02/04/2026
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Het is het tragische lot van elke gamer dat games vaak exclusief verschijnen op gesloten systemen als Playstation en Xbox. Daar zijn uiteraard goede redenen voor, maar die hebben allemaal te maken met geld en zijn dus even dodelijk saai als de aankomst van een koers bergop in de mist. Helaas hebben die mercantiele redenen wel heel wat gamers gedwongen om pakweg de avonturen van Nathan Drake in Uncharted of het slachten van antieke goden in God Of War met onbepaalde duur uit te stellen. Vandaag worden de muren tussen de consoles gelukkig steeds vaker geslecht (en in naam van het groot kapitaal wellicht weldra vervangen door abonnementen op streamingdiensten). Toch blijft er een zekere waarnemingshorizon bestaat voor wie niet bereid is om zich met enige regelmaat apparaten aan te schaffen die – laat ons eerlijk zijn – elk hun eigen beperkingen hebben. Kratos die de mammon slacht zou een goede metafoor zijn voor wat echt in het hart van elke gamer omgaat. Of zoals onze Heiland het zelf zegt tegen de mensheid in het algemeen en gameontwikkelaars in het bijzonder: “Gij kunt niet God dienen én de mammon (Mt 6,24b).” Wie zijn wij om Hem tegen te spreken.
 

Opgelet: deze tekst bevat spoilers.

Ook Heavy Rain (2010), Beyond: Two Souls (2013) en Detroit: Become Human (2018), de games van legendarische ontwikkelaar Quantic Dream, bleven lang het exclusieve terrein van de gelukkige bezitters van één bijzonder afspeelapparaat. Opmerkelijk genoeg werden de games enkele jaren geleden dan toch nog speelklaar gemaakt voor de pc, wat waarschijnlijk niet meer dan een paar minuten werk vroeg van de stagiair die ook de koffie maakt en de muismatjes stofzuigt. “Was dat nu zo moeilijk?”, denkt een mens dan, terwijl hij zijn Cubaanse sigaar aansteekt met een briefje van honderd euro.

Teneinde mijn door de commercie gecreëerde achterstand in chronologische volgorde weg te werken, ben ik dan maar alvast met frisse tegenzin begonnen aan de oudste van de drie games: Heavy Rain. Jammer genoeg bleek meteen bij aanvang van dat spel dat het ontmoedigend zwaar leunt op zogenaamde “Quick Time Events” (QTE), waarbij gamers verondersteld worden om onder tijdsdruk een toets in te drukken die ergens op het scherm verschijnt. Dat was ooit mode, maar de populariteit van dat soort geforceerde lolmakerij – het game-equivalent van de klapsigaar of het scheetkussen – is in de loop van de tijd gestaag afgenomen. Gamers hebben inmiddels aangegeven dat het hen net iets minder spelplezier verschafte dan gezellig samen integralen vereenvoudigen. Sloten kraken met een minigame, batterijen voor een pillamp bijeenschrapen, zuurstof zoeken in de ijle leegte van het heelal, of wapens repareren omdat ze te veel afgeschoten zijn: het zijn allemaal mechanismen die wat gezonde spanning kunnen toevoegen aan een spel. Zelfs het indrukken van een actieknop om pakweg een deur in te beuken of de nek van een klein huisdier te breken, wordt vandaag nog steeds beschouwd als toegevoegde waarde. Daartegenover staat het QTE dat net het omgekeerde daarvan doet en een speler straft omdat die een actieknop niet tijdig ingedrukt krijgt. Tot overmaat van ramp wordt in Heavy Rain het QTE verheven tot ware kunst. Spelers krijgen de uitdaging om met de muis het equivalent van de eerste drie regels van de Upanishaden in het Sanskriet na te tekenen, terwijl knoppen op het scherm oplichten die voornamelijk de meer exotische uithoeken van het toetsenbord bestrijken. Als beloning raakt een schoenveter gestrikt of krijgt een kind een rode ballon. De spanning is soms overweldigend. 

Het hoofpersonage van die uitgeregende tragedie is een zekere Ethan Mars. Hij speelt zijn kind compleet met rode ballon kwijt en krijgt aansluitend opdrachten van een behulpzame seriemoordenaar om het terug te kunnen vinden. Het kind zit overigens in een regenput die langzaam volloopt. Navraag bij ChatGPT leert ons dat het ongepast is om te informeren na hoeveel tijd iemand in zo’n geval sterft aan onderkoeling, maar ondanks het risico om in een dossier van staatsveiligheid terecht te komen, noopte mijn journalistieke integriteit mij toch om daarover verder onderzoek te doen. Conclusie is dat het gaat om enkele uren en dat verdrinken na enkele dagen, zoals het spel wil doen uitschijnen, niet aan de orde is. 

In principe zouden de QTE’s in Heavy Rain de speler moeten dwingen om emotioneel te investeren in personages die aansluitend een emmer miserie over zich heen krijgen, terwijl het buiten niet ophoudt te regenen. De spiegelneuronen in onze hersenen laten ons dan quasi-automatisch iets van die emotie bij onszelf voelen. Ook het verlangen om een kind te beschermen of uit zijn lijden te verlossen, is iets dat eerder een plaats heeft in de instincten van ons wat lagergelegen reptielenbrein dan in de grote hersenen. Daardoor komt alles veel directer binnen. 

Jammer genoeg zijn er vandaag veel meer gamers die zelf kinderen hebben. Voor hen is de situatie maar al te herkenbaar: een kind dat, na talloze dodelijk frustrerende QTE’s en uitdrukkelijke verbale waarschuwingen, toch gewoon met zijn ballon op de hort gaat (en er gelukkig in de echte wereld meestal niet in slaagt om zichzelf te laten ontvoeren, maar het had wel gekund!). Het resultaat is dat Heavy Rain vandaag tot een frustrerende parabel van permanent falend ouderschap is verworden. Dat maakt het des te opvallender dat het spel aan de kant van de gamers geen onderscheid maakt tussen mislukken en opgeven. Het is nochtans niet denkbeeldig dat ouders met kinderen in de virtuele speelplaats van dat spel enkele keren voor het tweede kiezen uit luiheid, frustratie of zelfs die speciale soort van boosaardigheid zonder consequenties die enkel games kunnen bemiddelen. 

