Humans of UAntwerpen

25/10/2018
Rin Verstraeten | dwars 118
🖋: 
Auteur

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je bij de Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zoveel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Sommige mensen houden van voetbal of muziek, maar Nina Maat houdt gewoon van de natuur. Toch spendeert de 22-jarige studente niet al haar tijd tussen planten. Ze reist graag, is bezig met mode en neemt zelfs regelmatig het vliegtuig. Daarom heeft ze het gevoel dat ze iets moet goedmaken bij moeder aarde. Ze wil zich extra inzetten voor het milieu met haar eigen onderneming: Antwerp Circular.

“Ik heb altijd van de natuur gehouden. Als kind wou ik dierenarts worden, geen vlees meer eten en lag ik ’s nachts wakker omdat de ijsberen zouden uitsterven.” Dierenarts is ze niet geworden, maar deze studente Politieke Wetenschappen staat alvast met één been in de Master Milieuwetenschappen. "Zo stel ik niet alleen mijn ouders gerust dat ik niet op een Greenpeaceboot zal springen, maar het biedt me vooral de kans om te doen wat ik altijd al wilde: de wereld veranderen. Ik wist altijd al dat ik iets wou doen voor de natuur. We kunnen zoveel van dieren en planten leren, het is zonde als er soorten verdwijnen." In de natuur is er geen afval, behouden grondstoffen hun waarde en worden reststoffen terug opgenomen in de levenskringloop. Wij mensen moeten dat ook kunnen, vindt Nina, en zo is haar eigen onderneming geboren.

Met Antwerp Circular wil de geëngageerde studente een circulaire levensstijl op een leuke manier promoten. Zo organiseerde ze eind september op het dak van het M HKA de Antwerp Fashion Exchange, een kledingruilbeurs voor modeliefhebbers. “Zelf vind ik mode ook heel erg leuk, maar ik wil de mensen wakkerschudden. De kledingindustrie is erg vervuilend. Ik wil het groots aanpakken en mensen laten zien dat het ook anders kan”, zegt ze. Onder hetzelfde motto wil Nina bijvoorbeeld ook festivals en feestjes organiseren waar duurzaamheid centraal staat en wil ze een aanspreekpunt zijn voor mensen die zich willen inzetten voor het milieu maar niet goed weten hoe.

Jongeren moeten nog lang op deze planeet leven, maar lijken overspoeld te worden door een zee van plastic, ademen haast meer uitlaatgassen dan zuurstof in en krijgen het benauwd van de opwarming van de aarde. Toch lijken ze ver van de milieuproblematiek af te staan. Daarom is het zo belangrijk om jongeren aan te spreken in hun eigen leefwereld. Nina Maat tracht ze te bereiken met haar frisse kijk op de zaak, via leuke, concrete en vooral betekenisvolle initiatieven. Groen is immers niet alleen een levensstijl; groen is het nieuwe zwart.



blikopener

25/10/2018
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 

Het oude tolhuis in het schipperskwartier van Antwerpen is sinds kort herdoopt tot 'The Beacon'. Hier werken onderzoekers van Universiteit Antwerpen zij aan zij met mensen uit de bedrijfswereld en ambtenaren van het stadsbestuur. Wat deze mensen samenbrengt is een onderzoeksproject naar slimme steden: 'City of Things'.

Een stad wordt 'slimme stad' genoemd als ze is uitgerust met een netwerk van sensoren, waarmee je in detail kan volgen wat er gebeurt in de omgeving. City of Things is een project dat van Antwerpen zo'n slimme stad maakt, om dan onderzoek te doen naar lucht- en waterkwaliteit, verkeer en mobiliteit. Ook het netwerk zelf, dat de sensoren verbindt, wordt nog onderzocht om het bijvoorbeeld energiezuiniger te maken. We spraken met Bart Braem, onderzoeker met een achtergrond in telecommunicatie die dit project mee in goede banen leidt.

samenwerking is de sleutel

"Er zijn een hoop projecten die gebruik maken van de slimmestadsinfrastructuur. Zo onderzoekt de groep van Ronny Blust bij het departement Biologie de waterkwaliteit. Bij veel regenval kan afvalwater uit riolen weggespoeld worden en in onze waterwegen terechtkomen. Zo kan de waterkwaliteit verslechteren. De vraag is: hoeveel slechter? Wat heeft dat te maken met een slimme stad? Wel, in een slimme stad kan je dat soort dingen permanent meten. De oude aanpak houdt in dat er elke dag iemand langsgaat en dan een staaltje neemt. Met de technologie van slimme steden wordt dit continu gemonitord."

Een ander onderzoek binnen City of Things is dat van het team van bio-ingenieurswetenschappers van Roeland Samson naar de luchtkwaliteit in Antwerpen. Door voortdurend op veel plaatsen te meten proberen zij een scherp beeld te vormen van de lucht die wij inademen en hoe de kwaliteit daarvan varieert met het weer, de seizoenen enzovoort.

We willen vooral het gehypete scheiden van wat effectief mogelijk is en dat duurzaam uitrollen.

"Je kan daarvoor wel naar het onderzoek van CurieuzeNeuzen kijken, maar daar zijn gedurende een maand of drie metingen gedaan en daar komt dan één getal uit. Eén getal zegt in principe niets. Als er op een dag een enorm vervuilende vrachtwagen voorbij rijdt, dan is de meting bij wijze van spreken om zeep. Is de luchtkwaliteit altijd slecht? Of is ze enkel ’s avonds of overdag slecht? Luchtkwaliteit in de zomer en in de winter kan bijvoorbeeld sterk verschillen. Vandaag is het misschien wat mistiger, dan zal de luchtkwaliteit wat anders zijn. Hoe is de luchtkwaliteit bij een hittegolf? Dat onderzoeken dus de bio-ingenieurs."

De universiteit heeft nog verschillende andere onderzoeken lopen in het City of Things-project: Thierry Vanelslander onderzoekt hoe we efficiënt pakjes kunnen bezorgen en Karolien Poels gaat na of studenten wel genoeg bewegen, maar het is zeker geen verhaal van de universiteit alleen. Er wordt contact gezocht met mensen die ervaring hebben op het terrein. Zo is er bij het stadsbestuur veel kennis aanwezig en heeft de stad Antwerpen een eigen coördinator bij het project. Ook de bedrijfswereld en geïnteresseerde burgers worden uitgenodigd om samen te werken.

"Dat is echt wel iets wat we geleerd hebben", vertelt Braem. "Als je zoiets wil doen in het openbaar domein, in het echt, praat met die mensen! Praat met de experts in het veld en niet alleen met de andere kennisinstellingen, maar praat ook met de mensen die ervaring hebben en die vaak heel concrete struikelpunten kunnen aangeven. Die bijvoorbeeld zeggen: ‘zet die sensor daar niet, want dat gaat niet lukken.’"

hightech netwerk

Alles staat of valt natuurlijk met het netwerk zelf. Dit is waar de onderzoeksgroep van Bart Braem onder leiding van Steven Latré zich mee bezighoudt. Hoe verbind je al die sensoren? Bestaande netwerken voor gsm-verbinding kosten veel geld en verbruiken nog altijd veel batterij. In de City of Things worden de nieuwste technologieën getest om de beste oplossing te vinden. Een sensor in een riool die de kwaliteit van het water meet, brengt andere problemen met zich mee dan een sensor voor de luchtkwaliteit.

