog niet terug. Uiteindelijk werd de ambulance gebeld en zijn de twee meisjes afgevoerd naar het ziekenhuis. Ondertussen gaat alles terug goed met hen, maak je dus geen zorgen.

Al die ervaringen delen, versterkt het samenhorigheidsgevoel. Oftewel heb je het zelf meegemaakt, oftewel hoor je alle details tijdens de nabespreking. In ieder geval is dit stel kotgenoten comfortabel genoeg met elkaar om ook de gênante momenten te delen. Wat wil je nog meer tijdens je studententijd



het alcoholvrije uitgaansleven

21/03/2023
Alcoholvrij (© Fien Pauwels | dwars)
🖋: 

Een arm om mijn schouder. “Wij gaan nog drinken halen hé, love you.” Ik blijf alleen achter op een afgebladderde barkruk en kijk naar de talloze flesjes kriek en Jupiler die mijn gezelschap al naar binnen speelde. Ik heb de hele avond nog niets gedronken. Ik heb geen zin in water en nog minder in sommen geld betalen voor suiker zonder smaak in een flesje. Het leven als kotkonijn is maar saai, dus ga ik elke keer mee. Op die barkruk maak ik een voornemen: mijn innerlijke feestbeest zou op zoek gaan naar lekkere alternatieven.

cafécapibara

Gezellig iets gaan drinken is waarschijnlijk het eenvoudigste deel van het alcoholvrije uitgaansleven. Je moet weten waar je moet zijn, maar als je de juiste plekken weet te vinden, drink je soms zelfs beter dan je vrienden die wel voor een alcoholisch glaasje kiezen. Op de Ossenmarkt moet je het alleszins niet gaan zoeken: verder dan de klassieke Sprite, Fanta, Cola en Ice Tea kom je in zowel De Salamander als Kassa 4 niet. Ik heb de fout zelf gemaakt: mijn allereerste terrasje was dat van De Kassa. Je moet er zelfs vragen wat ze van frisdrank hebben, want op de kaart is helemaal niets te bespeuren. Zatte mensen hebben minder schaamte dan ik, laat hen dat maar doen. Of misschien moet je het tóch gaan zoeken op de Ossenmarkt. Enkele dagen na het schrijven van deze alinea, stapte ik voor het eerst Copain binnen. Nieuw en (nog) geen vaste waarde in het studentenleven, maar hun comfortabele kussentjes, kast vol gezelschapsspelletjes en heerlijke citroenlimonade wisten me meteen te bekoren. Ik neem mijn haat voor de Ossenmarkt maar terug.

Mijn absolute favoriet is Cousteau op de Paardenmarkt, dankzij de opvallende lamp aan het raam ook wel ‘Kut met Peren’ genoemd. Het vriendelijke personeel serveert je ijsthee in zo’n chic glas dat jaloerse blikken van al wie voor een simpel pintje koos, verzekerd zijn. Naast een assortiment aan sapjes, limonades en ijsthees pronken ook verschillende theesmaken en een warme chocomelk op de menukaart. Er zijn nog meer verschillende koffiesoorten, maar daar zwijgt deze theeliefhebber liever over. Dat Cristal er evenveel kost als water, vergeef ik al iets liever als je ook Cristal 0,0% of Energibajer 0.0% kunt krijgen. Alcoholvrij bier is ranzig, maar ik apprecieer de moeite.

Ook Papa Jos heeft een plekje in mijn hart veroverd. Binnenstappen in het gezellige café voelt als binnenstappen bij mijn grootouders: het interieur met haar vintage stoeltjes en tafels en de gigantische piano voelen enorm verwelkomend. Het zit er vaker vol dan in Cousteau, maar als je er een tafeltje weet te bemachtigen heb je ook hier heel wat keuze. Thee, limonades, of nog meer ranzige koffie of alcoholvrij bier, het kan er allemaal. Al beweert de site anders: daar vind je enkel de koffie en Jupiler 0%. Ik ben een te grote stresskip om mijn keuzes ter plaatse te maken, laat die limonades en thee schitteren op het digitale menu.

 

feestvarken

Met een Fanta in de hand ben ik ook van tijd tot tijd terug te vinden op de dansvloer. Niet omdat ik zo’n Fanta-liefhebber ben, wel omdat het aanbod in danscafés verder enorm beperkt is. De Salamander stopt trouwens rietjes in haar flesjes frisdrank. Terwijl ik los ga op Gimme Gimme Gimme of Unwritten, af en toe nippend van mijn rietje, voel ik me er altijd in een dansende tweestrijd. Om twee uur ‘s nachts liefdesverklaringen aanhoren van mensen die duidelijk een glaasje te veel op hebben, bewijst dat ik geen klein kind meer ben, maar dat rietje lijkt toch het tegenovergestelde te willen zeggen. Al zijn de rietjes na al die feestjes ook vergroeid met mijn persoonlijkheid en voel ik me niet dezelfde persoon als ze me er uitzonderlijk eentje vergeten geven.

Bovendien is het ook op feestjes niet uitzonderlijk dat ik meer betaal voor een flesje frisdrank, dan mijn gezelschap voor een pintje. Soms doen studentenverenigingen datgene dat het café zelf niet doet: mocktails aanbieden. Met mijn bijhorende vreugdedansje krik ik meteen het aantal dansende mensen in de zogenaamde danscafé’s op. Al geven diezelfde clubs ook gratis vaten, wat toch steevast voelt als een steek in mijn hart. Plots ben ik dan de enige die nog betaalt voor mijn drinken.

In discotheken gaat het van kwaad naar erger. Toegegeven, Ampère heeft me zo hard afgeschrikt dat ik al een jaar geen enkele discotheek nog een kans durf geven. Een half uur aanschuiven voor bonnetjes, om me vervolgens blut te betalen aan een beker water die ik pas krijg nadat de barman me aankijkt alsof ik net een beker champignonmilkshake heb besteld? Ik zou nog zin krijgen om mijn beker in zijn richting te katapulteren. Ik eis schriftelijke excuses voor ik er nog een voet binnenzet.

