poëzie

18/11/2018
de opticien (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur extern

Jan-Willem Schneider


Dagen dalen neer en
Weken welven zich
tot jaren aaneen.
Eeuwen etaleren zich

Etalages spiegelen en gloeien.
Licht begint steeds helderder
te schijnen
dwars door spinrag
op een afwisselende passantenstroom

Als een dynamisch draad
zoeft de stroom zinderend
voorbij.

Inktsporen blijven en klonteren tot
een kleverige, langwerpige massa.
Die is vertragend, maar soms ook veilig,
als een traditie. Zij
heeft een brillenwinkel.

Wijd opent zij haar dikke deuren.
Enorm veel brillen.
En spreekt:
“Ik ben uw uitzicht.
Ik ben uw oog”
En spreekt:
“Ik ben uw blindheid.”



de dwarsdoorsnede

18/11/2018
🖋: 
Auteur

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Soms leidt dit ertoe dat een redactrice op een dinsdagavond in tovenaarsuniform en met een toverstaf in de aanslag de Antwerpse straten onveilig maakt op zoek naar magische wezens.

Na twee lange jaren was het eindelijk zover. De tweede film in de vijfdelige ‘Fantastic Beasts’-franchise, The Crimes of Grindelwald, ging dinsdag 13 november in avant-première in Kinepolis Antwerpen. Er waren die avond verschillende manieren om de film te zien, maar ik was vooral geïnteresseerd in het evenement dat georganiseerd werd door de Belgian Potterheads (goodiebags!). Tickets vlogen razendsnel de deur uit, gelukkig wist ik toch een kaartje te bemachtigen en zo stapte ik dinsdag met pen en papier (*kuch* toverstaf) in de aanslag de bioscoop binnen.

In het eerste deel van de Harry Potter-spin-off, Fantastic Beasts and Where to Find Them, trok Newt Scamander (Eddie Redmayne) naar New York en zette de stad op stelten in een wanhopige zoektocht naar zijn ontsnapte fabeldieren. Deze queeste eindigde met de vangst van niemand minder dan Gellert Grindelwald (Johnny Depp), een duistere tovenaar die niet moest onderdoen voor de dark lord himself. In The Crimes of Grindelwald gaat het verhaal verder. Grindelwald weet in 1927 te ontsnappen uit gevangenschap en gaat in Parijs op zoek naar Credence Barebone (Ezra Miller) om zijn macht voor eigen gewin te gebruiken. Hij is echter niet de enige die op zoek is naar Credence. Door allerlei omstandigheden belanden zowel Newt als zijn vrienden Tina Goldstein (Katherine Waterston), Queenie Goldstein (Alison Sudol) en Jakob Kowalski (Dan Fogler) ook in deze stad en zetten ze alles op alles om Grindelwald te stoppen.

Het is vanaf de eerste seconde duidelijk dat deze tweede Fantastic Beasts-film een stuk duisterder is dan zijn voorganger. In de eerste film wordt de dreigende ondertoon overschaduwd door de schattige wezentjes, de magie en de vriendschap die groeien tussen Newt, Tina, Queenie en Jakob. Deze frivoliteit is in het tweede deel volledig ondergeschikt geworden aan het sluimerende kwaad. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog is de sfeer in de tovenaarswereld allesbehalve vreedzaam. Grindelwald wil een conflict ontketenen en – willen of niet – iedereen dient daarin een kant te kiezen. Hierbij komen niet enkel liefde en vriendschap aan bod, maar ook angst en nauwelijks verholen verwijzingen naar het nazisme. Maar, happiness can be found in the darkest of times en hoewel de magische wezens veel minder schermtijd krijgen, zijn ze ook in de tweede film wel degelijk aanwezig. Na de schattige niffler, bowtruckles, thunderbirds, occamys en andere fabeldieren, die we in de eerste film leerden kennen, verschijnen er nieuwe wezens die meteen je hart stelen. Samen met de nieuwe (en oude) sets vormen ze een genot om naar te kijken. Niet alleen muggle Parijs en Londen, maar ook de verborgen tovenaarswerelden in beide steden worden schitterend in beeld gebracht. Visueel is de film dus een hoogstandje vol prachtige computeranimaties, sets en kostuums. Het verhaal is echter andere koek.

Grindelwald en Tina zoeken allebei om een andere reden naar Credence en er worden ook nieuwe personages geïntroduceerd die elk hun eigen motivatie hebben om hem te vinden. Queenie zoekt Tina, Newt en Jakob gaan achter beide zussen aan. Zijn jullie nog mee? Ik was dat alvast niet. J.K. Rowling, die zelf het script voor haar rekening nam, trachtte in deze filmreeks het Harry Potteruniversum verder uit te breiden en de kijkers meer inzicht te geven door zo veel mogelijk personages voor te stellen. Niet alleen verscheidene nieuwe, maar ook oude personages draafden op. Zowel de flashbacks naar Newt’s lessen op Hogwarts, de verschijning van een jonge en charmante Albus Dumbledore (Jude Law) als een stokoude Nicolas Flamel (Brontis Jodorowsky) zorgden voor een nostalgisch gevoel naar de magie van de Harry Potterfilms. Jammer genoeg kreeg de film zo een wirwar van verschillende door elkaar lopende verhaallijnen uit heden en verleden. Hierdoor werd er overbodige verwarring geschept waardoor je als kijker soms door de bomen het bos niet meer kon zien.

Doordat er zoveel verschillende verhaallijnen zijn, voelt de film, ondanks dat hij meer dan twee uur duurt, erg gehaast aan en lijken bepaalde plot twists volledig uit de lucht te vallen. Minder verhaallijnen en meer beeldtijd voor het toelichten van bepaalde zaken hadden kunnen voorkomen dat de diehard Potterheads het gevoel krijgen dat er storende fouten in de film geslopen zijn. Een beetje mysterie rond de plot twists mag wel, maar hier was er toch een overdaad. Dit zorgt voor een wrang gevoel omdat we nog twee jaar moeten wachten voor we erachter komen of er mega grote – best onvergeeflijke fouten – zijn gemaakt tegen het Harry Potteruniversum, of dat hier nog 'logische' verklaringen voor zijn.

De film heeft duidelijk ook een paar sterke punten. De visuele pracht die ik eerder noemde was er een van, maar ook de sterke acteerprestaties van zowat alle leden van de cast zijn een genot om naar te kijken. Daarnaast waren er ook interessante karakterevoluties van bepaalde personages en werden stereotiepe beelden die over de vier afdelingen op Hogwarts bestaan eindelijk doorbroken op het grote scherm. Deze pracht wordt echter vooral overschaduwd door de chaos die veroorzaakt wordt door de wirwar aan verhaallijnen en de overdaad aan informatie die deze met zich meebrengt. Op de kop toe zijn een paar 'fouten' tegen het Potteruniversum gewoon zo storend dat zelfs het enthousiasme van een diehard Potterhead spijtig genoeg getemperd wordt.

Kortom: Fantastic Beasts and the Crimes of Grindelwald heeft zowel negatieve als positieve elementen, maar is in zijn geheel vooral een prachtige chaos.



problematiek die zich al decennialang voortkabbelt

14/11/2018
🖋: 
Auteur

Het Stadspark is het Stadspark niet meer. Het stilstaande water in de vijver werkte als een magneet op Antwerpenaren die de hectiek van de drukke stad voor even wilden ontvluchten. Een oase van rust te midden van het lawaai en de uitstoot van de stad. Die tijden zijn vervlogen. De vijver staat droog en is het symbool geworden voor een problematiek die zich al zo’n dertig jaar voordoet. We spraken met Freddy Opsomer, voorzitter van het Buurtcomité Stadspark.

Ons gesprek begint bij de ingang halverwege de Rubenslei. Opsomer wijst ons op een grote boom zonder bladeren. “Die is dood omdat de wortels van veel van die historische bomen niet meer bij het grondwater kunnen”, geeft hij aan. Het blijkt om een kastanjelaar te gaan, een boom die met gemak driehonderd jaar oud kan worden. “Het grondwater is dertig jaar lang door alle werken gezakt. Dat kun je dus nu zien aan de vijver die verdwenen is.”