’s Avonds komt iedereen thuis en gaat Netflix zitten kijken. Hierdoor ontstaan er plotseling storingen.

Dit soort onderzoek vond vroeger in labo’s plaats, in een gecontroleerde omgeving. Dat kan nu in de reële omgeving van een stad gebeuren, op veel grotere schaal. Hierbij komt letterlijk heel veel ruis op het signaal en duiken onverwachte problemen op. "Wij als netwerkonderzoekers merken bijvoorbeeld dat de storing op onze signalen ’s avonds veel hoger is. Als je daarover nadenkt, dan is het vrij logisch. ’s Avonds komt iedereen thuis en gaat iedereen Netflix zitten kijken. Hierdoor ontstaan er plotseling storingen."

Slimme steden zijn een hype, maar op de juiste manier ingezet kunnen ze een echte meerwaarde betekenen. Door het gebruik van een vaste infrastructuur hoeven onderzoekers niet meer dagelijks ter plaatse hun metingen te gaan doen, of voor een nieuw project telkens een nieuw tijdelijk netwerk op te bouwen. We gaan ons ook beter dan ooit een beeld kunnen vormen van wat er omgaat in onze stad, zodat we niet meer afhankelijk zijn van een enkele meting om onze luchtkwaliteit te beoordelen, maar echt kunnen kijken naar waar en wanneer er problemen zijn. We zullen dan gericht op zoek kunnen gaan naar oorzaken en oplossingen.

Bart Braem besluit: "we willen vooral het gehypete scheiden van wat effectief mogelijk is en dat duurzaam uitrollen. Dat is waar het uiteindelijk om draait, om van het idee ‘technologie kan alles oplossen’ af te stappen en te kijken hoe technologie een stad effectief kan helpen."

 



25/10/2018
studentikoze koffiebars (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Koffiebars. Ze zijn een onmisbaar gegeven voor de Antwerpse studenten. Of je nu langsgaat voor je dagelijkse caffeine fix, afspreekt met vrienden voor je groepswerk of er uren spendeert terwijl je aan je thesis werkt, we zijn allemaal weleens in een koffiebar binnengestapt. Maar welke is nu eigenlijk de beste? Waar vind je de snelste wifi? Welke bar heeft de lekkerste koffie (of die met het meeste cafeïne)? En niet onbelangrijk, waar zijn de meeste stopcontacten? dwars ging voor jou op pad en gaf scores, zodat jij niet verder hoeft te zoeken naar je nieuwe favoriete studieplek.

Vandoag Is ’t       

Vandoag is'tkwaliteit van koffie: Vandoag Is 't is dé plek voor lekkere koffie aan een spotprijs. Je vindt er een uitgebreide kaart met zowel klassieke koffies als speciallekes voor een betaalbare prijs. Je kan je koffie ook gewoon meenemen, ideaal om wakker te blijven in de les.

studeren/wifi: Studeren kan, maar er zijn betere opties te vinden in de stad. Het is er redelijk krap en overdag altijd erg druk. Je moet een bijzonder hoog concentratievermogen hebben om niet afgeleid te raken.

ook om te eten? Ga niet met een lege maag studeren bij Vandoag Is’t, want lunchen kan je er niet. Gelukkig hebben ze wel zelfgemaakte wafeltjes en chocolademarshmallows. De perfecte versnapering bij je koffie.

sfeer: De charme van deze koffiebar ligt in zijn grootte. Het is een erg klein pand, waardoor het er altijd gezellig druk is, of er nu één persoon zit, of een hele groep. Het nadeel hieraan is dat je geen plek zal vinden tijdens de piekuren (rond de middag).

score: 4/5 koffiebonen

Prinsesstraat 2, 2000 Antwerpen

 

 

 

Viggo’s       

Viggo'skwaliteit van koffie: Hier wordt uitzonderlijk lekkere koffie geserveerd, en dan zeker de cappuccino. Af en toe tekenen ze een figuurtje in het melkschuim, wat de koffie erg instaproof maakt, voor wie zijn of haar studiemoment willen delen met de wereld.

studeren/wifi: Hoewel Viggo’s een beetje buiten de studentenbuurt ligt, is het studeren er toch erg aangenaam. Er is goede wifi aanwezig en je ziet er geregeld mensen met hun neus in de boeken. Een lange tafel siert  interieur van Viggo's, waardoor het een geschikte plek voor groepswerken is. De ligging van de koffiebar, redelijk dicht bij het station, valt in de smaak bij pendelaars.

ook om te eten? Tijdens het weekend kan je je er tegoed doen aan heerlijke pannenkoeken. Doorheen de week pakt Viggo's uit met zoetigheden zoals wortelcake en tiramisutaart.

sfeer: Viggo’s is een kleine, karaktervolle koffiebar met Scandinavisch interieur. Je kan er neerploffen in één van de comfortabele zetels, of aanschuiven aan één van de tafeltjes. Bij warm weer is het ook gezellig buiten vertoeven.

score: 3,5/5 koffiebonen

De Coninckplein 21

 

 

 

Cuperus (Paardenmarkt)       

Cuperuskwaliteit van koffie: Cuperus biedt uitstekende koffie aan. Je kan er terecht voor een ruim aanbod aan verschillende soorten, die je achteraf ook nog eens in een zakje mee naar huis kan nemen. Zo kan je er later verder van genieten. Bovendien kan je er ook gewoon filterkoffie bestellen, die je kan laten bijvullen voor een halve euro. Perfect voor studenten die een cafeïnekick kunnen gebruiken, maar aan een budget vasthangen.

studeren/wifi: Hoewel de wifi er soms een beetje traag loopt, kan je er wel studeren. De zaal is zo ingedeeld dat je er gemakkelijk met een groep samen kunt werken aan een project, evenals in je eentje studeren aan een tafeltje. Je vindt er talloze stopcontacten, dus je hoeft ook niet bang te zijn dat je laptop uit zal vallen.

ook om te eten? Bij Cuperus kan je ook terecht voor een snelle hap of een klein hongerke. Er is een open keuken waar ze continu cakes bakken, pastaslaatjes voorbereiden en luxe boterhammen smeren. Alles is dus erg vers. Door die open keuken verspreidt de cakegeur zich door de hele zaak. Erg moeilijk om niet toe te weerstaan.

sfeer: Er hangt een fijne sfeer in deze koffiebar. Zowel de muren, de tafels, als de plafonds zijn gedecoreerd met talloze plantjes en bloemen, wat de zaak een heel frisse uitstraling geeft. Door het Scandinavisch interieur voel je je ook meteen thuis. Toch staan de tafels niet te dicht bij elkaar, zodat je met een gerust gevoel kan studeren. Een minpuntje? Je staat er best lang in de rij. Hou daar rekening mee als je gehaast bent!

score: 4,5/5 koffiebonen

Paardenmarkt 28

 

 

 

CoffeeLabs       

CoffeeLabskwaliteit van koffie: Bij Coffeelabs kan je terecht voor een heerlijke kop koffie, maar ook voor een lekkere thee of een vers sapje. Aangezien deze koffiebar net buiten de studentenbuurt valt, liggen de prijzen ook ietsjes hoger. Een hele namiddag studeren bij Coffeelabs loopt dus wel snel op, iets om in je achterhoofd te houden.