 

cantuscavia

Cantust gij dan altijd op water?” Ik krijg de vraag maar al te vaak, en het antwoord is resoluut ja (tenzij dwars een theecantus organiseert, uiteraard). Op café en zelfs op TD’s krijg ik eigenlijk nooit reacties, maar bij cantussen lijkt die keuze toch verbazing op te wekken. Onterecht, want wat is er nu leuker dan zo hard uit de toon te kunnen zingen als je wilt, wetende dat je gezelschap zich de volgende dag je valse tonen toch niet meer voor de geest zal kunnen halen? Bijkomend voordeel is dat mijn codex schimmelvrij is. Als ik snel een tekstje in die van een ander krabbel, blijf ik ook gespaard van de vraag wat er nu eigenlijk staat.

Voor zo’n avondje water drinken tel ik wel al snel tien euro neer; iets dat ik over heb voor mijn eigen club, maar me toch tegenhoudt om vaker te gaan cantussen bij andere verenigingen. Als de mensen rond me iets anders dan slap bier drinken, cava of rouge bijvoorbeeld, loopt het bedrag zelfs nog verder op. De zeldzame waterprijzen vormen mijn grootste levensgeluk.

Ik schuifel op mijn barkruk, zoekend naar een comfortabele houding. Het lijkt wel alsof iedereen om me heen een shot tequila achterover slaat. Beteuterd denk ik aan mijn dorstige keel. Toen ik in de lesvrije week met mijn studentenvereniging op reis was naar Berlijn, kon ik nog genieten van een shot mangosap en een uitgebreide mocktailkaart. Mijn frustraties tegenover Berlijn zijn niet op twee handen te tellen, maar wat dat betreft mag Antwerpen een voorbeeld nemen aan die stad. Aan het gelach te horen, komen mijn vrienden er weer aan met een nieuwe lading pintjes. Ik kijk naar de plakkerige toog. Misschien hebben ze wel wat mangosap op overschot...



close-up

21/03/2023
Close-up Visueel (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

De vraag of TikTok een kunstvorm is, zal nog wel een tijdje op een hoongesnuif vallen – iedereen weet dat het enige dat in de buurt komt, Vine-imitaties zijn. Toch werd vijftien jaar geleden allicht hetzelfde gezegd over de talloze YouTube-filmpjes die om-ter-obscuurste humor poogden te etaleren. Van YouTubePoop met Samson en Gert thema tot Llama’s in hats met hun vleesdraken van dode babyhandjes. De donkere kant van YouTube wordt een decennium later nog steeds bezocht, niet zelden vergezeld door een pretsigaret.

Veel is te danken aan pionier David Firth. Hij was met Jerry Jackson en Burnt Face Man aanvankelijk niet meteen te onderscheiden van de rest van het contentplatform Newgrounds.com, waar toen vooral schetenhumor in gebrekkig geanimeerde filmpjes de plak zwaaiden. Toch zouden het de op zijn nachtmerries gebaseerde animaties zoals het groteske Dog of Man en de absurdistische post-apocalyptische avonturen van Salad Fingers op YouTube zijn die een eerste aanzet gaven aan een genre waarvan velen ten onrechte menen dat het slechts willekeur is.

Firth wordt aangevuld door Michael Cusack, die mogelijk nog een slechtere kwaliteit van animatie aanlevert. Vooral You Only Yolo Once is relevant. De naam geeft niet enkel een beeld van hoe oud die video’s eigenlijk zijn, maar ook waarover ze handelen: een gitzwarte en cynische cartoon over de feestcultuur die Cusack duidelijk op de korrel neemt. De personages zijn ontiegelijk oppervlakkig; brutale onthoofdingen en tijdens de seks uiteenspattende lichamen kunnen op bijval rekenen van joelende fratboys. Opvallend is dat dat ene filmpje nu, tien jaar later, een min of meer coherente serie is geworden in YOLO: Crystal Fantasy. Cusack ontwikkelt ondertussen andere animatieseries, in minstens even bevreemende stijl.

Een andere beruchte YouTubeserie die een decennium later opnieuw het leven in werd geroepen is Don’t Hug Me I’m Scared. Joseph Pelling en Becky Sloan hervatten het grondidee van het YouTube-origineel: een kinderlijk aandoende poppenshow, waar elke aflevering objecten antropomorf worden gemaakt om vrolijke kinderliedjes te brengen die steevast ontaarden in existentiële horror. Ik bingede de hele serie.

Waar Firth speelt in het associatief veld van de eigen nachtmerries en Cusack agressief om zich heen slaat, slagen Pelling en Sloan erin om jou als kijker zelf te laten spelen in hun onlogische wereld. Er is weinig houvast, maar toch druppelt er inhoud door de absurde en zwartkomische situaties heen. Geen oppervlakkige willekeur, maar een (on)heldere kritiek jegens de naïeve beeldvorming waarmee kinderen bevuild worden. De serie doet je inzien hoe die restanten onze blik nog lang na onze kindertijd beperken. Zonder een antwoord te bieden, nemen ze je bij de hand door een thematische reis waarin je heerlijk kan verdwalen.



bierman

21/03/2023
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit!

Uit het niets gooide AB InBev in 2020 een nieuw sterk blond bier op de markt dat luistert naar de naam Victoria. Slimmere biercommentatoren dan Bierman analyseerden deze strategische zet en kwamen tot de conclusie dat het om een enorme d*ck move ging van deze multinationale bierfabriek. Het ging volgens hen om de zoveelste tot mislukken gedoemde poging om Duvel de duivel aan te doen. De vorige poging hiertoe was overigens de Jupiler Tauro. Een volstrekt overbodige pils met 8,3 procent alcohol die gebrouwen werd tussen 2008 en 2012 en daarna nooit meer.

Omdat ook Bierman verkeerdelijk bekend staat als specialist ter zake is hij zo vrij om alsnog en volledig ongevraagd zijn mening te geven over Victoria. Een eenvoudige analyse van de reclamefilm bij de lancering van dit bier maakt hierbij veel duidelijk. In dit inmiddels iconisch geworden filmpje komt namelijk een sterk blond vrouwspersoon binnen in een café waar allerhande boven- en onderliggende duivels in diverse daden van ontucht en onmatigheid verwikkeld zijn. Zij trotseert evenwel de boosaardige blikken van het verdorven cliënteel, alsmede de schampere opmerkingen van de kastelein en bestelt een Victoria, waarna zij zich out als, of transformeert tot, een engel door letterlijk haar vleugels uit te slaan.

