haatfabriek | satire

23/03/2024
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal ja. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over mijn ervaring met mensen die na middernacht beweren dat het de volgende dag is.

Stel het je even voor. Het is één uur ’s nachts. Je bent goed aan het gaan op je pre. Je voelt je goed, je hebt morgenochtend geen les en je weet dat je vanavond zo laat uit kan als je wil. Je meldt dit aan een van je vrienden. “Ik ben zo blij dat ik morgen geen les heb!”, zeg je. Je krijgt een antwoord. 

“Je bedoelt vandaag?”

Je mond valt open, je brein stopt even met werken. Al het geluk dat je voelde, verdwijnt in een ogenblik. Je bent niet boos, maar teleurgesteld dat dit soort radicale gedachten in je eigen vriendengroep voortbewegen. Dit, lieve lezers, is sinds vorige week mijn nieuwste trauma. Die vreselijke gebeurtenis is mij overkomen, maar ik heb het overleefd.

Ergens in mijn hoofd begrijp ik dat, puur theoretisch gezien, een dag begint om middernacht en daar ook eindigt. Ik zal het echter nooit publiekelijk toegeven. Het is toch niet omdat een of ander beleid dat beslist heeft dat ik me daarnaar moet schikken? Ik antwoordde dus, weliswaar na een korte pauze om te bekomen, op de vreselijke vraag met de woorden “Ik wil je dat nooit meer horen zeggen”, gevolgd door verscheidene levensbedreigingen en de vraag “Als je aan een dag denkt, dan denk je toch aan opstaan en gaan slapen in plaats van aan tijdstippen?” Na een beangstigd knikje van de persoon in kwestie voelde ik dat ik mijn punt gemaakt had.

Ik neem even de vrijheid om mijn persoonlijke geloofsovertuigingen mee te delen. Ik vind dat het de volgende dag wordt wanneer je iets doet dat je normaal gezien op die dag zou doen. Dat is de vuistregel. Wakker worden is het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar als je die nacht niet slaapt, is het bijvoorbeeld ontbijten of je klaar maken voor school dat de functie vervult. Als je pas tegen acht uur ’s ochtends thuiskomt en je huisgenoten tegenkomt die al vertrekken, dan leef je gewoonweg in een andere tijdzone. Op een andere dag. Zij zijn al bij morgen, jij bent nog bij vandaag. Dat is gewoon de waarheid van het universum en je zal me nooit iets anders kunnen wijsmaken.

Kleine disclaimer voor als je je aangesproken voelt: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Als je diep gekwetst bent, kan je me altijd een mailtje sturen. Of ik de dag zelf nog antwoord, zal afhangen van de tijdzone waar jij je in verkeert en die waar ik in verkeer. Dan praten we het morgen samen uit. 



dwarszitter

23/03/2024
dwarszitter
🖋: 

Je kent het wel, met goede moed begin je in februari aan het tweede semester, maar in maart smelt je motivatie alweer als sneeuw voor de zon. Hoe anders had je leven er kunnen uitzien mocht je een ander pad ingeslagen zijn? Om dat te ontdekken gaat dwars regelmatig haar boekje te buiten. In deze editie trek ik, een student Taal- en letterkunde, naar een les ‘stofwisseling en hormonen 1’ uit de tweede bachelor Geneeskunde, gegeven door Christophe De Block.

Buiten adem kom ik op de valreep op tijd in de les. “De echte geneeskunde-ervaring”, laat ik me vertellen. Ook mijn neiging tot geeuwen lijkt gedeeld te worden door mijn buren (het is dan ook 8.30 u), maar daar stopt de echte geneeskunde-ervaring zowat. Ik hoop maar dat alle termen die De Block op ons afvuurt mijn aulagenoten bekender in de oren klinken. Bij de eilandjes van Langerhans droom ik meteen van een ontspannende eilandvakantie en de krebs­cyclus noteer ik eerst als crêpecyclus. Waar de les nu eigenlijk over gaat, daar kan ik de vinger niet opleggen. Iets met diabetes, meen ik op te vangen. Manneken Pis is daar blijkbaar het icoon van.

Het zou niet eerlijk zijn De Block de schuld te geven van mijn absolute verwarring. Hij merkt het zelf ook op: “Da’s eigenlijk toch vervelend, hé, dat je met geneeskunde alles moet blijven onthouden.” Tja, die voorkennis heb ik nu eenmaal niet. Dat De Block zijn best doet, dat kan zelfs ik niet ontkennen. Ik was al onder de indruk toen ik hem in doktersoutfit vooraan de aula zag staan. Toen daar ook nog eens kleurrijke animaties van glucose zwevend door de pancreas en een dosis humor bij kwamen, was ik helemaal verkocht. Die humor was met momenten best zwartgallig. Waarom er drie donoren nodig zijn, is me ontgaan, maar van de uitspraak “Eigenlijk is het te hopen dat er een groot accident gebeurt met drie donoren tegelijk” schrik ik toch even op.

De ergste schok moet op dat moment nog komen. Na zo’n twee uur les vraagt De Block of we allemaal recht willen staan. Wie dagelijks minstens 30 minuten sport, mag meteen weer gaan zitten. Wie dagelijks fruit of groenten eet, wordt ook verlost uit zijn lijden. Daarna staat nog slechts één eerlijke student recht. Wanneer hij ook op de vraag of iemand in zijn familie diabetes heeft “ja” moet antwoorden, is de sfeer even gespannen in de aula. Ik ben fan van interactieve lessen, maar ik haal toch ook opgelucht adem dat ik niet in zijn schoenen sta. Gelukkig mag ook hij snel weer gaan zitten.

Wanneer de volgende pauze aanbreekt, besluit ik me uit de voeten te maken, bang dat anders ook ik mijn levensgewoonten zal moeten openbaren. Voor de andere studenten gaat de les nog door tot 18 uur. Zelfs met pauzes is negen en een half uur lang, maar ik kan me voorstellen dat er ergere manieren zijn om je dag te spenderen als je werkelijk iets van de les begrijpt.  



editoriaal

23/03/2024
Editoriaal (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Cantus ex, editoriaal in! Toen ik een jaar geleden met het idee begon te spelen om de hoofdredactie van ieders favoriete studentenblad te vervoegen, maakte ik lijstjes van pro’s en contra’s. Als ik toen wist dat ik een theecantus zou moeten voorzitten, had dat ongetwijfeld in grote vette letters bovenaan het, voor de rest zeer korte, contralijstje gestaan. Sinds het vierde middelbaar heb ik geen woord Latijn meer in de mond genomen, schijnwerpers zijn niet aan mij besteed en aan de microfoon wil ik zelfs niet denken. Ik aan een voortafel? Recipe for disaster, dacht ik.

Nu het achter de rug is en de stress is gaan liggen, besef ik dat een cantuszaal voor de senior eigenlijk een utopie is. Wie wil er nu niet per direct van al haar problemen verlost zijn door simpelweg “cantor habes” te zeggen? Maak je toch een fout, dan trek je een ad (of sip je van warme thee) en is alles vergeten en vergeven. Ja, ik zou er zelfs voor willen pleiten om de cantuscommando’s te integreren in het dagelijkse leven. Staan er weer eens verkopers voor je deur? Non habes en deur dicht. Geen zitplek op de tram? Surgite en zelf snel neer gaan zitten. Kotgenoten die het bont maken op onmenselijke uren? Silentium!

Toegegeven, heel goed hoef je me niet te kennen om te weten dat ik nooit de moed bij elkaar zou kunnen schrapen om mensen zo te commanderen. Toch spreekt het idee van die duidelijke communicatie me wel aan. Gedaan met “Ik vroeg me af of je misschien als je dat ziet zitten…” en “Ik kan me vergissen, maar ik dacht dat je vorige week had gezegd dat…” Gedaan met nadenken hoe ik mijn boodschap moet verpakken. Gedaan met wekenlang twijfelen. Vanaf nu enkel nog korte en eenduidige uitspraken. Vanaf nu duidelijk zeggen wat ik wil.

Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik tijdens die cantus begin maart leerde: met mezelf af en toe in de schijnwerpers zetten is helemaal niets mis. Anderen mogen zoveel konkelfoezen, elkaar toedrinken of het woord vragen als ze willen, dat maakt wat ik te zeggen heb niet van ondergeschikt belang. In het dagelijkse leven zullen mensen niet snel “waar is die cantus heen” scanderen, maar als ze echt eerlijk zijn, willen ze misschien zelfs wel dat ik mijn mond opentrek en mijn mening deel. En ik leerde dat ik niet zo moet stressen en het uiteindelijk allemaal wel goed komt, dat ook.

Dan is het nu tijd voor vrije versies. Sla de pagina maar snel om want een student die dwars leest, wouldn’t do us any harm. And we’ll roll the old chariot along...

 

Pebbles Antonissen, hoofdredacteur

 

PS Om de redacteur gerust te stellen die op pagina 10 haar mening uit over mensen die praten tijdens concerten, voel ik me genoodzaakt toe te voegen dat ik mijn recent geleerde les niet zal toepassen in concertzalen.