studeren/wifi: Je kan hier aardig studeren. Het is een grote ruimte met veel tafels, zowel grote als kleintjes, maar ook zitbanken en houten planken waar je op kan loungen. Voor ieder wat wils dus. Stopcontacten vinden blijkt wel wat moeilijker. Zorg er dus zeker voor dat je batterij voldoende opgeladen is als je bij Coffeelabs wilt gaan studeren.

ook om te eten? Jazeker, je kan hier ook terecht voor een snelle hap of een uitgebreid ontbijt/lunch. Ook hier wordt alles vers bereid in de keuken en is het moeilijk weerstaan wanneer je voorbij de toonbank loopt. Bovendien bieden ze een groot aanbod vegetarische en veganistische maaltijden aan. Het menu verandert ook dagelijks, dus culinair zal je je er nooit vervelen.

sfeer: Coffeelabs is sfeervol ingericht, met een origineel interieur dat zowel praktisch als aangenaam voor het oog is. De tafeltjes achteraan staan wel redelijk dicht op elkaar gepropt. Vergeet zeker je oortjes niet als je er rustig wilt kunnen werken.

score: 3,5/5

Lange Klarenstraat 19



betweter

25/10/2018
Betweter (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

“Sorry, ik ben zo pokemon!” als verontschuldiging uitroepen nadat je een volle mok koffie over een toevallige tegenligger morst; het klinkt wat bevreemdend. Jezelf gelijk stellen aan de vrolijk gekleurde fictieve wezens is dat evenzeer. Bovendien hangt de associatie met de lyrics “I wanna be the very best, like no one ever was” in de lucht. Er bestaan minder aanstootgevende manieren je te excuseren voor een vuilgemaakte trui.

Toch is dit geen incorrecte manier om het koffieaccidentje te verklaren. Je hoeft met deze woordkeuze immers niet te doelen op de afkorting van Pocket Monsters, waaraan de gelijknamige tv-serie (Pokémon) haar naam ontleent. Hier schiet een handige zoekfunctie in Google Books ons te hulp, waarmee het aantal vermeldingen van een bepaald woord in gedigitaliseerde boeken nagegaan wordt. Wanneer we louter voor het wetenschappelijk plezier een kleinschalig experiment op poten zetten met het woord ‘pokemon’, biedt dit een verhelderend inzicht. Niet alleen aan het einde van de twintigste eeuw kunnen we een exponentiële toename van dit woordgebruik waarnemen. Tegen alle verwachtingen in verschijnt er ook rond het jaar 1870 een kleine opstoot.

Het zou mooi zijn als we de verklaring hiervoor vonden in de geboorte van een visionair die in zijn dromen de avonturen van de Pokémons zag en deze predikte aan zijn tijdsgenoten. Vervolgens zouden zij die voorspellingen neerpennen voor het nageslacht, zoals het goedgelovige luisteraars betaamt. Het vermakelijk verhaaltje ten spijt dient de juiste verklaring voor dit ongelooflijke fenomeen gezocht te worden in de linguïstiek.

Hiervoor moeten we naar Cornwall afreizen. In dit uiterst zuidwestelijk gebied van Engeland betekent het woord pokemon in het Cornisch niet meer en niet minder dan clumsy’of stupid. Onderzoek moet nog uitwijzen of het toegenomen woordgebruik op het einde van de negentiende eeuw te wijten valt aan een explosief aantal onhandige Cornish. Wat wel al met zekerheid geweten is, is dat in het midden van deze eeuw een grootscheepse actie op poten is gezet om dit dialect van de vergetelheid te behoeden. Om dit te bewerkstelligen, werden er en masse woordenlijsten en -boeken opgesteld, wat het toegenomen woordgebruik van ‘pokemon’ op schrift verklaart.

Mensen die tegenwoordig het woord pokemon opnemen in hun woordenschat, dragen zo bij aan het voortbestaan van het Cornish. In de toekomst hoef je je niet meer te verontschuldigen voor je 'onhandigheid' bij een morsongelukje. Je hebt gewoon een ontzettend hoog pokemongehalte. Hoe cool is dat!



de wereldverbeteraar

25/10/2018
de wereldverbeteraar 2.0 (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

De mug die om je oor zoemt als je probeert te slapen toont geheel onbaatzuchtig aan dat je nooit te klein bent om een wereld van verschil te maken. In de aula komt de student in aanraking met kleine en grotere problemen uit het dagelijkse leven: gebrek aan koffie, verloren versnaperingen en professoren die zijn vergeten hoe het is om student te zijn. Van tijd tot tijd nemen de frustraties zo’n proportie aan dat de toogfilosoof uithangen in een troosteloos bruin café niet meer volstaat. In elke dwars kaart de wereldverbeteraar daarom een concreet probleem aan uit het studentenleven. Oplossingen groeien soms immers gewoon aan de bomen, als je maar naar boven durft te kijken om ze op te merken.

Koffie is de weg naar succes, dat weet iedereen. Het advies van de befaamde Harry Potter aan zijn medeleden van de Orde van de Feniks staat ons nog helder voor de geest: “Working hard is important but there is something that matters even more: coffee.” Toegang tot dit zwarte drankje is als een open deur naar sprankelend geluk, onuitputtelijke energie en het moeiteloos verzetten van bergen werk. Maar net zoals alle andere wegen die leiden tot een geslaagd leven, is het pad voor de een hobbeliger dan voor de ander.

Geen afhaalkoffie betekent namelijk minder kracht om alles uit het leven te halen, wat onvermijdelijk leidt tot minder inkomsten, wat dan weer betekent dat er minder tijd én geld overschiet om zich te goed te doen aan de hemelse drank. Met alle gevolgen van dien. Het is helaas de schrijnende waarheid: de structurele ongelijkheid zit niet alleen diep geworteld in de maatschappij, maar ook in de Universiteit Antwerpen. Niet alle studenten hebben dezelfde simpele en goedkope toegang tot het drankje der succes. Hoewel de eerste verschillen zich al voordoen tussen de Stadscampus en Campus Mutsaard, zijn het vooral de buitencampussen die het zwaarst getroffen worden door deze rampspoed. De enige koffiebronnen hier zijn de resto's en Starbucksapparaten. Voor deze studenten geen gezellige, kwaliteitsvolle koffieplekjes om aan het soms barre studentenleven te ontsnappen. Zij zitten gevangen in een mensonwaardige situatie, getekend door aanhoudend gebrek aan koffiekeuze.

 

Toegang tot dit zwart drankje is als een open deur naar sprankelend geluk.

 

Zelf ben ik nog maar een redelijk recentelijk ontwaakte koffiedrinker. Ik zou niet zeggen dat ik verslaafd ben, ik heb het gewoon nodig. De horror van het koffieloos leven staat nog duidelijk in mijn geheugen gegrift, zo goed als onverwerkt. Na het eerste contact van mijn lippen met het wonderdrankje transformeerden als bij toverslag de grijstinten van mijn bestaan in alle kleuren van de regenboog. Hierdoor kan ik mijn ogen niet meer sluiten voor de erbarmelijke situatie waarin sommige van mijn medestudenten zich nog bevinden. Eenmaal gezien kan het niet ont-zien worden.

