opinie

11/11/2024
Ticketmonster
🖋: 

We hebben ongetwijfeld allemaal weleens op dezelfde manier naar ons computerscherm gekeken. Verslagen en ontdaan van wat je zojuist hebt meegemaakt: de Ticketmasteroorlog. Het is al jaren hetzelfde verhaal: kaarten scoren op Ticketmaster is vrij wel onmogelijk. Na de kaartverkoop van de reünie van de Britse band Oasis is de hel echt losgebroken. Iedereen is helemaal klaar met Ticketmaster.

Ondanks zijn positie als grootste ticketverkoper ter wereld lijkt het bedrijf er niet in te slagen zijn enige taak goed uit te voeren: concerttickets aanbieden aan het grote publiek. De website loopt regelmatig vast, blijft eindeloos laden wanneer je tickets kiest en het grootste deel van de kaarten is vaak al verkocht tijdens een mysterieuze presale waarvan jij niet op de hoogte was.

Ticketmaster is niet zomaar een bedrijf op zichzelf, maar slechts één onderdeel van een samenwerking onder de naam Live Nation Entertainment. Onder dat bedrijf vallen ook Live Nation Concerts, Front Line Management Group en Live Nation Network. Hoewel dat op papier best een sterke samenwerking lijkt, leidt die in de praktijk tot monopolistische praktijken waar de consument de dupe van wordt. Door contractuele samenwerkingen met ontzettend veel popzalen, waaronder het Antwerpse Sportpaleis, heeft Live Nation alle touwtjes in handen wat tickets betreft. Met andere woorden maakt het niet uit waar je tickets koopt, het geld komt toch altijd in hetzelfde zakje terecht.

Door het gebrek aan concurrentie ontstaan er onder andere torenhoge ticketprijzen. Daarnaast is er voor een bedrijf dat de volledige markt controleert weinig stimulans om op klanttevredenheid te letten. Omdat de consument geen andere keuze heeft om tickets aan te schaffen, kan Ticketmaster zonder gevolgen blijven opereren.

De artiesten zelf valt weinig te verwijten. Zonder een deal met Ticketmaster krijgen ze geen toegang tot de zalen die aan het bedrijf gebonden zijn. Andersom geldt hetzelfde: zalen zonder Ticketmastercontract lopen populaire artiesten mis.

In de Verenigde Staten is het bedrijf inmiddels aangekaagd. De Amerikaanse overheid wil Ticketmaster en Live Nation van elkaar scheiden om zo het monopolie van het bedrijf te doorbreken. Helaas duurt die rechtszaak waarschijnlijk nog jaren, en zal er in de tussentijd niet veel veranderen aan de werkwijze van Ticketmaster.

Er lijkt dus weinig aanleiding voor verandering. Hoe hard we ook roepen, Ticketmaster lijkt zich er weinig van aan te trekken en echte consequenties blijven voorlopig uit. Alle hoop rust nu op de rechtszaak in de VS, maar of die het ‘Ticketmonster’ echt zal temmen, valt nog te bezien.



Jan Van Calsteren

11/11/2024
Stapsteen
🖋: 

Heb jij ze al gezien, de struikelstenen in onze studentenstad? Dat zijn kleine herdenkingsstenen, verwerkt in de stoep voor voormalige woningen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het project werd ontworpen door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig en is ondertussen uitgegroeid tot een groot monument, bestaande uit honderdduizend stenen die over heel Europa verspreid liggen. Op elke steen vind je de naam en de geboortedatum van het desbetreffende slachtoffer, alsook de eventuele deportatiedatum en de plaats van overlijden. Ook in Antwerpen liggen verschillende van deze symbolische herinneringen. dwars belicht elke editie een Antwerpse struikel steen. Deze editie: Jan Van Calsteren.

In de De Marbaixstraat 56 te Antwerpen rust de herinnering aan Jan Van Calsteren. Jan werd geboren in 1920 en groeide op in een periode waarin de spanningen in Europa snel opliepen. Als student aan de Antwerpse normaalschool voelde hij de drang om zich te verzetten tegen het fascisme. Samen met zijn vriend Robert Wolstijn richtte hij de verzetsgroep De Revolutionaire Volksjeugd (RVJ) op, die later onderdeel van het Onafhankelijkheidsfront werd. Zijn even vurige toekomstige echtgenote sloot zich hier gelijktijdig bij aan.

In 1941 werd Jan door de Gestapo opgeroepen voor verhoor. Hij zweeg steevast over zijn kameraden en hun activiteiten. Jan koos ervoor om zich terug te trekken uit de RVJ in een moedige poging om zijn vrienden te beschermen. Toch zette hij zijn verzet op andere manieren verder, onder andere via de verspreiding van verboden pers en sabotage van Duitse apparatuur.

Na een gewapende aanslag op officieren van de Vlaamse Wacht in 1943 werd Jan door de Duitsers opgepakt. In zijn zakken vonden ze sluikbladen met vurige oproepen tot een vrij België. Dat bezorgde hem een enkele rit naar het doorgangkamp Breendonk, waar hij hevige martelingen onderging. Na zijn veroordeling tot de doodstraf werd Jan van kamp naar kamp gesleept. In Vught en Dachau onderging hij helse beproevingen. Een Belgische arts kon zijn executie gelukkig verhinderen dankzij de verwondingen die Jan had opgelopen. Zo bleef hij in leven tot de bevrijding door de Amerikaanse geallieerden. Na de oorlog bleef het verzet diep in Jans wezen zitten. Tijdens zijn begrafenis weerklonk zelfs zijn eigen bewerking van De Veensoldaten.

