toekomsttheorieën
24/02/2016
🖋: 

Ergens op het internet, far far away van modeblogs, make-up tutorials en bodybuilding fora, vind je filmpjes van nerds die urenlang met bittere ernst over de volgende Star Wars film speculeren. Met The Force Awakens nog vers op het netvlies gebrand, discussiëren fanboys en fangirls van allerlei allooi al gretig over hoe het plot zich in Episode VIII verder zal ontwikkelen. Daarbij worden ook de wildste theorieën niet geschuwd. Een kleine bloemlezing.

Eén van de onderwerpen waar het drukst over gespeculeerd wordt, is de rol die Luke Skywalker zal spelen in het volgende luik van de nieuwe Star Wars trilogie. In The Force Awakens zagen we al het bejaarde koppel Han Solo en Prinses Leia, maar de eigenlijke held van de originele Star Wars trilogie, die op het einde van film een kleine maar gewichtige cameo maakte, blijft vooralsnog gehuld in mysteries. We weten dat Luke koos voor een leven in ballingschap, maar de reden hiervoor is onbekend. Waarvoor doet hij juist boete? En waarom laat hij de wereld in de steek nu de tirannieke First Order gans het heelal terroriseert? Het personage van Luke is een groot in mysterie

 

Sommigen beweren daarom dat Luke is overgelopen naar de dark side en dus mogelijk binnenkort onthuld zal worden als een Sith Lord. Een plausibele theorie, gezien Lukes traumatische verleden. Want ondanks het gegeven dat hij de vrede herstelde in the galaxy, liep het Luke niet altijd voor de wind. Eerst komen zijn pleegouders op gruwelijke wijze om in een brand. Luke wordt voor de tweede keer in zijn leven wees. Vervolgens wordt hij verliefd op een gevangen genomen prinses die achteraf zijn zus blijkt te zijn. Later komt hij ook nog te weten dat de in leder gehulde, gemaskerde man die zijn zus opsloot eigenlijk zijn vader is. Het hoeft dus niet te verwonderen dat Luke dertig jaar na deze feiten mogelijk wat in de knoop zit met zichzelf. Of hij daarom ook een planetenverwoestende psychopaat geworden is, valt nog af te wachten.

 

Darth Jar-Jar

Een nog onwaarschijnlijkere theorie stelt dat niet Luke, maar Jar-Jar Binks, het komische randpersonage uit episode I, II en III, als de ultieme bad guy zal worden gecast in de nieuwe trilogie. De geeks die deze fan theory aanhangen baseren zich vooral op George Lucas’ gerenommeerde voorliefde voor contra-intuïtieve plotwendingen. Denk maar aan Leia die Lukes zus blijkt te zijn, Darth Vader die “I am your father” zegt, en dat oude gekke mannetje dat uiteindelijk meester Yoda blijkt te zijn, de machtigste jedi in het universum.

 

 

Leia = Snoke?

Sommige stemmen op het internet vragen zich dan weer luidop af of Generaal Leia Organa wel volledig te vertrouwen is. Ondanks dat het verzet onder haar leiding erin slaagde Starkiller Base te vernietigen op het einde van The Force Awakens, is het volgens deze fantheory niet ondenkbaar dat Leia ook een verborgen agenda heeft. Net als Supreme Leader Snoke is ze angstvallig op zoek naar de verdwenen Luke Skywalker, maar haar motieven hiervoor zijn eerder vaag. Waarom maakte ze bijvoorbeeld geen gebruik van de Force om met haar broer in contact te komen? En waarom stuurt ze op het einde van de film Rey er op uit om Luke terug te halen – waarom van alle mogelijke kandidaten uitgerekend Rey, die in het begin van de film niet eens wist dat Luke echt bestond? Wat houdt haar tegen om zelf haar broer op te zoeken? Is ze soms bang voor een confrontatie?

 

Bovendien stelt deze theorie dat Leia's positie als opperbevelhebber van het leger maakt dat ze erbij gebaat is dat de conflicten met de First Order verder escaleren. In een pacifistische galaxy staan generaals immers niet op de loonlijst van de republiek. De oorlog met de First Order zou daarom wel eens georchestreerd kunnen zijn door een op macht beluste Generaal Organa die gedesillusioneerd is geraakt met het inefficiënte bureaucratisch apparaat dat een democratie op galactische schaal nu eenmaal met zich meebrengt.

 

Dat Snoke zich slechts toont aan het publiek als een hologram onderschrijft verder het vermoeden dat er misschien wel eens iemand onverwacht achter de schermen aan de touwtjes zou kunnen trekken. Een dergelijke onthulling zou alvast geen primeur zijn in het Star Wars-universum; reeds in de prequels speelde senator Palpatine al een gelijkaardige dubbelrol.



Dagen Zonder Vlees – week 2
21/02/2016
🖋: 

Van 10 februari tot 26 maart loopt de Dagen Zonder Vlees-campagne. Die is bedoeld om het besef over de impact van onze voedingsgewoontes op het milieu te vergroten en onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Dwarse redactrice en omnomnomnivoor Jutta doet er nog een schepje bovenop en gaat helemaal de geitenwollensokkentoer op als veganist. Ware het niet dat de geitenwollensokken in de kast moeten blijven want veganisme betekent afstand doen van alle dierlijke producten. Byebye honing, geen cappuccino tussendoor en dag lederen handtassen en dito schoenen. Een mens moet wel gek zijn.

Wie er mijn browsegeschiedenis van de voorbije twee weken op natrekt zal het veelvuldig voorkomen van varianten op ‘how to go vegan’opvallen. Want hoe doe je dat eigenlijk, van een ‘gewoon’ eetpatroon overschakelen op enkel plantaardige voeding? En wil dat dan zeggen dat je alleen nog maar rauwe worteltjes mag eten? Veganisme klinkt voor veel non-vegans toch vooral als een dieet waarin heel veel niet mag: geen vlees of vis, geen eieren, geen melk en dus ook geen kaas of bewerkte producten waar iets van dat alles in zit. In een sneldraaiende wereld vol snelle hap en meeneemkoffie is dat geen evidentie.

 

Gij zult alle voedingslabels lezen

Net als u had ik eigenlijk geen idee van de praktische kant van plantaardige voeding. Een van de vuistregels voor alle nieuwe dingen die je probeert is: lees. Daarom ben ik me zeer uitgebreid aan het inlezen in het hoe en waarom van veganisme, in de eerste plaats door elke voedingsverpakking te scannen op dierlijke ingrediënten. Dat heeft als gevolg dat mijn trip naar de supermarkt dubbel zo lang duurt als normaal en dat ik er elke keer hoogst verontwaardigd buitenstap. Zeer gehaast wilde ik een brik groentensoep kopen –zevenentachtiggroentenweelde ofzoiets, van Knorr-, zit er daar toch wel karnemelk in zeker! Karnemelk, in groentensoep, wie verzint zoiets. Voor een feestje had ik chips nodig en als stiekeme voedselsnob greep ik enthousiast naar Lay’s paprikachips in de waan dat chips gemaakt worden van aardappelen; weer melk op de ingrediëntenlijst. Ik kon me nog net inhouden om geen scheldtirade ten berde te brengen in een supermarkt op het spitsuur, maar mompelde toch enige krachttermen terwijl ik het pak terug in het rek smeet. In de paprikachips van het huismerk van Albert Heijn zit overigens geen melk, wat ik als dankbaar heb gebruikt om meteen een hele zak naar binnen te spelen.

Veganist zijn betekent dus niet noodzakelijk gezond eten. Je kan bijvoorbeeld leven op een dieet van brood, wraps, broodjes en meer brood. Dan ben je veganist, voel je je opgeblazen, kom je tien kilo bij en krijg je heel veel pukkels. Desalniettemin klinkt het erg aantrekkelijk als ik weer eens geen inspiratie heb om te koken.