“Ongeveer dertig jaar geleden is dit gestart met de premetrowerken”, gaat hij verder. Toch zijn de werken niet de enige boosdoeners. “Er zijn ook een aantal gebouwen die, om hun kelders en ondergrond droog te houden, continu grondwater wegpompen.” De aanhoudende droogte van afgelopen zomer, speelt volgens de voorzitter slechts een kleine rol bij het verdwijnen van de vijver.

In de wet is opgenomen dat grondwater weggepompt mag worden. Het is echter wel de bedoeling dat het water elders opnieuw in de grond terecht komt. In vakjargon heet dat retourbemaling. Het buurtcomité heeft bij de stad gevraagd om de toelatingen voor deze grondwateronttrekkingen. Uit deze stukken zou blijken dat er bij slechts twee onttrekkingen retourbemaling wordt toegepast.

“Wij stellen dat de stad een milieucompensatie aan de ontwikkelaar oplegt”, klinkt het strijdbaar. “Van dat geld kan de stad maatregelen treffen om het grondwaterniveau op peil te houden.” Hij voegt daar meteen aan toe dat er nog geen enkele milieucompensatie is opgelegd.

Het overkoepelende probleem beperkt zich echter niet tot het grondwater. Ook met het regenwater wordt volgens Opsomer niet goed omgesprongen. Hij stelt dat de wet voorschrijft dat een stad regenwater van afvalwater moeten scheiden. “Onze stad zou dus eigenlijk een dubbel rioolstelsel moeten hebben, want ook het regenwater wordt grotendeels afgevoerd naar het riool.”

“Dus zowel met ons grondwater als met ons regenwater gaat het slecht”, concludeert hij. “De stadsvijver is voor ons een symbool, of eigenlijk een symptoom, van een problematiek waar de hele binnenstad mee te maken heeft.”

Terwijl we richting de brug wandelen, doen de overvloedige zonnestralen de problematiek naar de achtergrond verdwijnen. Op deze prachtige nazomerdag regent het zonnestralen. Maar Opsomer blijft scherp. De kleine, tengere zestiger praat met het soort enthousiasme waar je als student u tegen zegt. Zijn energie, strijdvaardig- en bovenal vriendelijkheid maken dat je samen met hem nachten achter elkaar zou doorwerken om het grondwater handmatig in de Antwerpse bodem te pompen.

 

slagkracht

De voorzitter is hoopvol en staat er zeker niet alleen voor. “Inmiddels hebben we 350 leden in ons buurtcomité, daarnaast zijn we een petitie gestart die tot nu toe ruim drieduizend handtekeningen heeft gegenereerd.” Maar dat is niet het enige. “Ook hebben we het stadsbestuur met juridische procedures aangesproken. Want deze stadsvijver en dit park, en ook een aantal bomen in het park, die zijn als monument geklasseerd. De eigenaar heeft dan de plicht om actief instandhoudingsbeleid te voeren.”

Eenmaal op de brug kijken we uit over een droge vlakte waar ooit de vijver lag. “Je kunt erin voetballen”, klinkt het zonder enig schrijntje van ergernis. “Er waren politieke partijen die hier zijn komen voetballen om de toestand aan te kaarten. Die zaten dan allemaal wel in de oppositie, maar die zijn wellicht ook wel schuldig geweest in het verleden. Het waterprobleem is niet door één stadsbestuur ontstaan, het is een problematiek over de laatste dertig à veertig jaar. Het is alsmaar erger geworden.”

De meeste hoop put hij uit de rechtsprocedures. Hij noemt het voorbeeld van Ringland Antwerpen. Een burgerbeweging die getoond heeft dat je veranderingen teweeg kan brengen via de juridische weg. “Ze hebben een aantal procedures en bouwaanvragen geblokkeerd en de overheid zat toen verveeld.” Beide partijen zijn toen nader tot elkaar gekomen en hebben een compromis gesloten. “Eigenlijk willen wij dat ook, wij willen niet procederen om te procederen. Wij willen gewoon verandering.”

 

niet meer wachten

Er is binnen het buurtcomité ook nagedacht over een oplossing. “We zouden een extra verbinding willen van een oppervlaktewater. In het verleden was er een rivier die richting het stadspark kwam.” Een verbinding tussen Het Schijn en het Stadspark zorgde voor voldoende watertoevoer. “Die kwam dan in het Stadspark en via het Stadspark stroomde het water richting centrum naar de brouwerijen. Die gebruikten het water dan weer om bier te brouwen. Maar dat is allemaal verdwenen.”

Door de jaren heen heeft het Buurtcomité Stadspark uiteraard ook de nodige expertise opgebouwd. “Het Schijn heeft heel veel watercapaciteit die nu afgevoerd wordt naar de Schelde en vervolgens naar de zee. We willen eigenlijk die overcapaciteit aan water richting het stadspark brengen, een soort van persleiding die langs de spoorweg, in de bedding zou kunnen liggen. Dan moeten we alleen het laatste stukje ondergronds overbruggen. Maar dat moet verder onderzocht worden.”

De voorzitter geeft aan dat het tijd is voor actie. “Je kan het probleem zich niet nog eens tien jaar laten voortdoen.” Bovendien blijft hij hoopvol. “Als we niet geloven in de dingen die we doen, hadden we beter kunnen stoppen”, besluit hij.

 

 

Vind jij ook dat een oplossing voor het waterprobleem in Antwerpen niet nog tien jaar op zich kan laten wachten? Teken dan de petitie.



over China, Deng Xiaoping en existentiële ontwakingen

12/11/2018
Proffenprofiel: Ching Ling Pang (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die hij zelf niet durft stellen. Professor Ching Lin Pang is antropologe en hoofddocente aan het departement Vertalers en Tolken, en Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven.

U werkt aan het departement Vertalers en Tolken en bent verantwoordelijk voor Chinese taal en cultuur. Was dit de carrière waarvan u als kind droomde?

Ik heb er lang op moeten wachten, maar na vele omzwervingen ben ik nu beland waar ik thuishoor. Ik heb een baan die me helemaal op het lijf geschreven is. Als kind was ik altijd elders met mijn gedachten, vaak het hoofd voorovergebogen in de boeken. Later, als antropologe, heb ik geleerd om naast het verstand en de reflectie ook mijn zintuigen te gebruiken: aandachtig kijken, luisteren, voelen en ruiken.

 

U werkt ook aan de KU Leuven, bij het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderhedenonderzoek. Hoe bent u daar terechtgekomen?

Een kleine rechtzetting: ik heb vanaf dit academiejaar een voltijdse ZAP-aanstelling (zelfstandig academisch personeel, nvdr.) aan de UAntwerpen en een beperkte opdracht aan de KU Leuven. Dit komt omdat er in dat centrum geen ruimte is voor onderwijs en onderzoek rond China. Toen ik in 2010 geheadhunt werd door het HIVT (Hoger Instituut Vertalers en Tolken) – dat vanaf 2013 deel uitmaakt van onze universiteit – voor een deeltijdse functie om de vakgroep Chinees te versterken, heb ik meteen toegezegd. Dit was de uitgelezen kans om mijn visie te realiseren: studenten met Chinees als C-taal (zeg maar specialisatietaal) een opleiding aanbieden in de Chinese taal en cultuur met een focus op de hedendaagse Chinese samenleving, aangevuld met verblijf in China. Deze strategie heeft vruchten afgeworpen. We hebben dit jaar een recordaantal eerstejaarsstudenten.

 

Is er iets dat u zeker nog wil bereiken in uw academische carrière?

