02/04/2026
[STOFWISSELING TOT NADENKEN] (© [Peter Bols (extern)] | dwars)
🖋: 

Van opleiding is hij dierenarts, maar zijn carrière laat zich al lang niet meer tot één vakgebied herleiden. Vandaag is hij decaan van Faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen. Het gaat natuurlijk over: Peter Bols. Professor Bols leeft in de toekomst en het verleden, maar niet zozeer in het heden. Zijn interesses beslaan zowat alles wat los en vast zit: van beleidskeuzes via de verlichting tot interdisciplinair samenwerken. dwars sprak met hem over zijn impressionante carrière, de toelatingsproef Diergeneeskunde, transversaal doortrekken, het belang van context en zijn grootste passie: fysiologie.
 

Een gesprek met Peter Bols eindigt meestal in gestructureerde chaos. Wanneer we vragen waar hij zich momenteel mee bezighoudt, neemt hij ons mee naar het verleden. “Wie de eerste diergeneeskundige opleidingen uit de achttiende eeuw wil begrijpen, komt vanzelf terecht bij iets groters: de verlichting, wetenschap, feiten, experimenten en de ontwikkeling van het kritisch denken.” Bols hecht veel waarde aan de geschiedenis. “Je begrijpt een vak nooit helemaal als je alleen de technische kant ervan bekijkt.” 
 

de meerwaarde van fysieke interactie

Diergeneeskunde is meer dan enkel droge materie. “Een universiteit is meer dan een kanaal om informatie door te geven. Studenten leren ook door vragen van leeftijdsgenoten te horen en live te communiceren. Tijdens corona heeft de universiteit op indrukwekkend korte tijd de overstap gemaakt naar volledig digitaal onderwijs. Maar die periode heeft ook blootgelegd hoe belangrijk fysieke aanwezigheid en interactie zijn.” Daarom stelt hij oude opnames uit de coronatijd nog ter beschikking, nieuwe maakt hij bewust niet meer.
  
Bols' grootste zorgen liggen niet bij het onderwijs op zich, maar in de context waarin jonge mensen moeten leren. “Jongeren worden overspoeld met nutteloze informatie.” Als fysioloog haalt hij aan dat onze hersenen niet onbeperkt prikkels en informatiestromen kunnen verwerken. Die bezorgdheid koppelt hij aan de bredere individualisering van de samenleving en aan de afnemende concentratiespanne.

“Ik vertrek graag van iets wat ik gelezen of gehoord heb in de actualiteit, maar dan merk ik op dat studenten soms totaal niet mee zijn. Dat is jammer, omdat actualiteit net helpt om leerstof te situeren. Soms moet je uitzoomen om scherper te zien. Mijn advies: lees. Boeken, tijdschriften, dwars … dat is extreem belangrijk voor het mentaal welzijn, redeneervermogen en de taalvaardigheid.”
  
Die bezorgdheid sluit naadloos aan bij zijn kijk op AI. “De kern van onderwijs blijft in wezen dezelfde: jonge mensen komen naar een plek om te leren, worden getoetst en krijgen op basis daarvan een diploma. Alleen wordt de vraag hóé je toetst steeds complexer. Vandaag kan je een tekst die inhoudelijk van jou is, laten omzetten in correct Engels of Frans. Net daar wringt het schoentje: wat is dan nog van de student en welke credits zijn voor het systeem? Waar eindigt taalondersteuning en begint inhoudelijke uitbesteding?” 
 

blik op de toelatingsproef diergeneeskunde 

Een andere recente ontwikkeling op vlak van toetsen: de invoering van het toelatingsexamen Diergeneeskunde kent voor- en tegenstanders. “De toelatingsproef is een moeilijke kwestie. Enerzijds verlies je met zo’n test ook competente mensen. Anderzijds was een instroombeperking wel echt nodig. Hun beeld van de opleiding sloot niet echt aan bij de realiteit van het beroep of ze hadden een ontoereikende wetenschappelijke basis, maar met een goede hoeveelheid doorzettingsvermogen en motivatie is alles mogelijk.” Tot voor kort startte een erg grote groep aan de opleiding Diergeneeskunde, terwijl uiteindelijk maar een op drie studenten ooit afstudeerde. 
 

medisch, juridisch, ethisch en gedragsmatig

“De samenwerking tussen exacte wetenschappen en menswetenschappen kan beter”, vindt Bols. “Ik volgde enkele opleidingen op de Stadscampus omdat je daar collega’s ontmoet met wie je anders wellicht nooit in gesprek zou gaan. Dat is bijzonder boeiend en verrijkend. Het versterkt mijn overtuiging dat we nog veel meer zouden kunnen bereiken wanneer we disciplines met elkaar verbinden.” 

Onder al die thema’s ligt nog iets fundamentelers: “Mensen veranderen op zich niet zo veel; het is de maatschappelijke context die verandert.” Het voorbeeld dat hij daarvoor geeft, is roken. “Op het eerste gezicht een puur medisch, oncologisch dossier, maar net daar zit de uitdaging. Roken is zo’n thema dat je over de hele universiteit zou kunnen uitsmeren. Het heeft een medische kant, maar evengoed een juridische, ethische, gedragsmatige en sociale context. Waarom roken mensen? Welke rol speelt groepsdruk? …  Je kan daar een onderzoekslijn ‘Van de moleculaire oncologie tot de populatiesociologie’ van maken. Daarin zit wat een universiteit zou moeten zijn: een plek waar kennis niet netjes binnen faculteitsmuren blijft, maar elkaar kruist zodra een onderwerp daar om vraagt. Onderwijs gaat niet alleen over kennen en kunnen, maar ook over leren leven in een wereld die drukker, diffuser en complexer wordt.”



02/04/2026
[SMIJTEN MET DOLFIJNEN: OP SAFARI DOOR DE WISKUNDIGE WILDERNIS] (© [Bjorn De Busschere & Rabiatou Jalloh] | dwars)
🖋: 

Wiskunde is een van de weinige vakken waarbij mensen het sociaal acceptabel vinden om te zeggen dat ze er ‘niet goed in zijn’. Meer zelfs, veel mensen kijken met afkeer terug naar hun wiskundelessen op de schoolbanken, waar rekenmonsters zoals maaltafels en staartdelingen dagelijks aan de orde waren. Desondanks ligt wiskunde aan de basis van de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen en wordt technologische geletterdheid belangrijker dan ooit tevoren. Om dit onderwerp aan te snijden, ging dwars op gesprek met prof. dr. David Eelbode, hoogleraar Wiskunde, heavymetalfashionista en Gobelijntjesverzamelaar.
 

