cultuur

22/03/2025
immersieve kunst
🖋: 

Na mijn eerste ervaring met immersieve kunst was ik niet echt onder de indruk. Samen met mijn goede vriendin Lotte bezocht ik Claude Monet: The Immersive Experience in Antwerpen. Helaas viel het me behoorlijk tegen. Het voelde alsof ik constant overspoeld werd door visuele prikkels en harde muziek, die de schoonheid van Monets werk eerder verhinderden dan versterkten. De schilderijen werden gepresenteerd met animaties en geluidseffecten die voor mij weinig toevoegden. Het water van De Waterlelies dat bewoog, liet mij bijvoorbeeld niet echt uit mijn stoel springen van enthousiasme. Deze ervaring riep bij mij de vraag op: wat vinden kunstenaars zelf van deze nieuwe vorm van kunst? Om daarachter te komen, sprak ik met twee professionele kunstenaars: Salwa Jabli en Raymond Huisman. Salwa is beeldend kunstenares, Raymond kunstschilder.

In tegenstelling tot mijn eigen ervaring met immersieve kunst, waarbij ik denk aan projecties van al bestaande schilderijen, vertelt Salwa over de VR-expositie Carne y Arena van Alejandro González Iñárritu, waarbij VR-brillen werden gebruikt. “Je kwam binnen in een grote ruimte en zag Mexicaanse immigranten die probeerden de Amerikaanse grens over te steken”, legt ze uit. “Die vluchtelingen zaten te schuilen voor politieagenten. Dat vond ik heel indrukwekkend. Je bent eigenlijk alleen in die ruimte, maar je leeft toch met die mensen mee.” Raymond haalt zijn associatie bij immersieve ervaringen uit vroege videogames. “In de jaren negentig speelde ik veel Half-Life. Daar kon je ook helemaal in opgaan, net als in een immersieve tentoonstelling.” Hij noemt ook een tentoonstelling van de Amerikaan Geoffrey Lillemon, waarbij beroemde beelden zoals de David van Michelangelo werden gepresenteerd als oudere vijftigers. “Dat was grappig om te zien”, zegt hij.

Het fenomeen van immersieve kunst reikt veel verder dan ik initieel gedacht had. Raymond vertelt ook over de Japanse groep Teamlab: een collectief dat zich richt op het creëren van immersieve, interactieve kunstinstallaties die technologie combineren met natuur. “Dat is een groep die immersieve kunst echt bestudeert, en die ook bezig is om nieuwe effecten te maken. Die worden ook vrij snel ergens anders toegepast. Dat heb je in kunst niet zo vaak. Vroeger stond de wereld nog niet zo met elkaar in contact. Nu is alles veel sneller.”

Ondanks de vernieuwingen die artiesten als Teamlab en Geoffrey Lillemon brengen, zijn er ook risico’s verbonden aan de verspreiding van immersieve kunst. “Het zou jammer zijn als de waardering voor andere vormen van kunst verdwijnt omdat immersieve kunst zo’n totaalpakket is. Daar ligt wel een gevaar”, vindt Salwa. “Ik denk ook dat immersieve kunst veel bepalender is dan een schilderij. Aan een schilderij kun je nog je eigen invulling aangeven, in tegenstelling tot het moment dat je een totaal georkestreerd pakket krijgt; dan is dat het. Dat kan nog steeds indrukwekkend zijn, maar dan vergaat de intimiteit een beetje. Ik hoop dat mensen daarnaar blijven zoeken, die intimiteit met kunst.” Raymond vult aan: “Alles is in deze tijd op zich wel gevaarlijk. Mensen laten zich graag betoveren omdat ze een beetje lui zijn”, lacht hij.

Toch maken dit soort tentoonstellingen wel ruimte voor een nieuw publiek. Immersieve ervaringen zijn toegankelijker omdat deze kunstvorm over je heen komt. “Als je door een museum loopt, moet je echt zelf je best doen om een schilderij te bekijken. Bij immersieve ervaringen kun je er passief van genieten”, zegt Raymond. “Maar dat kan juist wel enorm leuk zijn. Het is soms heerlijk om ondergedompeld te worden.” “Ik kan me voorstellen dat het kunst bekijken makkelijker maakt omdat het juist niet in een traditioneel museum is,” voegt Salwa toe. “Waarschijnlijk kun je straks zelfs vanaf je horloge naar een hologram van je favoriete kunstwerk kijken.”

Volgens Salwa en Raymond zal immersieve kunst absoluut een blijvende impact hebben op de kunstwereld. “Ik denk dat je altijd kunstenaars zal hebben die met hun tijd meegroeien”, meent Salwa. “Die zullen gebruik maken van die nieuwe materialen en technieken die er zijn, waardoor ze het altijd zullen blijven ontwikkelen. En dat is alleen maar schitterend.” Volgens Raymond is immersieve kunst een nieuw medium dat leidt tot heel veel verschillende mogelijkheden. Daarnaast vertelt hij dat immersieve kunst net zo veel impact kan maken als een schilderij of beeld: “Dat is de schoonheid, de verwondering die je kan vinden met kunsten.”

Hoewel immersieve kunst me aanvankelijk niet volledig wist te overtuigen, heeft mijn gesprek met Salwa en Raymond mijn kijk flink veranderd. Wat ik eerst veroordeelde als een overkill aan visuele prikkels en geluid, blijkt toch een nieuwe manier om kunst te beleven. Misschien is het niet altijd mijn persoonlijke voorkeur, maar immersieve tentoonstellingen kunnen mensen op een heel andere manier met kunst in contact brengen. En hoewel sommige van zulke tentoonstellingen misschien te veel van het goede zijn, kan het toch een frisse wind brengen voor een nieuw publiek dat anders nooit met kunst in aanraking zou komen. De toekomst van kunst wordt zonder twijfel spannend, maar laten we hopen dat we, zelfs in dit digitale tijdperk, soms nog de rust kunnen vinden om gewoon even naar een schilderij te staren.