 

Something fishy about alcohol

 

Wanneer het echt allemaal tegenzit met dat planten eten, kan je nog altijd je zorgen verdrinken met een pintje of een goei glas wijn, die zijn immers 100 procent plantaardig. Fout: vaak worden alcoholische dranken aan het einde van het productieproces geklaard met.. vislijm of gelatine. Het kan ook anders, maar deze techniek is gemakkelijk en goedkoop dus waarom er iets aan veranderen? Mijn naïviteit over een onschuldig glas wijn heeft een flinke deuk gekregen, mijn verontwaardiging over deze wereld groeit. Gelukkig is er barnivore, een online databank waarin je kan opzoeken of jouw favoriete drankje veganistisch en dus vislijmvrij is.

 

Gij zult alternatieven zoeken

 

Zeker voor de prille veganisten is het goed om weten dat er alternatieven bestaan voor de voeding die je gewoon bent. Sojamelk is al langer ingeburgerd voor de lactose-intolerante medemens; ondertussen is het aanbod uitgebreid naar amandelmelk, rijstmelk en mijn persoonlijke favoriet havermelk. Niet helemaal hetzelfde als koemelk, maar beter dan niets, want cornflakes zijn toch een pak minder aantrekkelijk met water. Vleesvervangers bestaan er in alle soorten en maten en zijn tegenwoordig in alle supermarkten te krijgen, maar ook eieren in bijvoorbeeld bakrecepten zijn redelijk gemakkelijk te vervangen met bijvoorbeeld aquafaba –het vocht waarin kikkererwten gekookt werden. De boter in je cake kan je simpelweg vervangen door plantaardige olie en met pure- in de plaats van melkchocolade kom je al een heel eind als je nood hebt aan een beetje eetbaar geluk.

 

I’m Vegan' it

Je kan het zo gek niet bedenken of er bestaat een veganistische versie: van spek tot cheesecake en mozarella – met de toepasselijke naam notzorella. Nu ben ik eigenlijk niet zo’n voorstander van hoogtechnologische vervangproducten; die dingen bevatten toch weer andere rotzooi waar ons lichaam niet blij van wordt. Oké, de veganistische hotdogworstjes leverden me meerdere gniffelbuien op terwijl ik ze aan mijn vrienden voerde als gewone hotdogs –waar overigens ook geen noemenswaardig vlees in zit. Maar: die dingen kosten vier keer zoveel en zitten ook gewoon verpakt in een niet-milieuvriendelijk plastic jasje. Namaakkaas ziet er uit als kaas, wordt verpakt als kaas en aangeprezen als kaas, en smaakt minder naar kaas dan het huismerk van den Aldi. Basisingrediënten van beiden zijn zout, zetmeel en soja. Voor een gevarieerd dieet kan je dus beter teruggrijpen op àndere producten en je oude mindset loslaten. Het paradigma van charcuterie op d’n boterham en de heilige drievuldigheid van patatjes, groentjes en een vlezeke op ons bord vallen moeilijk te rijmen met een gezonde veganistische levensstijl.

Af en toe moet je jezelf echter kunnen laten gaan en daarom bestaat er van zowat alle junkfood wel een veganproof versie. Dat weet ook The Edgy Veg, het alter ego van Candice Hutchings, die hilarische youtubevideo’s maakt over vegan McDonalds of toont hoe je fish and chips kan klaarmaken zonder vis.

Veganist worden is een zoektocht, maar er is een grote redder in nood: het wereldwijde web. Je vindt er lijstjes met veganistische restaurants, veganistische voedingspiramides, informatie over plantaardige eiwitbronnen, recepten. En ook: motivatie om veganist te worden en troost als het echt tegenzit er een te zijn. 

 



18/02/2016

Honderd edities van je geliefde studentenblad ontstaan niet door een onbevlekte ontvangenis. Bloed, zweet en soms ook tranen liggen maandelijks aan de basis van dit magazine. Gelukkig overheerst het euforische gevoel wanneer we weer een editie doorsturen naar de drukker. Deze gevoelens blijken constanten binnen dwars en ook oud-hoofdredactieleden kijken graag nog eens terug op hun glorietijden, al tonen getuigenissen ook aan hoe dwars zijn ups en downs heeft gekend.

Jan Adriaenssens aka The Godfather  (hoofdredacteur jaargang 1 en 2)

 

In die tijd telde Antwerpen maar liefst vier rectoren: één voor elke unief, en dan nog eentje voor allemaal samen. De studentenpers was er minder goed bedeeld. Enkel in Wilrijk was De Gans de naam studentenkrant waardig. De Gans werd geslacht, en nog voor de gefuseerde Universiteit Antwerpen het licht zag, was dwars een feit.

De studentenpers is een vrijplaats waar gedreven en kritische studenten met uiteenlopende achtergronden, disciplines en toekomsten, samen de maatschappij maar vooral de eigen universiteit doorlichten en toelichten. Daaraan bijdragen is een deel van de échte academische vorming. dwars moet geïnformeerd zijn, lastig zijn, en haar vingers op de juiste wonden leggen. Geen spreekbuis van het rectoraat, maar ook niet van de studentenkoepels. Echte onafhankelijkheid, met journalistiek die onderzoekt.

Lukt dat? Vaak niet, maar soms wel – omdat we gebruik maken van die ruimte om te experimenteren, om op basis van principes en goesting, binnen die universitaire microkosmos ernaar te streven de vierde macht te zijn.

Universiteit Antwerpen heeft binnenkort een nieuwe rector, en voor ’t eerst iemand die vijftien jaar geleden niet één van die vier rectoren was. dwars heeft die krokodillen overleefd, en heeft een staat van dienst opgebouwd die haar de mogelijkheid geeft om in deze nieuwe periode een vooraanstaande rol te spelen.

 

 

Floris Geerts  (adjunct-hoofdredacteur jaargang 10 en 11)

 

Toen Yannick Dekeukelaere en ik twee jaar lang als hoofdredactie van dwars fungeerden, besteedden wij steevast het eerste halfuur in het redactielokaal aan een aflevering The Daily Show with Jon Stewart. Als verknochte fans van het satirische nieuwsprogramma wilden wij de rectorverkiezingen met diezelfde gravitas verslaan in ons maandblad. Aan de pretentieuze rubriek ‘De Strijd om de Middelheimlaan’, een duidelijke knipoog naar The Daily Show, ging een brainstormsessie/pingpongwedstrijd vooraf. Toegegeven, wij zagen het groots: The New York Times achterna met debatten, online berichtgeving enzovoort. Zoals het deze stad betaamt was arrogantie ook voor ons geen probleem. Drie dagen lang belde ik zowat ieder lid uit iedere departementsraad. “Zou u niet geïnteresseerd zijn in het rectorschap?” Telkens volgde een schaterlach aan de andere kant van de lijn. “Heeft u dan misschien weet van een mogelijke kandidaat?” Helaas, rector Alain Verschoren had de concurrentie al vroeg de pas afgesneden. Het werden de eerste rectorverkiezingen met slechts één kandidaat; den Alain. Ons plan viel in duigen. Zonder debatten of strijd bleven wij als dwars achter met een lege rubriek. De rest is bekend: wij berichtten op een blauwe vrijdagochtend via onze website dat Alain Verschoren – enige kandidaat – herverkozen werd als hoofd van  Universiteit Antwerpen. Een oud-kandidaatrector aan KU Leuven zei het in 1995 passend: “Rectorverkiezingen zijn belangrijk omdat ze het enige moment zijn waarbij er op brede schaal een fundamenteel debat over de universiteit wordt gehouden.” Dat debat hebben wij gemist. Al hebben Yannick en ik hard gelachen toen De Standaard onze titel ‘De Strijd om de Middelheimlaan’ passend overnam.

