of toch niet?

02/05/2019
we hebben een supercomputer! (© Lie Van Roeyen | dwars)
🖋: 

Begin 2019 verschenen er in de media berichten dat UAntwerpen samen met het onafhankelijke onderzoekscentrum IMEC de krachtigste supercomputer van het land had aangeschaft. Wij raakten nieuwsgierig en stuurden onze verantwoordelijke IT samen met een computerleek uit onze redactie naar de buitencampus om dit verder uit te zoeken. Kurt Lust, consultant voor de high performance computers van CalcUA vertelde ons meteen dat de nieuwe computer helemaal niet zo ‘super’ is als de media beweren.

Wanneer is een computer ‘super’? “De norm voor supercomputers evolueert voortdurend. In 1977 werden de weersvoorspellingen gedaan met een supercomputer. Als je dat toestel vergelijkt met de eerste iPhone dertig jaar later dan blijkt dat die smartphone krachtiger is", schetst Lust, "toch noemt niemand een iPhone een supercomputer. Het nieuwe toestel dat dit jaar is aangeschaft, een Nvidia DGX-2, heeft zestien speciale chips om op te rekenen.” Vervolgens wordt duidelijk waarom dit geen supercomputer is. “De krachtigste computer ter wereld van dat type heeft 27648 dergelijke chips. Als je meer dan duizend keer trager bent dan de snelste, is het moeilijk om nog van een supercomputer te spreken.”

 

De norm voor supercomputers evolueert voortdurend.

 

Supercomputers zijn er vooral om complexe berekeningen op uit te voeren. De Nvidia DGX-2 is overigens niet de enige ‘supercomputer’ die op onze universiteit ingezet wordt. “We hebben bij CalcUA twee clusters: de oude heet Hopper, naar Grace Hopper, die volgens een anekdote de term 'computer bug' introduceerde toen haar team een mot vond in hun computer. De nieuwere cluster heet Leibniz. Zo'n cluster is een groep van speciale kleinere computers, zogenoemde nodes, die efficiënt kunnen samenwerken over een supersnel netwerk. Leibniz heeft ongeveer 150 van zulke nodes.”

Het gaat echter niet alleen om het aantal nodes waar een cluster uit bestaat. “Om te bepalen hoe krachtig een computer is, testen experts hoeveel berekeningen hij per seconde kan uitvoeren. Dit noemen we FLOPS (floating point operations per second, nvdr.). De clusters van de universiteit halen zo ongeveer 0,1 petaFLOPS." (0,15 voor Leibniz, 0,07 voor Hopper). Omgerekend zijn dit 100 000 000 000 000 FLOPS, best veel dus.

 

goochelen met cijfers

Hoe snel is het jongste exemplaar precies? “Van de nieuwe DGX-2 wordt gezegd dat hij tot 2 petaFLOPS haalt, maar dat zijn niet dezelfde FLOPS. Om te kunnen vergelijken moet je hetzelfde soort bewerkingen doen met gelijkaardige getallen. Om aan dat hoge cijfer te komen, worden kleine getallen en 'gemakkelijke' bewerkingen gebruikt. Als je de standaard volgt, dan wordt het resultaat opeens zestien keer lager.” Bovendien zijn FLOPS maar een deel van het verhaal, vertelt Lust. “Je moet niet alleen bewerkingen doen, je moet bijvoorbeeld ook je gegevens kunnen bijhouden. Daarvoor is er het RAM-geheugen en de permanente opslag. De DGX-2 heeft wel een snellere permanente opslag, maar hij heeft een stuk minder capaciteit, zo'n 30TB. De capaciteit van CalcUA is nu 100TB en wordt waarschijnlijk nog uitgebreid naar 500TB.”

 

supergebruikers

We hebben al deze hoogwaardige technologie, komen er dan elke dag mannetjes met kromme ruggen naar UAntwerpen om de hele dag berekeningen uit te voeren? "Nee hoor. De clusters worden gebruikt voor allerlei onderzoeken aan de universiteit. De grootste groep gebruikers komt uit de exacte- en ingenieurswetenschappen, maar ook uit de psychologie of sociale wetenschappen komen gebruikers aankloppen die grote datasets moeten verwerken. De meestgebruikte toepassing zijn simulaties. De nieuwe DGX-2 daarentegen is specifiek ontworpen om moderne AI-systemen, specifieker neurale netwerken, uit te voeren.” (Neurale netwerken zijn een techniek geïnspireerd op de werking van het brein, nvdr.)

 

Je zou een subtropisch zwembad naast de universiteit kunnen zetten en daarmee op energie besparen.

 

We horen en lezen steeds vaker dat AI de toekomst is op het gebied van technologie. “Artificiële intelligentie trekt inderdaad veel aandacht naar zich toe omdat het nieuw is”, vertelt Lust, “je moet altijd iets hebben om te verkopen hè. Neurale netwerken zijn sterk in onder andere spraak- en beeldherkenning, maar dat is gewoonlijk slechts een klein onderdeel van een project. Er is zelfs weinig vraag naar aan onze universiteit.”

 

superverbruik

Dan is er nog het stroomverbruik. “CalcUA verbruikt in totaal ongeveer 100 kiloWatt. De DGX-2 zit rond de 10 kiloWatt. Het belangrijkste is dat dit vermogen goed gebruikt wordt”, benadrukt Lust, “de gebruikers moeten hun taken op voorhand klaarzetten zodat de capaciteit goed verdeeld kan worden. Het helpt ook als de gebruikers efficiënte programmacode uitvoeren. In grotere rekencentra moeten gebruikers aantonen dat ze daartoe in staat zijn. CalcUA doet dat niet, we willen het graag laagdrempelig houden.” 

“Om het verbruik omlaag te halen wordt tegenwoordig bij supercomputers meer en meer waterkoeling gebruikt”, vervolgt de consultant, “nieuwe systemen kunnen al koelen met water tot 35 graden. Dit is enorm voordelig omdat het water niet meer apart gekoeld moet worden. Het water dat buitenkomt is dan 45 graden en kan nog gebruikt worden voor verwarming. Je zou een subtropisch zwembad naast de universiteit kunnen zetten en daarmee energie besparen.”



editoriaal

02/05/2019
80-20 (© Alex Noels | dwars)
🖋: 
Auteur

In de naam van journalistiek (en for the fun of it) heb ik voor een webreeks een maand lang plastic afgezworen. Een flinke uitdaging waarbij specifieke producten als yoghurt en toiletpapier meer dan de helft van mijn energie en tijd opslokten. Toch was het grootste deel simpel, snel en niet duur.

