uantwerpen

18/12/2024
stapels boeken
🖋: 
Auteur

De examens komen er als een stoomtrein aan en dat wil veel dingen zeggen: studenten worden steeds ellendiger, de decibels op de Ossenmarkt dalen net zo snel als het kwik, en de bib is steeds vroeger volzet. De bibliotheek is namelijk voor veel studenten een baken van licht in deze donkere periode. Je kan er ontsnappen aan je rommelige kot of je luide buren, maar tegelijk is het ook een ontmoetingsplek om samen te studeren met je vrienden. Tijdens het studeren kijk je soms eens rond om te gluren naar je medestudenten, maar wie zijn de mensen die de bibliotheek écht draaiende houden? Ik zat samen met Rik Van Daele, hoofd van het Departement Bibliotheek en Archief aan UAntwerpen.

Van Daele studeerde Germaanse Talen aan KU Leuven en doctoreerde er over Van den vos Reynaerde. “Na mijn postdoc is het universitaire verhaal voor mij gestopt en ben ik in het lokaal cultuurbeleid gaan werken.” De bibliothecaris heeft al een lange loopbaan achter de rug, maar koos toch nog voor een carrièreswitch. Hij vertelt: “Mijn dochter heeft de vacature bij UAntwerpen gevonden. Op haar aandringen heb ik op 59-jarige leeftijd gesolliciteerd en ben ik op mijn 60e nog van job veranderd.” Het is de academische wereld die Van Daele altijd al prikkelde. “Ik heb het steeds fijn gevonden om in een universitaire omgeving te komen en met jonge mensen in contact te komen. Hoewel ik vaak tussen studenten zit, is dat contact niet altijd evident. Ik zit namelijk in tal van werkgroepen, waardoor ik vaak op verplaatsing ben.”

De bibliothecaris benadrukt het sociale belang van bibliotheken: “Ik heb altijd een passie gehad voor dit beroep omdat bibliotheken laagdrempelig zijn voor iedereen. Ze vormen de basis van de samenleving. Het is de plek waar kinderen leren lezen, maar er zijn ook grootletterboeken voor ouderen. Daarnaast zijn bibliotheken ontmoetingsplekken. Dat geldt voor publieke bibliotheken, maar ook voor onze universiteitsbibliotheken.”

Naast het warme sociale aspect van de bib, is er ook een big business die zich schuilhoudt achter de schermen. “De databanken zijn uitgegroeid tot verdienmodellen die stukken van mensen kosten. Het is niet evident om in deze tijden (denk aan inflatie, verhoogde drukkosten en firma’s die steeds happiger worden) te onderhandelen om die databanken betaalbaar te houden. Wij doen dat op Vlaams niveau met ELEKTRON vzw. Ons team E-info is nu aan het onderhandelen met die bedrijven om zo goed mogelijke voorwaarden voor de universiteit en de studenten te behouden.”

Die onderhandelingen zijn nog maar het tipje van de ijsberg aan karweitjes die zich achter de schermen afspelen. “Naast onze bibliotheek die studenten zien, is er ook het universiteitsarchief onder leiding van de universiteitsarchivaris. Dat bevindt zich in de talrijke gangen en ruimtes onder de Stadscampusbibliotheek. Daarnaast hebben we een team Bijzondere Collecties met onder andere historische boeken die gedrukt zijn tot en met 1830. Met de bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap vormen we een erkende cultureelerfgoedbibliotheek. We verzamelen ook academisch erfgoed en we hebben onze eigen softwareontwikkelaar: Anet. Ten slotte is een van onze hoofdbezigheden catalograferen. Dat wil zeggen dat onze catalografen elk boek of voorwerp dat binnenkomt systematisch beschrijven zodat het kan opgenomen worden in onze catalogus.”

De circa 70 departementsmedewerkers vervelen zich duidelijk niet terwijl wij met onze neus in de boeken zitten. Toch maakt Van Daele ook tijd om na te denken over beleidsplannen. “Ik wil graag nog meer structuur en vastheid in de organisatie stoppen. Tot voor mijn aankomst waren de contacten met de faculteiten, mede door corona, niet altijd even structureel. We willen vanaf nu minstens één facultaire bibliotheekcommissie per jaar organiseren. Binnenkort zitten we bijvoorbeeld samen met Faculteit Rechten om te spreken over het verlengen en de eventuele stopzetting van bepaalde databanken. We hebben dat structureel opgebouwd zodat we contact hebben met de mensen die de databanken echt gebruiken”, licht hij toe.

Het sociale aspect van het bibliotheekwezen blijft een leidraad voor Van Daele. “We willen de participatie binnen de bibliotheek verhogen door een aantal doelgroepen mee te laten kijken naar onze werking en ons besluitvormingsproces. Voorlopig doen we dat vooral voor onze Bijzondere Collecties en ons Archief, maar we proberen daarin door te groeien.” Ook studenten worden actief betrokken. “Qua studentenparticipatie is er de Bibliotheekraad, waarin studentenvertegenwoordigers meedenken over ons beleid. We proberen ook altijd aanwezig te zijn op het Studentenoverlegcomité en vorig jaar hebben we een AUHA-enquête gedaan bij studenten om zo goed mogelijk naar hun mening te luisteren. Met sommige opmerkingen kunnen we makkelijk aan de slag, maar helaas is niet alle verandering gemakkelijk”, vertelt hij.

“Welzijn van personeel en studenten is voor mij een topprioriteit, maar dat is niet altijd evident om meteen iets mee te doen. Een andere prioriteit is de herinrichting van de bibliotheek op campus Drie Eiken. Dat is uiteraard een project van lange adem. Het gaat niet alleen om de bibliotheek, maar om een gebouw met leslokalen dat binnen enkele jaren volledig leeggemaakt moet worden. Ook de openingsuren kwamen vaak naar voren in de enquête. We doen ons best om die uit te breiden, maar daarbij moeten we rekenen op heel wat extra kosten voor personeel, bewaking en energie. Toch is het ons gelukt om te starten met een pilootproject op campus Middelheim, waar we vanaf 1 december tot 22u open blijven voor studenten”, vertelt Van Daele trots. Ook meer groepsplekken en meer ontmoetingsruimten voor studenten staan op het lijstje van zijn streefdoelen.