progress lost

20/03/2025
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Het moet waarschijnlijk niet meer gezegd worden dat de grondlegger van de moderne fantasy luistert naar de naam J.R.R. Tolkien. Maar omdat er kracht in herhaling zit, ben ik zo vrij om geheel overbodig te vermelden dat ook een figuur als de immer slechtgezinde goblin Styx in Master of Shadows schatplichtig is aan Tolkien. Styx sluipt namelijk rond in een wereld die strak staat van de magie en die, naast de gebruikelijke horde Mensen, die zoals steeds aandoenlijk onwetend zijn over de wereld rondom hen, ook bevolkt wordt door de inmiddels vertrouwde combinatie van slimme Elfen, koppige Dwergen en trage sterke Trollen. Tolkien laat groeten dus, ook al is het grote blik met fantasyclichés al zo vaak opengetrokken dat veel van wat vroeger opmerkelijk was, nu quasi onzichtbaar lijkt te zijn. Waarbij het voor de volledigheid goed is om de vraag te stellen of dit niet hetzelfde is als kinderen verwijten dat ze altijd hetzelfde verhaaltje willen horen voor het slapengaan, om vervolgens Netflix op te zetten of een computerspel te starten dat net diezelfde zalige repeteerfunctie vervult. Kortom: net als altijd bent u van harte welkom, meneer Tolkien en ook in Master of Shadows horen we graag de weldadige echo galmen van uw creatief meesterschap. 

Interessanter dan de rassenecologie van Master of Shadows is evenwel de wereld waarin de game gesitueerd is. Het spel speelt zich namelijk af in Akenash, een gigantisch vliegend kasteel met kantelen, balustrades, nissen en torens zo ver het oog kan zien. Het is een weerbarstige klomp metselwerk dat verstoken lijkt van enige stedenbouwkundige planning en zelfs in België met moeite vergund zou worden. Maar tegelijk biedt dit versteende labyrint een enorm potentieel voor verkenningen in alle mogelijke richtingen, vaak ook loodrecht naar boven of snoeihard naar beneden. Meer dan aan Tolkien doet deze omgeving onwillekeurig denken aan kasteel Gormenghast van diens tijdgenoot Mervin Peake, dat in de gelijknamige romanreeks bekend staat als een immens eiland van steen, zo groot dat de inwoners geen enkele behoefte voelen om ooit naar buiten te gaan. Er zit heel veel backtracking in Master of Shadows – om niet te zeggen dat elk gebied minstens twee keer volledig doorkruist moet worden – maar toch is het een fijn gevoel om even als het ware de quasi-organisch gegroeide kamers, nissen en pleinen van Arkenash te doorkruisen. Tolkien blijft altijd welkom natuurlijk, maar een beetje meer Mervin Peake zou af en toe wel mogen in High fantasyland.

Styx zelf is overigens een kleine, misvormde goblin met een rotkarakter, rimpelig groen vel en een rauwe stem die het vernis op de parketvloer in blazen trekt. Tegelijk zijn er evenwel weinig gamehelden zoals hem die kunnen stoefen met het feit dat ze mogen optreden in drie games en twee verschillende franchises. Styx treedt namelijk niet enkel op in zijn eigen games, maar ook in Of Orcs and Men (2012). Steevast is zijn rol beperkt tot stilletjes achter een nietsvermoedende Mens te sluipen om deze vervolgens naar believen te kelen of te wurgen. Er is bijgevolg weinig om lief te hebben aan een sluipende gluiperd als Styx. In tegenstelling echter tot de puberende massamoordenaars die in Assassin’s Creed hun misdaden tegen de mensheid plegen en al twintig jaar in ontkenning leven over het leed dat ze veroorzaken, is Styx gewoon tevreden met het feit dat hij een lul is die moorden pleegt. Ook aan dat andere sluipspel, Deux Ex, toont Styx zijn kleine groene middenvinger wanneer hij er meerdere wegen verkent om ergens te komen, maar bij geen enkele ervan de kans laat liggen om wat voetvolk af te slachten. Diep in het spel ligt wel een geweldloze optie verscholen, maar tussen de meedogenloze mesaanvallen, de lang uitgerekte wurganimaties en dodelijke duiksprongen door, lijkt dit toch niet helemaal de bedoeling te zijn. Bovendien sterft Styx volgens de regels een snelle en brutale dood wanneer hij toevallig ontdekt wordt en dat maakt dat het altijd de betere optie is om preventief meer nietsvermoedende tegenstanders uit de weg te ruimen dan strikt noodzakelijk is of zelf humanitair te verantwoorden valt. De kracht van dit spel zit dan ook grotendeels in de anticipatie van geweld, in het boosaardig gniffelen over het lot van Mensen die zich vooralsnog rustig met hun dierbare, maar mogelijk verrassend korte levens bezighouden en in de wetenschap dat een akelige kleine groene goblin hun kwetsbare leven in handen houdt. Met dit alles heeft Master of Shadows, met in de hoofdrol de akelige Styx, wel een heel eigen plaats gevonden in het betere sluipgenre. Wetende dat er met een heel klein budget gewerkt moest worden, is dat voorwaar geen geringe verdienste.

Even straf is bovendien dat de verhaallijn van Master of Shadows een paar verrassende wendingen bevat en dat spelers bij een of twee gelegenheden zelfs helemaal op het verkeerde been worden gezet. Dat mag zo opmerkelijk heten dat het zelfs na meer dan een decennium toch nog jammer zou zijn om het plot van dit spel hier helemaal uit de doeken te doen. Master of Shadows verdient het dan ook nog steeds om doorgespeeld te worden omwille van zijn kwaliteiten, voor zover gamers zich over de voor de hand liggende gebreken van een elf jaar oud spel kunnen zetten dat met eerder beperkte middelen tot stand is gekomen. Inmiddels ben ik zo vrij geweest ook even Shards of Darkness (2017) te spelen, het tweede deel over de avonturen van Styx. Dat is heel fijn voor de fans van onze mottige goblin, maar heeft zich op het eerste zicht niet de zwakke punten van het vorige deel kunnen verbeteren en zich kunnen verheffen uit de middelmaat. Naast het betere sluip- en moordwerk is dat nog iets dat Styx gemeen heeft met Assassins’ Creed



