klimaatbeleid UAntwerpen doorgelicht

16/05/2023
Klimaatbeleid (© Lena Vercammen | dwars)
🖋: 

In 2019 stelde het Climate Team voor UAntwerpen een klimaatactieplan op. Het Climate Team is een bottom-up gegroeide groep van mensen verbonden aan UAntwerpen die zich vrijetijdshalve ontfermen over de klimaatkoers van onze universiteit. Vier jaar later is er een geactualiseerde versie. dwars keek dit klimaatactieplan in dat inmiddels door de raad van bestuur van UAntwerpen is goedgekeurd en zet de belangrijkste zaken op een rijtje.

Wie dagelijks door de universiteitsgebouwen struint, staat er niet bij stil dat de universiteit best wat CO2 de atmosfeer injaagt. Logischerwijs wil de universiteit haar klimaatimpact beperken. Op de website luiden de intenties zo: “Universiteit Antwerpen gaat vol voor klimaatneutraliteit in 2030 en wil in 2050 volledig fossielvrij zijn.” Een klimaatneutrale universiteit houdt in dat de universiteit niet meer broeikasgassen in de atmosfeer pompt dan dat ze eruit haalt. Een fossielvrije universiteit is een universiteit die draait op energiebronnen die niet olie, steenkool of gas heten. Het klimaatactieplan laat zien dat er nog een diepe kloof gaapt tussen werkelijkheid en wens. 

cijfermateriaal

In 2019 werd er voor het jaar 2018 een nulmeting gehouden. Bij zo’n nulmeting worden de verschillende uitstootbronnen in kaart gebracht. Zo blijken – niet geheel verrassend – transport en energie, samen goed voor 83% van de uitstoot aan onze universiteit, de grote energievreters te zijn. In 2018 bedroeg de totale CO2-uitstoot van UAntwerpen 41.882 ton. Concreet komt dat neer op de jaarlijkse koolstofvoetafdruk van 2.100 personen ofte 160 miljoen kilometer met de wagen rijden.

Het spreekt voor zich dat tussentijdse rapportage essentieel is om het klimaatbeleid te evalueren. In maart 2023 verscheen voor het eerst sinds de nulmeting een rapport dat de voetafdruk van de universiteit berekent, met name voor het jaar 2021, over de twee belangrijkste uitstootbronnen: transport en energie. Een bijzonder sterke CO2-daling situeert zich op vlak van elektriciteit. UAntwerpen heeft in de meetperiode grijze stroom ingewisseld voor lokaal geproduceerde groene stroom. Kanttekening hierbij is dat dit een winst is die maar eenmaal te boeken valt. Een essentiële stap is nu om zelf groene stroom te produceren en blijvend in te zetten op een daling van het elektriciteitsverbruik. Zo dalen niet alleen de energiekosten, maar creëert de universiteit ook bijkomende groene capaciteit en kan de energie van windmolens die nu elektriciteit aan UAntwerpen leveren elders worden gebruikt. Vereist is nu om deze oefening jaar na jaar te maken om een getrouw beeld van de evolutie te krijgen en zo uitschieters door omstandigheden, al dan niet van epidemiologische aard, uit te vegen.

transport en infrastructuur

Wat betreft transport heeft het coronavirus het op afstand vergaderen versneld ingeburgerd. Een maatregel die de krantenkolommen bereikte is dat UAntwerpen haar personeel verbiedt het vliegtuig te nemen wanneer een treinreis minder dan 8 uur bedraagt. De grote CO2-slokop zijn evenwel de intercontinentale vluchten en uit de CO2-rapportage zal de komende jaren moeten blijken in hoeverre de uitstootdaling hier louter te wijten valt aan de coronajaren. UAntwerpen kan daarnaast weinig doen aan de achterstand die de stad op fietsvlak heeft in te halen, maar kan de eigen ruimte wel zo geschikt mogelijk inrichten. Voldoende fietsenstallingen die ook voldoende groot zijn, die dag en nacht toegankelijk zijn en slechts met een studenten- of personeelskaart van UAntwerpen vallen te openen, doen veel fietsershartjes van opwinding sneller slaan.

De olifant in de kamer is zonder meer het financiële plaatje. Tegenover een fossielvrij UAntwerpen in 2050 staat een investering van een slordige 280 à 320 miljoen euro. Met het huidige budget en het huidige patrimonium is een fossielvrije universiteit fictie. De duurzame renovatie van energieslurpende gebouwen neemt een flinke hap uit dat budget. Geen gemakkelijke boodschap voor een universiteit die wil groeien. Groeien zonder uit te breiden is geen idee waar de geesten zich automatisch rijp voor achten. Nochtans is het een onvermijdelijke oefening die beter vandaag dan morgen wordt gemaakt: hoe de infrastructuur naast energiezuinig maken ook efficiënt in gebruik nemen? De plannen om gebouwen B en C op Campus Drie Eiken af te breken ten voordele van een klimaatneutraal gebouw lijken een stap in deze richting. Uit de informatie opgevraagd bij de universiteit blijkt dat gebouw B niet geschikt is voor renovatie.

De budgetten om gebouwen B en C te renoveren worden daarom aangewend voor een klimaatneutrale nieuwbouw die bovendien uit 30% minder vloeroppervlakte zal bestaan dan gebouwen B en C tezamen. De kleinere oppervlakte is energie-efficiënter, maar is ook ingegeven uit financiële noodzaak. In een latere fase worden gebouwen A en D vervangen door een nieuwbouw. Dat betekent dat wanneer de nieuwbouw er is, gebouwen A, B, C en D worden afgebroken. Al is dat laatste zeker niet voor morgen, benadrukt de universiteit nog. In dat opzicht is het belangrijk aan te stippen dat de universiteit heel wat gebouwen bezit, wat betekent dat er heel wat daken vallen te vullen met zonnepanelen. Toch is er op dat vlak een inhaalslag te maken. Gevraagd naar een reactie kregen we van de universiteit een overzicht van de daken waarop zonnepanelen liggen of komen te liggen, maar cijfers die weergeven hoeveel procent van de daken of van de potentieel geschikte daken bezet zijn met zonnepanelen zijn er niet. Nochtans is dat een waardevolle parameter met het oog op het zelf opwekken van je elektriciteit.

voorbeeld stellen

Het klimaatactieplan geeft aan dat het niet alleen om de harde cijfers gaat, maar dat de universiteit ook een voorbeeldrol heeft en mentaliteitswijzigingen kan aanwakkeren bij studenten en personeel. Zo kunnen de eetpatronen op de universiteit ook de eetpatronen thuis worden. Een ander punt dat het klimaatactieplan nadrukkelijk vermeldt, is het belang van verstandig omspringen met grondstoffen, de levensduur van producten verlengen en de reductie van afval. Circulair denken is ook niet zonder belang in termen van CO2-uitstoot: de site van UAntwerpen zegt dat de totale omvang van het potentieel voor een meer circulaire aanpak aan UAntwerpen ongeveer 16% van de totale uitstoot bedraagt. Aankopen aan de universiteit vinden momenteel plaats op een gedecentraliseerde manier. Dat wil zeggen dat niet één orgaan zicht heeft op alle aankopen, wat het moeilijk maakt om aankoopbeslissingen te sturen en een langetermijnstrategie te ontwikkelen.

Een voorbeeld kan UAntwerpen ook stellen op het vlak van financiën en onderzoek. Eerder kwam in dwars 149 al aan bod hoe de commissie ethisch beleggen, een van de werkgroepen die aan onze universiteit werken rond klimaat, geen inzage krijgt in de beleggingen die ze moet evalueren. In dwars 150 werd zichtbaar hoe ExxonMobil onderzoek aan UAntwerpen financiert.

Het is duidelijk dat het laaghangend fruit stilaan is geplukt. Behalve noodzakelijk vanuit klimaatoogpunt zijn deze maatregelen ook kostenbesparend. Hoeveel budget had UAntwerpen tijdens de energiecrisis minder moeten uitgeven aan energiekosten met beter geïsoleerde gebouwen in een situatie van optimale bezetting van zonnepanelen op de daken? Zonder de nu ontbrekende langetermijnstrategie en budgetten is een klimaatneutrale en fossielvrije universiteit meer een pr-operatie dan een reëel vooruitzicht

 



in gesprek met de Antwerpse Studentenharmonie

11/05/2023
Antwerpse Studentenharmonie (© ASH | dwars)
🖋: 

De Antwerpse Studentenharmonie (ASH) bestaat al tien muzikale jaren en dat viert ASH uitgebreid met een heus feestconcert op 18 mei. dwars sprak met voorzitter Floor Vandevelde (22) en met secretaris Savannah Petrieux (20) over het jubileum, het concert en de toekomstplannen van ASH. 

Volgens Savannah wordt het feestconcert vooral een herinneringenconcert. Zo spelen oud-leden van ASH mee en zullen twee oud-dirigenten aanwezig zijn om een aantal stukken te dirigeren. “Je kan het een trip down memory lane noemen”, zegt ze. Floor knikt. “We zullen tussen de muziekstukken door herinneringen ophalen aan de hand van foto’s en anekdotes. Tien jaar is een belangrijke mijlpaal, hè? Daarom hebben we er ook voor gekozen om dit concert te houden in een feestelijkere zaal dan in een aula, namelijk in het Zuiderpershuis.” Savannah vult aan: “We willen zeker ook vieren waar we nu staan, in vergelijking met waar we zijn begonnen.” Toen de harmonie begon, speelden ze namelijk concerten met zeven, terwijl er aan dit feestconcert ongeveer 45 muzikanten meedoet, waaronder één vierde oud-leden. 

