UAntwerpen

08/12/2023
Protest Palestina (© dwars)
🖋: 

Woensdagmiddag 29 november vond in de Agora een sit-in plaats uit solidariteit met de slachtoffers in Gaza. Die sit-in viel niet in goede smaak bij het rectoraat. De rector diende prompt klacht in tegen twee studenten die deelnamen aan deze sit-in. Deze voormiddag vond een bemiddelingsgesprek met de rector plaats: de universiteit zal geen gevolg geven aan de klacht. 

Het is vrijdagvoormiddag 9u50. Aan de ingang van het Hof van Liere verzamelen een 25-tal studenten en personeelsleden van UAntwerpen. Ze troepen er samen rond Eline Engelen en Lukas Janssens, de twee UAntwerpen-studenten en leden van Comac, tegen wie de rector een klacht heeft ingediend bij de studentenbemiddelaar. Aanleiding is de sit-in in de Agora uit solidariteit met de slachtoffers in Gaza, die door UAntwerpen werd verboden. Tijdens deze sit-in gingen een veertigtal studenten op de vloer zitten, deelden ze watermeloen (symbool voor de steun aan de Palestijnen) uit, en protesteerden ze tegen de samenwerkingsverbanden die UAntwerpen heeft met Israëlische universiteiten die Israël militair van dienst zijn.  

Deze twee studenten werden net als de rector deze vrijdagvoormiddag bij de studentenbemiddelaar verwacht. De studentenbemiddelaar bemiddelt niet alleen tussen studenten onderling, maar behandelt ook de klachten van personeelsleden of van de rector tegen studenten. Na zo’n bemiddelingsgesprek komt er normaliter een schriftelijk engagement waar beide partijen zich aan horen te houden. Zo niet, wacht de tuchtcommissie op hen en die kan in tegenstelling tot de studentenbemiddelaar wel sanctionerend optreden. Deze sancties gaan van een vermaning of het verbod gebruik te maken van bepaalde diensten tot de schorsing voor bepaalde termijn of zelfs de definitieve uitsluiting. 

Er staat voor Eline en Lukas met andere woorden iets op het spel. De groep van 25 mensen vergezelt de twee studenten naar de plaats van het bemiddelingsgesprek.  De rector richt zich tot de groep met de vraag of zij ook allen van Comac zijn. De groep protesteert. “Tegen Eline en Lukas is er willekeurig een klacht ingediend”, vertelt Marieke, een van de sympathiserende studenten. “Zij zijn allebei lid van Comac, maar de sit-in was een pluralistisch initiatief van studenten met allerlei achtergronden. Het wordt geframed als een politieke rally, maar het gaat hier over menselijkheid. We moeten ervoor zorgen dat de universiteit onze morele waarden hooghoudt en dat de universiteit niet onze normen en waarden bepaalt.” 

De rector maakt vlak voor het gesprek duidelijk dat hij het niet op de spits wil drijven, maar dat de sympathisanten niet mee naar binnen kunnen. De groep is het daar niet mee eens. Liefst gaan ze met allemaal mee naar binnen, maar uiteindelijk krijgen de studenten nog vier mensen die aan UAntwerpen verbonden zijn als student of personeelslid mee. In afwachting praat ik met Dimitri, ook een student die Lukas en Eline steunt. Hij vindt het niet normaal dat zij worden aangeklaagd op basis van artikel 31 van het statuut van de student. Dat artikel zegt: Studenten en studentenorganisaties moeten positief bijdragen aan de bescherming van de studenten tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op de campus of daarbuiten, en voorts zich onthouden van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op de campus of daarbuiten. “Ik zie niet in hoe een solidariteitsactie met Palestina een vorm van aanzetten tot geweld is. Wat intimiderend is, is dat studenten door de rector hiervoor worden aangeklaagd.” 

Na ruim anderhalf uur bemiddelen komen Eline, Lukas en de vier steunbetuigers naar buiten. Er weerklinkt meteen applaus. “Het was een heel constructief gesprek”, vertellen Eline en Lukas. “We zijn niet duidelijk geweest wie de sit-in organiseerde en de rector was erg bezorgd over de veiligheid van de actie. Omdat bleek dat wij getweeën niet alleen verantwoordelijk waren voor de sit-in, wordt er geen verder gevolg gegeven aan de klacht.” 

“Ook over hoe onze universiteit met de situatie in Gaza moet omgaan, hebben we van gedachten gewisseld. Een belangrijke eis van ons is dat UAntwerpen samenwerkingsverbanden met Israëlische universiteiten doorknipt. De rector gaf aan dat hij op pragmatische wijze die wil herbekijken. Ook stipten we aan dat we verwachten dat de rector in zijn communicatie ook solidariteit betoont met de Palestijnse bevolking. En dat academische vrijheid wordt beschermd tegen intimidatie. Een bezorgdheid waar de rector mee aan de slag wilde. Vooral zijn we de brede solidariteit en steun onder studenten en personeelsleden dankbaar.” 



close-up: recensie

08/12/2023
Kinderen van de Zorg (© Mayté Mens | dwars)
🖋: 
Auteur

Wanneer iemand over weeskinderen praat, denken we al snel aan de musical Annie of het boek Oliver Twist. Dat zijn klassiekers, maar wat ze weergeven was ook een realiteit. Was elk weeshuis een groot, oud, ineenstortend huis met een groot hek waar je kraaien zag vliegen? Waren het allemaal kinderen in een huis met Cameron Diaz als oprichtster zoals in de filmadaptie van Annie? Wezen zijn er altijd geweest en hoewel ze vaak het onderwerp zijn in de literatuur, blijft het beeld dat we van hen hebben vaag. De expo Kinderen van de zorg bundelt de geschiedenis van wezen over een tijdsperiode van zes eeuwen samen in een verhaal dat te vinden is op drie locaties: het Maagdenhuis, het Knechtjeshuis en het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Voor de liefhebbers van een wandeling door de buurten van Antwerpen is er ook een stadstour voorzien. 

