betweter

27/02/2020
blauwtand de draadloze Viking (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Het waren de hoogdagen van de Vikings. Berserkers met gehoornde helmen en enorme strijdbijlen trokken in hun sneks op rooftocht. Eeuwenlang plunderden en verkrachtten ze arme boeren langs de Europese kusten. In die dagen, net voor het begin van het tweede millennium na Christus, was de koning van Denemarken Harald 'Blauwtand' Gormsson. In het Ouddeens is dat ᚼᛅᚱᛅᛚᛏᚱ ᛒᛚᛅᛏᛅᚾ of Haraltr Blatan, in het Engels: Bluetooth.

Zo'n slordige duizend jaar later beslisten een paar techneuten om hun nieuwe technologie die apparaten draadloos verbond te vernoemen naar deze Vikingkoning. Dan rijst de vraag: waarom zou je het risico nemen om je nieuwe technologie te vernoemen naar zo'n bloeddorstig heerschap? Jim Kardach, de ingenieur die de naam voor het eerst voorstelde, wist net als onze geschiedenisminnende lezer dat deze clichés over Vikings best met een korrel zout genomen worden. Harald Blauwtand was, voor zover we zijn verhaal nog kunnen reconstrueren, een bekwaam leider. Door zich te bekeren tot het christendom wist hij ongetwijfeld banden aan te halen met andere, christelijke leiders. Op wereldlijk vlak wist hij Denemarken en Noorwegen te verenigen. Hij bracht de verdeelde Vikings dichter bij elkaar, zoals de bluetoothtechnologie apparaten bij elkaar brengt.
 
Dit is waar de echte betweter in ons naar voren komt. Het verhaal van mensen bij elkaar brengen is misschien geliefd bij de Bluetooth Special Interest Group, maar je moet niet diep graven om er barsten in te vinden. Dat hij Denemarken en Noorwegen verenigde, staat vast. Of hij mensen dichter bij elkaar bracht, is twijfelachtiger. De aansluiting van Noorwegen gebeurde volgens de traditionele methode: de Noorse koning werd in de strijd naar het Walhalla geholpen. Daarna werden alle lokale leiders die niet meewerkten met de Denen vermoord en opgevolgd door hun moordenaars. De Vikingreputatie lijkt toch niet geheel onverdiend, al hadden ze dan geen hoorns op hun helmen.

Het grappigste aan het hele verhaal is die blauwe tand zelf. Liep Harald rond met een rotte tand in zijn mond? At hij graag blauwe bessen? Misschien was het wel Vikingmode om je tand met pigment blauw te kleuren? Helaas blijkt de waarheid minder amusant. Harald heette in zijn tijd gewoon Harald. Koning Harald voor wie het verstand had een beetje beleefd te blijven. De naam Blauwtand wordt voor het eerst vermeld twee eeuwen na zijn dood. Of hij dus bij leven al zo genoemd werd, staat helemaal niet vast. Misschien moeten we voor de zekerheid die draadloze verbinding ook maar gewoon Harald gaan noemen. Koning Harald voor wie beleefd wil zijn.



Humans of UAntwerpen

27/02/2020
sportief sprookje (© Maria Roudenko | dwars)
🖋: 

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zoveel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Er was eens… een jonge Marion Decrop, wier ouders wilden dat ze aan sport deed, liefst een waarvoor ze niet te ver moesten rijden. Braaf schreef Marion zich in bij een jiujitsuclub in de buurt. Daar bleef ze trainen, tot in 2015 de gebroeders Lodens, bekend in de competitiewereld, een duo system training kwamen geven in Bredene, Marions thuisstad. Toen daar haar talent doorschemerde, werd ze uitgenodigd om te trainen bij de nationale bondscoach in Antwerpen. Van het een kwam het ander: onlangs sleepte Marion goud op het WK U21 en de prijs voor de Topsportstudent van het Jaar 2019 in de wacht. Ze lacht wanneer ze het vertelt. “Ja, nu moeten mijn ouders alsnog door heel België rijden.”

 

in een land hier ver vandaan

De studente Biomedische Wetenschappen weet dat ze geen typische student is: “Soms weet ik niet hoe ik het allemaal doe, het is vooral véél plannen. Bijna elke avond train ik, minstens vijf keer per week. Daardoor mis ik de feestjes, maar ik kan gelukkig geregeld met mijn vrienden gaan eten. Ik voel me niet geïsoleerd, hoewel ik merk dat ik in een apart wereldje zit.”

Zo reist Marion van hot naar her. “In november was ik in Abu Dhabi. Ik had hooguit twee dagen om wat van het land te zien. Het merendeel van de tijd zat ik in een sporthal. Dat is altijd zo. Ik kom in allerlei landen, maar veel cultuur kan ik niet opsnuiven. Dat vind ik wel jammer." Niet dat het allemaal kommer en kwel is: “Op zulke reizen maak je snel vrienden. Hen zie ik niet vaak, maar telkens wanneer ik ze weer zie op wedstrijden, is het alsof er geen tijd verstreken is.”

 

draken te verslaan: selectieprocedures

“De prijs kende ik, maar ik was toch verrast toen ik een paar weken geleden een mail kreeg dat ik genomineerd was voor Topsportstudent. Ik heb het stemformulier enkel naar mijn vrienden gestuurd; zij hebben vooral campagne voor mij gevoerd. Geweldig, toch?" (lacht) "Meer dan eer win je er niet mee, maar dat is ook leuk.”

