04/12/2025
 [ALLES OVER ONDERZOEK EN BIER MET VICERECTOR MAARTEN WEYN] (© [UAntwerpen (extern)] | dwars)
🖋: 

De rector en zijn team. Het zijn belangrijke mensen die veel weten, doen en vergaderen. Maar wat doen ze nu echt? Hoe kijken ze naar de problemen binnen en buiten onze universiteit? In een openhartig gesprek met dwars vertelt vicerector Onderzoek en Impact Maarten Weyn over zijn eerste jaar als vicerector, zijn visie als onderzoeker en de verrassende voordelen van bierbrouwen.
 

Wat is de visie van UAntwerpen op onderzoek? 

Als universiteit willen we impact hebben en op een nuttige manier bijdragen aan de wetenschap en de maatschappij, zowel nationaal als internationaal. We willen kritisch naar bestaand onderzoek kijken en het verbreden. Als dynamische universiteit willen we dat ook interdisciplinair doen. Tegelijkertijd gaat het niet enkel om kennisontwikkeling. Terwijl je onderzoek doet, ontwikkel je ook talent: je leert data analyseren, experimenten uitvoeren en je ontwikkelt soft skills. Die twee samen willen we zoveel mogelijk binnen het kader dat er is – mensen, budgetten, locaties, ... – stimuleren.

We zetten ook sterk in op het versterken van onze externe linken. Meer dan maandelijks zit ik samen met alle andere spelers van het Vlaamse onderzoeks­ecosysteem op het kabinet van minister-president Diependaele om onderzoek meer vanuit de regio te bekijken: hoe kunnen we samen, als regio, vooruitgaan? We willen zoveel mogelijk samenwerken. Vroeger was dat niet altijd het geval. Ook budgettair is dat belangrijk. Het heeft geen zin dat wij hier veel geld investeren in een bepaalde grote onderzoeksinfrastructuur als die al ergens anders staat. We gebruiken het geld dan beter voor infrastructuur die hier wel uniek kan zijn. 


Een belangrijk speerpunt tijdens de campagne van rector Herwig Leirs was het verminderen van de interne competitie. Hoe gaat het daarmee? 

Er waren eigenlijk twee oorzaken van interne competitie. Wanneer je een intern doctoraatsproject indiende, schreef je een heel onderzoeksplan. Intern werd dat geëvalueerd en een ranking opgesteld. Op basis daarvan werden dan bestaande budgetten toegekend. Ten eerste kostte dat intern veel tijd: er is maar een beperkt aantal leescommissies die over brede domeinen evaluaties moeten doen. Daarbij zagen we ook dat wanneer onderzoek inhoudelijk minder goed te vergelijken is, er veel naar het cv van de promotoren werd gekeken. We hadden ook een vergelijkbaar traject voor grotere onderzoeksprojecten. Ook dat hebben we afgeschaft. Beide zijn vanaf 2026 vervangen door de zaai­financiering. Als je bewezen hebt dat je onderzoek kan doen, kan je een ticket – en daarmee dus geld – krijgen om zelf (samen met anderen) onderzoek te doen. Zo willen we bottom-upinitiatieven stimuleren, zonder interne competitie. 

Hoe bent u vicerector geworden?

Herwig en ik zijn samen founders van een spin-off, IoSA (Internet of Small Animals). Daar zijn we bezig met trackers die heel kleine dieren kunnen tracken. Samen met de andere co-oprichters hadden we een vergadering en we wilden daarna nog even iets eten. We zaten in een pizzeria toen Herwig vroeg: “Zou vicerector Onderzoek iets voor u zijn?” Ik heb dat toen eigenlijk weggelachen. “Zot”, zei ik.

Pas tijdens de zomer daarna heb ik Herwig een berichtje gestuurd om te vragen of dat eigenlijk een serieus voorstel was. Toen bleek van wel, ben ik met een aantal mensen van de universiteit gaan praten om te horen: wat is die job juist, is dat combineerbaar met andere dingen, kan ik dit …? Daarna heb ik met Herwig veel gepraat om te kijken of onze visies matchen. Ik heb er ook lang met mijn vrouw over gepraat. Het is natuurlijk belangrijk dat je nog een gezin overhoudt na zo’n tijdperk. 

Zijn er dingen die u in uw eerste jaar als vicerector hebben verrast? 

De externe rol van een vicerector Onderzoek is enorm groot. Ik had eigenlijk vooral de interne rol bekeken, maar ik zit zeer regelmatig samen met externe partners zoals onderzoekscentra, collega’s van andere universiteiten of politieke beleidsvertegenwoordigers. Dat is wel iets wat nieuw is voor mij. Vorige maand ben ik bijvoorbeeld mee op economische missie geweest naar Californië met de kroonprinses en verschillende ministers. Je merkt dan wel dat er als vicerector deuren opengaan die normaal gesloten blijven.

Je wordt ook ineens in allerlei andere zaken geworpen, zoals het feit dat je als vicerector mee een organisatie van vijf- à zesduizend mensen leidt. Daarnaast is er ook plots iemand die je agenda helemaal beheert, wat eigenlijk wel bizar is, want ondertussen kent Sandy – mijn assistente – meer van mijn leven dan mijn eigen vrouw.

U bent zelf actief in een grote onderzoeksgroep. Hoe is het om nu aan de andere kant te staan als vicerector Onderzoek?

Nu ik een breder zicht heb op het waarom van bepaalde zaken klaag ik toch veel minder. Als onderzoeker kan het vervelend zijn wanneer iets niet werkt of niet georganiseerd is zoals je wil, maar meestal zijn hier – weet ik nu, meer en meer – goede of historische redenen voor. Als het een slechte reden is en verandering haalbaar is, dan kan je er wel iets aan doen. De grootste beperking van mensen is hun eigen fantasie: ze blijven soms te veel in hun eigen denkkader vastzitten omdat ze dat kennen.
 
