kunst op de campus

05/06/2023
Komposities (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is.  

Het lijkt me onmogelijk om Komposities niet te zien. Schrap dat maar. Wie volslagen kleurenblind en compleet zoned out is, kan het zich misschien veroorloven, maar voor de rest van de universitaire bevolking springen de felle composities onmiddellijk in het oog. Het is als het ware een matrix van kleuren aan de witte muren van de hal richting gebouw US op campus Groenenborger. Beide werken bestaan uit vierkanten met parallelle lijnen, een duo dat haast mathematisch aandoet. 

Geestelijke vader Guy Vandenbranden was een Vlaams kunstenaar en meteen ook een van de oprichters van de Nieuwe Vlaamse School, een kunstenaarsgroep waar artiesten als Vic Gentils en Paul Van Hoeydonck eveneens toe behoren. Klinkt geen van die namen bekend in de oren? Geen zorgen, je hebt hun werk ongetwijfeld al op de campus gezien: de Nieuwe Vlaamse School is goed vertegenwoordigd op UAntwerpen. Zo vind je in gebouw D.Q. een heel legertje aan Gentils’ standbeelden en hangt Van Hoeydoncks astronaut trots als een pauw aan de muur van S.C. te pronken. Vandenbranden is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Belgische abstracte kunst en kantte zich resoluut tegen het realisme en het nieuw-realisme. De waarheid zit niet in verisimilitude, maar in een canvas vatbaar voor interpretatie. Zijn stijl is constructivistisch, vol geometrische vormen, zwarte vlakken en een limiet op de hoeveelheid gebruikte kleuren. 

Komposities past mooi binnen die stijl. De twee werken vragen tijd. Tijd om de kleuren en de lijnen te laten bezinken, om je te verslinden. Ze zijn gelijkaardig opgebouwd, maar het verschil in kleurpalet houdt me bezig. Is er betekenis te vinden in het licht-donkercontrast? Of zoek ik dan naar betekenissen die er niet zijn? De titel vertelt me niets, slechts dat het werk zorgvuldig samengesteld is, zoals een kunstenaar als Vandenbranden placht te doen, maar dat gebrek aan informatie maakt het misschien juist zo intrigerend. Er is niets aan kunst als het alle antwoorden prijsgeeft bij de eerste kennismaking. Komposities begroet en neemt afscheid, maar alleen tot de volgende keer. 



poëzie

29/05/2023
Poëzie (© Lena Vercammen | dwars)
🖋: 
Auteur

verdriet wordt gerecycleerd 

zodat het waterwerk recupereert 

tranen vloeien ongemerkt voort  

totdat ze worden herverdeeld 

en iemand ze uiteindelijk weer hoort  

zo komen ze van pas als tranensabotage 

in de fabricage van troostteelt 



wat vinden we er nu van?

29/05/2023
Geronimo Stilton (© Geronimo Stilton | dwars)
🖋: 

“Het begon zo, zo en niet anders …”. Dat zijn de eerste woorden uit het eerste boek van mijn favoriete boekenreeks uit mijn jeugd: Fantasia van Geronimo Stilton. De gekleurde en opvallende woorden, de illustraties, de geheime code en natuurlijk ook de alomgekende geurpagina’s zijn me altijd bijgebleven. Dit werk heeft mijn liefde voor literatuur aangewakkerd. 

In de Fantasia-reeks volg je de muis Geronimo Stilton terwijl hij allerlei spannende avonturen beleeft in het land van de verbeelding, Fantasia. Het eerste boek uit de reeks vertelt het verhaal van Stilton op zijn queeste om de feeënkoningin te redden uit een eindeloze slaap. Om die reis tot een goed einde te brengen, moet de muis door zeven rijken. Elk rijk wordt bewoond door mythische figuren: zo is het eerste rijk dat Stilton moet doorkruisen Wicca, het rijk van de heksen, waar ook de Griekse mythologische figuur Arakne Veelpoot rondloopt. Onderweg naar het rijk van de feeën beleven Stilton en zijn vrienden, de Fantasia Club, allerlei epische avonturen en komen ze heel wat opmerkelijke figuren tegen. 

Bij het herlezen van het boek viel me meteen op hoe actueel de thema’s zijn. Zo staat body positivity erg centraal in het verhaal, maar ook dat je vriendelijk moet zijn voor iedereen wordt veel herhaald. Erg verrassend vond ik dat in het rijk van de kabouters, Miniatura, de bevolking met veel respect voor de natuur leeft. Zo gebruiken ze enkel maar zonne-energie en eten ze voornamelijk biologische producten die ze zelf telen. Voor een werk dat is uitgekomen in 2002, zijn de thema’s dus verrassend hedendaags. 

Verder staan er veel bekende mythes en verhalen in het boek. Zo lees je bijvoorbeeld de Ierse legende over Cú Chulainn of het oud-Engelse gedicht over de held Beowulf. Ook mythische planten en dieren krijgen een eigen uitleg in Fantasia en worden op een speelse manier geïntegreerd in het verhaal en de verschillende rijken. Die rijken zijn op hun beurt ook gebaseerd op bestaande mythes en folklore. Zo is het rijk van de draken, Dragonië, gemodelleerd naar de verhalen over Graaf Dracula en put het rijk van de feeën, Florissant, inspiratie uit Gallische volksverhalen. Door de integratie van deze mythes en figuren in Fantasia, leren kinderen op een speelse manier verschillende bekende verhalen kennen. 

Als kind vond ik deze reeks al ontzettend spannend en leuk om te lezen. Zo kon ik me in sneltempo door de boeken lezen en aan het einde van de namiddag mijn ouders weer lastigvallen met de vraag of we snel terug naar de bibliotheek gingen. Tegenwoordig lees ik heel weinig fantasyboeken, voornamelijk omdat mijn leesvoorkeuren zijn veranderd. Toch verloor ik mezelf meteen in het verhaal. Door de eenvoudige schrijfstijl vloog ik door het boek en had ik, voor ik het wist, Fantasia uitgelezen. Nochtans zorgde de drukte van de pagina’s er eerst voor dat ik niet wist waar kijken. Gelukkig maakte dat gevoel van verwarring al snel plaats voor plezier en nostalgie. Zowel de thema’s als de verschillende mythes maken van dit verhaal meer dan een simpele reis doorheen verschillende rijken. Het nostalgisch gevoel dat het verhaal me geeft, zorgde ervoor dat ik met veel plezier Fantasia heb herlezen en ik maar al te graag aan het tweede boek uit de serie wil beginnen. 



kunst op de campus

29/05/2023
De Grote Totem (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is.  