Natuurlijk! Ik heb geenszins het gevoel dat ik ‘gearriveerd’ ben. Ik zal dat gevoel nooit hebben, omdat ik vind dat het leven een onophoudelijk leerproces is. Ik ga er altijd van uit dat het beste nog moet komen. Op het vlak van onderwijs wordt vanaf volgend academiejaar in ons departement een master tolken Chinees aangeboden, wat een unicum is in Vlaanderen. Op het vlak van onderzoek heb ik nog vele ideeën en projecten. Bovendien wil ik mijn brugfunctie tussen culturen blijven uitbouwen in de twee richtingen: onze studenten meer inzicht geven in China, maar andersom ook Chinese studenten de kans bieden om meer te leren over Europa.

 

U schrijft veel over de hedendaagse ontwikkelingen in Azië, met een specifieke focus op China. Als u één vooroordeel of misverstand over dit land en haar bevolking de wereld uit kan helpen, welk zou dat zijn?

Een gulden advies: “Ga naar China!” De kans is groot dat je niet alleen terugkomt met een andere kijk op China maar ook met inspiratie. China vertegenwoordigt niet alleen het verleden, maar belichaamt ook het heden en de toekomst. Kunstenaars zoals Magnum-fotograaf Christopher Anderson hebben het begrepen, zo ook het schrijversduo Peter Hessler en Leslie T. Chang.

 

Wat is u het meest bijgebleven uit uw studententijd?

Aan de KU Leuven, toen ik Sinologie studeerde, niet veel. Ik was toen een bang, braaf en bedeesd meisje. Later als masterstudente aan de Universiteit Californië, Berkeley, heb ik een soort van rite de passage meegemaakt, zeg maar een existentiële ontwaking. Vooral het gevoel van vrijheid, openheid en respect voor diversiteit zijn me bijgebleven.

 

Hoe ziet uw ideale vakantiedag eruit?

Een zonnige herfstdag: tijd en ruimte hebben om mooie dingen te zien op een kunstbeurs, museum of galerie. Verder nog een lange wandeling of iets lekkers maken én verorberen met mensen die me dierbaar zijn.

 

Met welke overleden persoon zou u wel eens een tafeltje willen delen?

Ik zou graag ontbijten met Deng Xiaoping. Ik zou hem vragen wat hij vindt van de spectaculaire opkomst van Shenzhen: een onooglijk vissersdorpje dat uitgegroeid is tot een stad van de toekomst. En dit in minder dan vier decennia, tien jaar eerder dan zijn oorspronkelijke planning van vijftig jaar. Ik zou hem ook willen vragen wat hij vindt van de banlieues in Parijs en de migrantenwijken in Brussel. In zijn jonge jaren heeft hij de kans gehad naar Parijs te gaan, waar hij werkte als een bescheiden fabrieksjongen in een buitenwijk van Parijs. Zijn verblijf in Parijs is doorslaggevend geweest voor zijn levenslot als staatsman van China. Bij het ontbijt zou ik zeker croissants bestellen, omdat hij sinds zijn jeugd in Parijs een voorliefde heeft ontwikkeld voor deze ‘koehoornvormige broodjes’ (牛角面包).

 

Heeft u een guilty pleasure?

Ja, meerdere. Ik vind het bijvoorbeeld geweldig om voluptueuze bloemboeketten te kopen, vooral in de herfst en de winter als het buiten donker en kaal is.

 

Wat is het meest pakkende boek dat u recent gelezen hebt?

Ik lees weinig fictie, maar des te meer kunstboeken en catalogi. Kina före Kina (China voor het China werd) is een geweldige catalogus over Chinese kunst uit het stenen tijdperk aan de Gele Rivier.

 

Als u een bucketlist had, welke vijf dingen zouden er dan opstaan?

Ik functioneer op geheel andere wijze. Mijn lijst van verlangens is niet gebeiteld in steen. Ik probeer ten volle te leven en de rest komt – ten gepaste tijde – vanzelf. Alles waarvan ik als kind droomde, is grotendeels uitgekomen. Hoog tijd om des te harder te dromen.

 

Tot slot nog paar korte vragen. Groenten of fruit?

Fruit wegens zoeter en hapbaarder.

 

Boek lezen of tv kijken?

Boek, omdat tv te veel lawaai maakt.

 

Ochtendvogel of nachtraaf?

Ochtendvogel. Dan is de dag nog jong, vol mogelijkheden en de geest fris.

 

Als u één van uw zintuigen zou moeten opgeven, welk zou dat dan zijn?

Dat zou verschrikkelijk zijn. Ik wil geen enkel zintuig opgeven omdat ze één geheel vormen en dus ondeelbaar zijn. Als ik er dan toch een moet opgeven, misschien de reukzin, omdat geur in de moderne maatschappij meer en meer geneutraliseerd wordt.



de dwarsdoorsnede

02/11/2018
George Ezra (opwarming) (© George Ezra | dwars)

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer trokken we met twee redacteurs naar de Lotto Arena voor George Ezra en zijn muziek.

Onze concertervaring schoot als een teleurstelling uit de startblokken: tegen de tijd dat we beseften dat George Ezra naar de Roma – je leest het goed – kwam en wij die dag vrij waren, waren alle tickets de deur al uit. Daar sta je dan als fan. Je hebt twee cd’s om luidkeels mee te zingen, maar alleen op je bed staan dansen en zingen terwijl de muziek door de boxen galmt; het is niet hetzelfde.

 

We waren duidelijk niet de enige fans die op deze ontgoocheling stootten, want een paar weken later kwamen we via Facebook te weten dat wegens de grote vraag het concert verplaatst werd naar de Lotto Arena. Veel teleurgestelde, trotse tickethouders zagen hun gezellige locatie transformeren in een massagebeuren. Daar tegenover stonden heel wat euforische reacties: een tweede kans om dat felbegeerde ticket binnen te halen! Deze keer grepen we die kans met beide handen en schaften ons een ticket aan, weliswaar tegen een hogere prijs. 

 

Het is een reële mogelijkheid dat zijn muziek, zijn ongeloof over zijn eigen succes en de schattige verhaaltjes tussen de nummers door nog beter tot zijn recht waren gekomen in een kleinere zaal.

 

We geven het toe: wij hebben den George gezien ten koste van de geborgenheid van de Roma. Het is een reële mogelijkheid dat zijn muziek, zijn ongeloof over zijn eigen succes en de schattige verhaaltjes tussen de nummers door nog beter tot zijn recht waren gekomen in een kleinere zaal. Het gebrek aan grote schermen waarop ook de mensen met staanplaatsen hem goed hadden kunnen aanschouwen, is hier ook een indicatie van. Toch zorgden de vele gsm-lichtjes tijdens de rustigere nummers voor de gezelligheid die een grote groep gelijkgezinden soms kan oproepen.

 

Voordat we echter oog in oog stonden met George Ezra, mocht niemand minder dan zijn ‘kleine’ broertje Ethan het publiek verwelkomen. Ethan, Ten Tonnes zoals zijn artiestennaam luidt, bracht ons meteen in Halloweensfeer toen hij het podium betrad gehuld in een Harry Potter-kostuum. Hoewel dit onze harten meteen sneller deed slaan en hij de mensen op het middenplein aan het dansen kreeg, waren wij niet helemaal overtuigd van zijn zangkwaliteiten. Zijn stem wist immers amper de instrumenten te overstemmen en voor de aanwezigen die niet bekend waren met zijn muziek, was het moeilijk om te raden welke liedjes hij precies zong. We waren natuurlijk niet voor Ten Tonnes naar de Lotto arena afgezakt en keken reikhalzend uit naar het moment waarop George Ezra zelf het podium zou betreden.

 

Om 21 uur was het eindelijk zo ver: met een gitaar in de hand en een charmante glimlach op zijn gezicht stapte Ezra het podium op. Zijn openingsnummer Don’t matter now wist het publiek meteen mee te slepen en dankzij Get away, Barcelona en Pretty shinning people begonnen we opnieuw te verlangen naar de zuiderse zon en zwoele zomeravonden. Ezra vertelde ons dan ook dat hij deze liedjes schreef nadat hij zelf een maand in Barcelona doorgebracht had. Toen Paradise enkele minuten later door de zaal galmde, begon het publiek uit volle borst mee te zingen en te dansen. Listen to the man volgde al snel; alsof we al niet de hele avond aan zijn lippen hingen. Na dit nummer vertraagde Ezra het tempo en zette hij het gevoelige nummer Hold my girl in. Hoewel onze stemmen langzaamaan pijn begonnen te doen, konden we niet anders dan opnieuw uit volle borst meezingen.