De 'Ere-Rector Francis Van Loon'-award is niet het enige waarmee Marion zich bezighoudt. “2020 is het selectiejaar van de World Games. Daarvoor gekozen worden is écht niet evident, maar ik ga mijn uiterste best doen. Ik weet het pas in oktober of november, dus ik heb nog tijd om te trainen. Verder wil ik het natuurlijk ook goed doen in mijn studie.” Mogen de prijzen en de punten een lang en gelukkig leven leiden bij Marion!



de levensgenieter

27/02/2020
het betere handwerk (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

In het tijdperk waarin het ‘moeten’ regeert, is het in onze maatschappij een absolute must om je gelukkig te voelen. Tegelijkertijd raakt om ons heen de een na de ander verzeild in een depressie, angststoornis of zelfisolatie. Voor al die klachten is er een even groot aanbod aan remedies. Zijn we met ons allen gewoonweg vergeten hoe gelukkig te zijn met wie we zijn, wat we hebben en wat we doen? Of ligt het probleem ergens anders? Is er nog hoop voor ons? De Levensgenieter springt voor jullie in de bres en gaat op zoek naar een beter leven. Geluksvogeltjes.

Januari is eindelijk voorbij. Al voelde die ene maand als twee maanden, eerlijk toegegeven: van de voornemens is weer niets terechtgekomen. We zijn nog steeds eenzaam en onzeker, niet de sprankelende persoon van wie we weten dat we die toch echt wel kunnen zijn. Sad face

Zoals alle brave kindjes van onze generatie hebben we op de basisschool al geleerd dat we bundeltjes van potentieel zijn. Al wat we moeten (met nadruk op moeten), is daar iets mee doen! Het zijn woorden die ongetwijfeld al vaak over de lippen van je tante of je moeder zijn gerold. En helaas voor ons hebben ze nog gelijk ook. Er gaat een soort mythische kracht uit van zelfontwikkeling in de vorm van doen. Ze is de behuizing van alles wat onze zelfliefde een welverdiende etage hoger kan doen stijgen.

Tegelijkertijd weet ik dat ik liever door Instagram zou blijven scrollen, terwijl ik de zoveelste aflevering van Vikings half meemaak. Onze generatie wordt gekenmerkt door het consumeren van twee bronnen van entertainment tegelijkertijd, terwijl niemand daar eigenlijk plezier aan beleeft. Het vreemdste is dat ik me zelden kan motiveren om tijd te steken in iets waar ik oprechte voldoening uit haal. Dat terwijl het ontzettend nuttig is om kleine quirks te ontwikkelen waar niemand iets aan heeft. Haken, bijvoorbeeld.

Wanneer ik haak (of liever, een dappere poging waag), kan ik aan niets anders denken dan het ene lullige lusje door het andere te trekken. Iets wat je hoofd nog leger maakt, kan ik niet bedenken. Zalig! Koken of wandelen zijn nog van die ouderwetse tijdverdrijvers. En toch, elke keer verbeter ik mezelf weer een beetje, hoe leeg mijn hoofd ook is. Ik produceer als het ware niet alleen een ingewikkeld propje gekleurde draad, maar nog iets veel belangrijkers: zelfwaardering. Die voldoening van je hoofd leegtrekken en langzaamaan nieuwe vaardigheden ontwikkelen, zet de endorfinesluizen wagenwijd open. Bijkomend voordeel: je wordt ook nog eens slimmer van manuele klusjes.

Zo beschrijft Jared Diamond in zijn legendarische boek Zwaarden, Paarden en Ziektekiemen dat de kinderen van Papoea-Nieuw-Guinea een heel stuk slimmer zijn dan hun westerse leeftijdsgenootjes. Waarom? Om een functionerende Papoea-Nieuw-Guineeër te zijn, moet je ongelofelijk veel leren doen. Jezelf vertrouwd maken met welke planten rijp of welke planten eetbaar zijn, bijvoorbeeld. Of hoe je een vuurtje stookt, een mes slijpt en een boom in klimt. Soms moet je ook eens iemand keihard op zijn bek kunnen slaan. Best handige vaardigheden waar wij met onze driedubbele universiteitsdiploma’s geheel niet tegen opgewassen zijn. Niet om te zeggen dat je onmiddellijk iemand in elkaar moet gaan timmeren, maar wel om het feit te onderstrepen dat we allemaal langzamerhand zijn vergeten wat we nu eigenlijk met onze handen aanmoeten. En dat heeft een effect op ons brein: we worden nooit écht blij of gemotiveerd van scrollen over ledschermen, gewoon omdat we daar helemaal niet voor gemaakt zijn. In de geest van Yuval Noah Harari zou je kunnen zeggen dat we onszelf gejost hebben. Probeer maar eens uit je diepe, mentale gat te klimmen als je daar de fysieke vaardigheden niet meer voor hebt.

Dat alles strookt met wat onze teergeliefde Einstein heeft beweerd. Hij mat intellect op basis van verandering en verbreding binnen jezelf en daarmee je mentale groei. Échte intelligentie en zelfontwikkeling schuilt in het onophoudelijk maken van creatieve connecties en associaties. Dat is nu juist waar Papoea-Nieuw Guineeërs zo ontzettend goed in zijn. Die intellectuele voorsprong is er niet zomaar, aangezien zij al vanaf jonge leeftijd veel kunnen bewerkstelligen. En vergelijk nu eens: hoelang geleden is het dat jij serieus hebt geïnvesteerd in je vaardigheden? Of zelfs maar in je hobby’s?

Nu ga ik je absoluut niet zeggen hoe je daar dan in vredesnaam tijd voor moet vrijmaken. Als je uitkijkt naar nog strakkere regimes, raad ik je aan in je bullet journal te gaan schrijven. Stiekem weet je zelf ook al waaraan jij het meeste tijd verspilt. En waarvan je nu wel of niet een gelukkiger mens wordt. De enige goudgespikkelde tip die ik je wel kan geven, is de volgende: zet een half uur voordat je gaat slapen een goede kop thee. Ga plat liggen. Pak dan een van die gekke papieren dingen erbij en lees tot je je voor het eerst die dag eens écht relaxed voelt. Misschien steek je er zelfs nog iets van op.



het laatste woord

27/02/2020
awumbuk (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘awumbuk’.

“Dag, tot nog eens!” “Ja, tot snel!” “Goed thuis!” Ik wuif nog een keer naar mijn vriendin die zich even omgedraaid heeft. Ze zwaait vrolijk terug. Daarna doe ik de deur weer achter me dicht en staar ik naar de lege gang. Ik slaak een diepe zucht, terwijl ik besluiteloos blijf staan en mijn huis weer te groot aanvoelt. Wat nu?

Herken je dat? Het holle, lichtjes ongemakkelijke gevoel dat je bekruipt nadat je bezoek is vertrokken en je even niet meer weet wat je moet doen. Wel, dat gevoel heeft een naam. Het heet namelijk awumbuk. Deze sociale kater voel je vlak nadat je vrienden zijn vertrokken, voor je begint op te ruimen of verder gaat met je dag. 

Het waren de gastvrije mensen uit Papoea-Nieuw-Guinea die vonden dat dit lege gevoel na bezoek een eigen naam verdiende. Ze hebben er zelfs een manier bedacht om met awumbuk om te gaan. Een grote kom water wordt – meestal – op tafel neergezet. Het water in de kom zou dan alle negatieve energie die het gevoel met zich meebrengt, opvangen en vasthouden. De hele nacht blijft die kom er zo staan, tot ze de volgende dag wordt leeggegoten, waarna de Papoea-Nieuw-Guineeërs weer verder met hun leven kunnen.

Het is vast niet verwonderlijk dat de grootte van je awumbuk sterk bepaald wordt door de gasten die je zojuist over de vloer had. Als het een grote groep was, lijkt je huis achteraf nog groter dan wanneer je maar een iemand op bezoek had. Ook hoelang je vrienden er waren, speelt een grote rol: iemand die bij je bleef overnachten laat een leger gevoel achter dan iemand die slechts even kwam dineren. 

De volgende keer dat er nog eens een vriend bij je over de vloer komt, weet je dus dat het zeer normaal is om je zo hol te voelen nadat hij weer vertrokken is. Nu kan je eindelijk ook een naam kleven op dat gevoel: awumbuk. Of het je ook daadwerkelijk helpt om beter met dat gevoel om te gaan, is nog maar de vraag. Wie weet, misschien moet je de volgende keer ook maar eens een kom water op tafel zetten. Baat het niet, dan schaadt het niet.



tijd om ze te vullen!

27/02/2020
VUAS, een lege doos? (© Witse Beyers | dwars)
🖋: 
Auteur

Als je afgaat op de informatie die Facebook je aanbiedt over wat er zich zoal rond UAntwerpen afspeelt, heb je misschien al eens het galabal van onze universiteit voorbij zien komen. Dit tweejaarlijkse evenement wordt georganiseerd door VUAS, de Verenigde Universiteit Antwerpen Studenten, een orgaan dat ondanks zijn weinig creatieve naam een belangrijke functie zou hebben. Het bestaat uit een afvaardiging van de koepelkringen Unifac en ASK-Stuwer en kan dus omschreven worden als een overkoepelend-koepel-ding. Al sinds de eenmaking van de onze universiteit in 2003 is het de spreekbuis voor het studentenleven, maar op het eerste gezicht is niet duidelijk wat VUAS inhoudelijk effectief doet.

Als VUAS nog steeds relevant is, hebben we bij dat bij dwars alvast niet zo goed begrepen: het is van 2009 geleden dat we een volledig artikel hebben gewijd aan de vereniging. In het oprichtingsjaar waren de ambities bij VUAS groot. In het Statuut van de UA-student wordt gewag gemaakt van het behartigen van de belangen van alle studenten, in de geest van het pluralisme. Er staat ook dat dat meer is dan 'enkel' het culturele, academische en sociale welzijn van deze studenten. VUAS bestaat uit zes mensen, die paritair zijn samengesteld uit Unifac en ASK-Stuwer: twee woordvoerders, twee financiën en twee secretarissen. Een van de koepelclubs neemt steeds de hoofdfunctie op, terwijl de vice van die functie door de andere club wordt afgevaardigd.

Toch zijn het enkel de woordvoerder en vicewoordvoerder die zichtbaar zijn. De VUAS-woordvoerder, bijvoorbeeld, zou mee de algemene studentenvergadering voorzitten, maar dat is duidelijk niet het geval. William Van den Brande, voorzitter Unifac en huidig VUAS-woordvoerder: "VUAS moest aanvankelijk veel meer worden, onder meer een controleorgaan op de Studentenraad. Het Statuut van de UA-student is erg verouderd en wordt momenteel herwerkt. Vandaag functioneer ik samen met Roosmarijn (vicewoordvoerder en praeses van ASK-Stuwer, nvdr.) eerder als adviesgevende stem op de vergadering. Stemmen, laat staan voorzitten, doe ik niet. Natuurlijk laat ik wel van me horen tijdens vergaderingen, te vaak misschien." (lacht)

eenstemmig

"VUAS is nu vooral een subsidiëringsorgaan", gaat William verder. "Het merendeel van de andere taken is overgenomen door de Studentenraad, wat positief is. Unifac en ASK-Stuwer zijn koepelorganen, geen democratische verenigingen, en we hebben de handen vol aan onze evenementen. Omdat daar veel praktische kennis voor nodig is, werken we met sollicitaties in plaats van verkiezingen. Zelf ben ik in principe wel op de kiesweek verkozen met een ja/nee-stem, maar studenten hebben geen invloed op wie opkomt. "Als VUAS-woordvoerder mag ik niet opkomen tijdens de verkiezingen van de Studentenraad, iets waar ik nog altijd ontevreden over ben."