De struikelstenen in Antwerpen, waaronder die van Jan, vormen een onderdeel van het herdenkingsbeleid van de stad. Je kan zelf een struikelsteen aanvragen voor een slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog via het aanvraagformulier op de website van Stad Antwerpen. De stenen dwingen ons de gruwel van de oorlog te herinneren en waarschuwen ons voor de toekomst, zodat dergelijke tragedies nooit meer plaatsvinden.



dwarszitter

11/11/2024
dwarszitter
🖋: 

Je kent het wel, met volle moed begin je in september (weer) aan je opleiding, maar in oktober voel je de herfstblues al terugkomen. Je zucht en puft je door het semester heen en begint te twijfelen aan je studiekeuze. Hoe anders had je leven er kunnen uitzien mocht je een ander pad ingeslagen zijn? Daarom gaat dwars elke editie haar boekje te buiten en zetten we een student in een andere studierichting om daar een les bij te wonen. Deze keer waag ik me aan een les Human Rights Law uit de master Rechten, een Engelstalig college gegeven door Frédéric Vanneste.

Sinds ik aan mijn studie Taal- en letterkunde begon heb ik nog nooit spijt gehad van mijn keuze. Toch stond de opleiding Rechten ook kort op mijn lijstje van kanshebbers. Daar ben ik snel van afgestapt en ook daarvan had ik geen spijt toen ik de horrorverhalen hoorde van mijn beste vriendin, die wel Rechten studeert. Dankzij haar was deze dwarszitter niet mijn eerste keer in een rechtenles, maar misschien wel de eerste keer dat ik echt zou proberen opletten. De prof wist al in de eerste vijf minuten mijn aandacht te grijpen door de doodstraf en euthanasie te vermelden – niet meteen lichte stof voor een vrijdagnamiddag. Ik leerde over het recht op sterven, of het gebrek daaraan, met bijpassende moeilijke dilemma’s over comapatiënten en wie zeggenschap over hun leven en sterven heeft.

Helaas was ik de eerste vijfenveertig minuten lichtelijk in de war door het constante gebruik van het woord ‘states’. Dat woord gebruikte professor Vanneste blijkbaar niet om te verwijzen naar de Amerikaanse staten, maar naar landen in het algemeen. Toen ik die informatie iets beter kon plaatsen, kwam ik te weten dat een land bij verdachte sterfgevallen zelf een onderzoek moet beginnen en niet mag wachten op een derde partij. Klinkt logisch, toch? Ik moet toegeven dat de voorbeelden die Vanneste aanhaalde best interessant waren, of dat toch zouden zijn met wat achtergrondinformatie. Tijdens de les werd namelijk in het rond gestrooid met verwijzingen naar wetsartikelen en vroegere rechtszaken die rechtenstudenten blijkbaar vanbuiten kennen. Ik was alvast onder de indruk van de ijverigheid van mijn tijdelijke medestudenten – online spelletjes, VRT NWS en groepschats waren nergens te bekennen. Enkel mijn buren waren in de ban van een love calcuator.

Na een zeer lange eerste helft van de les kondigde Vanneste aan dat hij de tweede helft zou toewijden aan vragen en discussies. Studenten zouden de kans krijgen om naar voren te komen en de discussie te leiden. Ik fleurde op; misschien werd het nog spannend. Heaas was die hoop van korte duur. Niemand durfde namelijk de uitdaging aan te gaan. Na het nogal luidruchtige schrapen van het tafeltje van een ongeduldige studente was de les na twee uur afgelopen, en daarmee ook mijn rechtencarrière. Ik houd het voorlopig toch maar bij Ulysses, de Moriaen en pragmatiek.



editoriaal

11/11/2024
Julie
🖋: 

Vorig jaar heb ik bij na vier maanden rondgedwaald (en toch ook wat gestudeerd) in Londen, maar nu vormt de Sinjorenstad weer het decor van mijn herfstavonturen. Tegen mijn vrienden kan ik weer Nederlands spreken en de tube is weer de trein geworden. Toch is het vooral de bredere beleving van de herfst en winter die verschillend overkomt en dat maakt dat ik de laatste tijd veel nadenk over hoe thuis voor mij voelt. 

Op het moment dat jullie dit lezen zal Halloween opnieuw twee weken geleden zijn, en mijn ervaring tegenover vorig jaar had niet anders kunnen zijn. In Londen begonnen de gesprekken over verkleden namelijk weken op voorhand. Iedereen was volop in de halloweensfeer en op het gigantische feest waar ik terechtkwam, was er niemand die zelfs maar gedacht had aan jeans en een T-shirt. Piccadilly Circus bruiste van het leven en zoals in de films kusten mensen met gemaskerde vreemden. In België daarentegen is de halloweencultuur minder aanwezig. Wij lijken het spookfeest eerder als een excuus te gebruiken om te zuipen dan om creatief om te springen met onze outfit. Het is rustiger, maar gezelliger. Hoewel ik soms nog met heimwee terugkijk naar dat sprankelende halloweenfeest in de Engelse grootstad, is het misschien ook iets dat zijn glorie net vindt in het feit dat het slechts eenmalig was, een grootse herinnering. Hier en nu waren het kleinere feestjes, maar nog steeds vol plezier en gelach, en ook hier heb ik herinneringen opgedaan.

