antwerpen

29/04/2025
een foto van Els van Doesburg

Op een zonnige maandagnamiddag wandelen we het Stadhuis van Antwerpen binnen. We hebben een afspraak met waarnemend burgemeester Els van Doesburg en worden al snel naar boven gelaten, richting Schoon Verdiep. Indrukwekkend is zeker het juiste woord om het te beschrijven: we nemen plaats in een ruime zaal met hoge houten plafonds, marmeren deurlijsten en portretten van oud-burgemeesters. Gewapend met een studentenperspectief en een hele hoop vragen worden we binnengelaten in het bureau van de burgemeester, waar ze ons opwacht. Ook hier keert de statelijke renaissance-inrichting terug in de ruime kamer; een mooie werkplek heeft ze zeker. We zijn hier niet om het te hebben over de economie of pensioenen, maar over zaken die studenten aangaan en waar zij als burgemeester van onze studentenstad dus veel over te zeggen heeft. Wat heeft ze ons te vertellen?

Op 24 februari werd u ingezworen als waarnemend burgemeester van Antwerpen. Hoe heeft u deze voorbije periode ervaren?

Hectisch, een beetje chaotisch natuurlijk, omdat het toch tot op het laatste moment onzeker was of Bart (de Wever, n.v.d.r.) premier zou worden of niet. Daarna ging alles snel: er zijn ook wissels in het team. Ik heb mijn eigen team uitgebouwd als schepen en Bart heeft hier op het Kabinet Burgemeester mensen die ook heel veel expertise hebben, waarvan sommigen met hem naar de Wetstraat 16 zijn meegegaan. Je moet je inwerken op erg juridische thema’s, zoals bijvoorbeeld veiligheid. Dat is veel studeerwerk en ondertussen stroomt je mailbox over van mensen die je willen ontmoeten. Er komen ook veel nieuwe, andere verplichtingen bij. De eerste maand is voorbijgevlogen, maar het voelt tegelijk alsof het zes maanden op één maand was. Het was heftig, maar het is leuk omdat de reacties van de Antwerpenaren zo positief waren. Ik voel me echt meteen omarmd.

Heeft u al veel contact gehad met de universiteit?

Voordien had ik als schepen van Gezondheid vooral contact met het UZA en op die manier stond ik in verbinding met de universiteit. Nu is dat veel breder dan enkel gezondheid: het gaat ook over de veiligheid van de studentenbuurt, of we een fijne studentenstad zijn en studentenhuisvesting. Er is de traditie dat de burgemeester en de rector elkaar regelmatig zien en in nauw contact staan. De nieuwe rector staat er ook voor open om dat verder te zetten. Bij onze eerste ontmoeting gaf hij een presentatie over onder andere vleermuizen, dus heb ik veel meer geleerd over muizen en vleermuizen dan ik ooit had gedacht.

Ik weet ook dat er vraag is voor een betere connectiviteit tussen de verschillende campussen, zeker voor studenten die op verschillende campussen moeten zijn voor hun opleiding. Dat is ook wel een van de dingen die ik met de rector wil bespreken. Ik werk graag op basis van concrete voorstellen, dus als de rector bijvoorbeeld aangeeft dat dit een issue is, dan moeten we eens kijken of we dat beter kunnen voorzien of anders kunnen oplossen.

U heeft ook zelf aan UAntwerpen gestudeerd. Hoe was uw ervaring hier?

Ik heb Politieke & Sociale Wetenschappen gestudeerd en heb dat heel graag gedaan. Wel was het een erg abstracte en theoretische studie, waardoor ik niet goed wist wat ik concreet kon bieden op de arbeidsmarkt. Ik miste de mogelijkheid om stage te doen, dus ben ik daar in mijn masterjaar zelf naar op zoek gegaan. Zo ben ik uiteindelijk de politiek ingerold. Ik zou het dus iedereen aanraden om stage te lopen als je de mogelijkheid hebt. Maar leid natuurlijk je leven zoals je zelf wilt. (lachen allemaal)

Ziet u Antwerpen als een veilige omgeving voor studenten of hebt u het gevoel dat het beter kan?

Zeker het voorbije decennium is er enorm ingezet op de veiligheid in Antwerpen, zowel voor de studenten als voor de "gewone" Antwerpenaar. Dat zorgt er dus voor dat de overgrote meerderheid van studenten zich veilig voelt in Antwerpen en het idee heeft dat ze hier veilig kunnen uitgaan en over straat kunnen. Dat is wel fijn. Natuurlijk moeten we daar constant waakzaam voor blijven. Een van de dingen waar we expliciet op ingezet hebben is de campusagent, die toevallig mijn pluszoon is en ik dus goed ken. Hij woont in de studentenbuurt, gaat naar veel activiteiten en heeft contact met studentenclubs. Hij is heel aanspreekbaar en gekend bij studenten. Het concept van de campusagent zorgt ervoor dat studenten het idee hebben dat de politie heel bereikbaar is. De politie is ook steeds aanwezig op festivals en dergelijke, waarbij ze bijvoorbeeld ook helpen bij ongewenste intimiteiten of een rustige plaats voorzien voor studenten. Dat zijn ook allemaal signalen dat zowel de fysieke veiligheid van studenten als hun mentale welzijn super belangrijk zijn voor hen.

Zijn er op het vlak van veiligheid bepaalde dingen waar u meer op wil inzetten of plannen die u zelf zou willen uitwerken?

De overlast door studenten is de voorbije jaren in ieder geval afgenomen. Dat heeft te maken met een betere verstandhouding tussen de buurt en de studenten, het doopcharter, duidelijkere afspraken met studentenverenigingen en strengere sancties vanuit de universiteit. Wat natuurlijk samenhangt met die overlast, is overmatig druggebruik. Zo is de hoeveelheid cocaïne die aanwezig is in het studentenleven exponentieel toegenomen en meer genormaliseerd. Dat is problematisch en komt ook de veiligheid van het uitgaansleven niet ten goede. Daar zetten we als politie uiteraard op in, specifiek op handhaving rond drugs.

Zijn er, naast uitgaan, bepaalde studentenactiviteiten die u zou willen stimuleren?