Dat die ouders daarbij niet helemaal ongelijk hebben, blijkt uit het feit dat het hoofdpersonage Ethan Mars een achterlijke worst is. Om voor de fouten van zijn menselijk en dus tekortschietend vaderschap te compenseren, is hij namelijk bereid om talloze bijkomende slachtoffers te maken. Bovendien gedraagt hij zich zwaar grensoverschrijdend en pleegt emotionele chantage tegenover de mensen die hem in zijn zoektocht helpen. In de veelvuldig (en ingenieus) vertakkende verhaallijnen van het spel pleegt hij altijd zelfmoord wanneer zijn kind sterft, wat iets zegt over tragiek maar niet over realiteit. Het besturen van Ethan Mars voelt daarmee ongewild zwaar aan, zoals rijden op een fiets met een aambeeld op het stuur. Dat ligt deze keer niet aan de graphics of de frame rate van Heavy Rain, maar wel aan de traumadumpende toxiciteit van een zeurend hoofdpersonage. 

Bovendien is het bij dit alles perfect mogelijk om Heavy Rain te spelen en na negen uur vast te stellen dat iedereen dood is. In principe is dat niet per definitie een slechte zaak. Een blik op de statistieken leert ons dat dat bij slechts een uitermate kleine minderheid van de spelers het geval is, maar het kan wel redelijk confronterend zijn om na negen uur spelen compleet slechtgezind en depressief terug de wereld in te worden gestuurd. Het maakt van Heavy Rain een soort van oefening in masochisme. Nog steeds boeiend maar – nu de weinig opbeurende 21e eeuw wat verder gevorderd is – al lang niet meer met de kracht van een echt goede catharsis, zoals de makers het eigenlijk bedoeld hadden.



02/04/2026
 [Project Hail Mary filmrecensie] (© [Lena Colémont] | dwars)
🖋: 

Project Hail Mary is de nieuwe film van Phil Lord en Christopher Miller, het duo achter onder meer 21 Jump Street en de Spider-Verse Saga. De film is gebaseerd op de populaire gelijknamige sciencefictionroman van Andy Weir. De film moet de grootste hit tot dusver van Amazons filmstudio worden en werd voorgesteld als een nieuwe klassieker. Voldoet het aan die verwachtingen?
 

Schoolleerkracht Ryland Grace (Ryan Gosling in topvorm) ontwaakt uit een coma op een ruimteschip, lichtjaren van de aarde verwijderd. Hij weet niet meer wie hij is, laat staan waarom hij zich in de ruimte bevindt. Traag maar gestaag komt zijn geheugen terug en worden zijn vragen beantwoord. Hij is een briljante wetenschapper wiens carrière gefnuikt werd door zijn eigen koppigheid, en hij is de laatste hoop om al het leven op aarde te redden van een mysterieuze materie die de zon uitdooft. Alle sterren in de naburige zonnestelsels worden aangetast door deze materie, op één na. Naar die ene ster is hij onderweg, in de hoop daar een oplossing te vinden. Maar wanneer hij zijn bestemming bereikt, blijkt hij niet alleen te zijn: er zweeft al een ander ruimtetuig … 

Ook deze redacteur bleek niet alleen te zijn; in een bomvolle IMAX-zaal zag ik hoe een publiek helemaal werd meegevoerd. Er werd gelachen, maar het publiek was ook muisstil bij momenten van spanning. Ik zag alleen maar blije gezichten bij het buitengaan. De film heeft iets bijna buitenaards. Hollywoods beste technici haalden alles uit de kast om er een visueel en auditief spektakel van te maken. Kortom, de perfecte reden voor een uitstapje naar de bioscoop.

De climax valt misschien best te vergelijken met The Lord of the Rings: The Return of the King, in die zin dat de film maar blijft doorgaan en wel vijf keer lijkt te eindigen. De flashbackstructuur, een vertelvorm die in films dikwijls slecht uitpakt, werkt grotendeels maar verstoort de ontknoping. De laatste in de reeks van flashbacks beantwoordt vragen die het plot alleen maar complexer maken en thematisch eerder in het verhaal al afgehandeld waren. 

Tegelijkertijd zit de film vol herkenbare invloeden. Het plot en de relatie tussen tijd in de ruimte en tijd op aarde doet denken aan films als Sunshine en Interstellar, terwijl de stemming eerder de sfeer oproept van E.T. Toch blijft een één-op-één vergelijking moeilijk te maken. 

Hebben we nu een nieuwe klassieker die we in één adem zullen noemen met E.T. en Interstellar? Dat kan alleen de toekomst met zekerheid uitwijzen, maar met momenten voelde het toch wel zo aan. Lord en Miller vinden het wiel zeker niet heruit met deze film, maar ze maken wel entertainment van topkwaliteit. Dat zal de fans van het boek geruststellen en enkel de meest cynische kijker niet bekoren. Of je favoriete Ryan Goslingfilm nu The Notebook, La La Land, Blade Runner 2049 of Barbie is, Project Hail Mary is hoe dan ook een aanrader!



02/04/2026
[BO(O)N APPÉTIT! DIT ZIJN DE WINNAARS VAN DE BOON LITERATUURPRIJS 2026 ] (© [Bas Bogaerts (extern)] | dwars)
🖋: 
Auteur

Op dinsdag 24 maart werd in de Stadsschouwburg van Mechelen voor de vijfde keer de Boon Literatuurprijs uitgereikt, ook wel bekend als het grootste boekenfeest van Vlaanderen. En ja, er viel weer heel wat te vieren (en te lezen). Maar voor we meteen naar de winnaars springen, eerst een korte crash course. Zo kan jij straks moeiteloos meepraten – of doen alsof – tijdens je volgende cafébabbel.
 

wat is die Boon eigenlijk?

