kortverhaal

05/12/2018
[de kerk] (© [rin verstraeten]  dwars
🖋: 
Auteur extern

Joran Simoens


De vele kerkbezoeken maakten van hen nog geen devote Christenen.

In de verlaten hal woei een kilheid die zich uitstrekte tot aan het altaar, waarachter drie kleurrijke glasramen taferelen uit warmere tijden afbeelden. Als vakantiekiekjes die zonnige groetjes meedeelden aan het thuisfront, poseerden de personages in al hun arrogantie, wegkijkend van de camera en zichtbaar genietend van de gele lichtbal die rond hun hoofd hing. Het meisje was op zich al een koukleum, maar zoals honger de kop opsteekt bij de geur van bereid voedsel, zo stierf ook de laatste warmte in haar lichaam bij het zicht van Bijbelse figuren die zich slechts in een simpel gewaad kleedden. Zelfs de enkele kaarsen naast haar slaagden er niet in het evenwicht te herstellen.

“Blijf daar toch van af, dat is voor de doden”, zei ze fluisterend.

“Ze mogen hun kaarsen hebben hoor”, zei hij terwijl hij zijn aangestoken sigaret in de mond stak. “Maar zo hebben de levenden er tenminste ook nog iets aan.”

De balans bij mensen die merken dat er iets te rapen valt, is immer in hun nadeel. De man was daar de exponent van. Al sinds hun eerste afspraakje was het het meisje opgevallen hoe vaak de redenering zijn gedrag onderbouwde. Of het nu ging om afkijken bij een examen of stelen uit een grootwarenhuis: telkens verantwoorde hij zijn acties met de redenering hoe oneerlijk het leven was en hoe hij daar steeds de dupe van was. Hij bleef zijn bijl maar in de schors hakken tot de schaduwen van de betreffende bomen hem niet langer het zonlicht ontzegden.

“Ge hebt nooit verteld dat ge zo gelovig waart.”

“Het heeft niks met geloof te maken.”

“Het heeft er alles mee te maken, meisje.” Hij dumpte de as in het schaaltje onder de kaarsen. “Zonder dood geen religie, of denkt ge dat mensen hier elke week hosanna hoezee zitten te zingen voor de schoon ogen van meneer pastoor?”

De man lachte en doorheen de aswolk knipoogde hij plagend naar het meisje. Net als het topje van zijn kankerstok lichtten zijn ogen op wanneer hij zich in zijn sas voelde en het zich permitteerde haar een beetje op stang te jagen. Over haar boom hield hij zich meer op de vlakte, maar de bijl in de aanslag sprak voor zich.

“Mensen komen hier niet alleen om over de dood na te denken”, zei het meisje. “Er is genoeg leven om over te praten.”

“Waarom hebben ze daar dan een kruis hangen en geen kribbe?”

“Omdat een kruis het teken is van de kerk.”

“En waarom is een kruis het teken van de kerk?”

“Hoe belachelijk zou het zijn om daar een kribbe te hangen?”

Ge ontwijkt de vraag, schat”, zei de man. “Het kruis is he–”

“Kan je me alsjeblieft geen ‘schat’ noemen?”

De man bevroor in zijn uitleg en bekeek het meisje alsof ze hem net op een leugen had betrapt. Langs zijn gezicht gleed de zelfingenomenheid als kaarsvet naar beneden en zonder een antwoord klaar concentreerde hij zich verder op zijn sigaret. Zo nu en dan gluurde hij naar het ongemakkelijke postuur van het meisje. Hij merkte hoe nerveus ze was voor de komst van de godsdienaar.

“Nog altijd niet op uw gemak bij hem?”

“Na een tijdje loopt het wel los”, zei het meisje. “Hij is altijd wat stil in het begin.”

“Zo gaat dat met pastoors hè.” De man wilde zijn uitspraak illustreren met een vunzige mop, maar kon zichzelf bedwingen.

“Die zijn alleen intiem met God, dus als er een prachtige vrouw als gij langskomt, slaat het daar vanboven allemaal wat tilt.”

“Hij doet alleszins zijn best.”

“Mag ook wel hè”, zei de man. “Anders heeft het weinig zin dat ie u naar hier laat komen.”

Het meisje was te jong om te snappen wat hem er toe dreef verwachtingen te behandelen als een geweer dat je moest blijven herladen. De bezigheid moest hem alleszins enkele jaren van zijn leven beroven. Hij kon geen goed nieuws horen of hij temperde alle vreugde met zijn waarschuwingen en voorspellingen die het einde van de wereld aankondigden – of zijn gesprekspartners het nu over de economie of een huwelijk hadden. Dat de mensen gaandeweg hun verhalen op zak hielden, interpreteerde hij met plezier als een teken van zijn correcte profetieën.

De pastoor was een heel ander verhaal. Die verwachtte enkel het uiterst noodzakelijke en bekeek je niet vies als je zelfs aan die standaard niet kon voldoen. Alles was bespreekbaar bij hem – vooral de stiltes. Hij was gefascineerd door wat er in haar hoofd omging en bij momenten vergat ie zijn eigen zinnen, omdat hij zich realiseerde dat hij helemaal niet naar zijn eigen stem wilde luisteren. Samen maakten ze de twee uur vol, waarna hij telkens de enveloppe met geld aan de man meegaf en vroeg of het volgende week op hetzelfde uur paste.

“Ik vind hem leuk.”

“Leuk?” De man blies de rook in de richting van de muur en staarde haar aan. “Leuk-Leuk?”

“Hij is een goeie man.” “Het is een pastoor”, zei de man. “Die zijn dat contractueel verplicht. Klootzakken laten ze Gods woord niet verkondigen hoor.”

“Hij geeft om mensen.”

“Nogmaals schat, pasto–”

“Ik ben je schat niet!” Haar stem draafde als een op hol geslagen paard doorheen de kerk. De echo die daarop volgde werd onderbroken door een opengaande deur aan de andere kant van de kerk en voetstappen die stilletjes hun richting uitkwamen. De man doofde vloekend zijn sigaret en greep het meisje bij de arm beet.

“Luister goed, schat”, siste hij haar toe. “Voor mijn part wordt ge dikke vriendjes met meneer pastoor maar die vent betaalt ons godverdomme goed geld om uw gezicht te zien, dus ga niet het emotionele wicht uithangen omdat hij ocharme ochee een goed mens is.”

Het probleem met goede mensen was dat ze altijd werden bekeken als uitzonderingen die zoals kinderen met het syndroom van Down met een afwijking op de wereld waren verschenen. Wie er één tegenkwam bewonderde de schattigheid ervan, maar kon niet ontsnappen aan een gevoel van medelijden. Deze exemplaren waren zogezegd gedoemd het leven te ondergaan als naievelingen. De schittering in hun ogen mocht nog zo helder zijn, goudkoorts zou het nooit opleveren. Maar, zoals de pastoor haar eerder had verteld, haalde goud zijn waarde omdat het niet overvloedig aanwezig was in de wereld – net zoals goede mensen.

De godsdienaar verscheen zoals altijd in zijn witte gewaad, zijn haar geschoren alsof zijn kapper een voormalig tuinman was. Hij verwelkomde hen en vroeg niet naar het tumult dat zonet doorheen de zaal had geloeid.

“Ik heb thee gezet”, zei hij. “We kunnen achteraan zitten vandaag. Daar zijn we op ons gemak.”

Het meisje had genoeg aan die uitnodiging en beende tussen de rijen banken door naar de openstaande deur. De man maakte zich klaar om twee uur te wachten en zocht in zijn zakken naar het pakje sigaretten om de tijd te doden. Alleen merkte hij dat de pastoor het meisje niet achternaliep en bij hem bleef staan.

“Ik heb drie tassen als u wilt”, zei de pastoor.

“Dat is heel vriendelijk”, zei de man. “Maar thee is voor mensen die tijd te veel hebben.”

“Ik kan altijd koffie zetten.”

“Nogmaals: heel vriendelijk, maar ik ben hier alleen maar om te zorgen dat u het zwijggeld betaalt. Wat u met uw dochter aanvangt, gaat me weinig aan. Ik wil er alleen geen deel van uitmaken.”

