universiteit

04/11/2025
 [HOE VERMIJDT JE OPVALLENDE TAALFAUTEN] (© [Casper Schramme] | dwars)
🖋: 
Auteur

Een leven zonder spellingsstoornissen, taalkwalen, grammaticagranulomen, aanelkaarschrijfaandoeningen of dt­­­-fouten: kan het? En zo, ja: hoe? dwars volgde een workshop over academisch Nederlands georganiseerd door Monitoraat op Maat (MoM). MoM kan je kennen van de fameuze doorschrijfweek, verschillende workshops en hun zelfstudiepakketten die je tegenkomt als je verdwaalt op Blackboard. Zijn ze de moeite? Of is ChatGPT taalcoach genoeg? We kunnen helaas niet het gehele assortiment op één pagina voor je samenvatten, dus we houden het op de sessie ‘Hoe vermijd je opvallende taalfouten?’ Die sessie werd gegeven door Wim De Beuckelaer, al 35 jaar taalcoach.
 

“Wat vandaag besproken wordt, is het minst belangrijk”, vertelde De Beuckelaer na een kort verhaaltje over het doen en laten van MoM. Deze zin stelde zowel gerust als teleur, vooral gerust. Eindelijk erkenning: correcte taal is het minst belangrijk. Veel belangrijker zijn “inhoud, structuur en stijl” – ook daar geven ze sessies rond, vertelde hij gepassioneerd. De taalcoach gaf meteen al een tip: om goed te schrijven is het belangrijk om in rondes te werken. “Spellingscontrole leidt af van de inhoud”, werk daarom eerst aan de inhoud, structuur en stijl en pas daarna aan correct taalgebruik.

Niet veel later was het tijd om onze handen uit de mouwen te steken. Iedereen kreeg een dubbelbedrukt A4’tje, waarop in de rechterbovenhoek het woord ‘Oefeningenbundel’ pronkte. Het blad was gevuld met zogenoemde ‘risicogevallen’. Even invullen was de boodschap, de zin ‘Wor[d/dt] je collega ook uitgenodigd?’ de eerste boosdoener. Tussendoor gaf taalcoach Wim aanstekelijk enthousiast tips en wijsheden over correct schrijven. Zoals: “Volg je gevoel niet” of “Altijd als je ‘gebeurt’ opschrijft, moet er een alarmbel afgaan.” Het tweede onderwerp: het los- of aaneenschrijven van woorden bevatte ook veel risicogevallen. Zo is een hogesnelheidstrein niet hoog, wel snel en zit een eerstebachelorstudent in de eerste bachelor en is dus niet de eerste bachelorstudent, hij heeft al voorgangers. De sessie sloot af met foute of onduidelijke verwijzingen. Die waren niet eenvoudig en dat brengt ons bij de conclusie. Het – excuseer: Die – wordt leuk en lees je hieronder.

Is de sessie ‘Hoe vermijd je opvallende taalfouten?’ de remedie tegen dt-fouten? Nee. Leer je er dat iedereen dt-fouten maakt? Ja, suggestieve vraag wel. Om antwoord te geven op de vraag die al sinds de inleiding van dit artikel op je lippen brandt: wat zijn grammaticagranulomen? Goede vraag, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het zeker de moeite is om eens het aanbod van Monitoraat op Maat te bekijken, je in te schrijven en langs te gaan.
 



editoriaal

04/11/2025
[ODE AAN DE VERANDERING] (© [Ine Cuypers] | dwars)
🖋: 
Auteur

Een van de eerste dingen die ik in een grootstad als Antwerpen leerde, was dat de voorrangsregels hier anders zijn, zeker als voetganger. Zebrapaden bestaan, maar lijken soms onzichtbaar. Snel oversteken is de boodschap, leer ik van mijn medestudenten, maar toch blijf ik nog steeds wachten tot de aankomende auto afremt om me over te laten. Verloren moeite vaak, maar toch. Net zoals “hallo” zeggen tegen voorbijgangers, want je vriendelijke begroeting wordt meestal beantwoord met een droge blik. Niet altijd, maar toch regelmatig. Voor iemand die opgroeide in een stad zal dit de normaalste zaak van de wereld zijn, maar voor mij, als een meisje van het platteland, was en is dit nog steeds een grote verandering. Want tot mijn achttiende woonde ik in een klein dorp waar iedereen elkaar kent en je altijd “goedemorgen” zegt. Waar files onbekend zijn en de enige ochtendspits zich aan het dorpsschooltje bevindt. Je vindt er zelfs nog rijkelijk gevulde smosjes voor vier euro.

 

Waar ik op mijn middelbare school nog genoot van het eindeloze uitzicht over de velden en in alle rust naar huis fietste met de frisse fruitgeur, wandel ik nu gehaast terug naar mijn kot, met op de achtergrond het geluid van voorbijrijdende auto’s, trams en bussen. Ik vraag me ondertussen af of onze redacteur dit ook zo ervaart in Dublin. Verandering, het is iets speciaals. Het was even wennen, maar nu mis ik zelfs de gezellige drukte van de stad als ik thuis ben. Hoe er altijd iets te beleven valt in Antwerpen. Meer nog, hoeveel je kan bijleren in onze koekenstad: dankzij de grote keuze aan internationale keukens geniet ik wekelijks van nieuwe gerechten, want op het platteland is Takumi Ramen Kitchen ver te zoeken. Ah ja, en als je de bus net hebt gemist naar het Sportpaleis – excuseer, de AFAS Dome – om naar de K3-reünie te gaan, dan kan je met de tram je reis verderzetten. In een dorp had je een uur op de volgende bus mogen wachten.
 
Iets nieuws en onbekends zal altijd eng lijken, maar stel je ervoor open. We kunnen treuren dat de zomer voorbij is of blij zijn dat we zonder schaamte pumpkin spice lattes kunnen drinken in de herfst. Ik hoorde iemand laatst zeggen dat de herfst het seizoen is dat ons leert hoe mooi verandering kan zijn, en als ik de geel-rood-bruine bladerpracht zie, ben ik het hier helemaal mee eens. Het vallen van de bladeren geeft bomen de kans om er nog mooier en majestueuzer uit te zien in de zomer. Verandering creëert nieuwe mogelijkheden die je anders nooit voor mogelijk had gehouden. Ook voor mij was het even aanpassen om van een boerendorpje naar de grootste stad van Vlaanderen te komen, maar het is een van de meest verrijkende kansen van mijn leven. Dus, omarm de verandering.
 



dwars door de harde knip

04/11/2025
 [DE STRIJD TEGEN DE EEUWIGE STUDENT] (© [Ezri Hofstede] | dwars)

De harde knip gaat veel verder dan enkel de studieresultaten van eerste- en tweedejaarsstudenten. Het heeft ook een grote invloed op de rest van hun studentenleven. Zelfs voor ze beginnen aan hun studie, moeten ze al nadenken of ze wel zeker zijn van hun keuze – en dat kan een grotere impact hebben dan op het eerste gezicht zichtbaar is. dwars onderzoekt wat nu eigenlijk de gevolgen zijn van de harde knip als maatregel om de eeuwige student te laten verdwijnen. We bestuderen zowel de cijfers als het effect van deze maatregel op het welzijn en engagement van beginnende studenten.