 

 

Max Neetens  (hoofdredacteur jaargang 12)

 

Het is paasvakantie en de beste, blondste redactiesecretaris belt me op om te melden dat er ingebroken is in het dwarslokaal. Oude computer weg. Splinternieuwe computer weg. We zijn twee weken voor de deadline van onze voorlaatste dwars.

Twee weken later, vier dagen voor de deadline, en we staan op de grote dwars-benefiet-avond. Op elk pintje verdienen we een halve euro en er is live-muziek. We verkopen de schetsen van onze illustratoren per opbod, we verpatsen uren handenarbeid. Voor een euro of vijfentwintig komen we koken, onkosten niet inbegrepen, of strijken. Alle beetjes helpen.

Op het podium staan twee levenslange vrienden covertjes van een zeker niveau ten beste te geven. Voor zover ik weet, spreken zij niet meer met elkaar sinds het ongeluk. Ik leun tijdens het laatste nummer op de schouder van een ingoede vrouw die ik al een dik jaar niets meer heb laten weten. Op het eind van de avond nemen de leiders van een bevriende studentenorganisatie het woord. Ze doneren een aanzienlijk bedrag. Ook zij mijden elkaar als de pest, tegenwoordig.

In de foyer van het Troubleyn theater staat in een steen geëtst: “Every step I’ve ever taken has lead me here, now.” Ik word daar kwaad van. Het is niet waar, sommige dingen doen er niet toe. De computer hebben we niet gekocht, we werkten onze laatste dwarsen af op particuliere laptops. Uren aan liefde, dagen aan werk, jaren van vriendschap, ze verdwijnen soms.

Ga bij dwars. Verdoe je tijd. Het is soms spectaculair om je tijd te verdoen.

 

 

Judith Buysse  (adjunct-hoofdredacteur jaargang 13 en hoofdredacteur jaargang 14)

 

Het (hoofd)redacteurschap bij dwars kent vele hoogtepunten. Inhoudelijk waren dat voor mij bijvoorbeeld het exclusieve interview met Herman Van Rompuy en de nominatie voor Het Beste Studentenblad van België. Op sociaal vlak gebeurde er ook veel: Barracuda-avonden, feestjes, uitgaan in Brussel, nachtelijk Doelbezoek, aan de gin-tonic met Triggerfinger, etentjes, kegelen, kaas- en wijnavonden, etc. 

dwars heeft in haar bestaan verschillende redactielocaties gehad. Voor de onwetende lezer: sinds dit academiejaar huist dwars in het Unifacfort. In mijn tijd zaten we in een studio aan de Paardenmarkt.

Daar hadden we de ruimte om te doen en laten wat we wilden en daar liggen voor mij waardevolle herinneringen. Zo was ik eens achtergebleven in een afgesloten redactielokaal, omdat men niet wist dat ik nog op het toilet zat. Een andere keer hebben we de redactie ‘nagebouwd’ midden op de weg van de Paardenmarkt op een drukke autoloze zondag: alles voor dé achterflap. Vervolgens werd het lokaal een paar maanden gebruikt voor houtbewerking, omdat we onze eigen ‘dwarsbakken’ wilden maken.

Traditiegetrouw vierden we de geboorte van een nieuwe editie als deze naar de drukker was gestuurd. Dit gebeurde met drank en muzikale sessies. We stonden eens rond 5 uur ’s ochtends naar de Mac te brullen om een goede karaokescore te behalen, toen er werd aangebeld. Ik opende de deur voor twee agenten. Hoofd Vormgeving destijds, Maarten, zong namelijk nogal hard en verschillende buren hadden gebeld wegens geluidsoverlast. Zo lieten we destijds dus van ons horen.

 

 

dwarsnummers

jaargang

hoofdredactie

1 – 12

jrg. 1 – jrg. 2

(nov. 2001 – jun. 2003)

Jan – The Godfather – Adriaenssens    | hoofdredacteur

13 – 19

jrg. 3

(okt. 2003 – jun. 2004)

Matthias Debruyn    | hoofdredacteur

Ewald Peters  | redactiesecretaris

20 – 26

jrg. 4

(okt. 2004 – mei 2005)

Kristof De Pooter    | hoofdredacteur

Thomas Vanhees    | redactiesecretaris

27 – 33

jrg. 5

(okt. 2005 – jun. 2006)

Michiel Verbist    | hoofdredacteur

Bart Braem    | redactiesecretaris

34 – 40

jrg. 6

(okt. 2006 – mei 2007)

Ciska Hoet    | hoofdredacteur

Delphine De Pauw    | redactiesecretaris

41 – 47

jrg. 7

(okt. 2007 – mei 2008)

Ciska Hoet    | hoofdredacteur

Astrid De Wit    | adjunct-hoofdredacteur

Jonas Vincken    | redactiesecretaris

48 – 53

jrg. 8

(okt. 2008 – mei 2009)

Kirsten Cornelissen    | hoofdredacteur

Maxie Eckert  | redactiesecretaris

54 – 60

jrg. 9

(okt. 2009 – mei 2010)

Folker Debusscher    | hoofdredacteur

Sarah Schrauwen    | adjunct-hoofdredacteur

Tom Vingerhoets    | redactiesecretaris

61 – 74

jrg. 10 – jrg. 11

(okt. 2010 – juni 2012)

Yannick Dekeukelaere    | hoofdredacteur

Floris Geerts    | adjunct-hoofdredacteur

Hannelore De porte    | redactiesecretaris

75 – 81

jrg. 12

(sept. 2012 – juni 2013)

Max Neetens    | hoofdredacteur

Lynn Van de Perre    | redactiesecretaris

82 – 88

jrg. 13

(okt. 2013 – juni 2014)

Thibault Winants    | hoofdredacteur

Judith Buysse    | adjunct-hoofdredacteur

89 – 95

jrg. 14

(okt. 2014 – juni 2015)

Judith Buysse    | hoofdredacteur

Julie Colpaert    | adjunct-hoofdredacteur

96 – …

jrg. 15

(sept. 2015 – …)

Julie Colpaert    | hoofdredacteur

Yannick De Meulder    | adjunct-hoofdredacteur

Anouk Buelens-Terryn    | redactiesecretaris



Dagen Zonder Vlees – week 1
16/02/2016
🖋: 

Van 10 februari tot 26 maart loopt de Dagen Zonder Vlees-campagne. Die is bedoeld om het besef over de impact van onze voedingsgewoontes op het milieu te vergroten en onze ecologische voetafdruk te verkleinen. dwarse redactrice en omnomnomnivoor Jutta doet er nog een schepje bovenop en gaat helemaal de geitenwollensokkentoer op als veganist. Ware het niet dat de geitenwollensokken in de kast zullen moeten blijven, want veganisme betekent afstand doen van alle dierlijke producten. Byebye honing, geen cappuccino tussendoor en dag lederen handtassen en dito schoenen. Een mens moet wel gek zijn.

Ondertussen zijn er al zeven dagen zonder vlees voorbijgegaan en heb ik welgeteld één keer gekookt. Alle andere dagen at ik op restaurant. Dat klinkt minder decadent als je weet dat ik werk in een Italiaans restaurant en op het werk mag eten. En laat nu net de Italiaanse keuken een erg pure zijn, waardoor je gemakkelijk vlees, vis, kaas en eieren kan weglaten en toch nog gelukkig bent bij het zien van je bord vol groenten. Zelfs pizza zonder kaas smaakt verrassend lekker! De dagen waarop ik niet moest werken, probeerde ik te infiltreren in de Antwerpse Vegan-community. En nee, die mensen zijn niet saai, humorloos en ondervoed. Wel geëngageerd en bovenal bereid om een vegan nitwit op weg te helpen. Want we gaan er geen doekjes om winden: zomaar uit het niets veganist worden is niet simpel. Net als de meeste mensen heb ik wel een vage notie van wat een veganist niet eet, maar hoe ik veertig dagen ga overleven op noten, groenten en fruit, is me nog niet duidelijk.