Ziezo, als je voortaan in de bibliotheek zit te studeren kan je fantaseren over de bezig heden die zich achter de schermen van de bibliotheek afspelen. Of het nu gaat over onder handelingen over de peperdure databank Springer Nature, of het vervoer van eeuwenoude manuscripten en beveiligde depots van Bijzondere Collecties, de bibliotheek is meer dan je denkt!



uantwerpen

18/12/2024
foto's van zomaar een dak
🖋: 

In de Prinsstraat, nu wat verstopt achter graafwerken, staat er een gebouw met daarop de woorden “Zomaar een dak”. Wanneer je onder de letters en doorheen de statige poort binnenwandelt, kom je terecht in een gezellige ruimte met tafels, zetels, maar ook hier en daar een verdwaald Mariabeeld. Dit is de pastorale dienst waar Gert, Ken, Xenia en sinds dit jaar ook Mourad studenten ontvangen. Wat speelt zich af onder dit dak?

Er zijn allerlei veranderingen aan de gang bij de pastorale dienst. De woorden “Zomaar een dak” zijn voor het eerst vernieuwd op de gevel sinds de jaren ’70 en ook de straat ervoor wordt nu heraangelegd als woonerf. Vooral belangrijk is de nieuwe islamitische gebedsruimte. De pastors of medewerkers zijn echter ambitieus en zien grotere plannen voor de toekomst. Voor we hierin duiken misschien eerst de vraag: wat is Zomaar een dak eigenlijk?

zomaar een wat?

Zomaar een dak werd in de jaren ’70 opgericht als pastorale dienst van UFSIA, de Universiteit van de Jezuïeten die ontstond uit de handelshogeschool Saint Ignace. Toen in 2003 UFSIA opging in UAntwerpen was het behoud van de pastorale dienst een van de voorwaarden. Als pastorale dienst houden de pastors zich vanuit een katholiek perspectief bezig met vragen omtrent zingeving, religie en betekenis die opkomen bij studenten en personeelsleden. Sinds tien jaar is er ook een medewerker die dit vanuit een islamitische invalshoek doet. Omdat ze religie beschouwen als iets dat verbonden is met alle aspecten van het leven, is de werking van de pastorale heel breed. Zo voorzien ze mee het studentenonthaal, staan ze op weekdagen overdag open als studieplek en kunnen in de avond studentenverenigingen gebruik maken van de lokalen voor hun activiteiten.

De werking van Zomaar een dak past binnen de actief pluralistische visie van UAntwerpen. In plaats van neutraal te zijn, kiest de universiteit om verschillende levensbeschouwingen een plaats te geven en de dialoog hiertussen te promoten. Zo is er ook een vrijzinnige dienst. Deze bevindt zich in een ander gebouw, maar ze werken wel samen, zo sturen ze als levensbeschouwelijke diensten een gemeenschappelijke nieuwsbrief uit.

ruimte voor bezinning

Bij de pastorale dienst is er ruimte voor bezinning en dat mag letterlijk genomen worden. Al voor het ontstaan van UAntwerpen was de dienst verantwoordelijk voor de Ignatiuskapel aan het Hof van Liere. Tijdens de advents- en vastenperiode organiseert de pastorale dienst hier elke dinsdag aangepaste vieringen van 12u30 tot 13u. Elk jaar rond Allerheiligen is er ook de in memoriam-viering voor overleden studenten, personeelsleden, familieleden en vrienden. Sinds 2021 bestaat de Narthex aan de ingang van de kapel. Deze ruimte is bedoeld voor spirituele bezinning over verschillende levensbeschouwingen heen. Als symbool hiervoor is er een houten boom waaraan studenten hun wensen of gedachten kunnen hangen in de vorm van papiertjes.

Wat er nu dit semester voor het eerst is bijgekomen, is een islamitische gebedsruimte. Deze gezellige ruimte, gedecoreerd met bidmatten gericht naar Mekka, bevindt zich op de tweede verdieping van Zomaar een dak. Voorlopig kunnen studenten hier enkel op dinsdag en vrijdag terecht, omdat er nog bewoning is op dezelfde verdieping. Het is de bedoeling dat dit uitgefaseerd wordt, waarna studenten hier elke weekdag zouden kunnen bidden. Het initiatief is er gekomen nadat de pastorale dienst opmerkte dat de stille ruimtes op UAntwerpen vooral gebruikt werden door moslims als plaats om te bidden. Vanuit hun actief pluralistische visie vindt Zomaar een dak dat gebedsruimtes die specifiek zijn voor een bepaalde religie een belangrijke aanvulling kunnen zijn op de bestaande neutrale stille ruimtes. Op de buitencampussen kunnen studenten vooralsnog enkel gebruik maken van de stille ruimtes om te bidden. Daar geven studenten aan dat dit geen handige situatie is, omdat deze stille ruimtes veel kleiner zijn dan die van de Stadscampus.

toekomst

Gert is alvast ambitieus wat de toekomst betreft: “Het huis heeft dringend een totale renovatie nodig, want er is nu al meer dan vijftig jaar weinig aan gedaan. Het gaat ook over de buitenmuren die niet meer geheel waterdicht zijn en het dak dat vernieuwd moet worden. Dat is een goede gelegenheid om na te denken of we dit gebouw enkel en alleen voor pastoraat willen blijven gebruiken, of dat we er iets anders mee kunnen doen in de geest van het actief pluralisme.” Wat hij dan voorstelt, is er een huis van levensbeschouwing van te maken in de brede zin, naar het voorbeeld van House of One dat momenteel vorm krijgt in Berlijn. Dit laatste gebouw zal onderdak bieden aan een kerk, een moskee en een synagoge. Elk met hun eigen aparte ruimtes, maar met een gemeenschappelijk deel in het midden. Zo behouden alle levensbeschouwingen hun eigen identiteit en promoten ze toch dialoog tussen elkaar.

Toegepast op UAntwerpen zou dit betekenen dat alle levensbeschouwelijke diensten hun onderdak zouden nemen in Zomaar een dak, waarvan de naam zou veranderen naar Quest. De inrichting zou dan zo zijn dat elke levensbeschouwing over eigen kantoren beschikt en de eigenheid kan bewaren, maar dat niet elke levensbeschouwing zich exclusief terugtrekt op een eigen terrein binnen in het huis. Ook benadrukken ze dat de twee zalen beschikbaar moeten blijven voor verenigingen. Zo’n groot project kan echter niet zonder de steun van de universiteit, zegt Gert. “Het zou een uniek project zijn in het Europese universitaire landschap en gezien de actualiteit ook bijzonder waardevol. Vandaar dat ik oprecht hoop dat de universiteit en alle levensbeschouwelijke actoren hierover mee willen nadenken en mee op de kar springen om het te realiseren.”



antwerpen

18/12/2024
ensor
🖋: 

Op 19 november 2024 was het 75 jaar geleden dat België afscheid nam van de diverse meester-kunstenaar James Ensor. Het is het Ensorjaar en heel Antwerpen zal het geweten hebben met de vele “Beleef Ensor”-posters doorheen de stad. Vanaf 28 september zijn er 4 nieuwe expo’s in verschillende Antwerpse musea te zien en ook het Koninklijke Museum van Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) opende een nieuwe tentoonstelling ter ere van de Belgische kunstenaar. In de expo Ensors stoutste dromen. Het impressionisme voorbij pakt het museum nog tot 19 januari uit met zijn vertoning van de grootste Ensorcollectie ter wereld. Benieuwd hoe deze expo in het leven en hoofd van Ensor duikt? Onze redacteur nam alvast een kijkje.