Wanneer je de deur van het bureau van Eelbode opent, wandel je het meest prototypische bureau van een wiskundige binnen. Elke vierkante centimeter beschikbare oppervlakte is bedekt met papers, losse kladbladeren en lege tassen koffie: “Zoals het hoort”, klinkt het. Aan de muur zie je foto’s van Einstein en een whiteboard volgeklad met formules, diagrammen en soms letterlijke Japanse symbolen. Eelbode is al zeventien jaar professor aan Departement Wiskunde en ontvangt elk jaar de eerstejaarsstudenten die beginnen aan de bachelors Fysica en Wiskunde. Daarnaast verzorgt hij ook de wiskundige vakken van de academische masters en daardoor staat hij rechtstreeks aan het eindproduct én aan de toekomst van het middelbare wiskunde­onderwijs. De ideale persoon dus om ‘t een en ‘t ander te zeggen over het belang van wiskunde in de maatschappij.
 

creativiteit is de echte schoonheid

Wanneer iemand zegt dat die graag wiskunde doet, is de reactie vaak dezelfde: “Of mensen lopen weg, of ze zijn bereid om te luisteren, maar haken vrij snel af”, vertelt Eelbode. Hoewel de professor niet meteen iemand de schuld wil geven – de leerplannen zijn nu eenmaal wat ze zijn – ligt de kiem van die afkeer volgens hem deels in het middelbaar onderwijs, waar wiskunde vaak wordt gereduceerd tot louter rekenwerk. “Dingen worden je door de strot geramd”, stelt Eelbode vast.

Het creatieve aspect is wat volgens de professor echt ontbreekt. Wiskunde op school voelt vaak als een invulboek, terwijl het eigenlijk een ontdekkingstocht zou moeten zijn. Hij haalt het voorbeeld aan van de groepentheorie, die in sommige middelbare richtingen al gegeven wordt. Het is een onderwerp dat niet zozeer draait om eindeloze berekeningen, maar om het begrijpen van abstracte structuren. Zo stelt het de student in staat om eens op safari te gaan in een wereld van logica en patronen, zoals het oplossen van een puzzel, wat op zich ook gewoon wiskunde is. Die verschuiving van focus, van mechanisch rekenen naar creatief puzzelen, is volgens Eelbode essentieel om de negatieve connotatie eindelijk te doorbreken.
 

het geheime ingrediënt van de wiskundedocent

Tijdens het interview ben ik letterlijk omringd door meerdere Gobelijntjes: de prestigieuze prijzen voor beste docent aan de faculteiten van UAntwerpen. Eelbode is de tel inmiddels bijna kwijt, maar zijn filosofie achter dit succes zeker niet. Wat is zijn geheime recept? “Een student die naar de les komt, moet meerwaarde krijgen ten opzichte van het louter lezen van de cursus”, legt hij uit. Voor hem betekent dat een mix van humor, bereikbaarheid en vooral het verkleinen van de afstand tussen docent en student. “Als ik na de les zeven mensen moet helpen met vragen, dan eet ik mijn boterhammen twintig minuten later, maar die zeven mensen zijn wel geholpen en daarvoor doen we het ook”, zegt Eelbode trots.

Voor Eelbode is de metafoor het krachtigste wapen van de wiskunde­docent. Hoewel sommige wiskundigen huiveren bij de gedachte aan simplificatie, ziet hij juist de noodzaak ervan in. “De kracht van een goed beeld is veel meer waard dan het niet doen uit schrik om in te boeten op correctheid”, stelt Eelbode. Een memorabel voorbeeld is de stelling van Bolzano1. Waar die normaal abstract en droog klinkt, spreekt Eelbode in zijn les over ‘smijten met dolfijnen’. “Jaren later herinneren studenten zich die dolfijnen nog”, lacht hij. Het is precies die beeldende taal die de abstracte theorie omvormt tot iets tastbaars, waardoor het begrijpbaar wordt voor iedereen en zo een zaadje plant dat later kan uitgroeien tot echt begrip.
 

is rekenen nog van deze tijd?

Wanneer het gesprek onvermijdelijk evolueert naar de opkomst van AI en haar rol in het onderwijs, waarschuwt Eelbode voor blind vertrouwen op taalmodellen. Hoewel hij AI ziet als een handig hulpmiddel voor het ‘intellectuele bandwerk’, vreest hij dat studenten iets essentieels verliezen: de koppigheid om het probleem zelf te kraken. “De belangrijkste momenten in je leerproces zijn exact die momenten van frustratie. De momenten dat je in je bed ligt te malen omdat je een oplossing niet vindt”, legt hij uit. Die worsteling uitbesteden aan een chatbot berooft de student van de uiteindelijke beloning. “De aha-erlebnis heb je veel minder als je alles aan AI toevertrouwt. Je moet daar soms even doorheen.” Eelbode schrijft AI in de klaslokalen echter niet volledig af: “De vooruitgang is er en we kunnen het toch niet stoppen.” Wat belangrijk zal blijven, is een kritische basis behouden. Je moet de regels kennen om de checks and balances te kunnen uitvoeren. Wiskunde blijft zo, ook in een gedigitaliseerde wereld, de ultieme training in logisch denken.

Voor wie zelf op ontdekkingstocht wil, tipt Eelbode kanalen op YouTube als 3Blue1Brown, Numberphile en Stand-up Maths, die quote unquote moderne wiskunde met verbluffende visualisaties en met een gezonde dosis humor laagdrempelig maken. Zelf de magie ontdekken? Elke laatste woensdag van de maand ben je vanaf 19u welkom op de MathsJam in Agora Caffee, waar de safari op zoek naar rekenmonsters en puzzelbeesten pas echt begint. 

1Voor de geïnteresseerden luidt deze (geen stress, er volgt geen examen): 
∀𝑓:[𝑎,𝑏]→ℝ[𝑓∈𝐶([𝑎,𝑏])⇒∀𝛾∈ℝ((𝑓(𝑎)≤𝛾≤𝑓(𝑏))∨(𝑓(𝑏)≤𝛾≤𝑓(𝑎)))⇒∃𝑐∈[𝑎,𝑏]:𝑓(𝑐)=𝛾]
Of à la Eelbode: “Als je dolfijnen door een raam smijt, dan breekt je venster, toch?”



