14/04/2023
Opiniestuk Tim Vermeiren (© Tim Vermeiren | dwars)
🖋: 

Op 22 maart hoorden de derdejaarsstudenten Bedrijfswetenschappen en Rechten een interdisciplinaire projectdag geheel in het thema van PFOS bij te wonen in het K-gebouw. Toevallig ben ik derdejaarsstudent Rechten en al even toevallig heb ik vorig academiejaar de dwars-lezer op een PFOS-dossier getrakteerd met als invalshoek de rol van UAntwerpen. Als taak bij de projectdag moesten we een open brief schrijven gerelateerd aan de thematiek. We mochten kiezen in wiens huid we kropen en aan wie we onze brief richtten. Daarbij wordt gedacht aan de bezorgde buur die zijn met PFOS vervuilde eitjes moet weggooien en 3M of Joke Schauvliege de levieten leest. De rector van onze lieftallige universiteit kan hierbij natuurlijk niet worden vergeten.  

Geachte rector Herman Van Goethem, 

De omvang van de PFOS-affaire is verbijsterend. Essentieel om aan te stippen is dat die niet mogelijk was geweest zonder een flink aantal partijen die verzuimden adequaat op te treden. Spontaan denken we aan 3M, aan ministers en hun kabinetten, aan overheidsinstanties als Lantis en OVAM en aan milieu-inspecties die alle oogjes tegelijk dichtknijpen. Toch mis ik in dat rijtje nog iemand. Ja, laten we het eens hebben over de rol van UAntwerpen.  

Laat ik positief starten: al in 2004 ontdekte een onderzoeker van UAntwerpen dat de levers van bosmuizen op de Blokkersdijk de hoogste PFOS-concentraties bevatten ooit gemeten in een dier. 3M was blijkbaar zo onder de indruk van het onderzoek dat de onderzoeker een jaar later bij hen aan de slag ging en er nog altijd werkt. Minder positief: pas in 2021 brak de PFOS-zaak los. Ik tel goed: zeventien jaar ging verloren, hoewel het bosmuizenonderzoek weinig ruimte liet voor verbeelding. De jaren daarna voerde men aan UAntwerpen systematisch onderzoek naar PFOS dat nooit hoopgevende resultaten leverde. Daarover kwam geen publieke communicatie van onderzoekers. Ook tijdens de ontwikkeling van de Oosterweelplannen met als sluitstuk de Scheldetunnel waarvoor gegraven moet worden in met PFOS vervuilde gronden: geen publieke communicatie. Het is niet eenvoudig om je onderzoek aan de grote klok te hangen in tijden dat veel media focussen op het leven van Gert Verhulst en verwanten, maar laat het een prioriteit zijn om onderzoekers beter te begeleiden als het gaat over wetenschapscommunicatie.  

Het was wachten op het werk van burgeractivisten Frank Van Houtte en Thomas Goorden voordat inwoners van Zwijndrecht en omstreken weet kregen van de PFOS onder hun voeten, de PFOS in de lucht die ze inademen en de PFOS in de eieren die ze eten. Toch vond u het in februari 2022 een goed idee om met vicerector Silvia Lenaerts, ook lid van de raad van bestuur van Lantis, in in een opiniestuk in De Standaard bezorgde burgers ervan te betichten Oosterweel te dwarsbomen. Ik kan me voorstellen dat u dat later speet. PFOS blijkt nu toch ernstig genoeg om een hele interdisciplinaire projectdag aan te wijden.  

Helaas miste ik op deze interdisciplinaire projectdag introspectie over de rol van UAntwerpen. Ik moet u nog vertellen dat 3M in 2011 PFOS-onderzoek aan UAntwerpen financierde en dat de resultaten alleen met toestemming van 3M mochten worden gepubliceerd. Dat 3M de resultaten liever niet openbaarde, is niet verrassend. De PFOS-concentraties in de koolmezeneieren bleken de hoogste ooit wereldwijd. Het onderzoek werd uiteindelijk in 2017 gepubliceerd op aandringen van de onderzoekers met gewetensbezwaren. Maar wat als onderzoekers zich geïntimideerd voelen door bedrijven van wie ze afhankelijk zijn voor hun werk? De vraag is hier: hoe kunnen externe partijen in onderzoekscontracten publicatierestricties opleggen? Nochtans vallen dat soort restricties moeilijk te rijmen met de ALLEA-code die UAntwerpen heeft onderschreven en die zegt dat praktijken die de rapportage van de resultaten in gevaar brengen de integriteit van het onderzoeksproces en het onderzoek aantasten.  

U begrijpt dat ik een beetje op mijn honger ben blijven zitten en dat ik bijzonder benieuwd ben wat de hele PFOS-zaak u als rector heeft geleerd. Zelf ben ik ervan overtuigd dat we om PFOS-affaires te vermijden onafhankelijke universiteiten nodig hebben die zich niet door bedrijfsbelangen laten binden en te allen tijde het publieke belang vooropstellen. Een openbaar inzicht in de private belangen van academici, een register van financiers van onderzoeken en een verbod op publicatierestricties zijn noodzakelijk en vanzelfsprekend. Laat transparantie aan UAntwerpen geen modewoord zijn, maar een deugd die de kern vormt van elke moderne bestuurscultuur.  

Hoogachtend, 

Matthias Vangenechten 



de dwarsdoorsnede

11/04/2023
Arcadia (© Arcadia | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Vandaag is het de beurt aan de nieuwste aanwinst van VRT: de veelbesproken serie Arcadia.  

Wie denkt dat Belgen geen grootse fictieproducties kunnen maken, think again. Met het ambitieuze Arcadia willen België en Nederland niet alleen bewijzen dat ze samen een succesvolle fictiereeks kunnen maken, maar ook dat de Lage Landen sciencefiction aankunnen. De lat ligt al meteen hoog met een budget van minstens één miljoen euro per aflevering. De vraag is nu of dat alles garant staat voor een sterk verhaal? 

In een nabije toekomst leven Vlamingen en Nederlanders samen in Arcadia, een begrensde en sterk gecontroleerde staat waarbij een algoritme alle inwoners een score toekent en zo hun levenskwaliteit bepaalt. Hoe ze zich gedragen, eten en werken draagt allemaal bij aan die score, die bepaalt of ze al dan niet tot de top van de samenleving horen. Mensen die ‘anders’ zijn – zoals Luz, een personage met autisme – krijgen daardoor weinig kansen in Arcadia, zowel op de werkvloer als in het sociale leven. Wie buiten de norm valt of een misdaad begaat, wordt permanent verbannen naar het Buitengebied, een wetteloze plek zonder drinkbaar water of medische zorg. Kortom, zulke mensen zijn ten dode opgeschreven.  

Arcadia volgt de familie Hendriks, een nieuw samengesteld gezin dat dankzij een gemiddelde score van iets meer dan acht tot de bovenlaag van de maatschappij behoort. Ze leven in een mooi, groot huis en komen op materieel vlak niets tekort, tot blijkt dat de vader van het gezin, vertolkt door Gene Bervoets, scorefraude heeft gepleegd. Hun zorgeloze leven wordt hen prompt ontnomen.  

Dat VRT en de Nederlandse publieke omroep KRO-NCRV niet naar hun budget gekeken hebben, maken de ambitieuze sets van Arcadia meteen duidelijk. De futuristische gebouwen en het post-apocalyptische Buitengebied zijn voor Belgische en Nederlandse normen indrukwekkend. Alleen dat al maakt de serie de moeite waard eens te bekijken.   

Ondanks de torenhoge productiekosten en inspanningen van de makers, behoort Arcadia niet tot de top van de Nederlandstalige fictie. Het matige acteerwerk van acteurs zoals Gene Bervoets en Lynn Van Royen zorgt ervoor dat je als kijker nooit helemaal in het verhaal zit. De flauwe dialogen dragen daar alleen maar aan bij: de scenarioschrijvers van Arcadia hebben geprobeerd zoveel mogelijk achtergrondinformatie in de dialogen te proppen, waardoor de serie nooit echt weet te overtuigen. Een korte schets van de situatie aan het begin van de eerste aflevering had dat makkelijk kunnen oplossen. Nu lijken de acteurs niet te geloven in hun eigen rol, noch in het verhaal. De slappe acteerprestaties zijn dus waarschijnlijk te wijten aan een nog slapper scenario. Misschien hebben de makers het script laten schrijven door ChatGPT, in een wanhopige poging om de kosten te drukken. 

Het zijn uiteindelijk niet de acteurs, maar de narratieve details die het verhaal nog enig leven inblazen. Naast het hoofdverhaal toont Arcadia ook hoe een doorgedreven surveillancemaatschappij het dagelijkse leven beïnvloedt. Alle burgers moeten bijvoorbeeld een chip dragen waardoor de overheid hen elk moment kan traceren en mensen met een lage score worden zomaar uit een volle bus gezet. Die kleine verhaalelementen zorgen ervoor dat de futuristische setting van de serie niet alleen dienstdoet als decor, maar ook deel uitmaakt van de plot zelf. De makers hebben hiervoor duidelijk inspiratie gehaald bij de sciencefictioncanon: George Orwells 1984 en Netflixhit Black Mirror klinken als fijne echo’s in Arcadia

Desondanks het matige scenario is het de moeite waard om Arcadia een kans te geven. De reeks zal je niet omverblazen, maar verveelt ook niet. De stroeve acteerstijl van de acteurs ontdooit naarmate de afleveringen vorderen en de acteurs wennen aan het concept van Nederlandstalige sciencefiction. Arcadia is een voorzichtig begin van hopelijk meer sciencefiction in de Lage Landen, al mogen de makers dan ook wat meer budget besteden aan betere scenarioschrijvers.  



