poëzie

29/04/2025
een bloemenveld met een figuur in het midden
🖋: 

Zonder zorgen groeien

Met de bloemen rondom mij

In een nieuwe ik bloeien

 

En niet te hoeven rennen

Met de liefde in mijn hart

Alles mogen neerpennen

Wat wordt het deze dag?

 

Mijn gedachten lopen los

Maar jouw glimlach brengt

Kalmte terug in mijn chaos



close-up

29/04/2025
een sfeerfoto van een concert van Oscar and the wolf
🖋: 

Op 15 maart zie ik electropopband Oscar and the Wolf voor de tweede keer live, dit keer in het Sportpaleis. Frontman Max Colombie brengt zijn nieuwe album Taste naar het podium; een plaat die emotioneel veel dieper gaat dan wat ik van hem gewend ben. De show voelt niet alleen als een concert, maar ook als een manier voor Colombie om zich open te stellen voor zijn publiek.

Bekend om zijn unieke mix van dromerige pop en elektronische muziek slaagt Colombie er ook keer op keer in om tijdens zijn liveshows zowel muzikale als visuele elementen samen te brengen in een bijzondere ervaring. Zijn muziek heeft altijd een melancholische ondertoon, maar zijn shows stralen juist veel energie en een nachtclubachtige sfeer uit. Colombie weet zijn persoonlijke stijl te combineren met een groots podium, wat hem tot een van de meest unieke en opvallende artiesten binnen de hedendaagse popscene maakt.

Het nieuwe studioalbum Taste, dat eind 2024 verschenen is, is inmiddels het vierde album in zijn discografie. In tegenstelling tot zijn vorige werk is deze plaat een stuk directer en zwaarder beladen. Colombie spreekt openlijk over zijn verslaving aan drugs en aan de liefde; niet aan een persoon, maar aan het gevoel van verliefd zijn. Zijn verlangen naar deze euforische momenten loopt als een rode draad door het album. De muziek klinkt op het eerste gehoor verleidelijk en dansbaar, maar de teksten onthullen een ander verhaal. Een verhaal over obsessie, leegte, verslaving en het verliezen van controle. Taste glanst aan de buitenkant, maar is rauw vanbinnen.

Dit contrast komt live nog sterker naar voren. De show in het Sportpaleis is zorgvuldig opgebouwd, met een explosie van licht, lasers, confetti en Colombies kenmerkende glinsterende outfits. Elk visueel element is tot in de puntjes uitgewerkt, maar nooit zonder diepgang. Colombie blikt in een videoboodschap halverwege de show terug op een donkere periode waarin hij na een avondje uit opnieuw zijn dealers opbelt, om maar niet alleen thuis te hoeven ontnuchteren. Deze momenten van stilte en kwetsbaarheid geven de show diepgang. Het is een emotionele en eerlijke getuigenis die de zaal volledig stil krijgt. Ondanks het formaat van het Sportpaleis voelt de show teder en intiem.

Met Taste zet Oscar and the Wolf een kroon op zijn muzikale oeuvre. De bijbehorende liveshow benadrukt de dualiteit van de muziek: de balans tussen sensuele beats en rauwe, persoonlijke verhalen. Met het album bewijst de band dat popmuziek niet alleen om plezier draait, maar ook om het confronteren van de donkere kanten van het leven. Dat doet Max Colombie op een manier die we niet snel zullen vergeten.



uantwerpen

29/04/2025
een figuur kijkt met zijn ene hoofd naar een computer terwijl zijn ander hoofd naar een leeg doek staart
🖋: 

Als student aan UAntwerpen ben je waarschijnlijk wel op de hoogte van bepaalde cultuurinitiatieven, zoals de cultuurclubs of Calamartes, of wandel je weleens langs de kunst op de campus. Maar welke initiatieven zitten hier eigenlijk achter? dwars sprak met Ernest Van Buynder, voorzitter van de Commissie Cultuur en Ines Van Meerbeeck, commissielid en diensthoofd van Rubi, over alle zaken cultuur.

Van Buynder legt alvast uit wat de Commissie Cultuur precies doet voor cultuurinitiatieven in het Antwerpse studentenleven: “Wij beschikken over een klein budget en proberen initiatieven die vanuit studenten, professoren of personeel komen te helpen met een financiële bijdrage. Er komt dan een aanvraag over een cultureel thema: ze hebben dan wel middelen maar komen een kleine som tekort. Wij leggen het dan voor aan onze commissie en naargelang onze mogelijkheden helpen we ze. We zijn met zeven leden, verspreid over de hele universiteit, zowel van menswetenschappen als de exacte wetenschappen.” Deze initiatieven blijven dus zeker niet beperkt tot de Stadscampus, voegt Van Meerbeeck toe: “Een voorbeeld van een initiatief op de buitencampus is er een van geneeskunde: Biomap. Dat is een project waarbij studenten van de kunstacademie komen tekenen bij autopsies die studenten geneeskunde aan het uitvoeren zijn; daar is een mooie symbiose van kunst en wetenschap.”

kunstenaar zijn als student

Voor de commissie is het belangrijk dat de projecten de verbinding tussen diverse groepen in de universiteit beter maken, maar deze projecten zijn niet het enige dat ze behandelen. Zo buigt de Commissie Cultuur zich ook over de kunstenaarsstatuten aan UAntwerpen, die jaarlijks worden toegekend aan twintig à dertig studenten. “Het kunstenaarsstatuut is zoals het sportstatuut: de mensen die de aanvraag doen en formulieren invullen kunnen al dan niet het statuut krijgen en daardoor een aantal faciliteiten ontvangen, bijvoorbeeld de vrijheid om een practicum of examen te verzetten. Wij kijken dan of het dossier voldoende artisticiteit heeft voor het statuut”, vertelt Van Buynder. “Het begrip kunst valt soms echter moeilijk te definiëren: er zijn sectoren waar er een zeer dunne grens is, bijvoorbeeld in het geval van keramiek: wanneer wordt dit kunst in de plaats van louter toepassing? Voor ons is het dan belangrijk dat we uit de verslagen die ze brengen kunnen zien of het past binnen de kunstsector of binnen een andere commerciële sector. De overheid heeft ook een cultuurloket met hun eigen basissen, maar zij beschouwen bijvoorbeeld grafische vormgeving niet als artistieke activiteit. Dat is echter niet zo zwart-wit: ik ken veel artiesten die via grafische vormgeving topartiesten zijn geworden.”