Campus Groenenborger is een bedrieglijk eenvoudige campus. De grote hal van gebouw T lacht me toe, een charmante charlatan. Het enige wat ik hoef te doen om op mijn bestemming te raken, is rechtdoor lopen – zelfs de ergste GPS-verslaafde kan hier zonder. Tot ik verder en verder kom, de minzame affiche met de busroutes voorbij, de komida voorbij, de trappen voorbij, in een wirwar van gangen en nissen die nergens heen lijken te leiden. De paniek overvalt me haast, ware het niet dat De Grote Totem me geruststelt. Het lange standbeeld is donkerbruin van kleur en lijkt het midden tussen een mens en een boom te houden. Het reikt naar links, als een wegwijzer in de witte gangen naar een niemandsland à huis clos. Oh, misschien had ik hier op een andere dag naartoe moeten gaan, maar misschien had het beeld van Jacky De Maeyer me dan geen aandacht besteed. 

Jacky De Maeyer is een Oostendse kunstenaar. Wie al eens in Oostende Airport is geweest (ja, Oostende heeft een luchthaven), kan niet naast zijn beeldengroep Vuurtorens hebben gekeken. Zijn sculpturen verlangen naar versimpeling: De Maeyer vereenvoudigt zijn beeldentaal naar herkenbare vormen, zodat het enige wat overblijft de essentie is. De kern van de zaak, het substantiële van de wereld in enkele curven en lijnen gevat. Hij grijpt daarvoor vaak terug naar de natuur: liefst van al werkt hij met eikenhout dat hij in allerhande geometrische vormen kapt. Bijna al zijn beelden zijn verticaal opgebouwd, bomen nog te jong om te vertakken. 

De Grote Totem is een sculptuur dat in De Maeyers reguliere stijl past. Je kan discussiëren of de vorm van het beeld menselijk dan wel natuurlijk is. Een totem, associeer je dat met een mens of met een natuurfenomeen dat over je waakt? De Maeyer is op zoek naar die persoonlijke associaties. Zijn beelden draaien vaak rond de geboorte en de groei van de mens en van de natuur. Al wat groeit, groeit richting een eigen betekenis, zo ook totems, groot of klein. Het beeld van De Maeyer is niet volgroeid, zal dat ook nooit zijn en dat geeft het een zekere kwetsbaarheid, op zoek naar de bescherming die een totem juist zou moeten afgeven. Misschien maakt dat het juist zo krachtig als talisman: bescherming verleen je pas als je begrijpt waarom het nodig is. 

 



kotgeheimen

16/05/2023
Kotgeheimen (© Remco Terryn | dwars)
🖋: 

Vlakbij de stadscampus zit Anna op kot met uitzicht op een mooie, rode vlag van de universiteit. Ze deelt het gebouw met nog ongeveer 25 andere studenten. In het gebouw zijn twee keukens en ze hebben ieder een eigen badkamer. In de keuken hoor je niet elke week de gekste roddels over het seksleven van alle kotgenoten, maar gaat het eerder over de borden of messen die weeral ‘verdwenen’ zijn.

Om juridische redenen is identificeerbare informatie weggehaald.

Op kot gaan bestaat niet alleen uit seks, drugs en rock ’n roll, maar ook uit dunne muren, een mysterieuze buggy en een teddybeer in de keuken. In de zetel in een van de keukens vertelt Anna me over enkele amusante ervaringen die ze het afgelopen jaar al op kot heeft meegemaakt.

Tijdens ons gesprek worden we vergezeld door Rummy de eland. Niemand weet waar hij vandaan komt, maar ondertussen is de teddybeer een vaste waarde geworden in de keuken. Anna vertelt dat zij hem in het begin van het academiejaar heeft omgedoopt tot Rummy. Ze zat samen met Sien, die een verdiep hoger op kot zit, en wat vrienden in de keuken nog iets te drinken na StuDay toen ze Rummy opmerkten in de zetel. Plots werd de teddybeer hét onderwerp van de avond en zo ontstond er een brainstorm over een passende naam. Uiteindelijk stelde Anna de naam Rummy voor en sindsdien gaat de schattige eland zo door het leven.

Vreemde voorwerpen die plots verschijnen in de gang en keukens is een vaak voorkomend fenomeen bij Anna op kot. Sinds kort staat er opnieuw een buggy in de gang beneden. Je leest het goed: opnieuw. In het begin van het academiejaar stond die er ook en na ongeveer anderhalve maand was hij weer weg. Zou de jonge moeder toch besloten hebben om haar kind op kot op te voeden? “We hebben nog geen gehuil gehoord, alleen maar de verwekking van andere kinderen”, lacht Anna. Naast de buggy lag er in het eerste semester ook enkele maanden een matras in de keuken van het gelijkvloers. Dat was een nog vreemdere situatie, want elk kot in het gebouw komt met een eenpersoonsbed en een matras en dit was duidelijk een grotere maat.

Iedereen weet dat gedeelde keukens op kot niet altijd zo proper zijn. Gelukkig heeft Anna een goede vriend die ooit in een zatte bui besloot om de keuken met nat te kuisen. Dat gebeurde na een cantus waar Anna en Sien samen met nog wat vrienden naartoe gingen. Ze bleven met de groep nog wat napraten in de keuken op het gelijkvloers. Sien bleef met Sander in de keuken terwijl Anna met een paar vriendinnen naar haar kot ging voor een toiletpauze. Toen ze terug in de keuken kwamen, zat Sien dubbel geplooid van het lachen aan tafel terwijl Sander met een natte handdoek de vloer van de keuken aan het dweilen was. Hij had zijn handen willen wassen aan een kapotte kraan en het water was naar alle kanten gespoten. Sander voelde zich er zo schuldig over dat hij in straalbezopen staat een handdoek had genomen en daarmee was beginnen dweilen. “De keuken heeft er nog nooit zo proper uitgezien als toen”, vertelt Anna met een lach. “Het wordt nog eens tijd om met Sander uit te gaan!"



waarom luisteren we zo graag naar Flowers?

