in gesprek met Eseosa Gevers

18/04/2023
Aula Patrice Lumumba (© Bernd Hendrickx | dwars)
🖋: 

Op 31 maart 2023 vond de plechtige inauguratie van de aula Patrice Lumumba op campus Middelheim plaats. In de werkgroep rond de omdoping en de inhuldiging zetelden ook een aantal leden van AYO (African Youth Organization), onder wie Eseosa Gevers (23), secretaris van AYO. Hoe ervoer zij de werkgroep en hoe gaat het nu verder aan UAntwerpen? 

Tijdens de ceremoniële inhuldiging op 31 maart gaven rector Herman Van Goethem, politica Juliana Lumumba en voorzitter van AYO Victorine Mpanzu Kwamy elk een speech. “In die drie speeches werden er drie perspectieven aangereikt”, vertelt Eseosa. “Je had de Belgische en de Congolese kant, twee stemmen uit het verleden, maar je had ook de stem van Victorine, tussen België en Congo in en de stem van de toekomst. Achteraf hoorden we dat haar speech mensen deed denken aan Lumumba’s speech uit 1960, wat natuurlijk een ongelooflijk compliment was.”  

Na de ceremonie was er een receptie, met een streepje muziek. “Ik heb de rector zien dansen!” lacht Eseosa. “Dat was een leuke extra.” De muziek was deels Eseosa’s idee. “Aanvankelijk wilde men de receptie formeel houden, dus zonder muziek, maar dat vond ik zelf niet gepast. Muziek is het fundament van Congolezen. Dat is ook iets typisch van de Afrikaanse cultuur.” In het Afrikaanse continent wordt muziek namelijk regelmatig ingezet als tool om informatie te verspreiden, zoals rond ziektes. “Het bandje dat is komen spelen, bestaat uit Congolezen, waardoor het al helemaal fijn was dat ze er waren.” 

De muziek op de receptie is een goed voorbeeld van hoe de werkgroep functioneerde. “Er werd naar ons geluisterd en daarna werd er effectief iets met onze input gedaan”, zegt Eseosa. “Team Diversiteit had een leidende rol, maar ook een duidelijk ondersteunende rol. Toen Victorine haar speech aan het schrijven was, boden ze veel hulp aan, in de vorm van bijvoorbeeld nalezen en bijsturen.” Daarnaast maakte Team Diversiteit erg duidelijk dat ze het cruciaal vonden dat AYO zich betrokken voelde en gehoord werd. “Achteraf heb ik nog met Saana Haddouchi van Team Diversiteit gesproken over de toekomst. Saana vond het belangrijk dat we steeds met een kritisch perspectief naar hen keken en dat ze verantwoordelijk wilden worden gehouden voor mogelijke steken die ze lieten vallen. Het is fijn dat ze dat zelf aanhaalde.” Victorine hield UAntwerpen in haar speech meteen verantwoordelijk. Zo bekritiseerde ze de aanwezigheid van Filip Dewinter op UAntwerpen en de beruchte omvolkingslezing.  

hoe gaat het verder? 

Eseosa werpt een blik op de toekomst. “Met AYO specifiek willen we in samenwerking met UAntwerpen evenementen blijven organiseren. Voor onze filmavond over Patrice Lumumba hebben we dankzij Sebastian en Saana van Team Diversiteit echt een safe space kunnen creëren. Daarom ook zie ik graag blijvende ondersteuning van Team Diversiteit en UAntwerpen in de toekomst. Ik bedoel natuurlijk niet dat we meer middelen moeten krijgen dan de rest, maar ik bedoel wel: verlies ons niet uit het oog. We zijn een minderheid, ja, maar we zijn er wel en we moeten gezien worden. De omdoping van de aula is een stap in de juiste richting, maar we zijn nog niet op onze eindbestemming geraakt. Voor nu is er een goed fundament gelegd, dat wel.” 

‘Optimistisch’ is niet het woord dat Eseosa zou gebruiken om zichzelf te omschrijven. “Dat woord heeft de connotatie dat de klus al geklaard is en dat er geen discriminatie meer bestaat”, merkt ze op. “Ik ben niet verbitterd; ik ben juist positief. Ik heb zin in de toekomst, ook al ben ik me erg bewust van alles wat er nog kan gebeuren. Er gaan stemmen op dat specifieke minderheden te veel aandacht krijgen en ik merk dat we geviseerd worden.” Hoewel die stemmen al opgingen voor de inauguratie, benoemt Eseosa dat het duidelijker is geworden tijdens en na de ceremonie. “We zijn er nog niet. Ik merk dat aan verschillende dingen. Neem nu de burgemeester van Antwerpen: hoewel hij was uitgenodigd, is hij niet komen opdagen op de ceremonie. Dat vind ik moeilijk: dat lijkt op een burgervader die nog altijd kiest welk kind hij wel wil en welk kind niet. Pas op, dat is persoonlijk. Er zijn mensen die dat niet de taak van een burgemeester vinden en dat kan.”  

Iets anders waaraan Eseosa merkt dat de bestemming nog niet bereikt is, is de specifieke kritiek die beslissingen zoals die van de omdoping krijgen. “Ik merkte dat ik enigszins bang was dat stemmen uit bepaalde politieke hoeken zouden komen opdagen om roet in het eten te strooien. Uiteindelijk waren ze er niet, maar hun kritiek zweeft wel rond. Die kritiek van de modale HLN-comment raakt me niet per se, maar die van hogergeplaatsten wel. Zij hebben macht, zij kunnen snel besluiten nemen en anderen daarbij beïnvloeden. Jonge mensen vanuit die extreemrechtse oriëntatie studeren ook, hè, en zij worden óók de werknemers, zelfstandigen, CFO’s en zo verder van de toekomst. Tegelijkertijd: wíj zijn er ook. We komen er wel. Hoewel wij de vruchten misschien niet zo snel zullen plukken, zullen onze kinderen dat wel en dat is voor mij een troost.” 

Die troost put Eseosa ook uit de afgelopen samenwerking rond de omdoping van de aula. “Als de betrokken partijen die hebben meegewerkt en ervoor hebben gevochten dat wij aan tafel zouden zitten, er niet waren geweest, was dit niet gebeurd. Het is een fantastisch gevoel dat we samen hiervoor konden vechten. Daarvoor zou ik alle partijen daarvoor willen bedanken. Saana in het bijzonder, zij heeft veel voor ons gedaan. We blijven kritisch, want we zijn er nog niet, maar dat we zin hebben in de toekomst, dat sowieso.” 



een leidraad door de verkokering

18/04/2023
Dossier GoG (© Fien Pauwels | dwars)

Wie kan je aan UAntwerpen helpen bij grensoverschrijdend gedrag? Een doodeenvoudige vraag die een nog doodeenvoudiger antwoord verdient. De realiteit is iets weerbarstiger. De wirwar van potentiële aanspreekpunten met elk hun eigen niet altijd even helder afgebakende functieomschrijvingen valt bezwaarlijk onder de noemer ‘drempelverlagend’. Wij lijsten hen op en (laten hen) vertellen wanneer en waarmee ze je kunnen ondersteunen. 

Oorspronkelijk was dit stuk bedoeld voor december 2022. Toen werd ons op het hart gedrukt dat er die maand nog een decreet zou komen dat het statuut van vertrouwenspersonen voor studenten regelt en dat dit stuk snel achterhaald zou worden, mochten we niet wachten. Intussen zijn we vier maanden verder en er is nog altijd geen decreet. Personen die grensoverschrijdend gedrag plegen wachten niet tot het juiste decreet er is, terwijl slachtoffers te allen tijde toegang moeten hebben tot de juiste hulp, ongeacht decretale bepalingen. Daarom schrijven we over de situatie zoals die nu is. Mocht het decreet in kwestie zaken aanzienlijk doen wijzigen, lees je dat als eerste in dwars.

 

studentenbemiddelaar

Word je als student geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag en is de dader een andere student? Dan kan je aankloppen bij Walter Sevenhans, de studentenbemiddelaar van UAntwerpen. Hij legt zijn rol uit: “Als er zich grensoverschrijdend gedrag stelt van een personeelslid naar een student moet je bij een van de vertrouwenspersonen (zie verder, n.v.d.r.) zijn. Wanneer er een geval van grensoverschrijdend gedrag is tussen studenten, kan men bij mij terecht. Ook personeelsleden die menen dat een student bepaalde regels overtreedt, kunnen bij mij terecht.”

