editoriaal

23/03/2024
Editoriaal (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Cantus ex, editoriaal in! Toen ik een jaar geleden met het idee begon te spelen om de hoofdredactie van ieders favoriete studentenblad te vervoegen, maakte ik lijstjes van pro’s en contra’s. Als ik toen wist dat ik een theecantus zou moeten voorzitten, had dat ongetwijfeld in grote vette letters bovenaan het, voor de rest zeer korte, contralijstje gestaan. Sinds het vierde middelbaar heb ik geen woord Latijn meer in de mond genomen, schijnwerpers zijn niet aan mij besteed en aan de microfoon wil ik zelfs niet denken. Ik aan een voortafel? Recipe for disaster, dacht ik.

Nu het achter de rug is en de stress is gaan liggen, besef ik dat een cantuszaal voor de senior eigenlijk een utopie is. Wie wil er nu niet per direct van al haar problemen verlost zijn door simpelweg “cantor habes” te zeggen? Maak je toch een fout, dan trek je een ad (of sip je van warme thee) en is alles vergeten en vergeven. Ja, ik zou er zelfs voor willen pleiten om de cantuscommando’s te integreren in het dagelijkse leven. Staan er weer eens verkopers voor je deur? Non habes en deur dicht. Geen zitplek op de tram? Surgite en zelf snel neer gaan zitten. Kotgenoten die het bont maken op onmenselijke uren? Silentium!

Toegegeven, heel goed hoef je me niet te kennen om te weten dat ik nooit de moed bij elkaar zou kunnen schrapen om mensen zo te commanderen. Toch spreekt het idee van die duidelijke communicatie me wel aan. Gedaan met “Ik vroeg me af of je misschien als je dat ziet zitten…” en “Ik kan me vergissen, maar ik dacht dat je vorige week had gezegd dat…” Gedaan met nadenken hoe ik mijn boodschap moet verpakken. Gedaan met wekenlang twijfelen. Vanaf nu enkel nog korte en eenduidige uitspraken. Vanaf nu duidelijk zeggen wat ik wil.

Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik tijdens die cantus begin maart leerde: met mezelf af en toe in de schijnwerpers zetten is helemaal niets mis. Anderen mogen zoveel konkelfoezen, elkaar toedrinken of het woord vragen als ze willen, dat maakt wat ik te zeggen heb niet van ondergeschikt belang. In het dagelijkse leven zullen mensen niet snel “waar is die cantus heen” scanderen, maar als ze echt eerlijk zijn, willen ze misschien zelfs wel dat ik mijn mond opentrek en mijn mening deel. En ik leerde dat ik niet zo moet stressen en het uiteindelijk allemaal wel goed komt, dat ook.

Dan is het nu tijd voor vrije versies. Sla de pagina maar snel om want een student die dwars leest, wouldn’t do us any harm. And we’ll roll the old chariot along...

 

Pebbles Antonissen, hoofdredacteur

 

PS Om de redacteur gerust te stellen die op pagina 10 haar mening uit over mensen die praten tijdens concerten, voel ik me genoodzaakt toe te voegen dat ik mijn recent geleerde les niet zal toepassen in concertzalen.



Antwerpen

23/03/2024
Kattencafé (© Ine Cuypers | dwars)
🖋: 
Auteur

Ben je de gezichten van je professoren even beu en zou je liever wat schattigere dieren bestuderen dan je eigen medestudenten, dan is CatCafe zeker iets voor jou. Deze koffiezaak, gevestigd op de zeer toepasselijk genaamde Sint-Katelijnevest 50, is geen standaard koffiezaak. Je moet namelijk de hele tijd je drankje in het oog houden zodat er geen katten aankomen.

CatCafe is dan wel het eerste kattencafé in Antwerpen, het is niet het enige op de wereld. Het idee van een dierencafé heeft zijn oorsprong in 1998 in Taiwan. Al snel is het concept overgewaaid naar Japan, waar het is uitgegroeid tot een gigantisch fenomeen. Niet alleen kattencafés zijn daar succesvol. Ook niet-­standaard huisdieren, zoals uilen, egels of otters, hebben er hun eigen cafés. Recenter duiken dierencafés in de rest van de wereld op, waaronder ook in België. Bij ons is het kattencafé op een paar jaar tijd uitgegroeid tot een grootschalig fenomeen. In verschillende steden kan je tegenwoordig van het gezelschap van katten genieten.

In Japan is het dierencafé een groot succes. Dat komt door de Japanse huisvestings­situatie: in de grote steden woont zo goed als iedereen in appartementen, waar huisdieren meestal niet zijn toegelaten. Omdat de meeste Japanners dus zelf geen kat in huis kunnen halen, biedt een café met katten de ideale oplossing om toch wat schattige dieren in hun leven te brengen. Om dezelfde reden is het kattencafé in de rest van de wereld, en dus ook bij ons, populair geworden. Mensen die zelf geen huisdier in huis mogen of willen halen, kunnen op deze manier toch tijd doorbrengen met een kat zonder enige verplichting om de kattenbak schoon te maken.

CatCafe voegt bovendien nog een extraatje toe aan het oorspronkelijke concept. De katten die te vinden zijn in het café komen uit het asiel en kan je dus adopteren. Mensen kunnen bij een lekker tasje koffie of een kopje thee de verschillende bewoners van het café leren kennen, voor ze beslissen of ze een van de katten een nieuwe thuis willen geven. Dat zorgt er ook voor dat er steeds andere katten te vinden zijn in het café.