James Ensor was een Belgische kunstenaar met een heel divers oeuvre. Als geboren en getogen Oostendenaar bracht hij tijdens zijn beginnende kunstperiode ook veel tijd door in Brussel, waar hij studeerde aan de Hoofdstedelijke Kunstacademie, maar hij keerde telkens terug naar zijn geliefde geboortestad. Ensor is voornamelijk gekend voor zijn schilderij en met carnavalachtige maskers en gekke skeletten, maar hij is zo veel meer dan dat. Vanaf 1876 tot aan zijn dood in 1949 was hij actief bezig binnen de kunstwereld en dat niet alleen door middel van schilderijen. Naast schilder was Ensor ook een fervent tekenaar, etser en componeerde hij zelfs zijn eigen muziek.

Ensor begon onschuldig met klassieke realistische werken van burgertaferelen met zijn familie als model. Na de oprichting van de vereniging Les Vingts, die hij samen met enkele vrienden van de Kunstacademie oprichtte, ontwikkelde hij langzaamaan een experimentele kunststijl. Met De oestereetster dook hij als pionier in België in de stijl van het impressionisme. Daarnaast speelde hij ook met het expressionisme en symbolisme. Ensors kunst groeide van de uitbeelding van de werkelijkheid uit tot een karikatuur van de waarachtige bedoeling van de mens. Het werk van de grootste Belgische modernist blijft echter vooral beïnvloed door spot, pessimisme en zijn wil en drang naar vernieuwing.

Daarnaast heeft ook licht altijd een grote rol in zijn kunst gespeeld. Het licht was Ensors grote liefde en die bracht hij op verschillende manieren tot leven op zijn doeken. Door te spelen met kleur en leegte schoof hij de aandacht weg van de hoofdfiguren op zijn doek en toonde hij meer beweging en focuste hij op de lichtinval. Let er maar eens op als je zijn werken bekijkt en het zal je niet verbazen dat hij zichzelf ook wel ‘de vader van het licht’ noemde.

De expo Ensors stoutste dromen nodigt je uit om mee te gaan op een mooie en leerrijke tocht doorheen het leven van de kunstenaar. Elke zaal is ingericht in een eigen kleur en thema, waarbij licht altijd een rol speelt, en verkent de verschillende aspecten van zijn kunst doorheen zijn carrière van bij na 70 jaar. Bij binnenkomst van de tentoonstelling word je welkom geheten door de curator Herwig Todts in een korte video. Hierin moedigt hij je aan om verschillende soorten hoeden op te zetten om James Ensor, de kunstenaar en de persoon, te ontdekken. Probeer dus om zijn kunst vanuit diverse hoeken te bekijken en hou je niet vast aan logica of duidelijke grenzen.

Op een regenachtige dag doken mijn grootouders en ik het KMSKA in om de tentoonstelling te ontdekken. Als kunstliefhebber genoot ik van de mooie schilderijen, maar ook zeker van de interessante weetjes die we op verschillende manieren ontdekten doorheen de expo. Net zoals Ensor gebruik maakte van verschillende beeldmiddelen, doet het KMSKA dat ook met bijvoorbeeld een kijkdoos waarin een ander perspectief wordt gegeven op een van zijn schilderijen of door de bezoeker zelf aan het werk te zetten met potlood en papier. De expo combineert het grote oeuvre van Ensor met moderne facetten zoals touchscreens en audiotours in de app van het museum. In de audiotour worden twaalf kunstwerken in de kijker gezet. Door middel van de verschillende touchscreens in de zalen kan je als bezoeker – letterlijk – inzoomen op zijn werk. Het leukste aan deze methode vond ik de touchscreens in de zaal “Ensor aan het werk”. Daarop kan je zelf onderzoek uitvoeren op enkele schilderij en met behulp van verschillende technieken. In video’s leggen experts uit wat deze technieken inhouden en hoe zij die gebruiken in hun onderzoek. Onder andere een doctoraatsstudente van Universiteit Antwerpen komt hierbij aan het woord.

Naast deze tentoonstelling ter gelegenheid van 75 jaar zonder Ensor startte het KMSKA in 2013 al het Ensoronderzoeksproject op. Hierin wordt het creatieve proces van de schilder van begin tot einde onderzocht via een combinatie van kunsthistorisch onderzoek en materieel-technisch onderzoek. Van de bronnen die hij als basis voor zijn werk gebruikte, tot zijn brieven en eerste schetsen, alsook zijn verf en verschillende schildertechnieken worden onder een vergrootglas gehouden in dit onderzoeksproject. Daarnaast wordt er ook beroep gedaan op modernere methoden zoals röntgenstraling en infrarood licht om door te dringen tot de kern van Ensors werk.

Doorheen zijn carrière bouwde Ensor een groot oeuvre op en experimenteerde hij met verschillende kunstvormen. De kunst van deze homo universalis is dan ook niet te vatten binnen één kunststijl, maar onderging een serieuze evolutie, net als hij zelf. Volgens Todts kan je hem het best omschrijven als een fumist, iemand die tradities niet te nauw nam en vooral wilde provoceren. Ensor was een avant-gardist die voortdurend op zoek was naar nieuwe kunstvormen en -technieken die niet eerder gebruikt waren. Hij maakte in 65 jaar ongeveer 850 schilderijen. Dat komt uit op ongeveer 13 schilderijen per jaar, zijn andere kunstvormen dus nog niet meegeteld. Hij was een uitzonderlijke man die op de eerste plaats de beste in zijn vak wou zijn en niet wegdook van een uitdaging. Om af te sluiten met de woorden van het museum zelf: “Hij diende het licht en stak de draak.”



interview

09/12/2024
Niet Nu Laura
🖋: 

Laura Janssens, beter bekend als Niet Nu Laura, tekent zichzelf recht naar onze harten met haar scherpe, hilarisch herkenbare cartoons die ze deelt op haar Instagramaccount. Haar nieuwste boek, Monumentaal middelmatig, bewijst dat je met een beetje zelfspot en veel humor zelfs van middelmatigheid een kunst kunt maken. En alsof dat nog niet genoeg is, is ze genomineerd voor beste tekenaar in Humo’s Pop Poll. Tijd voor een gesprek met de vrouw achter de cartoons die Vlaanderen doen grinniken. 

