11/05/2007
🖋: 

Tot nu toe moest ik bij de gedachte ‘beestjes op het Astridplein’ spontaan denken aan de flora en fauna die leefde onder de oksels van mijn medepassagiers op tram 24. Kleine, net onder een arm passende meisjes hebben in overvolle trams het geluk deze van dichtbij te kunnen bestuderen. Ook de sexy beesten van boven de zestig uit Café Jozef kwamen bij mij op: dé plek voor de iets oudere Antwerpenaar op zoek naar gezelschap. Na lang nadenken associeerde ik dieren ook nog wel met de Zoo. Maar tijden veranderen. Het Astridplein maakt niet langer deel uit van de ‘bouwwerf van de eeuw': waar vroeger een pornobioscoop zat, verschijnt nu zowaar een City Delhaize. Beestjes bij het station staan niet langer voor ongedierte, maar voor artistiek verantwoorde olifanten.

Ook het Centraal Station is klaar voor een nieuw begin. In 1873 werd het oorspronkelijke gebouw omgebouwd tot een kopstation, waardoor de treinen achteruit de stationshal uit moesten. Dit zorgde in combinatie met het kleine aantal sporen voor een beperkte capaciteit. Vandaag, na negen jaar verbouwen, is dat verleden tijd. Het station is niet langer enkel een esthetisch hoogtepunt, maar ook qua capaciteit onze metropool waardig. Het gemoderniseerde complex bestaat uit vier verdiepingen en heeft plaats voor veertien sporen. Dankzij de unieke architectuur is de overkoepeling vanaf alle verdiepingen zichtbaar.

 

Tussen Antwerpen-Berchem en Antwerpen-Dam werd een 3,8 km lange tunnel gegraven en zo werd ook de noord-zuidverbinding hersteld. Hogesnelheidstreinen kunnen nu door Antwerpen rijden zonder te moeten keren: de capaciteit van het station wordt hierdoor verdubbeld. Blijkbaar zijn de verbouwingen goed meegevallen, want de NMBS wil spontaan ook aan een gevelrenovatie beginnen: iets waar men op het Astridplein niet zo gelukkig mee is, aangezien ze juist met veel trots hun ‘bouwwerfloze’ plein wilden presenteren.

 

Vanaf mei start de stad Antwerpen namelijk met een vijf maanden durend charmeoffensief om de stationsbuurt te promoten. Als thema voor het evenement namen ze de relatie tussen mens en dier. Om niemand in de kou te laten staan, kozen ze voor zeer uiteenlopende activiteiten: van natuurwandeling tot muziekspektakel, van kinderatelier tot cultfilm. De Antwerpenaar zal weten wat te doen deze zomer.

 

Op zondag 6 mei vond de opening van deze promotiecampagne plaats. Het startschot werd gegeven op het Astridplein. Het in Antwerpen wereldberoemde Think of One speelde tussen de olifanten van Beaufort, die sinds kort het plein sieren. Iets later trokken de beats van DJ Grazzhoppa’s Bigband de aandacht: zelfs de namen en de outfits van de artiesten waren met zorg gekozen. Hun muziek lokte de mensen ook naar de perrons van het Centraal Station. Onderweg naar dit ondergronds spektakel kon de cultuurliefhebber zich vergapen aan sculpturen die tijdelijk zijn overgekomen uit het Middelheimpark.

 

Ook een aantal andere tentoonstellingen van het festival openden die dag hun deuren: Dolefante entertainde de jeugd op het Conscienceplein, terwijl hun cultureel verantwoorde ouders de stadsbibliotheek in moesten. Daar kan je namelijk de boekencollectie van de Zoo bekijken. Blijkbaar was de Zoo zelf niet overtuigd van de aantrekkingskracht van oude boeken op dierenliefhebbers, en daarom plaatsten ze naast elk antiek pareltje een moderne natuurinterpretatie. Dit levert wel zeer verrassende combinaties op, zoals een vlinder van Rösel Von Rosenhof naast een creatief stuk hout, of een eeuwenoude afbeelding van een raaf naast de röntgenfoto van een buizerd.

 

In het Museum Plantin Moretus kan je de geschiedenis van de iets minder wetenschappelijke opvattingen over dieren bezichtigen. Je ziet er hoe de fantasie van een zestiende-eeuwer al eens op hol sloeg. Zo werd de rib van een potvis aanzien voor de beenderen van onze lokale held Antigoon, of haalde men inspiratie uit papegaaien om multifunctionele voorwerpen als tandenstokers of oorlepels te maken.

 

Verder zijn er nog gedurende de hele zomer tentoonstellingen in onder andere het KMSKA en het Rockoxhuis. Het MartHa!tentatief herneemt voor de laatste maal haar succesvoorstelling ‘De Zoologie’. Er werd zelfs gedacht aan zij die stiekem melancholisch worden door het verdwijnen van het ongedierte op het Astridplein: in het rariteitenkabinet van de Zoo kan je je volledig te buiten gaan aan embryo’s, vreemde huiden en opgezette dieren. Wetenschappelijk verantwoord vieze beestjes kijken dus.

 

Het volledige programma en verdere informatie vind je op www.odierbaarantwerpen.be



11/05/2007
🖋: 
Auteur

Juni, het is een ondankbare maand voor een cultuuragendasamensteller. Niet alleen vindt u, beste lezer, het te goed weer om ergens in een warm theater te kruipen, u bent ook vastberaden om uw leven een doel te geven en studeert dus nijverig. Voor later. Maar kom: waar rook is, is vuur en vuur moet geblust worden, dus heeft ook u op tijd en stond recht op een avond rust. Even weg uit de ingebeelde ziekte die u stress noemt, en waarom dan niet naar een van onderstaande cultuurtoppers gaan:

Voor één van de hoogtepunten van juni hoeft u zelfs niet eens binnen te gaan zitten. Na een mooie fietstocht kan u in het Middelheimpark kijken naar gigantische opblaasbare structuren van één van de grootste hedendaagse kunstenaars, Paul McCarthy.

 

***In het Fotomuseum kan u polaroids van Luc Tuymans gaan bewonderen,

 

***terwijl de Zoo haar rariteitenkabinet openstelt. U houdt van dierenfoetussen op sterk water? Wij ook!

 

***Het muziekinstrumentenmuseum Vleeshuis heeft een nieuwe tentoonstelling lopen, waarin het weer een nieuw stukje van de muziekgeschiedenis belicht.

 

***Voor de geschiedenisliefhebbers onder u stelt het Volkskundemuseum ‘Het interessante volk’ tentoon.

 

***Van 7 tot 27 juni kan u keigratis naar de afstudeerprojecten van de academiestudenten gaan kijken in Campo & Campo.

 

***Al even gratis en goed voor de benen: op 1 juni haalt Buster tango in huis met Quilombo.

 

***En nog veel meer gratis concerten in The Bottom Line, A Mi Manera, De Rots, Crossroads en andere Hopsacken.

 

***Als u uw thesis op tijd afgekregen hebt, kan u op 25 mei het geleden leed wegdrinken in Scheld’Apen op de zwoele tonen van Made for Chickens by Robots, The Mysterious Tapeman and Ow.