De herinneringen zullen voornamelijk samenhangen met het sociale aspect van de harmonie. “Er zijn veel vriendschappen ontstaan binnen de harmonie”, vertelt Floor. “Alle concerten, hun afterparty’s, de repetitieweekends, de avonden op café, … We willen stilstaan bij al die fijne momenten. Ook veel anciens komen terug, zij hebben echt wel wat te vertellen.” Savannah vertelt: “Als ik een woord met ASH moest associëren, zou het ‘solidair’ zijn. Veel oud-leden komen ons nog ondersteunen, maar de huidige leden zijn ook steeds gemotiveerd om een handje te helpen.” Dat was onder andere zichtbaar op de quiz die ASH dit academiejaar  organiseerde. “Veel leden kwamen geheel vrijwillig langs om te helpen. Mijn hartje was vol die avond”, zegt Floor. “ASH is uiteindelijk een vriendengroep geworden die samen muziek maakt, niet andersom. Ik hoop dat het laagdrempelige en  speelse blijft, zo heeft niemand schrik om iets nieuws te proberen.” 

Ook muzikale herinneringen zullen opgehaald worden. Savannah: “We vinden het ook belangrijk om muzikaal te groeien. We besteden er aandacht aan zodat het voor iedereen uitdagend kan zijn. Zo hebben we verschillende stemmen: eerste, tweede, derde, zodat iedereen iets kan vinden dat bij hun muzikale niveau past. Als een specifiek stuk te moeilijk blijkt, zoeken we naar oplossingen, zoals een stuk licht herschrijven, ontdubbelen, van stem veranderen... Het moet fijn zijn voor iedereen.” Floor knikt: “Je moet altijd je muzikale grenzen durven verleggen.” Savannah vult aan: “Onze dirigenten hebben daar steeds een goede balans in kunnen vinden. Het niveauverschil tussen muzikanten kan  weleens groot zijn en onze dirigenten hebben daar steeds goed in kunnen navigeren. Ons muzikaal repertoire is ook breed: op StuDay spelen we pophits in een ASH-jasje, maar we wagen ons zeker ook aan het zwaardere harmoniewerk.” 

Welke plannen heeft ASH nog voor de toekomst? Floor vertelt: “Vanaf volgend jaar repeteren we met een nieuwe dirigent, dat is wel spannend. Een nieuwe dirigent geeft natuurlijk een frisse wind doorheen de harmonie. Daarnaast willen we naar volgend jaar toe uitbreiden. We hopen dat er veel nieuwe studenten bijkomen.” Savannah knikt. “Ik wil graag een groot publiek bereiken, zowel qua concertgangers als qua leden.” Floor: “Voor mij persoonlijk is een gevestigde waarde worden binnen de Antwerpse cultuur een toekomstdoel. Oh, en een concert spelen in een bijzondere zaal, zoals DeSingel of de Koningin Elisabethzaal.” 

 

Kriebelt het bij jou om de sfeer op te snuiven bij de Antwerpse Studentenharmonie? Het ASH FEEST!-concert gaat door op 18 mei in het Zuiderpershuis. Tickets kan je via deze link kopen. 



een objectieve beoordeling

18/04/2023
Stoelendingen (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Studentenverenigingen zijn niet zo bepalend voor je studententijd als ze willen doen uitschijnen – anders zou die 80% van de studenten wel iets vaker naar een cantus gaan. Een uitzonderlijk slechte prof doet het ook niet per se, dat is gewoon voer voor geroddel. Weet je wat wél het grote verschil maakt voor je leven als student? De stoelen in de aula’s waar je wekelijks naartoe trekt.

Het is simpel. Rugklachten kunnen voorkomen worden door een degelijke stoel. Je zithouding tijdens je studententijd bepaalt je kwaaltjes vanaf een jaar of dertig. Je kan beter opletten als je niet steeds afgeleid raakt door gekraak, gepiep, gemor, gekerm of geknars. Een tafel die voldoende groot is, leidt tot betere notities. Heb je nog meer bewijs nodig? De aulastoelen zijn dé bepalende factor van je studentenleven.

S.R.002

Hoeveel uren van mijn leven heb ik wel niet in deze aula gespendeerd? Het duplicaat van S.R.001 heeft me wellicht op mijn slechtste momenten gezien, maar altijd verwelkomd. Al lag dat hartelijke welkom meer aan de algemene sfeer van solidariteit tussen alle rijen dan aan de stoelen zelf. Waar de bekleding uitnodigt tot een zeker genestel en waar mijn zithouding me niet rechtstreeks naar de spoed verwijst, merk ik dat wie langer dan ikzelf is, hun benen vrijwel overal behalve onder de tafel kwijt kan (na een sterk staaltje onderzoeksjournalistiek heeft een anonieme bron van boven de 200 cm de vermoedens bevestigd, n.v.d.r.). Mijn gevoel voor solidariteit dwingt me om S.R.002 af te keuren.

S.KS.203

Wanneer ik de aula binnenstap, waan ik me een lid van een of andere hoge raad. In een halve cirkel staan bureaustoeltjes aan lange witte tafels. Met enig gevoel voor narcisme zet ik me in het midden. Waar is die microfoon? Ik heb iets te zeggen! De stoelen zelf zijn vrij comfortabel, maar de zithouding die de kromming van de leuning afdwingt, had beter gekund. Een groter probleem: zelfs voor mij (156 centimeter, n.v.d.r.) staat het tafel-stoelgeheel laag. De hoeveelheid keren dat ik me wil verzetten en mijn knie ergens tegen stoot, is beschamend. Ik eis stante pede meer begrip voor studenten die niet kunnen stilzitten. Wij hebben ook rechten.

S. M.001

Het is een gecontesteerde aula. Bij het schrijven alleen al voel ik de behoefte om me te verplaatsen naar een bunker, uit angst voor de S.M.001-fanatici van de wereld. Die fanatici zijn, voor alle duidelijkheid, zowel laaiend enthousiast als witheet van woede. In theorie is het systeem ingenieus: de stoelen zijn bevestigd aan de tafels, waardoor het waarschijnlijk de enige aula is waarbij je elkaar relatief eenvoudig kan passeren. Mijn recht op vrije meningsuiting lonkt echter: die stoelen zijn te hard voor mijn frêle achterwerk. Het is handig, ja, maar ik ben te onhandig om uit die stoelen te komen zonder accidenten en ik heb niet genoeg vlees aan mijn botten om me niet enigszins beurs te voelen na drie uur in S.M.001. Sorry.

G.T.103

Dit reuzenlokaal behelst een gelijkaardig systeem als S.M.001: de stoelen zijn via een beweegbare balk aan de tafels bevestigd, waardoor passeren eenvoudig is en over het geheel vallen nog eenvoudiger. Een groot voordeel aan G.T.103, in vergelijking met S.M.001, is dat je een pak meer plaats voor je benen hebt. Zou de architect ervan uitgaan dat de gemiddelde ingenieurwetenschapper langere benen heeft dan de gemiddelde sociale wetenschapper? Voer voor een doctoraat. De immense aula zorgt ervoor dat het iets esthetischer wordt dan in S.M.001, maar het kan goed zijn dat ik me simpelweg geïntimideerd voel.

G.U.S.026

Ik dwaal door de gangen en beland hier. De stoelen doen me denken aan mijn middelbare school: vooroorlogse muren en stoelen, en tafels die niet veel later gekocht kunnen zijn geweest. De losse stoelen voeren me terug naar herinneringen aan aftandse wachtkamers, maar goed, de waarheid heeft ook haar rechten: er bestaan ergere stoelen op Universiteit Antwerpen. De stoelen zijn zodanig middelmatig dat het moeilijk wordt om meer te zeggen. Voldoende beenruimte, zeker. Een degelijk tafelblad, absoluut. Ik zit liever elders, maar neem het niet persoonlijk. Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij.

D.O.01

Het O-gebouw is sowieso een geval apart. Alle trappen, deuren en gangen leiden me naar dezelfde paar aula’s en tegelijkertijd vind ik de aula waar ik moet zijn zelden op tijd. Neem nu D.O.01: het kost me meer tijd dan zou moeten om hier te raken. Ik heb ook nog andere problemen met de aula: het tafelblad is veel te klein om op grote voet te studeren of te noteren met enige zwier. En dan heb je de stoelen nog! Zit iemand zodanig kaarsrecht als de stoelen van je vragen? Ik voel me haast niet waardig om aanwezig te zijn. Met een zithouding die in de buurt komt van de welvingen van een meetlat lukt opletten me niet bepaald. Ik hoop maar dat mijn lessen hier niet al te vaak doorgaan.

D. R .107

Wanneer ik de aula binnenfladder, ga ik ervanuit dat ik maar gauw wegwezen moet. De hartvormige, beklede stoelen zien er nu niet meteen comfortabel uit. Maar wat blijkt? Mijn zitvlak vlijt neer op een zwartkleurig wolkje. Ik zie geen goede reden voor de vorm van de stoelen, maar eenmaal geïnstalleerd stoort het niet. De stoelen staan aan lange tafels, waardoor je een ruim tafelblad hebt, mits je je buur niet al te veel vrijheid laat. Het voornaamste nadeel aan deze aula is de hoogte van de tafels: je kan net zo goed in kleermakerszit gaan zitten als je ergens je benen kwijt wil.