Antwerpen

23/03/2024
Kattencafé (© Ine Cuypers | dwars)
🖋: 
Auteur

Ben je de gezichten van je professoren even beu en zou je liever wat schattigere dieren bestuderen dan je eigen medestudenten, dan is CatCafe zeker iets voor jou. Deze koffiezaak, gevestigd op de zeer toepasselijk genaamde Sint-Katelijnevest 50, is geen standaard koffiezaak. Je moet namelijk de hele tijd je drankje in het oog houden zodat er geen katten aankomen.

CatCafe is dan wel het eerste kattencafé in Antwerpen, het is niet het enige op de wereld. Het idee van een dierencafé heeft zijn oorsprong in 1998 in Taiwan. Al snel is het concept overgewaaid naar Japan, waar het is uitgegroeid tot een gigantisch fenomeen. Niet alleen kattencafés zijn daar succesvol. Ook niet-­standaard huisdieren, zoals uilen, egels of otters, hebben er hun eigen cafés. Recenter duiken dierencafés in de rest van de wereld op, waaronder ook in België. Bij ons is het kattencafé op een paar jaar tijd uitgegroeid tot een grootschalig fenomeen. In verschillende steden kan je tegenwoordig van het gezelschap van katten genieten.

In Japan is het dierencafé een groot succes. Dat komt door de Japanse huisvestings­situatie: in de grote steden woont zo goed als iedereen in appartementen, waar huisdieren meestal niet zijn toegelaten. Omdat de meeste Japanners dus zelf geen kat in huis kunnen halen, biedt een café met katten de ideale oplossing om toch wat schattige dieren in hun leven te brengen. Om dezelfde reden is het kattencafé in de rest van de wereld, en dus ook bij ons, populair geworden. Mensen die zelf geen huisdier in huis mogen of willen halen, kunnen op deze manier toch tijd doorbrengen met een kat zonder enige verplichting om de kattenbak schoon te maken.

CatCafe voegt bovendien nog een extraatje toe aan het oorspronkelijke concept. De katten die te vinden zijn in het café komen uit het asiel en kan je dus adopteren. Mensen kunnen bij een lekker tasje koffie of een kopje thee de verschillende bewoners van het café leren kennen, voor ze beslissen of ze een van de katten een nieuwe thuis willen geven. Dat zorgt er ook voor dat er steeds andere katten te vinden zijn in het café.

Ook als je geen intentie hebt om een kat te adopteren, ben je meer dan welkom. Met lekkere drankjes, vriendelijk personeel en het fijne gezelschap van de katten is het de ideale plaats om tussen de lessen door een welverdiende pauze te houden. Naar mijn mening geven de poezelige snoetjes je al onmiddellijk zin om een van de katten mee naar huis te nemen. Wees dus voorzichtig als je ernaartoe gaat, want de kans bestaat dat je zo een bewoner wilt katnappen
 

Als je door je bezoek aan het kattencafé te laat bent in je volgende les, is dwars niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen. 



stuvers aan het woord

23/03/2024
Stuvers (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Het roze logo verschijnt te pas en te onpas in de mailbox, maar wat doet ze naast mailen? Op welke manieren beïnvloedt ze het dagelijks leven van de student? Om daarachter te komen neust dwars in de projecten van de Studentenraad. Deze editie duik ik samen met voorzitter Laurens Verhaegen in de resultaten van de Grote Studentenbevraging.

Misschien herinner je je de mail over de enquête nog. “We willen graag weten waar jij wakker van ligt”, luidde het in november. Mijn eerste vraag ligt dan ook voor de hand: waar liggen studenten nu eigenlijk van wakker? Laurens vertelt me dat ‘examens’ het populairste antwoord was op die vraag, gevolgd door ‘stress’, ‘vakken’, ‘deadlines’ en ‘school’. “Dat zijn geen dingen die wij kunnen veranderen”, merkt Laurens op. “Ook ‘kosten’ en ‘financiering’ keren terug, en daar kunnen we wel mee aan de slag. We willen ervoor zorgen dat studenten weten welke kosten er verbonden zijn aan hun opleiding. Meer dan de helft van de studenten gaf in de enquête namelijk aan geen zicht te hebben op verborgen kosten zoals wetboeken, labojassen of ander materiaal.”

Een ander belangrijk aspect van de enquête was het welzijn van studenten. “Om dat in kaart te brengen, stelden we de open vraag ‘Hoe gaat het met jou?’. We hebben daaruit gehaald dat studenten vaak druk ervaren en gestresseerd zijn, en dat een kleine groep het zelfs niet meer ziet zitten”, vertelt Laurens. Toen de enquête werd afgenomen, was er nog sprake van een prijsstijging bij het STIP. Laurens is dan ook tevreden dat die is teruggedraaid voor studenten onder de 24 jaar.

Ook het hot topic ‘lesopnames’ werd bevraagd. “Opvallend is dat slechts 11,3% aangaf niet naar de les te gaan en liever opnames te kijken, hoewel proffen dat vaak als argument tegen opnames gebruiken. Integendeel, 77,3% van de studenten gaf aan opnames te bekijken wanneer ze een les gemist hadden, 68,3% herbekijkt moeilijke delen uit de les en voor 34,1% vormen ze een oplossing voor roosteroverlappingen. Verder blijkt uit het rapport dat slechts 55% van de respondenten tevreden is met het aantal lesopnames. Daar willen we proffen dus echt rond sensibiliseren.”

Naast die toegelichte onderwerpen bevroeg de enquête nog heel wat andere zaken, waaronder op kot gaan, studentenjobs en de komida. Via deze link kom je bij het rapport terecht. “De resultaten geven inzicht in de studentenbelangen, zodat we gericht kunnen focussen op verbeterpunten. We hebben bijvoorbeeld ook geleerd dat eerstejaars nog onvoldoende geïnformeerd zijn over de knip.” Of de enquête herhaald zal worden? “We willen er een jaarlijks gegeven van maken. Dan zouden we het nog vroeger in het semester doen, zodat we meer tijd hebben om aan de slag te gaan met de resultaten.” 



progress lost

16/03/2024
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

To the Moon is een visual novel in Japanse stijl, gemaakt met RPG Maker. Doorgaans zijn dat drie criteria waaraan gamers een slecht spel herkennen. Overigens is het spel misschien ook geen visual novel, niet Japans en met een heel ander programma gemaakt, maar dat verandert niets aan het feit dat de personages bestaan uit wat schraal ogende pixelvlekken die eindeloze flappen dialoog met elkaar uitwisselen over onderwerpen waar normale mensen niet mee bezig zijn. Dat To The Moon uiteindelijk toch een ‘geheimtip’ mag heten, ligt aan het feit dat heel wat gamers getuigen dat dit spel voor hen een heel emotionele ervaring blijkt te zijn geweest. Overigens zou de eenvoudige overdracht van een individuele emotie in principe al voldoende grond moeten zijn om gelijk welk spel te spelen, al was het maar omdat zoveel zogenaamd grote titels net daarop falen. 

Opgelet: deze tekst verraadt belangrijke elementen uit het verhaal van To the Moon.

To the Moon vertelt het verhaal van twee wetenschappers die werken voor Sigmund Corporation, een firma die de laatste wens van stervende mensen tracht te vervullen. Een belangrijke eigenschap van stervende mensen is dat ze een beperkte tijdshorizon hebben, en ook lichamelijk zijn de mogelijkheden bij het levenseinde doorgaans sterk verminderd. Daarom beleven klanten bij Sigmund Corporation geen echte ervaringen, maar krijgen ze een kunstmatige herinnering rechtstreeks in het hoofd ingeplant middels een complexe machine. Zoals de titel doet vermoeden wil het hoofdpersonage Johnny (John) Wyles dat de Sigmund Corporation hem virtueel naar de maan brengt. Helaas is Johnny in de loop van zijn lange leven vergeten waarom hij dit verlangen heeft. Niet toevallig werd de firma die het verhaal in gang zet genoemd naar Sigmund Freud en diens wat achterhaalde theorie over onderdrukte herinneringen. Dat mensen dingen gewoon kunnen vergeten of ze niet de moeite waard vinden om te herinneren is een idee dat nooit echt ingang heeft gevonden in de psychoanalyse. 

Bij Sigmund Freud ligt meestal een onverwerkt trauma aan de oorzaak van de onderdrukte herinnering (of seksuele frustratie, maar dat is hier nu even niet van toepassing). In To the Moon blijkt dit om de tweelingbroer van Johnny te gaan die stierf in een ongeval, waarna zijn moeder hun identiteit verwisselde. Dat is voorwaar zware kost. 

Later trouwt John met River, een jeugdvriendinnetje van hem aan wie hij in een melancholische bui ooit de (inmiddels vergeten) belofte heeft gedaan om haar weer te zien op de maan wanneer ze van elkaar gescheiden zouden worden. Wat John vooral aantrekt in River is het feit dat ze het syndroom van Asperger heeft, wat haar dingen steeds heel letterlijk doet verstaan en uitspreken. Dit stelt John in staat om nooit met haar over de kwetsuur van zijn trauma te moeten spreken. River echter lijdt onder het feit dat John haar vooral voor deze eigenschap waardeert maar vindt geen woorden om dit gevoel uit te spreken. 

