19/10/2007
🖋: 

Tijdens zijn toespraak op de officiële opening van het academiejaar van de Universiteit Gent pleitte rector Paul Van Cauwenberge voor het vak lichamelijke opvoeding. Het zou vanaf volgend jaar een keuzevak worden voor alle studenten van de UGent. Aan onze universiteit is er nog geen sprake van een keuzevak lichamelijke opvoeding. Maar sportfaciliteiten zijn er wel. En veel!

Uit een recente internetenquête is gebleken dat leerlingen op lagere en secundaire scholen te weinig sport beoefenen. Er wordt gevreesd dat dit ook voor studenten in het hoger onderwijs het geval is. Sport is belangrijk, het is goed voor de conditie en de gezondheid. Zo blijkt ook dat mensen die meer lichaamsbeweging hebben minder ongezond gaan leven. Wie wil sporten op de UA moet zich eerst en vooral een sportsticker aanschaffen. Deze sportsticker kost elke student en elk personeelslid 15 euro, waarvan minstens 12,5 euro wordt terugbetaald door de erkende mutualiteiten. Deze sticker verleent je dan toegang tot alle sportfaciliteiten op de universiteit.

 

Op de verschillende campussen van de UA zijn er sportcomplexen. Voor de Stadscampus is er een sporthal die aan de Agora grenst en zich bevindt op de hoek van de Grote Kauwenberg en de Vekestraat. Op Campus Middelheim kan je terecht in de Healthcity in de Middelheimlaan 1 en voor Campus Drie Eiken begeef je je best naar de Azua bij Fort VI. De UA heeft ook twee fitness-centra. Je kan fitnessen in de Healthcity en in Het Eiland in de Zeevaartstraat 10 (vlakbij de Stadscampus).

 

Op de Stadscampus kan je aan badminton, basketbal, volleybal, zaalvoetbal, (tafel)tennis, en vrije sporten doen. Populair zijn Taebolessen die doorgaan op dinsdag van 19u tot 20u en de BBBlessen die daarop volgen, maar ook de streetdance op donderdag van 18u tot 19u. Op Campus Middelheim is er de mogelijkheid om te badmintonnen, squashen, (tafel)tennissen, volleyballen, basketballen, zaalvoetballen. En op vrijdag van 20u tot 22u en zondag van 19u tot 21u kan je er Kendo gaan beoefenen. Voor ploegsporten, tennis, hockey, floorball en turnen moet je op campus Drie Eiken zijn. Op sommige dagen hoef je voor deze sporten op de verschillende campussen niet te reserveren, op andere dagen wel. Dit check je dan best eerst via de website.

 

De UA is duidelijk een sportieve universiteit. Zo blijkt ook dat de UA sinds 2004 de administratie en de organistatie leidt van de International Federation for Interuniversity Sport. Deze organisatie brengt jaarlijks de wereldkampioenschappen voetbal, zaalvoetbal, volleybal en basketbal tot een goed einde. Sport in overvloed, dus haal die sport-outfit boven en trainen maar!



Eigen gelijk eerst
19/10/2007
🖋: 
Auteur extern
Cas Mudde en Wilfried Vandaele

Het aandeel van het Engels aan universiteiten groeit aanzienlijk, meer in de Master- dan in de Bachelorcyclus en meer in Nederland dan in Vlaanderen. Het Vlaamse decreet staat toe dat tien procent van de Bachelorcolleges in een andere taal wordt gegeven, op voorwaarde dat de student desgewenst in het Nederlands examen kan afleggen. Voor de Masters geeft het decreet geen percentage op. De Universiteit Antwerpen wijdt in haar Gedragscode een uitvoerige passage aan het belang van het Nederlands, al pleiten sommigen voor meer internationalisering.

English? Yes, maar met mate!

De vraag of er in het Engels mag worden gedoceerd aan Vlaamse universiteiten is wat mij betreft geen politieke of zelfs ideologische, maar een praktische dan wel logische. Vlaanderen heeft zich ingeschreven in het Bologna-akkoord en de kern daarvan is internationale mobiliteit. Deze is onmogelijk zonder een zekere taalflexibiliteit.

Tegenover de schromelijk overdreven "taalbarrière" staan belangrijke voordelen: slechts door Engelstalige vakken(pakketten) aan te bieden kunnen universiteiten sterke partners voor uitwisselingsprojecten vinden, met name in Groot-Brittannië en de VS. Al gaat een kleine groep UA-studenten op uitwisseling, de thuisblijvers profiteren ook. Engelstalige vakken leiden namelijk tot “internationalisering thuis”: Vlaamse studenten kunnen hier wennen aan een Engelstalige onderwijsomgeving – waardoor ze hopelijk meer zullen kiezen voor een vervolgopleiding in het buitenland – en daarbij profiteren van de actieve input van studenten uit andere landen en culturen. Tot slot maken Engelstalige vakken het mogelijk om buitenlandse docenten aan te werven, wat de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek soms sterk doet stijgen.

Betekent dit dat we toemoeten naar “Nederlandse toestanden” waarin de meerderheid van het universitair onderwijs Engelstalig is? Nee! Ik vind dat een land een basisopleiding in haar eigen taal moet aanbieden. Concreet betekent dit voor mij dat je de opleidingen tot en met de BA in het Nederlands moet kunnen volgen, en daarbinnen een beperkt vakkenpakket in het Engels mag worden aangeboden.

Wat niet meer tot de basisopleiding hoort, moet minder strikt geregulariseerd worden. De vrijheid van instructietaal is essentieel voor het overleven in een steeds dynamischere (onderwijs)wereld. Want als de Vlaamse studenten ooit echt mobiel worden, en de Vlaamse overheid rigide blijft vasthouden aan haar huidige bekrompen taalpolitiek (dit geldt overigens ook voor de UA zelf), dan zullen de Masterprogramma’s snel gereduceerd worden tot kleine, matige en sterk homogene schoolklasjes.

 

Cas Mudde is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.