Doorgaan op traditie is iets wat je te veel ziet binnen organisaties. Je kent misschien wel het verhaal over aapjes in een kamer met een paal en bananen. In het midden van die kamer staat er een paal met daarbovenop bananen, maar op die paal staat elektriciteit. Eerst proberen de aapjes de bananen te pakken door naar boven te klimmen, maar elke keer dat ze de paal raken, krijgen ze een schok. Na een tijdje komt er dus geen enkele aap meer bij de paal. Daarna vervangen de onderzoekers de aapjes één voor één totdat op een gegeven moment alle aapjes zijn vervangen en geen enkel aapje nog weet dat er op de paal elektriciteit staat. Toch is er geen enkele aap die nog naar boven probeert te klimmen. Alle aapjes hebben elkaar aangeleerd dat ze de paal niet mogen aanraken, maar niemand weet nog waarom. Dat gebeurt soms ook in organisaties. Er wordt te weinig de vraag gesteld: waarom doen we dit nu op deze manier? In veel vergaderingen leg ik daarom bewust zaken waarvan we de conclusie eigenlijk al weten toch op tafel, zodat iedereen tenminste begrijpt waarom we het op een bepaalde manier doen.
 
Het voordeel is dat je als professor, onderzoeker, onderzoeksgroepleider en vicerector de verschillende kanten kent en dus in staat bent om een aantal zaken te relativeren. Je hebt namelijk maar 24 uur per dag en zeven dagen per week en je moet proberen daar het meeste uit te halen.

U zegt dat een dag maar 24 uur telt. Heeft u nog tijd om bier te brouwen? 

(lacht) Ik heb dit jaar maar één keer bier gebrouwen; ik heb er nu eigenlijk geen tijd meer voor. Ik heb vorig jaar wel mijn boek Bier!? afgewerkt. Door dat boek te schrijven, heb ik een enorme waardering gekregen voor geschiedenis. Wat er vroeger is gebeurd, heeft allemaal impact op wat er nu is. De Natufiërs van 13.000 jaar geleden en later de Egyptenaren hebben bijvoorbeeld impact op het bier dat wij nu hier drinken. Er zijn veel dingen die wij nu doen en normaal vinden, maar die zijn ontstaan uit toevalligheden of zaken waar we in het verleden  geen controle over hadden. Ik ben mijn werk daardoor meer gaan bekijken zoals de Wat Als?-serie. Wat zou nog kunnen en hoe kunnen wij dat mogelijk maken?
 
Het is nooit zo bedoeld, maar het blijkt de beste networking tool ever. Het is een manier om met mensen in gesprek te raken; zodra zij horen dat je bier brouwt, ontstaat er vanzelf een conversatie. Zo leg je linken en vorm je een netwerk van mensen die je kan opbellen om vragen te stellen of gedachten mee uit te wisselen. Dat is enorm waardevol en hoe diverser dat netwerk, hoe plezanter.

Heeft u nog advies voor studenten? 

Ik was eigenlijk zelf een heel slechte student. Op mijn achttiende ben ik begonnen met Informatica, maar ik had toen ook mijn eerste eigen bedrijf opgericht, was groepsleider in de KSA, had mee de VSK (Vlaamse Scholierenkoepel) opgericht en was voorzitter van de Europese overkoepelingen daarvan. Na een paar tweede zitten had ik in het derde jaar door dat dat in combinatie met Informatica te moeilijk was. Ik ben toen aan de hogeschool Industrieel Ingenieur gaan studeren. Ook toen vond ik het plezant om veel dingen te combineren. Ik had zoiets van ‘als ik erdoor ben, is het goed genoeg’. Tot het allerlaatste jaar: daar wilde ik laten zien wat ik kon. Ik ben uiteindelijk afgestudeerd met grootste onderscheiding en heb daarna een doctoraat Informatica gedaan. Bepaal zelf waar je op focust en als je je studies met bepaalde passies kan combineren, dan ga je nog keiver geraken. School is niet alles, passie wel. Beslis niet blindelings waar je naartoe wil gaan, beslis welke opportuniteiten je wil openhouden. Loop je traject, amuseer je, maar als je iets doet: ga er dan ook echt voor.
 



editoriaal

04/12/2025
[IK PLAN, DUS IK BEN] (© [Ine Cuypers] | dwars)
🖋: 
Auteur

“Ik heb geen planning”, zei het konijn. “Ik ook niet”, antwoordde een ander konijn instemmend. “Plannen is key. Ik plan, dus ik ben”, stelde een derde konijn terwijl ze met haar poot paarse pastelmarkeerstift van haar vacht probeerde te wrijven. “Zonder te plannen lukt het me niet alles te doen wat ik wil”, voegde ze toe. Het tweede konijn vroeg pesterig en suggestief: “En met een planning wel?”, waarop het plankonijn toegaf: “Ook dan niet.”
 

De ‘Ik plan, dus ik ben’-club wordt, hoe dichter we bij de examens komen, groter en groter. Steeds meer van ons delen hun dagen in aan de hand van agenda’s en planners. Gisteren studeerde ik in de bib, mijn gedachten dwaalden af en mijn oren namen deel aan het gesprek naast me. Twee vriendinnen praatten vol lof over hun aesthetically pleasing planning. Terwijl ik daar zat, probeerde ik me voor te stellen hoe gelukkig ik zelf zou worden van een duidelijke planning. Niet heel erg.