Geef nou toe, de student die niet over de mogelijkheid beschikt – zowel fysiek als financieel – om tijdens een pauze of tussen de lessen door snel een kopje vloeibare energie te gaan halen, is een verloren student. Augustus Waters uit The Fault in Our Stars – Gus voor de vrienden – had ongelijk, the world is indeed a wish-granting factory. Alleen vergt die massa’s cafeïnerijke dranken als brandstof. In tijden waarin koffie de motor van de maatschappij is en cafeïnevrij succes een onbestaand fenomeen is, is het te gek voor woorden dat de wijdere omgeving rond UAntwerpen nog geen stappen heeft ondernomen om de gelijkheid der koffiedistributie te bewerkstelligen.

Koffie is niet voor niets een onontvreemdbaar recht voor ieder mens, kijk maar na in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De wereld zou dan ook zoveel beter zijn mocht onze universiteit over haar eigen koffieplantage beschikken. Het is het principe van ‘twee vliegen in één klap’, maar dan met meer exemplaren: zowel de studenten als de professoren terug aan het bewegen krijgen bij de bewerking van het land én een eindeloos toestromende voorraad koffie. Iedereen kan vanuit zijn eigen vakgebied een steentje bijdragen wanneer voor alle bachelorstudenten een verplicht vak van 10 studiepunten, buitenlandse studiereisjes en koffieconferenties voorzien worden. Hierdoor wordt de leerstof ineens in praktijk omgezet: drie vliegen in dezelfde klap dus. De vierde vlieg zorgt voor de kers op de taart: een Belgische koffie-gelijke samenleving is geboren.

 



25/10/2018
Rin Verstraeten | dwars 118
🖋: 

Op de universiteit kan je sporten naar hartenlust. Zumba, zaalvoetbal of pingpong, noem maar op. Maar wie zijn nu eigenlijk de studenten waarbij je pingpongballetjes en badmintonracketjes kan lenen? En wat doen zij een hele dag in dat kleine lokaal in het midden van de Agora? We smeerden onze benen in, trokken onze polsbandjes aan en hielden de UAntwerpen Plus Pass in de aanslag voor een gesprekje met de Sportraad.

In het sportkot, zoals dat kleine kamertje heet, ontmoeten we Jonas (praeses), Enya (PR) en Gilles (verantwoordelijke ASL outdoor) van de Sportraad. Ze blazen nog wat stoom af, want gisteren was het Sportraad Quiz én ging het Antwerp Students League (ASL) zaalvoetbaltoernooi van start. “De quiz was goed, maar op het veld ging het iets minder”, vertelt Jonas. “Een student had zijn voet omgeslagen. Vandaag kreeg ik te horen dat ze naar de spoeddienst zijn gegaan en dat de voet wellicht gebroken is.”

Of ze vaak getuigen zijn van zulke ongevallen? “Dat valt wel mee”, vervolgt Jonas, “al is er ooit een ziekenwagen de zaal binnengereden om iemand naar het ziekenhuis te voeren. Vaak zijn het kleine blessures, bijvoorbeeld wanneer iemand tijdens het voetballen tegen de muur botst. Vorig jaar heeft er overigens een student overgegeven in de zaal. Maar ik verzeker je: het was van de hitte, niet het gevolg van te veel alcohol!”

In het sportkot staat een microgolfoven met daarop een geopend pak pannenkoeken van het merk Colruyt. Het lijkt erop dat de studenten van de Sportraad hier vele uren vertoeven. Aan de muur hangt een schema met de permanentie. “Ik ben deze week elke dag aanwezig”, laat Gilles weten. “Ik krijg daarvoor een vergoeding van Sportsticker, de organisatie waarmee de universiteit en de Sportraad samenwerken om de verschillende sportactiviteiten en ASL-toernooien in goede banen te leiden. Jonas en Enya zitten hier nu vrijwillig, ter ondersteuning en om mij wat gezelschap te houden.” Ook ’s avonds is het sportkot geopend. “Ik doe vanavond de shift tot half twaalf. ’s Avonds is het zonder vergoeding weliswaar”, lacht Jonas. “Het is heel leuk om hier binnen te springen, je weet toch dat er altijd iemand aanwezig is”, vertelt Enya. “Van Jonas zeggen we trouwens dat hij niet op kot zit, maar wel op sportkot. Hij is hier altijd in de buurt.”

Studenten komen meestal langs om te pingpongen tijdens het middaguur of om de zaal te reserveren voor zaalvoetbal. Ook tijdens ons gesprek klopt een student aan die vraagt om een nieuw pingpongballetje, want dat van hem is kaduuk. Drukke avonden zijn vooral die waarop groepssessies als zumba, fatburning en BBB gepland staan. “Zeker aan het begin van het academiejaar is het dan even chaos”, legt Enya uit. “Wanneer je de zaal wil betreden, moet je namelijk met een persoonlijke vingerscan de poortjes openen. Om dat te laten slagen moeten we eerst je vingerafdruk hebben. Natuurlijk passeren alle studenten die nog niet binnen kunnen tien minuten voor de start van de les om een vingerafdruk te laten afnemen. Dan staat er een rij tot in het midden van de Agora en is het stevig doorwerken. Al geef ik toe dat ik, als de rollen omgedraaid zouden zijn, zelf ook pas tien minuten voor de sportles zou afkomen (lacht).”

Op een monitor kunnen Jonas, Enya en Gilles de poortjes van de zaal in het oog houden. Wanneer ze merken dat iemand problemen heeft om binnen te raken, spreken ze door een parlofoon om hulp te verlenen. Enya kreeg ooit iemand zo ver om de Kabouterdans te dansen. “Voor de grap stelde ik voor dat als de student binnen wilde, hij de plopdans voor de poortjes moest uitvoeren. Bleek die persoon dat ook echt te doen! Hij zong zelfs de tekst.”

Of Jonas, Enya en Gilles zelf vaak sporten? “Badminton in mijn thuisdorp, op een redelijk goed niveau”, laat Jonas weten. Enya neemt vaak deel aan de sessies fatburning en danst. Gilles deed aan handbal, maar was genoopt te stoppen wanneer hij last kreeg van zijn schouder. “Nu heb ik zo mijn eigen manier om op mijn lijn te letten”, lacht hij geheimzinnig. “Ik had wel verwacht dat ik veel meer zou gaan sporten toen ik lid werd van de Sportraad”, vervolgt hij. “Maar hoewel ik elke dag met sport bezig ben, schiet er door de organisatie van al die competities weinig tijd over om zelf aan sport te doen.”

Hoewel het sportkot klein is en ze vele uren in het lokaal doorbrengen, zijn de praesidiumleden de muren nog niet beu gezien. “Maar wel Jonas’ gezicht”, merkt Gilles droogjes op. Hij kan nog net het pingpongballetje ontwijken dat naar zijn hoofd zoeft.



poëzie

25/10/2018
spraakatelier (© Anne Leupen | dwars 118)
🖋: 
Auteur

 

De hiaten worden er
zorgvuldig dichtgenaaid. De ideeën
vastgeknoopt aan eigenheid

De vulling dichtgestikt
en met spelden vastgepind 
aan opgelaten ballonnen.