 

Diversiteit niet ten koste van het Nederlands

Aangezien de Commissie zelf nog geen standpunt heeft ingenomen over de resultaten van het recente onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het CVN, kan ik enkel mijn persoonlijke mening geven. In mijn ogen is de waargenomen groei van het Engels (vooral in Nederland) alarmerend.

Ik ben voor het behoud van het Nederlands als volwaardige taal, dit wil zeggen een taal die wordt gebruikt in alle domeinen van de samenleving en van het menselijke handelen, dus ook in de wetenschapsbeoefening en het onderwijs op elk niveau. Anders verliest het Nederlands aan status, wat slecht is voor haar ontplooiingskansen en dus slecht voor de diversiteit.

We gaan ervan uit – en alle beleids- en opiniemakers doen dat blijkbaar – dat verscheidenheid, “diversiteit” is het hippe woord, een rijkdom is. Helaas lijken sommigen te vinden dat die diversiteit enkel belangrijk is als het om andere talen en culturen gaat, niet om de onze. Vlaanderen heeft altijd al moeten vechten voor de positie van het Nederlands in het maatschappelijke leven. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar – mede door een traditie van internationaal gericht zijn – het Nederlands sneller terrein verliest dan bij ons. Dat betekent nog niet dat wij dezelfde weg moeten inslaan.

Ik heb er geen enkel probleem mee dat in de Master na Master volop Engels wordt gebruikt. In de Bachelors en Masters echter moet het Nederlands de eerste taal blijven. Uitzonderingen kunnen gastcolleges van buitenlandse professoren zijn of bepaalde specifieke colleges die studenten internationaal oriënteren. Wel moeten alle cursussen in het Nederlands beschikbaar zijn.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een groot voorstander van internationalisering en van het Engels als lingua franca. Maar daarom hoef je de moedertaal niet los te laten.

 

Wilfried Vandaele is algemeen secretaris van het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN).



Archeologie in Antwerpen
18/10/2007
🖋: 

Zand, keien, wat zwerfafval en een leegte temidden van gebouwen is het eerste dat opvalt in de Bogaardestraat, een zijstraat van de Kammenstraat. De hekken die de leegte omringen nodigen ook niet uit om verder te kijken. En toch, voor de oplettende voorbijganger kan er zowaar een andere wereld open gaan. Een wereld van het verleden, want het gaat hier om een archeologische opgraving in het centrum van Antwerpen.

Het zal de duiven van de Bogaardestraat niet uit hun slaap houden, maar archeologen kunnen hun geluk niet op. Zij hebben immers de restanten van een huizenblok uit de zestiende eeuw kunnen blootleggen. De huizen werden eerder al afgebroken, maar de kelders ervan bleven bestaan en laten vandaag een doolhof van muren zien: rode bakstenen en zand bepalen het kleurbeeld. In één van de vroegere kelders (nu een rechthoekige ruimte zonder dak) is echter een witte betonnen muur te zien. Vreemd, want de mensen uit de zestiende eeuw kenden geen beton zoals dat nu gebruikt wordt. Ze konden mortel maken, een voorloper van het tegenwoordige beton, maar dat ziet er niet hetzelfde uit. Het blijkt hier toch te gaan om modern beton, aangebracht in de twintigste eeuw op de ongeveer vierhondervijftig jaar oude muur. De kelders zijn wel in de zestiende eeuw gebouwd, maar hebben tot in de jaren 1970 dienst gedaan als opslagruimte. Moderne bewoners van de huizen boven de kelders hebben ermee gedaan wat ze wilden, bijvoorbeeld een laagje beton ertegen gezet.

 

Op de opgravingssite zijn verschillende putten te zien. In één daarvan vonden archeologen botten van een konijn, een vogel en visgraten. Dat wijst erop dat het in vroegere tijden waarschijnlijk een afvalput is geweest. Een andere plaats diende volgens de archeologen als beerput. Het is niet zo’n fris verhaal, maar wel interessant: door de inhoud van de oude beerput te onderzoeken kunnen deskundigen meer te weten komen over de eetgewoontes van de inwoners uit vorige eeuwen.

 

Naast een huizenblok is er ook een pottenbakkerij geweest, denkt de afdeling archeologie van Antwerpen. Die zou gesitueerd zijn in de Schoytestraat, die haaks ligt op de Bogaardestraat. In de zestiende eeuw trok de bloei van Antwerpen ambachtslieden aan en ontstond de productie van majolica, een soort luxe aardewerk. Deze kunstvorm komt oorspronkelijk uit de landen rond de Middellandse Zee en is te herkennen aan het gebruik van veel verschillende kleuren.

 

Op een andere plaats in het centrum zijn ook restanten van vroeger leven gevonden. Zo kwamen er overblijfselen van een minderbroederklooster aan het licht naast de Academie voor Schone Kunsten in de Mutsaardstraat. Een rechthoekige site van ongeveer tien bij vijftien meter vol aarde spreekt niet direct tot de verbeelding; een graafmachine, veel lawaai en een handvol werkmannen wekken de indruk van een gewone bouwwerf. Niets is minder waar: archeologen stuitten hier op drinkbekers en glasscherven uit de zestiende eeuw en op oude muren van een vijftiende-eeuws klooster.

 

Een paar straten verder op het Falconplein en in de Falconrui – waarschijnlijk de oudste van de drie genoemde sites – zijn deze zomer ook vondsten gedaan. Onder het nog bijna stroperige asfalt en de nieuwe kasseien op het Falconplein bevinden zich funderingen en muren van een nonnenklooster. Dit liet de edelman Falco de Lampagne bouwen in de veertiende eeuw. Onderzoekers haalden hier onder andere sieraden, een haarspeld, glaswerk, drinkbekers, een raamkozijn met glas in lood en een beeldje van een madonna met kind boven. Opletten bij de volgende bouwwerf is dus de boodschap!



Tom Lanoye gaat het gevecht opnieuw aan
18/10/2007

Kunstenaars verplichten om geëngageerde kunst te maken vindt hij onzin. Toch kan Tom Lanoye het zelf niet laten. Hoewel hij een tijd geleden nog zei dat hij zou stoppen met het schrijven van columns tot Filip Dewinter burgemeester van Antwerpen werd, nam hij de draad snel weer op. Nu heeft hij zelfs een bundeling van zijn essays uitgebracht onder de titel ‘Schermutseling’.