 

De harde knip heeft het studentenleven helemaal overhoop gehaald. Waar beginnende studenten vroeger nog de vrijheid hadden om een studierichting uit te proberen, is daar nu nauwelijks ruimte voor. Startende studenten voelen meer druk om meteen de juiste keuze te maken, want wie verkeerd kiest, riskeert om geknipt te worden. Ook vicerector van Onderwijs Chris Van Ginneken begrijpt die bezorgdheid: “Er wordt eigenlijk van een achttienjarige recht uit het middelbaar verwacht dat die van de eerste keer juist zit en ineens de maturiteit heeft om aan de universiteit verder te studeren. Dat zorgt voor een enorme druk.” 
De gevolgen reiken dan ook ver: wie twijfelt of hij het niveau van de universiteit aankan, zal sneller kiezen voor een opleiding aan de hogeschool. Zo houdt de harde knip sommige studenten tegen om hun echte potentieel te ontdekken. “Het is een heel strenge maatregel,” vertelt Van Ginneken, “maar het is vooral een harde stimulus voor studenten om op tijd te heroriënteren naar een richting die in deze fase van hun leven beter bij hen past.”­
 

druk druk druk

De harde knip beïnvloedt niet alleen het studeren zelf, maar ook het studentenleven. Veel eerstejaars voelen druk om hun startpakket te halen. Bovenop de harde knip moeten zij ook rekening houden met de overige twee studievoortgangsmaatregelen. “Het wordt heel complex en daarom is het ook belangrijk hoe er gecommuniceerd wordt naar de studenten toe”, uit Van Ginneken als bezorgdheid. Door die druk hebben sommige eerstejaarsstudenten minder tijd of zin om zich te engageren in het studentenleven. Studenten die actief zijn bij een vereniging of club moeten soms afhaken om hun studie te redden. Ook een van onze redacteurs moest enkele edities aan zich voorbij laten gaan omdat het behalen van het startpakket “als het zwaard van Damocles boven mijn hoofd hing”. De mentale belasting is dan ook zeer groot: één mislukking kan het einde van de opleiding betekenen. Minder studentenengagement kan ook later gevolgen hebben. Werkgevers hechten vaak meer waarde aan engagement dan aan het afronden van een opleiding binnen de vooropgestelde duur. Wie door de harde knip pas later of helemaal niet actief deelneemt aan het studentenleven, kan daardoor kansen missen tegenover kandidaten met leidinggevende ervaring binnen een studenten­organisatie.
 

1...2...3...knip!

We hebben het al de hele tijd gehad over de harde knip, maar wat is dat nu eigenlijk? De maatregel van de harde knip – ingevoerd om studie-efficiëntie te verhogen – was voor het eerst van toepassing voor studenten startende in 2023-2024. Generatiestudenten die aan hun eerste hogere studie beginnen, krijgen een startpakket toegewezen dat ze moeten voltooien voor ze kunnen starten aan het derde bachelorjaar. Deze maatregel van oud-minister van Onderwijs Ben Weyts heeft als doel het fenomeen van de eeuwige student te voorkomen. De eerste generatie studenten die hier rekening mee moest houden, heeft de deliberaties ondertussen achter de rug. De cijfers van wie er geslaagd is voor het startpakket en wie niet – en dus is geknipt – zijn bekend. 

In het algemeen is het niet het bloedbad dat UAntwerpen had verwacht. Weliswaar is het percentage van studenten dat begonnen is in 2023-2024 en nu afvalt 20%, het dubbele van de KULeuven en UGent. “Die 20% is geen verrassing, want het is juist de intentie van de maatregel om studenten sneller op de juiste plek te krijgen”, legt Van Ginneken uit. Daarnaast valt het verschil in cijfers deels te wijten aan het feit dat zowel de KULeuven als UGent na het eerste jaar ook al een studievoortgangsmaatregel invoeren, namelijk de 30%-regel. De regel houdt in dat studenten die in hun eerste jaar geen 30% van hun opgenomen studiepunten behalen, geweigerd mogen worden om aan hun tweede jaar te starten. Daardoor vallen aan de KULeuven en UGent meer studenten af na hun eerste jaar, waardoor het cijfer van de harde knip lager blijft. Aan UAntwerpen geldt de 30%-regel pas sinds dit academiejaar, dus vergelijkbare cijfers zullen maar in 2027 verschijnen. 

De harde knip zorgde aan UAntwerpen voor 498 afgevallen studenten, maar brengt de maatregel ook een hogere studie-efficiëntie met zich mee dan voorheen? Het antwoord daarop is voor onze universiteit niet zo spectaculair vergeleken met wat andere universiteiten verkondigen in de media. Het cumulatief studierendement – dat wil zeggen het opgetelde percentage studiepunten waarvoor een student slaagt na twee jaar – is voor studenten van 2023-2024 slechts lichtjes gestegen. Voor deze cijfers maakt de universiteit een onderscheid tussen vier categorieën, afhankelijk van de hoeveelheid studiepunten die een student opneemt (het volledige pakket van 60 studiepunten of minder) en of de student een studietoelage heeft of niet. De cijfers zien er als volgt uit: 

Staafdiagram dat de slaagpercentages vergelijkt tussen 2013-2014, 2018-2019, 2022-2023 en 2023-2024, voor studenten met 60 studiepunten, minder dan 60 studiepunten, en voor studenten met studietoelage. Over het algemeen blijven de percentages bij 60 studiepunten stabiel, terwijl de resultaten voor studenten met studietoelage en minder dan 60 studiepunten recent stijgen. Beschrijving van de cijfers:  60 studiepunten: 79%, 81%, 77%, 79%  Minder dan 60 studiepunten: 58%, 58%, 57%, 63%  Studietoelage en 60 studiepunten: 70%, 72%, 67%, 66%  Studietoelage en minder dan 60 studiepunten: 47%, 45%, 67%, 66%

