en kent geen grenzen

09/02/2016
🖋: 

Een zwarte leren jas, zwarte boots, zwarte bril. The legend is back. De krantenkoppen berichtten al eerder over zijn comeback, maar vandaag komt hij tegenover mij zitten. Het is koud buiten en voordat hij een koffie bestelt, haalt hij de laatste wintertranen uit zijn ooghoeken. Dit blijkt het startsein voor zijn geratel.

“Ik heb er weer zin in!” lacht hij. Het is me duidelijk waarom hij weer op het comedypodium kruipt. Mijn eerste vraag lijkt hiermee al beantwoord. Maar Alex Agnew blijkt geen man van korte antwoorden te zijn en geeft meer verhaal.

“Eigenlijk had ik twee redenen om te stoppen drie jaar geleden. Ten eerste hoopte ik op een internationaal platencontract met Diablo Blvd (de heavymetalband waarvan Alex de frontman is, nvdr.). En dan kun je niet bij het tekenen van zo’n contract even zeggen: ‘oh ja, onze zanger staat 150 keer per jaar met comedy op het podium’. De voornaamste reden was echter dat ik het beu was. Ik had niet het gevoel dat ik echt wat nieuws te vertellen zou hebben wanneer ik direct terug op het podium zou kruipen. Tegenwoordig gebeurt er gelukkig weer wat. Ik kan weer gaan zagen op het podium.”
 

Humor is een erg grote gelijkmaker. Iedereen heeft evenveel recht om door het slijk gehaald te worden.

Hij neemt een slok van zijn koffie. “Het astronomische bedrag dat ik ermee zal verdienen speelt waarschijnlijk ook wel mee. I’m just doing it for the money!” Hij lacht hard, kijkt dan weer serieus en zegt er gauw bij: “Nee! Goed, misschien wel een beetje. Toeren met een band levert immers niet zo veel geld op. Dat is vooral investeren en hopen dat we er ooit iets aan zullen verdienen. Dat is niet erg, want we doen dat graag. Maar je hebt ook zoiets vervelends als rekeningen en die weten je altijd wel te vinden.” Zijn lach verschijnt opnieuw. “Het is echt wel vooral omdat ik er terug zin in had. Drie jaar niet op een podium staan is lang voor een comedian.”

 

Verbaast het je dat je ticketverkoop zo’n vaart loopt na je drie jaar afwezigheid?

(Zonder aarzelen:) “Ja! Dat is cool, niet? Maar het gevoel is dubbel. Aan de ene kant verschiet ik daar nog altijd van. Ik wil niet het gevoel hebben dat als ik iets aankondig, dat alles dan meteen is uitverkocht. Aan de andere kant zou ik ook zijn verschoten als het niet zo was. Dan zou ik wel gedacht hebben ‘shit, ik ben niet meer populair!’” Er volgt weer een bulderlach.

“Maar blijkbaar leef ik erg op YouTube. Ik word herkend door mensen die officieel te jong zijn om mij ooit live gezien te hebben. Als zo’n gasten van twaalf roepen: ‘Gij zijt Alex Agnew!’ denk ik steeds: ‘Hoe weet jij dat? Jij zat nog in de lagere school toen ik stopte met spelen!’ Mijn gezaag blijft kennelijk cool om een mij onbekende reden en dat is best wel tof om te merken.”

 

Je zaagt graag, zeg je. Is dat je rol als comedian? Heeft een comedian überhaupt een functie in onze samenleving?

“Nee, wij zijn volstrekt nutteloos. Al denk ik zelf dat we misschien een rol hebben om dingen te relativeren. Ik wil daar alleen niet te gewichtig over doen. Ik ben uiteindelijk maar entertainment, iemand die mensen bezighoudt voor anderhalf uur zodat ze even niet meer aan hun werk of kinderen moeten denken.”

“Vroeger was dat de taak van de hofnar. Hij was de enige die ongestraft met de koning kon lachen. Hij droeg een zotte hoed met bellen er aan, zodat de mensen zeiden: ‘Kijk, die moet je niet serieus nemen’. Maar de waarheid komt meestal van iemand die je niet serieus neemt. Hoewel ik vind dat comedy in de eerste plaats grappig moet zijn, draagt de beste comedy voor mij ook een boodschap. Dat is ook de reden waarom ik op een podium sta. Niet alleen om te vertellen wat me deze week bij de bakker is overkomen, maar ook om te vragen: ‘Is dit niet allemaal een beetje raar?’ Misschien zoek ik het allemaal wat te ver, maar dat vind ik wel leuk. Ik merk dat ik dan soms ook dichter bij de waarheid zit, gek genoeg.”
 

De linkse kant is zich vandaag zo belachelijk aan het maken dat ze alle geloofwaardigheid aan het verliezen is.

“Ik ben niet de enige die mijn eigen waarheid denkt te verkondigen. Het internet staat vol met waanzinnig ongenuanceerde meningen. Dat vind ik fantastisch, omdat je weet dat deze uitspraken komen van mensen die er niets over weten. Ik wou dat ik dat soms ook nog kon. Door te researchen, merk ik echter dat ik het veel moeilijker heb om nog ergens een mening over te vormen. Ignorance is bliss! Hoe meer ik weet, hoe minder ik het gevoel heb dat ik nog iets te zeggen heb. Je kunt niet elke mening kapot nuanceren, want dan blijft er ook niet zo heel veel meer van over.”

“In mijn show moet ik dus ergens een standpunt innemen. Ik moet iets zien te vinden dat ik echt wil zeggen. Dat is erg moeilijk als je de hele tijd denkt ‘dat is nu ook niet helemaal waar, want …’ Natuurlijk kan het grappig zijn als je alles kapot relativeert, maar dan eindig je waarschijnlijk met een show waarbij het publiek niet goed weet wat je nu eigenlijk gezegd hebt. Wanneer ik vlak na de aanslagen in Parijs een try-out moest spelen in een café, heb ik ook letterlijk gezegd: ‘Ik heb het gevoel dat ik daar iets van moet vinden, maar ik weet eigenlijk niet wat het juist is, wat ik daar van vind.’”

“Je kunt zeggen: ‘De islam is het grootste probleem van de wereld.’ Of je kunt zeggen: ‘Ja, maar ze zijn ook niet allemaal slecht.’ Het ligt er gewoon ergens tussen. Charlie Hebdo en de aanslagen in Parijs zijn wél indicatief voor een godsdienst die een ideologie heeft die totaal niet strookt met wie wij zijn. Als je dat ontkent, wat in politiek correcte kringen soms te veel gebeurt, krijg je van die toestanden zoals in Keulen. Vrouwen verkrachten is gewoon niet goed! En dat heeft niets te maken met huidskleur, afkomst of ideologie. Verkrachtingen moeten gestraft worden.”
 

Van een belediging ga je toch niet dood?

“Maar de lijn tussen ‘de islam is slecht’ en ‘niet alle islamieten zijn slecht’ is erg dun. Het is veel gemakkelijker om iedereen gewoon over één kam te scheren. Je kunt dan veel harder gaan voor een simpele lach. Maar eigenlijk zeg je dan helemaal niets. En dat gebeurt al te veel, vind ik. Vroeger kon ik wegkomen met een waanzinnig botte, ongenuanceerde uitspraak. Nu merk ik dat ik daar zelfs bij mezelf niet meer mee wegkom. Rebelleren is gelukkig niet meer een baksteen door het raam gooien, zoals veel mensen doen met hun meningen. Ik denk dat je nu al rebelleert door af en toe eens iets genuanceerd te zeggen. Er gaat dus wel iets anders zijn aan de nieuwe show, maar ik weet nog niet wat dat gaat zijn. Ik worstel er nog mee.”