Het leuke aan Antwerpen als studentenstad is dat je er als student deel uitmaakt van een bruisende grootstad. De stad loopt niet leeg in het weekend als er geen studenten zijn, integendeel: er is altijd van alles te beleven. Ik wil de studenten daar graag bij betrekken. De studentenkortingen voor bijvoorbeeld musea helpen daar al bij. Daarnaast faciliteren we als stad natuurlijk ook evenementen zoals Students on Stage en StuDay. Ik denk dat er dus een groot aanbod is in Antwerpen waardoor je als student je ding wel kan vinden in de stad. Dat is een van de redenen waarom ik nooit lid was van een studentenclub, omdat ik ook de stad wou ontdekken. Maar het is ook omdat ik een beetje een loner was.

Op welke manier wilt u de stad dan aantrekkelijker maken, niet enkel voor studenten maar ook voor jongeren die na hun studentenleven in Antwerpen zouden willen wonen?

De vorige legislatuur was ik schepen van Wonen en wat mijn ambitie is, is de stad zo aantrekkelijk is dat studenten die in Antwerpen komen studeren hetzelfde doen als ik heb gedaan: blijven pakken. Zo bouwen ze hun leven op in Antwerpen en doorlopen ze hier ook hun wooncarrière. Dat is wel een grote uitdaging. Zo is de nummer één bezorgdheid van studenten de betaalbaarheid van een woning. Het is natuurlijk belangrijk om voldoende aanbod te voorzien voor elke stap in je wooncarrière. Ik wil dus dat er voldoende aanbod is voor mensen die pas gaan werken, wanneer ze nog geen gigantisch loon hebben, maar ik wil ook dat ze kunnen doorgroeien binnen de stad wanneer ze kinderen hebben. Ik ben er vorige legislatuur meer gestart en dat willen we nu echt doortrekken. We willen deze legislatuur expliciet proberen meer betaalbare woningen te creëren.

Antwerpen is ook een stad met veel werkgelegenheid, sociaal-culturele activiteiten en een rijke gastronomie, wat het aantrekkelijk maakt om te blijven pakken. De voorbije twaalf jaar is er ingezet op de leefbaarheid van de stad. Zo is het groenbeleid belangrijk, zeker omdat veel inwoners geen tuin of groot terras hebben en de stad dus de tuin is van iedereen. Vorige legislatuur hebben we daar een prijs voor gewonnen. Daarnaast staat Antwerpen in de top van Europese fietssteden. We gaan de komende jaren ook blijven investeren in aantrekkelijkheid. Zo is het gigantische project van de Oosterweelverbinding (het sluiten en vergroenen van de Ring rond Antwerpen, n.v.d.r.) geen infrastructuurproject alleen, maar een nieuwe kathedraal die we aan het bouwen zijn. Dat is momenteel de grootste werf van Europa. Het is ook iets waarvan ik hoop dat de Antwerpenaar door geënthousiasmeerd wordt, want het is een samenlevingsproject. Wat volgens mij eveneens een troef van Antwerpen is, is de connectie die wij kunnen maken tussen de bedrijven die we hier hebben, de universiteit en jonge ondernemers. Op die manier maak je een supersterk vierkant tussen wat de arbeidsmarkt wil, wat het bedrijfsleven wil, wat de universiteit kan faciliteren op academisch gebied en wat wij als stad mee kunnen faciliteren. Daar kunnen we echt mee uitpakken.

Even iets helemaal anders: u bent de eerste vrouwelijke burgemeester van Antwerpen in meer dan twintig jaar. Hoe voelt u zich hierbij?

Er zijn twee vrouwelijke burgemeesters geweest voor mij en ik ben een heel ander type, ook veel jonger, de jongste in de moderne geschiedenis. Ik vind het fijn dat het feit dat ik dit jaar moeder word duidelijk inspirerend werkt voor veel vrouwen die moederschap combineren met een veeleisende job. Wat dat betreft zijn de tijden veranderd. Vroeger leefde het idee veel meer dat je ofwel een carrière, ofwel een gezin had. Er zijn wel wat vrouwen, generaties voor mij, die om die reden de keuze hebben gemaakt om geen kinderen te hebben. Dat dat niet meer hoeft is vooruitgang, dat is evident. Voor de rest ben ik er zelf minder mee bezig; vooral andere mensen zijn dat, maar ik doe gewoon mijn ding. Ik vind het altijd vreemd als mensen doelbewust inspirerend willen zijn. Je leidt gewoon je leven en ik doe ook enkel dingen waarvan ik denk dat die bij mij passen. En dan vind ik het natuurlijk wel tof als jonge mannen of vrouwen het inspirerend vinden. Zo kreeg ik bijvoorbeeld een foto doorgestuurd van iemand wiens dochter verkleed was als meisjesburgemeester; dat vond ik heel leuk. Ik ben dus minder gefocust op vrouw-zijn, maar meer op hoe ik in het leven sta. Ik probeer daarin een zekere veerkracht uit te stralen.

Ervaart u uw jonge leeftijd dan ook als iets positiefs, omdat u dichter bij jongeren staat?

Ik denk wel dat ik mensen in die zin verbaasd heb. Ze vragen mij wel eens of ik soms het idee had dat ik, als vrouw, niet serieus genomen werd. Dat idee heb ik nooit gehad, maar dan wel net meer op basis van mijn leeftijd. Ik ben heel jong schepen en voorzitter van bepaalde raden van bestuur geworden. De reactie was eerder gebaseerd op mijn leeftijd dan op mijn geslacht. Ik ben ook altijd binnengekomen met de ingesteldheid eerst goed te luisteren en te kijken hoe de dynamiek is. Ik draag die ingesteldheid uit: “Ik ben inderdaad een jonge voorzitter en onervaren, en ik sta open om te leren hoe jullie hier werken en hoe alles eraan toegaat”. Op basis daarvan creëer je meer natuurlijke autoriteit dan wanneer je dat moet afdwingen. Als je keihard werken combineert met die instelling, dan kan je snel een goede samenwerking creëren tussen mensen met ervaring en nieuwe mensen.

Mijn team is ook heel jong, ik heb veel jonge mensen kansen gegeven om deel uit te maken van het project dat we hier aan het realiseren zijn, gecombineerd met meer ervaren mensen. Het zijn ook allemaal mensen die ergens in geloven en ergens voor willen gaan, en dat is soms belangrijker dan je cv tonen. Dat is ook het voorbeeld dat ik voor jonge mensen wil zijn: laat je niet intimideren door bepaalde dingen. Je mag alles vragen wat je wilt, je mag overal voor gaan. Je moet ook niet bang zijn om in het diepe gegooid te worden; je moet enkel zien dat je kan zwemmen. Ik hoop dat die onbevreesdheid inspirerend werkt.

Hoe ziet u de rol van uw aanwezigheid op sociale media voor een succesvol bestuur?