“Dan start mijn werk tot bemiddeling. Ik hoor zowel de partij van wie de klacht uitgaat als de partij die wordt beschuldigd. Het is mijn taak neutraal te zijn ten aanzien van beide partijen. De verzoeker bepaalt wanneer de bemiddeling is geslaagd en moet dat expliciet te kennen geven. Als de bemiddeling niet geslaagd is, ben ik verplicht om de zaak door te schuiven naar de Deontologische Commissie die tuchtmaatregelen kan toekennen. Die maatregelen gaan van een vermaning tot een verbod aan examens of bepaalde diensten deel te nemen tot een tijdelijke of zelfs definitieve uitsluiting. Zelf kan ik geen sancties toekennen. Er is niemand die bang hoeft te zijn van mij – dat werkt drempelverlagend en creëert een sfeer van vertrouwen. Het biedt comfort voor alle partijen, inclusief voor mezelf.”

“Is de bemiddeling geslaagd? Dan leggen we afhankelijk van de situatie een eenzijdig of wederzijds engagement op papier vast. De beklaagde erkent dat hij iets heeft overtreden, toont zich ervan bewust en belooft dat het niet meer zal gebeuren. Komt hij zijn engagement niet na? Dan zal zijn zaak uiteindelijk bij de Deontologische Commissie belanden die dus wel sanctioneringsbevoegd is.”

“De student krijgt in de regel binnen de 48 uur antwoord van mij en in diezelfde week voer ik zo mogelijk de bemiddelingsgesprekken. Voorbeelden van meldingen die tot bij mij komen: studenten die zich belaagd voelen of gepest worden, maar ook professoren die menen dat een student auteursrechten heeft geschonden of zich onfatsoenlijk heeft gedragen tegen hen.”

Sevenhans benadrukt tot slot dat bij het bemiddelingsproces zorgzaam wordt omgegaan met het welbevinden van de student. “Het is niet evident om de twee mensen tegelijk aan tafel te krijgen. Het kan samen, het kan apart. We gaan dat niet forceren. Elke case (meer dan 90%) die leidt tot schuldinzicht, vergevingsgezindheid en verzoening geeft de verschillende partijen én mezelf veel voldoening.”

Evaluatie: zoals bij de andere mogelijke aanspreekpunten is de eerste drempel niet de geringste. De persoonlijke pagina van Sevenhans vermeldt dat hij studentenbemiddelaar is, maar daarmee weet je nog altijd niet wat een studentenbemiddelaar doet. Bovendien moet je al weten van het bestaan van een studentenbemiddelaar om op de pagina van Sevenhans uit te komen. Eens je de studentenbemiddelaar hebt gevonden, zijn er nog maar weinig drempels.

 

vertrouwenspersonen

Mocht je geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag waarbij een medewerker van de universiteit is betrokken, zijn de vertrouwenspersonen het geschikte aanspreekpunt. UAntwerpen telt tien vertrouwenspersonen voor studenten en drie vertrouwenspersonen voor doctorandi. We spraken Iris Wyns, een van die vertrouwenspersonen. “Iedereen is vrij om zich tot een van deze vertrouwenspersonen te richten, ongeacht de campus. Je kiest dus zelf een vertrouwenspersoon – dat hoeft niet iemand van jouw campus te zijn.”

“De cases waarmee je bij ons terecht kunt, gaan onder andere over grensoverschrijdend gedrag zoals machtsmisbruik, verbale agressie, ongewenste intimiteiten en pesterijen. Een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag, wanneer je bijvoorbeeld denkt dat iemand in jouw directe omgeving hiermee te maken heeft, kan ook gemeld worden. Idem voor het gevoel hebben dat je er door je huidskleur, geloof of seksuele voorkeur niet bij hoort of anders behandeld wordt.”

“Als vertrouwenspersoon bied ik een luisterend oor en geef ik advies en ondersteuning bij eventuele verdere stappen. Die vervolgstappen zullen afhangen van de case. Op basis van een analyse van de situatie zoekt de vertrouwenspersoon mee naar oplossingen.” Wyns beklemtoont dat de student de regie in handen houdt en dat alle meldingen met de grootste discretie en zorg worden behandeld. “De vertrouwenspersoon mag niets ondernemen zonder het akkoord van de persoon die het probleem heeft aangekaart en is gebonden door het beroepsgeheim. Wanneer een verzoek toekomt (telefonisch of per e-mail), dan wordt er binnen de tien dagen een afspraak geregeld.”

Evaluatie: sinds enige tijd bokst de Vlaamse Regering een decreet in elkaar dat een juridisch betrouwbaar kader schept voor vertrouwenspersonen voor studenten. Zolang dat decreet uitblijft, is er de facto geen wettelijk kader voor die vertrouwenspersonen. UAntwerpen lost dat tussentijds op door de vertrouwenspersonen voor werknemers ook in te zetten voor studenten. Het is uiteraard van het grootste belang dat er goed opgeleide mensen zijn bij wie studenten kunnen aankloppen in alle gevallen dat zij met grensoverschrijdend gedrag worden geconfronteerd. De vertrouwenspersonen bleken goed bereikbaar. Het is alleen maar de vraag hoe bekend vertrouwenspersonen bij studenten zijn en of ze niet te ver staan van studenten.

 

facultaire ombudspersonen

Om te beginnen moeten we het onderscheid maken tussen de facultaire ombudspersonen en de centrale ombudspersoon. In cases van grensoverschrijdend gedrag beperken ze zich allebei evenwel tot doorverwijzen. We contacteerden de ombudsdienst van de faculteit Rechten: “Facultaire ombudspersonen fungeren als aanspreekpunt bij geschillen die verband houden met de toepassing van het onderwijs- en examenreglement. De ombudspersoon heeft een hoofdzakelijk bemiddelende, maar ook een informerende en adviserende rol. Een van de kerntaken van de ombudspersoon is optreden als bemiddelaar tussen student en examinator met als doel problemen te voorkomen of op te lossen met betrekking tot examensituaties, inclusief permanente evaluatie.”

In gevallen van grensoverschrijdend gedrag heeft de facultaire ombudspersoon een doorverwijs- en opvolgfunctie. “Wij zijn als ombudspersonen een nulde lijn en eerste luisterend oor, maar zullen steeds doorverwijzen naar de meer gespecialiseerde bevoegde diensten. Ombudspersonen hebben immers een meldingsplicht. De ombudspersonen zijn dus een van de verschillende opvangkanalen voor de student. Wanneer het grensoverschrijdend gedrag tussen een personeelslid en een student betreft, zal de vertrouwenspersoon (naar keuze) de meest aangewezen persoon zijn. Ombudspersonen kunnen wel personen vergezellen naar de vertrouwenspersoon bij een eerste gesprek.”

 

centrale ombudspersoon

Naast heel wat facultaire ombudspersonen heeft UAntwerpen ook één centrale ombudspersoon in de persoon van Luc Van de Poele, die daarnaast ook departementshoofd onderwijs is. “Het is de bedoeling dat studenten zich eerst wenden tot de facultaire ombudspersoon. Wanneer een student zich bij mij veiliger voelt of wanneer de student vindt dat de facultaire ombudspersoon geen soelaas kan bieden, kan die bij mij terecht. Denk aan de situatie dat de faculteit of facultaire ombudspersonen zelf een betrokken partij zijn. De centrale ombudspersoon is ook het klankbord van de facultaire ombudspersonen. Wanneer een reglement geïnterpreteerd moet worden en ze niet goed weten hoe ze ermee overweg moeten, kunnen ze bij mij terecht. Maar bijvoorbeeld ook bij conflicten met een student die delicaat of tijdrovend zijn.”

“Reglementen dekken niet alle situaties”, stipt Van de Poele aan. “Er zijn altijd studenten aan wie niet is gedacht bij het opstellen van een reglement. Dan moet je als centrale ombudspersoon durven zeggen dat een beslissing die normaliter conform de regels is voor die ene individuele student niet de meest redelijke beslissing is, om die argumenten vervolgens voor te leggen aan diegene die hierover beslist – dat kan gaan van een examencommissie tot de rector.”

