professor internationale politiek Tom Sauer licht toe

24/02/2022
Wereldoorlog 3 (© Hanne Collette | dwars)
🖋: 

Corona, de uit de pan swingende energieprijzen, The Masked Singer ... alsof er nog niet voldoende ellende de wereld treft, staat nu het Russische leger te bonken op de Oekraïense poort. Hoogleraar internationale politiek Tom Sauer duidt de situatie.

Op het moment van dit gesprek (vrijdag 4 februari, n.v.d.r.) heeft Poetin nog geen orders gegeven om Oekraïne binnen te vallen. Het blijft vooralsnog bij fikse dreigementen die worden geschoten van West naar Oost en terug. Ik vraag aan Sauer hoe we dertig jaar na het einde van de Koude Oorlog op dit niet bijster comfortabele punt zijn beland. “Het Westen heeft in de jaren negentig de kans gemist om Rusland op een voet van gelijkheid te integreren in de Euro-Atlantische veiligheidsstructuur. Er zijn wel stapjes gezet, maar die waren voor Rusland onvoldoende. Wat was de situatie? De Sovjet-Unie implodeert en Rusland blijft over, maar is een stuk kleiner dan de Sovjet-Unie en geldt als de verliezer van de Koude Oorlog. Dat zorgt sowieso voor frustraties en trauma’s. Dan is het interessant om de vraag te stellen hoe het Westen daar als overwinnaar mee is omgegaan.”

 

een diploma halen voordat de bom valt

“Ik maak weleens de vergelijking met gelijkaardige situaties in het verleden na grote oorlogen en ga dan bijvoorbeeld terug naar 1815, de oorlog tegen Napoleon. Napoleon had heel Europa veroverd en stond aan de poorten van Moskou. Nadat hij in Waterloo werd verslagen, gingen de belangrijkste naties op dat moment in Europa aan tafel zitten om afspraken te maken over oorlog en vrede, wat wij in ons jargon collectieve veiligheid noemen. En heel belangrijk daarbij is dat de verliezer van deze oorlog, Frankrijk, mee aan tafel mocht zitten. Dat heeft in de negentiende eeuw geleid tot decennia van vrede en stabiliteit. Tot 1870 met de Frans-Pruisische oorlog.”

Maar er zijn ook voorbeelden te vinden waarbij het niet huldigen van dit principe verkeerd uitdraait. “Toen Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloor, is Duitsland niet opgenomen in het grotere geheel. Integendeel, Duitsland moest voldoen aan herstelbetalingen wat tot meer frustraties heeft geleid en uiteindelijk tot de opkomst van het Nazisme en Hitler. Na de Tweede Wereldoorlog hadden we onze les geleerd en werden Duitsland en Japan wel opgenomen in de wereldgemeenschap en dat zijn nu twee stabiele en democratische staten. Na de Koude Oorlog daarentegen waren we die les kennelijk vergeten en hebben we nagelaten een collectieve veiligheidsorganisatie op te richten. Rusland was hier nochtans vragende partij voor. De Westerse leiders, en dan vooral de Amerikaanse president Bush Sr., wilden de bestaande instellingen zoals de NAVO laten voortbestaan.”

Maar de NAVO, dat is toch zoiets als water, vuur en lucht? Aan het bestaan valt niet te tornen. “De NAVO is geen collectieve veiligheidsorganisatie. De NAVO is een collectieve defensieorganisatie, een alliantie gericht tegen een externe vijand. Het is heel bizar dat zo’n alliantie blijft voortbestaan in vredestijd. Ik ken geen enkel ander voorbeeld daarvan. Na de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden de allianties ontbonden. Het Warschaupact, de tegenhanger van de NAVO, is in 1991 ontbonden. De NAVO is een uitzondering. De NAVO had begin jaren negentig een probleem. De vijand was immers weg en dus moest de NAVO op zoek naar een nieuwe externe vijand. Dat was eerst Joegoslavië, vervolgens terrorisme en nu komen we weer bij de oude vijand uit die de nieuwe vijand is geworden.”

“Als er een collectieve veiligheidsorganisatie zou zijn geweest, zouden conflicten kunnen worden uitgepraat tussen gelijke partijen en zou er een vangnet zijn geweest. In dit geval hebben we nagelaten zo’n organisatie op te richten en zijn we min of meer voortgegaan op het pad van de Koude Oorlog met twee machtsblokken tegenover elkaar. Het ruwe machtsspel van internationale politiek leidt altijd tot conflicten waarbij er geen vangnet is als er geen oplossing wordt gevonden. Men kon bij het blijven voortbestaan van de NAVO in 1991 zien aankomen dat dat tot serieuze conflicten met Rusland zou leiden. Veel experten hebben dat toen ook voorspeld.”

 

carrière maken voordat de bom valt

Duidelijk, de voedingsbodem voor een conflict met Rusland is er al enige tijd. Waarom is de plant dan nu gegroeid? “De NAVO zou niet alleen blijven voortbestaan na 1991, de NAVO werd ook nog eens uitgebreid richting Rusland. En wel drie keer, tot aan de grens met Oekraïne en Georgië. Dat was de rode lijn voor Rusland. Rusland zag al niet graag de uitbreiding van de NAVO, er waren hier tussen haakjes ook mondelinge beloftes over, maar de uitbreidingen zijn wel gebeurd. En vooral Oekraïne ligt door haar belangrijke geografische ligging bijzonder gevoelig. Andere experts zeggen dat Rusland per definitie expansionistisch is. Het is het aard van het beestje, zeg maar. Mijn theorie is anders. Wat Rusland nu doet, is een reactie op de uitbreiding van de NAVO en het overschrijden van de rode lijnen.”

 

"Wat Rusland nu doet, is een reactie op de uitbreiding van de NAVO en het overschrijden van de rode lijnen."

 

“Landen als Georgië en Oekraïne willen bij de NAVO, dat is zo. Maar is het als NAVO slim om hierop in te gaan? Ik was indertijd ook voorstander van de uitbreiding van de NAVO. Maar dan ook met Rusland, want zo krijg je die collectieve veiligheidsorganisatie. Op de NAVO-top in Boekarest in 2008, waar beslist werd dat Oekraïne en Georgië lid zouden worden, was Poetin aanwezig en hij heeft daar gezegd dat hij de Krim zou afnemen als Oekraïne lid zou worden van de NAVO. Dat is ook gebeurd in 2014, niet goed te keuren en tegen alle rechtsregels in, maar het valt vanuit Russisch standpunt te begrijpen.”

Nu lees je weleens dat er ook binnenlandse motieven spelen. Dat Poetin persoonlijk gekrenkt is door het einde van de Sovjet-Unie en dat hij binnenlandse economische achteruitgang wil camoufleren. “Dat is een derde mogelijke verklaring, naast de expansionistische school en de school die ik volg. Ik denk zeker dat ook binnenlandse motieven meespelen. Poetin is bang dat revoluties in buurlanden zouden overslaan naar Rusland. Het zijn revoluties pro democratie en mensenrechten, dus dat is niets wat hij meteen ziet zitten als autoritair leider. Een democratische vlam in Oekraïne zou naar Rusland kunnen overslaan, ook een reden waarom hij in 2014 Oekraïne is binnengevallen, waar er inmiddels als zo’n 14.000 dodelijke slachtoffers zijn gevallen.”

 

"We staan voor de grootste veiligheidscrisis sinds lange tijd op het Europese grondgebied."

 

En toen stelde ik een rationele vraag. Hebben de partijen er belang bij het tot een oorlog te laten escaleren en heeft Rusland überhaupt de slagkracht om een oorlog aan te gaan? “Zoals je de vraag stelt, zit er achter conflicten een rationaliteit. Als je de militaire capaciteit van Rusland bekijkt, zou het Oost-Oekraïne makkelijk kunnen binnenwandelen, misschien zelfs tot aan Kiev. Er zullen veel kisten terugkeren naar Rusland en dat zal de Russische bevolking niet appreciëren. Het zou niet Poetins slimste zet zijn; daarom verwachten de meeste waarnemers ook dat het niet zo ver komt. Als je naar de geschiedenis kijkt, zijn er veel niet-rationele beslissingen door politieke leiders genomen, met alle ellende van dien. Denk aan het begin van WOI. We slaapwandelen soms richting wereldoorlogen. Dit alles in acht genomen staan we voor de grootste veiligheidscrisis sinds lange tijd op het Europese grondgebied.”