 

***7 en 9 juni pakt de Roma uit met concerten van respectievelijk Vlaanderens vrouwelijkste meidenband Billie King en de electronische bigbandmash-up van Briskey Big Band.

 

***Het Zuiderpershuis organiseert een dansfeest met 25 Roemeense muzikanten op 15 juni.

 

***Theaterpret is er met ‘Club Ah!Med’, een jongerenproject van held Chokri Ben Chikha dat van 30 mei tot en met 9 juni in HETPALEIS speelt.

 

***Het Toneelhuis nodigt topdanser en –choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui uit: van 13 tot en met 15 juni danst hij ‘D’Avant’, een voorstelling waarin moderne dans in dialoog gaat met middeleeuwse zang. Vanaf 20 juni is er van dezelfde maker ‘Myth’.

 

***Van 24 mei tot en met 2 juni komt collectief Eisbär met Benny Claes ‘Always Cry At Endings’ opvoeren in Scheld’Apen.

 

***Ten slotte zijn er natuurlijk nog hopen harverscheurende films in Muhka_media, het Filmmuseum, Filmhuis Klappei en Cartoon’s. Gaat dat (en dan bijvoorbeeld het hilarische ‘A Hard Day’s Night’ van The Beatles, op 2 juni in het Filmmuseum) zien! En anders tot volgend jaar.



Tom Paulus over de biopic
11/05/2007
🖋: 
Auteur

Tenzij u van Pluto komt – tot waar onze Hollywoodsterren niet schijnen – is het u ongetwijfeld al opgevallen dat de biopic (afkorting van biographical picture) al een tijdje enorm populair is. Edith Piaf, John Nash, Alexander de Grote, Beethoven en binnenkort ook Anna Nicole Smith en Freddie Mercury mogen er één op hun naam schrijven. Als kers op de taart wonnen de laatste drie jaar twee vrouwelijke en drie mannelijke acteurs een oscar voor hun rol in een biopic. Wij klopten aan bij Tom Paulus, professor en filmkenner aan de Universiteit Antwerpen. Hij verslindt films aan een rato van twintig per week en is dus de ideale man om ons wat meer te vertellen over het fenomeen biopic.

Helen Mirren als Queen Elizabeth, Forest Whitaker als Idi Amin, Reese Witherspoon als June Carter… Waarom winnen zo veel biopic-acteurs een oscar?

Tom Paulus Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat The Academy, die de oscars uitreikt, voor het merendeel uit acteurs bestaat en die hebben vooral appreciatie voor collega's die écht acteren. Zij bewonderen in de eerste plaats hun imitatietalent: het bestuderen en aanleren van alle tics en de manier waarop de persoon spreekt, kortom: het technische. Het lijkt hen gemakkelijker een comedy performance neer te zetten of een slapstick te doen – wat volgens mij echter moeilijker is dan Freddie Mercury imiteren, hoewel die twee dicht bij mekaar liggen. Wat in veel films ook terugkomt is de idee van de transformatie. Je hebt een mooie en glamoureuze ster – neem Charlize Theron in 'Monster' – en we zien die ster onherkenbaar onder een dikke laag make-up. Daar is enorm veel bewondering voor. Acteurs die zichzelf als zo fantastisch glamoureus en aantrekkelijk beschouwen, vinden het een enorme opgave en groot talent wanneer een acteur, en vooral dan een actrice, zich lelijk maakt, een grote neus opzet of vettig haar heeft voor een rol.

 

'Ray', 'Capote', 'The Queen'… De hoofdrollen winnen de oscars wel, maar de films niet. Hoe komt dat?

Paulus De acteurs stemmen mee, maar willen voornamelijk zichzelf in de bloemetjes zetten. In dat soort biopic is de hele film opgezet rond de performance van de hoofdpersonages. Wat is de aantrekkingskracht van 'Walk the Line' of 'Monster'? Dat is de imitatie van Johnny Cash door Joaquin Phoenix, van Aileen Wuornos door Charlize Theron. 'Monster' vind ik persoonlijk een heel slechte film, 'Walk the Line' is daarentegen heel goed gemaakt. James Mangold is een onderschatte regisseur wat filmstijl betreft. In elk geval, neem de performance uit een biopic en er schiet niet veel meer over van de film. Wanneer men dus de oscar uitreikt voor beste film, kiest men toch eerder voor spektakel of de grote, emotioneel overweldigende producties.

 

In veel biopics zie je meestal dezelfde elementen terugkomen: slechte kindertijd, armoede, drugs, alcohol en buitenechtelijke relaties. Binnenkort is playmate Anna Nicole Smith aan de beurt en we weten hoe het met haar afliep. Blijft het publiek geboeid?

Paulus In Hollywoodtermen spreekt men van de story arc, de progressie van begin tot eind die altijd verloopt volgens de voorspelbare rise-and-fall-structuur, eventueel gevolgd door een remonte. Men kiest doorgaans ook voor levensverhalen die dat patroon volgen, wat op de duur behoorlijk vervelend wordt. 'Walk the Line' is een best genietbare film, maar het nadeel van die narratieve structuur is dat je op voorhand weet dat je de rise and fame van Johnny Cash zult ziet en dat op het piekmoment de drugsproblemen zullen komen, gevolgd door de downfall: net zoals in 'Ray', net zoals destijds in 'The Rose' met Bette Middler als Janis Joplin. Waarschijnlijk is die rise and fall te wijten aan de ambitie van de makers om een volledige levensloop te willen brengen. Ofwel kies je een moment uit het leven, een episode die dan het hele leven van die figuur bijna allegorisch samenvat, ofwel kies je voor het hele levensverhaal. Je hebt echter maar twee, maximum drie uur om dat verhaal te doen, dus dan moet je een eenvoudige structuur kiezen waar je alles kan ingieten. Daar geraak ik wel op uitgekeken.

 

Waarom moeten biopics ook bijna altijd drama’s zijn?

Paulus Ik denk omwille van de arc. Iedereen wordt geconfronteerd met familieleden die wegvallen, ziekte, dood... Niemand heeft een constant vrolijk leven en hoezeer de humorelementen ook aanwezig zijn, die sombere elementen domineren toch altijd. Het gaat vaak ook om personen die larger than life zijn en daarom moeten die ook een zekere tragiek meekrijgen. Tragische verhalen hebben nu eenmaal meer grandeur. Mocht ik zelf een biopic maken, dan zou die het idee van een slice of life weergeven, wat de persoon samenvat. Dat zou je dus ook kunnen vormgeven in de stijl van de figuur waarover het gaat. Bijvoorbeeld Johnny Cash die zijn 'Folsom Prison'-plaat opneemt, filmen in Johnny Cash-stijl: donker maar ook geestig, en daarmee zoeken naar een vorm die bij de inhoud past.

