kunst op de campus

25/03/2022
Kunst op de Campus 142 (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Wandel je mee? Er is een labyrint hier, kijk maar, en ik heb een Ariadne nodig die me de weg wijst, de rode draad tussen jou en mij en de gangen van de universiteit waar ik de resten van mijn onbezonnenheid kwijtspeel, les na les, besef na besef. Ik verlies ze sneller dan ik eerst had gedacht, maar ik verlies mijn aandacht in de kaders aan de muur evengoed. In deze gang hoef ik eigenlijk niet te zijn, maar ik ben er toch. De gang verbindt de communicatiedienst van UAntwerpen met het Hof van Liere. Het glas nodigt uit, de hoeveelheid gesloten deuren vragen je om weg te gaan: ga terug naar de bloeiende binnentuin, weg van gang HvL.022 geregeerd door Pjeroo Roobjee.

Pjeroo Roobjee is een Gents kunstenaar die in elke culturele onderverdeling zijn gading vindt: van literatuur tot muziek, van tekeningen tot gedichten. Door het volk/met het volk past in dat rijtje. De acht litho’s combineren poëzie en tekeningen, in zwart-wit en in fleurige kleuren. Het gebruik van de lithografietechniek creëert een zekere afstand. Door te inkten op bijvoorbeeld kalksteen bekom je in spiegelbeeld een gedrukte prent, zoals de acht te zien in de gang. Roobjee staat bekend om zijn bonte verzamelingen van allusies naar demonen, boeken en theaterstukken, satire en natuur die doet denken aan een oerwoud. Hij ziet creativiteit als een erg dubbel iets: kunst zit vol wil om de realiteit zoals die nu is te veranderen, maar zulke wil leidt even vaak tot zelfdestructie als tot revolutie. Die dubbelheid keert terug in Door het volk/met het volk: de verschillende werken vormen paren. De zwart-wit tekeningen vinden hun bontgekleurde tweelingzus in de gang. Tussen hen in hangen frasen in drie talen. Zonder meer zonder context meegegeven – wie, in vredesnaam, zijn Hans, Roger en Zulma? – of misschien, ach, misschien ken ik er wel simpelweg niet genoeg van. Wie ben ik, tenslotte? Ik heb niets te zoeken in de gang. 

Op het eerste gezicht komen de gekleurde litho’s ietwat kinderlijk over, bijna alsof ze niet helemaal thuishoren op een universiteit. De kleuren kloppen wel – aarde is bruin, lucht is blauw – maar zijn net te fel om realistisch te zijn, te artificieel om rustgevend te zijn. Maar schijn bedriegt. Niet zozeer de kleuren, maar wel de composities en texturen zijn ingewikkelder dan het op het eerste zicht leek.  De litho’s beelden landschappen af, maar ze zijn eerder te vinden in een fantasieland dan in België. Bonte bergen, heuvels met strikjes, biefstukken die als planten uit de bodem groeien … Roobjee speelt met de werkelijkheid in zijn kleur. De ongekleurde versies tonen meer complexiteit dan verhuld wordt in de onstuimige kleurenpaletten: hoewel de strikjes en biefstukken blijven, krijgen de kunstwerken een rouwende air. De exuberantie verdwijnt, de fantasie blijft. Maar wat heb je aan creativiteit zonder vrolijkheid? Wie ben ik om het te zeggen? Uiteindelijk ben ik slechts een studentje en wordt Pjeroo Roobjee niet in mijn lessen besproken. Ik heb niets te zoeken in de gang. 

De humoristische, misschien platvloerse noot in de werken is kenmerkend voor Roobjee, dat weet ik wel. Vooral de zwart-wit lijntekeningen tonen hun fallische voorliefde in de hoekjes van hun rechthoekig bestaan maar al te graag. Verborgen in het gras, zwemmend in de zee, vogelvrij in de lucht. De Gentse kunstenaar neemt de ernst van de hedendaagse kunstwereld liever niet al te serieus en is graag wars van allerlei normaliteiten, ondanks de ogenschijnlijke banaliteiten van boompjes, huisjes, beestjes in Door het volk/met het volk. Het contrast tussen de kunstwerkstelletjes brengt vervreemding teweeg, enig onbegrip wellicht. Welke reeks komt door het volk? En welke reeks toont zich bereid om met het volk te zijn? De frasen tussendoor, waar gaan die over? Ik mis iets, maar tegelijkertijd heb ik elk werk al minstens tien keer gezien. Is er niets anders te zien in de overdaad aan kleurvlakken en lijnen dan de absurditeit van wat een landschap kan zijn? Opvallend is dat het volk waarover de titel spreekt afwezig blijft. Zie het volk in de lijnen, zoek maar. Wat overblijft, lijkt meer de gevolgen van het volk te zijn. De frasen als flarden uit conversaties, sluimerende gedachten doorheen de landschappen die wij achtergelaten hebben. Het volk is nooit weg. En ik ook niet. Maar ik heb niets te zoeken in de gang. 