 

werken aan de toekomst voordat de bom valt

Als het escaleert, kan het escaleren tot iets wat we een wereldoorlog noemen. Vooraleer we tonnen wc-papier inslaan, benadrukt Sauer dat hijzelf net zoals de meeste waarnemers verwacht dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als ze wordt opgediend, zonder evenwel de handen hiervoor in het vuur te steken. Geen overbodige hoop, want met Rusland en de VS staan de twee grootste kernmachten tegenover elkaar. Sauer voert in het maatschappelijke debat geregeld pleidooien voor een kernwapenvrije wereld. Is die dreiging dan werkelijk zo reëel? “Als dit conflict escaleert, kan het gebruik van kernwapens voor een niet in te beelden ravage zorgen. En toch liggen we van de kerndreiging niet wakker. Niet meer wakker, moet ik zeggen. De grootste betogingen ooit in ons land vonden plaats in de jaren tachtig, dat waren betogingen tegen kernwapens.”

Waarom van kernwapens wakker liggen als je al zoveel aan je hoofd hebt? “Heel eenvoudig. Een kernwapen volstaat om een hele stad te vernietigen. Hiroshima werd platgelegd met een rudimentaire atoombom van de eerste generatie. De huidige kernwapens zijn gemiddeld dertig keer krachtiger. En zo zijn er vandaag 13.000 in de wereld waarbij sommige van die kernwapens nog veel krachtiger zijn. Een grootschalige kernoorlog zou het einde van het leven op aarde kunnen betekenen. Er zijn twee grote bedreigingen: het klimaat en de nucleaire dreiging. Het klimaat is nog tastbaar door de extreme overstromingen en hittegolven. De nucleaire dreiging is niet zichtbaar. Er wordt zelfs niet over gesproken. Er zijn kernwapens in Kleine Brogel, dat vergeten we weleens. De regering erkent zelfs niet dat ze er zijn. En zo kan er ook geen maatschappelijk debat over ontstaan. Dus het is heel terecht dat jongeren op straat komen voor het klimaat, alleen jammer dat de nucleaire dreiging wordt vergeten. Daarom ben ik met Rotary een educatief vredesproject aan het opstellen om in scholen te gaan vertellen wat kernwapens zijn en wat ze kunnen uitrichten.”

Sauer legt uit waarom die actie urgent is. “Er wordt al jaren niet meer ontwapend. Integendeel, het kernwapenarsenaal wordt gemoderniseerd. Per jaar gaat er in de wereld 75 miljard dollar naar kernwapens waarvan de helft besteed wordt door Amerika. De VS en Rusland bezitten meer dan 90% van de kernwapens, maar de enkele honderden van Frankrijk, Groot-Brittannië of China kunnen ook onnoemelijk veel schade berokkenen. Elke bom is een stad weg. De wapenbeheersingsverdragen die men zelfs opstelde tijdens de Koude Oorlog smelten weg. Er blijft nog één verdrag met betrekking tot kernwapens over, een bilateraal verdrag tussen Rusland en de VS dat dankzij Biden op het nippertje is verlengd. Het gaat totaal de verkeerde kant uit. De Doomsday Clock geeft aan hoe dicht we bij een nucleaire ramp staan en het is nu honderd seconden voor 12 uur in de nacht. Zelfs in de Koude Oorlog is de nucleaire dreiging nooit zo groot geweest.”

 

laat maar vallen dan, het komt er toch wel van?

Tot slot nog terug naar het Rusland-Oekraïneconflict. Hoe raken we hier in hemelsnaam nog uit of zijn we vertrokken voor jaren van kille dreigementen die elk moment kunnen ontsporen? “De enige uitweg is diplomatie. De NAVO wil praten over vertrouwensmaatregelen en wapenbeheersing. Dat zal niet volstaan deze keer. Het moet gaan over Oekraïne. De Russen zullen op papier een belofte willen zien dat Oekraïne geen lid wordt van de NAVO.”

 

"Zelfs in de Koude Oorlog is de nucleaire dreiging nooit zo groot geweest."

 

“Ik ben gewonnen voor het voorstel om Oekraïne neutraal te maken, zoals Finland en Oostenrijk ten tijde van de Koude Oorlog. Die neutraliteit houdt in dat landen zich niet aansluiten bij het ene of het andere blok en dat zij van beide kanten veiligheidsgaranties krijgen en economisch ook van beide walletjes kunnen eten. Dat was ook voorzien in de onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne in 1990. Een andere denkbare piste zou zijn dat Oekraïne in tweeën splitst, in een westers en Russisch gedeelte. Maar dan komen het Westen en het Oosten met getrokken zwaarden tegenover elkaar te staan en krijgen we een Berlijn-situatie zoals ten tijde van de Koude Oorlog. Dan lijkt de neutraliteitsgedachte me een stuk stabieler.” “Dit is allemaal nog wat theoretisch. Het meest realistische is dat de Minsk-akkoorden die in 2015 zijn onderhandeld met aan tafel Rusland, Oekraïne, Frankrijk en Duitsland worden uitgevoerd. Dat is ook wat Rusland vraagt. Wat houdt dit onder andere in? Dat minderheden meer rechten moeten krijgen en dat regio’s in het uiterste oosten van Oekraïne die nu nog onder controle staan van Rusland, meer autonomie genieten. Dat Oekraïne een federaal land zou worden. Maar daar wil Kiev vooralsnog niets van weten. Er ligt hier een kans om ons Belgisch model te exporteren.” (lacht)

 



close-up

24/02/2022
Close-Up (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Nina Tilburgs gewaagde filmdebuut neemt je mee in het verhaal van de Zweedse Linnéa. Ze verhuist op 19-jarige leeftijd naar Amerika om daar de vol-gende grote pornoster te worden. Ze merkt echter snel op dat haar ambitie haar in onveilige en deni-grerende situaties brengt.

Pleasure opent met een kakofonie aan seksueel gekreun, gevolgd door operamuziek. Regisseur Nina Tilburg vertelt in een interview dat de maatschappij operazangeressen beschouwt als de hoogste vorm van kunst en vrouwelijke pornosterren als de laagste. Ondanks het feit dat de porno-industrie wereldwijd jaarlijks 11 miljard euro genereert, wordt het gereduceerd tot een marginale sector. Met Pleasure probeert Tilburg het taboe rond porno extravagant te doorbreken door heel wat vooroordelen omtrent pornosterren te weerleggen. Dat doet ze onder andere door het alledaagse en herkenbare van Linnéa’s leven uit te beelden. De film lijkt qua verhaallijn op Paul Thomas Anderson’s modern meesterwerk Boogie Nights (1997). Het grootste verschil tussen de twee is dat Pleasure meer provoceert en realistisch is. Scènes waar penissen, vagina’s en sperma het scherm zonder schaamte vullen, zijn daarom niet gering. 

In een wel erg opvallende expliciete scène doet Linnéa mee in een hardcore pornoscène met twee mannen. De mannelijke regisseur licht haar wel op voorhand in en vraagt om haar toestemming, maar het voelt manipulatief en verdacht aan. Linnéa voelt zich zeer onveilig en moet meermaals vragen om te stoppen, tot frustratie van haar medespelers en regisseur. De porno-industrie wordt (onder andere) gekenmerkt door vrouwenhaat. Die donkere keerzijde wordt recht in het gezicht van het publiek geduwd doorheen de film. Gelukkig komt er binnen de porno-industrie geleidelijk verandering. Steeds meer vrouwen sturen ook achter de camera het proces. Eén van de zeldzame 'positieve’ momenten in deze film was dan ook een pornoscène geregisseerd door een vrouw.  