 

Vaak weten we na een biopic vele feiten uit iemands leven, maar niet wat hem of haar inspireerde. In 'Frida' krijgen we bijvoorbeeld niet echt te zien wat Frida Kahlo inspireerde en zo zijn er nog vele voorbeelden.

Paulus Het moeilijkste om te verfilmen is creativiteit. Hoe breng je dat in beeld? Frida Kahlo’s schilderijen zijn fascinerend en boeiend, maar is Salma Hayek die voor een leeg doek staat te denken dat ook? Als je schilderkunst als voorbeeld neemt, is er slechts een handvol films die daar een oplossing voor vindt. Maar al te vaak wordt het tot stand komen van een meesterwerk op een knullige manier weergegeven, zoals bijvoorbeeld in 'Walk the Line': Johnny Cash zit in een hangar wat te pengelen en plots komt er 'Folsom Prison Blues' uit. Hollywood is heel naïef in het tot stand brengen van inspiratie.

 

Sinds 2000 werden zestien mannen genomineerd voor hun rol in een biopic en slechts zeven vrouwen. Zet Hollywood belangrijke vrouwen niet graag in de kijker?

Paulus Hollywood is absoluut seksistisch. Er komt wel beterschap in; je ziet die politieke correctie vooral op vlak van Afro-Amerikaanse acteurs. Plots hebben ze ontdekt dat de Afro-Amerikaanse acteurs erbij horen en dat zie je bij de nominaties. Er zijn gewoon minder hoofdrollen voor vrouwen: je merkt dat bij oscarwinnaars Charlize Theron en Halle Berry. De volgende film die ze maken is commercieel: 'Aeon Flux' en 'Catwoman' – twee afgrijselijke films, maar ook enorme flops die aantonen dat het publiek eigenlijk geen vrouw wil zien in dat soort big budget actiefilm. 'Batman', 'Spiderman', in mindere mate 'Superman' hadden allemaal een aanzienlijk succes, maar de helden waren wel stuk voor stuk mannen. 'Elektra', met Jennifer Garner als superheldin, flopte. Dit geldt ook voor drama's: noem voor de vuist weg vijf films die gedragen worden door een vrouw.

 

'Erin Brockovich', 'Monster'…

Paulus Ja, die kregen allebei de oscar voor de vrouwelijke hoofdrol omdat ze ook zo uitzonderlijk zijn. Alle films die over een vrouw gaan worden meestal gespeeld door een ster die zichzelf dan ook overtreft. De logica is: we willen die ster belonen. Charlize Theron was een behoorlijke commerciële actrice voor ze 'Monster' deed: één van Hollywoods lievelingen die heel wat geld heeft opgebracht. Reese Witherspoon, alsjeblief, deed de kassa eveneens rinkelen. Julia Roberts, romantic comedy queen. Als die actrices een ernstige rol willen spelen én met succes overtuigend zijn én geld opbrengen met die film, dan kan je je oscarspeech al voorbereiden. Nicole Kidman, nog zo iemand die het heel goed deed met 'Moulin Rouge': een grote ster in Hollywood, dus moeten we Nicole bekronen voor haar rol in een volgende ernstige film die commercieel goed heeft opgebracht. Het is Nicoles moment om beloond te worden voor al haar inspanningen voor 'Days of Thunder' – en voor het feit dat ze ooit getrouwd was met Tom Cruise.

 

Tot slot, welke is volgens u de beste biopic?

Paulus 'Ghandi'. Voilà, als het goed is, mag het ook gezegd worden. Tot grote hoon van waarschijnlijk iedereen die dat leest.

 

Ik zal het aan niemand zeggen.



Vroeger en meer hooikoorts dit jaar
11/05/2007
🖋: 

De angst om je examenblad onder te niezen - of erger nog: je prof - kan groot zijn. Mensen met hooikoorts hebben dit seizoen opmerkelijk vroeg last van allerhande kriebels. Bovendien kampen er steeds meer ongelukkigen met de allergie: het zou intussen om een kwart van de bevolking gaan. Professor Wim Stevens, allergoloog aan onze universiteit, geeft meer uitleg over het hoe, waar en waarom van allergische reacties.

“Pollen”: nog even en het wordt een nieuw modewoord. Je weet dat je ervan kan niezen en snotteren, maar de ware aard van het allergeen blijft voor velen vaag. "Pollen zijn", zo verklaart professor Stevens, "de mannelijke vruchtbeginsels (stuifmeel) die een plant afscheidt en die zich door de lucht verspreiden om stampers te bestuiven." De pollen die voor de meeste allergische reacties zorgen, komen van grassen, bomen en onkruid. Bij personen met hooikoorts reageert het immuunsysteem ook op de onschuldige stof stuifmeel en deze onnodige reactie maakt hen lichtjes ziek.

 

Volgens sommige prognoses zal eind deze eeuw íedereen hooikoorts hebben. Hopelijk is dat overdreven, al merken allergologen wel dat steeds meer mensen gevoelig zijn voor boompollen. Wetenschappers nemen aan dat ongeveer 25% van onze bevolking allergisch is voor inhalatie-allergenen. Afhankelijk van de pollen waarop iemand allergisch reageert, kan de hooikoortsperiode enkele weken tot maanden duren. Rond 15 mei beginnen de grassen meestal hun pollen rond te spreiden, maar door het warme weer gebeurde dit al aan het begin van de maand. Ook de berk stond vroeger in bloei dan gepland. Het zonnige, winderige weer van begin mei was ideaal voor de verspreiding van pollen, terwijl er net regen nodig is om ze uit de lucht te halen.

 

Het is een op het eerste gezicht gek fenomeen: ongeveer de helft van de patiënten die allergisch zijn aan boompollen heeft ook een voedselallergie. “Die kruisallergie is niet toevallig”, zegt professor Stevens. “Zoals reeds gezegd zijn pollen de mannelijke zaadjes die de stampers bevruchten waaruit de vrucht komt. De eiwitten in de pollen kunnen dus teruggevonden worden in de vrucht. De eiwitten van zeer verschillende planten zijn immers bijna identiek, aangezien ze afstammen van eenzelfde oerplant. Het is dus niet verwonderlijk dat mensen met een allergie voor de eiwitten in de pollen een “kruisreactie” kunnen vertonen met eiwitten in de vruchten.” Zo kan iemand met een allergie voor de berk jeuk krijgen in de mond na het eten van een appel. In Nederland werd onlangs een hypoallergene appel ontwikkeld, waarvan men het voornaamste allergeen door genetische manipulatie verwijdert.