 

Alvorens de praktische kant te belichten echter eerst een duik in de theorie: wat is veganisme en waarom zou je in godsnaam alle dierlijke producten overboord gooien, tot de kaas op je veggieburger toe? The Vegan Society de oudste vereniging voor veganisten verwoordt veganisme als "a way of living which seeks to exclude, as far as is possible and practicable, all forms of exploitation of, and cruelty to, animals for food, clothing or any other purpose". Veganisme is dus niet zomaar een dieet, maar een levenswijze. Als het woord dieet al volstaat om velen af te schrikken, heeft ‘levenswijze’ zeker geen betere bijklank. Te zweverig, te ooohm. In realiteit is er weinig zweverigs aan veganisme en zijn er een aantal zeer goede redenen om geen dierlijke producten te consumeren.

 

vrienden, geen voer

In de eerste plaats gaat het om dierenwelzijn. Het eten van zowel vis als vlees vereist het doden van dieren en dat is moeilijk diervriendelijk te noemen. Dierenleed gaat echter verder dan het slachthuis, daarom zweert het veganisme ook alle dierlijke ‘bijproducten’ af. Leder en bont liggen voor de hand: het vel van andere levende wezens dragen heeft toch iets luguber, zeker omdat die wezens daarvoor gedood worden. We zijn allemaal vertrouwd met de commotie omtrent nertsenkwekerijen en je zou natuurlijk je eigen lieve konijntje niet opofferen voor een bontkraag, waarom dan wel een hele kolonie andere konijntjes, nertsen of vossen? En ja, heel erg vroeger moesten mensen wel het vel van de beer gebruiken als warmtebron, maar hoeveel nood hebben wij nu nog aan holenmensenmode?

 

Tot nu toe klinkt het enigszins logisch, maar waarom zou je melk laten, en eieren? De melk die je bij je cornflakes giet komt uit de uiers van een koe die – in tegenstelling tot wat we als kind leren – niet Bella heet, maar gewoon een nummertje in haar oor heeft ter identificatie. Om melk te produceren moet ze eerst een kalf krijgen dat, zo gauw het geboren is, van haar wordt afgenomen en wordt grootgebracht met kunstmatige voeding. Tenzij het een stiertje is, dan mag het meteen als kalfslapje op de barbecue. Een veelgehoord argument voor het laten van zuivel, is dat koeienmelk bedoeld is voor kalfjes net zoals moedermelk bedoeld is voor baby's. We zouden raar opkijken als we plots tussen de pakken Campina in de supermarkt mensenmelk zagen staan. Met een foto van een vrolijke moeder in een grasveld op de verpakking. Koeien (en geiten, schapen …) die niet meer voldoende melk geven, gaan overigens onverbiddelijk naar het slachthuis. Terug naar af.

 

Als dierenliefhebber koop je natuurlijk al jaren eieren van vrije uitloop, maar echt gezellig hebben die kippen het nog steeds niet. Hanenkuikens worden preventief levend vermalen, want die beesten leggen toch geen eieren. Snavels van vrije uitloopkippen worden alsnog afgesneden en hun ‘vrije uitloop’ is in niets te vergelijken met het schattige kippendorpje uit Chicken Run. En dan te bedenken dat de kippen uit de film al weg wilden lopen. Wederom worden dieren die niet meer voldoende produceren geëlimineerd. Laat ons dus eerlijk zijn: dierlijke producten gebruiken valt moeilijk te rijmen met liefde voor dieren.

 

 

red de wereld, begin bij je dieet

Daarnaast is een veganistische levensstijl beter voor de planeet. Veganisme en ecologisme gaan hand in hand en dat is logisch ook: de vlees- en zuivelindustrie behoort tot de meest vervuilende die er bestaan. Volgens een rapport van de Verenigde Naties, Tackling Climate change through livestock, wordt 14,5 procent van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Dat is meer dan de 13,5 procent die het wereldwijde transportsector voor zijn rekening neemt, terwijl meestal die laatste met de vinger wordt gewezen. Ook het drinkwater wordt voor een groot deel – een derde van de wereldwijde voorraad – verbruikt door de vlees- en zuivelindustrie. Het mag niet verbazen dat de website van Dagen Zonder Vlees uw ecologische voetafdruk meet in badwater. Een week zonder vlees of vis bespaarde mij al 22 baden. Los van het feit dat mijn badkamer niet is uitgerust met een bad, kan ik niet eens zoveel baden nemen op een week tijd.

 

De natuurlijke reserves van onze planeet raken aan een duizelingwekkende snelheid uitgeput. Termen als overbegrazing en overbevissing zijn ons niet vreemd, maar wij staan erbij en kijken ernaar. De idee dat je als individu toch geen verschil maakt houdt echter geen steek. Door vegetariër of beter nog veganist te worden, kan je écht duurzamer leven. Een initiatief als Dagen Zonder Vlees verenigt al deze individuen en maakt de impact van een aanpassing van onze voedingsgewoonten zichtbaar.

 

 

 

de sterkste man van Duitsland

Een derde speerpunt is gezondheid. Tot ieders grote verbazing zijn veganisten geen ondervoede mensen met een doffe huid en dode blik in de ogen. Integendeel: they are alive and kicking. Iconisch voorbeeld is Patrik Baboumian, de sterkste man van Duitsland, maar ook in andere topsporten wordt de frisse, fitte veganistische delegatie steeds zichtbaarder. Blijkbaar kan je met een plantaardig dieet toch voldoende voedingsstoffen binnen krijgen, ook diegenen die je normaal uit dierlijke producten haalt. Zonder de nadelen die aan (overmatige) vlees- en zuivelconsumptie verbonden zijn: allergieën, aderverkalking, ademhalingsproblemen ... Ze beginnen heus niet allemaal met een A, maar hebben wel baat bij een Ander dieet. Het is alleen de kunst om de juiste balans te vinden en een beroep te doen op de brede waaier aan plantaardig voedsel die de wereld rijk is, om voldoende proteïnen, vitaminen en andere '-inen' op te nemen.

 

We geven allemaal om dieren, om de planeet en misschien nog het meest om onze eigen gezondheid; veganisme is dus niet eens zo’n vreemde keuze. De enige hindernis is dat we daarvoor onze voedingsgewoonten ingrijpend moeten aanpassen en dat is niet simpel. Een tip om meer inzicht te krijgen in het waarom is de lifechanging documentaire Cowspiracy, die binnenkort op Universiteit Antwerpen vertoond zal worden. Voor de praktische kant bestaan er allerhande blogs, communities en YouTube-kanalen vol voedingsschema’s en heerlijke recepten. Bovendien zijn de meeste andere veganisten bereid je op weg te helpen. Eens je het in de vingers hebt, is veganisme niet zo moeilijk en je wordt heus geen plant door planten te eten.

 

 

 



editoriaal
14/02/2016

Presidentsverkiezingen! De Republikeinen en Democraten strijden in de Verenigde Staten voor het Witte Huis en ook de universiteit bereidt zich voor op grote verkiezingen. De kandidaten maken hun borst nat. “De strijd om de Middelheimlaan”, zoals een van onze oud-redactieleden het noemde, is begonnen. Over de standpunten van de kandidaten lees je meer op pagina 10, maar voor het echte debat moet je wachten tot eind februari.

Geloofd zij God! Er ligt weer een editie van dwars voor u klaar, al zou Alex Agnew ons deze uitdrukking niet vergeven (pagina 4). Wij kregen al eerder de vinger van hem, en u nu ook. Of hij de volgende veertig dagen vegetarisch eet weten we niet, maar doet u mee aan Dagen Zonder Vlees? Redactrice Jutta wel en haar ervaringen kan u wekelijks volgen op onze website. Als je echter prikkelbaar wordt van een tekort aan dierlijke eiwitten en deze ‘onzin’ liever mijdt, ben je misschien wel hoogsensitief? Het lezen van pagina 20 kan je hierover uitsluitsel geven.