De Boon Literatuurprijs is een van de belangrijkste prijzen voor Nederlandstalige boeken. Elk jaar worden er twee categorieën bekroond: fictie en non-fictie en kinder- en jeugdliteratuur. Van literaire parels tot prentenboeken, alles kan dus scoren.

Uiteraard gaat de prijs niet alleen om prestige. De winnaars krijgen namelijk 50.000 euro en een zilveren zegelring. Ook wie de shortlist haalt, gaat niet met lege handen naar huis en ontvangt een mooie geldsom van 2.500 euro. Niet slecht voor een boekje schrijven, toch? 

De naam van de prijs is trouwens geen toeval. Hij verwijst niet alleen naar de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon, maar speelt ook met de uitdrukking ‘een boon hebben voor iets’, oftewel ergens een grote liefde of passie voor voelen. 
 

wie zit daarachter? 

De Boon wordt georganiseerd door een hele literaire Avengers-ploeg: auteursverenigingen, uitgevers, boekhandels, bibliotheken en leesorganisaties. Samen slaan ze de handen in elkaar om literatuur zichtbaarder en aantrekkelijker te maken. De prijs is een initiatief van de vzw Vlaamse Literatuurprijs, met steun van de Vlaamse overheid. Ook VRT en De Standaard zitten mee in het verhaal als mediapartners. 

De jury’s bestaan telkens uit zes leden per categorie. Dit jaar werd de fictie- en non-fictiejury geleid door Kurt Van Eeghem, terwijl Dalilla Hermans de kinder- en jeugdliteratuur onder haar hoede nam. Beslissen wie er met de gerenommeerde prijs naar huis mag, is geen gemakkelijke taak voor de jury, want de concurrentie is elk jaar stevig. 
 

van longlist tot literaire glorie 

De weg naar de Boon is geen sprint, maar een marathon. Het begint met een longlist: een brede selectie van alle boeken die aan de basiscriteria voldoen. Daaruit maakt de jury een shortlist, een compacte lijst met alleen de sterkste kanshebbers. Wat start met vijftien titels per categorie, wordt uiteindelijk herleid tot vijf finalisten. Na weken van juryoverleg, leesmarathons en ongetwijfeld heel wat liters koffie, volgt dan eindelijk de ontknoping. 
 

and the Boon goes to … 

Tromgeroffel, graag! In de categorie fictie en non-fictie ging de prijs naar Grondwerk van Tijl Nuyts. Bij de kinder- en jeugdliteratuur wonnen Benny Lindelauf en Ingrid Godon met De vrouw en zijn hoofd. Beide winnaars nemen niet alleen de eer, maar ook hun 50.000 euro en zilveren zegelring mee naar huis. 

Grondwerk is allesbehalve een klassieke roman. Onder het Brusselse Vaderlandsplein vertelt een naakte molrat een verhaal over verzet, collectieve actie en de fragiele relatie tussen mens en aarde. Terwijl boven ons spanningen oplaaien, groeit ondergronds een nieuw bewustzijn. Ook De vrouw en zijn hoofd kiest voor een originele insteek. We volgen een vrouw die thuiskomt met alleen het hoofd van haar echtgenoot. Wat begint als absurd, groeit uit tot een ontroerend verhaal over liefde en het verder leven na een ingrijpende verandering. 
 

het volk heeft gesproken 

Naast de juryprijzen is er ook de Boon Publieksprijs, en daar liet Vlaanderen massaal van zich horen. Meer dan 13.000 lezers brachten hun stem uit. In de categorie fictie en non-fictie was de publieksfavoriet Het geschenk van Gaea Schoeters. Bij de kinder- en jeugdboeken koos het publiek voor Krekel van Annet Schaap. Beide winnaars ontvingen 5.000 euro extra. Een mooie bonus dus, met dank aan de lezers zelf. 

Het geschenk speelt zich af in een gespannen Duitsland, waar plots 20.000 olifanten in Berlijn opduiken als ‘cadeau’ van Botswana. Het resultaat is een scherpe satire waarin politieke strategie het vaak wint van gezond verstand. Krekel vertelt dan weer het verhaal van Eliza, die samen met haar broer op zoek gaat naar hun verloren familie. Een sprookjesachtig en ontroerend verhaal over verlies, familie en identiteit. 
 

en wat nu? 

De Boon Literatuurprijs trekt volgend jaar verder naar Brugge. Op 23 maart 2027 vindt daar de zesde editie plaats. Nieuwe boeken, nieuwe jury’s en ongetwijfeld nieuwe discussies over wie het ‘echt’ verdiende. Aan het roer staan alvast Guy Cassiers voor fictie en non-fictie en Linde Merckpoel voor kinder- en jeugdliteratuur. 

Boekenwurm of niet, de Boon bewijst opnieuw dat literatuur allesbehalve saai of stoffig is. Van ondergrondse molratten tot mysterieuze olifanten en sprookjesachtige zoektochten, de verbeelding leeft. En hoe! Tegelijk toont de prijs hoe breed en divers het Nederlandstalige boekenlandschap vandaag is. Dus ja, misschien is dit wel hét moment om die leeslijst eindelijk eens serieus te nemen. Of op z’n minst toch één boek open te slaan.



haatfabriek

05/03/2026
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal het eerste. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over betalende lockers.
 

Ik moet je vast niet vertellen, lieve lezer, dat geen enkele avond in het studentenleven vlekkeloos kan verlopen. Er wordt gekotst, gestolen, afgewezen, vernederd, gedumpt, gebekvecht of zelfs echt gevochten. Die dingen gebeuren, maar verpesten meestal de avond niet. Onlangs kwam ik echter een fenomeen tegen dat wél frustrerend genoeg was om een avond te verpesten: een inkomhal waar je voor de kleinste locker maar liefst vier euro betaalt. Erger nog, het was lang niet de eerste keer dat ik dat tegenkwam, maar deze keer liep de emmer over.
 