De Kerk had de periode van bekering al een hele tijd achter zich gelaten, dus drong de pastoor niet langer aan en gunde de man zijn intimiteit met de sigaretten. Zelfs al erodeerde het de knusse geur van zijn kaarsen, iedereen brandde op zijn manier wel een lichtje – of het nu voor doden of levenden was. Het hem verbieden hier te doen, zou alleen maar aanleiding geven tot een verdere afstand tussen mens en wereld.

De pastoor vond het meisje in de kamer met haar rug hem toe. Hij zag hoe ze de foto vasthield die hij speciaal voor haar was gaan zoeken in zijn persoonlijke archief en hem hier prominent had klaargelegd. Uit welk jaar het precies dateerde was niet geweten, maar hij vermoedde dat het ongeveer twintig jaar geleden moest zijn, toen de kerk nog overvol zat en hij bij de omliggende, ongelovige huizen moest aankloppen met de vraag of hij stoelen in bruikleen mocht meenemen. Haar gezicht zag hij nog zo voor zich, telkens op de eerste rij en altijd glimlachend nadat ze de hostie had aangenomen.

“Er zijn vrouwen voor wie we alles overboord gooien”, zei hij.

Het meisje week niet van haar positie. Ze staarde naar de foto alsof het een spiegel was die haar vertelde wat voor transformatie ze had ondergaan nu de gezichtstransplantatie achter de rug was. Ze vertoonde in de verste verten geen gelijkenissen met de vrouw in haar handen. Er was geen enkel aspect dat viel te linken. En toch had de pastoor haar vanaf dag één verwelkomd als de befaamde verloren dochter, al jarenlang onderwerp van de roddels die in alle cafés de ronde deden en waar ook de man het had gehoord. Met een geniaal plan – naar eigen zeggen onfeilbaar – was hij naar het meisje gekomen, overtuigd dat ze er goed geld aan konden verdienen. Als je de toekomst voorspelde, lachte iedereen je weg, maar kleurde je een grijs en onduidelijk verleden in, dan ging iedereen blind mee in je verhaal. De wetenschap had uitgewezen dat je een valse herinnering bij iemand kon inplanten door een verhaal drie keer te vertellen, telkens met meer details. De man had echter genoeg gehad aan de meest algemene versie om de pastoor te overtuigen.

“Waarom geef je ons dit geld toch?” Het meisje voelde hoe de tranen uit haar oogleden ontsnapten. “Ik ben je dochter niet. Dat ziet toch iedereen.”

Iedereen buiten de pastoor misschien. Hij zag hoe het meisje op haar benen stond te trillen en kwam dichterbij, maar op ongeveer een armlengte afstand bleef hij staan en wachtte tot ze het aankon om hem aan te kijken. Toen ze dat liet afweten, waagde hij het haar aan te raken bij de schouder, en toen ze zich niet terugtrok, liet hij zijn hand door haar lokken gaan.

“Ik weet het”, zei hij kort. “Ik wist het al vanaf de eerste keer. Maar als ik het geld niet geef, hoe weet ik dan of ik jou nog zal zien?”

Pas een moment of twee na zijn laatste woorden, durfde de vrouw zich in zijn richting te draaien. De pastoor wist welke regels hij allemaal schond met zijn eerlijkheid, maar ook zijn geloof in God liet hij leiden door een gevoel. Waarom nu dan niet? Er was liefde die een dag duurde, een week, een maand, een jaar en zelfs een heel leven, en op voorhand kon je nooit weten wanneer het precies eindigde. Maar met deze passie en schoonheid wilde de pastoor zich telkens opnieuw in de zee gooien zonder dat hij wist wanneer hij opnieuw boven water kwam.



de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

05/12/2018
Den Echo (© Corine Nelemans | dwars)
🖋: 

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan: er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

Kenneth Candries (45) en Melanie Le Bruyn (33) zijn de uitbaters van café Den Echo en het naastgelegen restaurant BarBouf in de Lange Nieuwstraat. Den Echo bestaat ondertussen al 25 jaar. Kenneth heeft het eind 1994 overgenomen. “Ik werkte daar als student en het was toen eigenlijk zo goed als failliet”, vertelt hij. “Ik zag veel potentieel in Den Echo. Het is een mooie ruimte met veel mogelijkheden.” “En Kenneth studeerde gewoon niet zo graag”, pikt Melanie in. “Ja, da’s waar. Den Echo was ook een beetje mijn laatste hoop. Ik was voor alle vakken gebuisd en stond met mijn rug tegen de muur. Ik heb nog geprobeerd om te studeren, maar dat was toch niet echt voor mij weggelegd”, zegt Kenneth. 

Melanie werkt al sinds haar zeventiende in Den Echo, maar dat weerhield haar er niet van om ook te blijven studeren. “Ik ben afgestudeerd als sociaal-cultureel werker. Daarna ben ik begonnen aan een bachelor in de sociologie op de universiteit, maar ik heb mijn eindwerk nooit geschreven. Daar heb ik wel spijt van.” Melanie begint te lachen. “Ik heb eigenlijk jarenlang in Den Echo en BarBouf gewerkt om daarna al het geld weer terug aan Kenneth te geven om de aandelen te kunnen kopen.” 

Er is geen sprake van een scherpe taakverdeling tussen Den Echo en BarBouf. Melanie vertelt dat zij eigenlijk alles deed voor ze hun zoontje kregen, maar sinds Leon geboren is, werkt ze 's nachts niet meer. Melanie regelt nu voornamelijk de boekhouding en al het papierwerk, terwijl Kenneth alle fysieke handelingen doet, zoals de brouwer nakijken en de personeelszaken regelen. "En Melanie blust alle brandjes", voegt Kenneth toe. “Ja, ik los alle miserie op”, bevestigt Melanie stellig.

 

Ik hoop dat onze zoon later pinten komt drinken in Den Echo.

 

Den Echo is al jaren het stamcafé van studentenclubs Omnes en Primus Scaldiae en van horecaprojectbureau Mise en Place. De laatste twee jaar hebben nog vier clubs – Antigonia, Creatica, Absoc en Calesa – Den Echo omgedoopt tot hun thuisbasis. “Dat komt denk ik vooral door de mond-tot-mondreclame", zegt Kenneth. Melanie pikt in: “Iedereen is welkom. Van links tot rechts, van geel tot groen, van wit tot zwart.” 

Kenneth en Melanie kunnen wel honderden verhalen vertellen over wat ze de laatste twee decennia allemaal hebben meegemaakt in Den Echo. “Het strafste dat we ooit hebben meegemaakt, was dat er een diamantdief Den Echo binnenstapte. Die had ergens in de Diamantwijk een heel dure diamant gestolen en hij is die bij ons komen verstoppen. Een dag later stond de staatsveiligheid en federale politie op de stoep om die diamant te zoeken. Ze hebben die gevonden in het waterreservoir van het mannentoilet. Dat heeft toen nog in de kranten gestaan”, vertelt Kenneth. “Ik vroeg nog aan de politie hoeveel die diamant waard was”, vult Melanie aan. “Die hebben eens goed gelachen. Dat bleek iets van een half miljoen te zijn.” 

Dat mensen die je leert kennen op café vrienden voor het leven kunnen worden, kunnen Kenneth en Melanie uit eigen ervaring bevestigen. “Wij zijn al naar heel veel bruiloften en babyborrels geweest van mensen die elkaar hebben leren kennen in Den Echo”, vertelt Melanie. “Dat is heel plezant. Onze zoon speelt nu ook met kinderen van mensen waarmee wij vroeger pinten dronken. Ik hoop dat Leon later ook pinten komt drinken in Den Echo. Dat zou de cirkel rond maken.”