De verschillen tussen de paren intrigeren me. Kleur omvat meer, biedt meer, maar de zwart-wit versies tonen wat ze hebben in meer detail. De een kan niet zonder het ander, maar de flarden van frasen scheiden hen. Een obstakel, of maïzena voor de niet-identieke tweelingen. Het blijft in het midden, denk ik, maar tegelijkertijd is dat een beslissing van mijn kant. Daar hangen ze, netjes in het midden, zo recht als het volk ze hangen kan. Ze zeggen veel, maar niets waarmee ik tot een ander besluit kan komen. De fantasie is verdronken in de kleuren en zwarte lijnen; die van mij heeft zich ten gronde gestort. Door het volk/met het volk nodigt uit tot reflectie, maar geeft geen geheimen prijs. De frustratie van net niet begrijpen heerst, trekt aan, stoot af. Elk werk is omvat door bladeren of door stenen, maar evengoed door een guirlande van een eigengereide mening. Hier zijn, hier staren en wachten tot de rode draad me te binnen valt, lijkt even eigenwijs. De wijsheid in pacht voor het finale antwoord lijkt overmoedig, binnen handbereik tegelijkertijd. Wil ik het nog vinden? Uiteindelijk heb ik niets te zoeken in de gang. 



GreenOffice kookt

25/03/2022
GORecept142 (© Stan Schepers | dwars)
🖋: 
Auteur

Een snel maar fancy recept voor twee stevige maaltijden.

  1. Snijd 200 gram paddenstoelen in plakjes van een halve centimeter. Je kan allerlei paddenstoelen gebruiken, maar een mix van bijvoorbeeld wilde paddenstoelen zoals shiitake en oesterzwammen smaakt het beste.  
  2. Neem een soeppot en fruit hierin 2 fijngesneden sjalotten in olijfolie. Voeg twee teentjes fijngesneden look en de gesneden paddenstoelen toe. Kruid af met peper en zout. Kurkuma kan de paddenstoelen mooi geel kleuren, fenegriek voegt een gegrilde smaak toe. 
  3. Roer niet te veel, je zal merken dat er stukjes champignons onderaan de pot blijven kleven; wanneer dat gebeurt voeg je een eetlepel tomatenpuree toe. De tomatenpuree zal snel karamaliseren. Blus met een goede scheut sherryazijn om de aanbaksels los te weken. Witte of rode wijn(azijn) zijn goede alternatieven; experimenteer ook zeker eens met sojasaus! 
  4. Giet er vervolgens een liter groentebouillon bij en eventueel een scheutje kokosmelk. Breng de soep aan de kook. 
  5. Voeg 200 gram conchiglie (schelpjes) of een ander type pasta toe. 
  6. Kook de pasta zoals aangegeven op de verpakking. Kruid nog wat bij naar smaak en klaar! 


poëzie

25/03/2022
Poëzie 142 (© Sophie Van Reeth | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Benjamin Heirbaut


Hier  wordt  dé  maat  geslagen. Die 

 

gaat  trager  dan  je  denkt.  Je 

 

kan  haar  schaduw  van  je  linker- 

 

schouder  over  wang,  neus,  wang,  rechter- 

 

schouder  voelen  kruipen. Ze  haast  niet.   

 

De maat  sleept  haar  vinger  loom  langs  de  hemel, 

 

trekt  met  haar  nagels  voren  in  de  mulle  tijd. 

 

Op haar tempo veranderen de glasscherven weer  

 

in zand. Dat duurt. Precies lang genoeg. 



close-up

25/03/2022
Close-up Muziek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Hoezo ken je haar niet? Hoelang woon je hier al? Bij het afscheid bleef menig schuin oog in mijn nek branden. “Ik kan toch niet met iedereen bevriend zijn?”, dacht ik vertwijfeld. “Ik kan wel zonder.” Nou nee, niet dus, zei het universum. De sterren schreven het op mijn takenlijstje, ik moest en zou haar ontmoeten. “Neem vrijdag je gitaar mee naar de cantus!”, hoorde ik nog in de verte. 

Op het tweede gesprek kwam ik er niet veel beter van af. Of ik misschien andere mensen uit haar wereldje kende. Weifelend zei ik dat Wannes Van de Velde ergens wel een belletje deed rinkelen. Weer een schuine blik. Hoofdschuddend stuurden de organisatoren ten slotte de partituren door. “Zie het maar als een inburgeringscursus”, klonk het.  

Zo leerde ik Mia al vóór die vrijdag kennen, wel niet voordat minstens drie Vlamingen mij er fijntjes aan herinnerden dat ze toch al jaren in de top 5 van Studio Brussels tijdloze 100 staat, om vervolgens spontaan de felle o’s en ij’s in mijn steeds meer ambigu wordende accent aan te duiden. Die dag heb ik dan toch maar iets meer patriottisch in mijn stroopwafel gebeten. Borst vooruit, mooie open kaak. Misschien morgen toch maar Vlaanderen inlijven. Vredelievend, welteverstaan.  

Maar soit. Mia kan niet wachten, wel dromen. Gorki’s magnum opus ademt kleinkunst-sfeer uit, zonder technisch gezien binnen dat genre te vallen. Luc De Vos’ hese, bibberende stem is intiem, imperfect. Zijn stembanden lijken zich met moeite door het nummer te slepen, raken soms maar ternauwernood de goede toon. Die stem staat in schril contrast met het gepolijste ritme van de andere bandleden. Maar juist in dat contrast ligt voor mij de charme van het nummer: het voelt echt, een kijkje in de ziel van iemand die nog net zijn stem kan vinden terwijl de wereld onverbiddelijk doordraaft.  

Op mijn gitaar krijg ik Mia's rifje al snel in de vingers. Het muzikale idee is eenvoudig, voornamelijk gebaseerd op drie van de meest toegankelijke gitaarakkoorden, toch heeft het duidelijk een eigen identiteit. Gelukkig vermijdt de band het motief altijd exact te herhalen en hij voorkomt zo dat alles maar een saaie boel wordt. Vooral de twee gitaren duwen en trekken binnen de tussenstukken goed aan het tempo, ze antwoorden op elkaar zonder te botsen. En dan de pianosolo. Tja, mooi toch?  