Het is nu ook tijd voor de kerstperiode, die in België langzaam op gang zal komen. Een flinke tegenstelling met Londen, waar ze, ten vroegste de volle vier dagen na Halloween, met grote ceremonies de uitbundige kerstdecoraties aansteken. Al midden november stond ik op kerstmarkten mijn vrienden te introduceren aan bratwurst terwijl de kerstmuziek speelde. Maar eerlijk is eerlijk: hoe leuk ik de lichtjes ook vind, tegen 25 december was ik de kerstsfeer al bijna beu. Dat was Londen: indrukwekkend en dramatisch, groot en luid. Het heeft op die manier een afdruk achtergelaten in mijn hart en nog steeds zal ik elke mogelijkheid aangrijpen om er op bezoek te gaan. Toch heeft deze herfst, een herfst met koffietjes met vrienden, een nieuwe verantwoordelijkheid als lid van de hoofdredactie van dwars, de versgebakken koekjes van mijn zusje, reallife gesprekken met mijn gezin, concerten en frietjes en de geliefde plekjes in Antwerpen, me laten zien hoe het is om me echt thuis te voelen. Ik kijk al uit naar de kerstmarkten dit jaar. Al zullen ze iets minder spannend zijn, ze zullen minstens even warm zijn. En de Belgian Chocolate die overal verkocht werd in Londen, zal nu wel zeker authentiek zijn.



antwerpen

11/11/2024
Antwerpse Academie
🖋: 

De Antwerpse Kunstacademie in de Mutsaardstraat: een broedplaats voor creatief talent sinds de zeventiende eeuw, en daar mogen we als Antwerpse studenten best trots op zijn. Bij binnenkomst worden we vriendelijk herinnerd aan het feit dat Vincent van Gogh hier ooit les volgde, al was dat maar voor enkele maanden. Maar Van Gogh is slechts een van de vele grootheden die in deze zalen rondliepen. Wat dan met al die andere talentvolle alumni die ook hun stempel drukten op de kunstwereld? Laten we eens kijken naar de vergeten sterren, wiens namen nauwelijks genoemd worden binnen de muren van de Academie en waarom zij een plekje op de erelijst verdienen.

De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, opgericht in 1663 door David Teniers de Jonge, is een van de oudste kunstacademies van Europa. Door de jaren heen trok de Academie niet alleen Vlaamse, maar ook internationale kunstenaars aan. Ze bleef trouw aan haar missie om kunstenaars op te leiden en hen de ruimte te geven om nieuwe stijlen te verkennen en werd zo een centrum voor artistieke ontwikkeling. Maar vandaag lijkt dat rijke verleden vooral beperkt tot één man die slechts kort in Antwerpen studeerde.

Vincent van Goghs korte tijd aan de Academie

Vincent van Gogh kwam in 1885 aan in Antwerpen en schreef zich in aan de Academie om zijn techniek te verfijnen en zijn talent verder te ontwikkelen. De stad en haar haven boden een spannende en bruisende omgeving die hem meteen aantrok. Toch bleek de Academie zelf niet helemaal te passen bij de rebelse schilder. De lessen, die sterk gefocust waren op klassieke technieken, bevielen hem niet en hij kreeg regelmatig kritiek van zijn docenten. Frustraties over de starre regels en het rigide systeem maakten dat Van Gogh al na enkele maanden de Academie verliet. Zijn korte tijd in Antwerpen gaf hem echter wel de kans om kennis te maken met nieuwe materialen en kleuren en met Japanse prenten, die hem zijn hele carrière zouden inspireren. Ondanks zijn korte verblijf liet Antwerpen dus toch een blijvende indruk op hem na.

de Britse kunstenaars

Naast Van Gogh trokken ook de prerafaëlieten naar Antwerpen. Deze kunstenaarsbeweging, die zich vanaf het midden van de 19e eeuw tegen academische normen keerde, koos bewust voor de kleurrijke, gedetailleerde stijl van de tijd vóór Raphael, de Italiaanse renaissanceschilder. Twee invloedrijke kunstenaars uit deze stroming, Ford Madox Brown en Lawrence Alma-Tadema, studeerden aan de Antwerpse Academie.

Ford Madox Brown wordt gezien als een voorloper van de Pre-Raphaelite Brotherhood. Hoewel hij nooit officieel lid werd van de beweging, deelde hij veel van hun idealen en legde hij de basis voor hun stijl. Brown koos voor een directe, waarachtige manier van schilderen en schuwde maatschappelijke thema’s niet. Zijn tijd aan de Academie versterkte zijn afkeer voor het stijve academische onderwijs. Browns vernieuwende stijl inspireerde latere kunstenaars die het klassieke pad durfden loslaten.

Sir Lawrence Alma-Tadema, een Nederlands-Britse schilder, verwierf internationale faam door zijn verfijnde verbeeldingen van het oude Rome. Zijn nauwgezette historische details en verfijnde techniek werden gevormd tijdens zijn opleiding in Antwerpen. Hoewel hij geen officieel lid was, had Alma-Tadema nauwe banden met de Pre- Raphaelite Brotherhood en verwerkte hij enkele van hun idealen in zijn werk, zoals de intense kleuren en gedetailleerde composities.

de Belgische kunstenaars

Emile Claus, een van de pioniers van het luminisme, werd aan de oevers van de Leie geboren en bracht het Vlaamse landschap op een unieke manier tot leven. Zijn werken, zoals De IJsvogels en De Zomer, tonen een spel van licht en kleur dat typerend is voor deze stijl. Hij ontwikkelde zich aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en groeide uit tot een inspiratie voor Belgische kunstenaars.