Het deed me denken aan de 80-20-regel die een goede vriend in mijn leven heeft geïntroduceerd. De regel komt erop neer dat met een klein deel van de oorzaken, een groot deel van de gevolgen kan worden verklaard. Schoonmaken was zijn favoriete toepassing: je kan tachtig procent schoonmaken met twintig procent van de energie. Het laatste beetje vuil kost veel meer energie om weg te krijgen en kun je voor het zicht net zo goed laten schieten. Ik zal er maar niet bij vertellen dat hij in een keuken werkte.

Deze 80-20-verhouding is niet helemaal nieuw. Bekend als het Pareto-principe wees het eerst en vooral op het sociaaleconomische fenomeen dat tachtig procent van het bezit in de handen van twintig procent van het volk ligt, maar blijkbaar is het op van alles toepasbaar. Als studenten deze regel omarmen, kunnen ze hun stress en faalangst misschien vaarwel zeggen: denk aan die ene paper waar je met weinig moeite iets fatsoenlijks kan neerzetten, maar tegen beter weten in besluit om eerst al je energie in overmatig bronnenonderzoek te steken. Of dat examen waarvan je negen van de tien hoofdstukken snapt en toch meer tijd besteedt aan dat laatste moeilijke hoofdstuk dan aan de rest bij elkaar. 

Toch, dit is de laatste dwars waar ik mijn handtekening onder zet en ik ben te trots om daar niet honderd procent voor te gaan. Voor sommige van jullie juni-examens zal dit vast ook gelden. Misschien dat ik vanaf de zomer naar 80-20 switch. Vijfentwintig jaar is te jong om met pensioen te gaan, maar zo’n 80-20-leventje klinkt niet verkeerd!



de wereldverbeteraar

02/05/2019
de wereldverbeteraar 2.0 (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

De mug die om je oor zoemt als je probeert te slapen toont geheel onbaatzuchtig aan dat je nooit te klein bent om een wereld van verschil te maken. In de aula komt de student in aanraking met kleine en grotere problemen uit het dagelijkse leven: gebrek aan koffie, verloren versnaperingen en professoren die zijn vergeten hoe het is om student te zijn. Van tijd tot tijd nemen de frustraties zulke proporties aan dat de toogfilosoof uithangen in een troosteloos bruin café niet meer volstaat. In elke dwars kaart de wereldverbeteraar daarom een concreet probleem aan uit het studentenleven. Oplossingen groeien immers soms gewoon aan de bomen, als je maar naar boven durft te kijken om ze op te merken.

Waarom vandaag doen wat je morgen ook kunt doen? Waarom zou ik vandaag stofzuigen als ik ook broodnodige vitamine D kan opdoen in de zon? De keuze tussen aan die ene paper beginnen of het bingewatchen van een nieuwe serie op Netflix is snel gemaakt. Ook dat ene shopuitje of werken aan mijn conditie gaan vanzelfsprekend voor. Mens sana in corpore sano, nietwaar? Uitstellen zit in ons bloed, dus niet toevallig ben ook ik weer te laat aan dit schrijfsel begonnen. Ik zorg voor de ‘pro’ in procrastineren, want what is life without a little risk? 

Daarbij, morgen is er weer een nieuwe dag en na mijn naam boven mijn verder leeg Worddocument te hebben gezet, heb ik écht wel weer wat pauze verdiend. Bovendien kregen we met de paplepel mee dat volwassenen alle wijsheid in pacht hebben. Onvermijdelijk zijn we dan ook 'ouder' met 'wijzer' gaan associëren, waardoor die grote taak uitstellen tot het allerlaatste moment een natuurlijke reflex is geworden. Tegen het moment dat we dan eindelijk achter onze computer plaatsnemen om in een Guinness Book recordtijd duizenden woorden neer te pennen, hebben we namelijk alweer wat meer levenswijsheid en kennis bij elkaar gesprokkeld.

 

Je stopt het ding dat je, liefst figuurlijk gezien natuurlijk, dood kan maken gewoon tussen je tanden.

 

De gezonde dosis stress die met elke daad van uitstelgedrag vergezeld gaat, geeft je – net zoals de vele Red Bull die je op dat soort momenten achteroverslaat – vleugels. Er gaat een zekere spanning uit van het balanceren tussen je beste schrijfsel ooit produceren en door de prestatiedruk net faliekant mislukken. Eeuwige roem of een tweede zit, wie zal het zeggen? Het is als een drug, want everything that kills me makes me feel alive! Je stopt het ding dat je, liefst figuurlijk gezien natuurlijk, dood kan maken gewoon tussen je tanden, maar je geeft het niet de macht om je te doden. De mooiste diamanten worden ook gemaakt onder hoge druk. Die deadline die je steeds meer dreigt te verstikken naarmate de tijd wegtikt: het is eigenlijk een godsgeschenk. Cool cool cool cool!

Of toch niet? Uitstellen is allemaal grappen en grollen tot dat ineens niet meer het geval is. Donkere en moeilijke tijden liggen in het verschiet en in de aanloop naar deze zomerse examenreeks komen we allemaal voor de keuze te staan tussen wat goed en wat gemakkelijk is. Denken dat die inspiratie voor je thesis na al die weken toch écht zal komen na er nog één nachtje extra over geslapen te hebben, allemaal goed en wel. De stress van een dichterbij komende deadline kan je echter evengoed onherroepelijk doen neerstorten, zoals de nabijheid van de zon ook Icarus' val inluidde. Je hebt immers uitstellen en uitstellen uitstellen. Niet iedereen gedijt goed in deze habitat van continu opbouwende stress en een allesverterend schuldgevoel over je onverbeterlijk uitstelgedrag. ‘Fear cuts deeper than swords’, zoals Arya Stark het pakkend verwoordde.

De controle glipt door onze vingers, waardoor velen dreigen ten onder te gaan aan de niet meer te bezweren faalangst. Quarterlifecrisissen en burn-outs vallen ons studenten dan ook steeds vaker ten deel. In plaats van een achtbaan die alleen maar naar boven gaat, is het de variant die met een allesvernietigende kracht en zonder noodrem recht het ravijn inrijdt, met als enig mogelijk resultaat die verlossende finale klap. Extreme situaties vergen dan ook extreme maatregelen, waaraan Universiteit Antwerpen makkelijk haar steentje kan bijdragen door wat onderzoeksgeld te pompen in de ontwikkeling van een (letterlijk) levensbepalende app.