Saskia De Coster over haar verblijf in het KMSKA

04/04/2023
Saskia De Coster (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

De Nottebohmzaal, het MAS en het scriptorium van de abdij van Tongerloo, allen openen ze hun deuren voor blokkende studenten.  Het is geen straf om productiviteit aan de dag te leggen in een inspirerende omgeving. Een maand lang opgesloten zitten in een museum is dan weer een ander verhaal. Auteur Saskia de Coster ging de uitdaging aan en bracht de maand februari door in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA).

De Coster had met deze stunt, die de naam The Author is Present kreeg, een duidelijk doel voor ogen: de laatste hand leggen aan haar negende roman Net echt. Om zich volledig op haar werk te concentreren doorbrak ze elke vorm van sociaal contact en sloot zichzelf op in een schrijvershok in de heldenzaal van het museum.  

Hoe bent u op het idee gekomen om een maand lang opgesloten te zitten in een museum?

SDC: Dat heeft een lange voorgeschiedenis. Als kind tekende en schreef ik graag. Omdat mijn ouders vonden dat ik te veel rommel maakte, gaven ze mij een hoekje in het tuinhuis. Daar ging er een wereld voor mij open. In die kleine ruimte kon ik op de muren schrijven en mijn gang gaan. Wanneer een boek in de laatste fase zit, zoek ik die isolatie nog steeds op. Inge Joris (de ex-partner van De Coster,  n.v.d.r.) die dit proces al vaak heeft meegemaakt en waar ik andere projecten mee heb opgezet, had het idee om daar een performance van te maken in een beperkte en specifieke setting. Zo zijn we met dit voorstel naar het KMSKA gegaan. Gelukkig waren ze meteen enthousiast. 

The Author is Present doet mij denken aan het werk van de Servische kunstenares Marina Abramovich.  

SDC: De titel verwijst ook naar haar performance The Artist is Present waarbij ze drie maand lang in het MoMA zat. Bezoekers konden dan tegenover haar plaatsnemen. In tegenstelling tot Abramovich verbleef ik dag en nacht in het museum en was ik aan het schrijven. Bezoekers konden mijn schrijfproces volgen en dat deden ze ook. Kinderen kwamen mij aangapen terwijl ze zich afvroegen wat voor een raar dier daar zat. De performance ging vooral over wederzijdse beïnvloeding. De aanwezigheid van mensen gaf mij focus en steun. Ik kan niet zeggen dat ik eenzaam ben geweest. In tegendeel, nu The Author is Present is afgelopen heb ik meer het gevoel dat ik mijn weg moet zoeken.”

En dan is er nog eens het zwarte gat na het finaliseren van een boek.  

SDC: Inderdaad, het museum was voor mij een afgebakende wereld waar ik in mijn eigen verhaal zat. Het was heerlijk om geen logistieke dingen te moeten regelen. Ik merk nu bijvoorbeeld dat veel mails zichzelf hebben beantwoord omdat ze niet meer van toepassing zijn. 

Tijdens uw verblijf in het museum was u niet actief op sociale media. Volgde u het nieuws nog?

SDC: Heel beperkt. Op zich mocht het wel hoor, maar ik merkte dat er voor mij genoeg input was. Het werkte om een aantal keer voorbij een kunstwerk te wandelen. De meeste werken vervagen na verloop van tijd, maar goede kunst blijft aanspreken. Ik had er gerust langer kunnen zitten, maar dan was de terugkeer natuurlijk moeilijker geweest.

Is er een bepaald kunstwerk dat een speciale betekenis gekregen heeft?

SDC: Er zijn er een aantal, zoals Pierre de Wissant van Rodin. De eerste dagen in het museum moest ik mij echt aanpassen, vooral ’s nachts. Het was donker en er was veel lawaai. En dan was er plots dat beeld: een man met een strop rond zijn nek met de sleutel van Calais in zijn hand. Een teken van verslagenheid. Het is zo’n aangrijpend kustwerk. Het nieuws over de aardbevingen in Syrië en Turkije had ik wel meegekregen en dan zie je de kwetsbaarheid in zo’n beeld. Iedere keer als ik er voorbij wandelde, versterkte het beeld mij. De kunst van Rodin is zo natuurlijk dat ik er na verloop van tijd mee begon te praten. 

U had het museum ’s nachts ook voor u alleen.  

SDC: Dat was echt een luxe. ’s Nachts liep ik met mijn zaklamp door het museum. Op den duur begon ik te denken wat er zou gebeuren mocht ik een kunstwerk aanraken. Het probleem was dat de lichten ’s nachts vaak aangingen. De geluidsinstallaties bleven ook aanstaan. In het begin was dat best spooky maar na verloop van tijd werd dat een soundtrack. Nu mis ik het zelfs. Soms vraag ik me af waar al die geluiden plots naartoe zijn. 

Hoe vulde u uw vrije tijd?

SDC: Werk en vrije tijd liepen in elkaar door, maar niet op een verkrampte manier. Ik ben van nature nogal nerveus, maar in het museum liet ik de dingen gebeuren. Ik ontwikkelde wel een aantal ritueeltjes. ’s Ochtens dronk ik eerst een koffie, maakte daarna een wandeling door het museum om de kunstwerken gedag te zeggen om daarna nog een koffie drinken. Mijn tijd was uitgesmeerd. Ik moest niet meer nadenken over wat ik ging doen. Er was ook een kinderatelier waar ik verschillende kunstboeken heb gelezen. Ik vond Een halve hond heel denken van Joke Van Leeuwen heel goed. Een kunstboek voor kinderen waar ik zelf veel uit geleerd heb. 

U nam achtentwintig boeken me naar het museum. Hoeveel heeft u er gelezen?  

SDC: Ik heb zeker niet elke dag een boek gelezen. Het was eerder een soort telsysteem. In het begin lagen ze aan de ene kant van de tafel en elke dag verplaatste ik er één naar de andere kant. Het waren wel boeken die ik gelezen heb voor mijn roman.  

Heeft het verblijf in het KMSKA invloed gehad op uw werk?

SDC: Jazeker, mijn ervaringen hield ik bij in dagboeken die ik op lange termijn kan gebruiken. Het boek waaraan ik werkte, gaat over mensen die uit elkaar gaan. Ik ging op zoek naar het punt waar alles verbrokkelt, waar woorden tekortschieten en kijken belangrijk wordt. Gesprekken zijn natuurlijk belangrijk, maar er is ook een deel waar woorden niet bij kunnen. Dat vind ik juist interessant. Het gaat allemaal over je persoonlijke achtergrond en over het kijken. Dat idee vond ik ook bij de kunstwerken. Naar een kunstwerk kijken is een manier van lezen. 

U nam als het ware de rol van observator op. Spreken met mensen was niet meer nodig.  

SDC: Inderdaad, ik schrijf heel graag opiniestukken; dat is direct ergens opspringen en reageren. Nu wist ik niet wat mensen denken waardoor ik in een positieve mindset kwam. Het werkt om alleen maar naar mensen te kijken en geen gesprek aan te gaan. Bovendien kon ik daar gewoon zitten zonder mij te moeten verantwoorden.  

Bent u van plan om nog eens een maand in het KMSKA door te brengen?

SDC: Ik zou dat wel willen, maar ga dat niet doen. Dat is zoals een novelle over een vaderzoonrelatie schrijven en dat nog eens opnieuw doen. Dan valt er niks nieuws meer te ontdekken. Nu was het spannend omdat ik juist niet wist of het ging lukken. Het gegeven van een performance en schrijven is wel iets wat mij ligt en wat ik zeker nog eens ga doen. Het is trouwens ook niet zo buitengewoon wat ik heb gedaan. Ik denk dat het iets is waar mensen toe in staat zijn. Ik heb het zelfs als iets positief ervaren. 

Begin deze maand kreeg u navolging. Honderd personen mochten een nacht in het museum doorbrengen.

SDC: Daar was ik wel niet bij. Ik was heel intiem met de werken in het museum. Een nacht doorbrengen met honderd andere mensen zou een inbreuk op mijn privacy zijn. 

Hebt u sinds uw ‘vrijlating’ nog een bezoek gebracht aan het museum?

SDC: Ja, vorige week ben ik mij spullen gaan ophalen. Ik was wel aan het denken om nog eens terug te gaan. Het museum is voor mij een veilige cocon, al waren er wel moeilijke momenten tijdens mijn verblijf. Ook het publiek was heel fijn. Ik had echt het gevoel dat er een stukje van de wereld passeerde: koppels die voor mijn hok poseerden voor hun trouwfoto’s, massa’s kleine kinderen, gepensioneerden op voormiddagen… 

In welk museum, eender waar ter wereld, zou u graag nog eens een maand willen verblijven.  

SDC: Tate Modern. Vooral voor de inkomhal. 

Wie net als ondergetekende nieuwsgierig is naar het literaire resultaat van The Author is Present zal nog even moeten wachten. Net echt wordt verwacht in het najaar. In tussentijd kan er wel een bezoek worden gebracht aan de plaats waar de roman werd gefinaliseerd. Al sluit het museum ‘s nachts wel onverbiddelijk zijn deuren voor bezoekers. Nachtelijke dwaaltochten langs de Pierre de Wissant en andere topstukken zitten er helaas niet in…  

 



The Offer

28/03/2023
The Offer (© Paramount+ | dwars)
🖋: 

Film behoort tot één van de acht kunstdisciplines. Net zoals in andere kunstvormen, lopen er ook in deze wereld gekwelde artiesten rond. Een van de meest gekwelde artiesten in de filmindustrie, is ongetwijfeld de Amerikaanse regisseur en legende Francis Ford Coppola. De 83-jarige regisseur heeft een indrukwekkend portfolio op zak, met namen als Apocalypse Now, The Conversation en Rumble Fish. Zijn memorabelste werk is zonder twijfel The Godfather trilogie. Volgens velen blijft Coppola’s epos een van de beste aller tijden – hoewel de meningen verdeeld zijn over het derde deel ervan. Gebaseerd op een roman van de Amerikaans-Italiaanse schrijver Mario Puzo, vertelt The Godfather het verhaal van een maffiosiclan in de Amerikaanse stad New York. De familie stamt uit het Italiaanse Sicilië, meer specifiek het dorpje Corleone, waaraan zij hun familienaam ontlenen. De film vierde vorig jaar zijn vijftigste jubileum en dat werd herdacht met de creatie van de miniserie The Offer – ongetwijfeld een verwijzing naar de befaamde zin: “I’ll make him an offer he can’t refuse”.