“De Studentenraad zet meer in op vertegenwoordiging in de verschillende raden die onze universiteit rijk is, terwijl VUAS meer gaat over feestjes en dergelijke”, vertelt Jens Matthé, ondervoorzitter van de studentenraad. “Extern bestaat dat onderscheid niet, ze zitten dus in de algemene vergadering opdat we als studentengemeenschap kunnen spreken met één stem.” Daarnaast heeft VUAS ook een zitje in de Stuvoraad (de raad voor studentenvoorzieningen, nvdr.) en drie in het Antwerps Studentenoverleg. Is dat niet veel? Studentencoach Tinne Nijs nuanceert: “In de Studentenraad gaat het puur om adviserende functies. VUAS keert subsidies uit en is aanwezig in de Stuvoraad om haar uitgaven te verdedigen. Ook daar gaat het om niet-stemgerechtigde functies.”

Toch kan je bedenkingen blijven maken bij die vertegenwoordiging. Het is niet noodzakelijk zo dat elke club altijd te spreken is over de visie of het beleid van hun koepelkring, hoewel die haar wel vertegenwoordigt. Daarnaast zitten andere leden van Unifac en ASK-Stuwer in dezelfde organen als onafhankelijke studentenvertegenwoordigers die wél stemrecht hebben. Aangezien de interesse in het klassieke studentenleven afneemt, zou je het argument kunnen maken dat een vocale groep een steeds kleiner wordende verzameling van studentikoze belangen behartigt.

William is het hier niet mee eens: “We zitten bij Unifac omdat we begaan zijn met alle studenten, het is níét dat we opkomen voor de Studentenraad omwille van Unifac. Het is juist belangrijk dat we participeren in de universitaire democratie. Op die manier kunnen we deel zijn van de oplossing: veel te weinig studenten zijn mee.” Tinne Nijs beaamt dat. “Het is alleen maar positief dat er studenten zijn die zich zo engageren. Diegene bij wie het wringt dat de koepelkringen nu veel te zeggen hebben, zou zich dan verkiesbaar moeten stellen. Wees tegenkandidaat, onderneem actie.”

grote afstanden

De gesprekken over VUAS verglijden geregeld in gesprekken over Unifac of ASK-Stuwer. Als het uiteindelijk toch steeds bij de koepelkringen komt, is VUAS dan niet overbodig? Tinne Nijs: "VUAS is gewoon de verzamelnaam voor de koepelkringen. Als men de studentenvertegenwoordiging universiteitsbreed opzet, is het toch logisch dat er een universiteitsbrede afvaardiging is vanuit het studentenleven?" Bij William horen we een ander accent: "Het zou in ieder geval eenvoudiger zijn. Bij de eenmaking wilde men één grote koepelclub oprichten voor alle campussen, maar dat is gewoon onmogelijk. Een probleem is bijvoorbeeld dat als je de koepel te groot maakt, je afstand creëert tussen ons en de verenigingen die onder ons vallen. Eigenlijk zitten we al heel dicht bij onze maximumcapaciteit." Een ander probleem is de daadwerkelijke afstand. "Er zitten gewoon zoveel kilometer tussen de campussen, je merkt dat ook in de cultuur van de clubs", bevestigt Jens. "Denk aan het dopen of zaken als de verkenningsdagen. Bij alles moet de afweging gemaakt worden of het beter is voor de student om samen te werken of om het lokaal te houden."

Als VUAS enkel draait om studentikoze activiteiten en de verschillen in clubculturen te groot zijn, wat blijft er dan over? Enkel het tweejaarlijkse VUAS-galabal lijkt het. Jens stipt aan dat het galabal bij zijn weten in het leven is geroepen om contact te houden tussen de koepelverenigingen, maar dat dat al even stilligt. Maar ook dat roept vragen op. Als het galabal nodig is om het contact te bevorderen, is dat geen bewijs dat de koepelclubs nauwelijks met VUAS bezig zijn? “Eigenlijk is het gekkenwerk: dit semester is Unifac met elf, we hebben meer dan genoeg werk te doen. Pas op, ik zou graag meer tijd in VUAS steken. Als we met ASK-Stuwer verbroederen, is dat een leuke ervaring. De cultuurverschillen tussen Stads- en Buitencampus vind ik mooi. Maar de tijd en mankracht vinden is een heikel punt."

Toch mag je volgens Tinne Nijs het nut van VUAS niet minimaliseren: "De andere, niet zo zichtbare leden van VUAS werken ook achter de schermen, ze regelen de subsidies bijvoorbeeld. Ik kan geen aantal op hun samenkomsten plakken, maar ze zitten toch enkele malen per semester samen, al is het op Messenger. We proberen die koepels naar elkaar toe te laten groeien, zeker op het gebied van regels moet exact hetzelfde van toepassing zijn, ongeacht op welke campus je zit. Dat geldt voor de student zelf, maar ook voor elke club of organisatie die zich met studenten bezighoudt."

geldende regels

Die regels zijn strikt. Jens: "In een eerste fase verdeelt VUAS de subsidies snel onder de koepelclubs, die dan elk hun eigen clubs van middelen voorzien. Ze gebruiken hiervoor dezelfde principes." Zo krijgen faculteitsclubs meer naargelang het aantal studenten waarvoor ze dienen. "Het is logisch dat PSW meer geld krijgt dan Klio als je naar de opleidingsaantallen kijkt. Op universitair niveau werkt het net hetzelfde, de Stadscampus krijgt meer middelen omdat er meer studenten zijn."