Binnen het kunstenaarsstatuut vallen veel verschillende soorten kunst: beeldende kunst, drama, maar ook muziek. Van Buynder en Van Meerbeeck weten te vertellen dat veel muzikanten graag een universitair diploma hebben, of dit combineren met een opleiding aan het conservatorium: kijk maar naar dirigent Philippe Herreweghe of pianist Jozef De Beenhouwer. Ze hopen dat de mogelijkheden zeker tot bij studenten komen die kunstenaar zijn. Aan de andere kant vermelden ze ook het ondernemersstatuut, dat soms nuttiger kan zijn voor kunstenaars die meer de commerciële kant opgaan; ze roepen op om goed te kijken welk statuut het beste bij je past.

nog meer cultuur

De Commissie Cultuur is niet de enige groepering die zich buigt over cultuur op UAntwerpen. Van Buynder en Van Meerbeeck zijn allebei ook lid van de Commissie Kunst op de Campus, die verantwoordelijk is voor de kunst die je overal in de universiteitsgebouwen tegenkomt. Misschien de bekendste hiervan is het Museum to Scale in het R-gebouw op de Stadscampus. Van Buynder vertelt met plezier over de oorsprong van dit project: “Ronny van de Velde en zijn echtgenote Jessy, die behoren tot onze belangrijkste kunsthandelaars, hebben aan honderd kunstenaars een kastje ter beschikking gesteld, met de schaal 1 op 7 ten opzichte van een museumzaal, met het verzoek het te vullen met originele kunstwerken. Het is een formidabele doorsnede van de kunst van 1945 tot 2010-2013. Die kastjes zijn in het buitenland vertoond en Ronny heeft die erna aan ons verkocht, omdat we hier een mooie ruimte hebben in gebouw R. Het eindigt in 2013, maar er is ondertussen wel veel gebeurd in de kunst: veel jonge kunstenaars zijn bijvoorbeeld terug aan het schilderen en zijn opnieuw heel ‘naïef’ aan het werken. Het zijn ook allemaal witte mannen en vrouwen in die reeks en daar willen we iets aan doen. Dat doen we zelf, maar we communiceren het wel naar Ronny. Het zijn ook allemaal kunstenaars die Belg zijn of in België wonen.” Moesten studenten graag een rondleiding hebben door dit mini-museum, zijn ze ook steeds welkom bij hen.

Ten slotte is Rubi waarschijnlijk het bekendste initiatief op UAntwerpen wat cultuur betreft. Het wordt gevormd door Van Meerbeeck, samen met Mieke Diels. Zij verzorgen het cultuuraanbod voor studenten, onder meer via de verschillende cultuurclubs. Ze gaan voornamelijk over de meer praktische zaken, maar staan ook altijd open voor suggesties van studenten. Van Meerbeeck vertelt dat de universiteit graag studenten stimuleert op het vak van creativiteit: “Je academische carrière is natuurlijk belangrijk, maar als je in de kunstwereld ook naam wil maken, is het belangrijk dat we dat zeker stimuleren en steunen. Zo hebben we de wedstrijd ‘KUNSTWERKT’ georganiseerd, waar ongeveer de helft van de deelnemers studenten waren. Daarnaast organiseren we bijvoorbeeld een poëziewedstrijd en zijn we heel trots op onze voormalige campusdichter, Esohe Weyden, die nu stadsdichter is”, lacht ze.

Afsluiten doet ze met een warme oproep voor studenten om zich aan te sluiten bij Young Rubi, de ambassadeurs van Rubi: via hen krijgen ze de mogelijkheid tot feedback en co-creatie, en geraken ze dichter bij de studenten.

https://www.rubirubi.be/nl



maatschappij

29/04/2025
een trein rijdt over de sporen maar moet stoppen voor een groep stakers
🖋: 
Auteur

Staking op 13 januari, een negendaagse actie in februari, een volledige week in maart, vier dinsdagen in april, … De waslijst van stakingsdagen in 2025 valt al lang niet meer op twee handen te tellen en dat terwijl de paasvakantie nog maar net voorbij is. Voor pendelende studenten staat het lijstje gelijk aan afgeschafte treinen, gemiste lessen en vooral een hele hoop frustratie. dwars sprak met Maïté Michiels, Zeno Pieters en Kjente Van Eyken, drie studenten Taal- en letterkunde die met de trein naar de Stadscampus pendelen – als er treinen rijden, natuurlijk.

Je moest de afgelopen maanden je nieuwsapp nog maar openen of er werd alweer een nieuwe treinstaking aangekondigd. De spoorvakbonden uiten zo hun ongenoegen over de pensioenverhoging die de regering-De Wever wil doorvoeren. Verder verzetten ze zich tegen de geplande besparingen bij het spoor en de mogelijke ontbinding van HR Rail, de juridische werkgever van de NMBS. Jammer genoeg is het vooral de modale pendelaar die de gevolgen van de aanhoudende stakingen ondervindt.

treintrauma's

“Ik ben al vaak te laat gekomen in de les”, vertelt Zeno, die pendelt vanuit Niel. “Als er stakingen zijn, komt mijn trein nooit op tijd. Het gebeurt ook dat ik een uur aan het station sta te wachten, maar dan komt mijn trein toch niet en moet ik weer naar huis gaan.” Voor pendelaars is het ‘s avonds na de les ook niet altijd evident om thuis te geraken. Zeno herinnert zich nog een avond in het Centraal Station: “Mijn trein had toen eerst 18 minuten vertraging. Daarna kwamen er nog 30 minuten bij en uiteindelijk werd zelfs dat nog eens met 60 minuten verlengd. Toen heb ik maar een taxi naar huis genomen, want er reden op dat moment natuurlijk ook geen bussen meer.”