 

Eenzaam werkten wij gedreven door op zondag, 14 februari, of Valentijn. Voor mensen die naarstig zoeken naar een (nieuwe) levenspartner hebben we tips op pagina 30. Hoewel we misschien niet in de armen van onze geliefde liggen, schijnt achter de wolken de zon. Een gouden licht straalt op ons magazine, want we vieren weer een mijlpaal: na vijftien jaar is het nu de honderdste keer dat de redactie zich een weekend opsluit om jullie te voorzien van nieuw leesvoer. Dankzij alle hardwerkende dwarsers is het na vijftien jaar nog steeds een eer om in de hoofdredactie te zetelen. Een overzicht van hun noeste arbeid kan je bewonderen in de centerfold.

 

We moeten ons wel verontschuldigen omdat wij hier het woord nemen. We voelen ons een beetje als een mol. Onze allerliefste hoofdredactrice, Julie, Jules of 'ons mama' heeft hardhandig kennisgemaakt met de motorkap van een auto: haar fiets heeft de aanvaring overleefd, zij is iets meer gehavend uit de strijd gekomen. Haar aanwezigheid wordt gemist, maar we proberen het te redden zonder haar. Veel beterschap Julie!



de dwarsligger
13/02/2016
🖋: 

De homo sapiens studentus, of dwarsligger in de volksmond, is een bijzondere soort. Naast de kenmerkende activiteit van studeren, staan de exemplaren van dit ras vooral bekend als genieters van het (nacht)leven. Hebben zij ook andere geheimen prijs te geven? dwars zoekt het uit in hun natuurlijke habitat: het kot. Of in het geval van Nico Deswaef (26) niet zomaar een kot, maar een huis met middeleeuwse gevel en originele glasramen, en blijkbaar ooit het woonhuis van Albrecht Dürer.

De binnenkant van het huis ziet er wel gewoon uit als een typische studentenwoning. “Niet op de rommel letten”, is het eerste wat ik te horen krijg. Nico vertelt dat hij het huis vooral gekozen heeft voor de charme die zo typisch is aan oude huizen. Ik kan hem alleen maar gelijk geven. En of het soms niet lastig is dat het huis zo oud is? Behalve het enkel glas valt dat heel goed mee. “En je hoort soms wel de seks van de buren. Zeker als ze zat zijn, dan is dat altijd extra luid.”

 

Wat opvalt in de woonkamer is de uitgebreide collectie cd’s, en een ingekaderde foto van een albumcover. Nico begint meteen enthousiast over muziek te vertellen. Het album is van een obscure Franse noiseband waarvan hij een paar cd's heeft liggen. Ze hebben mooie covers maar donkere teksten, “maar die zijn in het Frans, dus je verstaat dat toch niet.”

 

Muziek is maar een van Nico’s passies. Hij rondde eerst een lerarenopleiding af en is nu bezig aan een master Landschaps- en Monumentenzorg. Verder is hij actief bij studentenclub Nordkempus en als mede-oprichter van Jazz in ’t MAS. Nordkempus is vooral een gezellige vriendengroep waar iedereen welkom is, vindt Nico, en hij heeft in het studentenleven heel wat skills opgedaan. Die past hij nu toe bij de organisatie van muziekevenement Jazz in ’t MAS. “Het MAS betrekt de inwoners van de stad te weinig bij het museum en focust vooral op toeristen, en dat is jammer. Daar willen wij verandering in brengen.”

 

Ook voor een foto heeft hij meteen een idee klaar. “Ik had iets in gedachten zoals de scène bij de videotheek in Trainspotting, waar we naast elkaar zitten maar niks met elkaar te maken willen hebben.” Serieus kijken blijkt niet onze sterkste kant, maar hij is tevreden met het resultaat. “En als je tijd hebt moet je zeker ook de boeken eens lezen, die zijn nog beter dan de film.” Het is moeilijk een onderwerp te vinden waarover hij niet gepassioneerd kan vertellen.

 

Nico zit dus duidelijk niet stil. Wanneer de foto klaar is moet hij er zelf alweer vandoor, om nog posters te plakken voor zijn evenement. Ik kan in ieder geval mijn to-dolijstje weer aanvullen voor de komende weken: de boeken van Trainspotting lezen en jazzmuziek gaan luisteren in het MAS.



mens sana in corpore sano
13/02/2016
🖋: 

Student en sport. Vloeken deze woorden? Nochtans leuzen genoeg om je te laten inspireren: van de gouwe ouwe ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ tot ‘zweet is slechts vet dat huilt’ of de gevleugelde woorden van Rocky Balboa: “It ain’t how hard you hit. It’s about how hard you can get hit and keep moving forward.” Neen? Weten ze je niet te raken? Te lui, te hard geleerd, te veel gefeest? Ik begrijp het en wil helpen. Daarom beoefen ik iedere maand een sport in jouw plaats. Deze maand ben ik met een studentenvereniging de bergen ingetrokken.

Na een afmattende examenperiode werd in m’n vriendengroep overwogen om niet zelf een chaletje te boeken en niet zelf naar de Franse Alpen te rijden, maar ons bij een studentenvereniging aan te sluiten die dat voor ons zou organiseren. Vervoer, verblijfplaats, materiaal, skipas ... zelfs drank was inbegrepen: mits een eenmalige toelage van 50 euro aan het begin van de reis kon er iedere avond ‘gratis’ gedronken worden in het complex waar we verbleven. Enkel onze bagage en eten moesten we zelf verzorgen. Geweldig.

 

Na een lange nacht rijden had de platte, Antwerpse vlakte plaats gemaakt voor een asymmetrisch, glooiend of, beter gezegd, piekend en dalend landschap. In de uren na de aankomst en voor we onze kamers mochten betreden, vond er een gebeurtenis plaats waarvan de consequenties het verdere verloop van de vakantie zouden bepalen. De organisatie had namelijk voor iedere aanwezige een plastieken, Westmalle-glasvormige beker voorzien, waarmee de bezitter zijn ‘gratis’ drank kon afhalen aan de bar. Op papier een ludieke en duurzame actie: iedereen kreeg een persoonlijk aandenken mee naar huis en had zijn eigen glas om uit te drinken, en een dansvloer vol wegwerpbekertjes werd zo handig vermeden. Maar in de praktijk hing er een luchtje aan. Wie zijn drinkgereedschap kwijtspeelde moest namelijk een fikse borgsom betalen om een nieuwe te verkrijgen (en een nieuwe krijgen was noodzakelijk, want anders kreeg je simpelweg geen drank geserveerd). De borgsom werd vermoedelijk in het leven geroepen om misbruik en verkwisting van bekers tegen te gaan, maar eigenlijk werkte hij juist misbruik in de hand. Want wat deed het gros van de studenten op hun avond uit? Juist ja, ze trokken op bekerjacht.

 

Uit lucratieve overweging, omdat hun eigen beker gestolen was of gewoonweg omdat het kon: iedere student had zo zijn motief om andermans beker te onteigenen. De eerste avond verliep nog rustig en zonder al te veel opstootjes, maar het werd meteen duidelijk dat er grootscheepse plannen gesmeed werden. Groepen rovers hielden zich voornamelijk bezig met verkennend gedrag, want aan een succesvolle jacht gaat een goede planning vooraf. Men boog zich over vraagstukken als waar zet men meestal zijn drankbeker neer, waar bevinden zich de uitgangen van de zaal en welke route is het beste om te vluchten? Niemand ging over tot actie, hoewel de gemoedelijke sfeer even in gevaar kwam toen een onbezonnen jongeman zich langs de toog begaf en een reeks bekers omstootte. Meteen werd hij bij de lurven gevat en aan de security overgedragen, hetgeen blijkbaar effect had want de volgende dag stond hij zo mak als een lammetje in de hoek van de zaal zonder beker in de hand en zonder intentie er ooit nog een vast te houden.