"Omdat het over geld gaat dat bedoeld is voor studenten van UAntwerpen, is er ook een strenge regeling voor de praesidia; bij departements- en faculteitsclubs moet elk praesidiumlid student aan Universiteit Antwerpen zijn. Bovendien moet ook nog eens tachtig procent aan respectievelijk dat departement of die faculteit studeren. Voor de andere, meer thematische clubs in de Kringraad of het Antwerps Studentenkorps (ASK) is de studiekeuze niet van belang, maar moet ook nog steeds tachtig procent op UAntwerpen zitten."

Voor de gemotiveerde student kan dat een bron zijn van frustratie. William maakte dat zelf mee: "Ik mocht zelf niet in een praesidium omdat ik niet de juiste richting studeerde voor die club. Het is logisch dat die clubs vooral bestaan uit bestuur dat de 'correcte' opleiding studeert, maar voor kleinere clubs die het lastig hebben om goede mensen te vinden, heeft dat ook nadelen." Ook voor andere verenigingen die niet onder het klassieke studentikoze stramien vallen, is het soms lastig om aan de eisen van de koepelkringen te voldoen. In het voornoemde Statuut van de UA-student staat dat VUAS op moet komen voor het gehele studentenleven. Hoe zit het dan met levensbeschouwelijke, activistische of politieke verenigingen? "Wij zouden clubs als AYO (African Youth Organisation) er bijvoorbeeld graag bij hebben. Ik vind dat echt chapeau, die hebben hun eigen doel en dat is een verrijking, maar ik heb er geen contact mee. Ik twijfel ook of zij interesse hebben in de Kringraad. Ze worden al financieel ondersteund en krijgen faciliteiten van de universiteit; toch zou het fijn zijn als ook zij aan hun vertegenwoordiging komen."

verenigde verenigingen

De studentencoach staat op dezelfde lijn: "Het is onterecht dat die zich niet kunnen aansluiten. De Kringraadstatuten zijn te beperkend en dateren nog van de eenmaking. Elke thematische club zou universiteitsbreed moeten kunnen zijn. Je gaat me toch niet wijsmaken dat geen enkele student op Drie Eiken, Groenenborger of Middelheim geïnteresseerd is in Europa? (EKA, Europakring Antwerpen is een club die enkel op de stadscampus werkt, nvdr.) Clubs als AYO, Mahara, de Flamingo's, de Antwerpse Vrouwenclub en Hollandia zijn allemaal kringen met een meerwaarde die zich niet laten plaatsen in de historisch gegroeide tweedeling van VUAS."

Voor themaclubs klinkt het logischer om universiteitsbreed te werken, maar dat is niet vanzelfsprekend. "Als ze per se één universiteit met één studentengemeenschap willen, dan moeten ze maar twintig gebouwen op de buitencampus bijbouwen om één grote, gezellige campus te worden", grapt William. Dat betekent niet dat hij niet nadenkt over betere oplossingen voor het deel van de studenten dat momenteel niet vertegenwoordig wordt: "We hebben erover nagedacht om een extra koepel onder VUAS te zetten; waaronder diversiteitsclubs en eventueel PFK (Politiek Filosofisch Konvent; een soort koepelkring voor politieke studentenclubs, nvdr.) vallen, maar ik heb daar geen zeggenschap over. In mijn ideaalbeeld bestaat VUAS dan uit Unifac, ASK-stuwer en een derde koepel voor alle verenigingen die nu uit de boot vallen. Al deze koepelkringen worden dan vertegenwoordigd in de Studentenraad."

dozen vullen

De anderen schijnen ook wel open te staan voor verandering. Jens: "Het zou de eerste keer zijn dat er iets aan VUAS zou veranderen sinds haar oprichting. Het is een van die dingen die niet geëvolueerd zijn. Wij willen actief meedenken. Zo zijn we aan het kijken of het niet mogelijk is om koepels onder VUAS met verschillende snelheden te hebben. Nu kan VUAS enkel spreken voor de clubs die geld krijgen; soepelere regels voor andere organisaties die geen financiering willen of nodig hebben, lijkt een goede oplossing. Het moet geen groot democratisch platform worden, uiteindelijk zijn er daarvoor andere organen, maar een formelere band om aan informatie-uitwisseling te doen heeft een meerwaarde. VUAS kan daar een geschikte plek voor te zijn."

Tinne Nijs: “Ik werk hier sinds 2013 en ik heb nooit anders geweten dan hoe het nu werkt. Het gaat eigenlijk om praktische zaken. Laten we aannemen dat Unifac en ASK-Stuwer enkel de wakers rond de feesten worden. Zaken als Calamartes of de Go-kart Race komen onder VUAS; dat worden plots een dertigtal clubs die meewerken aan die evenementen. Dat is een heleboel en ik weet niet of de tijd rijp is voor zulke ingrijpende veranderingen, maar vind toch dat daar iets voor te zeggen valt. Stel dat Students on Stage en Openingsdag één groot festival wordt, recht tegenover het groot gebouw van CMI, waar Ringlandfestival doorgaat, dat kan perfect. En dan heb je een universiteitsbrede start van het studentikoze academiejaar." Op de vraag of dat gewenst is: "Waarom niet? KdG doet dat toch ook?”