Van de Poele schat dat hij op jaarbasis een veertigtal interventies doet. Vaak gaat het over even een facultaire ombudspersoon informeren hoe die een bepaalde situatie best inschat. Dus lang niet genoeg om de functie voltijds te maken. “Het risico is reëel dat een voltijds ombudspersoon zaken zal wegtrekken van de faculteiten. We trachten facultaire ombudspersonen zo veel mogelijk problemen zelf te laten oplossen. Als centrale ombudspersoon treden we in tweede instantie op. Aan onze universiteit vinden we het belangrijk dat problemen worden opgelost op een zo laag en functioneel mogelijk niveau.”

Evaluatie: aangezien de gezichten van de facultaire ombudspersonen onder studenten in de regel bekender zijn dan die van de vertrouwenspersonen mag hun rol niet worden geminimaliseerd en is het van belang dat zij ondanks hun schijnbaar beperkte doorverwijsfunctie goed voorbereid zijn om met situaties van grensoverschrijdend gedrag om te gaan. De rol van de centrale ombudspersoon wordt aan UAntwerpen bijzonder minimalistisch ingevuld. De naam van de huidige ombudspersoon kwamen we via mondelinge weg te weten. Op de website van UAntwerpen wordt er opmerkelijk genoeg geen gewag gemaakt van het bestaan van een centrale ombudspersoon – zelfs de persoonlijke pagina van Van de Poele vermeldt het niet als een van zijn mandaten.

 

STIP

Bij het STIP kunnen studenten terecht voor de meest uiteenlopende steun, van financiële ondersteuning en studietrajectbegeleiding tot psychologische begeleiding. “Mocht je geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag, kan het STIP je helpen met psychologische begeleiding”, vertelt een medewerker. “We vangen je dan op en proberen zo goed mogelijk te achterhalen waar je op dat moment nood aan hebt en gaan vooral daarop in. De studentenpsychologen van het STIP zijn specifiek opgeleid om de eerste opvang te doen van studenten die grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt en om de verdere verwerking van wat er gebeurd is te ondersteunen. Het STIP kan ook helpen om gespecialiseerde hulp te zoeken buiten de universiteit, zoals traumatherapie. Wil je eerder melding doen van grensoverschrijdend gedrag? Dan contacteer je best een vertrouwenspersoon van onze universiteit. Vertrouwenspersonen zijn niet verbonden aan het STIP, maar studentenpsychologen kunnen je wel naar hen doorverwijzen.”

Evaluatie: als er iets is waar de communicatiedienst van UAntwerpen op hamert, is het wel dat je als student met zowat alles naar het STIP moet. De veelvuldige herhaling zorgt er evenwel voor dat de studentenpsychologen gemakkelijk bereikbaar en aanspreekbaar zijn. Qua doorverwijsluik maakt het STIP het de student alleszins gemakkelijker dan de meeste andere diensten. Enig puntenverlies mag je het betalende karakter van de individuele begeleiding aanrekenen.

Mensura

Wat doet Mensura eigenlijk? We hadden het hen graag zelf gevraagd, maar na een beetje mailen bleek Mensura niet bereid te zijn tot een gesprek. Wel verwees het ons door naar een gesprek dat we hadden met de Dienst Welzijn dat niet ging over Mensura. Nochtans kan het geen kwaad om hun rol even te belichten. Zelfs de rector verslikte zich vorig jaar in een interview in de rol van Mensura. Van de Dienst Welzijn kregen we volgende reactie: “Mensura is onze externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Zij nemen die welzijnsdomeinen op waarvoor we intern geen expertise hebben, waaronder medisch toezicht, psychosociale aspecten en ergonomie.” Voorts werd er naar Pintra doorverwezen, wat niet toegankelijk is voor studenten en voorts ook weinig extra informatie bevat. Ook de site van UAntwerpen meldt niets over Mensura in het kader van welzijn.

Evaluatie: om geen foutieve informatie te verspreiden verzoeken we via deze weg de universiteit om opheldering te bieden over de hulp die Mensura kan bieden aan studenten. Vragen die zeker een antwoord verdienen, volgen hierna. In welke situaties kunnen studenten bij Mensura terecht? Hoe komen ze bij Mensura terecht? Biedt Mensura begeleiding aan in gevallen van grensoverschrijdend gedrag? Zo ja, hoe ziet die begeleiding eruit? En waarom juist Mensura?

 

onder constructie: extern meldpunt

Pro forma vermelden we ook dat er een extern meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs in de pijplijn zit en deel zal uitmaken van een meldpunt van het nieuwe Vlaamse Mensenrechteninstituut. De universiteiten zagen zo’n extern meldpunt eerst niet zitten, daarna ineens wel. Klinkt niet echt laagdrempelig? Ook de Vlaamse Vereniging voor Studenten uitte die bezorgdheid al. To be continued.

 

studentenportaal

Het nieuwe Studentenportaal, tevens het oude Blackboard, zou alle informatie voor studenten op een laagdrempelige manier moeten bundelen. We deden de test in het bijzijn van mensen van de Dienst Welzijn en de theorie bleek charmanter dan de werkelijkheid. Na je te hebben ingelogd op Studentenportaal, zie je bovenaan verschillende knoppen. Je klikt logischerwijs semiautomatisch op de knop “ondersteuning en begeleiding” en ziet daar verschillende lemma’s van vakinhoudelijke begeleiding tot ombudspersonen. Je klikt op ombudspersonen, zij kunnen je wellicht helpen. Je komt op de pagina ‘wanneer contacteer je een ombudspersoon?’: een pagina van twee zinnen die leidt naar een lijvig pdf-document waarin niet wordt verwezen naar grensoverschrijdend gedrag. Je keert terug. Je ziet ineens te midden van tien lemma’s “sociaal en mentaal welzijn” staan. Je klikt erop. Je komt op een pagina met zes lemma’s, waarvan het vijfde “grensoverschrijdend gedrag” heet. Je klikt erop en komt uit op vertrouwenspersonen waar je op een nauwelijks zichtbare link kunt doorklikken naar een contactpagina met de vertrouwenspersonen dat valt onder het kopje “campusleven.” Over deze pagina in volgende alinea meer.

Want ja, je kunt deze pagina op een zowaar nog efficiëntere wijze bereiken. Mocht je via “ondersteuning en begeleiding” hier niet geraken, kun je bij gebrek aan beters grensoverschrijdend gedrag met “campusleven” associëren, een pagina op Studentenportaal met dertien lemma’s. En mooi zo, je ziet het knopje “welzijn”. Daar moet je zijn! Denk je. Je klikt erop, maar dan kom je opnieuw uit op een doorverwijspagina en besluit op je stappen terug te keren. Vervolgens twijfel je tussen “verloren voorwerpen” en “veiligheid en gezondheid”. Je klikt toch maar op dat laatste en driewerf hoera! Het zesde van de acht lemma’s is grensoverschrijdend gedrag. Daar klik je op en je komt uit op de pagina met vertrouwenspersonen die er zich presenteren na een nauwelijks te doorworstelen inleiding wat grensoverschrijdend gedrag is. Nee, ongelukkige! Niet wegklikken! Niet nu, je bent er echt bijna! Het enige wat je nog moet doen is naar beneden scrollen. Daar stoot je op meer informatie wat de vertrouwenspersonen voor je kunnen betekenen, wie ze zijn en je komt er zelfs te weten hoe polyglot ze zijn.

Evaluatie: we willen de vrienden en de familie van de studenten aan wie we hebben gevraagd om te achterhalen bij wie ze terechtkunnen in gevallen van grensoverschrijdend gedrag geruststellen dat ze niet vermist zijn, maar gewoon nog bezig. Misschien een revolutionaire gedachte waar nog flink moet over worden vergaderd, maar zet bovenaan naast campusleven een knop welzijn, met daarachter een overzichtelijke schematische pagina wat je kunt doen als je slachtoffer bent van grensoverschrijdend gedrag. Het is ook een signaal dat de universiteit grensoverschrijdend gedrag niet wil verstoppen, maar echt belangrijk vindt. Toch minstens even belangrijk als dat studenten hun verloren voorwerpen terugvinden.