Hoe durven ze je op deze manier te scammen op het moment waar je toerekeningsvatbaarheid het laagst ligt? Misschien had ik dat geld wel nodig voor een pint. Of, euh, schoolmateriaal. Ik loop na mijn gezellige preetje op een besneeuwde winternacht liever in een T-shirt met korte mouwen door de kou dan vier euro te betalen voor een locker waar zelfs één andere persoon in mijn gezelschap moeilijk hun spullen in weg krijgt.
 

Ik heb het daarom ook al op tal van avonden vertikt om mee te gaan in deze gruwelijke praktijken. Afhankelijk van de plaats zijn er al een geluk alternatieven. Zo kan je je jas ook kwijt ergens in een hoek of is er vaak plaats genoeg voor een jas boven op de lockers. Je kan je jas ook vlak voor het binnengaan ergens buiten verstoppen. Je kan je spullen in een toilethokje leggen, vervolgens onder de deur naar buiten kruipen en hopen dat niemand doorheeft dat het hokje heel de avond leeg staat. Al deze methodes vragen wel enig vertrouwen dat er niets gestolen wordt. Ach, ik blijf stelselmatig meer geloven in de goedheid van mijn mede-uitgaanders dan in die van mensen die zo veel geld durven vragen voor het gebruiken van een locker. Uiteraard blijft de genoemde methode van kou lijden ook een optie: daar krijg je voor dezelfde prijs van vier euro een ziektebriefje voor de komende week bij.
 

De danscafé- en clubuitbaters zullen hun sadisme dus moeten verzadigen door naar de pijnlijke dansmoves van sommige uitgaanders te kijken. Niet die van mij, uiteraard: mijn danspasjes zijn steevast zo fris als de voordien getrotseerde nachtlucht.
Kleine disclaimer voor als je een locker bent: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Je bent in feite een heel nuttig ding, maar waar nut is, is er telkens het kapitalisme om je in de voet te schieten. Ook als je er geen hebt. Als je toch diep gekwetst bent, kan je het altijd goedmaken met een voucher. Dan neem ik mijn woorden terug.



editoriaal

05/03/2026
editoriaal door Ine Cuypers
🖋: 
Auteur

Maart, het is eindelijk maart en binnen twee weken is het ein-de-lijk lente. Ik heb het gemist: het zonnetje, de fluitende vogels, zonder schaamte ijsjes eten, het warme weer en dan natuurlijk de uitzonderlijke sneeuw- of regenbui (we zijn tenslotte nog altijd in België, hier bedoelen we met ‘uitzonderlijk’ eigenlijk ‘geregeld’). Had ik al gezegd dat je dan weer ijsjes mag eten? Soit, ik ga geen heel editoriaal klagen over het Belgische weer, en trouwens, niemand kan je verbieden om ijsjes te eten. Zo heb ik donderdag nog – in de regen – genoten van een bol stracciatella. 
 

Dat terzijde, de lente is in het land! Je voelt het hangen in de lucht. De zon houdt zich klaar om voor je het weet de thermometer naar 27°C te laten stijgen. Wie weet houden de vogels hun ogen en oren goed open, op zoek naar de liefde. Ook ik durf af en toe al een kleedje te dragen naar de lessen. We moeten van de lente genieten zolang het duurt, want zodra de zomer in het land is, kan je weer beginnen klagen over het te warme weer. Geniet er dus maar ten volle van! Om het met de woorden van Spring te zeggen: “Ik ben jong. De wereld ligt aan mijn voeten. Het leven wil mij ontmoeten. Ik doe wat ik wil. Ik pluk de dag.” Ik zou daar nog aan toevoegen: “Ooh lach en geniet van het leee-ven, want het duurt toch maar ee-ven” (bedankt, Willy Sommers).
 

Om je te helpen alles uit het semester te halen, zijn hier al enkele tips. Zo kan je naar een tentoonstelling gaan over Palestijnse borduurwerken (p. 11) of kan je meer inspiratie opdoen in onze handige cultuurkalender. Wist je trouwens dat je vrijkaarten kan winnen om naar een van de evenementen op de cultuurkalender te gaan? Lees er meer over op p. 26. Of als het weer tegenzit en je naar de cinema wil gaan, kan je met de handige quiz op p. 24 ontdekken welke Oscarfilm het best bij jou past. Bovenal kan je natuurlijk ook de hele dwars lezen. Veel (puzzel)plezier! 
 

Laura Aerts,

adjunct-hoofdredacteur



quiz

05/03/2026
[OMCIRKEL JE WEG NAAR JE OSCARMATCH] (© [Lotte Mertens] | dwars)
🖋: 
Auteur

Volgende zondag is het weer zover: de Academy Awards. Zoek jij nog een film om op te stemmen? Vind je ideale Best Picture-kandidaat met deze Oscarquiz. Neem een papiertje om je resultaten bij te houden.
 

wat zoek je in een film?

 

  1. Een verhaal dat nazindert en nog dagen door je hoofd spookt 

  2. Herkenbare emoties 

  3. Energie, drive en momentum 

  4. Spanning en het gevoel dat er iets niet klopt 

  5. Een intense wereld die je volledig opslokt 
     

hoe wil je je voelen wanneer de lichten weer aangaan?

 

  1. Stil en weemoedig

  2. Alsof je iemand beter hebt leren kennen

  3. Opgeladen en vol energie

  4. Licht ongemakkelijk of aan het twijfelen

  5. Overweldigd door iets groters dan jezelf
     

welke filmavond past het best bij jou?

 

  1. In de cinema of zetel met een doos zakdoeken en tijd om erover na te denken 

  2. Gezellig thuis met iemand naast je om daarna nog lang na te praten 

  3. Op het puntje van je cinemastoel in volle focus  

  4. In een licht ongemakkelijke stilte

  5. Laat op de avond, alleen in je bed, in het donker 
     

met welk soort personage identificeer jij je het meest?