16/05/2023
Revenge (© Remco Terryn | dwars)

Het afgelopen jaar werd pop culture gedomineerd door de notie van wraak. Miley Cyrus zingt het verraad van Liam Hemsworth van zich af. Shakira zet publiekelijk de scheve schaatsen van haar ex-partner te kijk. En dat zijn nog maar twee van de bekendste voorbeelden. Hoe komt het dat we tegenwoordig zo’n fan zijn van wraak? Zit er iets diepers achter? We spraken met Lara Hallam, doctor in de communicatiewetenschappen, en Sander De Ridder, professor mediastudies, om tot de bodem te komen.

Flowers van Miley Cyrus domineert al maanden de hitlijsten. Het nummer werd onthaald als het toppunt van female self-empowerment, maar die zelfliefde beschimpt tegelijkertijd haar ex-man. Het zijn misschien wel juist die beschimping en die negatieve emoties die het zo pakkend maken. Dat is niet eens zo gek: we horen wel vaker dat we onze gevoelens niet mogen wegsteken om ze te kunnen verwerken.

Een van de manieren om dat te doen, is de eenvoudige tip: schrijf het van je af. Een zin die voor ons allemaal wel bekend in de oren klinkt. Schrijven over onze emoties werkt therapeutisch en geeft ons de kans om het verdriet, de woede of de verwarring een plaats te geven. Het is niet verwonderlijk dat revenge songs daarom zo populair zijn. We herkennen ons in de popfiguren die hun emoties op een rijtje willen zetten. Lara Hallam is ervan overtuigd dat wij allemaal de nood hebben om te communiceren: “Communicatie heeft bij mensen een belangrijke functie; sinds we jagers en verzamelaars waren, wilden we onze gevoelens en ervaringen met anderen delen. Vroeger verliep de communicatie aan de hand van muurschilderingen, vandaag de dag met revenge songs.”

Bovendien vertellen de revenge songs een verhaal over self-empowerment: het leven terug in eigen handen nemen. Lara Hallam legt uit: “Met zelfgeschreven liedjes kunnen beroemdheden hun reputatie sturen. Heel vaak hebben ze geen tot weinig controle over het narratief dat de (sociale) media over hen verspreidt. Revenge songs zijn een uitlaatklep om hun deel van het verhaal te vertellen.” Iedereen van ons heeft al situaties meegemaakt waarbij het verhaal voor jou verteld wordt. Het is niet eenvoudig om op elk moment in je leven voor jezelf op te komen. Powervrouwen zoals Shakira en Miley Cyrus die deze rol zelfzeker opnemen, inspireren ons om hetzelfde te doen.

rauwe revanche

Luisteraars voelen een persoonlijke band met revenge songs. Daarnaast kan je de muziek ook in een breder maatschappelijk kader bekijken. “Een deel van de populariteit van revenge songs ligt aan de identificeerbaarheid van de nummers. Ze vormen een nieuw genre binnen de popmuziek en het is een format waarin aan de ene kant artiesten hun rauwe emoties kunnen uiten. Aan de andere kant kunnen veel luisteraars zichzelf erin herkennen”, zegt Sander De Ridder. De nummers komen voor een deel voort uit marketing. “We horen vaak dat het om de persoonlijke verwerking van de artiest gaat en dat zal voor een deel waar zijn, maar het team achter de artiest weet natuurlijk wel dat het aanslaat wanneer het bredere publiek betrokken wordt bij het persoonlijke leven van de artiest.”

 

Via de revenge songs geven artiesten een deel van hun privacy op. De Ridder knikt. “Dat wil ik graag linken aan digitale cultuur en het belang van reputatie binnen die cultuur. De laatste jaren is reputatie een enorm belangrijk goed geworden. Het idee leeft dat iedereen gecanceld kan worden en op die manier hun reputatiekapitaal kan verliezen. Sociale media hebben een heel specifieke betekenis aan reputatie gegeven: het is bijna een economisch goed geworden, gekwantificeerd in likes en populariteit”, legt De Ridder uit. “Populariteit wordt in cijfers omgezet en in het verlengde daarvan in geld.” Met een goede reputatie kan je tegenwoordig in digitale context geld verdienen, zoals influencers doen. Wie het te bont maakt online, wordt verteld moeilijker een job te zullen vinden. Door zulke voorbeelden zie je hoe reputatiekapitaal een economische waarde heeft gekregen.

de reputatie-oorlog

Het belang van reputatie is sinds het verkiezingsspektakel van Donald Trump in 2016 ferm de lucht ingeschoten. Dat betekent niet dat het door Trump komt; het gaat meer om de norm die er onder andere in de politiek is ontstaan na zijn opkomst als president. De Ridder legt uit: “Trump gedroeg zich in feite als een pestkop: hij deed niets anders dan de reputatie van andere verkiezingskandidaten en journalisten te schaden. Dan spreken we over reputation warfare, wat als spektakel dient voor het publiek. Cancel culture is een vorm van die reputation warfare, maar ook revenge songs zijn daar een vorm van.” En wij? Wij kijken ernaar en genieten van het spektakel.

De Ridder: “Ik zie een sterke link tussen die specifieke digitale cultuur van reputation warfare en de populariteit van revenge songs. Er wordt voornamelijk ingespeeld op de negatieve emoties, die het klassiek goed doen om het bredere publiek aan te spreken, en iemands reputatie wordt neergehaald. Die nummers hebben een muzikale waarde. Tegelijkertijd stel ik als communicatiewetenschapper wel vast dat de revenge songs de reputation warfare versterken.” De nummers passen namelijk perfect binnen de excessieve reputatiecultuur die we nu in de maatschappij zien. “Reputatie heeft iets banaals gekregen”, zegt De Ridder. “Het gaat over esthetiek en stijl. Wat is een account met een goede reputatie op Instagram? Dat is vaak een visueel aantrekkelijk account. Toch is reputatie is niet iets banaals, maar iets dat we nodig hebben om onze samenleving draaiende te houden. Als je ziek bent, ga je naar een dokter die je vertrouwt, en die dokter vertrouw je omdat die een goede reputatie bij je heeft. Je verkiest de leiders van de samenleving op basis van hun goede reputatie. Reputatie heeft een belangrijke sociale functie, maar er wordt tegenwoordig een banale strijd van gemaakt en dat komt onze maatschappij niet ten goede.”