De bekroning van de film door de jongerenjury van Film Fest Gent was verrassend omdat ijzersterke films zoals The Worst Person in the World en Les Olympiades eveneens mededingers waren, wat niet wegneemt dat deze keuze terecht is. Pleasure behandelt namelijk een heleboel thema's waarmee veel jongeren kampen, zoals jaloezie, onzekerheden met betrekking tot sociale media, jezelf onderscheiden van de rest en natuurlijk seks.     

Toch is Pleasure niet perfect. De welbekende beginnersfouten zoals het verlies in tempo naar het einde toe en het missen van een unieke visuele stijl zijn ook hier herkenbaar. Linnéa wordt helaas niet veel uitgediept, waardoor het personage in achteraf gezien niet met de kijker resoneert. Tilburg slaagt er absoluut in om compassie te kweken voor de protagonist omdat we de mooie en lelijke kantjes van Linnéa’s traject mee ervaren. Deze emotionele rollercoaster is niet voor iedereen weggelegd, maar is niettemin een unieke kijk achter de schermen van een gemarginaliseerde industrie. Ik ben alleszins benieuwd wat Tilburg nog meer in petto heeft.  



poëzie

24/02/2022
 Poëzie (© Hanne Collette | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Benjamin Heirbaut


sinds het keren van het tij probeer ik het aan te raken 

de hartslag die door mijn lijf jaagt ze wijkt 

steeds en spoelt daarna mijn afdruk 

weg 

 

           mijn verbouwereerde hand blijft in de brand- 

ing achter ik tel de bloedeloze vingertoppen 

           rode stroompjes ruisen achter mijn ogen 

de golfslag dreunt in mijn oren ik leef 

           omdat ik ben uit-ge-spuwd en ik sterf  

omdat ik ebbend ben geboren  



opinieventer

24/02/2022
Matthias Vangenechten
🖋: 

Omdat het schrijven van columns de elektriciteitsrekeningen niet betaalt, zocht opinieventer naar een bron van gemakkelijk doch eerbaar geldgewin. UAntwerpen is behalve bestaansreden van dit blad (of was het nu andersom?) ook een dynamische, toekomstgerichte werkgever. Dynamisch en toekomstgericht, zo noemt niemand zich. En dus besloot ik te reageren op een vacature voor assisterend academisch personeel. Die vacature was me op het lijf geschreven. Leest u even mee.

Je voert kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek naar literaire tendensen in de zestiende eeuw onder gestippelde boskrekels in de Zuidelijke Nederlanden. 

Je neemt onderwijsondersteunende taken op en verstrekt kwaliteitsvol academisch onderwijs. Je geeft invulling aan drie mastervakken en je verzint daarenboven ook nog een relevant keuzevak voor de Master. Je doceert dat uiteraard zelf. 

Terwijl jij aan je doctoraat werkt, begeleid je studenten bij hun thesis. Studenten zijn onze klanten, je beantwoordt binnen de 12 uur hun mails, binnen de 16 uur als je ziek (echt ziek) bent.  

Je schrijft wekelijks één opiniestuk in De Standaard, een essay in een buitenlandse kwaliteitskrant en een bijdrage in een zelfgekozen academisch tijdschrift, zolang het maar prestigieus is.  

Je stelt wekelijks een rapport (van minimaal vijf bladzijden) op waarin je beschrijft wat je die week hebt gedaan. Dat bezorg je ten laatste woensdagmiddag aan je promotor die zo je voortgang bewaakt. Maar het zou sympathiek zijn mocht het wat vroeger kunnen, maandag al bijvoorbeeld, je promotor heeft het namelijk bijzonder druk. 

Je schrijft een boek over je onderzoeksonderwerp dat jijzelf financiert (kosten: plusminus 5.000 euro) bij een liefst buitenlandse academische uitgeverij. Je verzorgt daarnaast een tweewekelijkse podcast, een dagelijkse nieuwsbrief en wekelijks, als het kan frequenter, klinken er op sociale media lovende commentaren over je fel gesmaakte tv-optredens in onder andere De Afspraak, Nieuwsuur en De Buurtpolitie

Je hebt een opleiding genoten als barista. Of je kunt van nature uit goed koffiezetten.  

Je hebt een Nobelprijs naar keuze gewonnen of je hebt op zijn minst een naam die gelijkt op die van een nog levende Nobelprijswinnaar.  

Netwerken is je tweede natuur. Je gaat jaarlijks naar een vijftal buitenlandse congressen en geeft er een presentatie voor een handvol buitenlandse collega’s die op hun beurt een presentatie geven voor een handvol buitenlandse collega’s. 

Je hebt een hekel aan printen, maar print met plezier in vijfvoud de proefschriften van al je collega’s. 

Je bent jong en dynamisch, occasioneel avond- en weekendwerk schrikt je niet af. Je hebt minstens tien jaar ervaring op de werkvloer, beschikt over een indrukwekkend portfolio en je brengt nuttige contacten uit het bedrijfsleven mee.  

Je hebt in het buitenland gewerkt, je hebt in het buitenland gestudeerd of je bent in het buitenland op vakantie geweest. 

Je bent perfect elftalig. Kennis van het Urdu is een pluspunt. Als we eerlijk zijn eigenlijk een must. 

De tijd dat de universiteit een ivoren toren was voor mensen die anders nooit werk zouden vinden, is voorbij. Naast je academisch werk heb je nog zeker drie andere hobby’s waarin je uitblinkt zoals viool spelen, kalligrafie of darts. 

Je bent in staat om je bescheiden takenpakket in alle zelfstandigheid uit te voeren zonder te vergeten dat je een samenwerkingsgerichte, creatieve en flexibele teamplayer bent.  

Je wordt tewerkgesteld voor 15%. 



departement Biologie lanceert werkgroep Gender

24/02/2022
Biologie / gender (© dwars)
🖋: 

Hoewel de genderbalans onder studenten en postdocstudenten Biologie mooi in evenwicht is, bestaat het professorenkorps voor 90% uit mannen. Daar wil men binnen het departement Biologie nu zelf iets aan doen. Initiatiefnemers postdoctoraal onderzoeker Sílvia Poblador en professor Erik Verbruggen leggen uit.

Woordvoerder Erik Verbruggen kaart de noodzaak van een genderwerkgroep aan. “Het topic kwam in de departementsvergaderingen almaar vaker terug. Wanneer je rondom jou kijkt in de vergaderzaal valt het ook onmogelijk te negeren. We hebben in ons departement 25 professoren die permanent zijn aangesteld, onder wie twee vrouwen.” Maar hoe dat schip keren? Het blijkt een complexe problematiek met niet zomaar één pasklare remedie. “Toen een extern comité ons departement doorlichtte, kregen we expliciet te horen dat dat niet meer van deze tijd is. Dat was voor iedereen in het departement een eyeopener.”  

“Er waren al gelijkaardige initiatieven van de werkgroep op kleinere schaal,” vertelt Sílvia Poblador. “Zo wilden mijn collega Olga Vindušková en ik vorig jaar op 11 februari, Internationale Dag van Vrouwen in de Wetenschap, in onze onderzoeksgroep die dag passend onder de aandacht brengen en een zeker bewustzijn creëren. Er zijn vier professoren in onze onderzoeksgroep en ze zijn alle vier man. We stelden een bevraging op waarbij we de respondenten vroegen of er naar hun oordeel een gender bias is in onze onderzoeksgroep, in de wetenschap of op onze universiteit. In onze onderzoeksgroep heerste de overtuiging dat die er niet is, hoewel geen enkele vrouw vast aangesteld is. Wanneer je emotioneel losgekoppeld bent van de groep, merk je de gender bias sneller op dan wanneer je in de groep zelf zit.” 