 

conclusie

Het was werkelijk een karwei om dit stuk te schrijven. Een groter karwei dan het had mogen zijn. Er werd duchtig doorverwezen en tijd gekocht om te antwoorden op algemene vragen die spontaan moeten kunnen worden beantwoord. De verkregen antwoorden bleken niet altijd even accuraat. Procedures raken moeilijk op elkaar afgestemd met als gevolg dat een toegankelijke communicatie op maat van de student onmogelijk is – niet bepaald een detail. Onderweg groeide de bedenking of UAntwerpen de afgelopen jaren überhaupt een aanspreekpunt had voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag tussen een student en een medewerker. De vertrouwenspersonen nemen deze taak pas recent op zich. Voorheen moesten studenten te rade bij de studentenbemiddelaar, die nochtans kwesties van studenten onderling behandelt, of facultaire ombudspersonen, die daar niet voor zijn opgeleid en een doorverwijs- en opvolgfunctie hebben. De vraag stelt zich naar wie er binnen de universiteit door te verwijzen viel en hoe cases verder werden opgevolgd.

In afwachting van een centraal actieplan ontstaan er ook binnen faculteiten ad-hocinitiatieven zoals werkgroepen rond diversiteit en grensoverschrijdend gedrag. We hebben veel goede wil gezien van individuen, maar de kloof tussen wat theoretisch werkt en de praktijk heeft soms veel weg van een oceaan. Mensen zijn blij dat ze de eigen procedures kennen, maar wanneer er niveau-overschrijdend moet worden gedacht, wordt het onduidelijk. Een gesprekspartner stelt het zo: “Het is goed dat jullie opmerken dat het moeilijk is om te weten waar je terecht kan. De procedures worden uitgedacht door mensen die de structuren van de universiteit kennen en van daaruit denken, maar die zelf niet ervaren wat grensoverschrijdend gedrag is. Ik merk dat bij mezelf ook: ik weet wat ik doe en naar wie ik moet verwijzen in welke omstandigheden, maar vraag me niet wat de mensen doen naar wie ik verwijs.”

Niet zonder belang natuurlijk. Een geïnterviewde vat de essentie goed samen: “Het is confronterend om te horen dat het zo moeilijk is om de juiste aanspreekpunten te vinden. Als je slachtoffer bent van grensoverschrijdend gedrag en je wilt er iets mee doen, dan heb je echt geen energie om nog twee dagen uit te zoeken waar je terecht kan.”

Laat dit stuk een nieuwe aansporing zijn om niet in functie van structuren te denken, maar de student voorop te stellen. Je zou geen hulp nodig moeten hebben bij het krijgen van hulp.



Bierman

18/04/2023
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit!

Kwatongen beweren wel eens dat Mao Zedong op de lange mars door China zelf amper een voet voor de andere heeft gezet. Op de vlucht voor de regeringstroepen werd de grote roerganger over berg en dal in een draagstoel meegesleurd door zijn communistische makkers. “Het volk alleen zorgt voor vooruitgang”, is een bekend citaat van hem. Om maar te zeggen dat de principes van het communisme al waren doorgedrongen tot bij de gewone mensen, maar dat op de uitvoering nog wat rek zat. Nu wil Bierman zich zeker niet bezondigen aan achterklap. Hij wil enkel zeggen dat China een raar land is en de zotte kuren van Mao zijn daar een prachtig voorbeeld van. Spijtig dat ze zoveel slachtoffers maakten.

Naast Europese havens opkopen en TikTok door de strot van onze jeugd rammen, zijn ze in China tegenwoordig ook bezig met bier brouwen. Aangezien Duitse brouwers in de 19e eeuw zelf naar China zijn getrokken om daar Lager te maken, valt dat niet onder de hedendaagse schandpaal van cultural appropriation, maar dus wel nog onder klassieke kolonisatie. Het grootste Chinese bier van dit moment is Snow Beer (eigenlijk letterlijk Sneeuwvlokkenbier). Die Lager is met 61 miljoen hectoliter het meest verkochte bier ter wereld. Het bier is buiten China zelf niet te verkrijgen. Lessen in nederigheid geven ze daar in China dus ook.

Een bekende uitspraak van Confucius is naar het schijnt dat Chinees eten over heel de wereld hetzelfde smaakt. Wie echter ooit de buiten-gewone loempia’s in restaurant Chau-Long in Niel heeft geproefd, weet dat van twee evenwaardige zaken, het ene toch beter kan zijn dan het andere. Op dat gebied verschillen loempia’s, proletariërs en Chinese Lagerbieren niet veel van elkaar. Sommige dingen zijn meer gelijk dan andere, zou Bierman er nog wat overbodig aan kunnen toevoegen, maar ook het ene citaat is het andere niet.

Na Snow Beer is overigens Tsingtao het tweede grootste bier van China. De meeste multinationale brouwers kiezen ervoor om hun productie te lokaliseren, maar Tsingtao is een zeldzaam voorbeeld van een bier dat centraal wordt gebrouwen en nogal omslachtig over heel de wereld wordt verscheept. Het wordt deels gebrouwen met rijst en smaakt proefondervindelijk heel goed bij de loempia’s van Chau-Long in Niel. Dat klinkt een beetje racistisch, maar als ze in China geen moeite doen om cliché’s te doorbreken, dan staat Bierman ook volledig machteloos.

Verder leert een blik op de hedendaagse biermarkt in China dat ze daar recent gestopt zijn met het toevoegen van formaldehyde aan hun bier. Dat is een kankerverwekkende stof die wel nog gebruikt mag worden om spaanplaat te maken, opritten te reinigen of om te mummificeren, maar dus niet meer om bier mee te ontsmetten. Misschien moet de echte grote sprong voorwaarts van dit vreemde land (naast het bezoek van Eddy Wally in 1995 natuurlijk) daar wel gezocht worden, want aan de culturele revolutie van Mao zal het niet gelegen hebben.



een objectieve beoordeling

18/04/2023
Stoelendingen (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Studentenverenigingen zijn niet zo bepalend voor je studententijd als ze willen doen uitschijnen – anders zou die 80% van de studenten wel iets vaker naar een cantus gaan. Een uitzonderlijk slechte prof doet het ook niet per se, dat is gewoon voer voor geroddel. Weet je wat wél het grote verschil maakt voor je leven als student? De stoelen in de aula’s waar je wekelijks naartoe trekt.

Het is simpel. Rugklachten kunnen voorkomen worden door een degelijke stoel. Je zithouding tijdens je studententijd bepaalt je kwaaltjes vanaf een jaar of dertig. Je kan beter opletten als je niet steeds afgeleid raakt door gekraak, gepiep, gemor, gekerm of geknars. Een tafel die voldoende groot is, leidt tot betere notities. Heb je nog meer bewijs nodig? De aulastoelen zijn dé bepalende factor van je studentenleven.

S.R.002

Hoeveel uren van mijn leven heb ik wel niet in deze aula gespendeerd? Het duplicaat van S.R.001 heeft me wellicht op mijn slechtste momenten gezien, maar altijd verwelkomd. Al lag dat hartelijke welkom meer aan de algemene sfeer van solidariteit tussen alle rijen dan aan de stoelen zelf. Waar de bekleding uitnodigt tot een zeker genestel en waar mijn zithouding me niet rechtstreeks naar de spoed verwijst, merk ik dat wie langer dan ikzelf is, hun benen vrijwel overal behalve onder de tafel kwijt kan (na een sterk staaltje onderzoeksjournalistiek heeft een anonieme bron van boven de 200 cm de vermoedens bevestigd, n.v.d.r.). Mijn gevoel voor solidariteit dwingt me om S.R.002 af te keuren.

S.KS.203

Wanneer ik de aula binnenstap, waan ik me een lid van een of andere hoge raad. In een halve cirkel staan bureaustoeltjes aan lange witte tafels. Met enig gevoel voor narcisme zet ik me in het midden. Waar is die microfoon? Ik heb iets te zeggen! De stoelen zelf zijn vrij comfortabel, maar de zithouding die de kromming van de leuning afdwingt, had beter gekund. Een groter probleem: zelfs voor mij (156 centimeter, n.v.d.r.) staat het tafel-stoelgeheel laag. De hoeveelheid keren dat ik me wil verzetten en mijn knie ergens tegen stoot, is beschamend. Ik eis stante pede meer begrip voor studenten die niet kunnen stilzitten. Wij hebben ook rechten.

S. M.001

Het is een gecontesteerde aula. Bij het schrijven alleen al voel ik de behoefte om me te verplaatsen naar een bunker, uit angst voor de S.M.001-fanatici van de wereld. Die fanatici zijn, voor alle duidelijkheid, zowel laaiend enthousiast als witheet van woede. In theorie is het systeem ingenieus: de stoelen zijn bevestigd aan de tafels, waardoor het waarschijnlijk de enige aula is waarbij je elkaar relatief eenvoudig kan passeren. Mijn recht op vrije meningsuiting lonkt echter: die stoelen zijn te hard voor mijn frêle achterwerk. Het is handig, ja, maar ik ben te onhandig om uit die stoelen te komen zonder accidenten en ik heb niet genoeg vlees aan mijn botten om me niet enigszins beurs te voelen na drie uur in S.M.001. Sorry.