Hoe dat zal evolueren, vindt De Ridder moeilijk te zeggen. “We kunnen natuurlijk niet in de toekomst kijken, maar ik denk niet dat het te stoppen valt. Het is enigszins opvallend om te zien hoe mondig de maatschappij is geworden. Vroeger bleef je mening binnenshuis, nu zet je die onmiddellijk online. Wat iemand gezegd of geschreven heeft, valt ondertussen ook niet meer te controleren.” Hij verwijst naar de digitale jongerencultuur. “Jongeren zijn nu op zoek naar hun eigen identiteit, naar zichzelf. Daarvoor gebruiken ze, logischerwijze, sociale media, maar die tools zijn niet erg vergevingsgezind. Als je een uitschuiver maakt online – en dan heb ik het niet over racisme, voor alle duidelijkheid, maar eerder over experimenteren met je seksualiteit, zoals naaktfoto’s versturen – kan dat je quasi je hele leven blijven achtervolgen. Sociale media zijn persistent: die naaktfoto’s blijven bestaan. Met die kennis in het achterhoofd is reputatie een geldelijke waarde geworden.”

een keerzijde aan elke medaille

Kortom: mensen hebben een platform nodig om hun gevoelens te communiceren. Een brief of een sms geeft ons de kans om emoties te verwerken en te delen met anderen. Het hoeft in dat geval niet over reputatie te gaan, eerder over het geluk vinden in je eigen leven. Toch is het opmerkelijk dat diezelfde self-empowerment teruggevonden kan worden in de hoogste lagen van de maatschappij. Het hedendaagse politieke landschap is een schoolvoorbeeld van hoe self-empowerment een middel is om de eigen reputatie te versterken en die van anderen aan te vallen. Digitale media bieden iedereen de kans om emoties en opinies op eender welke manier te delen. Een gezond evenwicht tussen vrije meningsuiting en fatsoen is hier zeker aan de orde.

Heb je interesse om meer te weten komen over online dating? Dr. Lara Hallam vertelt je er alles over in haar boek Online Dating: the good, the bad and the ugly (Owl Press).



een gesprek met Silvia Lenaerts

16/05/2023
Silvia Lenaerts (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 

Silvia Lenaerts was sinds 2016 vicerector Valorisatie en Ontwikkeling aan UAntwerpen, een functie waarbinnen ze samenwerkingen opzette tussen universiteit en bedrijven. Vanaf 15 mei 2023 is ze de eerste vrouwelijke rector van Technische Universiteit Eindhoven. Voor ze de trein richting Nederland opstapte, klampte ik haar vast voor een gesprek. Hoe blikt ze terug op haar tijd aan UAntwerpen?

Ze laat me met plezier binnen in haar licht ogende kantoor op Campus Middelheim. Ik begin met de vaste vraag: hoe heeft ze haar tijd aan UAntwerpen ervaren? “Aan onze universiteit is er steeds veel in verandering; we zijn geen logge organisatie waar alles al vastligt”, vertelt ze. “Ik pionier graag en UAntwerpen geeft daar kansen toe.” Die kansen heeft Lenaerts gegrepen. De bachelor Bio-ingenieurswetenschappen is hervormd onder haar toeziend oog en het departement is de samenwerking aangegaan met UGent en KU Leuven. Daarnaast richtte Lenaerts ook een eigen onderzoeks-groep op: DuEL, wat staat voor Duurzame Energie-, Lucht- en Watertechnologie. Als ze eraan denkt, lacht ze kort. “Dat was moeilijk, dat kan ik je wel meegeven. Met veel ben ik uit het niets vertrokken: ik zag een lege ruimte en begon maar. Dan moet je buiten de universiteit kijken en samenwerkingen zoeken. In het bedrijfsleven heb je geld en een duidelijk doel, maar op de universiteit heb je dat niet. Geen geld, geen middelen, geen mensen. Je doet het alleen. Aan de ene kant is dat positief, want je kan veel kanten uit, maar aan de andere kant is het lastig. Ik wil daar niet over klagen: het is goed dat het aan de universiteit minder over dat financiële doel gaat. Het gaat over jonge mensen; hen motiveren is mijn drijfveer.”

Die drijfveer is duidelijk zichtbaar bij Lenaerts. Ze heeft veel doctorandi en studenten gezien in haar carrière. “Ik wil de vonk overbrengen in elke groep waar ik kom, zodat mensen echt hun richting vinden”, zegt ze. “Doctorandi begeleiden vind ik misschien wel het fijnst. Ze zitten in een belangrijke tijd. Die studententijd is bijna zorgeloos, maar daarna wordt het serieuzer en moet je veel grote beslissingen nemen. Die fase vind ik leuk: ik zie hen dan echt hun ding vinden. Ik hoop dat ik jonge mensen toch iets heb kunnen meegeven.”

voorbij de verkokering

Naast professor was ze een sterk geëngageerde vicerector Valorisatie en Ontwikkeling. Nu ze naar Eindhoven trekt, komt er een opvolger. Wat moet die zeker meenemen? “Het is belangrijk om de openheid te behouden naar wat valorisatie is”, stipt ze aan. “Valorisatie is maatschappelijk-economische waardecreatie vanuit onderzoek. Denk out of the box: dat kan ook van atypische profielen komen. Doe iets met de kennis die we hebben en ga zeker niet de weg op van enkel de technologische innovatie.” Die innovatie is logisch, verklaart Lenaerts, maar die kennen we al. “Met maatschappelijke impact maken we het verschil en bereik je de mensen. Daarom is het ook zo goed dat de sociaal-humane faculteiten – Rechten, Letteren en Wijsbegeerte en Ontwerpwetenschappen – nu ook inzetten op valorisatie en een valorisatiemanager in dienst hebben genomen. Zo onderscheiden we ons in Antwerpen.”

Waar er nu meer op valorisatie wordt ingezet, is de strijd nog niet gestreden. “We moeten blijven vechten voor autonomie en vrijheid voor bottom-up initiatieven. Als mensen iets willen doen, moeten we erin geloven, vertrouwen geven en niet onmiddellijk afkomen met financiële parameters. Het is essentieel om risico te nemen en moed te tonen. Op de universiteit zie ik een grote risico-aversie en we mogen ons daar niet te hard door laten leiden. Als je te braaf bent, slorpen ze de ideeën op in de bureaucratie en dan verdwijnt innovatie.”