Ook als je geen intentie hebt om een kat te adopteren, ben je meer dan welkom. Met lekkere drankjes, vriendelijk personeel en het fijne gezelschap van de katten is het de ideale plaats om tussen de lessen door een welverdiende pauze te houden. Naar mijn mening geven de poezelige snoetjes je al onmiddellijk zin om een van de katten mee naar huis te nemen. Wees dus voorzichtig als je ernaartoe gaat, want de kans bestaat dat je zo een bewoner wilt katnappen
 

Als je door je bezoek aan het kattencafé te laat bent in je volgende les, is dwars niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen. 



coach conny

23/03/2024
Coach Conny (© Amber Peeters | dwars)

Vanmorgen werd omstreeks 7 uur het levenloze lichaam van Coach Conny (52) gevonden aan de voet van een appartementsblok aan de Willem Elsschotlaan te Linkeroever. De vrouw stierf vermoedelijk door een aanrijding, maar de autopsie wees uit dat ze ook aan een levensbedreigende schimmelinfectie leed, een steekwonde had en van de zevende verdieping naar beneden was gevallen.

Op de plaats delict werden naast haar twee zonen Jordan (11) en Wesley (7)  ook een medewerker van pleegzorg en Conny’s huurbaas aangetroffen. Het CLB had pleegzorg afgestuurd op het gezin, omdat er op school vermoedens waren van verwaarlozing. De kinderen konden daarom na het tragische voorval meteen opgevangen worden. P. Robleem,  de huurbaas, was dan weer aanwezig om achterstallige huurgelden te innen en een uitzettingsbevel af te leveren: “Ik had  alles al geprobeerd, ik had zelfs een brief gestuurd naar het magazine waarvoor ze maandelijks schreef. En toch weigerde ze te betalen, een uitzettingsbevel was dus de volgende stap. Hoe moest ik anders van haar zijn afgeraakt?”

Op dat nieuws zou het slachtoffer slecht gereageerd hebben, waardoor ze met een bot keukenmes begon te dreigen. Robleem zou tijdens een poging om haar te ontwapenen het slachtoffer tussen haar ribben hebben gestoken en haar van zich afgeduwd hebben tegen de balustrade. Die was echter helemaal rot, waardoor het hout brak en de vrouw zeven verdiepingen naar beneden viel. Nu zit de politie met de vraag of Robleem weet had van de kapotte balustrade en hij haar er met opzet tegen duwde. De man wordt momenteel nog verhoord.

Na de val leefde het slachtoffer nog, waardoor Robleem al zeker niet vervolgd kan worden voor doodslag. “Mama riep nog iets naar ons toen ze op straat lag”, vertelt Jordan, een van haar zonen. Wesley bevestigt dit: “Voordat ze door een Deliveroobezorger op een brommer overreden werd, waren haar laatste woorden: ‘Ik betaal nog steeds geen huur, godverdomse gierigaard.’” Op de vraag hoe hij zich nu voelt, antwoordt de jongen alvast positief: “Goed. Mag ik nu bij een gezin wonen waar ze wel warm water hebben?”



UAntwerpen

23/03/2024
Campusdichter (© Merijn Wüst | dwars)
🖋: 
Auteur

Op de openingsreceptie van cultuurfestival Calamartes op 4 maart werd de gloednieuwe campusdichter bekendgemaakt, maar wat is een campusdichter? Dat is iemand die aan de universiteit verbonden is als student of doctoraatsstudent en haar maandelijks voorziet van nieuwe poëzie. Dat kunnen geschreven gedichten zijn, maar ook video’s, optredens en andere creatieve vormen.

Onze universiteit heeft al sinds 2019 een campusdichter en werd zo de eerste Vlaamse universiteit die een eigen dichter aanwierf. Het was toen doctoraatsstudent Zainab Noor el Hejazi die de spits afbeet. In 2021 nam student Rechten Esohe Weyden de fakkel van haar over. Zij was campusdichter tot en met vorig academiejaar. Het was dus hoog tijd voor een kersverse campusdichter. Ik stond met spanning te wachten voor de spiegeltent van het cultuurfestival toen werd aangekondigd dat het Leonie Moreels zou zijn die ons voor de komende periode zal voorzien van leesvoer. Na de bekendmaking begon ook meteen haar eerste publieke optreden als campusdichter, waarbij ze de aftrap gaf met een humoristische inleiding over de botte tang die blijkbaar jaarlijks gebruikt wordt om de spiegeltent open te breken. Dat leidde haar naadloos naar haar eerste spoken word-performance als campusdichter met bijpassende titel met botte tang.

Ik kon haar na afloop nog ontmoeten voor een gezellig gesprek. “Het is vooral heel druk geweest”, vertelde Leonie wanneer ik haar vroeg hoe het met haar ging. “Ik ben net terug van een uitwisseling in Utrecht, dus de voorbije week was het vooral wat terug in de plooien vallen in Antwerpen. Het is dan ook heel leuk om allemaal mensen terug te zien!” Het campusdichterschap en de weg daarnaartoe verliepen rustiger dan dat, wist Leonie me te vertellen. “Tijdens mijn tijd in Utrecht ben ik in contact gekomen met verschillende dichters­gezelschappen en daar heb ik wat van mijn materiaal laten lezen door bevriende schrijvers. Aangezien het campusdichterschap in Nederland heel bekend is, brachten zij me op het idee om campusdichter in Antwerpen te worden. Toen ik merkte dat er op dat moment nog geen vervanger voor Esohe was, heb ik mijn portfolio opgestuurd naar Rubi (het cultuurteam van UAntwerpen). Zij waren heel enthousiast en zo geschiedde.”

spoken word

Het schrijven heeft haar altijd al nauw aan het hart gelegen, vertelde Leonie. “Ik heb altijd al geschreven. Zo zijn er nog schrijfsels bewaard van toen ik klein was waarin ik dialogen opvoerde tussen producten uit de supermarkt (lacht). Later ben ik dan Woord gaan volgen als hobby en toen ben ik begonnen met poëzie schrijven.” Verder volgde ze het Spoken Word Traject van Noordstaat en rondde ze een opleiding schrijven aan de KADE Kunstacademie af. Ze won daarnaast al heel wat prijzen, waaronder de Jotie T’Hooft Poëzieprijs voor de jeugd.