progress lost

08/03/2025
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Slay the Spire is een roguelike deckbuilder uit 2019, waarvan de titel letterlijk vertaald kan worden als “vernietig de torenspits”. Het zou overigens niet enkel van slechte smaak, maar ook van slechte taalbeheersing getuigen, mocht ik opmerken dat dit spel in hetzelfde jaar is verschenen als de brand in de Notre-Damekathedraal van Parijs. Voorgenoemde slechte smaak mag gezocht worden in het feit dat het dramatisch instorten van de transepttoren van de kathedraal tot op vandaag op menig netvlies gebrand staat (pun intended). Een slechte beheersing van het Engels zou dan weer blijken uit het feit dat 'slay' altijd gebruikt wordt als er iets te doden valt en dat is bij de meeste torenspitsen in onze wat saaie realiteit vooralsnog niet het geval. Daarvoor zouden eerst ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie moeten toegepast worden op torenspitsen, zodat deze tot leven kunnen komen om vervolgens tragisch te sterven. Hier moeten we even realistisch zijn: eerder nog schenkt het militair-industrieel complex ons pratende broodroosters of neomalthusiaanse diepvriezers dan zelfbewuste torenspitsen. Maar de torenspits die in Slay the Spire beklommen moet worden is dus een levend wezen met een kloppend hart, die bovendien de lullige gewoonte heeft om met de voeten van enkele helden te spelen door ze keer op keer een automatisch gegenereerde route naar boven te laten banen om aldaar (of onderweg) te sterven. Noem het gerust een metafoor voor het leven van een ambtenaar op de 22e verdieping van een anoniem bureaublok in een betonnen grootstad. 

Een spel gebaseerd op een eindeloze translerende beweging had gemakkelijk uitermate vervelend kunnen worden, maar door goed te kijken naar soortgelijke games en na een zeer uitgebreide testperiode zijn de makers erin geslaagd om een perfect gebalanceerd en uitermate verslavend spel af te leveren. Inmiddels hebben talloze updates het spel nog strakker gemaakt en de inhoud verdubbeld met twee extra helden die elk hun eigen kaartenset hebben meegekregen. De vier helden luisteren naar de namen Ironclad, Silent, Defect en Watcher, en lijken ze in niets op de generieke krijgers, boogschutters en andere magiërs die doorgaans dit soort games teisteren.

Volgens de onoverzichtelijke bende psychologen, die niets van gaming snappen, maar wel verondersteld worden erover te lullen, zit het verslavende van een spel in escapisme, sociale interactie met medespelers en de illusie van volledigheid die altijd net buiten bereik van de spelers wordt gehouden. Het vreemde is dat geen van deze zaken fundamenteel onderdeel uitmaakt van Slay the Spire, maar dat dit spel toch uitermate verslavende gameplay aflevert. Visueel stelt het spel weinig voor en het verhaal past op de achterkant van een bierkaartje. Multiplayer is volstrekt afwezig en zowat alle kaarten die een held kan spelen zijn na een eerste bestorming van de torenspits al de revue gepasseerd. Toch zouden mensen zonder verpinken hun kinderen afstaan voor adoptie of een acute uitbraak van een venerische ziekte faken bij hun werkgever om enkele uren langer in de vermaledijde torenspits door te kunnen brengen.

Wat psychologen niet weten en gamers wel, is dat gameplay de brandstof is waarop een goed ontwikkelde gameverslaving draait. In Slay the Spire is het niet in de eerste plaats de bedoeling om het einde van het spel te halen, maar om doorheen de lange klim naar boven een strakke verzameling van kaarten te bundelen die steeds beter in staat is om monsters te verslaan. Het blindweg verzamelen van alle kaarten onderweg is een strategie die gedoemd is om te falen. Niet in de eerste plaats omdat het einde dan onbereikbaar wordt, maar omdat het oervervelend is. Wie daarentegen ongenadig kaarten schrapt, de strategie aanpast aan het toeval, slechts aanpakt wat bruikbaar is, en verleidingen van sterke maar niet passende kaarten weet te weerstaan, die kan naar gelang het spelverloop langzaam sterven net voor de top of uiteindelijk de meest waanzinnige en dodelijke combinaties in gang steken waar geen tegenstander tegenop kan. Slay the Spire is een spel dat teert op de voldoening van een dek te hebben uitgebouwd (meestal na een aantal keren frustrerend falen) dat zo goed als onverslaanbaar is. Het einde van de torenspits halen activeert dan nog amper het beloningscentrum van de hersenen, want dat is tegen dan al lang helemaal overgestimuleerd. Soms overheerst zelfs de weemoed wanneer er afscheid moet genomen worden van een set kaarten dat het gevoelsmatige equivalent is van een soloslim in het kleurenwiezen.

Uit bovenstaande mag afgeleid worden dat ik Slay the Spire van harte aanbeveel aan elke zichzelf respecterende gamer. De verslavende gameplay en de enorme hoeveelheid uren die dit relatief eenvoudige spel kan opslokken, betekenen wel dat een paar secundaire zaken uit het leven op pauze gezet dienen te worden (denk aan persoonlijke hygiëne of communicatie met betekenisvolle anderen) en dat men best geen beroep uitoefent waarbij aandacht het verschil betekent tussen leven en dood, zoals luchtverkeersleiders of essentieel personeel van kerncentrales.

Tot slot weze nog opgemerkt dat Slay the Spire ondertussen zo populair is geworden dat het spel een hele reeks aan navolgers heeft geïnspireerd. Net als Dark Souls een reeks ‘soulslike’ games in het kielzog heeft, zijn er misschien wel redenen om langzaam ook over ‘slaylike’ games te beginnen spreken. Overigens zal ook Slay the Spire 2 dit jaar nog het licht zien. Best even niet het vliegtuig nemen wanneer dit gebeurt, want het is onzeker of de luchtverkeersleiding in die periode wel met de volle aandacht bij het werk zal zijn.

