hoax papers dagen de waarheid uit

22/11/2018
bewust slechte wetenschap (© Lie van Roeyen | dwars)
🖋: 
Auteur

Op 2 oktober trokken drie Amerikaanse academici aan de alarmbel met een opiniestuk. Ze verklaren hierin dat in bepaalde academische kringen een virus leeft. Het gaat niet om een financiële corruptie waarbij grote bedrijven onderzoek naar hun hand zetten, maar om een ideologische vooringenomenheid die beslist welke studies wel en welke niet gepubliceerd raken. De ziekte viert hoogtij in hoog aangeschreven vaktijdschriften van wat de auteurs zelf grievance studies zijn gaan noemen. Ze proberen dit aan te tonen aan de hand van gepubliceerde hoaxpapers, zelfgeschreven nepartikelen die kant noch wal raken, maar toch door de peerreview heen komen.

De affaire kreeg de naam Sokal, een verwijzing naar de pionier inzake hoaxpapers Alan Sokal. Met Transgressing the Boundaries: Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity nam hij in 1996 de Franse postmodernisten op de korrel door gepubliceerd te raken in een vaktijdschrift met wat hij zelf "een zinloze aaneenschakeling van woordenbrij" noemde. Een recentere heruitgave van hetzelfde concept vinden we bij Vlaams filosoof en scepticus Maarten Boudry. Die verwierf faam door onder een pseudoniem christelijke filosofen op gelijkaardige wijze voor schut te zetten.

Want daar gaat het bij hoaxpapers vaak om: ze worden gebruikt om slecht (pseudo-)wetenschappelijk onderzoek aan de kaak te stellen en hebben vaak meer het karakter van een aanklacht dan van hard bewijs. De schrijvers van zulke artikels menen dat als ze willekeurige rotzooi kunnen publiceren in een vaktijdschrift, dit een ernstig tekort aantoont van dat tijdschrift. Bij uitbreiding bestaat de school, of zelfs de gehele discipline waar dat tijdschrift deel van uitmaakt, vooral uit imposant jargon dat ten beste opgesmukt wordt met referenties naar enkele grote namen. Critici verwijten auteurs van hoaxpapers dan weer academisch onwaardig gedrag. Ze weerleggen, als ongeschoolden in het vakgebied, niets en tonen dan ook enkel aan dat sommige reviewers wat goedgelovig of onoplettend zijn.

 

penissen en klimaatopwarming 

Zo verging het ook filosoof Peter Boghossian en wiskundige James A. Lindsay die met hun nepartikel The Conceptual Penis in mei 2017 de draak staken met genderstudies, door een artikel te publiceren dat beweerde dat penissen (op een conceptueel niveau) klimaatsverandering veroorzaakten. Het artikel verscheen in een eerder marginaal tijdschrift dat haar schrijvers zelfs een bijdrage laat betalen om in aanmerking te komen voor publicatie. Volgens tegenstanders een goedkope stunt die op zich geen enkel bewijs is dat genderstudies als discipline met een intrinsiek probleem zit, nochtans het uitgangspunt van het duo.

 

Op de vraag of we correct aannemen dat hoog aangeschreven tijdschriften duidelijke, klassieke nepartikelen publiceren moeten we ondubieus ‘nee’ antwoorden.

 

Dus gingen Boghossian en Lindsay, vergezeld door mediëvist Helen Pluckrose, opnieuw aan de slag. Ze schreven op een dikke tien maanden twintig hoaxpapers voor een varia van academische tijdschriften. Ditmaal mikten ze op publicaties in zo hoog mogelijk aangeschreven tijdschriften van grievance studies. Met deze term verzamelden ze een aantal disciplines die zich volgens de auteurs schuldig maken aan een politieke bias. Genderstudies, postkoloniale studies, fat studies, queer studies en dergelijke meer zouden op Amerikaanse universiteiten enkel bepaalde uitkomsten (het problematiseren van respectievelijk mannelijkheid, whiteness of heteroseksualiteit) van onderzoek toestaan, ongeacht de kwaliteit. De hypothese was dat ze papers met ernstige tekorten en ethisch problematische conclusies verkocht konden krijgen zolang ze aan een bepaald ideologisch stramien voldeden.

De schrijvers geven in hun verslag toe dat het project aanvankelijk de mist in ging. “Op de vraag of we correct aannamen dat hoog aangeschreven tijdschriften duidelijke, klassieke nepartikelen publiceren moeten we ondubieus ‘nee’ antwoorden”. Een herhaling van The Conceptual Penis zat er dus niet in. "De vraag die volgde was: wat krijgen we wél gepubliceerd?"

 

oefening baart nep

Het trio kreeg, na zich dieper in de denkwijzen in te graven, een beter idee van welke ideologische bias ze moesten bespelen en welke taal ze moesten hanteren. De eerste geaccepteerde paper en tevens het kroonjuweel van het trio is de Dog Park paper. Die stelt dat hondenparken plekken zijn waarin verkrachting gedoogd wordt. Door de gedragingen van honden zorgvuldig te meten kunnen we volgens Dog Park trainingsmethoden extrapoleren naar mannen om hen af te richten om minder seksueel gewelddadig te worden. Deze paper kreeg uitzonderlijk veel positieve reacties en werd zelfs gevraagd om een ereplek in te nemen in de lustrumeditie van het tijdschrift Gender, Place, and Culture. Er zouden buiten Dog Park nog zes andere papers geaccepteerd worden, onder meer een herschreven versie van de antisemitische delen uit Mein Kampf in intersectioneel feministisch jargon.

Het project werd uiteindelijk ontbonden door de eigen opzet ervan. De Dog Park paper werd publiekelijk aan de schandpaal genageld door een Twitteraccount dat zich bezig houdt met het uitdagen van slecht onderzoek. Het tijdschrift dat haar publicatie van Dog Park wilde verdedigen, besefte plots dat de auteur niet bestond. Nadat ook journalisten zich op de zaak wierpen, zijn de spookschrijvers prematuur naar buiten getreden met onvolledige resultaten. Ze gaan ervan uit dat ze een aantal van hun nepartikelen die in revisie zaten ook gepubliceerd konden krijgen als dit niet was gebeurd.

 

De feedback die we kregen gaf vaak expliciet aan dat we meer politieke vooronderstellingen moesten maken, niet minder.

 

Toch is voor Boghossian, Lindsay en Pluckrose als conclusie duidelijk dat de peerreview, die een kritische blik op onderzoek zou moeten zijn, in deze disciplines over de jaren heen vervangen is door een confirmation bias. “Geen enkele van deze papers had gepubliceerd mogen raken (…). Als je ziet welke bronnen we hebben geciteerd, zal je merken dat wat wij in deze papers beweren niet ver af zit van de gemiddelde methodiek. De feedback die we kregen gaf vaak expliciet aan dat we meer politieke vooronderstellingen moesten maken, niet minder.” De vraag blijft natuurlijk of deze conclusie wel getrokken mag worden. Hoe bizar sommige geaccepteerde papers ook zijn, het feit dat men kritiek levert op het feit dat bedrog door peerreview raakt, maar de onderzoekers zelf ook toegeven dat ze zich eerst hebben moeten specialiseren in datzelfde bedrog. Dit verzwakt de argumentatie. 