Waar wel een groot verschil in cijfers te zien is, is tussen de verschillende faculteiten. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte heeft met 8% het laagste aantal geknipte studenten. Faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen heeft daarentegen het hoogste aantal met 19%; dat is een verschil van wel 11%. “Dat is wel iets waar we naar moeten kijken en waarvoor we gaan samenzitten met de verschillende faculteiten”, vertelt Van Ginneken. “De drempels die voor deze grote verschillen zorgen, geven het soort informatie dat we wel aan de generatiestudenten moeten bezorgen om hen beter te informeren over hun studiekeuze.” Een duidelijke infocampagne is iets waar ze vanuit het bestuur van UAntwerpen nog meer op willen inzetten om de druk op studenten te verminderen. “We gaan dit eerst een keer ondergaan, zo goed of kwaad voorbereid als mogelijk, en gaan daar dan lessen uit trekken”, legt Van Ginneken uit. Nu er in de eerste generatie studenten geknipt wordt, kunnen de valkuilen van de maatregel geanalyseerd worden en kan er aan verbetering gewerkt worden. Uit de cijfers kan nu op het eerste gezicht afgeleid worden dat de knip als extra studiemaatregel wel werkt. Op de vraag of de harde knip een succesverhaal wordt aan onze universiteit antwoordt Van Ginneken lachend: “Nee, ik denk niet dat het een succesverhaal gaat worden aan UAntwerpen. Het is gewoon een extra studievoortgangsmaatregel.”
 

ik heb een 7, wat nu?

Een terugkomende tendens per faculteit is dat studenten die afvallen dat doen met meerdere en vaak ook zware tekorten. “Zonder de harde knip zouden deze studenten onder een andere studievoortgangsmaatregel ook afvallen, maar dan is er al leerkrediet, tijd, geld en goed humeur verloren gegaan”, stelt Van Ginneken vast. 

Als je het nieuws over de maatregel wat volgt, zal het je misschien al opgevallen zijn dat wij nogal laat zijn met ons artikel. In september publiceerde De Standaard al een artikel over de verhoogde slaagpercentages aan de KULeuven en UGent. Ook in Het Belang van Limburg was een artikel te vinden over de uitvallers aan UHasselt. We kunnen je alvast geruststellen dat dwars niet in slaap is gevallen over dit onderwerp. UAntwerpen heeft, in tegenstelling tot haar collega-universiteiten, ervoor gekozen haar cijfers pas te publiceren nadat deze definitief vastlagen. 

De nieuwe maatregel heeft nog wat groeipijnen en daarvoor kunnen studenten die het niet eens zijn met hun uitsluiting een intern beroep aangaan bij de universiteit. Elke faculteit beoordeelt dan zelfstandig de omstandigheden van de student aan de hand van enkele richtlijnen. Deze beroepsprocedures zijn er zodat studenten die door persoonlijke omstandigheden een beslissend tekort behaalden een tweede kans kunnen krijgen. 

UAntwerpen kreeg ongeveer 100 aanvragen binnen voor een interne beroepsprocedure en daarvan hadden 51 een positieve uitspraak. Deze studenten kregen een pass voor de harde knip en mogen wegens bijzondere omstandigheden verder studeren. De bezorgdheid dat een student wegens één 7 op een moeilijk vak moet stoppen, is dus ongegrond, want zij kunnen via een beroepsprocedure nog een kans krijgen.
 

waar kan ik terecht?

Voor veel studenten is de harde knip een ver-van-mijn-bedshow, waardoor ze niet weten bij wie ze terecht kunnen als ze problemen ondervinden. dwars sprak met Enya Denies en Talia Gheys van de dienst Studieadvies en Studenten­begeleiding. Denies spreekt over complexe communicatie naar studenten toe: “We merken dat heel wat studenten de communicatie rond studievoortgangbewaking niet goed kennen en daarom niet op de hoogte zijn van de maatregel. We pleiten dan ook voor duidelijke informatie die op meerdere plaatsen terug te vinden is.” Gheys vult aan: “We hopen dat elke student die nood heeft aan extra begeleiding ons snel vindt. Zo kunnen we hen al vanaf het begin van eventuele moeilijkheden steunen en begeleiden.”

Wanneer studenten bij hen terechtkomen omdat het studeren minder goed gaat, focussen ze op vier domeinen: studievaardigheden, studieplanning, persoonlijke omstandigheden en studiekeuze. Ze zoomen op elk van deze domeinen in met de student en kijken daarbij hoe ze het volgende semester of academiejaar beter kunnen aanpakken. Wanneer een student geknipt is, dan heeft die vaak slechts enkele weken de tijd om een nieuwe keuze te maken, omdat de punten na de tweede zittijd slechts enkele weken voor de start van het nieuwe academiejaar bekend worden gemaakt. Bij de dienst Studieadvies en Studentenbegeleiding proberen ze de studenten alsnog goed te begeleiden. Zo bekijken ze met de student of die een nieuwe opleiding wil starten, eventueel aan een andere instelling, of die liever even zou gaan werken. Wanneer een student naar een nieuwe instelling vertrekt, proberen ze ook uit te leggen hoe hun collega’s van die andere instelling werken en waar de student hen kan vinden.
 

dubbel knippen

Dat de harde knip op verschillende vlakken een invloed heeft op studenten, is ondertussen wel duidelijk, maar ook bij geëngageerde studenten laat de maatregel zijn sporen na. Studenten die door hun engagement voor bijvoorbeeld een studentenclub minder aandacht besteden aan hun academische prestaties, lopen meer risico om uitgesloten te worden als ze hun startpakket niet behalen. Zo vindt er een dubbele knip plaats: niet alleen worden studenten gestraft door engagement te tonen naast hun studie, maar als ze focussen op hun academische prestaties, wordt hun vrije tijd beperkt tot hun studie.

Daarnaast komt er een bezorgdheid naar boven voor een tweede dubbele knip, namelijk bij studenten met een studietoelage. In de cijfers van de harde knip aan UAntwerpen zijn hier geen zorgwekkende tendensen in op te merken, aangezien de cijfers van studierendement bij deze categorie van studenten altijd schommelt. De bezorgdheid die wel naar boven komt bij deze categorie van studenten is de nieuwe regel die de overheid oplegt voor studietoelages. Studenten moeten vanaf nu minstens 54 studiepunten opnemen om een studietoelage aan te mogen vragen, terwijl dat voordien slechts 27 studiepunten waren. Door deze nieuwe regel lopen beursstudenten die geen 54 studiepunten kunnen opnemen meer risico om uitgesloten te worden door de harde knip. Knippen in het toewijzen van beurzen kan er vervolgens ook voor zorgen dat studenten die een studiebeurs nodig hebben minder kansen krijgen om zich te bewijzen in hun studie.
 

stuvers aan het werk

Niet alleen bij dwars, maar ook bij de Studentenraad leeft het onderwerp van de harde knip. Wij spraken met Yorn, coördinator Onderwijs bij de Studentenraad, over alles wat te maken heeft met de studievoortgangsmaatregel en hoe zij ermee aan de slag gaan. “Studenten zijn al langer bezorgd over de harde knip wegens de onduidelijkheid over wat de gevolgen van de maatregel nu echt inhouden”, vertelt Yorn. De angst voor deze onzekerheid en de prestatiedruk waar studenten mee geconfronteerd worden, zijn de grootste problemen die op dit moment aan bod komen bij de stuvers, ook juist omdat er nog veel onduidelijkheden en groeipijnen zijn in de toepassing van de maatregel. “De gevolgen worden pas duidelijk als iedereen effectief tegen het systeem heeft aangeduwd, in plaats van wanneer de theorie het enige is waarop je je kan baseren”, legt Yorn uit.