Maagdenhuis 

Na vier jaar te studeren in Antwerpen weet ik mijn weg door de stad nog steeds niet te vinden, dus ging ik op pad met Google Maps in de hand en aan mijn zij de lieftallige hoofdredacteur Emma, die Antwerpen beter kent. De enthousiaste baliemedewerkster van het Maagdenhuis interesseerde zich in onze opleiding, maar nog meer in Emma's parfum. Waardoor we de expo goedlachs startten.

In de eerste zaal schrokken we van Clara. Zij verscheen op een groot scherm. Het toonde een filmpje waar een voormalige bewoonster informatie gaf over het Maagdenhuis. Dankzij haar leren we dat het gebouw vroeger een weeshuis was en het woord 'maagd' vroeger niet anders betekende dan een vrouwelijk wees. Doorheen het museum stonden verschillende borden met luisterfragmenten, ingesproken met Antwerps accent. Op die interactieve wijze hoorden we verhalen van de weeskinderen. De verhalen waren fictief, maar gebaseerd op de toenmalige werkelijkheid.

We hoorden bijvoorbeeld het verhaal van drie kinderen die werden weggehaald bij hun moeder. De twee meisjes hun haar werd afgeknipt en ze werden het Maagdenhuis ondergebracht, terwijl hun broertje naar het knechtjeshuis moest. De politieofficier zei dat hun moeder niet goed voor hen zorgde, maar daar waren ze het zelf niet mee eens. Ze snapten niet waarom ze werden weggehaald. Heel het museum zat vol met zulke verhalen. De audiofragmenten raken je.

Er zit dus een waarheid in Annie en Oliver Twist. Het is zeker een bezoekje waard! Ik zou het interessanter hebben gevonden als de ruimtes in hun oorspronkelijke functie werden gebruikt. Was het een keuken, een slaapruimte of een bidruimte? 

 

Instituut voor Tropische geneeskunde 

Zogezegd was het tien minuten wandelen van het Maagdenhuis naar het Tropisch Instituut, maar wij deden er eerder twintig minuten over. Misschien kwam het door ons klein gestalte dat we niet sneller waren, al lijkt tien minuten verschil me nog steeds sterk. Het art deco-interieur was om je ogen op uit te kijken. Daarnaast stelt het Instituut zich niet vaak open voor bezoekers, dus een kijkje nemen, alleen al voor de architectuur, is zeker aan te raden.

Spijtig genoeg vond de vrijwilliger in kwestie dat ook. Ik gebruik het woord ‘spijtig’ vanwege haar opdringerige gedrag. We moesten haar volgen naar de gang voor enkele minuten te staren naar een trappenhal in een ongemakkelijke stilte, terwijl ze haar broodje op at. Daarna werden we bevraagd over onze algemene kennis van vondelingenschuiven – die was miniem – en kregen we een quiz over hoeveel schuiven er nog zijn in België. Eenmaal we de vrijwilliger hadden afgeschud konden we verder kijken.

In dit deel van de expo ging het minder over wezen, maar meer over de geschiedenis van het gebouw zelf en de algemene ontwikkeling van kinderen. Het gebouw had vroeger zelf een vondelingenschuif, die ze hebben gerecreëerd in de expo. Toen we naar oude kleren keken, dook opeens de vrijwilliger achter ons op, wat leidde tot een kleine hartaanval. Het kleine deel over de vondelingen is zeker een kijkje waard wanneer je toch een ticket hebt, maar dit deel van de expo op zich is teleurstellend. 

Knechtjeshuis 

Na drie uur onderweg te zijn, zette ik de expo op een andere dag verder met mederedacteur Thomas. Te betreden via de prachtige Paardenmarktcampus, vonden we er het halletje over het Knechtjeshuis. De beperkte plaats die er was werd volledig gebruikt. Of ja, volledig is misschien een synoniem voor overvol in dit geval. Op bijna elke mogelijke plaats hing een plakkaat met informatie en hier en daar ook interessante luisterverhalen van fictieve levens.

Hoewel het interessant was, was het te druk om ervan te genieten. De hoeveelheid informatie overweldigde ons, waardoor we al snel de trap naar beneden afgingen. Hier dachten we ambachten te vinden die de wezen in het knechtjeshuis moesten beoefenen. Wat waren wij mis. De universiteit wou de opleiding productontwikkeling in de kijker zetten met rare snufjes en machines waar ikzelf alvast niks van snapte.

Naast een bord met een tijdlijn van ambachten was er niks gerelateerd met oude ambachten. Deze locatie mag je overslaan als je hiervoor uit de richting moet wandelen. Het gangetje is leerrijk, maar als je vooral over wezen wil leren, is het niet de moeite waard.  

wandeling 

Bij het ticket voor de expo zit een plan en een QR-code waardoor je de route krijgt te zien op Google Maps. Mijn oriëntatie kon de gewone kaart niet aan. Dus waren het locatiebolletje op mijn telefoon en Thomas mijn reddende engelen. Veel is er niet te zeggen over deze wandeling. Het is een wandeling door Antwerpen waarbij je op de meeste punten informatie kunt terug te vinden over wezen, maar bij enkele ook niet waardoor je verward rondkijkt op straat. Hoewel je stappendoel voor die dag bereikt is, zou ik deze niet als een must-do opschrijven. 



open brief

02/12/2023
Opiniestuk Tim Vermeiren (© Tim Vermeiren | dwars)
🖋: 
Auteur

Hooggeachte Rector,

U heeft overschot aan gelijk, waarde rector. Het geweld in Palestina heeft inderdaad een sterke impact op ons, zoals u terecht stelt in de Standaard (22/11/2023) en in uw interne mail aan studenten en collega’s. En dit al langere tijd dan 7 oktober. Helaas heelt tijd niet alle wonden. Samura Koichi zegt: ‘tijd heelt alles, behalve wonden’. Wat overblijft met het verstrijken van de tijd, zijn wonden op littekens.