 

Pro

  • Uitermate verslavende gameplay 
  • Vier unieke helden met zeer uiteenlopende en ongebruikte eigenschappen 
  • Uiteenlopende strategieën aanpassen aan toeval

Contra

  • Eenvoudig verhaal en weinig opmerkelijke graphics 
  • Trage aanloop van elke run 
  • Toeval kan ook noodlot worden, net als het leven zelf


satire

04/03/2025
een foto van het interieur van een tram met een kleinere foto van tram 7
🖋: 

Doorheen onze stad rijden talloze trams over uiteenlopende trajecten. Als je ze – net zoals dwars – allemaal zou nemen, dan zal je zien dat niet alleen de trajecten, maar ook de mensen op de trams verschillen. Maar wat zijn nu juist die verschillen? Op tram 3 kom je sneller iemand uit Zwijndrecht tegen, op tram 24 eerder iemand uit Borgerhout, en ga zo maar voort. Met zo’n saai en feitelijk antwoord ga ik echter geen views krijgen op mijn clickbaitartikel. Gewapend met niet meer dan de kennis van je favoriete tram en ervaring met duizend-en-een online personality quizzes ga ik je een trip naar het STIP besparen en de vraag van één miljoen beantwoorden: wat ging er mis in je laatste relatie? 

Tram 1 is een vrij nieuwe toevoeging, maar heeft zichzelf toch op de eerste plaats gezet – waarschijnlijk voelt het zich beter omdat het van het Zuid komt.  
Je snobistische ego is zo groot dat er geen plaats voor was in je relatie. Stop in de toekomst met denken dat je beter bent omdat je rijk bent. 

Tram 2 is een levenslijn voor twee districten en ouder dan tram 1, maar is toch zo bescheiden om de tweede plaats te nemen.  
Je deed al het werk in de relatie en zette jezelf altijd op de tweede plaats. Maar werd je daar gelukkig van? Misschien moet je eens aan je zelfvertrouwen werken? 

Tram 3 is moedig genoeg om de beschaving achter zich te laten en helemaal tot in Oost-Vlaanderen te rijden. 
Avontuurlijke uitstapjes kunnen leuk zijn, maar je kon gerust eens luisteren naar je lief toen die zo vaak vroeg om gewoon een avondje Netflix te kijken. 

Tram 4 kuiert door smalle straten waar het verkeer stapvoets rijdt en maakt nog een grote bocht voor het eindelijk zijn bestemming bereikt; het is de slak van de trammen. 
Je tijd nemen is een mooi principe, maar toen je lief vroeg om op tijd te komen voor de begrafenis van hun tante, had je toch echt wel mogen voortdoen. 

Tram 5 rijdt zowel langs Wijnegem Shopping als de Meir.  
Had je serieus verwacht dat je lief ging blijven nadat je hun huurgeld aan kleren had uitgegeven?  

Tram 6 werd jaren geleden gelanceerd om de hippe plekken van 't Stad te verbinden: de Zoo, deSingel, de Kinepolis, Antwerp Expo, enzovoort. 
Je probeert veel te hard om hip te zijn – een beetje zoals UAntwerpen op Instagram. Je lief kon het simpelweg niet meer aan om elke TikTok-trend uitgelegd te krijgen. 

Tram 7 is de enige die naar het MAS rijdt en passeert onderweg parels van musea zoals het  Snijders&Rockoxhuis en Museum Mayer van den Bergh.  
Waarschijnlijk ben je een kunstsnob die zich gesofisticeerd voelt omdat je Instagramprofiel volstaat met oude schilderijen in plaats van selfies. Dit verklaart meteen ook waarom je dwars leest. Je ex was de eindeloze tirades beu telkens wanneer die een populaire film wilde kijken in plaats van een drie uur durende, surrealistische clusterfuck van David Lynch. 

Tram 8 rijdt dwars door Borgerhout, maar stopt er slechts één keer voor de vorm.  
Als je wilde dat je lief bleef, had je toch meer moeten doen dan het absolute minimum.  

Tram 9 begint als een bovengrondse tram, wordt een metro, komt weer boven en denkt dan precies dat het een trein is wanneer het langs de treinsporen van Antwerpen-Centraal naar Antwerpen-Berchem rijdt.  
Je hebt een stevige identiteitscrisis. Voor je weer aan een relatie begint, moet je je leven terug op de rails krijgen. Of dat trein- of tramrails zijn, laat ik aan jou over.  

Tram 10 rijdt van de velden van Wijnegem, langs de bomen van het Rivierenhof, het Stadspark en het Kielpark, tot de perken van het Schoonselhof.  
Je geniet van de rust alleen in de natuur. Zoveel zelfs dat ik denk dat je helemaal geen ex hebt en dat je liefdesleven even dood is als de inwoners van het Schoonselhof.  

Tram 11 rijdt niet eens meer. 
Je zit vast in het verleden en je ex ging weg omdat je nog steeds niet over je eerste lief heen bent. Maar niet getreurd: in tegenstelling tot je ex komt tram 11 dit jaar wel terug in je leven. 

Tram 12 legt zo’n kort en traag traject af dat je haast altijd sneller te voet bent.  
Een avondje op de zetel is leuk, maar kom op, je had ook eens moeite kunnen doen voor een actieve date. 

Lijn 13 is helemaal geen tram, maar een bus. 
Ik denk dat je “liefde maakt blind” net iets te letterlijk hebt genomen. 

Tram 15 eindigt zijn traject een halte vroeger dan de andere trams op Linkeroever; het is de opgever van de trams.  
In tegenstelling tot tram 8-liefhebbers heb je wel moeite gedaan, maar gaf je op toen het moeilijk werd. Houd volgende keer in gedachten dat liefde er is voor in goede en slechte tijden. 

Tram 24 gaat door Borgerhout en neemt daar de mensen mee die tram 8 in de kou liet staan. Dat terwijl het zo bescheiden is om de laatste plaats in te nemen. 
Daarmee is deze tram een beetje zoals de dwarseindredactie, die door heel dit artikel moest gaan om mijn taalfouten eruit te vissen zonder daarvoor credit te nemen. Uit respect voor hun werk ga ik zeggen dat je vorige relatie stuk liep omdat je fantastisch bent en je ex je simpelweg niet verdiende. * 

De Kusttram rijdt helemaal niet in Antwerpen. 
Je weet dat deze quiz gaat over je favoriete Antwerpse tram, toch? Ik denk dat je ex wegging omdat je altijd ergens anders zat met je hoofd. 