Een belangrijk punt voor de Studentenraad is een duidelijke communicatie naar studenten toe over de maatregel. Zo komt er nu ook meer informatie naar boven over de beroepsprocedures die intern worden uitgevoerd als gevolg van de harde knip. Daar waren vorig jaar al bezorgdheden rond, want een intern beroep is voor geen van beide partijen een gemakkelijk proces, maar met de nieuwe maatregel kon de universiteit die wel zien aankomen. Een positieve evolutie bij deze bezorgdheid is dat het aantal interne beroepen bij alle instellingen wel meeviel.

De harde knip als verbetering voor studie-efficiëntie in het hoger onderwijs is een thema dat steeds op de agenda van de Studentenraad blijft staan. De invloed die de maatregel op studenten heeft, reikt veel verder dan enkel de academische gevolgen. Zo haalt Yorn aan dat sommige studenten nog voordat ze aan het hoger onderwijs starten al knippen in hun keuzes. Zij kiezen dan voor een stabielere richting in plaats van de uitdaging aan te gaan in de richting die ze echt willen proberen. Daarnaast komt de harde knip ook aan bod in het dossier van de Studentenraad over studiekosten. Studeren wordt voor zowel studenten als de overheid duurder. Dat gepaard met de besparingen op vlak van studietoelages bezorgt nieuwe studenten nog meer druk en maakt hen kwetsbaarder voor de harde knip.

Het blijft afwachten of de harde knip nu echt voor studie-­efficiëntie zal zorgen. De cijfers tonen alvast een langzame stijging van studenten die al na één jaar hun startpakket behalen. Van de studenten die in 2023-2024 aan hun opleiding startten, behaalden 36% hun startpakket in één jaar. Studenten die in 2024-2025 gestart zijn, vertoonden alvast een stijging van 2%. Of deze stijging aanhoudt en of de studenten uit 2023-2024 effectief binnen de verwachtingen hun bacheloropleiding afwerken, zal afwachten zijn tot 2027. 



progress lost

04/11/2025
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Opgelet: deze tekst bevat spoilers! De naam en faam van H.P. Lovecraft zijn sinds zijn anonieme dood in 1937 gestaag gegroeid. Dat is opmerkelijk, omdat zijn volledige oeuvre niet meer dan een handvol verhalen bevat die tot op vandaag prettig weglezen, maar volgens de literaire mode van zijn tijd ernstige gebreken vertoonden. Een goed voorbeeld daarvan is het vrijwel volledige ontbreken van dialoog in zijn werk, behalve dan in de vorm van zuiver functionele verslagen of getuigenissen die het verhaal vooruithelpen. De personages worden bij Lovecraft met andere woorden zelden uitgediept door verbale interacties met anderen en voelen daardoor soms oppervlakkig aan. Gelukkig maakt dat allemaal eigenlijk geen hol uit, want vandaag wordt Lovecraft niet gelezen en gekoesterd omwille van de kwaliteit van zijn dialogen, maar omwille van de intensiteit waarmee hij vertelt over het gekmakende multidimensionale universum dat hij in zijn krankzinnige verbeelding gecreëerd heeft.
 

Vrijwel alle verhalen van Lovecraft passen dan ook in de onbarmhartige Cthulhu-kosmologie, die stelt dat de mens in onze huidige tijd nog even in de zalige illusie leeft ergens een plaats te hebben en thuis te zijn in het grote raamwerk van alle dingen. Op ieder moment kunnen kosmische krachten of multidimensionale wezens in beweging komen – ergens in het uitgestrekte heelal – om bewust of stoemelings de mensheid te vernietigen. Wat overblijft is enkel een groteske werkelijkheid waarvan zelfs een glimp of een vermoeden in staat is om elk mens volstrekt krankzinnig te maken. Er is geen plan, geen toekomst en ook geen verlossing. Geen enkel verhaal van Lovecraft vertelt over hoop, vooruitgang, vriendschap, liefde of andere onnozelheden waaraan wij in onze westers-christelijke cultuur gewend aan zijn geraakt. Misschien overdreef Lovecraft een beetje door onvermijdelijke krankzinnigheid op het besef van deze vervreemding te laten volgen, maar het lijkt er in ieder geval wel op dat de ondergang van het Avondland, tegelijk de opgang van Lovecraft in gang heeft gezet. Het bewijs hiervan staat in een eindeloze stroom boeken, films en games die het Cthulhu-universum als inspiratiebron nemen. 

Het zou me wat ver voeren om hier alles wat van ver of dichtbij ‘lovecraftiaans’ is in onze cultuur te beginnen opsommen. Hoewel ik het niet kan laten om er toch minstens voor te pleiten om de – vooralsnog niet rechtstreeks waargenomen – negende planeet in ons zonnestelsel Yoggoth te noemen naar het verhaal The Whisperer in Darkness, waar deze planeet wordt omschreven als een verre, koude en donkere wereld die zich in de uithoeken van ons zonnestelsel bevindt en waarop de Great Old Ones hun onzalige praktijken uitoefenen. Wel onmiddellijk relevant in deze context is het feit dat er inmiddels vier games verschenen zijn met het bekendste verhaal van Lovecraft in de titel: The Call of Cthulhu. Shadow of the Comet en Prisoner of Ice verschenen halverwege de jaren negentig en zijn – in al hun technologische beperkingen – vandaag zelfs nog verrassend goed speelbaar. Call of Cthulhu: Dark Corners of the Earth was een zeer verdienstelijke poging om Lovecrafts broeierige sfeer van genetische inteelt en cultureel verval te vatten, maar steunde naar de smaak van veel spelers iets te sterk op traditionele spelelementen als actie en geweld. Zeker in de Steamversie van dit spel leiden de talloze bugs bovendien eerder dan het pakkende verhaal tot volstrekte krankzinnigheid en dat mag – zelfs als niet bedoeld neveneffect – geen aanbeveling heten. In 2026 zou volgens de legende nog Cthulhu: The Cosmic Abyss bij uitgever Nacon verschijnen. Zelfs oude interdimensionale goden kunnen van onze regering blijkbaar nog niet op pensioen gaan. 