G.T.103

Dit reuzenlokaal behelst een gelijkaardig systeem als S.M.001: de stoelen zijn via een beweegbare balk aan de tafels bevestigd, waardoor passeren eenvoudig is en over het geheel vallen nog eenvoudiger. Een groot voordeel aan G.T.103, in vergelijking met S.M.001, is dat je een pak meer plaats voor je benen hebt. Zou de architect ervan uitgaan dat de gemiddelde ingenieurwetenschapper langere benen heeft dan de gemiddelde sociale wetenschapper? Voer voor een doctoraat. De immense aula zorgt ervoor dat het iets esthetischer wordt dan in S.M.001, maar het kan goed zijn dat ik me simpelweg geïntimideerd voel.

G.U.S.026

Ik dwaal door de gangen en beland hier. De stoelen doen me denken aan mijn middelbare school: vooroorlogse muren en stoelen, en tafels die niet veel later gekocht kunnen zijn geweest. De losse stoelen voeren me terug naar herinneringen aan aftandse wachtkamers, maar goed, de waarheid heeft ook haar rechten: er bestaan ergere stoelen op Universiteit Antwerpen. De stoelen zijn zodanig middelmatig dat het moeilijk wordt om meer te zeggen. Voldoende beenruimte, zeker. Een degelijk tafelblad, absoluut. Ik zit liever elders, maar neem het niet persoonlijk. Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij.

D.O.01

Het O-gebouw is sowieso een geval apart. Alle trappen, deuren en gangen leiden me naar dezelfde paar aula’s en tegelijkertijd vind ik de aula waar ik moet zijn zelden op tijd. Neem nu D.O.01: het kost me meer tijd dan zou moeten om hier te raken. Ik heb ook nog andere problemen met de aula: het tafelblad is veel te klein om op grote voet te studeren of te noteren met enige zwier. En dan heb je de stoelen nog! Zit iemand zodanig kaarsrecht als de stoelen van je vragen? Ik voel me haast niet waardig om aanwezig te zijn. Met een zithouding die in de buurt komt van de welvingen van een meetlat lukt opletten me niet bepaald. Ik hoop maar dat mijn lessen hier niet al te vaak doorgaan.

D. R .107

Wanneer ik de aula binnenfladder, ga ik ervanuit dat ik maar gauw wegwezen moet. De hartvormige, beklede stoelen zien er nu niet meteen comfortabel uit. Maar wat blijkt? Mijn zitvlak vlijt neer op een zwartkleurig wolkje. Ik zie geen goede reden voor de vorm van de stoelen, maar eenmaal geïnstalleerd stoort het niet. De stoelen staan aan lange tafels, waardoor je een ruim tafelblad hebt, mits je je buur niet al te veel vrijheid laat. Het voornaamste nadeel aan deze aula is de hoogte van de tafels: je kan net zo goed in kleermakerszit gaan zitten als je ergens je benen kwijt wil.

D.Q.01

De rechtlijnigheid van het Q-gebouw kan me wel bekoren, evenals de minimalistische maxi-aula die D.Q.01 in wezen is. Het tafelblad is groter dan in de meeste van dit soort grote aula’s, waardoor mijn groter dan gemiddelde laptop er voor de verandering wél op past. De stoelen zijn ditmaal dan weer relatief hoog, waardoor ik rechter moet zitten dan ik zou willen. Ze zijn relatief comfortabel, maar niet in die mate dat ik kan wegdromen. Waarschijnlijk de bedoeling van een snode architect die in het belang van onderwijs geloofde. Yikes.



doorbraken

18/04/2023
doorbraken
🖋: 
Auteur

Antwerpen staat al enkele tijd onder gevaar: de georganiseerde misdaad, herhaaldelijke aanslagen van het internationaal drugscircuit en nu ook woke. Stuk voor stuk bedreigingen voor onze samenleving en in het specifiek voor Bart De Wever.

Onze burgemeester maakt zich vooral enorm zorgen over woke: “We worden bedreigd door mainstream denkers die ons willen dicteren wat we moeten vinden.” Een angstaanjagende gedachte voor De Wever: “Wokers zetten de pilaren van onze samenleving aan het trillen.” Naar aanleiding van die kopzorgen schreef hij een manifest over woke en alle mogelijke gevolgen van dien.

De woke-epidemie is geen recent probleem volgens De Wever: “Het is een kanker die al eeuwenlang wegvreet aan de westerse samenleving.” De historicus ging op zoek naar bronmateriaal dat bewijst dat woke een probleem is van alle tijden. “Ik vond sporen van woke die dateren uit de klassieke oudheid”, klinkt het. “Sedert 251 n.C. zei de Romeinse keizer Hostilianus al: ‘Nihil his diebus dicere non licet’.” (wij mogen tegenwoordig niets meer zeggen n.v.d.r.). Een betekenisvol citaat, vindt De Wever: “Het bewijst niet alleen de ernst van dit probleem, maar ook de bedreiging op de vrijheid van meningsuiting, waar ik vandaag de dag nog mee kamp.” De politicus haalt dat ook aan in zijn manifest: “Vrijheid van meningsuiting is een van de steunpilaren van de westerse wereld. Als dat bedreigd wordt, is dat een regelrechte aanval op de democratische mens.” Ook daarover vond De Wever een belangrijk citaat: “Keizer Postumus besefte al in 260 n.C. dat censuur de nagel op onze doodskist zal zijn: ‘Wokeismus hominem humanum necat’.” (het wokeisme doodt de humanistische mens n.v.d.r.).

De Wever wil komaf maken met alle censuur die hem wordt opgelegd door wokers. “Ik word bijna elke dag aangevallen op Twitter, dat kruipt me niet in de koude kleren”, vertelt De Wever. De politicus begon een onderzoek om erachter te komen wie de wokers zijn: “Het moet ermee gedaan zijn, daarom begon ik aan een nieuw historisch onderzoek. Wie zijn de wokers? Van waar komen ze en wanneer zijn ze ontstaan?” Zo kwam De Wever tot een conclusie: “Uit mijn onderzoek blijkt dat de homo wokus afstamt van de Romeinse rebellen die in opstand kwamen onder Julius Caesar en hem vervolgens vermoordden. Ik kan uit die informatie alleen maar conclusies trekken. Rebellen blijven rebellen. Wokers zijn een bedreiging voor de democratie waar we absoluut vanaf moeten om te voorkomen dat zulke gruweldaden zich in de toekomst nog herhalen.”

Hoe de burgemeester een einde wil maken aan de woketerreur, is nog niet helemaal duidelijk. “Ik ben nog bezig aan een concreet beleid. Wat ik wél al kan zeggen is dat ik veiligheid heel serieus neem. Ik neem daarbij een voorbeeld aan de Romeinse keizer Salus, die al sedert 150 n.C. zei: ‘ut ipsum bonum satellitum’.” (neem jezelf een goede bodyguard n.v.d.r.). De Wever sluit af: “Daarom zal ik inzetten op een verhoogde beveiliging van Antwerpen, waarbij toeristische plekken zoals de Grote Markt uiteraard voorrang zullen krijgen.”



Dirk de Wachter over troost

18/04/2023
Dirk De Wachter
🖋: 

Dirk De Wachter, de psychiater die zijn volk leerde omgaan met het lijden, onderging door een kankerdiagnose zelf een annus horribilis. In zijn laatste worp, Vertroostingen, schrijft hij openhartig over zijn ziekte. Een boek over het belang van menselijke verbondenheid en de helende kracht van kunst en cultuur.

Parijs, daar waren we.

De aanvang van het eerste hoofdstuk spreekt al meteen tot de verbeelding. De eerste regels van Vertroostingen lezen als een verslag van een schijnbaar zorgeloze uitstap naar Centre Pompidou. Tot plots de sfeer omslaat op het einde van de tweede pagina. De Wachter beschrijft hoe hij overvallen werd door helse buikkrampen. Wat volgt zijn onderzoeken, een diagnose en een behandeling. Anderhalf jaar later spreek ik met De Wachter over het boek waarin hij reflecteert over zijn ziekte. “Ik voel mij nog altijd niet optimaal”, bekent hij. “Ik had gehoopt dat alles terug normaal zou zijn, maar ik ondervind nog steeds last. Ik hoop dat ik nog lang bijwerkingen kan hebben, want dat betekent dat ik nog lang kan leven.”