The Offer is een tiendelige reeks die het verhaal vertelt van de creatie van Coppola’s eerste The Godfather en hoe die bijna niet was gemaakt. We volgen voornamelijk het verhaal van Albert S. ‘Al’ Ruddy, die onvoorbereid terecht komt in Hollywood. Ruddy wordt compleet onverwachts aangenomen door Robert ‘Bob’ Evans, de excentrieke baas van Paramount Pictures. Met minimale ervaring wordt hij tewerkgesteld als producer van de verfilming van The Godfather. Aan zijn zijde staat de trouwe en onderbetaalde assistente Bettye McCartt. Vanaf het begin wordt het duo geconfronteerd met tal van problemen: budget, crew, acteurs en de writer’s block van Mario Puzo. Dat laatste weten Ruddy en Bettye gelukkig op te lossen door de jonge en opkomende regisseur Francis Ford Coppola te ronselen. Coppola is echter geen katje om zonder handschoenen aan te pakken en brengt een hele reeks nieuwe problemen met zich mee. Terwijl Ruddy en Beytte on set brandjes blussen, ontstaat er een vuurzee die in de verte loert, namelijk de echte maffia. Een personage uit Puzo’s boek heeft de aandacht getrokken van niemand minder dan zanger Frank Sinatra, die veel connecties heeft binnen de wereld van the mob. Enter Joe Colombo. Aan het hoofd van de familie Colombo begint Joe een campagne om Ruddy het leven moeilijk te maken en hem daarna voor zichzelf te winnen. De twee werelden komen samen op een nagelbijtende manier, waardoor Ruddy meer en meer op een don aan het hoofd van een familie begint te lijken.  

Terwijl Ruddy en zijn bende door weer en wind gaan om de film klaar te krijgen, speelt er zich op de achtergrond een oorlog af die vandaag de dag nog altijd woedt. Hoewel Robert Evans baas is van Paramount Pictures, moet hij verantwoording afleggen aan Charles Bludhorn en diens schoothondje Barry Lapidus. De twee laatste heren zijn respectievelijk de CEO en CFO van het koepelbedrijf Gulf en Western waarvan Paramount onderdeel is. Er heerst een constante thug of war tussen Evans en Lapidus. Evans staat duidelijk symbool voor creatieve vrijheid, emoties en buikgevoel, terwijl Lapidus voor het corporatieve, methdologische en financiële staat. Zijn analyses zijn gebaseerd op cijfers en hij kijkt altijd naar wat verkoopt. Evans haalt het uiteindelijk van Lapidus en de twee begraven de strijdbijl.  

In de hedendaagse werkelijkheid is het duidelijk dat figuren als Lapidus de touwtjes in handen hebben. In een tijdperk waar superheldenfranchises, fanservicefilms en streamingdiensten de plak zwaaien, is er helaas nog weinig ruimte voor creatieve en originele films. Zou The Godfather vandaag de dag nog gemaakt worden? Wie zal het zeggen. Uiteraard is The Offer in eerste instantie een serie over the making of, maar onderliggend vormt de miniserie een liefdesbrief aan cinema. In een van de eerste afleveringen zit Al Ruddy in een cinemazaal. Daar krijgt hij als het ware een openbaring over films. Hij is zo gepassioneerd door film, dat hij ervan overtuigd is dat zijn toekomst in de wereld van acteurs en camera’s ligt. Het is een scène over dromen en realiteit die haast uit een Spielbergfilm zou kunnen komen. Elke cinefiel zal ooit in zijn leven de schoonheid van films hebben meegemaakt en gedroomd hebben van een leven in de filmindustrie. Hetzij als regisseur/regisseuse, schrijver/schrijfster, acteur/actrice, recensent/recensente of in het geval van Ruddy, producent.  

De makers hebben veel moeite gedaan om de jaren zeventig terug tot leven te wekken. Er zit een zekere esthetische touch aan alles, waardoor je merkt dat de makers veel aandacht besteedden aan details. Zo zochten ze de juiste auto’s, kledij en omgeving. De outfits van Bettye worden elke aflevering kleurijker, terwijl Ruddy tien episodes lang een verschillende tint rood draagt. Daarnaast past ook de muziek helemaal in de sfeer van die tijd; dat heerlijke gevoel wanneer Jimmy Hendrix’ All Along the Watchtower of White Room van Cream door de boxen knallen, een mens wordt er haast nostalgisch van. Uiteraard is de soundtrack van de miniserie verwant aan het befaamde theme van The Godfather. Serie en film worden bijna één. 

Gelukkig hebben de makers besloten de genderverhoudingen van de zeventiger jaren niet terug te brengen en hebben ze hun best gedaan om voor gendergelijkheid te kiezen. The Godfather is uiteindelijk een film over mannen en hoe zij hun macht willen behouden. Het is een feit dat de vrouwelijke agency uit de deur vliegt in The Godfather, maar The Offer trapt niet in deze val, dankzij de figuur van Bettye en andere figuren die de revue passeren. Bettye is haar eigen persoon en wordt niet vanuit Ruddy’s visie bekeken. Met momenten vraag je je als kijker zelfs af wie de film eigenlijk aan het maken is, aangezien zij diegene is die het hachje redt. De makers hebben duidelijk hun best gedaan om de genderrollen te balanceren in een wereld die toen gedomineerd werd door mannen – vandaag de dag helaas vaak nog het geval.  

De acteerprestaties zijn meer dan in orde, zeker die van de flamboyante Paramountbaas Robert Evans, supersecretaresse Bettye McCartt, controlefreak Barry Lapidus en whizzkid Francis Ford Coppola. Zij die de documentaire Hearts of Darkness: A Filmmaker's Apocalypse over de film Apocalypse Now hebben gezien, weten dat de regisseur geen gemakkelijk figuur is. Perfectionist als hij is, is hij met niets minder tevreden dan zijn eigen visie. Zo is er in The Offer een fantastische scène waar Ruddy het budget doorneemt en van zijn stoel valt wanneer hij ziet dat Coppola 75.000 dollar opzij wil zetten voor het maken van een keuken. Ruddy kan enkel op onbegrip van Coppola rekenen wanneer hij hem vraagt om dat budget te reduceren. 

Hier en daar zijn er passages die ietwat ongeloofwaardig overkomen en over the top zijn. Wanneer Coppola en Puzo aan het script prutsen, discussiëren ze geregeld over bepaalde scènes waarvan de kijkers al weten dat ze geniaal zijn. De vraag is echter: wisten de twee toen al dat die scènes dat effect teweeg zouden brengen of is dat eerder een invulling van de makers met hedendaagse kennis? Een vergissing waar wel meer films en series onder lijden. Daarnaast is er een scène waarbij er een confrontatie ontstaat tussen Bludhorn en Lapidus in een lift en de laatste wordt vastgepakt bij zijn kraag, nadat deze een stommiteit had begaan. Een beetje overdreven, maar er bestaan wel meer doorgedraaide CEO’s. Hoewel de serie dus geregeld last heeft van hineininterpretierung en sommige acteurs zich zo nu en dan schuldig maken aan overacting, is The Offer in zijn geheel enorm vermakelijk. 

The Offer is een uitstekende serie om elke avond een aantal afleveringen van te kijken. Een goede cocktail van humor, spanning en historische informatie zorgt ervoor dat je steeds naar meer smacht. Er zitten enorm krachtige scènes in, zoals die van Ruddy’s openbaring in de cinema, die zorgen dat The Offer zeer geloofwaardig overkomt. De miniserie heeft oog voor wat er on set gebeurde, de processen die achter de schermen plaatsvonden en welke bredere structuren en mentaliteiten aanwezig waren gedurende het maken van The Godfather. Of de makers ervan alles waarheidsgetrouw in beeld hebben gebracht is eerder twijfelachtig, maar welke serie of film doet dat nu wel? The Offer is een ode aan het maken van films, films op zich en iedereen die van films houdt! 



de dwarsdoorsnede

25/03/2023
Landjuweel (© Maria Roudenko | dwars)
🖋: 
Auteur

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Op 2 maart was dwars aanwezig bij Het Landjuweel. Daar valt enorm veel over te vertellen, vooral na de duizelingwekkende uitslag van de publieks- en juryprijs.

Het Landjuweel is een eeuwenoude traditie die stamt uit de dertiende eeuw. De opzet was toen als volgt: de schuttersgilden uit Brabant hielden een cyclus van zeven theaterwedstrijden. De winnaar van de vorige wedstrijd moest zo de volgende organiseren. Het Landjuweel is uiteraard geëvolueerd doorheen de tijd. Tot 1562 was het een enorm populair evenement, maar daar stak de Tachtigjarige Oorlog een stokje voor. Zo ging de traditie een lange tijd verloren. Zes jaar geleden bliezen Leuvense studenten de traditie terug leven in: de wedergeboorte van Het Landjuweel was een feit. Sindsdien strijden studenten jaarlijks weer om de titel te bemachtigen met hun voordracht. Dat doen ze telkens om hun (studenten)stad te vertegenwoordigen.