Studenten moeten door stakingen vaak een hele nieuwe reisplanning opstellen. Kjente, die pendelt vanuit Duffel en Heist-op-den-Berg, legt uit: “Mijn les begon pas om 12u30, maar ik moest de trein al nemen om 8u30, omdat alle andere rechtstreekse treinen niet meer reden.” Ook Maïté, die de trein neemt in Aarschot, doet haar best om steeds naar de les te komen, ook al moet ze daarvoor veel vroeger dan normaal vertrekken. “Het is handig als proffen lesopnames beschikbaar stellen, want daar spaar je veel uren mee uit. Ik snap dat proffen willen vermijden dat er minder studenten naar de les komen, maar ze zouden op stakingsdagen wel een uitzondering kunnen maken. Studenten hebben de stakingen zelf niet in de hand, wij kiezen hier ook niet voor. Ik zou veel liever zelf naar de les komen, maar als dat niet lukt, bieden lesopnames wel een houvast.”

pendelende proffen

Studenten zijn niet de enige pendelaars die door de stakingen worden getroffen. Ook sommige proffen pendelen met de trein naar de campus. Prof. dr. Dirk Pijpops, docent Nederandse Taalkunde, heeft gelukkig nog geen enkele les moeten afschaffen. “Ik ben wel een keer een uur vroeger met de les moeten stoppen”, legt hij uit. “Enkele studenten lieten me toen weten dat ze vroeger moesten vertrekken, omdat ze anders niet meer thuis zouden geraken. Toen heb ik in de app gekeken en zag ik dat dat voor mij ook gold.”

Pijpops voorziet dit jaar lesopnames, maar hij vindt niet dat proffen verplicht opnames beschikbaar moeten stellen. “Het is de verantwoordelijkheid van de student om zelf notities te vragen bij medestudenten. Als de student niemand kent in de les, kan die aan de prof vragen om een oproep te doen. Dan zijn er altijd medestudenten die willen helpen.”

een extra lading examenstress

Ondanks alle hinder heeft Zeno wel begrip voor het spoorwegpersoneel dat staakt. “Het is natuurlijk enorm lastig als pendelaar, maar ik denk persoonlijk dat het nog veel lastiger is om te strijden voor je pensioen.” Toch stuiten de stakingen ook op veel onbegrip bij studenten, zeker omdat ze zo lang aanslepen. Er staan bovendien nog acties gepland tot in augustus. Kjente vreest alvast voor stakingen tijdens de examenperiode: “Ze weten dat wij in mei en juni examens hebben, maar toch willen ze nog staken. Dus wanneer het voor ons sowieso moeilijker wordt, gaan ze het ons nog moeilijker maken.”

In verband met de staking van 13 januari liet UAntwerpen weten dat afwezigheid niet telde als overmacht. Studenten riskeerden dus een herexamen als ze niet op tijd op de campus geraakten. “De universiteit had besloten dat afwezigheid geen overmacht was, omdat we lang genoeg op voorhand wisten dat het staking zou zijn. Maar ze vergeten wel dat wij pas 24 uur op voorhand weten hoe onze treinen rijden”, merkt Kjente op. Bovendien bestaat het risico dat de treinen alsnog vertraging oplopen of worden afgelast. Maïté, die op 13 januari al om 9 uur ‘s ochtends examen had, besloot dan maar om op hotel te gaan in Antwerpen. “Je wilt echt geen onnodige stress op de ochtend van een examen”, verklaart ze. Toch kan ze nog lachen om de situatie: “Het voelde alsof ik voor één nachtje op kot zat.”

Professor Pijpops snapt dat stakingen stressvol zijn voor pendelende studenten. Hij vertelt dat er tijdens zijn eigen studententijd ook eens werd gestaakt in de examenperiode. “Omdat ik de trein niet kon nemen, moest ik met de auto naar Campus Arenberg in Leuven. Maar ik stond in de file en vond ook geen parkeerplaats. Dan heb ik mijn auto uiteindelijk in een veld achtergelaten en kon ik net op tijd aan mijn examen beginnen. Dat was geen leuke aankomst.” Professor Pijpops raadt studenten aan om altijd te zorgen voor een plan B, en zelfs voor een plan C en D. Het is maar te hopen dat pendelende studenten in mei en juni gewoon op plan A kunnen rekenen en allemaal met de trein de campus kunnen bereiken – zonder stakingen, zonder (overbodige) stress en ruimschoots op tijd.



satire

29/04/2025
een paar zombies
🖋: 

Het is vandaag 10 juni 2029 en hopelijk mijn laatste examendag ooit. Eigenlijk was ik liever thuisgebleven — en deze keer niet uit angst voor een buis. Het is de weg naar de aula die mij schrik inboezemt; sinds enkele weken zijn de straten levensgevaarlijk door een heuse zombie-apocalyps. Helaas, thuisblijven en de deuren barricaderen is geen optie, want deze situatie geldt niet als overmacht bij examens: “Een zombievirus is geen excuus om niet te komen opdagen op een examen. Dat is het alleen wanneer het om een onverwachte uitbraak gaat en studenten niet tijdig voor wapens kunnen zorgen”, aldus UAntwerpen.

Misschien moet ik niet te hard klagen; we hebben al erger meegemaakt. Nadat Trump de nucleaire afvuurcodes in een groepschat liet rondslingeren, moest ik vorig jaar tijdens een kernoorlog lessen volgen. De Studentenraad hield toen een vrij lange uiteenzetting over de gevaren van radioactieve blootstelling en vroeg om lesopnames beschikbaar te stellen zodat studenten thuis konden blijven. De universiteit was het daar niet mee eens: “Studenten hadden ruim de tijd om gaspakken aan te schaffen en de overheid deelt al jaren gratis jodiumtabletten uit. Met deze voorzorgsmaatregelen kunnen studenten veilig naar de les blijven komen.” Ik deed toen ook niet flauw en ging naar al mijn lessen. Door de straling is er wel een oor op mijn achterhoofd gegroeid, maar daar hoor je mij niet over klagen: nu kan niemand nog achter mijn rug roddelen.