Zelf plan ik wel, maar niet overmatig. De onvoorspelbaarheid van het leven laat zich nu eenmaal niet vangen in een vakje. Daar in dat vakje zit vaak, bij mij en bij jou, het probleem. Het vakje laat geen ruimte voor emoties, moeheid, vrienden die plots bellen met nieuws over hun liefdesleven, je eigen liefdesleven of een eindeloos verlangen naar je bed. Een planning, leuk, maar dan? Weet jij het? Stuur een lezersbrief. Weet je het niet? Stuur dan geen lezersbrief, zou gek zijn.

“Vind jij de examenperiode eigenlijk spannend?”, onderbrak het konijn het gesprek in de hoop op een medestander. “Nee, ik ben geen stresskip”, antwoorde het andere konijn. “Er zit nog wel veel tussen iets spannend vinden en een stresskip zijn. Het is niet zwart-wit”, deelde het derde konijn terwijl ze bijna alle markeerstift van haar vacht had gewreven.
 
Al bijna breekt de grand finale van het eerste semester aan: nachtelijke – of ochtendlijke, dat werkt bij mij vaak beter – studeersessies zullen de hiaten in je kennis – excuseer: in je huidige planning – moeten opvullen. Adem diep in en denk eraan: een stresskip is niet per se overspannen en een angsthaas kan ook succesvol zijn. En adem uit. Toch tweede zit? Geen zorgen. Je kan altijd nog bierbrouwen en vicerector worden, heb ik deze editie geleerd.



progress lost

04/12/2025
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Ergens in de verre toekomst is de mensheid eindelijk uitgeroeid door een virus dat door de klimaatverandering uit permafrost kon ontsnappen. Gelukkig konden enkele computerspecialisten op het laatste moment nog een digitale wereld programmeren, alwaar artificiële intelligentie de mensheid toch nog even kan overleven. Dat is zowat de premisse van The Talos Principle (verwijzend naar een bronzen man uit de Griekse mythologie). Het spel speelt zich verder volledig af in deze virtuele wereld en draait rond de filosofische vraag of de mensheid nu wel of niet verder leeft in haar schepping. Zoals het filosofen betaamt, blijft bij dit alles niet enkel de vraag naar de zin van het leven onbeslist, maar zelfs de vraag of de mensheid zichzelf kapot heeft gemaakt of gewoon verdwijnt als een volgende logische stap in de evolutie. Duidelijke antwoorden (en zelfs heldere vragen) zijn niet de sterkste kant van The Talos Principle.
 

Voor de wat minder bijbelvaste lezers ben ik zo vrij om even in herinnering te brengen dat Jahwe in het scheppingsverhaal van het boek Genesis, zijn versgeschapen mensen een tuin geeft om in te spelen en in een beweging ook het verbod om te eten van de vruchten van de boom die kennisgeeft over goed en kwaad. Wanneer de verleider erin slaagt om de mens dit verbod te doen overtreden, verliest deze zijn onschuld en wordt verbannen uit het paradijs. De menselijke zijnsconditie die hieruit ontstaat wordt doorgaans de zondeval geheten, wat zeker geen verkeerde term is om het brutale moment te omschrijven waarop een kind of een volk volwassen wordt en tot zijn verbijstering ontdekt dat het naakt en kwetsbaar in een onverschillige wereld werd geworpen. 

In The Talos Principle luistert het besturingssysteem niet naar de erg materieel voorgestelde Godsnaam Jahwe, maar naar de iets abstractere en ook wat recentere oudtestamentische naam Elohim. Deze geeft zijn onderdanen – stuk voor stuk nieuw geprogrammeerde artificiële intelligenties – een wereld vol puzzels en uitdagingen, maar verbiedt hen om de centrale toren in zijn domein te beklimmen. In deze volledig seculiere variant van het scheppingsverhaal verschilt de functie van Elohim bijgevolg weinig van die van Windows 11 – dat andere almachtige besturingssysteem dat tot onze frustratie een groot stuk van onze levens beheerst. Al snel blijkt ook dat beide systemen gemeen hebben dat ze vol programmeerfouten zitten. 

De verleider in dit digitaal Getename – het knekelenveld waarop God zijn straffen voltrekt – is deze keer geen slang, maar de Milton Library Assistant. Dat is een verwijzing naar – U raadt het al – Paradise Lost, het bekende werk van John Milton over de zondeval. Helaas heeft de secularisatie ook dit monument geen goed gedaan, want de verleider komt niet verder dan pretentieus gewauwel doorspekt met wat filosofische clichés. Tot overmaat van ramp doen de steeds duidelijker wordende gebreken van Elohim de theologische basis van heel deze constructie wankelen – God en feilbaarheid gaan slecht samen – en wat overblijft zijn wat pseudo-rationele cirkelredeneringen van Milton die meestal eindigen in zelfbeklag. Het leidde me tot de bedenking dat The Talos Principle minder over Genesis gaat en eerder over een wat minder bekende bijbelboek: Klaagliederen. Thomas Van Aquino stelde in volle duistere Middeleeuwen reeds dat de filosofie de dienstmaagd is van de theologie en dit spel bewijst dat ze dat beter was gebleven. The Talos Principle doet denken aan het soort van filosofen dat zich schijnbaar warmt aan de gloed van de rede, maar liever blijft huilen met de wolven in het bos – steeds bereid om elk idee dat even standhoudt in stukken te scheuren maar tegelijk stiekem hopend iemand zich hun ellendige lot aantrekt.