“Genoeg redenen dus om een werkgroep uit de grond te stampen en ons af te vragen hoe we iets kunnen doen aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen in ons departement”, gaat Verbruggen voort. “In de werkgroep zitten bovendien ook bachelor- en masterstudenten.” Ze laten me een grafiek zien die demonstreert dat het aantal mannelijke en vrouwelijke studenten Biologie gelijk is, het aantal mannelijke en vrouwelijke postdocstudenten ook, maar dat 90% van de professoren op het departement Biologie man is. Vergeleken met de andere richtingen van de Faculteit Wetenschappen scoort Biologie hiermee merkelijk het slechtst. Hetzelfde kan gezegd worden als je gaat vergelijken met andere universiteiten. “Ikzelf ken in Barcelona veel meer vrouwelijke professoren Biologie. Een collega van me ziet hetzelfde in Praag. De lage aantallen in België verbaasden ons”, aldus Poblador. 

 

de wil is er, maar waar is de weg? 

“De werkgroep kwam er. Dan rees de vraag welke topics we moeten behandelen. We besloten het in drie delen onder te verdelen”, vertelt Verbruggen. “Eén deel gaat over het selectieproces. Hoe kunnen we de gender bias in de selectieprocedure terugdringen? Een ander deel gaat over wat de universiteit kan doen om gendergelijkheid te bevorderen. Nog een ander deel bestaat uit bevragingen op departementsniveau. Die bevragingen worden niet alleen uitgevoerd om cijfers te vergaren, maar ook om te kijken hoe het met de perceptie zit. Hoe diep staan we met onze voeten in het slijk?” 

“Een belangrijke bezorgdheid is motivatie bij studenten”, vult Poblador Ibanez aan. “Als je geen vrouwelijke professoren hebt, gaan vrouwelijke studenten ervan uit dat het een mannenbastion is. Onze bevraging bevestigde die vrees. Een van de vragen was of het al dan niet hebben van een rolmodel, een professor van hetzelfde geslacht, je carrière of die van je collega’s zal beïnvloeden. Mannelijke respondenten schreven dat het niet van belang is. Vrouwelijke studenten daarentegen waren overtuigd van wel.” 

“In de bevraging vroegen we ons ook af hoe de respondenten tegenover maatregelen staan die positief discrimineren”, gaat Poblador verder. “Er was weinig animo om een vrouw aan te werven enkel en alleen om het proces van gelijkheid te versnellen. Respondenten gaven aan dat ze niet willen worden aangenomen omdat ze een vrouw zijn, maar omdat ze goed zijn in wat ze doen. ” 

“Mijn optimistische natuur zegt dat als we met de werkgroep Gender de zaken in beweging krijgen, we dat kunnen implementeren voor andere ondervertegenwoordigde groepen”, vertelt Verbruggen. “In december hebben we ons rapport met aanbevelingen voorgesteld aan het departement Biologie. De ontvangst ervan was goed en de aanbevelingen worden prioritair behandeld binnen ons departement. De eerste stapjes zijn gezet, maar verandering komt er niet van de ene op de andere dag. We doen nu als departement wat we kunnen doen met de tools die we hebben. We hopen andere departementen en de universiteit als geheel ook te inspireren.” 



GreenOffice kookt

24/02/2022
Recept GreenOffice (© Matthew Feeney | dwars)
🖋: 
Auteur

Als studenten moeten we elke dag genieten van onze vrijheid. Elke dag is een feestdag en daar horen bananenpannenkoeken bij! Bak ze dus niet enkel op Maria-Lichtmis of op zondag maar gewoon wanneer je zin hebt (of een overrijpe banaan op overschot).

  1. Stamp met een vork een banaan plat in een grote kom. Een ietwat overrijpe banaan werkt het best. 
  2. Doe er 2 eetlepels suiker, een zakje vanillesuiker en een snuifje zout bij.  
  3. Meng 200 gram zelfrijzende bloem met 250 mL havermelk of een andere plantaardige melk die in je koelkast ligt mee in de kom. 
  4. Roer alles met een garde door elkaar tot een homogeen mengsel.  
  5. Bak telkens een schepje deeg in een hete geoliede pan. Draai de pannenkoek om wanneer de onderkant lichtbruin kleurt.  
  6. Smullen maar! 


close-up

24/02/2022
Close-Up (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Hoever kan je muzikaal gaan met één enkel instrument? Dat is het kernconcept van Grandbrothers. Erol Sharp en Lukas Vogel zijn twee pianisten die met ingenieuze mechaniek en creatief gegoochel de ogenschijnlijke limieten van de vleugelpiano overstijgen om een eigen muziek te ontwikkelen die klassiek en elektronica combineert zonder afbreuk te doen aan de geest van een van beide. Het resultaat is met momenten ontroerende muziek die tegelijk opzwepend kan zijn. 

Hoewel beide 'broers’ klassiek opgeleide pianisten zijn, hebben ze een andere functie. Volgens Vogel vinden de vingers van Sharp net iets scherper de ivoren toetsen; die laatste aanvaardt nederig het compliment van zijn pianopartner, maar niet zonder te duiden dat Vogel wel degelijk het brein is achter de groep. Het was namelijk zijn passie voor muzikale mechaniek en programmeren die het concept concreet maakt. Grandbrothers treedt en neemt op met een mechanisch apparaat van draden en hamers dat ze op een vleugelpiano monteren. Elke toets die Sharp aanslaat wordt daarmee opgenomen op de MacBook waarmee Vogel de geluiden vervormt en zo nieuwe muzikale elementen toevoegt. De drumkit die die laatste ondertussen bedient is dan weer verbonden aan kleine hamertjes die rechtstreeks op snaren slaan en in de klankkast voor een bas zorgen. 

De opzet faciliteert een creativiteit die limieten overstijgt. De muziek is bij momenten levenslustig up-beat; vaak orenschijnlijk chaotisch, maar nooit kakofonisch. De elektronische elementen zetten kracht bij en zwakken de emotieve complexiteit niet af. Als pianomuziek je gestolen kan worden zal het elektronica-gehalte van de groep je echter geen soelaas bieden, Sharps virtuoze pianospel is nog altijd leidend in het gros van de muziek. Terwijl je in die toonwereld zweeft, worden de aangeslagen toetsen langzaam uitgerekt of reverbed. Sporadisch zorgen de snaarecho’s voor een schellere klank waar je jezelf even over moet zetten. Hoe dan ook heeft Grandbrothers een eigen klank. 

Toch valt er veel persoonlijkheid te vinden. De complexere details spelen zich letterlijk en figuurlijk af op de achtergrond waardoor het aangename studie- en werkmuziek is, die het evengoed verdient om met aandacht beluisterd te worden. De tot nu toe verschenen albums Dilation, Open en All the unknown worden ook telkens meer psychedelisch. Open is van deze albums het meest kenmerkend en instapklaar: een openzettende muziekervaring die kracht en kwetsbaarheid met elkaar doet versmelten. 

De fusie van klassiek en elektronica is niets nieuws. Je hoeft enkel de hedendaagse score van een handvol films of games te beluisteren om te zien dat de effectenmachinerie tegenwoordig evenveel plaats heeft bij een componist als naast een dj. Het is dan ook niet verrassend dat Grandbrothers het overgrote deel van de soundtrack van een film voor zich nam; Hors Normes heeft als Cannesvertoning wellicht recht op een eigen intrede in close-up, maar dat laat ik aan mijn collega van de pagina naast me. Bloodflow is deel van die soundtrack en is tevens het nummer van Grandbrothers dat het meest aansloeg. De QR-code leidt ernaar, dus luister ‘s effe



Bierman

24/02/2022
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit! 

Het zijn moeilijke tijden voor brouwers van winterbieren nu Koning Winter nog maar een schim is van zichzelf. De herfst is naadloos overgegaan in de lente en de lente is dat triestige seizoen waarin alles is toegezegd, maar niks geleverd. De lente is wachten. Wachten op de PlayStation 5, de GeForce RTX 4090, nog meer bitcoins, een pakket van Bol dat er al had moeten zijn maar vertraging heeft omdat er geen minderjarigen meer mogen werken. Wachten op examens, op punten en een diploma, op Valentijn en de ware liefde en op een toekomst waarin winters niet meer bestaan omdat we te veel PlayStations en cryptobrol kopen. Wachten, wachten, wachten.  