Hoe bent u op het idee gekomen om Vertroostingen te schrijven?

DDW: Ik was eerst enigszins terughoudend, maar door allerlei omstandigheden kwam er toch een journalist van De Tijd op mijn pad. Het interview dat ik toen gegeven heb, is door andere kranten overgenomen. Toen ik reacties kreeg van mensen die ik niet ken, bedacht ik dat mijn spreken betekenis kon hebben. In samenspraak met mijn uitgever heb ik mij dan laten verleiden om een boek te schrijven.

Was het moeilijk voor u om over zo’n zware periode te schrijven?

DDW: In het begin lukte het niet meer om te schrijven, maar dat is weer teruggekomen. Ik functioneer wel niet meer zoals vroeger. Nu geef ik niet meer elke avond ergens ter lande een lezing. Door mijn ziekte werd ik terug tot de normaliteit gebracht. Ik ga soms al om elf uur naar bed, terwijl ik vroeger altijd om één of twee uur ging slapen. Mijn vrouw, die huisarts is, zegt dat ik straks nog normaal wordt. Volgens haar zijn er zelfs mensen die om tien uur gaan slapen. Slapen om tien uur, hoe kan dat nu? (lacht)

Vond u troost in het neerschrijven van uw verhaal?

DDW: In het schrijven an sich vond ik geen troost, maar wel in de reacties. Het klinkt paradoxaal, maar ik word getroost door het feit dat ik andere mensen kan steunen. Dat is ook de missie van mijn beroep.

Mensen zoeken de laatste jaren steeds vaker troost in verhalen van anderen.

DDW: Dat is ook een evolutie in de literatuur. Persoonlijke verhalen of verhalen die zo geframed worden, hebben succes en verkopen goed – denk aan het werk van Knausgard. Ook Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans, dat in het kader stond van eigen belevingen, spreekt het publiek nog steeds aan. Als psychiater schrijf ik over mijn eigen bevindingen. Vertroostingen is een kruising tussen non-fictie en een autobiografie. Wat mij vooral treft, zijn de reacties via mail en post van mensen die zich herkennen in mijn verhaal.

Ik moet denken aan Nick Cave, die openlijk spreekt over het verlies zijn twee zonen.

DDW: Dat is zo – met zijn tournee en zijn Red Hand Files spreekt hij overal ter wereld mensen aan. Door het feit dat hij een bijzonder goede muzikant is, maar ook omdat zijn leed en verdriet iets lijken te appelleren. Zelf ben ik wel eerder terughoudend om mij met Nick Cave te vergelijken. Ik ben zelf niet zo’n groot artiest. De gelijkenissen zijn dus maar matig...

In uw boek schrijft u over de artiesten in wiens werk u troost vindt: Gerard Reve, Leonard Cohen, Francis Bacon... Allen hebben ze eerder een zwartgallige kijk op het leven.

DDW: U hebt Michel Houellebecq nog niet vermeld – zwartgalliger kan men het niet bedenken. Hoewel Houellebecq bekend staat als een cynicus, een misogynist en een zwartgallige man, schrijft hij ongelofelijk mooi over de liefde. Zijn laatste boek, Vernietigen, las ik tijdens mijn chemosessies. De schoonheid zit niet alleen in het klassieke mooie plaatje, maar ook in de esthetisering van leed, verdriet en lastigheid. Dat zijn niet altijd voorspelbare suikerwaren, maar werken waarin ook de bitterheid wordt getoond. Neem nu de schilderijen van Francis Bacon. In zijn gewrongenheid van het vlees zit voor mij een soort schoonheid. Als ik in een museum ben en ik zie een Bacon, blijf ik daar een kwartier voor zitten.

Blijkbaar ben ik vaak geraakt door politiek incorrecte figuren: de filosofie van Heidegger, de romans van Céline... Een journalist heeft mij gezegd dat ik in bijzonder kwalijk gezelschap vertoef. Ik wil zelf een politiek correct persoon zijn, maar loop niet weg van mensen waarvan ik niet alle standpunten onderschrijf.

Zoals u zelf schrijft, is kunst onlosmakelijk verbonden met de donkere kant van het bestaan en de onvermijdelijke dood.

DDW: Dat is mijn basisstandpunt. De kunst is door de mens uitgevonden om te kunnen omgaan met de sterfelijkheid. De onbegrijpelijkheid van het bestaan heeft ervoor gezorgd dat we gingen dansen rond het graf en verhalen zijn gaan vertellen over de overledenen. Wat de meest doorwrochte filosofische teksten niet kunnen verwoorden, begonnen we af te beelden in de kunsten. De esthetisering van de onbegrijpelijke dood, is volgens mij de fundamentele functie van kunst. Toen de dood nabij was, heb ik lijfelijk ondervonden wat ik vroeger cognitief dacht. Zodra het kon, begon ik te lezen, ging ik naar tentoonstellingen en woonde ik concerten bij. Twee weken geleden ging ik in Parijs naar een opvoering van de etudes van György Ligeti. Hoewel zijn muziek geen suikerspinsels zijn, was het voor mij een namiddag van troost. Ik was er ook samen met mijn vrouw. Het samenzijn is altijd al belangrijk geweest, maar nu is het nog kostbaarder.

 

De kunst is door de mens uitgevonden om te kunnen omgaan met de sterfelijkheid.

 

Is kunst dan een soort religie?

DDW: Ik heb vroeger een aantal lezingen gegeven over kunst en religie. Overal ter wereld heeft de dood door religie betekenis gekregen. In onze cultuur, waar het religieuze naar de achtergrond is verschoven, neemt de kunst de plaats in van de institutionele religie. Ik begin mijn lezing altijd met een foto van de Sint-Laurentiusparochiekerk, waar tijdens de zondagsmis een twintigtal mensen van zekere leeftijd zit te bidden. Daarna toon ik een afbeelding van cultuurcentrum deSingel, waar duizend mensen luisteren naar een cantate van Bach. Een Bach-cantate – in wezen religieuze muziek – gaat zo diep naar de essentie van het existentiële dat het ook zonder kerk en zonder priester functioneel blijft. Zo hebben alle kunstvormen iets spiritueels.

Ik moet denken aan de Sint-Norbertuskerk aan de Dageraadplaats, waar enkele keren per jaar een Bach-cantate wordt uitgevoerd tijdens de eucharistieviering. Het enige moment waarop de kerk afgeladen vol zit.

DDW: De opvoeringen in de Norbertuskerk zijn mooie initiatieven, maar laten we onszelf niks wijsmaken: de kerken zitten niet meer vol. Ik vraag mij af hoe de barmhartigheid en de zorgzaamheid in seculiere tijden kunnen blijven bestaan, hoe de spirituele nood van de mens kan worden ingevuld en hoe de traditie verder kan gaan zonder dat het door een kerkelijk instituut gedragen wordt. Ik kom zelf ook uit een katholieke traditie, maar als wetenschapper, arts en psychiater heb ik nagedacht over hoe we de dood een plaats kunnen geven in de moderne wereld. Nu ik als ervaringsdeskundige de dood in de ogen heb gekeken, ben ik niet meteen naar de kerk gelopen om een kaars te branden. Ik heb poëzie gelezen, ik heb de films van Tarkovsky bekeken, ik ben naar tentoonstellingen gegaan. Dat heeft mij vervulling gegeven.

Daarjuist sprak u al even over de ander. In Vertroostingen verwijst u regelmatig naar de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Als voorbereiding op dit interview heb ik het een en ander opgezocht over zijn theorieën, maar dat bleek geen gemakkelijke materie te zijn.

DDW: Geen gemakkelijke materie is nogal eufemistisch uitgedrukt; Levinas is een ongelofelijk moeilijke filosoof. Ik zeg tegen iedereen om zijn boeken niet te lezen, want ze zijn onbegrijpelijk. Dan kan je beter De kunst is door de mens uitgevonden om te kunnen omgaan met de sterfelijkheid.het werk van Roger Burggraeve lezen, die daar begrijpelijk en toch complex genoeg over geschreven heeft. Ik heb het geluk dat ik die moeilijke filosofie deels begrijp, met behulp van enkele bevriende filosofen. Levinas zegt dat ik er ben dankzij en door de Ander. Ik ben er ook letterlijk door het bestaan van mijn ouders. Op biologisch vlak, maar ook omdat ik veel van deze mensen heb geleerd. Ik ben ook gevormd door mijn leermeesters, vrienden, leraren en patiënten. Tijdens mijn ziekte werd ik dan weer bijgestaan en begeleid door zorgkundigen, mijn familie en vrienden.