 

Keuzevrijheid is toch maar een recht dat ferm overschat wordt.

 

Deze Levensplanner neemt in diens planning automatisch vanuit Blackboard en SiSA examens en deadlines voor papers over, zodat je niet wegkomt met technieken als ‘blijven ontkennen, gewoon blijven ontkennen’ en 'als ik er niet over praat, bestaat het ook niet'. Ook je hobby’s, verplichte huishoudelijke klusjes, nodige uren slaap en sociale contacten worden ingecalculeerd. De Levensplanner zegt je elke minuut van de dag wat je moet doen: studeren voor dat ene vak dat je ‘uit het oog verloren was’, een wc-pauze van twee minuten en 22 seconden nemen of obligatoir lekker ontspannend gaan wandelen in het park om je hoofd leeg te maken. Een loeiend alarm gaat af wanneer je je niet netjes aan je schema houdt, shame shame shame! Bij recidivisme loop je het risico je toegang tot Facebook of Instagram kwijt te raken. Keuzevrijheid is toch maar een recht dat ferm overschat wordt. Voortaan geen gemiste afspraken of te weinig tijd meer, een uitstelloze wereld is geboren.



de mogelijkheden voor je uitgestippeld

02/05/2019
student met geldzorgen (© Natasja Van Looveren | dwars)
🖋: 

Het STIP: Voor veel studenten klinkt het bekend in de oren. We kunnen er terecht voor informatie over onze studie en eventuele studiebegeleiding, maar we maken nog vaker gebruik van de diensten die ze aanbieden. Denk maar aan sporten met je UAntwerpen Plus Pass of een lunch in de komida, ook dat zijn werkvelden van het STIP. Wat je misschien nog niet weet, is dat je er ook ondersteuning kan krijgen op financieel gebied. Heb je problemen met rondkomen tijdens je studie? Is je financiële situatie gewijzigd? Of anders gezegd: heb je financiële zorgen? Dan kan het STIP misschien iets betekenen voor jou!

 

We gingen in gesprek met de heer Koenraad Keignaert, departementshoofd Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten aan UAntwerpen. De dienst is bezig met een surveyonderzoek om een goed beeld te krijgen over hoe studenten de dienstverleningen van het STIP ervaren. Tevens wil de dienst te weten komen hoe het staat met de bekendheid van het STIP onder de studenten. Koenraad is ervan overtuigd dat zeer weinig studenten op de hoogte zijn van wat de dienst Studentenvoorzieningen voor hen financieel kan betekenen, en wil dit graag anders zien. “Ik heb de indruk dat wij een grote groep studenten missen die niet beseft dat wij er zijn. Ik denk dat veel studenten zich aan de poort van de universiteit wegcijferen en denken dat studeren te duur is.” Aan de hand van een aantal concrete vragen proberen we een duidelijk beeld te schetsen van de hulp die de Sociale Dienst kan bieden.

 

Wie kan zich beroepen op de financiële ondersteuning door de dienst Studentenvoorzieningen?

Eerst en vooral is het belangrijk om te weten dat je slechts in aanmerking komt voor de financiële ondersteuning als je in bezit bent van de Belgische nationaliteit of hieraan gelijkgesteld bent. Wat wil dat nu concreet zeggen voor studenten met een andere nationaliteit? Indien je over de zogenaamde E kaart beschikt, voldoe je ook aan de nationaliteitsvoorwaarde. Veel Nederlandse studenten die hier studeren hebben bijvoorbeeld zo'n E kaart. Wanneer je een andere nationaliteit hebt en geen E kaart, is het nog steeds mogelijk om een beroep te doen op de zogeheten ‘noodhulp’.

 

Biedt de Sociale Dienst dan ook hulp aan studenten die niet in aanmerking komen voor een reguliere beurs?

Indien je geen ‘beursstudent’ bent en bijgevolg dus geen studietoelage van de Vlaamse Overheid ontvangt, kom je hoogstwaarschijnlijk niet in aanmerking voor de toelage van de Sociale Dienst. Er zijn dus wel een aantal regels omtrent de financiële hulp, maar je kan altijd langskomen en je situatie uitleggen: het STIP bekijkt elke situatie afzonderlijk.

 

Welke stappen moet een student die gebruik wil maken van deze hulp nemen?

Je kan steeds vrijblijvend meer informatie verkrijgen aan het STIP informatiepunt. De medewerkers van de financiële dienst zullen dan, indien je dit wenst, een afspraak met je vastleggen. Tijdens dit gesprek wordt jouw persoonlijke financiële situatie besproken. Woon je samen? Zit je op kot? Heb je een studentenjob? Krijg je financiële ondersteuning van je ouders? Ontvang je andere toelagen? Dit zijn allemaal zaken die worden behandeld. Ook zul je een aantal documenten moeten aanleveren. Het is ook belangrijk dat er rekening gehouden wordt met je studievoortgang. Eens dit dossier 'financiële tussenkomst' volledig in orde is, wordt een bedrag aan je voorgelegd waar je aanspraak op mag maken. Dit bedrag wordt in één keer overgemaakt en je bent zelf verantwoordelijk om hier verstandig mee om te gaan.

 

Kan je als student dan autonoom beslissen waaraan je dat geld uitgeeft? Of is er een zekere vorm van controle door de Sociale Dienst?

De dienst probeert een persoonlijke aanpak te hanteren en is ervan overtuigd dat zij die een toelage krijgen, deze echt nodig hebben. Dus neen, studenten moeten niet achteraf ‘op controle’ komen.

 

Hoeveel bedraagt deze financiële hulp?

Het maximumbedrag voor een pendelstudent is 1830 euro per jaar. Voor een student die op kot zit, ligt dit bedrag op 2290 euro. Let op: dit zijn de maximumbedragen. Om het bedrag te bepalen waar een student aanspraak op kan maken, wordt opnieuw gekeken naar het dossier 'financiële tussenkomst'.

 

Wanneer moet de aanvraag voor een toelage ten laatste ingediend worden? 