In zekere zin is het belangrijk, omdat je je eigen sociale media veel meer onder controle hebt dan die van anderen. Blijkbaar zijn veel dingen die ik zeg controversieel en worden die vaak bewust in een controversieel daglicht gezet. Op je eigen sociale media ben jij natuurlijk degene die het narratief bepaalt. Ik probeer wel weg te blijven van de standaard politieke socialemediapagina; Facebook vind ik sowieso niet zo tof, dat is een heel andere sfeer dan Instagram, wat wel meer mijn medium is. Ik beheer mijn eigen Instagram. Voor mij is dat gewoon een toffe plek waar ik zaken kan laten zien die ik zelf wil zien van anderen, naast wat ik politiek doe. Mensen spreken ook vaak over de authenticiteit van politici en ik denk dat je dus vooral niet authentiek bent wanneer je je sociale media aan anderen uitbesteedt en analyses laat maken over wat je moet posten. Je ziet het onmiddellijk als politici het zelf doen en vooral wanneer ze dat niet doen. Voor mij is het ook vooral een manier om een zekere connectie te maken met mensen. Het zorgt ervoor dat je heel aanspreekbaar bent. Je kan op die manier informatie delen; de Instagram van Stad Antwerpen doet het daarnaast ook heel goed en dat is onmisbaar. Via sociale media krijg je een connectie met je volgers en heb je een gemeenschapsgevoel. Twitter (het huidige X, n.v.d.r.) vind ik ook allang niet meer leuk, daar is iedereen compleet gestoord. Ik vraag me soms af of mensen niets beter te doen hebben dan op een zondagmiddag giftige comments posten, maar ik merk dat dat op Instagram minder het geval is, daar is een meer positieve vibe.

Ik merk ook dat sociale media het medium zijn waarop jonge mensen mij het meest rechtstreeks bereiken. Jongeren die bepaalde vragen hebben over wat er gebeurd is of wat ik gezegd heb, gaan niet snel mails sturen. Daarom vind ik het ook belangrijk om het zelf te doen, zodat ze geen standaard, officieel antwoord krijgen. Het idee is om met hen als normaal mens te spreken. Ik ben ook Antwerpenaar, ik woon hier en heb hier een normaal leven. Ik ben geen onbereikbaar persoon: je kan gewoon in mijn dm’s sliden.

Komt u veel in contact met politiek geëngageerde studenten?

Je hebt inderdaad studentenclubs die debatten en inhoudelijke avonden organiseren en daar spreek ik met plezier. Voor mij mag dat ook over meer gaan dan enkel de actualiteit. Ik heb eens een tour gedaan waarin ik met jonge mensen sprak over vrijheid van meningsuiting, safe spaces en hoe die twee ook wel met elkaar op gespannen voet staan. Het stoort me dat sommige politici de bezorgdheden van jongeren beperken tot bijvoorbeeld gratis met de tram rijden. Ze zijn met meer dingen bezig dan enkel praktische, concrete zaken. Dat gaat ook over grotere thema’s waar ik graag over spreek met jongeren: in wat voor stad en samenleving ze willen leven, wat hun mensbeeld is, welke druk ze ervaren om perfect te zijn, of over de verborgen eenzaamheid die toch leeft onder jongeren. Dat is een van de redenen waarom ik heel hard tegen TikTok ben: dat is een buitengewoon giftig algoritme. Je komt meteen in een rabbit hole en voor je zelfbeeld is dat slecht.

Mijn favoriete momenten zijn die waarbij het licht aangaat, waarbij jongeren zich realiseren dat hun leefwereld veel groter is dan de eigen kring. Ik ben gelabeld als ‘conservatief’ en dat vind ik ook niet erg. Ik probeer dan ook vooral aan jongeren uit te leggen wat dat betekent en wat de gedachtegang erachter is. Zeker bij jonge vrouwen merk ik dat ze vaak wel meegaan in de ideeën, maar zichzelf liever niet labelen als conservatief. Daarom is het effectiever om het woord weg te laten en gewoon te spreken over hoe je in het leven staat – dat vind ik boeiend. Dat is ook de rol van de universiteit, politici en iedereen die maatschappelijk geëngageerd is: om de leefwereld wat open te trekken. Dat gaat voor mij veel verder dan tramabonnementen of openingsuren van nachtclubs. Dat vond ik zelf ook tof als student, om het idee te krijgen dat je zaken vanuit een andere hoek bekijkt.

Bedankt om tijd voor ons te maken in uw drukke agenda. Waarom vond u het belangrijk om dit interview te doen?

Om dezelfde redenen als wanneer ik voor veel studenten ga spreken: ik vind het belangrijk dat je toegankelijk en bereikbaar bent. Ik hoop ook dat mensen die het lezen over zaken nadenken waar ze ervoor misschien nog niet bij hadden stilgestaan. Ik vind ook dat je als burgemeester van Antwerpen een interview moet geven aan het studentenblad van UAntwerpen: het is een no-brainer. (lacht)



opinie

29/04/2025
een tekening van k3
🖋: 

Het was een doodgewone maandagochtend. De docent stond vooraan te mopperen dat onze opdrachten ondermaats waren, toen plots een kreet door de aula schalde: “IK HEB TICKETS!”

Verder werd er tijdens de les met geen woord over gerept. Ik haalde mijn schouders op en ging verder met staren naar mijn laptopscherm. Maar toen ik later thuis door mijn sociale media scrolde en werkelijk iedereen triomfantelijk hun tickets zag delen, drong het tot me door: het ging over de K3-reünie.

Mijn eerste reactie? Ongemakkelijk lachen. K3? Serieus? Toen ik enkele maanden geleden aan diezelfde mensen vroeg of ze mee wilden naar de nieuwe tour van MEROL, reageerden ze nog dat die muziek ‘te populair’ was. Nu showen ze openlijk hun K3-tickets alsof het de nieuwste editie van Vogue is. Ik had een betere muzieksmaak van hen verwacht. Maar ergens diep vanbinnen, tussen alle ironische afstand en zelfverklaarde muzikale superioriteit, begon een stemmetje te knagen. Een stemmetje dat klonk als... Tele-Romeo?

Laten we eerlijk zijn: of je nu diep in de technoscene zit, alleen maar naar obscure indiebands luistert of jezelf als een echte rocker beschouwt, iedereen kent de woorden van Alle Kleuren en niemand kan níét glimlachen bij Oya Lélé. De liedjes zitten verankerd in ons collectieve geheugen, ergens tussen de Teletubbies en de geur van Zwitsal-shampoo.