Ik vraag of VUAS tot die dag een lege doos blijft. De studentencoach antwoordt onverstoord: "VUAS is geen lege doos. Dat is enkel de perceptie."



in gesprek met Margot Bloemen

27/02/2020
de socialemediarevolutie van UAntwerpen (© Murat Yoldas | dwars)

Het lijkt een haast onmogelijke taak: Universiteit Antwerpen, verdeeld over negen faculteiten en drie campussen, één uniforme gestalte geven richting de buitenwereld. In een tijd waarin zowel studenten als buitenstaanders sociale media gebruiken als eerste contactpunt met de universiteit, is er meer dan ooit behoefte aan een eenduidig voorkomen op het internet. Daarom nam dwars een kijkje in de keuken van Margot Bloemen, de kersverse socialemediamanager van Universiteit Antwerpen.

In het begin van academiejaar 2019-2020 kreeg Universiteit Antwerpen langverwachte versterking op het gebied van sociale media. Nadat ze de onlinekanalen van een theatergezelschap beheerde, als freelancer verscheidene internetpagina's bouwde en twee jaar in Turkije bivakkeerde, is Margot Bloemen teruggekeerd naar haar oude liefde: de universiteit waar ze in 2007 begon aan haar opleiding Taal- en letterkunde. De universiteit zag sociale media jarenlang als een noodzakelijk kwaad van hedendaagse tijden. Toch ging ze dit jaar eindelijk overstag: Margot werd aangesteld tot socialemediamanager.

 

orde scheppen in de chaos

En zo iemand was hard nodig: tot voor kort werd de aanwezigheid van de unief op sociale media volledig geregeld door de afzonderlijke leden van de redactieraad van UAntwerpen. Alles goed en wel: belangrijke gebeurtenissen op de unief werden gedeeld, berichtjes werden beantwoord en de faculteiten mochten allemaal hun steentje bijdragen; de socialemedia-afdeling kabbelde rustig voort. Ging alles geheel vlekkeloos? Zeker niet. De redactieraad had, naast het onderhoud van de snelgroeiende sociale media, nog tal van andere taken. Ook liep de communicatie niet altijd van een leien dakje, omdat meerdere mensen aansprakelijk en verantwoordelijk waren voor de online gedaante van de unief. De combinatie van een groeiende socialemediatak, een drukke redactieraad en een warrige communicatie: daar moest vroeg of laat toch iets op gevonden worden.

De oplossing: een socialemediamanager. Sinds haar aanstelling verlaat geen post de redactie meer zonder eerst langs Margot te gaan. De aanvoerder van het socialemediateam is hét aanspreekpunt voor alles wat de universiteit op Facebook, Twitter en LinkedIn uitspookt. Dat betekent echter niet dat alle inhoud van haar eigen hand komt: "Ik bepaal niet wát er zoal gepost moet worden, eerder hoe." Immers weten de faculteiten zelf nog altijd het best wat hun (toekomstige) studenten interesseert. Met onder andere de invoer van een duidelijke huisstijl en door ervoor te zorgen dat zowel de centrale universiteit als de verschillende faculteiten dezelfde toon en frequentie in hun berichtgeving gebruiken, wordt er een grote schoonmaak gehouden in de online présence van de universiteit. Zo'n grote omwenteling is een lang proces: "We zijn vooral nog bezig met coördineren. Een concreet socialemediaplan staat nog in de kinderschoenen."

De verbetering in de communicatie is niet eenzijdig: ook de interactie tussen student en universiteit is verbeterd. Als je als student een berichtje stuurt via sociale media, is het nu veel waarschijnlijker dat je óf een goed antwoord krijgt, óf naar de juiste persoon doorgestuurd wordt. "Ik moet soms ook een beetje klantenservice spelen." Haar inbox is een waar rariteitenkabinet: berichtjes van mensen die een studentenkaart ergens van de straat gepikt hebben, oma's die per abuis een selfie uit kikvorsperspectief doorsturen, vragen over het tupperwarebeleid van de komida… "Het is vooral heel erg leuk. Om fatsoenlijke antwoorden te kunnen geven, spreek ik met totaal verschillende medewerkers van de unief!"

 

teruggeworpen in het studentenleven

Maar door alleen met medewerkers te spreken kom je er niet: de universiteit heeft weliswaar een groot aantal proffen en onderzoekers, maar dat valt in het niet vergeleken met de hoeveelheid studenten aan de unief. Als socialemediamanager is het dus belangrijk om niet alleen van bovenaf content te maken, je moet ook weten wat er bij de studenten zelf speelt. Tijdens haar eigen studententijd zat Margot middenin het studentenleven, als onder andere jobstudent bij een café en redactielid bij dwars, maar nu is het studentenleven haar evenmin vreemd: "Als student zat ik toch nog wat in de 'Taal- en letterkundebubbel', maar in deze functie zie je pas echt wat de universiteit en haar studenten zoal organiseren." Zo staat ze letterlijk tussen de studenten bij het maken van promotiemateriaal: bij de zogenaamde take-overs op sociale media, waarbij een student inhoud maakt voor de socialemediapagina, is er veel over-en-weercontact met de student. Ook gaat ze zo veel mogelijk naar evenementen die rond de universiteit spelen, zoals de opening van het nieuwe Prinses16, dat sinds kort de studentenraad en de redactie van dwars herbergt. "Je spreekt op dat soort evenementen met veel studenten, dat geeft ook weer een kijkje in het studentenleven."

Die betrokkenheid uit zich eveneens in de hoeveelheid mensen die worden bereikt op de socialemediakanalen van de universiteit: er is veel interactie rondom de artikelen over het studentenleven. Toch moet er een balans gevonden worden. Zo is Margot spaarzaam met het delen van berichten van de verschillende studentenverenigingen die de unief rijk is: Universiteit Antwerpen is in de eerste plaats een onderzoeksuniversiteit en dat moet ze uitstralen naar de buitenwereld. De sociale media van de universiteit kunnen niet te veel nadruk leggen op content van de studentenverenigingen en hun TD's. Zo zouden ze de verhouding tussen enerzijds het speelse van wat de studenten organiseren en anderzijds het ernstige wetenschappelijke onderzoek uit het oog verliezen. Dat maakt natuurlijk een groot deel uit van het DNA van Universiteit Antwerpen. Uitgerekend deze harmonie in onderwerpen is waarom een socialemediamanager in de eerste plaats nodig was.