Een studentencafé, een restaurant, een zoontje van vier en elkaar. Je zou denken dat het lastig is om dat allemaal te combineren en dat het op zijn tijd de nodige frustraties met zich meebrengt, maar dat valt reuze mee. “Een studentencafé is tegenwoordig seizoensarbeid”, legt Kenneth uit. “Het is druk in oktober, november en december. Daarna valt het stil. Dan heb je nog februari, maart en april, en daarna zijn het weer examens en komt de zomervakantie eraan. Het studentenseizoen duurt eigenlijk maar een half jaar. Er blijven dus genoeg dagen over waarop we tijd hebben voor elkaar. En ik heb een heel goede vrouw die veel kan verdragen. Dat is heel belangrijk. Je moet elkaar daar wel in kunnen vinden, anders wordt het niets.” “Van oktober tot december hebben wij een latrelatie”, zegt Melanie. “Stel je voor dat ik een jaloers type zou zijn en mijn man zit iedere avond op café. Kenneth komt vaak pas om vier uur ’s nachts thuis. Dan heb je niets aan jaloezie. Aan de andere kant ben ik ook vaak alleen thuis natuurlijk …” knipoogt ze.

Het koppel is voorlopig nog niet van plan om te stoppen met Den Echo. “Een studentencafé uitbaten houdt je jong”, zegt Melanie. “Met studenten is het altijd plezant”, voegt Kenneth toe. “In een ander café zitten altijd dezelfde zageventen, maar in een studentencafé trek je om de vier à vijf jaar een totaal ander publiek. Je ontmoet constant nieuwe mensen en dat houdt je inderdaad jong.” Als Den Echo toch ooit wordt overgenomen, dan heeft Kenneth alvast een duidelijke wens. “Ik zou willen dat er een foto van ons blijft hangen”, zegt hij. “We hebben dat dan toch minstens 25 jaar uitgebaat, dus zo’n foto zou ik wel tof vinden. Of een muurschildering, dat is ook goed. O ja, en een koperen plaatje met mijn naam erop aan de toog in mijn hoek.” Als ik vraag naar hun ultieme droompensioen, krijg ik direct weerwoord van Melanie. “Zeg, ik ben nog maar 33, hè. Ik moet nog minstens dertig jaar werken!”



de getuigenis van een slachtoffer

30/11/2018
met open armen (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 
Auteur

Dat zelfmoord het ergste en meest opvallende gevolg van een depressie is, valt moeilijk te ontkennen. Maar zelfverwonding is een meer voorkomend probleem dat minder hard opvalt en jaren kan blijven aanslepen. Bijna 1 op de 5 Vlaamse jongeren doet aan zelfverwondend gedrag. Een probleem dat vaak uit depressie voortkomt. Jongeren zijn extra vatbaar voor zelfbeschadiging door de grote veranderingen en onzekerheden die deze leeftijdscategorie vaak met zich meebrengt. Zo beginnen jongeren het vaakst als ze 12 à 13 zijn, of weer rond 18 à 19. Veel studenten lijden aan dit probleem. dwars sprak met een slachtoffer die anoniem wil getuigen.

Niet alleen mensen met mentale problemen, maar ook stressgevoelige mensen kunnen hier last van hebben.  Mensen die met dit probleem kampen, of eraan geleden hebben, praten er niet graag over. Soms zijn ze te beschaamd of zijn ze bang dat andere mensen hen zullen beoordelen. Toch is erover spreken belangrijk, het taboe hieromtrent in stand houden, werkt alleen maar nefast omdat er zo niet naar een oplossing kan worden gezocht. 

Jezelf pijn doen is erg persoonlijk en individueel. Iedereen beleeft dit anders, waardoor zeker niet alle feiten op iedereen toepasbaar zijn. Daarom werd er voor een persoonlijk getuigenis gekozen. Dit is slechts een van de vele verhalen die er zijn.

 

Heb jij je er beschaamd over gevoeld dat je aan zelfverwonding hebt gedaan?

“Ja, zeker wel. Ik vind het nog altijd moeilijk om hierover te praten en ik vermijd het ook zoveel mogelijk om bijvoorbeeld mijn T-shirt uit te doen zodat mensen mijn littekens niet kunnen zien. Ondertussen ben ik al meer dan twee jaar clean, maar het is wel iets dat je blijft achtervolgen, vooral omdat de gevolgen zo zichtbaar zijn op je lichaam en daar ben ik nog altijd beschaamd over.”

 

Vind jij het belangrijk om hier over te praten?

“Ja, ik zie er zeker het belang van in. Het is moeilijk om erover te communiceren en het is ook zeker geen onderwerp waarover anderen je zouden aanspreken, maar toch is communicatie hierover noodzakelijk, hoe moeilijk het ook is. Ook professionele hulp zoeken is uiteraard zeer belangrijk.”

 

Aan welke vormen van zelfverminking heb jij gedaan?

“Er zijn natuurlijk veel manieren om jezelf pijn te doen. Meestal sneed ik mezelf, dat is de meest bekende en meest voorkomende vorm van zelfverwonding. Maar het is uiteraard niet de enige. Ik beet mezelf soms ook of sloeg mezelf. Ook verzorgde ik mijn wonden niet altijd goed, wat ook een vorm van zelfverwonding is.”

 

Wat zijn de redenen dat iemand aan automutilatie doet?

“Dat verschilt van persoon tot persoon. Geen enkele depressie is hetzelfde, dus zelfverwonding is dat ook niet. Toch zijn er enkele redenen die vaker terugkomen dan andere.

Zo is controle een belangrijke reden. Je hebt namelijk vaak zoveel mentale pijn waar je geen controle over hebt, dat het haast een verademing is om jezelf een pijn aan te richten waar je wel controle over hebt. Dat heb ik ook heel erg zo ervaren. Ik had geen controle meer over mijn negatieve gevoelens waardoor ik echt op zoek ging naar een pijn die ik wel onder controle had en die vond ik dan in mezelf snijden.

Verder brengt het ook een opluchting met zich mee. Je wordt even afgeleid van je mentale pijn door de fysieke pijn die je dan voelt. Met jezelf snijden kan je bijvoorbeeld het gevoel hebben dat je problemen voor een stukje met het bloed mee uit je lichaam vloeien, al duurt dat effect meestal niet zo lang.

De derde en belangrijkste reden om aan zelfverwonding te doen, is het gevoel dat je de pijn verdient. Als straf dus. Ik was er soms echt van overtuigd dat ik naast al mijn mentale pijn ook nog eens fysieke pijn verdiende en gebruikte daar zelfbeschadiging voor.”

 

Als je er zoveel moeite voor doet om het te verbergen kan dat toch nooit voor de aandacht zijn?

 

Hoe reageer je wanneer mensen niet begrijpen waarom je jezelf sneed?

“Ik ben nog niemand tegengekomen die het niet begreep, maar dat komt ook omdat ik het niet durf te vertellen aan iemand tenzij ik die persoon echt helemaal vertrouw en er zeker van ben dat die er goed op gaat reageren. Maar ik begrijp wel dat mensen het niet snappen en daar ben ik eigenlijk blij om, want dat wil zeggen dat die personen nog niet in zo'n situatie hebben gezeten of zulke gevoelens hebben gehad.”

 

Wat ga je het langste herinneren uit de periode dat je jezelf sneed?

“Ik denk dat iedereen met dit probleem zich de eerste keer blijft herinneren. Dat is met alles zo, denk ik, dat je de eerste keer het best herinnert. Ik herinner me de eerste keer dat ik mezelf sneed ook nog heel goed. Eigenlijk was er helemaal niet zoveel emotie bij betrokken, ik was nieuwsgierig of dat nu wel echt werkte en heb mezelf een keer gesneden over mijn borstkas. Daar heb ik het op dat moment bij gelaten, maar ik merkte helaas wel dat het hielp.” 

 

Heb je er spijt van?

“Enorm veel. Ik heb er echt nog elke dag spijt van. Je wordt er ook veel mee geconfronteerd omdat je de littekens ziet wanneer je je bijvoorbeeld uitkleedt of een douche neemt. Als ik de tijd kon terugdraaien zou ik er dus zeker nooit mee begonnen zijn. Maar langs de andere kant heb ik er ergens ook wel vrede mee dat het gebeurd is. Ik zat op dat moment zo diep, dat mezelf pijn doen het enige was dat me overeind hield; ik had eigenlijk niet veel andere opties toen. Het is oké om niet oké te zijn, dat heb ik ondertussen wel aanvaard.”

 

Zijn er bepaalde zaken die je hielpen er weer vanaf te geraken?