Op de openingsdag van Calamartes bracht ze spoken word, maar dat is naar eigen zeggen niet haar specialiteit: “Ik denk dat ik toch sterker ben in het geschreven woord, maar door de cursus die ik volgde heb ik wel echt de liefde gevonden voor het gesproken woord.” Bij haar activiteiten als campusdichter is het haar plan de twee handig af te wisselen naargelang de gelegenheid. “Geschreven poëzie is nog altijd geschikter voor nieuwsbrieven en dergelijke, maar op evenementen wil ik graag afwisselen met spoken word.”

Bepaalde thematieken die terugkomen in haar poëzie zijn er volgens Leonie niet echt. Toch zijn er tendensen. Zo schrijft ze bijvoorbeeld vaak over het klimaat en daarmee won ze de Schrijfwedstrijd Klimaatverandering voor Gentse scholieren en studenten. Daarnaast werd ze ook klimaatdichter op het het 51ste Poetry International Festival in Rotterdam. Toch is engagement niet het doel van haar poëzie, vertelt Leonie. “Ik ben in de eerste plaats niet militant, dat is niet mijn eerste natuur en zeker niet mijn sterkste kant. Uiteraard wil ik luisteren naar en schrijven over dingen die leven bij studenten, maar het engagement zal nooit mijn initiële stijl overrompelen.” Verdere thema’s pikt Leonie uit het leven van alledag: “Mijn gedichten komen vaak bijna volledig uit mijn notitiesapp. Daar noteer ik dan woorden of kleine dingen die ik mooi vind uit het dagelijks leven. Dat kunnen dingen zijn die ik opvang uit gesprekken, maar ook dingen die ik zie terwijl ik op de fiets zit of vragen die in me opkomen. In dat opzicht zie ik mezelf soms meer als iemand die collages maakt van fragmenten en woorden dan een dichter (lacht).”

Of ze nu een woordensprokkelaar, dichter of woordkunstenaar is, moet nog duidelijk worden. Een ding is zeker: Leonie Moreels is onze campusdichter voor het komende academiejaar. In dit korte gesprek gaf ze wel een beetje blijk van wat we dit jaar nog van haar kunnen verwachten: poëzie die een sprong maakt uit de ivoren toren en tot leven komt in de straten van Antwerpen. Ze wil schrijven over het dagelijkse leven zoals zij dat ervaart, maar ook over prangende problematieken waar studenten van wakker liggen, zoals de klimaatopwarming. Naast geschreven poëzie kunnen we ook spoken word-performances en misschien nog veel meer verwachten van Leonie. Ik houd alvast mijn mailbox in de gaten voor de eerste updates!



haatfabriek | satire

23/03/2024
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal ja. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over mijn ervaring met mensen die na middernacht beweren dat het de volgende dag is.

Stel het je even voor. Het is één uur ’s nachts. Je bent goed aan het gaan op je pre. Je voelt je goed, je hebt morgenochtend geen les en je weet dat je vanavond zo laat uit kan als je wil. Je meldt dit aan een van je vrienden. “Ik ben zo blij dat ik morgen geen les heb!”, zeg je. Je krijgt een antwoord. 

“Je bedoelt vandaag?”

Je mond valt open, je brein stopt even met werken. Al het geluk dat je voelde, verdwijnt in een ogenblik. Je bent niet boos, maar teleurgesteld dat dit soort radicale gedachten in je eigen vriendengroep voortbewegen. Dit, lieve lezers, is sinds vorige week mijn nieuwste trauma. Die vreselijke gebeurtenis is mij overkomen, maar ik heb het overleefd.

Ergens in mijn hoofd begrijp ik dat, puur theoretisch gezien, een dag begint om middernacht en daar ook eindigt. Ik zal het echter nooit publiekelijk toegeven. Het is toch niet omdat een of ander beleid dat beslist heeft dat ik me daarnaar moet schikken? Ik antwoordde dus, weliswaar na een korte pauze om te bekomen, op de vreselijke vraag met de woorden “Ik wil je dat nooit meer horen zeggen”, gevolgd door verscheidene levensbedreigingen en de vraag “Als je aan een dag denkt, dan denk je toch aan opstaan en gaan slapen in plaats van aan tijdstippen?” Na een beangstigd knikje van de persoon in kwestie voelde ik dat ik mijn punt gemaakt had.

Ik neem even de vrijheid om mijn persoonlijke geloofsovertuigingen mee te delen. Ik vind dat het de volgende dag wordt wanneer je iets doet dat je normaal gezien op die dag zou doen. Dat is de vuistregel. Wakker worden is het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar als je die nacht niet slaapt, is het bijvoorbeeld ontbijten of je klaar maken voor school dat de functie vervult. Als je pas tegen acht uur ’s ochtends thuiskomt en je huisgenoten tegenkomt die al vertrekken, dan leef je gewoonweg in een andere tijdzone. Op een andere dag. Zij zijn al bij morgen, jij bent nog bij vandaag. Dat is gewoon de waarheid van het universum en je zal me nooit iets anders kunnen wijsmaken.