 

Het feit dat steeds meer mensen last krijgen van allergieën kent geen duidelijke verklaring. Professor Stevens ziet als mogelijke theorie de “hygiëne-hypothese”. Volgens deze theorie wordt het kind geboren met een immuunsysteem dat de neiging heeft om allergisch te reageren op onschuldige eiwitten. Dit systeem moet zo snel mogelijk omgebouwd worden naar een normaal reactiepatroon, waarbij enkel slechte stoffen een reactie veroorzaken. Deze overgang wordt echter bemoeilijkt door onze hygiënische manier van leven, evenals door het feit dat we steeds kleinere families hebben en infecties sneller behandelen. Misschien heeft de luchtvervuiling ook wel iets te maken met het groeiende fenomeen van de allergieën? “Luchtvervuiling zelf veroorzaakt geen allergie,” stelt professor Stevens, “maar het kan bij allergische personen wel inwerken op de overprikkelbaarheid van de luchtwegen en zo symptomen uitlokken.”

 

Specialisten kennen geen afdoende maatregelen om een allergie te voorkomen. Borstvoeding verkleint wel de kans op een allergie. Ook kan die verminderen na de leeftijd van vijfenveertig jaar, al komt hooikoorts soms voor bij senioren. De blokperiode – het excuus om binnen te zitten – houdt studenten alleszins op een veilige afstand van pollen en zakdoeken. Studeren: een droom voor de hooikoortspatiënt. Of is dat net wat overdreven?



Literair
11/05/2007
🖋: 
Auteur

“Kasper?”

“Godverdomme, Schrijver! Laat ons toch eens met rust.”

“Uhm, hallo.”

“Wat, nu krijgen we zelfs geen lichaam meer?”

“Dag, Samantha.”

“Schrijver, als Je zegt dat Je personages gaat afschrijven, weet Je wat dan zeer leuk zou zijn?”

“Kijk, Ik weet dat jullie...”

“Als Je ons zou afschrijven! Incompetente lul!”

“Wow, dat kwam van diep, hè Kasper?”

“Let maar niet op hem. Ochtendhumeur, of zoiets. Wat is het probleem?”

“Niet veel, een last-minute Literair.”

“En aangezien Je zo getalenteerd en geïnspireerd bent, dacht Je dat het zoveelste meta-gezever wel goed zou zijn als plaatsvuller.”

“Kaspertje...”

“Nee nee, hij heeft gelijk. Literair is toch niets meer dan een plaatsvuller. Maar het zal wel het enige zijn waar Ik goed voor ben.”

“Jezus Christus, moet ik echt voor psycholoog spelen? Al jullie onnozele onzekerheden interesseren niemand. Least of all me.

“Het wordt wel verwarrend als je cursief Engels gaat spreken.”

“Ach, we zijn toch allemaal maar onderdelen van het Grote Keyboard in de Lucht, niet?”

“Gaat dit nog ergens naartoe, Schrijver?”

“Wel, Kasper, Ik ben bang dat je leven van ietwat ongericht vorig jaar, naar compleet doelloos is gegaan dit jaar. Veel beter dan dit kan Ik echt niet meer doen, vrees Ik.”

“Oh boehoe, laten we allemaal medelijden hebben met de toch oh zo misbegrepen Schrijver en Zijn moedwillig geblokkeerd talent. Je bent te goed voor deze wereld, nietwaar, arm schaap? Bah, ik walg van Jou.”

“Kasper!”

“Het is oké, Sam. Conflict als basis van een verhaal, dat soort dingen. En Ik snap het wel: één keer sterven is niet leuk. Meer dan één keer nog minder, denk Ik.”

“Je empathie is ontroerend.”

“Echt?”

“Nee.”

“Schrijver, Je verhaaltje leidt nergens naartoe.”

“Zit Ik al aan tweeduizend tekens?”

“Bijna. Maar ik zou wel nog een degelijk einde proberen te verzinnen.”

“Hmmm, tijd voor wijze woorden: it ain’t over ‘till the fat lady sings. Daarom zou Ik jullie willen voorstellen aan Barbara. Babs?”

“Lalalalala.”

“Wat is dit, een deus ex machina?”

“Nee, Kaps, dit noemen ze eindigen in mineur.”



11/05/2007
🖋: 

Een nieuwe dwars, een nieuwe Gekunsteld. In dit nummer worden jullie warempel op twee geweldige kunstenaars getrakteerd. Kiezen is immers altijd een beetje verliezen. En omdat verliezen gewoon niet leuk is, krijgen jullie in dit nummer dubbel zoveel artistiek genot met zowel Gaudí als Dalí.

Dus, om te beginnen: Gaudí. Als men Barcelona zegt, zegt men Gaudí. In deze Catalaanse stad – waar de artiest zijn roots liggen – zijn immers bijna alle artistieke pareltjes van de architect te bewonderen. Een bezoek aan Barcelona is dan ook in één klap een bezoek aan de kunstenaar. Enkele van zijn werken kent u vast al: denk maar aan het bekende Park Guëll met zijn golvende mozaïeken bank, of aan de Sagrada Familia – zijn eigenlijke levenswerk.

 

De manier waarop Gaudí verschillende stijlen wist te combineren maakt zijn architectuur werkelijk uniek. Gotische elementen, Moorse motieven (de zich steeds herhalende patronen op zijn fel gekleurde keramiektegels) en zijn smeedijzerwerk – typerend voor de Jugendstil – vormen een fascinerend geheel van kleuren en vormen, waardoor zijn gebouwen iets surreëels, zelfs sprookjesachtigs krijgen. De prachtig golvende gevel van de Casa Milà is zo simpel van kleur dat het uit aarde en klei geboetseerd lijkt te zijn. Het is alsof sommige van zijn gebouwen door de natuur zijn neergeplaatst: een kunstwerk van de natuur, maar dan gemaakt door de mens.

 

Ondanks zijn genialiteit is het respect voor Gaudís werk soms echter ver te zoeken. Recent maakte men plannen om een tunnel voor de hogesnelheidstrein te graven, die rakelings langs de funderingen van de Sagrada Familia zou lopen. Ook al beweren de opdrachtgevers dat de kathedraal geen enkel gevaar loopt, vrezen verschillende mensen – waaronder de huidige architect Jordi Bonet i Armengol – voor ernstige schade.

 

Laat ons hopen dat de geschiedenis zich niet herhaalt en het openbaar verkeer dit meesterwerk van Gaudí niet fataal wordt, zoals het hemzelf al eerder fataal werd. Gaudí stierf namelijk aan zijn verwondingen nadat hij onder een tram terecht kwam.

 

Nog even kort: Salvador Dalí (of ook wel ‘die met zijn moustache’) is zo’n andere Catalaanse kunstenaar die je weet mee te nemen naar een – in zijn geval soms wel lugubere – droomwereld. Hij noemde zichzelf de enige echte surrealist. Dat hij een meester was, staat buiten kijf (zijn snor was op zich trouwens al een heus kunstwerk): werken met welklinkende namen als ‘De verzoeking van de heilige Antonius’, ‘Het station van Perpignan’ of ‘Geo-politiek kind kijkt naar de geboorte van de nieuwe mens’ laten hier geen twijfel over bestaan. Als je er de kans toe hebt: zeker gaan bekijken.