Het aanhoudende geweld, een waarin we niet enkel een historische, maar ook een huidige verantwoordelijkheid dragen, heeft, zoals u schrijft, een sterke impact op heel wat studenten en medewerkers. Niet uitsluitend door (onze empathie met) het onnoemelijke leed van zij die het geweld rechtsreeks ondervinden, maar de impact is ook voelbaar als een verscheurende discrepantie tussen wat wij als academici enerzijds ‘weten’ en anderzijds ‘doen’. Helaas is onwetendheid een slechte verstopplaats, en het niet innemen van een standpunt onder het mom van ‘neutraliteit’ is uiteraard op zichzelf, jawel, een standpunt. Eentje dat overigens niet ten volle gedeeld wordt door de universitaire gemeenschap waar u naar verwijst. Al meer dan 3600 Vlaamse academici riepen op dat de rectoren zich moeten uitspreken voor een staakt-het-vuren en de relaties met Israëlische instellingen die de etnische zuivering steunen, moeten boycotten. Ondertussen werd er al door meer dan 800 internationale experten in het internationaal recht, conflictstudies en genocide-studies gewaarschuwd voor een potentiële genocide tegen de Palestijnen door de Israëlische strijdkrachten. Er zijn oorlogsmisdaden gaande en de VN spreekt van het risico op genocide. Het verkiezen van ‘neutraliteit’ (als eufemisme voor status quo?) in situaties van onrecht betekent het kiezen voor de kant van de onderdrukker, aldus Desmond Tutu.

discrepantie tussen weten en doen

Hoewel het ‘weten’ vaak betrekking heeft op de empirische orde, en het ‘doen’ van een praktische orde is, situeert het gevoel van discrepantie zich binnen een ethische orde. De weg tussen ‘weten’ en ‘doen’, tussen vaststelling en gevolgtrekking, tussen kritiek en actie, wordt immers vaak geleid door ethiek. Of het nu moreel of immoreel is, het is zelden amoreel. Voor de duidelijkheid: Indien het ‘doen’ zou resulteren uit een fout ‘weten’, of een bedenkelijke ethische orde, verandert hier niets aan. Hoe dan ook, het blokkeren van die weg tussen ‘weten’ en ‘doen’ (uit opportunisme, angst, geveinsde onwetendheid of om welke reden dan ook), leidt tot gewetensproblemen.

Uiteraard is die ethische orde relatief. Precies omwille van deze relativiteit, werden normen in het leven geroepen. Hoewel imperfect en nooit absoluut, bieden zaken als internationaal recht en de mensenrechten waarnaar u terecht verwijst een houvast.

Omwille van die (ook historische) relativiteit worden niet enkel normen, maar ook figuren gehonoreerd als moreel kompas. Personen als Nelson Mandela, Patrice E. Lumumba, en Hannah Arendt, verlenen zo hun naam aan aula’s, instituten of zelfs hele universiteiten. De Palestijnse dokter Izzeldin Abuelaish, wiens 3 dochters in 2009 door het Israëlische leger (IDF) vermoord werden, en die sinds 9 oktober 22 familieleden verloor, kreeg een eredoctoraat aan onze instelling. Die voorbeeldfiguren zijn meestal personen waarop we ons kompas dienden te her-kalibreren. Toevallig of niet wezen ze vaak in de tegenovergestelde richting dan waar de goegemeente het ‘goede’ situeerde - door een fout weten, door een bedenkelijke ethische orde, door het blokkeren van de weg tussen ‘weten’ en ‘doen’, of door een combinatie hiervan.

academische boycot

Hoe dan ook: normen en voorbeeldfiguren kunnen helpen om de kloof tussen ‘weten’ en ‘doen’ te overbruggen. Uw politiserend initiatief om Lumumba te honoreren, alsook uw erudiete lessen in recht en geschiedenis, geven ons sterke houvasten om nogmaals op te roepen tot BDS (Boycott, Divestment, Sanctions) tegen instituten en organisaties die rechtstreeks of onrechtstreeks profiteren van de illegale bezetting, met als doel om Israël geweldloos onder druk te zetten zich aan het internationaal recht te houden en zonder individuen te boycotten op basis van hun identiteit zoals burgerschap, religie of mening. BDS is zeker niet de enige, maar toch één van de belangrijke middelen in onze schamele handen om – naar het voorbeeld van de strijd tegen de vroegere apartheidsstaat Zuid-Afrika – te zorgen dat we niet medeplichtig zijn aan de vicieuze cyclus van geweld. Het is dus ook een van de kleine middelen om als organisatie bij te dragen aan een duurzame veiligheid voor iedereen, ook op onze campussen.

Toegegeven, we hebben de normen en voorbeeldfiguren inderdaad niet altijd nodig. U stelt dan ook eenvoudigweg, terecht en resoluut, dat “geweld op onschuldige burgers […] onaanvaardbaar [is]”. Laten we het geweld op onschuldige burgers dan ook gewoon niet meer aanvaarden. Het absolute minimum dat binnen onze macht ligt, is stoppen met medeplichtigheid. Moeilijk kan dat niet zijn, indien de ‘daad’ bij het woord zich situeert in het iets niet meer doen, eerder dan in het iets doen. BDS is, samengevat, niet veel meer dan dat: niet meer medeplichtig zijn zolang [Palestina-Israël] niet bevrijd is van geweld op burgers.

academische vrijheid

U schrijft terecht dat academische vrijheid niet zonder meer samenvalt met de vrijheid van meningsuiting. Inderdaad. Terwijl het laatste de vrijheid geeft om onwetenschappelijke uitspraken te doen (maar die daarom geen academisch platform hoeven te krijgen), behelst het eerste de vrijheid om te handelen vanuit een ‘juist’ ‘weten’. BDS toepassen, en ons als instelling dus onthouden van acties en initiatieven die de status-quo van bezetting in [Israël-Palestina] in stand houden of bevorderen, is juist een uiting van deze academische vrijheid.