Alles ontdaan van betekenis
uitgewrongen en gebleekt tot het algemene
en eventueel
mocht het nodig zijn
opgelapt met boutades

We graven ons in welbespraaktheid in 
zodat we niet langer moeten voelen
wat woorden betekenen

Eenheden zonder grootheid
Letters zonder ziel



vrouwelijke constructiewerkers gezocht

25/10/2018
Genderbeleid aan UAntwerpen (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

‘De proffen hebben hun tweemaandenbaardje afgeschoren’, zo luidden de eerste woorden van onze dwars 117. Dat proffen meestal mannen zijn, is zo vanzelfsprekend dat niemand vragen stelt bij zo’n openingszin. De cijfers die UAntwerpen in 2014 publiceerde, staken het niet onder stoelen of banken: hoe hoger de graad, hoe minder vrouwen. Onder de gewoon hoogleraren was in 2013 maar 15% vrouw. Nochtans zijn mannelijke studenten al meer dan tien jaar in de minderheid. Hoe kan het dan dat de academische wereld van UAntwerpen nog steeds een echte mannenwereld is?
 

In 2013 werd er aan het decreet op UAntwerpen en andere universiteiten een artikel over genderevenwicht in bestuurs- en adviesorganen toegevoegd. De rectoren van de Vlaamse universiteiten werden van deze wijziging niet bepaald vrolijk, maar het maakte wel duidelijk dat het tijd was voor verandering. Volgens het decreet mag maximaal twee derde van de bestuursorganen van hetzelfde geslacht zijn.

‘Er zou alleen geworven en gezeteld moeten worden op basis van competenties’, luidt één van de grote kritieken op dit soort quota. De kritiek is in zijn kern waar. Petra Meier, kersverse decaan en de enige vrouw in die functie, wijst er echter op dat wat als competent wordt gezien, gebaseerd is op decennia aan voornamelijk mannelijk bestuur. "Zijn we er wel zeker van dat de manier waarop we kwaliteit definiëren zo genderneutraal is? Die discussie moeten we echt nog voeren.”

Naar aanleiding van het quotum is er in 2014 een actieplan geschreven voor een duurzaam genderbeleid. Een artificieel quotum opleggen heeft namelijk ook wat haken en ogen op praktisch niveau. Vrouwen zijn bijvoorbeeld nog altijd ondervertegenwoordigd binnen het zelfstandig academisch personeel (ZAP). Het gevolg is dat de vrouwen die er wel zijn in veel bestuursorganen moeten zetelen om de opgelegde quota te halen. “In sommige faculteiten en commissies moeten vrouwelijke proffen van de ene naar de andere vergadering omdat ze de enige vrouwen zijn. Terwijl mannen de taken kunnen verdelen. Zo worden vrouwen overbelast”, verklaart Kristien Seghers, domeincoördinator van het Team Gelijke Kansen en Diversiteit. Het actieplan heeft dan ook als doel om meer vrouwen als ZAP aan te werven en te behouden.

 

de status quo

We zijn ondertussen een kleine vier jaar verder en het actieplan van 2014 werd deze zomer getoetst aan de huidige stand van zaken. Dit resulteerde in een splinternieuw rapport over gender aan onze universiteit. Seghers gaf meer uitleg bij deze update van de cijfers uit 2013: “Bij studenten, pre- en postdocs, docenten en hoofddocenten zijn er geen aardverschuivingen te bemerken. Bij de hoogleraren daarentegen is het aantal vrouwen op tien jaar wel verdubbeld.”

Bij de studenten steeg het aantal vrouwen over de laatste tien jaar gestaag. Momenteel maken vrouwen met 56% het merendeel van de hoofdinschrijvingen uit, hoewel er nog sterke verschillen zijn tussen de faculteiten. Onder doctoraatsstudenten is de verdeling nog mooi gelijk, maar vanaf de postdocs zien we een knik in de grafiek. Slechts 45,4% van de studenten die hun doctoraat binnenhalen, is vrouw. Dat betekent dus dat minder vrouwen dan mannen hun doctoraat afmaken. Daarna gaat het van kwaad naar erger: maar 28% van de hoogleraren is vrouwelijk, bij de gewone hoogleraren daalt dat cijfer zelfs naar 18%. Op die hoogste treden van de academische ladder zie je wel een groot verschil sinds 2013.

 

Zijn we er wel zeker van dat de manier waarop we kwaliteit definiëren zo genderneutraal is?

 

In vijf jaar is het aantal vrouwen in beide categorieën respectievelijk 16% en 9% gestegen. Deze cijfers zijn natuurlijk een momentopname: dat het aandeel vrouwelijke studenten nu zo groot is, zal op termijn zeker ook zichtbaar worden bij het academisch personeel. In afwachting daarvan moeten we de tijd wel een handje helpen. “Bij het bevorderingsbeleid zijn we heel goed bezig", vertelt Kristien Seghers. “Vrouwen maken nu soms net iets meer kans om bevorderd te worden. Dus het probleem zit niet in de promoties, maar in de aanwerving. We proberen onze maatregelen dan ook meer te richten op de pre- en postdocs."

 

bottleneck

Waar het strategisch actieplan van 2014 nog een breed oplossingskader bood dat inspeelde op verschillende aspecten van een loopbaan aan de universiteit, worden in de beleidsaanbevelingen van 2018 dus alle pijlen gericht op het kritieke punt tussen doctoraat en ZAP. “Het probleem is niet zozeer dat we onvoldoende vrouwen selecteren, maar dat er te weinig vrouwelijke kandidaten zijn. Vrouwen blijken minder geneigd om te solliciteren voor bepaalde functies”, vertelt Seghers ons. Om dit pijnpunt systematisch aan te pakken, worden alle aspecten van het probleem onder de loep genomen. Dat gaat van beeldvorming tot het weghalen van drempels bij vacatures en sollicitaties. “Ik denk dat we op zoveel mogelijk verschillende fronten kleine vooruitgangen moeten boeken”, beaamt Seghers. 

De vraag blijft of al deze maatregelen de kracht hebben om snel en grondig de bestaande structuren te veranderen. Na vier jaar uitvoering van het eerste actieplan is er immers amper verandering in de cijfers op te merken op dat specifieke knelpunt. Ondertussen dringt de tijd: “Als je kijkt naar wie er bij ons in de faculteit als eerste op emeritaat gaat, zijn daar heel wat vrouwen bij. Dan valt het aandeel vrouwelijk personeel in onze faculteit wel heel snel terug", merkt Ilse Loots, oud-decaan Sociale Wetenschappen, op. 

 

Vrouwen zijn vaak geneigd om zichzelf te onderschatten en dus geen dossier voor promotie indienen.

 

Kordaat en structureel optreden is dus de boodschap. Meier is hier duidelijk over: “Er zijn al heel weinig plekken voor ZAP’ers. Als er zo’n opening komt, dan wordt er wel wat gescout. Dus waarom scouten we niet actief, zodat er in de groep sollicitanten al een groot aandeel vrouwen zit?” Of scherper: “Waarom zorgen we er niet voor dat daar waar het genderevenwicht scheef is, we enkel aanvragen bij de ERC Starter Grants (European Research Council) steunen van het ondervertegenwoordigde geslacht tot er een evenwicht bereikt is?” stelt Meier. Met zo’n Starter Grant ben je als onderzoeker zeker van een positie in het ZAP. UAntwerpen heeft hier dus de mogelijkheid om heel rechtstreeks in te grijpen en op een ambitieuze manier het genderevenwicht na te streven. “Dat is geen ingewikkelde maatregel, maar je moet als instelling het lef hebben om dat soort beleid te voeren.”