 

De tweede dag was het prachtig skiweer, maar eigenlijk boeide dat niemand. ’s Avonds moest er gepresteerd worden en dan kon je overdag beter je krachten sparen. De babypistes waren bezaaid met mensen uit onze verblijfplaats. Rode en zwarte pistes bleven onbevolkt. Die avond was het menens. De feestzaal werd een savanne. Als volleerde leeuwinnen stortten groepen studenten zich op de kudde nietsvermoedende, feestende zebra’s (en dat mag je letterlijk nemen, sommigen hadden hun leeuw- en zebra-onesies nog aan). Bekers werden op slinkse wijze ontvreemd, weggemoffeld en tussen bendeleden doorgegeven zodat de security onmogelijk kon achterhalen wiens beker waar verstopt zat. Ook ikzelf werd het slachtoffer van de guerillaraid. In plaats van mijn beker aan een vriend toe te vertrouwen toen ik naar het toilet moest, zette ik hem redelijk achteloos weg, op dat moment nog naïef gelovend in de goedheid van mijn medestudent. Ik was nooit zo mis. Toen ik terugkeerde zag ik een gastje passeren, die voor mijn toiletbezoek dicht bij mijn vriendengroep stond te dansen, met drie bekers in zijn knuist geklemd. Ik confronteerde hem met het feit dat drie bekers wel wat veel is voor één persoon, waarop hij smalend lachte en meteen vier vriendjes bij zich riep om zijn positie te versterken. Knokken om een plastieken beker? Neen bedankt.

 

Naarmate de week vorderde, verloederden de weldoordachte tactieken en vond men er niets beter op dan gewoonweg de bekers uit elkaars handen te trekken. Had de skireis nog iets langer geduurd, er zouden bekerstammen zijn opgericht die elkaar zonder verpinken hadden uitgemoord. Lord of the Flies, maar dan in de Franse Alpen en met als inzet: drankbekers. In Antwerpen transformeerde deze primitieve kudde opnieuw in brave universiteitsstudenten, die binnenkort de nieuwe verdienende klasse van ons land zouden uitmaken. Vreemd beeld.



de kandidaat-rectoren vertellen
13/02/2016
🖋: 

Dat het begin maart rectorverkiezingen zijn, wist je waarschijnlijk al. Ondertussen zijn de kandidaten ook bekend: Prof. dr. Herman Van Goethem en Prof. dr. Johan Meeusen zullen voor je stem wedijveren. Het rectorendebat van 25 en 26 februari, georganiseerd door de Studentenraad, zal aan de studenten verduidelijken wat de standpunten zijn van de kandidaten. dwars had vooraf een exclusief dubbelinterview met beide kandidaten.

Het startschot voor de campagne is gegeven. Hoe voelen jullie je op de vooravond van de grote verkiezingen?

Johan Meeusen Ik vind het spannend, maar ook plezierig. We moeten echt onze opinie geven en verdedigen over de verschillende thema’s die de universiteit aanbelangen.

Herman Van Goethem Ik ben er natuurlijk veel minder lang mee bezig dan Johan en ik voel me dus alsof ik een marathon spurt van begin oktober tot nu.

 

Professor Meeusen, u komt op met een team en dat is toch wat controversieel: teamleden worden gewoonlijk pas na de verkiezing gekozen.

Meeusen Voor mij is dat helemaal niet controversieel. De raad van bestuur stelt natuurlijk nog altijd de leden van het team en de rector aan. Door met een team op te komen wil ik de verkiezingen transparanter maken: als ik nu verkozen word, weet iedereen ineens met wie ik in zee ga. Ik heb de verschillende expertises van mijn teamleden kunnen gebruiken om mijn programma samen te stellen. Mijn filosofie is dus: what you see is what you get.

 

Van Goethem Ik verschil hier met mijn collega van mening. Dit is een rectorverkiezing, de kandidaat komt op met een programma en vraagt vertrouwen. Natuurlijk vormt de rector ook een team, maar dat gebeurt in overleg met zeer velen, een soort coalitievorming. Zo gaat hij met zijn kandidaten naar het college van decanen en naar mijn gevoel is dat overleg overgeslagen.

Meeusen Net als Herman ben ik alleen kandidaat-rector en volgens mij is er niets mis met mijn werkwijze. Ik leg meteen, van bij het begin, al mijn kaarten volledig op tafel. Ik heb eerst een programma gemaakt met drie mensen die elk hun eigen expertise hebben.

 

Professor Meeusen, u bent vicerector geweest en dus hebt u bij de bron gezeten. Wat gaat u veranderen ten opzichte van het vorige beleid?

Meeusen Dat blijkt uit mijn programma: het is heel concreet, ik hang het op aan een aantal aandachtspunten. Ik ben heel blij dat ik deze functie al gehad heb, ik ken de universiteit. Ik vind dat het vorige team goed werk heeft geleverd, maar er moeten natuurlijk ook wel nieuwe zaken op de agenda komen.

 

Zoals bijvoorbeeld de studie die heeft uitgewezen dat het academisch personeel veel stress heeft?

Meeusen Daarvoor is reeds een strategie ontworpen vanuit het personeelsdepartement, maar ik bepleit extra aandachtspunten. Ik vind onder meer de coaching van nieuwe mensen zeer belangrijk. Dat kan in samenwerking met de oudere professoren. We zouden hen bijvoorbeeld ook meteen een vliegende start kunnen geven door hen een doctoraatsstudent toe te wijzen, zodat ze meteen onderzoek kunnen leiden en voldoende tijd aan goed onderwijs kunnen besteden.

Van Goethem Ik denk niet dat alleen daarin investeren een goede keuze is. Wat met het huidige onderwijskorps? Die middengroep heeft meer nodig dan alleen een goede administratie. Ik zou meer algemeen inzetten op het middenkader, op de ondersteuning van het professorenkorps.

Meeusen Zowel de starters als het bestaande korps hebben meer ondersteuning nodig. Vandaar dat ik een nieuw bevorderingsbeleid voorstel, en ook een postdoctoraal middenkader voor onderzoek. Ik zie dat laatste mogelijk middels nieuwe functies met een vaste aanstelling, ik richt op onderzoek. Bovendien is het waar dat de enquête die jullie aanhalen enkele problemen signaleert, maar uit de antwoorden blijkt ook dat het personeel graag op de universiteit werkt. Dat wil niet zeggen dat er geen problemen zijn, maar het beeld dat het allemaal malaise is moet worden bijgesteld.

Van Goethem Het gaat natuurlijk niet alleen over het personeel. Voor mij moeten er ook aan de kant van de studenten problemen worden opgelost. Het systeem moet meer gestroomlijnd worden. Door de grote keuzevrijheid is zowat alles mogelijk: de studenten krijgen daardoor te maken met crashende administraties of met overlappende vakken. Door duidelijkere grenzen te stellen, kan er naar mijn mening al veel verholpen worden.

 

Hoe zou u dat precies zien gebeuren?

Van Goethem Door bijvoorbeeld gelijkaardige vakken samen te voegen en het aantal keuzevakken te verminderen. Volgens mij kan je een even goede opleiding aanbieden door meer efficiëntie aan te brengen in de curricula en ze coherenter te maken. Ik zou qua keuzevakken bijvoorbeeld een soort korf aanbieden met daarin vakken die heel gericht zijn naar bepaalde competenties. Binnen die korf moet je dan zes studiepunten opnemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om vakken die focussen op communicatie, diversiteit en andere actuele thema's. Zo krijg je beter geprofileerde studenten en minder grote verschuivingen.