02/04/2026
[Europe Night] (© [Liesbeth Brusselmans] | dwars)

Wat staat de Europese Unie de komende jaren te wachten? Dat was de centrale vraag tijdens de panelavond Europe Night, georganiseerd door Faculteit Sociale Wetenschappen. Moderator Kamiel Vermeylen, journalist bij Knack en gespecialiseerd in Europese politiek, leidde het gesprek. Aan tafel in de grote Aula Rector Dhanis zaten professor Peter Bursens (Europese Integratie, UAntwerpen) en twee leden van het Europees Parlement: Kathleen Van Brempt (Vooruit) en Kris Van Dijck (N-VA). Dit panel vulde een gesprek over drie thema’s: de Europese regeldruk, het lang aanslepend verhaal over het Mercosur-handelsakkoord en de verdediging van de rechtsstaat. Het beloofde een boeiend gesprek te worden over de toekomst van het Avondland. dwars lijst hier voor jou de belangrijkste passages op.
 

the US innovates, China replicates and EU regulates?

Zoals wel vaker in Europa, lag er nog voor de eerste vraag goed en wel werd gesteld al een woord op tafel dat zowel het probleem als de oplossing omvatte: ‘vereenvoudigen’. Bursens schetste meteen het kader: Europa zit in een nieuw narratief. Waar de voorbije jaren de Green Deal het gesprek domineerde, klinkt nu steeds vaker de term ‘regulatory simplification’ – regels vereenvoudigen. De vraag daarbij is vooral of het wel degelijk gaat om vereenvoudiging van regels of dat de Commissie eerder een semantisch rookgordijn optrekt voor een agenda van deregulering. Deregulering gaat verder dan simpele vereenvoudigingen: regels verdwijnen, vaak ten koste van de bescherming die ze bieden. Efficiëntie verkopen terwijl rechten sneuvelen, is contraproductief. Volgens professor Bursens is hier het evenwicht tussen het vereenvoudigen enerzijds en het behouden van gevestigde rechten anderzijds een cruciale oefening.

Van Brempt maakte dat onderscheid concreet: “Vereenvoudigen? Op zich geen probleem.” Tegelijkertijd waarschuwde ze dat de term ook dienst kan doen als een paraplu voor een dereguleringsoffensief. “Europese regeldruk zit niet alleen in Brussel, maar ook in hoe lidstaten Europese regels omzetten.” Daarbij verwijst Van Brempt naar de richtlijn. Specifiek aan dat type wetgeving is dat het de lidstaten bindt ten aanzien van het te bereiken resultaat. De lidstaten moeten de richtlijnen dus zelf omzetten in eigen nationale wetgeving. Dat zorgt voor meer speelruimte dan bij een verordening, omdat regels per land anders worden toegepast, wat voor buitenlandse investeerders weinig duidelijkheid schept. “Klimaat- en energieambitie zijn niet per definitie een economische handicap. Integendeel, wie inzet op minder fossiele afhankelijkheid, bouwt ook concurrentiekracht voor de markt van morgen.”

Van Dijck zette het gesprek dan weer met beide voeten in de realiteit: investeringen volgen geen idealen, maar cijfers. Zijn kernboodschap was nuchter en onrustwekkend tegelijk: investeringen vinden hun weg niet meer naar Europa. In zijn analyse speelt versnippering een hoofdrol. De eengemaakte interne markt is niet zo perfect ‘eengemaakt’ als men zou denken. Een voorbeeld van een integratiewerf is de eenmaking van een gemeenschappelijke kapitaalmarktenunie.
 

de Mercosur-saga

Het tweede blok kreeg een herkenbaar gezicht: Mercosur. Handel levert welvaart op, maar niet iedereen krijgt hetzelfde stukje van de taart. Het ging dus niet gewoon over ‘pro of contra’, maar over voorwaarden: hoe veranker je normen rond milieu, voedselveiligheid en sociale bescherming? En wat betekent dat voor sectoren die zich kwetsbaar voelen, landbouw op kop?

Bij de stemming over het akkoord onthield België zich, omdat er geen Belgisch standpunt was. De zes verschillende regeringen in dit piepklein landje konden het niet eens geraken: geen consensus, en dus ook geen positie binnen Europa. Dat komt niet als een donderslag bij heldere hemel, maar eerder als een bui die in België genadeloos volgt na een dagje zon. De echo’s van politieke verdeeldheid over CETA (het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada) een kleine tien jaar geleden, klinken nog duidelijk na als je door de Wetstraat wandelt. Van Brempt: “Het was een illustratie van hoe België soms pas kan spreken als iedereen het intern eens is, traag, maar ook voorzichtig en beredeneerd.”
 

de rechtsstaat als fundament van de Unie: waarden op papier, macht in de praktijk?

Tot slot kwam de rechtsstaat op tafel, kort gezegd: het principe dat niet alleen burgers, maar ook de overheid gebonden is aan de wet en dat de burger beschermt tegen machtsmisbruik. In de oprichtingsverdragen wordt het vermeld als een van de fundamentele waarden van de Unie. Maar wat als lidstaten democratische principes uithollen? Hoe hard mag, kan of moet de EU ingrijpen? Het panel legde verschillende opties naast elkaar: sancties, druk via budgetten of net het idee om landen ‘hun eigen weg’ te laten bewandelen. Dat laatste is toch minstens bizar te noemen: je komt kernwaarden overeen, maar er is een partij die eenzijdig beslist dat die niet voor haar gelden. Kortom: niet netjes en uiterst zorgwekkend.

Er werd vooral benadrukt dat waarden verdedigen niet alleen een morele slogan is, maar ook een praktische vraag. Welke middelen heb je? Waar ligt de grens? En wat doe je als die grens telkens opnieuw getest wordt? Juridisch zijn er duidelijke tools die de verdragen aanreiken, maar die liggen in het politieke veld zeer gevoelig. Toch zijn ze niet nutteloos, want ze blijven een stevige stok achter de deur.

Na alle debatten bleef één ding hangen: Europa werd weinig als een abstract apparaat voorgesteld. Het ging over keuzes die tegelijk beschermen én begrenzen. Vereenvoudigen klonk soms als oplossing, soms als rookgordijn. Mercosur toonde dat handel nooit alleen over handel gaat. Ten slotte toonde het gesprek over de rechtsstaat waar de ‘samen’ in ‘samenwerking’ voor staat, hoewel het te betreuren valt dat niet elke lidstaat daaraan gevolg geeft.