 

ambitie vs. consideratie

Naast aanwerving kan je ook via promotie zorgen voor een genderevenwicht in de hoge posities. Sinds 2014 is er op dat vlak duidelijk verbetering zichtbaar: eenmaal aangeworven worden vrouwen wel degelijk bevorderd. Ze maken zelfs iets meer kans op een promotie dan mannen. Seghers legt uit hoe het beleid van de laatste vier jaar die trend kon doen omkeren: “Wanneer je nu voldoet aan bepaalde criteria, krijg je sowieso een promotie. Dat is vanuit genderperspectief niet slecht omdat vrouwen vaak geneigd zijn om zichzelf te onderschatten en dus geen dossier voor promotie indienen.” Ze lijkt hiermee de vinger op de wonde te leggen. Iemand die zichzelf niet in een bepaalde positie ‘ziet’, zal ook niet snel solliciteren. 

"Decaan Meier en oud-decaan Loots lijken zich beiden ergens in die theorie te herkennen. “Voordat ik kans maakte om departementsvoorzitter te worden, kreeg ik van mijn mannelijke collega’s te horen dat dat wel in de lijn van mijn ambities lag. Daarvoor stond dat zelfs niet bij mij op de radar”, vertelt Meier. Loots blikt op een gelijkaardige manier terug: “Als ik niet gevraagd was geweest, dan zou ik er nooit opgekomen zijn om dit te doen. Het zijn die duwtjes die mij over de drempel hebben geholpen.”

 

de status quo voorbij

We kunnen wel stellen dat het genderevenwicht bij het personeel van UAntwerpen in 2014 niet in balans was. Het doel van het actieplan was dan ook om de scheefgetrokken status quo grondig bij te werken. Vier jaar later valt er nog steeds genoeg recht te trekken, maar veel van de maatregelen uit 2014 worden ondertussen uitgevoerd. Met de nieuwe beleidsaanbevelingen worden de gaten in het oorspronkelijke plan gedicht. Is die evolutie ook zichtbaar in een mentaliteitswijziging op de werkvloer?

 

Er wordt niet meer negatief gekeken naar quota’s, maar er wordt nog wel over gezucht. 

 

“Er is een groot solidariteitsgevoel, maar dat trekt zich absoluut ook door naar de mannen. Veel daarvan zijn jonge vaders, waardoor ook zij bewust beslissingen moeten nemen over hun loopbaan. Daar wordt veel samen over nagedacht aan de faculteit”, vertelt Loots. Meier voegt toe: “We hebben ook steeds meer gescheiden ouders en dus ook alleenstaande vaders en moeders. Het stijgende aantal echtscheidingen is misschien één van de grote factoren van verandering geweest, net als de zorg voor ouderen. De vraag naar een andere cultuur in de werkomgeving werd daarmee enkel prangender.”

Er zijn nog veel dingen die beter kunnen. Uiteindelijk zal de tijd een betere balans bieden, maar aangezien gendergelijkheid als waarde al enkele decennia hoog in het vaandel staat, kan het geen kwaad om de norm een handje te helpen. Loopt UAntwerpen dan achter? Dat zeker niet. Ze is nog niet waar ze moet zijn, maar ze was wel de eerste universiteit van Europa die een vrouwelijke rector had. Prof. Maria de Groodt-Lasseel gaf eind jaren '70 het startschot. Vanaf dat moment lag het academische pad open voor vrouwen. Nu rest het enkel nog wat vrouwelijke constructiewerkers die dat pad iets toegankelijker maken. Het is aan de volgende generaties studenten en academisch personeel om dat pad vrij van oneffenheden te maken.
 



het leven op straat in Antwerpen

25/10/2018
kunnen daklozen het dak op? (© Suzanne Roes | dwars)

Of je ze nu een muntstuk toestopt of je blik afwendt en wat sneller gaat lopen, daklozen zijn niet weg te denken uit het Antwerpse straatbeeld. Toch werd dakloosheid de afgelopen verkiezingen amper aangekaart. De prioriteiten liggen elders; de dakloosheid stijgt, maar de hulp niet. Integendeel. Daklozen lijken in de steek gelaten door de maatschappij en de politiek. Hoe kan dit? dwars ging op zoek naar antwoorden bij deze mensen zelf. De straat op dus. 

geen leien dakje 

Op het Sint-Jansplein raken we in gesprek met de Ierse Johnny. Hij groeide op in een weeshuis, om vervolgens van pleeggezin naar pleeggezin te moeten verhuizen. Toen hij zestien was, ging hij in het leger. Na op zijn achttiende over te schakelen naar de commando’s, heeft hij nog zo’n vijfentwintig jaar dienstgedaan bij de Special Forces. Nu heeft Johnny kanker en kan hij niet meer werken. Na eerst in Rotterdam en Amsterdam geleefd te hebben, is hij in Antwerpen beland. Op de vraag of hij wel eens om geld bedelt, reageert hij verbaasd: “Are you crazy? To hell with money. Don’t be crying saying ‘oh no, I haven’t got this, I haven’t got that. So what if you haven’t got it? Suck it in, put your chin up and walk, carry on, be a man. I accept what I’ve got and that’s it. Home is for me where I put my head down, if I put my head down here, that’ll do for tonight.”

 

Als dakloze heb je weinig privacy en lijd je onder zware stress.

 

In de metrotunnel bij station Diamant vinden we Pieter, een man van begin dertig met een hond. Hij vertelt bewust afstand te hebben genomen van de maatschappij. “Ik besloot een paar jaar geleden dat ik niet mee wou doen aan deze corrupte maatschappij. Ik dacht dat ik honger en kou zou lijden, maar door een paar uur per dag circustrucs te doen verdien ik genoeg om eten en een slaapplaats te betalen voor mezelf en mijn hond. Ik voel me heel vrij.”
Hij vindt dat daklozen niet genoeg gehoord worden door de politieke partijen en geeft aan dat hij heeft gestemd op een partij die focust op dierenrechten. Bij het afscheid drukt hij de wens uit dat studenten niet zomaar alles vanbuiten mogen leren, maar dat ze zelf moeten nadenken en vragen stellen. 

 

op visite bij Victor

Na deze twee vrije geesten ontmoet te hebben, spraken we Haiyet Benabid, het hoofd van nachtopvang Victor. Zij begeleidt al meer dan twintig jaar daklozen in Antwerpen. "De daklozen slapen op slaapzalen en in bedden die wij erg proper houden. Hygiëne is hier belangrijk. Hoewel ze in principe alle basisbenodigden hebben hier, betekent dat niet dat ze tot rust kunnen komen. Ze hebben nog steeds weinig privacy en lijden aan zware stress."

"Vooral in de winter zitten we vol", gaat ze verder. "Ik vraag me soms af hoe het kan dat het dan zoveel drukker is. Misschien verblijven onze bezoekers in de zomer meer in tenten of kraakpanden. Ik word altijd verdrietig als er gezinnen binnenkomen. Het moet een traumatische ervaring voor de kinderen zijn. Zeker oudere kinderen beseffen dat hun ouders hebben gefaald. Er zijn ook te veel bejaarden. 'Tot vanavond’ moeten zeggen tegen een gast met een stok raakt me en dat is maar goed ook. We zouden beter moeten kunnen voorkomen dat mensen op straat gezet worden." Ingrijpen voordat het te laat is dus. Haiyet roept studenten op om over mogelijke oplossingen na te denken.