Ook het onvermijdelijke intellectueel ejaculeren op onze kostbare religieuze tradities dat bij dit soort van peristaltische filosofie hoort, blijft in The Talos Principle niet achterwege. Het seculiere scheppingsverhaal verdient op zich al een eigen hoofdstuk in het grote boek der clichés. Ik moest evenwel – en met mij waarschijnlijk iedereen die wel nog iets van religieuze vezels in het postmoderne lichaam heeft – onwillekeurig met de ogen rollen bij het horen van het lied ‘Ave Maria … Virgo Serena’ van Josquin des Prez (1485) dat tijdens het startmenu speelt. Dat is bloedmooi, maar had nooit in deze context mogen gebruikt worden. De moeder van Christus – de vrouw die het kind gebaard heeft dat door zijn offer de mensheid uit de zondeval bevrijdt – wordt in deze context gereduceerd tot een droefgeestig sfeerelement. Dit soort gratuite grepen uit de grabbelton van de religie tonen, naast de impotentie van de rede om echt betekenisvol te zijn, vooral dat de zondeval in elke mens nog steeds een frustrerende en bittere realiteit is. 

Al bij al een gemiste kans dus dat het plot van dit spel niet draait rond het overwinnen van het menselijke tekort, maar rond het trotseren van een kapotte computer en het beklimmen van diens vermaledijde toren. Een feilbaar besturingssysteem dat luistert naar een Godsnaam verschilt tenslotte weinig van een valse profeet, die door Christus zelf al werd omschreven als iemand die komt in schaapskleren, maar vanbinnen een roofzuchtige wolf is. “’Aan hun vruchten zult ge ze kennen’ zegt hij er nog bij, terwijl ze de eerste nagel al in zijn polsen slaan” (Mt 7,15). 

Rest mij nog te vermelden dat de puzzels in The Talos Principle bij momenten prettig wegspelen, maar veel vaker onduidelijk en rommelig zijn opgebouwd. Niet dat het spel op zich geen bestaansreden heeft, maar first person puzzle games als The Turing Test of Magrunner en het onovertroffen Portal 2 brengen in ieder geval veel beter puzzelwerk met veel minder pretentie. Intussen is er wel een grafische update van het spel (‘Reawakened’) verschenen en ook een tweede deel dat zich klaarblijkelijk in de echte wereld afspeelt met echte robots. Van enige menselijkheid is dan al lang geen spoor meer te bekennen.



polyamorie, ai en horrordebuten

27/11/2025
[DOOR EEN APORIE IN AI-AMSTERDAM MET LINGUA'S KORTFILMFESTIVAL ] (© [Thor Willems (extern)] | dwars)
🖋: 
Auteur

Zag je ooit een AI-schilder, een jumpscare en polyamoreuze jongeren tijdens één cinemabezoek? dwars wel! Op het vijftiende Kortfilmfestival van Lingua, de departementsclub Taal- en Letterkunde & Toegepaste Taalkunde, kwam het allemaal aan bod. Volgens vertrouwd recept konden zowel studenten met een achtergrond in filmmaken als andere filmliefhebbers een inzending voordragen. Dit jaar bestond de professionele jury uit onder andere Aimé Claeys en Lilith Pas.
 

In De Studio kwam er een gevarieerde selectie van genres aan bod. Naast de obligatoire romantiekjes was er veel ruimte voor experimentele tapes. Van Rijn door Finn van Lonkhuijsen sprong daarbij in het oog. Deze film een AI-creatie noemen, doet het te weinig eer aan. De beelden werden wel degelijk in werkelijkheid geschoten en pas daarna bewerkt met een AI-filter. De computer toverde een greenscreenstudio om tot zeventiende-eeuws Amsterdam. Daarin zagen we een koppige Rembrandt het primaat van de kunstenaar verdedigen tegen de druk van geld en macht. Hallo, Sam Altman? 


Een opmerkelijk debuut was er met APORIA-HORROR door Dani Van Linden. In een moedige film legde ze haar schaamte bloot over de pijnlijke kloof tussen haar droom om filmmaakster te worden en het materialiseren van die droom. Aporie, een weifelachtige impasse, komt tot uitdrukking in de moeilijke stap van mooie woorden op papier naar het witte doek. De meta-ervaring over het maken van een eerste film viel in de smaak bij het publiek. Al tussen de vertoningen door werd er gespeculeerd over een mogelijke debuutwinst voor Dani Van Linden. Zover kwam het niet; andere inzendingen staken er filmtechnisch bovenuit. 

De winst bij de categorie ‘filmliefhebbers’ ging uiteindelijk naar Uit de zon van Poespas Producties, een productiehuis opgericht door acht vrienden dat zich specialiseert in het maken van kortfilms en muziek- en theaterprojecten. In Uit de zon zagen we “een ode aan het jong zijn”. Vier jongelui drinken wijn en bedrijven schijnbaar polyamorie, en zeggen gelukkig te zijn. De kleuren op beeld waren rijp, het acteerwerk puik en de outfits bedrieglijk eenvoudig. Wie al eens vintage shopt, hoopt dat zijn/haar candid foto’s er zo uitzien. Doch, kwatongen zouden deze kortfilm een remake van Call Me by Your Name noemen. Andere achterklappers zouden spreken over prachtig uitgevoerde middelmatigheid. Uit de zon was in ieder geval de inzending die bij de dwarsredactie de meeste discussie teweegbracht. Wie beroert, wordt beloerd. Al bij al een terechte winnaar, dus. 