 

de juiste diagnose?

Ook Dimitri Mortelmans, gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, reageert sceptisch. “Uiteraard bekijk je als reviewer de algemene kwaliteit van een paper. Maar tegelijk krijg je als reviewer artikels uit de domeinen die jou interesseren. Als iemand een technisch juist artikel schrijft op basis van vervalste data, dan is dat zeer moeilijk om te ontdekken. Wetenschap is gebaseerd op vertrouwen en dus vertrouw je er als reviewer ook op dat de data die gebruikt werden voor een onderzoek niet frauduleus zijn.”

 

Wetenschap is gebaseerd op vertrouwen en dus vertrouw je er als reviewer ook op dat de data die gebruikt werden voor een onderzoek niet frauduleus zijn.

 

Er is dus nog een ander probleem waarmee de hoaxers kampen. Ze moeten aantonen dat de symptomen die ze blootleggen ook daadwerkelijk behoren tot de ziekte. Dat is niet vanzelfsprekend. Zelfs auteurs die gewoon ‘eerlijk’ aan slecht onderzoek doen glippen al eens door de mazen van het net. In de psychologie spreekt men zelfs van een heuse replicatiecrisis omdat zoveel onderzoek faalt om gelijkaardige resultaten met verschillende methoden te creëren. Dimitri Mortelmans nuanceert verder: “In de psychologie is er nu een tendens naar open data, waarbij ook de data openbaar gemaakt moeten worden. Een goed initiatief, maar de vraag is of reviewers wel de tijd hebben om de data te controleren en uit te spitten. Dat is, gegeven de krappe agenda’s van professoren, wellicht ijdele hoop.”

 

gezonde wetenschap

In hun verslag geven de spookschrijvers aan dat niet noodzakelijk de publicaties zelf, maar wel de reacties van de reviewers het duidelijkst aangeven waar het probleem zit. In een van de hoaxes in revisie worden professoren aangezet om de meest geprivilegieerde (lees: witte, mannelijke, heteroseksuele studenten) te discrimineren. Door over hen heen te spreken, niet op mails of vragen te antwoorden en hen in kettingen op de vloer te laten zitten, zouden professoren een belangrijke educatieve waarde kunnen meegeven. De reacties van enkele reviewers: “Dit is een goed essay dat, mits revisie, een krachtige bijdrage kan leveren tot het aankaarten van epistemische ongelijkheid in het klaslokaal (...), het is geweldig hoe de auteur specifieke voorbeelden aanhaalt.” en “Ik vind dit een goed project. De inzichten van de auteur zijn een schot in de roos.”

Dat men in naam van het bestrijden van sociale ongelijkheid zorgeloos ethische kwesties naast zich neer kan leggen, baart dus toch zorgen. Maar ook op methodologisch vlak schort er het een en het ander. Je kan als reviewer misschien niet alle data controleren, maar als er sprake is van iets minder dan tienduizend hondengenitaliën zorgvuldig te hebben onderzocht, zou je toch verwachten dat er een belletje gaat rinkelen. De enige opmerking bij deze Dog Park paper ging over of de onderzoekers de privacy van de honden wel hadden gerespecteerd. 

De drie hoaxers benadrukken dat ze niet de wetenschap of peerreview zelf willen aanvallen. Het overgrote deel van de disciplines zit goed. Noch hebben ze principieel iets tegen studies die de ongelijkheid in de samenleving bestuderen. Maar de conclusies moeten na het onderzoek komen, niet het uitgangspunt zijn waar men naartoe wil werken. Of het nu bekeken wordt als goedkope stunt of correct uitgevoerd onderzoek, de schrijvers hopen dat de universiteiten de resultaten choquerend genoeg vinden om met alle ernst naar de betrokken vakgebieden te kijken en meer rigide eisen te stellen aan toekomstig onderzoek.



online seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren

22/11/2018
think before you post (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Onze universiteit levert onderzoek van de bovenste plank, zo bewijst de Vlaamse PhD-cup. De helft van de finalisten werd namelijk vertegenwoordigd door UAntwerpen. Halve-finaliste Kathleen van Royen voltooide in 2017 haar doctoraat over seksueel grensoverschrijdend gedrag bij jongeren op sociale media. 

monitoring van socialemediagedrag

De grondslagen van haar doctoraatstudie werden gelegd binnen een groter overkoepelend project, AMiCA (Automatic Monitoring for Cyberspace Applications, nvdr.). Dit was een groot project om verschillende kritieke situaties, waarmee jongeren op sociale media in aanraking komen, automatisch te monitoren. Dit kon gaan over cyberpedofilie, zwaar pestgedrag of zelfs suïcidale berichten. Het was de bedoeling om het werk van de moderatoren te verlichten door alarmerende situaties op te sporen aan de hand van automatische tekst- en beeldanalyse.

AMiCA sprak Kathleen meteen aan en zij richtte zich op het seksueel getinte grensoverschrijdend gedrag op sociale media. “Mijn onderzoek was niet specifiek gericht op het onderzoeken van de socialenetwerksites, maar wel op hoe jongeren sociale media gebruiken en welk grensoverschrijdend gedrag ze hierop tegenkomen”, legt ze uit. Voor de meerderheid was dit Facebook. Ondertussen is hier wellicht een kleine verschuiving in, aangezien het onderzoek drie jaar geleden plaatsvond.

 

de grenzen voorbij

Het seksueel grensoverschrijdend gedrag werd dus onder de loep genomen. Kathleen werd een aantal jaar terug gechoqueerd door een toenmalige oprichting van zogenaamde ‘hoerenpagina’s’. “Op Facebook werden er toen openbare pagina’s opgericht met onschuldige foto’s van meisjes. Die pagina werd dan gedoopt als ‘de hoeren van Antwerpen’ of ‘de hoeren van Brugge’. Die pagina’s werden niet meteen verwijderd door Facebook”, vertelt ze. 

“Dit seksueel getint online gedrag gaat de sociale limieten voorbij. Ik wou weten hoe dit zich kan ontwikkelen en hoe dit voorkomen kan worden.” Het was cruciaal in het onderzoek om de stem van de jongeren mee te nemen. Daarnaast werd nagegaan wat de rol kan zijn van sociale media ter preventie, detectie en respons op zo’n soort gedrag van jongeren. 

Om dit te analyseren deed Kathleen enerzijds kwalitatief onderzoek, zoals interviews in focusgroepen. Anderzijds wilde ze door middel van bevragingen meten hoe dit zich manifesteerde. Later probeerde ze de jongeren ook te sensibiliseren in hun postgedrag, door een ‘denk na voor je post’-bewustwording te testen bij hen.