Wat echter ver buiten de academische vrijheid ligt, is het whataboutism dat u tot officiële UA-doctrine lijkt te verheffen. “En Congo dan?, en Iran?”. Als wetenschappers zijn we allergisch voor drogredeneringen. Een referentie naar vorige inactie (bijv. “we hebben evenmin onze verantwoordelijkheid voor Oost-Congo opgenomen!”) kan nooit gelden als een rechtvaardiging voor verdere inactie (“dus doen we dat ook niet voor Palestina").

Maar erger nog, uw whataboutism verloochent dat het hier gaat over onze (ook historische) verantwoordelijkheid, hier en nu. De vraag is niet waarom de universiteit beter geen standpunt inneemt over Gaza, maar waarom de universiteit een standpunt inneemt over zichzelf. Het gaat niet over Israël, Palestina, of hoe u die (volgens mensenrechtenorganisaties) apartheidsstaat ook wil noemen, maar over ons. Het meest tastbare in deze zijn huidige samenwerkingsprojecten tussen onze universiteit en Israëlische instellingen die actief de illegale bezetting steunen zoals de Bar-Ilan Universiteit, een instelling die advies geeft aan het Israëlische leger (IDF) en banden heeft met een campus op de bezette Westelijke Jordaanoever; de Tel Aviv Universiteit, die sponsorgeld krijgt van het Israëlische ministerie van Defensie en beurzen geeft aan reservisten van het IDF; en de Hebrew University in Jeruzalem, die academische programma’s en ondersteuning voorziet aan het IDF.

Waar u tenslotte de academische vrijheid zelf torpedeert is uw whataboutism-except-for-Ukraine. Uw redenering dat academische sancties voor Russische academische instellingen wél konden omdat België lid is van de NAVO, ontkent de academische onafhankelijkheid van onze universiteit. Academische vrijheid betekent dat een universiteit voor zichzelf kan denken, en dat we als academici niet in functie staan van een militaire alliantie. 'Bepaal mee de toekomst' is de slagzin die UAntwerpen hanteert om zo “positieve verandering teweeg te brengen en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken”. Dát is waarvoor we als academici en studenten aan de UAntwerpen hebben getekend.

engagementverklaring in verleden, status quo en toekomst

Samengevat, waarde rector, legt u vakkundig de vinger op de wonde, wanneer u schrijft dat de impact op ons sterk is, omdat geweld op onschuldige burgers onaanvaardbaar is. Het pijnlijke, in de huidige status quo, is dat we het wél aanvaarden. En dit, weliswaar, omdat de daad niet bij het woord gevoegd wordt, ondanks een duidelijk gedeelde ethiek. Die daad bij het woord voegen, is iets waar u het mee eens leek te zijn toen u eerder dit jaar en in naam van de Universiteit Antwerpen die u vertegenwoordigt, verklaarde dat de inauguratie van de Lumumba aula ook een engagement naar de toekomst inhoudt. Welnu, ondertussen zitten we in de toekomst.

Als rector bent u een belangrijke stem in het publieke debat. Gebruik die stem en kom op voor een staakt-het-vuren. Breek de banden met academische instituten die medeplichtig zijn aan de oorlog en de bezetting.

 

Matthias De Groof, Professor Filmstudies en Visuele Culturen, UAntwerpen.

Gert Van Hecken, Professor Ontwikkelingsstudies, UAntwerpen.

Roschanack Shaery-Yazdi, Professor Geschiedenis, UAntwerpen.

Philippe Meers, Professor Filmstudies en Visuele Culturen, UAntwerpen.

Eline Engelen, Student Taal- en letterkunde UAntwerpen.

Lukas Janssens, Student Geschiedenis UAntwerpen.

Danya Nadar, Doctoraatsstudente Ontwikkelingsstudies, UAntwerpen.

Devanshi Saxena, Doctoraatsstudente faculteit Rechten, UAntwerpen.

Vincent Bellinkx, Onderzoekscoördinator IMDO, UAntwerpen.

Richard Toppo, Postdoctoraal onderzoeker Ontwikkelingsstudies, UAntwerpen.

de redactie van dwars, studentenblad Universiteit Antwerpen.



close-up

28/11/2023
GRAFIXX (© Ine Cuypers | dwars)
🖋: 

Op 18 en 19 november vond een nieuwe editie van Grafixx plaats, een jaarlijks festival voor illustraties en grafische kunst. Gedurende drie dagen transformeerde De Studio zich daarom tot een ontmoetingsplaats voor kunstenaars, creatievelingen en toeschouwers. Op de slotdag ging ik een kijkje nemen op het festival, waar een miniboekenbeurs en zinefest gecombineerd werden met workshops, lezingen, tentoonstellingen en filmvertoningen.