Het Kortfilmfestival is een mooi podium voor jonge filmmakers om hun werk te delen met de wereld. Voor wie volop aan het experimenteren is met beeld en geluid, wie hoopt een eerste review op Letterboxd in de wacht te slepen, of wie gewoon de mama trots wil maken, biedt Lingua een uitstekende gelegenheid. Dat regisseurs van allerlei slag hier aan hun trekken komen, kan echter ook een nadeel zijn. Sommige producties in de categorie ‘filmliefhebbers’ hebben een budget dat groter is dan het BBP van sommige landen. Het is moeilijk om een kortfilm die werd gemaakt met (bij wijze van spreken) huis-tuin-keukenmateriaal te vergelijken met een kortfilm die werd gemaakt met kanonnen van camera’s. Bij de filmliefhebbers wordt er gestreden met ongelijke wapens, en dat is zowel voor de ‘echte’ amateurs als voor de high-end producties jammer.

 



cultuur in antwerpen

20/11/2025
 [MAGRITTE IN KMSKA] (© [Laurens Verhaegen] | dwars)

In 1938 geeft Magritte uitzonderlijk een lezing over zijn werk in het KMSKA met “La ligne de vie” als titel. Een goede negentig jaar later is hij daar onder dezelfde titel opnieuw te horen, nu met behulp van AI. Zijn lezing klinkt in elke ruimte en geeft meer informatie over de werken die er hangen. De expositie belooft een ontdekkingstocht te worden van de evolutie van Magrittes stijl, maar is ze een bezoek waard? dwars zoekt het uit en stelt de tentoonstelling (met gids) op de proef tijdens het persmoment.
 

La ligne de vie

 

                      Het liefdeslied


Magritte debuteert in 1920 met kubistische schilderijen, gekenmerkt door geometrische vormen en verschillende perspectieven. Na zijn studies aan de Academie van Brussel ontwikkelt hij zijn eigen stijl en Margritte raakt gefascineerd door de werken van Giorgio de Chirico. “Onder andere Het liefdeslied (1914) zal Magritte inspireren voor zijn latere kunstwerk”, vertelt de gids ons. 
 

Zestien september
Zestien september (1956)

We zien de vertrouwde elementen terugkeren die geassocieerd worden met Magrittes werk: de wolken, de mysterieuze grijze bol en het vrouwenlichaam. Objecten lijken onverklaarbaar te zweven of bevinden zich op plekken waar je ze niet verwacht. Denk hierbij bij voorbeeld aan de maan die zich in een boom bevindt in Zestien september

 




Verder hebben veel van zijn schilderijen bijzondere titels zoals Het heden, De aanslag, Verdorie! en De verdachte. Die titels lijken op het eerste gezicht geen enkele relatie met het schilderij zelf te hebben. Magritte bedacht dan ook met opzet titels om te choqueren, weet de gids ons te vertellen: “Zijn doel is niet om te verklaren, maar om te voorkomen dat schilderijen automatisch betekenis zouden krijgen.”
 

Experimenteerdrang
 

                      Experimenteerdrang

Doorheen de tentoonstelling valt op dat Magritte veel experimenteerde met stijl. Hij waagde zich aan verschillende stromingen, maar ook aan diverse materialen. Hij raakte geïnspireerd door Max Ernst en waagde zich zo ook aan enkele collages, die hier te bezichtigen zijn. De gids wijst op de surrealistische kenmerken van de collages: “Dat hij experimenteert met een nieuwe stijl, maar tegelijkertijd zijn eigen handtekening zoekt, is typisch voor Magritte.” Al snel maakt hij zijn eigen ding van de collagetechniek door deze te schilderen in plaats van kleven.
 

Renoir-periode

Tijdens de Tweede Wereldoorlog beleeft Magritte zijn “Renoir-periode”, een verwijzing naar de Franse impressionist die hem inspireerde. In donkere tijden kiest hij voor zachte pastelkleuren en losse penseeltoetsen. Er vindt een stijlbreuk plaats en zijn schilderijen uit deze periode zijn dan ook moeilijker te traceren naar zijn hand. Alleen wijzen de mysterieuze voorwerpen af en toe in zijn richting. Deze fase van Magritte kon destijds op kritiek rekenen, zo ook van de Franse surrealist André Breton, grondlegger van het surrealisme. Hij zou de Renoir-werken van Magritte in 1947 tijdens een internationale tentoonstelling van surrealisme in Parijs zelfs naar een zijzaal verplaatsen – het einde van de vriendschap tussen de twee.

                                         Renoir-periode


Vache-periode

Dat hij een onafhankelijk en tegendraads karakter heeft, bewijst Magritte in 1948 wanneer hij zijn eerste solotentoonstelling in Parijs krijgt. In zijn zogenoemde ‘Vache-periode’ wisselt hij vrolijke pasteltinten in voor felle, schreeuwerige kleuren en brutale (Frans: vache) penseelstroken. Hij kaart in deze karikaturale schilderstijl onderwerpen aan als seks, geweld en absurditeit. De gids nuanceert de context: “Aanvankelijk werd deze stijlbreuk gezien als een artistieke zelfmoord en uiteindelijk was het zijn echtgenote Georgette Berger die Magritte kon overtuigen om terug te keren naar zijn vroegere stijl.” De Vache-werken zijn alleszins een verworven smaak.