“Er zijn altijd activiteiten die kunnen helpen je gedachten te verzetten. Sporten, schrijven, muziek luisteren bijvoorbeeld. Vooral aan dat laatste heb ik enorm veel gehad. Muziek is echt belangrijk voor mij geworden in die periode. Zonder zou ik er misschien nooit vanaf geraakt zijn. Ook heb ik aan The Butterfly Project meegedaan, een heel effectieve manier. Er was iemand van mijn klas die me daarbij hielp."

 

The Butterfly Project is een project specifiek bedacht om zelfverwonding tegen te gaan. Het werd enkele jaren geleden gelanceerd door een blogster op Tumblr. De bedoeling is dat iemand een vlinder op de arm van iemand die zichzelf pijn doet tekent en daarin zijn of haar naam schrijft. Deze vlinder moet vervolgens van nature verdwijnen, hij mag er dus niet worden afgewassen. Wanneer je jezelf snijdt of op een andere manier opzettelijk pijn doet, dood je de vlinder en doe je daarbij de persoon wiens naam in de vlinder staat pijn. Dit is vaak effectief omdat de steun van anderen bijzonder veel betekent wanneer je niet goed in je vel zit. 

 

Over zelfverminking heerst vaak het idee dat mensen het voor de aandacht doen, hoe denk jij daarover?

“Ik vind dit natuurlijk een verschrikkelijke gedachte. Er zit een zekere kern van waarheid in omdat het in feite een noodkreet kan zijn, maar veel slachtoffers houden het angstvallig verborgen. Als je er zoveel moeite voor doet om het te verbergen kan dat toch nooit voor de aandacht zijn? Ik vind het erg dat onze mentale pijn als aandachtzoekerij wordt afgeschreven, mensen moeten weten dat dat absoluut niet het geval is.”

 

Wat is jouw advies voor iemand die met problemen als automutilatie kampt?

“Erover communiceren blijft enorm belangrijk, ook al blijft dit moeilijk en heb ik er zelf ook nog altijd last mee. Zoek daarnaast manieren om jezelf van die gedachten af te leiden zoals beweging en frisse lucht. Ook knuffelen helpt, dus zoek daarnaar, het maakt endorfines aan in je hersenen waardoor je je gelukkiger voelt. En schaam je er niet voor, al weet ik dat dat niet gemakkelijk is en lukt dat mij ook nog niet altijd.”

 

Laten we onthouden dat we het taboe rond dit onderwerp moeten breken en dat erover praten belangrijk is. Zoek manieren om jezelf te helpen zoals sporten, knuffelen en vlinders op je arm laten tekenen. Maar het belangrijkste van al: zoek hulp. Zonder hulp is het veel moeilijker om te stoppen met jezelf bewust te kwetsen. Hulp zoeken is het sterkste dat je kan doen in deze situatie.

Heeft dit artikel bepaalde gevoelens bij je opgeroepen en wil je hierover praten?
Zelfmoordlijn: 1813
Tele-onthaal: 106

 



een lofzang

30/11/2018
memento vivendi, voor Marcel Proust (© Leo Nickolls | dwars)
🖋: 

voor C., it was more than any laws allow

Ik herinner mij de zomer van vlak voor mijn eenentwintigste verjaardag. Hoe eenzaam ik toen was, daar C. er nog maar eens wijselijk toe had besloten zich niet langer een leven samen met mij voor te kunnen stellen en dat het ondraaglijk warm was, een warmte die de nagelaten sporen van haar aanrakingen uit mijn lichaam beukte. Dat ik elke dag, dankbaar voor de afleiding, naar mijn stupide studentenjob bij een bank ging, maar dat de avonden hierdoor dan ook langer dan ooit leken, zo lang dat ik niets beters had gevonden dan mij op te sluiten in het drieduizend pagina’s tellende meesterwerk Op Zoek Naar de Verloren Tijd.

 

Ik herinner mij dit als één van de mooiste zomers uit mijn leven want er gebeurde niets, maar door mijn lectuur van deze schijnbaar oneindig uitgerekte Orfische ode werd dit niets ontsloten als een samengebald brandpunt van alle zinnelijke ervaringen die zich in mij geaccumuleerd hadden. Wat Proust met zijn oeverloos (als in immer kolkend, de vaste grond onder onze voeten eroderend) meanderende zinnen toont, is hoe, op de meest onverwachte momenten, wanneer het plot van de alledaagsheid even op adem lijkt te moeten komen, hoe net dan de volheid van het leven zich over ons kan uitstorten. Herinneren is hier een morele imperatief, waarzonder we eigenlijk niet kunnen beweren waarlijk te leven, zoals Plato bij monde van Socrates vond dat een leven dat niet bestudeerd werd, niet de moeite waard was.

 

Dit maakt van de Recherche tegelijkertijd apologie en elegie. Het mag geen toeval heten dat het laatste deel, De Tijd Hervonden, zich concentreert (en de etymologische verwantschappen met concentrisch ware nooit zo duidelijk) in de tijdsspanne gedurende en vlak na de Groote Oorlog, een duidelijk breekpunt in het verhaal van de geschiedenis waarna de landerigheid die 'verteller Marcel's herinneringen donkergoud kleurt, voorgoed verloren leek. Hier wordt het begin van een twintigste eeuw aangekondigd waarin steeds minder plaats zou zijn voor een in zichzelf gesloten harmonie. De geschiedenis kwam ongedurig aan de deur kloppen om haar deel te eisen. Alle paradijzen zijn verloren paradijzen, is één van de meeste bekende zinnen uit de cyclus, een intuïtie die Proust in de vingers leek te branden tijdens het optekenen van zijn herinneringen ten einde ze te behoeden voor het lot van alle dingen wanneer wij uit de Lethe drinken. De roman fleuve als alternatief voor deze laatste rivier.

 

Maar meer nog dan dit alles, is dit boek een overweldigend monument voor de Liefde.

 

Waarmee niet gezegd wil zijn dat het hier om een onverkapte autobiografie gaat. De Recherche is zoals elke roman die naam waardig eveneens metaroman. Proust ziet zich genoodzaakt om tegelijkertijd te herinneren en te mediteren over deze bezigheid. Wat betekent het terug te kijken naar het kind dat wij ooit geweest zijn en wat gebeurt er wanneer dit kind vanuit de tijd naar ons terugkijkt? Bildung is bij uitstek een romanesk gegeven omdat dit niet iets is wat zich zonder meer in een leven voltrekt, maar zich, zoals het woord zelf zegt, alleen in terugblik laat opbouwen. De verloren tijd die hier geëvoceerd wordt, maakt fundamenteel deel uit van de identiteit van de 'zich-herinnerende', het is de broeikas waarin hij werd gezaaid, en de taak die Proust zichzelf heeft opgelegd is die van de tuinier die even liefdevol de bloemen koestert, als genadeloos het onkruid uittrekt, in deze kunstmatige gaarde van Eden.

 

Want ook, ja ook, want Proust is veel, zo niet alles, een duizelingwekkend té-veel, is dit het sardonische stilleven van het sociologische snijpunt tussen (petite) bourgeoisie en een reeds anachronistische adellijke klasse die zich misschien wel voor het laatst in de ivoren marge van de geschiedenis mochten ophouden. De verloren tijd is evenzeer een tijd die verspild werd aan onbeduidende causerieën en kleinzielig hartstochtelijke vetes gebaseerd op sociale omgangsvormen van weleer. Het observatievermogen van Proust fileert fijnzinnig dit gemaquilleerde karkas van ongeschreven geboden en verboden en vat aldus in marmer een onschuld die haar eigen onhoudbaarheid reeds in zichzelf droeg. De onmiskenbare weemoed die deze modernistische kathedraal schraagt, ligt hem in de wetenschap dat een dermate grote onschuld vanaf heden voorgoed tot het verleden zou behoren en dit overigens niet ten onrechte.