 

George Ezra

 

Plots verlieten Ezra en zijn band zonder commentaar het podium. Naar ons gevoel duurde het wel een kwartier voordat het gejoel van de zaal hen weer terugriep om nog enkele nummers te spelen. Budapest vulde de Lotto Arena en Ezra vertelde ons heel bescheiden dat hij nog steeds niet kon geloven dat dit nummer, dat helemaal niets met de stad Budapest te maken had, zo’n succes werd. Het concert eindigde met een knal toen Shotgun uit de boxen kwam en we niet anders konden dan luidkeels mee te brullen. Er was nauwelijks een verschil te merken toen Ezra zijn micro naar de zaal richtte. Toen de laatste noten wegstierven en George Ezra zijn publiek bedankte, weerklonk er (niet voor de eerste keer die avond) een oorverdovend applaus. Helaas wel voor de laatste keer, maar homegrown alligator, see you later!

 

Kortom: George Ezra is een aanrader voor iedereen die een avond wil wegdromen, dansen en uit volle borst meezingen. Zeker de bekendere nummers als Paradise, Budapest en Shotgun zorgden voor enorm veel sfeer, maar ook zijn minder bekende nummers deden alle aanwezigen aan zijn lippen hangen.

 

Hoewel de muziek waarschijnlijk beter tot zijn recht was gekomen in een kleinere zaal zoals de Roma, slaagde Ezra erin om zowel de mensen op het middenplein, als de mensen met zitplaatsen bij het concert te betrekken. Het enige minpunt was het gebrek aan grote schermen waarop ook de mensen op de achterste rij goed konden zien wat er precies op het podium gebeurde, maar of je hem nu ziet in een kleine of grote zaal, tijdens de zomer of tijdens de winter, George Ezra weet altijd een glimlach op je gezicht te toveren.

 

PS: Om al die keren dat we al over het openbaar vervoer geklaagd hebben goed te maken: een speciale dankjewel aan alle medewerkers van De Lijn die op een rustige en georganiseerde manier de terugrit heel aangenaam hebben gemaakt. Op deze manier konden we ons gelukzalig gevoel met ons mee naar huis nemen.

 

Voor zij die er niet bij konden zijn in de Lotto Arena: op 10 mei 2019 zal Ezra opnieuw ons land met zijn aanwezigheid verblijden en geeft hij een concert in Vorst Nationaal. 



de dwarsdoorsnede

28/10/2018
kunnen machines kijken? (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer las onze redacteur het boekje Kunnen machines kijken? Aanzet voor een nieuwe filosofie van de fotografie van Thomas Crombez.

God ziet alles, maar wie speelt voor God? Of beter gezegd: wie kan er voor God spelen? In tijden waarin mensen diep ingekapseld zitten in een alomtegenwoordige spektakelcultuur en overspoeld worden door een eindeloze stroom gemanipuleerde beelden is deze vraag nog prangender geworden.

Thomas Crombez merkt terecht op dat machines kunnen kijken, ook al is het aannemelijk dat er een essentieel verschil bestaat tussen het kijken van een machine en een menselijke kijker. De hieraan gelinkte fotografie is bovendien met de steile opmars van de smartphonecamera steeds nadrukkelijker een fundamentele plaats in het alledaagse leven gaan innemen.

Een nieuwe filosofie van de fotografie dringt zich dan ook aan. Crombez waagt zich aan twee vragen uit dat domein. Hij doet dit met behulp van de ideeën van drie belangrijke filosofen uit de twintigste eeuw (Edmund Husserl, Roman Ingarden en Emmanuel Levinas): ‘Kan een zelfkijkende camera echt zelf kijken?’ en ‘Hoe sociaal zijn de beelden op sociale media?’

Dit zijn relevante vraagstukken in ons huidig klimaat, niet toevallig een stokpaardje van de De Questa-reeks waarvan dit boekje deel uitmaakt. Deze reeks streeft er immers steeds naar een jonge filosofische stem aan het woord te laten over een actueel thema, ‘in een heldere stijl en vrij van jargon’. Op 53 pagina’s een complex onderwerp als dit trachten te ontleden, het is geen te onderschatten opgave.

Dit weerhoudt Crombez er niet van om interessante inzichten aan te reiken, samen met stof tot nadenken over de mogelijke toekomstige dystopie als we de huidige tendens gewoon verderzetten. Kort en krachtig moet kunnen, als de uiteenzetting daarbij helder blijft. Het ene inzicht en de andere constatering volgen elkaar echter in zo'n snelheid op, dat het soms ten koste gaat van de ademruimtes die het bezinken van de informatiestroom mogelijk moeten maken.

Bovendien bleef ik als iemand die zelf een haat-liefdeverhouding heeft met technologie, en zich lang tegen sociale media heeft verzet (en nu weliswaar deel uitmaakt van het socialemediateam van dwars, maar dat zijn details), soms wat op mijn honger zitten.

Hoe interessant het ook is om via de filosofie te achterhalen waar de kijkende mens al dan niet verschilt van de kijkende machine – ik ga niet spoilen – de meer concrete consequenties bleken eerder afwezig te zijn. Er worden wel potentiële flashforwards in het betoog verweven en op theoretisch niveau kwamen het ongemak en de empathie van de mens ten opzichte van machines naar voren. Misschien ben ik te weinig filosofisch onderbouwd om hiermee helemaal voldaan te zijn.

Het inzicht dat technologie een prijskaartje heeft, zoals privacy en het vervagen van de grens tussen menselijk en mechanisch, lijkt me immers toch al langer bekend te zijn. De insteek is weliswaar vernieuwend, maar hoe kunnen we het dystopisch beeld van een samenleving waarin alles en iedereen 24/7 gezien wordt, ontwijken? Welke invloed gaat dit uitoefenen op de menselijke psyche?

In het laatste gedeelte, dat over het sociale van de sociale media, leidt de bondigheid van het vertoog ertoe dat het met momenten gaat aanvoelen als een manifest. Zinnen als ‘Wat als de selfie-makers doorkrijgen dat hun beelden leeg zijn, hoe vol hun newsfeed ook lijkt?’, en ‘Dat zal pas gebeuren wanneer ze zich ernstig zorgen maken over de waarde van hun afgebeelde gezicht.’ laten weinig aan de verbeelding over.

Ook hier geldt weer dat het niet te ontkennen valt dat met sociale media gevaarlijke bijwerkingen gepaard gaan, zeker als er jongeren en pikante, private beelden bij komen kijken. Een diepere, misschien wel een vernieuwendere aftasting en nuancering van hoe de sociale media haar plek in de huidige maatschappij heeft opgeëist, hoe de samenleving zich hieraan aangepast heeft en hoe mensen die voor meer gebruiken dan louter profilering; ik miste het wel wat.

Kunnen machines kijken? is een veelbelovend proevertje dat goed op smaak gebracht is. Problemen en gevaren benoemen zonder mogelijke oplossingen aan te reiken, laat de lezer – mij althans – echter wel achter met honger naar meer. Misschien zit hier een mogelijkheid in voor een deel 2: Hoe maken we machines blind?



de dwarsdoorsnede

28/10/2018
Het Bezoek (© Stef Stessel | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer: de theatervoorstelling ‘Het Bezoek’ van De Roovers & Muziektheater Transparant, gebaseerd op de tekst van Friedrich Dürrenmatt.

Als je stad failliet is, je kinderen door gebrek aan geld afgesneden worden van hoger onderwijs en levensreddende geneesmiddelen en armoede overheersen, hoe ver ga je dan om te overleven?