Belgisch surrealisme

 

Mariën_surrealisme


Aan het einde van de expo komen ook andere surrealisten aan bod die zich lieten inspireren door Magritte. Vooral de Antwerpse surrealist Marcel Mariën wordt uitgelicht. We zien niet alleen hun schilderijen maar ook bizarre kunstobjecten, zoals een bril voor cyclopen. Bezoekers met overschot aan tijd kunnen in de laatste ruimte, de bijna 40-minuten durende surrealistische film L’imitation du cinema van Mariën bekijken. Voor wie daarna nog niet genoeg heeft van Magritte is zijn originele lezing uit 1938 aan het einde van de voorstelling te beluisteren, vergezeld door een diavoorstelling. 
 

receptie magritte

Terwijl de tentoonstelling geen exhaustief portfolio weergeeft, belicht ze wel de diverse stijlen waarin Magritte geschilderd heeft. Zoals eerder gezegd worden de werken vergezeld door geluidsfragmenten van Magrittes speech in het KMSKA uit 1938, die met artificiële intelligentie gereconstrueerd werden. Deze fragmenten geven extra context aan de werken, al houdt Magritte het graag mysterieus. Volgens dwars is deze tentoonstelling alvast het bezoeken waard. Ze biedt een laagdrempelige instap in het surrealisme voor beginners, terwijl liefhebbers van Magritte zijn nooit eerder gepubliceerde speech uit 1938 kunnen beluisterde in zijn door AI gereconstrueerde stem. Bij de receptie achteraf genoten we van de mimosa’s en zalmsalade; bij dwars hoeft het tenslotte niet altijd decadent te zijn.

Magritte rating

 

 

 

 

Bezoek Magritte. La ligne de vie vanaf 15 november 2025 tot en met 22 februari 2026 in het KMSKA. Tickets voor -26 jaar kosten €10. Meer info op de website van het KMSKA

 



05/11/2025
 [UITBUIKEN] (© [Rabiatou Jalloh] | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie buigen we ons over uitbuiken.
 

De middag: het moment waarop je na een intense voormiddag eindelijk je maag kan vullen met een lekker broodje of een portie frietjes. Wetend dat je in de namiddag weer minstens drie uur les moet volgen, is het belangrijk om wat extra brandstoffen binnen te halen. Je gaat met je vrienden naar komida en verwent jezelf met het hele menu daar. Je eet gezellig samen tot er niets meer op je bord ligt. Na het middagmaal wordt het tijd om je eten te laten zakken, oftewel: om uit te buiken. Uitbuiken verleidt je om langer aan tafel te zitten of buiten ergens gezellig te gaan liggen. Dat zijn eigenlijk de enige twee opties om je eten te verteren, want met een volle maag zit sporten er niet in. De term ‘uitbuiken’ verwees oorspronkelijk naar het vooruitsteken van de buik, maar nu is het een synoniem voor ‘uitzakken’ of ‘natafelen’. ‘Uitbuiken’ zou echter verwijzen naar iets wat je alleen doet, terwijl je ‘natafelen’ eerder samendoet met anderen. De meeste woordenboeken halen dat aspect van alleen of samen niet per se aan, waardoor de twee werkwoorden eigenlijk uitwisselbaar zijn. Deze vorm van ontspanning is hoe dan ook zeer belangrijk voor de vertering van het eten.

Bij een goede levensstijl hoort ook een goede spijsvertering. Dat bereik je door alles rustig te doen tijdens het eetmoment, zowel het kauwen als je eten voldoende laten zakken. Door snel te eten en meteen aan de volgende activiteit te beginnen, vererger je het spijsverteringsproces alleen maar. Een goed gevoel in de buik zit er dan niet meer in en dan moet je nog paar uur les volhouden. 

Uitbuiken is niet geheel abnormaal in het dagelijkse leven, maar zal vaker voorkomen bij verjaardagen of als de feestdagen in aantocht zijn. Tijdens je verjaardag kan je uitkijken naar een feest bij je thuis, waar je gezellig met vrienden of familie kan genieten van heerlijke taarten of andere gebakjes. Op kerstavond en kerstdag schuift iedereen aan tafel om overladen te worden met een heel kerstbuffet van kalkoen overgoten met wildsaus, met daarbij nog boontjes en een gratin dauphinois. Al dat lekker eten kan je dan gezellig laten zakken. Dat zijn de momenten waarop uitbuiken het enige werkwoord is dat je kan vervoegen.

Na een lekkere maaltijd is het dus noodzakelijk om je eten rustig te laten zakken. Uitbuiken zou een gewoonte moeten zijn bij studenten die genieten van een gezellige namiddag, tenzij de docenten hen geen uur middagpauze gunnen. Bij een gezonde vertering horen gezonde gewoontes. Hou deze ook aan tijdens de feestdagen, zodat al dat heerlijke eten zachter gaat aanvoelen in je buik.



05/11/2025
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal het eerste. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over cafémenu’s die verscholen zitten achter een QR-code. 
 

Ik moet iets bekennen. Ik had niet verwacht dat ik me ooit nog zou verlagen tot de dieptes van woede en frustratie na het afronden van de vorige Haatfabriek. Ik was uitgehaat, had de final boss van negativiteit verslagen en was verdergegaan met mijn leven. Tot nu. Er is me weer iets vreselijks overkomen en jullie zullen het allemaal geweten hebben.

Je kent het wel. Je bent eindelijk eens weg van alle schermen, weg van je schoolwerk of van de schermen waarmee je je schoolwerk uitstelt. Je hebt met je vrienden afgesproken en gaat zitten op een terras om een welverdiend drankje te doen. Reconnecting. Alles is leuk. Exact zo verliep het gisteren toen ik afsprak met de oud-kernredactie die twee jaar geleden ieders favoriete studentenblad in goede banen leidde. Ik kwam als laatste aan, ging zitten en na iedereen te hebben geüpdatet over mijn huidige leven wou ik op de kaart kijken om een drankje te bestellen. Toen zag ik een plakkaatje met een QR-code dat met schroeven aan de tafel vasthing en wist ik hoe laat het was. Het tijdstip kwam namelijk tevoorschijn op mijn telefoon onderweg naar mijn camera om de code te scannen. Weg sfeer. Nu zit ik op mijn gsm terwijl de rest diep in elkaars ogen kan kijken. 