Geen favoriete tram? Doe niet moeilijk en kies degene die je het vaakst neemt. Indien je ook daar niet op kunt antwoorden, neem dan de laatste die je gebruikte. Als je echt nooit een tram neemt, dan ben je ofwel te rijk voor het openbaar vervoer, ofwel woon je in een primitief parkingdorp waar ze het vuur nog moeten ontdekken. In beide gevallen mag je zelf uitdokteren waarom je laatste relatie stukliep, want mij kan het geen moer schelen. 

 

*Indien je als lezer toch een hoop taalfouten hebt aangetroffen, mag je deze zin geheel negeren.



antwerpen

22/02/2025
een tekening van de stapsteen
🖋: 

Heb jij ze al gezien, de struikelstenen in onze studentenstad? Dat zijn kleine herdenkingsstenen, verwerkt in de stoep voor voormalige woningen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het project werd ontworpen door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig en is ondertussen uitgegroeid tot een groot monument, bestaande uit honderdduizend stenen die over heel Europa verspreid liggen. Op elke steen vind je de naam en de geboortedatum van het desbetreffende slachtoffer, alsook de eventuele deportatiedatum en de plaats van overlijden. Ook in Antwerpen liggen verschillende van deze symbolische herinneringen. dwars belicht elke editie een Antwerpse struikelsteen. Deze editie: Hendrik Hazen.

Hendrik Hazen, geboren in 1920, groeide op in een arbeidersgezin in Antwerpen waar de haven altijd in beweging was. Zijn toekomst lag al vroeg vast: hij werd scheepshersteller bij Mercantile. Daar repareerde hij schepen, te midden van het constante lawaai van metaal op metaal. Zijn wereld bestond uit lange werkdagen, de geur van zout water en een sterke onderlinge solidariteit tussen de arbeiders. Maar in 1940 veranderde alles door de Duitse bezetters die van de haven een strategisch doelwit maakten. Arbeiders zoals Hendrik werden onder druk gezet om samen te werken met de vijand. Net als vele anderen voelde Hendrik zich niet alleen een werknemer, maar ook een bewaker van zijn stad. Hij sloot zich aan bij een verzetsgroep van scheepsherstellers die op verscheidene manieren sabotage pleegden. Zo deden ze bij voorbeeld alsof machines onherstelbaar beschadigd waren en gaven ze informatie door aan verzetslieden. Dit was levensgevaarlijk werk. De Gestapo hield de haven scherp in de gaten en in de zomer van 1942 sloeg het noodlot toe. Op 13 juli werd Hendrik gearresteerd. Hij werd overgebracht naar het Fort van Breendonk, waar hij, ondanks martelingen en verhoren, bleef zwijgen. Na enkele maanden werd hij gedeporteerd naar Mauthausen, een kamp dat berucht stond om zijn wrede aard. Gevangenen moesten er onmenselijk zware arbeid verrichten in de steengroeven op ‘de trappen des doods’, tot hun lichamen het begaven. Hendrik zag vrienden sterven en voelde zichzelf verzwakken. Zijn lichaam gaf op 17 april 1943 de strijd op. Hij was slechts 23 jaar oud. Vandaag staat zijn naam gegrift in de straatstenen van de Duboisstraat. Een herinnering aan een jonge man die, zonder geweld, met daden van verzet, vocht.

Je kan zelf een struikelsteen aanvragen voor een slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog via het aanvraagformulier op de website van Stad Antwerpen. De stenen dwingen ons de gruwel van de oorlog te herinneren en waarschuwen ons voor de toekomst, zodat dergelijke tragedies nooit meer plaatsvinden.



recensie

22/02/2025
de cover van het boek
🖋: 
Auteur

Ken je dat gevoel? Je hart bonkt in je borstkas, zweetdruppels glijden over je voorhoofd en een ijzeren greep sluit zich om je longen. Dat is angst. Pure paniek. Je lichaam schreeuwt om aandacht. Ik ken dat gevoel maar al te goed. Angst en stress zijn een constante in mijn leven, maar ik ben niet alleen. Bijna de helft van de bevolking worstelt met angsten. Ook Leen Dendievel ondervond hoe haar razende hart haar leven begon te beheersen. In Asem onderzoekt ze de oorsprong van haar paniekaanvallen. Wat gebeurt er in je brein tijdens zo’n aanval? En hoe kan je ermee leren omgaan?

Wat Asem zo sterk maakt, is de balans tussen persoonlijke ervaring en wetenschappelijke inzichten. Dendievel neemt je mee tot in de diepste lagen van je lichaam en legt uit hoe angst zich vastzet, zonder dat het een droge uiteenzetting wordt. Ze biedt geen snelle oplossing, maar reikt wel handvaten aan om te begrijpen, te accepteren en de controle langzaam terug te nemen. Soms is die controle verrassend simpel. “Zing!”, schrijft Dendievel. “Concentreer je op de lyrics. Je focus gaat daar naartoe en je ademhaling gaat op slag de juiste kant op.” Het zijn van die kleine, tastbare adviezen die een lichtpuntje kunnen vormen in het donker van paniek.

Dit boek is meer dan zomaar een BV-getuigenis. Dendievel schrijft met een heldere pen en een oprechte stem over haar eigen ervaring met paniekaanvallen. Maar ze gaat verder dan een persoonlijke getuigenis: door gesprekken met experts en artsen plaatst ze haar ervaring in een breder kader. Ook anderen – bekende en minder bekende Vlamingen – delen hun verhaal, waardoor Asem een mozaïek wordt van stemmen die angst uit de schaduw halen. Dendievel moedigt aan om je niet te verbergen: “Het kan er alleen maar voor zorgen dat anderen zich ook uitspreken. Houd je asem niet in, deel hem uit.” Asem is een oproep tot openheid, een pleidooi om angst en kwetsbaarheid niet langer in stilte te dragen. De structuur voelt soms wat springerig aan, alsof Dendievel de lezer meeneemt in de gedachtegangen die angst met zich meebrengt. Toch blijft haar relaas vlot leesbaar, toegankelijk en herkenbaar. Naast persoonlijke verhalen en treffende citaten biedt het boek ook concrete handvaten om met angst en paniek om te gaan. De afwisseling tussen ervaringsverhalen en wetenschappelijke duiding schept niet alleen inzicht, maar ook troost: angst is geen eenzame strijd.