De deadline ligt op 1 mei, maar vanaf de start van het nieuwe academiejaar verwerkt de dienst opnieuw aanvragen. Belangrijk om mee te geven, is dat er best wel wat papierwerk aan te pas komt. Je zal onder andere het formulier van gezinssamenstelling, de berekeningsnota van de belastingen, de examenuitslagen van het laatst gevolgde studiejaar in het hoger onderwijs en alle uittreksels van het voorgaande jaar waar kinderbijslag op vermeld staat, moeten inleveren. Het is dus zeker aangeraden om hier tijdig aan te beginnen.

Voor meer informatie kan je terecht bij het STIP op de Stadscampus (gebouw E) en op Campus Drie Eiken (gebouw G).

 


de angst waarover niet gepraat wordt

02/05/2019
falen is geen optie (© Alex Noels & Vanessa Nicole Peña | dwars)

Er wordt altijd gezegd dat de studententijd de beste tijd van je leven is: je hebt enorm veel vrije tijd, weinig verantwoordelijkheden en elke dag is een feest. Is dat wel zo? Studeren is meer dan pinten drinken op café of series bingewatchen, het kan ook enorm veel angst en stress met zich meebrengen. Met de examens in het vooruitzicht besloot dwars om eens na te gaan hoe stressvol het studentenleven echt is. En toen stuitten we op een probleem: het taboe.

Bijna 400 studenten vonden ondanks de naderende deadlines en examens de tijd om ons inzicht te geven in hun psychische gezondheid. De ene faculteit deed dit al wat gretiger dan de andere. Met 20,9% heeft Letteren en Wijsbegeerte het grootste aandeel in onze resultaten en met 80% vrouwelijke respondenten kunnen we natuurlijk niet voor héél de studentenpopulatie spreken. Uiteraard niet, want wie beslist er om vragen te beantwoorden over een onderwerp als faalangst? Juist ja, diegenen die er iets over te zeggen hebben. Of beter: diegenen die iets willen zeggen. Veel studenten kampen met deze angst, maar slechts weinige van hen durven ze te uiten. 

Dat faalangst niet besproken wordt, betekent niet dat het niet bespreekbaar moet worden, want een probleem is het zeker. 377 studenten laten weten dat angst om te falen invloed heeft op hun leven. Sommigen ervaren faalangst elke dag, anderen slechts af en toe. Ze kampen met verschillende klachten zoals gewichtsverlies, uitstelgedrag, overgeven, slaapproblemen of zelfs een burn-out en depressie. Stress maakt duidelijk deel uit van het studentenleven: 45% van de studenten ervaart voortdurend stress tijdens zijn of haar studententijd en nog eens 47% haalt aan periodes van stress door te maken. Met 92% hebben bijna alle respondenten last van stress. Dit zijn zeer verontrustende cijfers. Kampt er echt zo’n groot percentage van de studenten met stress en faalangst? Of hebben echt enkel de mensen die er meer over willen vertellen onze vragen beantwoord?

 

Het uiten van faalangst voelt voor mannen meer als een taboe.

 

Om hier een antwoord op te krijgen, zochten we contact met Sara Backx, studentenbegeleidster op de Stadscampus en Campus Drie Eiken. Zij ziet een taboe over faalangst en geeft aan dat dit een mogelijke verklaring is voor de bias bij onze respondenten. In opleidingen waar een grote competitiviteit heerst en bij bepaalde studies met status bestaat volgens haar een onevenwicht tussen faalangst en bespreekbaarheid. Backx merkt echter niet alleen een verschil op tussen de opleidingen, maar ook tussen mannen en vrouwen.

 

a girl thing?

We kunnen de oververtegenwoordiging van het vrouwelijke geslacht in onze steekproef dus ook zien als iets anders dan een slechte representatie van de studentenpopulatie. Het zou er ook op kunnen wijzen dat vrouwen meer faalangst hebben. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt al dat vrouwen in het algemeen meer last hebben van angststoornissen dan mannen. Geldt dat dan ook voor faalangst? Sara Backx denkt alvast van wel. “Het klopt dat vrouwelijke studenten meer gebruik maken van ons aanbod. Toch denk ik niet enkel dat vrouwen er meer last van hebben, maar ook dat het voor vrouwen minder taboe is om last te hebben van faalangst en stress.”

De 62 mannelijke respondenten tonen zich inderdaad een tikje geruster. 29% van hen geeft aan zelden of nooit last te hebben van faalangst. Dit lijkt misschien weinig, maar als je het vergelijkt met de 10% relaxte dames is het verschil treffend. Zouden vrouwen dan echt meer stress ervaren in hun studententijd? Of hangt er inderdaad gewoon een taboe rond de kwestie, vergelijkbaar met gedragsregels als ‘mannen mogen niet huilen’? We vroegen het aan een van onze mannelijke respondenten. “Ik denk dat van mannen vandaag nog steeds wordt verwacht dat ze hun competitiviteit uiten, waardoor ze zich minder snel kwetsbaar zullen opstellen uit angst om te gevoelig over te komen. Hoewel mannen en vrouwen volgens mij evenveel faalangst ervaren, voelt het uiten van die gevoelens voor mannen meer als een taboe." 

 

gezonde stress

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel. Ondanks de genoemde onrustwekkende verschijnselen spreken sommigen ook van ‘gezonde stress’. Een vierde van onze respondenten slaagt erin faalangst om te zetten in een positieve drijfveer voor zijn of haar studies. Hun angst zet hen aan om sneller aan een taak te beginnen of sneller achter de boeken te kruipen. Helaas lukt dit voor de meeste respondenten naar eigen zeggen niet. Meer dan de helft laat weten dat het hun studies op een negatieve manier beïnvloedt. Dit is dus ‘ongezonde stress’, en dat kan je in sommige gevallen letterlijk nemen. 47 respondenten geven aan last te hebben van psychosomatische klachten, oftewel fysieke klachten met een psychische oorzaak. Dit uit zich bijvoorbeeld in een verhoogde hartslag, een misselijk gevoel, chronisch hyperventileren, hoofdpijn of fysieke vermoeidheid. 

 

De druk om met de buren te kunnen kletsen over de goede prestaties van je kind wordt steeds hoger

 

Een verschijnsel dat vaak aan stress gekoppeld wordt, is uitstelgedrag. Bijna 59,2% van onze respondenten geeft aan hier last van te hebben. Wil dit dan zeggen dat er een verband is tussen uitstelgedrag en faalangst? 38,7% van onze respondenten denkt van wel, 40,6% denkt van niet. Als we kijken naar de respondenten die hun studententijd als 'niet stressvol' bestempelen, zien we echter dat zij evenveel uitstelgedrag vertonen als studenten die wel stress ervaren. De link tussen stress en uitstelgedrag is dus niet zomaar te leggen.