 

Waar ligt de grens van humor voor jou?

“Nergens. Er is geen grens. Grenzen zijn onzin.” Hij schudt zijn hoofd. “Je mag geen schrik hebben om iets te zeggen uit angst iemand te beledigen. Van een belediging ga je toch niet dood? Mag het dan eindelijk eens gedaan zijn met al dat gezever? Is de Profeet beledigd? So what! Slik het maar. Zo zit het in de wereld. Als je daarvoor iemand gaat doodschieten, ga dan alstublieft niet doen alsof je gelijk hebt. Dat vind ik een heel trieste manier van denken. Als jij niet om kunt met een belediging, hoeft niet iemand anders dat te bekopen met zijn leven. Als iemand niet zover kan redeneren, dan moeten wij daar geen rekening mee houden. Toch gebeurt dat al te veel.”
 

Hoe meer ik weet, hoe minder ik het gevoel heb dat ik nog iets te zeggen heb.

“Al die mensen uit de links-culturele hoek die komen aandraven om te verkondigen dat de islam toch eigenlijk een godsdienst van de vrede is, wil ik toeschreeuwen dat ze het fout hebben. De islam is tot in zijn diepste doctrine enorm oorlogszuchtig. Niet dat de Bijbel zoveel beter is! Je leest de meest afschuwelijke opsommingen van dingen die God van je verwacht wanneer je Leviticus of Deuteronomium openslaat. Niet verwonderlijk; alle godsdiensten stammen af van Abraham. Het is the same shit anders verpakt.”

“Denk dus zeker niet dat ik een probleem heb met de islam. Ik heb een probleem met alle godsdiensten. De islam is enkel degene die nu het hardste opvalt. Christopher Hitchens (journalist van Vanity Fair, nvdr.) noemde zichzelf een antitheïst. Verwar ze niet met atheïsten. Die mensen geloven niet, maar zouden het wel schoon vinden moest er toch nog iets zijn. Hij niet. Volgens zijn idee was de hemel de hel. Verder antwoordde hij ooit eens in een interview: ‘Nu is de islam de gevaarlijkste godsdienst. Maar had je me dat in de jaren dertig gevraagd, had ik de Rooms Katholieke Kerk geantwoord.’ Ik volg dat idee.”

 

Hij verzinkt even in gedachten en roert eens in zijn intussen lauwe koffie.

 

“Ik denk niet dat we een nieuwe Verlichting kunnen bereiken als we blijven vasthouden aan ideeën die al lang geen plaats meer hebben in deze wereld, in deze tijd. Ik snap ook niet dat mensen de klok willen terugdraaien naar een zogezegde betere tijd. Het is nu gewoon beter! Natuurlijk is het nog steeds niet perfect. Maar we hebben verworvenheden opgebouwd doorheen de jaren. Jullie, vrouwen, mogen nu gaan stemmen. Actrices protesteren omdat Tom Cruise meer verdient.”
 

Klaarblijkelijk wordt er echt geen geschiedenisboek meer vastgepakt! We weten toch wat er gebeurt als je te rechts wordt?

“Dat cultureel verschijnsel is in bepaalde delen van de wereld al tot stand gekomen. Maar we zijn er nog niet. Dat merk je aan al die dingen die mislopen in Keulen. Als je afkomstig bent uit dat deel van de wereld waar cultuur en godsdienst je doen geloven dat de vrouw een tweederangsburger is, leef je in de waan dat vrouwen niet mogen klagen dat ze worden verkracht. Vrouwen worden dan behandeld als het eigendom van mannen. Dat is een mentaliteit die we er niet meteen uit kunnen krijgen, maar laat ons alstublieft geen enkele aanpassing doen om hen daarin tegemoet te komen uit een politieke correctheid! We worden te politiek correct. Dat vind ik echt een groot probleem. De linkse kant is zich vandaag zo belachelijk aan het maken dat ze alle geloofwaardigheid aan het verliezen is. En dat is jammer, want dan blijft er alleen nog maar rechts over en dat is natuurlijk ook niet de richting die we uit willen.”

Nu komt de comedian weer op dreef. De gedachten vloeien sneller uit zijn mond. Zijn handen maken tekeningetjes bij zijn woorden.

“Want klaarblijkelijk wordt er echt geen geschiedenisboek meer vastgepakt! We weten toch wat er gebeurt als je te rechts wordt? We hebben voorbeelden genoeg in de geschiedenis en eentje is zelfs niet zo heel lang geleden. En dat begint allemaal met logische dingen waar je achter kunt staan.”

Hij kijkt me even bedenkelijk aan. “Is dit nog wel een antwoord op je vraag? Oh, ja hoor, want eigenlijk vraag je me naar vrije meningsuiting.” En hij gaat verder met zijn relaas.

“Dat is ook altijd zo’n heel debat! Mag je door de vrije meningsuiting altijd alles zeggen? Ik hoor het Liesbeth Homans nog zo zeggen in een debat: ‘Vrije meningsuiting? Natuurlijk. Maar er zijn wel grenzen!’” Hij schudt warrig zijn hoofd. “Mag ik dan mijn mening niet meer verkondigen omdat jij mijn woorden niet leuk vindt?”
 

Mag het dan eindelijk eens gedaan zijn met al die gezever?

“En ondertussen mogen we bijvoorbeeld toch de Holocaust niet ontkennen. Ik ben daar nog steeds hard tegen.” Voordat ik hem ietwat verschrikt kan aankijken, verklaart hij zijn woorden. “Ik vind niet dat je de Holocaust mag ontkennen. En ik ben het ook helemaal niet eens met de mensen die dat wel doen. Maar door het te verbieden, begin je heel simpel met een ‘dit mag je niet meer zeggenen dat is heel begrijpelijk. Er zijn maar weinig mensen die daar over gaan protesteren. Het is ook heel moeilijk om daar tegen in te gaan, want je wordt dan direct bestempeld als iemand die pro is. Doordat ik zeg dat je de Holocaust moet kunnen ontkennen, vragen mensen mij of ik de aanwezigheid daarvan ook echt niet geloof. Natuurlijk niet! Maar ik vind wél dat je dat moet kunnen uitspreken.” Hij zucht en wijst naar de toog. “Je moet toch altijd die ene op café kunnen hebben die iets zegt waardoor heel de ruimte zucht.”

“Er zijn natuurlijk gevaarlijkere mensen die zo’n zaken beweren. Maar dat is de bluts met de buil. Dat is onze democratie. Je kunt toch niet zeggen dat we vrij zijn om te zeggen wat we willen, behalve …? Net die behalve is het probleem. Daar begint het mis te lopen. Het gevaarlijke eraan is dat het steeds begint met iets heel begrijpelijks. Want ik kan er helemaal inkomen dat we de Holocaust beter niet ontkennen. Vooruit, daar kunnen we ons nog in vinden. De Armeense genocide mag ook niet meer. Goed, die Armenen hebben ook afgezien. Nu zijn er al wetsvoorstellen dat we ons niet meer te negatief mogen uitlaten over de islam. Nee, dat gaan we nu toch niet toelaten? En dat begon allemaal met één begrijpelijk feit. Dus ik ben er nog steeds voorstander van om ook die eerste wet gewoon weg te gooien. Je moet dus niet afkomen met gezaag over een cartoon die je Profeet beledigde. Fuck off! Omdat ik vind dat de wereld niet zo in elkaar zit.