 

de bouw van een aangezicht

Toch zijn posts over wetenschappelijke prestaties en de capriolen die de studenten uithalen slechts een klein stukje van de puzzel. Hoewel deze berichten natuurlijk erg interessant zijn voor degenen die al met de universiteit zijn verbonden, spelen sociale media meer dan ooit een grote rol in de profilering van bedrijven en instanties: UAntwerpen is daar geen uitzondering in. Een eerste stap in die profilering van de universiteit is het voorzichtig implementeren van terugkerende formats, waarvoor Margots hechte collega Barbara Dzikanowice verantwoordelijk is: misschien dat je #hetcijfer al eens voorbij hebt zien komen, waarin berichten over de universiteit in één cijfer worden neergezet. Het meest recente voorbeeld: in een recente studie gaf 46,8% van de ondervraagden toe dat ze al eens experimenteerden met BDSM. "Die is inmiddels al geblokkeerd op Instagram", geeft Margot niet helemaal zonder trots mee.

Met het oog op de toekomst is het werven van nieuwe studenten altijd nog het allerbelangrijkste. 'Bepaal mee de toekomst. Kom studeren aan Universiteit Antwerpen', prijkt in de bio van de Instagrampagina, gevolgd door een link om daad bij woord te voegen. De werving van studenten is ook voor Margot iets compleet nieuws, omdat een universiteit en een commercieel bedrijf toch net even iets anders zijn. "In een commerciële setting moet een persoon iets idealiter anderhalve keer zien voor die een product wil kopen. Als universiteit moet je constant aanwezig zijn als je wilt dat iemand student wordt." Dan moet je ook een interessante boodschap uitdragen. 't Stad staat vaak centraal in die boodschap: voor een groot deel van de scholieren die willen gaan studeren is − weinig verrassend − de stad waarin de universiteit staat één van de grootste redenen om zich in te schrijven. Het motto luidt dus: héél doelgericht adverteren naar studiekiezers en 't Stad ophemelen, maar ook veelvuldig vertellen wanneer de infomomenten eraan komen: "Mensen gaan hier niet studeren vanwege een Facebookberichtje, persoonlijk contact blijft het belangrijkst."



editoriaal

27/02/2020
selectieve creativiteit (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

Onlangs had ik weer een retour Nederland geboekt. Ik was net op tijd de trein binnengesprongen en zette me snel tegenover een man en zijn dochter. Kort daarna verscheen de moeder met nog een zoon en peuter uit de tussenruimte. Wat onwennig drukten ze zich in de andere hoek. Enkele ongemakkelijke minuten en een vriendelijke overbuurman later konden ze mijn oude plek innemen.

Vlak na mijn verhuis begon de peuter te krijsen, waarna ze verwoede pogingen deed om naar een andere coupé te stormen. Haar moeder was alert en schoof de glazen tussendeur dicht, waarop de peuter geen antwoord had. Ontsnappingspoging mislukt. Snel zette ze haar creativiteit aan het werk. Misschien kon ze de glasplaat eruit duwen. Nee, te zwaar. Dan de deur maar optillen. Niet veel beter. Maar wacht, aan de andere kant staat de deur open, tijd voor vrijh... nee, niet mijn kraag, mama!

Creativiteit is een begrip dat men evenzeer minacht als prijst. Studeren aan de kunstacademie biedt geen toekomstperspectief volgens het publiek, maar doorgebroken kunstenaars worden op handen gedragen. Smart drugs als rilatine zouden creativiteit juist weer onderdrukken voor betere studieprestaties, creativiteit is namelijk pas goed als het geld opbrengt.

Om het tij te keren richting de positieve kant schuift dwars dit semester weer een stapel creatieve impulsen jullie kant op, kijk maar naar het Kortfilmfestival. Onze papieren deur naar nieuwe artikels kan je gelukkig, in tegenstelling tot de arme peuter, wel makkelijk zijwaarts openen.
 



blikopener

27/02/2020
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 
Auteur

Mails over feedbackformulieren en herinneringen aan mails over feedbackformulieren overstromen weer de inbox van menig student. Feedback, je vraagt je toch altijd af of de licht emotionele afbranding van je prof nu eigenlijk wel effect heeft op zijn lesgeven. Aan de andere kant, de therapeutische waarde van anoniem gal spuwen op een prof na een matig cijfer mag ook niet onderschat worden. Tot diezelfde prof enigszins gepikeerd voor de klas staat en je je afvraagt of je pittige review het niet alleen maar erger heeft gemaakt.

Amy Quintelier, doctoraatsstudente aan de faculteit Sociale Wetenschappen, zocht naar een antwoord op deze vragen. Weliswaar niet op universitair niveau, maar op basisschoolniveau: “Omdat daar alle leraren aan bod komen tijdens een schooldoorlichting.” Inspecties gaan er daar uiteraard anders aan toe: wij evalueren zelf, daar komen inspecteurs de docent observeren. Er wordt ook geen persoonlijke feedback gegeven, die wordt veralgemeend naar de hele basisschool. Dat is drastisch anders dan de professor-specifieke feedbackformulieren die wij invullen.