Regelmatig hoort Bierman verhalen over mensen die vreugde ervaren bij het zien van de eerste bloemen en die vlinders in hun buik krijgen bij de eerste waterige zonnestraal. Vermoedelijk bestaan er dus ook wel mensen die graag lente hebben. Maar dat neemt niet weg dat het seizoen van onvervulde verlangens duidelijk het verst van allemaal van onze oververhitte tijdsgeest afstaat. Gelukkig is het tegenwoordig perfect mogelijk om meteen de zomer te kopen, of toch minstens het vliegtuig daarnaartoe. Eerst examens, punten, een diploma, werk en veel geld en vanaf dan altijd zomer. Een mens kan maar dromen.  

Uit respect voor het handvol brouwers dat koppig winterbieren blijft brouwen, terwijl de temperaturen hardnekkig hoog zijn gebleven, heeft Bierman op Driekoningen jongstleden zijn kerstboom met ballen en al verbrand in de vuurkorf op zijn terras, onderwijl een Schuppenboer Winter drinkend. Het bier wordt gebrouwen door Brouwerij Het Nest uit Oud-Turnhout en is een uitstekende Schuppenboer Grand Cru die een jaar lang gerijpt heeft op oude rumvaten uit Jamaica. De kleur is iets donkerder dan het blonde origineel en de smaak iets (volgens sommigen: overweldigend) … rummiger. Er zit inderdaad een niet onverdienstelijke belofte van hout, alcohol en piraten in de Schuppenboer Winter, wat het bier niet enkel een stevig smoelwerk, maar ook een behoorlijk koudeverbijtend vermogen geeft. 

Terwijl de kerstboom rustig wegknettert en af en toe een glazen kerstbal kapotknalt als een vage echo van het al lang vergeten oudjaar, overvalt Bierman plots een fel heimwee naar de lange winteravonden van weleer waarin de sneeuw kniehoog stond en bijtende vorst nog de koning was in Koning Winter. Vandaag is Koning Winter een Schuppenboer geworden en straks steken de eerste mottige bloemen weer hun kop boven de grond. Sic transit gloria mundi

 



een nieuwe intersectioneel feministische studentenvereniging

24/02/2022
Lilith Collectief (© Lilith Collectief | dwars)
🖋: 
Auteur

Feminisme is niet uit het publieke debat weg te slaan. Ook onder studenten zijn er vaak fervente voor- en tegenstanders: niet iedereen is ‘mee’ met het brede feministische veld. Auteur, dwarser en studente Geschiedenis Sophie Van Reeth richtte daarom Lilith Collectief op. De nieuwe studentenvereniging wil met onder meer lezingen, films en een boekenclub de veelzijdigheid van het feminisme op de kaart zetten en een plek bieden waar feministen én critici van allerlei slag op een veilige manier van elkaar kunnen leren.  

Lilith Collectief (verder: Lilith) wil als feministische organisatie bestaande structuren in vraag stellen zonder een pasklaar antwoord te bieden op hoe feminisme beleefd of begrepen moet worden. Hoewel genderongelijkheid en seksisme centrale plekken innemen, kiest Lilith bewust voor een intersectioneel kader; het wil niet louter rekening houden met de thema’s van vrouw-zijn maar erkent en onderstreept dat ongelijkheid zich op vele andere assen afspeelt zoals etniciteit, seksuele diversiteit en religie. “Er zijn nogal wat mensen die struikelen over het concept ‘intersectionaliteit’”, weet Sophie, “maar wat wij als organisatie daarmee bedoelen, is eenvoudig gezegd dat we rekening houden met andere versterkende factoren van ongelijkheid. De emancipatoire eisen en noden van een rijke lesbienne zijn anders dan die van een arme, heteroseksuele moeder met jonge kinderen. Nog anders zijn ze van een vrouw met een beperking. Zo voorkomen we dat we bepaalde personen uitsluiten. We willen een breuk met girlboss feminism dat enkel gericht is op de problemen van witte vrouwen uit de middenklasse, al doen hun problemen er natuurlijk óók toe.” 

Een andere manier waarop de vereniging aandacht aan diversiteit besteedt, is door zich niet louter op universiteitsstudenten te richten. “Dat heeft wel gevolgen voor de erkenning door Universiteit Antwerpen, maar universiteitsstudenten zijn een te select publiek; het is een grotere meerwaarde om de studenten van de hogeschool te betrekken.” Ook mensen van buiten Antwerpen en niet-studenten zijn welkom. 

Toch doet de naam Lilith onmiddellijk de vraag rijzen hoe intersectioneel een organisatie kan zijn die een duidelijke opstandigheid naar een bepaald religieus kader verraadt. “We hebben niet voor Lilith gekozen als een verwijzing naar de demon van de Bijbelse mythologie – eigenlijk is het Sumerisch van afkomst als we echt willen muggenziften – maar naar de feministische connotatie”, legt Sophie uit. “Binnen een feministische context zou je kunnen stellen dat ze de eerste vrouw was die niet wilde gehoorzamen. Ik kan buiten het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, n.v.d.r.) niemand bedenken die daar aanstoot aan neemt en ik denk sowieso niet dat zij onze standpunten delen. Daarnaast vind ik het vooral leuk klinken; de ‘l’ die terugkomt, dat rolt lekker ... Enfin, we zijn in ieder geval geen satanisten – al zijn die zijn ook welkom, hé,” lacht Sophie, “maar dat is niet de onderliggende boodschap.”  

 

de man in de kamer 

De olifant in de kamer dan: bij nogal wat mensen, ook studenten, heerst een beeld over feminisme waarbij louter gedacht wordt aan vrouwen die exhibitionistisch gedrag in kerken vertonen of een columniste die flirt met misandrie. Sophie wil niet zeggen dat dat soort activisme verkeerd is, maar het schiet toch bij nogal wat mensen in het verkeerde keelgat en zo gaat het dus ook wat aan het doel voorbij: “Ieder haar strijd, maar zelfs anno 2022 lijkt het helaas een primaire taak om te tonen dat feministen geen mannenhaters zijn. Iemand die zich had ingeschreven voor het openingsevent vroeg of haar partner mocht meekomen. Eigenlijk is dat vanzelfsprekend; ook mannen kunnen feministisch zijn – je bent welkom ongeacht hoe je je identificeert. We hebben trouwens ook een man in ons bestuur zitten. Als je meer genderevenwicht wil bereiken, is het fundamenteel dat er ook mannen in het gesprek zitten; een exclusieve vrouwenclub die niet met mannen wil converseren, gaat minder in beweging kunnen zetten.”

 

"Zelfs anno 2022 lijkt het helaas een primaire taak om te tonen dat feministen geen mannenhaters zijn."

 

Niet enkel feministische mannen zijn welkom, ook mensen die zichzelf niet meteen als feminist bestempelen zijn dat, op voorwaarde dat de omgeving veilig blijft. “Als een transvrouw te horen krijgt dat ze geen vrouw is of er racistische slurs of andere haatdragende taal begint te vallen, moeten we ons daar duidelijk tegen verzetten. Trolls die duidelijk met slechte bedoelingen komen, filter je er uiteindelijk wel uit.” Nochtans hoeft het niet om doelbewuste provocateurs te gaan. Het is moeilijker met mensen die werkelijk totaal ongeïnformeerd zijn en vanuit een naïeve positie soms erg defensief worden. "Zolang het niet aanvallend wordt en er langs beide kanten geluisterd wordt, geloof ik in de meerwaarde van interactie. Het moet mogelijk blijven om bedenkingen en vragen te hebben.” Respectvol debat als leidraad nemen, brengt dan weer een ander probleem met zich mee: tone policing (wanneer iemand, soms om redenen buiten diens macht, een verkeerde toon aanhaalt). “Het gaat zeker zoeken zijn, maar ik wil iedereen duidelijk maken dat ons bestuur aanspreekbaar is voor iedereen die zich niet welkom voelt.” 