 

verwachtingen van de wereld

Psychosomatische klachten, uitstelgedrag, paniekaanvallen of panische huilbuien, dat is natuurlijk niet wat een ambitieuze student wil laten zien. Studenten hebben het idee dat alles altijd goed moet gaan en die druk blijkt hoog. 30% van de respondenten geeft aan last te hebben van faalangst wanneer ze weten dat iemand hen beoordeelt. Dit gaat vaak gepaard met een incompetent of onzeker gevoel, zo blijkt ook uit de enquête. Ze denken bijvoorbeeld taken fout te interpreteren, cursussen verkeerd te studeren of gewoon niet te weten hoe ze aan een opdracht moeten beginnen. Met andere woorden, ze zijn bang om resultaten te leveren die niet beantwoorden aan de verwachtingen van de prof. 

Sommige respondenten geven aan dat ze, naast professoren, vooral hun ouders niet willen teleurstellen. Vaak drukken ook ouders impliciet - en soms expliciet - bepaalde verwachtingen uit: wat ze willen dat hun kind bereikt of waar ze willen dat hun kind terechtkomt in de wereld. Maar soms lijken de verwachtingen van ouders zo ver buiten bereik te liggen, dat dit enorm veel angst en stress met zich meebrengt. Een van onze respondenten geeft bovendien aan dat niet enkel de te hoge verwachtingen van ouders een probleem vormen. Ook de druk die de maatschappij op de student uitoefent, wordt als enorm ervaren. “Tegenwoordig is het niet meer goed genoeg om gewoon hogeschool te volgen of een beroep uit te oefenen waarvoor geen bachelor of master nodig is. De druk om met de buren te kunnen kletsen over de goede prestaties van je kind wordt steeds hoger.” Studenten die hun ouders niet willen teleurstellen, leggen vaak voor zichzelf de lat te hoog. Niet per se omdat ouders het verwachten, maar omdat de studenten denken dat ze het verwachten. Prestatiedruk en faalangst lijken dus afhankelijk te zijn van de verwachtingen van anderen of van wat de student projecteert als de verwachtingen van anderen.

 

faalangst voor dummies

Ook Universiteit Antwerpen heeft allang begrepen dat het studentenleven veel stressvoller is dan algemeen aangenomen. De Dienst voor Studieadvies en Studiebegeleiding biedt immers niet enkel tips aan over blokken en plannen, maar ook over hoe je om kan gaan met stress, faalangst en uitstelgedrag. Uit onze enquête bleek dat enkele respondenten de weg naar de begeleiding al gevonden hadden. “Ik heb in het verleden enorm last gehad van faalangst en dat maakte studeren tot een hel. Dankzij de training van UAntwerpen heb ik dit voor een groot deel overwonnen!” Maar slechts een minderheid lijkt tot bij deze studiebegeleiding te raken. “Ik denk dat er een groot taboe heerst over angst, of mentaal welzijn in het algemeen”, haalt een van de respondenten aan, “Bovendien is het een steeds groter wordende kwelgeest van onze samenleving. We moeten hierover bewustzijn creëren zodat barrières voor studenten verdwijnen en ze de nodige ondersteuning zoeken. Zonder deze mindset zullen de mogelijke ondersteuning en faciliteiten van de universiteit nooit volledig tot hun recht komen. Ik vrees ook dat studenten liever externe hulp zoeken, omdat ze niet fysiek gezien willen worden op de universiteit voor zulke doeleinden.”

Hoe kunnen we dat taboe doorbreken? “Ik denk dat het begint bij jezelf”, zegt een andere respondent, “niet stereotyperend denken en openlijk praten over mentale gezondheid met je vrienden zijn daarom zeer belangrijk.” Maar zolang het taboe bestaat, willen we nog één ding meegeven: faalangst is er, zoals onze cijfers zwart op wit beamen, en kan heel nefaste gevolgen hebben. Niet alleen voor je studies, maar ook voor je algemeen welzijn. Zet af en toe eens alles uit je hoofd, spreek af met vrienden en praat eens over iets anders dan school. Als dit alles niet helpt, blijf dan niet bij de pakken neerzitten, maar zoek gepaste begeleiding. Faalangst kan je immers overwinnen.



over rectorambities, Duits expressionisme en prestatiecultuur

02/05/2019
proffenprofiel: Nathalie Vallet (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Nathalie Vallet is econoom, maar doceert aan de faculteit Ontwerpwetenschappen. Toen ze aankwam op de faculteit vreesden haar collega’s voor een droge econoom, maar dat viel gelukkig erg mee. Nathalie heeft kunstenaarsbloed en zoekt graag de grenzen van haar vakgebied op. We luisteren naar de vreemde economische eend in de bijt.

U noemt uzelf gedragswetenschapper en bent een econoom tussen de architecten. Hoe is dat gebeurd?

Economie is voor mij een gedragswetenschap. Het draait namelijk om goed beheer van schaarse middelen, en wat schaars kan zijn is geluk, of geld ...  Het kan van alles zijn en wordt bepaald door waardekaders. Dat waardegeladen aspect vind ik erg interessant. Vanuit de economie heb ik al heel snel contact gezocht met de andere gedragswetenschappen. Economisch gedrag is menselijk gedrag, dus als je economie wilt begrijpen, moet je menselijk gedrag ook begrijpen. 

Ik behandel economie toegepast in een organisatie: hoe je met verschillende mensen een bepaald doel nastreeft, binnen welke kaders dat gebeurt en hoe je die kaders vorm kan geven. Eerder was ik in de wereld van sociaal beleid en publieksmanagement bezig met stadsinnovatieprojecten, en zo ben ik dus ook de ontwerpaspecten daarvan tegengekomen.

 

Wou u altijd al in de academische wereld terechtkomen?

Oorspronkelijk was ik niet van plan om in het academische wereldje te stappen, maar naar aanleiding van goede resultaten vroegen ze mij en ik zag er wel een boeiende job in. Het exploreren van mijn eigen vakgebied leek me interessant, ik wilde vooral de grenzen opzoeken. Eigenlijk was dat multidisciplinair avant la lettre: ik heb zo samengewerkt met criminologen, juristen, psychologen en nu architecten. In een fundamenteel wetenschappelijke omgeving aarden is niets voor mij, maar juist door dat exploreren hoor ik hier toch thuis. 