 

  1. Iemand die verlies en verlangen met zich meedraagt 

  2. Iemand die worstelt met familie, liefde of herkenning 

  3. Iemand die gedreven is om hun doel te bereiken

  4. Iemand die meer weet dan die laat blijken 

  5. Iemand die balanceert tussen goed en kwaad  
     

naar welk genre kijk je het liefst?

 

  1. Poëtisch drama met emotionele diepgang 

  2. Intiem karakterdrama   

  3. Actiegedreven verhaal met een duidelijk doel

  4. Thriller die langzaamaan onder je huid kruipt 

  5. Donkere vertelling met morele keuzes en vragen 
     

kies één filmwoord dat je aanspreekt

 

  1. Vergankelijkheid 

  2. Ambitie 

  3. Momentum 

  4. Wantrouwen

  5. Schuld 
     

wat stoort jou het meest tijdens het kijken?
 

  1. Oppervlakkigheid

  2. Ongeloofwaardig acteerwerk

  3. Traagheid

  4. Voorspelbaarheid

  5. Gebrek aan visie en durf 
     

welke setting spreekt jou het meest aan?

 

  1. Uitgestrekte natuur en plekken vol herinneringen

  2. Intieme huiskamers en geheime gesprekken

  3. Arena’s of frontlinies

  4. Claustrofobische achterkamers en gesloten systemen

  5. Duistere, afgesloten wereld waar alles op het spel staat 


Tel welke letter je het vaakst hebt aangeduid en ontdek welke Oscargenomineerde film perfect bij jou past.
 

Meeste A: jij bent een existentiële dromer. 

Past het best bij jou: Hamnet

Een ontroerend en krachtig verhaal dat de inspiratie vormde voor Shakespeares Hamlet. Heb je Hamnet al gezien? Kijk dan ook zeker eens naar Train Dreams, een prachtig verteld levensverhaal van houthakker Robert Grainier. 
 

Meeste B: jij bent een karakterlezer. 

Past het best bij jou: Marty Supreme.  

Een ambitieuze tafeltennisspeler zet alles op z’n kop om de top te bereiken. Niet zo’n fan van pingpong of Timothée Chalamet? Geef Sentimental Value dan een kans, een Noorse film met zussen Agnes en Nora die herenigd worden met hun vader die een gerenommeerde filmregisseur was. 
 

Meeste C: jij bent een adrenalinezoeker. 

Past het best bij jou: One Battle After Another

Ex-revolutionair Bob moet op zoek naar zijn dochter die verdwijnt wanneer zijn aartsvijand opnieuw opduikt. Nood aan nog iets meer snelheid? Maak dan een pitstop bij F1, waarin racelegende Sonny Hayes een formule 1-team opnieuw leven in moet blazen, maar het verleden hem steeds inhaalt. 
 

Meeste D: jij bent een complotlezer. 

Past het best bij jou: Bugonia

Twee jonge mannen, geobsedeerd door complottheorieën, ontvoeren de CEO van een groot bedrijf. Ze zijn ervan overtuigd dat ze een alien is die de aarde wil vernietigen. Niet zo’n fan van aliens maar heb je wel een liefde voor Brazilië of het Portugees? Probeer dan The Secret Agent, waarin Marcelo, een technologie-expert en onderzoeker aan de universiteit, op de vlucht is na een conflict met een bureaucraat binnen de Braziliaanse militaire dictatuur van de jaren ‘70. 
 

Meeste E: jij bent een moderne mytholoog. 

Past het best bij jou: Frankenstein

Victor Frankenstein – een briljante, maar egoïstische wetenschapper – experimenteert net iets te graag en brengt een monsterlijk wezen tot leven. Ben je klaar voor iets meer horror en gory action? Kijk dan naar Sinners, een film over de zwarte gemeenschap in de jaren ‘30 en de dreiging van de Ku Klux Klan, de Jim Crow-wetten en iets bovennatuurlijks ... 



studentenleven

05/03/2026
[VANDOAG IS'T: EEN PLEK ONDER STUDENTEN] (© [Maxwell Vormezeele en Rabiatou Jalloh] | dwars)
🖋: 

Antwerpen: de stad van de kathedraal, de Boerentoren, Het Steen en leuke horecazaken. Er kan geen studentenleven bestaan zonder dat laatste. Het liefst vertoeven studenten zich in koffiebars die zich niet ver bevinden van de aula’s van de Stadscampus, maar waar vind je die? Welnu, letterlijk om de hoek. Gilles Dullaert en zijn zoon Victor van koffiebar Vandoag is’t vertellen dwars over hun zaak met een heerlijk koffietje erbij.
 

Vandoag is’t is een gerenommeerde koffiebar en bevindt zich in de Prinsesstraat 2 dicht bij het Hof van Liere. De koffiebar werd opgericht door Gilles in 2007 met het idee om in de trend van koffiebars te volgen. “Ik zat in een grijs leven en voor mij was het beginnen van de zaak een complete U-turn”, vertelt hij. “Koffiebars waren toen niet zo populair. Mensen gingen op café om koffie te drinken maar nu zijn koffiebars de nieuwe cafés, bij manier van spreken. Het heeft meer te maken met iets wat er niet was.” Al vijf jaar werkt ook zijn zoon Victor in de zaak en het ligt hem nauw aan het hart. “Ik ben heel blij dat ik hier ben beginnen werken als student en dat ik zo de stiel heb geleerd. Ik werkte vroeger ook al in een café, dus ik wist eigenlijk wel dat ik graag in de horeca stond. Vooral het babbelen met de mensen is heel plezant”, vertelt hij enthousiast.
 

Als dwars vraagt naar de populaire status van zijn koffiebar bij studenten, kan Gilles het alleen maar omschrijven als een fantastisch gevoel: “Het geeft een enorme voldoening om te voelen dat iets werkt. Het is niet zo simpel om het populair te houden, maar we werken enorm aan de sfeer, kwaliteit en aan een haalbare prijs voor iedereen.” Ook de populariteit bij docenten geeft hem een goed gevoel. “Het is fijn om alle leeftijden te bereiken”, voegt hij eraan toe. Ook vertelt hij over het bereik van alle nationaliteiten die de stad bezoeken en speciaal naar zijn zaak komen.
 