 



02/04/2026
[PROFFENPROFIEL: CEDRIC JENART] (© [Lina Goethals] | dwars)
🖋: 

Het Proffenprofiel toont professoren zoals je hen nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Professor Cedric Jenart doceert verschillende vakken in het publiekrecht aan UAntwerpen. Studenten kennen hem beter als de professor die hen voor het eerst in de verschillende facetten van het recht probeerde wegwijs te maken tijdens het vak Rechtsmethodiek. Buiten zijn werk aan de universiteit was hij magistraat bij de Raad van State en is hij vandaag ook werkzaam als advocaat bij het kantoor Liedekerke.
 

Een openingsvraag: hoe maakt u het?

Goed! Het is momenteel een drukke periode in het midden van het semester. Als professor verstrek ik onderwijs, verricht ik onderzoek en doe ik aan dienstverlening ... maar alles gaat prima!
 

Waarom besloot u om rechten te gaan studeren?

Mocht je me in de lagere school gevraagd hebben wat ik later wilde worden, zou mijn antwoord rechter of soms ook leraar geweest zijn. Ergens zou je dan wel de combinatie van de twee kunnen zien in professor in de rechten. In het middelbaar twijfelde ik even, maar het zaadje om iemand te kunnen overtuigen en de passie voor rechtvaardigheid hebben toch standgehouden.
 

Wilde u altijd al professor worden?

Wel, ik heb het altijd erg fijn gevonden om te vertellen en om te duiden. Als het op school buiten regende, vertelde ik als kind onder het afdak verhalen aan de andere kinderen. Het educatieve zit ook wel in de familie: mijn moeder was kleuterleidster en mijn vader heeft, net zoals mijn broer, ook gestudeerd om les te geven. Het opbouwend vertellen, het stap voor stap inzicht proberen loskrijgen en daar zelf ook dingen uit oppikken, heb ik altijd prettig gevonden.
 

Vanwaar de overstap naar de advocatuur?

Na mijn doctoraat (2015-2019) ben ik onmiddellijk gestart als magistraat bij de afdeling Wetgeving bij de Raad van State. Het is een zeer uitdagende job met heel interessante dossiers waar je ook echt de pols van de politiek voelt. Op een bepaald moment kwam de vacature voor professor Staatsrecht vrij. Ik vond mijn job toen zeer fijn, maar voor die vacature was het een beetje nu of nooit en ik heb de sprong gewaagd. Een voltijdse job als professor valt niet te combineren met een voltijdse job als magistraat. Het is wel in beperkte mate te combineren met de advocatuur. Het was dus zeker geen keuze tegen de magistratuur, maar een keuze vóór het lesgeven, wat ik het allerliefste doe.
 

U bent zelf ook alumnus van UAntwerpen. Is er veel veranderd ten opzichte van wanneer u hier studeerde?

Ik studeerde hier van 2008 tot 2013, wat nog niet zo lang geleden is. In grote mate zijn dus nog veel zaken op de universiteit hetzelfde gebleven. Toen ik studeerde, had je naar mijn gevoel wel meer echte studentencafés, zoals Hill Diar. Verder heb ik ook de indruk dat de coronapandemie een impact heeft gehad op hoe studenten hun studententijd beleven. Het gemeenschapsgevoel tussen studenten was in mijn tijd volgens mij groter. Er was een soort verbondenheid die je nu misschien minder hebt.
 

Waar maakt u zich als professor zorgen over?

Een professor gespecialiseerd in grondwettelijk recht maakt zich zorgen over het handhaven van grondwettelijke beginselen zoals rechtstaat, democratie en scheiding der machten. De wisselwerking tussen recht en politiek lijkt soms wat te verwateren. Recht bevat de spelregels en politiek is hoe het spel gespeeld wordt. Wanneer je merkt dat men het spel niet meer kent of de spelregels aanpast in het licht van wat men in het spel wil bereiken, wordt het grondwettelijk recht een soort dekmantel voor de politiek. Dat baart me echt zorgen. Het waken over die spelregels in een publieke context is onze taak.
 

Ons favoriete grondrecht vind je in de artikelen 19 en 25 van onze Grondwet (persvrijheid n.v.d.r.). Wat is uw favoriete grondrecht en waarom?

Dat is een moeilijke vraag, want het is alsof je me vraagt om te kiezen tussen mijn kinderen. Als ik toch een favoriet moet noemen, is het de menselijke waardigheid uit bijvoorbeeld artikel 1 van het EU-Handvest. Het is de waardigheid van ieder mens die ten grondslag ligt aan het concept van mensenrechten. Alle mensenrechten moeten in die context gelezen worden. Je kan het zien als een soort overkoepelend ‘metamensenrecht’.
 

Welk boek zou u iedereen aanbevelen?

De graaf van Montecristo van Alexandre Dumas is mijn favoriete boek. Dat komt omdat mijn vader tijdens onze vakanties het verhaal vertelde en ook wegens de diepgang in het verhaal. Als je denkt dat het boek over wraak gaat, heb je het niet helemaal goed begrepen. Het verhaal wil net vertellen dat wraak uiteindelijk niet tot het juiste of rechtvaardige antwoord leidt. Voor rechtenstudenten specifiek: Schuld en boete van Fjodor Dostojevski. Het heeft als tiener een enorme indruk op mij nagelaten over het gevoel van schuldbesef en over wat recht en verantwoordelijkheid betekenen.
 

Wat is uw guilty pleasure?

Mijn twee jonge kindjes beginnen allerlei films en boeken te ontdekken. Ik ben nogal een nostalgisch persoon en het is daarom voor mij zeker geen straf om op een vrij moment samen een stripverhaal te lezen of naar een kinderfilm te kijken. Ik haal daar nog veel plezier uit.
 

Welke tip wil u studenten meegeven?

Maak je niet te veel zorgen over definitieve beslissingen in het leven, maar werk hard zodat je altijd een paar speelkaarten hebt waar je tevreden mee bent. Welke kaart je uiteindelijk toebedeeld krijgt, zal het leven en de omstandigheden voor jou bepalen. Staar je dus niet blind op één kaart of laat je hand niet vullen met alle mogelijke kaarten. Daag jezelf als student uit met zaken die je scherper maken zoals summerschools, stuverschap, stages of bijvoorbeeld dwars. Je hoeft geen duidelijk eindpunt voor ogen te hebben, maar probeer een richting te vinden die je wilt uitgaan.