D.Q.01

De rechtlijnigheid van het Q-gebouw kan me wel bekoren, evenals de minimalistische maxi-aula die D.Q.01 in wezen is. Het tafelblad is groter dan in de meeste van dit soort grote aula’s, waardoor mijn groter dan gemiddelde laptop er voor de verandering wél op past. De stoelen zijn ditmaal dan weer relatief hoog, waardoor ik rechter moet zitten dan ik zou willen. Ze zijn relatief comfortabel, maar niet in die mate dat ik kan wegdromen. Waarschijnlijk de bedoeling van een snode architect die in het belang van onderwijs geloofde. Yikes.



Dirk de Wachter over troost

18/04/2023
Dirk De Wachter
🖋: 

Dirk De Wachter, de psychiater die zijn volk leerde omgaan met het lijden, onderging door een kankerdiagnose zelf een annus horribilis. In zijn laatste worp, Vertroostingen, schrijft hij openhartig over zijn ziekte. Een boek over het belang van menselijke verbondenheid en de helende kracht van kunst en cultuur.

Parijs, daar waren we.

De aanvang van het eerste hoofdstuk spreekt al meteen tot de verbeelding. De eerste regels van Vertroostingen lezen als een verslag van een schijnbaar zorgeloze uitstap naar Centre Pompidou. Tot plots de sfeer omslaat op het einde van de tweede pagina. De Wachter beschrijft hoe hij overvallen werd door helse buikkrampen. Wat volgt zijn onderzoeken, een diagnose en een behandeling. Anderhalf jaar later spreek ik met De Wachter over het boek waarin hij reflecteert over zijn ziekte. “Ik voel mij nog altijd niet optimaal”, bekent hij. “Ik had gehoopt dat alles terug normaal zou zijn, maar ik ondervind nog steeds last. Ik hoop dat ik nog lang bijwerkingen kan hebben, want dat betekent dat ik nog lang kan leven.”

Hoe bent u op het idee gekomen om Vertroostingen te schrijven?

DDW: Ik was eerst enigszins terughoudend, maar door allerlei omstandigheden kwam er toch een journalist van De Tijd op mijn pad. Het interview dat ik toen gegeven heb, is door andere kranten overgenomen. Toen ik reacties kreeg van mensen die ik niet ken, bedacht ik dat mijn spreken betekenis kon hebben. In samenspraak met mijn uitgever heb ik mij dan laten verleiden om een boek te schrijven.

Was het moeilijk voor u om over zo’n zware periode te schrijven?

DDW: In het begin lukte het niet meer om te schrijven, maar dat is weer teruggekomen. Ik functioneer wel niet meer zoals vroeger. Nu geef ik niet meer elke avond ergens ter lande een lezing. Door mijn ziekte werd ik terug tot de normaliteit gebracht. Ik ga soms al om elf uur naar bed, terwijl ik vroeger altijd om één of twee uur ging slapen. Mijn vrouw, die huisarts is, zegt dat ik straks nog normaal wordt. Volgens haar zijn er zelfs mensen die om tien uur gaan slapen. Slapen om tien uur, hoe kan dat nu? (lacht)

Vond u troost in het neerschrijven van uw verhaal?

DDW: In het schrijven an sich vond ik geen troost, maar wel in de reacties. Het klinkt paradoxaal, maar ik word getroost door het feit dat ik andere mensen kan steunen. Dat is ook de missie van mijn beroep.

Mensen zoeken de laatste jaren steeds vaker troost in verhalen van anderen.

DDW: Dat is ook een evolutie in de literatuur. Persoonlijke verhalen of verhalen die zo geframed worden, hebben succes en verkopen goed – denk aan het werk van Knausgard. Ook Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans, dat in het kader stond van eigen belevingen, spreekt het publiek nog steeds aan. Als psychiater schrijf ik over mijn eigen bevindingen. Vertroostingen is een kruising tussen non-fictie en een autobiografie. Wat mij vooral treft, zijn de reacties via mail en post van mensen die zich herkennen in mijn verhaal.

Ik moet denken aan Nick Cave, die openlijk spreekt over het verlies zijn twee zonen.

DDW: Dat is zo – met zijn tournee en zijn Red Hand Files spreekt hij overal ter wereld mensen aan. Door het feit dat hij een bijzonder goede muzikant is, maar ook omdat zijn leed en verdriet iets lijken te appelleren. Zelf ben ik wel eerder terughoudend om mij met Nick Cave te vergelijken. Ik ben zelf niet zo’n groot artiest. De gelijkenissen zijn dus maar matig...

In uw boek schrijft u over de artiesten in wiens werk u troost vindt: Gerard Reve, Leonard Cohen, Francis Bacon... Allen hebben ze eerder een zwartgallige kijk op het leven.

DDW: U hebt Michel Houellebecq nog niet vermeld – zwartgalliger kan men het niet bedenken. Hoewel Houellebecq bekend staat als een cynicus, een misogynist en een zwartgallige man, schrijft hij ongelofelijk mooi over de liefde. Zijn laatste boek, Vernietigen, las ik tijdens mijn chemosessies. De schoonheid zit niet alleen in het klassieke mooie plaatje, maar ook in de esthetisering van leed, verdriet en lastigheid. Dat zijn niet altijd voorspelbare suikerwaren, maar werken waarin ook de bitterheid wordt getoond. Neem nu de schilderijen van Francis Bacon. In zijn gewrongenheid van het vlees zit voor mij een soort schoonheid. Als ik in een museum ben en ik zie een Bacon, blijf ik daar een kwartier voor zitten.

Blijkbaar ben ik vaak geraakt door politiek incorrecte figuren: de filosofie van Heidegger, de romans van Céline... Een journalist heeft mij gezegd dat ik in bijzonder kwalijk gezelschap vertoef. Ik wil zelf een politiek correct persoon zijn, maar loop niet weg van mensen waarvan ik niet alle standpunten onderschrijf.

Zoals u zelf schrijft, is kunst onlosmakelijk verbonden met de donkere kant van het bestaan en de onvermijdelijke dood.

DDW: Dat is mijn basisstandpunt. De kunst is door de mens uitgevonden om te kunnen omgaan met de sterfelijkheid. De onbegrijpelijkheid van het bestaan heeft ervoor gezorgd dat we gingen dansen rond het graf en verhalen zijn gaan vertellen over de overledenen. Wat de meest doorwrochte filosofische teksten niet kunnen verwoorden, begonnen we af te beelden in de kunsten. De esthetisering van de onbegrijpelijke dood, is volgens mij de fundamentele functie van kunst. Toen de dood nabij was, heb ik lijfelijk ondervonden wat ik vroeger cognitief dacht. Zodra het kon, begon ik te lezen, ging ik naar tentoonstellingen en woonde ik concerten bij. Twee weken geleden ging ik in Parijs naar een opvoering van de etudes van György Ligeti. Hoewel zijn muziek geen suikerspinsels zijn, was het voor mij een namiddag van troost. Ik was er ook samen met mijn vrouw. Het samenzijn is altijd al belangrijk geweest, maar nu is het nog kostbaarder.

 

De kunst is door de mens uitgevonden om te kunnen omgaan met de sterfelijkheid.

 

Is kunst dan een soort religie?

DDW: Ik heb vroeger een aantal lezingen gegeven over kunst en religie. Overal ter wereld heeft de dood door religie betekenis gekregen. In onze cultuur, waar het religieuze naar de achtergrond is verschoven, neemt de kunst de plaats in van de institutionele religie. Ik begin mijn lezing altijd met een foto van de Sint-Laurentiusparochiekerk, waar tijdens de zondagsmis een twintigtal mensen van zekere leeftijd zit te bidden. Daarna toon ik een afbeelding van cultuurcentrum deSingel, waar duizend mensen luisteren naar een cantate van Bach. Een Bach-cantate – in wezen religieuze muziek – gaat zo diep naar de essentie van het existentiële dat het ook zonder kerk en zonder priester functioneel blijft. Zo hebben alle kunstvormen iets spiritueels.

Ik moet denken aan de Sint-Norbertuskerk aan de Dageraadplaats, waar enkele keren per jaar een Bach-cantate wordt uitgevoerd tijdens de eucharistieviering. Het enige moment waarop de kerk afgeladen vol zit.

DDW: De opvoeringen in de Norbertuskerk zijn mooie initiatieven, maar laten we onszelf niks wijsmaken: de kerken zitten niet meer vol. Ik vraag mij af hoe de barmhartigheid en de zorgzaamheid in seculiere tijden kunnen blijven bestaan, hoe de spirituele nood van de mens kan worden ingevuld en hoe de traditie verder kan gaan zonder dat het door een kerkelijk instituut gedragen wordt. Ik kom zelf ook uit een katholieke traditie, maar als wetenschapper, arts en psychiater heb ik nagedacht over hoe we de dood een plaats kunnen geven in de moderne wereld. Nu ik als ervaringsdeskundige de dood in de ogen heb gekeken, ben ik niet meteen naar de kerk gelopen om een kaars te branden. Ik heb poëzie gelezen, ik heb de films van Tarkovsky bekeken, ik ben naar tentoonstellingen gegaan. Dat heeft mij vervulling gegeven.