Ook cruciaal is dat de universiteit blijft kijken naar wat de samenleving nodig heeft. “We mogen geen koker worden. Pas op, het moet absoluut kunnen dat zij die dat willen, zich kunnen focussen op hun onderzoek alleen, maar er moet zeker ruimte zijn om samen te werken met andere actoren in de samenleving.” Valorisatie is tenslotte iets heel anders dan onderzoek, volgens Lenaerts. “Bij onderzoek ga je in de diepte, maar bij valorisatie moet je juist zo breed mogelijk kijken. Beide zijn nodig aan een universiteit.”

In haar carrière heeft Lenaerts weleens kritiek gekregen. “Ik ga de confrontatie aan”, geeft ze toe. “Ik ben al dertig jaar bezig met luchtpollutie en vandaaruit uit ik ook kritiek op vervuilende bedrijven. Die bedrijven zijn niet altijd even blij met wat ik zeg.” Het leidt me naar mijn volgende vraag. In 2022 verscheen Lenaerts namelijk in een advertentie van chemiereus INEOS. Daar werd Lenaerts in allerhande opiniestukken op afgerekend. “Ik begrijp heel goed dat die kritiek er was”, zegt Lenaerts. “Ik voel me misbruikt door INEOS. Ik heb dat interview gedaan, maar ik wist niet dat de journalist in opdracht van INEOS werkte en ik heb nooit de intentie gehad om eender welk bedrijf te steunen. Het raakt me sterk, want het gaat enorm hard in tegen wat ik wil. Ik ben net steeds kritisch voor bedrijven die een impact hebben op milieu en gezondheid. De vervuiler moet betalen. Is het niet choquerend dat dat simpele principe zo moeilijk is om om te zetten in de praktijk? Mijn hele onderzoek gaat over luchtzuivering en luchtpollutie en dan word ik in de hoek gezet van een chemisch bedrijf dat zich daar niets van aantrekt.”

rector Lenaerts

Haar kennis kan ze nu verspreiden in Eindhoven. “Toen ze me voor het eerst contacteerden, dacht ik dat het een grap was”, vertelt Lenaerts. “De rector in Nederland, dat is een grote, grijze, oude man, niet iemand zoals ik. Ik ging ervan uit dat ze me hadden gevraagd om een tegenkandidaat voor de eigenlijke nieuwe rector te hebben, dus ik had weinig voorbereid en had besloten om gewoon mezelf te zijn.” De gesprekken met Technische Universiteit Eindhoven bleken aangenaam en over onderwerpen te gaan die Lenaerts zelf nauw aan het hart liggen, zoals duurzaamheid, onderwijs en klimaat. Lenaerts: “Pas tegen de laatste ronde had ik een goed gevoel over mijn kansen en heb ik het tegen rector Van Goethem gezegd.” Toen was het ineens beklonken: Silvia Lenaerts, rector van Technische Universiteit Eindhoven.

Naar aanleiding van de rectorverkiezingen in academiejaar 2023-2024 kon je in de gangen fluisteringen opvangen over Lenaerts als mogelijke rectorkandidaat van UAntwerpen. “Ik heb altijd gezegd: ‘ofwel word ik rector, ofwel ga ik weg’. Ik wil dingen kunnen veranderen. Als je in de positie van vicerector hebt gezeteld en je kan achteraf niets meer veranderen, is dat frustrerend.” Ze lacht kort: “En nu komen de twee samen! Ik geloof in het potentieel van Antwerpen, maar de kans om rector te worden in Eindhoven kon ik niet laten liggen. Ik heb er wel over getwijfeld om te blijven, ik wou de rector ook niet in de steek laten, maar goh... In Nederland is het anders: daar wordt er bij rectorverkiezingen gekeken naar inhoud, terwijl het hier veel politieker is. Nog een jaar politieke spelletjes spelen, zag ik niet zitten.”

Als ik vraag of ze sommige dingen anders had aangepakt, schudt ze haar hoofd. Toch vond ze niet alles even evident. “Wat ik moeilijk vond, waren de evaluaties waarbij je afgerekend wordt op zaken die er, naar mijn mening, maar weinig toe doen. Hoeveel publicaties, hoeveel citaties, goh, dat is toch maar één aspect, niet? Ik heb daar veel stress door gehad en achteraf gezien had ik misschien harder op tafel moeten kloppen en moeten vragen om de parameters te herbekijken.”

de vrouw in de kamer

Lenaerts wordt de eerste vrouwelijke rector aan een technische universiteit in Nederland. Daarmee vervoegt ze een kort lijstje van vrouwelijke rectoren in de Lage Landen. “Straf, niet?” zegt Lenaerts. “Ik begon dertig jaar geleden met werken en toen was ik steeds de enige vrouw in vergaderingen, van in mijn doctoraatsproject tot in mijn bedrijf. Ik kan me nog goed herinneren dat ik dacht: ‘dat verandert wel’. Nu stel ik tot mijn verbijstering vast dat ik nog altijd op de meeste vergaderingen de enige vrouw ben. Ik vind het fijn dat ik een vrouwelijke rector aan een technische universiteit ben, maar het voelt dubbel. Hoe kan dat nu, de eerste zijn? Er zijn tenslotte evenveel vrouwen als mannen die dat zouden kunnen. Het zet me wel aan het denken.”

 

Nog een jaar politieke spelletjes spelen, zag ik niet zitten.

 

Waaraan het ligt? Volgens Lenaerts kunnen er meerdere redenen zijn. “Ik denk dat het grotendeels met tijdbesteding te maken heeft: we moeten zo veel bordjes in de lucht houden. Als ik ‘s avonds naar vergaderingen moest, dacht ik vaak aan het avondeten van mijn kinderen, aan wat ik verder nog moest doen, aan wat mijn kinderen nog nodig hadden voor school. Dat vond ik dan vaak prioritair. Die praktische kant zit er misschien wat meer in bij vrouwen. Je bent continu bezig met ervoor te zorgen dat alles draait en dat is een evenwichtsoefening in organisatie en prioritisering”, merkt ze op. “Als we spreken over meer vrouwen in het bestuur, moeten we meer over de praktische kant van de zaak spreken. Als er praktische problemen zijn bij de organisatie van het huishouden, dan moet iemand die natuurlijk wel oplossen.” In de praktijk blijkt dat toch nog vaak de moeder te zijn en niet de vader. “We moeten die kwesties eerlijk op tafel kunnen leggen.”