Tom Lanoye Heb ik ooit gezegd dat ik zou ophouden met het schrijven van columns? Ach, dit is een bundel essays, en dat is natuurlijk niet hetzelfde als columns. Als je deze bundel vergelijkt met de voorgaande zie je grote verschillen. Ik ben nu wat ouder, een wat loggere mens-machine die kiest voor de lange afstand in plaats van de korte. Ik heb ook meer kennis en inzicht verzameld en het aandeel cabaret is verminderd. Dat gebeurde allemaal doelbewust. Ik wilde langere stukken schrijven die eigenlijk al niet meer in een blad zoals Humo thuishoren. Teksten die echt urbi et orbi zijn, die gaan over het grotere geheel, over de wereld en de geschiedenis, maar tegelijk ook over Antwerpen. In sommige van de opgenomen essays zit nog nauwelijks polemiek, ze zijn veeleer een beschouwing.

 

Was dat ook het belangrijkste criterium bij het selecteren van de teksten?

Lanoye In eerste instantie verwijder je natuurlijk de stukken die je je zelfs niet meer herinnert of waar je je achteraf voor schaamt. Bij dit soort werk heb je nu eenmaal deadlines die je moet halen en dan kan je al eens een mindere dag hebben.

Verder heb ik de columns die te anekdotisch waren eruit gelaten. De stukken die het wel gehaald hebben, gaan over de grote exemplarische zaken. Deze kunnen ook met een directe aanleiding geschreven zijn, maar er komen dingen ter sprake die algemener gelden; zoals de speech bij het nieuwe boek van Arnon Grunberg. Dat stuk is groter dan die presentatie en zelfs groter dan dat ene boek: er worden dingen gezegd over dé literatuur, over het boek en over het moralisme en of dat al dan niet onvermijdelijk is. Of neem nu de speech over het hoofddoekreglement in Antwerpen. Mijn essay gaat niet zozeer over de tekst zelf. In dat reglement zie je echter de gêne van een gemeenschap, een stad, een volk dat in de spiegel kijkt en niet wil erkennen dat racisme iets heel banaals geworden is.

 

Dit boek is dus meer dan een verzameling van uw ouder werk.

Lanoye De opgenomen stukken zijn grondig bewerkt. Een stuk zoals dat verschijnt in Humo of De Standaard is op dat moment heel valabel, maar om het op te nemen in een boek moet je dingen schrappen, moet je knippen en herschrijven om niet in herhaling te vallen. Bovendien zijn er fouten die je moet herstellen. In een journalistiek stuk is dat gemakkelijker; als je iemand iets ten onrechte in de schoenen hebt geschoven moet je in een volgende column je excuses aanbieden. Dat is niet leuk maar ook niet vreselijk. In een boek is zoiets moeilijker. Onvergeeflijk, bijna.

 

Vindt u het spijtig dat weinig andere columnisten hun werk op deze manier bundelen?

Lanoye Ik vind dat jammer. Enerzijds omdat ik dit soort werk inhoudelijk even belangrijk vind als een roman zoals 'Het derde huwelijk' of een toneelstuk zoals 'Mefisto forever'. Het is een andere manier van lezen. Het is man en paard noemen, iets dat je niet in een toneelstuk zou doen.

Anderzijds is het een literair genre dat in Vlaanderen weinig beoefend wordt. In Nederland heb je door het cabaret een veel grotere traditie van columns die echte essays worden. We zijn onze achterstand aan het inlopen, hoor. Maar het blijft een spijtige zaak wanneer mensen als Tom Naegels, die ik een erg goede jonge columnist vind, hun werk niet willen bundelen. Ik geef hem daarvoor trouwens wel eens onder zijn voeten.

 

U schrijft in het boek: ‘Het zijn barre tijden voor nuances.’ Is de paradox dat u polemische stukken moet schrijven om een genuanceerd debat op gang te brengen, niet frustrerend?

Lanoye Nee, helemaal niet. Daarvoor hou ik te veel van het gevecht. Het boek heet niet toevallig 'Schermutseling'. Je moet niet zo voorzichtig zijn dat je géén oordelen meer velt, dat je alles kapot nuanceert. Er is echter een verschil tussen een column en een maatschappelijk debat. De politieke discussies beginnen tegenwoordig meer en meer op columns te lijken, waarbij men naar zoveel mogelijk controverse zoekt in plaats van naar compromissen. Dat is een probleem, en niet enkel als stielbederf voor iemand zoals mij. De rol van de nar is belangrijk, maar ze moet door de nar zelf gespeeld worden. Niet door de politici.

 

Woord en daad

Toch vindt u dat er grenzen aan de polemiek moeten zijn. U heeft het over 'de haat en de oorlogspropaganda die deze dagen moet doorgaan voor vrije meningsuiting.'

Lanoye Men verwart tegenwoordig vrije meningsuiting met het récht op vrije meningsuiting. Hoewel het recht op vrije meningsuiting een basisprincipe van de democratische samenleving is, mag men niet ontkennen dat woorden wapens kunnen zijn. Merkwaardig genoeg lijkt iedereen dat onmiddellijk te begrijpen wanneer een radicale imam in de moskee staat te roepen dat koranteksten letterlijk genomen moeten worden.

Wanneer het daarbuiten gebeurt, moeten we dan denken: 'Het is maar de dorpsgek?' De nar wil ik wel spelen, maar de dorpsgek ben ik niet. Ik hou te veel van woorden en ik ken de desastreuze gevolgen van propaganda te goed om woorden als iets vrijblijvends te zien. Als ik het recht op vrije meningsuiting heb, heb ik tegelijk de plicht om te accepteren dat ik te ver kán gaan; dat individuen of de gemeenschap kunnen zeggen dat dit of dat op één of andere manier gesanctioneerd moet worden. Het zou toch een blamage voor mijn vak zijn als ik nooit over de schreef zou kunnen gaan?