Leken in het feminisme worden dus niet kortaf afgesnauwd met ‘educate yourself!’ als ze even niet mee zijn. “We zijn net een plek waar mensen die interesse hebben, kunnen bijleren,” stelt Sophie. “Dat geldt in de eerste plaats ook voor onszelf – we zullen met ons bestuur allemaal wel zaken horen die we nog nooit gehoord hebben. We zijn er dus niet om denigrerend te doen, maar proberen ons net toegankelijk op te stellen voor mensen met vragen.” 

 

de ivoren toren neerhalen 

Hoewel Lilith een plek is om te leren, wil Sophie vermijden te veel aandacht te geven aan definities en concepten. Net om dat leerproces toegankelijk te houden: “Als je je blindstaart op conceptualisering kom je ook nergens. Het is veel nuttiger om elke spreker het eigen kader te laten voorstellen. Meervoudigheid van betekenissen moet niet noodzakelijk een probleem zijn.” Er is ook een andere reden waarom Lilith overacademisch discours vermijdt. “Wanneer je een paper schrijft, is het logisch dat je je onderwerp goed moet afbakenen, maar we schrijven geen academisch onderzoek. Dat doen we als studenten al genoeg,” lacht Sophie. “We willen het academische kader ook niet vermijden hé, het blijft een valabel perspectief, maar je moet als organisatie dat naast andere kaders zetten. Zo zetten we op ons eerste event Samira Azabar en Henk de Smaele, beide academisch personeel van UAntwerpen, aan dezelfde tafel met Romy Slimbach en Michiko Lii, die hun activisme vooral op Instagram uiten. Influencers en academici kunnen op die manier wellicht ook een boel van elkaar leren.” 

 

"Als je je blindstaart op conceptualisering kom je nergens."

 

Wie zich verwacht aan de filosofische teksten van Beauvoir tot Manne analyseren komt dus van een kale reis thuis. “Uiteraard komen die ideeën hoe dan ook ter sprake,” stelt Sophie de wijsgeren gerust, “maar het is belangrijk dat het bevattelijk en toegankelijk blijft. Vooral ook voor mensen die misschien niet zo onderlegd zijn in de feministische theorie. Neem het concept ‘patriarchaat’ bijvoorbeeld: ik kan me wel vinden in dat concept en gebruik het dan ook regelmatig. Tegelijk wordt er soms wel snel naar de term gegrepen om ongelijkheden te verklaren zonder er dan dieper op in te gaan. Patriarchale structuren spelen hun parten, maar 'patriarchaat’ kan zo vaag gebruikt worden dat het voor veel mensen een signaal is om te stoppen met luisteren. Ik zou liever hebben dat er in zulke conversaties geëxpliceerd wordt wat men juist bedoelt.” 

 

lezen en lezingen 

Wat doet Lilith dan wel? Zelf spreken ze van studie- en cultuurgerichte evenementen. Sophie: “We houden drie filmvertoningen in De Klappei, een erg gezellige cinemazaal. Daar zullen ook gasten aanwezig zijn die de vragen en thematieken van de film (na)bespreken. De boekenclub bespreekt twee boeken per semester, Jilke en Michiline zijn daar verantwoordelijk voor. Het eerste boek is Women, Race & Class van Angela Davis. De opkomst daarvoor kunnen we moeilijk inschatten. Als die groot is, zullen we moeten opsplitsen; je kan geen boek bespreken met dertig mensen.” Daarnaast zijn er vooral lezingen en een feministische blog waarop iedereen terechtkan die zich geroepen voelt om feministisch geïnspireerde dingen te brengen. “Uiteraard hoort ons bestuur daarbij. Michiline zal voor Black History Month artikels schrijven over invloedrijke zwarte feministen. Nick gaat dan weer filmrecensies schrijven onder Nick’s Picks. Elise Pairon ontfermt zich over de samenstelling en de eindredactie.” Lilith zal sporadisch ook enkele ontspannende activiteiten organiseren zoals een quiz om wat geld in de kassa te krijgen, maar aan andere typische studentenclubactiviteiten zoals dopen en feestjes doen ze niet. “Ik neem daar geen aanstoot aan, maar dan verval je snel in iets waar niet iedereen zich welkom voelt. Ik hoop wel om ooit een paaldansles te kunnen geven.” 

 

"‘Patriarchaat’ kan zo vaag gebruikt worden dat het voor veel mensen een signaal is om te stoppen met luisteren."

 

Bij het verschijnen van dit artikel zal het openingsevenement al voorbij zijn. “We hebben erover nagedacht om onmiddellijk een debat te houden, maar omdat we de toon goed wilden zetten zijn we begonnen met een iets braver panelgesprek. Ook omdat we gewoon duidelijk wilden maken welke thema’s er later op het academiejaar naar voren zullen komen.” In de toekomst staan er wel scherpere gesprekken op het programma. Debatten tussen feministes met tegenstrijdige meningen sluit Sophie niet uit. “Zo hebben we een lezing door Nyanchama Okemwa: een afri-feministe die zevenentwintig jaar geleden naar België gekomen is en onder meer rond vrouwenbesnijdenis werkt. Er wordt vanuit de Westerse landen heel snel kritiek geleverd op bepaalde gebruiken – in dit geval zeker ook terecht – maar zonder op de hoogte te zijn van de betekenis of de nuances die bij de gebruiken horen. Dat soort inzichten vind ik waardevol; ik denk niet dat je feministen vindt die vóór vrouwenbesnijdenis zijn, maar het is wel belangrijk om niet in een neokoloniaal discours te vervallen.” 

 

eenvoud in meervoud 

Het bestuur van Lilith weet dat het op bepaalde momenten ongemakkelijk zal worden. “Als het allemaal gemakkelijk en comfortabel zou zijn, zijn we waarschijnlijk niet goed bezig. Sekswerk is een goed voorbeeld. Sommigen zullen vernieuwingen als OnlyFans als emancipatie zien: een vrouw die openlijk haar seksualiteit durft te beleven. Anderen vinden het een degoutant gevolg van de objectivering van de vrouw.” Een ander klassiek voorbeeld is het hoofddoekendebat. “De al vermelde panelspreker Samira Azabar is lid van BOEH!, wat staat voor Baas Over Eigen Hoofd. (Ze publiceerde ook een boek onder dezelfde naam, n.v.d.r.). Zelf vind ik dat een goed uitgangspunt, maar er zijn ook andere feministen die zo’n hoofddoek net een schoolvoorbeeld van patriarchale onderdrukking vinden. Het is volgens mij wel interessanter om een vrouw aan het woord te laten die het persoonlijk als onderdrukking ervaren heeft dan iemand die dat vanuit een meer radicaal atheïsme predikt.” 

Wat Sophie met Lilith vooral wil meegeven is die meervoudigheid van feminisme. “Mensen die een grote afkeer hebben van ‘al dat feminisme’, daar kan ik wat lastig van worden: het is geen homogene stroming waar je ‘voor’ of ‘tegen’ bent. Ik kan mij ook heus niet honderd procent in elke feminist op aarde vinden; het feminisme vandaag is niet met dezelfde vragen bezig als de suffragettes en dat hoeft ook niet. Hoe het wél ingevuld moet worden, is een open vraag waar iedereen een eigen antwoord op kan vinden in Lilith Collectief.” 



activistisch pluralistisch met Tyfus’ kunst

24/02/2022
Kunst op Campus (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

UAntwerpen koopt een nieuw kunstwerk aan, We Are The Roadcrew. Op zich een actie van dertien in een dozijn, mocht het niet zo zijn dat het schilderij gemartelde studenten afbeeldt. Sterker nog, het toont een specifieke slag studenten: leden van conservatieve en (extreem-)rechtse studentenverenigingen. Het werk is deel van een reeks die eerder in opspraak kwam toen KVHV Leuven een klacht indiende tegen kunstenaar Dennis Tyfus wegens het aanzetten tot haat en geweld. Wat waren de redeneringen achter de aankoop en was er meer in het spel dan kunstzinnigheid? 