Als zelfverklaarde creatieveling begint de pret voor mij al helemaal onder in het gebouw, waar naast enkele tentoonstellingen ook workshops plaatsvinden. Wouter Van Rymenant leert er jong en oud op een laagdrempelige manier zeefdrukken en de stop-motiondozen van REKKER moedigen kinderen aan om hun eigen filmpjes te creëren. Terwijl zij zich zo bezighouden, hebben ouders intussen de tijd om het werk van enkele grafische kunstenaars te bewonderen. In dezelfde ruimte exposeren namelijk verschillende studenten, waaronder Jasper Nollet en Maryse De Bruyn. Nollet verrast de toeschouwers met keramische sciencefiction, waarbij hij gender in vraag stelt via sculpturen en beschilderde tegels. De Bruyn brengt dan weer een episch avontuur van haar kat en zichzelf in beeld met de expo Negen levens. De expressionistische kleuren en golvende lijnen doen je duizelen, waardoor je onmiddellijk in haar fantasiewereld wordt gezogen. 

De tentoonstellingen van grafische kunstenaars zetten zich verder op de eerste verdieping. Bij binnenkomst valt meteen een geboetseerde fontein op, die de start inluidt van een reeks expo’s van meer gevestigde kunstenaars. De bekendste onder hen is publiekstrekker Chris Ware. Zijn strips en illustraties hangen wat ongelukkig in de doorgang naar de miniboekenbeurs, waardoor je nauwelijks de kans krijgt om zijn werk op je gemak te bewonderen. Ook de illustraties van Yingda Dong hebben een vreemde plaats gekregen. De tekeningen liggen op de vloer met daarover een glazen plaat, waardoor je bij een kort moment van onoplettendheid over de kunstwerken zou kunnen struikelen. Misschien wilden de festivalorganisators Dongs tekeningen op een originele manier tentoonstellen, maar nu lijkt het alsof ze pas enkele minuten voor de festivalopening hebben besloten om zijn werk te exposeren.  

De overige exposities zijn wél op een aangename manier te bezoeken. Een paar gangen verderop krijgen verschillende artiesten elk een kamer voor zich, waardoor hun kunstwerken tot hun recht kunnen komen. Maria Medem, die zondag ook een lezing gaf, stelt naast illustratieve schilderijen ook spiegels en katoenen doeken tentoon waarop ze tekeningen maakte. Haar stijl kenmerkt zich door een combinatie van abstracte vormen en meer verfijnde illustraties van dieren en mensen, allemaal in een warm kleurenpalet. Een andere artiest die eruit springt, is Antoine Cossé. Hij maakt gedetailleerde tekeningen in stift, potlood en inkt, die elk op zich een verhaal vertellen.  

Op dezelfde verdieping vindt een kleinschalige boekenbeurs plaats, waar verschillende uitgeverijen graphic novels en andere beeldverhalen verkopen. Ondanks mijn liefde voor boeken ben ik daar niet lang blijven rondhangen: de miniboekenbeurs was zo overbevolkt dat je er claustrofobisch werd. Hetzelfde geldt voor het zinefest, dat wat verder in het gebouw een plaats kreeg. Je moest er al bijna een elleboogje uitdelen om de zines en de boeken te kunnen bekijken.  

Verder werden ook de cinemazalen in het gebouw ten volle benut. In Cinema 1 speelden enkele geanimeerde kort- en langspeelfilms, zoals The Snowman and the Snowdog en Het schilderij. Cinema 2 werd dan weer gebruikt om een animatiecyclus te vertonen, waarbij meer dan 20 kortfilms – allemaal geanimeerd weliswaar – onafgebroken getoond werden. Daarbij zat de trilogie Holmes, MO van Matt Bollinger. In drie films toont hij aan de hand van waterverfachtige animaties een somber verhaal over een school shooting, vanuit het perspectief van enkele buitenstaanders. De grijze tinten van de kortfilms verraden al meteen de ernst van de situatie. Gelukkig is niet elke film in de animatiecyclus even zwaar, dat bewijst Return van Marcos Sanchez. Sanchez combineert oude video’s uit het familiearchief met vrolijke illustraties, wat een kortfilm oplevert die het publiek terugkatapulteert naar de eigen kindertijd. De kleurrijke tekeningen brengen namelijk de fantasiewereld van het kind op de video’s tot leven. 

Op het festival voor grafische kunsten was er dus voor ieder wat wils, maar toch is Grafixx intussen slachtoffer geworden van zijn eigen succes. De Studio ademt de creatieve sfeer die Grafixx wil overbrengen naar het publiek, maar eigenlijk is het gebouw te klein geworden om alle aanwezigen te bedienen van een aangename festivalervaring. De zaal waar de lezingen plaatsvonden kon vaak niet alle bezoekers huisvesten en zowel de boekenbeurs als het zinefest werden voortdurend overrompeld, waardoor je niet rustig langs de boeken, geïllustreerde posters en graphic novels kon struinen. Om mee te groeien met het publiek zal Grafixx dus beter – hoe jammer dat ook is – elders een grotere locatie moeten zoeken. 



progress lost

20/11/2023
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Een Cat Lady is volgens de schier bodemloze zinkput van kennis die het internet heet, een oudere witte vrouw die vereenzaamd tussen haar katten woont. Het is een stereotiep beeld dat gebruikt wordt als scheldwoord, maar even vaak geadopteerd als eretitel. Dat laatste is ondermeer het geval bij de bekende zangeres Taylor Swift, die wellenswaar verlatingsfantasieën voor pubers zingt, maar met ocharme drie katten (Voor de volledigheid: Meredith Grey, Olivia Benson en Benjamin Button) duidelijk nog niet het finale stadium van haar zelfverklaarde obsessie heeft bereikt.

Opgelet: dit artikel bevat verwijzingen naar zelfmoord.

Opgelet: dit artikel onthult kleine plotelementen van het spel.