 

Brengt humor mensen samen? Of drijft ze, zoals die cartoon, mensen apart?

“Ik zou het idealistisch willen zien en willen zeggen dat het mensen samenbrengt. Maar ik merk ook dat ik mensen enorm uit elkaar kan trekken met een grap. De reacties onder filmpjes op YouTube of Facebook laten dit sterk genoeg blijken.” Hij haalt zijn schouders op. “Het brengt mensen dus niet altijd bij elkaar, maar het creëert wél een dialoog. Dat is al helemaal niet slecht.”

“Humor is een erg grote gelijkmaker. Iedereen heeft evenveel recht om door het slijk gehaald te worden. Ik vind het wel mooi dat je niet moet denken dat je zo belangrijk bent dat er niet meer met jou gelachen mag worden. Zolang we dat allemaal kunnen aanvaarden, is het niet zo erg.”
 

Vroeger kon ik wegkomen met een waanzinnig botte, ongenuanceerde uitspraak. Nu merk ik dat ik daar bij mezelf niet meer met wegkom

“Ik heb ooit een grap gemaakt in mijn laatste show die ondertussen actueler is dan ooit. Ik vertel daarbij een stuk over jonge Marokkanen die een homo in elkaar slaan. En dat ik me bedenk dat ik mee zou doen, om maar niet als een racist bestempeld te worden. Opeens snapt iedereen die mop. We willen opeens de meest foute dingen gaan goedkeuren om maar geen racist genoemd te worden. Maar laat ons ook even overeenkomen dat homo’s in elkaar slaan niet goed is. Of moet ik dan schrik hebben dat ik daar ook iemand mee beledig? Natuurlijk zullen er wel mensen zijn die ik daarmee op de tenen trap. Maar zij hebben dan ook een debiele mening. Er zijn ook echt slechte meningen. Je moet jezelf echt niet gaan wijsmaken dat alle meningen gelijk zijn.”

“Bepaalde dingen moeten nu eenmaal echt de wereld uit. Voor mij zijn er maar twee zaken die fundamentalisme kunnen oplossen. En die nemen gewoon erg veel tijd in beslag. Simpele oplossingen kunnen dat werk niet doen.”

“Ten eerste moet armoede de wereld uit. Armoede is altijd een broeihaard voor de meest extreme ideeën. Je wordt wanhopig en wanhopige mensen maken heel slechte beslissingen. Als je niets hebt, denk je ook niet op langere termijn. Logisch, je moet NU iets hebben. Ik daarentegen ga niet strijden voor het vaderland, want ik heb PlayStation 4.”
 

Het is veel gemakkelijker om iedereen gewoon over één kam te scheren

“Emancipatie van vrouwen lijkt mij het tweede noodzakelijke aspect. In alle delen van de wereld waar de vrouw nog een tweederangsburger is, gaat het nooit goed. Onze behaverbranding hebben we al gehad, maar die van hen zit er ook aan te komen. Je merkt het al in dit land. Heel veel jonge moslima’s gaan meer studeren dan de jongens. Die jonge vrouwen zijn dus hoger opgeleid en hebben betere jobs. Je krijgt vrouwen met vijf diploma’s aan de muur die moeten luisteren naar een vent die werkloos is. Dat gaan die niet meer doen! En dat zijn de momenten waarop het voor vrouwen beter wordt. Dan slikken ze niet alles meer.”

Zijn woordenvloed wordt onderbroken door de serveerster, die vraagt of we misschien het tafeltje kunnen vrijmaken. Er komt een groep aan en ze hebben alle plaatsen nodig. We duffelen ons terug in. “Je hebt nog niet al je vragen kunnen stellen door mijn uitgebreide antwoorden”, merkt hij op. Wanneer we de koude weer inlopen, steek ik mijn voorbereide vragen weg en stel hem de vraag die nu echt op mijn lippen brandt.

 

Je ergert je duidelijk aan veel. Wat boeit jou nu het meest op? Wat raakt jou het hardst?

“Dat is een moeilijke vraag. Geen idee …” De wintertranen wellen weer op en hij neemt zijn bril even af. Deze korte onderbreking van zijn woorden, doet er weer nieuwe opwellen.

“Ik denk dat ik mij het meeste druk maak in hypocrisie. Ik heb liever een oprechte eikel dan iemand die maar doet alsof hij tof is. En het vervelende is dat eikels steeds slimmer worden. Ze weten het stiekemer aan te pakken en dat stiekeme stoort mij. Om deze reden verkies ik dan ook Bart De Wever boven Patrick Janssens. Bart De Wever stoort mij ook, maar om voor de hand liggende redenen. Ik hoorde eerder dat mensen dachten dat ik Links vervelender vind dan Rechts. En ze hebben gelijk. Links lijkt niet te geloven wat ze zelf zeggen. Er zit iets hypocriets aan. Ze doen zo politiek correct, zonder het echt te zijn. Dat stoort mij harder dan iemand die overduidelijk politiek incorrect is.”
 

De waarheid komt meestal van iemand die je niet serieus neemt

“Maar misschien ben ik zelf ook wel een hypocriet. Ik ben bijvoorbeeld principieel tegen de doodstraf. Iemand vermoorden omdat hij iemand vermoord heeft is kinda missing the point. Als die gast daarentegen mijn dochter verkracht en vermoordt, dan maak ik die zelf kapot. Hoe hard ben ik dan in feite tegen de doodstraf? Ik weet het niet.”

Met zijn blik gericht op iets in de verte, eindigt ons gesprek. We nemen afscheid en blijken toch nog een stukje de zelfde richting uit te moeten. “Altijd awkward, toch?” lacht hij. Het lijkt even ongeloofwaardig dat deze man straks weer zelfzeker het podium opkruipt

 

Alex Agnew tourt van september tot eind november door Vlaanderen met ‘Unfinished Business’. Info over laatste tickets en/of mogelijke extra shows kan je volgen op www.alexagnew.be



professor Cohen-Almagor over vrijheid, verantwoordelijkheid en ethiek op de digitale snelweg
08/02/2016
🖋: 

Sinds het werd uitgevonden brengen we onze tijd alsmaar vaker door op het internet. En wie kan het ons kwalijk nemen? Op het internet zijn de mogelijkheden oneindig: je kan er alles lezen, bekijken en zeggen wat je maar wil. Deze vrijheid is een enorme rijkdom, maar ze heeft ook een minder prettige, duistere kant. En die duistere kant van internet moeten we onder ogen durven komen. Dat vindt alvast professor Raphael Cohen-Almagor, die in december te gast was aan Universiteit Antwerpen om er zijn boek Confronting the Internet’s Dark Side voor te stellen. Het heet het eerste boek over maatschappelijke verantwoordelijkheid op het internet te zijn.