...of hoe een balorig kunstconcept de bedenkers tegen een kademuur doet belanden
10/05/2007
🖋: 
Auteur extern
Eva Van Tulden

In september 2005 zaten we rond een cafétafel met grootse plannen: we gingen een heus kunstproject rond het thema "lange tafel" uitwerken. Luc had in het containerpark een boekje van de vermaaldood gered dat "De lange tafel" heette, vandaar. Ons concept zou gaan over onze Westerse consumptiedrift en wegwerpmentaliteit, de rat race, enzovoort. We zouden een reeks concepten bedenken met erg hooggestemde maatschappelijke idealen…

We wilden aanvangen met een video-opname van een tableau vivant met camera obscura. De zoektocht naar een geschikte locatie begon: liefst een karaktervolle afgedankte fabriek. Mijn UA-studiegenoot Sus suggereerde het eens in Doel te proberen. Daar is toch zoveel leegstand, dus locaties te over. Prachtig idee, de kunstkar was in gang en zou haar spoor beginnen trekken. Wij hoefden slechts te volgen …

 

Door onze contacten met alle "partijen" die met Doel te maken hebben, hadden we al snel door dat ons project ook een maatschappelijke relevantie ging krijgen. Kunst zou Doel wel niet redden, maar misschien zou ze wel kunnen bewerkstelligen dat iedereen zijn/haar rancunes eens tijdelijk opzij zou zetten en willen aanschuiven aan onze "Lange tafel".

 

Wat waren we toch naïef! Onze droom ging na negen maanden intensief "dialogeren" met het Beverse schepencollege en de Maatschappij die alle onteigende panden bezit in rook op: op 9 maart viel het verdict in onze bus dat de gemeente ons op geen enkel vlak steun zou verlenen. Het Doeldossier is te gevoelig; kunstzwachtels om pijnlijke politieke zweren te verzachten worden niet op prijs gesteld.

 

Ondertussen hadden we echter al wel enkele privélocaties gevonden en was de dienst Waterwegen en Zeekanaal (op Vlaams niveau) zo meegaand geweest ons een vergunning af te leveren voor een project in het jachthaventje van Doel, uit te voeren in de zomer van 2007. Met andere woorden: het logistiek-technisch zwaarste project uit ons "Lange tafel"-conceptenbrochuurtje – een bloemenschilderij aanbrengen tegen een 100 meter lange en vier meter hoge kademuur tussen de eb en vloed getijdenwerking door – dat we aanvankelijk alleen in maquette wilden gestalte geven, zouden we meteen in het echt gaan uitvoeren! Of het gaat lukken, weet u eind juni: voor het bouwverlof moet het af zijn, want tot dan stelt één van onze welwillende sponsors een hoogtewerker ter beschikking. Maar! Zo rond de periode dat de havenvergunning rond was, besliste de Vlaamse regering doodleuk maar bloedernstig dat Doel vanaf 2009 definitief wordt afgebroken, of het tweede containerdok er nu komt of niet. Reden: op enkele halsstarrige actievoerders en amokmakers na, is Doel toch al op sterven na dood.

 

Het onthaal van ons eigenste Doelinitiatief indachtig, vonden wij dit te gortig en kon een reactie niet uitblijven. Het mocht toch ook wel eens gezegd dat talrijke positieve initiatieven systematisch gefnuikt worden. Om een lang verhaal kort te maken: we hebben in allerijl een website opgericht en een petitie opgestart om een open brief aan de Vlaamse regering in de pers te krijgen, waarin we voorstellen Doel nog niet af te breken, maar in de resterende "tussentijd" te behouden als "KunstEvenementenDorp". Ons inziens een leuk, creatief en onschuldig voorstel waar niemand nadeel van ondervindt, ook de eventuele havenuitbreidingsplannen niet. Als het Saeftinghedok er ooit komt, trekt de kunstkaravaan naar andere oorden … De tekst van de open brief en meer informatie over initiatieven in Doel om ons "KunstEvenementenDorp"-voorstel kracht bij te zetten, vindt u op www.kunstdoel.net, waar u ook de petitielijst kunt ondertekenen.

 

Laten we niet nalaten onze gezaghebbers af en toe met kunst onder de oksels te kietelen, die hen misschien lichtjes groen zal doen lachen … Eva Van Tulden, deeltijds studente Wijsbegeerte (in samenwerking met kunstenaar Luc Cappaert)

 

 

Eva Van Tulden, deeltijds studente Wijsbegeerte
(in samenwerking met kunstenaar Luc Cappaert)



Herman van Veens nieuwe muze
10/05/2007
🖋: 

Wie gedoopt wordt met de naam Hermannus Jantinus van Veen lijkt wel voorbestemd om het in de kunstwereld te maken. Deze viereneenhalftalige culturele kosmopoliet heeft nog maar net zijn wederom uitverkochte tournee ‘Herman’ door onze stad gestuurd, of hij stelt zijn eerste schilderijenserie ‘Herfsthandschrift’ alweer tentoon in de Boerentoren. Een gesprek met de koning van het Nederlandstalige cabaret.

Monochrome kleurenpuzzels

U bent pas op uw zestigste beginnen schilderen: waren er mensen die verbaasd reageerden?

Herman van Veen Ik merk dat mensen het niet vreemd vinden. Als je theater of films maakt, ben je sowieso met levende beelden bezig. Voor deze schilderijen ben ik als het ware overgegaan naar gestolde beelden. Wat ik eigenlijk probeer te doen is licht vangen, een moment strikken en dat in kleuren of lagen bewaren. Mijn werk is abstract, dus je kan zelf betekenis geven aan wat je erin denkt te zien. Eigenlijk bewaar ik vooral een sfeer op doek.

 

Had u reeds een werkwijze of een concept in uw hoofd toen u begon te schilderen, of is dat gaandeweg spontaan gekomen?

van Veen Ik ben beginnen schilderen met oude spullen van mijn overleden vader, een typograaf die in zijn vrije tijd met houtsneden en papier werkte. Ik heb dus letterlijk zijn handen gevolgd en kleuren gebruikt in plaats van hout. Het is met andere woorden een spel zonder plan, een reis zonder doel of belang. Ik puzzel eigenlijk met kleuren die monochroom zijn, toon op toon. Bekijk het zo: ik heb zang en viool gestudeerd op het conservatorium om een eigen klank te vinden, om echt te kunnen spelen met muziek. Dat is exact hetzelfde als wat ik nu met mijn doeken tracht te doen.