Fernando Pessoa zegt vaak: “Ik ben niets”, maar zijn vernietsing vertrekt eerder vanuit een nihilistisch standpunt. Volgens Levinas zijn we niets omdat we pas iets zijn door de ander. Op dit moment ben ik mens omdat u naar mij luistert. Mijn menselijkheid ontstaat door uw belangstelling. Bedankt daarvoor.

Dat is graag gedaan.

DDW: Dat Ander geeft ook troost. Wanneer je in een ziekenhuisbed ligt en uit narcose ontwaakt, ben je vlees dat opnieuw in de menselijkheid moet komen door de blik van de Andere en la caresse, de aanraking. De verpleegkundige die mij uit mijn delirium en angst haalde en zei dat het niets was, dat is ongelofelijk. Ik word daar nog steeds emotioneel van.

Tien jaar geleden verscheen uw boek Borderline Times, waarin u de doorgedreven individualisering van de westerse samenleving bespreekt. Is er sindsdien veel veranderd?

DDW: U nodigt mij uit om onbescheiden te zijn. Ik sta inderdaad nog steeds achter dat boek. We hebben enkele maanden geleden het tienjarig bestaan van Borderline Times gevierd met een symposium. De voorbeelden die ik geef in het boek zijn niet altijd even actueel, maar mijn cultuurkritiek staat nog steeds overeind.

In dwars verscheen er vorig semester een artikel over studentenpsychologen. Omdat de vraag naar ondersteuning steeds groter wordt, zijn de sessies ingekort om wachtrijen te voorkomen.

DDW: U geeft nu het voorbeeld van de studentenpsycholoog, maar wat ik nog veel belangrijker vind, zijn initiatieven waarbij studenten zelf met elkaar praten. Het mag niet bij psychologische zorg blijven, er moet ook voor elkaar gezorgd worden zonder diagnose. In de individueel gerichte tijden waarin we leven is dit belangrijk voor de maatschappelijke evolutie. Een goed persoon heeft besef van zijn eigen grenzen, maar schenkt ook aandacht aan verbinding en zorgzaamheid. Dat tweede aspect lijkt soms in verdrukking te zijn.

Ondanks uw cultuurkritiek drukte u onlangs in het radioprogramma Touché vertrouwen in de jeugd uit.

DDW: Natuurlijk, ik ben triest dat mijn cultuurkritiek door sommigen gezien wordt als een apocalyptisch denken. Mijn stelling is een wake-upcall die aan de boom schudt, maar de boom niet omhakt. Tot mijn groot genoegen bereik ik ook een jonge generatie twintigers en dertigers die nadenken over hoe ze zorgzaam moeten bestaan. Ze engageren zich, zoeken een weg om het professionele leven minder druk en consumptiegericht te maken, zijn ecologisch bewust... Hoewel ik niet negatief ben ingesteld, ben ik ook niet berustend. De aanwezigheid van de jeugd betekent niet dat alles nu in orde komt. Ik blijf aan de boom schudden, dat is mijn taak als psychiater. Elke dag zie ik de collatoral damage van de consumptiemaatschappij. Mensen die uitvallen zijn geen randverschijnsel.



hoog tijd om de creatieve hoogtepunten te vieren

18/04/2023
150 dwars (© Amber Peeters | dwars)

Hoera, dwars is aan haar 150ste editie toe! In die 150 edities is er ontzettend veel creativiteit uit pennen, penselen, cameralenzen en potloden gevloeid. We blikken hier terug op al die artistieke hoogstandjes: welk dwarsig product is ons nu écht bijgebleven? Een handjevol getuigenissen van onze redactieleden lees je hieronder.

Lucas

cobra’s in zwart gras – Dominique Geschiere

Hét bewijs dat de lat bij het meest gewaardeerde studentenblad van Antwerpen hoog mag liggen. Een schijnbaar eenvoudige vertelling over een uitstapje naar de buitencampus, ware het niet dat Dominique er een stilistisch kunststukje van heeft gemaakt. Het artikel legt de werken van Pierre Alechinsky op Campus Middelheim goed uit: de chaos van de avant-gardistische kunstbeweging Cobra komt naar voren in elk woord. Overigens het eerste artikel waar ik ooit eindredactie op uitvoerde. Als liefhebber van uitgesponnen volzinnen, was ik meteen in mijn nopjes. De Dominiqueaanse woordspeling in de titel vormt de kers op de taart.

Lena

judgy meeuw – Edith Coen

Als vormgever spendeer je lange uren op het dwarslokaal, maar telkens wanneer hij verschijnt, lijken die uren voorbij te vliegen alsof het luttele minuten zijn. Hij ziet alles. Hij heeft overal een mening over. Hij is degene naar wie ik kijk wanneer er iets absurds gebeurt, want hij is degene die me in een oogopslag begrijpt. Zijn naam ken ik niet, maar zijn blik ken ik maar al te goed. De judgy meeuw verscheen voor het eerst in dwars 146. Op pagina 14 van die dwarseditie komt hij goed tot zijn recht: naast de gemoedelijke blik van Fred Brouwers voel je zijn veroordeling pas écht.

Oscar

gedachtevleugels – Oscar Terryn

De prominente plaats van poëzie in dwars trok me aan toen ik bij dwars begon. Ik ben dan ook al jarenlang veel bezig met poëzie. Mijn gevoelens schrijf ik zo van me af, maar ook de poëzie van anderen kan me sterk raken. In dwars zijn er verschillende dichtstijlen gepasseerd, waardoor die poëziepagina de facto een creatieve vrijplaats is. Die eerste keer dat ik een gedicht mocht publiceren, is me dan ook bijgebleven. Op gedachtevleugels ben ik nog altijd trots: mijn eigen woorden zien blinken op het glossy papier van een dwars is toch wel bijzonder.

Amber

de cover van dwars 119 – Alex Noels

Het beeld dat mij het meest bijgebleven is, is de cover van dwars119. De foto werd naar aanleiding van een artikel over de geloofsbeleving van studenten gemaakt: hoe ervaren zij religie? De foto is prachtig, met een sterk contrast tussen licht en donker. Ik ben een groot fan van zulke contrasten; hier werkt het thematisch ook goed. Die ene diagonaal van licht trekt het oog onmiddellijk. Wat de foto zo verfijnd maakt, is het idee erachter alleen al: zingeving is zo’n abstract thema, maar de foto duidt meteen waarover het gaat.

Pebbles

ik ben nodig! – Margaux Albertijn

Ik studeerde net een maand aan onze universiteit toen ik een dwars 139 in mijn handen geduwd kreeg. Een maand waarin ik elke vrije seconde opvulde: vrienden zou ik niet maken als ik niet binnen de dertig seconden op hun berichten antwoordde en mijn vakken halen zonder elke les uitvoerig voor te bereiden, daar was geen sprake van. Ik besloot enkele waardevolle minuten aan het openslaan van het magazine te besteden. Het eerste artikel? Het editoriaal van Margaux getiteld ‘ik ben nodig!’. Blijkbaar komt een boodschap pas echt bij mij binnen als ze verwoord wordt in mooie zinnen, want opeens snapte ik het belang van rustmomenten. “De enige persoon die me na tien uur ‘s avonds nog nodig heeft, ben ikzelf”, die zin kwam binnen. Wanneer ik echt overwerkt ben, herlees ik het editoriaal soms nog.

Margaux

kunnen daklozen het dak op? – Maxene Willems en Selena De Waard

Het was een los idee op een redactievergadering, ontstaan uit de mijmering dat niemand van de aanwezigen eigenlijk wist hoe het is om dakloos te zijn, hoewel we de daklozen in de studentenbuurt wel dagelijks zagen. Grapjes over hen konden gemaakt worden – “haha, die ene zot daar” – maar hun naam kenden we dan weer niet. De oplossing bleek vrij simpel: laten we die mensen eens spreken. Het resultaat werd een uitgepuurd artikel, geschreven door Maxene Willems en Selena De Waard. Op een bepaalde manier heeft de eenvoud van het idee mijn visie op artikelen schrijven ook veranderd. Als je iemands perspectief niet hoort, is het tijd om dat perspectief op tafel te leggen – en niet om gewoon te mijmeren over het feit dat je die stemmen nooit hoort.