Een minder fijn effect van de straling was dat de vleermuizen op de buitencampus muteerden tot monstruositeiten van drie meter groot en mensen begonnen aan te vallen. Toen heel wat studenten hiervan hinder ondervonden, riep de Studentenraad tijdens de volgende examenperiode op om goodwill te tonen voor de slachtoffers. Ook hier was UAntwerpen het niet mee eens: “Vleermuizen zijn roofdieren en dat is altijd al zo geweest. De normale werking van het ecosysteem kan niet worden ingeroepen als overmacht. Studenten die zich onveilig voelen, kunnen vermijden om na het donker buiten te komen.” Dat was ook meteen de laatste aankondiging van de rector voor de vleermuizen het rectoraat binnenvlogen en hem meenamen.

Ik heb dat al overleefd, dus deze laatste examenperiode zal ik ook wel doorkomen. Bovendien is de universiteitsbuurt nu de veiligste plek, want er zijn amper hersenen om te eten. Ik raap al mijn moed bijeen en wandel naar het gefortificeerde M-gebouw. Heaas gaat het onderweg mis en beland ik midden in een zombiehorde. Mijn kettingzaag van AliExpress blijkt niet te werken waardoor ik amper kan ontkomen. Ik kijk naar mijn arm, zie de bijtwonde en weet dat het weldra voorbij is. Ik besluit het enige zinnige te doen in deze situatie: de universiteit bellen om te zeggen dat ik mijn examen zal missen. “Heb je hier een doktersbriefje voor? Anders moeten we je op ongewettigd afwezig zetten.”



stuvers aan het woord

29/04/2025
een foto van Yorn Maes met de tekst "stuvers aan het woord" ernaast
🖋: 

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Haar roze logo verschijnt te pas en te onpas in de mailbox, maar wat doet ze naast mailen? Op welke manieren beïnvloedt ze het dagelijks leven van de student? Om daarachter te komen neust dwars in de projecten van de Studentenraad. Deze editie kaart Yorn Maes, coördinator Onderwijs, het probleem rond de ECTS-fiches aan.

“Als in de ECTS-fiche staat dat de prof op zijn hoofd moet gaan staan tijdens het mondelinge examen, dan moet hij dat ook doen.” Dit klinkt misschien als een grap, maar zo is het dus echt. De ECTS-fiche: het is de fiche die studenten duidelijkheid moet geven over de inhoud van een vak, de begin- en eindcompetenties, welke examenvorm je mag verwachten en welk studiemateriaal je nodig hebt. Het is dé handleiding voor elk opleidingsonderdeel. Die handleiding zou beschikbaar moeten zijn op de opleidingspagina van je faculteit. Dit document is bindend en dient ter bescherming voor zowel de studenten als de professoren, maar wat als die fiche leeg is?

Ondanks het belang van die fiches, blijken sommige ervan nog steeds niet (volledig) ingevuld. “Een lege fiche betekent dat een student zich bij een conflict nergens op kan beroepen”, zegt Yorn. “Dat is natuurlijk problematisch, zeker als je je als student inschrijft op basis van informatie die er eigenlijk niet is.” En precies dat gebeurt nog te vaak op onze universiteit. Hoewel het probleem al langer gekend is en in de laatste jaren ook een stuk verbeterd is, zijn er nog steeds fiches waarbij essentiële informatie ontbreekt.

Elke faculteit is verantwoordelijk voor de controle van haar opleidingen. “Dat werkt in kleinere faculteiten beter dan in grotere met veel opleidingen en keuzevakken. Daar glipt er al eens iets door de mazen van het net.” Vroeger werd zelfs een jobstudent ingeschakeld om elke fiche apart te controleren, wat weinig efficiënt was. Gelukkig is er nu een softwareprogramma om die controle te automatiseren; toch zijn er nog steeds uitzonderingen.

De vicerector Onderwijs en het bureau van Onderwijsraad zijn intussen op de hoogte gebracht van het probleem. “De CIKO-cel (Cel voor Innovatie en Kwaliteitszorg in het Onderwijs) binnen elke faculteit speelt een belangrijke rol, maar we hopen nu ook op een centralere aanpak. Andere instellingen werken wel met een vaste procedure die alles systematisch controleert. Dat moet hier ook kunnen.”

Daarnaast werd ook nagedacht over hoe professoren te motiveren. “Een prijs voor de professor die zijn fiches het best invult? Waarom niet!” lacht Yorn. “Maar uiteindelijk is het vooral belangrijk dat we een betrouwbare en centrale procedure krijgen. Studenten moeten weten waar ze aan toe zijn.”

Studenten hoeven in de tussentijd niet stil te zitten. Wanneer ze een lege of niet volledige fiche tegenkomen, kunnen ze contact opnemen met hun CIKO-cel, de ombudsdienst of hun faculteitsstuver.



antwerpen

29/04/2025
een kaart van Antwerpen met de besproken wijken in het zwart aangeduid
🖋: 
Auteur

Over het ontstaan van de naam Antwerpen bestaan veel twijfels en verhalen. Werd de stad vernoemd naar de heldhaftige daad van Silvius Brabo, die volgens de vijftiende-eeuwse saga de hand van de reus Druon Antigoon afhakte en in de Schelde wierp? Of komt de naam van het Keltische ‘Andouerpis’, dat later ‘Andwerpa’ werd? Misschien zullen we het antwoord nooit weten. Over de bijzondere wijknamen in Antwerpen kunnen we gelukkig vragen stellen waarop we wel antwoorden hebben: hoe komt Luchtbal aan zijn naam en waarom zijn er veel straten met Amerikaanse en Britse namen? Wat is de geschiedenis achter ieders favoriete (Seef)bier? Hoeveel ‘miserie’ kende Sint-Andries? dwars zocht het uit!

Luchtbal

Dit jaar bestaat de Antwerpse wijk Luchtbal honderd jaar. In 1925 werden er 56 huizen gebouwd door de Maatschappij voor Goedkope Huisvesting en deze gebeurtenis luidde het begin van de wijk in. Naar een naam moesten ze niet lang zoeken: Luchtbal, vernoemd naar café Den Luchtbal dat er al sinds 1894 stond. Uitbater Louis Van Vlierberghe hernoemde zijn café zo nadat hij een luchtballon een noodlanding hielp maken in de nabijgelegen velden. In 1905 wist hij met een paar dappere mannen de luchtballon in nood veilig naar beneden te halen. Deze heldhaftige gebeurtenis vormde zo de naam voor de wijk.