Overigens kan contact met de urine van katten toxoplasmose veroorzaken. Sinds Trainspotting weet de wereld dat dat dodelijk is voor lichamelijk verzwakte junkies, maar meestal gaat het om weinig meer dan milde griepachtige symptomen. Hieruit kunnen zich wel allerhande psychologische aandoeningen ontwikkelen zoals schizofrenie en OCD. Bij die laatste aandoening gaat het in een aantal gevallen zelfs specifiek over de variant die zich uit in het compulsief verzamelen van katten. Dat betekent met andere woorden dat een kat het vermogen heeft om in vereenzaamde vrouwen het onweerstaanbare verlangen naar het verzamelen van steeds meer katten te leggen. Het zogenaamde crazy cat-lady syndrome toont aan dat katten ons evolutionair gesproken ver vooruit zijn. Er bestaan een paar zonderlinge mensen die deze piste verder exploreren en tot de conclusie komen dat katten eigenlijk de planeet bestieren, maar daar is verder geen kat in geïnteresseerd.

Weinig van dat alles bovendien in The Cat Lady, een game uit 2012, dat van start gaat met Susan Ashworth, een vereenzaamde vrouw die een einde maakt aan haar leven door het nemen van een overdosis slaapmedicatie. Dat had het kortste spel ooit kunnen opleveren, maar tot haar teleurstelling wacht Susan geen vergetelheid aan gene zijde van het graf. In plaats daarvan ontmoet ze de 'Queen of Maggots', die haar de kans geeft om terug te keren naar haar leven (voor even zelfs onsterfelijk), indien ze bereid is om vijf seriemoordenaars te doden. Wat volgt is een reis naar enkel plaatsen in haar thuisstad waar de bodem uit alle menselijkheid lijkt te zijn geslagen. Dat is voorwaar geen bijzonder opwekkende premisse voor een ontspannend computerspel; het spel dus ook niet geschikt voor gevoelige zielen, ondanks de wat eenvoudige grafische stijl en weinig complexe gameplay.

The Cat Lady zou verder een weinig opmerkelijk horrorspel zijn gebleven, ware het niet dat Susan mensen ontmoet die net als haar gekwetst door het leven gaan, maar zich toch op een of andere manier toch overeind weten te houden. Mitzi, een dakloze jonge vrouw komt zelf in haar van katten vergeven flat wonen en deelt even een stukje leven met haar. In de ijzersterk geschreven dialogen die Mitzi met Susan heeft, leert deze haar kennen als een zachtaardige en openhartige vrouw en er ontstaat een diepe genegenheid tussen deze twee beproefde mensen. Uiteindelijk helpen ze elkaar om niet (meer) ten onder te gaan. De katten helpen natuurlijk ook. Het is algemeen geweten dat deze zachtaardige roofdieren, die net als Susan negen levens lijken te hebben, eenzaamheid verzachten, verdriet absorberen en de buitenwereld op afstand houden. En dat allemaal voor een kom droge brokken en de warmste plek in huis. Voor dat geld mogen ze werelddominatie er gratis bij hebben.

Langzaam leert Susan ook de ware aard de Queen of Maggots kennen, hoe die binnen Susan leeft en zich voedt met haar wanhoop en tranen. Door verbinding te leggen met anderen leert ze dat de sluimerende, onzichtbare ziekte die haar depressie is, wellenswaar nooit zal weggaan, maar dat ze hierdoor niet bepaald hoeft te worden. Dat maakt van The Cat Lady een geloofwaardige allegorie over pijn en verlies en het overleven midden in een hardvochtige wereld.

“Press any key to live” zijn de laatste woorden op het scherm, als de laatste nagel die door dit kleine eenmansproject in de kist van de Queen of Maggots wordt geslagen. 120 uren Baldurs Gate 3 of een leven vol Fortnite kunnen niet op tegen de kracht van deze hoopvolle boodschap.



UAntwerpen

20/11/2023
Logo QueerTrans@UA
🖋: 

Een jaar geleden lanceerde QueerTrans@UA een open brief waarin de onzichtbaarheid en discriminatie van trans- en queerpersonen werd aangekaart. Naar aanleiding hiervan schreef Maïte de Haan, een van de initiatiefnemers van de open brief, een opinie op onze website. Kunnen we één jaar later van vooruitgang spreken?

“Naar een trans-inclusieve universiteit”, dat was de titel van het opiniestuk dat Maïte de Haan dat u hier kunt lezen. De Haan is academisch assistent verbonden aan het departement Wijsbegeerte en vertelt dat de brief niet onopgemerkt is gebleven. “De open brief is veel getekend en gedeeld. In alle lagen van de universiteit hadden veel personen weet van het bestaan van deze brief. Dat hebben we met de open brief in elk geval bereikt: we hebben een bepaald punt op de agenda gezet. Zo zijn we uitgenodigd door de rector om onze bezorgdheden en eisen te verduidelijken. Dat gesprek waarbij ook mensen van Team Diversiteit aanwezig waren, duurde uiteindelijk twee uur. Dat stemde me positief, men nam de tijd om naar ons te luisteren. Al wist ik ook wel op voorhand dat zo’n gesprek niet alle tekortkomingen ineens gaat oplossen. Ook viel me op dat het moeite kostte om het belang van bepaalde zaken die voor ons vanzelfsprekend zijn, denk aan genderinclusieve toiletten, te laten doordringen.” 

In de open brief worden tien eisen geformuleerd voor een transinclusieve universiteit. Gaande van genderinclusieve toiletten en bewustwording door middel van het geven van vormingen en curricula-aanpassingen tot een toegankelijk naamwijzigingsbeleid. Een jaar later is het tijd voor een balans: hoeveel van die wensen zijn inmiddels ingewilligd? “De enige concrete verandering is een toegankelijk naamwijzigingsbeleid,” aldus De Haan. “Vroeger moest je hiervoor een lange procedure voltooien, nu is men de procedure om je naam te wijzigen gelukkig aan het vereenvoudigen.” 