Kleine disclaimer voor als je je aangesproken voelt: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Als je diep gekwetst bent, kan je me altijd een mailtje sturen. Of ik de dag zelf nog antwoord, zal afhangen van de tijdzone waar jij je in verkeert en die waar ik in verkeer. Dan praten we het morgen samen uit. 



Antwerpen

23/03/2024
Stadswaag (© Lena Vercammen | dwars)
🖋: 

Vergeet den Dolce en de Klimax, de prijs voor de meest memorabele Stadswaagnachtclub aller tijden gaat naar de inmiddels ter ziele gegane Cinderella’s Ballroom. In de jaren 1970 en 1980 groeide deze slecht verlichte kelder uit tot het epicentrum van de Antwerpse punkscene. De nabijheid van deze voormalige muziektempel inspireerde onze redacteur tot een zoektocht naar de sporen van het roemrijke Antwerpse punkverleden.

Wanneer ik ter voorbereiding van dit artikel over de verlaten Stadswaag struin, dwalen mijn gedachten af naar het Antwerpen van de jaren 1970. Na een periode van ongeziene groei belandde de economie in een neerwaartse spiraal. Voor jongeren was er nauwelijks toekomstperspectief. Arbeiders geraakten niet aan de bak in de haven en moesten elke dag noodgedwongen door weer en wind fietsen om een stempel te laten zetten en afgestudeerden konden niet aan de slag op de arbeidsmarkt. Hun dromen lagen al aan diggelen voor hun volwassen leven goed en wel begonnen was. Een eigen huis met tuintje – het ideaal van de babyboomgeneratie – zat er voor hen niet in. En wat met de vijand uit het Oosten? Zou hun schimmelrijke huurflat een nucleaire inslag overleven?

Ondertussen rommelde het aan de overzijde van het Kanaal. Om te ontsnappen aan de waan van de dag vluchtten Britse jongeren in een undergroundscene vol scheurende gitaren, leren jassen en welgeplaatste veiligheidsspelden. De punkers zagen het levenslicht. Hun motto: de wereld is naar de kloten. Hun antwoord daarop: een dikke middelvinger.

Na een reis door het Verenigd Koninkrijk besloot Antwerpenaar Luc Van De Poel dat de sinjorenstad nood had aan een dosis anarchie en stichtte hij ’s lands eerste punkband The Kids. Nomen est omen: bassist Danny De Haes was bij de oprichting amper twaalf jaar oud. Het contrast met frontman Ludo Mariman, een potige havenarbeider met de aaibaarheidsfactor van een hondsdolle rottweiler, kon haast niet groter zijn. In een mum van tijd kregen The Kids navolging van een reeks Belgische punkbands. Ervaring was dan ook geen vereiste. Met een handvol akkoorden, een mondje steenkolenengels en een frontman die de longen uit zijn lijf schreeuwde, kwam je al een heel eind.

Punk was naast een muziekgenre een ware levensstijl. Jongeren hulden zich in rafelige jeans en strakke leren jassen, maten zich een hanenkam aan en keilden hun studies en loopbanen in de vuilbak. Punkers hadden wel wat beters te doen met hun tijd. Pogoën op The Sex Pistols bijvoorbeeld. Of kleinburgerlijke pennenlikkers een goei saflet geven. Softies die in de flowerpower waren blijven hangen, verdienden eveneens een flink pak rammel.

party on, party on, party on

De buurt rond de Stadswaag was het kloppend hart van de Antwerpse punkbeweging. Niet verwonderlijk: door de nabijheid van de Academie, de UFSIA (een van de voorlopers van UAntwerpen) en de dokken woonden er rondom het plein vooral jonge kunstenaars, studenten en havenarbeiders. Bovendien waren de huurprijzen er door de armoedige staat van de panden aan de lage kant. Overdag sliepen punkers er hun roes uit. In de late namiddag zetten ze koers naar het Conscienceplein, waar ze de nacht inzetten in het Pannenhuis, de muziektempel waar de mannen van Pink Floyd in hun psychedelische begindagen nog hadden opgetreden. Anno 1980 was Pink Floyd een stadionvullende progrockband waar de meeste punkers hun neus voor ophielden.

Rond middernacht trok een stoet leren jassen naar de Stadswaag waar Cinderella’s Ballroom klokslag middernacht haar deuren opende – nomen est wederom omen. De muziekclub was het walhalla voor de in leer gehulde meerwaardezoeker. Door de boxen schalden de betere (post)punk, ska en new wave. Journaliste Annik Honoré, de vrouw waar Joy Division-frontman Ian Curtis zijn hart aan verpand had, gaf regelmatig een acte de présence en een groep modestudenten bewonderde de gewaagde outfits. Later zouden ze als couturières de wereld veroveren onder de naam de Antwerpse Zes. De festiviteiten in Cinderella’s Ballroom gingen door tot in de vroege uurtjes. Punkliefhebbers die nog in hun ouderlijk huis woonden, namen rond 10 uur de tram naar het centrum om zich aan te sluiten bij het feestgewoel.

ne plastieken zak

Een van de hipste vogels in Cinderella’s Ballroom was Gene Bervoets. Lang voor zijn doorbraak als acteur was hij de frontman van dienst bij The Plastik Bags. Bervoets en de zijnen keken verder dan het Londen van The Sex Pistols en lieten zich inspireren door de New Yorkse artpunkbands Talking Heads en Television. Ze doorspekten hun teksten met intellectuele referenties, hielden dandyeske verkleedpartijen en brachten een sound voort die een stuk geraffineerder was dan de sonische oplawaaien van hun aartsrivalen The Kids. Zelfverklaarde proletariër Mariman had namelijk een broertje dood aan pendantisme. Lang voor de fameuze battle of britpop barstte de Antwerpse battle of punk uit. Bervoets liet ooit in een interview optekenen dat hij vaak moederziel alleen op het podium stond omdat de overige bandleden slaags waren geraakt met de achterban van The Kids.