Hoewel er wel gesproken wordt over meer vrouwen in beleid, blijkt dat praktische niet altijd opgenomen te worden. “Als ik de adviezen lees, vind ik het vaak toch nog ontgoochelend”, zegt Lenaerts. “Het gaat vaak over wollige zaken, terwijl, als ik naar mezelf kijk, ik echt wel bezig was met hoe ik mijn kinderen naar school kreeg en hun last minute schoolbenodigdheden op tijd verzameld kreeg. Ik had nood aan iemand die nu en dan insprong, de boodschappen ging doen. Al die blabla in de adviezen heeft geen zin; breng het gesprek down to earth.”

Dat is niet het enige wat Lenaerts opvalt. “Als je ergens in dienst komt, krijg je een loon dat aansluit bij je vorige lonen. Wij doen dat ook, overigens, en ik vind dat een foute praktijk. Want wat gebeurt er dan? Vrouwen krijgen kinderen en zijn een tijdje afwezig, dan zijn ze vaak tevreden met een lager loon. Wanneer je dan in een nieuwe functie komt, sluiten ze aan op dat lagere loon. Terwijl een man die hard op tafel heeft geklopt en een hoog loon onderhandeld heeft, dat hoger loon behoudt en bijgevolg steeds meer krijgt. Dat is een onrechtvaardigheid die in het systeem kruipt en alsmaar meegaat. Daar zie ik nog veel werk. Ook dat zijn praktische zaken, maar praktische zaken kunnen we veranderen.”

Dat is niet het enige wat Lenaerts opvalt. “Als je ergens in dienst komt, krijg je een loon dat aansluit bij je vorige lonen. Wij doen dat ook, overigens, en ik vind dat een foute praktijk. Want wat gebeurt er dan? Vrouwen krijgen kinderen en zijn een tijdje afwezig, dan zijn ze vaak tevreden met een lager loon. Wanneer je dan in een nieuwe functie komt, sluiten ze aan op dat lagere loon. Terwijl een man die hard op tafel heeft geklopt en een hoog loon onderhandeld heeft, dat hoger loon behoudt en bijgevolg steeds meer krijgt. Dat is een onrechtvaardigheid die in het systeem kruipt en alsmaar meegaat. Daar zie ik nog veel werk. Ook dat zijn praktische zaken, maar praktische zaken kunnen we veranderen.”



in gesprek met Tom Meeuws

16/05/2023
Menstruatiearmoede (© Alice Ristori | dwars)

Zes studenten van Antwerp Management School zetten vorig academiejaar het Period(t)-project op poten. Het project bestond erin zoveel mogelijk menstruatiemateriaal te verzamelen via inzamelboxen verspreid over verschillende Antwerpse bedrijven en scholen. Via zulke inzamelpunten verzamelden de studenten maar liefst 430 dozen menstruatiemateriaal in om vervolgens te verdelen via verschillende sociale organisaties. Ook UAntwerpen werkte mee aan het project en organiseerde een aantal inzamelpunten. De inzamelpunten bleken een succes en toen het project ten einde liep, bleven de donaties binnenkomen.

 

Naar aanleiding van het geslaagde pilootproject besloot UAntwerpen om op kleinschalige basis menstruatiemateriaal te verdelen op haar campussen. In maart werd UAntwerpen de eerste Vlaamse universiteit om gratis maandverband en tampons structureel te verdelen in alle dames- en genderneutrale toiletten, dit om menstruatiearmoede en andere taboes rond menstruatie aan te kaarten. Daarnaast organiseerde UAntwerpen op 17 maart een infonamiddag rond menstruatiearmoede, -schaamte en -gezondheid.

menstruatiearmoede

Armoedebestrijdingsorganisatie Caritas Vlaanderen definieert menstruatiearmoede als volgt: “Menstruatiearmoede is het ontbreken van financiële middelen om menstruatieproducten te kopen.” De organisatie kaartte het fenomeen al in 2019 aan. De organisatie bevroeg in het voorjaar van dat jaar 2.608 Vlaamse meisjes en jonge vrouwen tussen 12 en 25 jaar en nam diepte-interviews af bij vier meisjes die aangaven in een situatie van menstruatiearmoede te leven. Zo leverde Caritas de eerste cijfers rond menstruatiearmoede in Vlaanderen. Hoewel menstruatiearmoede initieel niet zeer aanwezig leek te zijn in Vlaanderen, maakt het rapport duidelijk dat menstruatiearmoede een groep vrouwen in Vlaanderen ervan belet om zorgeloos te kunnen leven. Dat haalde adjunct-directeur Dorien Van Haute van Caritas aan op de infonamiddag.

Uit hun rapport blijkt dat het fenomeen zich wel degelijk voordoet in Vlaanderen. 12% van de Vlaamse vrouwen tussen twaalf en vijfentwintig jaar had al wel eens niet genoeg geld om menstruatieproducten te kopen. Bij vrouwen die in armoede leven, loopt dat op tot 45%. Ongeveer 11% van de respondenten leende ooit menstruatieproducten omdat ze er zelf geen geld voor had. De helft van de Vlaamse vrouwen gebruikte al wel eens een dubbelgevouwen zakdoek of een dubbele onderbroek omdat ze geen menstruatieproducten had. Vrouwen die in armoede leven doen dat vaker dan anderen: 65% van de vrouwen in materiële deprivatie zoekt een andere oplossing. 5% van de Vlaamse vrouwen bleef wel eens weg van school omdat ze geen geld had om menstruatieproducten te kunnen kopen. Bij jonge meisjes die leven in armoede miste 15% al eens school bij gebrek aan menstruatieproducten.

Een grote groep vrouwen moet zich met regelmaat zorgen maken over de aankoop van menstruatiemateriaal en het lukt hen soms niet om dat te financieren. Voor jongeren die naar school gaan, brengt dat tekort aan menstruatiemateriaal heel veel stress met zich mee. Ze kunnen zich daardoor minder goed focussen op hun schoolwerk en dat beïnvloedt hun prestaties op een negatieve manier. Menstruatiearmoede zorgt er in sommige gevallen zelfs voor dat jonge vrouwen (op bepaalde dagen) niet naar school kunnen gaan of kunnen deelnemen aan andere activiteiten.