 

Maar meer nog dan dit alles, is dit boek een overweldigend monument voor de Liefde. In zijn beschrijvingen van de velerlei liefdesverhoudingen die zich doorheen de zeven delen (én door elkaar heen) wijdvertakt en afwisselend in stroomversnelling dan wel als ware het achter een dam ophopend, ontwikkelen, toont Proust zich nu net van zijn meest realistische kant. Of durft u te beweren dat die eerste kus met de grote geliefde in werkelijkheid niet het equivalent van tien volgeschreven pagina's duurde? Heeft u zelf nooit net als Swann avonden doorgebracht in het meest onbeduidende gezelschap in de hoop slechts even een glimp van Haar op te vangen? Kan u werkelijk beweren dat dit ene muziekstuk u niet telkenmale tot tranen toe beroert omwille van de wetenschap die het verklankt, namelijk dat alles nu eenmaal immer voorbij lijkt te moeten gaan? En bent u werkelijk zo vermetel mij voor te liegen dat u niet nu nog soms in bed, tussen waken en slapen in, hoopt dat uw moeder, ingaand tegen de wil van uw vader, naar boven zal komen om u voor de nacht valt in te komen stoppen zodat u tenminste voor even nog zou kunnen geloven dat alles goed was en deze warme behaaglijkheid voor eeuwig zou blijven duren?

 

Lees Proust, u heeft genoeg tijd verloren.

 

Deze lofzang werd geschreven naar aanleiding van de volledige heruitgave van Op Zoek Naar de Verloren Tijd in het Nederlands.



van het STIP naar PSYNET

30/11/2018
psynet (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Mens sana in corpore sano, pende de grote Romeinse dichter Juvenalis een kleine tweeduizend jaar geleden neer. In de oudheid wisten onze voorouders met andere woorden al dat het belangrijk was een gezonde geest na te streven. De vele initiatieven ten spijt, blijkt het in onze hedendaagse prestatiecultuur nog steeds voornamelijk taboe te zijn om toe te geven dat het in ons hoofd wel eens knettert. Psychische problemen zitten niet zomaar ‘tussen je twee oren’, maar zijn een reële problematiek. De Antwerpse student vormt hierop geen uitzondering. De Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA) riepen daarom PSYNET in het leven.

De cijfers spreken voor zich: bijna één vijfde van de studenten krijgt vroeg of laat geestelijke problemen. Voor Antwerpen zijn dit zo’n 8.000 studenten. Dit wil niet automatisch zeggen dat de overige 32.000 zorgeloos door het studentenleven huppelen. Erg verwonderlijk is dit misschien niet. 

 

the show must go on

Bovenop de ‘gewone’ familiale drama’s en persoonlijke moeilijkheden met geluk vinden in je leven, voegt het studentenleven nog wat extra ingrediënten toe aan de mentale brei. De academische wereld staat immers niet bepaald gekend om het kwistig omspringen met complimentjes. Ook kwetsbaarheid en onzekerheid worden in deze omgeving moeilijk getolereerd. Uit noodzaak transformeren we als studenten allemaal in schapen in wolfskleren, zoals onze hoofdredacteur het zo pakkend omschreef in haar editoriaal van dwars 119.

Bovendien zijn ook de verwachtingen van de samenleving in haar geheel hooggespannen: hoe meer diploma’s, hoe beter. Best combineer je je studie ook nog met wat vakantiewerk hier en daar, aangezien dat mooi op je cv staat. Familiebezoekjes en sport blijven uiteraard evenzeer een must. Om de kers op de taart te zetten moet je ook op regelmatige basis voor Instagramwaardige citytrips zorgen. Zelf nog verzorgd en springlevend overkomen – zowel in je virtuele als in je reële leven – is de laatste maatstaf voor een geslaagd leven.

Geestelijke problemen zijn dan ook geen onverwachte neveneffecten van ons hoog studentikoos levenstempo. Initiatieven als Werelddag Geestelijke Gezondheid, Rode Neuzen Dag, Samen Veerkrachtig en VAGGA vzw proberen deze problematiek daarom in de kijker te zetten en hun steentje bij te dragen aan het verlichten van de menselijke mentale ‘last’. AUHA breidt PSYNET aan dit lijstje: een netwerk van geestelijke gezondheidszorg voor studenten in Antwerpen.

Als redactie vingen we deze naam voor het eerst op tijdens verschillende gesprekken met psychologen voor andere dwarse artikeltjes. Onze interesse was meteen geprikkeld; studenten kunnen immers wel een ‘monitoraat op maat’ gebruiken, ook op mentaal vlak. Wat PSYNET precies inhield en hoe we dit konden terugvinden via de studentgerelateerde informatiekanalen was voor ons daarentegen nog een groot vraagteken. Wegens het essentiële belang van een goede geestelijke ondersteuning, leek een klein digitaal onderzoekje op zijn plaats.

 

PSYNET voor dummies

AUHA sloeg met alle studentenbegeleiders en –psychologen, externe psychotherapeuten en trainers de handen in elkaar om de student snel en efficiënt te helpen via een gedeelde website, PSYNET genaamd. De aangereikte helpende hand neemt meestal de vorm aan van een therapeutisch aanbod en het begeleiden van verschillende groepstrainingen waarvan het programma op de site terug te vinden is. Inschrijvingsgeld hoef je er niet voor op te hoesten, maar een verplicht intakegesprek met de studentenbegeleider van jouw onderwijsinstelling zorgt toch voor een hogere instapdrempel.

Voor individuele begeleiding kan de student in eerste instantie bij de studentenbegeleiders en -psychologen van zijn eigen universiteit of hogeschool terecht. Zij regelen een intakegesprek en kijken welke hulpverlening er nodig is. Op PSYNET vind je bij dit onderdeeltje dan ook slechts de nodige contactgegevens van de betrokken instellingen.

Vanop de homepagina ben je tenslotte slechts één klik verwijderd van de ‘Dringend hulp nodig?’-pagina, waarop het telefoonnummer en de website van zowel de Zelfmoordlijn als Tele-onthaal weergegeven wordt. Bovendien worden de opties van je eigen huisarts, de wachtdienst huisartsen en de spoedgevallendienst aangeboden. Met nog een klikje ben je op het punt beland waar je gemakkelijk contact kunt opnemen met je eigen studentenvoorzieningen, zowel om over jezelf als je zorgen over een vriend(in) te praten. Hierbij word je echter meteen terug doorverwezen naar de ‘individuele begeleiding’-pagina, waardoor het beantwoorden van dringende hulp toch eerder relatief op te vatten is. 

Of toch niet? Een belangrijke nuance is dat in alle gevallen de studentenbegeleiding van de eigen instelling als eerste aanspreekpunt dient voor de student in nood. Voor de Universiteit Antwerpen is dat de Dienst voor Studieadvies en Studiebegeleiding. In eerste instantie worden de studenten van de UAntwerpen dan ook geholpen door de eigen studentenbegeleiders. Een doorverwijzing naar de externe therapeuten gebeurt pas wanneer dit nodig geacht wordt, bijvoorbeeld voor een langdurige en/of zeer specifieke aanpak die UAntwerpen zelf niet meer kan bieden.

 

waar, oh waar?

Het is moeilijk haalbaar voor een instelling als UAntwerpen om 24/7 eerste hulp bij psychische problemen te voorzien. Om dit op te vangen, is er een digitaal vangnet ontwikkeld dat schatrijk is aan de nodige doorverwijzingen en informatie van 'wie wat waar'. Deze snel terug kunnen vinden, is essentieel voor wie (dringend) nood heeft aan een helpende hand. Weten waar überhaupt te beginnen zoeken op de vele studentenplatforms, kan de queeste naar informatie een stuk eenvoudiger maken. Vandaar een kleine spoedcursus, getiteld 'waar, oh waar?'.

Eliminatie is steeds een goede zoektechniek. Zo is de website van Universiteit Antwerpen voornamelijk gericht aan 'externen', zeg maar toekomstige studenten, ouders en dergelijke. Deze informatiebron laten we dan ook beter links liggen, om meteen over te gaan naar Blackboard, the place to be voor alle concrete informatie voor studenten. Via 'studentenadvies en studiebegeleiding' in het 'snel naar'-menu, kun je in de linkerkolom meteen op 'andere persoonlijke problemen' klikken. Op één, twee, drie ben je aanbeland op de gewenste pagina voor eerste hulp bij psychische problemen.