Uiteindelijk had ik het genoegen om ook Call of Cthulhu uit 2018 te kunnen doorspelen. Dat is opnieuw een spel dat in de schaduw van veel grotere titels staat, maar, midden in al dat gamegeweld, een eigen bestaansreden heeft. In deze interpretatie van Cthulhu krijgt een privédetective de opdracht om in Darkwater – een geïsoleerd vissersdorpje ergens op een afgelegen eiland voor de kust van Boston – de verdwijning van een jonge vrouw te onderzoeken. De gebeurtenissen die daarop volgen openen, geheel volgens de geplogenheden van het genre, een beerput vol onheilige monsters, een mensenofferende sekte, quasi krankzinnigheid van het hoofdpersonage en zowat iedereen rondom hem en uiteindelijk een vernietigende confrontatie met de titelgevende oude god zelf. Dat mag misschien weinig verrassend klinken, maar met een klein budget slaagde ontwikkelaar Cyanide er wel in om een erg sfeervol spel te maken dat tot het einde blijft boeien en dat Lovecraft niet enkel letterlijk citeert, maar ook enkele geslaagde toevoegingen doet aan diens eerder ruw geschetste universum. 

Als kortverhaal biedt The Call of Cthulhu dan ook wat te weinig verhaalstof voor een volwaardige computer game, wat waarschijnlijk ook één van de redenen is waarom ook verfilmingen van dit en andere verhalen van Lovecraft erg moeizaam lopen. Vandaar dat ook dit computerspel het plot niet trouw volgt, maar een spoor trekt door het beste van wat Lovecraft zoal te bieden heeft. Het afgelegen vissersdorp waarin alles zich afspeelt zou zonder meer Dunwich kunnen heten zoals in ‘The Dunwich Horror’ of nog beter het kuststadje Innsmouth uit het kortverhaal ‘The Shadow over Innsmouth’. Het serum waar de mensenofferende sekte zich van bedient en dat als een rode draad door het spel loopt, lijkt weggeplukt uit: ‘Herbert West-Reanimator’. Lovecraft had zelf overigens een voorkeur voor zogenaamde essentiële zouten die naar de mode van zijn tijd helemaal nieuw en opwindend waren (terwijl het gebruik van serum op dat moment al meer dan een eeuw bestond). Zowel in ‘The Dunwich Horror’ als in ‘The Case of Charles Dexter Ward’ komt deze wat vage mengeling van verpoederde lichamen en occulte alchemie voor. Het is goed mogelijk dat Lovecraft daarbij geïnspireerd werd door populaire literatuur rond de heilzame werking van vitaminen die net in dezelfde periode opgang maakte en de belofte inhield van een quasi eeuwig en gezond leven.

Ik zou nog even kunnen doorgaan met het leggen van verbanden tussen spel en literatuur, maar dat is toch meer iets om bij een frisse pint op café te doen dan als droge tekst op een computerscherm. De boodschap is evenwel dat het goed mogelijk is – en zeker niet onaangenaam – om het verzameld werk van Lovecraft op enkele dagen tijd door te lezen. Wie de moeite neemt om zich vertrouwd te maken met zijn geschifte verhalen, kan de ervaring bij het spelen van Call of Cthulhu (en bij uitbreiding alle recente films en games in het genre) enorm verdiepen. In die zin is de relevantie van Lovecraft voor het verstaan van ons tijdsgewricht vele malen groter dan enkele van de literaire monumenten van zijn tijd die wel de canon hebben gehaald en vol staan met vlotte dialogen. The Great Old God Cthulhu wacht al een eeuwigheid op zijn terugkomst in onze wereld, dus die loopt ondertussen ook niet weg. Hoogstens sluipen er wat angstaanjagende bugs in het spel, als Windows in de tussentijd weer eens besluit om hun "allerlaatste" besturingssysteem te maken. The Horror!!



02/11/2025
 [DE SALI HERREZEN] (© [Anne-Marie Dimitrov] | dwars)
🖋: 

Vraag een oudere student naar dat café op de hoek van de Lange Sint-Annastraat en je ziet meteen een golf van weemoed in hun blik. Zoete herinneringen aan avonden in hun geliefde café De Salamander flitsen dan voorbij. Maar op donderdag 9 oktober maakte die nostalgie echter plaats voor opgetogenheid: café De Salamander, beter bekend als ‘De Sali’, opende opnieuw de deuren. dwars sprak met Ilias Ailincai, de gloednieuwe uitbater.
 

Aan het begin van het academiejaar 2023-2024 kondigde De Sali aan dat ze de deuren moesten sluiten, tot groot verdriet van verenigingen en studenten bij wie dit geliefde café zo nauw aan het hart lag. Twee jaar lang stond het pand leeg; dit terwijl er af en toe geruchten opdoken over een heropening, maar de deur bleef dicht. Tot de 22-jarige Ilias Ailincai, van Grieks-Roemeense afkomst, besloot het café nieuw leven in te blazen. Hij baat het nu uit met de hulp van zijn vader, die vaak achter de toog staat, en zijn moeder, die het café voorzag van de seizoensgebonden halloweenversieringen. Bij het binnengaan van het café valt de warme, gemoedelijke sfeer op. Ook de geur van pas geverfde muren hangt nog in de lucht.
 

van droom naar werkelijkheid

Ilias werkt voltijds bij Proximus maar zocht een manier om extra inkomsten te genereren. Zo ontstond het idee om een café uit te baten. Zijn motivatie? “Mijn vader werkte vijf jaar als slager, maar door knieproblemen kan hij dat intensief werk niet meer doen. Hij is een ware workaholic: als hij niet werkt, wordt hij ziek”, lacht Ilias. “Ik wilde hem mentaal helpen en zocht iets waar hij zich mee kon bezighouden.” Zijn ouders hadden vroeger enkele zaken in Griekenland, dus ondernemen is hem niet vreemd. Hij spreekt ook over de zoektocht naar de locatie van een café: “We hadden veel opties: Mol, Wijnegem of zelfs Putte, maar we wilden geen doorsnee 60-plusserscafé zijn.” Ilias zag zichzelf niet elke dag in het gezelschap van 60-plussers en wilde liever ook een jonger publiek trekken. Uiteindelijk kruiste De Salamander zijn pad. “Toen ik nog studeerde, fietste ik hier vaak voorbij en zag ik het tehuurbordje hangen. We waren toch op zoek naar een pand en ik heb dan meteen gebeld. Twee dagen later kreeg ik een rondleiding en drie weken daarna had ik beslist: dit wordt het.” Na een intensieve verbouwing van drie weken – met hulp van zijn vader, een verse laag verf en een nieuwe naambanner – was De Sali klaar voor haar tweede leven. In totaal duurde het dus net geen 6 weken van de ontdekking van De Salamander door Ilias tot de opening van wat nu het nieuwe café is. Trots is een understatement: “Van brainstorm tot realiteit, dat moment waarop je denkt: wow, ik heb dit echt gedaan.” Ilias is dankbaar voor de hulp en kennis van zijn vader, ook al verschilt de cafécultuur tussen Griekenland en België. “Ik heb nog veel te leren: ik ben nog maar 22 en het gaat nog lang duren voordat ik zijn leeftijd ben”, lacht Ilias terwijl hij naar zijn vader wijst.
 