Wanneer men kan aantonen dat iemand anderen doelbewust met woorden kwetst, vind ik dat die persoon strafbaar is. Maar het is natuurlijk wel een rechter die dat, na een proces, moet vaststellen. Opiniedelicten, waarbij je om je mening automatisch wordt veroordeeld – dat is een ander paar mouwen.

 

U kan toch niet ontkennen dat de grens moeilijk te trekken is, zeker wanneer het bijvoorbeeld over humor gaat.

Lanoye Het is inderdaad een lastige kwestie, maar daarom moet je niet zeggen dat ze niet bestaat. Theo van Gogh is een aantal keer veroordeeld, en dat was in mijn ogen terecht. Men kan te ver gaan. Wanneer iemand als Van Gogh de eerste maal tijdens een debat zegt ‘nou, die geitenneukers’, wel, dan lig ik onder mijn stoel van het lachen. Als hij dat honderd keer zegt, dan ken ik de mechanismen van de propaganda én mijn vak goed genoeg om te beseffen dat dat niet meer koosjer is. Dat wordt propaganda, maatschappelijk pestgedrag – en bijvoorbeeld in werkverband is pesten sanctioneerbaar.

 

Woordkeuze is niet vrijblijvend, zegt u.

Lanoye Woorden kunnen verraderlijk zijn. Neem nu begrippen als 'allochtoon' en 'autochtoon'. Dit zijn geen waardevrije termen; ze zetten een opdeling in gang. Als men enkel naar de sociologische betekenis van die term kijkt dan zouden Nederlanders die hier wonen of hoogopgeleide Japanners die hier werken ook zo genoemd moeten worden. Dat gebeurt echter zelden. Tegelijkertijd worden Indonesiërs die al generaties lang in Nederland wonen wel allochtoon genoemd vanwege hun huidskleur. Je ziet dus dat een term die in een sociologische context iets concreets en wetenschappelijks betekent, in de dagelijkse omgang een codewoord geworden is voor 'makak'. Want laten we eerlijk zijn: vaak is het dat gewoon. Het woord is een wapen geworden om het onderscheid tussen 'wij' en 'zij' te conceptualiseren en te versterken. Woorden zijn dus niet per definitie schuldeloos.

 

Een nieuwe tempel

U schrijft: “Wanneer de dragers van verandering niet erkend worden door wie die verandering moet ondergaan, werkt alle moeite contraproductief.” Geldt dat niet evenzeer voor uw essays?

Lanoye Tja, dat is een van de ziektes van deze tijd. Vroeger was het niet anders, getuige de verzuiling. Je schrijft altijd voor een bepaalde kerk. Helaas.

 

In dat citaat had u het over Ayaan Hirsi Ali. U geeft wel vaker op haar af in 'Schermutseling'.

Lanoye Ik heb bewondering voor haar moed en haar doorzettingsvermogen, maar ik kan er niet tegen dat ze zo gepamperd wordt wanneer ze in mijn ogen onzin vertelt. Neem bijvoorbeeld hoe ze over Turkije praat: ze verafgoodt de seculiere Turkse staat en het feit dat het leger zou ingrijpen om deze te beschermen. Dat wil zeggen dat het Belgische leger ook zou moeten ingrijpen wanneer Leterme aan de macht komt, want CD&V is eveneens een confessionele partij. Het leger zou moeten optreden wanneer de koning en de voltallige regering naar het Te Deum gaan, want dat is ook een confessionele daad. Ze meet dus met twee maten en twee gewichten: de Turkse AKP is voor haar hetzelfde als de Taliban.

Of neem nu hoe ze de islam telkens opnieuw reduceert tot vrouwenbesnijdenis. Pas op, persoonlijk vind ik het woord vrouwenbesnijdenis een eufemisme: het is genitale verminking. Voortdurend verslijt ze dat als een islamitisch gebruik. Dat is, wetenschappelijk aanwijsbaar, klinkklare onzin. Vrouwenbesnijdenis is ouder dan de islam. Het is een lokaal Afrikaans gebruik. Het wordt evenzeer gedaan door volgelingen van animistische en christelijk geïnspireerde godsdiensten. Het is een plaatselijk gebruik, daarom niet minder barbaars.

 

Wordt Ayaan Hirsi Ali minder hard aangepakt als ze zo’n dingen zegt?

Lanoye Ja, zoveel is duidelijk. Zij komt zoveel meer in beeld dan wie haar tegenspreekt. Het standpunt van één vrouw die haar hoofddoek afgelegd heeft, is blijkbaar meer waard dan dat van duizend die hun hoofddoek willen ophouden. We doen alsof we dezer dagen strijden tegen een soort heilige huisjes, maar we bevinden ons tegelijkertijd al in de tempel van de nieuwe politieke correctheid waar je met de nieuwe martelaren en heiligen niet zal lachen.

 

Toen de Universiteit Antwerpen u en de andere stadsdichters een eredoctoraat gaf, was uw kritiek op het stadsbestuur niet mals: u trok fel van leer tegen het kledingreglement dat de stad net uitgevaardigd had.

Lanoye Kledingreglement? Het gaat om een hoofddoekverbod, niet meer of minder dan dat. Patrick Janssens rolt met zijn ogen iedere keer dat hij dat woord hoort, maar léés de maatregel: het is niets anders dan een hoofddoekverbod. Waar ik vooral niet tegen kan is dat zulke maatregelen zo gemakkelijk ingevoerd worden.

 

Ging er te weinig discussie aan vooraf?

Lanoye Precies. De stad gaf onlangs een schitterende folder uit, ‘Antwerpen: werf van de eeuw’. Een prachtig boekje, dat over meer dan enkel architectuur gaat. Het is een beleidsplan, er wordt onomwonden gezegd: 'Daar willen we naartoe.' Waarom gebeurt zoiets enkel voor iets als stedelijke planologie, en niet voor diversiteit? Waarom maakt de stad geen boekje ‘Antwerpen: sociale werf van de eeuw’, waarin eens een langetermijnvisie aan bod komt? Dat men zich eens grondig bezint en discussieert over waar men naartoe wil, en vervolgens een beleidsplan uitwerkt. Nu doet iedereen maar wat.