De theologie leert Bierman evenwel dat engelen geen geslacht hebben en dat deze persoon bijgevolg op dit onderscheidende moment ophoudt om lichamelijke geslachtskenmerken te hebben. Dat verklaart meteen de gepijnigde blikken van de stomme duivelen die zich in hun verlangen naar nog meer ontucht alleen al om anatomische redenen gefrustreerd weten. Dat maakt van Victoria veel meer dan een simpele aanval op de Duvels van deze wereld. Voor AB InBev is elk café een microkosmos die plaatsvervangend model staat voor het leven zelf en waar de dichotomie tussen goed en kwaad een onoplosbare spanning creëert. Gender zet personen vast en dwingt hen om de rol van hoer of maagd op zich te nemen waarbij bier als de brandstof fungeert die deze helse molen tot aan het einde der tijden draaiende houdt. Wie consumeert had voor Victoria op de markt kwam slechts de keuze tussen volledig overgave of geheelonthouding. Met Victoria toont AB InBev ons de derde weg, die van de engel die het geslacht overstijgt en de zondeval overwint. Het is het ultieme non-binaire bier dat alles wat vastzit losmaakt, mensen hun vleugels laat uitslaan om ze daarna als motten de nacht in te laten wegwieken.

Laten we dus allemaal AB InBev dankbaar zijn om dit bier. Omwille van al het bovenstaande en ook omwille van het feit dat dit bier het aandurft om goed te zijn, in tegenstelling tot Jupiler Tauro, dat eigenlijk niet te zuipen was



editoriaal

21/03/2023
Editoriaal Margaux (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Soms heb ik zo van die periodes dat een aspect van mijn leven plotseling volledig omgegooid moet worden: nieuwe patronen, gewoontes en structuren om een leven overeind te houden. Gewoon. Ineens. De wereld wordt anders bekeken, mijn wezen in een nieuw kleedje. Een prachtige metamorfose! Dit is de saga over hoe ik mijn beste schoolslag boven haalde na jaren van onbruik.

Het type persoon om alles in één keer te veranderen, ben ik gewoonlijk niet – anders zou ik waarschijnlijk na tien jaar weleens hebben overwogen om mijn haar op een andere manier te laten knippen. Er is veel aan mij dat precies hetzelfde blijft. Die existentiële zwembandjes zijn fijn om in de buurt te hebben, zou je kunnen zeggen. Niets verwarmt mijn ziel zoals een goede kop thee, bijvoorbeeld. Discipline is een harde heelmeester. De komida was beter toen je de kroketjes mocht bijhalen. Mijn zang klinkt alleen maar mooi in de douche en al helemaal als ik het niet zelf moet horen.

Al die constanten ten spijt besluit ik eens om mezelf te verrijken met een ander gedacht. En ta-da! Ik stap af van een wellicht ongegronde hekel aan midirokken en mokka-ijs. Ik denk aan een soloreis, ondanks mijn periodiek wederkerende angsten om eeuwig te verdwalen in de krochten van een obscuur oord. Ik gebruik de solden als excuus om een badpak te kopen dat ik maanden in de kast laat hangen en plons dan eens een zwembad in. De vaste zwemmers keken meewarig bij het wellicht bevreemdend trage tempo en ik weet niet zeker of de prestatie er een was om over naar huis te schrijven, maar ik kwam als een parmantig paraderende waterrat uit dat bad. Een nieuw mens ben ik, herboren in chloor en met een gevoel voor een goede hyperbool.

Toegegeven, het is een kleine beslissing en na drie alinea’s vraag ik me werkelijk waar af of ik écht geen spannendere dingen te vertellen heb (het antwoord is nee), maar bovenstaande gedachtegang was er wel. Vastroesten is tijdelijk van aard, al lijk ik dat niet altijd even goed te onthouden. Maar tot ieders verbazing, of misschien gewoon die van mij, was er niemand om me tegen te houden en me met de vinger te wijzen dat zo’n beslissing wel erg atypisch was. Een week later ging ik zowaar terug. Binnenkort zwem ik die vaste klanten wel voorbij.



wat betekent de symboolactie?

21/03/2023
Aula Patrice Lumumba (© Edith Coen, Margaux Albertijn, Robin Van Bambost en Bart Dewaele | dwars)

Op 31 maart 2023 wordt de aula A.143 op campus Middelheim omgedoopt tot Aula Patrice Lumumba, naar de Congolese verzetsheld. Waarom kiest UAntwerpen voor deze herdoping? Wat betekent zo’n besluit binnen het proces van dekolonisering? We spraken met rector Herman Van Goethem, Lieven Miguel Kandolo, Nadia Nsayi en Team Diversiteit over de beslissing. Kandolo en Nsayi zijn beiden actief op het activistisch front om het algemene bewustzijn rond het koloniale verleden en de inclusieve toekomst van België aan te wakkeren.

Het debat rond dekolonisering is op dit moment hyperrelevant in onze maatschappij en ook Universiteit Antwerpen is bezig met haar koloniale verleden. Op Campus Middelheim bevindt zich de oude Koloniale Hogeschool, waar mannelijke Belgische ambtenaren werden opgeleid aan de hand van het witte superioriteitsverhaal om beschavingsmissies in de kolonies op te zetten, gekoppeld aan het faciliteren van materiële uitbuiting en grondstoffenextractie. In dat gebouw is de toekomstige aula Patrice Lumumba gevestigd. Wat kan de universiteit doen binnen haar eigen dekolonisering? Team Diversiteit stelt dat de omdoping van de aula deels gezien kan worden als een startsein ervan. Saana Haddouchi en Sebastian Van Hoeck spreken voor Team Diversiteit. “Binnen de werkgroep rond de aula hebben we wel wat getwijfeld over de timing”, vertelt Haddouchi. “Kunnen we nu al een symbolische actie nemen of staan we nog niet ver genoeg? Zo’n symbolische actie is waardevol, want het zet het thema op de kaart en het kan sensibiliseren. Tegelijkertijd loopt het proces om ons beleid door te laten sijpelen traag.” Daarom stond de werkgroep voor twee mogelijkheden. Ofwel konden ze wachten tot het beleid volledig opgenomen was, zodat er een sterk structureel beleid op punt stond en ze dan zulke symbolische acties zouden organiseren, ofwel gebruikten ze de symboliek als sensibilisering voor de universitaire gemeenschap, gepaard met ontwikkelde beleidsplannen. “We hebben dus voor het tweede gekozen”, zegt Haddouchi. “We kunnen niet ontkennen dat er een discrepantie bestaat tussen deze symboliek en wat studenten en personeelsleden soms in de realiteit aanvoelen. Zoals de rector al zei in zijn boodschap: er is racisme, ook aan onze universiteit. We willen erkennen dat de realiteit vaak moeilijk is, maar we geloven ook dat deze actie zin heeft. We zien het als een en-en-verhaal. Laten we op korte termijn actie ondernemen die onze bredere universitaire gemeenschap sensibiliseert én laten we die harde, moeilijke conversaties en structurele veranderingen faciliteren.”