 

Wanneer je opgegroeid bent zoals ik dan is het heel moeilijk een kot te onderhouden en rekeningen te betalen. 

 

een levensverhaal in Sint-Andries 

Naast coSTA, een ontmoetingscentrum in Sint-Andries, zit Betonne Jeugd, een organisatie die kansarme jongeren een tweede thuis wil bieden. Daar ontmoeten we Vera. Vera heeft ooit zelf op straat geleefd en werkt nu als vrijwilliger bij Betonne Jeugd. “We proberen hier een thuisbasis te creëren”, vertelt ze. “Wij luisteren naar hun problemen en proberen te helpen, maar bovenal proberen we de jongeren elkaar te geven. Ze zijn elkaars beste steun omdat ze elkaar begrijpen. Hierbuiten moeten ze een masker opzetten. Ze verbergen allemaal een stuk van zichzelf, dat is ontzettend moeilijk.”

Vera stelt ons voor aan Wendy (25), een vrolijke jonge vrouw met een roze staart en enkele tatoeages op haar armen. “Mensen zien niet dat ik een dakloze ben. Ze hebben een beeld van wat dat is, maar dat klopt vaak niet. Je kan er evengoed netjes uitzien en dakloos zijn.” Wendy leeft al sinds haar elfde op straat. Over daklozencentra is ze niet zo te spreken. “De eerste keer dat ik alleen dakloos was”, begint ze, “wou ik absoluut niet naar een daklozencentrum. Je slaapt op een gang met allemaal jongenskamers en maar één vrouwenkamer, die niet bewaakt is. De mannen kunnen gewoon binnen en buiten lopen terwijl je je aan het omkleden bent. Bij mij is het daar ook misgegaan. Er was een zwaar verslaafde man die zo verliefd op mij was dat hij XTC in mijn drinken deed. Ik ben weggegaan omdat ik het echt niet meer aankon. Het maakte me niet uit waar ik belandde.” Toen Wendy bij Betonne Jeugd aankwam woog ze tachtig kilo. Daar is nog maar zestig kilo van overgebleven. “Het is heel hard om op straat te leven. Je kan je niet verzorgen, je weerstand verslechtert. Je hebt geen geld om te eten. Ik heb dagen niet kunnen eten.” 

 

Je krijgt maar 800 euro en er zijn potverdorie alleen maar studio’s van 500 euro. De rekening klopt gewoon niet.

 

Wendy’s broers en zussen zijn inmiddels opgenomen in pleeggezinnen. Hun moeder leeft net als Wendy op straat. Toch vertelt ze dat je meer hebt aan de hulp van familie en vrienden, dan aan liefdadigheid of de overheid. “In daklozencentra moeten ook de oude mensen en mensen met kanker overdag naar buiten in de zomerperiode. Je mag alleen binnenblijven als je naar de dokter gaat die met Victor samenwerkt, maar die is bijna altijd volzet. Het klopt gewoon niet.”

Wendy geeft aan dat ze hard haar best doet, maar dat het moeilijk is om haar situatie te veranderen. “Ik probeerde naar school te gaan, maar heb dat niet kunnen volhouden. Je kan daar moeilijk elke dag stinkend of met honger heen.” Ze heeft een tijdje in een appartement gewoond, maar daar is ze door het gerecht uitgezet. “Zij begrijpen niet hoe moeilijk het is om na een straatleven weer in een huis te wonen. Ze gaan ervan uit dat we oud en wijs genoeg zijn om dat te kunnen. Maar als je opgegroeid bent zoals ik dan is het heel moeilijk een kot te onderhouden en rekeningen te betalen.”

Ondanks Wendy's positieve instelling, blijft er toch een bittere nasmaak achter. “Ik denk wel dat ik eruit zal raken, maar ik ben er al jarenlang voor aan het vechten. Soms lijkt er nooit verandering te komen. Je moet alles zelf doen. De kracht heb ik wel, maar met kracht alleen kom je niet ver.”

 

waar wringt het schoentje? 

Een veelgebruikt argument is dat daklozen 'harder moeten werken of werk zoeken'. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt het niet zo makkelijk. "Ga maar eens werk zoeken als dakloze", zegt Wendy, "ze kijken je slechts raar aan." Ook Haiyet denkt niet dat het probleem bij de daklozen zelf ligt. “Daklozen vinden vaak van zichzelf dat ze gefaald hebben. Ik ben het daar niet mee eens. Ze krijgen maar 800 euro en er zijn potverdorie alleen maar studio’s vanaf 500 euro. De rekening klopt gewoon niet. De wetgeving is gefaald. Daar loopt het mis, niet bij de mensen zelf.” 

 

To hell with money. I accept what I’ve got and that’s it. Home is for me where i put my head down, if I put my head down here, that’ll do for tonight.

 

Ook Pieter is het niet eens met het huidige systeem. Als we hem vragen wat hij aan de stad zou willen veranderen schiet hij een beetje in de lach. “De regering”, vertelt hij. “Bart De Wever staat zelfs boven mensenrechten en grondwet. Kraken is bijvoorbeeld een recht, maar niet in Antwerpen. Hier kun je gewoon meteen buitengezet worden.”

Vera ziet op haar beurt een oorzaak in de vermarkting van de sociale sector, die tot veel ontslagen heeft geleid. “Niet veel mensen worden op dit moment opgevangen, omdat dat mensen van buiten de stad aan zou trekken. Die daklozen zijn hier echter al. Het is niet dat er meer daklozen verschijnen als je meer plaatsen creëert. Er is gewoon niet genoeg plaats voor wie er al is."

Wendy zou graag meer preventieve hulp zien. “Met meer begeleiding zouden daklozen hun woningen kunnen houden. Ik ken veel mensen bij Victor die ingeschreven worden om een appartement te krijgen. Dat is verspilde moeite, want zonder begeleiding zullen ze toch moeten terugkomen.” Haiyet lijkt zich bewust te zijn van dit probleem. Ze geeft aan dat ook zij het nut inziet van een model met meer bemoeizorg, zoals in Nederland. “In conversatie blijven gaan en persoonlijk contact is erg belangrijk. Dat proberen we hier te doen, iedereen verdient die menselijkheid." 

 

Geïnspireerd om een handje mee te helpen? Meld je aan in opvangcentra als De Biekorf en Victor. Het Leger des Heils kan altijd hulp en/of kleding gebruiken. Ook bij coSTA, waar Betonne Jeugd gevestigd is en die ook andere leuke activiteiten organiseren, staan ze open voor nieuwe vrijwilligers. Dakant daklozenhulp gaat vanaf 21 oktober voedselpakketten uitdelen in de Zomerfabriek, zij kunnen altijd een bijdrage gebruiken. Het huidige systeem laat steken vallen. Kunnen wij die niet helpen oprapen? 

Noot van de redactie:
De namen van de (ex-)daklozen die wij hebben geïnterviewd zijn aangepast in verband met hun privacy.



over knutselen met bamboe, plogging en een pint bij de stoof

25/10/2018
Proffenprofiel: Karine Van Doorselaer (© Arno Dethoor | dwars)
🖋: 
Auteur

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Karine Van Doorsselaer is hoofddocente bij Productontwikkeling, waar ze al sinds 1995 de vakken rond materiaalkunde en ecodesign geeft. 

Uit welk aspect van het lesgeven haal je de meeste voldoening?