 

Van Antwerpen naar België

Als we de media mogen geloven hoeven we voor federaal België geen langetermijnplannen meer uit te werken, aangezien het toch ten dode opgeschreven is.

Lanoye Voor mijn part ontploft België, maar waarom zou Vlaanderen dan niet evengoed ontploffen?

 

Eens België gesplitst is, zouden we misschien best West-Vlaanderen afstoten. Daar spreekt men een andere taal, de mentaliteit is er anders en bovenal vloeit ons geld erheen.

Lanoye Alle redenen die men ophoest om België op te doeken, kan men inderdaad evenzeer op Vlaanderen toepassen. Men construeert een groepsidentiteit waarbij ik, als zogenaamd lid van die groep, mijn twijfels bij heb. Men creëert eerst een systeem waarin je niet federaal kan kiezen en zegt vervolgens: "Kijk, er is geen federale samenhang." Men verdeelt het land en zegt vervolgens: "Kijk, het land is verdeeld." Nou, hou toch op, denk ik dan. Iets opdelen en dan snugger opmerken dat er verschillen zijn, dat is toch niet meer dan een cirkelredenering?

 

Kan kunst een middel zijn tot dialoog tussen Vlaanderen en Wallonië?

Lanoye Ja, dat geloof ik wel. Ik vind dat er een belgitude in de kunst bestaat, en dus ook daarbuiten. Dat wordt echter niet zo geïnstitutionaliseerd: het culturele is naar de regionale overheden gebracht. Vlaanderen en Wallonië hebben géén cultureel akkoord. Vlaanderen en Zuid-Afrika hebben dat wel. Zeg me: is dat normaal? Is dat niet waanzinnig?

 

U bent inmiddels bijna vijftig. Hebt u het gevoel dat u iets veranderd heeft?

Lanoye Mijn realiteitszin dicteert dat mijn impact niet gigantisch is. Toch hoop ik dat mijn essays en toespraken iets kunnen betekenen. In eerste instantie is dat misschien literair. Hopelijk laten sommigen zich inspireren om na mij ook eens de grote polemici uit de Nederlandse literatuur te gaan lezen: Komrij, Brouwers, Hermans. Het gaat hier om een waardevol en volwaardig literair genre. En wat betreft de inhoud... Ik maak me sterk dat ik toch enige verandering heb kunnen brengen. Die speech over hoofddoeken bij het uitreiken van de eredoctoraten heeft bijvoorbeeld op zijn minst verhinderd dat het hele reglement zonder slag of stoot aangenomen werd. Dat er eindelijk eens een grote discussie was – die er bij het boerkaverbod trouwens niet was.

 

U zei ooit: “Het is oneerbaarder niets te doen dan te verliezen wanneer je het wel doet.” Het is een klassieke uitspraak, maar ook een veelbetekenende: we nemen aan dat u nog niet met pensioen gaat.

Lanoye Tja, dat is zelfs geen keuze voor mij. Ik zal het gevecht blijven opzoeken. Ik vind niet dat alle schrijvers dat moeten doen, maar ik eis wel dat mijn vrijheid niet beperkt wordt in de naam van de literatuur of de kunst. Men probeert soms een opdeling te maken tussen essays enerzijds en literatuur anderzijds. Zo’n constructie is een ontkenning, een versimpeling van de werkelijkheid. Dat is één van de grote ziektes van deze tijd. Versimpeling, daar begin ik niet aan.



Opinie: het keuzevak Lichamelijke Opvoeding
18/10/2007
🖋: 

Wij, studenten, zijn blijkbaar dik en onsportief. Op basis van die boude vaststelling stelde de rector van de UGent onlangs voor een keuzevak Lichamelijke Opvoeding te organiseren. Hij wil de praktijk laten omkaderen door algemeen vormende vakken als voedingsleer en anatomie. Het debat dat dit idee losweekte vertaalt de verschillende opvattingen over een academische opleiding en stelt de vraag naar de verantwoordelijkheid van de universiteit om die fysieke achterstand op te vangen.

Als je weet dat een op de vijf studenten een te hoge bloeddruk heeft en een vierde kampt met overgewicht, lijkt zo’n keuzevak een evidente oplossing. Het voorstel krijgt daarom veel bijval, ook in de academische wereld. Maar je gaat toch in de eerste plaats naar de universiteit om een wetenschappelijke opleiding te volgen? In sommige richtingen is het aantal lesuren fors gedaald als gevolg van het Bologna-decreet. De weinige vakken die de studenten krijgen, situeren zich dan beter binnen hun specifiek studiedomein. Er zijn bovendien zoveel andere middelen om studenten te stimuleren. Studentenclubs kunnen sportactiviteiten organiseren en de universiteit biedt nu al de mogelijkheid om goedkoop te sporten.

 

Welke studenten zal dit vak trouwens bereiken? Het publiek telt twee mogelijke profielen: zij die de zware, theoretische vakken willen ontlopen en de echte sportievelingen, voor wie extra beweging niet zo nodig is. Net als bij elk ander vak is er ook een examen aan verbonden, maar dat maakt van sport misschien pas écht een opdracht voor minder sportieve zielen.

 

Terwijl UA weifelend het vak Levensbeschouwing inlaste, zet UGent een stap te ver. Als deze nieuwe grootste studentenstad nog meer jongeren wil lokken, zal zo’n pamperende maatregel niet volstaan. Een universiteit moet onderwijzen, níet betuttelen. Dat laatste gebeurt al vaak genoeg.



18/10/2007
🖋: 
Auteur

De dagen worden korter en de blaadjes dwarrelen van de bomen. Alsof dat nog niet genoeg stof doet opwaaien, volgt hier weer een bloemlezing van de gekke gebeurtenissen in onze nog gekkere wereld.