Dendievel weet uit eigen ervaring hoe angst zich genadeloos kan nestelen in het dagelijks leven. Haar verhaal en dat van anderen doorbreken het taboe en openen een ruimte waarin asemen opnieuw mogelijk wordt. Door de lezer een spiegel voor te houden, zet ze aan tot zelfreflectie. Niet iedereen ervaart angst in zijn meest extreme vorm, maar stress, druk en de moeilijkheid om “nee” te zeggen, zijn voor velen herkenbaar. En net daarin schuilt de kracht van Asem: het is een boek waarin iedereen wel iets van zichzelf terugvindt.

Dit is geen boek om na een lezing terug in de kast te zetten. Het nodigt uit om passages te herlezen, aantekeningen te maken, stukken te onderlijnen – iets wat ik zelden doe, maar hier vanzelfsprekend voelt. Ondanks de zwaarte van het thema weet Dendievel een zekere lichtheid te bewaren, waardoor Asem leest als een ademhaling – soms onregelmatig, maar altijd noodzakelijk.



opinie

22/02/2025
de eerste foto van de nieuwe regering waar de vrouwen zijn ingekleurd terwijl de mannen zwart-wit zijn gelaten
🖋: 
Auteur

236 dagen na de Belgische verkiezingen op 9 juni had ons land een regering. Menig onschuldig burger, ongeacht politieke voorkeur, slaakte een zucht en prevelde zachtjes “eindelijk”. We haalden onze toeters en bellen nog net niet uit de kast op het moment dat we begonnen met nadenken. Wat betekent dit nu eigenlijk voor ons, wat staat er in dat regeerakkoord, waarom zijn die idioten nu al zo lang aan het vergaderen en wie is de crimineel van een fotograaf die dat portret heeft gemaakt? dwars is er zoals altijd voor jullie om haar oordeel te vellen, hou je goed vast!

Wie hebben we met zijn allen verkozen om ons land gedurende vier jaar naar eigen believen te besturen? De vijftienkoppige regering-De Wever, met als voor de hand liggende premier Bart De Wever, telt vijf partijen: N-VA, MR, Les Engagés, CD&V en Vooruit. Uit die partijen zijn veertien ministers aangeduid, waarvan er vijf ook vicepremier zijn. N-VA en MR duiden respectievelijk vier ministers aan, Les Engagés heeft er drie en CD&V en Vooruit sturen allebei twee ministers uit.

vacatures genoeg

Het akkoord liet lang genoeg op zich wachten om een Pulitzerprijswinnend boek te kunnen verwachten, maar wat staat er nu precies in? Een korte samenvatting van de 200 badzijden is er niet, maar er zijn wel een aantal opvallendheden. De eerste twee pagina’s van het akkoord bestaan uit een voorwoord van De Wever. Daarin legt hij de focus zoals gewoonlijk op de zorgwekkende budgettaire toestand van ons land, waarvoor hij al op pagina acht een lijst met veelbesproken ‘voorgestelde hervormingen’ voorschotelt. Daaronder valt ook de controversiële hervorming van de arbeidsmarkt en pensioen. Wat houdt de pensioenhervorming van De Wever in? Een korte bloemlezing: de pensioenleeftijd blijft behouden en werknemers krijgen de mogelijkheid om vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan op voorwaarde dat ze een loopbaan van minstens 42 jaar hebben opgebouwd met voldoende daadwerkelijke arbeidsprestaties. Wie vroeger stopt, krijgt een malus, een vermindering van je pensioen, per jaar vervroegde uittrede. Wie langer werkt, krijgt een bonus per jaar opname na de wettelijke pensioenleeftijd. Het minimumpensioen wordt enkel toegekend bij voldoende effectieve arbeidsprestaties. Daarnaast worden het gezinspensioen en het ziektepensioen afgebouwd. Klinkt niet zo slecht, toch?

Dat is het ook niet! De regering voorziet zelfs een familiekrediet van 30 weken per kind, waarvan ouders vrij gebruik kunnen maken om meer tijd te besteden aan hun familie. Let wel: één ouder kan maximaal 18 weken gebruiken. It takes a vilage to raise a child? More like 30 weken! Mensen zonder kinderen, en dat worden er elk jaar meer, krijgen helaas geen familiekrediet. Wil je dus voor je ouders zorgen als zij bijvoorbeeld geen rusthuis kunnen betalen met hun pensioen dat nu al niet volstaat? Of kan je bijvoorbeeld niet voltijds werken omdat je geen kinderopvang kan betalen? Kan je werkgever je gewoonweg geen voltijds contract aanbieden of staat je gezondheid je dat niet toe? Oefen je een fysiek zwaar beroep uit, zoals bouwvakker of havenarbeider, dat je niet tot je zestigste kan uitvoeren? Dan zal je dat moeten bekopen met een verminderd pensioen of een aantal jaren meer werken. Je hebt dan namelijk niet voldoende daadwerkelijke arbeidsprestaties vergaard. Je zal je tevreden moeten stellen met een verlaagd pensioen of je kan natuurlijk een nieuwe baan zoeken (vacatures genoeg, dixit De Wever).

de Connertaks

Het zal je vast niet ontgaan zijn dat de beruchte meerwaardebeasting van Vooruit de sappigste twistappel was van de formatie. Die belasting was voor de partij een voorwaarde om in de regering te stappen, maar voor MR was het dan weer een reden om er niet in te stappen. Uiteindelijk is de taks er min of meer gekomen. In het regeerakkoord wordt gesproken van een solidariteitsbijdrage “van 10% op de toekomstige gerealiseerde meerwaarde van financiële activa” (winst op aandelen, n.v.d.r.). De taks zou 500 miljoen euro moeten opbrengen tegen 2029, maar is nog niet in detail uitgewerkt en zorgt voor interpretatieverschillen en openlijke discussie binnen de regering. Uiteraard kan kritiek van de oppositiepartijen hier niet ontbreken. Zo werd de taks al gedoopt tot de Connertaks door de liberalen, die de taks een trofee van de socialisten noemen. Het Vlaams Belang opteert dan weer voor de Jambontaks, naar de minister van Financiën, als roepnaam. Solidariteit zal hen niet al te goed in de mond liggen.

diversiteit, who?