Daarjuist sprak u al even over de ander. In Vertroostingen verwijst u regelmatig naar de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Als voorbereiding op dit interview heb ik het een en ander opgezocht over zijn theorieën, maar dat bleek geen gemakkelijke materie te zijn.

DDW: Geen gemakkelijke materie is nogal eufemistisch uitgedrukt; Levinas is een ongelofelijk moeilijke filosoof. Ik zeg tegen iedereen om zijn boeken niet te lezen, want ze zijn onbegrijpelijk. Dan kan je beter De kunst is door de mens uitgevonden om te kunnen omgaan met de sterfelijkheid.het werk van Roger Burggraeve lezen, die daar begrijpelijk en toch complex genoeg over geschreven heeft. Ik heb het geluk dat ik die moeilijke filosofie deels begrijp, met behulp van enkele bevriende filosofen. Levinas zegt dat ik er ben dankzij en door de Ander. Ik ben er ook letterlijk door het bestaan van mijn ouders. Op biologisch vlak, maar ook omdat ik veel van deze mensen heb geleerd. Ik ben ook gevormd door mijn leermeesters, vrienden, leraren en patiënten. Tijdens mijn ziekte werd ik dan weer bijgestaan en begeleid door zorgkundigen, mijn familie en vrienden.

Fernando Pessoa zegt vaak: “Ik ben niets”, maar zijn vernietsing vertrekt eerder vanuit een nihilistisch standpunt. Volgens Levinas zijn we niets omdat we pas iets zijn door de ander. Op dit moment ben ik mens omdat u naar mij luistert. Mijn menselijkheid ontstaat door uw belangstelling. Bedankt daarvoor.

Dat is graag gedaan.

DDW: Dat Ander geeft ook troost. Wanneer je in een ziekenhuisbed ligt en uit narcose ontwaakt, ben je vlees dat opnieuw in de menselijkheid moet komen door de blik van de Andere en la caresse, de aanraking. De verpleegkundige die mij uit mijn delirium en angst haalde en zei dat het niets was, dat is ongelofelijk. Ik word daar nog steeds emotioneel van.

Tien jaar geleden verscheen uw boek Borderline Times, waarin u de doorgedreven individualisering van de westerse samenleving bespreekt. Is er sindsdien veel veranderd?

DDW: U nodigt mij uit om onbescheiden te zijn. Ik sta inderdaad nog steeds achter dat boek. We hebben enkele maanden geleden het tienjarig bestaan van Borderline Times gevierd met een symposium. De voorbeelden die ik geef in het boek zijn niet altijd even actueel, maar mijn cultuurkritiek staat nog steeds overeind.

In dwars verscheen er vorig semester een artikel over studentenpsychologen. Omdat de vraag naar ondersteuning steeds groter wordt, zijn de sessies ingekort om wachtrijen te voorkomen.

DDW: U geeft nu het voorbeeld van de studentenpsycholoog, maar wat ik nog veel belangrijker vind, zijn initiatieven waarbij studenten zelf met elkaar praten. Het mag niet bij psychologische zorg blijven, er moet ook voor elkaar gezorgd worden zonder diagnose. In de individueel gerichte tijden waarin we leven is dit belangrijk voor de maatschappelijke evolutie. Een goed persoon heeft besef van zijn eigen grenzen, maar schenkt ook aandacht aan verbinding en zorgzaamheid. Dat tweede aspect lijkt soms in verdrukking te zijn.

Ondanks uw cultuurkritiek drukte u onlangs in het radioprogramma Touché vertrouwen in de jeugd uit.

DDW: Natuurlijk, ik ben triest dat mijn cultuurkritiek door sommigen gezien wordt als een apocalyptisch denken. Mijn stelling is een wake-upcall die aan de boom schudt, maar de boom niet omhakt. Tot mijn groot genoegen bereik ik ook een jonge generatie twintigers en dertigers die nadenken over hoe ze zorgzaam moeten bestaan. Ze engageren zich, zoeken een weg om het professionele leven minder druk en consumptiegericht te maken, zijn ecologisch bewust... Hoewel ik niet negatief ben ingesteld, ben ik ook niet berustend. De aanwezigheid van de jeugd betekent niet dat alles nu in orde komt. Ik blijf aan de boom schudden, dat is mijn taak als psychiater. Elke dag zie ik de collatoral damage van de consumptiemaatschappij. Mensen die uitvallen zijn geen randverschijnsel.



editoriaal

18/04/2023
Editoriaal Margaux (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

De paasklokken hebben al een tijd geleden geluid. Ik heb de schappen van de Albert Heijn, de Colruyt en de Delhaize die eerste dinsdag na Pasen al uitgemest om de afgeprijsde chocolade-eieren, -hazen en overige figuren mee te nemen onder het toeziend en licht veroordelend oog van de zelfscankassa. Ik heb zelfs al ostentatief aan de paasbloemen geroken. Welkom in het post-pasentijdperk!

Elke feestdag bloeit er een nieuwe persoonlijkheid in mij op, maar met Pasen is het al helemaal erg. Zeg nu zelf, waarom verzinnen we goede voornemens voor het nieuwe jaar als we onszelf de wedergeboorte kunnen toe-eigenen? Wie daarmee ook begonnen is, had hier beter over moeten nadenken. Nieuwjaar had net zo goed gewoon een schuimwijnfestijn kunnen blijven zonder gemoraliseer. Goed, veel wedergeboorte zit er bij mij niet in: ik blijf een theeleut en ik blijf leuteren over kunst en studiezaken. Uiteindelijk is het paasfeest voor mij voornamelijk een excuus voor chocolade in een andere mal dan normaal en niet meer dan dat. Jezus vergeeft me dat wel.

Toegegeven, voor een student is deze maand niet altijd de gemakkelijkste, waardoor de verzameling aan bruine eitjes een strikte noodzaak wordt. De deadlines vliegen je om de oren. Promotoren lijken gezamenlijk verstoppertje in de inbox te spelen. Die juni-examens komen wel akelig dichtbij en oh, ja, die sociale kalender raast door. De een popt zich om tot adrenalinejunkie (wie heeft er nog rilatine nodig?) en geniet van het waas van haast, de ander bouwt een hechte band op met escapisme. Liefst van al combineer ik de twee. Ik ben graag op mijn qui-vive. Als je lang genoeg studeert, leer je een liefdesverhouding op te bouwen met die drukte, lijkt me. Op die manier wordt een nine to five een oase van rust, weet je wel? Tegen je proclamatie moet je jezelf zodanig geherprogrammeerd hebben dat je tegen alle mogelijke heisa en drukte kan. Zoiets. Klinkt dat niet als een mooi excuus?

Maar hé, we doen het toch maar allemaal. Geen enkele reden tot bescheidenheid dus – Jezus is tenslotte niet herrezen om daarna koket te zeggen dat het allemaal niet zoveel voorstelt. We kabbelen allemaal voort, met ons onverantwoord koopgedrag en twijfelachtige agenda-invulling, en de drukte heeft ons nog nooit de das omgedaan. Het gaat misschien net te ver om te zeggen dat we onszelf een kus van de juf (dat is problematisch) en een bank vooruit moeten geven, maar een beetje kalmte in het hoofd mag dat besef wel brengen. Het lukt allemaal wel. De post-pasenpartij is een kermis van jewelste, maar die diplomaflosj pakken we wel.



hoe veilig is onze studentenstad?

18/04/2023
Veiligheid Antwerpen (© Fien Pauwels | dwars)
🖋: 

Seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag zijn niets nieuws in deze wereld. Het rapport van Safer Cities van Plan International uit 2021 en de UN-MENAMAIS-studie laten niets aan de verbeelding over. De UN-MENAMAIS-studie is een onderzoek door UGent over de preventie en respons op seksueel geweld in België. Safer Cities focust specifiek op jongeren in België. De Vlaamse overheid zette op initiatief van de Vlaamse minister Zuhal Demir met We Zien U een sensibiliseringscampagne op rond seksueel grensoverschrijdend gedrag bij jongeren. Al die voorbeelden tonen aan dat (seksuele) intimidatie op straat een actueel thema blijft.

Stad Antwerpen ging al eerder aan de slag met die berg aan zorgwekkende informatie met de Wat doe jij?-campagne met een focus op seksuele intimidatie. De stad bracht filmpjes uit met voorbeelden van hoe je als buitenstaander kan reageren op zulke situaties aan de hand van de WijGrijpenIn-campagne van Sensoa. Ook andere vormen van intimidatie en grensoverschrijdend gedrag krijgen aandacht. De campagne Allemaal Antwerpenaar geeft aan hoe je als omstander kan reageren op verschillende situaties waarin je discriminatie tegenkomt onder het motto: “Zie je discriminatie? Reageer. Altijd.”