Manchesteraan, Bristolstraat, Liverpoolaan, Brooklynstraat, ... Wie nu door Luchtbal wandelt, zal al snel opmerken dat veel straten de naam dragen van een Britse of Amerikaanse stad, en dat is niet toevallig. Na de Eerste Wereldoorlog installeerden Britse soldaten een legerbasis in de haven, niet ver van Luchtbal. Door een groot tekort aan woningen in de binnenstad kocht de stad het ‘Engels Kamp’, waar ongeveer tweeduizend burgers naartoe verhuisden. Vier jaar later begonnen de werken aan de nieuwe wijk en de inspiratie voor nieuwe straatnamen was al snel gevonden.

Seefhoek

We blijven in de sfeer van cafés en bier, want de wijk Seefhoek werd ook vernoemd naar een café. In een hoekhuis in de Lange Beeldekensstraat en de Pesthofstraat bevond zich een popuaire herberg waar veel mensen hun Seefbier kwamen drinken. Nog een leuk weetje: de buurt is de woonplaats van een aantal bekende kunstenaars. Zo woonde schilder Vincent van Gogh tussen 1885 en 1886 in de Lange Beeldekensstraat. Maar ook striptekenaar Willy Vandersteen, de schrijver van Suske en Wiske, en kunstenaar Panamarenko groeiden hier op. Het is maar de vraag of een van hen soms naar dit legendarische café ging.

Natuurlijk kan in dit artikel de herkomst van het Seefbier niet ontbreken. Dit goudblonde bier is het alleroudste stadsbier: de eerste vermelding stamt al uit het jaar 1677, in de administratie van de Sint- Lucasgilde (voor de kunstambachtslieden). Volgens sommigen komt Seef van het Latijnse woord sapa, sève in het Frans, wat levenskrachtig en veerkrachtig plantensap betekent. Een andere theorie zoekt de etymologische betekenis in de Noorse mythologie: hier wordt Seef gelinkt aan de godin Sif. Sif, Sibbe of Seef, het zijn allemaal varianten op de naam van de Noorse godin van de vruchtbaarheid en landbouw. Deze schoonheid met goudblonde haren zou haar naam aan dit blonde bier hebben geschonken. Nog een derde theorie zegt dat het afgeleid kan zijn van de achternaam ‘Saveniers’. Ik heb een goudbruin vermoeden dat we het niet meer zullen kunnen vragen aan de oorspronkelijke bedenker...

Zurenborg

Wie door Zurenborg loopt, kan zich verwonderen over de indrukwekkende architectuur uit de belle époque, de periode tussen het einde van de negentiende eeuw en het begin van de Eerste Wereldoorlog. De huizen die in art-nouveaustijl gebouwd zijn, waren bedoeld voor de bourgeoisie. Dit waren dan geen adellijke, maar wel gegoede burgers, wat duidelijk te zien is aan de prachtige wijk.

Maar deze voorname wijk was niet altijd zo voornaam. Zurenborg kreeg zijn naam van de zure gronden die rond de Zurenborg Hoeve lagen. De Herentalse Vaart en de Potvliet overstroomden geregeld en zorgden er zo voor dat de bodem verzuurde. In 1837 werd het land rond de hoeve opgekocht door baron Joannes Josephus Osy en zijn schoonbroer John Cogels. Zij hadden wellicht nooit verwacht dat de beroemde Cogels-Osylei nadien hun namen zou dragen.

Sint-Andries

Tijdens de vorige eeuw was het tegenovergestelde van het chique Zurenborg te vinden in de wijk Sint-Andries, gelegen ten zuiden van het stadscentrum. Dat zie je aan de bijnamen zoals Parochie van Miserie of Luizenmarkt. Maar vanwaar komen deze namen? ‘Parochie van Miserie’ verwijst naar de roman met dezelfde titel die John Wilms in 1941 uitbracht. De schrijver werd geboren en getogen in het Sint-Andrieskwartier en kloeg de harde leefomstandigheden van de inwoners aan in Uit de Parochie van Miserie. ‘Luizenmarkt’ verwees dan weer naar het ongedierte dat er leefde, maar ook naar de oude klerenmarkt die er wekelijks gehouden werd. Van zijn moeilijke verleden blijft vandaag echter niks meer over. Sint-Andries is nu het modehart van de stad met onder andere het ModeMuseum en de modepaleizen van grootheden zoals Dries Van Noten. Door zijn goede ligging langs de Meir is Sint-Andries ook een winkelparadijs.

Nu de herkomst van de bijnamen duidelijk is, vraagt de aandachtige lezer zich waarschijnlijk af naar wat ‘Sint-Andries’ verwijst. De officiële naam loopt terug naar een gebeurtenis in de zestiende eeuw, toen Antwerpen dé havenstad van het Bourgondische Rijk was. Landvoogdes Margaretha van Oostenrijk heropende in 1529 namelijk de kerk van de wijk en als dank kreeg die de naam van Sint- Andreas, de patroonheilige van het Bourgondische hertogelijk geslacht. Hierna werd de wijk vernoemd naar deze Sint-Andrieskerk.

Door een stad als Antwerpen wandelen en de naambordjes lezen, voelt altijd als een tijdreis aan. Naast een wijk die haar naam van een volkscafé kreeg, vind je er een die al honderden jaren langer bekend is bij de Sinjoren. De naametymologieën die we hier uit de doeken deden, zijn uiteraard nog maar het topje van de ijsberg.



uantwerpen

29/04/2025
een foto van Nathalie Dens
🖋: 
Auteur

De rector en zijn team. Het zijn belangrijke mensen die veel weten, doen en vergaderen. Maar wat doen ze nu echt? Hoe kijken ze naar de problemen binnen en buiten onze universiteit? In een openhartig gesprek met dwars vertelt vicerector Maatschappelijk Engagement en Internationaal Beleid Nathalie Dens over de maatschappelijke rol van UAntwerpen, internationale samenwerkingen en studentenengagement.

Wat doet een vicerector Maatschappelijk Engagement en Internationaal Beleid op een dag?