Wat is het belangrijkste verschil tussen cartoon-Laura en de Laura die nu voor mij zit? 

Laura: “Mensen schrikken soms dat ik geen zwart haar heb. Tegenwoordig teken ik mijn figuurtje wel met blond haar en een donkere uitgroei, omdat ik er meestal zo uitzie, dus nu lijkt ze weer wat meer op mij. Vroeger tekende ik cartoon-Laura zelfs met dezelfde moedervlek boven haar lip zoals die van mezelf. Daar ben ik mee gestopt, omdat dat te dicht bij mezelf kwam.”

Het is dus niet allemaal een-op-een jouw leven? 

Laura: “Nee, zeker niet. Mijn strips zijn heel persoonlijk, maar ik houd altijd wel een zekere afstand. Mijn vriend komt bijvoorbeeld ook weleens voor in mijn werk, maar die lijkt helemaal niet op zijn cartoonversie. Toen ik begon als cartoonist was mijn werk een soort dagboek dat mensen konden meelezen via Wordpress. Tegenwoordig vertrek ik nog wel vanuit mijn emoties of frustraties, maar komt er ook heel wat fantasie bij kijken.” 

Je bent sinds kort cartoonist voor De Morgen. Heb je je aangepast aan het doelpubliek van de krant? 

Laura: “Ik teken nooit met een specifiek doelpubliek in het achterhoofd, dus dat probleem stelde zich niet. Ik vertrek vanuit mezelf, en wie zich daarin herkent, herkent zich daarin. Dat merk ik ook tijdens mijn signeersessies: soms komt er een twaalfjarige langs, soms een zestigplusser. Meestal zijn het twintigers en dertigers.” 

“Al probeer ik wel om geen te niche onderwerpen te kiezen voor cartoons in de krant. Ik had onlangs een goed idee rond Wizzy en Woppy. Toen dacht ik wel: ik mag niet verwachten dat alle lezers van De Morgen Wizzy en Woppy kennen. Ik houd er ook rekening mee dat niet iedereen zo chronisch online is als ik, dus speel ik niet te veel in op ietwat niche online trends.”

Philippe en Giovanni 

Terwijl we cartoon-Laura steeds beter leren kennen, hebben we je hamsters Philippe en Giovanni al even niet meer gezien. Ook in Monumentaal middelmatig komen ze niet voor. Waar zijn ze naartoe? 

Laura: “Wil iedereen dat ze terugkomen? Ik heb al meer reacties gekregen van mensen die ze missen.” 

Ze zijn dan ook heel schattig. 

Laura: “In 2023 schitterden ze nog in de Streamz-serie Hamsters. Om die te maken, heeft mijn werk twee jaar lang in hun teken gestaan. Daarna voelde ik dat ik weer vanuit mezelf wilde vertrekken om mijn eigen ei kwijt te kunnen. Al heb ik ze misschien wat te lang verwaarloosd. Ik zal ze een nieuw debuut geven in het nieuwe jaar.” 

Je vertelde in Sabato dat je hoopte internationaal door te breken met Hamsters. Heb je al reacties gekregen uit het buitenland? 

Laura: “Er is een Franse versie opgenomen, al kan ik daar nog niet veel over kwijt. Er is dus wel wat interesse, maar het kan even duren voordat een Vlaamse animatieserie internationaal doorbreekt. Zes jaar geleden heeft mijn producer een serie gemaakt die nu in Amerika verschijnt. Hopelijk gaan Philippe en Giovanni over zes jaar ook naar Amerika.” 

dromen 

Wij kijken er alvast naar uit om Philippe Frans te horen praten. Heb je nog toekomstdromen? 

Laura: “Hamsters voelde echt als een levenswerk. Een animatieserie is voor veel cartoonisten het toppunt van hun carrière. Zodra die af was, had ik een ‘wat nu?’-moment. Mijn nieuwe droom?  Een graphic novel maken. Ik maak altijd korte verhaaltjes. De serie had al wat langere scenario’s, maar ook dat bleef beperkt tot vijf à zes minuten. Trouwens, ik kan toevallig een beetje tekenen, maar de drang om constant te tekenen voel ik niet. Wel die om te vertellen. Dat wil ik graag eens doen in de vorm van een langer verhaal. Er is interesse vanuit de uitgeverij en er is zelfs al een begin, maar het gaat een werk van lange adem worden. Ik wil daar echt mijn tijd voor nemen.” 

“En als we dan toch over de verre toekomst spreken: ooit wil ik ook een tv-serie schrijven. Dat hoeft niet noodzakelijk animatie te zijn, gewoon een goeie reeks. Dat lijkt me heerlijk.” 

We laten je nog even verder dromen: met welke Vlaamse cartoonist zou je weleens een dag willen ruilen?  

Laura: “Jeroom. Die heeft ongetwijfeld meer geld op zijn kredietkaart staan dan ik. (Lacht)” 

Om dan al zijn spaargeld in één dag op te souperen? 

Laura: “Ik zou dan inderdaad eens goed gaan shoppen. (Denkt even na) Maar eerlijk: ik ken wel wat cartoonisten in België en die hebben allemaal dezelfde struggles als ik. Dus ruilen? Ik weet het nog niet zo meteen.” 

Over welke struggles heb je het? 

Laura: “Als cartoonist moet je veel kunnen: niet alleen tekenen, maar ook onderhandelen en een bedrijf runnen. Het is niet eenvoudig om als cartoonist een fulltime loon te verdienen. Je bent maar 10% van de tijd echt aan het tekenen. Als je dan aan het tekenen bent, begin je elke keer opnieuw van een wit papier en moet je een origineel idee hebben. Daar komt ongerustheid bij kijken: gaan de mensen er wel om lachen? Eén keer heb ik een mop gemaakt die veel mensen flauw vonden, wat hij ook was. Zo’n mop wil ik niet opnieuw maken.” 

Als je internationaal zou mogen ruilen, wie kies je dan? 

Laura: “Dan denk ik aan het team achter BoJack Horseman. Geen idee hoe hun leven eruitziet, dus ruilen hoeft niet per se. Maar geef mij een teletijdscapsule en ik spring erin als een cowboy op een wankele BoJack. De serie heeft een enorme invloed op mijn werk, dus ik zou graag zien hoe ze die in elkaar hebben geknutseld. Je had al volwassen animatieseries zoals The Simpsons en Family Guy, en dan kwam BoJack Horseman, dat weer iets helemaal nieuws deed met het genre.” 

Hoe kunnen we de invloed van BoJack Horseman herkennen in je werk? 