Als persoon met een ernstig besluiteloosheidssyndroom komt dit nog harder binnen. Ik moet namelijk een keuze maken tussen Tripel d’Anvers en Westmalle terwijl er zich in mij een enorme ontgoocheling afspeelt. Ik moet ook eindeloos scrollen tussen verschillende secties van het menu in plaats van in één oogopslag herinnerd te worden aan de verschillende categorieën van bestelbare goedjes. Het pad naar de vreugde die je voelt als je het perfecte drankje hebt gekozen, was nog nooit zo moeilijk. Ondertussen mis ik de fantastische verhalen die ongetwijfeld de ronde gaan terwijl ik snel even een berichtje beantwoord dat binnenkomt. Ik open Instagram en onderweg naar dat bericht zie ik een post voorbijkomen over de recente betogingen in Brussel. Nog meer woede en frustratie. De wereld is helemaal om zeep. Wat deed ik ook alweer op mijn telefoon? Oh ja, ik ging een drankje bestellen. 

Kleine disclaimer voor als je je aangesproken voelt: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Als je diep gekwetst bent, kun je me altijd een mailtje sturen met een QR-code naar een eigen mini-Haatfabriek. Dan maken we van de volgende editie een collaboratie.



05/11/2025
 [HET HOTEL: MURDER MEETS MINDFULNESS] (© [Otto Van Kerckhove] | dwars)
🖋: 
Auteur

Aan de ruige kust van Dorset opent Francesca Meadows haar luxueuze resort The Manor: een paradijs van rust, rijkdom en spirituele vernieuwing. Op het terrein waar ooit het landhuis van haar grootouders stond, creëert Francesca een plek waar de elite tot zichzelf kan komen met yoga, healing en stiltewandelingen. De opening valt niet toevallig samen met de zonnewende, het moment waarop licht en duisternis elkaar ontmoeten. Maar onder het oppervlak van rust en balans sluimert iets duisters. Oude wonden, leugens en schuldgevoelens borrelen langzaam op. En in de schaduwen van het omringende bos lijkt de oude legende van de Vogels – mysterieuze wezens die onrecht wreken – weer tot leven te komen.
 

Met deze thriller bewijst Lucy Foley haar talent voor sfeervolle spanning. Haar opbouw is traag maar meesterlijk: ze laat het mysterie in kleine, gecontroleerde doses groeien, tot je ongemerkt midden in het web van geheimen verstrikt zit. Elk hoofdstuk (of beter gezegd: elk fragment) wordt verteld vanuit het perspectief van een ander personage. De namen staan boven de hoofdstukken, maar de stemmen zijn zo verschillend dat je al snel voelt met wie je te maken hebt. Foley geeft elk personage een eigen ritme, toon en gevoelswereld. Zo kruip je diep in hun gedachten, waarin onzekerheid, angst en zelfbedrog naadloos in elkaar overvloeien.

Een bijzonder element is het oude dagboek van Bella Springfield, dat gaandeweg steeds belangrijker wordt. Via fragmenten uit haar verleden vallen de puzzelstukjes langzaam op hun plek, al blijft Foley de lezer voortdurend op het verkeerde been zetten. Net wanneer je denkt dat je weet wie schuldig is, wat er werkelijk gebeurd is of wie het slachtoffer zal zijn, volgt een nieuwe wending die het hele spel herschikt. 

Het hotel (2024) is geen klassieke whodunit met een lijk op de eerste pagina, maar eerder een psychologische thriller met een trage, broeierige opbouw. Foley speelt met thema’s als macht, klasse, schaamte en schuld, en verkent hoe het verleden altijd zijn schaduw werpt op het heden.

Toch is niet alles even scherp uitgewerkt, want sommige personages blijven wat vlak. Ook het motief van de Vogels – een fascinerend symbool van folklore en gerechtigheid – had meer diepte mogen krijgen. Foley wekt grote verwachtingen rond die mythische kracht, maar laat haar betekenis grotendeels in mysterie gehuld.
 
Dat neemt niet weg dat Het hotel een onweerstaanbare pageturner is: elegant geschreven, met sfeervolle portretteringen en een duistere ondertoon die je niet loslaat. Foley bewijst dat ze spanning kan combineren met literaire finesse. Het hotel is een boek dat onder je huid kruipt – langzaam brandend, beklemmend en verleidelijk mysterieus.



05/11/2025
 [NETFLIW AND SHRILL: DE GRIEZELIGSTE SERIES VOOR HALLOWEEN] (© [Lotte Mertens] | dwars)
🖋: 

De eerste bladeren vallen van de bomen, het wordt kouder en de fleecedekens beginnen ons vanuit de kast te roepen. Om daaraan toe te geven kun je het best onder zo'n dekentje kruipen met een serie die perfect bij dit seizoen past. Voel je de halloweenkriebels al? Helaas, ik ben zelf geen fan van al te enge series, dus verwacht geen slapeloze nachten, maar titels die je net die gezellige (of griezellige) dosis kippenvel bezorgen.
 

Buffy the Vampire Slayer

Deze iconische ninetiesserie is niet weg te denken uit de halloweencanon. Een jonge Sarah Michelle Gellar speelt de zestienjarige Buffy Summers, die verhuist naar het schijnbaar perfecte Sunnydale, Californië. Al snel ontdekt ze dat de stad wordt geteisterd door vampiers en is ze verplicht haar krachten te gebruiken om de lokale bloedzuigende nachtwandelaars uit te roeien. Afgezien van enkele jumpscares is deze serie niet overdreven eng: ideaal voor een donkere sfeer, maar zonder klapperende tanden. 