En weet je wat? K3 heeft me dingen geleerd. Levenslessen. Als het binnenregent in mijn kot, weet ik dat ik een emmer onder het gat moet zetten. Ik vond de perfecte omschrijving voor mijn mentale toestand tijdens de blok: ‘Blub, ik ben een vis’. Hetzelfde geldt voor de restjes in mijn koelkast: ‘Alle kleuren van de regenboog’. Jongens? Die zijn gek. En ik leerde zelfs een paar woordjes Frans. Oké, geen hogere wiskunde, maar ook niet minder waardevol dan de gemiddelde TED-talk over ‘persoonlijke groei’.

Misschien is dat net de kracht: ze doen niet alsof ze meer zijn dan wat ze zijn. Drie jonge vrouwen in glimmende outfits die zingen over dingen die je meteen begrijpt. Geen pretentie. Geen diepere laag die je pas snapt na drie essays erover te lezen. Gewoon: plezier. En dat is precies waarom het zo werkt.

Ineens drong het tot me door. Die mensen met hun tickets, die posts, dat enthousiasme — het was geen teken van slechte muzieksmaak en het was evenmin bedoeld als grap. Ze wisten gewoon al wat ik nog moest inzien: vrolijk zijn heeft geen uitleg nodig. Ze gaan een magische ervaring tegemoet.

En ik? Ik zat daar met m’n superieure paylist, m’n opgetrokken wenkbrauwen en een leeg winkelmandje. Geen ticket. Geen K3. Alleen een wachtlijst en een lesje in nederigheid.



close-up

29/04/2025
een sfeerfoto van een concert van Oscar and the wolf
🖋: 

Op 15 maart zie ik electropopband Oscar and the Wolf voor de tweede keer live, dit keer in het Sportpaleis. Frontman Max Colombie brengt zijn nieuwe album Taste naar het podium; een plaat die emotioneel veel dieper gaat dan wat ik van hem gewend ben. De show voelt niet alleen als een concert, maar ook als een manier voor Colombie om zich open te stellen voor zijn publiek.

Bekend om zijn unieke mix van dromerige pop en elektronische muziek slaagt Colombie er ook keer op keer in om tijdens zijn liveshows zowel muzikale als visuele elementen samen te brengen in een bijzondere ervaring. Zijn muziek heeft altijd een melancholische ondertoon, maar zijn shows stralen juist veel energie en een nachtclubachtige sfeer uit. Colombie weet zijn persoonlijke stijl te combineren met een groots podium, wat hem tot een van de meest unieke en opvallende artiesten binnen de hedendaagse popscene maakt.

Het nieuwe studioalbum Taste, dat eind 2024 verschenen is, is inmiddels het vierde album in zijn discografie. In tegenstelling tot zijn vorige werk is deze plaat een stuk directer en zwaarder beladen. Colombie spreekt openlijk over zijn verslaving aan drugs en aan de liefde; niet aan een persoon, maar aan het gevoel van verliefd zijn. Zijn verlangen naar deze euforische momenten loopt als een rode draad door het album. De muziek klinkt op het eerste gehoor verleidelijk en dansbaar, maar de teksten onthullen een ander verhaal. Een verhaal over obsessie, leegte, verslaving en het verliezen van controle. Taste glanst aan de buitenkant, maar is rauw vanbinnen.

Dit contrast komt live nog sterker naar voren. De show in het Sportpaleis is zorgvuldig opgebouwd, met een explosie van licht, lasers, confetti en Colombies kenmerkende glinsterende outfits. Elk visueel element is tot in de puntjes uitgewerkt, maar nooit zonder diepgang. Colombie blikt in een videoboodschap halverwege de show terug op een donkere periode waarin hij na een avondje uit opnieuw zijn dealers opbelt, om maar niet alleen thuis te hoeven ontnuchteren. Deze momenten van stilte en kwetsbaarheid geven de show diepgang. Het is een emotionele en eerlijke getuigenis die de zaal volledig stil krijgt. Ondanks het formaat van het Sportpaleis voelt de show teder en intiem.

Met Taste zet Oscar and the Wolf een kroon op zijn muzikale oeuvre. De bijbehorende liveshow benadrukt de dualiteit van de muziek: de balans tussen sensuele beats en rauwe, persoonlijke verhalen. Met het album bewijst de band dat popmuziek niet alleen om plezier draait, maar ook om het confronteren van de donkere kanten van het leven. Dat doet Max Colombie op een manier die we niet snel zullen vergeten.



uantwerpen

22/03/2025
slaapexpert
🖋: 

Al gapend en in de ogen wrijvend staat dwars vroeg in de ochtend voor het slaapcentrum van het UZA. Eenmaal binnen staan we in een mooie, ruime lobby en na wat verwarring over waar we nu juist naar toe moeten, komen we aan op de vijfde verdieping, waar we worden begeleid naar het bureau van slaapexpert prof. dr. Johan Verbraecken. Buiten straalt de zon maar alle gordijnen zijn gesloten, waardoor het bureau is gehuld in duisternis, ook al begroet prof. dr. Verbraecken ons met een stralende glimlach.

Bestaat er zoiets als ochtend- en avondmensen of is dat een fabeltje?

Het slaapwaakritme wordt gestuurd door melatonine. Vooral als het duister wordt, beginnen we melatonine aan te maken in de pijnappelklier. De ochtendtypes beginnen al vroeg op de avond melatonine aan te maken, in tegenstelling tot de avondtypes die een paar uur later beginnen met de aanmaak. Dit ligt vast in ons genetisch materiaal; we worden dus voor een stuk als een ochtendmens of avondmens op de wereld gezet.

Je kan het wel een beetje manipuleren via sociale contacten, voeding en activiteiten. Ook door licht kan je de biologische klok verschuiven. Maar we zijn dus wel intrinsiek een ochtend- of een avondtype.

Beginnen de lessen eigenlijk niet te vroeg?

Dat is heel individueel. Voor de ochtendtypes is les om 8u30 eigenlijk perfect, maar voor de avondtypes is het natuurlijk wat minder goed. Die zitten dan meer als een zombie of een robot in de les. We noemen dit ook wel presenteïsme: je bent er wel maar je bent er gewoon niet bij. Met andere woorden: automatisch gedrag lukt wel, maar meer moeilijke opdrachten niet. Doordat avondmensen ‘s ochtends vroeg nog slaapdronken zijn, is een examen invullen of een vraagstuk oplossen echt een ramp. Voor de avondtypes zou het dus beter zijn mochten de lessen later starten. Zo kan je tegemoetkomen aan de natuurlijke slaapbehoeftes van iedereen.