 

Was schilderen een passie die reeds langer in u sluimerde?

van Veen Niet echt. Ik ben er gewoon mee begonnen nadat mijn ouders overleden waren en... (aarzelt) Het is moeilijk te verklaren. Weet je, de geur van koffie krijgt een andere betekenis als je ouders dood zijn, want je dronk steeds koffie met hen. Nu mijn ouders er niet meer zijn, ervaar ik die geur en die sfeer helemaal anders. Je kan het vergelijken met de paradox van het bewaren van sneeuw: en toch doe je het! De dood heeft voor mij handen en voeten gekregen. Nu zijn mijn ouders zes à zeven jaar dood, maar toch blijft er voor mij een sfeer over die positief aanvoelt, aangezien ik zo’n goede herinneringen aan hen heb. Dat sterkt me enorm in wat ik doe, dat koester ik.

 

Het schilderen had in zekere zin dus een therapeutische waarde.

van Veen Zo zou je het kunnen zeggen. Uiteraard is dat een beetje grotemensentaal, maar het is inderdaad een verwerkingsproces geweest.

 

Gebruikt u het dan ook als een manier om bijvoorbeeld tot rust te komen na een vermoeiende tournee?

van Veen Nee, ik vind het gewoon leuk om te doen: even leuk als zingen, als zwemmen, als in de tuin werken. Het is echt een deel van mijn bestaan geworden. Weet je, ik heb er gewoon zin in. Soms kan ik thuis een boek zitten lezen en plots opstaan om iets met mijn handen te gaan doen. En dan maak ik dat, en dan zet ik dat neer, en dan ziet iemand dat, en dan neemt die dat blijkbaar mee. Nou, heel leuk.

 

Ik denk echt dat “het” er is: je hoeft het alleen maar te plukken.

 

U zei reeds dat het tijdens het schilderen wel lijkt alsof u het licht opvangt, dat het voelt alsof “het schildert”. Daarbij moest ik denken aan een interview dat u deed met Horst Wackerbarth in 2005, waarin u sprak over “het collectieve gedachte”: “het denkt”, of “ik denk met het”. Bedoelt u daar hetzelfde mee?

van Veen Exact. Kijk, ik geloof dat alles het gevolg is van een handeling – zij het in geest of daadwerkelijke beweging. Ik ben dus onlosmakelijk verbonden met alles rondom me: mijn schilfer of mijn fractie in de tijd doet er echt toe. Ik realiseer me dat als je een blad van een boom plukt, dat een effect heeft op het geheel. Het denken dat jij doet of dat ik doe, verandert alles om ons heen. Elke gedachte is namelijk een gebeurtenis die een proces in beweging zet. En ik geloof dat wij in staat zijn om gedachten op te vangen en om te zetten tot iets anders. Ik denk echt dat “het” er is: je hoeft het alleen maar te plukken. Als ik schilder, is er dus iets in het licht dat ik wil pakken. Het is er omdàt ik het zie. Dat is ook wat bijvoorbeeld een fotograaf doet: naar het licht kijken en zorgen dat het zijn functie optimaal uitvoert binnen datgene dat hij of zij mooi vindt. Die fotograaf bepaalt dus wel hoe de foto eruit zal zien, maar het licht dicteert eigenlijk alles.

 

Imperfectie is het onderliggende thema van ‘Herfsthandschrift’, maar hebben uw schilderijen ook een optimistische boodschap?

van Veen Het draait niet echt om een boodschap, maar vooral om het letterlijke besef van een waarneming en wat je daarmee aanvangt. Een voorbeeld: er is erg veel kapot in deze wereld, maar dat hoeft geen negatief fenomeen te zijn, want het is sléchts kapot. Een scheur is maar een scheur en niets meer: wat jij er mee doet, kan de betekenis ervan veranderen. Kijk, gisteren las ik in de krant een volle voorpagina over die dolle schutter in Virginia die x aantal studenten heeft vermoord. Dat is vreselijk, maar er sterven elke dag ook 1500 kinderen aan aids, alleen al in Zuid-Afrika. Die stille dood heeft echter helemaal niet zo’n prominente betekenis in ons economisch besef. Nieuws in de westerse optiek, met andere woorden. Dat is geen oordeel en zelfs geen mening, dat is enkel een vaststelling. Mijn punt is: zo’n artikel maakt duidelijk wat er niét staat. Daar zijn wij in feite allemaal mee bezig: wat het niet is. Daarom heb ik in mijn schilderijen ook voor scheurende en contrasterende beelden gekozen.

 

U hebt bewust geen techniek geleerd toen u begon te schilderen: denkt u nog nieuwe werkwijzen te leren als u er verder mee wil gaan?

van Veen Dat hangt volledig af van de nood op dat moment, veel verstandigs kan ik daar eigenlijk nog niet over zeggen. (gniffelt) Mijn handvaardigheid is tot hier toe voldoende voor wat ik wil doen. Stel nu dat ik een vertaling of een interpretatie zou willen maken van iets dat ik niet ambachtelijk beheers, dan moet ik het ofwel niét doen, ofwel het me eigen maken. Ik ga in elk geval nooit proberen mensen te schilderen: die zijn er al, dus daar ligt mijn interesse niet.

 

Louter afbeelden intrigeert u niet.

van Veen Niet meteen. Wel kan ik me voorstellen dat ik ooit de beweging van een lichaam in het licht zou willen schilderen. Dat zal je dan echter nooit als lichaam herkennen, omdat ik simpelweg niet in staat ben een totaalbeeld te zien. Van niets, overigens. (lacht) Ik kan slechts een fractie zien. Iemand die een mens schildert binnen een schilderij, schildert trouwens een ander mens. Hij vangt het in een kleiner kader, maar net daardoor krijgt die subjectieve waarneming zijn betekenis.

 

Is het schilderen een creatieve uiting die in de toekomst een steeds duidelijkere plaats gaat krijgen binnen uw artistieke bezigheden?

van Veen Zeker. Momenteel ben ik zelfs in de weer met een project dat zijn oorsprong vindt in schilderdoeken. Het gaat om een oratorium, gebaseerd op gedichten van een achttienjarig meisje dat vermoord is in een concentratiekamp. Die gedichten zijn zo onvoorstelbaar mooi dat ze werkelijk iets in me hebben losgelezen. Wie weet wat voor prachtige literatuur ze had geschreven als ze was blijven leven! Ik wil met dit oratorium dus ook laten zien dat elke jonge mens recht heeft op een toekomst en dat wij ouderen daar gestalte aan kunnen geven. Dat heeft me doen nadenken over hoe je toekomst in kleur zou kunnen schetsen. Vervolgens heb ik daar acht tableaus over geschilderd en tentoongesteld in Büchenwald, een oud concentratiekamp vlakbij Weimar. Toen kon ik niet anders dan tegen die mensen zeggen: kijk, ik laat je deze beelden zien, want dat is wat ik eigenlijk wil laten horen. (glimlacht) Het is in mijn leven nog nooit eerder gebeurd dat een theaterproductie is begonnen met beelden die ik vooraf had gecreëerd.