 

preventie en reactie

Socialemediasites kunnen echt een rol hebben om preventief in te grijpen, door te werken met pop-up berichtjes, stelde Kathleen vast. “Niet alleen voorkomend, maar ook reactief kan er ingegrepen worden. Momenteel reageren ze erg weinig als er een melding wordt gemaakt van ongepast gedrag”, aldus Kathleen. “Wij hebben gezien dat dit in maar een derde van de gevallen is. Wij – en natuurlijk de jongeren ook – waren hier erg misnoegd over. Ik kan begrijpen dat de moderatoren een enorme overload aan werk hebben”, gaat ze verder, “Hier kunnen echter de automatische detectiesystemen van pas komen, die AMiCA ontwikkelde.”

Deze systemen kunnen grensoverschrijdende inhoud opsporen en zo kan die overload aan meldingen geminimaliseerd worden. Op deze manier kan er een onderscheid gemaakt worden tussen welke boodschappen prioritair ongepast zijn en welke onmiddellijk verwijderd moeten worden. 

 

We kunnen natuurlijk niet beginnen te censureren, maar ze wel laten stilstaan bij wat ze posten om hun impulsiviteit te doorbreken.

 

Socialemediasites zouden meer moeten doen om jongeren te beschermen, vindt de doctoranda. Zo kunnen ze preventief grensoverschrijdende berichten detecteren en jongeren doen stilstaan bij de gevolgen van hun post door middel van een melding. “Je kan dit vergelijken met een paswoordfeedback, die aangeeft hoe sterk je wachtwoord is. Zo krijg je voordat je op ‘enter’ drukt een melding.” Een bedenking hierbij is dat dit toch gepost kan worden. “We kunnen natuurlijk niet beginnen te censureren, maar ze wel laten stilstaan bij wat ze posten om hun impulsiviteit te doorbreken”, licht ze toe.

 

geen vrij spel

“Vaak hebben jongeren het gevoel dat ze in hun eigen wereld zitten, maar ze moeten beseffen dat er ook op sociale media normen gelden. Het is geen freezone, er iets gemeen zeggen is even kwetsend dan als je het zegt in iemands gezicht”, zegt Kathleen. De bedoeling is om op de juiste plaats en op het juiste moment de jongeren extra na te laten denken.

Kathleen verwacht niet dat Facebook dit direct zal gebruiken. Ketnet Community of Messenger Kids, waarop kinderen een profiel kunnen aanmaken, zouden dit daarentegen eerder kunnen implementeren. “Zo kunnen we samen werken aan de bewustwording van kinderen", legt ze uit. “Het is geen omgeving waar je zomaar alles kan doen en iedereen kan kwetsen. De look en feel van de sites zouden ook aangepast kunnen worden om meer empathie op te wekken.”

Dit kan via nudging – mensen in een bepaalde richting sturen – bijvoorbeeld door bepaalde kleuren te gebruiken. “En een algoritme dat empathie opwekt, alhoewel dat misschien een beetje dromerig klinkt. Een ander voorbeeld van zo’n nudge kan zijn dat je positieve, empathische boodschappen vaker laat zien.”

 

proef op de som

Eerst werd er met jongeren samengezeten om te praten over wat zij tegenkwamen op sociale media en wat zij van Facebooks acties verwachten. Vervolgens werd er een bevraging gedaan bij meer dan duizend jongeren van elf tot en met negentien jaar. Eén vraag was of zij iets ongewenst, seksueel grensoverschrijdend hadden meegemaakt de afgelopen zes maanden en of zij dat hadden gemeld.

Uit die informatie kwam naar voren dat jongeren wel hun autonomie willen behouden, maar anderzijds vragen om meer na te denken voor het posten. “Vanuit deze piste zijn we gekomen tot de pop-upboodschappen en hebben we hiermee een experiment gedaan”, verklaart de doctoranda. “We hebben een situatie opgesteld, waarbij zij op een neppe socialenetwerksite zaten en dan lokten we grensoverschrijdend gedrag uit, waarop een pop-upberichtje getoond werd.” 

 

Het was zeer effectief te stellen dat bijvoorbeeld hun ouders mee konden kijken naar wat zij deden.

 

Het bleek dat dit wel degelijk een effect had. De jongeren apprecieerden dit, maar op lange termijn vonden ze die herhaling wel wat vervelend. “Er circuleerden drie soorten pop-ups”, aldus Kathleen. “Een eerste was het feit dat er iemand meekijkt. Hun ouders konden zo bijvoorbeeld meekijken naar wat zij deden. Als tweede werd er als waarschuwing gegeven ‘dit bericht kan kwetsend zijn, ben je zeker dat je dit wil posten?’. Het laatste was dat anderen het bericht zouden afkeuren.”

 

voorstel van verzet

Er was een daling te zien in het aantal jongeren dat de intentie had om die zaken te posten. Dat is absoluut een fantastische vaststelling. “Bij websites waar ook spelletjes worden gespeeld met chatruimtes, ben je natuurlijk nog anoniemer en wordt de drempel lager om zomaar te zeggen wat er in je opkomt. Dit bevordert zo’n soort gedrag. Socialenetwerksites werken dit in de hand en moeten daarom ook deel van de oplossing zijn.”

Kathleen is ervan overtuigd dat websites zo’n gedrag kunnen counteren. “Door de triggers aan te pakken, kunnen we het proces omkeren, namelijk zodat jongeren zich minder anoniem voelen, meer controle ervaren en beseffen wie er allemaal meekijkt.”



editoriaal

22/11/2018
schaap in wolfskleren (© Alex Noels | dwars)
🖋: 
Auteur

Voor de zoveelste keer schrap ik het woord ‘misschien’ uit een van de passages van mijn paper. Het hoort niet in de academische taal thuis. Ook om ‘eventueel’ en ‘wellicht’ manoeuvreer ik me voorzichtig heen, zodat wat ik schrijf krachtig klinkt. Eenmaal klaar heb ik een tekst vol statements die geen wolf omver kan blazen. Ze staan als een huis, niet van stro of hout, maar van steen.

Ook professoren twijfelen niet, althans, zo komen ze toch over. Als het al eens voorkomt dat ze geen antwoord op onze brandende vragen klaar hebben, dan is dat omdat ze er even niet opkomen. In een academische cultuur als deze is het misschien niet zo gek dat er een fenomeen opduikt als hoax papers. Een grap die ons met de neus op de feiten drukt: we zijn lang niet zo zeker van onze zaken als we ons voordoen.

Als onwetende en kwetsbare schapen verkleden we ons allemaal als wolven. Sterke trefzekere academici zijn de trend. Doordat we allemaal onze twijfels voor onszelf houden en stoer doen alsof, wordt openbare kwetsbaarheid met uitsterven bedreigd. 