Seksuele intimidatie verdient bijkomende aandacht. Dagelijks worden meerdere studenten met zowel hands-on als met hands-off situaties geconfronteerd. Met hands-off situaties worden er situaties bedoeld waarbij geen fysiek contact is: de gekende gebeurtenissen zoals fluiten, naroepen en ongewild aanspreken met persoonlijke vragen. Hands-on omvat alle handelingen waarbij het slachtoffer fysiek getroffen wordt, van ongewenste aanrakingen tot verkrachting. Vrouwen zijn de grootste slachtoffergroep van intimidatie: 81% van de vrouwen heeft in hun leven al een vorm van intimidatie meegemaakt. De kans is dus groot dat iemand in je omgeving slachtoffer was. Het rapport van Safer Cities geeft eveneens concrete cijfers: 91% van vrouwen tussen 15 jaar en 24 jaar kregen te maken met seksuele intimidatie. De impact op mannen in dezelfde leeftijdscategorie bleek met 28% beperkter, maar nog steeds significant.

Het verschil in procentpunten tussen de verschillende studies kan worden verklaard door de verschillende vormen van seksuele intimidatie die werden opgenomen in de datacriteria. Voor je kan praten over (seksuele) intimidatie moet er namelijk eerst een kader worden geschetst om te bepalen wat dat juist inhoudt en welke soorten het vaakst voorkomen. De meest voorkomende vormen zijn non-verbale en verbale hands-off intimidatie. Ook hier spreken de cijfers boekdelen: 82% van de vrouwen werd nagefloten, 79% nagestaard, 62% kreeg een opmerking over het uiterlijk, 59% werd overdreven flirterig aangesproken en 36% kreeg te maken met ongewenste aanrakingen.

Het onderzoek van Safer Cities naar Antwerpen bracht bepaalde hotspots in kaart. Dat zijn plaatsen waar er significant meer seksuele intimidatie wordt gesignaleerd dan elders. In Antwerpen-Stad zijn de hotspots het openbaar vervoer, op straat en op vrijetijdsplaatsen. Dat is dus het merendeel van de stad. De aangereikte locaties klinken bekend in de oren: Grote Markt, Groenplaats, Astridplein, Turnhoutsebaan, Meir en Sint-Jansplein, maar ook het Stadspark en de Scheldekaaien. Een anonieme bron van Stad Antwerpen haalt nog enkele andere plaatsen aan zoals handelszaken en uitgaansgelegenheden. Het lijkt iets wat vooral ‘s nachts gebeurt en velen getuigen van bijkomende angst zodra het begint te schemeren. Toch is dat gedeeltelijk onterecht: 35% van de gevallen gebeurt ‘s avonds en 14% ‘s nachts. De helft van de gevallen vindt dus plaats op andere tijdstippen.

De cijfers willen niet zeggen dat je deze plekken best vermijdt; ze tonen aan dat er specifieke openbare ruimten zijn die seksueel geweld faciliteren. Dat is belangrijke informatie voor stadsplanners en beleidsmakers: zij kunnen daarmee rekening houden om verder te timmeren aan een stad die een veilige plek vormt voor iedereen.

Het bovenstaande zijn vooral abstracte cijfers. Zolang je zelf geen slachtoffer bent, kan het iets zijn wat ver van huis blijft. Daarom tonen we hieronder een anonieme getuigenis van iemand die geïntimideerd werd in Antwerpen. Een kleine disclaimer: dit is slechts één getuigenis – elk slachtoffer heeft een eigen verhaal.

"Ik woon in de buurt van de Ossenmarkt. Samen met mijn vriend ging ik naar mijn kot. Het was weekend: dan zijn de mensen die je daar op straat tegenkomt toch anders dan doorheen de week. Toen we aankwamen in de straat, zagen we een groepje van drie duidelijk aangeschoten mannen. Ze stonden in het midden van de weg te babbelen. Door hun dronkenschap voelde ik me niet op mijn gemak, maar gelukkig hoefde ik hen niet te passeren om aan mijn deur te geraken. Toen we verder de straat in kwamen, begonnen ze naar me te roepen. Het waren de ‘normale’ obsceniteiten die je als vrouw wel vaker te horen krijgt. Ik probeerde ze zo veel als mogelijk te negeren. Nu, het was de eerste keer dat mijn vriend zulk gedrag van dichtbij meemaakte. Hij begon zich erg beschermend naar me te gedragen, maar dat zorgde ervoor dat de mannen nog meer begonnen te roepen en dichterbij kwamen. Zelfs toen we bij de deur kwamen, bleven ze roepen. Plots kwamen ze vlakbij, zo dicht dat een van de drie tegen mij stond. Ik vroeg of ze alsjeblieft afstand konden houden. Mijn vriend schoot toen in de verdediging en kwam tussen mij en de mannen staan. Op dat moment werden Ik woon in de buurt van de Ossenmarkt. Samen met mijn vriend ging ik naar mijn kot. Het was weekend: dan zijn de mensen die je daar op straat tegenkomt toch anders dan doorheen de week. Toen we aankwamen in de straat, zagen we een groepje van drie duidelijk aangeschoten mannen. Ze stonden in het midden van de weg te babbelen. Door hun dronkenschap voelde ik me niet op mijn gemak, maar gelukkig hoefde ik hen niet te passeren om aan mijn deur te geraken. Toen we verder de straat in kwamen, begonnen ze naar me te roepen. Het waren de ‘normale’ obsceniteiten die je als vrouw wel vaker te horen krijgt. Ik probeerde ze zo veel als mogelijk te negeren. Nu, het was de eerste keer dat mijn vriend zulk gedrag van dichtbij meemaakte. Hij begon zich erg beschermend naar me te gedragen, maar dat zorgde ervoor dat de mannen nog meer begonnen te roepen en dichterbij kwamen. Zelfs toen we bij de deur kwamen, bleven ze roepen. Plots kwamen ze vlakbij, zo dicht dat een van de drie tegen mij stond. Ik vroeg of ze alsjeblieft afstand konden houden. Mijn vriend schoot toen in de verdediging en kwam tussen mij en de mannen staan. Op dat moment werden ze pas echt agressief. Zelfs toen we binnen waren, bleven ze buiten roepen dat ze ons zouden slaan. Daar bleven ze een tijdje. Op een gegeven moment zijn ze wel vertrokken, maar het bleef een enge ervaring.

Mocht je slachtoffer worden, is het belangrijk om te weten waar je terecht kan. Op welke plekken ben je veilig en kan je geholpen worden? In Antwerpen zijn er verschillende organisaties die je kunnen helpen als slachtoffer van intimidatie, al dan niet seksueel. Een belangrijke organisatie om toe te lichten is het Zorgcentrum na Seksueel Geweld. Dat zorgcentrum kan je helpen met verscheidene zaken. Medische zorg, psychologische zorg en juridische zorg zijn daar allemaal beschikbaar. Psychologische begeleiding is belangrijk na bepaalde situaties. Een andere functie van het zorgcentrum is het forensisch onderzoek. Ze stellen een verkrachtingskit op, waarbij bewijs van de gebeurtenis wordt verzameld. Dat bewijs kan je helpen als je ervoor kiest om een klacht in te dienen, al is de klacht zelf natuurlijk geen verplichting. Mocht je het niet zeker weten op het moment zelf, houden ze het bewijs zes maanden bij na de feiten voor het geval je alsnog verdere stappen zou ondernemen. Het zorgcentrum staat dag en nacht voor je klaar en is zonder afspraak te betreden. Als je je er niet comfortabel bij voelt, kan je ook altijd met een medewerker bellen, chatten of mailen.

Als auteurs hopen we natuurlijk dat niemand gebruik hoeft te maken van het zorgcentrum. Die droom lijkt soms nog ver weg, zoals de studies in dit artikel aangehaald aantonen. Om samen voor een veiligere stad te gaan, geven we graag nog de 5 A’s van de WijGrijpenIn-campagne Sensoa mee.

Hoe reageer je wanneer je ziet dat er iemand wordt lastiggevallen?

  1. Anderen betrekken: Vraag hulp aan anderen en betrek indien mogelijk iemand met autoriteit.
  2. Afleiden: Haal de aandacht weg van het slachtoffer en leid de dader af.
  3. Afzonderen: Haal het slachtoffer fysiek uit de situatie.
  4. Aanspreken: Spreek de dader of het slachtoffer aan.
  5. Aanwezig: blijven Mocht je je niet veilig voelen om in te grijpen, kan je aanwezig blijven en de situatie in het oog houden.

Je kan het slachtoffer achteraf ondersteuning bieden. Waar kan je terecht na seksueel geweld of seksuele intimidatie?

  • Zorgcentrum na Seksueel Geweld in Antwerpen (UZA): 03/436 80 50
  • Professionele hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling: 1712
  • Centrum Algemeen Welzijnswerk: 0800 13 500

 



een leidraad door de verkokering

18/04/2023
Dossier GoG (© Fien Pauwels | dwars)

Wie kan je aan UAntwerpen helpen bij grensoverschrijdend gedrag? Een doodeenvoudige vraag die een nog doodeenvoudiger antwoord verdient. De realiteit is iets weerbarstiger. De wirwar van potentiële aanspreekpunten met elk hun eigen niet altijd even helder afgebakende functieomschrijvingen valt bezwaarlijk onder de noemer ‘drempelverlagend’. Wij lijsten hen op en (laten hen) vertellen wanneer en waarmee ze je kunnen ondersteunen. 