geen stamcafé, maar een café voor iedereen

Ilias benadrukt dat hij van De Sali geen typisch stamcafé wil maken, maar liever een plek voor een breder publiek. “Ik wil geen stamcafé zijn, maar ik sta zeker open voor samenwerkingen met studentenverenigingen”, beduidt Ilias. “Zolang je respectvol bent voor mij en mijn café, komen we gegarandeerd goed overeen.” Het wordt geen danscafé meer, wel een gezellige ontmoetingsplek waar iedereen op elk moment van de dag terecht kan. De deuren gaan al open om tien uur ‘s ochtends en sluiten pas om drie uur ‘s nachts. Binnenkort kunnen bezoekers er zelfs terecht voor een warme koffiekoek bij hun koffie. Toch blijft de band met studenten belangrijk. “Ik wil dat het weer wordt zoals vroeger: gezellig in grote groep op café gaan”, zegt Ilias. Om niet enkel studenten maar ook andere bezoekers te trekken, werkt hij samen met een eventplanner. “Ook al zijn we geen studentencafé meer, we willen wel evenementen voor zowel studenten als niet-studenten organiseren. Denk aan pooltoernooien of dj’s inhuren om livemuziek te voorzien.” Hij wil ook dat het toegankelijk blijft voor iedereen, bijvoorbeeld door een lage of zelfs geen inkomstprijs te vragen bij evenementen. Tenslotte stelt hij ook voor dat zowel het café als de bovenverdieping – waar de pooltafels en een dartbord staan – afgehuurd kunnen worden voor verjaardagen of andere vieringen.
 

wat met de toekomst?

Hij kijkt met vertrouwen naar de toekomst. “Momenteel ben ik uitbater, maar ik hoop dat ik het pand op een dag kan kopen. Dan kan ik het volledig renoveren en uitbreiden”, vertelt hij. Ook op korte termijn heeft hij nog plannen: een neonbord met het logo van De Salamander, of misschien een graffiti-artiest inhuren die een glow in the dark-tekening op de deur maakt. “Ik ben niet zo naïef om te denken dat ik meteen een vol café ga hebben”, zegt Ilias nuchter. “Maar ik hoop dat ik snel meer mensen mag verwelkomen, en ook de oude vaste klanten zijn meer dan welkom bij mij.” Voor Ilias draait succes niet om geluk, maar om doorzettingsvermogen. “Het is echt zot om te zien dat, als je echt iets wilt, je het ook kan bereiken. Mensen zeggen vaak dat het geluk is, maar ik vind dat je geluk zelf moet creëren. Als je nooit op de deur klopt, zal niemand ze voor je opendoen.”



dwars op het openingsdebat LVSV

31/10/2025
[openingsdebat_LVSV] (© [Lina Goethals] | dwars)
🖋: 

De ouderen die zeggen dat de jeugd van tegenwoordig niet meer geïnteresseerd is in de actualiteit, de maatschappij of politiek, waren duidelijk dinsdag 21 oktober niet aanwezig in de overvolle Aula Rector Dhanis van de Stadscampus. Het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) organiseerde toen namelijk een politiek debat met kopstukken van elke Vlaamse partij. Zowat elk plekje in deze aula, die ik ondertussen op m’n duimpje ken, was bezet. Er waren gewone studenten, stuvers, leden van jongerenpartijen, studenten van andere universiteiten, ouderen en ten slotte was ook dwars van de partij!
 

Het debat vond plaats op een lesdag die begon in de voormiddag en duurde tot half acht in de avond. Met een vermoeid hoofd en goede hoop op een beetje entertainment namen we plaats in de aula. Samen met andere geïnteresseerden speculeerden we gretig over het komende debat. Een vriendin uitte al snel haar ongenoegen over iets wat me ook met verstomming had geslagen: het panel dat voor ons zat te popelen om aan het debat te beginnen, was uitsluitend mannelijk. Van links naar rechts zag het panel er als volgt uit: Jos D’Haese voor de PVDA, Bart Dhondt voor Groen, Achraf El Yakhloufi voor Vooruit, Bram Van Hecke voor cd&v, Tom Ongena voor Open VLD, Jeroen Bergers voor N-VA en ten slotte Tom Van Grieken voor Vlaams Belang. “Is dat nog iets van deze tijd?”, vroegen we ons hardop af. Welk signaal wil de politiek hier geven aan een aula vol jong geweld? En bovenal: hoe vaak is deze discussie al gevoerd? Het is vreselijk pijnlijk om vast te stellen dat na al die jaren strijden de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek nog altijd een feit blijkt te zijn.

Het debat startte met enkele kritische vragen, die de kopstukken toelieten om een eerste maal te zeveren en over zichzelf te kunnen vertellen. Tex Van berlaer, politiek journalist bij Knack, leidde als moderator de introductieronde in goede banen. Terwijl de ene politicus zelfingenomen en tevreden een antwoord gaf naast de vraag, deelde de andere de eerste zware zucht van de avond uit. Het publiek rolde een keer met zijn ogen of gaf een klaterend applaus, afhankelijk van zijn voorkeur.

Tijdens het debat werden verschillende onderwerpen aangesneden die met een actueel overkoepelend thema verbonden waren. Je raadt het al: de begroting. Ieder gaf zijn mening en leverde lustig commentaar op de andere. Oppositiepartijen wezen naar de coalitiepartijen. De coalitie wees terug. Links spuwde op rechts en rechts spuwde op links. Het ene moment was de oppositie het roerend eens met elkaar, het andere moment was ze zodanig verdeeld dat ze elkaar geen enkel woord meer gunden. Zoals verwacht was dat zelfs vaak met een dubbele houding. Zo leverde Open VLD kritiek op het voorstel van de socialisten om een miljonairstaks in te voeren. Ideologisch gezien is het evident dat ze dat doen, maar wie zat de afgelopen jaren mee aan het roer van het schip? Je raadt het al. De begroting is natuurlijk niet plotsklaps ontspoord. Nog schokkender was dat het kopstuk van cd&v tijdens de discussie bijna als een raket de lucht in vloog en wild roepend het nieuwe beleid verdedigde. Na een aantal minuten van razernij zag Vooruit zijn kans mooi om te bemiddelen en zijn coalitiepartner te wijzen op zijn (cartooneske) houding. Dat is ook meteen een mooi voorbeeld om te illustreren dat de oude rotten in het debat meer ervaren waren. Een goedkope woordgrap over iemands initialen zoals Jeroen Bergers die tapte met ‘Te Veel Gezever’ zal je niet gauw uit de mond van de meer ervaren politici in het panel horen (hoewel het goed gevonden was). Mochten het allemaal écht kopstukken geweest zijn, had dit debat er anders kunnen uitzien.