Cyberterrorisme, cyberbullying, racistische chatfora, kinderporno … Het internet mag ons leven dan misschien op veel vlakken aanzienlijk verbeterd hebben, het heeft nog geen betere mensen van ons gemaakt. Ook op het web worden we geconfronteerd met onze meest kwaadaardige en lugubere trekjes. Toch lijkt ons morele zintuig niet even gevoelig wanneer we met dit kwaad in contact komen van achter het computerscherm, stelt professor Cohen-Almagor vast.

 

cyberbullying

Voor zijn onderzoek heeft de Israëlische professor zich verdiept in talloze cases waaruit dit moral deficit blijkt. Ter illustratie geeft hij het voorbeeld van de zelfmoord van Megan Meier in 2006, veruit de meest beruchte zaak van cyberbullying in de VSA. Megan was een tamelijk gewoon Amerikaans meisje van dertien dat te kampen had met ADHD en een depressie, waarvoor ze medicatie nam. Toen Sarah, vriendin en tevens buurmeisje van Megan, vermoedde dat Megan valse geruchten over haar verspreidde op school, kregen de twee ruzie.

 

Om wraak te nemen op Megan maakte Sarah samen met haar moeder een vals MySpace-account aan waarop ze zich voordeden als Josh, een knappe zestienjarige jongen die net in de buurt was komen wonen en thuisonderwijs volgde. Het plan was om Megan verliefd te laten worden, haar vertrouwen te winnen en haar vervolgens te vernederen door de gevoelige zaken die ze aan Josh vertelde te verspreiden op school. Poets wederom poets.

 

Megan werd stapelverliefd op Josh. Ze hadden een virtuele relatie die vier maanden duurde en Megan had het gevoel dat Josh de enige was die haar werkelijk begreep. Hoewel Sarah en haar moeder wisten van Megans psychologische problemen – de ouders van Megan en Sarah waren bevriend en gingen zelfs samen op reis tijdens de zomervakanties – weerhield dat hen er niet van om via het nepprofiel van Josh de fragiele Megan voor vier maanden aan het lijntje te houden en haar uiteindelijk zonder aanleiding te dumpen. “You are a bad person and everybody hates you. Have a shitty rest of your life. The world would be a better place without you”, stuurden ze met het account van Josh toen ze besloten een einde te maken aan de hoax. Megan antwoordde Josh nog “[y]ou're the kind of boy a girl would kill herself over” en werd twintig minuten later door haar ouders teruggevonden in de kast van haar slaapkamer waar ze zich had opgehangen.

 

“Wat mensen vaak vergeten op internet”, zegt Cohen-Almagor, “is dat de online wereld even echt is als de werkelijke wereld. Wat je doet en hoe je handelt op internet heeft gevolgen voor echte mensen met echte gevoelens.” Daarom moet volgens Cohen-Almagor het internet evolueren van een vrijhaven waar internetgebruikers informatie en ideeën kunnen uitwisselen naar een gemeenschap van ‘internetburgers’, een sociale ruimte waar we ook verantwoordelijkheid opnemen voor ons handelen in de virtuele wereld van het web. De verantwoordelijkheid van de particuliere actor, zoals Sarah Drew en haar moeder, is daar volgens Cohen-Almagor maar één aspect van. Ook de passieve internetgebruikers, de 'voyeurs', hebben hun verantwoordelijkheid uit te dragen wanneer ze in contact komen met gevoelige materie.

 

sharing without caring

Zo is er het intrieste verhaal van de live-uitzending van de zelfmoord van de negentienjarige Abraham K. Biggs. Abraham had een bipolaire stoornis en bezocht geregeld de ondertussen opgedoekte site justin.tv, waar je live-uitzendingen kon streamen van mensen die zichzelf filmden vanachter hun computer. Abraham verkondigde op het internet dat hij zelfmoord zou plegen in zijn volgende live-uitzending op justin.tv. Hoewel zijn aankondiging door niemand echt ernstig werd genomen, kwamen toch zo’n duizend mensen kijken naar zijn twaalf uur durende broadcast. Ze konden zien hoe Abraham zichzelf een overdosis psychiatrische medicatie toediende tot hij na een tijd in zwijm viel en bewegingsloos bleef liggen.

 

In de commentsectie hield niemand hem tegen, sommigen spoorden hem zelfs aan meer pillen te nemen. Gedurende twaalf uur verwittigde niemand de politie of de hulpdiensten. Toen ze uiteindelijk arriveerden, was het al te laat. De vader van Abraham stelde later dat al de internetgebruikers die passief toekeken mee schuldig zijn aan de dood van zijn zoon. Het werpt een licht op de weinig betrokken manier waarop we omgaan met de dingen die we lezen of zien op het web. Ook in zogenaamde internetcommunities, waar contacten vaak intensiever en minder vluchtig zouden zijn, blijkt dit het geval te zijn.

 

 

De online wereld is even echt als de werkelijke wereld

 

 

Zo doet Cohen-Almagor het verhaal van The Dawson College shooting in Montreal, waarbij één iemand om het leven kwam en negentien anderen gewond raakten. Na de incidenten raakte bekend dat de dader, Kimveer Gill, reeds maandenlang op het internet verkondigde dat hij mensen zou vermoorden. Kimveer Gill liet zich geregeld uit over zijn drang om te moorden op de website vampirefreaks.com, een community van liefhebbers van het vampierengenre, waarop hij erg actief was. In al die tijd had niemand van zijn volgers geprobeerd hem van gedachten te doen veranderen. "De mensen die nu opgroeien met internet worden wel eens de instant generation genoemd. Communicatie verloopt sneller dan ooit tevoren en daarom is er ook minder tijd om te reflecteren over wat je zegt en leest. Daarom is het belangrijk om een zeker vermogen tot geduld te cultiveren", zegt professor Cohen-Almagor, die wel niet al de verantwoordelijkheid legt bij de individuele internetgebruiker.

 

de grote schurken?

Naast particuliere gebruikers worden ook overheden, bedrijven en internet service providers (ISP’s) door de Israëlische professor op hun verantwoordelijkheden gewezen. Kunnen zij bijvoorbeeld het internet niet monitoren op alarmerende uitlatingen zoals die van Kimveer Gill? Volgens Cohen-Almagor is dit geen kwestie van kunnen, maar van willen. Grote bedrijven als Facebook beweren dat ze zich niet bezig houden met het monitoren van hun gebruikers omdat het hun zaken niet zijn. Toch zijn ze er als de kippen bij wanneer er ergens een auteursrecht overtreden wordt, stelt Cohen-Almagor vast. “ISP’s zijn erg snel wanneer het op geld aankomt, maar verschrikkelijk traag op vlak van zaken zoals cyberbullying.”

 

Zo stond er in Italië lange tijd een filmpje op Google Videos waarin een jongen van zestien met het syndroom van Down slachtoffer werd van een zogenaamde happy slapping, een eufemisme voor het brutaal in elkaar slaan van een willekeurig persoon, meestal door een groep jongeren die dit vastlegt op camera en op internet verspreidt. Vier maanden lang was deze clip in Italië de meest bekeken video op Google Videos. Hoewel Google hiervoor heel wat klachten ontving, werd de clip niet van de site gehaald. Toen men uiteindelijk een rechtszaak begon tegen Google Videos was het pleit snel beslecht; het filmpje had volgens de Italiaanse wet in de eerste plaats niet eens op internet mogen worden geplaatst. Drie CEO’s van de Italiaanse afdeling van Google kregen aanvankelijk zelfs een celstraf van drie maanden, maar wisten daaraan te ontkomen door in beroep te gaan.