Toen de goegemeente lucht kreeg van de punkscene zond de BRT Marc Didden eropuit om het fenomeen te doorgronden. De eminente popkenner leverde een documentaire af met de poëtische titel Gisteren zullen we de pogo dansen. Met zijn kenmerkende piepstem stelde Didden de vragen die op de lippen van de brave huismoeder brandden: Hoe ziet de dag van een punker eruit? Waarom zijn jullie zo boos? Zijn jullie fascisten?

Vergis je niet, ondanks de ogenschijnlijk naïeve vragen wist Didden donders goed waar punk voor stond. Als klap op de vuurpijl kreeg hij zelfs enkele prominente figuren uit de beweging voor zijn lens: The Kidsfrontman Mariman deelt met branie zijn wereldvisie mee (wat die wereldvisie precies inhield, daar heeft al wie het Antwerps dialect niet machtig is het raden naar), De Brassers verkondigen de leer van hun Messias Johnny Rotten en de wereldvermaarde Talkings Heads zijn de – euh – talking heads van dienst.

there will be no next time

Toen Marc Didden de punk in de Vlaamse huiskamer bracht, was de beweging al over haar hoogtepunt heen. Punkers van het eerste uur hadden de gitaren inmiddels aan de wilgen gehangen; bands die niet ten onder gingen aan de dodelijk cocktail van drank, drugs en oplopende ruzies, zwichtten voor het grote geld. Zij die ooit het antikapitalisme predikten, tekenden nu een lucratief platencontract. Zo ook The Kids, die in de jaren 1980 salonfähig genoeg waren voor de Aardbeiprinsesverkiezing in mijn geboortedorp Melsele. Geloof me, een authentieke punker heeft daar niks te zoeken…

De geest van de punk leeft misschien nog het meest voort in de kunsten. Ann Demeulemeester – een van de Antwerpse Zes – is sinds jaar en dag de vaste couturier van punklegende Patti Smith. Jan Fabres kevermozaïeken en punaisesculpturen stralen dan weer het geweld van een stevige pogo uit, zijn kattenvideo en werkattitude helaas ook.

Cinderella’s Ballroom sloot in het midden van de jaren 1990 de deuren, maar leeft voort in de gedachten van een generatie oud-punkers. In 2018 organiseerde de Academie een tentoonstelling over de Antwerpse punkscene. Op een steenworp van de Stadswaag vergaapten geïnteresseerden zich aan kijkkasten vol zines, buttons en cassettes. De punk van Cinderella’s Ballroom in een keurige museumopzetting… Dat schoentje knelt.

Naar aanleiding van de tentoonstelling besloot Bervoets The Plastik Bags nieuw leven in te blazen. De huidige postpunkhype rond IDLES, Shame en Fontaines D.C. creëert een momentum voor de comeback van ervaren punkrotten. Allemaal goed en wel, maar die goeien ouwen tijd keert nooit meer terug. Een groep nostalgisch aangelegde vijftigers en zestigers houden de herinneringen aan Cinderella’s Ballroom in stand met een gesloten Facebookgroep die vernoemd is naar de voormalige nachtclub. Een eenvoudig postje met een videoclip van een of andere obscure eightiesband volstaat om de commentsectie te laten losbarsten. “Ik heb in Cinderella nog een pint gedronken met die gast”, merkt iemand op, doelend op een gitarist die (aan zijn kapsel te zien) elke dag 230 volt door zijn lichaam jaagt. Afsluiten doen alle berichten met een variatie op eenzelfde thema: “Da ware nogal is tijden hé.”



dwarszitter

23/03/2024
dwarszitter
🖋: 

Je kent het wel, met goede moed begin je in februari aan het tweede semester, maar in maart smelt je motivatie alweer als sneeuw voor de zon. Hoe anders had je leven er kunnen uitzien mocht je een ander pad ingeslagen zijn? Om dat te ontdekken gaat dwars regelmatig haar boekje te buiten. In deze editie trek ik, een student Taal- en letterkunde, naar een les ‘stofwisseling en hormonen 1’ uit de tweede bachelor Geneeskunde, gegeven door Christophe De Block.

Buiten adem kom ik op de valreep op tijd in de les. “De echte geneeskunde-ervaring”, laat ik me vertellen. Ook mijn neiging tot geeuwen lijkt gedeeld te worden door mijn buren (het is dan ook 8.30 u), maar daar stopt de echte geneeskunde-ervaring zowat. Ik hoop maar dat alle termen die De Block op ons afvuurt mijn aulagenoten bekender in de oren klinken. Bij de eilandjes van Langerhans droom ik meteen van een ontspannende eilandvakantie en de krebs­cyclus noteer ik eerst als crêpecyclus. Waar de les nu eigenlijk over gaat, daar kan ik de vinger niet opleggen. Iets met diabetes, meen ik op te vangen. Manneken Pis is daar blijkbaar het icoon van.