Oorspronkelijk was dit stuk bedoeld voor december 2022. Toen werd ons op het hart gedrukt dat er die maand nog een decreet zou komen dat het statuut van vertrouwenspersonen voor studenten regelt en dat dit stuk snel achterhaald zou worden, mochten we niet wachten. Intussen zijn we vier maanden verder en er is nog altijd geen decreet. Personen die grensoverschrijdend gedrag plegen wachten niet tot het juiste decreet er is, terwijl slachtoffers te allen tijde toegang moeten hebben tot de juiste hulp, ongeacht decretale bepalingen. Daarom schrijven we over de situatie zoals die nu is. Mocht het decreet in kwestie zaken aanzienlijk doen wijzigen, lees je dat als eerste in dwars.

 

studentenbemiddelaar

Word je als student geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag en is de dader een andere student? Dan kan je aankloppen bij Walter Sevenhans, de studentenbemiddelaar van UAntwerpen. Hij legt zijn rol uit: “Als er zich grensoverschrijdend gedrag stelt van een personeelslid naar een student moet je bij een van de vertrouwenspersonen (zie verder, n.v.d.r.) zijn. Wanneer er een geval van grensoverschrijdend gedrag is tussen studenten, kan men bij mij terecht. Ook personeelsleden die menen dat een student bepaalde regels overtreedt, kunnen bij mij terecht.”

“Dan start mijn werk tot bemiddeling. Ik hoor zowel de partij van wie de klacht uitgaat als de partij die wordt beschuldigd. Het is mijn taak neutraal te zijn ten aanzien van beide partijen. De verzoeker bepaalt wanneer de bemiddeling is geslaagd en moet dat expliciet te kennen geven. Als de bemiddeling niet geslaagd is, ben ik verplicht om de zaak door te schuiven naar de Deontologische Commissie die tuchtmaatregelen kan toekennen. Die maatregelen gaan van een vermaning tot een verbod aan examens of bepaalde diensten deel te nemen tot een tijdelijke of zelfs definitieve uitsluiting. Zelf kan ik geen sancties toekennen. Er is niemand die bang hoeft te zijn van mij – dat werkt drempelverlagend en creëert een sfeer van vertrouwen. Het biedt comfort voor alle partijen, inclusief voor mezelf.”

“Is de bemiddeling geslaagd? Dan leggen we afhankelijk van de situatie een eenzijdig of wederzijds engagement op papier vast. De beklaagde erkent dat hij iets heeft overtreden, toont zich ervan bewust en belooft dat het niet meer zal gebeuren. Komt hij zijn engagement niet na? Dan zal zijn zaak uiteindelijk bij de Deontologische Commissie belanden die dus wel sanctioneringsbevoegd is.”

“De student krijgt in de regel binnen de 48 uur antwoord van mij en in diezelfde week voer ik zo mogelijk de bemiddelingsgesprekken. Voorbeelden van meldingen die tot bij mij komen: studenten die zich belaagd voelen of gepest worden, maar ook professoren die menen dat een student auteursrechten heeft geschonden of zich onfatsoenlijk heeft gedragen tegen hen.”

Sevenhans benadrukt tot slot dat bij het bemiddelingsproces zorgzaam wordt omgegaan met het welbevinden van de student. “Het is niet evident om de twee mensen tegelijk aan tafel te krijgen. Het kan samen, het kan apart. We gaan dat niet forceren. Elke case (meer dan 90%) die leidt tot schuldinzicht, vergevingsgezindheid en verzoening geeft de verschillende partijen én mezelf veel voldoening.”

Evaluatie: zoals bij de andere mogelijke aanspreekpunten is de eerste drempel niet de geringste. De persoonlijke pagina van Sevenhans vermeldt dat hij studentenbemiddelaar is, maar daarmee weet je nog altijd niet wat een studentenbemiddelaar doet. Bovendien moet je al weten van het bestaan van een studentenbemiddelaar om op de pagina van Sevenhans uit te komen. Eens je de studentenbemiddelaar hebt gevonden, zijn er nog maar weinig drempels.

 

vertrouwenspersonen

Mocht je geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag waarbij een medewerker van de universiteit is betrokken, zijn de vertrouwenspersonen het geschikte aanspreekpunt. UAntwerpen telt tien vertrouwenspersonen voor studenten en drie vertrouwenspersonen voor doctorandi. We spraken Iris Wyns, een van die vertrouwenspersonen. “Iedereen is vrij om zich tot een van deze vertrouwenspersonen te richten, ongeacht de campus. Je kiest dus zelf een vertrouwenspersoon – dat hoeft niet iemand van jouw campus te zijn.”

“De cases waarmee je bij ons terecht kunt, gaan onder andere over grensoverschrijdend gedrag zoals machtsmisbruik, verbale agressie, ongewenste intimiteiten en pesterijen. Een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag, wanneer je bijvoorbeeld denkt dat iemand in jouw directe omgeving hiermee te maken heeft, kan ook gemeld worden. Idem voor het gevoel hebben dat je er door je huidskleur, geloof of seksuele voorkeur niet bij hoort of anders behandeld wordt.”

“Als vertrouwenspersoon bied ik een luisterend oor en geef ik advies en ondersteuning bij eventuele verdere stappen. Die vervolgstappen zullen afhangen van de case. Op basis van een analyse van de situatie zoekt de vertrouwenspersoon mee naar oplossingen.” Wyns beklemtoont dat de student de regie in handen houdt en dat alle meldingen met de grootste discretie en zorg worden behandeld. “De vertrouwenspersoon mag niets ondernemen zonder het akkoord van de persoon die het probleem heeft aangekaart en is gebonden door het beroepsgeheim. Wanneer een verzoek toekomt (telefonisch of per e-mail), dan wordt er binnen de tien dagen een afspraak geregeld.”

Evaluatie: sinds enige tijd bokst de Vlaamse Regering een decreet in elkaar dat een juridisch betrouwbaar kader schept voor vertrouwenspersonen voor studenten. Zolang dat decreet uitblijft, is er de facto geen wettelijk kader voor die vertrouwenspersonen. UAntwerpen lost dat tussentijds op door de vertrouwenspersonen voor werknemers ook in te zetten voor studenten. Het is uiteraard van het grootste belang dat er goed opgeleide mensen zijn bij wie studenten kunnen aankloppen in alle gevallen dat zij met grensoverschrijdend gedrag worden geconfronteerd. De vertrouwenspersonen bleken goed bereikbaar. Het is alleen maar de vraag hoe bekend vertrouwenspersonen bij studenten zijn en of ze niet te ver staan van studenten.

 

facultaire ombudspersonen

Om te beginnen moeten we het onderscheid maken tussen de facultaire ombudspersonen en de centrale ombudspersoon. In cases van grensoverschrijdend gedrag beperken ze zich allebei evenwel tot doorverwijzen. We contacteerden de ombudsdienst van de faculteit Rechten: “Facultaire ombudspersonen fungeren als aanspreekpunt bij geschillen die verband houden met de toepassing van het onderwijs- en examenreglement. De ombudspersoon heeft een hoofdzakelijk bemiddelende, maar ook een informerende en adviserende rol. Een van de kerntaken van de ombudspersoon is optreden als bemiddelaar tussen student en examinator met als doel problemen te voorkomen of op te lossen met betrekking tot examensituaties, inclusief permanente evaluatie.”

In gevallen van grensoverschrijdend gedrag heeft de facultaire ombudspersoon een doorverwijs- en opvolgfunctie. “Wij zijn als ombudspersonen een nulde lijn en eerste luisterend oor, maar zullen steeds doorverwijzen naar de meer gespecialiseerde bevoegde diensten. Ombudspersonen hebben immers een meldingsplicht. De ombudspersonen zijn dus een van de verschillende opvangkanalen voor de student. Wanneer het grensoverschrijdend gedrag tussen een personeelslid en een student betreft, zal de vertrouwenspersoon (naar keuze) de meest aangewezen persoon zijn. Ombudspersonen kunnen wel personen vergezellen naar de vertrouwenspersoon bij een eerste gesprek.”

 

centrale ombudspersoon

Naast heel wat facultaire ombudspersonen heeft UAntwerpen ook één centrale ombudspersoon in de persoon van Luc Van de Poele, die daarnaast ook departementshoofd onderwijs is. “Het is de bedoeling dat studenten zich eerst wenden tot de facultaire ombudspersoon. Wanneer een student zich bij mij veiliger voelt of wanneer de student vindt dat de facultaire ombudspersoon geen soelaas kan bieden, kan die bij mij terecht. Denk aan de situatie dat de faculteit of facultaire ombudspersonen zelf een betrokken partij zijn. De centrale ombudspersoon is ook het klankbord van de facultaire ombudspersonen. Wanneer een reglement geïnterpreteerd moet worden en ze niet goed weten hoe ze ermee overweg moeten, kunnen ze bij mij terecht. Maar bijvoorbeeld ook bij conflicten met een student die delicaat of tijdrovend zijn.”

“Reglementen dekken niet alle situaties”, stipt Van de Poele aan. “Er zijn altijd studenten aan wie niet is gedacht bij het opstellen van een reglement. Dan moet je als centrale ombudspersoon durven zeggen dat een beslissing die normaliter conform de regels is voor die ene individuele student niet de meest redelijke beslissing is, om die argumenten vervolgens voor te leggen aan diegene die hierover beslist – dat kan gaan van een examencommissie tot de rector.”