Voor mij is dat vooral het contact met de studenten. Daarnaast heb ik graag het gevoel dat ik mijn strijdvaardigheid tegenover de ecologische problemen kan doorgeven. Ik geef graag inzichten en informatie over ecodesign mee die je kan gebruiken als ontwerper, maar evengoed in je dagelijks leven.

 

We kennen je als een docent die ook buiten haar lessen graag tijd besteedt aan studentikoze activiteiten. We denken dan aan je jaarlijkse memorabele passage als Zwarte Piet of je presentatie tijdens de PO-quiz. Waar haal je je energie en enthousiasme vandaan?

Docenten zijn ook mensen. Ongeacht de leeftijdsverschillen kunnen we samen plezier maken en op een ontspannen manier met elkaar omgaan. Zo houd ik ook voeling met wat leeft onder de studenten.

Ik merk wel hoe het contact met studenten veranderd is doorheen de jaren. Voor we e-mail gebruikten, kwamen studenten met hun vragen aan mijn deur. Nu krijg ik veel mails. Dat is natuurlijk wel gemakkelijk, maar het is spijtig dat door de technologie het menselijk contact deels verloren is gegaan.

 

Bedrijven wakkerschudden vraagt soms om straffe taal.

 

Hoe ziet jouw typische werkdag eruit?

Ik ben een ochtendmens, dus ik geef het liefst les om 8.30 u. Ik probeer ook mijn mails te beantwoorden aan het begin van de dag, dan ben ik het scherpst. Als pauze ga ik graag naar buiten, dan snoei ik mijn bomen of ga ik wandelen. Wanneer ik op verplaatsing werk, reis ik door heel Vlaanderen om te spreken op congressen of in bedrijven over ecodesign. Productontwikkeling bestaat ondertussen al vijftig jaar, maar ik heb nog steeds het gevoel dat ik missionariswerk moet doen.

Mensen denken dat productontwikkelaars enkel bezig zijn met design, dat we enkel een vorm en een kleur geven aan producten. Voor ecodesign geldt dat nog harder: dat is voor veel mensen nog knutselen met bamboe. Mijn grote missie is om duidelijk te maken dat ecodesign gaat over levenscyclusdenken. Samenwerking tussen alle partners in elk onderdeel van de levenscyclus van een product is daarbij cruciaal en de ontwerper speelt daarin een belangrijke rol. Maar sommige bedrijven zijn daar nog niet van overtuigd of brengen zelfs geen oprechte verhalen. Dan geef ik mijn ongezouten mening. Bedrijven wakkerschudden vraagt soms om straffe taal (lacht). ‘s Avonds sluit ik de dag af met een pint in de zetel naast mijn stoof, met een goed boek erbij. En dan ben ik tevreden over mijn dag. 

 

Kunststoffen zijn momenteel een trending topic en onderwerp van maatschappelijke discussie. Zie je dat als een goede zaak? 

De kunststoffen zijn inderdaad in een negatief daglicht komen te staan, onder andere met de plastic soup. De oorzaak van de plastic soup ligt echter bij de consument: kunststof is een goed materiaal, maar je moet er bewust mee omgaan. Als consument ben je het gewoon om alles weg te gooien. Dat gedrag wordt gestimuleerd door de industrie. Als er geen wegwerpproducten meer zouden worden gemaakt, zouden ze ook niet worden weggegooid door de consument. Het is dus goed dat we er zoveel aandacht aan besteden. We zitten nu op een kantelmoment en we moeten zo snel mogelijk de principes van de circulariteit opnemen in ons economisch verhaal. Op die manier zal de negatieve connotatie van kunststoffen ook weer verdwijnen. We mogen de impact van de consument daarin niet onderschatten: hij kan de markt sturen. Bewustmaking is daarbij belangrijk, net als sociale controle. Ik zeg soms tegen voorbijgangers die afval op straat gooien: “Doe je dat thuis ook?” 

 

Wat doe je het liefst op een zondagmorgen?

Ik ben, zoals ik al zei een vroege vogel. Lang uitslapen doe ik niet. Aan de ontbijttafel vertel ik hoe de week geweest is tegen mijn vriendin. Daarna wil ik zo snel mogelijk naar buiten om te wandelen of te fietsen. Tegenwoordig ga ik ploggen: dat is wandelen en tegelijkertijd zwerfvuil oprapen. Na mijn wandeling is de omgeving weer een stuk properder en zo verzamel ik meteen wat didactisch materiaal (lacht). Gisteren vond ik op de rommelmarkt een bakelieten telefoon voor twee euro! Misschien kan ik daar wel een gsm inbouwen. Dat zou pas lachen zijn, als mijn bakelieten telefoon afgaat in de les. Eigenlijk amuseer ik mij wel, het zijn de grapjes in de les die bij de studenten blijven hangen. Zo krijg ik de kans om mijn kennis door te geven.

 

We sluiten graag af met een paar dilemma’s: kiezen we best voor een metalen drinkbus of een kunststof drinkbus?

Ik merk in de les dat steeds meer studenten een drinkbus meenemen in plaats van een petfles. Voor mij is het heel simpel: kies voor een metalen drinkbus. Ik ga nog wat lesgeven: kunststoffen zijn gemaakt uit polymeren. Die moleculenketens zijn niet allemaal even lang, de kleinste molecuulketens migreren uit de kunststof in je drank. Ook wanneer je de dop van je fles opendraait kunnen er kleine kunststofvezels in je water terecht komen. Zorg dus voor een metalen drinkbus, liefst niet gecoat en van roestvrij staal.

 

Plastic tasjes moedigen zwerfvuil aan en worden niet gerecycleerd.

 

Bij de supermarkt: een papieren zak of een zak van bioplastic?

We moeten zo snel mogelijk van die wegwerptasjes af. Neem gewoon je eigen tas mee. Maar als ik echt moet kiezen, dan ga ik voor papieren zakken. De consument is vertrouwd met papier en als hij milieubewust is, gooit hij die zakken bij het oud papier. Zo komen ze in het recyclagecircuit terecht. Die biodegradeerbare plastics worden geweigerd in de composteerinstallaties en dus gewoon verbrand. Zelfs als erop staat dat ze biologisch afbreekbaar zijn, kan je die niet op de composthoop gooien. In de natuur gooien is zeker geen goed idee. Die plastic tasjes moedigen zwerfvuil aan en worden niet gerecycleerd. Maar de boodschap blijft dus: neem je eigen totebag mee.

 

McDonalds is op papieren rietjes overgeschakeld. Is dat een goed idee?

Ah, dat kan je makkelijk testen. Vaak zijn die rietjes gecoat met een dunne kunststoflaag, zoals dat ook met koffiebekers gebeurt. Als je die rietjes scheurt, dan zouden ze over de volledige lengte in twee richtingen moeten scheuren. Als ze gecoat zijn, dan zal je een vliesje overhouden. Het kan wel dat er een soort wax over zit om ze wat meer waterafstotend te maken, maar die is getest op schadelijkheid voor de gezondheid. Rietjes zijn een van de producten die het vaakst in zwerfvuil worden gevonden. Dus dat McDonalds en andere fastfoodketens daarmee bezig zijn, betekent dat ze aan het anticiperen zijn op de wetgeving die komt. Plastic rietjes en oorstokjes moeten eruit. Zolang het alternatief maar niet slechter is dan wat het moest vervangen.