Deze editie namen opnieuw zes studentenvereniging deel onder de naam van hun stad: LWK (Brussel), Lingua (Antwerpen), Babylon (Leuven), Filologica (Gent), Helios (Amsterdam) en Awater (Utrecht). De avond werd georganiseerd door de Leuvense studentenvereniging. Over het algemeen verliep de avond vrij chaotisch. Het hele evenement liep enorm uit. De aanvang werd dertig minuten verlaat en dat bleek een precedent voor wat nog zou komen. Een show die een uur en dertig minuten had moeten duren, duurde uiteindelijk twee uur en dertig minuten. Dan spreek ik nog niet van de vreselijke micro’s, die te pas en te onpas een ondraaglijk geluid uitkraamden. Dat alles gaf de avond een redelijk onprofessioneel karakter.

 

Amsterdam

Amsterdam mocht de spits afbijten. Zij kozen ervoor om één performer het podium op te sturen. Teuntje bracht feministische monologen – een drieluik over wensen en grenzen die zij zelf schreef. Ze vertelde me dat ze haar monologen schreef vanuit een gevoel van woede over het onrecht dat vrouwen vaak ervaren. Dat gevoel kwam ook naar boven in haar voordracht. Je kon zien dat ze had nagedacht over uitspraak, intonatie en volume. De tekst ging erg duidelijk over grensoverschrijdend gedrag. Dat is goed, maar soms vond ik haar taalgebruik wat voor de hand liggend en cliché. Zo rijmde ze bijvoorbeeld consent met one night stand en content. Ze maakte vaak gebruik van eindrijm, maar zulke simpele rijmpjes pasten niet bij een onderwerp als dit. Metaforen en neologismen kwamen zeer weinig aan bod in de tekst en dat is spijtig. Door met taal te spelen en experimenteren had de tekst, die een hele duidelijk thematiek omvat, toch nog een grotere poëtisch meerwaarde kunnen krijgen.

 

Leuven

Daarna was Leuven aan de beurt. Zij hadden een team van zeven schrijvers en negen performers. Dat is een moeilijk gegeven op podium; negen mensen ensceneren is absoluut niet makkelijk. Dat verklaart meteen de ietwat spijtige podiumopstelling. Het team vormde een soort driehoek waarbij iedereen in kleermakerszit zat, behalve degene die op dat moment aan het woord was. De opstelling deed me wat denken aan de danslessen die ik volgde in de kleuterklas. Het thema van hun voordracht was rouw. Ze vertelden me dat ze daarbij hadden gefocust op het persoonlijke rouwproces. Dat is natuurlijk voor iedereen anders. Team Leuven liet hun performers dan ook allemaal apart aan het woord met hun eigen tekst. De gedichten waren in veel opzichten ondermaats. Poëtisch taalgebruik, woordspelingen, rijm en enige originaliteit ontbraken volledig aan deze teksten. Ten slotte ontbrak er interactie tussen de performers.

 

De opstelling deed me wat denken aan de danslessen die ik volgde in de kleuterklas.

 

Utrecht

Vervolgens was het aan Utrecht. Hun team bestond uit vijf mensen, waarvan er twee de male gaze en drie de female gaze vertegenwoordigden. Dat is relevant omdat ook Utrecht een feministische tekst bracht. De opvoering bestond dus uit twee ‘kanten’. Drie vrouwen vertelden over hun eigen ervaringen met seksuele intimidatie, seksueel misbruik en seksisme. Hun getuigenissen vielen me zwaar, maar ik zou denken dat dat hun bedoeling was. Vooral één meisje stak er met kop en schouders bovenuit. Ze evoceerde de immense drift die vrouwen vaak voelen wanneer het gaat over deze thema’s. Dat deed ze enorm goed, vooral door haar gebruik van muzikaliteit en ritme. Aan de andere kant van het podium zaten twee mannen. Hun tekst bestond vooral uit vuile cafépraat. Het is hen gelukt om me ongelooflijk te degouteren met hun dialoog. Deze performance liet me wat beroerd achter. Ik twijfel wel nog of dat komt door de talloze triggers die de tekst bevatte, of door de tekst zelf.

 

Antwerpen

Team Antwerpen baseerde zich op raamvertellingen zoals de Decamerone en The Canterbury Tales. Het thema waar het vijfkoppig team mee aan de slag ging, was dichten. Ze gingen op zoektocht naar de echte betekenis van dichten en dichter zijn. Er werd heel erg versatiel gebruik gemaakt van dat thema. Elke dichter had het thema op een andere manier opgevat. De tekst was leuk om naar te luisteren omdat elke dichter zijn eigen stijl leek te hebben, dat maakte het geheel een dynamische tekst. Er werd ook op een fijne manier gebruik gemaakt van stijlfiguren, beeldspraak en andere vormen van poëtisch taalgebruik. Bij momenten werd het eclectische aspect van de raamvertelling me wel wat te veel, waardoor ik verlangde naar meer samenhang. Het team deed het goed op vlak van voordracht. Het was de eerste keer van de avond dat ik speelplezier, dynamiek en écht samenspel zag op het podium. De spelers maakten heel erg veel gebruik van beweging, zo deden ze elkaar vaak na of volgden ze elkaar. Het was fijn dat er eindelijk wat gebeurde op het podium, maar soms werd de continue stroom van beweging me een tikje te veel.

 

Gent

Team Gent koos ervoor om het te hebben over een religieus trauma binnen de Katholieke Kerk. Dat trauma uitte zich in dit geval in masturbatiedrang. Het thema vond ik zelf heel erg interessant, maar ik bleef helaas op mijn honger zitten. In de plaats van een poëtisch onderzoek naar de pijn die godsdiensttrauma teweeg kan brengen, was het een soort scheldproza gericht aan God zelf. De vijf performers choqueerden heel de zaal door God om de beurt uit te schelden en gelijk te stellen aan een ten inch dildo of een new age dj. Ik begrijp dat dat het doel was van dit gedicht, maar zelf vind ik dat spijtig. De performance reduceerde zichzelf op deze manier tot een hoopje scheldwoorden en blasfemische uitspraken.

 

Brussel

Als allerlaatste team werkte Brussel rond de relatie tussen woord en beeld. Hoe worden beelden omgezet tot woorden en omgekeerd? De vijf performers baseerden zich allemaal op een zelfgekozen kunstwerk. Hierover schreven ze dan een gedicht, wat leidde tot een merkbaar verschil in de kwaliteit van de individuele gedichten. Waar de ene tekst me wegblies met interessante beeldentaal en weloverwogen metaforen, verveelde de andere me met een onoriginele uitleg over het gekozen werk.

 

Daarnaast was het algemene niveau van de poëzie niet al te best.

 

Wat meer eendracht in deze tekst was fijn geweest. De performance was bij momenten wat schools. De performers hadden elk hun eigen lijst bij, die ze voor zich hielden tot ze aan het woord kwamen. Die enscenering is niet echt origineel wanneer je tekst gaat over schilderijen. Op gebied van voordracht, was de performance bij momenten zeer matig. Wanneer een dichter vertelt dat hij een stap opzij zet en dat dan ook daadwerkelijk doet, haak ik af.

 

de uitslag

Hoewel geen enkel team er met kop en schouders bovenuit stak, schrok ik toch van de uitslag van de avond. Het verbaasde me sterk dat Utrecht de publieksprijs won. Terwijl ik nog steeds een beetje in shock was van hun waterval aan triggers, was het publiek lovend over de performance. Toen het tijd was voor de juryprijs, was ik er bijna zeker van dat Antwerpen zou winnen, maar niets was minder waar: Brussel kaapte de eerste plaats weg. Ik denk niet dat veel mensen in de zaal dat hadden verwacht, want toen ik rondkeek, zag iedereen er een beetje geschrokken uit.

De winst van Brussel was erg verrassend, maar als ik erop terugkijk, ook zeer voorspelbaar. De voordracht bestond uit zeer traditionele gedichten, die over het algemeen best goed geschreven waren. Daarnaast was het algemene niveau van de poëzie niet al te best. Een best verklaarbare keuze van de jury dus. Poëticale meerwaarde en doordachte theatrale keuzes ontbraken vaak aan de performances, waardoor ik de aula enigszins teleurgesteld verliet. Ik denk niet dat ik volgend jaar naar Brussel trek voor de volgende editie.



wat betekent de symboolactie?

21/03/2023
Aula Patrice Lumumba (© Edith Coen, Margaux Albertijn, Robin Van Bambost en Bart Dewaele | dwars)

Op 31 maart 2023 wordt de aula A.143 op campus Middelheim omgedoopt tot Aula Patrice Lumumba, naar de Congolese verzetsheld. Waarom kiest UAntwerpen voor deze herdoping? Wat betekent zo’n besluit binnen het proces van dekolonisering? We spraken met rector Herman Van Goethem, Lieven Miguel Kandolo, Nadia Nsayi en Team Diversiteit over de beslissing. Kandolo en Nsayi zijn beiden actief op het activistisch front om het algemene bewustzijn rond het koloniale verleden en de inclusieve toekomst van België aan te wakkeren.