Nooit werd op de Oktoberfest in München zoveel bier gedronken als dit jaar. Het record werd gevestigd op 6,7 miljoen liter, oftewel een half miljoen meer dan vorig jaar. Tegelijkertijd in het nieuws: één op de tien mannelijke Antwerpse studenten vertoont duidelijke tekenen van alcoholmisbruik. Zien jullie ook een verband? Wiens adres geven we zodat München ons een thank you-kaartje kan sturen?

 

Als een asteroïde op weg is naar de aarde en je hebt slechts één uur te leven, wat zou jij dan doen? Volgens een Britse enquête zou 54 procent proberen bij hun geliefde te zijn en 13 procent zou rustig gaan zitten met een glas champagne in de hand. Gaat er dan niemand snel even doorspoelen naar het einde van 'Deep Impact' om te zien hoe zo'n ramp daar overleefd werd?

 

In Australië liet een kunstenaar zich een derde oor aannaaien op zijn linkerarm en in Marseille raakte een Française zo gepassioneerd bij het zien van een schilderij dat ze het 1,4 miljoen euro dure doek kuste (lees: beschadigde) met rode lipstick. Als je erover nadenkt was die Van Gogh eigenlijk nog de gekste niet.

 

Ben je op vakantie naar de VS geweest en daar je hersens vergeten? Geef dan de politie van Richmond een belletje want zij vonden zopas een paar breinen, netjes opgeborgen in een zak naast een appartementsblok. De lokale autoriteiten zijn te bereiken op (804) 646-6842.

 

Voor onze studenten TEW: op een website van New York ging een 25-jarige vrouw die zichzelf als “spectaculair knap” omschreef op zoek naar een man die minstens een half miljoen dollar per jaar verdient. Een mysterieuze bankier antwoordde dat hij aan het plaatje voldeed, maar dat ze een rotslechte deal aanbood. Zijn vermogen zou namelijk met de jaren toenemen terwijl haar knappe uiterlijk met de jaren zou afnemen. Hij bood echter wél aan om haar te huren. Zeg wat je wil, maar kan je hem ongelijk geven?



De Studentenraad ijvert voor een betere verkeerssituatie rond de campussen
18/10/2007
🖋: 
Auteur

Hobbelige voetpaden, gevaarlijke kruispunten en te smalle of ontbrekende fietspaden: het Antwerpse verkeer is een hindernissenparcours dat voor de nodige stress kan zorgen nog voor je ’s ochtends de campus bereikt hebt. Zelfs Koning Auto heeft het bij wijlen moeilijk om zich van en naar de universiteitsgebouwen te begeven. Dat stelde ook onze Studentenraad vast en in plaats van het bij foeteren te laten, gaven ze vorig academiejaar aan elke student de kans commentaar te leveren in een enquête.

Alle antwoorden en opmerkingen werden door hen zorgvuldig verwerkt en uiteindelijk in een lijstje met 26 pijnpunten gegoten. Dit werd vervolgens afgegeven aan burgemeester en schepenen. De jongens van de studentenraad benadrukten daarbij op een constructieve manier te willen bijdragen aan een aangenamere stadsomgeving en bovendien wensten ze ook expliciet rekening te houden met andere stedelingen en buurtbewoners.

 

Het leeuwendeel van hun suggesties bestaat dan ook uit kleinere en gemakkelijk uit te voeren werken. Hierbij gaat het vaak om een betere signalisatie: het schilderen van zebrapaden en oversteekplaatsen op het kruispunt van de Middelheimlaan met de Floraliënlaan en de Lindendreef en aan de ingangen van de parkings van de universiteitscampus op de Groenenborgerlaan. Een andere suggestie is het beter aangeven van snelheidsbeperkingen (bijvoorbeeld op de Elisabethlaan, waar je maar vijftig kilometer per uur mag rijden) of het invoeren van een zone dertig, wat aan de universiteitspoorten op de Stadscampus geen overbodige luxe is. In de lijst vinden we ook de vraag terug om spiegels te plaatsen op het kruispunt van de Keizerstraat en de Jan Van Lierstraat zodat auto’s en fietsers elkaar kunnen zien aankomen. Daarnaast wordt er ook uitdrukkelijk om meer fietsenstallingen gevraagd rond de Stadscampus en wordt er in het algemeen gepleit voor een betere zichtbaarheid van de signalisatie, maar ook voor bijvoorbeeld betere asfaltering zoals in de Vaderlandstraat in Wilrijk of in de omgeving van de Middelheimcampus.

 

Ten slotte formuleren ze nog enkele andere ideeën. Naar de Lijn toe doen ze bijvoorbeeld de suggestie om meer busverbindingen te creëren. Volgens de UA-student zou een rechtstreekse verbinding tussen Wommelgem, Wijnegem, Ranst en de stad bijvoorbeeld fijn zijn en ook een rechtstreekse verbinding tussen noord en zuid moet men tot nu toe ontberen. Last but not least houdt onze student van groen, zeker in de Prinsstraat zouden wat bomen blijkbaar niet misstaan.

 

Toen ze met hun brief bij het schepencollege aanklopten, bleek het geen sinecure om te achterhalen bij welke schepen de brief nu het beste terecht zou moeten komen. Daarenboven vallen sommige pijnpunten zelfs niet onder de bevoegdheid van de Stad maar onder die van Vlaanderen en andere behoren dan weer toe aan de districten. Schepen Guy Lauwers (van de sp.a en bevoegd voor openbare werken, stads- en buurtonderhoud, patrimoniumonderhoud, binnengemeentelijke decentralisatie en leefmilieu) leek het meest voor de hand liggend. De brief was echter aan het hele schepencollege gericht en Robert Voorhamme (ook van de sp.a en onder andere bevoegd voor onderwijs) besloot zich over zijn studenten te ontfermen. Twee weken geleden ging onze studentenraad hun brief dan ook officieel aan hem overhandigen.