Wanneer River ziek wordt en beseft dat ze zal sterven, probeert ze John aan zijn belofte over een weerzien op de maan te herinneren. Helaas kan ze in haar letterlijke taal enkel de onmiddellijke realiteit uitdrukken en bovendien wil John ook niets anders dan dat horen om niet met de demonen van zijn verleden geconfronteerd te worden. Uiteindelijk sterft River zonder dat de afstand tussen de twee wordt overbrugd en met het verdriet van de vergeten belofte in haar hart. Voor gamers die zelf met onverwerkt trauma geconfronteerd werden ligt daar de herkenbaarheid en de kracht van To the Moon. In deze Paastijd (of lente voor wie wat meer seculier ingesteld is) moet het niet enkel over dood gaan, maar ook over opstanding. Gelukkig is er vandaag dus de verlossing van de technologie middels de bijzondere bijdrage van Sigmund Corp. 

Bij het levenseinde wordt vaak de balans opgemaakt van het leven. Palliatieve zorgen bestaan ook deels in het helpen van mensen om het goede te benoemen en de keuzes die ze gemaakt hebben te aanvaarden. Door het inplanten van een valse herinnering schenkt Sigmund Corporation mensen de bizarre en ronduit egoïstische mogelijkheid om hierin vals te spelen zonder dat de omgeving mee betrokken wordt. Technologie vervangt de bittere realiteit door een romantische fictie, waarna het zwarte laken van de dood alles bedekt. John zal dan ook vredig sterven in de wetenschap dat hij River zal terugzien op de maan. Los van het brutale detail dat dit alles voor River zelf volstrekt geen betekenis meer heeft. 

Omdat Sigmund Corporation enkel in actie komt bij het levenseinde is dit spel niet de zoveelste afgezaagde hertaling van Plato’s allegorie van de grot, The Matrix of het gedachtenexperiment the experience machine. Toch bestaan er op dit thema talloze parallellen in de literatuur. Zo gaat het boek Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan (1904) van Louis Couperus gaat over twee mensen die op jonge leeftijd een traumatische gebeurtenis meemaakten en gebukt gaan onder schuldgevoelens. Hun verdere leven draait rond het onvermogen om hier met elkaar over te spreken. Op hen en hun omgeving wordt dit benoemd als een onvatbaar en massief familiegeheim. Pas bij hun dood – waar geen technologie aan te pas komt – komt alles wat rond hen vast zat weer in beweging. 

In The last Temptation of Christ (1955) van schrijver Nikos Kazantzakis, krijgt Jezus dan weer net voor zijn dood de verleiding van een gelukkig gezinsleven voorgeschoteld. De held van het evangelie verwerpt uiteindelijk deze leugen en keert zijn dood en mislukking om naar een verhaal over opstanding. De held van To the Moon daarentegen omhelst de leugen omdat ze voor hem in niets meer verschilt van de waarheid 

Waarschijnlijk zijn er nog heel wat meer literaire parallellen te vinden, maar wat al deze verhalen vooral met elkaar gemeen hebben is dat ze emotioneel hard binnenkomen en vaak een enorme weerstand oproepen bij lezers, kijkers en gamers. To the Moon speelt heel bewust in op de ambivalentie van een herkenbare kwetsuur, individuele redding voor John en het besef dat het voor River en John’s omgeving allemaal niet meer uitmaakt. Het is een relevante literaire bijdrage aan een universeel thema. De ironie is natuurlijk ook dat gamers hierbij noodzakelijk geconfronteerd moeten worden met de afgrijselijke graphics van RPG Maker en dus op hun beurt getraumatiseerd achterblijven.



03/03/2024
rectordebatten
🖋: 
Auteur

Dat het rectorverkiezingen zijn aan UAntwerpen weet ondertussen elke student. De kandidaten, Koen Augustyns en Herwig Leirs, zijn ook min of meer algemene kennis, maar af en toe hoor je nog wel eens dolkomische vergissingen als “Ken en Harald”. Het beleid van de kandidaten is dan weer minder welbekend bij de gemiddelde student. Om te voorkomen dat er straks studenten naar het stemhokje gaan zonder te weten wat de kandidaten denken over duurzaamheid, artificiële intelligentie of studentenverenigingen, orgaaniseerde de Studentenraad twee rectordebatten. dwars stuurde een gegadigde naar de rectordebatten op de Stadscampus en campus Drie Eiken om verslag uit te brengen en de twee debatrondes samen te vatten. 

 

dilemmaronde 

De debatten starten met een dilemmaronde waarin Leirs en Augustyns met ja of nee moeten antwoorden op tien dilemma’s. Op het eerste dilemma: “Moeten de campussen rookvrij worden?”, reageren beide kandidaten positief. Op het tweede dilemma: “Zou er beter een eengemaakte studentenkoepel komen?” antwoorden beide kandidaten negatief. Het derde dilemma is meteen het enige puntje van onenigheid in deze ronde. Want op de vraag: “Moeten lesopnames gegarandeerd worden voor studenten?”, antwoordt Augustyns nee en Leirs ja. Daarna komt er weer algemene enigheid, want op de dilemma’s: “Moet er meer geïnvesteerd worden in komida om de prijzen voor studenten te verlagen?”, “Moeten schachtenverkopen verboden worden?”, “Moeten geëngageerde studenten zoals stuvers en praesides (en hopelijk hoofdredacteurs van studentenbladen, n.v.d.r.) daarvoor beloond worden met een microcredential?”, en ten slotte: “Is het de verantwoordelijkheid van de universiteit om duurzaam vervoer te voorzien tussen haar campussen?”, antwoorden beide kandidaten ja. Op het achtste dilemma: “Professoren ervaren veel te veel druk door onderzoek, zouden er niet beter onderwijsprofessoren komen die enkel lesgeven?” wordt unaniem nee geantwoord. Die trend wordt verdergezet bij het volgende dilemma: “Moet de universiteit politieke standpunten innemen in geval van internationale conflicten?” Op het laatste dilemma: “Is het de taak van de universiteit om een leidersrol in te nemen in klimaatbeleid?”, antwoorden de kandidaten allebei positief. 

voorstelronde

Na de dilemmaronde is het tijd voor een voorstelronde, waarin Augustyns de spits afbijt. Augustyns vertelt dat hij Farmaceutische Wetenschappen heeft gestudeerd aan KU Leuven en al jaren lesgeeft in de Medicinale Chemie aan UAntwerpen. Augustyns was voorzitter van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen en is daar momenteel decaan. Hij vertelt dat hij zo beleidservaring heeft opgedaan en dat hij zijn mandaat bovendien graag doet. Verder vertelt hij dat hij als decaan heeft gemerkt dat een goede verstandhouding tussen de centrale diensten enorm belangrijk is en dat dat nauw contact een echt focuspunt zal zijn in zijn beleid. 

Dan is de beurt aan Leirs, die bioloog is van opleiding en vertelt dat hij zich engageerde als stuver, praeses en doctoraatsstuver. Leirs vertelt een homo universalis te zijn geworden door zijn onderzoek naar knaagdieren in Tanzania en zijn tijd in Denemarken. Hij was acht jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van UAntwerpen en is momenteel lid van verschillende besturen van internationale organisaties waar hij naar eigen zeggen veel beleidservaring heeft opgedaan. Leirs stelde zichzelf kandidaat omdat hij de universiteit enorm heeft zien groeien, maar ook heeft zien verkokeren. Hij verstaat hieronder het behandelen van problemen door een aantal langs elkaar heen werkende organen. Die verkokering tegengaan is voor hem een focuspunt. 

duurzaamheid

Elke van de zes rondes draait rond een bepaald thema. De eerste ronde gaat over duurzaamheid. De kandidaten wordt gevraagd welke maatregelen zij willen nemen voor een duurzamere universiteit. Leirs stelt allereerst dat de universiteit groener moet en dat er minder verharding moet komen door middel van groene daken en dakmoestuinen. Toch gaat het verduurzamingsproces van de universiteit volgens hem over veel meer. Hij vertelt dat er vooral te besparen valt op de energie die gebruikt wordt voor de gebouwen van en het transport naar onze universiteit. Die besparingen zullen ook nodig zijn, want de universiteit wil tegen 2050 klimaatneutraal en fossielvrij zijn. Dat is volgens Leirs een grote uitdaging,  maar hij levert concrete oplossingen zoals het leggen van zonnepanelen op alle daken die daarvoor geschikt zijn. Alleen dat zou al 3  à 4 gigawatt aan energie opleveren. Naast die zonnepanelen wil Leirs ook het autobestand van de universiteit elektrisch maken. Ten slotte wil hij de verouderde gebouwen die toe zijn aan vernieuwing wel 30 tot 40 procent verkleinen. Augustyns vertelt dat hij het eens is met wat Leirs al gezegd heeft. Daarnaast zegt hij dat hij het klimaatprobleem echt als een maatschappelijke uitdaging ziet. Daarom wil hij de expertise die we aan UAntwerpen hebben rond klimaatopwarming uitdragen naar de maatschappij. Hij gaat verder en zegt dat het de verantwoordelijkheid is van onze universiteit om kennis te verspreiden en die niet alleen te gebruiken om onze eigen universiteit te verbeteren.  