Het strategisch kader Globaal Engagement dat op tafel ligt, is een erg groot kader, waaraan meer dan 150 mensen hebben gewerkt. “De aula mag dan wel een startschot lijken, er wordt al een tijd gewerkt aan dat strategisch kader. Het is toegespitst op voornamelijk drie grote pijlers”, legt Van Hoeck uit. “De eerste pijler is onderwijs en curriculum; de tweede onderzoek en dienstverlening; de derde internationale partnerschappen. Laat ik een voorbeeld geven binnen onderwijs en curriculum. Als we studenten en personeelsleden samen willen vormen tot kritische, inclusieve wereldburgers, dan moeten we ook durven kijken naar opleidingen en vakinhoud. Hebben die vooral een eurocentrisch perspectief op de zaken? Hoewel het niet slecht bedoeld is, is het zo dat vele zaken waarin wij onderwezen zijn, een eenzijdige visie op de wereld, de uitdagingen en kennisproductie hebben. We moeten een divers canon aan auteurs aan bod laten komen, zonder een dekoloniale canon op te leggen, maar ook zonder eurocentrische kennis als universeel te beschouwen. Het is niet de bedoeling om huidige auteurs en visies weg te gooien, zeker niet, wél om ze naast andere te zetten. Naast het verder inzetten op kritisch wereldburgerschapcompetenties, waaronder kennis rond de gevolgen van discriminatie en racisme, mogen de realiteit van kolonisatie en de gevolgen ervan meer ingebracht worden in vakinhouden.” Er wordt sterk nagedacht over een korfvak rond globaal engagement. “Als we spreken over dekolonisatie, mogen we dat ook niet te nauw begrijpen”, zegt Van Hoeck. “Het is niet enkel kijken naar het verleden en het koloniale project; dekolonisatie gaat over de gevolgen die daaruit zijn voortgevloeid, de machtsstructuren en de ongelijkheden die zijn blijven bestaan en genormaliseerd zijn, ook binnen onderwijs. Dat moet je binnen elk vak kritisch gaan bekijken. Denk maar aan vakken binnen bijvoorbeeld Geneeskunde: daar kan je binnen de opleiding kritisch kijken naar de manier waarop er wordt omgegaan met het sociale construct ras en wat de verschillende gevolgen van discriminatie en racisme zijn op de mentale gezondheid.”

 

de werkgroep

Het idee voor de omdoping bestaat al sinds 2019, toen rector Herman Van Goethem daarover in gesprek ging met Juliana Lumumba. In 2020 nam de rector het heft zelf in handen samen met AYO (African Youth Organization, n.v.d.r.) en werd onder anderen Lieven Miguel Kandolo gecontacteerd, covoorzitter van Hand in Hand tegen Racisme. Beleidsmakers en studenten speelden een actieve rol in het omdopingsproces. Die werkgroep ontving input van Nadia Nsayi en andere interne experts. “Wij hadden voornamelijk een ondersteunende rol in de verwezenlijking van de omdoping en het adviseren over de samenstelling van de werkgroep”, zegt Haddouchi. “Aan de ene kant moet je mensen betrekken die binnen de universiteit inhoudelijk in hun functie bezig zijn met dekolonisering, maar zo’n groep vonden we te gelimiteerd in hun visie op de kwestie. In samenspraak met de rector hebben we daarom besloten om een externe consulente op te nemen in het team: Nadia Nsayi.”

Aan de andere kant werden ook de studenten van AYO betrokken. “Het is geen vanzelfsprekend engagement om op te nemen”, merkt Haddouchi op. “Het gaat tenslotte over erg gevoelige zaken. Je moet hun kwetsbaarheid daarin erkennen, vind ik, en de mentale energie die de studenten in het project hebben gestoken niet voor lief nemen. Daarnaast hebben we samengewerkt met beleidsmakers die bezig zijn met dekolonisering of met samenwerkingen met het Globale Zuiden.” Van Hoeck knikt. “Het initiatief komt in se van de rector, maar het wordt breed gedragen door personeelsleden en studenten aan de universiteit.” Er zaten dus erg veel stemmen aan tafel. Haddouchi: “Voor ons was het een belangrijk aandachtspunt dat stemmen vanuit de zwarte gemeenschap het nodige gewicht kregen. We willen voldoende aandacht besteden aan wie de inhoudelijke expertise heeft en/of de lived experience heeft. We wilden hun belangen behartigen. Het is daarom ook een reflectieproces voor ons: we wilden aandacht hebben voor alle onderhuidse mechanismen die meespelen. Ook tijdens het proces. Dat blijft een aandachtspunt.”

Binnen die werkgroep is voor Patrice Lumumba gekozen. Rector Herman Van Goethem licht toe: “Een deel van de huidige Universiteit Antwerpen is gevestigd in de oude Belgische koloniale hogeschool, waar indertijd Belgen werden opgeleid om in de kolonies leiding te geven. In die context vind ik Lumumba, die in 1960 premier van Congo was, een krachtige figuur. Hij klaagde het kolonialisme aan en werd vervolgens, met medeweten van de Belgische staat, vermoord.” Nadia Nsayi gaat daarop door: “Ik vind het goed dat de aula naar Patrice Lumumba vernoemd wordt. Uit een onderzoek van UAntwerpen en AfricaMuseum uit 2022 blijkt dat 80% van de Belgen niet weet wie dat is; dat vind ik schandalig. Op deze manier kan Lumumba en waarvoor hij gestreden heeft, meer zichtbaarheid krijgen. Wel is het belangrijk dat er niet uitsluitend naar Lumumba wordt gekeken: er moet ook aandacht zijn voor andere figuren.”