De hoofdrolspelers: 

  • Commissie Kunst op de Campus 
    De kunstcommissie staat in voor het beheer en de aankoop van kunst op de universiteit. Voorzitter Geert Lernout duidt de gedachtegang achter en het proces van de aankoop van We Are The Roadcrew
  • Studentenvertegenwoordigers 
    In de Commissie Kunst op de Campus zetelen ook studentenvertegenwoordigers. Jana Scheers maakt zich zorgen over de logica van de beslissing en hoe er bij het aankoopproces amper naar de studenten geluisterd werd. Ook voormalig studentenvertegenwoordiger en dwarser Stan Schepers is kritisch, hij schreef een eigen mening uit. 
  • Dennis Tyfus 
    De activistische kunstenaar die wat zijn politieke overtuiging betreft weinig aan de verbeelding overlaat. Zijn werken kwamen al meerdere malen in opspraak, incluis de reeks waartoe het kunstwerk behoort dat door UAntwerpen gekocht is. Ondanks herhaaldelijk aandringen vond hij geen tijd om op onze vragen te antwoorden. Wel liet hij weten dat hij geen idee had dat er mensen binnen UAntwerpen geschoffeerd waren. 
  • KVHV/NSV 
    Voor de een verstandig conservatief, voor de ander gevaarlijk extreemrechts. Beide politiek-filosofische studentenclubs herken je in het kunstwerk aan onder meer de klassieke bierpet en de specifieke verenigingskleuren. Het is daarom overduidelijk dat zij degene zijn die gemarteld worden in het werk. Ab-actis Yoshi Roex deelt namens het KVHV zijn opinie over de aankoop. 
  • Centrum Pieter Gillis 
    Centrum Pieter Gillis geeft gestalte aan het actief pluralisme van UAntwerpen. Ze werden gecontacteerd om vanuit hun expertise de studiedag ‘Kunst en Controverse’ mee vorm te geven. Voorzitter Koen De Feyter geeft uitleg over hun kant van de zaak. 

Universiteit Antwerpen koopt tweemaal per jaar kunst aan. Afgelopen december was dat We Are The Roadcrew van Dennis Tyfus, maar de voorbereiding om dat aan te kopen gebeurde aanzienlijk vroeger. Voorzitter van commissie Kunst op de Campus Geert Lernout: “We hebben een systeem waarin we eerst een dossier bespreken en goedkeuren om in een later stadium tot aankoop over te gaan; zo kunnen we ons beperkte budget beter beheren. Nadat ik het werk zag in Tim Van Laere Gallery, heb ik als voorzitter het dossier zelf aangebracht. We proberen kunst te kopen vóór het onbetaalbaar wordt en wanneer een up and coming kunstenaar uit Antwerpen een reeks rond het studentenleven maakt, lijkt het me gunstig om een van die werken aan te kopen. Er waren leden van de kunstcommissie, waaronder de studentenvertegenwoordigers, die zich ertegen hebben verzet omdat de studenten in de reeks steeds gemarteld werden. Het blijft tenslotte kunst. Dat de reeks een kritiek is op sommige aspecten van het studentenleven, lijkt me eerder een argument voor dan tegen de aankoop.” 

De aanklacht tegen Dennis Tyfus wegens aanzetten tot haat en geweld van KVHV Leuven kwam pas na de eerste fase. De kunstenaar verdedigde zich door het te kaderen als een “uit de hand gelopen doopritueel”. In die zin kan je het kunstwerk interpreteren als een aanklacht tegen de ontmenselijking van dooprituelen. Daar moet een kanttekening bij geplaatst worden: KVHV doet aan een hoop van die praktijken niet mee. Het lijkt vergezocht dat de leden van Commissie Kunst op de Campus naïevelijk ongeïnformeerd waren van een meer politieke interpretatie. “Als je Dennis Tyfus’ werk kent, weet je dat het een mening bevat omdat hij ergens voor staat en ergens tegen is”, zegt Lernout. “Het werk behoort tot een reeks die gedeeltelijk is geïnspireerd op de zaak-Sanda Dia. Die reeks heeft een anti-rechtse ondertoon, ja.” 

 

actief pluralisme of activisme? 

Nochtans is de universiteit geen actiegroep. Rector Van Goethem sprak zich in zijn openingsrede dit academiejaar nog uit tegen de vermenging van activisme en universitair beleid. Een recent voorbeeld daarvan is de respons op een open brief vanuit een medewerker van UAntwerpen over de Israel-Palestijnse kwestie. Het officiële statement hierover, nog steeds op de site te vinden, luidt onder andere: “Het is niet de rol van de universiteit om zulke standpunten in te nemen” en “Welke conflicten ons ook beroeren, steeds moet de universiteit een vrijhaven zijn waar studenten zich, ongeacht hun opinie of afkomst, thuis voelen”. De aankoop van We Are The Roadcrew is moeilijk in die visie te passen. 

Lernout is het daar dan ook niet mee eens: “We hebben de argumenten meegenomen in het overleg, maar de meerderheid is daar niet voor gevallen. Ik begrijp dat de rector geen activismegedreven universiteit wil,  maar ik weet eigenlijk niet in hoeverre kunst activistisch kan heten, laat staan het aankopen van kunst. Zelf denk ik dat het de plaats van een actief pluralistische universiteit is om die discussies te voeren. De rector vindt blijkbaar van niet.” Toen duidelijk werd dat de aankoop zowel op interne en externe weerstand zou botsen stapte Lernout, nog voor de aankoop officieel afgerond was, naar Koen De Feyter, voorzitter van Centrum Pieter Gillis. “Het onderwerp sprak hem ook aan”, zegt Lernout. “De definitieve vorm van de studiedag zoals die nu voor ons ligt, is pas na de daadwerkelijke aankoop tot stand gekomen, maar het één bestaat niet zonder het ander. We beseften dat het reacties ging oproepen, dat er een standpunt van de rector was. Omdat Centrum Pieter Gillis expliciet over zulke dingen gaat, was het een vanzelfsprekende keuze.” 

 

debat of studiedag? 

Koen De Feyter is voorzitter van het Centrum Pieter Gillis. “Het ontwerp van een studiedag rond dat thema past perfect in ons kraam”, zegt De Feyter. “De actief pluralistische visie van Centrum Pieter Gillis zet zich af tegen vlakke neutraliteit door net zo veel mogelijk levensbeschouwingen aan bod te laten komen en met elkaar in dialoog te laten treden. Daarnaast werken we ook rond interdisciplinariteit. Je kan zo’n kunstcontroverse van vele hoeken bekijken: kunsttheoretisch, maar ook psychologisch, bijvoorbeeld vanuit het verlangen van de kunstenaar. Ik ben zelf jurist van opleiding, dus zelf zou ik eerder naar de morele en legalistische kanten kijken: is dat wel toegestaan? Wordt er schade berokkend? In dit geval gaat het zelfs niet over de inmenging van een overheid tussen haar burgers maar over de universiteit: welk beleid wil zij rond die kwestie voeren?” 

De studiedag ‘Kunst en Controverse’ zal dus een aanzienlijk breder thema behandelen dan louter de aankoop van We Are The Roadcrew. “Het is niet de eerste controverse,” weet De Feyter, “en het zal ook niet de laatste zijn. Denk aan de werken van Jan Fabre die op de campus aanwezig zijn. Als hij strafrechtelijk veroordeeld wordt, moeten die dan weg? Over dat soort dingen gaat het. De opzet is om de discussie wat uit het emotionele weg te trekken en een panel samen te stellen met mensen uit verschillende disciplines die iets komen vertellen over een bredere vraag: hoe een universiteit moet omgaan met controversiële kunst. Een kunstwerk mag dan misschien de aanleiding geweest zijn van de studiedag, maar het is niet het uiteindelijke onderwerp ervan. We stellen de aankoop zelf ook niet ter discussie; als centrum hebben wij niets met de beslissingen van commissie Kunst op de Campus te maken. Zonder te bepalen of dat nu een goede of een slechte beslissing is, willen we een gesprek aangaan.” 