Het debat rond dekolonisering is op dit moment hyperrelevant in onze maatschappij en ook Universiteit Antwerpen is bezig met haar koloniale verleden. Op Campus Middelheim bevindt zich de oude Koloniale Hogeschool, waar mannelijke Belgische ambtenaren werden opgeleid aan de hand van het witte superioriteitsverhaal om beschavingsmissies in de kolonies op te zetten, gekoppeld aan het faciliteren van materiële uitbuiting en grondstoffenextractie. In dat gebouw is de toekomstige aula Patrice Lumumba gevestigd. Wat kan de universiteit doen binnen haar eigen dekolonisering? Team Diversiteit stelt dat de omdoping van de aula deels gezien kan worden als een startsein ervan. Saana Haddouchi en Sebastian Van Hoeck spreken voor Team Diversiteit. “Binnen de werkgroep rond de aula hebben we wel wat getwijfeld over de timing”, vertelt Haddouchi. “Kunnen we nu al een symbolische actie nemen of staan we nog niet ver genoeg? Zo’n symbolische actie is waardevol, want het zet het thema op de kaart en het kan sensibiliseren. Tegelijkertijd loopt het proces om ons beleid door te laten sijpelen traag.” Daarom stond de werkgroep voor twee mogelijkheden. Ofwel konden ze wachten tot het beleid volledig opgenomen was, zodat er een sterk structureel beleid op punt stond en ze dan zulke symbolische acties zouden organiseren, ofwel gebruikten ze de symboliek als sensibilisering voor de universitaire gemeenschap, gepaard met ontwikkelde beleidsplannen. “We hebben dus voor het tweede gekozen”, zegt Haddouchi. “We kunnen niet ontkennen dat er een discrepantie bestaat tussen deze symboliek en wat studenten en personeelsleden soms in de realiteit aanvoelen. Zoals de rector al zei in zijn boodschap: er is racisme, ook aan onze universiteit. We willen erkennen dat de realiteit vaak moeilijk is, maar we geloven ook dat deze actie zin heeft. We zien het als een en-en-verhaal. Laten we op korte termijn actie ondernemen die onze bredere universitaire gemeenschap sensibiliseert én laten we die harde, moeilijke conversaties en structurele veranderingen faciliteren.”

Het strategisch kader Globaal Engagement dat op tafel ligt, is een erg groot kader, waaraan meer dan 150 mensen hebben gewerkt. “De aula mag dan wel een startschot lijken, er wordt al een tijd gewerkt aan dat strategisch kader. Het is toegespitst op voornamelijk drie grote pijlers”, legt Van Hoeck uit. “De eerste pijler is onderwijs en curriculum; de tweede onderzoek en dienstverlening; de derde internationale partnerschappen. Laat ik een voorbeeld geven binnen onderwijs en curriculum. Als we studenten en personeelsleden samen willen vormen tot kritische, inclusieve wereldburgers, dan moeten we ook durven kijken naar opleidingen en vakinhoud. Hebben die vooral een eurocentrisch perspectief op de zaken? Hoewel het niet slecht bedoeld is, is het zo dat vele zaken waarin wij onderwezen zijn, een eenzijdige visie op de wereld, de uitdagingen en kennisproductie hebben. We moeten een divers canon aan auteurs aan bod laten komen, zonder een dekoloniale canon op te leggen, maar ook zonder eurocentrische kennis als universeel te beschouwen. Het is niet de bedoeling om huidige auteurs en visies weg te gooien, zeker niet, wél om ze naast andere te zetten. Naast het verder inzetten op kritisch wereldburgerschapcompetenties, waaronder kennis rond de gevolgen van discriminatie en racisme, mogen de realiteit van kolonisatie en de gevolgen ervan meer ingebracht worden in vakinhouden.” Er wordt sterk nagedacht over een korfvak rond globaal engagement. “Als we spreken over dekolonisatie, mogen we dat ook niet te nauw begrijpen”, zegt Van Hoeck. “Het is niet enkel kijken naar het verleden en het koloniale project; dekolonisatie gaat over de gevolgen die daaruit zijn voortgevloeid, de machtsstructuren en de ongelijkheden die zijn blijven bestaan en genormaliseerd zijn, ook binnen onderwijs. Dat moet je binnen elk vak kritisch gaan bekijken. Denk maar aan vakken binnen bijvoorbeeld Geneeskunde: daar kan je binnen de opleiding kritisch kijken naar de manier waarop er wordt omgegaan met het sociale construct ras en wat de verschillende gevolgen van discriminatie en racisme zijn op de mentale gezondheid.”

 

de werkgroep

Het idee voor de omdoping bestaat al sinds 2019, toen rector Herman Van Goethem daarover in gesprek ging met Juliana Lumumba. In 2020 nam de rector het heft zelf in handen samen met AYO (African Youth Organization, n.v.d.r.) en werd onder anderen Lieven Miguel Kandolo gecontacteerd, covoorzitter van Hand in Hand tegen Racisme. Beleidsmakers en studenten speelden een actieve rol in het omdopingsproces. Die werkgroep ontving input van Nadia Nsayi en andere interne experts. “Wij hadden voornamelijk een ondersteunende rol in de verwezenlijking van de omdoping en het adviseren over de samenstelling van de werkgroep”, zegt Haddouchi. “Aan de ene kant moet je mensen betrekken die binnen de universiteit inhoudelijk in hun functie bezig zijn met dekolonisering, maar zo’n groep vonden we te gelimiteerd in hun visie op de kwestie. In samenspraak met de rector hebben we daarom besloten om een externe consulente op te nemen in het team: Nadia Nsayi.”

Aan de andere kant werden ook de studenten van AYO betrokken. “Het is geen vanzelfsprekend engagement om op te nemen”, merkt Haddouchi op. “Het gaat tenslotte over erg gevoelige zaken. Je moet hun kwetsbaarheid daarin erkennen, vind ik, en de mentale energie die de studenten in het project hebben gestoken niet voor lief nemen. Daarnaast hebben we samengewerkt met beleidsmakers die bezig zijn met dekolonisering of met samenwerkingen met het Globale Zuiden.” Van Hoeck knikt. “Het initiatief komt in se van de rector, maar het wordt breed gedragen door personeelsleden en studenten aan de universiteit.” Er zaten dus erg veel stemmen aan tafel. Haddouchi: “Voor ons was het een belangrijk aandachtspunt dat stemmen vanuit de zwarte gemeenschap het nodige gewicht kregen. We willen voldoende aandacht besteden aan wie de inhoudelijke expertise heeft en/of de lived experience heeft. We wilden hun belangen behartigen. Het is daarom ook een reflectieproces voor ons: we wilden aandacht hebben voor alle onderhuidse mechanismen die meespelen. Ook tijdens het proces. Dat blijft een aandachtspunt.”

Binnen die werkgroep is voor Patrice Lumumba gekozen. Rector Herman Van Goethem licht toe: “Een deel van de huidige Universiteit Antwerpen is gevestigd in de oude Belgische koloniale hogeschool, waar indertijd Belgen werden opgeleid om in de kolonies leiding te geven. In die context vind ik Lumumba, die in 1960 premier van Congo was, een krachtige figuur. Hij klaagde het kolonialisme aan en werd vervolgens, met medeweten van de Belgische staat, vermoord.” Nadia Nsayi gaat daarop door: “Ik vind het goed dat de aula naar Patrice Lumumba vernoemd wordt. Uit een onderzoek van UAntwerpen en AfricaMuseum uit 2022 blijkt dat 80% van de Belgen niet weet wie dat is; dat vind ik schandalig. Op deze manier kan Lumumba en waarvoor hij gestreden heeft, meer zichtbaarheid krijgen. Wel is het belangrijk dat er niet uitsluitend naar Lumumba wordt gekeken: er moet ook aandacht zijn voor andere figuren.”

 

symboolactie

De universiteit neemt stappen om het gesprek rond (de)kolonisatie op gang te brengen. Een eerbetoon aan Patrice Lumumba is daarbij de eerste stap. Toch is die actie volgens sommige kritische denkers niet genoeg. Opiniemakers Nsayi en Kandolo hebben elk hun eigen standpunt over de rol die de universiteit speelt in dit maatschappelijk debat. Symboolactie is een woord dat zowel Nsayi als Kandolo in de mond nemen om de inhuldiging van de Aula Patrice Lumumba te beschrijven. Het is een stap in de goede richting om het gesprek rond (de)kolonisatie op gang te brengen. Nsayi maakt hier enkele kanttekeningen bij: ”Symboolacties zijn lege woorden of daden die structureel niets teweegbrengen. Het is slechts een manier om met minimale inspanning antwoord te bieden op ingewikkelde maatschappeijke vraagstukken. Daarnaast is de keuze over de (her)benoeming van een aula naar Lumumba in een ‘verlaten’ universiteitsgebouw bedenkelijk. Het gebouw dient voornamelijk om administratieve zaken te regelen, met bureaus en lokalen van de rector en personeelsleden.

De keuze voor een ‘doodse’ zaal, stelt het nut van deze actie en de activiteiten van de universiteit in vraag. Waarom geen drukbezochte aula kiezen op de stadscampus, waardoor de kans op een succesvolle campagne hoger zal zijn? Daarbij was Lumumba slechts een van de vele verzetsstrijders in deze koloniale periode. Een introductie van andere prominente figuren in die tijd, zoals Paul Panda Farnana, activist en eerste Congolees die een diploma hoger onderwijs in België behaalde”, aldus Nsayi. Belangrijk is ook wat er ná de inhuldiging zal gebeuren met de aula. “De eerste stap zou kunnen zijn om gastcolleges en evenementen met Congolese artiesten te organiseren die elk op hun eigen manier ode brengen aan Lumumba en zijn nalatenschap aan de Congolese gemeenschap.”

 

Symboolacties zijn lege woorden of daden die structureel niets teweegbrengen.

 

Ondanks voorgaande kritieken is de keuze voor Aula Patrice Lumumba een geleidelijk proces geweest waar zowel Kandolo als Nsayi enkele jaren terug voor werden aangesproken. In 2020 had de rector het idee al en deed hij inspanningen om mensen uit het middenveld zoals Nsayi en Kandolo te contacteren. Tijdens de pandemie verwaterde het contact grotendeels, althans voor Kandolo. Nsayi heeft haar standpunten over het beleid bekend gemaakt aan de rector en het personeel en heeft het verder losgelaten. De betrokkenheid van studentenverenigingen en activisten biedt multiperspectiviteit, maar die betrokkenheid blijft beperkt. Multiperspectiviteit garandeert dat de verschillende standpunten en belangen van alle betrokkenen gerespecteerd worden. Kandolo is ervan overtuigd dat, indien de beslissing over deze campagnes werd genomen door een heterogeen team, de campagne meer gericht zou zijn op effectieve en tastbare maatregelen. Enfin, de beslissing is genomen. De vraag is nu, hoe moet het verder?