Ook Willy Vandersteen, de bedenker van Suske en Wiske, kreeg zijn opleiding aan de Antwerpse Academie. Door zijn unieke combinatie van avontuur, humor en Vlaamse folklore gaf hij een eigen draai aan het Europese stripverhaal en verwierf hij al snel de bijnaam “de Vlaamse Walt Disney”. Zijn opleiding aan de Academie legde de basis voor zijn grafische stijl die generaties lezers heeft betoverd.

Ten slotte verdient Henry Van de Velde, pionier van de Belgische moderne kunst en design, een vermelding. Hij ontwikkelde zijn artistieke vaardigheden aan de Academie en zou later uitgroeien tot een van de grondleggers van de art nouveau in België. Zijn rol in het modernisme en de oprichting van het Bauhaus-onderwijs in Duitsland toont aan hoe internationaal de invloed van de Antwerpse Academie reikt.

Desondanks vinden we van deze alumni geen gedenkpaatje aan de inkom van de Academie. Ondanks hun opleiding aan de Academie kiest de instelling ervoor om vooral Vincent van Gogh uit te lichten, ondanks zijn korte verblijf. Met zo’n rijke geschiedenis zouden echter ook kunstenaars zoals Brown, Alma-Tadema, Claus, Vandersteen en Van de Velde een erepaats moeten krijgen. Het wordt tijd om deze vergeten grootheden de aandacht te geven die ze verdienen en de diverse nalatenschap van de Antwerpse Academie volledig te omarmen.



UAntwerpen

11/11/2024
Interview vicerector
🖋: 

De termijn van rector Herwig Leirs is ondertussen al een tweetal maanden bezig, maar hij staat er allesbehalve alleen voor. Hij heeft een groot team achter zich, waaronder ook vier vicerectoren die hem bijstaan in hun eigen domeinen. Voor Onderwijs en Studentenzaken, de onderwerpen die de gemiddelde dwarslezer waarschijnlijk het nauwst aan het hart liggen, is dit professor Chris Van Ginneken. Ik zat samen met de gloednieuwe vicerector om het te hebben over deze onderwerpen en haar ervaringen tot nu toe.

Vicerector zijn, weet Van Ginneken me te vertellen, is vooral heel veel vergaderen. Dat gebeurt op verschillende niveaus, zowel intern als extern. Binnen de universiteit is er de Onderwijsraad en de kleinere werkgroepen binnen die raad. Dan zijn er ook nog eens vergaderingen die interuniversitair zijn, met onder andere de vicerectoren of onderwijsdirecteurs van andere instellingen. Ook binnen de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA) moet er worden samengezeten. Veel vergaderen, voorbereiden en inlezen dus, al laat Van Ginneken me wel meteen weten dat ze het tot nu toe allemaal heel leuk vindt. Ze is vooral graag bezig met de opleidingen: “De universiteit is voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitszorg van haar verschillende opleidingen. Ik doe enkele reviews per jaar en ga dan bij de opleidingen kijken hoe het eigenlijk loopt.”

Tot nu toe is het vicerector-zijn dus een positieve ervaring en ook de overgang bleek vlotjes te zijn verlopen. “Voor de zomer periode startte had ik al enkele keren overleg gepleegd met Ann De Schepper, de vorige vicerector Onderwijs, om eens te horen wat bepaalde aandachtspunten zijn”, vertelt ze. “Het is ook niet dat je het helemaal alleen doet. Er zit een heel departement Onderwijs achter, dus ik ben de eerste weken bij al die mensen op bezoek geweest. Op die manier is het een zachte overgang geweest.” Van Ginneken laat me verder weten dat ze al lang deel uitmaakt van de Onderwijsraad. Veel dossiers waren haar dus niet onbekend en dat maakte de overgang minder moeilijk.

de weg naar en het leven als vicerector

Vanwege haar vorige ervaringen was opkomen als vicerector dus een logische volgende stap. Van Ginneken komt zelf uit de faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen, waar ze vicedecaan en CIKO-coördinator (Cel voor Innovatie en Kwaliteitszorg in Onderwijs) was. “Daar heb ik ook al veel ervaring opgedaan”, zegt ze. “Dat speelde een rol in mijn snelle toezeggen toen Herwig Leirs me vroeg of ik de taak graag wilde opnemen.” Toch heeft ze de faculteit niet achter zich gelaten: ze geeft nog steeds actief les. Voor vijf vakken krijgen studenten Diergeneeskunde en Biomedische Wetenschappen de vicerector Onderwijs en Studentenzaken voor zich in de aula. Al is dat niet altijd even evident: “Ik heb wel een pan B voor als het echt niet lukt omwille van bijvoorbeeld vergaderingen. Dan heb ik een aantal mensen van de onderzoeksgroep die ik kan inroepen als back-up, al is dat tot nu toe nog maar één keer gebeurd. Het voordeel is ook dat een aantal van die vakken behoren tot disciplines die niet heel dynamisch zijn, zoals anatomie.” Ze legt uit dat het hierdoor niet nodig is om veel tijd te steken in het up-to-date houden van de cursus en het weinig inspanning vereist om die lessen te geven. “Ik geef ook Proefdierkunde, dat is wel een heel dynamisch vak aangezien de wetgeving en inzichten voortdurend veranderen, maar dat vak vind ik gewoon heel leuk om te doceren.”