Maar bon, geen tijd om lang te mijmeren. Het was tijd om Mia de wijde wereld van onze theecantus binnen te brengen. Vastberaden om geen flater te slaan stond ik op met Mia en ging ik met haar slapen. Ik ging zelfs zover om onze cantuszangers over mijn gekozen toonaard in te lichten. Die konden hun gegniffel uiteraard niet onderdrukken. “Een toonaard op een cantus? Ge moogt al blij zijn a ge tusse da lawaai een juiste noot hoort.”  

Met bevende handen liep ik na de oefensessies de spiegeltent in. Gewapend met een kop thee begon ik mijn tweede gesprek van de dag met Mia. Wegdromend vloog mijn inburgeringsexamen voorbij, het boekje ligt weer voor me op de tafel, Wannes blaast door de speakers. Mijn gitaar staat tot nader besluit in de hoek. Morgen zal ik wel aan de pianosolo beginnen. 



Bierman

25/03/2022
Bierman
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit! 

Toen een verbolgen webmaster in 2009 het roemruchte forum Flopclass van de ene op de andere dag offline haalde, ontwaakte Universiteit Antwerpen met een fikse kater uit haar roddelende, achterklappende en min-of-meer-illegaal-notities-uitwisselende roes. Flopclass was de officieuze plaats binnen onze gezegende instelling waar frustraties geventileerd konden worden en waar informatie werd verkondigd die eigenlijk niet met meer dan twee personen tegelijk mocht worden gedeeld. Semi-geïnstitutionaliseerd roddelen dus, waarvan de therapeutische werking door sociologen niet genoeg onderstreept kon worden. 

Intussen werd de therapeutische en ook wel recreatieve rol van Flopclass overgenomen door het alom geprezen UAntwerpen Confessions. Een Facebookpagina waar volledig anoniem de meest persoonlijke berichten al dan niet met een knipoog gepost kunnen worden. De term confessions verwijst natuurlijk naar de Confessiones van Sint Augustinus van Hippo, een kerkleraar die in het jaar 397 uitlegde hoe hij zich bekeerde tot het christendom na een leven met te veel pintjes en schoon vrouwvolk. “Bedankt God dat u mij gered heeft … maar niet te vroeg”, is een uitspraak die – niet geheel gespeend van enige boosaardigheid – aan de heilige wordt toegeschreven. 

De gelijknamige Facebookpagina ligt volledig in het verlengde van dat soort bekentenissen, maar bleek de afgelopen jaren ook een uitermate heilzame gemeenschap te zijn. In volle crisis werden noodkreten van studenten met veel liefde en zorg behandeld en studenten voelden feilloos aan wanneer hun gezwans en gezever even moest plaatsmaken voor welgemeende aanmoediging en ondersteuning. Bierman, en samen met hem de hele universitaire gemeenschap, kreeg er regelmatig een warm gevoel bij. 

Inmiddels heeft een ondernemende student het Tripel Confession-bier gemaakt. Het gaat om een relatief kleine batch van 250 bakken, gebrouwd in de ketels van brouwfirma Beerselect. Dat betekent dat professionals aan de roerstok stonden, maar verder is het een bier dat helemaal door studenten en voor studenten werd gemaakt. De Amarillohop in combinatie met dry hopping zorgt voor een goed wegdrinkend bier met een verfrissende bitterheid en redelijk originele smaak bij een stevige 8% alcohol. Ook plezant is dat een QR-code op het etiket de argeloze consument naar de Facebookgroep van UAntwerpen Confessions leidt, wat voor sommigen een openbaring mag heten. Ook Bierman heeft op de site dingen geleerd over het leven die ieder fatsoenlijk en weldenkend mens in opperste verwarring zouden achterlaten, twijfelend over de zin van het bestaan in het algemeen en het vermogen tot zelfbehoud van jongere generaties in het bijzonder, hoewel het vermogen tot procreatie duidelijk niet op de helling staat. Gelukkig is Bierman geen fatsoenlijk, noch een weldenkend persoon, behalve wanneer het over bier gaat. 

Trots op de studenten en alweer een mooie bierervaring rijker verblijft Bierman alvast met de meeste hoogachting.  We zien elkaar wel, op café, in de wandelgangen of in Zomaar een Dak. Rest Bierman nog u te zeggen dat het bier te verkrijgen is via www.tripelconfession.com en in het Agora Caffee.  



Humans of UAntwerpen

25/03/2022
Humans142 (© Hanne Collette | dwars)
🖋: 
Auteur

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zo veel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker. 

Bernt (en niet Brent of enige andere variatie daarop) Sales Segarra (24) is bachelorstudent Wijsbegeerte. Hij heeft al een lerarenopleiding (secundair onderwijs, Engels en Nederlands) achter de rug en is een gegadigde voor het woord. En fotografie. En theater. En film. En musicals. Enzoverder. Tussen 2 en 23 maart was de expo Goden en Mijtische Figuren te bewonderen in Kavka (een jongerencentrum op de Oudaan in hartje Antwerpen n.v.d.r.), waar Bernt een fotoreeks vergezeld van een atypische audiogids tentoonstelde: in plaats van het gebruikelijke museumpraatje geeft hij een poëtische interpretatie van zijn eigen werk. 

“Het idee is best random ontstaan”, begint Bernt. “Ik had weinig te doen deze zomer en ben dan maar beginnen fietsen met mijn camera bij de hand. Als iets me inspireerde, nam ik daar een foto van, die foto’s leidden op hun beurt tot woorden; voor ik het wist, kwam ik terecht bij het pantheon van de Griekse goden. Pas bij het lezen van een stukje tekst, I was an Atheist until I realised I was a God, kwam ik tot de conclusie dat het eigenlijk één geheel was. Dat leunde goed bij een expositie aan.”  