 

de kritische bedenkingen

Zowel Nsayi als Kandolo ijveren voor een pragmatische aanpak vanuit de universiteit. Haar rol als kenniscentrum dient volledig benut te worden om de geschiedenis en toekomst van (de)kolonisatie bekend te maken. Een structureel beleid zoals een antiracisme- en discriminatiebeleid in plaats van een inhuldiging van een aula, had ook een keuze kunnen zijn van de rector. Dat getuigt van een progressieve houding ten aanzien van studenten die omwille van hun afkomst of gender benadeeld worden. Een doeltreffend instrument om een bijdrage te leveren aan de diversiteit op de universiteit. Toch zijn er tal van mogelijkheden om deze campagne naar een hoger niveau te tillen. Een herziening van het curriculum zou een logische keuze zijn. Binnen Geschiedenis gebeurde dat al deels: in het derde bachelorjaar hebben zij nu een vak over de (de)koloniale geschiedenis. Ze haalt aan dat dat verplichte vak pas sinds enkele jaren wordt georganiseerd. “Er zijn dus mensen die Geschiedenis hebben gestudeerd, maar nooit echt iets over de kolonisering hebben geleerd. Ik vind dat absurd.” Maar ook in een richting als Geneeskunde kan een herziening logisch en nuttig zijn. Geneesheren werden indertijd ingezet om wetenschappelijke studies uit te voeren op zwarten met als doel de ‘beschaving’ van dit volk te rechtvaardigen, maar of studenten Geneeskunde dat in hun opleiding zien?

Kandolo onderstreept het belang van multiperspectiviteit. Het onderwijs is nog veel te eurocentrisch en eenzijdig. In elke richting kan er een aanknopingspunt gevonden worden met de koloniale geschiedenis. Nsayi bevestigt dit en linkt het eurocentrisme aan de onderwijsinstellingen aan onrechtvaardigheid: “Ik herinner mij dat ik zeer eurocentrische leerstof kreeg toen ik aan de universiteit studeerde in Leuven. Ik vind dat niet rechtvaardig. Dat betekent dat, en het gaat dan over witte studenten en studenten van kleur, als ze vandaag iets willen leren over andere werelddelen in de wereld of zaken willen leren vanuit een meer dekoloniaal perspectief, zij daar zelf naar op zoek moeten gaan. Ze krijgen dat vandaag de dag niet aan de universiteit.” Onderwijsinstellingen zouden in eerste instantie een waaier van perspectieven moeten aanbieden vanuit wereldliteratuur. “Geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars, het verhaal van de gekoloniseerden moet ook aan bod komen”, aldus Kandolo.

Die multiperspectiviteit is ook de sleutel voor een effectief beleidsplan aan de universiteit. Kandolo stelt voor om met activisten zoals Kandolo en Nsayi rond de tafel te zitten om maatregelen uit te stippelen die inclusie en dekolonisatie in het onderwijs aankaarten. Nsayi gaat daarop verder en wijst erop dat dekolonisatie binnen het hoger onderwijs een collectief verhaal is van beleidsmakers en studenten met diverse invalshoeken. Het is cruciaal dat ook studenten, ongeacht hun nationaliteit, daarin een actieve rol nemen en vanuit hun perspectief bijdragen aan het dekoloniseren van het hoger onderwijs. De verschillende invalshoeken van studenten en personeel dragen bij tot een breed draagvlak waarbij (de)kolonisatie in al haar aspecten wordt aangepakt.

De weg naar die utopische visie over een inclusieve universiteit die haar maatschappelijk rol in al haar mogelijkheden vervult, is echter zeer steil.Nsayi verwoordt het zo: “In Antwerpen is er totale koloniale amnesie. We zien dit op het niveau van het stadsbestuur; men wil niet te veel geconfronteerd worden met het koloniaal verleden van Antwerpen.” UAntwerpen is een sociale instelling, die de stem van de samenleving zo goed mogelijk wil uiten. Generaties verschillen echter van elkaar en zodus ook hun mentaliteit. Een mentaliteitswijziging is een moeizaam proces. Tot slot is het belangrijk om de specifieke rol van professoren te belichten.

In welke mate zijn zij bereid om hun kennis bij te schaven? Kunnen zij plaats maken voor een nieuwe generatie van kritische studenten die de leerstof vanuit een andere manier benaderen? De (bewuste) vergeetachtigheid van België over haar koloniaal verleden is verbonden met de terughoudendheid van onderwijzers om toe te geven dat leerstof vaak gedateerd en onvolledig is. Om die reden is het belang van multiperspectiviteit in het beleid onmisbaar.

 

de rol van de universiteit

Het blijft een vraag wat een universiteit in wezen zou moeten doen op vlak van dekolonisering. “Dekolonisering gaat erover dat we het inzicht hebben verkregen dat de manier waarop wij naar de wereld kijken vanuit ónze focus is en niet universeel, zoals we eerst dachten”, zegt Van Goethem. “Als intellectuelen zijn we het aan onszelf verplicht om de geschiedenis zoals wij die kennen in vraag durven te stellen. We moeten tot nieuwe inzichten komen die zich door het continu stellen van vragen langzaamaan zullen vormen.” Als concrete voorbeelden verwijst de rector onder andere naar vakinhouden en de keuze van proefpersonen bij steekproeven. “Daarnaast zullen we jaarlijks in maart rond etnisch culturele diversiteit werken, bijvoorbeeld met een focus op dekolonisering. Dat zullen dan eerder symboolacties zijn, waardoor je studenten, die elk jaar komen en gaan, blijft aanhaken. Het inhoudelijke structurele werk loopt continu. We moeten ons kapstokje elk jaar opnieuw ergens aanhangen.”

Tot slot wil de universiteit ook andere verzetshelden uit Congo meer onder de aandacht brengen. Van Goethem: “Zo zouden we een prijs vernoemd naar een verzetsheld uitreiken naar een verdienstelijke student uit diversiteit. Maar hoe omschrijf je dat? Dat is een ballet over woorden en betekenis. Soms vermoeiend misschien, maar het is zo’n fundamenteel gesprek: het is een debat over de wereld die we willen.”

Binnen dekolonisering stel je vragen rond bijvoorbeeld discriminatie. Dat vindt Van Goethem ook logisch. “Je stelt vast dat er in het verleden onrecht is gebeurd. Soms bewust, soms vanuit intenties die niet zo fout waren als ze uiteindelijk toch waren. Het was goedbedoeld, maar welke definitie gaf men aan het goede?” Binnen de maatschappij bestaan er allerhande problemen “Op grond van kleur discrimineren we potentiële huurders, potentiële werknemers. Op zo’n moment kloppen de studenten met een migratieachtergrond op tafel en verklaren ze dat het niet oké is, dat het moet veranderen. En ja, dat moet veranderen, maar het is niet zoals het licht aan- en uitdoen. We moeten aan structuren werken. Zulke dingen vragen tijd.”

 

de universiteit als draagvlak

Fundamenteel hierbij is dat er structurele veranderingen nodig zijn, maar hoe moet UAntwerpen die invullen? Op welke manier pakken we dat goed aan voor studenten met een migratieachtergrond? Volgens Kandolo is een eerste structurele verandering het dekoloniseren van het curriculum omdat het nu eurocentrisch is. Dat wil niet zeggen dat alles afgeschaft moet worden, wel dat er multiperspectiviteit moet zijn. “Naast eurocentrische perspectieven moeten er ook andere perspectieven aan bod komen zoals Afrikaanse perspectieven, Aziatische perspectieven, perspectieven van het Midden-Oosten enzovoort”, zegt Kandolo. “Er zijn zo veel perspectieven die zo raak zijn, die zo divers zijn, maar die niet aan bod komen. Dat bedoel ik met ‘dekoloniseer het curriculum’.”

Daarnaast wil Kandolo een ruimte waar mensen kunnen samenzitten en kunnen bespreken hoe zij zichzelf terugvinden: “Het moet mogelijk worden gemaakt dat mensen die komen van of afstammelingen zijn van koloniserende landen kunnen leren van studenten die de descendenten zijn van de gekoloniseerde landen, op voorwaarde dat de ene zich niet altijd hoeft te rechtvaardigen voor de kolonisatie en dat de andere de impact erkent die studenten uit gekoloniseerde landen hebben moeten meemaken. Zo’n safe space kan dat mogelijk maken.” De laatste structurele verandering die Kandolo voorstelt, is dat er een beleid wordt gemaakt op maat van studenten met een migratieachtergrond. Zo zouden studentenverenigingen die opkomen voor studenten met een migratieachtergrond actief moeten samenwerken in het beleid. Kandolo: ”De nadruk ligt op actief. Er wordt nu al samengewerkt, maar dat is eerder passief. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld de situatie waarin UAntwerpen of een andere organisatie alles uitwerkt en dat de vereniging in kwestie ja of nee mag zeggen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Actief betrekken is vanaf het begin samen nadenken.”