De inwoners van het stadje Güllen, eens zo florerend met dank aan de hoogovens, de auto-industrie en de felbegeerde titel van culturele hoofdstad, worden voor deze keuze geplaatst wanneer een oud-inwoonster na decennia haar geboorteplaats terug met haar aanwezigheid pleziert. Eens zo arm toen ze vertrok, keert ze nu terug als één van de rijkste vrouwen ter wereld, inclusief haar zevende man, haar zwarte panter en een morbide doodskist.

Liefdadigheid was haar eerder al niet vreemd: een crèche hier, een cultureel centrum daar. Güllen heeft echter (véél) meer nodig om opnieuw te 'leven'. Om dit te bewerkstelligen, heeft de gemeenschap haar ontvangst goed voorbereid, opgeluisterd met een engelachtig kinderkoor en een spectaculaire act van de lokale turnclub. De inwoners blijven niet op hun honger zitten: al snel volgt het aanbod van een miljardenschenking. Tot ieders verbazing blijkt hier echter wel een prijskaartje aan vast te hangen.

Eén mensenleven in naam van de gerechtigheid en het stadje wordt van de financiële ondergang gered. Eén moord op de kruidenier, in ruil voor een beter leven voor de hele stad. Serieus kan dit natuurlijk niet genomen worden. Voor een huurmoord, wat dit eigenlijk is, biedt men immers maximum enkele duizenden euro’s. Bij deze kan hun oude stadsgenote dit voorstel onmogelijk echt menen, toch? Zelfs wraak heeft zijn financiële grens.

Aanvankelijk lijkt de stad zich dan ook als één man achter het potentiële slachtoffer te scharen, onder het motto ‘liever arm dan bevlekt met bloed'. Morele principes heeft de bevolking wel. Maar wat als de man in kwestie zelf een moreel dubieus verleden blijkt te hebben? Tot waar loopt de menselijkheid, het humanisme, het belang en leven van één individu met op z'n zachtst uitgedrukt onvergeeflijke daden op zijn geweten? Waar neemt het gemeenschapsbelang het over? Eén voor allen of allen voor één?

De inwoners vinden zich al snel schipperend tussen hun loyaliteit aan hun stadsgenoot en de begeerte naar welvaart en voorspoed. Met deze informatie in het achterhoofd nam ik plaats in CC Ter Vesten te Beveren. Hoewel ik doorgaans wel een gezonde dosis drama kan smaken, vroeg ik mezelf toch wat af of ik hiermee niet al de hele plot kende. Het is echter niet de ontwikkeling van de verhaallijn die dit theaterstuk in de eerste plaats zo interessant - met momenten zelfs pakkend - maakt. Het zijn de in beeld gebrachte discoursveranderingen ter rechtvaardiging van de steeds meer uitgesproken meningen die je naar de keel grijpen. Het doet een klein alarmerend belletje in je hoofd rinkelen wanneer je als toeschouwer het kapitalisme met de menselijkheid ziet botsen: ‘Wat zou ik doen?’

Toch is het geen stuk van zware woorden, moeilijk volgbare verhaallijnen of metafysische dubbele betekenissen waar je alleen maar naar kan gissen. Het is altijd leuk je niet dom te hoeven voelen na een avondje theater. De toegankelijkheid wordt dan ook gegarandeerd doordat op regelmatige basis de sluimerende spanning gebroken wordt door een knullige turn act, matchende flashy schoenen en kale dochters die met hun haren staan te zwieren. De overweldigende livemuziek in combinatie met de schitterende, overtuigende acteerprestaties en de vleugjes humor zorgen voor een amusante theaterervaring, met een licht verontrustende nasmaak over de morele implicaties.

De Roovers (Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Luc Nuyens en Sofie Sente) worden bijgestaan door Warre Borgmans, Bert Haelvoet en Michael Vergauwen en Muziektheater Transparant. Tezamen vertolkten ze dit morele dilemma verpakt in een sappig omhulsel van humor al eerder tijdens de Zomer van Antwerpen, maar toeren nu - in het najaar van 2018 - langs Belgische en Nederlandse culturele centra en schouwburgen.

 

Interesse? Klik dan hier voor de programmatie.



een accuut gebrek aan dooplocaties op de buitencampus

25/10/2018
Studentendoop in het Park van Eden
🖋: 

“Schachten, schachten, wij zijn niet bij machte in het formuleren van zinnige gedachten!” De echo’s sterven weg uit de straten, het teken dat de doopmaand weer is afgelopen. Commilitones bergen hun witte jassen op en schachten keren blij vermoeid huiswaarts. Opvallend: dit jaar waren er geen gezangen op de site van het Fort VI in Wilrijk, nochtans sinds mensenheugenis de vaste doopstek van de kringen van de buitencampus.

In september communiceerde de universiteit dat ze op dit domein dopen niet (meer) toelaat. Ook het grasveldje achter de studentenhome van Campus Drie Eiken, de officiële dooplocatie voor de buitencampuskringen die opgenomen is in het doop- en feestcharter 2018-2019*, maakte de universiteit verboden terrein. Ontsteltenis bij de studentenkringen en een verrassing voor de stad, die op het laatste nippertje het Park van Eden als alternatief beschikbaar stelde.

 

ongelukkige keuzes en protest

Wij stelden de hamvraag: waarom is dopen aan Fort VI en op het grasveld achter de studentenhome verboden? Koenraad Keignaert en Tinne Nijs van het departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten staan ons te woord. Ze leggen uit dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de site van het Fort VI en het grasveld achter de studentenhome als dooplocatie.

Alleen die laatste werd in het voorjaar voor de eerste keer opgenomen in het doop- en feestcharter van de Stad. Dat maakte dat het grasveld de officiële dooplocatie op de buitencampus was, waar kringen na een aanvraag gebruik van konden maken. Toch mocht geen schacht het gras betreden. “Het grasveldje was een ongelukkige keuze. Er is te lichtzinnig voorbijgegaan aan de mogelijke weerstand van de bewoners tegen die beslissing, onder het mom van ‘de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend’. In september was de soep weliswaar gloeiend heet. De bewoners van het studentenhome tekenden protest aan tegen de dooppraktijken die op minder dan tien meter van hun gevel zouden plaatsvinden. Het rectoraat gaf gehoor aan die klachten en besloot dat op geen enkel domein van UAntwerpen nog gedoopt mag worden.”

 

de doopdoos van Pandora

Die nultolerantie opende een onwelriekend potje voor het rectoraat: de ‘clandestiene’ dooppraktijken aan Fort VI. De site staat niet in het charter en een officiële beleidslijn van de universiteit verbiedt er het dopen. Toch is het fort al jaren de dooplocatie bij uitstek van de buitencampuskringen, omdat de voorgangers van Herman Van Goethem het dopen er telkens oogluikend toelieten. Dat gedoogbeleid was een onaangename verrassing voor het huidige rectoraat, dat besloot voet bij stuk te houden en dopen er nu ook in de praktijk te verbieden. Met als pijnlijk gevolg dat drie weken voor de start van het doopseizoen de buitencampuskringen zowel op het grasveld als aan het fort persona non grata waren.

 

Het grasveldje achter de studentenhome CDE als dooplocatie was een ongelukkige keuze.

 

“Bij een personeelswissel vallen er lijken uit de kast en dit was er een”, laten Koenraad en Tinne weten. Ze nemen het op voor hun broodheer. “Voor de rector was dit een pijnlijke affaire. Hij werd genoodzaakt snel een beslissing te nemen over het doopbeleid en dacht dat hij kon terugvallen op een beleidslijn die al jaren in voege was. Van het gedoogbeleid was hij niet op de hoogte. Dat kan hem moeilijk kwalijk genomen worden. Hij heeft de studenten alleszins niet in de wind willen zetten.”

 

mirakels, helden en levensgevaar

De goeie intenties van het rectoraat ten spijt, was het nieuws voor de studenten een klap in het gezicht. Ze voelden zich buitengesloten, omdat ze niet bij de discussies over een alternatieve locatie betrokken waren. Owen Diebels, praeses van ASK-Stuwer: “We hadden kunnen aangeven dat er aan het fort nog locaties zijn die zich perfect lenen voor het doopritueel.”