Van de Poele schat dat hij op jaarbasis een veertigtal interventies doet. Vaak gaat het over even een facultaire ombudspersoon informeren hoe die een bepaalde situatie best inschat. Dus lang niet genoeg om de functie voltijds te maken. “Het risico is reëel dat een voltijds ombudspersoon zaken zal wegtrekken van de faculteiten. We trachten facultaire ombudspersonen zo veel mogelijk problemen zelf te laten oplossen. Als centrale ombudspersoon treden we in tweede instantie op. Aan onze universiteit vinden we het belangrijk dat problemen worden opgelost op een zo laag en functioneel mogelijk niveau.”

Evaluatie: aangezien de gezichten van de facultaire ombudspersonen onder studenten in de regel bekender zijn dan die van de vertrouwenspersonen mag hun rol niet worden geminimaliseerd en is het van belang dat zij ondanks hun schijnbaar beperkte doorverwijsfunctie goed voorbereid zijn om met situaties van grensoverschrijdend gedrag om te gaan. De rol van de centrale ombudspersoon wordt aan UAntwerpen bijzonder minimalistisch ingevuld. De naam van de huidige ombudspersoon kwamen we via mondelinge weg te weten. Op de website van UAntwerpen wordt er opmerkelijk genoeg geen gewag gemaakt van het bestaan van een centrale ombudspersoon – zelfs de persoonlijke pagina van Van de Poele vermeldt het niet als een van zijn mandaten.

 

STIP

Bij het STIP kunnen studenten terecht voor de meest uiteenlopende steun, van financiële ondersteuning en studietrajectbegeleiding tot psychologische begeleiding. “Mocht je geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag, kan het STIP je helpen met psychologische begeleiding”, vertelt een medewerker. “We vangen je dan op en proberen zo goed mogelijk te achterhalen waar je op dat moment nood aan hebt en gaan vooral daarop in. De studentenpsychologen van het STIP zijn specifiek opgeleid om de eerste opvang te doen van studenten die grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt en om de verdere verwerking van wat er gebeurd is te ondersteunen. Het STIP kan ook helpen om gespecialiseerde hulp te zoeken buiten de universiteit, zoals traumatherapie. Wil je eerder melding doen van grensoverschrijdend gedrag? Dan contacteer je best een vertrouwenspersoon van onze universiteit. Vertrouwenspersonen zijn niet verbonden aan het STIP, maar studentenpsychologen kunnen je wel naar hen doorverwijzen.”

Evaluatie: als er iets is waar de communicatiedienst van UAntwerpen op hamert, is het wel dat je als student met zowat alles naar het STIP moet. De veelvuldige herhaling zorgt er evenwel voor dat de studentenpsychologen gemakkelijk bereikbaar en aanspreekbaar zijn. Qua doorverwijsluik maakt het STIP het de student alleszins gemakkelijker dan de meeste andere diensten. Enig puntenverlies mag je het betalende karakter van de individuele begeleiding aanrekenen.

Mensura

Wat doet Mensura eigenlijk? We hadden het hen graag zelf gevraagd, maar na een beetje mailen bleek Mensura niet bereid te zijn tot een gesprek. Wel verwees het ons door naar een gesprek dat we hadden met de Dienst Welzijn dat niet ging over Mensura. Nochtans kan het geen kwaad om hun rol even te belichten. Zelfs de rector verslikte zich vorig jaar in een interview in de rol van Mensura. Van de Dienst Welzijn kregen we volgende reactie: “Mensura is onze externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Zij nemen die welzijnsdomeinen op waarvoor we intern geen expertise hebben, waaronder medisch toezicht, psychosociale aspecten en ergonomie.” Voorts werd er naar Pintra doorverwezen, wat niet toegankelijk is voor studenten en voorts ook weinig extra informatie bevat. Ook de site van UAntwerpen meldt niets over Mensura in het kader van welzijn.

Evaluatie: om geen foutieve informatie te verspreiden verzoeken we via deze weg de universiteit om opheldering te bieden over de hulp die Mensura kan bieden aan studenten. Vragen die zeker een antwoord verdienen, volgen hierna. In welke situaties kunnen studenten bij Mensura terecht? Hoe komen ze bij Mensura terecht? Biedt Mensura begeleiding aan in gevallen van grensoverschrijdend gedrag? Zo ja, hoe ziet die begeleiding eruit? En waarom juist Mensura?

 

onder constructie: extern meldpunt

Pro forma vermelden we ook dat er een extern meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs in de pijplijn zit en deel zal uitmaken van een meldpunt van het nieuwe Vlaamse Mensenrechteninstituut. De universiteiten zagen zo’n extern meldpunt eerst niet zitten, daarna ineens wel. Klinkt niet echt laagdrempelig? Ook de Vlaamse Vereniging voor Studenten uitte die bezorgdheid al. To be continued.

 

studentenportaal

Het nieuwe Studentenportaal, tevens het oude Blackboard, zou alle informatie voor studenten op een laagdrempelige manier moeten bundelen. We deden de test in het bijzijn van mensen van de Dienst Welzijn en de theorie bleek charmanter dan de werkelijkheid. Na je te hebben ingelogd op Studentenportaal, zie je bovenaan verschillende knoppen. Je klikt logischerwijs semiautomatisch op de knop “ondersteuning en begeleiding” en ziet daar verschillende lemma’s van vakinhoudelijke begeleiding tot ombudspersonen. Je klikt op ombudspersonen, zij kunnen je wellicht helpen. Je komt op de pagina ‘wanneer contacteer je een ombudspersoon?’: een pagina van twee zinnen die leidt naar een lijvig pdf-document waarin niet wordt verwezen naar grensoverschrijdend gedrag. Je keert terug. Je ziet ineens te midden van tien lemma’s “sociaal en mentaal welzijn” staan. Je klikt erop. Je komt op een pagina met zes lemma’s, waarvan het vijfde “grensoverschrijdend gedrag” heet. Je klikt erop en komt uit op vertrouwenspersonen waar je op een nauwelijks zichtbare link kunt doorklikken naar een contactpagina met de vertrouwenspersonen dat valt onder het kopje “campusleven.” Over deze pagina in volgende alinea meer.

Want ja, je kunt deze pagina op een zowaar nog efficiëntere wijze bereiken. Mocht je via “ondersteuning en begeleiding” hier niet geraken, kun je bij gebrek aan beters grensoverschrijdend gedrag met “campusleven” associëren, een pagina op Studentenportaal met dertien lemma’s. En mooi zo, je ziet het knopje “welzijn”. Daar moet je zijn! Denk je. Je klikt erop, maar dan kom je opnieuw uit op een doorverwijspagina en besluit op je stappen terug te keren. Vervolgens twijfel je tussen “verloren voorwerpen” en “veiligheid en gezondheid”. Je klikt toch maar op dat laatste en driewerf hoera! Het zesde van de acht lemma’s is grensoverschrijdend gedrag. Daar klik je op en je komt uit op de pagina met vertrouwenspersonen die er zich presenteren na een nauwelijks te doorworstelen inleiding wat grensoverschrijdend gedrag is. Nee, ongelukkige! Niet wegklikken! Niet nu, je bent er echt bijna! Het enige wat je nog moet doen is naar beneden scrollen. Daar stoot je op meer informatie wat de vertrouwenspersonen voor je kunnen betekenen, wie ze zijn en je komt er zelfs te weten hoe polyglot ze zijn.

Evaluatie: we willen de vrienden en de familie van de studenten aan wie we hebben gevraagd om te achterhalen bij wie ze terechtkunnen in gevallen van grensoverschrijdend gedrag geruststellen dat ze niet vermist zijn, maar gewoon nog bezig. Misschien een revolutionaire gedachte waar nog flink moet over worden vergaderd, maar zet bovenaan naast campusleven een knop welzijn, met daarachter een overzichtelijke schematische pagina wat je kunt doen als je slachtoffer bent van grensoverschrijdend gedrag. Het is ook een signaal dat de universiteit grensoverschrijdend gedrag niet wil verstoppen, maar echt belangrijk vindt. Toch minstens even belangrijk als dat studenten hun verloren voorwerpen terugvinden.

 

conclusie

Het was werkelijk een karwei om dit stuk te schrijven. Een groter karwei dan het had mogen zijn. Er werd duchtig doorverwezen en tijd gekocht om te antwoorden op algemene vragen die spontaan moeten kunnen worden beantwoord. De verkregen antwoorden bleken niet altijd even accuraat. Procedures raken moeilijk op elkaar afgestemd met als gevolg dat een toegankelijke communicatie op maat van de student onmogelijk is – niet bepaald een detail. Onderweg groeide de bedenking of UAntwerpen de afgelopen jaren überhaupt een aanspreekpunt had voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag tussen een student en een medewerker. De vertrouwenspersonen nemen deze taak pas recent op zich. Voorheen moesten studenten te rade bij de studentenbemiddelaar, die nochtans kwesties van studenten onderling behandelt, of facultaire ombudspersonen, die daar niet voor zijn opgeleid en een doorverwijs- en opvolgfunctie hebben. De vraag stelt zich naar wie er binnen de universiteit door te verwijzen viel en hoe cases verder werden opgevolgd.