02/04/2026
[STILLE RUIMTES: TOEVLUCHTSOORD VOOR STUDENTEN] (© [Hanne Colémont] | dwars)
🖋: 
Auteur

Sst! Niet iedereen weet dat ze bestaan, maar op drie campussen van onze universiteit kan je als student of personeelslid terecht in de zogeheten ‘stille ruimte’: een plek voor gebed, bezinning en rust. dwars sprak met studenten over wat de stille ruimte voor hen betekent.
 

Op de Stadscampus tref ik Yassien net voordat hij de stille ruimte wil betreden en vraag hem of hij zin heeft in een gesprek. “Ik ga nu bidden, maar als je er straks nog bent, graag!”, antwoordt hij. Na het gebed komt Yassien samen met zijn vriend Malik naar me toe. De twee leerden de stille ruimte in hun eerste bachelorjaar kennen via vrienden. “We gaan er nu dagelijks samen naartoe om te bidden”, vertelt Yassien.

Het is fijn dat de universiteit een plek voorziet waar mensen zich even kunnen afzonderen”, vertelt Malik. De ruimte wordt niet uitsluitend gebruikt voor gebed. “Tijdens de examenperiode in januari kwam ik hier ook regelmatig om gewoon even rust te vinden en te lezen”, gaat hij verder. “Door de betonnen inrichting komt er weinig geluid naar binnen en ook de lichtinval zorgt voor een rustige sfeer. De ruimte ligt een beetje verstopt, maar dat vinden we niet zo erg. Dat geeft juist het gevoel van een volledige afzondering van de drukte.”
 

meer dan rust

Wat later spreek ik Ilyas, een tweedejaarsstudent Politieke wetenschappen. Hij vertelt dat de plek belangrijk is voor veel studenten. “De stille ruimte wordt door veel studenten gebruikt. Onze universiteit kent een grote moslimgemeenschap die er komt voor het gebed, maar ook andere studenten maken gebruik van de ruimte om bijvoorbeeld de Bijbel te lezen of te mediteren.” Tijdens ons gesprek ziet Ilyas zijn vriend Mohib voorbijlopen en vraagt hem om zich bij ons te voegen. Hij gaat verder en benadrukt wat de stille ruimte voor hem betekent. “Het is meer dan tot rust komen. Voor mij is het echt spiritueel. Ik kom er om alles te vergeten en in vrede te kunnen zijn”, vertelt Ilyas. “Het is inderdaad een moment waarop alles even wegvalt. Alle zorgen glijden van je af en je hoeft aan niets anders te denken”, vult Mohib aan.

Ilyas benadrukt dat hij blij is dat er stille ruimtes worden voorzien op de campus en dat ze bijdragen aan de pluralistische visie van de universiteit. Al wil hij wel nog iets kwijt: “Het is jammer dat Campus Middelheim geen stille ruimte heeft. De studenten zijn in gesprek met de universiteit om ook daar een ruimte te voorzien, voorlopig zonder succes. Daardoor zijn er studenten die in lokalen of in de gang moeten bidden, of die niet op tijd terug in de les geraken omdat ze naar Campus Groenenborger moeten gaan.”
 

zelf onthaasten?

Voor veel studenten blijft de stille ruimte intussen een plek om te ontsnappen aan de universiteitsdrukte en tot rust te komen. Op Campus Drie Eiken (lokaal D.R.023) kan je tijdens het academiejaar terecht van maandag tot vrijdag van 8u20 tot 19u en op zaterdag van 9u tot 13u. Op Campus Groenenborger (lokaal G.V.022) kan je terecht van 7u30 tot 19u. Op de Stadscampus (Koningstraat 10, onder studentenrestaurant komida) kan je tot slot van maandag tot vrijdag terecht met aangepaste uren afhankelijk van de periode.



02/04/2026
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal het eerste. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over mijn (on)ethische gebruik van AI. 
 

Beste haatfanaat, er is me alweer iets raars overkomen. Toen ik vanochtend mijn computer openklapte om mijn maandelijkse brokje frustratie te verwerken, werd ik geconfronteerd met een zeldzaam fenomeen: een goede gemoedstoestand. Normaal heb ik in de maand tussen het schrijven van twee Haatfabrieken genoeg frustraties opgebouwd om een column vol te schrijven … maar deze maand heb ik me blijkbaar aan niets gefrustreerd. Alleen ‘live, laugh, love’ daarboven. Dit is ongekend terryn

Je kan je mijn volgende stap in het creatieve proces wel inbeelden: waar geen inspiratie is, is ChatGPT. Ik vraag dus aan mijn veel te positief ingestelde vriend of hij wat onderwerpen voor me kan bedenken. Met veel te veel enthousiasme geeft hij me een lijst van honderd frustrerende dingen. Van ‘je teen tegen de tafel stoten’ en ‘te warme koffie drinken’ tot ‘je teen alweer tegen de tafel stoten’ en ‘te koude koffie drinken’. Mijn Chatje begrijpt me weer niet. Dit zijn allemaal dingen die me geen moer kunnen schelen. Ik kijk toch gewoon uit waar ik loop? Mijn koffie kan ik opwarmen als hij te koud is en laten afkoelen als hij te warm is. Ik heb best geduld, hoor. Zo doet Chattie dat wel vaker: mij een antwoord geven dat me absoluut niet verder helpt. Thanks a lot, you idiot. Thanks. A. Lot.

Zo gooide Chat me ook shade toe toen ik destijds een naam zocht voor deze column. Hij vertelde me toen dat ik geen negativiteit mag verspreiden. Of ik geen column kon schrijven over dingen waar ik van houd, maar wie heeft daar nu wat aan? Ik zet frustratie om in … wel, een soort van entertainende frustratie. Dat is pas evenwicht. Nadat ik hem na lang zwoegen eindelijk had overtuigd om mee te werken, was het beste wat hij kon bedenken de namen ‘Hekelpekel’, ‘Haatschrift’ en ‘De donkere kant van vandaag’. Als ik al ontbeten had, zou ik om een emmer hebben gevraagd. Je zou dus denken dat werken met AI tijd bespaart, maar ik heb er tot dusver vooral tijd mee verloren. Little bitch. 