Waren de rectoraatsverkiezingen een spannende periode? Dat soms wel. “We waren helemaal niet zeker dat we gingen winnen. Ik denk dat de rector er meer vertrouwen in had, al was het waarschijnlijk nog veel stressvoller voor hem. We gingen vaak als team op bezoek bij de verschillende faculteiten.” Ze lacht dat het soms aanvoelde als naar een examen gaan. “Je moest dan vlot antwoorden op die vragen. Ik vond de periode heel leuk, maar toen achteraf het nieuws van de winst binnenkwam, voelde je toch een last van je schouders vallen waarvan je niet doorhad dat die er was.” De dynamiek binnen het team zat in ieder geval tijdens de verkiezingen al goed. In die periode zaten ze al vaak samen voor overleg. “Ik kende Herwig al wel, maar de anderen nog niet. Het was dus leuk om elkaar te leren kennen”, vertelt Van Ginneken. “Nu hebben we elke vrijdag overleg en communiceren we nog altijd steeds heel open met elkaar. We hebben er ook voor gekozen om transversale bevoegdheden te hebben, waardoor je over bepaalde zaken veel intenser moet overleggen als vicerectoren.” Het hebben van transversale bevoegdheden wil zeggen dat er soms overlap is binnen takenpakketten: zo is er bijvoorbeeld een nauwe samenwerking met de vicerector van Internationaal Beleid Nathalie Dens. Internationalisering is namelijk zeer prominent binnen het domein Onderwijs, waardoor ook Van Ginneken zich hiermee bezighoudt. Voor Studentenzaken is er ook een overleg met Nathalie Dens, maar ook met de rector die het aanspreekpunt voor studenten blijft.

onderwijs op korte en lange termijn

Van Ginneken vertelt me dat ze zeker vindt dat het vorige team een goed beleid heeft gevoerd op vak van onderwijs en dat ze dat eerst en vooral wil consolideren. Op korte termijn wil ze dus de nieuwe methoden van startpakketten en dergelijke opvolgen om te kijken naar de impact, de voordelen en nadelen en de manieren om te optimaliseren. Op langere termijn haalt ze de onderwijsbeleidsdag aan die in oktober paatsvond. Daar werden drie beangrijke zaken gedefinieerd. Het eerste was Internationalisation at Home. Dat houdt in dat je internationale en interculturele vaardigheden opdoet zonder effectief naar het buitenland te gaan. “Ik vind dat alle studenten dezelfde kansen moeten krijgen en daarom is verder inzetten op Internationalisation at Home belangrijk. Je kan het ook zien als het benutten van de diversiteit die er al is; we moeten niet noodzakelijk meer mensen uit het buitenand binnenbrengen. De studentengroep en het personeel binnen UAntwerpen is al heel divers en we kunnen zeker nog veel meer van elkaar leren.”

Een tweede aandachtspunt van de onderwijsbeleidsdag was generatieve AI. “Dat is niet meer weg te denken”, zegt Van Ginneken. “Ik denk dat we dat eerder moeten omarmen dan afstoten, maar dat we ook hier gelijke toegang voor alle studenten moeten voorzien en ervoor moeten zorgen dat ze dat op een veilige manier kunnen doen. Nu kan je alle data in een gratis platform steken, maar dan ben je het kwijt. Iemand die geld heeft kan een duurder systeem kopen waar dit beveiligd is. We gaan dus op zoek naar een methode waarbij we dat voor alle studenten kunnen faciliteren en dat we ook in gesprek blijven gaan met zowel studenten als docenten. Het is voor ons een mindshift dat studenten het gebruiken, maar ook voor ons kan het eigenlijk handig zijn.”

Een laatste puntje was levenslang leren: “Ik zou niet zeggen dat ik wil dat masters volledig verdwijnen, maar ik wil wel dat er op masterniveau meer flexibiliteit is. We gaan mensen nodig hebben met heel diverse profielen. Dat wil daarom niet zeggen dat iemand niet in een bepaalde masteropleiding kan zitten met een bepaalde titel, maar wel dat iemand binnen een bepaalde opleiding vakken uit een andere opleiding kan opnemen. Daarom is het belangrijk dat je ook je programma’s moet kunnen opstellen voor levenslange leerders, of dat nu is via microcredentials of via andere vormen. We willen ervoor zorgen dat studenten vlot doorstromen en op tijd hun diploma behalen, maar we verwelkomen ze zeker later nog terug als ze iets nieuws willen doen.”