 

Voetstappen over rare bruggen

Men noemt u wel eens vaker een “duivelskunstenaar”: welke betekenis heeft die term voor u?

van Veen Geen. Alles wat ik doe draait gewoon om de schoonheid van het overleven, roeien met de riemen die je hebt. Kijk, ik heb vroeger enkele speelfilms gemaakt en die dienden voor mij slechts één doel: een emotionele voorbereiding op een tragiek die mij te wachten stond. Ik wilde dus in een verhaal vertellen wat er zou gebeuren als ik dat verhaal niét vertelde. Zoals je reeds zei: het is een overlevingsmechanisme, een therapie, een voorbehoeding. Dan begin je steeds met een dilettante ervaring, maar die is er slechts om een volgende stap te kunnen zetten. Het houdt me dus niet zo bezig wat mensen daar van vinden: ik realiseer me ook wel dat als ik aan de overkant wil geraken, ik eerst een hele rare brug zal bouwen. Maar aan die overkant zal ik geraken, hoe dan ook. Zo heb ik de dood van mijn ouders voor mezelf ook willen voorbereiden door een golemachtige film te maken over iemand die de dood wil voorkomen door hem te stollen: iemand die de dood niet wil aanvaarden en hem dus zelf doodt om het moment voor te zijn, uit defensie. Dat weinigen die abstracte films spannend vinden, dat zal wel zijn, maar dat is dan ook niet de hoofdreden waarom een kunstenaar iets maakt.

 

Het draait om de behoefte van het moeten creëren.

van Veen Ja, dat is het hele verhaal. En dat maakt het net zo fascinerend. Als ik mijn schilderijen hier zie hangen... Nou, dan ben ik blij. Want ze herinneren me aan wat ik op dat bepaalde moment voelde, wat ik wilde vastleggen.

 

In 2004 bezocht u onze stad reeds met de show ‘Andere namen’, in 2005 was het de beurt aan ‘Verboden te lachen’. U hebt net de meeste data van uw recente show ‘Herman’ in Antwerpen gegeven, staat hier momenteel met uw schilderijen en u komt na de zomer terug voor tien extra voorstellingen. De sinjoren vragen het bijna in koor: heeft Antwerpen iets voor u dat andere steden niet hebben?

van Veen Natuurlijk. Dat heeft niets filosofisch in zich, het zijn gewoon feiten: ik heb in deze stad meer dan waar dan ook doorgebracht. Mijn dochter heeft hier gestudeerd, ik ben hier destijds in het Kamertoneel begonnen, ik heb hier vrienden verloren en gevonden, mijn lief kwijtgespeeld, films gemaakt... Men begrijpt mij hier, want ik ben één van ons. Ik heb hier mijn voetstappen, mijn kilometers liggen. Nou, da’s mooi, man. Ik voel me hier ook zo thuis: ik ben getrouwd met een Belgische die hier ook gespeeld, gewerkt en gewoond heeft. Nederland is mijn vaderland, maar België is mijn moederland. Ik heb hier een vriendin wonen die steeds tegen me zegt “ik zie u graag”. Hoe kan je ’t beter zeggen? Dat is toch geweldig? Een Nederlander zegt gewoon “haai”. (lacht)

 

Zoals reeds gezegd komt u na de zomer terug voor tien extra voorstellingen: gaat het programma er anders uitzien?

van Veen Dat weet ik niet en om eerlijk te zijn: daar ben ik ook helemaal nog niet mee bezig. Ik heb net twee keer in Kortrijk gespeeld en dat is echt een wereld op zich. Als ik daar dezelfde voorstelling speel als hier, is dat toch totaal verschillend omdat de stad helemaal anders aanvoelt. De taal heeft er ook een andere betekenis: als je in een bilinguale stad als Kortrijk “goedenavond” zegt, zeg je géén “bonsoir”. Die begroeting is bijna een soort pamflet: zeker voor mij, met mijn Hollandse ‘g’. Morgen ga ik naar Brussel, ongetwijfeld de hardste stad van dit land. Ondanks zijn Vlaamse en Waalse aspecten bezie ik Brussel in de eerste plaats als een Europese bankstad. Daar is alles scherper, harder en cynischer: je moet er sneller zijn. Er is geen tijd, alles moet opschieten, de parkeergarage gaat dicht. Een heel New Yorkse haast, een gebrek aan identiteit, een patchwork. Antwerpen is altijd Antwerpen: een volksstad waar je de tijd kan nemen.

 

Het is dus kwestie elke avond de juiste nuances aan te voelen.

van Veen Absoluut. Donderdag is bijvoorbeeld ook niet te vergelijken met woensdag, en zaterdag is niet zondag. Vrijdagavond zijn de mensen moe en verheugen ze zich op het weekend: de energie in de zaal is dan niet te vergelijken met die op een donderdagavond. Ik heb voor mijn laatste show een liedje geschreven over de Boerentoren, de Jodenstraat en het Schipperskwartier: dat kan je eigenlijk enkel hier zingen. In Turnhout klinkt zo’n liedje anekdotisch, hier zal ik het nog even snel voor de pauze brengen. Als ik morgen naar Brussel rijd, zal ik nadenken over wat we die avond gaan doen. In grote lijnen heb je natuurlijk een repertoire, maar de manier waarop je dat ordent, wordt bepaald door de manier waarop de stad je aanspreekt. Het denkt, weet je wel? (glimlacht) Zo kan het zijn dat ik morgen bij een stoplicht sta, men mijn ruit inslaat en mijn gsm steelt. Nou, dan zal ik zeggen: ik kan u vanavond niet bellen. (lacht)

 

Een muzikale tsunami

U hebt recent nog een selectie van oudere nummers heropgenomen voor het album ‘Woorden op mijn zang’: waarop hebt u uw keuze van de liedjes gebaseerd?

van Veen Een Antwerpse vriendin van mij, Franka Daels, is jarenlang mijn rechterhand geweest. Zij werd letterlijk door kanker vermoord, dus heb ik die cd gemaakt als een eerbetoon aan haar, met stukken waarvan ik wist dat zij ze erg mooi vond. Het is dus een boeket voor Franka, een cadeautje voor haar. Daarom is het ook uitgegeven in een beperkte oplage: het had geen enkele commerciële betekenis.

 

Binnenkort gaat u een nieuw album opnemen waarop u liedjes van allerlei bekende Nederlandse artiesten gaat coveren: kan u daarover al een tipje van de sluier oplichten?

van Veen Dat wordt een cd met vijftien stukken die ik samen schrijf met gasten waar ik waardering voor heb. Er werkt dus een hele groep van schrijvers en muzikanten aan mee. De thema’s hebben allemaal te maken met het Nederlandse karakter: zowel het fysieke als de mentaliteit. We zijn er momenteel druk mee bezig en enkele stukken ervan heb ik ook al in de Arenberg gezongen. In september verschijnt de cd: de gasten lopen van Thé Lau tot Henny Vrienten en van Jan Savenberg tot Daniël Lohus.