Koenraad en Tinne brengen begrip op voor deze denkpiste, maar repliceren dat de hele site van het fort verboden terrein zou zijn geweest. “De site is over de jaren heen veel kleiner geworden. Onder meer een topsportschool, schietclub, paramilitairen en een tennisvereniging hebben zich daar ondertussen gevestigd. Over het dopen denken zij allemaal hetzelfde: ‘Not in my backyard’. De onaangeroerde plekken op de site zijn dan weer levensgevaarlijk.”

 

Over dopen denkt iedereen tegenwoordig hetzelfde: 'Not in my backyard'.

 

Ze leggen ook uit dat er simpelweg geen tijd meer was om met de studentenkringen in overleg te gaan. Bij de stad horen we hetzelfde verhaal: “Een inspraakmoment voorzien was onmogelijk. Bovendien viel deze beslissing in september op een moment dat het Antwerpse Studentenoverleg (ASO) en de kringraden van ASK-Stuwer en Unifac nog niet plaats konden vinden.”

De buurtregisseurs** van de stad zijn overigens zonder meer de helden in het doopverhaal. Halsoverkop gingen ze op zoek naar een nieuwe dooplocatie en ze vonden die ook: uitzonderlijk kon de doop dit jaar plaatsvinden in het Park van Eden. Koenraad en Tinne: “De stadsdiensten hebben zich van hun beste kant laten zien. Tegen een strakke deadline hebben ze die site gefaciliteerd. Dat is een klein mirakel.”

 

een happy end?

Eind goed al goed? Nog niet helemaal. Hoewel de studenten de inzet van de Stad appreciëren en blij zijn dat ze überhaupt een locatie hadden om te dopen, geven ze aan dat het Park van Eden allesbehalve de ideale doopplek was. “Aansluitingen voor water en stroom waren er bijvoorbeeld niet”, vertelt Owen. “De schachten konden zich na de doop niet opfrissen en wanneer de zon onderging hadden we geen verlichting.” Koenraad en Tinne bieden soelaas en benadrukken dat het Park van Eden een tijdelijke oplossing was. “Nu hebben we weer een heel academiejaar om naar een nieuwe dooplocatie op zoek te gaan. De heisa zal volgend jaar nog niet vergeten zijn en zal niet opnieuw voorkomen.”

 

* De – om in studentikoze termen te blijven – codex voor dopen en feesten in Antwerpen.
** Een persoon die in een wijk aangesteld is om acties op te zetten die een positieve buurtbeleving bevorderen.



het leven op straat in Antwerpen

25/10/2018
kunnen daklozen het dak op? (© Suzanne Roes | dwars)

Of je ze nu een muntstuk toestopt of je blik afwendt en wat sneller gaat lopen, daklozen zijn niet weg te denken uit het Antwerpse straatbeeld. Toch werd dakloosheid de afgelopen verkiezingen amper aangekaart. De prioriteiten liggen elders; de dakloosheid stijgt, maar de hulp niet. Integendeel. Daklozen lijken in de steek gelaten door de maatschappij en de politiek. Hoe kan dit? dwars ging op zoek naar antwoorden bij deze mensen zelf. De straat op dus. 

geen leien dakje 

Op het Sint-Jansplein raken we in gesprek met de Ierse Johnny. Hij groeide op in een weeshuis, om vervolgens van pleeggezin naar pleeggezin te moeten verhuizen. Toen hij zestien was, ging hij in het leger. Na op zijn achttiende over te schakelen naar de commando’s, heeft hij nog zo’n vijfentwintig jaar dienstgedaan bij de Special Forces. Nu heeft Johnny kanker en kan hij niet meer werken. Na eerst in Rotterdam en Amsterdam geleefd te hebben, is hij in Antwerpen beland. Op de vraag of hij wel eens om geld bedelt, reageert hij verbaasd: “Are you crazy? To hell with money. Don’t be crying saying ‘oh no, I haven’t got this, I haven’t got that. So what if you haven’t got it? Suck it in, put your chin up and walk, carry on, be a man. I accept what I’ve got and that’s it. Home is for me where I put my head down, if I put my head down here, that’ll do for tonight.”

 

Als dakloze heb je weinig privacy en lijd je onder zware stress.

 

In de metrotunnel bij station Diamant vinden we Pieter, een man van begin dertig met een hond. Hij vertelt bewust afstand te hebben genomen van de maatschappij. “Ik besloot een paar jaar geleden dat ik niet mee wou doen aan deze corrupte maatschappij. Ik dacht dat ik honger en kou zou lijden, maar door een paar uur per dag circustrucs te doen verdien ik genoeg om eten en een slaapplaats te betalen voor mezelf en mijn hond. Ik voel me heel vrij.”
Hij vindt dat daklozen niet genoeg gehoord worden door de politieke partijen en geeft aan dat hij heeft gestemd op een partij die focust op dierenrechten. Bij het afscheid drukt hij de wens uit dat studenten niet zomaar alles vanbuiten mogen leren, maar dat ze zelf moeten nadenken en vragen stellen. 

 

op visite bij Victor

Na deze twee vrije geesten ontmoet te hebben, spraken we Haiyet Benabid, het hoofd van nachtopvang Victor. Zij begeleidt al meer dan twintig jaar daklozen in Antwerpen. "De daklozen slapen op slaapzalen en in bedden die wij erg proper houden. Hygiëne is hier belangrijk. Hoewel ze in principe alle basisbenodigden hebben hier, betekent dat niet dat ze tot rust kunnen komen. Ze hebben nog steeds weinig privacy en lijden aan zware stress."

"Vooral in de winter zitten we vol", gaat ze verder. "Ik vraag me soms af hoe het kan dat het dan zoveel drukker is. Misschien verblijven onze bezoekers in de zomer meer in tenten of kraakpanden. Ik word altijd verdrietig als er gezinnen binnenkomen. Het moet een traumatische ervaring voor de kinderen zijn. Zeker oudere kinderen beseffen dat hun ouders hebben gefaald. Er zijn ook te veel bejaarden. 'Tot vanavond’ moeten zeggen tegen een gast met een stok raakt me en dat is maar goed ook. We zouden beter moeten kunnen voorkomen dat mensen op straat gezet worden." Ingrijpen voordat het te laat is dus. Haiyet roept studenten op om over mogelijke oplossingen na te denken.

 

Wanneer je opgegroeid bent zoals ik dan is het heel moeilijk een kot te onderhouden en rekeningen te betalen. 

 

een levensverhaal in Sint-Andries 

Naast coSTA, een ontmoetingscentrum in Sint-Andries, zit Betonne Jeugd, een organisatie die kansarme jongeren een tweede thuis wil bieden. Daar ontmoeten we Vera. Vera heeft ooit zelf op straat geleefd en werkt nu als vrijwilliger bij Betonne Jeugd. “We proberen hier een thuisbasis te creëren”, vertelt ze. “Wij luisteren naar hun problemen en proberen te helpen, maar bovenal proberen we de jongeren elkaar te geven. Ze zijn elkaars beste steun omdat ze elkaar begrijpen. Hierbuiten moeten ze een masker opzetten. Ze verbergen allemaal een stuk van zichzelf, dat is ontzettend moeilijk.”

Vera stelt ons voor aan Wendy (25), een vrolijke jonge vrouw met een roze staart en enkele tatoeages op haar armen. “Mensen zien niet dat ik een dakloze ben. Ze hebben een beeld van wat dat is, maar dat klopt vaak niet. Je kan er evengoed netjes uitzien en dakloos zijn.” Wendy leeft al sinds haar elfde op straat. Over daklozencentra is ze niet zo te spreken. “De eerste keer dat ik alleen dakloos was”, begint ze, “wou ik absoluut niet naar een daklozencentrum. Je slaapt op een gang met allemaal jongenskamers en maar één vrouwenkamer, die niet bewaakt is. De mannen kunnen gewoon binnen en buiten lopen terwijl je je aan het omkleden bent. Bij mij is het daar ook misgegaan. Er was een zwaar verslaafde man die zo verliefd op mij was dat hij XTC in mijn drinken deed. Ik ben weggegaan omdat ik het echt niet meer aankon. Het maakte me niet uit waar ik belandde.” Toen Wendy bij Betonne Jeugd aankwam woog ze tachtig kilo. Daar is nog maar zestig kilo van overgebleven. “Het is heel hard om op straat te leven. Je kan je niet verzorgen, je weerstand verslechtert. Je hebt geen geld om te eten. Ik heb dagen niet kunnen eten.” 