En dan nog even iets over dat portret; what the hell? Vier vrouwen die weggemoffeld staan in de schaduw van een roedel mannelijke ministers die naar alle mogelijke kanten behalve die van de lens kijken. Alle gekheid op een stokje, waar zijn nu de mensen die in debatten over genderquota het luidst schreeuwen dat vrouwen geen genderquota nodig hebben om dergelijke machtsposities te vergaren, dat het allemaal wel vanzelf zal komen? Als dat waar zou zijn, dan begrijp ik niet zo goed waarop men wacht om zulke quota ook in te voeren voor onze federale regering; wachten heeft blijkbaar hetzelfde effect! Waarom wachten op gelijkheid als die er ook nu al zou kunnen en moeten zijn? Ach ja, misschien ben ik wel te emotioneel of hysterisch om dergelijke redeneringen te volgen. Toch kan ik niet anders dan me bij aanvang van deze regeringsperiode chronisch onvertegenwoordigd te voelen. En ik had nochtans ergens gehoord dat mooie vrouwen de meest gepriviligeerde mensen ter wereld zijn.

Ten slotte een laatste pleidooi voor een genderquotum in de federale regering. Ik neem het de mannelijke ministers allesbehalve kwalijk dat ze niet denken zoals een vrouw, maar dachten ze nu echt dat het niet zou opvallen dat de pensioenshervorming vrouwen het hardst zou treffen? Het zijn nog steeds vrouwen die vaker deeltijds werken of voor langere periodes thuisblijven om te zorgen voor hun kinderen, ouders of om andere zorgtaken op te nemen. Mij zal je niet horen zeggen dat dat eerlijk is, maar het is wel de waarheid en die verandert niet in een-twee-drie, ook niet omdat de ministers vinden dat dat niet zo zou moeten zijn. Misschien ben ik te sceptisch en hadden ze het gewoonweg niet door, maar als er meer vrouwen aan tafel mochten schuiven bij het opstellen van het akkoord, zou het er allicht anders uit hebben gezien.

Bij nader inzien heb ik mijn feesthoed en rooskleurige bril niet uit de kast gevist om de langverwachte regering te vieren. Ik slaakte geen zucht van opluchting, en daar zal ik geloof ik nog lang op kunnen wachten.



editoriaal

22/02/2025
Julie leunt tegen een boekenkast in de bib
🖋: 

Een afscheidsbrief aan UAntwerpen is misschien wat voorbarig met nog een semester te gaan, maar toch begint het einde van mijn tijd hier dichterbij te komen. Het behalen van een diploma mag dan wel een grote prestatie zijn, het brengt toch wat overdenkingen met zich mee.

“Het wordt de beste tijd van je leven”, vertelden de mensen rondom mij me toen ik op het punt stond voor het eerst de Stadscampus te betreden. Al was ik niet verdrietig om de middelbare school achter me te laten, ik was wel een beetje sceptisch. Ging het ook niet veel werk zijn? En wat als ik geen vrienden maakte? Die zorgen bleken nergens voor nodig: de vakken waren wonder boven wonder interessant en bij de vrienden die ik leerde kennen op de allereerste schooldag kan ik nog steeds terecht. Al had ik me nooit kunnen inbeelden hoe snel de tijd zou gaan en is het moeilijk te geloven dat ik nu, drieënhalf jaar later, dit editoriaal schrijf als bijna afgestudeerde masterstudent Taal-en letterkunde.

Op dit moment zijn er veel eerstejaars die net de tornado van het eerste semester achter de rug hebben. Sommigen zitten misschien al helemaal in het studentenleven, anderen wennen nog aan de nieuwe omgeving. Sommigen hebben het studeren helemaal door, anderen keken misschien nogal beteuterd naar hun puntenlijst. Welk pad je ook volgt, je doet het op je eigen tempo en dat is helemaal oké. Maar voordat je het weet, begin je aan je laatste semester aan UAntwerpen en lopen de zaken stilaan op hun einde. De laatste introductielessen, laatste papers, laatste kiesweek en Calamartes (waar dwars haar megaleuke theecantus organiseert), laatste TD’s en cantussen als student aan UAntwerpen. Al heb ik nog geen zin om te gaan werken en studeer ik volgend jaar verder aan KU Leuven, die identiteit van UAntwerpenstudent is er een die ik altijd zal blijven koesteren (en mijn loyaliteit aan dwars verplicht me ook te zeggen dat UAntwerpen natuurlijk de superieure universiteit is).

Voor zij die nog jaren in plaats van maanden te gaan hebben, prijs je gelukkig en geniet ervan: het is zo voorbij en student zijn is zoveel meer dan studeren. Twijfels over hoe je alles uit je studentenleven kan halen? Onze redacteur geeft op pagina 17 tips hoe je elk springuur ten volle benut. Wil je als volwassen, wereldse student meer bijleren over diversiteit en inclusie? Neem dan eens een kijkje op pagina 26 voor de kalender van de maand voor etnisch-culturele inclusie en globaal engagement. Of misschien wil je tijdens je studententijd een originele uitdaging aangaan en probeer je het tramhalterecord van onze redacteur op pagina 14 wel te breken. En misschien besef je wel dat een plekje in de redactie van dwars je studententijd nog leuker zou maken en horen we nog van jou!



betweter

22/02/2025
De enige echte betweter met een bril
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Op een terras, een paar meter van mij vandaan, staat een rode tas met koffie op een tafeltje met een wit tafellaken. Iemand met een zware schouderzak komt voorbij en raakt de tas, waardoor die omvalt en het tafellaken bruin wordt. Ik weet dat ik dit nog nooit eerder heb gezien, maar toch voelt het alsof ik op deze plek al heb staan kijken naar de botsing van de rode koffietas met de zware schouderzak (en de onvermijdelijke ondergang van de koffietas). Dit vluchtige gevoel van valse vertrouwdheid kennen we als een déjà vu. Niemand weet exact wat het is of waarom we het ervaren. Net dit maakt deze universele ervaring zo fascinerend en een bron van veel verschillende theorieën.