Tekst was Bernts eerste liefde: “Ik ben aanvankelijk uit verveling beginnen schrijven, maar ik ben het blijven doen omdat ik het gevoel kreeg dat ik schrijvend dingen over mezelf te weten kom die ik anders niet zou ontdekken.” In zijn zesde middelbaar raakte Bernt, tegen eigen verwachtingen in, door de audities van een musical, wat op zijn beurt weer leidde tot toneel; wanneer sommige van die stukken gemaakt werden in samenwerking met de cast, kwam Bernt uiteindelijk toch weer bij schrijven terecht. “Van alle verschillende creatieve uitlaatkleppen is dat hetgeen waar ik steeds naar teruggrijp. Als je zeventien, achttien jaar bent, denk je al snel dat je eigen werk enorm diepzinnig is. Achteraf denk je dan: ‘dit is gewoon een typische angsty teenager’, maar het is fijn om te merken dat je gegroeid bent.” Toch blijft het Bernts ambitie om via tekst tot een diepere waarheid te komen. “Het gaat dan om een persoonlijke waarheid die ik een universeler karakter wil geven. Iets kleins tot iets groters maken; niet door te overdrijven, maar door het in metafysisch opzicht meer geldig te maken, herkenbaarder.” 

Die drang verklaart gedeeltelijk Bernts keuze voor een major Wijsbegeerte, die hij aanvult met een minor Theater-, film- en literatuurwetenschappen. De keuze was naar eigen zeggen erg makkelijk: “Na mijn middelbaar faalde ik voor een toelatingsproef van een dramaopleiding. Ik moest dus iets anders vinden, liefst iets nuttigs, want ik heb zoals velen van thuis uit meegekregen dat ik een diploma moet hebben om werk te vinden. Dat heb ik dan ook gedaan, zij het met lichte tegenzin. Nu wil ik iets voor mezelf doen.” Technisch gezien zou Bernt nu aan de slag kunnen als leerkracht, maar die carrière kan wachten tot later. “Ik heb in die opleiding een liefde voor lesgeven ontwikkeld en ben ook gepassioneerd door zowel Engels als Nederlands, maar ik zou echt iets missen in mijn leven als ik gewoon was beginnen werken. De extra studie heeft ook deels te maken met dat ik mezelf meer tijd wil geven om dat creatieve te ontwikkelen. Het leek me dat je als student toch meer mogelijkheden hebt op dat gebied.”  

Bernt kreeg gelijk: “Als er een open podium aan te pas komt, teken ik steeds present. Het wil nu dat mijn departementsclub Lingua erg veel van dat soort activiteiten op poten zet. Met veel van dezelfde mensen ben ik trouwens nu een musical aan het maken, @ Fundum. Dat is exact wat ik wou: mijn creativiteit een plaats geven die niet enkel mijn harde schijf is. Voor mij is iets niet volledig af, zonder dat er een willend publiek naar gekeken heeft, al is dat slechts een handvol mensen.” Ook binnen zijn opleiding voelt hij zich thuis. “Niet alleen is er bij filosofie een natuurlijke ruimte voor eigen invulling; na al een opleiding te hebben genoten voel ik weinig schroom om alle vrijheid te nemen die ik heb. In een universitaire context gaat dat makkelijker dan op de hogeschool; daar had alles een praktische kant.” 

Als filosofiestudent lijkt Bernt een typische afstand te nemen van dat praktische. Hij produceerde bijvoorbeeld de voorstelling Waardevolle nonsense. “Ik vind het onderscheid tussen nuttig en waardevol erg belangrijk. Ik denk dat ik doorheen de jaren een zodanig bepaalde invulling van het woord ‘praktisch’ heb gecreëerd dat ik er een aversie voor gekregen heb. Alles waar ik meer waarde aan hecht, plaats ik bijna reflexmatig niet bij het woord praktisch. Uiteindelijk zit er ook in mijn opleiding een zekere prakticiteit, als dat een woord is, maar tegelijk bevat het ook het tegenovergestelde.” Nochtans stelt zich de vraag hoe Bernt al dat niet-praktische praktisch volhoudt? “Ik drink veel koffie,” lacht hij, “dat helpt.” 

“Uiteraard moet ik ook denken aan zaken zoals een inkomen”, gaat hij verder. “Ik werk soms in het fakkeltheater en voor deze expo kreeg ik een kleine vergoeding die net niet mijn kosten dekt. Ik vind het niet erg om daar (nog) geen geld aan te verdienen. Het is een eigen beloning, het geeft me energie.” Dat betekent niet dat het soms niet overweldigt. “Het zijn een paar drukke weken geweest, zangles in de weekends, studeren, lessen volgen … soms moet je dan eens een maaltijd verzetten; dat doe je dan gewoon. Objectief gezien is het veel werk, maar ik doe het zo graag dat het niet lastig aanvoelt.” 