Het zou niet eerlijk zijn De Block de schuld te geven van mijn absolute verwarring. Hij merkt het zelf ook op: “Da’s eigenlijk toch vervelend, hé, dat je met geneeskunde alles moet blijven onthouden.” Tja, die voorkennis heb ik nu eenmaal niet. Dat De Block zijn best doet, dat kan zelfs ik niet ontkennen. Ik was al onder de indruk toen ik hem in doktersoutfit vooraan de aula zag staan. Toen daar ook nog eens kleurrijke animaties van glucose zwevend door de pancreas en een dosis humor bij kwamen, was ik helemaal verkocht. Die humor was met momenten best zwartgallig. Waarom er drie donoren nodig zijn, is me ontgaan, maar van de uitspraak “Eigenlijk is het te hopen dat er een groot accident gebeurt met drie donoren tegelijk” schrik ik toch even op.

De ergste schok moet op dat moment nog komen. Na zo’n twee uur les vraagt De Block of we allemaal recht willen staan. Wie dagelijks minstens 30 minuten sport, mag meteen weer gaan zitten. Wie dagelijks fruit of groenten eet, wordt ook verlost uit zijn lijden. Daarna staat nog slechts één eerlijke student recht. Wanneer hij ook op de vraag of iemand in zijn familie diabetes heeft “ja” moet antwoorden, is de sfeer even gespannen in de aula. Ik ben fan van interactieve lessen, maar ik haal toch ook opgelucht adem dat ik niet in zijn schoenen sta. Gelukkig mag ook hij snel weer gaan zitten.

Wanneer de volgende pauze aanbreekt, besluit ik me uit de voeten te maken, bang dat anders ook ik mijn levensgewoonten zal moeten openbaren. Voor de andere studenten gaat de les nog door tot 18 uur. Zelfs met pauzes is negen en een half uur lang, maar ik kan me voorstellen dat er ergere manieren zijn om je dag te spenderen als je werkelijk iets van de les begrijpt.  



het laatste woord

23/03/2024
Duivenmelker (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie gaan we mierenneuken over duivenmelker.

De duivenmelker, het lijkt bijna een metafysisch concept dat uitsluitend voorkomt in stripboeken en tekenfilms als baken van Vlaamse gezelligheid. Mijn excuses dat ik die bubbel moet doorprikken, maar duivenmelkers bestaan niet alleen in stripboeken en dat zette me aan het denken. Wat doen duivenmelkers eigenlijk? Produceren duiven melk? Zijn duivenmelkers boeren? Geraak je bij het lezen van die overvloed aan vragen in paniek? Maak je geen zorgen, ik zocht het allemaal voor jullie uit.

Wat houdt duivenmelkers bezig? Wel, ze melken alleszins helemaal geen duiven. Duivenmelkers zijn liefhebbers van de duivensport. Dat houdt in dat ze speciale duiven kweken en trainen om zo snel mogelijk een traject tussen een lossingsplaats en hun hok af te leggen. De winnaar van zulke wedstrijden is de eigenaar van de duif die de hoogste gemiddelde snelheid behaalt op het afgelegde traject. Dat traject kan oplopen tot 1100 kilometer per dag. Toen ik daarachter kwam, was ik in shock. Wat een stelletje oplichters, die duivenmelkers. Ten eerste zijn het de duiven die de sport uitvoeren en niet zijzelf. Ten tweede durven ze zichzelf als winnaar van de wedstrijd bekronen, terwijl die duif waarschijnlijk zit te puffen in een krap hokje.

Daarmee stopt het verhaal nog niet. Ik kwam er ook nog eens achter dat de vermeende atleten soms gebruik maken van motivatietechnieken om hun duiven sneller te doen vliegen. Een populaire methode is het weduwschap. Die techniek houdt in dat de mannetjesduif een week voor de vlucht gescheiden wordt van zijn vrouwtjesduif. Daardoor vliegen de mannetjes sneller, omdat ze zo snel mogelijk terug bij hun vrouwtje willen zijn. Hoewel dat allemaal romantisch klinkt, vind ik het vooral barbaars.

Ten slotte, hoe zit het met die duivenmelk? Uit een snelle zoekopdracht ontdekte ik dat duiven wel degelijk melk produceren. De duif maakt een melkachtige substantie aan in haar krop nadat haar jongen uit het ei zijn gekropen. Die melk is dan voor de eerste levensdagen de voedingsbron van de pasgeboren babyduifjes en wordt allesbehalve gemolken door een duivenmelker. Blijkbaar is het woord duivenmelker gewoonweg ontstaan naar analogie met het woord geitenmelker (iemand die geiten houdt en dus wél melkt om van de opbrengst te leven). Wat een oplichters, die duivenmelkers.  



maatschappij

23/03/2024
Sociale media (© Margot Franckx | dwars)
🖋: 

Technologisch vernuft en sociale media zijn overal anno 2024. Die alomtegenwoordigheid kan je voornamelijk situeren binnen Generatie Z (geboren van 2001 tot 2015). Mensen uit Generatie Z worden ook wel digital natives genoemd, mensen die opgegroeid zijn in het digitale tijdperk en zich nauwelijks een leven zonder digitale technologie kunnen voorstellen. Het is de vraag wat zo’n leven tussen de schermen oplevert en of het wel een goed idee is dat jongeren zich zo massaal bezighouden met sociale media.

Wij spraken met professor Michel Walrave, gewoon hoogleraar aan het departement Communicatiewetenschappen aan UAntwerpen. Hij richtte de onderzoeksgroep MIOS (Media en ICT in Organisaties en in de Samenleving) op. MIOS doet onder andere onderzoek rond het digitaal mediagebruik van jongeren. Daarbij wordt vooral gekeken naar de risico’s die jongeren lopen en hoe ze daarmee omgaan.