Misschien moeten we ons laten inspireren door de agnosten. Aan onze religie-enquête te zien zijn die in grote aantallen onder de Vlaamse studenten aanwezig. Als het om religie gaat is het tegenwoordig wél een normale zaak om te zeggen ‘ik weet het niet’, of ‘daar kan ik geen uitspraken over doen’. Het klinkt wellicht niet als iets wat een wolf zou zeggen, maar voor zo’n 'zwakkere' uitspraak moet je veel sterker in je schoenen staan.



blikopener

22/11/2018
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 
Auteur

De zeespiegelstijging en kustmoerassen leken aanvankelijk geen goede combinatie. De hypothese luidde dat hoe verder de zeespiegel stijgt, hoe meer kustmoerassen permanent zullen verdwijnen. Nieuw onderzoek toont echter aan dat onder invloed van een stijgende zeespiegel kustmoerassen juist kunnen floreren. In het beste scenario zullen er zelfs méér moerassen ontstaan. Dit nieuwe onderzoek werd gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift Nature. We spraken met professor Stijn Temmerman die Universiteit Antwerpen vertegenwoordigt in deze onderzoeksgroep. 

De publicatie in Nature komt niet uit de lucht vallen. De ICCT kwam even geleden met een onderzoeksrapport naar buiten over de gevolgen van de opwarming van de aarde. Een gemiddelde temperatuurstijging van anderhalve tot twee graden heeft desastreuze gevolgen voor Moeder Aarde. In de context van klimaatverandering vond het onderzoek van professor Temmerman en zijn collega's plaats.

Kustmoerassen komen voor in twee gedaantes: mangrovebossen in gebieden met een tropisch klimaat en schorren in gebieden met een gematigd klimaat. Indonesië heeft de grootste oppervlakte aan mangrovebossen ter wereld. Het in de buurt van Antwerpen gelegen Verdronken land van Saeftinghe is een voorbeeld van een schorgebied. 

De functie van kustmoerassen komt al vrij snel bovendrijven. “Noordzeegarnalen groeien voor een belangrijk deel van hun jonge levensjaren op in schorgebieden. Mangrovebossen zijn dan weer belangrijk voor krabben en tropische vissen”, vertelt de professor. Ook spelen kustmoerassen een belangrijke rol voor klimaatregulatie. “Mangrovebossen doen aan fotosynthese en halen zo CO2 uit de atmosfeer.”

 

Eigenlijk was er tot nu toe nooit een studie die de gevolgen precies kon uitrekenen en voor de hele wereld kon voorspellen.

 

De afgelopen decennia zijn er veel studies gewijd aan de invloed van de stijgende zeespiegel op kustmoerassen. “Maar geen enkele studie kon de gevolgen precies uitrekenen en voor de hele wereld voorspellen.” Iets dat Temmerman en zijn collega-onderzoekers nu wel is gelukt. Volgens voorgaande studies zou tegen 2100 negentig procent van alle kustmoerassen op aarde verdwenen zijn. “Wij komen tot de schatting dat tussen de nul en dertig procent dreigt te verdwijnen.”

Mangrovebossen en schorgebieden blijven namelijk niet passief afwachten hoe het water ze verder aan de lippen komt te staan. “Kustmoerassen hebben mechanismen waardoor ze zich kunnen aanpassen aan de zeespiegelstijging”, legt Temmerman uit. “Ze kunnen bijvoorbeeld ophogen of verder landinwaarts migreren. Die twee processen hebben we gemodelleerd en gesimuleerd op wereldschaal.”

(lees verder onder de afbeelding)

als de mens zich terugtrekt

Een schatting over het al dan niet verdwijnen van deze ecosystemen is niet het enige wat de onderzoeksgroep presenteert. “We laten ook zien dat de zeespiegelstijging niet zozeer het grootste probleem is.” Er hangt namelijk ook een menselijke component aan vast. “Bebouwing in kustgebieden zorgt ervoor dat kustmoerassen niet landinwaarts kunnen migreren. Het is dus van veel groter belang hoe wij als mens onze kustzones inrichten."

“We hebben het effect van bebouwing laten simuleren door een computermodel. Op deze manier hebben we een scenario bepaald en verondersteld dat de mens zich volledig zou terugtrekken uit dunbevolkte, laaggelegen kustgebieden. Dat is uiteraard niet realistisch, maar we wilden aantonen wat de gevolgen zouden zijn als de mens overal ter wereld kustmoerassen de ruimte zou geven. Uit de computersimulatie kwam naar voren dat er wereldwijd een toename van zestig procent aan kustmoerassen zou plaatsvinden."

 

Het is van veel groter belang hoe wij als mens onze kustzones inrichten.

 

meer overstromingen 

We raken nieuwsgierig naar de gebieden waar de kustmoerassen het meest belemmerd worden in hun migratiemogelijkheden en waar juist niet. “Je hebt de Waddenzee in Nederland, die loopt door tot in Duitsland en Denemarken. Daar zitten heel wat schorgebieden. Voor de Waddenzee ziet de toekomst er vrij goed uit. Er is namelijk voldoende sediment, voldoende zand en slib om de stijgende zeespiegel voor te blijven.”

Het kan ook anders: “De hele kust rond de Golf van Mexico bestaat uit mangrovebossen en schorgebieden. Daar voorspellen we veel verlies van kustmoerassen. Hierdoor zal er minder bescherming zijn tegen de stormvloed van orkanen met meer overstromingen tot gevolg.” 

Uiteraard zijn er ook rondom de Indische Oceaan kustmoerassen te vinden. De professor benoemt het laaggelegen Bangladesh. “Dat gebied ligt zo laag omdat het gelegen is in de grootste rivierdelta ter wereld; de delta van de Ganges en de Brahmapoetra samen. Daar bevindt zich het grootste mangrovebos ter wereld: de Sunderbans. Onze voorspellingen voor dit gebied zijn redelijk optimistisch.”

Desondanks zijn grote delen van deze delta reeds ingepolderd en ingedijkt, waardoor natuurlijke processen worden tegengehouden. Door drooglegging zal het land inzakken. “De lokale overheden zijn hiervoor cruciaal: wat gaan zij doen op het gebied van ruimtelijke inrichting van kustzones? Die keuzes zullen belangrijk zijn voor het behoud van de kustmoerassen.”



het laatste woord

22/11/2018
het laatste woord: kabberdoes (© Suzanne Roes | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘kabberdoes’.

Om maar met de deur in huis te vallen: een kabberdoes, of kabberdoeske in de Vlaamse spelling, is een hoerenkot. Zoveel directheid had je misschien niet verwacht, maar we konden niet anders. Een bordeel zet immers ook altijd alles wat je over de inhoud wil weten meteen op display.

Nu is het overigens niet zo dat een bordeel alle inhoud aan het woord kabberdoes geeft. Het betekent ook nog iets anders, namelijk een slecht aangeschreven kroeg. Of een kroeg slecht was, werd bepaald door een regeling die Napoleon in het leven had geroepen. In deze regeling deelde hij de herbergen, ofwel cabarets, in zijn land op in twaalf kwaliteitscategorieën. De laagste categorie in deze opdeling noemde hij “cabaret douze”, een woordencombinatie waar ons kabberdoeske vandaan komt.