Meeusen Ik ben het ermee eens dat er ook aan de studentenzijde gewerkt kan worden. Als universiteit moeten we alert blijven voor wat er in de samenleving belangrijk is, maar toch nog altijd universitairen afleveren. Dat wil zeggen dat algemene vakken belangrijk moeten blijven. Daarbij moet elke faculteit apart kunnen beslissen waar zij accenten legt. De Antwerpse studenten moeten een eigen profiel krijgen. Er moet bewust ingezet worden op opleidingen waar Universiteit Antwerpen sterk in is.

 

Wat dan met het praktisch aspect? Er wordt vaak geklaagd dat studenten te weinig praktijkervaring hebben als ze op de arbeidsmarkt komen.

Meeusen Studenten moeten natuurlijk in contact gebracht worden met beroepen die bij hun opleiding passen, maar wij leiden universitairen op. We willen ze ook concrete kennis aanleren en dat kan in samenwerking met bedrijven, maar die nuance moet per faculteit worden beslist.

Van Goethem Hogescholen zijn meer praktijkgericht, maar aan de universiteit geef je les vanuit je onderzoek. Vandaar uit kan en moet je ook in alle opleidingen de link leggen met de praktijk.

 

Professor Van Goethem, u zet in op diversiteit in uw programma door over Antwerpen te spreken als grootstad en daar voor de universiteit ook meer de nadruk op te leggen.

Van Goethem Er moeten extra middelen worden vrijgemaakt voor de instroom van studenten. We moeten vooral inzetten op studenten vanuit de ruime regio Antwerpen en aansturen op een betere samenwerking met de hogescholen in onze stad. Zo zouden studenten zich gemakkelijker kunnen heroriënteren en worden ze beter verdeeld naar hun diversiteit en potentieel. Hiervoor moet onderhandeld worden op basis van partnership. Maar ook de Vlaamse Overheid speelt en rol: de Antwerpse grootstedelijke ruimte vraagt om een beleid op maat, ook inzake onderwijs. En universiteit moeten wij zelf meer inzetten op een gezamenlijk project rond samenlevingsopbouw in de eenentwintigste eeuw. KULeuven wil overal in Vlaanderen zitten, maar wij zitten wel in het labo van een grootstad.

Meeusen Daar ben ik het mee eens. De universiteiten moeten meer middelen krijgen, zodat ze beter met een diverse groep studenten kunnen omgaan.

 

En denkt u dat dat de concurrentie met de andere grote universiteiten ten goede zal komen?

Van Goethem Inderdaad, maar ik hou niet van die concurrentie. Het concurrentiële zit te veel ingebakken in de cultuur van verschillende universiteiten en dat zet de collegiale verhoudingen soms onder druk. We moeten samenwerken op voet van gelijkwaardigheid. Ik denk ook dat regionale rekrutering bij alle universiteiten belangrijk is. Een universiteit moet ook niet alle mogelijke richtingen willen aanbieden.

Meeusen Ik noem in mijn programma bewust geen andere universiteiten, omdat ik uitga van onze eigen sterktes. Die houding zou trouwens alle universiteiten sieren. Het is vreemd dat de professoren van de verschillende universiteiten vaak wel met elkaar kunnen samenwerken op academisch gebied, maar dat dat op vlak van beleid niet zo vlot gaat.

 

Professor Van Goethem, u bent ook voorstander van een oriëntatieproef die niet bindend is, hoe ziet u dat?

Van Goethem Ik ben geen pedagoog, maar die proef zou ik in het laatste jaar van het middelbaar laten doorgaan, naar het einde toe. Leerlingen moeten al voor ze aan de universiteit starten georiënteerd worden, en dan zelfs erna nog kunnen doorstromen naar andere richtingen. Het mag natuurlijk geen verkapte ingangsexamen worden. Daarnaast zou ik nog meer willen inzetten op concrete begeleiding van studenten, maar dat vergt natuurlijk extra middelen. We moeten de studenten op de universiteit beter begeleiden, de studietrajectverlenging bij sommigen is te lang. Een oriënteringsproef kan hierbij ook helpen: alles loopt beter wanneer de goede keuze in het begin is gemaakt.

Meeusen Ik ben voorstander van oriëntatieproeven in het secundair onderwijs en vervolgens ijkingsproeven georganiseerd door de universiteiten. We moeten er daarbij over waken dat het geen concurrentie- of marketingsinstrumenten worden. Het zou dus moeten gaan om een samenwerking tussen de universiteiten ten bate van de aankomende studenten.

 

Hoe moet de universiteit het hoofd bieden aan de opkomst van enkele nieuwe vormen van doceren, zoals bijvoorbeeld videolessen?

Van Goethem De ICT is een wereld die een ongelofelijke evolutie doormaakt en professoren worden vaak voorbij gestoken door studenten. Dat hebben we ook gezien na een recente crash bij het online inboeken van examens: studenten begonnen zelf via Facebook te organiseren. Ik ben dan ook voorstander van blended learning, maar dat mag nooit een doel op zich zijn. Daarbij staan sommige systemen nog niet helemaal op punt en dat kost heel wat middelen.

Meeusen De kwaliteit van het onderwijs in Antwerpen is hoog en we moeten dan ook openstaan voor nieuwe mogelijkheden. Maar ik ben het ermee eens dat voldoende contactmomenten moeten behouden blijven. Daarbij wil ik wel benadrukken dat de concrete keuze hiervoor bij de professoren zelf moet liggen, die uiteraard het best met hun vak vertrouwd zijn.

 

En ten slotte, wat zal u doen voor de verdere begeleiding van extracurriculaire activiteiten zoals studentenverenigingen?

Meeusen Onze studentenvertegenwoordigers werken goed. Wel is er door de grote roulatie een risico op het vlak van kennisopbouw. Een soort handboek voor de stuvers zou handig zijn, want de vertegenwoordigers starten in een kader dat ze niet kennen. De studentenverenigingen moeten vooral echte studentenverenigingen zijn en het kader dat hiervoor bestaat moet niet worden veranderd.

Van Goethem Ik wil daaraan toevoegen dat ook de startdagen ongelofelijk belangrijk zijn en dat de studentenverenigingen daarin een belangrijke rol moeten krijgen.

 

 

Wil je meer weten over de programma's van de kandidaten en ze echt in debat horen gaan? Ga dan zeker naar het rectorendebat, je kan je inschrijven op het event op Facebook. Dit gaat door op campus Drie Eiken op 25 februari en op 26 februari en wordt het debat nog eens overgedaan voor de studenten van de Stadscampus. 



de dwarsdoorsnede
11/02/2016
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat ermee langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. We maakten voor u een selectie van bijzondere tekenfilms waarbij je eens heerlijk kan wegdromen tijdens één van die weinig productieve uitkaterdagjes die nu eenmaal onderdeel zijn van het ware studentenbestaan. Kijk voor één keer eens geen ordinaire HBO-serie, maar doe lekker dwars en trakteer jezelf op deze drie cult-klassiekers!

La Planète Sauvage, René Lalou  (1973)

Deze wonderbaarlijke animatie-sciencefictionfilm werd vormgegeven door de surrealistische kunstenaar/schrijver/filmmaker en acteur Roland Topor. En dat is er aan te merken. Dankzij de bevreemdende soundtrack en het dromerige landschap van de bizarre planeet van de Draag krijg je het gevoel dat je bent binnengestapt in een schilderij van Dali.

De Draag, een superieur ras van aliens, hebben wilde mensen als huisdieren geadopteerd nadat ze zelf hun planeet hadden verwoest. Wanneer een nieuwsgierig exemplaar van zijn meester wegloopt ontdekt hij de ware aard van zijn onderdrukking en het tragische lot van zijn planeet.

 

 

 

 

Rarg, Tony Collingwood  (1988)

Een ontwapenend mooi verteld sprookje waar Inception nog een puntje aan kan zuigen. Rarg gaat over een maatschappij die bezeten is door nieuwe uitvindingen. Wanneer één van de ambtenaar-uitvinders ontdekt dat hun realiteit slechts bestaat in de droom van een druilerig mannetje dat ergens in een andere dimensie een uiltje knapt, staat de wereld van Rarg in rep en roer.