Wanneer de moderator vraagt of er wel budgetten zijn voor al die maatregelen, geeft Leirs toe dat die fondsen er momenteel niet zijn. Er is al wel 40 miljoen euro beschikbaar voor de komende jaren, maar dat is niet genoeg. Leirs stelt voor om leningen aan te gaan om in ieder geval al zonnepanelen te leggen en die leningen af te betalen met het bespaarde geld. Daarnaast wil hij vooral inzetten op fasering: de gebouwen in fasen gedeeltelijk veranderen om ze uiteindelijk volledig te vervangen. 

Augustyns  stelt dat die verouderde gebouwen wel 39 procent van de voetafdruk van onze universiteit beslag nemen. De gebouwen zijn ondertussen al meer dan 50 jaar oud en ook onderzoekstechnisch uitgeleefd, vertelt Augustyns. Er zijn dus sowieso investeringen nodig. Hij volgt Leirs in de redenering dat de gebouwen kleiner kunnen door efficiënter te werken en  gemeenschappelijke technologieën samen te brengen. Zo brengt Augustyns investering in onderzoek samen met investering in klimaat. Augustyns benadrukt ook het belang van mobiliteit, goed voor 44 procent van onze voetafdruk. Hij wil het pendelverkeer en het woon-werkverkeer verduurzamen door een tramlijn tussen de buitencampussen en het stadsnetwerk. Ook Leirs wil graag zo’n tramlijn.  

Als laatste onderwerp van deze reeds lange en gewichtige ronde komt belegging aan bod. Het is niet iets waar meteen aan wordt gedacht bij het thema duurzaamheid, maar toch is het relevant. Onze universiteit investeert namelijk in verschillende bedrijven en die bedrijven zijn niet altijd even milieuvriendelijk. Denk bijvoorbeeld aan oliegiganten als Shell. Dat die investeringen niet altijd even transparant of makkelijk te achterhalen zijn, kan heel eenvoudig als problematisch bevonden worden. Leirs vertelt dat hij vindt dat er inderdaad een zekere graad van transparantie moet zijn, maar dat die transparantie niet volledig hoeft te zijn omdat dat soms niet verstandig is omdat bedrijven zo elkaars commerciële belangen kunnen achterhalen. Hij vindt dat UAntwerpen moet desinvesteren in fossiele brandstof en dat ook moet tonen, maar niet op overhaaste manier. Zo stelt hij voor om bijvoorbeeld een ethische belegger aan te stellen. 

Augustyns pikt in op de complexe problematiek en verduidelijkt dat de universiteit zelf geen belegger is, maar dat ze daarvoor externe beleggers en banken in dienst neemt. Hij vindt dat er duidelijke richtlijnen zouden moeten zijn voor deze externe beheerders, maar hij vindt ook dat wij niet per se moeten weten waarin die beheerders beleggen als ze die richtlijnen volgen. Wat die richtlijnen zouden moeten zijn, wordt niet duidelijk uit het debat. 

studentenleven

De tweede ronde gaat over het studentenleven, mijn oren zijn dus gespitst. Augustyns gaat van start met de stelling: “Het studentenleven is niet het probleem, maar de oplossing!” Hij is van mening dat studeren meer is dan kennis opdoen en dat studenten meer verbonden moeten zijn met elkaar. Die verbondenheid is volgens hem ook een oplossing voor het verslechterend mentaal welzijn en de groeiende eenzaamheid van studenten. Zo bieden faculteitsclubs volgens hem de perfecte oplossing voor eenzaamheid bij studenten omdat het groepen zijn van studenten die zich met elkaar kunnen identificeren. Het zijn dan ook deze faculteitsclubs die Augustyns voldoende wil stimuleren.  

Leirs vertelt dan weer dat het verenigingenlandschap stevig is veranderd sinds hij is afgestudeerd. Er zijn de faculteitsclubs en de regionale clubs, maar ondertussen ook al themaclubs die zich richten op een specifieke activiteit of interesse. De faculteitsclubs hebben volgens Leirs, zoals ook Augustyns al aanhaalde, een groot belang omdat ze verankerd zijn in de faculteit en daarom een bepaalde verantwoordelijkheid dragen om studenten op te vangen en drempels te verlagen. Daarnaast stipt hij ook het belang aan van de nieuwe themaclubs. Die zijn volgens Leirs belangrijk om de diversiteit aan studenten ook te weerspiegelen in het verenigingsleven. Hij stipt aan dat hij het belangrijk vindt dat er een divers aanbod is aan activiteiten die laagdrempelig zijn zodat alle studenten ergens terecht kunnen. Augustyns geeft toe dat het een moeilijkheid is om de diversiteit van studenten ook te weerspiegelen in studentenverenigingen en dat dat voor hem ook een belangrijk punt is. 

Na de uiteenzetting over de clubs en verenigingen vroeg de moderator naar de feestlocaties rond de campussen van onze universiteit. Het is een feit dat deze aan lager wal zijn geraakt en zelfs verdwijnen uit het stadsbeeld. Leirs steekt van wal en geeft toe dat cafés niet meer werken. De reden daarvoor kent Leirs niet, maar hij vindt het een prangend probleem. Wat hem vooral stoort is dat het stadsbestuur blijkbaar niet rouwig is om het vertrek van die studentenlocaties. Leirs stelt voor om in dialoog te gaan met de stad om oplossingen te zoeken, maar ook om eigen ruimtes te gebruiken. Augustyns haalt dan weer aan dat zelfs burgemeester Bart De Wever op de academische opening aangaf dat studenten te braaf zijn geworden. Ook Augustyns stelt dus voor om te spreken met de stad om nieuwe ruimtes te faciliteren, maar ook om meer ontmoetingsruimtes te organiseren op onze universiteit. Die zouden niet alleen door studenten gebruikt worden, maar ook door doctorandi en postdocs. 

welzijn

De derde ronde draait volledig rond (studenten)welzijn. Daar is de centrale vraag vooral of zoals Students for Students, maar ook het STIP toereikend genoeg zijn voor studenten. Leirs begint en zegt meteen dat hij vindt dat de universiteit tegemoet moet komen aan de groter wordende vraag naar zorg bij studenten. Het kan niet zijn dat een student met serieuze problemen weken moet wachten. Daarom stelt hij dat er een soepele manier moet komen om studenten sneller te helpen. Daarnaast haalt Leirs opnieuw aan de drempels te willen wegwerken omdat hij toch schroom merkt bij sommige studenten, en dan vooral bij studenten die het het meest nodig hebben. Daar merkt hij bij op dat daar een groot kostenplaatje aan vasthangt, maar eentje dat broodnodig is voor de universiteit. Ook Augustyns geeft toe dat er duidelijk problemen zijn en geeft aan meer preventief te willen werken. Dat preventief werk is nodig omdat preventie altijd beter is dan therapie, maar ook omdat er een tekort is aan psychologen. De problematiek is dus niet gemakkelijk op te lossen. Toch denkt Augustyns dat er een oplossing is en die is, zoals hij ook al eerder aanhaalde, inzetten op het studentenleven. 

Na het debat over het STIP breekt het onderwerp grensoverschrijdend gedrag aan. Augustyns gaat van start en legt het systeem van vertrouwenspersonen, waarbij studenten terecht kunnen over grensoverschrijdend gedrag, uit. Dat zijn momenteel slechts twee personen, maar dat moeten er meer worden volgens Augustyns. Die vertrouwenspersonen moeten ook geprofessionaliseerd worden door een opleiding. Ook bystander training is iets waar Augustyns op wil inzetten. Leirs zegt dat het erg belangrijk is om de drempels om grensoverschrijdend gedrag te melden, te verlagen. Zowel voor slachtoffers als voor omstanders. Hij haalt aan dat er aan de faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen al verplichte bystander training wordt georganiseerd. Die trainingen zijn voor zowel personeelsleden als studenten verplicht en gaan bijvoorbeeld over seksueel grensoverschrijdend gedrag of intimidatie op de werkvloer. Leirs pleit ook voor dit soort trainingen 