Je zou je kunnen afvragen waarom een keizer zich bezighield met het categoriseren van alle herbergen in zijn land. Misschien vraag je je ook wel af of Napoleons penis weleens een dergelijk etablissement aan de binnenkant heeft gezien. Terechte vragen, alleen kunnen er over de tweede vraag lastig uitspraken worden gedaan. De eerste daarentegen is zeker een goede vraag, maar een die het regelresumé van de kleine generaal zelf al beantwoordt. Diezelfde Napoleon is ook verantwoordelijk voor het kadaster, ons meetsysteem, je achternaam en zo kan je nog wel even doorgaan. Een echte regelfreak dus.

Die regelfreak schuilt ook in ons. Het ongegeneerd categoriseren van onze hedendaagse horeca doen we nog altijd, al is het maar om onze arme medestudenten te redden van slechte koffie. De zin, aangesterkt met de gebruikelijke superlatieven en vergelijkingen, rolt ondertussen waarschijnlijk al over je tong: “Die koffiebar moet je echt vermijden, het levenloze drabje dat daar wordt geserveerd, zou ik mijn plant nog niet geven!” Met die uitlating schuift de koffiebar vervolgens langzaamaan naar de onderkant van de onofficiële koffiebarranking, om nooit meer binnengelopen te worden. Napoleon zal trots op je zijn.

Maar goed, genoeg over koffie, je wilt natuurlijk weten of het woord zelf in de kabberdoes nog bekend is. In dat geval wordt het hoog tijd om eens een veldonderzoek uit te voeren. 



naamswijzigingen binnen faculteiten

22/11/2018
dekt de vlag de lading? (© Blomme De Geest | dwars)
🖋: 

De Universiteit Antwerpen gaat vooruit, groeit. Haar faculteiten groeien mee en soms hoort daar een naamsverandering bij. Letteren en Wijsbegeerte behoudt voorlopig haar naam, maar Toegepaste Economische Wetenschappen werd opnieuw gedoopt. Koen Vandenbempt is sinds oktober decaan en weidt uit over zijn hernoemde Faculteit Bedrijfswetenschappen en Economie.

Bij Letteren en Wijsbegeerte werd begin november de mogelijke verandering voorlopig on hold gezet. De studenten van de faculteit lieten via een enquête weten dat ze het behoud verkozen boven de wijziging. De professoren waren bovendien niet allemaal akkoord met een mogelijke wetenschappelijkere versie van de naam en bovendien gebruiken andere universiteiten dezelfde naam voor de faculteit die identieke studierichtingen bevat. Extra kosten die daaraan verbonden waren, spanden de kroon en vandaag blijft de term 'Letteren en Wijsbegeerte' de vlag zwaaien.

Toegepaste Economische Wetenschappen veranderde echter wel van kostuum en werd in een meer internationaal pak gegoten: welkom Faculteit Bedrijfswetenschappen en Economie (FBE). Kersvers decaan Koen Vandenbempt vertelt ons waarom er gekozen werd voor deze modificatie.

“De naamsverandering drong zich op om twee redenen. De eerste reden is omdat onze faculteit al heel lang internationaal actief is. Ik denk dat wij daarin een voortrekkersrol hebben binnen de UAntwerpen", steekt Vandenbempt van wal. "In mijn vorige mandaat heb ik vastgesteld dat onze vorige benaming achterhaald is tegenover zijn Engelse variant: Faculty of Applied Economics. Deze vertaling appelleerde voor buitenstaanders te veel aan de Engelse vertaling van de hogescholen, wat ons een verkeerde connotatie gaf."

 

Bedrijven zijn al op onze studenten aan het jagen in de bachelorjaren.

 

“De tweede reden is dat Economics in onze naam stond", gaat hij verder. "Bij ons is het een evidentie dat in FBE alle studenten, in alle richtingen, een zeer stevige basis economie krijgen. Maar dat hoeft niet zo te zijn in het buitenland. Zeker in Angelsaksische landen zien we dat daar een School of Economics is en een School of Management die eigenlijk losstaan van elkaar. Daardoor moesten we herhaaldelijk uitleggen dat we ook Management en Business hebben binnen onze faculteit.”

“Het was daardoor evident dat we in onze naam duidelijk moesten maken dat wij voor meerdere elementen staan”, aldus de decaan. "Dat is ook een betere weergave van het portfolio dat we hebben, de opleidingen die wij geven. Nu hebben we een vlag die de lading beter dekt.”

Wanneer je naar het Engels vertaalt, kom je uit op Business and Economics, dat klinkt goed op internationaal vlak. "Voor ons is dat internationale aspect cruciaal", bevestigt Vandenbempt. "Wij als faculteit hebben internationale accreditaties, daarvoor moet je een universeel profiel hebben. Ook willen we onze studenten een opleiding geven waarin ze enorm veel exposure hebben aan het buitenland. Ik denk dat dat gewoon deel is van wat wij doen, zeker als je ziet waar onze afgestudeerden terecht komen. Dit leert onze studenten omgaan met diversiteit, wat uiteraard een elementair deel is van de opleiding."

Iedereen kent Erasmus, bij FBE voegen ze daar summerschools aan toe. "Wij spitsen daar specifiek op toe en zetten er middelen voor in om de studenten te stimuleren", legt de decaan uit. "Enerzijds bezoeken wij andere landen, anderzijds zijn er de non degree programs, waarvan wij de gastinstelling zijn."

Er zijn een aantal zomerscholen die georganiseerd worden. "Bijvoorbeeld in China: waar ze lezingen krijgen en Belgische bedrijven bezoeken. Zo kunnen ze ontdekken hoe er daar business gedaan wordt. Ook is er de samenwerking met het Goa Institute of Management. Daar worden Antwerpse en Indische studenten samengebracht om in een multiculturele setting een business probleem op te lossen.

 

Exposure aan het buitenland leert onze studenten omgaan met diversiteit, wat uiteraard een elementair deel is van de opleiding.

 

FBE is redelijk ambitieus en wil groeien, geeft de decaan aan. "Net zoals in de hele universiteit zijn er uitdagingen waardoor wij permanent moeten innoveren. Wat voor onze faculteit een specifiek aandachtspunt is, is dat we zitten met een relatief groot aandeel van collega-proffen die bijna op emeritaat gaan. En dat betekent dat, zeker als je tien jaar verder kijkt, er een nieuwe garde zal lesgeven. Dit is een grote uitdaging, maar biedt ook nieuwe kansen", bedenkt Vandenbempt.

De toekomst ligt open voor de faculteit met deze nieuwe naam. "Wij zien ook dat de studenten van onze faculteit zeer gewild zijn op de arbeidsmarkt. We vinden bijvoorbeeld minder studenten die willen doctoreren", stelt de decaan vast. "Bedrijven zijn al op onze studenten aan het jagen in de bachelorjaren. We moeten ervoor blijven zorgen dat er ook een doorstroming is naar ons doctoraatsprogramma en op deze wijze de kennisontwikkeling verzekeren", zegt Vandenbempt. "Onze richting moet relevant en boeiend blijven. Grote bedrijven als Google kunnen al aanwerven in het secundair onderwijs. Dat dwingt ons als faculteit om heel goed na te denken over hoe wij toch een meerwaarde kunnen bieden met internationalisering als centrale component.”