 

symboolactie

De universiteit neemt stappen om het gesprek rond (de)kolonisatie op gang te brengen. Een eerbetoon aan Patrice Lumumba is daarbij de eerste stap. Toch is die actie volgens sommige kritische denkers niet genoeg. Opiniemakers Nsayi en Kandolo hebben elk hun eigen standpunt over de rol die de universiteit speelt in dit maatschappelijk debat. Symboolactie is een woord dat zowel Nsayi als Kandolo in de mond nemen om de inhuldiging van de Aula Patrice Lumumba te beschrijven. Het is een stap in de goede richting om het gesprek rond (de)kolonisatie op gang te brengen. Nsayi maakt hier enkele kanttekeningen bij: ”Symboolacties zijn lege woorden of daden die structureel niets teweegbrengen. Het is slechts een manier om met minimale inspanning antwoord te bieden op ingewikkelde maatschappeijke vraagstukken. Daarnaast is de keuze over de (her)benoeming van een aula naar Lumumba in een ‘verlaten’ universiteitsgebouw bedenkelijk. Het gebouw dient voornamelijk om administratieve zaken te regelen, met bureaus en lokalen van de rector en personeelsleden.

De keuze voor een ‘doodse’ zaal, stelt het nut van deze actie en de activiteiten van de universiteit in vraag. Waarom geen drukbezochte aula kiezen op de stadscampus, waardoor de kans op een succesvolle campagne hoger zal zijn? Daarbij was Lumumba slechts een van de vele verzetsstrijders in deze koloniale periode. Een introductie van andere prominente figuren in die tijd, zoals Paul Panda Farnana, activist en eerste Congolees die een diploma hoger onderwijs in België behaalde”, aldus Nsayi. Belangrijk is ook wat er ná de inhuldiging zal gebeuren met de aula. “De eerste stap zou kunnen zijn om gastcolleges en evenementen met Congolese artiesten te organiseren die elk op hun eigen manier ode brengen aan Lumumba en zijn nalatenschap aan de Congolese gemeenschap.”

 

Symboolacties zijn lege woorden of daden die structureel niets teweegbrengen.

 

Ondanks voorgaande kritieken is de keuze voor Aula Patrice Lumumba een geleidelijk proces geweest waar zowel Kandolo als Nsayi enkele jaren terug voor werden aangesproken. In 2020 had de rector het idee al en deed hij inspanningen om mensen uit het middenveld zoals Nsayi en Kandolo te contacteren. Tijdens de pandemie verwaterde het contact grotendeels, althans voor Kandolo. Nsayi heeft haar standpunten over het beleid bekend gemaakt aan de rector en het personeel en heeft het verder losgelaten. De betrokkenheid van studentenverenigingen en activisten biedt multiperspectiviteit, maar die betrokkenheid blijft beperkt. Multiperspectiviteit garandeert dat de verschillende standpunten en belangen van alle betrokkenen gerespecteerd worden. Kandolo is ervan overtuigd dat, indien de beslissing over deze campagnes werd genomen door een heterogeen team, de campagne meer gericht zou zijn op effectieve en tastbare maatregelen. Enfin, de beslissing is genomen. De vraag is nu, hoe moet het verder?

 

de kritische bedenkingen

Zowel Nsayi als Kandolo ijveren voor een pragmatische aanpak vanuit de universiteit. Haar rol als kenniscentrum dient volledig benut te worden om de geschiedenis en toekomst van (de)kolonisatie bekend te maken. Een structureel beleid zoals een antiracisme- en discriminatiebeleid in plaats van een inhuldiging van een aula, had ook een keuze kunnen zijn van de rector. Dat getuigt van een progressieve houding ten aanzien van studenten die omwille van hun afkomst of gender benadeeld worden. Een doeltreffend instrument om een bijdrage te leveren aan de diversiteit op de universiteit. Toch zijn er tal van mogelijkheden om deze campagne naar een hoger niveau te tillen. Een herziening van het curriculum zou een logische keuze zijn. Binnen Geschiedenis gebeurde dat al deels: in het derde bachelorjaar hebben zij nu een vak over de (de)koloniale geschiedenis. Ze haalt aan dat dat verplichte vak pas sinds enkele jaren wordt georganiseerd. “Er zijn dus mensen die Geschiedenis hebben gestudeerd, maar nooit echt iets over de kolonisering hebben geleerd. Ik vind dat absurd.” Maar ook in een richting als Geneeskunde kan een herziening logisch en nuttig zijn. Geneesheren werden indertijd ingezet om wetenschappelijke studies uit te voeren op zwarten met als doel de ‘beschaving’ van dit volk te rechtvaardigen, maar of studenten Geneeskunde dat in hun opleiding zien?

Kandolo onderstreept het belang van multiperspectiviteit. Het onderwijs is nog veel te eurocentrisch en eenzijdig. In elke richting kan er een aanknopingspunt gevonden worden met de koloniale geschiedenis. Nsayi bevestigt dit en linkt het eurocentrisme aan de onderwijsinstellingen aan onrechtvaardigheid: “Ik herinner mij dat ik zeer eurocentrische leerstof kreeg toen ik aan de universiteit studeerde in Leuven. Ik vind dat niet rechtvaardig. Dat betekent dat, en het gaat dan over witte studenten en studenten van kleur, als ze vandaag iets willen leren over andere werelddelen in de wereld of zaken willen leren vanuit een meer dekoloniaal perspectief, zij daar zelf naar op zoek moeten gaan. Ze krijgen dat vandaag de dag niet aan de universiteit.” Onderwijsinstellingen zouden in eerste instantie een waaier van perspectieven moeten aanbieden vanuit wereldliteratuur. “Geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars, het verhaal van de gekoloniseerden moet ook aan bod komen”, aldus Kandolo.

Die multiperspectiviteit is ook de sleutel voor een effectief beleidsplan aan de universiteit. Kandolo stelt voor om met activisten zoals Kandolo en Nsayi rond de tafel te zitten om maatregelen uit te stippelen die inclusie en dekolonisatie in het onderwijs aankaarten. Nsayi gaat daarop verder en wijst erop dat dekolonisatie binnen het hoger onderwijs een collectief verhaal is van beleidsmakers en studenten met diverse invalshoeken. Het is cruciaal dat ook studenten, ongeacht hun nationaliteit, daarin een actieve rol nemen en vanuit hun perspectief bijdragen aan het dekoloniseren van het hoger onderwijs. De verschillende invalshoeken van studenten en personeel dragen bij tot een breed draagvlak waarbij (de)kolonisatie in al haar aspecten wordt aangepakt.