onderzoek

Dan breekt de langverwachte ronde onderzoek aan, het enige beleidsdomein waar duidelijke verschillen zijn tussen het beleid van de kandidaten. De ronde zorgt dan ook voor ophef. Leirs gaat van start en legt uit dat hij een niet-competitieve interne projectfinanciering voorstelt. Die financiering zou gedurende de eerste jaren vooral gebruikt worden voor tijdelijke opvang van kwalitatieve projecten die extern net niet gefinancierd worden om zo meer zekerheid te kunnen bieden aan onderzoekers. Naarmate de nu nog lopende projecten meer en meer ten einde komen, krijgt de Onderzoeksraad meer mogelijkheden om die financiering dan verder creatief op verschillende niet-competitieve manieren in te zetten, bijvoorbeeld als basisfinanciering voor pilotstudies, of om een middenkader mogelijk te maken voor een aantal samenwerkende ZAP. Augustyns stelt meteen dat hij een concreter beleid heeft wat betreft onderzoeksfinanciering. Hij wil op de basisfinanciering van doctoraten inzetten omdat we qua aantal doctoraten achterlopen op andere Europese landen. Doordat de basisfinanciering gebruikt wordt voor doctoraten kunnen kandidaten makkelijker beginnen aan hun doctoraat. Dat komt omdat ze nu tegen elkaar moeten opboksen om fondsen te werven bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderwijs. Daar is het belangrijk om al preliminaire data te hebben voor kandidaturen. Zo vallen ambitieuze voorstellen vaak uit de boot. Door de basisfinanciering zou dat volgens Augustyns niet meer gebeuren en wanneer die data er dan wel komt, zal die er volgens hem voor zorgen dat er externe financiering komt. Augustyns heeft berekend dat met die strategie elke professor om de tien jaar een doctoraatsstudent kan begeleiden. Leirs stelt deze berekening in vraag. Want volgens zijn berekening zou deze strategie er slechts voor zorgen dat professoren om de 14 jaar een doctoraatsstudent kunnen begeleiden. Ten slotte is het lotingsbeleid van Augustyns volgens Leirs totaal geen beleid en is zijn eigen beleid veel flexibeler omdat het zich niet alleen focust op doctoraten, maar ook op pilotprojecten en overbruggingen. Toen brak het onderwerp van fossiel onderzoek en onderzoek in samenwerking met bedrijven aan. Augustyns vindt dat hierover transparantie moet zijn door het onderzoek te publiceren en valoriseren. Dat laatste is belangrijk om als universiteit geen ivoren toren te worden , zegt Augustyns. Ten slotte zegt Augustyns dat onderzoek met een partner als Shell wel kan als zij bijvoorbeeld willen verduurzamen. Leirs is het eens en geeft aan dat hij dat (die exacte zin) ook al heeft gezegd in het interview met dwars. Hij gaat ook een stap verder dan Augustyns en wil transparantie via een lijst die sponsoringen van zulke bedrijven weergeeft.  

onderwijs

De voorlaatste ronde gaat over onderwijs en begint met een vraag over artificiële intelligentie. Leirs gaat van start door te zeggen dat AI nog jong is en daardoor gegarandeerd nog kinderziektes heeft, maar dat het er volgens hem wel is om te blijven. Daarom vindt hij het zinloos om het te verbieden en wil hij er eerder voor zorgen dat onze universiteit voorbereid is op de veranderingen die AI teweeg kan brengen. Augustyns is het eens met Leirs. Hij wil vooral een duidelijk beleid rond AI en benadrukt ook de voordelen. Het is namelijk niet alleen tekstgeneratie, maar kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld kankeronderzoek. 

Over lesopnames zijn de twee het dan weer oneens. Augustyns vind dat lesopnames moeten worden gestimuleerd, maar niet gegarandeerd. Hij erkent dat lesopnames een handig hulpmiddel zijn voor studenten tijdens het studeren, maar merkt toch op dat het door lesopnames moeilijk is om studenten naar de les te krijgen. Dat vindt Augustyns belangrijk, want hij denkt dat studenten heel wat missen door niet naar de les te komen. Daarnaast is het bijvoorbeeld zeer moeilijk om oefenzittingen te volgen bij een opname, legt hij uit. Om die redenen wil hij lesopnames momenteel niet garanderen.  

De moderator pikt hierop in en zegt dat sommige leerlingen bijvoorbeeld ziek zijn of gewoon echt niet kunnen komen. Augustyns verduidelijkt dat de meeste professoren in zijn faculteit wel al lesopnames aanbieden, maar dat hij niet weet hoe dat zit in andere faculteiten. Als laatste vertelt Augustyns ook dat lesopnames wel eens gevaarlijk kunnen zijn, want als de professor iets fouts zegt in die opname zouden de studenten bijvoorbeeld fout kunnen antwoorden op het examen. Leirs heeft een andere visie en wil de lesopnames wel garanderen. Hij ziet daar tal van andere redenen voor zoals het tegemoetkomen van studenten die ziek zijn, werkstudenten en andere uiteenlopende omstandigheden. Daarnaast verduidelijkt hij dat studenten die gebruik maken van lesopnames niet lui zijn, maar dat de manier van studeren is veranderd tegenover 40 jaar geleden 

studenten- en personeelsvoorzieningen 

De laatste ronde over voorzieningen begon met het onderwerp van stille ruimtes op de campussen. Augustyns geeft toe dat er op campus Drie Eiken nog niet genoeg zijn . Hij denkt dat die ruimtes belangrijk zijn voor studenten die hun geloof willen beleven, maar ook om zich even terug te kunnen trekken uit de drukte van het studentenleven. Ook Leirs ziet het belang van die ruimtes in en wil er meer van inrichten. 

Over de komida’s zijn de kandidaten het eens: de warme maaltijden moeten te allen tijde betaalbaar blijven voor studenten, ookal is het budget dat de universiteit ervoor krijgt niet  hoog. Of ze de maaltijden met vlees duurder willen maken dan de vegetarische? Absoluut niet, het heeft geen zin om het eten van vlees te ontmoedigen door de prijs aan te passen. Toch vinden beide kandidaten het duurzaamheidsaspect van het vlees wel belangrijk. Ze zijn het erover eens dat studenten moeten weten dat vlees vaak minder duurzaam is dan een vegetarische maaltijd, maar dat studenten een vrije keuze moeten krijgen. Dat het vegetarische aanbod groter is dan het aanbod vlees, lijkt hen een goed idee.  

Op het einde was er een korte jokerronde waarin de kandidaten zich mochten onderscheiden van elkaar. Augustyns schoof naar voren dat hij vindt dat hij een concreter beleidsplan heeft met vicerectoren die wel veel beleidservaring hebben. Leirs stipt dan weer aan dat hij qua stijl en toegankelijkheid erg verschilt van Augustyns, waarop deze stomverbaasd reageert dat hij zich niet kan voorstellen dat hij niet toegankelijk zou zijn en verwijst naar de mensen van zijn decanaat in de zaal die stuk voor stuk zullen zeggen dat er geen probleem is met zijn toegankelijkheidsfactor. 

Na twee uur komt de gegadigde redacteur met hoofdpijn uit de aula, maar gelukkig was er nog de receptie! Ter conclusie kan ik stellen dat de kandidaten op veel vlakken overeenkomen, maar als het botst, botst het écht! 



progress lost

03/03/2024
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Het is op de kop af dertig jaar geleden dat het klassieke avonturenspel Beneath a Steel Sky (1994) verscheen. Ondertussen staat het al enige tijd gratis op gog.com, wat voor mij recent een aanleiding was om dit stokoude pareltje een keer door te spelen. Mooi zag het er allemaal niet (meer) uit, maar het was wel nog steeds verrassend goed speelbaar. 

Opgelet: deze tekst verraadt belangrijke plotelementen 

Beneath a Steel Sky vertelt het verhaal van ene Robert Foster, een vondeling die opgroeit in het woeste land rondom Union City, een van de schaarse steden die de wereld nog kent nadat de klimaatcrisis en een atoomoorlog hun werk hebben gedaan. Daarmee vat dit spel alvast de toekomsthorizon van de gemiddelde studente perfect samen. De belangrijkste metgezel van Foster is Joe, een door hem zelfgebouwde artificiële intelligentie die in de vorm van een klein moederbord in allerhande apparaten kan gestopt worden en die daarbij regelmatig seksuele verwijzingen maakt over zijn nieuwverworven uitsteeksels. Ook dat staat niet zo heel ver van de leefwereld van sommige studenten. Het spel komt op gang wanneer Foster op een zekere dag ontvoerd wordt naar Union City. Daar blijkt dat deze stad met ijzeren hand geregeerd wordt door een boosaardige artificiële intelligentie. Uiteindelijk slaagt Foster erin om deze uit te schakelen en Joe in diens plaats in te pluggen in de centrale computer van de stad. Wanneer Foster terug de wildernis intrekt geeft deze nog over zijn schouder een laatste boodschap aan Joe mee: “Maak de burgers gelukkig.” 

Beyond a Steel Sky (2020) pikt de draad een paar decennia later terug op met Foster die opnieuw, ver van alle beschaving, de natte droom van het primitivisme beleeft. Hij wordt daarin echter ruw gestoord wanneer een kind voor zijn ogen ontvoerd wordt door een boosaardige machine. Een korte achtervolging brengt hem opnieuw aan de deurbel van Union City, waar inmiddels de dingen grondig fout blijken te zijn gelopen. Blijkbaar had Joe de stijlvolle aftocht van Foster op het einde van het eerste deel nogal letterlijk geïnterpreteerd en aansluitend een samenleving gecreëerd waarin burgers niet anders kunnen dan gedwongen gelukkig zijn. 

In zijn standaardwerk Amusing ourselves to death (1985) schets Neil Postman twee vormen van totalitaire regimes. Enerzijds zijn er regimes die als in het boek 1984 (1949) van George Orwell steunen op controle en repressie en waarin dwang en angst overheersen. Anderzijds zijn er regimes die mensen verleiden tot volgzaamheid door luxe, amusement en consumptie en dus zwaktes in het karakter van de mens uitbuiten. Het typevoorbeeld hiervan is te vinden in de roman Brave New World (1932) van Aldous Huxley. Het is interessant om te zien dat Beneath a Steel Sky nog met brede halen een orwelliaanse dystopie schetst, terwijl het tweede deel in deze reeks een huxleyaanse dystopie neerzet en met een wat fijnere kam op zoek gaat naar de zwakke punten in de gouden kooi waarin elke mens zichzelf gevangenzet. De makers van deze games kennen hun klassiekers, zoveel is duidelijk. 