Wat natuurlijk een prominent thema is bij studenten op dit moment, is de harde knip. Wanneer ik haar daarnaar vraag, is Van Ginneken het er zeker mee eens dat het studenten verhoogde stress geeft. “Het eerste jaar is trial and error. Sommige studenten zitten meteen in de juiste richting en anderen schakelen na een jaar over naar iets nieuws. Zij worden nu geconfronteerd met het feit dat dat niet meer zo gemakkelijk zal gaan. Dat vind ik het nadeel van de harde knip: je moet echt op twee jaar tijd laten zien dat je juist zit en dat het gaat lukken. Dat is heel confronterend en het creëert veel druk bij studenten.” Anderzijds vermeldt ze wel dat eindeloos proberen ook niet de bedoeling is en dat het ook voor onzekerheid langs twee kanten zorgt, zowel bij studenten als bij bestuur en personeel. “Daarom gaan we dit jaar met studietrajectbegeleiders en studiebegeleiding al eens kijken wat het gaat betekenen en hoe we ermee om zullen gaan. Hierdoor zullen we beter voorbereid zijn op de nieuwe lichting studenten die binnenkomt en kunnen we hen nog beter informeren.”

engagement en welzijn

Aangezien ze naast vicerector Onderwijs ook die van Studentenzaken is, zullen gesprekken rond het welzijn en de zorgen van studenten ook de komende jaren deel uitmaken van haar takenpakket. Daar kijkt ze positief naar: ze heeft het gevoel dat ze dichter bij studenten staat, dankzij die titel. Zo heeft ze al gevraagd aan de Studentenraad om samen te zitten en te bekijken hoe zij hun rol zien binnen de Onderwijsraad. “Wat Studentenzaken betreft, gaat het ook over bijvoorbeeld fuifinfrastructuur, daar vind ik het ook wel fijn om te kijken hoe die zaken lopen en er mee over na te denken. Het helpt om de andere kant van het student-zijn te zien om de onderwijsgereateerde onderwerpen beter te behandelen.” Onder dit student-zijn valt natuurlijk ook studentenengagement, een onderwerp dat momenteel sterk speelt bij studentenverenigingen en -initiatieven. Ook Van Ginneken vindt dit een punt van aandacht: met het nieuwe team gaan ze eveneens bekijken hoe ze studentenparticipatie naar de raden en commissies toe kunnen onder steunen. Daarnaast zijn ze toch ook bezig met de kassiekere verenigingen: “Verschillende verenigingen zien hun aantallen slinken. We kijken dan naar welke activiteiten we bijvoorbeeld kunnen faciliteren. Ik geloof wel dat er een shift is in wat studenten tegenwoordig willen en dan moeten we ook bekijken in hoeverre we dat kunnen ondersteunen. Ik hoop dat het ervoor zorgt dat het studentenleven op zijn minst de status quo behoudt en hopelijk zelfs nog meer openbloeit. Bovendien is het sociaal contact heel belangrijk voor het behouden van studentenwelzijn, ook buiten de lesuren.”

De focus op studentenwelzijn blijkt er dus wel te zijn; met Chris Van Ginneken heeft UAntwerpen een vicerector die zeker begaan is met studenten en gepassioneerd is door haar domein. “Sit back and relax”, geeft ze nog mee. “Als je vragen hebt, stel ze dan ook. Ik vind dat we een heel warme universiteit zijn en dat we hier zijn om jullie te helpen bij problemen.”



uantwerpen

30/10/2024
Koen De Feyter
🖋: 

Op 20 september, slechts een drietal weken nadat hij was aangetreden als decaan van de Faculteit Rechten, is professor Koen De Feyter onverwachts overleden. Voor de universiteit kwam dit als een grote schok en sindsdien zijn er al verschillende artikels over verschenen. Universiteit Antwerpen liet al aan de pers weten dat professor De Feyter vele generaties collega’s en studenten geïnspireerd heeft. Als officieel studentenblad van UAntwerpen draagt dwars graag bij aan het eerbetoon dat de Vlaamse media de decaan toekent, vanuit het perspectief van de studenten die van hem les gekregen hebben. Masterstudent Rechten Daphne Bakeroot vertelde me met een warm hart over de positieve ervaringen van haarzelf en haar medestudenten met professor Koen De Feyter.

In de voorbije jaren gaf De Feyter het eerstejaarsvak ‘volkenrecht’, wat onder de studenten ook ‘internationaal recht’ genoemd wordt. Wanneer ik Daphne vraag naar haar ervaring tijdens dit vak, dan denkt ze spontaan aan het rechtvaardigheidsgevoel van professor De Feyter: “Hij was iemand die oprecht nog geloofde in het recht. Ik vond het altijd enorm mooi hoe hij keek naar het vak en hoe hij goedheid kon vinden in de wet. Hij wilde met het recht de wereld een betere plek maken.” Ze voegt eraan toe dat het extra moeilijk kan zijn om die positiviteit te vinden in het vak dat hij doceerde. Het ging namelijk vaak over internationale conflicten en genocides, waar het moeilijk is om landen de wet te laten volgen; zelfs wanneer ze boetes betalen, gaat de genocide meestal door. Dat zorgt ervoor dat veel mensen de hoop zouden verliezen, maar volgens Daphne geloofde De Feyter nog steeds in de kracht van het recht en de mogelijkheid tot een betere wereld.

Daphne vertelt me dat het een moeilijk vak was, maar de manier waarop De Feyter het doceerde, maakte het net ontzettend interessant. De mededeling van UAntwerpen dat hij studenten inspireerde, blijkt volledig correct te zijn: “Ik heb vrienden binnen mijn richting die graag verder willen gaan in het internationaal recht, mede door de colleges van professor De Feyter. Ze hadden de specialisatie ook heel graag bij hem gevolgd in de toekomst. Het is een vreemd idee dat de eerstejaars die nu beginnen zijn expertise en passie nooit zullen meekrijgen.” Hij hechte er duidelijk ook belang aan dat zijn studenten het vak begrepen en het beste van zichzelf gaven. Daphne geeft me een korte anekdote mee: nadat een van haar vrienden de decaan feedback vroeg na een gefaald examen, gaf hij een lange persoonlijke uitleg mee waarin hij behulpzaam en in detail beschreef wat er was misgelopen en hoe ze zich kon verbeteren.