De weg naar die utopische visie over een inclusieve universiteit die haar maatschappelijk rol in al haar mogelijkheden vervult, is echter zeer steil.Nsayi verwoordt het zo: “In Antwerpen is er totale koloniale amnesie. We zien dit op het niveau van het stadsbestuur; men wil niet te veel geconfronteerd worden met het koloniaal verleden van Antwerpen.” UAntwerpen is een sociale instelling, die de stem van de samenleving zo goed mogelijk wil uiten. Generaties verschillen echter van elkaar en zodus ook hun mentaliteit. Een mentaliteitswijziging is een moeizaam proces. Tot slot is het belangrijk om de specifieke rol van professoren te belichten.

In welke mate zijn zij bereid om hun kennis bij te schaven? Kunnen zij plaats maken voor een nieuwe generatie van kritische studenten die de leerstof vanuit een andere manier benaderen? De (bewuste) vergeetachtigheid van België over haar koloniaal verleden is verbonden met de terughoudendheid van onderwijzers om toe te geven dat leerstof vaak gedateerd en onvolledig is. Om die reden is het belang van multiperspectiviteit in het beleid onmisbaar.

 

de rol van de universiteit

Het blijft een vraag wat een universiteit in wezen zou moeten doen op vlak van dekolonisering. “Dekolonisering gaat erover dat we het inzicht hebben verkregen dat de manier waarop wij naar de wereld kijken vanuit ónze focus is en niet universeel, zoals we eerst dachten”, zegt Van Goethem. “Als intellectuelen zijn we het aan onszelf verplicht om de geschiedenis zoals wij die kennen in vraag durven te stellen. We moeten tot nieuwe inzichten komen die zich door het continu stellen van vragen langzaamaan zullen vormen.” Als concrete voorbeelden verwijst de rector onder andere naar vakinhouden en de keuze van proefpersonen bij steekproeven. “Daarnaast zullen we jaarlijks in maart rond etnisch culturele diversiteit werken, bijvoorbeeld met een focus op dekolonisering. Dat zullen dan eerder symboolacties zijn, waardoor je studenten, die elk jaar komen en gaan, blijft aanhaken. Het inhoudelijke structurele werk loopt continu. We moeten ons kapstokje elk jaar opnieuw ergens aanhangen.”

Tot slot wil de universiteit ook andere verzetshelden uit Congo meer onder de aandacht brengen. Van Goethem: “Zo zouden we een prijs vernoemd naar een verzetsheld uitreiken naar een verdienstelijke student uit diversiteit. Maar hoe omschrijf je dat? Dat is een ballet over woorden en betekenis. Soms vermoeiend misschien, maar het is zo’n fundamenteel gesprek: het is een debat over de wereld die we willen.”

Binnen dekolonisering stel je vragen rond bijvoorbeeld discriminatie. Dat vindt Van Goethem ook logisch. “Je stelt vast dat er in het verleden onrecht is gebeurd. Soms bewust, soms vanuit intenties die niet zo fout waren als ze uiteindelijk toch waren. Het was goedbedoeld, maar welke definitie gaf men aan het goede?” Binnen de maatschappij bestaan er allerhande problemen “Op grond van kleur discrimineren we potentiële huurders, potentiële werknemers. Op zo’n moment kloppen de studenten met een migratieachtergrond op tafel en verklaren ze dat het niet oké is, dat het moet veranderen. En ja, dat moet veranderen, maar het is niet zoals het licht aan- en uitdoen. We moeten aan structuren werken. Zulke dingen vragen tijd.”

 

de universiteit als draagvlak

Fundamenteel hierbij is dat er structurele veranderingen nodig zijn, maar hoe moet UAntwerpen die invullen? Op welke manier pakken we dat goed aan voor studenten met een migratieachtergrond? Volgens Kandolo is een eerste structurele verandering het dekoloniseren van het curriculum omdat het nu eurocentrisch is. Dat wil niet zeggen dat alles afgeschaft moet worden, wel dat er multiperspectiviteit moet zijn. “Naast eurocentrische perspectieven moeten er ook andere perspectieven aan bod komen zoals Afrikaanse perspectieven, Aziatische perspectieven, perspectieven van het Midden-Oosten enzovoort”, zegt Kandolo. “Er zijn zo veel perspectieven die zo raak zijn, die zo divers zijn, maar die niet aan bod komen. Dat bedoel ik met ‘dekoloniseer het curriculum’.”

Daarnaast wil Kandolo een ruimte waar mensen kunnen samenzitten en kunnen bespreken hoe zij zichzelf terugvinden: “Het moet mogelijk worden gemaakt dat mensen die komen van of afstammelingen zijn van koloniserende landen kunnen leren van studenten die de descendenten zijn van de gekoloniseerde landen, op voorwaarde dat de ene zich niet altijd hoeft te rechtvaardigen voor de kolonisatie en dat de andere de impact erkent die studenten uit gekoloniseerde landen hebben moeten meemaken. Zo’n safe space kan dat mogelijk maken.” De laatste structurele verandering die Kandolo voorstelt, is dat er een beleid wordt gemaakt op maat van studenten met een migratieachtergrond. Zo zouden studentenverenigingen die opkomen voor studenten met een migratieachtergrond actief moeten samenwerken in het beleid. Kandolo: ”De nadruk ligt op actief. Er wordt nu al samengewerkt, maar dat is eerder passief. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld de situatie waarin UAntwerpen of een andere organisatie alles uitwerkt en dat de vereniging in kwestie ja of nee mag zeggen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Actief betrekken is vanaf het begin samen nadenken.”

Ook Nsayi heeft enkele structurele veranderingen in gedachten: “Spreek over koloniaal verleden en organiseer er een cursus over. Voor we spreken over dekolonisatie moeten we het eerst hebben over kolonisatie. Uit onderzoek blijkt dat de kennis over het koloniaal verleden zeer slecht is. Dat betekent dat de universiteit, als kenniscentrum, daar zeker in zou kunnen investeren. Als je de fundamentele elementen en ideologie van kolonisering niet snapt, kan je ook niet snappen waarom het belangrijk is om te gaan dekoloniseren. Het eerste wat de universiteit zou kunnen doen, is inzetten op meer kennis rond koloniaal verleden in de verschillende richtingen. Een andere optie is om aan de universiteit een soort van jaarlijkse opleiding aan te bieden. Maak dat niet verplicht, maar moedig als rector of prof sterk aan om die toch te gaan volgen” Volgens Nsayi was het een goede beslissing. “Onze eerste focus blijft het verruimen van de kennis.”