Omdat Joe als artificiële Intelligentie onbedoeld gedwongen werd om het geluk van mensen te maximaliseren, creëerde deze vijf ministeries die elk een essentieel aspect van het leven beheersen: Plenty, Comfort, Safety, Aspiration en Wellbeing. Dit is wat verwarrend omdat uitgerekend in de roman 1984 vier ministeries worden genoemd (Truth, Peace, Plenty en Love) met de duidelijke boodschap dat deze elk het omgekeerde doen dan wat hun naam doet vermoeden.  

De vijf ministeries van Joe zijn echter geen orwelliaanse leugenmachines van de overheid, maar oprechte pogingen van hem om het geluk van mensen te bevorderen. Helaas vond de arme Joe het blijkbaar voldoende om enkel het wat verouderde model van de behoeftepiramide van Maslow uit 1943 toe te passen op zijn mank lopende utopie. In dit model schets Maslow vijf lagen van menselijke behoeften die bij vervulling zorgen voor geluk en die hier dus elk een eigen ministerie toebedeeld krijgen. Aan de basis van alles ligt het voorzien in elementaire lichamelijke behoeften (Plenty) en een hogere laag van veiligheid en zekerheid die voor mentale rust zorgen (Safety). Midden in de piramide zit de behoefte aan betekenisvolle sociale relaties. Iets wat in Joe’s dystopie heel herkenbaar wordt uitbesteed aan de troost van de consumptie (Comfort). De tweede hoogste laag is eigenwaarde, wat in het spel geperverteerd wordt tot het verwerven van Kudos-punten, een sociaal krediet bijgehouden in de boekhouding van het ministerie van Aspiration. Het bewustzijn van de eigen individualiteit en het verlangen om een zelfstandig individu te zijn is de hoogste laag in de piramide van het geluk. Voor zowat elke dystopie is deze ook de moeilijkste om te controleren. Gelukkig is er in Beyond a Steel Sky een technologische oplossing voor dit probleem. Het ministerie van Wellbeing zorgt ervoor dat ongewenste herinneringen, en bij uitbreiding alles wat mensen te veel doet afwijken van het vooropgestelde pad naar geluk, simpelweg gewist worden uit het geheugen. 

Het spreekt voor zich dat elk van deze ministeries een essentieel onderdeel van onze menselijkheid vernietigt: Plenty pleegt roofbouw op de omgeving, Safety zet mensen gevangen in de veiligheid van de stad en maakt hen angstig, Comfort zit in de weg van echt menselijk contact en Aspiration vernietigt paradoxaal genoeg de waardigheid van mensen door hun waarde te becijferen. Wellbeing tenslotte vernietigt vrijheid en feilbaarheid van mensen waardoor ze de facto ophouden mens te zijn.  

Door zijn knullige ministeries op de mensheid los te laten houdt Joe ons in ieder geval een spiegel voor. De meest zekere manier om mensen ongelukkig te maken bestaat erin om al onze verlangens onmiddellijk te vervullen. (Iedereen die ooit de allernieuwste gamecomputer heeft gekocht kan hier van meespreken). Wij mensen weten niet wat we willen en we weten niet wat ons gelukkig maakt. Dat is onze gebrokenheid, ons tekort, onze zijnsconditie of – als u zoals mezelf wat ouderwets aangelegd bent – onze erfzonde. Beyond a Steel Sky is een toegankelijke parabel over de onmogelijkheid om ons geluk uit te besteden aan technologie of welke andere valse Messias die zich ook moge aandienen.  

Wanneer Foster de zwakke punten in het plan van Joe aanwijst stopt deze met functioneren (iets waaraan onze politici misschien een voorbeeld zouden kunnen nemen). Daarna keert de held terug naar het woeste achterland waar hij vandaan komt, waarbij hij de stad stuurloos overlaat aan de grillen van de mensheid. Ik gun Foster natuurlijk van harte zijn Waldgang (of quiet quitting voor iedereen die niet de luxe van een schuiloord heeft), maar de echte erfgenamen van de wereld zijn vandaag niet degenen die vluchten naar de wildernis, maar degenen die zich vrij kunnen bewegen tussen de ministeries die ons verknechten. Niet toevallig voegde Maslow nog een zesde laag aan zijn model toe die hij zelftranscendentie, zingeving of het vinden van een hoger doel noemde. In het spel wordt dit niet gesymboliseerd door een ministerie van religie of iets dergelijks, maar doordat een van de personages zich opoffert voor de vrijheid van de anderen. Vrijheid als offer – zoals de Franse filosoof René Girard ons reeds vertelde – en geluk als de ultieme paradox. Met alle menselijke utopieën ontmaskerd zou het derde deel in deze reeks zomaar over het evangelie kunnen gaan. Daarin gaat het niet over een stad van mensen, maar over een Rijk van God, waarin de held op het cruciale moment alvast niet op de vlucht slaat en waarin ons mensenwerk een belofte op vervulling krijgt. In al hun schandaal en absurditeit is dat misschien de enige bevrijdende boodschap die overeind blijft wanneer de mensheid straks weer eens op haar gezicht valt na het vinden van een nieuw ideaal. 

Gert Van Langendonck 



rectorverkiezingen

25/02/2024
Koen Augustyns (© Laurens Verhaegen | dwars)
🖋: 

De huidige rector Herman Van Goethem zwaait aan het eind van het academiejaar af als rector van UAntwerpen. Wie zijn opvolger wordt, beslissen proffen, andere personeelsleden en studenten. Van 4 maart om 12.00 uur tot en met vrijdag 8 maart om 12.00 uur loopt de eerste stemronde van de rectorverkiezingen. Stemmen doe je op het Studentenportaal. Als geen enkele kandidaat een meerderheid van de stemmen haalt, volgt er een week later een tweede stemronde.

Koen Augustyns (°1965) is gewoon hoogleraar in het departement Farmaceutische Wetenschappen en is momenteel decaan van de faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen. In zijn team zitten Tanja Mortelmans, Koen Vandenbempt en Karolien De Wael als kandidaat-vicerectoren. Spreken we hier met de toekomstige rector van onze universiteit?

Wat was het eerste moment dat u dacht: ik ben de rector die UAntwerpen zoekt en verdient?

“Toch al een tijd geleden. Mijn kandidatuur is getriggerd door het feit dat we met de andere decanen in het College van Decanen een goede verstandhouding hebben ontwikkeld, waardoor we de meerwaarde inzagen om faculteiten niet als concurrenten te beschouwen, maar onderling met elkaar in dialoog te gaan. Het idee rijpte zo om de spirit van samenwerking naar een hoger niveau te tillen.”

Welke drie karaktereigenschappen maken van u de geschikte rector? Voor welke valkuil moet u opletten?

“Ik ben iemand die graag samenwerkt met anderen. Als leider mensen bij elkaar brengen en samen tot een gemeenschappelijk doel komen, drijft me. Ik heb altijd erg graag gewerkt aan de universiteit. Dat klinkt triviaal, maar de drie kerntaken van een academicus (onderzoek, onderwijs, dienstverlening) heb ik altijd met veel passie gedaan. Ook meen ik redelijk authentiek te zijn. In mijn communicatie ga ik me niet anders voordoen dan ik ben. Een valkuil? Ik heb altijd hard en veel gewerkt en als rector zal het een uitdaging worden om een gezonde balans te vinden.”

Op welk vlak hebt u de universiteit positief zien evolueren in de tijd dat u er werkt?

“In de dertig jaar dat ik aan UAntwerpen werk, is ongetwijfeld de fusie in 2003 de belangrijkste gebeurtenis geweest. Daarna heb ik aan mijn eigen faculteit gezien hoe de verschillende departementen geleidelijk naar elkaar toe groeien. Er is meer interactie tussen hen qua studenten, onderwijs en onderzoek. Het is aangenaam om zien dat dit gebeurt, zonder te zeggen dat het niet nog beter kan. Ik heb aan KU Leuven gestudeerd en wat me aan UAntwerpen positief heeft verrast, is de benaderbaarheid van professoren. Dat is iets wat we moeten bewaren, want dat is niet overal zo.”

Naar welk aspect van de universiteit van dertig jaar geleden hebt u heimwee?

“Er was minder administratie en je genoot als academicus meer vertrouwen. Neem nu de vele commissies. Hiervan was er vroeger geen sprake, er lag meer nadruk op individuele interacties. Opgelet, dat soort van formele structuren zijn met de beste bedoelingen gecreëerd en zijn vaak goede evoluties, maar er is ook de neiging om er te ver in te gaan. Als rector wil ik de administratieve overlast sterk verminderen.” 

De toekomstige rector moet opboksen tegen de weinig rooskleurige financiële vooruitzichten. Besparingen dan maar?

“Momenteel denk ik niet dat er moet worden bespaard. Indien wel, zullen we hier omzichtig mee moeten omgaan. We komen nu met moeite rond voor onze kerntaken en hierop besparen is dus moeilijk.”