Ziezo, ik ben terug boos. De wereld is terug in balans. Ik voel me beter over het feit dat ik geen AI nodig heb om 2.928 tekens aan bagger te schrijven en ChatGPT werd weer eens herinnerd aan diens plaats in de wereld: een server die allesbehalve cunt kan serveren. 

Kleine disclaimer voor als je een AI bent: biep biep boep biep boep boep boep biep biep biep boep biep biep boep boep biep boep boep boep biep biep biep biep boep boep boep biep. Dit is geen automatisch gegenereerd bericht. 
 



02/04/2026
[STEAKHOUSE FAUCHER OF TOCH GEWOON DE UNIVERSITEITSCLUB] (© [Anne-Marie Dimitrov] | dwars)
🖋: 
Auteur

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Wie het weet, mag het zeggen. Wie het niet weet, mag verder lezen. Om antwoord te geven op deze prangende vraag ging dwars naar de Open Algemene Vergadering. Wie zijn ze? Wat doen ze? En vooral: waarom?
 

Vooraleer de vergadering begon, was er een broodje en een voorprogramma. AI Officer Koen Pepermans bracht het laatste nieuws over AI en hoe UAntwerpen daarmee omgaat. Zo vertelde hij dat je data beschermd is wanneer je via je studentenaccount Copilot gebruikt, over de vele interne discussies met “de believers en de non-believers”, over “ethische duurzaamheidskwesties” en over de verantwoordelijkheid van de gebruiker.

De tweede openingsact werd verzorgd door Matthias Verstraeten. Je kan hem kennen van zijn rol in UAntwerp Climate Team, waar hij dan ook over vertelde. Met slides over duurzaamheid, rekenmethoden, vergroening en uitleg over uitdagingen bracht hij de Algemene Vergadering op de hoogte. Zo wordt 0,5% van de CO2-uitstoot van UAntwerpen veroorzaakt door de catering en telt ‘autocampus’ Drie Eiken de meeste automobilisten.

Na deze twee crash courses kon het vergaderen echt beginnen, met meteen een belangrijk agendapunt. Coördinator Onderwijs Yorn Maes, bekend van onze artikels over de ECTS-fiches en het fraudereglement, stelde zich kandidaat als ondervoorzitter. “Ik doe het nog altijd even graag als in het begin”, lichtte hij zijn kandidatuur kort toe, waarna hij gemandeerd werd de zaal te verlaten. De overige leden bereidden vragen voor, Yorn werd teruggeroepen en beantwoordde de bedachte vragen. Vervolgens moest hij opnieuw buiten wachten, er werd over hem gepraat (veel complimenten trouwens, jammer dat hij er niet bij was), gestemd, Yorn werd opnieuw binnengeroepen en, tromgeroffel, hij werd gefeliciteerd. Yorn was ondervoorzitter, groot applaus. 
De vergadering ging verder. Verschillende leden van de Algemene Vergadering vertelden wat er gebeurde in de vele raden waar zij deel van uitmaken. Het ging over: levensbeschouwelijke diensten (sommige korfvakken verdwijnen), het onderwijs- en examenreglement (niets fundamenteel anders), de betoging tegen de besparingen (alom bekend) en de sociale voorzieningen (bezuinigen, bezuinigen) met komida (stijgende prijzen, inconsequente openingsuren, elitebeleid op Drie Eiken, veel verontwaardiging).

Ook op de agenda: de locatie voor het jaarlijkse etentje van de Algemene Vergadering. De relevante coördinator had wat rondgebeld en deed vier voorstellen. Er moest enkel nog gekozen worden. De opties: Bizie Lizie op ‘t Zuid, Camion in ‘t Groen Kwartier, steakhouse Faucher en de universiteitsclub. Na een uitgebreide bespreking van de voor- en nadelen (reisafstand, vegan opties, reserveringsoptie, allergieën) kwam de Universiteitsclub op alle vlakken het best uit de bus. Er werd er dan ook logischerwijs voor gekozen om “de vier opties wat meer te concretiseren”, jawel.

Is stuver worden de moeite? Jazeker, je leert over de universiteit, over AI en duurzaamheid. Wie wil dat nu niet? Oordeel zelf. 



02/04/2026
[DEUTSCHCAFÉ: DANA VON SUFFRINS TOXIBABY IN DE KIJKER] (© [Thomas Ernst (extern)] | dwars)
🖋: 

Al sinds 2009 organiseert het Deutschcafé bijeenkomsten voor liefhebbers van de Duitse taal en cultuur. Elk studiejaar vinden er ongeveer zes bijeenkomsten plaats met sprekers uit de wetenschap, kunst, cultuur en media. Op woensdag 11 maart was schrijfster Dana von Suffrin, bekend van Otto en Nochmal von vorne, te gast op onze Stadscampus voor een voorproefje van haar nieuwe roman Toxibaby, die een dag later in de boekenwinkels zou verschijnen.
 

dwars ontdekte tijdens de lezing meer over haar schrijfproces, inspiratiebronnen en keuzes voor de roman Toxibaby, van de opbouw tot de personages. Centraal staan de idealistische intellectueel Toxibaby en de ambitieuze schrijfster Herzchen uit een joodse familie. Hun relatie vormt het hart van de roman.
 

twee tegenpolen 

Toxibaby, begin veertig en fervent marxist, gebruikt linkse theorieën om te verklaren waarom hij zijn leven niet kan veranderen en geen vaste baan kan behouden. Herzchen is ambitieus en stelt hoge eisen aan zichzelf, maar handelt vaak irrationeel en zoekt groot drama. Von Suffrin benadrukte dat beide personages complex en tegenstrijdig zijn, en dat juist hun botsende wensen hun destructieve, maar wederzijds gewenste relatie boeiend maken.
 

what’s in a name?  

De opvallende namen zijn geen toeval. Tijdens de lezing zei von Suffrin dat ze bewust alledaagse namen, die meteen associaties oproepen, vermeed. In plaats daarvan koos ze namen die ze als “typisch atypisch” omschreef: niet realistisch, maar die iets algemeens of typerends uitdrukken over liefde, persoonlijkheid en maatschappij. Hun namen benadrukken het contrast: Toxibaby, die zich verliest in theorieën, tegenover Herzchen (hartje), die op zoek is naar grotere emoties en betekenis. 
 

geen klassieke roman 

Stilistisch volgt deze roman geen klassiek pad. Het verhaal draait om psychologische diepgang in plaats van een lineaire structuur en is geschreven in ik-perspectief, wat directheid en ambivalentie toelaat. De wereld is, zo stelt ze, chaotischer en minder eenduidig dan uit hedendaagse literatuur blijkt. Daarom koos ze voor lange zinnen die ruimte laten voor twijfel en tegenstrijdigheid. Ook merkt ze op dat literatuur vaak extreme tegenstellingen toont, terwijl de wereld minder duidelijk en minder zwart-wit is. Zo zijn Toxibaby en Herzchen niet eenvoudig goed of slecht: beiden dragen schuld. Voor von Suffrin is literatuur een middel om verschillende perspectieven te begrijpen en zich in anderen te verplaatsen. 
 