Tijdens de examens komen er minder studenten naar de koffiebar omdat ze zich liever thuis focussen op de enorme leerstof die ze moeten verwerken. Voelt die periode dan als een soort dipje voor Gilles? “We hebben een drukke zaak en als het eens wat minder druk is, kunnen we daar ook wel van genieten. Dat maakt het iets gemakkelijker en gezelliger voor ons en geeft ons ook de kans om het dan rustig aan te doen.”
 

Vandoag is’t is duidelijk geliefd bij de studenten van UAntwerpen, maar zou Gilles graag populair willen worden over het hele land? “Ik ben tevreden zoals het is. We blijven graag bescheiden”, legt hij uit. Ook heeft hij geen plannen om meerdere filialen te openen. “Ik vind het juist een sterkte aan de zaak dat we het altijd zelf kunnen. We hebben alles in eigen beheer en als we dat uit handen moeten geven, vind ik dat dat dikwijls een verlies aan kwaliteit betekent.”



progress lost

05/03/2026
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

Opgelet: deze tekst bevat spoilers.

Toen computers nog de rekenkracht hadden van een broodrooster, bestond zowat de helft van alle games noodgedwongen uit eenvoudige tweedimensionale avonturen. Met enige weemoed herinneren gamers zich het kolderieke verzet van Guybrush Threepwood tegen de boosaardige piraat Le Chuck in Monkey Island of de queeste voor werelddominantie van een paarse radioactieve arm met zuignappen in Day of the Tentacle. Ondertussen zijn we drie decennia verder. In de evolutie van de mensheid als soort betekent dit dat er niets veranderd is en we ons nog steeds als apen gedragen die zopas uit de bomen zijn gevallen. Computers daarentegen hebben zich de afgelopen dertig jaar wel exponentieel verder ontwikkeld tot het niveau waarop we ons collectief vragen kunnen stellen als: wat aan te vangen met zelfbewust artificieel leven en wat als onze realiteit eigenlijk een simulatie is?
 

In die drie decennia sinds het embryonale stadium van spelontwikkeling hebben de meeste spelontwikkelaars van de eerste generatie elk wel op een of andere manier een nieuw spel op de wereld losgelaten. Jane Jensen bijvoorbeeld is nooit echt gestopt met Gabriël Knight, maar maakte ook het verdienstelijke Gray Matter (2010), Tim Schafer stelde na Day of the Tentacle teleur met het eerder stroef lopende Broken Age (2014) en het Monkey Island van Ron Gilbert tenslotte luistert sinds 2017 naar de naam Thimbleweed Park. Opmerkelijk genoeg werden al deze games gerealiseerd middels crowdfunding. Dat is een bijzondere vorm van diefstal waarbij gamers gevraagd wordt om gratis geld te geven aan spelontwikkelaars zuiver omwille van hun reputatie. Uiteindelijk implodeerde dit model toen het aantal mislukte projecten – al dan niet moedwillig – bleef toenemen. Terugkijkend op deze korte maar intense periode overheerst vooral een gevoel van schaamte. Maar hoewel dit dubieuze verdienmodel gigantische afvalbergen van kapotte code heeft uitgebraakt, moet ik ook zo eerlijk zijn om toe te geven dat het enkele degelijke games heeft afgeleverd. Misschien is zelfs het zeer geslaagde Thimbleweed Park voldoende om ons plichtsgetrouwe gamers te leren leven met de gevolgen van de collectieve verdwazing die crowdfunding heet. 

Het verhaal van Thimbleweed Park begint nogal onschuldig met twee FBI-agenten die opgeroepen worden om een moord te onderzoeken in een klein Amerikaans dorpje. Voor de goede verstaander is daarmee de sfeer van de legendarische televisieserie Twin Peaks (1990) weer even helemaal terug. De agenten in kwestie vertonen dan weer opvallende gelijkenissen met Mulder en Scully van The X-Files (1993), die andere monumentale serie waarmee de vorige generatie het millennium heeft neergelegd. Aangezien ook de gameplay van het spel identiek is aan de oude Monkey Island-games (1990) is het niet onredelijk om te stellen dat Thimbleweed Park nostalgie als brandstof gebruikt om de generaties jonge boomers en oude gen X’ers te bedienen. Dat neemt niet weg dat het verhaal enerzijds wel zowat alle kanten dreigt op te gaan, anderzijds toch tot op het einde grappig en boeiend blijft en bij momenten zelfs een voet kan zetten naast haar illustere voorgangers. Enkel op het einde zakt het hele plot als een pudding in elkaar, wat vooral aantoont dat we niet meer in de jaren ‘90 leven waarin verhalen nog vorm moesten geven aan de wereld. De lijnen die we vandaag door de chaos trekken gaan veel vaker nergens meer naartoe.

In Thimbleweed Park eindigt het rad van fortuin van de mogelijke plotlijnen uiteindelijk bij de metavraag van de vijf (!)hoofdpersonages of ze niet enkel figuranten zijn in een simulatie. Wanneer het laatste speelbare karakter aansluitend de gameserver afschakelt, eindigt het spel abrupt met een zwart scherm. Dat laatste was voor veel gamers een teleurstelling, zeker in vergelijking met de kwaliteit van het voorgaande, maar mij deed het vooral denken aan de dood van Nicole Wakefield in het laatste deel van de Rama-cyclus van Arthur C. Clarke die ook eindigt met de zin: “en dan was er niets”. Het komt hard binnen wanneer een personage vijf boeken meegaat en op het einde nadrukkelijk niet als Harry Potter (of desgewenst Jezus) klaarstaat om glorierijk te verrijzen.