Vier gebouwen op campus Drie Eiken zullen worden vervangen door klimaatneutrale nieuwbouw. UAntwerpen heeft de ambitie om tegen 2050 fossielvrij te zijn. Daar staat volgens het klimaatactieplan een investering van 280 à 320 miljoen euro tegenover. Behoort klimaatbeleid voeren tot de kerntaken van een universiteit? 

“De verduurzaming van de gebouwen is broodnodig. Het gebouw waarin we zitten (het interview vindt plaats in gebouw CDE.S, n.v.d.r.), is vijftig jaar oud. Dat geeft uitdagingen qua onderzoeksmogelijkheden, maar ook qua duurzaamheid. Het is mijns inziens beter om een nieuw, kleiner, efficiënter en duurzamer gebouw neer te poten dan om te blijven renoveren. Ik denk ook dat we de ambitie moeten hebben om in 2050 fossielvrij te zijn als universiteit, maar we moeten ook realistisch blijven. De investeringen moeten dan gebeuren met geld dat er nu niet is. Daar zal een strategie voor moeten worden bedacht. Dat zal geen enkele rectorkandidaat een makkelijk vraagstuk vinden.”

Hoe staat u tegenover hogere inschrijvingsgelden?

“Ik zou die niet verhogen, omdat het democratische aspect van het onderwijs heel belangrijk is. In de eerste plaats voor de studenten, maar laten we niet vergeten dat we leven in een kennismaatschappij met een tekort aan hooggeschoolde arbeidskrachten. We hebben de opleiding van jonge mensen nodig als maatschappij en daar moeten we ook in investeren. Er zijn andere landen waar studenten moeten lenen om te studeren. Dat verdient geen navolging. Het democratiserend effect van het onderwijs behoort met gezondheidszorg tot de meest fundamentele taken waarvoor een samen­leving moet zorgen. Individuen alleen kunnen dat niet dragen.”

Gesteld: u bent rector en de Vlaamse regering vindt miraculeus eenmalig een potje met tien miljoen euro. U krijgt het geld op voorwaarde dat u het die dag nog besteedt aan één zaak. Waaraan besteedt u het?

“De grootste nood zit in de verduurzaming van gebouwen, alleen kom je met tien miljoen niet ver. Er is een manifest gebrek aan faciliteiten voor het studentenleven, op de buitencampussen, maar ook op de Stadscampus. Tien miljoen euro is op dat vlak misschien veel, maar op korte termijn is het wel iets waarin je dan stevig kan investeren.”

Zolang die mirakels niet gebeuren, blijft het zoeken naar financiering. De grootste stressbron uit een eerdere welzijnsenquête onder academici: het vinden van externe financiering. Zowel bij u als bij dhr. Leirs kwamen echo’s daarvan terug in de beleidsvisie. Hoe komt u tegemoet aan die zorg?

“In onze beleidsvisie vind ik dat veel concreter uitgewerkt. Een voorstel van ons is dat wij minder interne competitie willen door de invoering van basisfinanciering gericht op doctoraten. Via het BOF (Het Bijzonder Onderzoeksfonds is een potje geld dat UAntwerpen besteedt aan wetenschappelijk onderzoek, n.v.d.r.) worden elk jaar doctoraten gestart via een zinloze interne competitie. Aanvragers moeten veel tijd steken in het schrijven van hun aanvraag, waarna in de leescommissies door collega A moet gevit worden op collega B. De meeste, zo niet alle, projecten zijn goed, maar er kan maar een beperkt aantal goedgekeurd worden, wat natuurlijk leidt tot een hoop frustratie. Ook dat is een vorm van administratieve overlast die we willen oplossen. Hoe? We willen de bestaande pot geld gelijk verdelen. Volgens het huidige financieringssysteem kunnen we dan per tien jaar één doctoraat aan een prof toekennen. Maar dan wel zonder leescommissies, waardoor proffen de vrijgekomen tijd kunnen besteden aan hun onderzoek en onderwijs in plaats van aanvragen te schrijven of elkaar te beoordelen.”

“Iets anders wat we voorstellen is een grondige hervorming van de onderzoeksvisitatie (een soort van inspectie en evaluatie van de verschillende onderzoeksgroepen, n.v.d.r.). Er wordt nu veel werk gevraagd van de onderzoeksgroepen, zoals het aanleveren van cijfers waarna externe commissies die dan bekijken. Op zich is het goed dat er een externe blik is op hoe de zaken lopen, maar de commissie kijkt alleen naar onderzoek en niet naar onderwijs en dienstverlening. Ook moet het gebeuren op het niveau van de faculteit, zodat het belang van het individu in een groter plaatje wordt bekeken. Je kunt teamspelers hebben die bij zo’n onderzoeksvisitatie niet worden gewaardeerd. Voor ons is de teambeoordeling belangrijker dan de individuele beoordeling. Niet alleen bij de onderzoeksvisitatie, maar ook bij het bevorderings- of aanwervingsbeleid.”

Stelling: dat universiteiten afhankelijker worden van externe financiering door overheden en bedrijven is een risico voor de wetenschappelijke integriteit.

“Dan spreken we over de vierde geldstroom. Die is momenteel slechts vijf procent van de inkomsten van de universiteit. We mogen als universiteiten niet in een ivoren toren zitten. We staan in de maatschappij en bedrijven maken deel uit van die maatschappij. In dat opzicht vind ik het niet verkeerd dat er wordt samengewerkt met bedrijven, vooral ook omdat we de grote uitdagingen van deze tijd samen moeten oplossen. De universiteiten alleen gaan dat niet doen, de overheden alleen gaan dat niet doen, de bedrijven alleen gaan dat niet doen.”

Hoe kijkt u naar de volgende transparantiemechanismen? 1) Een openbaar register van alle lopende onderzoeken en samenwerkingen met externe financiers? 2) Openbare bekendmaking van de nevenfuncties van academici op hun profielpagina’s?

“De onderzoeksprojecten worden nu bijgehouden door de universiteit in een databank. Sommige samenwerkingen met bedrijven zijn confidentieel. Bedrijven kunnen commerciële belangen hebben waardoor ze liever niet hebben dat een onderzoek publiek wordt. We schrijven dat ook in onze visienota: als het gaat over transparantie en wetenschappelijke integriteit vind ik dat we als universiteit uit moeten gaan van het vertrouwen in onze mensen. Ik ben ervan overtuigd dat dat vertrouwen in 99% van de gevallen niet wordt beschaamd.”

“Dat openbaar register is een debat waard. Ik ben er relatief gerust in dat de manier waarop wij dat nu doen werkt. De nevenactiviteiten worden opgevraagd en door de faculteiten goedgekeurd of afgekeurd en gecontroleerd op potentiële belangenconflicten. Alleen zijn ze inderdaad niet voor iedereen raadpleegbaar. Bovendien moet je letten op de privacy. Mensen zijn mogelijk lid van het bestuur van een voetbalclub of hebben een mandaat in een andere privévereniging en willen dat niet in het publiek gooien. Ik denk daarom dat het niet zo’n gemakkelijke discussie is.”

Welke positie neemt u in inzake onderzoeken gefinancierd door de fossiele industrie?

“Dat hangt van de samenwerkingsovereenkomst af. Stel dat een bedrijf dat fossiele brandstoffen produceert wil inzetten op verduurzaming, maar zelf de technologie niet kan ontwikkelen en in bepaalde universiteiten een interessante partner ziet, dan denk ik dat het wel kan. Weliswaar op voorwaarde dat in de samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd dat het onderzoek zonder inmenging van het bedrijf gebeurt en dat de resultaten worden gepubliceerd.”

Onder academici heerst de zorg dat onderwijs het ondergeschoven kindje wordt door de focus op onderzoek. Een oplossing die naar voren wordt geschoven, zijn onderwijsprofessoren. Terzijde: als je proffen eens flink wilt horen bekvechten met elkaar, begin dan over onderwijsprofessoren.

“Onderzoek en onderwijs gaan altijd hand in hand. Dat is voor mij extreem belangrijk. Ik herinner me van mijn eigen studententijd dat je voelt of de persoon die voor je staat de materie echt beheerst door er dagelijks mee bezig te zijn of dat die louter een handboek gebruikt. Maar onderwijs is even belangrijk als onderzoek. Vandaar ons voorstel om bij de onderzoeksvisitatie niet alleen onderzoek te beoordelen, maar ook onderwijs.”

Meer of minder verengelsing?

“Wij pleiten voor twee à drie extra Engelstalige bachelors. Onze universiteit loopt wat betreft internationalisering achter op VUB en KU Leuven. Het is ons niet alleen te doen om het marktaandeel studenten dat daardoor daalt en de financiering die hiervan ten dele afhankelijk is, maar ook omdat een stad als Antwerpen een universiteit met een internationale uitstraling verdient. Die extra opleidingen in het Engels hebben als doel hoofdzakelijk internationale studenten aan te trekken die sowieso in het Engels les krijgen. Het kan geenszins de bedoeling zijn dat het Nederlands het slachtoffer wordt, zoals in Nederland wel het geval is.”