“Tot nu toe hebben professoren bij elke les die ik heb gehad in het begin van het college even stilgestaan bij het overlijden van professor De Feyter”, laat Daphne me ook weten. Zelfs bij eerstejaars die hem nooit gekend hebben, doen de professoren kennelijk een woordje uitleg. Het leeft enorm binnen de Faculteit Rechten. Het gesprek met Daphne heeft duidelijk gemaakt dat ook de studenten van de faculteit hem zullen missen en dat hij als decaan zeer populair geweest zou zijn. “Ik had het hem zo gegund,” benadrukt Daphne. De erfenis die Koen De Feyter achterlaat bij de Faculteit Rechten en binnen het gehele vakgebied zal niet snel vergeten worden.

De volledige redactie van dwars betuigt haar oprechte steun aan alle vrienden, familie en collega’s van professor De Feyter.



progress lost

30/10/2024
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Wie veel oudere games speelt, loopt per definitie altijd achter de feiten aan. Dat is een nadeel. Zelf verheug ik me bijvoorbeeld erg op het spelen van Baldur’s Gate 3 in pakweg 2030 en Cyberpunk 2077 zal een project zijn voor euh … bijvoorbeeld 2077, wanneer dit spel waarschijnlijk vlot draait op een smartwatch of zo. Mochten u en ik er tegen dan nog bij zijn, geachte lezer, dan zien we elkaar daar in de verre toekomst weer.

De voordelen van uitgesteld gamen zijn echter talrijker. In de eerste plaats kosten de games veel minder en een GeForce GT 1030 wordt plots wel aantrekkelijk als grafische kaart. Bovendien worden de meeste bugs in het spel gladgestreken, mits de ontwikkelaar niet failliet gaat. Wanneer de marketingafdeling is gestopt met blaffen, komen ook de echte sterktes en zwaktes van een spel bloot te liggen die zelfs de boekskes en de onoverzichtelijke schare influencers op het wereldwijde web in alle drukdoenerij niet hebben opgemerkt. Een laatste voordeel aan het vakkundig – zeg maar gerust professioneel – te laat komen, is dat inmiddels duidelijk is of het verhaal van een spel ergens naartoe gaat of niet. Bij Assassin’s Creed weet iedereen inmiddels dat de vage onzin over een machine die herinneringen van voorbije generaties uit genetisch materiaal haalt, even onnozel is als pakweg UFO’s in Lord of the Rings (waarbij dit laatste waarschijnlijk nog een pak minder ondraaglijk zou zijn). Het slechte einde van de Mass Effect-trilogie werd inmiddels vervangen door een minder slecht einde en intussen weten we ook dat het afsluiten van de verhaallijn van Half-Life in de richting van de halveringstijd van Uranium-238 gaat. Allemaal nuttige informatie die niet beschikbaar was op het moment dat deze games verschenen.

Dat is ook het geval met Little Nightmares, dat in 2017 het levenslicht zag en dat toen niet veel meer leek te zijn dan een kort, maar knap vormgegeven avonturenspel in zijwaarts perspectief. De game viel echter op door een uitermate duister verhaal over kwetsbare kinderen die worden nagejaagd door grotesk vervormde volwassenen, zich bevindend in de buik van een mysterieus schip (in deel één) of in een vervallen stad in de regen (in deel twee). Aanvankelijk worden de lichamen van de arme gevangengenomen kindertjes eenvoudig verwerkt tot vlees, maar naarmate de games vorderen, komt nog een breed scala aan andere kinderangsten aan bod die warempel elk op hun manier even verontrustend zijn.

In haar inmiddels iconisch geworden gele regenjas pletste hoofdkindje Six op haar magere spillebeentjes en blote voeten door ondiepe plassen en galmende metalen gangen, onder reusachtig meubilair of langs portretten met scheve smoelen, om te ontsnappen uit de gruwelijke microkosmos van elk van haar belagers. Van de opgekuiste sprookjes van de gebroeders Grimm en later ook de goed beveiligde Disney-verhalen die nieuwe generaties vandaag door de strot geramd krijgen, is hier geen spoor meer terug te vinden. In Little Nightmares is er geen goede held die de onschuldige prinses redt door het kwade te overwinnen; er is alleen leven dat zich een weg baant of sterft.

Niet toevallig citeert het spel visueel bijna letterlijk uit de films Spirited Away en Howl’s Moving Castle van Studio Ghibli: de bekende Japanse anti-Disneyfilms waarin kinderen en volwassenen door elkaar verwarrende dingen doen om onduidelijke redenen, in een wereld die als vanzelfsprekend doordrenkt is van vreemde magische personages. Alleen is in Little Nightmares elk herkenbaar beeld uit de films verworden tot een duistere en brutale karikatuur. Dit zorgde er in ieder geval voor dat het spel uitgroeide van een klein nevenproject tot een waar icoon binnen het genre.