Laura: “BoJack Horseman is geniaal: je ligt dubbel van het lachen en tegelijk breekt je hart in duizend stukken. Dat probeer ik ook te doen in mijn werk: op het eerste gezicht maak ik grappige cartoons, maar ik raak ook thema’s aan als mentale gezondheid en onzekerheid of uit subtiele maatschappijkritiek. Ik heb nog lang niet het niveau van de makers van BoJack Horseman; hopelijk geraak ik er ooit.” 

van schoolstrip tot carrière 

Je hebt al talloze cartoons gemaakt. Wat is de eerste waarvan je ooit dacht: dit is echt goed? 

Laura: “In het zesde leerjaar heb ik een strip gemaakt rond mijn klasgenoten en mezelf in Zweinsteinsetting. Het was 2003, Twitter bestond nog niet en we wisten nog niet dat J.K. Rowling niet zo’n leuk persoon was. Die strip zat vol humor en sarcasme en telde meer dan twintig pagina’s, langer dan mijn werk nu. Mijn vrienden vonden die heel grappig en ik denk dat, als ik die nu zou teruglezen, ik er ook nog altijd om zou gniffelen. Die strip moet nog ergens op zolder liggen. Ik zou die eens moeten opsnorren.” 

Zijn er thema’s die je bewust vermijdt in je werk? 

Laura: “Over de actualiteit maak ik niet graag strips. Tom Waes is momenteel overal in het nieuws. Ik zou een cartoon kunnen maken over dronken rijden, maar daar heb ik simpelweg geen zin in. We hebben in Vlaanderen veel steengoede cartoonisten die tekenen rond de actualiteit. Kan ik het beter doen dan hen? Waarschijnlijk niet, maar ik ben wel goed in inzoomen op kleine dingen.” 

Met dat talent heb je het voor het achtste jaar op rij geschopt tot een nominatie voor beste tekenaar in Humo’s Pop Poll. 

Laura: “Ik heb die nominatie destijds zelf gelanceerd. Als ik daar nu op terugkijk, vraag ik me af of dat misschien een beetje arrogant overkwam. (Lacht)” 

Dat moet je uitleggen. 

Laura: “Onderaan Humo’s Pop Poll kun je een andere naam invullen dan de opties die Humo zelf opgeeft. Dus heb ik toen op mijn sociale media iedereen gevraagd om mijn naam daar in te vullen. En voilà, ik eindigde meteen in de top vijf. Sindsdien nomineert Humo me elk jaar opnieuw.” 

Een klassiek voorbeeld van fake it till you make it. Heb je tot slot nog advies voor studenten? 

Laura: “Durf investeren in jezelf. Ik heb zelf lang andere jobs gedaan die niets met tekenen te maken hadden, uit angst om er volledig voor te gaan. Het niet durven, is de doodsteek van een carrière. Op een bepaald moment liep een van mijn interimjobkes af en had ik geen nieuw plan. Toen ben ik een jaar bijna non-stop gaan tekenen. Zodra ik er echt voor ging, merkte ik dat de bal aan het rollen ging. Dus gun jezelf die tweedehands tekentablet en durf je in te schrijven voor die cursus waarvan je gelooft dat ze je zou helpen. En durf jezelf nomineren voor Humo’s Pop Poll.” 



culinair

06/12/2024
een verzameling chocolade voor een roze achtergrond
🖋: 
Auteur

Nu Sinterklaas voorbij is, zal je in heel het huis nog sporen vinden van een van de zoetste tijden van het jaar: alleen Pasen weet deze winterse feestdag te overtreffen op het vlak van chocolade. Elk jaar verloopt de Sinterklaasperiode in vijf fasen. Tijdens de eerste fase spot je al in september de eerste tekenen van de aankomende Sint en zeg je luidop “ze zijn er steeds vroeger bij”, maar uit respect voor de schaarse zomerdagen koop je nog niets. In fase twee is het snoepgoed langzaam uit je gezichtsveld verdwenen, maar in de derde fase, die start na Halloween, puilen de rekken plots uit en vraag je je af waar dit opeens allemaal vandaan is gekomen. In de vierde fase sta je tijdens elk winkelbezoek voor de verscheurende keuze of het nu wel of niet te vroeg is om je tanden in een heerlijke chocolademan te zetten of je beter zou wachten tot zes december. In de vijfde en laatste fase zwicht je uiteindelijk toch en kan je eindelijk de smaak proeven van al dat verrukkelijke suikergoed. Je mag voor jezelf uitmaken of dit langverwachte moment al voor, op, of na zes december plaatsvindt. In ieder geval, dat eerste nic-nac'je of chocolademuntje is zoals het eerste frietje: die smaakt altijd het beste en de volgende pogingen om hem te evenaren mislukken grandioos. 

Daarom schiet dwars te hulp met smakelijke recepten die je kan maken met al die overgebleven Sinterklaaschocolade. 

authentieke chocolademelk

Wie winter zegt, zegt natuurlijk chocolademelk. Deze warme drank werd bedacht door de Azteken en was oorspronkelijk niet zoet. Ze maakten deze ‘xocoatl’ door geroosterde cacaobonen te mengen met water en kruiden. In de vijftiende eeuw waren het de Spaanse kolonisten die dit bittere drankje naar Europa brachten, waar het zoeter werd gemaakt met bijvoorbeeld vanille en kaneel.

Gelukkig moet je zelf geen cacaobonen roosteren als je chocomelk wil maken. Trommel dus je vrienden op en maak samen deze heerlijke chocoladedrank met slechts 3 ingrediënten. Verwarm een liter melk in een pannetje en breek 220 gram chocolade in stukjes. Doe de chocoladestukken samen met een theelepel suiker bij de warme melk en roer af en toe door tot de chocolade volledig is gesmolten. Verdeel over vier mokken en proef van je heerlijk zelfgemaakte chocolademelk zodra de melk niet meer gloeiend heet is (als je zolang kan wachten). Spuit nog een grote toef slagroom op de chocomelk, strooi hier wat chocoladeschaafsel over en werk af met marshmallows. Leg je favoriete koekjes erbij, ga in de zetel onder een warm dekentje zitten en geniet!

chocoladeflikken

Met overgebleven chocolade kan je nog veel meer aanvangen dan enkel chocolademelk. Zo kan je bijvoorbeeld chocoladeflikken maken: deze ronde chocoladeplakken werden in 1745 voor het eerst bedacht in Amsterdam door Caspar Flick en zijn naar hem vernoemd. Ze zelf maken is trouwens heel eenvoudig. Leg een vel bakpapier op een bord en smelt chocolade naar keuze. Schep met een lepel ronde plaatjes op het bakpapier en strooi er nootjes, sprinkles of wat je dan ook in je kast hebt liggen over. Zet het bord in de koelkast. De laatste en zwaarste taak is wachten tot de chocoladeflikken hard zijn geworden. Als troost kan je ondertussen de kom met gesmolten chocolade uitlikken. Veel succes!