Ook Nsayi heeft enkele structurele veranderingen in gedachten: “Spreek over koloniaal verleden en organiseer er een cursus over. Voor we spreken over dekolonisatie moeten we het eerst hebben over kolonisatie. Uit onderzoek blijkt dat de kennis over het koloniaal verleden zeer slecht is. Dat betekent dat de universiteit, als kenniscentrum, daar zeker in zou kunnen investeren. Als je de fundamentele elementen en ideologie van kolonisering niet snapt, kan je ook niet snappen waarom het belangrijk is om te gaan dekoloniseren. Het eerste wat de universiteit zou kunnen doen, is inzetten op meer kennis rond koloniaal verleden in de verschillende richtingen. Een andere optie is om aan de universiteit een soort van jaarlijkse opleiding aan te bieden. Maak dat niet verplicht, maar moedig als rector of prof sterk aan om die toch te gaan volgen” Volgens Nsayi was het een goede beslissing. “Onze eerste focus blijft het verruimen van de kennis.”

 

Het is een debat over de wereld die we willen.

 

Zoveel jaar na de opdoeking van de Koloniale Hogeschool wordt de nalatenschap van het gebouw gekaderd voor studenten en personeelsleden. “Nu pas”, zegt Nsayi. “Dus je ziet hoe we omgaan met kennis, het is een manier om haar rol in de kolonisatie te verdoezelen. En ik ben ervan overtuigd: hoe meer kennis je hebt over iets, hoe meer je ook in staat bent om iets te gaan opeisen. Dus als men heel sterk gaat inzetten op kennis en niet per se alleen maar op eurocentrische kennis, dan gaat dat volgens mij bij de studenten sowieso leiden tot bepaalde eisenpakketten, dat is zo, zo zit de geschiedenis ook gewoon in elkaar.”

 



kotgeheimen

21/03/2023
Kotgeheimen (© Remco Terryn | dwars)
🖋: 
Auteur

Voor 420 euro heeft ze een slaapplaats om haar weken door te brengen en maandelijks een nieuwe roddel om aan haar vrienden te vertellen. Als je de keuken binnenwandelt, bots je op de speekselbol, een schema dat ophangt in de keuken en de kotgenoten die ooit gemuild hebben met elkaar verbindt. Verderop staat een oven, die er na een feestavond even verwoest uitzag als de bewoners toen de zon weer opkwam. Dit is het kot van Maud.

Om juridische redenen is identificeerbare informatie weggehaald.

Een van Maud’s favoriete dingen aan haar kot is dat de kotgenoten alles tegen elkaar kunnen zeggen. Omdat bijna iedereen er weleens domme dingen doet, is er niemand die zich er iets van aantrekt wanneer er na een avondje uit weer twee nieuwe verbindingen naar hun naam worden getekend in de speekselbol. Hoewel ze nog maar een half jaar op kot zit, heeft Maud al genoeg gezien en gehoord om boeken mee te vullen.

Zo vertelt ze dat een kotgenoot vorige week een jongen meenam na een feestje. Wat er toen gebeurde, hoef ik je waarschijnlijk niet te vertellen. De grote plottwist kwam toen rond vijf uur ’s nachts bij alle bewoners de bel ging. Er stond een jongen voor de deur waar de studente al enkele keren seks mee had. Toen er opengedaan werd door twee andere kotgenoten, liep de hen onbekende man prompt langs hen. Vervolgens klopte hij een half uur lang aan bij haar. Wanneer zij uiteindelijk de deur opende, gaf ze hem de instructie om even in de keuken te wachten. Dat duurde een half uur. Dat was alle tijd die ze nodig had om jongen 1 uit haar bed te gooien en jongen 2 van de keuken op te pikken en mee te nemen naar haar bed. Mocht je je ooit beschaamd voelen door een walk of shame, bedenk je dan maar eens hoe die jongen zich voelde.

Op een ander feestje probeerden twee kotgenoten om de drug THC te vapen. Blijkt dat dat in combinatie met alcohol redelijk heftig was voor de twee. Na een partijtje braken kwam hun realiteitszin nog niet terug. Uiteindelijk werd de ambulance gebeld en zijn de twee meisjes afgevoerd naar het ziekenhuis. Ondertussen gaat alles terug goed met hen, maak je dus geen zorgen.

Al die ervaringen delen, versterkt het samenhorigheidsgevoel. Oftewel heb je het zelf meegemaakt, oftewel hoor je alle details tijdens de nabespreking. In ieder geval is dit stel kotgenoten comfortabel genoeg met elkaar om ook de gênante momenten te delen. Wat wil je nog meer tijdens je studententijd



close-up

21/03/2023
Close-up Muziek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Mijn zestienjarige zelve besloot op een dag om een reisgids over het noordwesten van de Verenigde Staten aan te schaffen. Geplaagd door een onvolgroeide prefrontale cortex en uit verhouding zijnde ledematen, zocht ik in die dagen troost in de rauwe grungegitaren van Seattle. Niemand verwoordde mijn tienerweltschmerz zo treffend als de Kurt Cobains en Eddie Vedders van de wereld. Wegens een gebrek aan financiële middelen en avonturierszin zat een snoepreisje naar de heimat van mijn idolen er helaas niet in. Ik was genoodzaakt om in gedachten naar de andere kant van de grote plas te reizen. Met de aankoop van een reisgids met een nietszeggende wolkenkrabber op de cover, was de eerste stap gezet. 

Zes jaar later is mijn liefde voor grunge enigszins bekoeld. Al las ik begin dit semester wel met enige jaloezie dat Katherine Paul, multi-instrumentaliste en de vrouw achter indierockrevelatie Black Belt Eagle Scout, opgroeide in de nabijheid van Seattle. Een voorrecht waar ik als tienerjongen alleen maar van kon dromen. Nu is nabijheid in de Verenigde Staten een relatief begrip. De jonge Katherine was een twee uur durende busrit verwijderd van het walhalla van de grunge. Als lid van de Swinomishstam bracht ze haar jeugdjaren door langs de beboste kusten van de Stille Oceaan, ver weg van de grootstedelijke tristesse. Via een omweg kwam ze alsnog in aanraking met sound of Seattle. Toen Paul als tienermeisje bootleg VHS-tapes van Nirvana en Hole in handen kreeg, ging er een wereld voor haar open. Met behulp van de tapes beheerste ze in een mum van tijd gitaar en drumstel. De wijde wereld lonkte aan de horizon van de Stille Oceaan. Onder de artiestennaam Black Belt Eagle Scout wou ze haar vleugels uitslaan.  

Paul liet de Swinomishgemeenschap achter zich en reisde naar Portland, waar ze aan haar muzikale carrière timmerde. Haar eerste langspeler, waar Nirvana en Mazzy Star in doorschemeren, werd met lof onthaald in de Amerikaanse muziekpers. Een half jaar na de release van haar tweede plaat, legde het vervloekte coronavirus het grootstedelijke leven aan banden. Paul liet de metropool achter zich en keerde terug naar haar geboortegrond. Een levensomwenteling die centraal staat in haar laatste worp The Land, the Water, the Sky, een muzikale queeste doorheen het landschap van haar jeugd. Inspiratie voor het album vond ze in de wijde natuur. Terwijl België gebukt ging onder de onoverzichtelijke PowerPoints van de federale overheid, trok Paul samen met haar gitaar de bossen in. 

Rust en verstilling is desondanks ver te zoeken in opener My Blood Runs Through This Land. Met agressieve drumpartijen en een flinke dosis distortion trekt ze fel van leer tegen de kolonisatie van het Amerikaanse continent. Waar de muziek slaat, zalft Pauls engelengezang. De diepere betekenis van de songtitel dringt zich op: het land van de Swinomish is gedrenkt in voorouderlijk bloed. In het verdere verloop van de plaat neemt Paul gas terug, al kan ze de verleiding niet weerstaan om af en toe een gitaar van stal te halen.  

In The Land, the Water, the Sky volgen de hoogtepunten elkaar in sneltempo op. Instrumentaal hoogstandje On The River bewijst dan weer dat de boutade ‘mooie liedjes duren niet lang’ met de waarheid strookt. In een tijdsbestek van 1 minuten en 53 seconden creëert Paul een universum waar ondergetekende uren in zou kunnen vertoeven.  Onze tranen zijn nog niet opgedroogd of we krijgen het wondermooie Nobody voorgeschoteld. “Nobody sings it for me, like I wanna sing it to you”, meer woorden heeft Paul niet nodig om het gebrek aan diversiteit in de popwereld aan te klagen. Een boodschap die in de verf wordt gezet met een meesterlijke gitaarsolo. In Sčičudᶻ (a narrow place) bewijst ze wederom dat ze een vrouw met een boodschap is. De eigenaardige songtitel verwijst naar de lokale naam voor een bospad langs de kusten van de Stille Oceaan. Al wandelend neemt Paul ons mee naar haar prille levensjaren waarin ze samen met haar familie de muzikale begeleiding verzorgde voor de traditionele powwowbijeenkomsten van de Swinomish. De twijfels van haar jeugd drijven terug naar de oppervlakte. Met breekbare stem zingt ze over de steun die ze als jonge queervrouw kreeg van de gemeenschap. De Swinomish leveren overigens een muzikale bijdrage aan haar plaat. In de outro van vooruitgeschoven single Spaces weerklinken traditionele powwowgezangen in de achtergrond.  