De naamswijziging biedt kansen, bij deze faculteit alleszins. "De nadelen vallen heel goed mee: soms verspreekt iemand zich eens tijdens een vergadering", aldus de decaan. "We gaan er echter vanuit dat die kleinigheden er vanzelf wel uit zullen groeien (lacht)." 



de betweter

22/11/2018
de verre reizen van Kleine Napoleon (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Napoleon Bonaparte is tijdens zijn Europese veroveringstocht in heel wat landen geweest. Dat was een grote reis voor de kleine man, die met zijn 1m67 trouwens niet zo heel klein was voor zijn tijd. Maar sommige delen van Napoleon hebben zelfs nog veel grotere reizen gemaakt dan de man zelf. Na zijn dood op Sint-Helena ging de tocht van Kleine Napoleon namelijk gewoon verder.

Om de een of andere reden zijn mensen altijd gefascineerd geweest door de overblijfselen van belangrijke en beroemde mensen. Zo werd bijvoorbeeld het lichaam van Aretha Franklin tentoongesteld na haar dood, zodat fans afscheid van haar konden nemen, of vind je wereldwijd lichaamsdelen van apostelen en andere heiligen. Dit gold dus ook voor Napoleon. Na zijn dood stal de dokter die de autopsie uitvoerde namelijk enkele lichaamsdelen en organen. Een daarvan was Bonapartes penis. Speciale interesse toch wel. 

Vervolgens zou de jongeheer in de handen van een Italiaanse priester zijn beland. Waar de goede man die voor nodig had, mogen we waarschijnlijk niet weten. Wat we wel weten, is dat het lichaamsdeel daarna in het bezit van een Londense boekhandelaar belandde. Daar werd het gecatalogiseerd als ‘gemummificeerde pees’. Heel beleefd voor wat het eigenlijk was. Als cadeau gaf de verkoper de mummiepiemel aan zijn partner in Pennsylvania. 

Plots, in 1927, duikt de fluit terug op, in een New Yorks museum voor Franse kunst. Ja, Frans was het wel, maar ze hadden daar blijkbaar wel een speciale definitie van kunst. Het zou misschien beter in een kabberdoes passen. In de jaren daarna werd het in kranten onder andere omschreven als ‘mishandeld stuk lerenveter’ en ‘verschrompelde paling’. Je zou voor minder een napoleoncomplex ontwikkelen als ze zo over je geslacht praatten. 

Het is nog niet gedaan met de reis van Kleine Napoleon, want in 1997 kocht John Lattimer, een Amerikaanse uroloog, de sergeant-majoor voor 40.000 dollar. Het is in ieder geval de eerste verzamelaar waarbij het item in zijn vakgebied ligt. Ondertussen is de fallus in het bezit van zijn dochter. Leuk verjaardagscadeautje toch. Experten zijn er zeker van dat het een penis is, maar of het effectief die van de Franse generaal is, is helaas niet meer te controleren. 

Ach ja, iedereen heeft een hobby nodig, zeker? Als die hobby nu gewoon het verzamelen van bekende penissen is, dan mogen wij daar toch niet over oordelen? 
 



de wereldverbeteraar

22/11/2018
de wereldverbeteraar 2.0 (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

De mug die om je oor zoemt als je probeert te slapen, toont geheel onbaatzuchtig aan dat je nooit te klein bent om een wereld van verschil te maken. In de aula komt de student in aanraking met kleine en grotere problemen uit het dagelijkse leven: gebrek aan koffie, verloren versnaperingen en professoren die zijn vergeten hoe het is om student te zijn. Van tijd tot tijd nemen de frustraties zo’n proportie aan dat de toogfilosoof uithangen in een troosteloos bruin café niet meer volstaat. In elke dwars kaart de wereldverbeteraar daarom een concreet probleem aan uit het studentenleven. Oplossingen groeien soms immers gewoon aan de bomen, als je maar naar boven durft te kijken om ze op te merken.

Ik kan niet de enige zijn die al meermaals slachtoffer is geworden van de kwelduivel van elke examenreeks: “Wat doe ik morgen aan?” Wanneer de slapeloze nachten, de stress en twijfels zich opstapelen, is dat net de druppel die de emmer genadeloos doet overlopen. Jezelf de perfecte look aanmeten voor dat mondelinge examen lijkt op slag de moeilijkste examenvraag die je voorgeschoteld kan krijgen. Een tsunami van angst overspoelt je, paniek alomtegenwoordig.

Examengerelateerde inlichtingen beperken zich in die befaamde Laatste Les dan ook hoogstens tot met welke kennis je jezelf dient te wapenen voor de Dag Des Oordeels. Geen woord dat gerept wordt over in welke wapenuitrusting je het best ten strijde trekt. Voor de vrouwen onder ons: is een kleedje met hoge hakken nu echt noodzakelijk in putje winter? Moeten mannen echt nog op zoek naar een nieuw kostuum om te slagen voor dat mondelinge examen? Nachtelijke zoektochten op het web brengen ook weinig soelaas. De UAntwerpensite is dan wel een vergaarbak van informatie, enkele handige gegevens zoals ‘verwachte dresscode op examens’ – alfabetisch per professor opgelijst – zijn nog steeds een opvallende afwezige.

De grens tussen over- en underdressed is echter dun en broos. Gala, casual, black tie, ... Voor je het weet heb je de juiste kledingsafslag gemist en is the line a dot to you. Om de situatie helemaal te verpesten zijn er nog de kleine oogjes, de grote wallen, de bleke kleur en de koortsblazen die om aandacht schreeuwen. Ze laten je niet meteen als moeders mooiste voelen, laat staan blaken van het zelfvertrouwen. Na jaren van systematisch en nauwgezet empirisch onderzoek kan ik nog steeds geen sluitende conclusies trekken over deze examensymptomen. Leiden ze tot medelijdenpunten, of geven ze net de indruk dat ik mijn leven niet op orde heb? (We zingen samen: ‘Margo kan het niet aan. Ze is mentaal te zwak. Wenen, wenen!’)

 

Om de situatie helemaal te verpesten zijn er nog de kleine oogjes, de grote wallen, de bleke kleur en de koortsblazen die om aandacht schreeuwen.

 

Een ander probleem zijn dan weer de onvoorspelbare temperatuurschommelingen in de aula’s van UAntwerpen, die zorgen al helemaal voor de spreekwoordelijke kers op de taart. Deze auditoria schijnen graag van dag tot dag te leven, met een bipolair karakter tot gevolg. Sauna of diepvriezer, niemand die het kan voorspellen. Voor je het weet zit je half te strippen achter je tafeltje met wanhopig neergekrabbelde schriftelijke voorbereidingen. Als je daar niet op gerekend hebt, kan dit een ware catastrofe over je afroepen.