dame blanche

Voor de diehard ijsliefhebbers die niet kunnen wachten tot het weer zomer is, heb ik een goed excuus om jullie geliefde coupe weer in je armen te sluiten. Gelukkig duurt het niet lang om zelf dame blanche te maken. Smelt 2 deciliter room in een steelpannetje met 150 gram pure chocolade en roer regelmatig door. Schep zoveel bollen vanille-ijs als je wil en giet de gesmolten chocoladesaus erover. Werk je zelfgemaakte ijscoupe af met een toef slagroom en nootjes. En als je nog in de Sinterklaassfeer wil blijven, versier dan je zelfgemaakte dame blanche met overgebleven strooigoed!



antwerpen

29/11/2024
Spookverhalen
🖋: 
Auteur

Al sinds mensenheugenis wordt de vrouw als inferieur gezien, vertrekkend vanuit het idee dat mannen fysiek sterker zijn. Anderen zagen Eva’s zwakte om de verboden appel op te eten als het begin van de verderfelijke aard van vrouwen. Het is dan ook ironisch dat dit zwakke geslacht vanaf de middeleeuwen over heel Europa gevreesd werd, zodra mensen in heksen begonnen geloven. Een overstroming? Een mislukte oogst? De plotselinge dood van de kasteelheer? Dit was allemaal de schuld van heksen.

De middeleeuwers geloofden dat deze ‘handlangers van de duivel’ kinderen opaten of vruchtbaarheidsproblemen veroorzaakten. Volgens oude verhalen vlogen op de heksensabbat de heidense vrouwen op hun bezemsteel naar een open plek, waar ze samen met honderden medeheksen de duivel eerden. Ze knielden voor hem neer en kusten hem. De heks die hem het meest beviel, werd zijn koningin. Terwijl ze aten van padden en vlees van ongedoopte kinderen schepten ze om beurten op over het kattenkwaad dat ze hadden uitgehaald.

de heksenjacht

De veertiende eeuw betekende de start van de heksenjacht: 30.000 tot 60.000 zogenaamde heksen werden verbrand, onthoofd of gedood op een pijnlijke manier die niet vermeld wordt voor de gevoelige zielen. Voor de historische correctheid vermeld ik er ook even bij dat in onder andere Rusland en IJsland het voornamelijk mannen waren die het slachtoffer werden van de inquisitie of van woedende dorpelingen.

De inquisitie, een rechtbank ingesteld door de Kerk, onderzocht elke zaak. Na een tijdje waren er echter zoveel meldingen dat de Dominicaanse inquisiteur Heinrich Kramer in 1487 de Heksenhamer schreef. De Malleus Maleficarum is als het ware een handleiding voor gewone burgers over hoe ze heksen konden herkennen, zodat de inquisitie zich op belangrijkere zaken kon concentreren. In dit antifeministische werk wordt de vrouw beschreven als een van nature inferieur en zwak wezen. Daarnaast vermeldt de auteur dat bepaalde personen zoals ambtenaren en geestelijken immuun zijn voor haar kwaadaardige verleidingen.

Een andere bekende inquisiteur was Henri Boguet: deze Franse rechter leidde in de zestiende eeuw meer dan 600 heksenrechtszaken. Hij schreef in 1620 Discours exécrable des Sorciers, een zeer populair boek dat twaalf keer werd herdrukt. Een tip voor de lezers met kwaadaardige zussen: het boek is nog steeds online te vinden. Volgens dit heksenhandboek kon je heksen herkennen aan een of meerdere duivelsmerken. Bij een echt stigma diabolicum verscheen er geen bloed en voelde de verdachte geen pijn als deze plaats doorprikt werd met een naald.

Dit is onder andere toegepast bij de enige verbrande heks van Antwerpen: Clara Goessen. In de zestiende eeuw kwam Clara vanuit Straatsburg naar Antwerpen, waar ze aan de slag ging als een meisje van plezier, totdat ze waarschijnlijk uit jaloezie als heks werd aangeklaagd door haar collega’s. Ze werd opgepakt en naar de gevangenis gebracht, in die tijd Het Steen. Daarna ging haar proces door in de vierschaar. Voor zij die nu een gruwelijk idee in hun hoofd hebben, dit is de oude naam voor een rechtbank. Vroeger werd recht gesproken tussen vier geschoren (gespannen) touwen, met in het midden de beschuldigde, vandaar de benaming. In de stad bevond deze rechtbank zich op de hoek van de Zakstraat en de Steenstraat, maar het gebouw werd in 1847 afgebroken. Doorheen de Antwerpse geschiedenis zijn er slechts zeventien vrouwen voor deze vierschaar verschenen. Vergeleken met heksen in de rest van Europa, die doorgaans onmiddellijk op de brandstapel terechtkwamen, hadden beklaagden in de beschaafde stad aan de Schelde nog geluk: behalve Clara Goessen werden de anderen slechts veroordeeld tot een bedevaart.

Ondanks Clara’s ontkenning van de aanklachten gingen twee schepenen en een chirurgijn over tot de ‘examinatie’, een mooier woord voor marteling. Haar naakte lichaam werd onderzocht op duivelsmerken en als extra vernedering werd haar haar afgeschoren. Omdat ze haar walgelijke heksendaden nog steeds ontkende, gingen de martelingen verder. Uiteindelijk bekende Clara dat ze seks had gehad met de duivel en zijn pact had ondertekend. Zo werd op 22 augustus 1603 de eerste en laatste heks van Antwerpen in Het Steen op de brandstapel gezet. De stad bewees opnieuw zijn ‘beschaafdheid’ door haar eerst te wurgen.



studentenleven

29/11/2024
een schoen met een blikje energiedrank voor de Sint
🖋: 

Beste Goedheiligman

Ten eerste, respect voor uw werk! Elk jaar weer die tocht vanuit Spanje, de cadeaustress, de organisatie van die gigantische staf van Pieten… Als er ooit een prijs voor ‘Grootste Logistieke Onderneming’ wordt uitgereikt, dan bent u de terechte winnaar. Maar goed, ik schrijf deze brief niet alleen om uw ego op te krikken.

We weten allemaal dat u ons gedurende het jaar in de gaten houdt. Nu vraag ik me toch af wat u precies hebt gezien van mijn jaar als student. Was u er bijvoorbeeld bij toen ik dapper besloot om om 9u in de aula te zitten na een hele nacht feesten? Hopelijk heeft u niet gezien dat ik na luttele minuten al op zoek was naar de WikiWisKwis van de dag.

En heeft u die groepsopdracht gezien waarvoor ik drie weken lang mijn best heb gedaan om het moreel te steunen? Dat is toch ook een vorm van inzet? Volgens mij is dat best een dikke 'goed' waard in uw grote boek, toch?