 

Een gelijkaardig geval van de ethische ongevoeligheid van internetbedrijven was het schandaal omtrent de veilingsite Yahoo Auctions in Frankrijk. Enkele gebruikers boden daar allerlei Holocaustparafernalia aan, waaronder zelfs de gestreepte pyjama’s die hadden toebehoord aan overleden slachtoffers. Omdat dit wettelijk verboden is in Frankrijk, spande een groep Holocaustoverlevenden een rechtszaak aan tegen Yahoo. Yahoo weigerde de voorwerpen in kwestie van zijn site te halen, want het moest zich naar eigen zeggen niet aan de Franse wet houden, daar het niet in dat land gevestigd is. Desondanks verloor Yahoo de rechtszaak. “Net als de zaak tegen Google Videos in Italië is dit een belangrijk precedent voor de manier waarop toekomstige conflicten tussen nationaal recht en multinationale internetbedrijven zullen worden beslecht”, vindt Cohen-Almagor.

 

de dictatuur van vrijheid

Zelfs wanneer gebruikers via hun diensten strafbare feiten plegen op het internet, blijken ISP’s dus bijzonder weigerachtig om in te grijpen. Volgens professor Cohen-Almagor komt dit door de doctrine van ongebreidelde vrijheid die op het internet heerst: “De leidende gedachte achter het internet was vrijheid. Internet werd niet ontwikkeld vanuit een soort masterplan, maar als ‘open architecture’. In de jaren negentig ontdekten grote Amerikaanse bedrijven het enorme potentieel dat internet had. Hierdoor kende het internet een heuse boom. Terwijl er in 1993 nog maar een kleine 600 websites bestonden, waren het jaar nadien al zo'n 2,1 miljoen hosts actief. Het sterk Amerikaans getinte DNA van het internet maakt dat het daarom ook boven alles gehecht is aan vrijheid.”

 

Voor Cohen-Almagor moet deze ongebreidelde vrijheid op internet wat worden getemperd met een gezonde portie maatschappelijke verantwoordelijkheid. Met zijn boek hoopt hij dit debat op gang te trekken. “Begrijp me niet verkeerd: als liberaal hecht ik veel waarde aan vrijheid, maar net daarom geloof ik dat het belangrijk is dat we een goede mix vinden tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Doen we dit niet, dan dreigt immers een ongecontroleerd gebruik van de vrijheid van meningsuiting de basiswaarden onderuit te halen die er aan ten grondslag liggen”, aldus de professor. “Het blijkt vooral erg moeilijk om Amerikanen te overtuigen van de nood aan een debat over sociale verantwoordelijkheid op het internet”, zegt Cohen-Almagor, “en dat is jammer, want het is van cruciaal belang dat ook zij mee in het verhaal stappen.”

 

 

Raphael Cohen-Almagor, Confronting the Internet's Dark Side. Moral and Social Responsibility on the Free Highway, 2015.



betweter
08/02/2016
🖋: 

Lees deze rubriek waarin een van de redactieleden een interessant, grappig of ronduit onnozel weetje meedeelt en word zelf een betweter.

Wist je dat een paar van de best geklede vrouwen in Antwerpen eigenlijk beelden zijn? Het gaat om Mariabeelden. Maria was een stijlvolle dame in haar tijd, maar natuurlijk verandert de mode en daarom had haar kledij doorheen de eeuwen regelmatig een update nodig. Bovendien kon het schenken van een kledingstuk aan Maria je haar gunst opleveren en wie zou daar nu voor passen? Veel dames met klasse vulden door de eeuwen dus regelmatig de garderobe van deze of gene Maria aan. Van eigen naaisels tot aangepaste bruidskleden, de Belgische Maria’s hebben doorheen de eeuwen geen tekort gehad aan modieuze kledij.

 

Je zou denken dat dit niet meer van onze tijd is, maar toch krijgen de Maria’s nog geregeld geschenken. Zo heeft het Mariabeeld van Scherpenheuvel in 2011 van de paus een gouden roos gekregen, een eer die in het laatste millennium maar 180 anderen te beurt viel. Haar gewaad is natuurlijk prachtig, maar al zo'n vierhonderd jaar oud. Als je geen fan bent van zeventiende-eeuwse mode en bovendien niet onmiddellijk op bedevaart wilt vertrekken, kan je ook dichter bij huis een Mariabeeld bezoeken: Antwerpen kent er namelijk verschillende.

 

dwars raadt Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand en Victorie aan, in de Sint-Andrieskerk. Haar zeventiende-eeuwse Spaanse garderobe werd in 2001 aangevuld met een hedendaags kleedje van modeontwerpster Ann Demeulemeester. Zij heeft het zwart-witte gewaad gemaakt naar aanleiding van het modejaar 2001. Als je Maria na vierhonderd jaar eens letterlijk in een hedendaags jasje wilt zien, dan is een bezoek aan de Sint-Andrieskerk dus een must. En zeg nu zelf, wie had er nog een reden nodig om in eigen stad op bedevaart te gaan?



over hematofobie, Pluk van de Petteflet en Johny
07/02/2016
🖋: 
Auteur

De rubriek ‘proffenprofiel’ toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken; wat zijn/haar docenten zoal op het brood smeren bijvoorbeeld. Professor Nicolas Carette, hoofddocent aan de faculteit Rechten, wordt deze maand bestookt met vragen.

Waarom besloot een jonge Nicolas Carette Rechten te gaan studeren?

Als kind wilde ik graag dokter worden, meer bepaald chirurg. De kundigheid en precisie waarmee zij hun vak beoefenen, spraken mij enorm aan. Maar omdat ik geen bloed kan zien, had ik al in het derde middelbaar beslist om Rechten te studeren. Geen enkele richting die zoveel mogelijkheden biedt, door de verwevenheid van het recht met de samenleving en de vele waardevolle competenties van een jurist. Ik heb daar nog geen seconde spijt van gehad. En uiteindelijk ben ik ook doctor. Dit klinkt bijna hetzelfde; in die zin is de cirkel rond.

 

Wilde u altijd al professor worden?

In het begin wilde ik enkel advocaat worden. Dankzij mijn studieresultaten werd professor worden vanaf de eerste master een stille droom. Dat het zo snel zou gaan, had ik toen niet kunnen denken. Het iteratieve proces van (her)denken en perfectioneren, maakt wetenschappelijk onderzoek een echt avontuur. Maar studenten kritisch laten zijn, hen verder laten openbloeien en enthousiasmeren, is voor mij het mooiste facet van professor zijn. Het heeft voor mij een haast existentiële waarde.

 

Naast professor bent u ook advocaat. Vallen deze jobs gemakkelijk te combineren?

Als je de 7 dagen in een week en 24 uur per dag optimaal benut, valt dat goed mee. Door eenzelfde inhoudelijke focus is er een grote wisselwerking. De combinatie versterkt beide.

 

Marsmannetjes landen op aarde en vragen u een definitie te geven van ‘het Recht’. Wat zegt u hen?

Gelet op mijn antwoord op de vorige vraag, is er geen tijd te verliezen met marsmannetjes. Ik zou hen adviseren mijn cursus te lezen.

 

Aangezien de lente er binnenkort weer aankomt: wat deed u als student en wat doet u nu om ‘de bloemetjes buiten te zetten’?