Toen ik nog student was, was ik een echt ochtendtype: ik stond al om 6u op. ’s Avonds had ik het wel om 22u30 gehad. Daarna is dat door het kotleven allemaal opgeschoven: veel ambiance, veel lawaai op de gangen en steeds maar later gaan slapen. Ook wachten doen tijdens de specialisaties heeft ervoor gezorgd dat ik nu een avondtype ben.

Doorheen de nacht doorlopen we verschillende slaapcyclussen. Eén cyclus duurt ongeveer anderhalf uur. Heet het nut om in stukken van anderhalf uur te slapen?

Er zijn nu wel allerlei appjes die je kan instellen om te bepalen wanneer je wekker het beste afloopt. Om te beginnen zijn die apps niet zo betrouwbaar, zelfs die van de bekende merken. Ze over- of onderschatten de slaapstadia met een kwartier tot twee uur. We hebben dat zelf onderzocht. Dat is toch wel een teleurstelling, zeker omdat veel mensen die apps gebruiken. De analyse van de slaapstadia gebeurt met algoritmes die bewegingen, geluiden en trillingen bestuderen. Toch zijn het black boxes, want we weten niet precies hoe ze het doen.

Normaal ontwaken we wanneer we uitgeslapen zijn. We worden dan wakker zonder al te veel moeite en zeker zonder iets te moeten timen. Het timen van je slaapcyclus is naar mijn aanvoelen vooral een marketingverhaal en niet zozeer wetenschappelijk onderbouwd.

Wat is de invloed van zulke apps en sociale media op onze slaap?

Het begint al heel vroeg op kinderleeftijd. Hier ontwikkelen kinderen nefaste gewoonten, die ze dan verderzetten in hun studentenjaren en nadien in het beroepsleven. Het is vooral de combinatie van het licht en de inhoud die zo nadelig is. Het blauwe licht geeft ons energie en overdag is dat belangrijk. Blauw licht komt niet alleen van onze schermen maar ook van het zonlicht. In de avond is dit uiteraard niet meer nodig, want dan houdt het ons net wakker. Het onderdrukt onze melatonineproductie waardoor de slaapbehoefte steeds later op de avond opkomt en onze nachten korter worden, ook al moeten we gewoon op tijd opstaan. Als je dit chronisch doet, jaar na jaar, dan bouw je evident een chronisch slaaptekort op en dat heeft impact op van alles: geheugenfunctie, alertheid, … Mensen drinken dan overdag koffie, wat op zijn beurt de slaap verstoort en zo kom je in een vicieuze cirkel terecht. Ondertussen wijst prof. dr. Verbraecken naar zijn koffie en zegt met een glimlach: “Dit is decafé koffie by the way.”

Kan je slaap inhalen als je in het weekend tot 's middags in je bed blijft liggen?

Als je elke nacht maar vijf uur slaapt en je hebt eigenlijk zeven uur nodig, dan bouw je wel een toenemende slaapbehoefte op. Die druk wordt zo groot dat je, als je dat kan, meer uren gaat slapen. Nu is het niet zo dat je al de uren die je gemist hebt, moet inhalen. Je brein gaat zoeken naar een evenwicht, door meer diepe en REM-slaap aan te maken. Dat zijn de twee belangrijkste slaapfasen, samen heten ze de kernslaap. In de kernslaap recupereren ons lichaam en geest. Door meer kernslaap aan te maken, kan je een gemist uur inhalen door een halfuur bij te slapen. Maar als je een hele week te weinig geslapen hebt, gaat een halfuur natuurlijk niet voldoende zijn.

Je moet vooral zorgen dat je niet te veel morrelt aan je biologische klok als je bij slaapt. Want hoe langer je in bed ligt, hoe korter je dag wordt. Daardoor bouw je minder slaapbehoefte op. Dus als je wilt bijslapen in het weekend, mag je niet overdrijven. Tot ‘s middags in je bed blijven liggen, vind ik een verschrikkelijk idee.

Binnenkort is het weer zomertijd. Wat is het effect daarvan?

Allereerst gaat de klok een uur vooruit. Dus: een uurtje slaapdeprivatie. Dat is niet veel, maar bij mensen met een slaapprobleem of bij heel jonge kinderen met een strak slaapwaakritme kan dat toch problemen geven. De overschakeling vraagt gemiddeld één dag aanpassingstijd. Tijdens deze overgang zijn mensen slaperiger en hebben ze een verminderde concentratie. Daardoor zijn er de dag nadien ook meer auto-ongevallen.

Waarom zijn uw gordijnen al dit gehele interview dicht?

Ja, dat is voor mijn slaapritme inderdaad niet goed. Er zit niet echt een andere reden achter dan dat als mijn gordijnen open zijn, ik mijn beeldscherm niet goed kan zien. (lacht)



editoriaal

22/03/2025
Thijs
🖋: 
Auteur

“Vanaf nu gaat alles anders zijn”, “ik ga alles bijhouden en plannen”; ik hoor het mezelf vaak zeggen. Maar ook dit semester is mijn "alles veranderde toen de Vuurnatie aanviel"-moment uitgebleven. In vergelijking met vorig semester is er, buiten dat ik iets ouder ben en een nieuwe crush heb, weinig veranderd – misschien bén ik zelf wel de Vuurnatie. En is dat waarom er niets verandert.

Ik heb uiteraard, zoals iedereen die beseft dat er zonder plan niets verandert, wel mijn eigen ideologie van hoe ik mijn eigen Vuurnatie kan zijn. Hoe ik zelf mijn slechte gewoonten kan aanvallen en zo alles veranderen. Een plan had ik, maar ergens tussen het idee en de uitvoering gebeurde (n)iets. (Wil je meer weten over mooie plannen waar maar weinig mee gebeurt? Pagina 6 helpt je verder.) Alles zou veranderen toen het semester aanving. Geen uitstelgedrag meer, een planning, een slaapritme (pagina 8), altijd geconcentreerd en nooit onvoorbereid in de les. (Uiteraard wel ín de les.) Nu is dat bij mij – misschien net zoals bij jou, beste lezer – vrijwel volledig mislukt. Ik heb wel een nieuwe markeerstift en een planner, dus dat is fijn. Kan ik tenminste volgend academiejaar toch weer spetterend van start.