Walrave startte zijn onderzoeksloopbaan begin jaren negentig aan KU Leuven. Tijdens zijn studie Communicatie­wetenschappen bestonden er nog geen sociale media, maar wel al internettoepassingen en chatmogelijkheden om interpersoonlijk te communiceren. Ondertussen zijn er een heleboel nieuwe toepassingen waarbij het privacyvraagstuk meer dan ooit actueel is. Vanuit haar missie focust MIOS zich vooral op een aantal risico’s van sociale media. “Een van de eerste risico’s die we nationaal en internationaal zijn gaan bestuderen is cyberpesten, in verschillende onderzoeken onder leiding van collega Heidi Vandebosch. Daarnaast doen we onderzoek naar online partnergeweld en andere vormen van online geweld. We doen ook onderzoek over intieme vormen van communicatie zoals sexting waarbij jongeren soms onder druk worden gezet om beelden door te sturen die dan misbruikt of verder doorgestuurd worden”, aldus Walrave.

opgroeien met sociale media

Allereerst licht Walrave toe hoe het komt dat jongeren zo sterk aangetrokken zijn tot sociale media. “Dat is geen toeval. Jongeren die opgroeien ondergaan een aantal fundamentele ontwikkelingen. Ze experimenteren met looks en vinden feedback van leeftijdsgenoten heel belangrijk. Die feedback, het experimenteren en het uiten van meningen gebeuren voornamelijk face to face, maar ook steeds meer op sociale media. Dat maakt dat sociale media een belangrijke rol spelen in de identiteitsvorming van jongeren.” Ten tweede ontwikkelen jongeren zich ook op het vlak van vriendschappen en relaties. “Sociale media spelen ook hierin een belangrijke rol. Ze openen namelijk een wereld van mogelijkheden om contacten te leggen. Vooral bij de eerste romantische relaties zijn sociale media belangrijk. Jongeren communiceren met elkaar, leren elkaar kennen en delen soms ook intieme informatie of foto’s met elkaar via digitale media. Digitale toepassingen zijn dus ook in de intieme sfeer belangrijk.” Een laatste domein waarin jongeren in een stroomversnelling komen is het streven naar en het bereiken van meer autonomie. “Tijdens de adolescentie is men niet altijd akkoord met wat vader en moeder beslissen of adviseren. Sociale media zijn de eigen virtuele ruimte voor jongeren waar ze onder de radar van ouders kunnen communiceren met geestesgenoten. Daardoor komen ze in contact met verschillende zienswijzen en kunnen ze steun vinden bij gelijkgestemden die met dezelfde vragen zitten of met dezelfde problemen kampen.”

De breedte van dat online netwerk houdt natuurlijk ook risico’s in. “Jongeren komen in contact met elkaar en hebben niet altijd dezelfde mening, waardoor ze gaan discussiëren. Dat kunnen constructieve discussies zijn, maar niet iedereen die je online ontmoet heeft goede bedoelingen. Zo kunnen jongeren met bepaalde riskante contacten te maken hebben, waarbij ze gepest worden omwille van uiterlijke kenmerken, hun mening of andere kenmerken van hun persoonlijkheid, of waarbij ze bijvoorbeeld onder druk worden gezet om intieme informatie te delen.”

“Die riskante contacten hebben veel te maken het disinhibitie-effect”, vertelt Walrave. “Omdat er bij online communicatie meer afstand is tussen de gesprekspartners durven mensen meer. Dat kan positief zijn, bijvoorbeeld wanneer een jongere die kampt met persoonlijke problemen veel laagdrempeliger ervaringen en problemen kan uiten en professioneel advies kan krijgen. Daarnaast is er ook toxische disinhibitie waarbij de afstand tussen mensen die online communiceren ervoor zorgt dat sommige mensen minder drempels ondervinden om agressief te zijn. Wat ze face to face niet zouden durven zeggen, durven ze jammer genoeg wel online. Dat voedt allerhande vormen van agressie, zoals bijvoorbeeld haatspraak en ook cyberpesten.”

cyberpesten

“Cyberpesten is een belangrijk probleem bij adolescenten. Het is vaak gelinkt aan offline pesten, waarbij jongeren door bepaalde kenmerken doelwit worden van spot. Niet enkel van harde woorden, maar ook van fysieke agressie”, zegt Walrave. Hij legt uit: “Een aantal decennia geleden was het zo dat wanneer iemand op school gepest werd, die persoon thuis niet meer bereikt kon worden. Nu is het anders. De pester blijft het slachtoffer in het vizier houden.” De impact van offline en online pesten is groot. “Er is zowel impact op hun schoolprestaties, als op hun zelfbeeld en zelfvertrouwen. Ook daalt het vertrouwen van gepeste personen in anderen”, vertelt Walrave. Hij vervolgt: “Jongeren die in hun jonge jaren offline en online gepest zijn dragen de wonden vaak voor de rest van hun leven met zich mee.”

10 à 17 procent van de Vlaamse jongeren is slachtoffer van cyberpesten. 1 op de 20 jongeren geeft toe al dader geweest te zijn. Een op de vier was al getuige. ‘’Die getuigen spelen een cruciale rol. Zij kunnen het verschil maken”, zegt Walrave. Hij deelt deze op in drie groepen: een groep die mee gaat doen, “wat natuurlijk vaak, jammer genoeg, het makkelijkste is’’. Een andere groep en soms de meerderheid wil er niets mee te maken hebben. Zij steunen zowel het slachtoffer als de dader niet. “Deze bystanders vrezen ervoor het volgende slachtoffer te zijn wanneer ze iets doen”, legt Walrave uit. De laatste groep, helaas de minderheid, durft tussen te komen. “Die laatste groep zal ook het slachtoffer helpen en ondersteunen. Ook zullen ze deze berichten op sociale media rapporteren, waardoor deze offline gehaald worden”, aldus Walrave.