Tijdens mijn kotleven ging ik voornamelijk naar studentenfuiven; intussen ben ik daar wel mee gestopt … Het was een mooie tijd. En uiteindelijk is ontspanning een training in discipline.

 

Wat doet u om tot rust te komen na een hectische werkdag of een vermoeiende werkweek?

Als mijn werkdag duurt tot het slapen gaan, probeer ik nog een 15 minuten in het salon naar klassieke muziek te luisteren. Vervolgens geef ik mijn zoontjes nog een nachtzoentje en ga ik slapen. Dat geeft net voldoende rust.

Sinds de geboorte van Alexander en Frederik gaat mijn vrije tijd voornamelijk naar hen. Van sporten komt er alvast niets meer in huis. Maar ze waarderen dat kennelijk: ze slapen vrij goed en sparen dus hun papa (meestal) ’s nachts.

 

U staat op de boeg van de Titanic. Welke ster staat er aan uw zijde?

Gelet op het publieke karakter van dit blad, kan ik niets anders antwoorden dan mijn echtgenote …

 

Wat is uw favoriete rechtbankdrama?

Ik schrijf liefst zelf boeken.

 

Voor welke guilty pleasure pleit u schuldig?

Ik heb weinig pleasures waarvoor ik me guilty (hoef te) voel(en). Het mooiste moment, elke dag opnieuw (tenzij dit voor 6 uur gebeurt), is mijn oudste zoontje dat ’s morgens “papa-aaaa” roept, recht staat in zijn bedje en glimlachend zijn armpjes reikt als ik zijn kamer binnenkom.

 

Een avondje geen zin om te koken, waar gaat u heen? Wat bestelt u?

Ik heb me verbrand bij de enige keer dat ik zelf vlees heb gebakken. Als de zon op een bepaalde manier op mijn hand schijnt en ik me concentreer, zie ik nu nog altijd sporen van een litteken op mijn duim. Wegens het fysieke gevaar, kook ik niet meer. In principe wordt er thuis eten beschikbaar gesteld. Ik eet het liefst traditioneel Frans of Italiaans, al waardeer ik in het algemeen kwaliteit.

 

Wie is Johny, die vaak in uw casussen voorkomt en waarom raakt hij steeds in de problemen?

Het is de echtgenoot van Marina. Een overigens bijzonder vriendelijke man, die als garagist een rustig bestaan kent, maar soms in zwaar weer komt.

 

U zegt wel eens tegen uw studenten: Je Burgerlijk Wetboek is je beste vriend: je moet daar mee slapen. Heeft u nog dating-tips?

Je kan daar, je target strak in de ogen kijkend, aan toevoegen: “maar er is nog een plaatsje voor jou.”

 

Welke kinderverhaaltjes zal u zeker voorlezen aan uw zoontjes?

Toen ik in het tweede leerjaar zat, las onze leraar de laatste 10 minuten van de dag een stukje voor uit Pluk van de Petteflet. Het was telkens een drama als die 10 minuten voorbij waren. Buiten die emotie herinner ik mij niks meer van dat boek, maar ik wil het zeker nog eens met mijn zoontjes lezen.

 

Hoe bevalt het vaderschap u? U vertelde uw studenten bv. over het onaangename moment waarop het papiertje afbreekt als je de poep van een baby aan het afvegen bent.

Het vaderschap is fantastisch en uniek! De oudste (nu 17 maanden) is een sloeber. Hij is al enkele keren in de oven gekropen. En als ik niet oplet, dan haalt hij de pochet uit mijn vest en steekt die in zijn mond … De topprestatie van de jongste (2 maanden) – naast ’s nachts doorslapen – is intussen glimlachen.

 

Heeft u nog een levenswijsheid die u onze lezers op het hart wil drukken?

Wees kritisch en zet door. Beoog naast privégeluk ook werkvreugde; dit laatste heb je grotendeels zelf in de hand.

 

Hartelijk dank professor!



het laatste woord
07/02/2016
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze keer: ‘paleoweltschmerz’.

Af en toe voel je je intriest. Een gevoel van melancholie overvalt je en je ziet het niet meer zitten, want de wereld is onvolmaakt. Dat gevoel kan zelfs tot fysieke pijn leiden en dan wil je niets liever dan hieraan ontsnappen. Laat het aan een Duitser over om hiervoor een woord te verzinnen: weltschmerz. Weltschmerz is het gevoel dat je ervaart wanneer je tot het besef komt dat de fysieke realiteit nooit de verlangens van de geest zal kunnen bevredigen. Zo moet ook de Duitse schrijver Jean Paul Richter zich hebben gevoeld toen hij de term bedacht, letterlijk 'wereld-pijn'. Hiermee vatte hij het romantisch escapisme van zijn tijd in één woord samen en gaf ons meteen een nieuw woord voor deze rubriek.

 

Maar zelfs Richter kon de impact van het woord doorheen de jaren niet voorspellen. Ten eerste zal het woord menig literatuurstudent tot een diepe depressie gedreven hebben. Daarnaast bestaan er verschillende variaties van het woord, zoals pseudoweltschmerz, dat samen met zwarte romantiek een belangrijke rol speelt in de gothic subcultuur. Natuurlijk is er ook het woord waarover dit artikel gaat: paleoweltschmerz.

 

Om te begrijpen wat paleoweltschmerz betekent, moeten we terug in de tijd. Een paar miljoen jaar om precies te zijn. In die tijd werd de wereld bevolkt door de lievelingsdieren van elke klein kindje tussen vijf en twaalf jaar: dinosauriërs. Deze grote reptielen hebben langer op aarde geleefd dan wij zoogdieren, maar nu zijn er nog maar enkele van hun afstammelingen over en als we Jurassic Park mogen geloven, dan is het beter zo. Over hoe en waarom de dinosauriërs zijn uitgestorven, bestaat echter nog veel twijfel en de ene suggestie is nog origineler dan de andere.

 

Naast meteorieten, constipatie en een tekort aan vrouwelijke dino's, is een van de meest deprimerende theorieën die hierover de ronde doet dat de dinosauriërs zijn uitgestorven door hetzelfde gevoel dat wij ervaren als we te lang naar het nieuws kijken: 'wereld-pijn' of weltschmerz dus. De dino’s zouden na tienduizenden jaren zo gedesillusioneerd geraakt zijn door onze wereld, dat ze gewoon allemaal uitgestorven zijn. Het woord paleoweltschmerz vat deze nogal droevige theorie in een woord. Of het was gewoon een grote meteoriet, natuurlijk.



cultuurstrookje
07/02/2016
🖋: 

Bohumil Hrabal zou in 2014 honderd jaar oud geworden zijn. Om de Tsjechische auteur te vieren werd een verzameling van drie van zijn beste werken uitgebracht. Verpletterde schoonheid verbergt binnenin echter geen drie, maar vier literaire pareltjes. Hrabal slaagt erin om consistent een droge, laconieke maar toch ietwat melancholische toon aan te houden en doorspekt zijn verhalen met absurde situaties, karikaturale personages en hilarische dialogen. Zijn gevoel voor humor doet bijna Brits aan: Monty Python met schizofrenie.