 

Schepen Voorhamme bleek zeer opgezet met hun initiatief: “Normaal gezien moeten wij er ambtenaren op uitsturen om vaststellingen te doen wat betreft het verkeer en nu hebben jullie al het werk in hun plaats gedaan”, lachtte hij. “Jullie zijn er zelfs sneller mee dan jullie professoren.” Concrete beloftes kon hij niet maken, al gaf hij te kennen het dossier goed te willen opvolgen en alles nog eens door te geven aan schepenen Lauwers en Van Campenhout. “Veel hangt af van werken die al gepland zijn. We kunnen daar dan kijken of er met jullie opmerkingen rekening te houden valt. Er is bovendien ook regelmatig overleg met De Lijn en de verkeerspolitie, dus we kunnen jullie voorstellen ook aan hen voorleggen.” Voorhamme beloofde ook dat hij de studenten op de hoogte zou houden van de vorderingen. “Via de studentenambtenaren zal alle informatie naar jullie worden teruggekoppeld.” Maar tegelijkertijd wees hij op de moeilijkheden in het dossier. “Het is niet gemakkelijk om een goede verkeerssituatie te creëren in een oude binnenstad. De Stad heeft al erg haar best gedaan om voor verbetering te zorgen en er staan nog soortgelijke werken op het programma. In elk geval heeft alles wat met fietsen te maken heeft prioriteit. Meer fietsen zorgen namelijk voor en aangenamer en rustiger stadsverkeer.”

 

Antwerpen heeft inderdaad al zichtbare inspanningen geleverd om genoeg ruimte te creëren voor zwakke weggebruikers, weliswaar met wisselend succes. De nieuwe leien zijn aangenaam maar iedereen die ooit al fietsend de rol van levende verkeersdrempel heeft uitgeprobeerd op de Turnhoutsebaan, weet dat er nog werk aan de winkel is. Ook de pas heraanlegde Rooseveltplaats bestaat uit een aaneenschakeling van verkeerskundige flaters. Een initiatief zoals dat van de Studentenraad is daarom lovenswaardig. Zonder te vervallen in zure ontevredenheid besloten ze hun schouders onder dit project te zetten en zo zelf mee te werken aan een betere verkeerssituatie voor de UA-student.



editoriaal
24/09/2007
🖋: 
Auteur

Er is al ontzettend veel inkt gevloeid over de impasse waarin de regeringsvorming zich momenteel bevindt. Wie de berichtgeving volgt, krijgt soms de indruk dat een splitsing geen onlogische oplossing is. Nu hoeft Vlaamse onafhankelijkheid geen taboe te zijn. Er is zeker niks mis met een discussie, zolang die maar gestoeld is op goed onderbouwde argumenten. En net daar knelt het schoentje.

De stem van de rede komt in het hele debat nog te weinig bovendrijven. Natuurlijk hoor je wel kritische geluiden maar regelmatig wordt er geschermd met holle slogans en emotionele en zwakke argumenten. Een eenzijdig ‘wij-zij’ discours loert erg vaak om de hoek. Mensen enkel afschilderen als eeuwige dwarsliggers, en ficties als één volk, één taal en één natie zijn weinig interessant noch opbouwend. Als het over de communautaire kwesties gaat, zou ik graag wat meer context, wat meer duiding en diepgaandere analyses krijgen.

 

Zo wordt er te weinig uitleg gegeven bij die befaamde geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië. Natuurlijk is het niet meer dan eerlijk dat Vlaanderen iets te zeggen wil hebben over de besteding van het bedrag. Anderzijds is het vanzelfsprekend dat de rijkdom verdeeld wordt over onze staat. Alsof er vanuit het Parijse hoofdstedelijke gebied geen (overigens veel grotere hoeveelheid) geld naar de rest van Frankrijk vloeit! Bovendien wordt er ook geld in armere (West-)Vlaamse arrondissementen gepompt. Moeten die landsdelen dan simpelweg worden afgestoten?

 

Je kan je ook afvragen of Leterme niet wat over zijn paard is getild. Het was ietwat goedkoop winnen met beloftes waarvan te voorzien was dat ze tot een absolute patstelling zouden leiden. Iemand die vier miljoen landgenoten tegen zich in het harnas weet te jagen, is misschien niet de beste kandidaat-premier, zelfs niet met 800.000 voorkeurstemmen. Het is alleszins een beetje cynisch dat al zo snel moet blijken hoe leeg zijn stokpaardje ‘goed bestuur’ wel niet is.

 

Hopelijk kan er binnenkort weer op een rustigere en constructieve manier worden nagedacht over de structuren van ons land. Het is daarbij overigens niet slecht om in het achterhoofd te houden dat we er binnenkort wel eens bekaaid vanaf kunnen komen: als we de cijfers over de vergrijzing mogen geloven, zal Vlaanderen niet lang meer de welvarendste regio zijn. Misschien tijd om wat meer op lange termijn te denken?



Uit de pers geplukt
24/09/2007
🖋: 

Nieuw record eerstejaarsstudenten hoger onderwijs

Op de UHasselt na maken alle Vlaamse universiteiten gewag van een sterke stijging van het aantal studenten dat een hogere studie aanvangt. Bij het ter perse gaan stond onze universiteit bovenaan het lijstje met een stijging van 15,2% tegenover vorig jaar. Ook de UGent (+7,3%), de VUB (+6%) en de KU Leuven (+3,65%) mogen niet klagen. Volgens Fabienne Destryker (Dienst Communicatie UA) blijft de reden voor deze toename voorlopig een raadsel. Wel kan ze melden dat zeker het aantal ingeschreven meisjes groeit. Ook zouden er enerzijds steeds meer leerlingen voor het aso kiezen en anderzijds zouden meer tso-leerlingen de stap zetten naar een academische opleiding.

 

Vlaamse Vereniging van Studenten buist minister Vandenbroucke

Afgelopen zomer presenteerde de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) een slecht rapport aan Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. Zijn hoger onderwijsbeleid van de voorbije drie jaar liet volgens de VVS op verschillende vlakken te wensen over. De studenten struikelden onder meer over Vandenbrouckes nieuwe studiefinanciering met een verhoging van het studiegeld, zijn plannen voor een ranking van instellingen van het hoger onderwijs en zijn gebrekkige samenwerking met de studentenvereniging. Flink gebuisd dus, maar de VVS blijft ervan overtuigd dat de minister enorm veel potentieel heeft en lauwert hem om zijn werkijver, stiptheid en visie.