Geen enkele dag is hetzelfde en dat is echt wel fijn. Het maatschappelijk engagement bestaat uit vier delen: de dienst wetenschapscommunicatie, het diversiteits- en inclusiebeleid, het universiteitsfonds en onze internationale samenwerkingen. Daarnaast ben ik ook voorzitter van de Raad Dienstverlening en werk ik aan de marketing en communicatie en de studentenvoorzieningen, hoewel die laatsten rechtstreeks onder de rector vallen. Dat maakt dat ik op een dag op veel verschillende plekken kom en met veel mensen in contact kom, zowel intern als extern.

U zegt de Raad Dienstverlening, vroeger heette uw functie ook zo: vicerector Dienstverlening. Wat is er nu veranderd?

What’s in a name. De taken en de verantwoordelijkheden zijn grotendeels hetzelfde. Om meer nadruk te leggen op het tweerichtingsverkeer tussen universiteit en maatschappij, is gekozen voor de naam vicerector Maatschappelijk Engagement en Internationaal Beleid. Met de term ‘maatschappelijk engagement’ willen we aangeven dat we oplossingen willen bieden voor de noden van de maatschappij. Zo benadrukken we als universiteit midden in de maatschappij te willen staan, dat we niet vanuit onze ivoren toren meekijken.

Het moeilijkste op het maatschappelijke vlak is, denk ik, de problematiek in Gaza. Hoe gaan jullie daar in het rectoraat mee om?

Het is iets waar we continu mee bezig zijn. Vanaf het moment dat we wisten dat het ons team zou worden, zijn de voorbereidingen begonnen. Die thematiek lag de vorige rector nauw aan het hart. We hebben veel gesproken over hoe we ons daarin willen opstellen. Aan de ene kant moeten we ons explicieter uitspreken over mensenrechten. Aan de andere kant is daar de academische vrijheid. Onze onderzoekers moeten kunnen samenwerken met wie we ze willen. Er zijn moreel contrasterende visies, juridische overwegingen, onze reputatie, maar ook persoonlijke en financiële overwegingen. Het gaat wel om onderzoekers die hun baan verliezen wanneer we zeggen dat hun contract moet stopgezet worden. Het is makkelijk om voor te stellen dat een boycot dé oplossing is, maar daar zijn we het dus niet helemaal mee eens.

Daarnaast is er ook de implementatie. We willen het discours veranderen. In plaats van ‘wat doet de universiteit niet?’, naar ‘wat kunnen we wel doen?’ Daar hebben we veel overwogen en bekeken. Ik begrijp dat de perceptie bij mensen is ‘er gebeurt niks’, maar er gebeurt veel. Alleen hebben we niets om te tonen, omdat de implementatie ook onzeker is. We hebben bijvoorbeeld gekeken of we oud computermateriaal aan Gaza kunnen doneren. Maar al snel kom je tot de realiteit: er is daar niets, dus waar moet je het naartoe brengen?

Een andere optie waar we naar hebben gekeken, is of we lessen kunnen streamen voor mensen in Gaza. Dan hoor je: die mensen moeten wel ergens geregistreerd worden. Hoe betalen die dan? Kunnen we het dan niet open zetten voor iedereen? Waarom dan alleen voor die groepen? Dat is nu een probleem waar je in onze universiteit veel over hoort. Maar er gebeuren ook dingen in Amerika waar we het mee oneens kunnen zijn. Er gebeuren zaken in Congo waar onze onderzoekers nauw bij betrokken zijn. Waarom dit dan wel? Moeten we het niet breder opentrekken? Er komt veel bij kijken; het is complex. Wie moeten we allemaal consulteren? Er zijn veel stakeholders. Je komt met een oplossing, maar er zijn langs alle kanten bottlenecks.

Globaal Engagement klinkt voor veel studenten als een ver-van-hun-bedshow, waarom is dat toch belangrijk?

Het is gegroeid vanuit het idee dat de ontwikkelingssamenwerking onze morele verplichting is. We gaan hulp bieden. Meer en meer groeit het besef: we zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Het One Health-concept benadrukt dit: alles is met elkaar verbonden.

Ergens is het dus onze morele verantwoordelijkheid om te helpen. Daarnaast wordt België er zelf ook beter van. Denk bijvoorbeeld aan de huidige instroom van vluchtelingen: als we kunnen inzetten op ontwikkeling in de landen waar mensen vandaan vluchten of samen oplossingen vinden voor de problemen daar, vermindert dat de druk op ons eigen systeem omdat er minder mensen op de vlucht hoeven te slaan. Dat biedt onze bedrijven ook meer kansen om te groeien, te investeren en infrastructuurprojecten te realiseren. Het is dus een win-win. Samenwerking met het Globale Zuiden begon als nicheproject, maar heeft intussen geleid tot goede onderzoekers. Tegenwoordig werken we in Europese projecten samen met diezelfde partners en dat vind ik een mooie evolutie.

Als het gaat over Globaal Engagement wordt vaak de term 'dekolonisatie' vermeld. Wat houdt dat in?

Dekolonisatie gaat over het erkennen en benoemen van het effect dat kolonisatie heeft gehad. Voor België gaat het bijvoorbeeld over de relatie met de Democratische Republiek Congo.

Veel van het lesmateriaal dat wij gebruiken is geschreven vanuit een westers perspectief. Het is belangrijk om erbij stil te staan dat er andere perspectieven zijn. Vanmiddag had ik bijvoorbeeld nog de discussie: mag je nog ‘het Midden-Oosten’ zeggen? Het is immers enkel het Midden-Oosten bekeken vanuit westers perspectief.

Over internationale samenwerkingen gesproken, is onze universiteit over tien jaar volledig Engels?

Nee, zeker niet. We pleiten voor een flexibelere invulling. Momenteel krijgen we steeds minder middelen van de overheid. Misschien niet in absolute cijfers, maar de studentenaantallen groeien en er is inflatie. Alles gaat nu op aan extra kosten die we maken. Het budget geeft geen enkele ruimte voor nieuwe initiatieven. Het zou een domme besteding van middelen zijn om naast elke Engelstalige opleiding een Nederlandstalige te zetten. Tegelijkertijd ben ik geen voorstander van een volledig Engelstalige universiteit. Dat vormt ook een drempel.