Doorverwijzingen, extra informatie of de nodige contactgegevens worden hier op een heldere en gestructureerde manier weergegeven. Problemen van alle soorten en maten komen aan bod. Voor ieder wat wils, zeg maar. Zo worden er werkboeken aangeraden om zelf mee aan de slag te gaan, maar ook het vragenuurtje van het STIP wordt toegelicht. De webpagina legt daarnaast de aanpak voor de individuele begeleiding kort uit, waarbij PSYNET komt piepen. Proactief wordt onder 'andere persoonlijke problemen' tevens het telefoonnummer voor wachtdienst huisartsen en apothekers gedeeld. Dit nummer dient om de dringende psychologische hulp op te vangen voor wanneer – om welke reden dan ook – de studentenbegeleiders niet bereikbaar zijn. Daarnaast kunnen er nog achttien verdere doorverwijzingen teruggevonden worden, verdeeld over zeven categorieën gaande van alcohol en drugs, rouw en verwerking tot eetproblemen en seksualiteit.

In één oogopslag is het duidelijk dat Blackboard exhaustiever is dan PSYNET. Die laatste leidt de UAntwerpen-student dan ook eerder op een dwaalspoor, of toch op z'n minst een serieuze omleiding zonder het adembenemende uitzicht. Het oude bekende, namelijk het eigen studenten-intranet biedt de meeste kansen om de uitgereikte hand met beide handen vast te grijpen. Wie dus weet waar te zoeken, zal niet op zijn honger blijven zitten.

 

Het belang van deze dienstverlening is niet te onderschatten. Psychische problemen zitten tenslotte niet zomaar tussen je twee oren, maar maken onlosmakelijk deel uit van het studentenleven. De sluier van het taboe moet dan ook dringend opgeheven worden met een pakkende, Warmste Weekwaardige bewustwordingscampagne. De spade van Universiteit Antwerpen is alvast stevig in de bodem gezet en zoals Bond zonder Naam het zegt: 'geluk is de oogst van hart-werk.'



22/11/2018
woordzoeker
🖋: 

Onder, boven, links en rechts, maar vooral ook dwars. Adagium van deze rubriek: wie zoekt, die vindt! Heb je alle woorden gevonden, dan blijft er een zin over.

D G A L V T I U L F E J T U P
R N A L E V I U D L E W K A T
C I M O E R A S F S O S P S D
O M R R M M I B O D T E O E K
N O O R D Z E E G A R N A A L
E R V K N E L I D S G A B S N
P T N U J A E S P A T B A M Q
A S R S A I V L D E E H T K U
R R O S C I L A K R I S C M T
T E O I J H N F D S U M T I I
I V H V X O A O O N F P M L L
K O E A O L E A A O A L P U A
E R O R N S D M P Z L U O E M
L H K L E D I N G F E E S W L
F A A R G O T O F M U N G A M

 

AGNOST KROON PUTJE
DRAAK KWELDUIVEL SCHAAP
DRUPPEL LICHT SOELAAS
FBE MAGNUMFOTOGRAAF STADSVIJVER
FLUIT MOERAS TSUNAMI
GELOOFLIJK MUMMIEPIEMEL VLAG
HOAX NEPARTIKEL WOLFSKLEED
KABBERDOES NOORDZEEGARNAAL ZAP
KLEDINGFEE OVERSTROMING  
KOEHOORNVORM PAPERS  
 
Stuur ons de overgebleven zin in een privébericht op Facebook. Op 3 december pikt een onwetende hand er de winnaar uit, die vrijkaarten zal krijgen voor het Bernstein clubconcert op 6 december in de Elizabethzaal, met VIP-ontvangst en rondleiding.


de do's en don'ts voor jobstudenten

22/11/2018
Camille Van Landegem
🖋: 

Als student heb je waarschijnlijk wel gehoord van Student@work, de applicatie die je toont hoeveel je in een jaar mag werken. In 2017 voerde de Belgische overheid een grote verandering door in dit systeem. Vanaf dat moment kunnen studenten 475 uur werken in plaats van 50 dagen. Dit maakt dat ze ook halve dagen of zelfs enkele uren ingezet kunnen worden en zo makkelijker meer kunnen werken. Hoewel dit een positieve verandering was voor menig werkend student, bleek Student@work toch een doorn in het oog van velen. De applicatie is niet altijd even duidelijk, waardoor veel jongeren met vragen blijven zitten over hoeveel ze nog mogen werken, verdienen en wanneer ze dit precies mogen verdienen.

Als student mag je 475 uur per jaar werken aan een verminderde belastingheffing. Mooi meegenomen, maar er zijn wel enkele addertjes — of regeltjes— onder het gras waarmee je rekening moet houden indien je niet in de problemen wilt komen. Je kan al deze regels terugvinden op de website van Student@work, maar deze blijkt toch vaak verwarrend te zijn. Aangezien het eind van het jaar in zicht is en je misschien wel bijna aan je 475 uur zit, bezorgen wij je alvast een infographic die voor duidelijkheid kan zorgen.

 

475 uur per jaar

Als student betaal je gedurende deze 475 uur slechts 2,71 procent belastingen, waardoor je nettoloon bijna hetzelfde blijft als je brutoloon. Niets houdt je tegen om meer te werken, maar wanneer je deze grens overschrijdt, zal je wel belastingen betalen zoals een gewone werknemer. Dat is meestal 13,07 procent. Je kindergeld verliezen doe je in dit geval niet, dat staat hier namelijk los van. Vraag ook even na bij je werkgever of die het toelaat jou te laten werken aan het verhoogde belastingtarief. Zij moeten namelijk ook wat meer betalen en niet iedere werkgever staat dit toe.

 

240 uur per kwartaal

Hier komt het eerste addertje onder het gras. De 475 uren die je mag werken in een jaar, moet je wel goed onderverdelen in kwartalen. Zo mag je maar 240 uur werken per kwartaal. Op deze regel zijn twee uitzonderingen waar je rekening mee dient te houden:

  • In het derde kwartaal (dit zijn de maanden juli, augustus en september) mag je de 240 urenregel overschrijden. Met andere woorden: je mag zoveel werken als je wilt (maar blijf onder de 475 uur als je geen extra belastingen wilt betalen). Men wil zo de studenten stimuleren om tijdens de zomervakantie een studentenjob uit te oefenen.
  • De tweede uitzondering geldt voor studenten in hun afstudeerjaar. In het jaar dat je afstudeert mag je namelijk niet over die 240 uur gaan in het derde kwartaal.  

Ga je er toch over, dan verliezen je ouders je kindergeld voor dat kwartaal. Als je het volgende kwartaal weer mooi onder de 240 uur blijft, dan krijgen je ouders terug kinderbijslag. 

 

Wat mag je verdienen?

Ook hier zijn regels aan verbonden die afhangen van de fiscale situatie van je ouders. Zijn je ouders gehuwd? Dan mag je maximaal 6.807 euro verdienen op een jaar tijd. Zijn je ouders gescheiden? Dan mag je meer verdienen, namelijk 8.620 euro. Zolang je als student niet meer verdient en je jezelf niet inlaat met bijvoorbeeld zwartwerk, zit je goed en kom je niet in de problemen. Ga je er toch over? Dan ben je niet meer 'ten laste' van je ouders en betalen zij meer belastingen. Dat betekent niet dat je zelf belastingen begint te betalen, daarvoor ligt het maximum op 11.043 euro.

De overschakeling van 50 dagen naar 475 uur was alvast een goede aanpassing. Als je nu maar drie uurtjes werkt ben je immers geen hele dag kwijt. Toch lijkt het systeem vaak ingewikkeld en zijn er uitzonderingen en extra regeltjes waar je rekening mee moet houden. Wil je absoluut zeker zijn dat je niet in de problemen komt met je attest? Je kan Student@work steeds via hun website contacteren met al je vragen. Download ook zeker de applicatie, dan kan je steeds checken hoeveel uren je nog mag werken. Zo voorkom je hopelijk een onaangename verrassing. 



blikopener

22/11/2018
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 
Auteur

De zeespiegelstijging en kustmoerassen leken aanvankelijk geen goede combinatie. De hypothese luidde dat hoe verder de zeespiegel stijgt, hoe meer kustmoerassen permanent zullen verdwijnen. Nieuw onderzoek toont echter aan dat onder invloed van een stijgende zeespiegel kustmoerassen juist kunnen floreren. In het beste scenario zullen er zelfs méér moerassen ontstaan. Dit nieuwe onderzoek werd gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift Nature. We spraken met professor Stijn Temmerman die Universiteit Antwerpen vertegenwoordigt in deze onderzoeksgroep. 