Laten we het ook even hebben over die cadeaulijst. Kijk, ik begrijp dat we als (officieel) volwassen studenten geen verlanglijstjes meer zouden moeten schrijven, maar eerlijk is eerlijk, Sint: dit jaar kunnen we wel wat extra’s gebruiken. Dus, bij dezen mijn bescheiden wensen:

 

1. Oneindige koffievoorraad – het liefst in een beker die ik nooit hoef af te wassen.

2. Anti-stresspakket – maar geen standaard geurkaarsen, Sint. Ik praat hier over zoiets als een knop die ik kan indrukken waardoor al mijn deadlines automatisch verschuiven.

3. Perfect uitgeruste tent – voor de momenten waarop ik de drang voel te protesteren tegen een beslissing van die andere goedheiligman, de rector. Bij voorkeur eentje met ingebouwde geurverfrisser.

4. College-podcast – waarbij alle lessen worden omgezet in gezellige podcasts die ik kan luisteren terwijl ik iets anders doe. De afwas bijvoorbeeld, mocht die koffiebeker toch ooit afgewassen moeten worden.

5. Eerste keuze bij groepswerk – laat me voortaan altijd in de groep met de hypergeorganiseerde, altijd-vroege planners belanden, zonder die lastige loting. En misschien kunt u een kleine hint geven aan de vrienden die enkel verschijnen als het groepswerk 99% klaar is?

6. Onzichtbaarheidsmantel – ik zweer plechtig dat ik hem enkel gebruik in de komida, om te ontsnappen aan de chagrijnige blikken van het personeel wanneer ik mijn studentenkaart niet snel genoeg vind.

7. Eindeloze voorraad markeerstiften – die nooit uitdrogen, altijd de perfecte kleur hebben, en feilloos weten wat belangrijk is om te markeren.

 

Ik hoop dat dit bescheiden verzoekje u niet afschrikt. In ruil beloof ik dat ik dit jaar mijn letterkoekjes zal delen met mijn kotgenoten en de kerstversiering pas na uw verjaardag zal ophangen.

Ik stop alvast een blik energiedrank in mijn schoentje. Het lijkt me namelijk een lange nacht voor u.

 

Hoogachtend

Een goedbedoelende (en soms een beetje wanhopige) student

PS Heeft u een voorkeur voor Nalu of Red Bull?



progress lost

18/11/2024
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Opgelet: Deze tekst bevat spoilers! 

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: A Plague Tale: Innocence is een verhaalgedreven spel. De ongeschreven wetten van de spoilerhygiëne gebieden bijgevolg dat ik me in allerlei bochten zou wringen teneinde niets van het verhaal weg te geven en toch een resem zinvolle dingen te zeggen over de voortreffelijke eigenschappen van dit spel. Dat is jammer genoeg de tragische grand écart waarin elke zichzelf respecterende recensent zich terugvindt, wanneer weer eens een spelmaker een plot heeft bedacht dat niet op de achterkant van een pak cornflakes past. Gelukkig heb ik weinig last van zelfrespect en nog minder gevoel voor tragiek, dus bij deze ben ik zo vrij een spoiler weg te geven die inslaat als een vuist op een stapel pannenkoeken: in A Plague Tale: Innocence slagen de vijftienjarige Amicia en haar jongere broertje Hugo erin om de knettergekke grootinquisiteur te doden. Deze antagonist wil met Hugo’s door duistere krachten beïnvloede gaven zogenaamd de wereld redden, maar heeft ook grootse machtsfantasieën. 

Het besef groeit in onze godvergeten samenleving dat er zoiets bestaat als spoilerfobie: de angst om op voorhand iets te weten te komen over plotwendingen in een film of game. De manier waarop we vandaag media consumeren, zorgt er blijkbaar voor dat er een steeds groter wordende sensitiviteit ontstaat voor bedoelde of onbedoelde onthullingen van een verhaallijn. Dat is zowat het omgekeerde van de manier waarop hier in de negentiende eeuw naar werd gekeken. Tijdens de hoogdagen van de romantiek werd doorgaans de volledige samenvatting van een boek al op de rug afgedrukt, evenals een korte inhoud bij het begin van elk hoofdstuk van wat er allemaal zoal te gebeuren stond. Op die manier verdween het gewicht van de gebeurtenissen in het verhaal deels naar de achtergrond en kwam de focus te liggen op (de geloofwaardigheid van) de psychologie van de personages, wat in die tijd het belangrijkste criterium was voor de kwaliteit van een roman.

Natuurlijk bestaat er zoiets als spoilerhygiëne, de elementaire beleefdheid die ons ervan weerhoudt om belangrijke plotwendingen op straat uit te schreeuwen, maar wat niet bestaat is het recht om niet ‘gespoilerd’ te worden. De hedendaagse spoilerfobie met haar dwingende eis voor spoiler-safe spaces, is uitgegroeid tot een schier pathologische hypersensitiviteit. Gamers die na een preliminaire onthulling de aandrang voelen om vloekend de harde schijf uit het levende karkas van hun computer te sleuren en deze bij volle maan te begraven onder een laag ongebluste kalk, moeten geholpen worden, niet aangemoedigd. Het is overigens opvallend dat games die wat langer op de markt zijn, al veel minder op hun spektakelwaarde worden afgerekend en meer op de kwaliteit van de dialogen en de geloofwaardigheid van de personages. Kortom: plot is niet alles of − beter gezegd − een plot is meer dan de gebeurtenissen van de verhaallijn.

Vertellen dat de jonge Amicia de lelijke slechterik van dienst overwint, mag bijgevolg (zeker gezien de voorliefde van ons tijdsgewricht voor happy endings) nauwelijks een verrassing heten en maakt vijf jaar na het verschijnen van dit indrukwekkende spel ook helemaal geen hol meer uit. Wel van belang is de kwaliteit en de geloofwaardigheid waarmee Amicia transformeert van een wat anachronistische Gen Z-puber die een hekel heeft aan het ellendige lot dat ervoor zorgt dat haar zieke broertje met alle aandacht van moeder gaat lopen, tot een zorgzame en zelfstandige grote zus. Een game als een negentiende-eeuwse bildungsroman dus, die door de grotere betrokkenheid van de speler bij games tegenover romans aan nieuwe intensiteit wint. In wezen is Amicia niet meer dan een paar lijnen code en wat polygonen met textuur erop, maar de makers van dit spel verstaan de kunst om haar tot leven te brengen als een persoon van vlees en bloed, bijvoorbeeld door de manier waarop ze sakkerend op haar broertje door de levels sluipt of helemaal door het lint gaat wanneer ze voor het eerst iemand noodgedwongen moet doden. Dat is degelijke literatuur.