 

De koning besluit een expeditie uit te zenden die moet voorkomen dat hun god wakker wordt. Uiteindelijk slagen de burgers van Rarg erin om de slapende schepper geruisloos naar hun eigen dimensie te brengen, maar daarmee is het onvermijdelijke nog niet afgewend…

 

 

 

 

Waking Life, Richard Linklater  (2001)

Een onvergetelijke trip naar de grenzen van ons bewustzijn. In deze animatiefilm over lucide dromen slaagt Linklater er nog maar eens in door te dringen tot de kern van de dingen op zijn eigen, onnavolgbare dromerige manier.

 

Doordat de film gemaakt werd met een rotoscoop (een methode waarbij je grofweg echte acteurs filmt en ze vervolgens frame voor frame inkleurt) krijgt het geheel een dromerig, onwerkelijk sfeertje, maar ook de flarden van absurde filosofische monologen en de buitenaardse soundtrack maken van Waking Life een unieke ervaring.



microscoop op wetenschap
10/02/2016
🖋: 
Auteur

Hoogsensitief, dat is iedereen toch zeker op bepaalde vlakken? Het zit zo: er is wel degelijk een verschil tussen iemand die wat prikkelbaar is als hij moe is of stress heeft tijdens de examens en een hoogsensitief persoon die ten allen tijde meer ‘voelt’. Al heeft het veel weg van een hype of alweer een nieuwe stempel om de mensen mee te categoriseren, een groot aantal mensen geeft aan beter met het leven om te kunnen sinds ze notie hebben van waarom ze zich zo voelen. Ze leren hun 'afwijking' optimaal te benutten en escalerende situaties uit de weg te gaan.

Gevoeligheid in het algemeen is natuurlijk van het allergrootste belang, maar wat maakt dan precies het onderscheid tussen ‘normale’ en ‘hoge’ sensitiviteit? Het komt erop neer dat een hoogsensitief persoon prikkels vanuit de buitenwereld op een andere manier zal ontvangen en verwerken. Dit komt omdat het genetische kenmerk ‘Sensory Processing Sensitivity’ bij hen in grotere mate aanwezig is. Geuren, geluiden, aanrakingen en pijn worden sterker waargenomen omdat de ‘filter’ die de binnenkomende informatie verwerkt bij personen met hoogsensitiviteit afwezig (of minder effectief) blijkt te zijn. Zintuiglijke waarnemingen die normaal niet sterk genoeg zijn om verwerkt te worden, zullen dus toch waargenomen worden door de lagere drempel die ze moeten passeren. Ook hebben ze in het algemeen meer oog voor detail en subtiliteit. Deze grote gevoeligheid zorgt ervoor dat een Highly Sensitive Person (HSP) zich meer zal aantrekken van wat er rondom gebeurt, waardoor het voor hem vaak moeilijker is om problemen te verwerken.

 

knowledge is the best medicine

The Highly Sensitive Person, zo luidt de titel van het boek van dr. Elaine Aron dat in de jaren 90 verscheen. Bijna 1 miljoen kopieën vlogen de deur uit en dat in maar liefst 17 verschillende talen. Je zou kunnen zeggen dat het een succes was. De boeken van Elaine Aron en meer algemeen de introductie van de term HSP hebben ervoor gezorgd dat mensen wereldwijd een naam konden plakken op een gevoel dat ze vaak al hun hele leven met zich meedragen. Een anders zijn dat daarom zeker geen nadeel is, zolang het maar (h)erkend wordt. Zo anders is dit persoonlijkheidskenmerk niet eens. Volgens het onderzoek van Aron e.a. is het een eigenschap die bij 15-20 procent van de bevolking aanwezig is. De relevantie van HSP is dan ook niet ver te zoeken. Mensen lezen graag zaken waarin ze zich herkennen, waaraan ze zich kunnen spiegelen en misschien ook wel waar ze zich mee kunnen meten. Waarom zou je anders een horoscoop lezen, bijvoorbeeld.

 

Met de vaststelling dat zo’n groot aandeel van de bevolking de eigenschap vertoont, is het dan ook goed nieuws dat er iets mee gedaan wordt. De vele recent verschenen boeken over hoogsensitiviteit kunnen nieuwe inzichten bieden aan HSP's, maar ook aan hun ouders. Daarenboven worden er vanuit verschillende instanties zelfhulpgroepen en bijeenkomsten georganiseerd die dienen ter ondersteuning van de HSP en om meer begrip te kweken in zijn omgeving. Prof. dr. Elke Van Hoof is klinisch psycholoog en coördinator van de opleiding Hoogsensitiviteit voor Professionals aan de VUB. Zij stelt dat de HSP een gevoelig zenuwstelsel heeft, en dat hun hersenen anders functioneren. Als HSP-coach heeft zij een aantal trainingen ontwikkeld om deze mensen beter te leren omgaan met hun talent.

 

silver lining

Opvallend is dat ze stelt dat hoogsensitiviteit een talent is. Het is dan ook belangrijk te onderstrepen dat deze hoogsensitiviteit geen ‘stoornis’ betreft, er zijn namelijk geen strikte criteria die een diagnose stellen zoals dat wel het geval is bij o.a. ADHD, autismespectrumstoornissen en schizofrenie. Vandaar waarschijnlijk ook dat niet iedereen in de wetenschappelijke wereld even happig is op de term, hoewel de algemene perceptie nu wel aan het verbeteren is. HSP’s hebben vaak het gevoel dat ze anders zijn, ze beleven de werkelijkheid op een andere manier en kunnen heel ongelukkig zijn omdat ze over zo’n intense interne gevoelswereld beschikken. Dit is vaak heel vermoeiend. Hierin toont zich het grote voordeel van boeken en trainingen, ontworpen om het leven voor de hoogsensitieve persoon en zijn omgeving gemakkelijker te maken door als het ware als handleiding op te treden. Ze hebben het potentieel om je beter te leren omgaan met situaties en indrukken, en meer te genieten van je sterke gevoelenswereld. Wanneer dus (h)erkend wordt dat je hoogsensitief bent en je hiernaar gaat leven, blijkt het een prachtige eigenschap te zijn. Het begrip is voor velen belangrijk, net als de erkenning die toont dat je niet alleen bent met je hoogsensitiviteit. 'Raar zijn' zou toch wel weer eens zijn voordelen kunnen hebben. Sommige HSP’s ondervinden er dan weer helemaal geen last van in het dagelijkse leven.

Menig student is wel eens geneigd om wanneer de verveling toeslaat zich te gaan vermaken met talloze zelftests die het wereldwijde web ons voorschotelt. Ook dit onderwerp is hier niet aan voorbijgegaan en met de stijgende populariteit schoten de zelftests als paddenstoelen uit de grond. Ben jij hoogsensitief? Heb je een kind met HSP? Vanwege de – over het algemeen – lage accuraatheid van dergelijke tests is het niet onnuttig om een arts of psycholoog te raadplegen voor grondiger onderzoek.

 

Persoonlijk wist mijn curiositeit ook niet te ontsnappen aan een online zelftest, en ja hoor, ook ondergetekende is hoogsensitief. Uiteraard benaderen we dit best met de nodige scepsis aangezien het aantal mensen dat niet affirmatief zou antwoorden op vragen als ‘word ik een beetje lastig wanneer mensen veel dingen tegelijk van me verwachten?’ en ‘doe ik mijn best om geen dingen te vergeten of fouten te maken?’ wel eens behoorlijk dicht bij het nulpunt zou kunnen liggen. Dit neemt niet weg dat een zelftest natuurlijk wel als ruwe maatstaf kan dienen. Bij twijfel is het echter geen slecht idee om een uitgebreide test te laten afnemen bij een deskundige om zo de eerste stap te zetten naar een gemakkelijker leven!