De publicatie in Nature komt niet uit de lucht vallen. De ICCT kwam even geleden met een onderzoeksrapport naar buiten over de gevolgen van de opwarming van de aarde. Een gemiddelde temperatuurstijging van anderhalve tot twee graden heeft desastreuze gevolgen voor Moeder Aarde. In de context van klimaatverandering vond het onderzoek van professor Temmerman en zijn collega's plaats.

Kustmoerassen komen voor in twee gedaantes: mangrovebossen in gebieden met een tropisch klimaat en schorren in gebieden met een gematigd klimaat. Indonesië heeft de grootste oppervlakte aan mangrovebossen ter wereld. Het in de buurt van Antwerpen gelegen Verdronken land van Saeftinghe is een voorbeeld van een schorgebied. 

De functie van kustmoerassen komt al vrij snel bovendrijven. “Noordzeegarnalen groeien voor een belangrijk deel van hun jonge levensjaren op in schorgebieden. Mangrovebossen zijn dan weer belangrijk voor krabben en tropische vissen”, vertelt de professor. Ook spelen kustmoerassen een belangrijke rol voor klimaatregulatie. “Mangrovebossen doen aan fotosynthese en halen zo CO2 uit de atmosfeer.”

 

Eigenlijk was er tot nu toe nooit een studie die de gevolgen precies kon uitrekenen en voor de hele wereld kon voorspellen.

 

De afgelopen decennia zijn er veel studies gewijd aan de invloed van de stijgende zeespiegel op kustmoerassen. “Maar geen enkele studie kon de gevolgen precies uitrekenen en voor de hele wereld voorspellen.” Iets dat Temmerman en zijn collega-onderzoekers nu wel is gelukt. Volgens voorgaande studies zou tegen 2100 negentig procent van alle kustmoerassen op aarde verdwenen zijn. “Wij komen tot de schatting dat tussen de nul en dertig procent dreigt te verdwijnen.”

Mangrovebossen en schorgebieden blijven namelijk niet passief afwachten hoe het water ze verder aan de lippen komt te staan. “Kustmoerassen hebben mechanismen waardoor ze zich kunnen aanpassen aan de zeespiegelstijging”, legt Temmerman uit. “Ze kunnen bijvoorbeeld ophogen of verder landinwaarts migreren. Die twee processen hebben we gemodelleerd en gesimuleerd op wereldschaal.”

(lees verder onder de afbeelding)

als de mens zich terugtrekt

Een schatting over het al dan niet verdwijnen van deze ecosystemen is niet het enige wat de onderzoeksgroep presenteert. “We laten ook zien dat de zeespiegelstijging niet zozeer het grootste probleem is.” Er hangt namelijk ook een menselijke component aan vast. “Bebouwing in kustgebieden zorgt ervoor dat kustmoerassen niet landinwaarts kunnen migreren. Het is dus van veel groter belang hoe wij als mens onze kustzones inrichten."

“We hebben het effect van bebouwing laten simuleren door een computermodel. Op deze manier hebben we een scenario bepaald en verondersteld dat de mens zich volledig zou terugtrekken uit dunbevolkte, laaggelegen kustgebieden. Dat is uiteraard niet realistisch, maar we wilden aantonen wat de gevolgen zouden zijn als de mens overal ter wereld kustmoerassen de ruimte zou geven. Uit de computersimulatie kwam naar voren dat er wereldwijd een toename van zestig procent aan kustmoerassen zou plaatsvinden."

 

Het is van veel groter belang hoe wij als mens onze kustzones inrichten.

 

meer overstromingen 

We raken nieuwsgierig naar de gebieden waar de kustmoerassen het meest belemmerd worden in hun migratiemogelijkheden en waar juist niet. “Je hebt de Waddenzee in Nederland, die loopt door tot in Duitsland en Denemarken. Daar zitten heel wat schorgebieden. Voor de Waddenzee ziet de toekomst er vrij goed uit. Er is namelijk voldoende sediment, voldoende zand en slib om de stijgende zeespiegel voor te blijven.”

Het kan ook anders: “De hele kust rond de Golf van Mexico bestaat uit mangrovebossen en schorgebieden. Daar voorspellen we veel verlies van kustmoerassen. Hierdoor zal er minder bescherming zijn tegen de stormvloed van orkanen met meer overstromingen tot gevolg.” 

Uiteraard zijn er ook rondom de Indische Oceaan kustmoerassen te vinden. De professor benoemt het laaggelegen Bangladesh. “Dat gebied ligt zo laag omdat het gelegen is in de grootste rivierdelta ter wereld; de delta van de Ganges en de Brahmapoetra samen. Daar bevindt zich het grootste mangrovebos ter wereld: de Sunderbans. Onze voorspellingen voor dit gebied zijn redelijk optimistisch.”

Desondanks zijn grote delen van deze delta reeds ingepolderd en ingedijkt, waardoor natuurlijke processen worden tegengehouden. Door drooglegging zal het land inzakken. “De lokale overheden zijn hiervoor cruciaal: wat gaan zij doen op het gebied van ruimtelijke inrichting van kustzones? Die keuzes zullen belangrijk zijn voor het behoud van de kustmoerassen.”



het laatste woord

22/11/2018
het laatste woord: kabberdoes (© Suzanne Roes | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘kabberdoes’.

Om maar met de deur in huis te vallen: een kabberdoes, of kabberdoeske in de Vlaamse spelling, is een hoerenkot. Zoveel directheid had je misschien niet verwacht, maar we konden niet anders. Een bordeel zet immers ook altijd alles wat je over de inhoud wil weten meteen op display.

Nu is het overigens niet zo dat een bordeel alle inhoud aan het woord kabberdoes geeft. Het betekent ook nog iets anders, namelijk een slecht aangeschreven kroeg. Of een kroeg slecht was, werd bepaald door een regeling die Napoleon in het leven had geroepen. In deze regeling deelde hij de herbergen, ofwel cabarets, in zijn land op in twaalf kwaliteitscategorieën. De laagste categorie in deze opdeling noemde hij “cabaret douze”, een woordencombinatie waar ons kabberdoeske vandaan komt.

Je zou je kunnen afvragen waarom een keizer zich bezighield met het categoriseren van alle herbergen in zijn land. Misschien vraag je je ook wel af of Napoleons penis weleens een dergelijk etablissement aan de binnenkant heeft gezien. Terechte vragen, alleen kunnen er over de tweede vraag lastig uitspraken worden gedaan. De eerste daarentegen is zeker een goede vraag, maar een die het regelresumé van de kleine generaal zelf al beantwoordt. Diezelfde Napoleon is ook verantwoordelijk voor het kadaster, ons meetsysteem, je achternaam en zo kan je nog wel even doorgaan. Een echte regelfreak dus.

Die regelfreak schuilt ook in ons. Het ongegeneerd categoriseren van onze hedendaagse horeca doen we nog altijd, al is het maar om onze arme medestudenten te redden van slechte koffie. De zin, aangesterkt met de gebruikelijke superlatieven en vergelijkingen, rolt ondertussen waarschijnlijk al over je tong: “Die koffiebar moet je echt vermijden, het levenloze drabje dat daar wordt geserveerd, zou ik mijn plant nog niet geven!” Met die uitlating schuift de koffiebar vervolgens langzaamaan naar de onderkant van de onofficiële koffiebarranking, om nooit meer binnengelopen te worden. Napoleon zal trots op je zijn.