Uit beide beleidsvisies blijkt een bezorgdheid over het gedaalde marktaandeel studenten aan UAntwerpen. Tegelijk wordt er binnen en buiten de universiteit geklaagd over het aanvangsniveau van de studenten. Zijn er dan al niet genoeg studenten?

“Onze maatschappij heeft meer hogeropgeleiden nodig. Zeggen dat er minder mensen naar de universiteit moeten, is geen goede insteek. De uitdaging voor onze universiteit is om jongeren uit Antwerpen en de dichte omgeving van Antwerpen te blijven aantrekken en om extra jongeren aan te trekken uit de Kempen, regio Mechelen en het Waasland. Ons potentieel wordt daar nu niet ten volle benut.”

Zijn lesopnames een vloek of een zegen?

“Het is geen zwart-witverhaal. Ik ben voorstander omdat ik van de studenten heb geleerd dat ze die gebruiken tijdens het studeren. Tegelijkertijd vind ik het essentieel dat studenten werkelijk naar de campus komen. Dus in mij vind je geen voorstander van volledig online onderwijs. Studeren is meer dan kennisverwerving alleen. Het is ook een sociaal netwerk opbouwen, sociale vaardigheden trainen en het samen beleven van het studentenleven. Daarom dat we in onze faculteit lesopnames stimuleren, maar niet verplichten.”

Weet u wat u moet doen als een student op u afstapt en grensoverschrijdend gedrag meldt? Werkt het systeem?

“Jazeker, ik weet hoe het werkt. Als decaan heb ik met enkele casussen te maken gekregen. Door te praten met alle betrokken partijen, zowel slachtoffers als daders, kom je soms te weten dat iets al een hele tijd gaande is. Bij het slachtoffer merk je een zekere schroom om ermee naar buiten te komen. Zowel personen uit de directe omgeving als het slachtoffer zelf moeten nog meer het gevoel krijgen dat ze ergens terecht kunnen en dat met hun melding iets gaat gebeuren. De systemen zijn er en het is goed dat ze er zijn. Wat we moeten doen, is het bewaken van de laagdrempeligheid en een cultuur installeren die het evident maakt dat je als slachtoffer of omstaander aan de alarmbel trekt.”

Maatschappelijke problematieken sijpelen door in de universiteit die zichzelf als actief pluralistisch bestempelt. De oorlog in Gaza is er een spijtig voorbeeld van. Wat doet u als rector?

“Ik sta volledig achter de idee dat de universiteit geen politieke, laat staan een activistische speler is. Onze universiteit heeft net een mensenrechtentoets geïnstalleerd en ik denk dat dat een belangrijk instrument wordt. Ik denk ook dat het belangrijk is om niet te vervallen in algemeenheden. Het is niet omdat een politiek bewind in een bepaalde staat slecht is, dat noodzakelijkerwijs de studenten, onderzoekers en universiteiten in dat land de nadelen ervan moeten voelen.”

“Naast een vrijheid van meningsuiting die bijna absoluut is, heb je als academicus ook academische vrijheid. Als je een opiniestuk ondertekent met je naam en je titel, moet je dat doen vanuit je wetenschappelijke expertise zodat het publiek weet dat die persoon spreekt met kennis van zaken. Doe je dat buiten je wetenschappelijke expertise, moet je duidelijk maken dat je je niet beroept op je academische titel. Als rector is dat nog moeilijker omdat je rector bent van de hele universiteit. Je kunt niet zeggen: dit is mijn individuele mening zonder dat het afstraalt op de universiteit. De twee vallen niet los te trekken.”

In 2022 schorste de rector twee docenten na het uitlekken van filmpjes waarin ze beledigende uitspraken deden over studenten. Hoe had u als rector deze situatie aangepakt?

“Ik had niet zo snel gecommuniceerd en eerst gekeken naar wat daar juist aan de hand was. Ik heb de volledige opname bekeken en niet enkel het uitgelekte filmpje: de uitspraken zijn fout, maar er zijn nuances aan te brengen. Een intern gesprek met de betrokkenen en een gesprek tussen de studenten en de lesgevers had veel kunnen oplossen. Dan was de uitkomst mogelijk ook anders geweest.”

Rector zijn is niet alleen beleid voeren. Het is het gezicht zijn van de universiteit. Is dat iets waar u naar uitkijkt of tegenop kijkt?

“Ik heb daar nu geen gevoelens bij. Als decaan heb je ook externe visibiliteit en dat hoort erbij. Als rector zal dat nog meer zijn. Je gaat me niet op X zien opduiken. In zo’n korte tekst ga je nooit een boodschap genuanceerd kunnen brengen. Vooral LinkedIn, maar soms ook Instagram en Facebook, gebruik ik wel. Dat zijn goede kanalen om aan wetenschapscommunicatie te doen.”

Waarom moeten academici en studenten op u stemmen?

“Als het gaat over het bevorderen van de samenwerking, over internationalisering en over het reduceren van administratieve overlast en interne competitie, hebben we een heel ambitieus programma. In tegenstelling tot mijn tegenkandidaat kan ik nog twee termijnen doen. Gezien ons ambitieuze plan dat op de lange termijn is gericht, heb ik ook de ambitie om, als de universitaire gemeenschap dat wil, onze plannen in een tweede termijn verder te realiseren.”

“Ik zie dat het andere team een vicerector studentenzaken heeft. Dat verwondert mij wat, omdat ik vind dat de rector zelf het aanspreekpunt van de studenten moet zijn. Het is absoluut mijn ambitie dagelijks laagdrempelige contacten te hebben met de studenten en personeel. Verder hamer ik op het faciliteren van het studentenleven. Ik heb zelf een rijk studentenleven gehad en het is iets wat vanuit de maatschappij te makkelijk gepercipieerd wordt als een probleem, terwijl het juist een verrijking is.”

Op welke vlakken zijn u en uw tegenkandidaat het roerend eens en welke verschilpunten zijn er?

“Een aantal elementen wijzen in dezelfde richting, maar er zijn ook duidelijke verschilpunten. Tevens zijn wij veel concreter. Denk aan het systeem van het verminderen van interne competitie op basis van doctoraten. We presenteren ons ook echt als een team met ruime beleidservaring en met de juiste expertise in het domein waar we voor staan. En dan kom ik graag nog terug op de verstandhouding die tussen de decanen is gegroeid, dat is redelijk uitzonderlijk en voor de universiteit zeer belangrijk.”

Welke vraag wilt u aan uw tegenkandidaat stellen?

“Het is misschien een stoute vraag, maar Herwig is al zeven jaar voorzitter geweest van de Raad van Bestuur en heeft al kunnen wegen op het bestuur. Waarom ook nog eens vier jaar rector zijn?”



haatfabriek

25/02/2024
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal ja. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over mijn ervaring met UAntwerpen Confessions.

Sinds de dwarsrubriek kotgeheimen vorig jaar aan een tragisch einde is gekomen, heb ik niets meer om van te leven. Vrienden die in stabiele relaties beginnen te raken of juist van hun toxische relaties af beginnen te raken: ik ben heel blij voor ze, maar hoe zit het met mij? Ik krijg geen interessante verhalen meer binnen en zelf maak ik ook niet veel mee. Ik pleeg geen fraude, heb geen partner om overspel op uit te testen en heb zelfs niet eens een aulacrush om op af te stappen. Helemaal #weodend word ik er nog niet van, maar het begint wel een beetje saai te worden.

Ik moet het voorlopig dus doen met UAntwerpen Confessions, maar dat levert niet veel succes op. Misschien is het uit een of andere humor die ik nog niet begrijp, maar ik snap niet dat je een UAntwerpen Confession instuurt met een vraag die je gewoon kan opzoeken. Als je je naar Facebook kan begeven, neem ik aan dat je weet waar Googles zoekbalk te vinden valt. Gevorderden kunnen zelfs ChatGPT gebruiken, maar dan moet je wel weten waarvoor je AI kan gebruiken en waarvoor best niet.

Als het een bevestiging van slechte gewoontes is die je zoekt, dan hoef je dat in mijn ogen ook niet in te sturen als confession alsof de wereld het choquerend zal vinden. We zien er namelijk allemaal brak uit tijdens de examenperiode, behalve als je in de bib bij faculteit Rechten gaat studeren. Ik weet niet hoe ze het doen, maar ze hebben mijn respect. Voor de rest koken weinig studenten deftig in de blok, wassen we ons minder, zitten we meer op onze telefoon of negeren we juist iedereen die ons een bericht stuurt. Dat is allemaal normaal, ga je gang, maar doe niet alsof je vergelijkbaar bent met het schroot op de straat. Ik hou niet zo van dramatische verwoordingen en mensen die overdrijven voor geschreven entertainment.

Ik moet zelf ook even iets heftigs bekennen. Ik heb in het voorbije jaar weer menig UAC-post doorgelezen en voorgaande klachten hebben me niet weerhouden. Laat dit echter een oproep zijn aan mensen met spannendere levensgebeurtenissen om die ook te delen.

Kleine disclaimer voor als je je aangesproken voelt: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Als je diep gekwetst bent, kan je er altijd een UAntwerpen Confession over insturen. Dan praten we het samen uit. Als je er erg veel frustraties aan overhoudt: kom naar de volgende redactievergadering van dwars, dan maken we van de volgende haatfabriek een collaboratie.