 

Het is een debat over de wereld die we willen.

 

Zoveel jaar na de opdoeking van de Koloniale Hogeschool wordt de nalatenschap van het gebouw gekaderd voor studenten en personeelsleden. “Nu pas”, zegt Nsayi. “Dus je ziet hoe we omgaan met kennis, het is een manier om haar rol in de kolonisatie te verdoezelen. En ik ben ervan overtuigd: hoe meer kennis je hebt over iets, hoe meer je ook in staat bent om iets te gaan opeisen. Dus als men heel sterk gaat inzetten op kennis en niet per se alleen maar op eurocentrische kennis, dan gaat dat volgens mij bij de studenten sowieso leiden tot bepaalde eisenpakketten, dat is zo, zo zit de geschiedenis ook gewoon in elkaar.”

 



ecowarriors

21/03/2023
Klimaatprotest (© Callum Shaw | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Kimberly Schutz


Afgelopen academiejaar vroeg ik me samen met enkele medestudenten Communicatiewetenschappen (Faculteit Sociale Wetenschappen) af of de manier waarop we milieubewust gedrag tonen op sociale media meebepaalt hoe we tegenover milieubewuste personen staan. Wat is nu gebleken? De meest gewone, imperfecte voorstellingen zijn de meest gunstige! De achterliggende boodschap van dit artikel luidt dan ook 'fouten maken mag'. Waarom zouden we nog langer enkel onze hoogtepunten delen op sociale media? Laten we in plaats daarvan eerlijker zijn en ook milieubewust gedrag tonen dat we nog niet foutloos onder de knie hebben. Dat kost meteen ook minder moeite, toch?

Ken je dat gevoel dat je ergens aan wil beginnen, maar dat het aanvoelt als een alles-of-niets-situatie? Op sociale media zie je hoe vele anderen je al voor waren en hoe ze datgene waar jij mee wil starten al perfect uitvoeren. Je krijgt het gevoel dat er geen ruimte is om te falen, dus je twijfelt of je er zelf überhaupt mee zou starten. In de context van milieubewust gedrag toont ons onderzoek van de Faculteit Sociale Wetenschappen nu net aan dat er wél ruimte is om te falen. Er is dus zeker geen reden om het niet te doen. Het is geen alles-of-niets-situatie. Gewoon je best doen voor de planeet is al meer dan genoeg. 

 

stereotypen alom

Wanneer je aan een typische milieubewuste persoon denkt, wat komt er dan als eerste in je op? Deze vraag stelden wij studenten aan meer dan dertig Vlaamse jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Hoewel het genuanceerder was dan dit, kwamen er bij het grootste deel van de deelnemers antwoorden naar boven zoals: “ze gebruiken nooit single use plastic”, “ze zijn volledig vegetarisch of zelfs veganistisch”, “het zijn geitenwollensokkentypes die hippiebroeken dragen” of net “boze activisten die op klimaatmarsen met een protestbordje in het rond staan te roepen”. Last but not least is ook “ze hebben geen oor voor een andere mening” een veelvoorkomend antwoord. Met andere woorden, het zijn extremisten. Deze stereotypering draagt bij aan hun algemene beeld van milieubewuste personen, alsook aan het beeld dat de media volgens hen neerzet over dit type personen. Om eerlijk te zijn klinkt 'nooit single use plastic' wel als muziek in de oren, maar geitenwollensokken hippies? Met dat beeld moet iedereen toch eventjes lachen… En wie wilt er nu lijken op een persoon waarmee gelachen wordt?

 

De ecowarriors  

De befaamde ecowarriors zijn tegenwoordig razend populair op Instagram. In hun posts en op hun stories tonen ze maar al te graag hoe ze zich volledig toewijden aan een 'sustainable lifestyle' en delen ze ecologische tips en tricks zodat jij zelf ook makkelijk (kuch…) aan de slag kunt gaan. Ze geven huis-, tuin- en keukenadvies waarmee je je steentje kunt bijdragen en bevelen ecologische merken en producten aan. Zij adverteren producten van verschillende groene merken die vaak nogal duur zijn door sponsoringen die zij ontvangen van deze bedrijven. Hun leventje ziet er helemaal geweldig uit, maar is de kost die je zelf betaalt voor zo’n toegewijde levensstijl ook echt zo geweldig? Is dit ideaalbeeld wel realistisch? Volgens de superfans die met een lichte jaloezie zelf streven naar het leven van hun favoriete ecowarrior wellicht wel… In de realiteit is er een grote groep die wel milieubewuster wil leven, maar die het extreem toegewijde voorbeeld van ecowarriors wat overweldigend, overdreven of ongeloofwaardig vindt. 

 

Wat willen we dan eigenlijk?  

De vraag is nu dus hoe we deze beide groepen tevreden kunnen stellen. Uit hun online experiment met meer dan 200 deelnemers konden de studenten Communicatiewetenschappen concluderen dat de grote meerderheid van de Vlaamse jongvolwassenen tussen de 18 en 25 jaar de voorkeur geeft aan een gewoner, minder extreem beeld van milieubewuste personen. Ze willen meer mensen zien die zich milieubewust gedragen en hun best doen, maar die nu en dan ook eens een steek (mogen) laten vallen. Milieubewuste personen voorstellen als mensen zoals jij en ik, zorgt er volgens het experiment namelijk voor dat jongvolwassenen een positiever beeld krijgen over een typisch milieubewust persoon, dan wanneer ze als extreem toegewijde personen worden voorgesteld. 