Je mag je eigen discipline nooit als vanzelfsprekend beschouwen, want dan is het gedaan. Dan heb je je hersenen en hart op nul gezet. Je moet je altijd afvragen of iets daadwerkelijk zo is. Misschien is iets nu en in deze situatie zo, maar erna niet meer.

 

Wat als u opnieuw als achttienjarige een studie moest kiezen, had u dan een andere keuze gemaakt?

Het kiezen van mijn studie was zeer moeilijk. Geschiedenis en Politieke en Sociale Wetenschappen vond ik fantastisch, maar toch had ik ook een voorliefde voor architectuur. Mijn grootouders waren kunstenaars en er werd me altijd voorgehouden dat ik daar nooit van zou kunnen leven. Naast mijn middelbareschoolopleiding aan het atheneum heb ik ook een kunstdiploma gehaald. Maar mijn opa zei: "Als je van kunst je beroep maakt, ben je geketend en moet je maken wat men je opdraagt. Dus dat houd je beter voor ernaast." 

 

Heeft u een lievelingskunstenaar?

Käthe Kollwitz! Zij was een Duitse expressioniste en maakte heel geëngageerde kunst. Ze behandelde thema’s zoals opstand, verpaupering en emancipatie. Het potige, krachtige van haar werk raakt me: een mens is zoals hij is en mag dat ook zijn. De authenticiteit van haar werk is zeer sterk en haar getekende gezichten spreken echt.

 

Wat voor soort studenten heeft u in uw les? Gaan ook zij voorbij de academische grenzen?

Dat is een heel interessante vraag, ik heb een zeer divers publiek. Je hebt de aanhangers van de Beaux-Arts, waarvoor kunst én cultuur belangrijk is. Daarnaast heb je de ingenieurs, de uitvinders. Als derde stroming zijn er de ontwerpers die meer naar architectuurtheorie willen gaan. Je hebt veel verschillende profielen, het is een bont gezelschap en soms geeft dat een zekere spanning. We zullen binnen het academisch milieu moeten kiezen waar we nu feitelijk op zullen inzetten. 

 

Waarom moet die keuze gemaakt worden?

De huidige situatie waarin de universiteiten zich bevinden is erg prestatiegericht. We zetten sterk in op rendabiliteit op de arbeidsmarkt, terwijl ik denk dat je in eerste instantie vooral een mens moet maken. Maar als je kijkt naar de praktische consequenties daarvan, is dat beleidsmatig niet zo simpel. En dat is mijn vakgebied. Ik zou graag alle pistes ontdekken, maar vrees dat we van de universiteit niet de ruimte krijgen om dat te doen. Er wordt geïnvesteerd in mensen, middelen, infrastructuur en het budget is natuurlijk beperkt. Toch zou dit erg interessant zijn. Maar ik ben geen rector. Nog niet...

 

Nathalie als rector!?

Ik heb altijd aangegeven dat ik geïnteresseerd ben in beleidsfuncties, omdat ik graag met mijn voeten in de realiteit sta. Ik geef advies aan beleidsmensen in de publieke en social profitsector, en wil ook de daad bij het woord voegen. Maar de mogelijkheid moet zich natuurlijk wel voordoen. Alleen is het op dit moment zo dat ik niet de juiste graad heb om beleidsfuncties op te nemen. Daarvoor moet je hoogleraar zijn. Door mijn hybride carrière en het verkennen van de grenzen, ben ik eigenlijk te weinig met mijn loopbaan bezig geweest.
 



Humans of UAntwerpen

02/05/2019
[de student-muzikant] (© [Arne Fivez] | dwars)
🖋: 

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je bij Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zo veel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Simon Fivez is student taal- en letterkunde, al zal hij zichzelf eerder muzikant dan student noemen. Het grootste deel van zijn dagen is hij namelijk frontman bij de band Oriens, de universiteit komt op de tweede plaats. Simon omschrijft zijn band zelf als "een alternatieve rockband met wat Pink Floyd- en Queens of the Stone Age-vibes. Een beetje rock en een beetje experimenteel". De mannen van Oriens zien het professioneel en dus slijt Simon zijn dagen liever in het repetitiehok of op het podium dan in de aula. 

 

van amateurproject tot professionele band

Toen Simon zestien jaar was, startte hij met zijn broer en een paar vrienden een bandje, gewoon voor het plezier. Toen in 2016 gitarist Tim zich bij de bende voegde en Oriens deelnam aan Humo's Rock Rally, werd het snel een stuk professioneler. Sindsdien zijn ze enorm geëvolueerd. "In de afgelopen jaren namen we een cd'tje op, produceerden we enkele videoclips en traden we al zo'n 200 keer op", vertelt Simon.

De bandleden van Oriens hebben grote ambities. "Ik kan nog niet verklappen wat we gaan doen, maar er komt veel nieuws aan in 2019", aldus Simon. "Gelukkig zitten we allemaal op dezelfde golflengte en neemt iedereen de band heel serieus. Dat helpt."

 

meer dan alleen muziek maken

In een band zitten, daar kruipt veel werk in. Simon licht toe: "Hoeveel dat precies is, wisselt van week tot week. We zitten bijvoorbeeld elke zondag van vijf tot twaalf uur 's avonds te repeteren. In een band zitten is meer dan muziek maken alleen, zo moeten we bijvoorbeeld ook met ons management communiceren. Een tijd geleden zetelde ik in de jury van het festival twintig achttien, ook dat hoort erbij. Verder doen we onze sociale media ook helemaal zelf." 

Simon is ook op andere manieren met muziek bezig: "Op maandag geef ik een hele dag les in de Nieuwe Muziekschool in Mortsel, en op dinsdag en woensdag volg ik zelf muziekles. Ik wil namelijk na mijn studie taal- en letterkunde graag toegelaten worden tot het Conservatorium."

"De combinatie van al dat muzikale werk en studeren is natuurlijk niet vanzelfsprekend. Eigenlijk zie ik mijn studies bijna nooit als prioriteit", aldus Simon, "alleen bij grote taken of tijdens de examens maak ik veel tijd voor school." Daarom heeft Simon ervoor gekozen om zijn master te spreiden over twee jaar.