 

Je krijgt maar 800 euro en er zijn potverdorie alleen maar studio’s van 500 euro. De rekening klopt gewoon niet.

 

Wendy’s broers en zussen zijn inmiddels opgenomen in pleeggezinnen. Hun moeder leeft net als Wendy op straat. Toch vertelt ze dat je meer hebt aan de hulp van familie en vrienden, dan aan liefdadigheid of de overheid. “In daklozencentra moeten ook de oude mensen en mensen met kanker overdag naar buiten in de zomerperiode. Je mag alleen binnenblijven als je naar de dokter gaat die met Victor samenwerkt, maar die is bijna altijd volzet. Het klopt gewoon niet.”

Wendy geeft aan dat ze hard haar best doet, maar dat het moeilijk is om haar situatie te veranderen. “Ik probeerde naar school te gaan, maar heb dat niet kunnen volhouden. Je kan daar moeilijk elke dag stinkend of met honger heen.” Ze heeft een tijdje in een appartement gewoond, maar daar is ze door het gerecht uitgezet. “Zij begrijpen niet hoe moeilijk het is om na een straatleven weer in een huis te wonen. Ze gaan ervan uit dat we oud en wijs genoeg zijn om dat te kunnen. Maar als je opgegroeid bent zoals ik dan is het heel moeilijk een kot te onderhouden en rekeningen te betalen.”

Ondanks Wendy's positieve instelling, blijft er toch een bittere nasmaak achter. “Ik denk wel dat ik eruit zal raken, maar ik ben er al jarenlang voor aan het vechten. Soms lijkt er nooit verandering te komen. Je moet alles zelf doen. De kracht heb ik wel, maar met kracht alleen kom je niet ver.”

 

waar wringt het schoentje? 

Een veelgebruikt argument is dat daklozen 'harder moeten werken of werk zoeken'. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt het niet zo makkelijk. "Ga maar eens werk zoeken als dakloze", zegt Wendy, "ze kijken je slechts raar aan." Ook Haiyet denkt niet dat het probleem bij de daklozen zelf ligt. “Daklozen vinden vaak van zichzelf dat ze gefaald hebben. Ik ben het daar niet mee eens. Ze krijgen maar 800 euro en er zijn potverdorie alleen maar studio’s vanaf 500 euro. De rekening klopt gewoon niet. De wetgeving is gefaald. Daar loopt het mis, niet bij de mensen zelf.” 

 

To hell with money. I accept what I’ve got and that’s it. Home is for me where i put my head down, if I put my head down here, that’ll do for tonight.

 

Ook Pieter is het niet eens met het huidige systeem. Als we hem vragen wat hij aan de stad zou willen veranderen schiet hij een beetje in de lach. “De regering”, vertelt hij. “Bart De Wever staat zelfs boven mensenrechten en grondwet. Kraken is bijvoorbeeld een recht, maar niet in Antwerpen. Hier kun je gewoon meteen buitengezet worden.”

Vera ziet op haar beurt een oorzaak in de vermarkting van de sociale sector, die tot veel ontslagen heeft geleid. “Niet veel mensen worden op dit moment opgevangen, omdat dat mensen van buiten de stad aan zou trekken. Die daklozen zijn hier echter al. Het is niet dat er meer daklozen verschijnen als je meer plaatsen creëert. Er is gewoon niet genoeg plaats voor wie er al is."

Wendy zou graag meer preventieve hulp zien. “Met meer begeleiding zouden daklozen hun woningen kunnen houden. Ik ken veel mensen bij Victor die ingeschreven worden om een appartement te krijgen. Dat is verspilde moeite, want zonder begeleiding zullen ze toch moeten terugkomen.” Haiyet lijkt zich bewust te zijn van dit probleem. Ze geeft aan dat ook zij het nut inziet van een model met meer bemoeizorg, zoals in Nederland. “In conversatie blijven gaan en persoonlijk contact is erg belangrijk. Dat proberen we hier te doen, iedereen verdient die menselijkheid." 

 

Geïnspireerd om een handje mee te helpen? Meld je aan in opvangcentra als De Biekorf en Victor. Het Leger des Heils kan altijd hulp en/of kleding gebruiken. Ook bij coSTA, waar Betonne Jeugd gevestigd is en die ook andere leuke activiteiten organiseren, staan ze open voor nieuwe vrijwilligers. Dakant daklozenhulp gaat vanaf 21 oktober voedselpakketten uitdelen in de Zomerfabriek, zij kunnen altijd een bijdrage gebruiken. Het huidige systeem laat steken vallen. Kunnen wij die niet helpen oprapen? 

Noot van de redactie:
De namen van de (ex-)daklozen die wij hebben geïnterviewd zijn aangepast in verband met hun privacy.



vrouwelijke constructiewerkers gezocht

25/10/2018
Genderbeleid aan UAntwerpen (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

‘De proffen hebben hun tweemaandenbaardje afgeschoren’, zo luidden de eerste woorden van onze dwars 117. Dat proffen meestal mannen zijn, is zo vanzelfsprekend dat niemand vragen stelt bij zo’n openingszin. De cijfers die UAntwerpen in 2014 publiceerde, staken het niet onder stoelen of banken: hoe hoger de graad, hoe minder vrouwen. Onder de gewoon hoogleraren was in 2013 maar 15% vrouw. Nochtans zijn mannelijke studenten al meer dan tien jaar in de minderheid. Hoe kan het dan dat de academische wereld van UAntwerpen nog steeds een echte mannenwereld is?
 

In 2013 werd er aan het decreet op UAntwerpen en andere universiteiten een artikel over genderevenwicht in bestuurs- en adviesorganen toegevoegd. De rectoren van de Vlaamse universiteiten werden van deze wijziging niet bepaald vrolijk, maar het maakte wel duidelijk dat het tijd was voor verandering. Volgens het decreet mag maximaal twee derde van de bestuursorganen van hetzelfde geslacht zijn.

‘Er zou alleen geworven en gezeteld moeten worden op basis van competenties’, luidt één van de grote kritieken op dit soort quota. De kritiek is in zijn kern waar. Petra Meier, kersverse decaan en de enige vrouw in die functie, wijst er echter op dat wat als competent wordt gezien, gebaseerd is op decennia aan voornamelijk mannelijk bestuur. "Zijn we er wel zeker van dat de manier waarop we kwaliteit definiëren zo genderneutraal is? Die discussie moeten we echt nog voeren.”

Naar aanleiding van het quotum is er in 2014 een actieplan geschreven voor een duurzaam genderbeleid. Een artificieel quotum opleggen heeft namelijk ook wat haken en ogen op praktisch niveau. Vrouwen zijn bijvoorbeeld nog altijd ondervertegenwoordigd binnen het zelfstandig academisch personeel (ZAP). Het gevolg is dat de vrouwen die er wel zijn in veel bestuursorganen moeten zetelen om de opgelegde quota te halen. “In sommige faculteiten en commissies moeten vrouwelijke proffen van de ene naar de andere vergadering omdat ze de enige vrouwen zijn. Terwijl mannen de taken kunnen verdelen. Zo worden vrouwen overbelast”, verklaart Kristien Seghers, domeincoördinator van het Team Gelijke Kansen en Diversiteit. Het actieplan heeft dan ook als doel om meer vrouwen als ZAP aan te werven en te behouden.