  

Alle kleine beetjes helpen  

De eerste belangrijke boodschap die we hier dan ook willen meegeven, geldt voor iedereen: doe je best om milieubewuster te leven, al zijn dat kleine dingen. Alle beetjes helpen, want als iedereen een minimale verandering veroorzaakt, maken we samen een groot verschil. Verder delen we nog een tweede boodschap die niet enkel toepasselijk is op milieubewust gedrag, maar over het posten op sociale media in het algemeen: laat jezelf zien hoe je echt bent. Toon waar je hart ligt, maar hou niet enkel de schijn hoog. Mensen appreciëren het meer als je je normale, soms imperfecte, maar ware zelf toont. Dit komt veel oprechter over en het is ook overtuigender. Niemand is perfect en fouten maken mag. Het leven is geen alles-of-niets-situatie. Gewoon je best doen is al méér dan genoeg.



doorbraken

21/03/2023
doorbraken
🖋: 

“Groepswerken, in het hoger onderwijs ontsnap je er niet aan.” Met die gevleugelde woorden leidt Otto-Jan Ham steeds de voorlaatste ronde van De Campus Cup in. Als het aan de Vereniging Tegen Groepswerken (VTG) ligt, behoort die werkelijkheid weldra tot het verleden. De organisatie, die begin dit semester het levenslicht zag, nam een vliegende start met de publicatie van een kritisch manifest.

“Mijn aversie tegen groepswerken gaat terug tot mijn middelbareschooltijd”, vertelt Simon Olo, oprichter van de VTG. “Hoewel ik een gedreven student ben, ging ik in het laatste jaar de mist in met een opstel over het zwemgedrag van dassen in de Maasvallei. Ik raakte in tijdsnood omdat de medestudent met wie ik moest samenwerken nooit antwoordde op mijn berichten. Akkoord, uiteindelijk waren we geslaagd voor de opdracht, maar wel met de hakken over de sloot. Aanvankelijk verdrong ik die slechte ervaring, maar toen ik in mijn eerste jaar aan de universiteit een groepspresentatie moest geven waarbij ik helemaal alleen voor de aula stond, was de maat vol. Die avond schreef ik een vlammende tekst waarin ik het concept groepswerk met de grond gelijk maakte, de basis voor het latere manifest.”

“Voor alle duidelijkheid, niet alleen luie studenten maken groepswerken een hel”, vult S. Olo, notulist van de VTG aan. “In mijn tweede bachelor moest ik verplicht een paper schrijven met een betweter die ongevraagd mijn tekst herschreef. Ik ben dat pas later te weten gekomen toen mijn prof mij aansprak over de vele spellingsfouten in onze opdracht. Terwijl ik mijn tekst meerdere keren had nagelezen, had mijn groepsgenoot in de herwerkte versie nauwelijks aandacht besteedt aan spellings- en grammaticaregels.”

“Groepswerken zijn niet zo onschuldig als ze lijken”, stelt S. Olo, communicatieverantwoordelijke van de VTG. “Google en Microsoft verdienen grof geld met groepswerkprogramma’s zoals Drive en Teams. Multinationals houden heel dat systeem in stand ten koste van al het leed onder studenten.” Bij de ondertekenaars van het manifest klinkt een ander geluid: “Extraverten zijn de grote boosdoeners. Ze laten al het werk over aan hun ‘stille’ groepsgenoten om achteraf met de pluimen te gaan lopen. Het wordt hoog tijd dat introverten hun stilzwijgen doorbreken en op de voorgrond treden om die wantoestanden aan te kaarten”, vertelt een ondertekenaar die liever anoniem wil blijven.

Ondanks de populariteit van de VTG, is de ondemocratische bestuursstructuur van de vereniging niet onbesproken. Kritiek die in slechte aarde valt bij S. Olo, ombudsman van de VTG: “Het gebrek aan diversiteit in het bestuur is niet noodzakelijk negatief. Nu ik alle touwtjes zelf in handen heb, loopt de vereniging als een geoliede machine. Wat je zelf doet, doe je namelijk altijd beter.”



het laatste woord

21/03/2023
Jeugden (© Edith Coen | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie jeugden we onze denkrimpels weg.

Ken je dat gevoel? De tijd blijft genadeloos voorbijflitsen. Een vreselijk angstaanjagend gevoel overvalt me elke keer wanneer ik wakker word en in de spiegel kijk. Is dat nu een rimpel? Zie ik daar een grijze haar? Met elke dag die passeert, voel ik dat ik ouder word. Om dat nare gevoel te verdringen, begin ik maar te jeugden. Ik ga scrollen op TikTok om te zien wat er allemaal leeft in het online universum. Het eerste wat ik te zien krijg op mijn For You Page, is een jongeman die stellig verkondigt: Als je tweeëntwintig jaar oud bent en nog steeds geen tomaten eet, grow the fuck up. Based, vind ik zelf. Ik repost de video en ga verder.

Ik vraag me af hoe het gaat met de beef tussen Hailey Bieber, Kylie Jenner en Selena Gomez. Het internet kwam er namelijk achter dat Hailey en Kylie totale bitches zijn, allegedly. Ze zijn mean girls die Selena ridiculiseren op basis van haar uiterlijk. De tea is vandaag extra juicy, er circuleren tientallen video’s van Hailey en Kylie die zich gemeen gedragen. Ik verkies uiteraard team Selena, dus ga ik naar Instagram om Hailey en Kylie te ontvolgen. Hoewel ik besef dat ik meedoe aan cancel culture, geef ik mezelf toch een schouderklopje. Ik ben weeral volledig up-to-date. Om mezelf gerust te stellen denk ik maar even niet aan het feit dat deze beef al lang passé zal zijn bij de publicatie.

Toen ik verder scrolde vertelde iemand op de For You Page me dat het seksistisch is om een team te kiezen. Dat is polariserend. Shit, ben ik dan niet woke? Ik dacht dat ik volledig mee was. Zit ik in mijn flop era? It’s not serving cunt. Hoog tijd om verder te jeugden, straks krijg ik weer een existentiële crisis. Ik jeugd dus ik besta.

Ik kijk na het jeugden even in de spiegel voor ik naar de les vertrek. Tot mijn grote opluchting merk ik dat al mijn rimpels en grijze haren zijn weggeëbd. Slay, denk ik bij mezelf. Eenmaal in de les aangekomen, krijg ik verschillende keren jaloerse blikken van mijn fossiele medestudenten. Ze begrijpen mijn jeugdige hypertaaltje niet, maar dat is niet mijn probleem. Hun pogingen om mij te cancelen, raken me niet. Ik heb wel wat beter te doen dan luisteren naar hun wanhopige pogingen om mij om te vormen tot een millennial.