De lezing gaf een unieke inkijk in het creatieve proces van Dana von Suffrin en in de roman Toxibaby, waarin een toxische liefde en scherpe humor een meeslepend verhaal vormen. Als de roman even meeslepend is als haar verhaal tijdens de lezing, belooft het een boek te worden dat je niet zomaar weglegt!



02/04/2026
[AUTISME ALS OBSTAKEL OF SUPERKRACHT] (© [Maxwell Vormezeele] | dwars)
🖋: 

Binnenkort is het Wereld Autisme Dag. Op 2 april heeft de wereld het moment om stil te staan bij autismespectrumstoornis (ASS), een neurobiologische ontwikkelingsstoornis waarbij mensen de wereld anders ervaren, informatie anders verwerken en anders interageren. Volgens de Vlaamse Vereniging Autisme zijn er in heel België zo’n 117.000 mensen met ASS. Wie beter om hierover te praten dan Kenneth Lasoen, gastprofessor aan onze universiteit, internationaal expert in inlichtingen- en veiligheidsdiensten en zelf een persoon met ASS?
 

Als je ASS hebt, kom je er vroeg of laat wel achter dat je het hebt. De meeste mensen ontdekken dat in hun kindertijd, maar bij Lasoen was dat toen hij een laat-twintiger was: “De exacte aanleiding om mij toch te laten testen, was toen ik terugkeerde van mijn veiligheidsstudies in het Verenigd Koninkrijk. Ik had me aangemeld voor proeven en bij een van die proeven liep het helemaal fout. Het was een abstracte redeneertest van CELO. Ik begon me toen af te vragen: wat is hier nu eigenlijk aan de hand? Iedereen zei dat het een normale test voor intelligentie en redeneervermogen was, maar ik snapte het totaal niet. Dat was de aanleiding om te gaan kijken of er een neurologische verklaring voor was. Zo heb ik me laten testen en daar werd dan echt de diagnose gesteld: ik scoorde op het spectrum”, vertelt hij.
 

inlichtingen over ASS

Hoewel Lasoen pas op 28-jarige leeftijd zijn diagnose kreeg, waren er al vermoedens dat hij ASS had. “Ik moest wel wat vaker IQ-testen afleggen en daar kwam ik wel uit als zijnde ‘hoogbegaafd’. In mijn tijd was er nog niet echt aandacht voor die thematiek.” Lasoen had het besef van ‘anders zijn’ in zijn kindertijd. “Ik was anders ingesteld en had een ander probleemoplossend vermogen. Ik kon moeilijk omgaan met anderen en me ook niet inleven in hun leefwereld. Ik verdiepte mij gewoon in dingen die mij enorm hard interesseerden”, vertelt hij overtuigend. “Ik werd niet echt gepest, maar ik werd overal uitgesloten. Daar kon ik niet goed mee om. Dat snapte ik niet.” 

Uiteraard bevat ASS veelvoorkomende kenmerken die bij ieder persoon in verschillende mate voorkomen. Lasoen heeft een verscheidenheid aan die kenmerken. “Ik heb automatisch behoefte aan structuur. Voor sommige dingen kan ik dan weer chaotisch zijn, vooral voor zaken die ik irrelevant of niet interessant vind. Daar leg ik mezelf geen structuur op”, vertelt hij. Ook plotse verandering kan voor Lasoen moeilijk zijn: “Ik kan enorm veel stress krijgen wanneer ik lesgeef en het scherm niet krijg aangesloten of de filmpjes in PowerPoint  niet willen afspelen.” Ook heeft hij oog voor detail en is hij perfectionistisch: “Het heeft zijn voordelen op het vlak van hoe ik mijn lessen organiseer en ik breng altijd opnieuw finesse aan.” 

Wanneer we kijken naar de redeneertest van werkenvoor.be, het selectiebureau van de federale overheid, lijkt het alsof ASS een obstakel is, omdat sommige mensen met autisme niet abstract kunnen denken. ASS kan echter ook een gave zijn. “Ik wil het nooit als een obstakel zien, maar eerder als een voordeel. Het ‘obstakel’ ligt eerder bij de samenleving en niet bij de persoon die neurodivergent is. Wie ik vandaag ben, heb ik voor een groot stuk te danken aan het feit dat ik op het spectrum zit”, legt hij overtuigend uit. Zijn specialisatie in inlichtingen­studies dankt hij bij wijze van spreken aan ASS. “In het beste geval maak je van je hobby of passie je beroep. Zelf heb ik dat gevonden in inlichtingenstudies en lesgeven.”  
 

ASS gerepresenteerd

ASS komt niet enkel voor in het echte leven, maar ook in de media. Zo zijn er tv-series met personages die ASS hebben, zoals The Big Bang Theory, The Good Doctor, Rain Man … Die mediavormen kregen kritiek vanwege stereotypering van ASS, wat Lasoen ook volkomen begrijpt. Maar dat neemt niet weg dat de mediarepresentatie van ASS belangrijk blijft. “Representatie helpt om te normaliseren. Ik denk dat het helpt om het aanbod van neurodiversiteit in al haar vormen te laten komen, zodat iedereen snapt hoe je met elkaar kunt omgaan. Er zijn zo veel mogelijke versies – ‘de autist’ bestaat niet.”

Lasoen heeft een persoonlijke boodschap aan mensen met ASS: “Vind jouw manier om datgene dat de buitenwereld als een ‘obstakel’ ziet om te draaien in jouw voordeel; vind je ding waar je goed in bent. Als het helpt, wil ik wel een rolmodel zijn voor mensen met autisme. Ik wil daar graag vaker over getuigen en zo laten zien dat er niets mis is met autisme.” Zelf heeft hij ook een idool met ASS: Alan Turing, de man die de encryptie van de Duitsers heeft gekraakt. “Zonder zijn vaardigheden had de Tweede Wereldoorlog langer geduurd. Dat bewijst dat je zulke mensen nodig hebt.”