Het merendeel van de discussies die het panel onderling voerde, was zelfs achterhaald. Een goed voorbeeld hiervan was de kerndiscussie over de begroting. Volgens de ene is er een gigantisch uitgavenprobleem: er werden jarenlang cadeautjes uitgedeeld, zonder dat er over de prijs van die geschenken werd nagedacht. Volgens de andere klopt dit verhaal helemaal niet, sterker nog, het is net het tegengestelde. Er is een gigantisch probleem aan de inkomstenzijde! De Staat zou zijn begroting weer in evenwicht kunnen krijgen mocht hij deze lekkages repareren. Afhankelijk van de partij is er telkens wel een andere groep bij wie dit geld gezocht moet worden. Je weet wel: volgens de PVDA lossen we dit allemaal op met het geld van de rijken en volgens het Vlaams Belang is de migrant met al het geld van het begrotingstekort gaan lopen. Zolang er maar iemand is die men als zondebok kan aanduiden.

Deze begrotingsdiscussie ontspoorde in een luid klinkende woordenwisseling doorspekt met persoonlijke aanvallen en het nodige drama. De irrelevantie van deze discussie ligt bij het voortdurende gehakketak over het probleem an sich in plaats van het over een oplossing te hebben. Of het nu een uitgaven- of een inkomstenprobleem is, hangt ervan af van welke kant je het bekijkt. Als de meningen uit elkaar liggen, zal je elkaar toch moeten tegemoetkomen in een compromis. Het is natuurlijk puur entertainment om politici te horen ruziën over de feiten, maar het is tegelijk ook onwaarschijnlijk vermoeiend.

Het stereotiep beeld werd opnieuw bevestigd: politici beschikken over een uitzonderlijk talent om een ernstig en serieus antwoord te geven naast de vraag in plaats van erop. Wanneer hun ego in het nauw zit, werkt men liever gauw een ad-hominem-argument uit dan de tijd te nemen om op de feiten in te gaan. Per slot van rekening wijzen ze nog liever wild in het rond en roepen luid “Ja, maar!” dan fouten uit het verleden toe te geven.

“Is alle hoop op een goed bestuur verloren?”, vraag je je wellicht af. Je zou het beginnen te denken, maar gelukkig is dat niet het geval. Het vergt geen zware studie of een dure cursus om naar elkaar te leren luisteren. Als je erin slaagt om je ego opzij te zetten, is het een stuk gemakkelijker om toegiften te doen aan elkaar. Dat begint met wederzijds respect. Je zou denken dat het geen superkracht vereist om een constructief debat te voeren. Dat komt dan goed uit, want superhelden zijn het niet. Vergt het goed staatsmanschap? Dat zou best kunnen. Gelukkig kan je dat wel worden, met of zonder cape.



14/10/2025
[THUIS] (© [Silke Ramaekers] | dwars)
🖋: 
Auteur

Thuis is waar je familie is 
Waar je hart voor altijd ligt 
Thuis is waar je wordt gemist 
Waar je je aandacht op richt

Huizen veranderen 
Deuren sluiten 
Rivieren meanderen 
Mensen gaan naar buiten

Harten blijven geopend 
Herinneringen blijven je bij 
Pijn is verlopend 
Maar wij zullen altijd wandelen  
Zij aan zij



14/10/2025
 [DROOM] (© [Lena Vercammen] | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de vreemdste betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie dromen we even weg naar exact dat, een droom.
 

Ik koester al een tijdje de droom om te schrijven over de dubbele betekenis van het woord ‘droom’, maar ik heb er wel nog nooit een droom over gehad. Ben je mee? Wie het heeft over ‘zijn droom’ kan het zowel hebben over zijn grootste ambitie of wensbeeld als over de gekke reeks beelden die hij voorbije nacht heeft meegemaakt, meestal tijdens de remslaap. Op zich is het niet gek dat een woord meerdere betekenissen heeft. Meestal is de eerste, oorspronkelijke betekenis dan eentje die te maken heeft met de zintuiglijke wereld om ons heen, waaruit de andere betekenissen logisch en figuurlijk zijn doorgegroeid. In taalkundige termen heet dat fenomeen betekenisverbreding. Een eenvoudig voorbeeld daarvan is ‘scherp’; scherpe messen kunnen mensen al lang pijn doen, scherpe woorden zijn ons wat later beginnen kwetsen.

Bij dromen is de richting van de betekenisverbreding wat minder duidelijk: mensen hebben sinds jaar en dag ’s nachts wonderlijke slaaptelevisie, maar het lijkt me even normaal om het kanaal overdag op je meest begeerde wensen af te stemmen. Bedenk dan dat je je dromen ’s nachts niet kiest en dat die – als we Freud even negeren – je vaak juist iets tonen dat je absoluut niet wil meemaken, in de vorm van nachtmerries. Je grote droom voor de toekomst, hoe (zelf)destructief die soms ook uitdraait, geeft daarentegen steeds weer wat je juist het meeste denkt te willen. Toegegeven, beide soorten dromen geven een verzonnen beeld weer en delen het feit dat ze soms moeilijk te achterhalen vallen, maar de verschillen zijn zo groot dat het bizar wordt dat ze in hetzelfde woord vervat zitten. Het levert bovendien een benarde synoniemensituatie op, waarbij illusie en drogbeeld aan de ene kant en wens en ideaal aan de andere kant een gemeenschappelijk alter ego kennen.

Toen ik mijzelf bovenstaande Jekyll and Hyde-situatie realiseerde, consulteerde ik mijn mentale woordenboek van andere talen die ik goed en minder goed ken, en wat blijkt? Het Engelse dream, het Duitse Traum, maar evengoed het etymologisch niet-verwante Franse rêve of Italiaanse sogno delen die gevorkte betekenis. Ik ging te rade bij een Arabischsprekende vriendin en ja hoor, ook in het Midden-Oosten droomt een astronaut in spe ervan dat hij op de maan wandelt terwijl een kind erover droomt dat het op de maan wandelt. Na wat gegoogel ontdekte ik dat een hoop taalnerds op Reddit zich hetzelfde afvroegen over een heel scala aan talen: van Swahili tot Farsi, Hebreeuws tot Koreaans – in vele talen kan een zin als “Ik droom van goede punten” zowel een hoop uitdrukken als een wisse illusie. Aan jou dus om te kiezen welke betekenis tegen januari voor jou van toepassing is.