Degelijke indierock met een streepje traditionele muziek is een combinatie die de meerwaardezoeker in mij weet te bekoren. Zes jaar geleden schaftte ik als grunge-idolaat een veel te dure reisgids aan, heden ten dage struin ik het internet af op zoek naar powwowvideo’s van de Swinomish. Het kan verkeren…  



het alcoholvrije uitgaansleven

21/03/2023
Alcoholvrij (© Fien Pauwels | dwars)
🖋: 

Een arm om mijn schouder. “Wij gaan nog drinken halen hé, love you.” Ik blijf alleen achter op een afgebladderde barkruk en kijk naar de talloze flesjes kriek en Jupiler die mijn gezelschap al naar binnen speelde. Ik heb de hele avond nog niets gedronken. Ik heb geen zin in water en nog minder in sommen geld betalen voor suiker zonder smaak in een flesje. Het leven als kotkonijn is maar saai, dus ga ik elke keer mee. Op die barkruk maak ik een voornemen: mijn innerlijke feestbeest zou op zoek gaan naar lekkere alternatieven.

cafécapibara

Gezellig iets gaan drinken is waarschijnlijk het eenvoudigste deel van het alcoholvrije uitgaansleven. Je moet weten waar je moet zijn, maar als je de juiste plekken weet te vinden, drink je soms zelfs beter dan je vrienden die wel voor een alcoholisch glaasje kiezen. Op de Ossenmarkt moet je het alleszins niet gaan zoeken: verder dan de klassieke Sprite, Fanta, Cola en Ice Tea kom je in zowel De Salamander als Kassa 4 niet. Ik heb de fout zelf gemaakt: mijn allereerste terrasje was dat van De Kassa. Je moet er zelfs vragen wat ze van frisdrank hebben, want op de kaart is helemaal niets te bespeuren. Zatte mensen hebben minder schaamte dan ik, laat hen dat maar doen. Of misschien moet je het tóch gaan zoeken op de Ossenmarkt. Enkele dagen na het schrijven van deze alinea, stapte ik voor het eerst Copain binnen. Nieuw en (nog) geen vaste waarde in het studentenleven, maar hun comfortabele kussentjes, kast vol gezelschapsspelletjes en heerlijke citroenlimonade wisten me meteen te bekoren. Ik neem mijn haat voor de Ossenmarkt maar terug.

Mijn absolute favoriet is Cousteau op de Paardenmarkt, dankzij de opvallende lamp aan het raam ook wel ‘Kut met Peren’ genoemd. Het vriendelijke personeel serveert je ijsthee in zo’n chic glas dat jaloerse blikken van al wie voor een simpel pintje koos, verzekerd zijn. Naast een assortiment aan sapjes, limonades en ijsthees pronken ook verschillende theesmaken en een warme chocomelk op de menukaart. Er zijn nog meer verschillende koffiesoorten, maar daar zwijgt deze theeliefhebber liever over. Dat Cristal er evenveel kost als water, vergeef ik al iets liever als je ook Cristal 0,0% of Energibajer 0.0% kunt krijgen. Alcoholvrij bier is ranzig, maar ik apprecieer de moeite.

Ook Papa Jos heeft een plekje in mijn hart veroverd. Binnenstappen in het gezellige café voelt als binnenstappen bij mijn grootouders: het interieur met haar vintage stoeltjes en tafels en de gigantische piano voelen enorm verwelkomend. Het zit er vaker vol dan in Cousteau, maar als je er een tafeltje weet te bemachtigen heb je ook hier heel wat keuze. Thee, limonades, of nog meer ranzige koffie of alcoholvrij bier, het kan er allemaal. Al beweert de site anders: daar vind je enkel de koffie en Jupiler 0%. Ik ben een te grote stresskip om mijn keuzes ter plaatse te maken, laat die limonades en thee schitteren op het digitale menu.

 

feestvarken

Met een Fanta in de hand ben ik ook van tijd tot tijd terug te vinden op de dansvloer. Niet omdat ik zo’n Fanta-liefhebber ben, wel omdat het aanbod in danscafés verder enorm beperkt is. De Salamander stopt trouwens rietjes in haar flesjes frisdrank. Terwijl ik los ga op Gimme Gimme Gimme of Unwritten, af en toe nippend van mijn rietje, voel ik me er altijd in een dansende tweestrijd. Om twee uur ‘s nachts liefdesverklaringen aanhoren van mensen die duidelijk een glaasje te veel op hebben, bewijst dat ik geen klein kind meer ben, maar dat rietje lijkt toch het tegenovergestelde te willen zeggen. Al zijn de rietjes na al die feestjes ook vergroeid met mijn persoonlijkheid en voel ik me niet dezelfde persoon als ze me er uitzonderlijk eentje vergeten geven.

Bovendien is het ook op feestjes niet uitzonderlijk dat ik meer betaal voor een flesje frisdrank, dan mijn gezelschap voor een pintje. Soms doen studentenverenigingen datgene dat het café zelf niet doet: mocktails aanbieden. Met mijn bijhorende vreugdedansje krik ik meteen het aantal dansende mensen in de zogenaamde danscafé’s op. Al geven diezelfde clubs ook gratis vaten, wat toch steevast voelt als een steek in mijn hart. Plots ben ik dan de enige die nog betaalt voor mijn drinken.

In discotheken gaat het van kwaad naar erger. Toegegeven, Ampère heeft me zo hard afgeschrikt dat ik al een jaar geen enkele discotheek nog een kans durf geven. Een half uur aanschuiven voor bonnetjes, om me vervolgens blut te betalen aan een beker water die ik pas krijg nadat de barman me aankijkt alsof ik net een beker champignonmilkshake heb besteld? Ik zou nog zin krijgen om mijn beker in zijn richting te katapulteren. Ik eis schriftelijke excuses voor ik er nog een voet binnenzet.

 

cantuscavia

Cantust gij dan altijd op water?” Ik krijg de vraag maar al te vaak, en het antwoord is resoluut ja (tenzij dwars een theecantus organiseert, uiteraard). Op café en zelfs op TD’s krijg ik eigenlijk nooit reacties, maar bij cantussen lijkt die keuze toch verbazing op te wekken. Onterecht, want wat is er nu leuker dan zo hard uit de toon te kunnen zingen als je wilt, wetende dat je gezelschap zich de volgende dag je valse tonen toch niet meer voor de geest zal kunnen halen? Bijkomend voordeel is dat mijn codex schimmelvrij is. Als ik snel een tekstje in die van een ander krabbel, blijf ik ook gespaard van de vraag wat er nu eigenlijk staat.

Voor zo’n avondje water drinken tel ik wel al snel tien euro neer; iets dat ik over heb voor mijn eigen club, maar me toch tegenhoudt om vaker te gaan cantussen bij andere verenigingen. Als de mensen rond me iets anders dan slap bier drinken, cava of rouge bijvoorbeeld, loopt het bedrag zelfs nog verder op. De zeldzame waterprijzen vormen mijn grootste levensgeluk.

Ik schuifel op mijn barkruk, zoekend naar een comfortabele houding. Het lijkt wel alsof iedereen om me heen een shot tequila achterover slaat. Beteuterd denk ik aan mijn dorstige keel. Toen ik in de lesvrije week met mijn studentenvereniging op reis was naar Berlijn, kon ik nog genieten van een shot mangosap en een uitgebreide mocktailkaart. Mijn frustraties tegenover Berlijn zijn niet op twee handen te tellen, maar wat dat betreft mag Antwerpen een voorbeeld nemen aan die stad. Aan het gelach te horen, komen mijn vrienden er weer aan met een nieuwe lading pintjes. Ik kijk naar de plakkerige toog. Misschien hebben ze wel wat mangosap op overschot...



bierman

21/03/2023
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit!

Uit het niets gooide AB InBev in 2020 een nieuw sterk blond bier op de markt dat luistert naar de naam Victoria. Slimmere biercommentatoren dan Bierman analyseerden deze strategische zet en kwamen tot de conclusie dat het om een enorme d*ck move ging van deze multinationale bierfabriek. Het ging volgens hen om de zoveelste tot mislukken gedoemde poging om Duvel de duivel aan te doen. De vorige poging hiertoe was overigens de Jupiler Tauro. Een volstrekt overbodige pils met 8,3 procent alcohol die gebrouwen werd tussen 2008 en 2012 en daarna nooit meer.

Omdat ook Bierman verkeerdelijk bekend staat als specialist ter zake is hij zo vrij om alsnog en volledig ongevraagd zijn mening te geven over Victoria. Een eenvoudige analyse van de reclamefilm bij de lancering van dit bier maakt hierbij veel duidelijk. In dit inmiddels iconisch geworden filmpje komt namelijk een sterk blond vrouwspersoon binnen in een café waar allerhande boven- en onderliggende duivels in diverse daden van ontucht en onmatigheid verwikkeld zijn. Zij trotseert evenwel de boosaardige blikken van het verdorven cliënteel, alsmede de schampere opmerkingen van de kastelein en bestelt een Victoria, waarna zij zich out als, of transformeert tot, een engel door letterlijk haar vleugels uit te slaan.

De theologie leert Bierman evenwel dat engelen geen geslacht hebben en dat deze persoon bijgevolg op dit onderscheidende moment ophoudt om lichamelijke geslachtskenmerken te hebben. Dat verklaart meteen de gepijnigde blikken van de stomme duivelen die zich in hun verlangen naar nog meer ontucht alleen al om anatomische redenen gefrustreerd weten. Dat maakt van Victoria veel meer dan een simpele aanval op de Duvels van deze wereld. Voor AB InBev is elk café een microkosmos die plaatsvervangend model staat voor het leven zelf en waar de dichotomie tussen goed en kwaad een onoplosbare spanning creëert. Gender zet personen vast en dwingt hen om de rol van hoer of maagd op zich te nemen waarbij bier als de brandstof fungeert die deze helse molen tot aan het einde der tijden draaiende houdt. Wie consumeert had voor Victoria op de markt kwam slechts de keuze tussen volledig overgave of geheelonthouding. Met Victoria toont AB InBev ons de derde weg, die van de engel die het geslacht overstijgt en de zondeval overwint. Het is het ultieme non-binaire bier dat alles wat vastzit losmaakt, mensen hun vleugels laat uitslaan om ze daarna als motten de nacht in te laten wegwieken.

Laten we dus allemaal AB InBev dankbaar zijn om dit bier. Omwille van al het bovenstaande en ook omwille van het feit dat dit bier het aandurft om goed te zijn, in tegenstelling tot Jupiler Tauro, dat eigenlijk niet te zuipen was