Ergens tussen de eerste les en de eerste deadline maakte de “alles gaat nu anders zijn”-gedachte plaats voor de automatische allemansvriend “even snel doorlezen volstaat vast ook”. Eerst voel je je nog schuldig na het even snel doorlezen, maar richting de zomer is het de standaard. Nu, in de lente begeven we ons op een denkbeeldige, maar daarom niet onbelangrijke, kruising. Kiezen we voor ons oude patroon en gooien we onze semestriële voornemens definitief overboord of gaan we onze nieuwe markeerstift en planner écht gebruiken?

Toch lijken we niet te beseffen – mede omdat ik net zei dat het specifiek voor de lente is – dat we ons eigenlijk het hele semester op zo’n kruispunt begeven. Steeds wachten we op dat ene moment. Het moment waarop alles klikt. Het moment wanneer de zon altijd zal schijnen, je altijd meewind hebt en elk verkeerslicht groen is. Ik zie je denken: “Altijd zon, altijd meewind, altijd groen. Dat kan toch helemaal niet, als het altijd groen is, botst iedereen?” Dat is het punt; het is een illusie en jij gelooft er nog in.

Het is nu lente en in de lente gaat werkelijk alles veranderen. Ik geloof in mei.



maatschappij

22/03/2025
Trumps Gilead
🖋: 

Maandag 20 januari keek de hele wereld angstig toe toen de Amerikaanse president Donald Trump werd ingezworen voor zijn tweede ambtstermijn. De regen viel gestaag op het Capitool terwijl hij zijn hand niet op de Bijbel legde. Dit beeld deed denken aan zijn eerdere photo-op in 2020, toen hij na protesten met een bijbel poseerde voor de St. John’s Church.

Als fervent liefhebber van film en literatuur zag ik al snel gelijkenissen tussen zijn versie van Amerika en die in The Handmaid’s Tale. Dat is een dystopische roman die geschreven is door de Canadese auteur Margaret Atwood die ook als een serie te bekijken is. De republikeinse visie, duidelijk samengevat in Project 2025, kwam me akelig bekend voor. De concentratie van macht, de autoritaire tendensen, de beperkingen van vrouwenrechten en de controle over hun lichamen, de theocratische invloed en de afbrokkeling van de scheiding tussen Kerk en Staat, de onderdrukking van de pers: Amerika verandert stilaan in Gilead.

macht in één hand

Trump heeft herhaaldelijk geprobeerd de macht van de uitvoerende tak te versterken, met bijvoorbeeld pogingen om de rechterlijke macht te ondermijnen en de federale regering te herstructureren. Project 2025 versterkt de presidentiële macht door de rol van het Congres en van onafhankelijke controle-instanties te beperken. Dit doet denken aan Gilead, het fictieve land waar de macht gecentraliseerd is in de handen van de Commanders en er weinig ruimte is voor democratische processen.

Toen rechters tijdens zijn eerste termijn uitspraken deden die hem niet bevielen, noemde Trump hen so-called judges. In The Handmaid’s Tale bestaan er zelfs geen rechters meer. De rechtszaal maakt plaats voor een systeem waarin één groep de regels bepaalt en afwijkende stemmen het zwijgen wordt opgelegd, in Gilead vaak met de doodstraf.

controle over vrouwenlichamen

Een van de meest huiveringwekkende aspecten van Gilead is de volledige controle over vrouwen. Zij mogen niet werken, geen eigendom bezitten, geen geld verdienen, geen onderwijs volgen. Het enige doel van een Handmaid is voortplanting, ongeacht de gevolgen. Deze onveiligheid keert ook terug in de Verenigde Staten.

Trumps benoemingen van conservatieve rechters, waaronder Amy Coney Barrett, hebben geleid tot het terugdraaien van Roe v. Wade, waarmee de federale bescherming van abortusrechten werd opgeheven. Vanaf nu liggen de beslissingen omtrent abortus bij de staten. Project 2025 pleit voor het verder inperken van vrouwenrechten. Dit kan er zelfs toe leiden dat sommige vrouwen retroactief schuldig worden verklaard voor abortussen uit het verleden.

In sommige staten moeten vrouwen nu verplicht naar crisiscentra die hen overtuigen hun zwangerschap te behouden, zelfs in gevallen van verkrachting of incest. In The Handmaid’s Tale gebeurt hetzelfde: Handmaids worden gehersenspoeld in het Rode Centrum, waar ze leren dat hun enige rol in de maatschappij reproductie is.

geen scheiding Kerk en Staat

Trump heeft het integreren van religie in de politiek versterkt, met beleidsmaatregelen die de scheiding van Kerk en Staat laten verwateren. Zo werden er tijdens zijn termijn stappen gezet om religieuze groeperingen invloed te geven in politieke besluitvorming. Project 2025 gaat nog een stap verder door de invloed van religie in het openbare leven te versterken. Dit zou kunnen leiden tot een grotere integratie van religieuze normen in de wetgeving, net zoals in Gilead, waar religie de basis is voor het regime.

Tijdens een toespraak in 2023 riep Trump: “We are one nation under God, and we will keep it that way!” Die woorden klinken als een echo van de theocratische fundamenten van Gilead.

controle over de media: fake news!

Trump is berucht om zijn aanvallen op de media, die hij vaak beschuldigt van het verspreiden van fakenieuws. Dit beleid van mediaonderdrukking en het bevorderen van gefabriceerde feiten komt overeen met Gileads strikte controle over informatie.

In The Handmaid’s Tale wordt alle pers gecensureerd en verdraaid om de machthebbers te dienen. Pure propaganda dus, en niet heel verschillend van Fox News. Project 2025 promoot het idee om de media verder te controleren en mogelijk meer staatsinterventie toe te staan. Dit zou kunnen leiden tot een situatie waarin onafhankelijke journalistiek en persvrijheid worden beperkt, net zoals in Gilead.

polarisatie: lock her up!

Onder Trump is de polarisatie in de Amerikaanse samenleving toegenomen. Hij maakt vaak gebruik van vijandbeelden en ‘wij tegen zij’-retoriek. Project 2025 lijkt dit te willen verankeren door een duidelijke scheiding tussen conservatieve en liberale waarden te creëren en door sterke sociale normen op te leggen. Dit doet denken aan de polarisatie in Gilead, waar afwijkingen van de norm worden bestraft en sociale controle het fundament van de samenleving is.

Tijdens zijn campagne en rally’s riep Trump al naar het publiek om zijn politieke tegenstander, Kamala Harris, op te sluiten. Zijn beweegreden hiervoor? Ze staat voor liberale principes. Volgens hem is dit al voldoende.