Hrabal gaat zwaardere thema’s niet uit de weg, integendeel, hij neemt ze gretig onder handen en transformeert de meest sombere situaties tot sketches. Een stationschef wiens trein op tijd, maar ejaculatie te vroeg komt. Een nymfomane hotelmanager met een gigantisch Napoleoncomplex, die keer op keer ontslagen wordt omwille van bordeelbezoeken. Een papierpletter die boeken redt van de vernieling en zo zelf ongewild filosoof wordt.

 

Een “eind goed, al goed” zit er echter zelden in. Hrabal groeide op in het Tsjecho-Slowakije van de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum. Veel van zijn verhalen gaan dan ook over de bezetting en de harde realiteit van leven in een verdeeld land. Voor Hrabal zelf zat een happy ending er ook niet in: hij viel van de vijfde verdieping uit zijn raam toen hij duiven wou voederen, een einde dat hij interessant genoeg deelt met enkele van zijn personages.

 

Verpletterde schoonheid is een eerbetoon aan de wrange glimlach, en een rechtstreeks ticket naar literair Tsjechië.



hulplijn bij het daten

07/02/2016
🖋: 

Wie mooi wil zijn moet lijden, wie een lief wil vinden ook. Dus offeren we onze nachtrust op voor de zoveelste swipe-sessie en krijgen we er een tindervinger bovenop in de hoop de match met De Ware te bezegelen. Dat er zoveel profielen zijn op de datingapp maakt het er niet gemakkelijker op, ’t is moeilijk kiezen in dat overaanbod aan mensen. Zoals mijn promotor clichématig zei in een poging me te troosten terwijl ik snikkend mijn thesis kwam bespreken een uur nadat mijn lief me dumpte: "Er zijn genoeg vissen in de zee." Hoe vis je er de juiste uit? dwars probeerde eens wat anders, gooide Tinder overboord en ging de straat op. Welkom in de wondere wereld van pickup dating.

Voor wie nu denkt dat de aanschaf van een bestelwagen de sleutel is tot romantisch succes, een kleine introductie. Pickup is een verzamelnaam voor allerhande technieken die helpen bij het vinden, aantrekken en verleiden van mogelijke partners in het échte leven. Wie zich deze technieken eigen heeft gemaakt mag zich een pickup artist noemen en als personal coach zijn ervaringen en tips delen met een publiek van gretige mannen, tegen betaling uiteraard. Er bestaan zowat evenveel verschillende strekkingen als er religies zijn, allemaal met hun eigen geboden. Ja, er is zelfs een pickup-bijbel. In 2006 dompelde de Amerikaanse journalist Neil Strauss zich onder in de datingwereld en schreef hij daarover het razend populaire boek The Game, dat naar analogie met de christelijke Bijbel werd uitgegeven in een leren kaft.

 

De reacties van brave burgers variëren van lacherig tot ronduit negatief. Geen wonder als vooral acties van opvallende figuren de media halen. Zo is er bijvoorbeeld de beruchte Julien Blanc die als datingcoach en pickup artist de hele wereld rondreist om versiertips te geven. Sommige van zijn tips zijn zo omstreden en vrouwonvriendelijk – wat dacht je van "mannen moeten hun fysiek overwicht gebruiken om vrouwen te versieren" – dat hem de toegang tot onder andere Australië en Groot-Brittannië ontzegd werd. Het zou gemakkelijk zijn om dit af te doen als een louter Amerikaans fenomeen, maar de tips van Blanc en consorten worden gretig overgenomen op allerhande fora, ook in het Nederlands. Ja, google maar.

 

Heeft pickup eigenlijk wel iets te maken met het vinden van een lief? Vaak zijn de tips immers nogal manipulatief en eerder gericht op het vinden van een partner-voor-één-nacht. Toch valt er wat te zeggen voor versieradvies door dating coaches: ze weten hoe het werkt en willen bovendien die kennis met je delen. Sonny De Meester, oprichter van het Belgische The Clique Experience, mikt hoger dan zoveel mogelijk vrouwen versieren. Hij organiseert bijeenkomsten die mannen moeten helpen om een ‘Global Dating Awakening’ te ervaren, een manier van daten die voorbij pickup gaat en gebaseerd is op wederzijds respect. Een paar kernthema’s uit zijn datingfilosofie.

 

ik heet Quinten, hoe heet ben jij?

Alles begint met een goede openingszin. Maar, in tegenstelling tot wat velen denken, hoeft deze zin niet per se weldoordacht te zijn. Het hoeft niet eens een volledige zin te zijn. Het belangrijkste is niet wat je zegt, maar dat je een meisje durft aan te spreken. Door gewoon naar haar te kijken op straat ga je geen meisje versieren, dus grow some balls en ga naar haar toe om een praatje te slaan. Dat kan angstaanjagend klinken, maar het is de enige manier om opgemerkt te worden (die niet inhoudt dat je dronken op de toog staat te dansen). Om het nog angstaanjagender te maken: je zal afgewezen worden. Het is niet omdat je iemand aanspreekt dat die persoon meteen met je wil trouwen en sommige mensen hebben gewoon geen behoefte aan je gezelschap. Kan gebeuren; in ieder geval heeft iemand je bestaan opgemerkt en heb je een beetje lef gekweekt waarmee je nòg een meisje kan aanspreken. Oefening baart kunst, en als je twintig vrouwen aanspreekt is er misschien wel eentje die jou ook leuk vindt en dan is je doel bereikt. Het is een beetje zoals de lyrics van Hey Jude: je gebruikt dezelfde zinnen, mits een kleine aanpassing, en als je die genoeg herhaalt wordt het better, better, better, better.

 

eerlijkheid gezegd

Naast een beetje zelfvertrouwen is ook eerlijkheid een kernwoord. Je hoeft daarvoor geen psychiatrische verslagen of strafbladen te overlopen alvorens over te gaan tot een echt gesprek, gewoon duidelijk zijn over je intenties en verwachtingen volstaat. Zo creëer je ruimte voor wederzijds vertrouwen en respect en voorkom je nodeloze gekwetst te worden. Wil je alleen seks? Zeg dat. Verwacht je dat de ander elke dag je rug masseert? Direct opbiechten. Wil je graag in een prieeltje in het park gaan kussen in de regen? Kleffe bedoening, maar toch eerlijk toegeven. Op die manier geef je de ander de kans om in te schatten of hij/zij daaraan tegemoet wil komen. In het slechtste geval is dat niet zo en kunnen jullie beiden verder. In het beste geval hebben jullie gelijkaardige of aanvullende verwachtingen en heeft het zin om eens op date te gaan. Eerlijkheid is ook: tonen wie je echt bent. Heb je schrik dat het meisje van je dromen je verafschuwt omwille van je postzegelverzameling? Dan is zij misschien niet het meisje voor jou en kan je beter iemand zoeken die niet zo kortzichtig is.

 

Natuurlijk is het bevorderlijk als je niet op droge toon alles overloopt over je persoonlijkheid, wensen en verlangens. Een béétje mysterie mag best, anders is de lol er snel af. Het succes van 'de Flair’ is volledig gestoeld op dit gegeven, met eindeloze variaties van ‘vindt hij jou echt leuk?’-testen tot gevolg. Laat ons hun marktaandeel in ere houden. Moeten we dan collectief hard to get spelen? Niet als daar manipulatie aan te pas komt, maar je mag best oprecht een beetje gedesinteresseerd zijn, dat hoeft een leuk gesprek niet in de weg te staan.