Maar goed, genoeg over koffie, je wilt natuurlijk weten of het woord zelf in de kabberdoes nog bekend is. In dat geval wordt het hoog tijd om eens een veldonderzoek uit te voeren. 



online seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren

22/11/2018
think before you post (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Onze universiteit levert onderzoek van de bovenste plank, zo bewijst de Vlaamse PhD-cup. De helft van de finalisten werd namelijk vertegenwoordigd door UAntwerpen. Halve-finaliste Kathleen van Royen voltooide in 2017 haar doctoraat over seksueel grensoverschrijdend gedrag bij jongeren op sociale media. 

monitoring van socialemediagedrag

De grondslagen van haar doctoraatstudie werden gelegd binnen een groter overkoepelend project, AMiCA (Automatic Monitoring for Cyberspace Applications, nvdr.). Dit was een groot project om verschillende kritieke situaties, waarmee jongeren op sociale media in aanraking komen, automatisch te monitoren. Dit kon gaan over cyberpedofilie, zwaar pestgedrag of zelfs suïcidale berichten. Het was de bedoeling om het werk van de moderatoren te verlichten door alarmerende situaties op te sporen aan de hand van automatische tekst- en beeldanalyse.

AMiCA sprak Kathleen meteen aan en zij richtte zich op het seksueel getinte grensoverschrijdend gedrag op sociale media. “Mijn onderzoek was niet specifiek gericht op het onderzoeken van de socialenetwerksites, maar wel op hoe jongeren sociale media gebruiken en welk grensoverschrijdend gedrag ze hierop tegenkomen”, legt ze uit. Voor de meerderheid was dit Facebook. Ondertussen is hier wellicht een kleine verschuiving in, aangezien het onderzoek drie jaar geleden plaatsvond.

 

de grenzen voorbij

Het seksueel grensoverschrijdend gedrag werd dus onder de loep genomen. Kathleen werd een aantal jaar terug gechoqueerd door een toenmalige oprichting van zogenaamde ‘hoerenpagina’s’. “Op Facebook werden er toen openbare pagina’s opgericht met onschuldige foto’s van meisjes. Die pagina werd dan gedoopt als ‘de hoeren van Antwerpen’ of ‘de hoeren van Brugge’. Die pagina’s werden niet meteen verwijderd door Facebook”, vertelt ze. 

“Dit seksueel getint online gedrag gaat de sociale limieten voorbij. Ik wou weten hoe dit zich kan ontwikkelen en hoe dit voorkomen kan worden.” Het was cruciaal in het onderzoek om de stem van de jongeren mee te nemen. Daarnaast werd nagegaan wat de rol kan zijn van sociale media ter preventie, detectie en respons op zo’n soort gedrag van jongeren. 

Om dit te analyseren deed Kathleen enerzijds kwalitatief onderzoek, zoals interviews in focusgroepen. Anderzijds wilde ze door middel van bevragingen meten hoe dit zich manifesteerde. Later probeerde ze de jongeren ook te sensibiliseren in hun postgedrag, door een ‘denk na voor je post’-bewustwording te testen bij hen.

 

preventie en reactie

Socialemediasites kunnen echt een rol hebben om preventief in te grijpen, door te werken met pop-up berichtjes, stelde Kathleen vast. “Niet alleen voorkomend, maar ook reactief kan er ingegrepen worden. Momenteel reageren ze erg weinig als er een melding wordt gemaakt van ongepast gedrag”, aldus Kathleen. “Wij hebben gezien dat dit in maar een derde van de gevallen is. Wij – en natuurlijk de jongeren ook – waren hier erg misnoegd over. Ik kan begrijpen dat de moderatoren een enorme overload aan werk hebben”, gaat ze verder, “Hier kunnen echter de automatische detectiesystemen van pas komen, die AMiCA ontwikkelde.”

Deze systemen kunnen grensoverschrijdende inhoud opsporen en zo kan die overload aan meldingen geminimaliseerd worden. Op deze manier kan er een onderscheid gemaakt worden tussen welke boodschappen prioritair ongepast zijn en welke onmiddellijk verwijderd moeten worden. 

 

We kunnen natuurlijk niet beginnen te censureren, maar ze wel laten stilstaan bij wat ze posten om hun impulsiviteit te doorbreken.

 

Socialemediasites zouden meer moeten doen om jongeren te beschermen, vindt de doctoranda. Zo kunnen ze preventief grensoverschrijdende berichten detecteren en jongeren doen stilstaan bij de gevolgen van hun post door middel van een melding. “Je kan dit vergelijken met een paswoordfeedback, die aangeeft hoe sterk je wachtwoord is. Zo krijg je voordat je op ‘enter’ drukt een melding.” Een bedenking hierbij is dat dit toch gepost kan worden. “We kunnen natuurlijk niet beginnen te censureren, maar ze wel laten stilstaan bij wat ze posten om hun impulsiviteit te doorbreken”, licht ze toe.

 

geen vrij spel

“Vaak hebben jongeren het gevoel dat ze in hun eigen wereld zitten, maar ze moeten beseffen dat er ook op sociale media normen gelden. Het is geen freezone, er iets gemeen zeggen is even kwetsend dan als je het zegt in iemands gezicht”, zegt Kathleen. De bedoeling is om op de juiste plaats en op het juiste moment de jongeren extra na te laten denken.

Kathleen verwacht niet dat Facebook dit direct zal gebruiken. Ketnet Community of Messenger Kids, waarop kinderen een profiel kunnen aanmaken, zouden dit daarentegen eerder kunnen implementeren. “Zo kunnen we samen werken aan de bewustwording van kinderen", legt ze uit. “Het is geen omgeving waar je zomaar alles kan doen en iedereen kan kwetsen. De look en feel van de sites zouden ook aangepast kunnen worden om meer empathie op te wekken.”

Dit kan via nudging – mensen in een bepaalde richting sturen – bijvoorbeeld door bepaalde kleuren te gebruiken. “En een algoritme dat empathie opwekt, alhoewel dat misschien een beetje dromerig klinkt. Een ander voorbeeld van zo’n nudge kan zijn dat je positieve, empathische boodschappen vaker laat zien.”

 

proef op de som

Eerst werd er met jongeren samengezeten om te praten over wat zij tegenkwamen op sociale media en wat zij van Facebooks acties verwachten. Vervolgens werd er een bevraging gedaan bij meer dan duizend jongeren van elf tot en met negentien jaar. Eén vraag was of zij iets ongewenst, seksueel grensoverschrijdend hadden meegemaakt de afgelopen zes maanden en of zij dat hadden gemeld.

Uit die informatie kwam naar voren dat jongeren wel hun autonomie willen behouden, maar anderzijds vragen om meer na te denken voor het posten. “Vanuit deze piste zijn we gekomen tot de pop-upboodschappen en hebben we hiermee een experiment gedaan”, verklaart de doctoranda. “We hebben een situatie opgesteld, waarbij zij op een neppe socialenetwerksite zaten en dan lokten we grensoverschrijdend gedrag uit, waarop een pop-upberichtje getoond werd.” 

 

Het was zeer effectief te stellen dat bijvoorbeeld hun ouders mee konden kijken naar wat zij deden.

 

Het bleek dat dit wel degelijk een effect had. De jongeren apprecieerden dit, maar op lange termijn vonden ze die herhaling wel wat vervelend. “Er circuleerden drie soorten pop-ups”, aldus Kathleen. “Een eerste was het feit dat er iemand meekijkt. Hun ouders konden zo bijvoorbeeld meekijken naar wat zij deden. Als tweede werd er als waarschuwing gegeven ‘dit bericht kan kwetsend zijn, ben je zeker dat je dit wil posten?’. Het laatste was dat anderen het bericht zouden afkeuren.”

 

voorstel van verzet

Er was een daling te zien in het aantal jongeren dat de intentie had om die zaken te posten. Dat is absoluut een fantastische vaststelling. “Bij websites waar ook spelletjes worden gespeeld met chatruimtes, ben je natuurlijk nog anoniemer en wordt de drempel lager om zomaar te zeggen wat er in je opkomt. Dit bevordert zo’n soort gedrag. Socialenetwerksites werken dit in de hand en moeten daarom ook deel van de oplossing zijn.”

Kathleen is ervan overtuigd dat websites zo’n gedrag kunnen counteren. “Door de triggers aan te pakken, kunnen we het proces omkeren, namelijk zodat jongeren zich minder anoniem voelen, meer controle ervaren en beseffen wie er allemaal meekijkt.”