“Wat wel een probleem kan zijn,” aarzelt Bernt ten slotte, “is dat er in zo’n drukke periode soms deadlines aan de creativiteit vasthangen; je kan het niet altijd forceren om iets geweldigs uit jezelf te halen. Er zijn dagen waarop ik drie gedichten schrijf op zes uur en dan passeren er drie weken waarin ik geen letter op papier krijg. Veel hangt af van de omgeving, of ik de tijd heb om te reflecteren. De ambacht zit in het nadenken en aanvoelen; het is zeker geen schematisch gebeuren.” Gelukkig voor Bernt spuit de inspiratie snel weer uit zijn heetwaterbron. “Ik stort me gewoon op het volgende project dat me inspireert en, ja, soms doe ik ook wat schoolwerk.” 



editoriaal

25/03/2022
Editoriaal142 (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Als schrijven schrappen is, zoals zovele woordkunstenaars beweren, wat blijft er dan nog over nadat we klaar zijn? Waarom zelfs nog beginnen? Omdat het moet, blijkbaar. Zo voel ik me een schrijfmachine die zelf geschreven wordt.  

De gemiddelde student zit weinig verlegen om een (al dan niet coherente) mening over het een of het ander. Gooi een onderwerp op en hij slam dunkt de eigen opinie zo hard door de ring dat het niet enkel duidelijk wordt wat hij denkt, maar dat zijn omgeving duidelijk weet dat anderen er ook net zo over zouden moeten denken. De ene keer is dat een weloverdachte reflectie na weken van academische overdracht en denkbeeldige douchedebatten, de andere keer is het een halfslachtige copypasta van een cursusdeel dat de vorige dag met een half oog dicht bekeken werd. Ik geef met ongepaste trots toe dat ik daarop geen uitzondering ben, maar wat vind ik nou écht belangrijk om uit mezelf over te schrijven?  

Een ‘vrije opdracht’, een ‘open podium’, een ‘editoriaal’ ... iets dat naar eigen dictatoriaal goeddunken kan worden ingevuld? Het is slechts zelden mijn ding. Ik voel me te snel een door keuzestress geplaagde betekenisconsument, verloren lopend in een winkel met tot de nok gevulde rekken aan bruikbare onderwerpen. De doorbrekende lentezon, de opstapelende deadlines, een commutatief doofstom rectoraat, een oorlog die met al haar verschrikkingen dichter bij huis voelt dan ooit … Er is weinig waarover geen pagina’s te vullen zijn. Daarbij is elks van die onderwerpen ook nog eens onderworpen aan een zee van mogelijke spielerei. Het houdt me een spiegel voor die me doet verdrinken in optionaliteit

Het lege tekstvlak daagt smalend uit. “Vul mij maar. Kies eender wat”, lijkt het te zeggen, “en zeg er wat over; het hoeft niet eens zinnig te zijn.” Op zulke momenten dringt door dat die Gedanken helemaal niet zo frei zijn. Een onderwerp alleen is niet genoeg, het moet ook geschreven en, uitdagender, begrepen worden. Elk taalproduct dat ik van schap haal, zal een eigen plaats hebben, met slechts een beperkt aantal bereidingswijzen en combinaties, een functie waarin het gedijt en een context waarzonder het niet ademen kan. Eens je eindelijk begrijpt wat het wil, wordt de vrijheid van eender welk onderwerp slechts schijn die veelal verlammend voelt. Leg verbanden, speel wat met taal, refereer hier en daar naar een artikel. Zeg iets, maar niet te veel. Denk aan je tekenaantal, aan de lezer, aan de heersende taalnormen en politieke gevoeligheden, maar doe voor de rest je ding maar hoor.  

Op onze redactie zitten we met een boel taalfanaten. Amateurs van het woord, zeg maar. Ik vraag me af of zij ook zoveel moeite hebben met woorden kiezen.  Hun ontzag voor de voorgevormde entiteiten die me steeds weer richting platgeslagen paden duwen, deel ik alvast niet. De (mis)concepties schuilen onder hun letterige vel, klaar om als etterbuilen open te barsten. Ik ben dan ook eerder laatdunkend over kunde in de taal, het is een spel met ongelijke regels. Je mag denken dat je ermee kan spelen, maar eigenlijk bespeelt het jou. 

De werkelijke vrijheid is de stilte: de paper niet indienen, de voorstelling afzeggen, de pagina leeg houden. Zeggen dat wat er te zeggen valt wel zonder jou kan. Zolang dat geen optie is, word ik van vrijgelaten worden vrij gelaten. 



de Go-Kart Race van ASK-Stuwer

24/03/2022
Gokartenrace (© Eliott Abrahams | dwars)
🖋: 

31 maart is het weer zo ver: de Wilrijkse clubs strijden tegen elkaar op het gocartparcours in Middelheim. Wie kan de meeste ritten afleggen op de gegeven tijd? De Go-Kart Race van ASK-Stuwer is al jaren een vaste waarde in Wilrijk. Voor de gelegenheid sprak dwars met Tine Beelen voor een inkijkje. Zij en Maxim Jeuniaux zijn de commissieverantwoordelijken van het evenement. 

ASK-Stuwer organiseerde al 38 edities van de Go-Kart Race. Na een paar coronajaren is de vertrouwde race back in business. In die coronajaren werd de Go-Kart Race in een alternatief jasje gestoken: in plaats van in gocarts, reden de Wilrijkse clubs te fiets naar de overwinning. De cheerleaders hadden hun choreografie laten filmen en verschenen in een livestream in plaats van aan hun vertrouwde zijlijn. Maar nu is het dus terug naar de gocarts, enthousiaste cheerleaders aan de zijlijn incluis die hun club komen aanmoedigen. “De Go-Kart Race is altijd op die manier verlopen”, zegt Tine, “Het is fijn dat ze nu opnieuw ‘zoals normaal’ kan doorgaan.”  