 

‘De Nederlanders’ spreekt als titel van de serie dus ook boekdelen.

van Veen Die titel slaat terug op de middeleeuwen: toen was er een periode in de muziekgeschiedenis waarin het Nederlandse lied zeer hoog stond aangeprezen. Het gaat om een groot gebied dat Vlaanderen, Nederland, Noord-Frankrijk en een deel van Duitsland omvat en waar ‘de Nederlanders’ woonden en werkten. Het lied was in die dagen eigenlijk de krant: trouvères en Minnesänger trokken van stad naar stad en bezongen het nieuws. Dat was dus een glorieperiode van Nederlands-Frans-Duitse composities en artiesten. Wel, ik heb het gevoel dat die tijd er nu ook is, dat de Nederlandse taal meer betekenis en relevantie heeft dan ooit. Ook de economie er rond is niet onbelangrijk: kijk naar rappers, humoristen, cabaretiers, de charts... Je zal érg weinig schaamte voor de moedertaal terugvinden. Zoiets probeer ik te bewaren op een schijfje, net zoals met een schilderij. Als ik een mooie tekst lees of een mooi liedje hoor, dan steek ik dat nu eenmaal graag in een doosje.

 

Een tijd geleden is er met ‘We hebben maar een paar minuten tijd’ ook een Herman van Veen tribute album verschenen waarop allerlei verschillende artiesten zich aan uw nummers wagen: wat vond u daarvan?

van Veen Dat was héél erg leuk: allemaal bandjes waar ik nog nooit van had gehoord die voor mijn zestigste verjaardag een eerbetoon hebben gemaakt. Er was ook een bijhorend verrassingsconcert, waarop alles wat iets van belang had in de provincie Utrecht die avond speelde. Nou, daar kwam wat voorbij! Verschillende moderne genres die een stuk van mij hadden bewerkt: hartstikke leuk!

 

De metalgroep Orphanage heeft bijvoorbeeld uw bekende nummer ‘Opzij’ letterlijk stevig bewerkt: wat vond u daarvan?

van Veen Ik vond het echt allemaal prachtig, zonder uitzondering. En hàrd, jongen, soms! (lacht) Fascinerend. Wat nogmaals bewijst dat het in wezen niet uitmaakt wat je doet, hé? Ik heb gisteren in Kortrijk een blaadje gekocht dat vol stond met onbekende beginnende groepjes. Van begin tot eind heb ik het doorgenomen en ik had nog nooit van één van hen gehoord! Ik heb er gisterenavond een liedje over geschreven met de titel ‘Affiche’. Daarin noem ik enkel namen van groepen die ik niet ken: het gaat steeds maar door, het is uitzichtloos. Het lijkt wel een tsunami aan nieuwe ontwikkelingen. Hoezo, oude sneeuw, nieuwe sneeuw? Het zàl sneeuwen.



Om het af te leren...
10/05/2007
🖋: 

In de VS werden onlangs de gekste straatnamen onder de loep genomen. Kregen een wel zeer eervolle vermelding: Psycho Path, Divorce Court en Zzyzx Road. Uw trouwe SMS-reporter zou geen verstokte Antwerpse chauvinist zijn, mocht hij de Pottenburg en de Ruckersplaats niet minstens even hoog inschatten. Zo krijgt de aloude leus "Antwerpen boven!" er zowaar nog een etymologisch tintje extra bij.

Onlangs slaagde de 58-jarige Brit Miles Hilton-Barber erin om in een ultralicht vliegtuigje de afstand London-Sydney te overbruggen in 59 dagen tijd. Niets bijzonders, ware het niet dat Miles al ongeveer 20 jaar stekeblind is. Hij maakte de reis samen met een ziende co-piloot en wilde hiermee geld inzamelen voor de organisatie 'Seeing is Believing', die zich bezighoudt met het voorkomen van blindheid in ontwikkelingslanden. Miles zamelde naar schatting voor 1,5 miljoen euro aan sponsorgeld in... en ook zowat 2 miljoen euro aan schadeclaims voor afgerukte schotelantennes en afgeknapte electriciteitskabels.

 

Met de gevulde medemens niets dan last! Dat moet momenteel de gedachte zijn die door het hoofd speelt van menig crematorium-medewerker. Vanwege de toenemende zwaarlijvigheid onder de bevolking worden crematoria gedwongen om te investeren in grotere (maar vooral bredere) verbrandingsovens. De almaar in omvang toenemende doodskisten passen steeds minder goed in de vurige monden van de verbrandingsovens, zodat sommige families in Engeland honderden kilometers moeten reizen om hun dierbare overledene te kunnen laten cremeren. Toch nog één voordeel: het overtollige vet van deze gezellige dikkerds scheelt de crematoria een aanzienlijke slok op de borrel qua stookkosten.

 

Ook op het front van de zuipschuiten is er beweging merkbaar. Onlangs werd een man uit Nieuwpoort tegengehouden met een alcoholgehalte van maar liefst 4,66 promille in zijn bloed. Amper een week later werd het record scherper gesteld door een Hongaarse vrouw die haar lever confronteerde met een wel zeer onaangename 4,8 promille. U merkt het al: sinds bekend werd dat vijftienvoudig kampioen Boris Jeltsin zijn titel niet meer zou verdedigen, achten de roodgeneusde concurrenten hun moment aangebroken.

 

In de Beierse stad Zwiesel moest de plaatselijke politie zowaar een beroep doen op een slotenmaker om een politiecel te kunnen openen. Nadat ze de avond voordien een 18-jarige jongeman in die cel hadden gehuisvest, kregen de agenten tot hun eigen verbazing de celdeur niet meer open. Geen nood echter, want de opgetrommelde slotenmaker ondervond niet al te veel hinder om de stalen deur alsnog open te krijgen. De slotenmaker in kwestie was duidelijk: "Ik dank al mijn vakkennis aan mijn stage in Dendermonde."



Met dank aan...
10/05/2007
🖋: 

Bart Van Herwegen is de man achter het studentenrestaurant van Campus Drie Eiken. Vroeger behoorden hij en zijn team tot de Sodexho-catering groep, maar sinds drie jaar maken ze officieel deel uit van de UA-catering. Naargelang het budget wordt er beslist wat er klaargemaakt wordt, maar de juiste gerechten kiezen blijft altijd een beetje gokken. In de mate van het mogelijke proberen Bart en zijn team rekening te houden met de commentaar van studenten en het personeel die dagelijks over de vloer komen. “Studenten zijn minder kritisch dan het personeel”, zegt Bart. "Maar dat komt misschien omdat studenten hier nog geen tien jaar rondlopen”, voegt hij er nog aan toe. Als we vragen naar de topgerechten, vertelt Bart ons dat er veel pastagerichte studenten zijn. “Maar ook videe en zelfs doodgewone hamburgers blijven graag geziene gerechten”, zegt hij. Op donderdag vind je er steevast een saladbar, die ondertussen ook een vaste waarde is geworden op de campus. “Mocht ik die weglaten, kom ik in de problemen”, zo klinkt het.