In Gilead eindigt dat soort retoriek niet met een arrestatie, het eindigt met een publieke ophanging aan de Muur.

de waarschuwing van Gilead

Hoewel de Verenigde Staten nog niet het dystopische niveau van Gilead hebben bereikt, zijn er al verontrustende gelijkenissen in de trends die onder Trump zichtbaar worden. Project 2025 lijkt een plan dat deze tendensen verder zou versterken. Het is belangrijk om waakzaam te blijven en de ontwikkelingen van de Amerikaanse samenleving goed te volgen, want als we niet opletten, zou de wereld van The Handmaid’s Tale wel eens dichterbij kunnen komen dan we denken.



recensie

22/03/2025
Tosca
🖋: 
Auteur

In een brief aan haar uitgever en vriend Daniël beschrijft vertaalster May hoe een treffend potloodportret het begin vormde van een verstikkende uitwisseling met Aline, een jonge vrouw die zich reeds lijkt te verzoenen met haar nakende dood. Hoe intenser May haar probeert te begrijpen, te redden zelfs, hoe meer zij met lege handen komt te staan. En met lege pagina’s.

Tosca (2023), de poëtische debuutroman van Maud Vanhauwaert, is een verhaal vol onderhuidse spanning. Twee vrouwen raken verstrikt in een toxische relatie waarin feit en fictie vervloeien en de vraag steeds nijpender wordt: wie parasiteert op wie? Een zinderend kat-en-muisspel, even beklemmend als lyrisch.

De roman daagt de lezer uit. Net als May verlang je naar antwoorden, maar Vanhauwaert weigert die te geven. De obsessie van de vertaalster sluipt gaandeweg ook in jou. Intussen bekijkt Lou, Mays partner, de fascinatie voor Aline met groeiende argwaan. Terwijl Lou een lange weg aflegt om zwanger te worden, lijkt May steeds meer af te glijden in haar zoektocht naar Aline. De tegenstelling is scherp: tegenover het verlangen naar nieuw leven staat de angst voor de onomkeerbaarheid van de dood. Vanhauwaert zet die contrasten messcherp neer en laat het ongeduld en de wrevel over Alines zwijgzaamheid tastbaar worden. Toch wekte Aline, ondanks haar fragiele positie, amper medelijden bij me op.

Het zou jammer zijn om te onthullen hoe het verhaal zich verder ontvouwt, want juist in het spel van uitstel en suggestie schuilt de kracht van Tosca. May leest in Alines schaarse woorden en tekens een betekenis die even verleidelijk als onzeker is. De vraag of Aline de waarheid spreekt, creëert een gelaagdheid in de roman en zet de lezer aan tot interpretatie. Vanhauwaert maakt haar prozadebuut als een auteur die haar vak al beheerst: haar ervaring als dichter en performer sijpelt door in elke zin.

De briefvorm, en de manier waarop Vanhauwaert taal gebruikt, sleurt de lezer mee in de twijfels van haar personage. Waar woorden tekortschieten, grijpt de auteur naar poëzie – en dat doet op geen enkel moment afbreuk aan de roman. Integendeel, het is een bewijs van Vanhauwaerts meesterschap: ze weet hoe ze met woorden moet twijfelen. Zodra je denkt het verhaal doorgrond te hebben, volgt een wending die alles op losse schroeven zet.

Toch liet het boek me op het einde abrupt achter. De vragen stapelden zich op, zonder houvast. Maar misschien is dat geen tekortkoming, maar een bewuste keuze – een laatste, subtiele hand in het zaaien van verwarring. Dat is precies waar Vanhauwaert in uitblinkt: ze schrijft niet om zekerheid te bieden, maar om verwarring te zaaien. En terwijl ik nog steeds probeer te ontrafelen wie op wie parasiteerde, wil ik graag mijn beste vriendin, Aline, bedanken om me dit boek aan te raden.



stuvers aan het woord

22/03/2025
Stuver
🖋: 
Auteur

Waar is de Studentenraad zoal mee bezig? Haar roze logo verschijnt te pas en te onpas in de mailbox, maar wat doet ze naast mailen? Op welke manieren beïnvloedt ze het dagelijks leven van de student? Om daarachter te komen neust dwars in de projecten van de Studentenraad. Deze editie brengt voorzitter Laurens Verhaegen verdoken studiekosten aan het licht.

Een steeds groter deel van ons onderwijs wordt digitaal: cursussen zijn beschikbaar als pdf en lesvideo’s alom. Het biedt helaas niet enkel voordelen. “Er zijn ook andere dingen gedigitaliseerd die, in tegenstelling tot cursusboeken in pdf, extra kosten met zich meebrengen. Denk hierbij aan onderwijs met behulp van specifieke softwarepakketten. Die worden niet altijd volledig door de universiteit gefinancierd, waardoor studenten zelf moeten bijbetalen”, zegt Laurens.

Binnen de universiteit is er een fonds dat subsidies verstrekt aan faculteiten wanneer ze software willen kopen. “Dit jaar was de vraag naar softwarelicenties vanuit de faculteiten uitzonderlijk hoog, waardoor er niet voldoende geld was. Dat leidde er onder andere bij het vak Fysiologie al toe dat studenten daar 25 euro extra neertelden, een bedrag dat vooraf betaald diende te worden om deel te mogen nemen aan het practicum. Soms gaat het ook om kleinere bedragen. Geen betaling? Geen deelname. Geen deelname? Geen studiepunten.”

Studenten betalen dus inschrijvingsgeld om vakken te mogen volgen, maar worden daarna verrast met verplichte extra softwarekosten. "Proffen denken bijvoorbeeld: ‘5 euro voor mijn vak, da’s toch niet zo veel?’, maar de kosten stapelen zich natuurlijk op als dat voor meer vakken gebeurt.” Een kritische lezer denkt nu: ‘En mijn handboek dan, dat is toch ook niet gratis?’ Dat klopt, zegt Laurens, maar: “Een handboek is van de student, terwijl een labo- of computerpracticum van de universiteit is. Als je een practicumlabo binnenkomt, zegt de prof nooit: ‘Die opstelling mag je niet gebruiken tenzij je eerst betaalt’ en dat gebeurt nu met de softwarelicenties voor computerpractica eigenlijk wel.”