“Oorspronkelijk vond de Go-Kart Race plaats op campus Middelheim, maar door omstandigheden werd die verplaatst naar Groenenborger”, vertelt ze. Dit jaar racen de Wilrijkse clubs opnieuw op Middelheim. “Omdat er nu werken zijn op Groenenborger, kunnen we gelukkig opnieuw op Middelheim terecht. De campus is wat kleiner dan Groenenborger en Drie Eiken, maar het parcours zelf is wel leuk om te doen.” Zelf heeft Tine nooit deelgenomen aan het gocarten, maar ze kan wel meespreken over het cheerleaden. “Veel clubs nemen dat serieus. Het is oefenen en oefenen geblazen tot het dansje perfect is!” Alles voor de club? In principe wel, maar Tine nuanceert: “De race is voor de studentenclubs, maar de clubs verwelkomen elke student die wil meedoen. Je hoeft niet aangesloten te zijn bij die specifieke club om mee te racen of te cheerleaden.”   

31 maart gaat de Go-Kart Race door op campus Middelheim. De kwalificaties beginnen om 13u, het startschot wordt gegeven om 14u30. 



... is meer waard

24/03/2022
Wolken (© Hanne Collette | dwars)
🖋: 
Auteur

Een kleurrijke zonsondergang, witte Pixarwolken tegen een staalblauwe hemel, de namiddagzon die speels op de kamerplanten valt ... ik leg het allemaal vast met mijn smartphonecamera alsof ik nooit meer zoiets moois zal zien. Getuige zijn van een mooi moment maakt me tegelijk gelukkig en weemoedig; terwijl ik in het moment zit, neem ik er al afscheid van. 

Angst voor de vluchtigheid van het moment zorgt ervoor dat ik het probeer te verankeren. Ik maak foto’s, filmpjes en Instagramstories in de hoop de vergankelijkheid van het moois om mij heen te slim af te zijn. Maar, als het verankeren van die schoonheid mijn enige drijfveer is, vanwaar komt dan die drang om alles te delen op sociale media? In dat geval zou het toch moeten volstaan dat het beeldmateriaal gewoonweg bestaat? 

Misschien gaat het niet om wat ik zie, maar om wat ik erbij voel. Ik zei al dat schoonheid zien tegenstrijdige gevoelens in mij teweegbrengt. Geluk en weemoedigheid, die twee gaan vaak hand in hand, want met geluk komt ook de angst voor het voorbijgaan ervan. Ik ben een geluksjunkie, ik krijg er maar geen genoeg van. 

Misschien is het dus niet zozeer de schoonheid van het moment die ik zo wanhopig graag wil vastleggen maar wel wat ik voel als ik ernaar kijk. De eerste zonnestralen die de lente aankondigen, een prachtige roze avondhemel, een vallende ster ... zulke momenten beleven we toch allemaal het liefst in de nabijheid van anderen? Er bestaan maar weinig mensen die een regenboog zien maar dat verzwijgen voor het gezelschap waarin ze vertoeven. Net als schoonheid zijn gevoelens vluchtig maar door ze te delen worden ze echt, of zoals Alexander Supertramp (oftewel Christopher McCandles) het ooit verwoordde: “Happiness is only real when shared.” Ik leg schoonheid vast met mijn smartphonecamera en probeer het gevoel dat erbij hoort te consolideren door dat beeldmateriaal te delen met anderen. Ik wil niet beweren dat een moment delen op sociale media dezelfde voldoening geeft als de fysieke nabijheid van een geliefde, maar het lijkt me een mogelijke verklaring voor die deeldrang. Want gedeelde momenten worden gedeelde herinneringen en daarop staat geen vervaldatum. 



een nieuwe intersectioneel feministische studentenvereniging

24/02/2022
Lilith Collectief (© Lilith Collectief | dwars)
🖋: 
Auteur

Feminisme is niet uit het publieke debat weg te slaan. Ook onder studenten zijn er vaak fervente voor- en tegenstanders: niet iedereen is ‘mee’ met het brede feministische veld. Auteur, dwarser en studente Geschiedenis Sophie Van Reeth richtte daarom Lilith Collectief op. De nieuwe studentenvereniging wil met onder meer lezingen, films en een boekenclub de veelzijdigheid van het feminisme op de kaart zetten en een plek bieden waar feministen én critici van allerlei slag op een veilige manier van elkaar kunnen leren.  

Lilith Collectief (verder: Lilith) wil als feministische organisatie bestaande structuren in vraag stellen zonder een pasklaar antwoord te bieden op hoe feminisme beleefd of begrepen moet worden. Hoewel genderongelijkheid en seksisme centrale plekken innemen, kiest Lilith bewust voor een intersectioneel kader; het wil niet louter rekening houden met de thema’s van vrouw-zijn maar erkent en onderstreept dat ongelijkheid zich op vele andere assen afspeelt zoals etniciteit, seksuele diversiteit en religie. “Er zijn nogal wat mensen die struikelen over het concept ‘intersectionaliteit’”, weet Sophie, “maar wat wij als organisatie daarmee bedoelen, is eenvoudig gezegd dat we rekening houden met andere versterkende factoren van ongelijkheid. De emancipatoire eisen en noden van een rijke lesbienne zijn anders dan die van een arme, heteroseksuele moeder met jonge kinderen. Nog anders zijn ze van een vrouw met een beperking. Zo voorkomen we dat we bepaalde personen uitsluiten. We willen een breuk met girlboss feminism dat enkel gericht is op de problemen van witte vrouwen uit de middenklasse, al doen hun problemen er natuurlijk óók toe.” 