 

Het heeft geen zin dat wij een debat tussen Dennis Tyfus en KVHV gaan organiseren. 

 

Het panel ligt nog niet vast, maar er zijn wel een aantal zaken die uitgesloten worden. De Feyter: “Ik vind het normaal dat er studenten aanwezig zijn die zichzelf in de afbeelding zien en vragen kunnen stellen over dit specifieke werk en de wenselijkheid van zo’n aankoop, maar het heeft geen zin dat wij een debat tussen Dennis Tyfus en KVHV gaan organiseren.” Die voorzichtigheid is begrijpelijk; de studentenclubs die afgebeeld worden zijn zelf allesbehalve onbesproken. Vorig academiejaar nog stelde KVHV-Antwerpen bijvoorbeeld dat een huwelijk alleen tussen man en vrouw kan bestaan, iets waarop vanuit minder conservatieve hoeken van de samenleving veel tegenwind is gewaaid. Ook het NSV staat er haast om bekend om met regelmaat opiniestukken te schrijven die, aldus sommigen, de grens met ‘oproepen tot haat en geweld’ opzoeken en zelfs durven overschrijden. In dezelfde strekking kan het (aankopen van het) schilderij worden gezien: hoe voelt het? Het zoekt de ironie op door zelf te flirten met de grens van vrije meningsuiting.  

 

voor of tegen? 

De studentenvertegenwoordigers voelen zich ongemakkelijk bij de positie waarin ze gezet werden. Jana Scheers: “Als studentenvertegenwoordiger moet je álle studenten vertegenwoordigen, ook die met wie je het niet noodzakelijk eens bent. Dus als de universiteit een kunstwerk aankoopt dat een specifieke groep studenten target, moet je dat loskoppelen van de doelgroep: Mahara, Comac, Unifac, KVHV … het zijn allemaal studenten van onze instelling. Met zo’n complexiteit zou je dan moeten terugkoppelen naar de Algemene Vergadering van De Studentenraad, in wiens naam je daar zit, maar het besluit tot aankoop komt letterlijk maar een enkele vergadering aan bod. We waren dus tegen het voorstel gekant en lieten dat ook zo notuleren. In zulke gevallen kan je beter op veilig spelen. Achteraf gezien bleek dat de juiste keuze: een volledige consensus heb je nooit, maar bijna alle studenten die ik sprak vonden het op zijn minst een bedenkelijke zet.” 

Jana vervolgt: “Ik vind het jammer dat, wanneer een universiteit zo’n beslissing neemt, ze niet de reflex heeft om wat aandachtiger te luisteren naar haar studenten. Uiteindelijk zijn we de grootste groep binnen de universiteit en dus misschien ook wel het grootste doelpubliek van aangekochte kunst. De commissie komt slechts vijf keer per jaar samen, er wordt een keer over gesproken en ondanks dat het de eerste keer was dat de studenten zich echt breed legden, werd het gewoon doorgedrukt. We voelen ons niet ernstig genomen.” 

 

Het was de eerste keer dat de studenten zich echt breed legden, maar het werd gewoon doorgedrukt.

 

Toch stonden de studenten niet alleen. “Er waren nog andere mensen in de commissie die het hele gebeuren in vraag stelden. Op het moment dat het besluit tot aankoop viel, was het nog niet duidelijk wat we met het schilderij zouden doen. Waarom kopen we het dan?” Het is trouwens de eerste keer dat Jana meemaakt dat er een werkelijk controversieel kunstwerk aangekocht wordt. “Meestal wordt kunst pas controversieel na de aankoop, dat veroorzaakt dan hoogstens een beetje ongemakkelijkheid. Zelfs als je op dat punt een omslag wil maken en je het debat meer wil opzoeken, zijn er andere beginpunten dan gemartelde studenten.” Die argumentaties botsten op een muur. “We merkten dat elk argument van ons vastliep op de vaststelling dat er effectief over gediscussieerd werd, alsof dat bewees dat het opzet had gewerkt. Hoe meer je tegen de beslissing vocht, hoe sterker de voorstanders hun eigen argumenten leken te vinden.” Voor de kunstwereld kan je zo’n catch-22 dan wel redelijk typisch noemen, de vraag blijft of zo’n houding het doel is van Commissie Kunst op de Campus. 

Koen De Feyter reageert gelaten op de invraagstelling van de beslissing: “Dat is een klassiek voorbeeld van een orgaan dat een zelfstandige beslissing neemt waarmee mensen het niet eens zijn. Plots moeten er nieuwe inspraakmogelijkheden komen of is het systeem failliet. Als het systeem op een normale en gezonde manier functioneert en mensen beslissingen nemen bij gewone meerderheid, moet je dat respecteren.” 

 

kunst of gekunsteld? 

Jana blijft sceptisch: “Net zoals legaliteit als basis een slecht argument is, gaat het er niet om of Dennis Tyfus niet op zijn manier mag ingaan tegen rechts. Onafhankelijk is niet hetzelfde als dat je jezelf niet zou moeten verantwoorden. Over die verantwoording heb ik niet veel anders gehoord dan dat ze het debat wilde aanzwengelen. Je kan perfect zulk kunstwerk als casus bespreken op een studiedag zonder het meteen aan te kopen. Vergeet niet dat het niet enkel om de controverse gaat, we hadden met dat geld ook een ander kunstwerk kunnen kopen. Tegelijkertijd vind ik het apart dat de studiedag er komt nadat elk debat omtrent de aankoop al voorbij was. Ik heb in vraag gesteld of het wel het beste signaal was om op die studiedag NSV en KVHV, de getargette groep, niet uit te nodigen. Dan wordt gezegd dat het niet om dat specifieke schilderij gaat, maar de studiedag is er wel gekomen net door dat schilderij; de logica is zoek. Wat mij betreft, was het beter geweest om het schilderij als casus te nemen voor die studiedag en daarna pas te beslissen over de aankoop. Nu lijkt het er gewoon op dat ze het werk graag wilden hebben en de studiedag een afterthought was.”  

 

Het was beter geweest om het schilderij als casus te nemen voor die studiedag en daarna pas te beslissen over de aankoop.

 

Het is inderdaad tot op vandaag onduidelijk wat er nu net met het aangekochte schilderij zal gebeuren. “We hebben geen plek voor het werk”, geeft Lernout aan. “Als het te controversieel blijkt, kunnen we het niet ophangen omdat het dan beschadigd wordt. Dennis Tyfus zou dat zelf niet erg vinden – ergens is dat immers reclame voor zijn werk – maar voor ons zou het simpelweg vernieling zijn van één stuk van het vijftienduizend werken tellende patrimonium dat de universiteit rijk is.” Jana reageert scherp op het feit dat hier blijkbaar niet verder is over nagedacht. “Als het gewoon in een depot wordt gestoken, zie ik nog minder in waarom je het zou kopen. Als studentenvertegenwoordigers nemen we de positie in dat de kunst die de universiteit aankoopt, gezien moet worden. Dat UAntwerpen een open museum is, vind ik juist mooi.” 

Zonder een helder plan over wat ze met het kunstwerk wilden doen, kan het erop lijken dat het gewoon controverse schoppen was. Maar net als elk kunstwerk heeft ook de aankoop van We Are The Roadcrew andere interpretaties; is het een steek naar het rectoraat dat opvallend stil bleef bij de verschillende homofobe en transfobe uitspraken van het KVHV? Vond men het gewoon mooie kleurtjes? Hoe dan ook worden KVHV en NSV door deze aankoop letterlijk en figuurlijk als martelaren afgebeeld. Dat is de prijs die de kunstcommissie, naast een luttele 4770 euro uiteraard, voor het open debat wilden betalen.