Benieuwd naar Simons band? Je kan ze op Facebook vinden onder @oriensband of beluisteren via YouTube of Spotify.

 



blikopener

02/05/2019
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 
Auteur

Eind november stond de wetenschappelijke wereld even op zijn kop, de toen nog volstrekt onbekende Chinese onderzoeker He Jiankui kondigde vol trots aan dat hij er als eerste in geslaagd was om de mens genetisch te modificeren. Het DNA van twee menselijke embryo’s aanpassen was voorheen ondenkbaar. Wereldwijd reageerden wetenschappers dan ook verbijsterd: niemand had dit zien aankomen én het had nooit mogen gebeuren. De techniek die He gebruikte voor zijn aanpassingen, CRISPR-Cas9, is namelijk nog veel te experimenteel voor onderzoek op mensen. De Chinese baby’s, Lulu en Nana, zijn geboren midden oktober 2018 en niemand weet wat de gevolgen hiervan zullen zijn. Tijd dus om CRISPR eens grondig onder de loep te nemen.

Tot voor kort was DNA aanpassen een erg moeilijk en duur proces. De ontdekking van CRISPR maakte daar snel komaf mee. Het is een methode die onderzoekers in staat stelt om snel en goedkoop aanpassingen te maken aan het genoom, de complete genetische samenstelling van een organisme. Dus ook aan dat van de mens. DNA is de belangrijkste drager van erfelijke informatie en bestaat uit slechts vier basisbouwstenen. Door deze vier basiscomponenten op verschillende wijzen met elkaar te combineren wordt onze volledige genetische samenstelling van oogkleur tot gevoeligheid voor sommige ziekten opgeslagen. 

 

CTRL-c, CTRL-v

Wat CRISPR zo revolutionair maakt, is dat het ervoor zorgt dat we zelf in het DNA kunnen ‘knippen en plakken’. Stukken die we niet willen, knippen we er gewoon uit en gewenste stukken plakken we ertussen. De techniek is zo goedkoop en eenvoudig dat genetisch modificeren geen zaak meer is van dure laboratoria en hooggeleerde professoren. Je kan het bij wijze van spreken al in je tuinhuis doen. Het belooft dus een technologie te worden die een immense impact zal hebben op ons leven. Hoe indrukwekkend het procedé echter is, zo eenvoudig is het idee erachter.

 

Je kan het bij wijze van spreken in je tuinhuis doen.

 

Om te begrijpen hoe CRISPR-Cas9 werkt, moeten we de afzonderlijke onderdelen van de term even van naderbij bekijken. Laat ons beginnen met ‘Cas9’: een enzym dat dienst doet als moleculaire schaar. Het knipt als het ware stukjes uit het DNA. De naam ‘CRISPR’ zelf staat voor clusters of regularly interspaced short palindromic repeats. De naam verwijst naar een speciale plek in het DNA, de ‘CRISPR-zone’, die deel uitmaakt van het natuurlijke afweersysteem van bacteriën. Wanneer een virus een bacterie aanvalt, ‘onthoudt’ deze bacterie welk virus dat was door een stukje DNA ervan bij te houden. Dat stukje virus-DNA slaat hij dan op in zijn CRISPR-zone. De volgende keer dat dit virus aanvalt, kan de bacterie zich zo meteen verdedigen en het virus kapot knippen. Door deze techniek na te bootsen kan de mens op een precieze manier op specifieke plaatsen in het DNA knippen om er delen uit te halen of er net andere stukjes DNA in te steken. Wanneer iemand bijvoorbeeld een fout heeft in zijn DNA, kunnen we op die manier gewoon het foute stukje eruit halen en er het juiste stukje tussen plakken.

 

brave new world

De mogelijkheden van CRISPR zijn dus legio. Er wordt voorspeld dat we tal van ziektes zullen kunnen stopzetten nog voor de eerste symptomen zichtbaar zijn. Zo loopt er momenteel een onderzoek aan onze universiteit waarin gewerkt wordt aan een gentherapie om preventief gehoorproblemen op te lossen. Een bepaalde vorm van doofheid wordt namelijk veroorzaakt door mutaties van het COCH-eiwit. In normale omstandigheden is dat gezond, maar als het eiwit muteert, ontstaat er een foutje in het DNA. Dat foutje kan op latere leeftijd doofheid veroorzaken. Professor Vincent Van Rompaey en zijn team van de onderzoeksgroep Translationele Neurowetenschappen gebruiken CRISPR om deze mutaties op het spoor te komen en los te knippen nog voor er symptomen opduiken. Het onderzoek gebeurt eerst op muizen, maar op termijn hoopt men ook bij mensen de ernst van gehoorverlies hierdoor te verkleinen of het ontstaan ervan te verhinderen. 

Dromen we even verder, dan zijn zaken als hyperintelligente mensen of huis-tuin-en-keuken-biohacking helemaal niet meer ondenkbaar. Het is bijvoorbeeld nu al mogelijk online biohackingkits met CRISPR in te bestellen. We kunnen zelfs nog een stap verder gaan: ook het eeuwige leven is een belofte die CRISPR niet schuwt. Wanneer je weet dat twee op de drie mensen overlijdt aan ouderdom, lijkt dat helemaal niet zo’n onrealistische gedachte. Willen we die weg echter wel inslaan?

 

Het is nu al mogelijk online biohackingkits te bestellen.

 

CRISPR is namelijk zeker niet zonder gevaren. De methode is nog erg jong en te onvoorspelbaar. Ze knipt bijvoorbeeld soms op andere plekken dan de onderzoeker wilde, met alle gevolgen van dien. Als je weet dat één foute verbinding in DNA verantwoordelijk kan zijn voor aandoeningen als borstkanker of mucoviscidose, kan je je inbeelden dat onderzoekers graag de zekerheid hebben dat CRISPR altijd op de juiste plek knipt. Daarnaast is de techniek op zich natuurlijk ook aanleiding voor tal van ethische dilemma's: wat mogen we bijvoorbeeld aanpassen en wat niet? Willen we het syndroom van Down uitroeien of toekomstige ouders de keuze geven over de oogkleur van hun kinderen? Wat als mensen met geld hun intelligentie kunstmatig kunnen verhogen door dure operaties en hierdoor een onoverbrugbare kloof creëren met zij die dat geld niet hebben? En wat met genetisch gemodificeerde supersporters? Met elke evolutie moeten we echter voorzichtig zijn dat ze niet uitmondt in chaos: met CRISPR zou die chaos rampzalig zijn.



kunst op de campus

01/05/2019
Afbeelding 'Sporen'  (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is.