U heeft het over hoe de universiteit verandert. Als u terugdenkt aan uw eigen studententijd, zijn er dan dingen die u nu mist?

Het uitgaansleven ziet er anders uit dan vroeger. Ik zeg niet dat dat beter of slechter is, maar het staat momenteel wel onder druk. De feestlocaties worden schaarser en, net als het drinken, duurder. Vroeger zaten we meer op café, nu blijven de mensen meer thuis. Het leidt tot een vicieuze cirkel: er gaan minder studenten op café, maar cafés blijven met dezelfde vaste kosten zitten, waardoor ze hun prijzen verhogen en er opnieuw meer studenten wegblijven. Ik denk dat dit ook een stukje komt door de manier waarop het onderwijs nu georganiseerd is. Vroeger was het minder interactief en lag de focus op examens. Wie goed vanbuiten kon leren, kon zich makkelijker een studentenengagement veroorloven. Nu zijn er veel meer verplichte lessen, groepswerken en presentaties, waardoor studenten het hele jaar door bezig zijn. Ik pleit er niet voor dat we terug moeten naar enkel hoorcolleges en examens in juni, want de huidige aanpak helpt studenten ook andere skills ontwikkelen. Maar het maakt het wel moeilijker om een engagement aan te gaan. Meer en meer is het een afweging geworden tussen studies en betrokkenheid. Ik vind het jammer dat die balans steeds moeilijker te vinden is.

Betekent dit ook dat het steeds moeilijker is om stuvers te vinden?

Ja, dat merken we inderdaad. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: we vragen veel van die studenten. Ik ben zelf ooit vice-decaan Onderwijs geweest en ik herinner me studenten die urenlang vergaderden — twee uur in de onderwijscommissie, daarna het dagelijks bestuur, en vervolgens de faculteitsraad. Terwijl veel van die vergaderingen geen directe impact hebben op studenten en vaak dezelfde punten terugkeren. Dan stel je je de vraag: moet een student echt zes uur vergaderen over iets dat in tien minuten had kunnen worden afgehandeld?

Misschien moeten we nadenken over een andere manier van organiseren — een manier waarbij het engagement behouden blijft, maar die wel werkbaar is voor studenten. Want het wordt een vicieuze cirkel: omdat het zoveel vraagt, haken studenten af, en wie het wel doet, krijgt er alleen maar meer werk bij.

Bovendien is er ook een gebrek aan kennis. Veel studenten weten eigenlijk niet goed wat een studentenvertegenwoordiger precies doet of wat een studentenclub inhoudt. We moeten daar beter over communiceren en het zichtbaarder maken. Wie zijn die studentenvertegenwoordigers? Wat doen ze concreet? En vooral: wat bereiken ze?



opinie

29/04/2025
een tekening van k3
🖋: 

Het was een doodgewone maandagochtend. De docent stond vooraan te mopperen dat onze opdrachten ondermaats waren, toen plots een kreet door de aula schalde: “IK HEB TICKETS!”

Verder werd er tijdens de les met geen woord over gerept. Ik haalde mijn schouders op en ging verder met staren naar mijn laptopscherm. Maar toen ik later thuis door mijn sociale media scrolde en werkelijk iedereen triomfantelijk hun tickets zag delen, drong het tot me door: het ging over de K3-reünie.

Mijn eerste reactie? Ongemakkelijk lachen. K3? Serieus? Toen ik enkele maanden geleden aan diezelfde mensen vroeg of ze mee wilden naar de nieuwe tour van MEROL, reageerden ze nog dat die muziek ‘te populair’ was. Nu showen ze openlijk hun K3-tickets alsof het de nieuwste editie van Vogue is. Ik had een betere muzieksmaak van hen verwacht. Maar ergens diep vanbinnen, tussen alle ironische afstand en zelfverklaarde muzikale superioriteit, begon een stemmetje te knagen. Een stemmetje dat klonk als... Tele-Romeo?

Laten we eerlijk zijn: of je nu diep in de technoscene zit, alleen maar naar obscure indiebands luistert of jezelf als een echte rocker beschouwt, iedereen kent de woorden van Alle Kleuren en niemand kan níét glimlachen bij Oya Lélé. De liedjes zitten verankerd in ons collectieve geheugen, ergens tussen de Teletubbies en de geur van Zwitsal-shampoo.

En weet je wat? K3 heeft me dingen geleerd. Levenslessen. Als het binnenregent in mijn kot, weet ik dat ik een emmer onder het gat moet zetten. Ik vond de perfecte omschrijving voor mijn mentale toestand tijdens de blok: ‘Blub, ik ben een vis’. Hetzelfde geldt voor de restjes in mijn koelkast: ‘Alle kleuren van de regenboog’. Jongens? Die zijn gek. En ik leerde zelfs een paar woordjes Frans. Oké, geen hogere wiskunde, maar ook niet minder waardevol dan de gemiddelde TED-talk over ‘persoonlijke groei’.

Misschien is dat net de kracht: ze doen niet alsof ze meer zijn dan wat ze zijn. Drie jonge vrouwen in glimmende outfits die zingen over dingen die je meteen begrijpt. Geen pretentie. Geen diepere laag die je pas snapt na drie essays erover te lezen. Gewoon: plezier. En dat is precies waarom het zo werkt.

Ineens drong het tot me door. Die mensen met hun tickets, die posts, dat enthousiasme — het was geen teken van slechte muzieksmaak en het was evenmin bedoeld als grap. Ze wisten gewoon al wat ik nog moest inzien: vrolijk zijn heeft geen uitleg nodig. Ze gaan een magische ervaring tegemoet.