Eigenlijk heeft elke student, net als Assepoester, nood aan een goede fee die je meteen in je ideale examenoutfit steekt. Aangezien elke vrijwillige onthulling van de magische wereld aan dreuzels ten strengste verboden is, zou dit te verdacht zijn en is deze optie onuitvoerbaar. Helaas staat de politiek ook nog mijlenver van een consensus over het dragen van een boerka en valt bijgevolg ook die mogelijkheid ter verlaging van de kledingstressfactor af. Om toch mijn steentje bij te dragen ter verbetering van het leven van de Antwerpse student, dien ik bij deze een officiële aanvraag in voor The Answer van UAntwerpen.

De overeenkomsten met The Voice van Vlaanderen berusten op louter toeval. Het werkt als volgt: de student komt binnen zodat de professor hem niet kan zien. Vervolgens begint de student de examenvragen, en eventuele bijvragen, te beantwoorden. Wanneer de prof overtuigd is, kan hij met alle gewenste theatraliteit op een grote, rode knop drukken. Hierop wordt zijn stoel omgedraaid, terwijl er confetti naar beneden dwarrelt en loeiharde overwinningsmuziek door de boxen schalt. Deze wordt op voorhand zorgvuldig uitgekozen door de student in kwestie. Felicitaties en dankbetuigingen worden uitgewisseld om deze heugelijke gebeurtenis te vieren.

Wanneer de professor zich echter genoodzaakt voelt om het negatieve scenario in werking te laten treden, kan de student ongegeneerd zijn emoties de vrije loop laten en in alle anonimiteit de aftocht blazen. Voortaan kunnen onbenullige zaken als persoonlijke hygiëne en uiterlijke verschijning dus geen invloed meer uitoefenen op de uitkomst van je examenresultaat: een fysionomisch-neutrale examenwereld is geboren.



opinie

21/11/2018
de blinde vlek van links (© Maxene Willems | dwars)
🖋: 
Auteur

Toen ik een maand geleden R.008 binnenwandelde, merkte ik op dat de zaal voller had kunnen zitten. Nochtans was het opzet van "Wij zijn met meer!" groots geweest. Zeven verschillende linkse organisaties, waaronder een aantal studentengroeperingen van linkse tot zeer linkse partijen, hadden de krachten gebundeld om een grondige analyse te maken van oprukkend extreemrechts. Academici, middenveldorganisaties en linkse activisten vallen op wereldvlak al langer over elkaar om hun analyse te geven van onder meer Trump en de alt-right. Een trend die ook hier in België hoogtij viert sinds de reportage over S&V (Schild & Vrienden) van Pano. Met één wenkbrauw hoger dan de ander luisterde ik naar de uiteenzetting van het panelgesprek.

 

linkse gesprekken

De drie sprekers kenden hun thema. Naomi Stocker was als voorzitter van Comac VUB zelf al in aanraking gekomen met S&V voor iemand ervan had gehoord. Ze gaf een grondige geschiedenis van nieuw-rechts en wees er terecht op dat niemand er verrast over hoeft te zijn dat S&V geen onschuldig scoutsclubje is. Met de aanvullingen van Lies Michielsen, lid van het Progress Lawyers Network, over de internationale banden met organisaties die letterlijk aangeven een witte etnostaat te willen oprichten, werd het heel moeilijk om het woord fascisme níét in de mond te nemen. De strijd tegen dit fascisme moest volgens Luc Van de Weyer op de voorgrond komen, nog voor de strijd tegen racisme. Luc is oprichter van het antifascitisch front en sprak met het meeste vuur.

Na het veel georganiseerder nieuw-rechts gesitueerd te hebben ten opzichte van het oud-rechts dat in een vergelijking als een allegaartje afgedaan werd, kwamen de sprekers tot een min of meer gezamelijk uitgangspunt: de maatschappij verrechtst dankzij de economische onvrede van een armer wordende middenklasse. Dit wordt door elitaire en identitaire bewegingen als voedingsbodem gebruikt om met (meta-)politieke technieken marginale ideeën te normaliseren. We zien inderdaad dat de meest populaire politici van het land beweren dat elk publiek institutituut links georiënteerd is. Meer nog, zonder schroom zetten ze vraagtekens bij het feit dat burgers mogen aankloppen bij andere landen wanneer hun leven in gevaar is. De sprekers hadden dus gelijk wanneer ze zeiden dat het discours van de maatschappij verrechtst.

 

blinde vlekken

Maar ze hadden ook ongelijk. Dit zijn nooit marginale ideeën geweest. Ze zijn altijd en overal aanwezig geweest en zijn bij de tribalistische mens misschien zelfs niet weg te denken. Op anderhalf uur tijd vermeldde Luc slechts een keer dat samenleven niet altijd makkelijk is. De woorden migratie en islam vielen niet. Nochtans hoef je geen groots opgezet onderzoek te doen om te weten waar S&V en Vlaams Belang (VB) hun mosterd halen. Open de Facebookpagina van je racistische nonkel of luister een keer mee in een bruin café en je merkt al snel dat politiek altijd achter loopt op de feiten. N-VA heet volgens deze sprekers te polariseren, maar eigenlijk mogen we blij zijn dat ze hun rechterflank afdekken. Zelfs in dit beleid, dat moeilijk een links beleid genoemd kan worden, verliezen ze stemmen aan VB. Het vijandsbeeld wordt niet alleen maar gemaakt, het bestaat al. Ik zeg niet dat we dan zomaar politieke beslissingen moeten overlaten aan de commentsectie op de site van Het Laatste Nieuws, maar roepen dat ‘wij’ met meer zijn helpt weinig. Ik bleef zitten met een gevoel dat de echt moeilijke thema's, waar links het zelf amper eens over is, uit de weg werden gegaan ten voordele van makkelijke talking points.

Het identiteitsvraagstuk werd aangehaald door een ombudsman van N-VA die in het publiek zat. Volgens hem is de Vlaming bang om zijn eigen identiteit (wat die ook moge zijn) te verliezen. Dit werd minzaam weggelachen. De man in kwestie vertelde echter dat hij vaak in contact kwam met burgers die er racistische ideeën op nahouden en vroeg zich af of er niet meer samengewerkt kon worden in plaats van verwijten te slingeren. Op het respons: "Wij willen samenwerken met elke democratische partij", volgde het luidste applaus van de avond. Ik was aangenaam verrast dat dit links het onderscheid met VB nog steeds kon maken. Over andere zaken was ik minder verrast. Zo was een studie die aanhaalt hoe de meeste rechtse stemmers helemaal geen sociaaleconomische outcasts zijn, bij de sprekers compleet ongekend.

Nog minder verrast, was ik dat elke kritiek op mogelijks antisemitisme binnen bepaalde linkse stromingen nog steeds afgeweerd wordt met dezelfde boutade. Wanneer Lies ons vroeg om een voorbeeld te nemen aan hoe de media bespeeld worden door linkse figuren in andere landen, noemde ze namelijk ook de naam Corbyn. Jeremy Corbyn is de leider van de Labourpartij in het Verenigd Koninkrijk en ligt al enkele maanden onder vuur omwille van vermeend institutioneel antisemitisme binnen zijn partij. Ik begreep niet hoe er voorbeeld te nemen valt aan de communicatie van een partij die, ironisch genoeg, aangevallen wordt voor zaken waarvan S&V zonet nog beschuldigd werd. Het gaat van hooggeplaatste leden van Labour die actief lid zijn in Facebook-groepen van Holocaustontkenners, het systematisch karikaturen maken van joden tot aan doodsbedreigingen aan joodse members, de beschuldigingen liegen er niet om. Al deze zaken werden naar traditie met slechts één argument onder tafel geveegd: dat kritiek tegen de staat Israël niet hetzelfde is as antisemitisme. Dit vind ik dan ook zowel te mak als te makkelijk.