Op de site van UAntwerpen vind je terug dat UAntwerpen bezig is aan de uitrol van genderinclusieve toiletten. De universiteit stelt dat op twee wijzen te doen: enerzijds door genderinclusieve signalisatie, anderzijds door het creëren van genderneutrale toiletruimtes. De Haan is kritisch: “De universiteit zegt op de nieuwe campus Paardenmarkt genderinclusieve toiletten te hebben geïnstalleerd. Dat is niet zo: je hebt nog altijd twee aparte lokalen met in het ene toiletten en urinoirs en in het andere alleen toiletten. Je hebt nog altijd twee aparte lokalen met in het ene spiegels en vuilnisbakken en in het andere niet. Enkel signalisatie maakt een toilet nog niet inclusief, er zijn structurele aanpassingen nodig. Bovendien ijveren we bij genderinclusieve toiletten ook voor aparte spiegels, zodat mensen die een hoofddoek dragen in alle privacy hun hoofddoek kunnen goedsteken.”  

Enkele andere eisen in de open brief: de aanwerving van ervaringsdeskundigen in het transthema voor het STIP en genderinclusieve communicatie. “Zoals de universiteit in de externe communicatie bewust oog heeft voor mensen van kleur, zo zou dit ook moeten zijn voor queer- en transpersonen. Ook zouden we in het Team Diversiteit graag iemand zien die expliciet affiniteit heeft met transthema’s. Nu leeft bij ons toch het gevoel dat wij hen dingen die eigenlijk evident zijn duidelijk moeten maken. Wij hebben onze rol als activisten en wij willen praten. Maar het is niet onze job om zelf onderzoek te doen en zelf alle problemen op te lossen. Een diverse genderrepresentatie is belangrijk. Zo krijgen de vertrouwenspersonen momenteel geen vorming rond genderdiversiteit en we zien bij hen niemand die ervaring heeft rond dit thema, noch persoonlijk noch professioneel.” 

De Haan maakt een slotbalans op. “De universiteit voelt ergens wel aan dat dit thema belangrijk is, maar de sense of urgency ontbreekt vooralsnog. Het is een ver-van-ons-bedshow in de leefwereld van het beleid en de diensten, terwijl onze wensen het leven van heel wat mensen die studeren of werken aan de universiteit veel draaglijker en aangenamer zouden maken. Denk aan de genderinclusieve toiletten. Het is geen prioriteit en de universiteit reduceert het tot een symbolisch debat. Nochtans is het voor veel mensen iets wezenlijks: we verwachten meer en effectievere ingrepen.” 



16/11/2023
Poëzie 153 (© Hanne Colémont | dwars)
🖋: 

Langzaam aan het leren om alleen te leven

Langzaam aan het leren om de scherven bij elkaar te vegen

Langzaam aan het leren om me zachtjes terug bij elkaar te lijmen

Langzaam aan het leren dat ik wel volsta

Langzaam aan het leren om het leven weer lief te hebben

Langzaam leren, langzaam groeien, langzaam terug mezelf worden.



het laatste woord

16/11/2023
Kits (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie maken we het goed met ‘kits’.

Drie maanden geleden wilde ik tijdens mijn middageten aan iemand bevestigen dat alles goed ging. Initieel typte ik ‘cava’ – geschreven als de drank, want dat bespaart toch wel enkele seconden – maar als taalminnend persoon ben ik steeds op zoek naar frisse woorden, sappige zegswijzen en hippe drieledig- heden. Als catch-allterm stuurt ‘ça va’ een dialoog al snel richting een pingpong; een Vlaamse versie van ‘Okay? Okay.’ uit The Fault in Our Stars. Omdat de variatiedrang in mij bruiste, keek ik meedogenloos toe hoe de backspaceknop mijn Spaans mousserend wijntje opslokte.

Vanuit een bestofte hoek in mijn achterhoofd kraakte het. Misschien leent ‘alles kids!’ zich wel tot deze situatie. Hoewel... ‘alles kinderen’? Dat is al even gek als ‘alles bubbels’. Hier begon de rabbit hole: waar komt die uitspraak vandaan? Is dat jongerentaal? Van welke eeuw? En wáárom is het ‘kits’ met een ‘t’?

‘Alles kits’ is gekend van de schunnige vorm: ‘Alles kits achter de rits?’ met langere en nauwelijks verholen uitgangen zoals ‘Alles bon in de pantalon?‘ of ‘Alles fijn achter het gordijn?’. Mijn vader wist me te vertellen dat de uitspraak door hem en zijn aanverwanten al werd gebruikt op ‘het college’ in de jaren ‘80. De vett(ig)e knipoog doelde daar op de seksuele activiteit van de afgelopen dagen, studenten blijven uiteindelijk studenten.

De uitspraak gaat al een eeuw mee, zo leer ik van Genootschap Onze Taal. In 1900 gebruikte men reeds de uitspraak ‘alles kits’, niet bepaald hedendaagse jongerentaal dus. Maar er is meer! Nog voor de kitse ritsen van mijn vaders tijd werd in 1932 door een Nederlander volgende uitspraak genoteerd: ‘alles kits, kindje in de kolenbak, kachel in bed’. Voor de liefhebbers te verkorten tot: ‘kindje in de kolenbak’. Dat taalkundig wonder kon je toen antwoorden als iemand je vroeg hoe het ging. Naar wat de Nederlander in kwestie toen een knipoog gaf, is een etymologisch raadsel. Net als de eigenlijke herkomst van het woord ‘kits’, waarvan gegokt wordt dat het afstamt van het Jiddische ‘(alles) Geites’.

Als ik in mijn inbox tegenwoordig een ‘Hoe gaat het?’ krijg, waag ik mij soms aan kachels in bedden en kinderen in kolenbakken. Dat is mijn klein Grootnederlands verzet tegen eentonigheid. Al laat ik me dan wel een kans voorbijgaan om nog eens lekker te zagen.



haatfabriek

16/11/2023
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal ja. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie - alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over mijn ervaring met geld uitgeven aan saus.