Ken jij een taal waarin ‘droom’ en ‘droom’ anders vertaald worden? Slide in onze dm’s of stuur een kort mailtje naar contact@dwars.be.



recensie

14/10/2025
 [NACHTVLINDERS] (© [Hanne Colémont] | dwars)
🖋: 

Op vijf november komt Nachtvlinders in de Belgische zalen, een gloednieuwe Vlaamse misdaadthriller met Aimé Claeys, Maaike Neuville en Matteo Simoni in de hoofdrollen. Nachtvlinders past daarmee in de rij van groots opgezette Vlaamse films die de kassa moeten doen rinkelen, zoals eerder Het Smelt, Zillion en Wil. Net als toen is de vraag waarmee we nu eigenlijk te maken hebben, los van alle hype. Strikt genomen zijn het films die gemaakt zijn om poen op te brengen, maar dat commerciële principe geldt ook voor de tweejaarlijkse film van Christopher Nolan of die met Leonardo Di Caprio. Die boeten zelden in aan kwaliteit. Aan welke standaard is Nachtvlinders dus eigenlijk onderhevig? 

Vaak is het eenvoudig om dit soort Vlaamse films erg kritisch te benaderen, en Nachtvlinders vormt geen uitzondering. Je kan de film aanpakken omwille van een typerend soort gebrek aan geloofwaardigheid. Antwerpen vormt de achtergrond voor een chaotische en donkere samenleving in verval – symbolisch voor de toestand van het hoofdpersonage van Aimé Claeys − maar kan in die zin de vergelijking met pakweg Martin Scorsese’s New York uit Taxi Driver helaas niet aan. Het lijkt erg streng Nachtvlinders aan Taxi Driver te toetsen en hoewel dat inderdaad misschien een beetje ongerijmd is, kan het ook helpen om net de verschillen te onderscheiden. In dit geval kan ik alleen afleiden dat er in Nachtvlinders veel andere zaken zijn om van te genieten.
 
De opbouw van de scènes bijvoorbeeld. Regisseur Indra Siera – voorheen enkel actief in series – blijkt garant te staan voor een creatie van intrige in doodgewone zaken. Er is altijd een spel aan de gang, iets wat men in vaktermen ‘cinema’ noemt. Het lijkt vanzelfsprekend, maar blijft iets dat vaak als eerste verloren gaat in het zoveelste drama: elke vorm van mise-en-scène ontbreekt, behalve dan die steeds terugkerende statische shot van twee personen aan een tafel in een eetkamer. In Nachtvlinders valt telkens opnieuw veel te lezen in wat eenvoudige expositie zou kunnen zijn. Het is iets wat bijzonder fris aanvoelt in een context van gekende Belgische acteurs, gezien het uitzonderlijke karakter.
 
Het is dan ook wanneer in Nachtvlinders zaken expliciet worden uitgesproken dat de magie en immersie worden verbroken, maar dat is te weinig om de weg van een negatief oordeel in te slaan. De echte waarde van deze film bevindt zich ook niet in het plot. Ik voelde een grote sympathie voor Maaike, Aimé, Matteo, Carry, de Cowboy en voor de politieagenten wier namen me ontschieten. Dat lijkt me nog altijd het gevolg van een kundig regisseur, die speelgelegenheid gaf aan competente acteurs.
 
Ik denk dat ik iets ergs moois heb gezien, mankementen of niet. En ik ben zeer benieuwd om te weten hoe deze film bij andere mensen binnenkomt. Dat laatste is misschien wel het grootste compliment dat ik de film kan geven.



14/10/2025
[DRAAK ZAAIT VERDELING] (© [Silke Ramaekers] | dwars)
🖋: 

In Sprookjesland leeft een draak. Sinds kort teistert hij de lokale bevolking voor haar hard verdiende goud, waarmee hij zijn goudhoop blijft aandikken. Nu heerst er verdeling tussen de bevolking over hoe ze hiermee om moeten gaan. Moet de draak de elfen gaan beroven of de dwergen?
 

We treffen de jonge elfin Lirazel in een veld. Wanneer we haar spreken, is ze net klaar met een lange dag werken en druipt het zweet van haar voorhoofd. Buiten een landbouwer is ze een actieve aanhanger van Elfenbelangen, een partij die beweert voor elfenrechten op te komen. “We werken hier elke dag hard om te overleven, maar houden bitter weinig over door de draak die al onze welvaart afneemt. Het is niet rechtvaardig dat wij hier in armoede leven om de berg goud van de draak te doen toenemen. Wij pleiten voor een eerlijkere samenleving waarbij de draak de dwergen teistert in plaats van ons. Het is niet eerlijk dat zij hun decadente levens leiden in hun steden waar ze geen voeling hebben met het echte volk dat op het land leeft. Ze zouden wel wat minder noten op hun zang hebben als ze hun juiste bijdrage aan de goudhoop leveren.”

Wanneer we in een dwergenstad gaan interviewen, horen we een heel ander geluid. In een ondergrondse mijn, bedekt onder het roet, vinden we Gimli. Hij is een voorstander van de Dwergencoalitie die zegt op te komen voor dwergenbelangen. “Wij hardwerkende lieden breken dag in dag uit onze ruggen in de mijnen en de smidsen. Toch zie ik hier dat dwergen niet toekomen met hun goudstukken door het toedoen van de draak. Het is tijd voor een nieuw tijdperk van rechtvaardigheid; de draak moet de elfen beroven in plaats van het dwergenvolk. De elfen leven in gigantische paleizen op het platteland zonder ooit een dag in hun leven hard te moeten werken. Het is dus slechts logisch dat zij betalen voor de terreur van de draak.”

De spanningen tussen elfen en dwergen nemen enkel maar verder toe en het blijft niet bij politieke debatten. Regelmatig monden protestacties uit in vechtpartijen, zoals toen elfen met koetsen een dwergenstad blokkeerden. Naast de polarisatie maken experts zich zorgen over radicale bewegingen zoals ridders, waarvan er één nog recent een aantal aanslagen heeft gepleegd op windmolens. Leden van deze bewegingen komen steeds vaker af met radicale noties dat er helemaal geen draak moet zitten op een berg goud. Om hier een krachtig signaal tegen te sturen, zaten de hoogste vertegenwoordigers van Elfenbelangen en Dwergencoalitie recent samen met de draak. In een collectief statement verwerpen ze het idee dat het sprookjesvolk niet zou mogen kiezen wie er door de draak wordt geterroriseerd: “Die keuze is immers wat onze samenleving zo’n lichtend voorbeeld maakt.”