 

de status quo

We zijn ondertussen een kleine vier jaar verder en het actieplan van 2014 werd deze zomer getoetst aan de huidige stand van zaken. Dit resulteerde in een splinternieuw rapport over gender aan onze universiteit. Seghers gaf meer uitleg bij deze update van de cijfers uit 2013: “Bij studenten, pre- en postdocs, docenten en hoofddocenten zijn er geen aardverschuivingen te bemerken. Bij de hoogleraren daarentegen is het aantal vrouwen op tien jaar wel verdubbeld.”

Bij de studenten steeg het aantal vrouwen over de laatste tien jaar gestaag. Momenteel maken vrouwen met 56% het merendeel van de hoofdinschrijvingen uit, hoewel er nog sterke verschillen zijn tussen de faculteiten. Onder doctoraatsstudenten is de verdeling nog mooi gelijk, maar vanaf de postdocs zien we een knik in de grafiek. Slechts 45,4% van de studenten die hun doctoraat binnenhalen, is vrouw. Dat betekent dus dat minder vrouwen dan mannen hun doctoraat afmaken. Daarna gaat het van kwaad naar erger: maar 28% van de hoogleraren is vrouwelijk, bij de gewone hoogleraren daalt dat cijfer zelfs naar 18%. Op die hoogste treden van de academische ladder zie je wel een groot verschil sinds 2013.

 

Zijn we er wel zeker van dat de manier waarop we kwaliteit definiëren zo genderneutraal is?

 

In vijf jaar is het aantal vrouwen in beide categorieën respectievelijk 16% en 9% gestegen. Deze cijfers zijn natuurlijk een momentopname: dat het aandeel vrouwelijke studenten nu zo groot is, zal op termijn zeker ook zichtbaar worden bij het academisch personeel. In afwachting daarvan moeten we de tijd wel een handje helpen. “Bij het bevorderingsbeleid zijn we heel goed bezig", vertelt Kristien Seghers. “Vrouwen maken nu soms net iets meer kans om bevorderd te worden. Dus het probleem zit niet in de promoties, maar in de aanwerving. We proberen onze maatregelen dan ook meer te richten op de pre- en postdocs."

 

bottleneck

Waar het strategisch actieplan van 2014 nog een breed oplossingskader bood dat inspeelde op verschillende aspecten van een loopbaan aan de universiteit, worden in de beleidsaanbevelingen van 2018 dus alle pijlen gericht op het kritieke punt tussen doctoraat en ZAP. “Het probleem is niet zozeer dat we onvoldoende vrouwen selecteren, maar dat er te weinig vrouwelijke kandidaten zijn. Vrouwen blijken minder geneigd om te solliciteren voor bepaalde functies”, vertelt Seghers ons. Om dit pijnpunt systematisch aan te pakken, worden alle aspecten van het probleem onder de loep genomen. Dat gaat van beeldvorming tot het weghalen van drempels bij vacatures en sollicitaties. “Ik denk dat we op zoveel mogelijk verschillende fronten kleine vooruitgangen moeten boeken”, beaamt Seghers. 

De vraag blijft of al deze maatregelen de kracht hebben om snel en grondig de bestaande structuren te veranderen. Na vier jaar uitvoering van het eerste actieplan is er immers amper verandering in de cijfers op te merken op dat specifieke knelpunt. Ondertussen dringt de tijd: “Als je kijkt naar wie er bij ons in de faculteit als eerste op emeritaat gaat, zijn daar heel wat vrouwen bij. Dan valt het aandeel vrouwelijk personeel in onze faculteit wel heel snel terug", merkt Ilse Loots, oud-decaan Sociale Wetenschappen, op. 

 

Vrouwen zijn vaak geneigd om zichzelf te onderschatten en dus geen dossier voor promotie indienen.

 

Kordaat en structureel optreden is dus de boodschap. Meier is hier duidelijk over: “Er zijn al heel weinig plekken voor ZAP’ers. Als er zo’n opening komt, dan wordt er wel wat gescout. Dus waarom scouten we niet actief, zodat er in de groep sollicitanten al een groot aandeel vrouwen zit?” Of scherper: “Waarom zorgen we er niet voor dat daar waar het genderevenwicht scheef is, we enkel aanvragen bij de ERC Starter Grants (European Research Council) steunen van het ondervertegenwoordigde geslacht tot er een evenwicht bereikt is?” stelt Meier. Met zo’n Starter Grant ben je als onderzoeker zeker van een positie in het ZAP. UAntwerpen heeft hier dus de mogelijkheid om heel rechtstreeks in te grijpen en op een ambitieuze manier het genderevenwicht na te streven. “Dat is geen ingewikkelde maatregel, maar je moet als instelling het lef hebben om dat soort beleid te voeren.”

 

ambitie vs. consideratie

Naast aanwerving kan je ook via promotie zorgen voor een genderevenwicht in de hoge posities. Sinds 2014 is er op dat vlak duidelijk verbetering zichtbaar: eenmaal aangeworven worden vrouwen wel degelijk bevorderd. Ze maken zelfs iets meer kans op een promotie dan mannen. Seghers legt uit hoe het beleid van de laatste vier jaar die trend kon doen omkeren: “Wanneer je nu voldoet aan bepaalde criteria, krijg je sowieso een promotie. Dat is vanuit genderperspectief niet slecht omdat vrouwen vaak geneigd zijn om zichzelf te onderschatten en dus geen dossier voor promotie indienen.” Ze lijkt hiermee de vinger op de wonde te leggen. Iemand die zichzelf niet in een bepaalde positie ‘ziet’, zal ook niet snel solliciteren. 

"Decaan Meier en oud-decaan Loots lijken zich beiden ergens in die theorie te herkennen. “Voordat ik kans maakte om departementsvoorzitter te worden, kreeg ik van mijn mannelijke collega’s te horen dat dat wel in de lijn van mijn ambities lag. Daarvoor stond dat zelfs niet bij mij op de radar”, vertelt Meier. Loots blikt op een gelijkaardige manier terug: “Als ik niet gevraagd was geweest, dan zou ik er nooit opgekomen zijn om dit te doen. Het zijn die duwtjes die mij over de drempel hebben geholpen.”

 

de status quo voorbij

We kunnen wel stellen dat het genderevenwicht bij het personeel van UAntwerpen in 2014 niet in balans was. Het doel van het actieplan was dan ook om de scheefgetrokken status quo grondig bij te werken. Vier jaar later valt er nog steeds genoeg recht te trekken, maar veel van de maatregelen uit 2014 worden ondertussen uitgevoerd. Met de nieuwe beleidsaanbevelingen worden de gaten in het oorspronkelijke plan gedicht. Is die evolutie ook zichtbaar in een mentaliteitswijziging op de werkvloer?

 

Er wordt niet meer negatief gekeken naar quota’s, maar er wordt nog wel over gezucht. 

 

“Er is een groot solidariteitsgevoel, maar dat trekt zich absoluut ook door naar de mannen. Veel daarvan zijn jonge vaders, waardoor ook zij bewust beslissingen moeten nemen over hun loopbaan. Daar wordt veel samen over nagedacht aan de faculteit”, vertelt Loots. Meier voegt toe: “We hebben ook steeds meer gescheiden ouders en dus ook alleenstaande vaders en moeders. Het stijgende aantal echtscheidingen is misschien één van de grote factoren van verandering geweest, net als de zorg voor ouderen. De vraag naar een andere cultuur in de werkomgeving werd daarmee enkel prangender.”

Er zijn nog veel dingen die beter kunnen. Uiteindelijk zal de tijd een betere balans bieden, maar aangezien gendergelijkheid als waarde al enkele decennia hoog in het vaandel staat, kan het geen kwaad om de norm een handje te helpen. Loopt UAntwerpen dan achter? Dat zeker niet. Ze is nog niet waar ze moet zijn, maar ze was wel de eerste universiteit van Europa die een vrouwelijke rector had. Prof. Maria de Groodt-Lasseel gaf eind jaren '70 het startschot. Vanaf dat moment lag het academische pad open voor vrouwen. Nu rest het enkel nog wat vrouwelijke constructiewerkers die dat pad iets toegankelijker maken. Het is aan de volgende generaties studenten en academisch personeel om dat pad vrij van oneffenheden te maken.