Er zijn directe en subtielere vormen van cyberpesten. “De directe zijn bijvoorbeeld verbaal geweld, haatberichten of het verder verspreiden van intieme beelden”, vertelt Walrave. Hij legt verder uit: “De indirecte subtielere vormen bestaan onder andere uit geruchten lanceren of haatpagina’s maken. Met als doel de reputatie van de gepeste te bekladden.” Online pesten is niet altijd verbonden aan offline pesten. Ongeveer een op de vier jongeren heeft contact met personen die ze nog nooit ontmoet hebben. “Jongeren kunnen een vertrouwensband krijgen met iemand die ze online ontmoeten. De gesprekken worden intiemer en het klikt, of de jongere heeft in ieder geval de indruk dat het klikt. Er is vertrouwen. Het gevoel dat de ander hem of haar begrijpt en dezelfde gevoelens heeft. Dat evolueert naar een nog intiemer niveau van communicatie, waarbij bijvoorbeeld intieme beelden worden uitgewisseld”, legt Walrave uit. “Dat kan positief zijn met aardige personen, waarmee er fijne uitwisselingen zijn, maar dat kunnen ook mensen met slechte bedoelingen zijn”, vertelt Walrave. Hij vervolgt: “De jongere kan met die beelden onder druk gezet worden om meer intieme beelden te sturen of de persoon offline te ontmoeten. Ik heb het hier opnieuw over jongeren, maar ook volwassenen kunnen dit meemaken”, legt Walrave uit.

Toch is er hoop volgens Walrave: “Wij werken samen met het Vlaamse Kenniscentrum Mediawijsheid waarmee we tegencyberpesten.be hebben opgericht, met veel informatie voor jongeren, ouders en leraren.” Deze informatie is gericht op preventie en vertelt wat te doen wanneer het misgaat. Walrave spreekt van een evolutie: “Er zijn steeds meer initiatieven om jongeren te sensibiliseren en te wapenen, waaronder De Week tegen Pesten. Ook BV’s en andere bekende personen getuigen van situaties. Hierdoor leren jongeren onder andere hoe ze als bystander een positieve invloed kunnen hebben.” Met zulke initiatieven hoopt Walrave dat sociale media een ruimte voor positieve identiteitsvorming en vriendschappen kunnen blijven voor jongeren. 



stuvers aan het woord

23/03/2024
Stuvers (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Het roze logo verschijnt te pas en te onpas in de mailbox, maar wat doet ze naast mailen? Op welke manieren beïnvloedt ze het dagelijks leven van de student? Om daarachter te komen neust dwars in de projecten van de Studentenraad. Deze editie duik ik samen met voorzitter Laurens Verhaegen in de resultaten van de Grote Studentenbevraging.

Misschien herinner je je de mail over de enquête nog. “We willen graag weten waar jij wakker van ligt”, luidde het in november. Mijn eerste vraag ligt dan ook voor de hand: waar liggen studenten nu eigenlijk van wakker? Laurens vertelt me dat ‘examens’ het populairste antwoord was op die vraag, gevolgd door ‘stress’, ‘vakken’, ‘deadlines’ en ‘school’. “Dat zijn geen dingen die wij kunnen veranderen”, merkt Laurens op. “Ook ‘kosten’ en ‘financiering’ keren terug, en daar kunnen we wel mee aan de slag. We willen ervoor zorgen dat studenten weten welke kosten er verbonden zijn aan hun opleiding. Meer dan de helft van de studenten gaf in de enquête namelijk aan geen zicht te hebben op verborgen kosten zoals wetboeken, labojassen of ander materiaal.”

Een ander belangrijk aspect van de enquête was het welzijn van studenten. “Om dat in kaart te brengen, stelden we de open vraag ‘Hoe gaat het met jou?’. We hebben daaruit gehaald dat studenten vaak druk ervaren en gestresseerd zijn, en dat een kleine groep het zelfs niet meer ziet zitten”, vertelt Laurens. Toen de enquête werd afgenomen, was er nog sprake van een prijsstijging bij het STIP. Laurens is dan ook tevreden dat die is teruggedraaid voor studenten onder de 24 jaar.

Ook het hot topic ‘lesopnames’ werd bevraagd. “Opvallend is dat slechts 11,3% aangaf niet naar de les te gaan en liever opnames te kijken, hoewel proffen dat vaak als argument tegen opnames gebruiken. Integendeel, 77,3% van de studenten gaf aan opnames te bekijken wanneer ze een les gemist hadden, 68,3% herbekijkt moeilijke delen uit de les en voor 34,1% vormen ze een oplossing voor roosteroverlappingen. Verder blijkt uit het rapport dat slechts 55% van de respondenten tevreden is met het aantal lesopnames. Daar willen we proffen dus echt rond sensibiliseren.”

Naast die toegelichte onderwerpen bevroeg de enquête nog heel wat andere zaken, waaronder op kot gaan, studentenjobs en de komida. Via deze link kom je bij het rapport terecht. “De resultaten geven inzicht in de studentenbelangen, zodat we gericht kunnen focussen op verbeterpunten. We hebben bijvoorbeeld ook geleerd dat eerstejaars nog onvoldoende geïnformeerd zijn over de knip.” Of de enquête herhaald zal worden? “We willen er een jaarlijks gegeven van maken. Dan zouden we het nog vroeger in het semester doen, zodat we meer tijd hebben om aan de slag te gaan met de resultaten.”