De Studentenraad zou de Studentenraad niet zijn als ze ons niet zou beschermen tegen deze ongein. “We willen de kosten in kaart brengen en pleiten voor duidelijkheid: welke kosten zijn voor de student, en welke horen bij de universiteit? Waar leggen we de grens?” Om de kostenwildgroei te vermijden, kaart de Studentenraad het probleem aan in de werkgroep Licenties en werken ze aan een breder standpunt over studiekosten en bespreken ze het in de Vlaamse Interuniversitaire Studentenraad. “Als we nu niet ingrijpen, wordt het normaal dat studenten steeds meer moeten bijbetalen. Dat mogen we niet laten gebeuren.”



satire

22/03/2025
cocktail
🖋: 

“Waarom vindt de student van vandaag het café minder aantrekkelijk?” Deze vraag werd onlangs gesteld door UAntwerpen en HOGENT. Zij werken nu samen aan een onderzoeksproject om de veranderende vrijetijdsbeleving van studenten in kaart te brengen. Wij wachten niet op de resultaten en sturen nu al onze reporter op pad om poolshoogte te nemen bij de studenten.

Ik spreek af met Mary op een gezellig terrasje om haar te vragen waarom ze weinig op café gaat. We bestellen elk een cocktail en beginnen aan ons gesprek. Nog voor ik haar kan vragen over haar ervaringen met studentencafés wordt ze echter onwel en moet ze naar huis gaan. De alcohol kwam blijkbaar erg hard binnen omdat ze vooraf niet gegeten had. Omdat deze ene cocktail haar een volledig uurloon kostte, moest ze besparen door haar avondeten over te slaan. Mary werkt nochtans elk weekend van ‘s ochtends tot ‘s avonds, maar houdt amper geld over tussen de torenhoge huurprijs van haar kot en de peperdure handboeken die ze moet kopen.

Nadat Mary me geen antwoorden kon geven, contacteerde ik Jos. Ik wacht de volgende avond enkele uren op hem in een café. Wanneer hij eindelijk hijgend van de stress aankomt, legt hij me uit dat heel zijn avond in het honderd is gelopen nadat zijn professor plots drie papers doorstuurde die hij tegen morgen moest lezen, boven op de vier deadlines die hij al had deze week. Wanneer hij gaat zitten kijkt hij op zijn horloge en springt hij terstond weer op: “Als ik nu in tien minuten naar de bushalte sprint, kan ik straks nog zes uur slapen voor mijn les van 8u ‘s ochtends.”

De volgende dag hoop ik dat Lucie me eindelijk helderheid kan verschaffen, maar dat loopt al even slecht. Nadat twee mannen haar binnen lastigvallen, besluiten we buiten te gaan zitten. Daar begint ze meermaals mijn vraag te beantwoorden over waarom ze niet graag op café gaat, maar wordt ze telkens onderbroken door voorbijwandelende dronken jongemannen die obsceniteiten roepen. Na de derde keer is ze dat zo beu dat ze weggaat om op kot met haar vriendinnen wijn te drinken. Ik blijf achter zonder te horen wat nu haar probleem met cafés is.

In een laatste poging om het mysterie op te lossen, besluit ik een vriend uit de Kempen op te bellen. We spreken die avond af op café, maar net wanneer ik ga vertrekken krijg ik een bericht dat hij niet kan komen: door een spontane staking bij De Lijn rijdt er geen enkele bus naar Antwerpen. Ook de NMBS kan geen hulp bieden nadat het treinverkeer werd stilgelegd door spoorlopers. Na dagen van onderzoek heb ik nog altijd geen enkele reden gekregen waarom studenten niet op café gaan. Teleurgesteld moet ik het opgeven om dit mysterie te achterhalen. Misschien was ik wat te ambitieus; zo’n complex probleem als dit kan ik best overlaten aan de onderzoekers.



close-up

22/03/2025
duiveltje in een gitaar
🖋: 

Je kan me voor enkele dingen wekken om drie uur ’s nachts; een prachtige maan, een goede tas thee en een indie-album, zeker als het net is uitgekomen. Before It Might Be Gone van de Groningse indierockband The Vices is hun derde langspeelplaat en met verve de meest ingetogene en rustige. Waar de voorgangers energieke gitaarriffs combineerden met teksten over hun plaats in de wereld, doet Before It Might Be Gone het wat rustiger en met meer zelfreflectie.

Opener en titelnummer Before It Might Be Gone duurt net geen vijf minuten en zet meteen de toon voor de volgende negen songs: de serene intro maakt gaandeweg plaats voor de krachtige gitaren die makkelijker geassocieerd worden met de band. Het hoogtepunt van het nummer is zonder twijfel de solo die zanger Floris van Luijtelaar uit zijn gitaar laat klinken. Waar het eerst nog zoeken is naar die schreeuwende gitaar, komt hij halverwege als een duiveltje uit een doosje.

De gitaarsolo’s blijven je om de oren vliegen in nummers als Gold, Wrong Ones en Shaking Shoulders. Waar het openingsnummer je langzaamaan in het ritme brengt, vliegen deze tracks er meteen in. Op het vlak van energieniveau moeten deze liedjes niet onderdoen voor die op de eerste twee albums en kan je je enkel afvragen hoeveel blikjes Red Bull de bandleden juist hebben binnengespeeld toen ze aan hun opnames begonnen. Of dat zich vertaalt op een podium? Jazeker, hun energievat lijkt onuitputtelijk en werkt ook heel aanstekelijk!

Stevige gitaren zijn trouwens niet het enige waar The Vices op kunnen rekenen. Drummer Matthijs Kruizenga neemt het voortouw in een nummer als Guess We’re All The Same en toont even aan dat een goede beat meer dan genoeg is om iets catchy te maken. Je hebt niet altijd nood aan intrigerende gitaarsolo’s.

In een daaropvolgend drieluik tonen The Vices ook waarom ze onder het label ‘indie’ worden geplaatst. How Does It Feel, Only For A While en Lovers Eyes zijn een stuk rustiger, maar hebben nog steeds die gekende indievibes waarmee de band bekend is geworden. Ook de afsluiter van de plaat is een heel stuk rustiger dan wat je zou verwachten nadat je het eerste liedje hebt beluisterd. Still They Might Not Like It lijkt wel een slaapliedje, zeker omdat de drums pas na een kleine minuut komen binnensluipen. Zelfs met die drumbeat breekt het nummer niet helemaal los, of toch zeker niet zo hevig als bijvoorbeeld bij Before It Might Be Gone.

Voor wie graag eens voorproeft, hebben The Vices een ‘album video’ gemaakt waarbij ze je in drie minuten op een visuele tour doorheen hun album nemen. Ideaal om al eens kort kennis te maken met je nieuwe favoriete indierockband!