huidig beleid

We interviewden de Antwerpse schepen van Armoedebestrijding, Tom Meeuws, om meer te weten te komen over het politieke aspect van menstruatiearmoede. Meeuws lichtte het huidige beleid rond menstruatiearmoede toe: “Als OCMW-voorzitter kan ik zeggen dat we zoveel mogelijk gratis menstruatieproducten verdelen aan de mensen die bij de voedselbanken en het OCMW langskomen. Het gaat dan natuurlijk om mensen die we kennen vanuit het OCMW en mensen die zich vaak vanuit grote schaamte naar de voedselbanken bewegen. Dat doen we voor het onderste deel van de inkomstenklasse. Belangrijker is dat menstruatie een deelprobleem is van mensen die in armoede leven of opgroeien. Het tweede dat we doen is scholen proberen overtuigen om kastjes te installeren waarin scholen gratis menstruatiemateriaal aanbieden. Zo hebben we al 23 scholen overtuigd.” De schepen plaatst menstruatiearmoede in het kader van een overkoepelend probleem: “Menstruatiearmoede is net zoals beweegarmoede en vervoersarmoede een deelprobleem van structurele armoede. Zeker voor jongeren die opgroeien is het belangrijk om hen zoveel mogelijk negatieve ervaringen te besparen. Daarom geloven we erin dat we scholen actief moeten overtuigen om menstruatiemateriaal te voorzien om die schaamte en stress te verhelpen. Dat spoort uiteraard gelijk met de lege brooddozenproblematiek en het feit dat leerlingen niet mee kunnen op schoolreis, maar in tegenstelling tot een eenmalige Parijsreis, doet menstruatie zich maandelijks voor. Het is dus onze plicht er iets aan te doen.”

blik op de toekomst

Om die plicht te vervullen, wil Meeuws het project verder uitbreiden in de volgende bestuursperiode. “We willen alle scholen van eender welk net overtuigen om de kastjes te installeren om zo de schaamtevolle ervaring bij jongeren weg te nemen. Die kastjes zijn daarbij belangrijk omdat ze de menselijke factor uitschakelen.” Met die menselijke factor doelt Meeuws op een seceratarismedewerker die de schaamte alleen maar in de hand zou werken moest die het materiaal uitdelen. “Laat ons in groot vertrouwen maandverband en tampons voorzien in de sanitaire voorzieningen. Daar is het zo anoniem als mogelijk en kan iedereen die daar nood aan heeft zich bedienen.” Meeuws zet zijn overtuiging kracht bij met een rake vergelijking: “Het is echt zoals toiletpapier: je moet daar niet om bedelen of zelf meebrengen van thuis, dat is er gewoon. Als er gratis toiletpapier is op scholen, zou er ook gratis menstruatiemateriaal moeten zijn.”Daarnaast benadrukt de schepen het belang van algemene financiering. “Momenteel loopt de financiering weleens via een wafelbak, maar dat vind ik een beetje obsceen. Ook wanneer je werkt met donaties, blijf je erg afhankelijk en is je aanbod moeilijk te garanderen.” Om die reden is de schepen dan ook geen voorstander van het nultarief dat Caritas voorstelt. “Er is recent een BTW-verlaging doorgevoerd en dat kan ik alleen maar steunen. De BTW staat nu op 6%. De opbrengst daarvan kan gebruikt worden voor de logistieke kant van de kastjes, waardoor ik ze liever niet volledig afgeschaft zie. Het is belangrijk om te beseffen dat BTW ook positief ingezet kan worden.”

welke stappen moeten we nog zetten?

Die uitbreiding met financiering door algemene middelen is momenteel nog geen realiteit. Volgens Meeuws ontbreekt vooral het maatschappelijk besef. Zowel in het debat als tijdens het interview benadrukte hij een citaat uit het rapport van Caritas dat hem tot inzicht bracht: “Mocht niet de helft van de wereldbevolking, maar de hele wereldbevolking menstrueren, dan hadden we nu overal gratis menstruatieproducten op scholen gehad.” Het is dan ook dat besef waar hij op wil inzetten. “Dat besef creëren we onder andere door erover te praten en te publiceren of door er een namiddag over te organiseren zoals UAntwerpen deed. Sterke getuigenissen en goed sensibiliserend werk maken het verschil. Menstruatiearmoede blijft een deelprobleem van het grotere armoedeprobleem, maar het helpt wel om ons als maatschappij eens heel bewust te worden van een specifiek deelprobleem en het ook aan te pakken.”

Hij kaart daarnaast nog een ander obstakel aan, namelijk de last op het onderwijs. “Je belandt heel snel in een situatie waarbij het onderwijs geacht wordt alle maatschappelijke problemen te remediëren achter de schoolpoort. Scholen en leerkrachten staan onder een hele hoge druk en daar heb ik enig begrip voor. Toch is het in wezen een simpel logistiek probleem en is het dus belangrijk dat scholen niet de indruk krijgen dat het weer een extra last is. Zet er een organisatie op die het voor de scholen oplost en normaliseer het vooral.”

Voor nu blijven we op onze honger zitten. We bevinden ons in de eerste fase van bewustwording, wat ook al opviel op de infonamiddag waar een beperkt en overwegend vrouwelijk publiek aanwezig was. Er zijn nog heel veel stappen te zetten alvorens we kunnen spreken van een algemeen maatschappelijk bewustzijn. De overtuiging bij de schepen is er, maar de stappen die hij wil zetten om de obstakels uit de weg te helpen, blijven voorlopig vaag. We kijken uit naar de verkiezingscampagne van 2024 en hopen dat menstruatiearmoede er op de tafel zal liggen, deze keer met een concreet beleidsplan.



stuvers aan het woord

16/05/2023
Stuvers (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Hun roze logo verschijnt te pas en te onpas in de mailbox, maar wat doen ze naast mailen? Achter welke nieuwe initiatieven aan de universiteit schuilt stiekem de Studentenraad, op welke manieren beïnvloeden ze het dagelijks leven van de student? Om daarachter te komen neust dwars in de projecten van de Studentenraad. Het kotentekort is een prangend probleem in Vlaanderen, maar hoe zit het in Antwerpen?

Julien De Wit is voorzitter van VVS (Vlaamse Vereniging Studenten), een koepelorganisatie die alle studenten wil vertegenwoordigen in Vlaanderen en waar de Studentenraad ook lid van is. Vorig jaar publiceerde VVS een nota rond het kotentekort, maar het probleem is nog verre van opgelost. “Het probleem is tweeledig”, zegt Julien. “Ten eerste is er een tekort aan koten. Er zijn meer studenten die een kot nodig hebben dan er koten zijn. Ten tweede is er eveneens een tekort aan betaalbare koten. Luxekoten met een gym en spelkamers worden bijgebouwd, maar veel studenten willen een gewoon kot met de basisvoorzieningen.” Hoeveel geld je ook wil betalen, een kot vinden is niet evident, maar het wordt een pak moeilijker als je er per maand geen 1000 euro voor kan neerleggen.