Je kent het wel. Je hebt een goede avond. Alles is leuk. De vrienden die je hebt leren kennen bij het toetreden tot ieders favoriete studentenblad stellen voor om frieten te gaan halen. Natuurlijk ben je daarin geïnteresseerd, dus wandel je mee. Wanneer je de frituur binnenwandelt, word je herinnerd aan een van de grootste vormen van onrecht binnen de moderne samenleving: de prijs van mayonaise. Of het bij Quick, McDonald's of de lokale frituur is, nergens vind je saus voor minder dan een euro. Ik herhaal het even voor de mensen die niet mee zijn: een euro.

Ik weet dat het een goede businessmove is, dat maakt het enkel meer frustrerend. Niemand eet frieten zonder saus. Het brengt veel geld binnen. Een pak frieten kost eigenlijk geen drie euro, maar vier. Ik zou het respecteren als ik er niet zo razend van werd.

In frituren ben ik het tenminste gewend dat je moet bijbetalen voor je geliefde drabje. Dat was altijd al zo, maar waar is de tijd dat je bakken met gratis sauspotjes had in fastfood ketens? Dat zij de lucratieve techniek van het aanrekenen van saus ontdekt hebben, is een van de ergste culinaire gebeurtenissen van deze eeuw - afhankelijk van wat je culinair noemt. De enige plaats die
ik nog ken waar je ongelimiteerd mayonaise krijgt zonder een belachelijke prijs te betalen, is het fastfood restaurant Five Guys. Het eten zelf is daar veel duurder, maar je hebt tenminste niet het gevoel dat je een euro betaalt voor saus.

De volgende quote van een mede-lay-outer en -hater bleef me bij en vat de problematiek perfect samen: "Ik stik nog liever in mijn frieten dan dat ik betaal voor saus."

Dat gezegd zijnde ben ik me ervan bewust dat er vele andere manieren zijn om aan mayonaise te geraken. Laatst zat ik nog bij de frituur te hopen dat het niet zou opvallen dat er een bokaal mayonaise uit de Carrefour in mijn jaszak zat. Ik weet niet of het gelukt is om onopgemerkt te blijven, maar ik weet alvast wél dat de hele redactie van het studentenblad genoeg mayonaise had.

Kleine disclaimer voor als je je aangesproken voelt: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Als je diep gekwetst bent, kan je me altijd een mailtje sturen. Dan praten we het samen uit.



coach conny

16/11/2023
Coach Conny (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Elke editie laat dwars Coach Conny in de problemen, bekommernissen en diepste zielenroerselen van studenten duiken. Heb je zelf een onoplosbaar vraagstuk? Stuur je vragen en verzoeken naar contact@dwars.be en wie weet lost Coach Conny ze wel op in een volgende dwarseditie.

Beste Coach Conny,
Ik wil u een bijzonder heftig probleem signaleren. Studenten zoals ik hebben het almaar moeilijker om hun kot te betalen. Hebt u de prijzen al eens bekeken? Koten zijn tegenwoordig zelfs zo duur dat je voor hun prijs drie keer je buikje goed kan vullen in de komida. Wat kan ik doen? Groetjes, Maximiliaan

Dag Maximiliaan,
Er is hier maar één bijzonder heftig probleem en dat ben jij. Door egoïstische minkukels zoals jij is het voor mensen met een armetierig leefloontje onmogelijk een betaalbare woning te vinden waar het vocht niet van de muren druipt, je niet tegen de loshangende elektriciteitsdraden loopt wanneer je de keuken betreedt en die keuken niet tegelijk ook de woonkamer, de badkamer en het toilet is. Zeg me eerlijk: waarom heb jij in godsnaam een kot nodig? Ik zal het je met alle mogelijke mildheid die in mij zit opbiechten: omdat je aan de mama en de papa zo nodig wilt bewijzen dat je een grote en zelfstandige jongen bent. Zolang het op hun kosten kan weltever- staan. Maar ja, de al van bij het begin in 2007 niet-levensvatbare onderneming van de papa en de mama is failliet, met als gevolg dat de belangrijkste, pardon de enige, financieringsbron is opgedroogd. Weet je wat de oplossing voor jou is? Dat je stopt met jezelf voor de gek houden. Je bent niet plots autonoom omdat je vlak voor je gaat slapen een schouderklopje van jezelf krijgt, fier dat jij jezelf wederom een dag in leven hebt gehouden. Doe jezelf een plezier en ga terug naar de mama en de papa. Ik ken je papa en mama niet, maar ik kan me niet voorstellen dat ze verrukt zijn om jou ook buiten het weekend in huis te hebben. Maar omdat ze je niet willen kwetsen, zullen ze dat vast goed verbergen, de schatten.
Liefdevolle groet,
Coach Conny

Geachte Coach Conny,

Ik heb via via gemerkt dat je deze brieven wel kan beantwoorden en daarom schrijf ik je via deze weg aan. Kun je asap de achterstallige huurgelden betalen? Het gaat over zeven maanden huur en ook nog schadeposten aan de douche en de ingebeukte deur van de multifunctionele keuken die tegelijk ook dienstdoet als woonkamer, badkamer en toilet. Mijn geduld is op en mijn van bij het begin kansloze onderneming is failliet. En ik heb een studerende zoon. Graag zouden we zijn kot kunnen bekostigen. Met hem 's weekends opgescheept zitten, is al meer dan genoeg. Mocht je dit niet binnen de vijftien dagen in orde brengen, zie ik me genoodzaakt om de vrederechter te vragen jou en je kinderen uit de woning te zetten. Dank bij voorbaat.
Peter, de verhuurder