Een monochrome witte vlakte strekt zich voor ons uit. Achteloos zoeken we naar iets. Iets? Iets wat niet in een object te vinden valt. Bij elke stap die we zetten, laten we een spoor achter. We volgen het ruisen van de zee maar zien hem niet. Enkel de slepende groeven van het zilte komen en gaan, ontmoeten ons netvlies als een herinnering die spoedig zal vervagen. Eric Fourez neemt ons mee naar een witte hallucinante woestijn waarbij hij zijn affectie voor de natuur blootlegt. Kunst kan zoveel dingen zijn. iedereen heeft een eigen opinie. Je ziet het of je ziet het niet. En zelfs als je het ziet, zíe je het dan wel echt?

 

onderbelicht

Vraag je je weleens af wat sommige mensen zo interessant vinden aan een doek met wat vegen op? Waarom staren mensen toch naar een paar gekleurde vlakken? De kunst dummy vind het waarschijnlijk niet indrukwekkend en misschien zelfs lachwekkend. ‘Dat kan ik toch ook!’ klinkt het al snel. Maar diep vanbinnen weet je dat je niet hetzelfde ziet als de ontwerper en al die mensen die geboeid over een wit doek staan te praten. Zij zien een verhaal. Een statement. Een gedicht. Neem bijvoorbeeld Mondriaan, bekend door De Stijl, een werk bestaande uit niet meer dan zwarte lijnen met gele, rode en blauwe vlakken. Elke lijn en elk vlak zijn bewust neergezet. Het zijn essenties van objecten. Dat wat overbodig was, liet hij vallen. Hij zag een landschap of stilleven en reduceerde dit tot enkel de ultieme basis overbleef, zowel in kleur als in vorm. Alles is te reduceren tot een kern. Dit proces is goed te volgen in zijn boom-schilderijen: het eerste werk is een nog herkenbare boom, al dan niet expressionistisch afgebeeld, het laatste is niet meer te herkennen zonder naamplaatje. Toch is het nog steeds een boom, althans, het startpunt was een boom.

 

overbelicht

Natuurlijk heeft elke kunstenaar zijn eigen verhaal. Op de tweede verdieping in gebouw R hangen twee representatieve schilderijen van autodidact Eric Fourez genaamd Sporen. Bij een eerste aanblik lijken het, bruut gezegd, witte doeken met zwarte vegen, maar in werkelijkheid zijn het hyperrealistische werken van overbelichte foto’s. Fourez' muze is de natuur, in het bijzonder de zee. Beide werken tonen de sporen die het tij achterlaat in het zand, net na het terugtrekken van het water. Rust, kalmte en vrede spreken in zijn werk op zo’n desolate en minimalistische manier dat je kan wegdromen tot in het limbo van je geest. Als je maar lang genoeg blijft kijken, is het net een poëtische meditatievorm waarbij je een inkijk krijgt in de kunstenaars waarneming. We zien zíjn interpretatie van de zee. Zo simpel en sereen dat er amper een penseel lijkt bevuild.

“De waarheid is altijd te vinden in eenvoud, en niet in de verscheidenheid en verwarring van de dingen.” - Isaac Newton



kunst op de campus

25/04/2019
Archeoloog van de toekomst (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is.

Elke vrijdag spoed ik mij naar C.204 op de Stadscampus. De Agora binnen, twee verdiepingen omhoog langs een wenteltrap, waarvan één kant van de treden gevaarlijk smal is en die menig student al tot een gênante val heeft gebracht, ondertussen al mijn medestudenten voorbijschietend die schijnbaar minder dringend in hun les moeten zijn. Of misschien ben ik gewoon allang te laat. Enigszins verstopt is de aula zeker, maar eenmaal gearriveerd heet een zilverkleurige astronaut me vrolijk welkom. In mijn nog half slapende toestand beeld ik me in dat het me in al zijn glanzende glorie succes wenst, maar al snel zeg ik het werk weer vaarwel – mijn les roept me. Big Astro van Paul Van Hoeydonck is wellicht niet het bekendste kunstwerk op de campus, maar toch zeker een dat bekeken mag worden. Het is ook niet het enige werk van de kunstenaar op de universiteit: op Campus Drie Eiken en Campus Middelheim staan respectievelijk Lucifer en Krokodil.

Paul Van Hoeydonck is een Belgisch kunstenaar, geboren in 1925 en nu wonende te Wijnegem. Hij is medeoprichter van G58 Hessenhuis, een groep kunstenaars die avant-gardistische tentoonstellingen organiseerde in het Hessenhuis. Deze oorspronkelijk dertig kunstenaars uit het Antwerpse waren niet gebonden door een manifest, maar maakten wel stuk voor stuk abstracte kunst, van lyrisch tot geometrisch. Kunst werd bevrijd en tot de essentie herleid. In de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw is Van Hoeydonck doorgebroken met zijn abstract en monochroom werk. Pas sinds de jaren zestig kreeg zijn werk echter zijn kenmerkende dimensie, namelijk de ruimtevaart. Aanvankelijk was dat niet meer dan een verre droom voor de mensheid en voor Van Hoeydonck in het bijzonder, maar in 1961 was het dan echt zover. Het gaat zelfs nog verder: hij is de enige kunstenaar met een werk op de maan. In 1971 nam de bemanning van Apollo 15 het beeldje Fallen Astronaut mee en is het daar geplaatst.

In dat licht kan Big Astro dus zeker een representatief werk genoemd worden. Het betreft een reliëf op plaat dat een astronaut voorstelt en op mensengrootte is gemaakt. Het is een indrukwekkend kunstwerk waaruit de verwondering om het kunnen van de mens spreekt. In 2019 kunnen we ons verbazen om een foto van een zwart gat, maar in 1970, toen Van Hoeydonck het werk maakte, was de exploratie van de ruimte heel nieuw en al helemaal verbazingwekkend. De Franse criticus Pierre Restany noemde Van Hoeydonck de archeoloog van de toekomst. Big Astro beaamt dat alleen maar: mijn vrijdagse vriend de astronaut straalt een optimistisch toekomstperspectief en een geloof in de wetenschap uit – passend voor een universiteit. Bouwen wij immers allemaal niet mee aan de toekomst? Big Astro denkt van wel.