Volgens een van de theorieën kan je een déjà vu vergelijken met een kortsluiting. Wanneer we naar iets kijken wordt dit beeld eerst naar een plek in de hersenen gebracht waardoor we er bewust van worden. Kort daarna wordt deze informatie opgeslagen op een andere locatie in de hersenen. Bij een déjà vu wordt het beeld eerst opgeslagen en worden we er ons pas later bewust van, waardoor het als een herinnering aanvoelt. Een mogelijke oorzaak van deze kortsluiting is dat we een waargenomen prikkel via twee verschillende informatiestromen verwerken, bijvoorbeeld wanneer we een bepaald beeld twee keer waarnemen omdat we de eerste keer afgeleid waren. Onze hersenen verwerken dan eerst de input van het moment waarop we afgeleid waren. Wanneer we het tafereel vervolgens met meer aandacht bekijken, hebben onze hersenen het tafereel al deels verwerkt. Hierdoor voelt het bekend aan.

Daarnaast kan je een déjà vu ook bekijken als een factcheck door onze hersenen. Onze temporale lobben, die een belangrijke rol spelen in ons geheugen, sturen namelijk signalen naar onze frontale hersenen, met de boodschap dat we dit beeld al eerder hebben gezien. Het is dan aan onze frontale lobben om te beslissen of dat mogelijk is. Wanneer onze frontale lob beslist dat dit onmogelijk is, bijvoorbeeld omdat we hier nog nooit geweest zijn, ontstaat er een déjà vu. We denken iets al ervaren te hebben, terwijl we ons ervan bewust zijn dat dit niet kan.

Niet alleen wetenschappers, maar ook goeroes zoeken naar een verklaring voor déjà vu’s. Sommigen zien het als een herinnering aan een vorig leven, terwijl anderen het beschouwen als een teken van onze zielenfamilie, die ons laat weten dat we op het juiste pad zitten.

Aangezien het allemaal nog onduidelijk is en niemand het echt weet, mag je van mij best geloven dat je de toekomst kan voorspellen. Waarschuw me dan wel even de volgende keer dat iemand een tas koffie omgooit.



opinie

22/02/2025
een jonge vrouw kijkt in de spiegel en denkt over haar uiterlijk
🖋: 

Je kent het wel: je opent je favoriete socialemedia-app om even rustig te scrollen. Nog geen twee filmpjes verder en je komt al een influencer tegen die het hele Kruidvatassortiment op haar gezicht smeert. Van crèmepjes tot maskertjes, alles komt voorbij. Natuurlijk is het niet abnormaal om goed voor je huid te willen zorgen, het is immers het grootste orgaan van je lichaam. Toch denk ik dat we met z’n allen een beetje zijn doorgeslagen. Het is zelfs zo erg dat grote modebladen artikelen schrijven als “de grootste skincare trends voor 2025”. Hoe bedoel je ‘skincare trend’? Wat verandert er precies aan dagcrème?

Dermatologen benadrukken dat een goede basis eigenlijk al genoeg is om je huid gezond te houden. Enkel een milde reiniging en een goede zonbescherming door middel van SPF zou genoeg moeten zijn om je huid jong te houden. Wat je daarnaast kan gebruiken, hangt af van het type huid dat je hebt. Dat zijn bijvoorbeeld ingrediënten als hyaluronzuur voor een droge huid, of salicylzuur voor een vette huid. Overmatige exfoliatie of het combineren van te veel verschillende producten kan juist irritatie en een verzwakte huidbarrière veroorzaken. Het heeft dus geen zin om elk product op de markt aan te schaffen en op je gezicht te smeren. Waarom doen influencers dat dan wel?

Er komt eigenlijk maar één woord in me op: geld. Influencers zijn in principe gewoon wandelende reclameborden voor grote bedrijven. Zolang die giganten genoeg betalen, zeggen deze contentmakers precies wat ze worden voorgelegd: “deze crème haalt je rimpels weg” en “dit serum zorgt ervoor dat je geen puistjes meer krijgt”, terwijl dit in de realiteit eigenlijk nooit het geval is. Het product is vaak gewoon heel duur, omdat er zoveel mogelijk geld moet worden verdiend. Deze vorm van adverteren laat vrouwen geloven dat ze hun huid koste wat het kost strak en rimpelloos moeten houden. Iets wat niet alleen onmogelijk en onnodig is, maar ook bijdraagt aan nog meer onzekerheid in deze generatie, en dat is iets waar we al meer dan genoeg van hebben.

Blijkbaar zijn er nauwelijks regels voor wat deze internetpersoonlijkheden mogen promoten, want zo’n uitgebreide skincareroutine is ronduit gevaarlijk. Zelfs kinderen komen op mijn For You Page voorbij. Ze zijn hooguit twaalf jaar oud en smeren zich eerst in met tien verschillende producten alvorens ze op de bus naar de basisschool stappen. Dit is natuurlijk totale onzin, maar het wordt hen aangeleerd door vrouwen op het internet. Kinderen kijken op naar knappe vrouwen die een perfect leven adverteren op sociale media, waardoor ze het idee krijgen dat het de bedoeling is dat zij dit ook doen. Bovendien kan het gebruik van zoveel producten een jonge huid beschadigen: er kan irritatie optreden, net als acne, en zelfs brandwonden kunnen ontstaan.

Wat is het toch met deze generatie en de obsessie met de eeuwige jeugd? Sinds wanneer is het een schande om te verouderen? Het lijkt alsof elke rimpel als een nederaag wordt gezien en veroudering iets is dat koste wat het kost vermeden moet worden. Mensen lijken te vergeten dat het een privilege is om ouder te mogen worden, om te leven tot je haren grijs worden en je huid gaat rimpelen. Want hoe ironisch is het dat er zoveel tijd en geld gespendeerd wordt aan het tegenhouden van iets dat onvermijdelijk is? Smeer je goed in met zonnebrand en laat die rimpels maar komen. Want ouder worden is geen mislukking, maar een voorrecht.