De tragische personages in Thimbleweed Park hebben overigens overschot van gelijk met hun observatie dat hun spelwereld een simulatie is. Ik zou hier iets intelligent kunnen vertellen over de allegorie van de grot van Plato (380 v.C.) of voor de meer visueel ingestelde medemens de eerste Matrix-film (1999 n.C.), maar voor de variatie hou ik het deze keer op wat Paulus in de Bijbel schrijft (55 n.C.) : “Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben (1 Kor 13)”. Dit alles om maar te zeggen dat het veronderstellen van een simulatie van alle tijden is, maar dat daarbij ook steeds beroep wordt gedaan op een hogere werkelijkheid en dus per definitie religieus is.

Voor wie leert de leugen te doorzien, voorzag Plato in zijn tijd nog het Eideticon: een wat bescheiden diepere kennis inhoudt van het ware en het goede en vreemd genoeg ook een bijhorend gevoel van geluk. Voor de personages in de simulatie van Thimbleweed Park daarentegen is het nieuwverworven besef dat ze bestaan tot vermaak van de speler een totaal verlies en ze schakelen zichzelf vervolgens uit in een daad van cynisch nihilisme. In die zin passen ze redelijk goed in onze tijdsgeest waarin zinverlies en zelfhaat epidemisch lijken te zijn.

Het feit dat Thimbleweed Park eindigt met een betekenisloos zwart scherm is voor veel spelers een gevolg van geld- en tijdsgebrek bij de productie van het spel. Dat klopt inderdaad voor wie de wereld enkel kent als een simulatie van bezit en macht. Ik van mijn kant houd het gewoon op een gebrek aan geloof en vertrouwen, want net door deze twee vermogens brengt het kennen van een hogere realiteit ook de mogelijkheid tot verlossing met zich mee. Maar dan enkel indien een Messias ons is voorgegaan (Jezus in de Bijbel of Neo in The Matrix), want anders wacht de mens enkel dood en vernietiging – of een zwart scherm – wanneer deze rechtstreeks met de waarheid geconfronteerd wordt. Anders dan het intellectuele Eideticon van Plato of de dood van het nihilisme staat het gelovige Eideticon daarom voor een verbond tussen simulatie en realiteit. Dat blijkt nog het meest bij het einde van Jezus’ leven wanneer deze stervend aan het kruis hangt. Een van de twee misdadigers die naast Hem hangt, kiest voor de blauwe pil of het zwarte scherm wanneer hij Jezus uitlacht om zijn onvermogen om zichzelf te redden. De andere misdadiger vraagt om aan hem te denken in het Koninkrijk van God. “Vandaag nog zult gij met Mij in het paradijs zijn” (Lucas 23:43),” zegt Jezus tegen de deze laatste. De misdadiger zit in elk van ons en het sterven blijft, maar zijn vraag aan Jezus is als de rode pil in The Matrix en brengt hem de belofte van opstanding.



stuvers aan het woord

05/03/2026
[ASRA IN ACTIE] (© [Kyara Pel (extern)] | dwars)
🖋: 
Auteur

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Haar roze logo verschijnt te pas en te onpas in de mailbox, maar wat doet ze naast mailen? Op welke manieren beïnvloedt ze het dagelijks leven van de student? Om daarachter te komen, neust dwars in de projecten van de Studentenraad. Deze editie vertelt Coördinator Externe Relaties Hendrik Sas over het doen en laten van ASRA.
 

“ASRA?”, hoor ik je denken. “ASRA, de Associatie StudentenRaad Antwerpen, is de studentenvertegenwoordiging binnen AUHA.” AUHA? “AUHA is de Associatie van Universiteiten en Hogescholen Antwerpen”, weet Hendrik Sas. Hendrik vervult een dubbele rol: hij is Coördinator Externe Relaties bij onze eigen Studentenraad en tegelijk voorzitter van ASRA. De raad vertegenwoordigt 50.000 studenten, jawel, van vier instellingen: UAntwerpen, AP Hogeschool, Karel de Grote Hogeschool en Antwerp Maritime Academy. Wanneer je haar webpagina op de website van de AUHA bekijkt, werkt ASRA elk jaar rond één centraal thema. Het ging al over studenten in financiële moeilijkheden, grensoverschrijdend gedrag en ook studentenmobiliteit bleef niet onbesproken.
 

Dit jaar koos ASRA voor niet één, niet twee, maar drie thema’s. Hendrik verklaart: “Eerst en vooral zetten we in op de besparingen in het hoger onderwijs. In dat kader hebben we een brief opgestuurd naar minister Zuhal Demir, met daarin onze bezorgdheden over de besparingen en de gevolgen daarvan.” In de brief uit ASRA haar bezorgdheid en stelt ze dat de geplande besparingen tonen “hoe kwetsbaar de toegankelijkheid van het hoger onderwijs is geworden.” Afsluitend stelt ASRA: “Hoger onderwijs moet een recht blijven voor iedereen, niet enkel voor wie het kan betalen.” De volledige brief, alsook de inhoudelijke reactie van het ministerie, valt te lezen op de site van AUHA. “Het is fijn dat we een antwoord hebben ontvangen, hoewel we het daar inhoudelijk niet mee eens zijn”, vertelt Hendrik diplomatisch.
 

“Daarnaast werken we ook rond twee andere thema’s: veiligheid op de campus en veiligheid buiten de campus”, deelt Hendrik. “We komen min of meer maandelijks samen om de thema’s te bespreken.” In ASRA wordt elk van de vier onderwijsinstellingen door twee afgevaardigden vertegenwoordigd. ”We overleggen wat er goed gaat en of we de juiste richting uitgaan. Voor elk thema is er een aparte groep actief.”
 

Al dat werk toont ASRA uiteraard graag aan de buitenwereld. Zo delen ze hun werk regelmatig met het stadsbestuur, om zo onze belangrijke studentikoze bezorgdheden op de politieke agenda te krijgen. Haar doen en laten is te volgen op de website van de AUHA, maar niet alleen daar: “We proberen ook media-aandacht te trekken, want het zijn belangrijke thema’s. Alles wat we doen, heeft te maken met álle studenten in Antwerpen.” 



kunst op de campus

05/03/2026
[IN DE TUIN VAN HET BRANTIJSER ORDENT KUNST DE CHAOS] (© [Hanne Colémont] | dwars)
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens vragen we ons af wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt erin en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is. Deze keer doen we de binnentuin van Het Brantijser aan. 
 