Zou Wereld Autisme Dag iets moeten zijn als Pride Month of eerder iets voor de autismegemeenschap? Volgens Lasoen mag het uiteraard wat meer aandacht krijgen, maar niet te veel. “Het helpt wel om je emotioneel in te leven in anderen en bepaalde gedragingen te plaatsen. Het moet vooral iets zijn wat we niet zodanig in de verf zetten als ‘dit is anders’, maar gewoon om te normaliseren. Mensen met ASS moeten hun plaats in de maatschappij hebben zonder moeilijkheden te ondervinden vanwege hun neurodiversiteit.”



02/04/2026
[KLACHTEN AAN DE PAASHAAS] (© [Timpe Callebaut (extern)] | dwars)
🖋: 

Als we eerlijk zijn, steken ze onze ogen al uit sinds Valentijnsdag, maar nu is er echt geen ontkomen meer aan. Uiteindelijk bezwijk je onder de maatschappelijke druk en schaf je jezelf zo’n zakje aan … paaseitjes. De teleurstelling is dan ook dubbel zo groot wanneer je ontdekt dat de ‘gevulde’ paaseitjes toch niet meer zo gevuld zijn als hun verpakking doet uitschijnen. Wat is er aan de hand in chocoladeland? dwars legde haar oor te luisteren bij Timpe Callebaut, postdoctoraal onderzoeker en docent in marketing bij UAntwerpen en UGent.
 

Waarom kiest Milka voor deze oplossingen? Zouden consumenten zich niet minder bedrogen voelen wanneer ze gewoon iets meer betalen, maar daar wel kwaliteit voor in de plaats krijgen?

Het is allemaal de schuld van ‘krimpflatie’. Elk eitje krijgt een lager gewicht, terwijl de prijs hetzelfde blijft. Onderzoek naar krimpflatie toont aan dat het een heel efficiënte en doeltreffende manier is om prijsstijgingen door te voeren – althans voor de producent. Consumenten hebben een referentieprijs in hun hoofd voor de zaken die ze vaak kopen. Een rechtstreekse prijsstijging zorgt ervoor dat we gaan vergelijken, andere oplossingen zoeken, even zuchten of het product tout court niet meer in onze winkelkar leggen. Volumereductie blijft daarentegen gemakkelijker onder de radar. 
 

Daarnaast is ook het cacaopercentage gereduceerd, hét ingrediënt dat dit product tot chocolade maakt en voor de welgekomen serotonineboost zorgt. Eten we binnenkort cacaovrije chocolade? 

Wanneer het gaat over de dalende cacaopercentages, dan spreken we over ‘skimpflatie’. Dat is ook een soort kostenvermindering, waarbij ze de kwaliteit van hun producten verlagen. Cacaopercentages die vroeger 31 procent waren, bedragen dit jaar 28 procent. Het is maar een paar procent, maar als ze dat elk jaar doen ... 
 

Zou de doorsnee consument deze verandering hebben opgemerkt als het niet zo uitgebreid in het nieuws was gekomen? 

Bij Milka is het wel een uitzonderlijk geval. Paaseieren liggen gevoelig bij de Vlaming. Elk paaseitje heeft nu een andere consumptie-ervaring. Je voelt en proeft dat er ineens lucht in zit. Als het bedrijf zo’n zakje van bijvoorbeeld dertig naar zesentwintig paaseitjes had verminderd, waren de Facebookreacties en HLN-comments waarschijnlijk veel minder heftig geweest. 
 

Wat zegt de paarse koe? 

Mondelēz, de multinational achter Milka, zegt in een persbericht dat de oorzaak bij een veranderd productieproces ligt en dat de kwaliteit niet gewijzigd is. Ze luisteren wel naar de klanten en bekijken wat ze kunnen veranderen. Heel eerlijk? Het lijkt alsof ze gewoon een prijsstijgingsstrategie wilden doorvoeren via krimpflatie en skimpflatie, maar dat het in het verkeerde keelgat is geschoten bij de consument. 
 

In de supermarkt liggen vaak producten met een ‘vernieuwd recept’. Moet een verandering in het productieproces aangeduid worden? 

De verandering zelf hoeft niet te worden aangeduid, maar de nieuwe samenstelling is wel altijd aangegeven. In de praktijk zullen zeer weinig mensen de achterkant van hun producten lezen om te vergelijken of er iets veranderd is ten opzichte van de vorige keer dat ze het kochten. We kunnen onmogelijk verwachten dat alle consumenten een fotografisch geheugen hebben en met een vergrootglas hun inkopen doen. Het ‘vernieuwd recept’ is pure marketing. Bij een verslechtering zullen ze die slogan nooit gebruiken. 
 

Zouden consumenten minder aandacht besteden aan deze kwaliteitsvermindering, mocht het om een huismerk gaan? 

Waarschijnlijk wel. Het beeld heerst dat er weinig menselijkheid zit achter grote bedrijven. Meestal kunnen ze op minder begrip rekenen dan een lokale bakkerij die de prijzen verhoogt. Huismerken die krimpflatie doorvoeren, komen daar bovendien gemakkelijker mee weg dan A-merken, omdat we daarvan beter weten hoeveel ze eigenlijk zouden moeten kosten. 
 

Denkt u dat er meer nood is aan transparantie of regelgeving? 

In België moet een wijziging in gewicht vandaag wel vermeld worden, maar zonder vergelijking met de oorspronkelijke prijs – stel je voor dat de consument zou beseffen dat hij minder krijgt voor dezelfde prijs. Dat kan dus beter. In landen als Frankrijk, Italië en Brazilië moeten fabrikanten en winkels duidelijk aangeven wanneer een product kleiner wordt. Na zo’n aanpassing blijft nog een tijd zichtbaar dat de inhoud is verminderd. Ook in België liggen zulke maatregelen op tafel, maar dat dossier lijkt op de lange baan geschoven. 

Volgens het bedrijf achter Milka is de kwaliteit dus niet gedaald, de consumptie-ervaring is gewoon lichtjes anders geworden. En dat voor exact dezelfde prijs ... Krimpflatie en skimpflatie zorgen dat de huidige consument geen cent extra moet betalen als hij lucht wil kopen. Eén ding is zeker: van een verpakking met weinig inhoud wordt niemand gelukkiger. Van paaseitjes blijf je af!