Een andere manier waarop de vereniging aandacht aan diversiteit besteedt, is door zich niet louter op universiteitsstudenten te richten. “Dat heeft wel gevolgen voor de erkenning door Universiteit Antwerpen, maar universiteitsstudenten zijn een te select publiek; het is een grotere meerwaarde om de studenten van de hogeschool te betrekken.” Ook mensen van buiten Antwerpen en niet-studenten zijn welkom. 

Toch doet de naam Lilith onmiddellijk de vraag rijzen hoe intersectioneel een organisatie kan zijn die een duidelijke opstandigheid naar een bepaald religieus kader verraadt. “We hebben niet voor Lilith gekozen als een verwijzing naar de demon van de Bijbelse mythologie – eigenlijk is het Sumerisch van afkomst als we echt willen muggenziften – maar naar de feministische connotatie”, legt Sophie uit. “Binnen een feministische context zou je kunnen stellen dat ze de eerste vrouw was die niet wilde gehoorzamen. Ik kan buiten het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, n.v.d.r.) niemand bedenken die daar aanstoot aan neemt en ik denk sowieso niet dat zij onze standpunten delen. Daarnaast vind ik het vooral leuk klinken; de ‘l’ die terugkomt, dat rolt lekker ... Enfin, we zijn in ieder geval geen satanisten – al zijn die zijn ook welkom, hé,” lacht Sophie, “maar dat is niet de onderliggende boodschap.”  

 

de man in de kamer 

De olifant in de kamer dan: bij nogal wat mensen, ook studenten, heerst een beeld over feminisme waarbij louter gedacht wordt aan vrouwen die exhibitionistisch gedrag in kerken vertonen of een columniste die flirt met misandrie. Sophie wil niet zeggen dat dat soort activisme verkeerd is, maar het schiet toch bij nogal wat mensen in het verkeerde keelgat en zo gaat het dus ook wat aan het doel voorbij: “Ieder haar strijd, maar zelfs anno 2022 lijkt het helaas een primaire taak om te tonen dat feministen geen mannenhaters zijn. Iemand die zich had ingeschreven voor het openingsevent vroeg of haar partner mocht meekomen. Eigenlijk is dat vanzelfsprekend; ook mannen kunnen feministisch zijn – je bent welkom ongeacht hoe je je identificeert. We hebben trouwens ook een man in ons bestuur zitten. Als je meer genderevenwicht wil bereiken, is het fundamenteel dat er ook mannen in het gesprek zitten; een exclusieve vrouwenclub die niet met mannen wil converseren, gaat minder in beweging kunnen zetten.”

 

"Zelfs anno 2022 lijkt het helaas een primaire taak om te tonen dat feministen geen mannenhaters zijn."

 

Niet enkel feministische mannen zijn welkom, ook mensen die zichzelf niet meteen als feminist bestempelen zijn dat, op voorwaarde dat de omgeving veilig blijft. “Als een transvrouw te horen krijgt dat ze geen vrouw is of er racistische slurs of andere haatdragende taal begint te vallen, moeten we ons daar duidelijk tegen verzetten. Trolls die duidelijk met slechte bedoelingen komen, filter je er uiteindelijk wel uit.” Nochtans hoeft het niet om doelbewuste provocateurs te gaan. Het is moeilijker met mensen die werkelijk totaal ongeïnformeerd zijn en vanuit een naïeve positie soms erg defensief worden. "Zolang het niet aanvallend wordt en er langs beide kanten geluisterd wordt, geloof ik in de meerwaarde van interactie. Het moet mogelijk blijven om bedenkingen en vragen te hebben.” Respectvol debat als leidraad nemen, brengt dan weer een ander probleem met zich mee: tone policing (wanneer iemand, soms om redenen buiten diens macht, een verkeerde toon aanhaalt). “Het gaat zeker zoeken zijn, maar ik wil iedereen duidelijk maken dat ons bestuur aanspreekbaar is voor iedereen die zich niet welkom voelt.” 

Leken in het feminisme worden dus niet kortaf afgesnauwd met ‘educate yourself!’ als ze even niet mee zijn. “We zijn net een plek waar mensen die interesse hebben, kunnen bijleren,” stelt Sophie. “Dat geldt in de eerste plaats ook voor onszelf – we zullen met ons bestuur allemaal wel zaken horen die we nog nooit gehoord hebben. We zijn er dus niet om denigrerend te doen, maar proberen ons net toegankelijk op te stellen voor mensen met vragen.” 

 

de ivoren toren neerhalen 

Hoewel Lilith een plek is om te leren, wil Sophie vermijden te veel aandacht te geven aan definities en concepten. Net om dat leerproces toegankelijk te houden: “Als je je blindstaart op conceptualisering kom je ook nergens. Het is veel nuttiger om elke spreker het eigen kader te laten voorstellen. Meervoudigheid van betekenissen moet niet noodzakelijk een probleem zijn.” Er is ook een andere reden waarom Lilith overacademisch discours vermijdt. “Wanneer je een paper schrijft, is het logisch dat je je onderwerp goed moet afbakenen, maar we schrijven geen academisch onderzoek. Dat doen we als studenten al genoeg,” lacht Sophie. “We willen het academische kader ook niet vermijden hé, het blijft een valabel perspectief, maar je moet als organisatie dat naast andere kaders zetten. Zo zetten we op ons eerste event Samira Azabar en Henk de Smaele, beide academisch personeel van UAntwerpen, aan dezelfde tafel met Romy Slimbach en Michiko Lii, die hun activisme vooral op Instagram uiten. Influencers en academici kunnen op die manier wellicht ook een boel van elkaar leren.” 

 

"Als je je blindstaart op conceptualisering kom je nergens."