 

Je moet vooral ook eerlijk zijn met jezelf. Een blik in de spiegel en een goed gesprek met jezelf kunnen helpen om vast de stellen wat je wil bereiken, wat je verwacht en over welke waarden je geen toegevingen wil doen. Wederom hoeft dat niet zo heel letterlijk, een handleiding is beter bedoeld voor IKEA-meubels, maar krijtlijnen helpen je al een heel eind op weg. Pas wanneer je weet waar je staat en waar je heen wil, kan je iemand zoeken die zich daarbij aansluit. Alles begint met introspectie: eerst de hand in eigen boezem steken, dan pas in die van een ander. Dat gaat niet vanzelf, dus gooien we er nog een cliché tegenaan: tijd brengt raad.

 

reflecteren zal je leren

Een belangrijk element is de idee van self-improvement. Dit lijkt strijdig met het streven naar ‘gewoon jezelf' kunnen zijn bij je partner, maar wanneer je de kunst van het daten vergelijkt met pakweg een cursus 'spreken voor publiek', wordt het belang ervan duidelijk. Aan het einde van de cursus ben je nog steeds gewoon jezelf, maar voel je je wel meer op je gemak terwijl er honderden ogen op jou gericht zijn. In vage termen kan je werken aan persoonlijke groei of je zelfvertrouwen opkrikken, veel concreter gaat het over zaken als taalgebruik en lichaamshouding.

 

Daten kan je dus leren. Net als bij alle andere vormen van onderwijs kan je het leerproces bevorderen door te observeren, proberen (falen en nog eens proberen), reflecteren. Maar ook door te lezen en door vragen te stellen aan mensen die er meer van weten.

 

haantjesgedrag en lekkere kippetjes

Ondergetekende zelfverklaarde journaliste en redactrice van dwars zat aandachtig te luisteren naar wat datingcoach Sonny vertelde, stiekem hopend er nog wat van op te steken. Op het stuk waar vrouwen mannen versieren was het echter vruchteloos wachten. Kan dat nog steeds niet, in 21ste-eeuws Europa? Dat brengt ons gevaarlijk dicht bij de licht ontvlambare discussie over mannen versus vrouwen. Volgens Sonny is wel de sociale structuur van onze samenleving veranderd, maar blijven mannelijkheid en vrouwelijkheid hetzelfde. Mannen moeten dus nog steeds jagen, vrouwen netjes afwachten tot ze gevangen worden. In de op mannen gerichte wereld van pickup blijft dating gebaseerd op mannelijke dominantie. Geen sandwich-dominantie, maar schijnbaar snakken vrouwen echt naar iemand die initiatief toont en beslissingen neemt. Een dooddoener, die Sonny direct nuanceert: er moet een evenwicht zijn tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid binnen een relatie.

 

Mannen en vrouwen hebben nochtans gelijkaardige noden: een leuke babbel, een leuk lief of gewoon leuke seks. In theorie zou een vrouw die op dezelfde manier kunnen vervullen als een man, door boudweg iemand aan te spreken met een stoere openingszin. In de praktijk vinden mannen dat vaak niet aantrekkelijk en doen vrouwen het zelden. Dat wil niet zeggen dat vrouwen geen gesprek kunnen aanknopen. Dat doen ze wel, zij het vaak op een subtiele manier, met minder directe humor. Laat ons dat eens overboord gooien en schaamteloos de omgekeerde wereld omarmen, foute openingszinnen gebruiken en daar hartelijk om lachen. Humor blijft tenslotte voor alle partijen de beste gespreksstarter. In combinatie met wat lef, eerlijkheid en een reflex tot introspectie geeft het mannen én vrouwen een goeie basis om een lijn uit te werpen in een zee vol vette vissen. Nu hopen dat ze bijten.



pottenkijkers
20/01/2016
🖋: 
Auteur

Haal je 'fat pants' uit de kast en dij uit met dwars in deze online vreet- en zuiprubriek voor mensen die het nét even anders doen. Mensen die houden van empirisch experimenteren, eetbaar exploreren en extravagant exposeren met een beperkt budget doch calorierijke fantasie. 

Als we de talloze lijstjes, adviescolumns en tips moeten geloven, bevordert een goede maaltijd de algemene studievoortgang. Een snelle manier om te zien of je bordje verschillende vitaminen en al het andere goeds bevat waar de blokkende student op moet teren: Is het een bruine beige massa? Meh… Of een kleurrijk pallet? Ja! 

 

Hoe dit te bereiken met een minimum aan budget en tijd? Maak gewoon 'roze droom-couscous' klaar!

 

 

 

 
 

 

Ingrediënten voor
roze droom-couscous

 

  • couscous
  • bieten
  • bladspinazie
  • feta
  • rozijnen
  • peper en zou
  • bouillonblokje (optioneel)

 

 
 

 

Kook water in een pan of waterkoker. Doe de couscous in een pot of kom – de regel is doorgaans een beker couscous per persoon – en kruid het met wat peper en zout. De echte zoutliefhebbers kunnen nog een bouillonblokje aan het water toevoegen. Giet vervolgens het water over de couscous tot er een dun laagje op staat.

 

Laat de couscous een tijdje rusten en laat ook de rozijnen even wellen in een kommetje water. Snij ondertussen de bieten in kleine blokjes, was indien nodig de spinazie en scheur het in  kleinere stukken. Snij of verbrokkel tot slot de feta.

 

Roer de couscous wat los met een vork en kruid eventueel nog wat verder af met peper en zout. Meng de couscous met alle andere ingrediënten in een grote kom of pot.

 


20/01/2016
🖋: 



pottenkijkers
06/01/2016
🖋: 
Auteur

Haal je 'fat pants' uit de kast en dij uit met dwars in deze online vreet- en zuiprubriek voor mensen die het nét even anders doen. Mensen die houden van empirisch experimenteren, eetbaar exploreren en extravagant exposeren met een beperkt budget doch calorierijke fantasie. 

Zit je er even doorheen? Zie je door de notities en fluo-markeringen het bos van reeds vergaarde kennis niet meer? Doe jezelf tegoed aan eenvoudige maar hartverwarmende soulfood.

 

 

 

 
 

 

Ingrediënten voor
maïssoep voor de ziel

 

  • 1 of 2 blikken maïs
  • lente-uitjes
  • teentje knoflook
  • bouillonblokje
  • tortillachips
  • geraspte kaas
    (liefst cheddar)

 

 
 

 

Snij 2 of 3 lente-uitjes en het teentje knoflook. Doe het samen met de maïs in een blender of een pot (om in te pureren met een staafmixer). Kook een liter water en meng het bouillonblokje er in. Giet een scheut water bij de ingrediënten en mix/pureer. Hoeveel water jij erbij doet of niet mag je zelf bepalen. De maïssoep is wel het lekkerst als een dikke soep. Wanneer alle ingrediënten gemixt zijn en de soep de gewenste dikte heeft, kan ze nog wat worden opgewarmd op een laag vuur.

 

Ben je in het bezit van een oven, verspreid de tortillachips dan over de bakplaat en strooi de kaas eroverheen. Laat het opwarmen tot de kaas gesmolten is. Geen oven? Geen nood, doe de tortilla chips in een grote pan, strooi de kaas erover en zet een deksel op de pan. Warm op tot de kaas is gesmolten.

 

Giet de soep in een flinke kom en doe er nog een flinke schep tortillachips met kaas boven op.