En ik? Ik zat daar met m’n superieure paylist, m’n opgetrokken wenkbrauwen en een leeg winkelmandje. Geen ticket. Geen K3. Alleen een wachtlijst en een lesje in nederigheid.



progress lost

29/04/2025
Progress Lost (© Dennis Van Der Kuylen | dwars)
🖋: 

De wereld is ontploft en robots zijn de baas op de brokstukken. Dat is de premisse van de stoomwereld, die ondertussen haar naam heeft gegeven aan een ronduit eclectische collectie games. Het merendeel van die games draait overigens rond het vinden van water. Aangezien water robots doet roesten en hun tere elektrische schakelborden doet kortsluiten, duurde het even voor ik doorhad dat stoom gewoon een andere aggregatietoestand is van water en bijgevolg noodzakelijk is om de boel - letterlijk - te doen vooruitgaan (studenten Fysica schudden nu meewarig het hoofd). De robots in Steamworld zijn met andere woorden geen hoogtechnologische Terminators, maar wel stoommachines in hun stalen hart en gietijzeren nieren. Natuurlijk luistert het literair genre waarin de technologie is blijven stilstaan bij het verbranden van kolen (en al de rest niet), naar de naam steampunk (studenten Letterkunde schudden nu meewarig het hoofd). In het Steamworld-universum ontbreekt ook de typische stijl van de klassieke steampunk, die gekenmerkt wordt door deprimerende visuele elementen. Voorbeelden hiervan zijn herkenbare variaties van grijs, bruin en zwart die doen denken aan de effecten van zure regen op onze monumenten in de jaren tachtig. Ik kan maar hopen dat hierin de voornaamste oorzaak ligt van mijn initiële cognitieve dissonantie en niet in afnemende geestesvermogens ten gevolge van zijn immer voortschrijdende leeftijd (studenten Geneeskunde schudden meewarig het hoofd). 

Door zich te bevrijden van de triestige visuele stijl van de tweede industriële revolutie, slaagden de makers van Steamworld er wel in om alle registers open te trekken. In Steamworld Dig resulteerde dat in mechanische cowboys die graven naar eeuwenoude technologie. Steamworld Heist verlegt dan weer alles naar de ruimte, waar voorkomen moet worden dat beginnende totalitaire regimes tot volle wasdom komen. Het vervolg in deze reeks doet hetzelfde, maar dan met piraten en duikboten. Deze twee ‘Heist’-games zijn turn-based rollenspellen waarin de knullige robots zich langzaam ontwikkelen tot dodelijke vechtmachines. De derde variant van de reeks, Steamworld Quest, is evenmin geremd door enige vorm van narratieve continuïteit. Hier kozen de makers voor een kleurrijke high fantasy steampunk setting. Deze keer zet het spel in op het verzamelen van kaarten en het bouwen van een efficiënt deck. De makers van Steamworld geven overigens zelf aan dat ze er een bloedhekel aan hebben om zichzelf te herhalen en veel liever beginnen aan het volgende idee op hun wenslijstje, dan pakweg de piratenkoningin telkens opnieuw te laten herrijzen in een iets dodelijkere versie. Dat houdt het gevaar in om bij elk nieuw spel radicaal op de bek te gaan, maar misschien is dat wel te verkiezen boven langzaam wegkwijnen in eindeloze herhalingen, zoals al menig grote spelontwikkelaar ons heeft voorgedaan. 

Los van het gebruik van verhit water in gasvormige aggregatietoestand, lijkt de enige constante in Steamworld er verder in te bestaan dat er geen gebruik gemaakt wordt van de derde dimensie. Het is met andere woorden allemaal plat en het schuift zonder diepte steeds maar zijwaarts over het scherm. Daarmee voelen de games van Steamworld vaak aan als Android-games die ook op een slimme telefoon of op de betere rekenmachine gespeeld zouden kunnen worden. Maar had de grote romantische dichter Goethe niet al de Steamworld-games in gedachten toen hij in 1802 schreef: “Wer Großes will, muß sich zusammen raffen. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.” (“Wie hoge dingen wil, moet zich bedwingen. In de beperking toont zich pas de meester”)?  Hij lijkt in ieder geval te willen zeggen dat het beter is om twee dimensies goed te beheersen dan de derde te verkloten. Wie net als ik opgegroeid is rond de millenniumwisseling kan daarover meespreken, want in die duistere jaren zijn veel voortreffelijke gamereeksen stukgelopen op slecht uitgevoerde 3D. Iedereen zal wel een eigen lijst aan trauma’s en bijhorende titels hebben. Ik beperk me hier tot een eervolle vermelding van Panzer Generals 3D: een voorbeeld van een spel met een dimensie te veel. Maar eigenlijk komt zowat alles met 3D in de titel hiervoor in aanmerking. 

Dat het gemis van een derde dimensie ook een meerwaarde kan zijn, blijkt overigens ook uit de immense speeltijd en de goed uitgewerkte gameplay van deze drie totaal verschillende games. Verder zijn de verhalen niet om over naar huis te schrijven, maar blinken ze wel uit door humor en relatief goed uitgewerkte details, zoals dialogen met nevenfiguren. Dat is plezant, want er zit een pervers soort genoegen in het overslaan van extra content waar de makers van een spel tijd en moeite in hebben gestoken. Dat geeft niet enkel de mogelijkheid om boosaardig te zijn zonder slachtoffers te maken, maar in een beweging ook de illusie dat er nog veel meer is dan wat het spel reeds gegeven heeft. Aangezien het hier helaas niet om nevenqueesten gaat, maar om wat extra details en wat bijeengeraapte gevoelens bij het leven van onbeduidend nevenkarakters, is het belangrijk om de illusie van die soort onvermoede werelden achter het spel in stand te houden door vooral niet op de extra dialoog te klikken. Dat levert alleen maar teleurstelling op. 

Het hoeft niet meer gezegd te worden dat de valkuilen bij het ontwikkelen van een spel ontmoedigend talrijk zijn. Dat een spelstudio erin slaagt om driemaal op rij een totaal verschillend spel af te leveren dat bovendien nog plezant wegspeelt en geen noemenswaardige bugs vertoont, mag gerust een half mirakel genoemd worden. Het is natuurlijk nog geen Midden-Aarde of Marvel Cinematic Universe, maar de grappige robotten die hun dwaze avonturen beleven op en rond een ontplofte planeet zijn nog lang niet opgebruikt. En zolang de creativiteit blijft stromen, blijven spelers gamen. Ook dat zou een citaat van Goethe geweest zijn, als hij een spelcomputer zou hebben gehad (maar dan had hij waarschijnlijk minder boeken geschreven, zie hiervoor het eerste citaat).