 

Verengelsing aan Nederlandse universiteiten, Vlaanderen houdt vast aan Nederlands

Uit een rapport in opdracht van het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) blijkt dat Nederlandse universiteiten steeds meer lessen in het Engels aanbieden. In Vlaanderen blijft die verengelsing voorlopig uit. Volgens Lieven Baele, Vlaams docent aan de universiteit van Tilburg, is het Engels als doceertaal een troef: buitenlandse experten kunnen worden aangetrokken en een universiteit krijgt een sterkere concurrentiële positie. Het CVN waarschuwt echter voor een mogelijke verschraling van het Nederlands als de Vlaamse universiteiten in de toekomst in de voetsporen van hun noorderburen zouden treden.

 

Bidiplomering tussen de gemeenschappen

Steeds vaker bieden universiteiten en hogescholen aan hun studenten de kans om een tweetalig diploma te halen door samen te werken met een onderwijsinstelling van bezuiden de taalgrens. Al sinds 2005 konden ingenieurs in spe van de VUB en de ULB voor deze optie kiezen. Masterstudenten Handelsingenieur van de KU Leuven kunnen vanaf dit academiejaar een dubbel diploma halen door in het tweede masterjaar in Louvain-La-Neuve (UCL) te studeren. De masterproef wordt dan begeleid door professoren van beide universiteiten. De KU Brussel op haar beurt gaat voor een andere aanpak. Zij bieden aan alle nieuwe studenten Rechten de Bacheloropleiding 'recht-droit' aan. De Vlaamse studenten volgen dan een derde van hun vakkenpakket aan de Facultés Universitaires Saint-Louis à Bruxelles (FUSL).

 

Verviervoudiging inschrijvingsgeld lerarenopleidingen

Sinds dit academiejaar telt de lerarenopleiding van universiteiten en hogescholen zestig in plaats van dertig studiepunten. Deze opwaardering brengt ook een verhoging van het inschrijvingsgeld met zich mee: van 134 naar 505 euro. De Vlaamse Vereniging van Studenten heeft een verzoek ingediend bij het Grondwettelijk Hof om deze beslissing nietig te verklaren. Volgens hen werkt de verviervoudiging van het inschrijvingsgeld drempelverhogend en strookt het niet met de democratisering van het hoger onderwijs. Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke vindt het echter logisch dat de lerarenopleiding geïntegreerd wordt in het normale stelsel van studiegelden.



De Snor van de Maand
22/09/2007
🖋: 
Auteur

Elke maand deelt dwars een snor uit. Omdat sommige mensen al te weinig in de bloemetjes worden gezet, en omdat de snor dik in orde is. Vergeet uw rughaar, uw huigbaard en uw monobrow en ga voor de enige beharing waar u geen spijt van krijgt: de Schnurrbart! U verkeert meteen in goed gezelschap, quod erit demonstrandum:

Na een allesbehalve woelige vakantie in regeerland vond auteur dezes zich belast door een luxueuze keuzemogelijkheid. Er lag zoveel moois voor het rapen! Zoveel mensen die zich simpelweg uit de naad hadden gewerkt om een snor te pakken te krijgen. Zo is er die aardige boerenknul van een Yves Leterme, die zich ontpopte tot charismatisch leidersfiguur. Tegelijkertijd is er Madeleine McCann, een kind dat zich ongetwijfeld liet ontvoeren om een schoon zakcentje bij te verdienen. Of de verzamelde pers, die Madeleine steeds weer de kans gaf om de eerste vijf pagina’s van elke krant (tu quoque, de Morgen) te vullen. En wat te denken van de Noordpool, die het record van Snelst Smeltende Pool brak en daardoor leuke binnenwegen, voedzame oliebronnen en prachtig koloniseerbare zeebodems binnen handbereik bracht?

 

Ach, allemaal werden ze overschaduwd door één man. Met net vijf procent van uw stemmen, lieve lezertjes, verkreeg Bart De Wever waar hij al zolang naar uitkeek: heel de wereld vermoedt dat België behoorlijk aan diggelen ligt. Terecht wordt hij daarvoor in zowat elk medium met de regelmaat van de klok opgevoerd – waarbij steeds vermeld wordt dat de man superintelligent is. Bart heeft lang op erkenning gewacht, maar het moet gezegd: deze slimmerd verdient eindelijk de snor.

 

Niet alleen zorgde Bart er voor dat uw hersenen de vakantierust kregen die ze verdienden (er gebeurde eens echt niets), hij bracht tegelijkertijd een leuke vakantietip aan: verkleed uzelve als Heidi en ga rondhuppelen in Tirol, meteen de ideale manier om aan te tonen dat je verder dan de IJzertoren kijkt. Die indruk kan je nog versterken door te pas en te onpas rond te strooien met citaten van bekende Romeinen. Dat staat altijd goed. En slim!

 

Bart De Wever weet waar hij voor gaat: hij zal niet ophouden voor we allemaal een identiteit hebben. Dat is al sterk, maar het wordt nog mooier, we krijgen het nec plus ultra van de identiteit: de collectieve identiteit. Minima non curat praetor lijkt mij wel het minste om over dit grootse project te zeggen. Bart maakt een identiteit om eendracht te brengen bij ons, zes miljoen bastaarden van Kelten, Romeinen, Spanjaarden, Fransozen, Nederlanders, Duitsers, Oostenrijkers, Germanen en hier en daar een Hun.

 

Bart De Wever krijgt van dwars een snor omdat hij goed op weg is. Omdat hij een plan heeft en ervoor kan zorgen dat een hele formatie alleen maar over dat plan gaat. Dat geeft die negers in Darfoer weer wat tijd om dood te vallen voor wij onze boterhammen naar daar moeten opsturen. De stap van de snor naar de Wetstraat 16 is nog maar klein, en omdat Bart zoveel tips gaf, krijgt hij er ook een van dwars: beste Bart De Wever, ad captandum vulgus, vindt Madeleine McCann! En als het even kan op de Noordpool.