In afwachting van een centraal actieplan ontstaan er ook binnen faculteiten ad-hocinitiatieven zoals werkgroepen rond diversiteit en grensoverschrijdend gedrag. We hebben veel goede wil gezien van individuen, maar de kloof tussen wat theoretisch werkt en de praktijk heeft soms veel weg van een oceaan. Mensen zijn blij dat ze de eigen procedures kennen, maar wanneer er niveau-overschrijdend moet worden gedacht, wordt het onduidelijk. Een gesprekspartner stelt het zo: “Het is goed dat jullie opmerken dat het moeilijk is om te weten waar je terecht kan. De procedures worden uitgedacht door mensen die de structuren van de universiteit kennen en van daaruit denken, maar die zelf niet ervaren wat grensoverschrijdend gedrag is. Ik merk dat bij mezelf ook: ik weet wat ik doe en naar wie ik moet verwijzen in welke omstandigheden, maar vraag me niet wat de mensen doen naar wie ik verwijs.”

Niet zonder belang natuurlijk. Een geïnterviewde vat de essentie goed samen: “Het is confronterend om te horen dat het zo moeilijk is om de juiste aanspreekpunten te vinden. Als je slachtoffer bent van grensoverschrijdend gedrag en je wilt er iets mee doen, dan heb je echt geen energie om nog twee dagen uit te zoeken waar je terecht kan.”

Laat dit stuk een nieuwe aansporing zijn om niet in functie van structuren te denken, maar de student voorop te stellen. Je zou geen hulp nodig moeten hebben bij het krijgen van hulp.



in gesprek met Eseosa Gevers

18/04/2023
Aula Patrice Lumumba (© Bernd Hendrickx | dwars)
🖋: 

Op 31 maart 2023 vond de plechtige inauguratie van de aula Patrice Lumumba op campus Middelheim plaats. In de werkgroep rond de omdoping en de inhuldiging zetelden ook een aantal leden van AYO (African Youth Organization), onder wie Eseosa Gevers (23), secretaris van AYO. Hoe ervoer zij de werkgroep en hoe gaat het nu verder aan UAntwerpen? 

Tijdens de ceremoniële inhuldiging op 31 maart gaven rector Herman Van Goethem, politica Juliana Lumumba en voorzitter van AYO Victorine Mpanzu Kwamy elk een speech. “In die drie speeches werden er drie perspectieven aangereikt”, vertelt Eseosa. “Je had de Belgische en de Congolese kant, twee stemmen uit het verleden, maar je had ook de stem van Victorine, tussen België en Congo in en de stem van de toekomst. Achteraf hoorden we dat haar speech mensen deed denken aan Lumumba’s speech uit 1960, wat natuurlijk een ongelooflijk compliment was.”  

Na de ceremonie was er een receptie, met een streepje muziek. “Ik heb de rector zien dansen!” lacht Eseosa. “Dat was een leuke extra.” De muziek was deels Eseosa’s idee. “Aanvankelijk wilde men de receptie formeel houden, dus zonder muziek, maar dat vond ik zelf niet gepast. Muziek is het fundament van Congolezen. Dat is ook iets typisch van de Afrikaanse cultuur.” In het Afrikaanse continent wordt muziek namelijk regelmatig ingezet als tool om informatie te verspreiden, zoals rond ziektes. “Het bandje dat is komen spelen, bestaat uit Congolezen, waardoor het al helemaal fijn was dat ze er waren.” 

De muziek op de receptie is een goed voorbeeld van hoe de werkgroep functioneerde. “Er werd naar ons geluisterd en daarna werd er effectief iets met onze input gedaan”, zegt Eseosa. “Team Diversiteit had een leidende rol, maar ook een duidelijk ondersteunende rol. Toen Victorine haar speech aan het schrijven was, boden ze veel hulp aan, in de vorm van bijvoorbeeld nalezen en bijsturen.” Daarnaast maakte Team Diversiteit erg duidelijk dat ze het cruciaal vonden dat AYO zich betrokken voelde en gehoord werd. “Achteraf heb ik nog met Saana Haddouchi van Team Diversiteit gesproken over de toekomst. Saana vond het belangrijk dat we steeds met een kritisch perspectief naar hen keken en dat ze verantwoordelijk wilden worden gehouden voor mogelijke steken die ze lieten vallen. Het is fijn dat ze dat zelf aanhaalde.” Victorine hield UAntwerpen in haar speech meteen verantwoordelijk. Zo bekritiseerde ze de aanwezigheid van Filip Dewinter op UAntwerpen en de beruchte omvolkingslezing.  

hoe gaat het verder? 

Eseosa werpt een blik op de toekomst. “Met AYO specifiek willen we in samenwerking met UAntwerpen evenementen blijven organiseren. Voor onze filmavond over Patrice Lumumba hebben we dankzij Sebastian en Saana van Team Diversiteit echt een safe space kunnen creëren. Daarom ook zie ik graag blijvende ondersteuning van Team Diversiteit en UAntwerpen in de toekomst. Ik bedoel natuurlijk niet dat we meer middelen moeten krijgen dan de rest, maar ik bedoel wel: verlies ons niet uit het oog. We zijn een minderheid, ja, maar we zijn er wel en we moeten gezien worden. De omdoping van de aula is een stap in de juiste richting, maar we zijn nog niet op onze eindbestemming geraakt. Voor nu is er een goed fundament gelegd, dat wel.” 

‘Optimistisch’ is niet het woord dat Eseosa zou gebruiken om zichzelf te omschrijven. “Dat woord heeft de connotatie dat de klus al geklaard is en dat er geen discriminatie meer bestaat”, merkt ze op. “Ik ben niet verbitterd; ik ben juist positief. Ik heb zin in de toekomst, ook al ben ik me erg bewust van alles wat er nog kan gebeuren. Er gaan stemmen op dat specifieke minderheden te veel aandacht krijgen en ik merk dat we geviseerd worden.” Hoewel die stemmen al opgingen voor de inauguratie, benoemt Eseosa dat het duidelijker is geworden tijdens en na de ceremonie. “We zijn er nog niet. Ik merk dat aan verschillende dingen. Neem nu de burgemeester van Antwerpen: hoewel hij was uitgenodigd, is hij niet komen opdagen op de ceremonie. Dat vind ik moeilijk: dat lijkt op een burgervader die nog altijd kiest welk kind hij wel wil en welk kind niet. Pas op, dat is persoonlijk. Er zijn mensen die dat niet de taak van een burgemeester vinden en dat kan.”  

Iets anders waaraan Eseosa merkt dat de bestemming nog niet bereikt is, is de specifieke kritiek die beslissingen zoals die van de omdoping krijgen. “Ik merkte dat ik enigszins bang was dat stemmen uit bepaalde politieke hoeken zouden komen opdagen om roet in het eten te strooien. Uiteindelijk waren ze er niet, maar hun kritiek zweeft wel rond. Die kritiek van de modale HLN-comment raakt me niet per se, maar die van hogergeplaatsten wel. Zij hebben macht, zij kunnen snel besluiten nemen en anderen daarbij beïnvloeden. Jonge mensen vanuit die extreemrechtse oriëntatie studeren ook, hè, en zij worden óók de werknemers, zelfstandigen, CFO’s en zo verder van de toekomst. Tegelijkertijd: wíj zijn er ook. We komen er wel. Hoewel wij de vruchten misschien niet zo snel zullen plukken, zullen onze kinderen dat wel en dat is voor mij een troost.” 

Die troost put Eseosa ook uit de afgelopen samenwerking rond de omdoping van de aula. “Als de betrokken partijen die hebben meegewerkt en ervoor hebben gevochten dat wij aan tafel zouden zitten, er niet waren geweest, was dit niet gebeurd. Het is een fantastisch gevoel dat we samen hiervoor konden vechten. Daarvoor zou ik alle partijen daarvoor willen bedanken. Saana in het bijzonder, zij heeft veel voor ons gedaan. We blijven kritisch, want we zijn er nog niet, maar dat we zin hebben in de toekomst, dat sowieso.” 



poëzie

18/04/2023
Poëzie Ronan (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Na millennia vol liefde en leven geven, is het gedaan

Tigris heeft zijn Eufraat laten gaan

Silvanus,

Een man die nooit meer huilt

Wachtend op het gezang van de mus dat niet meer is

Zijn kinderen, angstig voor wat er achter de volgende bladzijde schuilt

Jong en welwillig

De toekomst steeds grillig

Het zwarte goud vloeit

Gaia’s creaties veranderend in as

Alsof het hen nooit heeft geboeid

Terug naar hoe het ooit was



poëzie

18/04/2023
Poëzie Milan (© Alice Ristori | dwars)
🖋: 

– Welk type vulkaan heeft felsische, visceuze lava?

Goh, ik weet het niet, mevrouw.

 

Misschien het soort vulkaan dat lijkt op het kloppende reliëf

die mijn walzakken maken

onder mijn ingezonken oogkassen

veroorzaakt door de drainage aan vitaliteit

die uw zandstenen van me vragen.

 

Ik vraag me eerder af of uw hogedrukgebieden zich realiseren

welke vlagen ze op mijn psychische fitheid spuwen

in plaats van mijn attentie telkens te wervelen

richting de oh zo korte rok van Julie op de bank naast mij

omdat we bij het minste lentebriesje haar supernova zouden spotten

terwijl ze de heuvels op haar polsen bedekt met die ecofriendly blouse.

 

Beseft dat magma van u

Spuwend als drama

hoe het mijn handen doet beven

bij elke gebuisde test

die u als een tornado op me doet afstormen,

verdrinkend in het systeem

dat u mee instant houdt

ondanks het mijn geografische depressie blijft aanhitsen?

 

– Excuseer?

Een stratovulkaan, mevrouw.