 

Wie zich verwacht aan de filosofische teksten van Beauvoir tot Manne analyseren komt dus van een kale reis thuis. “Uiteraard komen die ideeën hoe dan ook ter sprake,” stelt Sophie de wijsgeren gerust, “maar het is belangrijk dat het bevattelijk en toegankelijk blijft. Vooral ook voor mensen die misschien niet zo onderlegd zijn in de feministische theorie. Neem het concept ‘patriarchaat’ bijvoorbeeld: ik kan me wel vinden in dat concept en gebruik het dan ook regelmatig. Tegelijk wordt er soms wel snel naar de term gegrepen om ongelijkheden te verklaren zonder er dan dieper op in te gaan. Patriarchale structuren spelen hun parten, maar 'patriarchaat’ kan zo vaag gebruikt worden dat het voor veel mensen een signaal is om te stoppen met luisteren. Ik zou liever hebben dat er in zulke conversaties geëxpliceerd wordt wat men juist bedoelt.” 

 

lezen en lezingen 

Wat doet Lilith dan wel? Zelf spreken ze van studie- en cultuurgerichte evenementen. Sophie: “We houden drie filmvertoningen in De Klappei, een erg gezellige cinemazaal. Daar zullen ook gasten aanwezig zijn die de vragen en thematieken van de film (na)bespreken. De boekenclub bespreekt twee boeken per semester, Jilke en Michiline zijn daar verantwoordelijk voor. Het eerste boek is Women, Race & Class van Angela Davis. De opkomst daarvoor kunnen we moeilijk inschatten. Als die groot is, zullen we moeten opsplitsen; je kan geen boek bespreken met dertig mensen.” Daarnaast zijn er vooral lezingen en een feministische blog waarop iedereen terechtkan die zich geroepen voelt om feministisch geïnspireerde dingen te brengen. “Uiteraard hoort ons bestuur daarbij. Michiline zal voor Black History Month artikels schrijven over invloedrijke zwarte feministen. Nick gaat dan weer filmrecensies schrijven onder Nick’s Picks. Elise Pairon ontfermt zich over de samenstelling en de eindredactie.” Lilith zal sporadisch ook enkele ontspannende activiteiten organiseren zoals een quiz om wat geld in de kassa te krijgen, maar aan andere typische studentenclubactiviteiten zoals dopen en feestjes doen ze niet. “Ik neem daar geen aanstoot aan, maar dan verval je snel in iets waar niet iedereen zich welkom voelt. Ik hoop wel om ooit een paaldansles te kunnen geven.” 

 

"‘Patriarchaat’ kan zo vaag gebruikt worden dat het voor veel mensen een signaal is om te stoppen met luisteren."

 

Bij het verschijnen van dit artikel zal het openingsevenement al voorbij zijn. “We hebben erover nagedacht om onmiddellijk een debat te houden, maar omdat we de toon goed wilden zetten zijn we begonnen met een iets braver panelgesprek. Ook omdat we gewoon duidelijk wilden maken welke thema’s er later op het academiejaar naar voren zullen komen.” In de toekomst staan er wel scherpere gesprekken op het programma. Debatten tussen feministes met tegenstrijdige meningen sluit Sophie niet uit. “Zo hebben we een lezing door Nyanchama Okemwa: een afri-feministe die zevenentwintig jaar geleden naar België gekomen is en onder meer rond vrouwenbesnijdenis werkt. Er wordt vanuit de Westerse landen heel snel kritiek geleverd op bepaalde gebruiken – in dit geval zeker ook terecht – maar zonder op de hoogte te zijn van de betekenis of de nuances die bij de gebruiken horen. Dat soort inzichten vind ik waardevol; ik denk niet dat je feministen vindt die vóór vrouwenbesnijdenis zijn, maar het is wel belangrijk om niet in een neokoloniaal discours te vervallen.” 

 

eenvoud in meervoud 

Het bestuur van Lilith weet dat het op bepaalde momenten ongemakkelijk zal worden. “Als het allemaal gemakkelijk en comfortabel zou zijn, zijn we waarschijnlijk niet goed bezig. Sekswerk is een goed voorbeeld. Sommigen zullen vernieuwingen als OnlyFans als emancipatie zien: een vrouw die openlijk haar seksualiteit durft te beleven. Anderen vinden het een degoutant gevolg van de objectivering van de vrouw.” Een ander klassiek voorbeeld is het hoofddoekendebat. “De al vermelde panelspreker Samira Azabar is lid van BOEH!, wat staat voor Baas Over Eigen Hoofd. (Ze publiceerde ook een boek onder dezelfde naam, n.v.d.r.). Zelf vind ik dat een goed uitgangspunt, maar er zijn ook andere feministen die zo’n hoofddoek net een schoolvoorbeeld van patriarchale onderdrukking vinden. Het is volgens mij wel interessanter om een vrouw aan het woord te laten die het persoonlijk als onderdrukking ervaren heeft dan iemand die dat vanuit een meer radicaal atheïsme predikt.” 

Wat Sophie met Lilith vooral wil meegeven is die meervoudigheid van feminisme. “Mensen die een grote afkeer hebben van ‘al dat feminisme’, daar kan ik wat lastig van worden: het is geen homogene stroming waar je ‘voor’ of ‘tegen’ bent. Ik kan mij ook heus niet honderd procent in elke feminist op aarde vinden; het feminisme vandaag is niet met dezelfde vragen bezig als de suffragettes en dat hoeft ook niet. Hoe het wél ingevuld moet worden, is een open vraag waar iedereen een eigen antwoord op kan vinden in Lilith Collectief.”