“Hedendaagse kunst, dat zou evengoed door een kind gemaakt kunnen zijn!” Dat zou ik zelf natuurlijk nooit over mijn lippen krijgen, maar het is toch de gemiddelde reactie wanneer een conceptueel kunstenaar weer eens met een nieuw objet trouvé afkomt. Je weet wel, werken zoals die van Marcel Duchamp, die in 1917 een urinoir presenteerde en het kunst noemde. De eerste keer was dat natuurlijk vernieuwend, maar toen enkele jaren geleden de Italiaanse artiest Maurizio Cattelan afkwam met zijn werk Comedian, bestaande uit een banaan op een muur geplakt, was de algemene reactie natuurlijk dat dat gewoon flauw was. 

Nee, dat zou ík als echte kunstliefhebber natuurlijk nooit durven stellen, ofschoon ik beschaamd moet toegeven dat één bepaald hedendaags kunstwerk toch ook jaren aan mijn aandacht wist te ontsnappen: Inzicht/doorzicht van de Belgische kunstenaar Mark Verstockt. Dit werk siert als sinds 2011 de binnentuin alias koer van gebouw Het Brantijser. Een gebouw waar ik, als oud-student Geschiedenis, gedurende enkele jaren meermaals vertoefd heb. De ijzeren constructie van negen kubussen, waarvan de middelste geperforeerd is, was bij mij nooit als kunstwerk aangekomen. Op zijn meest had ik er een wat stilistisch vormgegeven ventilatieschacht in gelezen. 

In tegenstelling tot Cattelans banaan op de muur, is het werk van Verstockt niet direct om mee te lachen. Maar op een dag doorhebben dat je al jaren zonder enig benul voorbij een hoogtepunt in het Belgisch constructivisme loopt, is op een bepaalde manier ook een komisch inzicht. Geen conceptual art dus, maar constructivisme. Een stijl waarvan verwarring met industriële vormgeving misschien niet de grootste zonde is. Want deze beweging, die rond 1915 in Rusland ontstond, was dan ook een stijl nog voor de industriële maatschappij. Ze betekende een sterke breuk met de voorgaande kunstgeschiedenis. Want haar kunstenaars, zoals Rodtsjenko en Malevitsj, braken esthetisch met de zogenaamde mimesis, een manier van vormgeven waarin de nabootsing van de werkelijkheid centraal stond. Een natuurlijke evolutie voor een bevolking die het platteland inruilde voor het leven in de steden. 

Langzaam sijpelden de tendensen van de Russische avant-garde ook door naar België, waardoor in de jaren zestig ook kunstenaar Mark Verstockt geïnspireerd werd. Al was zijn wending naar de totale abstractie geen geëffend pad. Na eerst twee jaar rechten te hebben gestudeerd in Gent kwam Verstockt terecht in de Antwerpse Academie om er schilderen te volgen. Hier maakte hij in het begin nog vrij figuratieve werken, zoals naaktbeelden. Later evolueerde zijn schilderen langzamerhand richting een verdere abstractie van de vorm. Zijn werken werden geometrische structuren waarin drie basisvormen – de cirkel, de driehoek en het vierkant – samenkwamen. 

Deze liefde voor vorm en structuur is ook zichtbaar in Inzicht/doorzicht. De kubussen vormen samen een raster. De ruimte wordt onopgemerkt geordend in negen evenwaardige zones. Niet ontoevallig doet het denken aan een werk uit de Russische avant-garde, het Zwart Kruis van Malevitsj. Dat werd in 1915 tentoongesteld op de invloedrijke tentoonstelling 0,10 te Petrograd, waarin de schilder via een simpele zwarte kruisvorm zijn canvas in negen zones opdeelt. De onderverdeling van het vlak in negen is volgens Verstockt dan ook een oervorm. Toch is de kunst in Het Brantijser geen loutere kopie van Malevitsj. Hij wijst op het feit dat de beperkte oplage van deze oervormen ervoor zorgt dat verschillende culturen, beschavingen en artiesten telkens teruggekomen zijn op diezelfde basisvormen of variaties erop. Een afbeelding van een kruis is immers slechts een combinatie van negen vierkanten, en dus relatief simpel om te bedenken. 

Dit maakt de individuele werken van kunstenaars niet direct minder uniek. De persoonlijke interpretatie die gegeven wordt aan de oervormen is volgens Verstockt de inbreng die een kunstenaar kan geven. Want het feit dat Verstockt, ondanks het gebruik van dezelfde oervorm, toch een heel ander werk presenteert dan Malevitsj, ligt bijvoorbeeld aan de keuze van het materiaal, maar ook aan de keuze om ruimtelijk te werken in plaats van op doek. Een kunstwerk is volgens hem immers een object dat de ruimte kan ordenen en zelf door de arbeid van de kunstenaar geordende ruimte wordt. Inzicht/doorzicht is dus een voorbeeld van experimenteren met materialen en methoden om de ruimte te ordenen. 

Bij nader inzien was mijn blinde vlek voor dit werk dan misschien toch niet zo beschamend? Want desondanks zijn massieve indruk, heeft de metalen compositie ook een eclipserend karakter. De middelste kubus, die een rastermotief heeft, laat toe dat de toeschouwer een inzicht krijgt in de achterliggende omgeving. Op deze manier ordent het werk de ruimte, maar het doet dat heel ingetogen, zonder ze te overheersen. In dergelijke drukke stedelijke omgeving als Het Brantijser valt kunst die net de natuurlijke imitatie probeert te vermijden en doorlatend tracht te zijn dus natuurlijk minder op. Maar hoeft een kunstwerk wel op te vallen? Misschien is het soms al belangrijk genoeg om een stille ordenende kracht te zijn, in plaats van met banaan en tape de Comedian uit te hangen. Als dat geen inzicht is …