Emma

Tresor, een muzikale schatkist – Lucas Van Looveren

Mijn favoriete dwarsartikel is Tresor, een muzikale schatkist door Lucas Van Looveren. Ik lees sowieso graag close-up’s. Het is altijd interessant om over culturele producten te lezen, zeker wanneer je kan meegenieten van het enthousiasme van de auteur. Daarom vind ik deze close-up van Lucas zo goed. Hij is laaiend enthousiast over het album van Gwenno. Ik citeer: “De alternatieve instrumentatie en de onberekenbare songstructuur zorgen voor een spanningsboog van 43 minuten en 5 seconden, die desondanks aangenaam in het gehoor ligt. Doorheen dat alles springt Gwenno spaarzaam om met haar zoetgevooisde engelenstem.” Zulk enthousiasme kan bijna alleen maar aanstekelijk werken. Het zorgde er alleszins voor dat ik sindsdien een enorme Gwennofan ben geworden. Ik geniet nog steeds van die plaat, misschien zelfs nog meer dan Lucas. Daarnaast vond ik de Spotifycode onderaan een waardevolle toevoeging, dat maakt het veel makkelijker voor de lezers om het album daadwerkelijk te ontdekken. Keep ‘em coming!

 



het laatste woord

18/04/2023
Egocentrist (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie vieren we de egocentrist.

Happy birthday to you, happy birthday to you, ...” galmt er door het vergaderlokaal. Vol trots en met een glimmende kroon op mijn hoofd snijd ik de taart aan. De lekkere taart maakt de lelijke grap van de redactie om ballonnen die ‘150’ vormen op te blazen toch wat zoeter. In de verte hoor ik iemand mompelen dat die allergisch is aan chocolade, maar ach, ik ben wél fan. Als studente Taal- en letterkunde is wiskunde nooit mijn sterkste vak geweest, maar ik doe mijn best om mooie gelijke stukken te creëren. Weet je, ik ben nog steeds de jarige, dus ik verdien toch het grootste. De chocoladevegen die mijn mond voor de rest van de dag zullen bedekken, draag ik met trots. Ik ben de chocoladetaartkoningin, baby.

Happy birthday dear dwars, happy birthday to you.” Oh, juist. April is niet alleen mijn verjaardagsmaand. De publicatie van dwars 150 betekent ook feest voor dwars. Ik moet mijn maand al langer delen met de paashaas die zo nodig eitjes wil verstoppen, moet daar nu nog een feest bijkomen? De aandacht delen, is duidelijk de aandacht verliezen. Waarom kan dwars haar verjaardag niet verplaatsen naar een andere maand?

Plots daagt het me waarom ik al de hele dag kijk op de heliumballonnen die ‘150’ vormen. Ik haal snel de 1 naar beneden en met de 5 draai ik een paar rondjes tot die lijkt op een 2. Nog steeds kauwend op mijn chocoladetaart, swing ik er op los. Ik trek alle dwarsers een voor een van hun stoel en voor we het goed en wel beseffen is er een heus dansfestijn gaande, uiteraard op mijn afspeellijst. Gepikeerd door de complimenten die anderen krijgen, palm ik het midden van de ruimte in. Hebben mensen mijn danspassen al weleens gezien?

Ik tik luid en duidelijk op mijn glas en bedank iedereen om aanwezig te zijn op mijn verjaardagsfeestje. Om het feestje te eindigen, doe ik een kort woordje uitleg over het woord dat iedereen me verwijt te zijn: “Egocentrisch is gevormd naar het model van het Franse égocentrique uit het Latijnse ego (ik) en een afleiding van het zelfstandig naamwoord centrum. Egocentrist is daar het substantief van.” Uiteraard begrijp enkel ik dat, maar ik heb toch geprobeerd om het uit te leggen. Mijn verjaardag kapen? Niet met deze egocentrist!



poëzie

18/04/2023
Poëzie Milan (© Alice Ristori | dwars)
🖋: 

– Welk type vulkaan heeft felsische, visceuze lava?

Goh, ik weet het niet, mevrouw.

 

Misschien het soort vulkaan dat lijkt op het kloppende reliëf

die mijn walzakken maken

onder mijn ingezonken oogkassen

veroorzaakt door de drainage aan vitaliteit

die uw zandstenen van me vragen.

 

Ik vraag me eerder af of uw hogedrukgebieden zich realiseren

welke vlagen ze op mijn psychische fitheid spuwen

in plaats van mijn attentie telkens te wervelen

richting de oh zo korte rok van Julie op de bank naast mij

omdat we bij het minste lentebriesje haar supernova zouden spotten

terwijl ze de heuvels op haar polsen bedekt met die ecofriendly blouse.

 

Beseft dat magma van u

Spuwend als drama

hoe het mijn handen doet beven

bij elke gebuisde test

die u als een tornado op me doet afstormen,

verdrinkend in het systeem

dat u mee instant houdt

ondanks het mijn geografische depressie blijft aanhitsen?

 

– Excuseer?

Een stratovulkaan, mevrouw.



kotgeheimen

18/04/2023
Kotgeheimen (© Remco Terryn | dwars)
🖋: 
Auteur

In de buurt van de Ossenmarkt schuilt een parel van een kotgebouw met een immens kunstwerk op de zijwand, het kot van Fien. Wanneer ze me verwelkomt op haar kot, lijkt het een doodnormaal kotgebouw. Toch kwam ik na ons gesprek lichtelijk gechoqueerd buiten. Laat je dus niet vangen wanneer je op zoek bent naar een rustig kot zonder dramatische sferen. Achter elke kotgevel schuilen schandalige verhalen en sappige geheimen.

Om juridische redenen is identificeerbare informatie weggehaald.

Fien woont samen met acht andere kotgenoten. Ze delen een veel te kleine keuken en badkamer met negen personen, niet veel ruimte voor onderhuidse spanningen dus. Toch vertelt Fien me dat drie van haar kotgenoten erin slaagden om er al in hun eerste kotjaar een boeltje van te maken. Een van haar kotgenoten, Milan, besloot een intieme relatie aan te gaan met een andere kotgenoot. Rookie mistake, vindt Fien, maar geen doodzonde op zich.

Seks met kotgenoten is geen schandaal, het is een welbekend fenomeen onder studenten. Wanneer Fien me het volgende vertelde, schrok ik toch even. Kotgenoot Milan had kennelijk niet genoeg aan één bedpartner in zijn kotgebouw. Milan zocht en vond dus nog een andere kotgenoot die met hem in bed wou duiken. Zo had Milan een tijdje afwisselend seks met de dames in kwestie. Fien vertelde me zelfs dat Milan er niet voor terugdeinsde om twee kamers te bezoeken op één avond. De situatie heeft menige weken geduurd voor de twee bedpartners van Milan erachter kwamen. Toen de dames elkaar hun geheimen toevertrouwden op een zatte kotavond, beseften ze dat ze zonder elkaars medeweten al weken seks hadden met Milan. Hoewel de dames er eerst niet mee konden lachen, besloten ze om toch verder te gaan met de regeling. Ondertussen zijn de andere kotgenoten ook al op de hoogte van de ingewikkelde situatie.

Fien geeft toe dat haar eigen kotleven ook niet altijd erg rustig verloopt. Zo houdt ze ervan om luide technomuziek af te spelen. Dat kan soms ook ‘s nachts gebeuren. Wanneer ze dan boze berichten krijgt van haar kotgenoten, heeft ze dat vaak niet door. Ze geeft toe dat dat misschien kan komen door genuttigde consumpties of giftige paddenstoelen. Wanneer ze de volgende dag weer tot haar zinnen komt, rookt ze al eens graag een sigaretje uit het raam. Ook iets wat sommige kotgenoten niet kunnen waarderen. Dat kan Fien weinig schelen: “Dan moet je maar niet naar boven kijken”, adviseert ze.

Als laatste vertelt ze me nog een gouden tip voor kotstudenten die ook wel eens boze berichten van hun kotgenoten krijgen ten gevolge van nachtlawaai. “Een antwoord dat ik vaak gebruik is: de nacht is een relatief concept.” Zie het als een goede slagzin om te onthouden voor je volgende nachtelijke escapade.