Op dit moment is Antwerpen niet de slechtste leerling van de klas. In een stad als Brussel wordt een vierde van de koten verhuurd aan 800 euro per maand. “Antwerpen moet opletten dat het niet zo ver komt”, waarschuwt Julien. “Niemand kan tenslotte voorspellen hoe de studentenbevolking zal evolueren. Het is goed mogelijk dat de studentenpopulatie in Antwerpen alleen maar zal groeien en dat het kotentekort op die manier nóg nijpender wordt.” Een teveel aan studenten is niet de enige reden voor het tekort. Er zijn nog andere uitdagingen: zo moeten koten binnenkort klimaatneutraal worden.

Wat doen we aan het kotentekort? “Er moet een structureel beleid worden uitgedacht”, zegt Julien. “De stad moet bekijken hoeveel studenten ze willen, hoeveel koten er in welke wijken kunnen zijn en ze moet inzetten op buurtwerking. Oplossingen moeten voornamelijk vanuit de overheden komen. Ik denk aan versimpeling, zodat particulieren met een kamer op overschot eenvoudiger een student kunnen huisvesten. Ik denk aan spreiding: een student die in Antwerpen studeert, kan ook in Berchem op kot zitten, zo ver is dat niet. Ik denk aan grotere projecten, zoals de student villages in Gent, een groot huisvestingcomplex voor studenten gelegen buiten de stad. Als dat goed werkt, kan het idee naar hier gebracht worden.”

De onderwijsinstellingen doen hun best, volgens Julien. “De instellingsgebonden koten zijn goed in orde en helpen veel studenten, maar de financiering van de universiteiten zorgt ervoor dat het niet meer haalbaar is. De overheid moet het voortouw nemen, vind ik. Ze moeten samen met de instellingen het probleem aanpakken en onder andere de financiering van studentenvoorzieningen bekijken. Als de overheid wil dat het hoger onderwijs een grotere rol op zich neemt, moet er dan ook geïnvesteerd worden in die voorzieningen.” Het is niet de eerste keer dat Julien dat zegt. “Met VVS zetten we het probleem op de kaart. Er verandert weinig: ik doe elk jaar net hetzelfde babbeltje. We zijn te veel bezig met symptoombestrijding en te weinig met het eigenlijke probleem. Tegelijkertijd geloof ik wel in die structurele oplossingen. Dit hoeft niet te blijven aanslepen.”



kun je verslagen van de raad van bestuur van UAntwerpen verkrijgen?

16/05/2023
dwars test het uit (© Margaux Albertijn | dwars)
🖋: 

Er wordt flink vergaderd aan de universiteit. De verslagen van die vergaderingen zijn bestuursdocumenten die gewone burgers zoals studenten en niet-studenten kunnen opvragen. Ik vroeg het verslag op van het bestuurscollege en de raad van bestuur van UAntwerpen, nog in de onwetendheid dat een bochtig traject zou volgen.

Op 20 september van het jaar 2022 vroeg ik de verslagen op van de vergaderingen van de raad van bestuur en het bestuurscollege. U, ik en iedere andere burger hebben recht op inzage ter plaatse, op een afschrift en op uitleg over bestuursdocumenten. Tenzij het gaat over documenten van persoonlijke aard moet je als verzoeker geen belang doen blijken. Met andere woorden: je hoeft niet te bewijzen dat het document een impact heeft op je leventje. Verslagen van de raad van bestuur en het bestuurscollege zijn verslagen van de meest elementaire vergaderingen aan UAntwerpen, dus dat mag geen probleem opleveren.

De dag daarna volgde het bericht dat die verslagen niet online staan voor studenten, maar een mail en een telefoontje later was ik gerustgesteld: het zou allemaal in orde komen. Een tiental dagen later kreeg ik spontaan een mail om te melden dat men mij niet vergeten was, maar dat er nog een aantal GDPR-aspecten moeten worden besproken en dat ik op de hoogte zou worden gehouden. Evenwel ongeveer gelijktijdig kreeg een ander dwars-redactielid een zorgelijk telefoontje van de universiteit vanwege mijn interesse in de verslagen van de belangrijkste vergaderingen aan UAntwerpen: of ik die wel werkelijk opvroeg als studentenblad-auteur en niet ten bate van een studentenvereniging waar ik nog nooit van had gehoord, die een conflict uitvocht met de universiteit waar ik helemaal geen weet van had?

Ondanks die op niets gefundeerde achterdocht weigert deze burger zijn geloof te verliezen in UAntwerpen, laat staan in de spontane en welwillende toepassing van een essentieel principe als openbaarheid van bestuur. Ik wachtte rustig af, vanwege mijn geduldige inborst. Men ging mij immers op de hoogte houden. Op 1 februari 2023 contacteerde ik de universiteit opnieuw en na een mail en een telefoontje werd er me op het hart gedrukt dat ik het verslag van de raad van bestuur van februari zou krijgen en ook die van de volgende raden. Er werd mij ook gemeld dat het bestuurscollege eigenlijk niet zo belangrijk is. Er zijn lezers die na het lezen van vorige zin hard moeten grinniken.

Op 21 april van het jaar 2023 ontving ik een mail met als onderwerp “verslag RvB”. Mijn hart maakte begrijpelijkerwijs een sprongetje. Helaas kreeg ik in de plaats van de notulen een zogeheten beslissingsverslag “met de beslissingen zoals ze zijn opgenomen in de notulen”, een summier document van geen vier bladzijden waarvan een volle pagina wordt ingenomen door een inhoudstafel en de rist kennisnames tot de veelzeggendste puntjes behoren. De bijbehorende mail laat verstaan dat ik zodoende word geïnformeerd over de agenda en de beslissingen van de raad van bestuur.

Kun je verslagen van de raad van bestuur van UAntwerpen verkrijgen? Helaas, opdracht gefaald. Alleen na geduldig de tijd te verbijten krijg je een beslissingsverslag waar nagenoeg niets in staat. De vraag blijft waarom het UAntwerpen zoveel moeite kost om die minimale vorm van transparantie te bieden. Het zegt hopelijk niet te veel over de gangbare bestuurscultuur.