A Plague Tale speelt zich af in Aquitanië op en rond de slagvelden van de Honderdjarige Oorlog. Wie “De waanzinnige 14e eeuw”, het magistrale werk van Barbara Tuchman uit 1978, heeft gelezen, weet dat dit voorwaar geen prettige periode moet zijn geweest. Pest, oorlog, bijgeloof en massahysterie zijn de orde van de dag en hebben ook allemaal netjes hun plaats gevonden in het spel. Alles werd bovendien nog overgoten met een stevige scheut heidense magie en satanisme. Onder het motto ‘miserie kan er nooit genoeg zijn’, passeren ook onvermijdelijke de op macht- en geldbeluste adel en clerus de revue. Het spel let er echter op om deze niet enkel hun karikaturale zelf te laten zijn, maar hen steeds met een handvol goedbedoelende burgers, edelen, paters of priesters te contrasteren. De makers van dit spel weten heel goed dat in hun duistere spelwereld die overspoeld wordt door ratten en gedomineerd door boosaardige personages, kleine momenten van goedheid en hoop net iets mooier glanzen. Vandaar dat er in elk groot gevecht een moment van twijfel of introspectie voorzien is voor de vuige tegenstander. Ook dat is meer literatuur dan spektakel en zit op het kantelpunt tussen kinderspelletjes en volwassen games. Overigens ontbreekt ook het voor het genre en onze tijdsgeest bijna obligate moment niet waarop een van de personages zich opoffert voor de groep. Dat laatste mag ook een spoiler heten, maar daarmee ontstaat meteen de ruimte voor wie dit spel straks speelt om geheel volgens de negentiende-eeuwse traditie te kijken naar de kwaliteit waarmee dit moment is opgebouwd.

Uiteindelijk blijkt de verhaalgedreven focus van A Plague Tale nog vooral uit de relatief lage moeilijkheidsgraad van dit spel. Obstakels laten zich eenvoudig uit de weg ruimen, sluippassages met tegenstanders zijn op meerdere manieren te overwinnen en de talloze doorgangen die versperd worden door ratten vragen creatieve inzet van vuur waarvoor de middelen meestal onmiddellijk in de buurt te vinden zijn. Zelfs gevechten zijn vermijdbaar of relatief eenvoudig te beslechten. Het spel had kunnen kiezen voor de gevechtsintensiteit van Castlevania of de meedogenloze moeilijkheidsgraad van Dark Souls, maar richtte zich in plaats daarvan op het vertellen van een meeslepend verhaal − en daarin slaagde het met glans. Inmiddels is er een tweede deel verschenen, waarvan ik vermoed dat het even indrukwekkend is. Mijn wereld blijkt echter verrassend spoiler-safe, want ik heb er verder nog geen gebenedijd woord over vernomen. Aarzel echter niet, geachte lezer, om mij er in geuren en kleuren over te vertellen. Het genot van het spelen kan daarna alleen maar groter zijn.



satire

14/11/2024
Blikje bier wordt stuver
🖋: 

Er is recent grote commotie ontstaan op Faculteit Studentenengagement. Een zatte studentengrap is uit de hand gelopen en nu wordt de faculteit in de Studentenraad vertegenwoordigd door een blikje bier. Een van de grappenmakers getuigt: “Tijdens een avondje drinken zagen we dat onze faculteit de kiesdrempel niet haalde. Daarop zeiden we als grap dat we een nieuwe kandidaat nodig hadden. Een vriendin pakte mijn blikje bier en tekende er een gezicht op. Zo is Jara het blikje Cara haar carrière begonnen.”

De grappenmakers hadden niet verwacht dat het blikje zou winnen. De faculteit is echter piepklein en van de tientallen overige studenten hebben velen niet gestemd. De betrokkenen zeggen teleurgesteld te zijn in de studenten die niet gestemd hebben. Dit sentiment zien we terug bij veel van de studenten aan de faculteit. We spraken een studente aan die gehaast door de gangen liep: “Zeer stom dat onze stuver nu een blikje is. Ik ga nu een half uur te laat komen voor mijn les en kan deze niet inhalen omdat er geen opnames beschikbaar zijn. Ik heb zelf niet gestemd, maar ik had gehoopt dat de andere studenten iemand zouden verkiezen die zou ijveren voor lesopnames. Niet dus. Ik hoop dat de grapjassen zich goed voelen wanneer ik straks weer vijf herexamens heb.”

Ook vanuit de rest van de universiteit stromen reacties binnen. Rector Herwig Leirs geeft, na zijn crash course Gen Z-taalgebruik, aan dat hij deze situatie allesbehalve slay vindt. “Het is geen tijd voor dit soort pranks, brat summer is al voorbij. Ik had gehoopt dat de studenten deze verkiezingen serieus zouden nemen en zich mindful en demure zouden opstellen.” Er volgen ook heel bitsige reacties vanuit Faculteit Rechten. Wettelijk gezien is het niet duidelijk of een stuver zijn automatisch gelijk staat aan een persoon zijn. Minstens vijf doctorandi zijn inmiddels al kaal geworden tijdens een poging om uit te dokteren of de mensenrechten nu wel of niet gelden voor het blikje.

Andere reacties zijn eerder gemengd. “Dat studenten zonder blikken of blozen zo’n grap uithalen, is uiteraard teleurstellend”, zegt een vertegenwoordiger van de Studentenraad. “We proberen echter met een ruime blik naar de situatie te kijken. Bier is misschien zowat het enige waarmee je de aandacht van niet- geëngageerde studenten kan trekken. Misschien gaan ze ons dankzij dit blikje eindelijk een blik waardig gunnen.” Ook UAntwerp for Palestine reageert gemengd: “Enerzijds is het teleurstellend dat dit blikje geen mond heeft om zich voor Palestina uit te spreken. Anderzijds is er dus geen verschil met het huidige bestuur van UAntwerpen.”

Tijdens het maken van dit artikel probeerden we Jara het blikje Cara te bereiken voor haar blik op de feiten, maar onze pogingen waren tevergeefs.



poëzie

14/11/2024
Herinnering aan Fatima
🖋: 
Auteur extern

Cas Van Poele


en ik herinner me de zon in je haren

een zwart dat glansde met de

rijkdom van liefde

 

het eerste wat ik zag waren je haren

achter je oor hoe je

verlegen lachte en je ogen die keken

naar mij alsof we elkaar al

honderd keer hadden gezien

 

en ik herinner me de zon op je huid

toen we samen uitgestrekt op het

gras lagen en jouw hand in mijn

haren en mijn hoofd op jouw been

 

en hoe ik dacht dat dit toch wel het

uiterste moest zijn dat geluk kon

bereiken