Ergens zal er ook wel een levensles in zitten. Misschien moeten kinderen beschermd worden en zijn onnozele Disneyfilms de juiste en meest veilige manier om het kleine, maar waardevolle grut groot te brengen, door hen wijs te maken dat iedereen weet waarmee hij bezig is en alles altijd goed komt. Of misschien kweken we zo een gigantische hoop narcistische randdebielen en weten kinderen door vele eeuwen van evolutie instinctief hoe ze moeten reageren als er weer eens een volwassene door het lint gaat. Tegenwoordig doet zelfs het gerucht de ronde dat kinderen meer draagkracht hebben dan we soms zouden vermoeden, maar er zijn professoren aan deze universiteit die daar waarschijnlijk veel meer van afweten.

Hoe dan ook, soms lukt het de held om in de aars van de Death Star te schieten, maar meestal heeft de wereld geen plan en probeert iedereen te vergeten dat overleven de enige achievement is die nooit definitief verworven wordt. Alles wijst erop dat het antwoord op de vraag waarom de wereld van Little Nightmares zo huiveringwekkend aantrekkelijk is, ergens in deze richting gezocht moet worden. Waar precies dat is, vergeet ieder kind op het moment dat het zelf een volwassen monster wordt.

De afgelopen jaren begon het groteske universum waarin de avonturen van hoofpersonages Six en later ook Mono zich afspelen, warempel een eigen leven te leiden. Na enkele DLC’s, een comic en een tweede deel (2021), zit een groot deel van de gamende gemeenschap momenteel nagelbijtend te wachten op deel drie, dat ergens in 2025 het levenslicht zal zien. Dit deel zal voor het eerst de focus leggen op co-op, wat betekent dat ook de sociaal minder vaardigen onder ons weer eens zullen moeten investeren in vriendschappen, wat toch altijd weer een gedoe is. Maar voor wie al vrienden heeft, kan het een meevaller zijn, omdat leuteren over gevoelens doorgaans van slechte smaak getuigt tijdens het gamen en de kans aanzienlijk verkleint om succesvol het einde te halen.

In ieder geval is Little Nightmares nog niet van plan om snel weer te verdwijnen. Voor wie nog niets weet over het plotverloop van deze games, loont het de moeite om nog een paar jaar te wachten en alles er in een lange, gegarandeerd zenuwslopende sessie door te jagen. Samen met iedereen die wel mee is met het virtueel folteren en terroriseren van de kinderlijke onschuld, deel ik alvast de hoop dat het derde deel opnieuw de kwaliteit biedt van de vorige delen en een paar linken legt met wat er in de voorgaande is gebeurd.



poëzie

26/10/2024
illustratie in blauwe tinten van een hoofd in profiel
🖋: 

we zuchten, en de wind huilt

met zoetzwarte bedenkingen ademen we

uit de mist van het kind dat we ooit kenden

dat niets wist, grijpend door de neveldruppels van morgen

 

we dromen, en de wolken kreunen

onder het zwaargeestige weten ademen we

uit stromen van glinsterende tranen

staan we aan de kaaien van vandaag met een

ziel vol zorgen

 

we willen vluchten van wat kan, moet, zal komen,

maar langzaam en gestaag ademen we

uit wat verborgen was

vragen we de hand aan de storm en fluisteren omlaag

 

adem.



het laatste woord

26/10/2024
nevelig
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie kijken we door de nevel heen.

Herfst, dat betekent: de lessen die terug opstarten, bruin-geel-oranje wandelingen en zin in warme, zoete dranken. Halloween komt stilaan aanzetten en de dagen worden korter. Voor ons Belgen wil de herfst helaas ook zeggen dat we afscheid nemen van de zon tot aan het begin van de lente, wanneer ze weer door de wolken heen komt. We trekken vanaf nu onze regenjassen aan of steken een paraplu in onze rugzak om naar de les te gaan en de dagdromers onder ons zullen diep nadenkend naar de druppels staren die over de ramen lopen. De ochtenden zijn het beu om te starten met mooie zonsopgangen en verkiezen het vanaf nu om nevelig te zijn. Een staat tussen droog en regenachtig, net geen mist, maar wel genoeg om ons rillend buiten te laten komen. Nevelig: het soort weer waarbij je de kleine druppeltjes net niet boven de grond ziet hangen, maar toch met een vochtig gezicht het leslokaal zal binnenstappen.

Wil je slim klinken wanneer je een van deze herfstige dagen alweer over het weer praat? Noem de buitenlucht dan eens nevelig in de plaats van mistig en laat blijken dat je ook het verschil kent. Je hebt namelijk pas mist wanneer je minder dan een kilometer ver kan kijken, nevel is zijn iets zachtere broertje. Met dit meteorologische feitje zal je zeker al je vrienden omver kunnen blazen, moest je weer eens binnen vastzitten tijdens een van die eeuwige regenbuien met een tekort aan gespreksonderwerpen. Het woord nevelig vindt zijn, tevens ook zeer gesofisticeerde, herkomst in het Grieks en Latijn, afgeleid van respectievelijk nephèle en nebula. Al hadden die Oude Grieken en Romeinen waarschijnlijk net iets minder last van nevelig weer.

Wil je daarna het gesprek een andere richting dan het weer laten opgaan, dan kan je altijd overschakelen naar het onderwerp van die net opgestarte lessen en het woord hergebruiken in zijn andere, doch gerelateerde betekenis: nevelig betekent namelijk ook vaag. Begrijp je dus voorlopig niets van die lessen, maar wil je je onbegrip met iets mooiere woorden uitdrukken? Denk dan aan die niet-mist van vanochtend. Al vind ik dat ze wel iets hebben, die vage, nevelige, vroege ochtenden.