 

conclusies trekken

De belangrijkste mismatch bleef voor mij echter de vermeende vertegenwoordiging. Het is een makkelijke aanval, maar in de uitroep “Wij zijn met meer!” lees ik een kordaat antwoord op een machtsgeil rechts dat denkt in naam van alle Vlamingen te spreken. Toch merkte ik op dat onachtzaam claimen te spreken voor het grootste deel van de bevolking iets is waaraan ook links zich schuldig maakt. Op de flyer van het event stond te lezen dat dwars samenwerkte met de organisatoren van het event, terwijl enkel onze hoofdredacteur een, louter modererende, functie in heeft genomen. Als je toch met zovelen bent, zoals je slogan zegt, hoef je niemand bij je zaak te betrekken die liever aan de zijlijn staat.

Al is die zijlijn niet altijd een optie. Ik ging volledig akkoord met Naomi toen ze aanhaalde dat neutraliteit en objectiviteit twee verschillende dingen zijn. Opkomend fascisme is een probleem en je moet daarbij een positie innemen. Ik geloof echter niet dat een links collectief zomaar even de boel kan redden met woorden als: samen, solidariteit of menselijkheid. Evenmin geloof ik in het te gedreven lijnen trekken tussen mensen van verschillende stromingen, zeker als de doelgroep van extreemrechts net deze mensen zijn die aan de andere kant staan van waaruit die lijn die getrokken wordt. Men verwijt het kapitalisme dat ze mensen heeft ontheemd van hun plek in de maatschappij. Maar heeft links zelf geen aandeel in de vervreemding van de mens? Door collectief te denken dat het draagvlak voor multiculturaliteit en identiteitspolitiek groot genoeg was, hebben ze zowel arbeiders als intellectuelen verjaagd. 

"Hebben wij als links, dan zelf niet gefaald om deze onvrede te kanaliseren?” vroeg iemand. "Wij zijn de onvrede", mompelde ik bij het buitenwandelen. Toch herviel dit links tijdens het nabespreken niet, zoals rechts vaker beweert, collectief in lege slogans en ideologische vooringenomenheid. Er bleef bij de meesten de mogelijkheid bestaan om het niet eens te zijn. Bij deze.



de dwarsdoorsnede

18/11/2018
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer kijken we naar het debuut van Lukas Dhont, Girl. De film is een prijsbeest met tal van nominaties en overwinningen in onder andere Cannes, Londen (BFI London Film Festival) en Pingyao (PYIFF). Daarbovenop is het de Belgische inzending voor de Oscars dit jaar.

Girl gaat over Lara, een transgender meisje dat worstelt met haar lichaam en haar droom om ballerina te worden. Ze kijkt reikhalzend uit naar haar geslachtsoperatie. Alleen duurt het nog even voor die operatie zal plaatsvinden, te lang naar Lara’s zin. Tussendoor volgt ze een opleiding aan de Antwerpse balletacademie, waar ze dubbel zo hard moet werken dan haar leeftijdsgenoten door de achterstand die ze opgelopen heeft. Van begin tot eind zitten we in Lara’s hoofd en daarmee middenin de worsteling die ze voelt door haar identiteit.

De kracht van de film zit in de intimiteit ervan. De film volgt Lara haast tot op het bot: veel close-ups van haar lichaam en wat ermee gebeurt in de voorbereidende fase van de geslachtsoperatie. Het zorgt voor een indringend verhaal. De film is niet per se mooi, maar het is evenmin lelijk. Het is wat het is, en dat is ook wat de film lijkt te willen overbrengen. Er is geen boodschap om mee naar huis te nemen, enkel Lara’s ervaring, gebaseerd op een deel van het waargebeurd verhaal van ballerina Nora Monsecour. Met dat in het achterhoofd wordt het einde, dat geen werkelijk einde is, logischer. We volgen Lara immers maar een paar maanden in haar jonge leven. Het verhaal was dus niet afgelopen aan het einde van de film. De rest van haar leven krijgen we niet te zien.

Voorgaand sterk punt is eveneens de grote zwakte van de film. Er is een plot, ja, maar de film lijkt wel uit het leven gegrepen. Hij bestaat uit momenten, impressies. Het is geen mooi geheel, hij heeft geen ingenieus plot en aan het einde ligt alles nog open. Of dat stoort, is een kwestie van smaak. Maar deze film kijk je niet voor de verhaallijn of boeiende nevenpersonages. Deze film moet je voor Lara’s leven kijken, of je kijkt hem niet.

Of Girl bij iemand in de smaak valt of niet, hangt dus af van de verwachtingen waarmee je naar de film gaat kijken. De film voelt aan als voyeurisme met al de close-ups en beelden van een lichaam dat niet voldoet aan Lara’s normen, maar wel het enige is dat ze krijgen kan. Lara pusht zichzelf tot haar uitersten op meerdere vlakken, vanuit de koppige weigering om ergens in achter te lopen. Die worsteling zie je. Tot het oncomfortabel is. Deels omdat je Lara het respect wilt gunnen dat ze zichzelf lijkt te ontzeggen, deels omdat het een aantal pijnpunten van de puberteit blootlegt die door meer mensen dan enkel Lara gekend zijn.

Precies dat punt maakt het zo jammer dat Netflix in de Verenigde Staten de film censureert. Het is niet zo dat de hele film in elkaar stort als een kaartenhuis zonder de desbetreffende scènes, het zijn alleen net essentiële scènes die hard aankomen. De censuur zelf heeft zijn redenen: Netflix is bang voor beschuldigingen van kinderporno door de scène waarin de toen vijftienjarige Victor Polster volledig naakt te zien is. De 'bedenkelijke' scènes zullen gehermonteerd worden zodat er niets “kwalijks” meer te zien valt. Kan dat? Ja. Als je de film nooit eerder gezien hebt, is de kans wellicht klein dat je het “mist”. Maar voor mij, iemand die de film in zijn totaliteit gezien heeft, is het jammer. Hoewel ik me een beetje een voyeur voelde door het getoonde naakt, had het weldegelijk een functie in het verhaal en bracht het de werkelijkheid in kaart zoals die voor Lara is. Dhont verbloemt niets in zijn debuut, wat precies is waarom het zo goed werkt. Als je dat eruit knipt, haal je ook een deel van de eerlijkheid weg. Juist dat censureren haalt de kracht weg van de beelden: het verhult en bedekt tot je achterover leunen kan.

Als er iets is wat je bij deze film niet moet doen, is het achterover leunen. Dan mis je het deel waar het onder je huid kruipt.