Beschikbaar op Disney+. Afleveringen van ca. 42 minuten.
 

Sherlock

Een persoonlijke favoriet en vooral griezelig door de vele moorden en akelige nauwkeurigheid van Sherlock Holmes, gespeeld door Benedict Cumberbatch. Deze geniale adaptatie uit 2010, van het welbekende personage van Arthur Conan Doyle, volgt de briljante detective en zijn trouwe vriend John Watson (Martin Freeman) terwijl ze bizarre misdaden oplossen in het moderne Londen.

Beschikbaar op Prime Video en Netflix. Afleveringen van ca. 90 minuten.
 

House of Guinness

Het gebeurt niet vaak, maar af en toe weet Netflix bijna perfecte series te maken. Dit Brits-Ierse historische drama is hiervan een schoolvoorbeeld. De serie volgt de familie Guinness in de negentiende eeuw, na de dood van Benjamin Guinness, het kleinkind van de oprichter van het bekende biermerk en de man die het tot een wereldwijd succes maakte. De duistere, melancholische sfeer doet je, misschien wel met een tas thee in je handen, verlangen naar een koud glas Guinness. De prachtige beelden worden versterkt met een soundtrack verzorgd door onder meer Fontaines D.C. en Kneecap, twee prominente Ierse bands. 

Beschikbaar op Netflix. Afleveringen van ca. 50 minuten. 
 

The Fall of the House of Usher 

Eerlijk is eerlijk: deze serie is aan de engere kant, maar absoluut onmisbaar in deze lijst. Ze is een must-watch voor fans van het gelijknamige kortverhaal van Edgar Allan Poe. De lugubere sfeer is te danken aan het duistere verhaal: een jurist luistert naar de bekentenis van Roderick Usher, die vertelt hoe al zijn kinderen op korte tijd zijn gestorven. Ook als je geen literatuurliefhebber bent, is deze serie een aanrader, hoewel de vele verborgen verwijzingen – zoals de titels van de afleveringen – het geheel alleen maar beter maken.

Beschikbaar op Netflix. Afleveringen van ca. 60 minuten.



05/11/2025
 [DUBLIN DIARIES: BRIEF 2] (© [Pauline Bongaerts] | dwars)
🖋: 

Liefste dwars


Hier is ie dan: mijn tweede brief vanuit Dublin. Ondertussen is het al eind oktober – wat vliegt de tijd! De bomen verkleuren, de lucht voelt frisser, de dagen worden korter. De herfst is er, en hoe.
 

Ik hou enorm van de herfst: alles pumpkin spice, Nora Ephron-films, gezellige pyjama’s en warme drankjes. Dublin is in deze tijd van het jaar op z’n mooist. In het park dwarrelen de bladeren als confetti en op regenachtige dagen lijkt de stad op een scène uit Harry Potter.

Het laatste weekend van september ging ik met Erasmus Student Network (ESN) op trip naar Galway. Daar ontmoette ik twee lieve Duitse meisjes, met wie ik het charmante stadje verkende: de pubs, de pier en de pastelkleurige huisjes. We sliepen in een hostel – iets wat ik nog nooit had gedaan – maar het was verrassend comfortabel. De volgende dag bezochten we de kliffen van Moher. Dankzij het heldere weer was het uitzicht verbluffend mooi. Het zonlicht onthulde elke laag van erosie, elke bladzijde uit de geschiedenis van de kliffen was zichtbaar. Daarna trokken we naar Doolin, een pittoresk dorpje aan de kust met heuvels die zo uit The Sound of Music konden komen. Vanuit Doolin namen we de boot naar Inisheer, een klein eiland waar we pootje baadden in het helderblauwe water en neerstreken bij de ruïne van een oud kasteel. Daar lagen we in het gras, zwijgend in de zon. Het was een perfect weekend.

Op 1 oktober werd ik twintig jaar. Geen tiener meer – een bitterzoet gevoel. Mijn mama kwam me bezoeken voor mijn verjaardag. Ik leidde haar rond in de stad, die ik sinds de laatste keer dat ze me zag al veel beter ken. We wandelden door St. Stephen’s Green en Trinity College. ’s Avonds gingen we lekker eten in het Temple Bar-district, tussen de livemuziek en de gezellige drukte. Het voelde goed om haar mijn nieuwe wereld te laten zien.

En ja, ik ga hier ook effectief naar school. Trinity neemt het niet licht: ik lees wekelijks volledige boeken uit. De lessen zijn intensief, maar fijn. Kleine groepen, docenten die je bij naam kennen – soms wat confronterend, want je kunt je nergens achteraan verstoppen, maar het maakt de gesprekken zoveel boeiender.

Wat Trinity extra leuk maakt, zijn de societies. Er zijn er letterlijk honderden, over alles wat je maar kunt bedenken. Ik ben lid van de Film Club, de Hiking Society en de Women’s Health Society. Voor een paar euro per jaar kan je genieten van allerlei evenementen: filmavonden, wandelingen, workshops ... Zo ging ik bijvoorbeeld hiken in Howth, een hotspot aan de kust op maar veertig minuten buiten de stad. Het is een geweldige manier om mensen te leren kennen met dezelfde interesses.

Er gebeurt hier zoveel dat het soms moeilijk is om de balans te vinden tussen rust, schoolwerk en plezier. Wat glipt de tijd door mijn vingers. Ik kan nauwelijks geloven dat ik al halverwege mijn Erasmus ben.

Liefs en tot snel                                
Pauline