Quinteliers onderzoek richt zich vooral op het moment waarop feedback door leraren wordt gelezen. Of academisch verwoord: of affectieve en cognitieve responsen een invloed hebben bij het accepteren van feedback door docenten. Die twee procestypes kunnen als volgt worden omschreven: affectieve processen leggen zich met name toe op de emoties die het krijgen van feedback oproept. Cognitieve processen en gedachten kunnen worden gedefinieerd als de ideeën en gedachten die de leraar heeft als hij feedback krijgt.

onderzoeksopzet

Om dat te onderzoeken is een selectie van basisschoolleraren in Vlaanderen aan een spervuur van vragen onderworpen, sommige iets persoonlijker dan andere. Aan veertig scholen in totaal zijn enquêtes verstuurd en twaalf individuele leraren zijn continu opgevolgd, wat betekent dat ze in persoon bevraagd werden over de schooldoorlichting. Tijdens de interviews werd de leraren gevraagd met welke feedback ze wel en niet akkoord gingen en wat ze daarbij voelden en dachten. Bij de survey kregen leraren een vragenlijst waarbij ze moesten terugdenken aan verschillende momenten tijdens een doorlichting, waarbij ze de intensiteit van dertien emoties in kaart moesten brengen. Tot slot moesten ze uitleggen waarom ze die emoties voelden. Quintelier benadrukt dat ze zich in haar onderzoek alleen op Vlaanderen richt en geen uitspraken kan doen over een ander inspectiesysteem.

geen effectmetingen

De resultaten van de vragenlijst markeren overigens het eindpunt van het onderzoek, er is niet gekeken in het klaslokaal of leraren hun manier van lesgeven ook echt veranderen na de feedback. "We hebben geen effectmetingen gedaan. We kunnen enkel benadrukken welke relatie er is tussen de cognitieve en affectieve processen en de feedbackacceptatie.” Er is ook niet in de klas meegekeken met de inspecteur om de kwaliteit van de feedback te beoordelen. “Docenten zijn niet zo gewillig om onderzoekers toe te laten in het heetst van de strijd.”

Er werd geconcludeerd dat emoties nauwelijks een rol speelden bij de bereidheid van leraren om de feedback te accepteren, met uitzondering van een kleine correlatie tussen boosheid en feedbackacceptatie: “Emoties werden meer geuit wanneer feedback als onrechtvaardig werd gepercipieerd door de leraar.” Hoe relevant de feedback was speelde daarentegen wel een belangrijke rol bij de meeste leraren. “Als de leraren het verloop van de inspectie en de resultaten als onrechtvaardig inschatten, had dat een negatief verband met de feedbackacceptatie.”

feedback is ontwikkeling

Maar hoe kunnen we deze resultaten met de unief verbinden? Uiteindelijk zijn het toch twee afwijkende systemen. En nemen proffen ons wel serieus? “Onderzoek heeft aangetoond dat studentenfeedback wat oplevert. Bovendien is studentenfeedback binnen de unief een van de weinige bronnen voor de docent om zijn of haar aanpak te evalueren.” Het spreekt voor zich dat dit pas geldt als je het formulier niet invult wanneer je fles wijn halfleeg is en er een negen op je scherm prijkt. Moeite steken in feedback heeft volgens Quintelier ook nog een educatieve functie: “Je leert kritisch terugblikken en reflecteren.” Het best doorspek je de commentaar met voorbeelden en verwoord je hem objectief, opdat ze betrouwbaar overkomt. En dat hoeft zeker niet alleen als de professor het te bont maakt in het lokaal, maar juist ook als hij daar excelleert: “Als het goed gaat, mag dat zeker ook wel eens gezegd worden.”

Leraren zijn uiteindelijk maar mensen: ook al zijn ze in Quinteliers onderzoek niet het onderwerp van persoonlijke feedback, ze kunnen het zich alsnog persoonlijk aantrekken. Internationaal onderzoek geeft ook aan dat negatieve feedback voor leraren leidt tot een verhoogde kans op een burn-out of dat het een reden kan zijn tot het verlaten van hun job.

Of dat op de unief hetzelfde is, zal iemand anders moeten onderzoeken. In ieder geval heeft ons huidige feedbackgedrag nog niet tot een proffenexodus geleid, dus het is aan te nemen dat het meevalt. Toch moeten wij misschien als goed voornemen voor dit semester onze proffen een handje helpen door hun motivatie op te krikken en hen een hart onder de riem te steken. Wie weet doe je nog examenvaardigheden op door feedback te geven.
 



naar een opgewarmd discours

27/02/2020
klimaat leeft op UAntwerpen (© Witse Beyers | dwars)
🖋: 
Auteur

Voor het eerst zijn we in staat om veranderingen van het klimaat vast te leggen en te voorspellen. Een onderzoek uit 2010 wees uit dat er onder klimatologen een consensus van 97 procent bestond dat door de mens veroorzaakte klimaatopwarming bestaat. In een soortgelijke studie van meer dan 11.000 wetenschappelijke artikelen in 2019 groeide deze consensus tot de volle 100 procent. Daarom is het ook niet bepaald een verrassing dat er de vorige jaren meer en meer protesten waren om het beleid rond klimaatopwarming in verschillende landen en op verschillende niveaus aan te kaarten. Het maatschappelijke debat wordt in onze actualiteit vaak polariserend gevoerd en effectieve maatregelen door onze regeringen blijven klaarblijkelijk uit. Waarom is dat zo? En kunnen wij als studenten een noemenswaardig steentje bijdragen?

De antwoorden op al die vragen zocht dwars op het gastcollege van professor Jean-Pascal van Ypersele. Op 11 februari gaf die een gastcollege rond klimaatopwarming aan onze universiteit, op uitnodiging van professor Cedric Vuye van de faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.

Het zou een understatement zijn om van Ypersele een toonaangevend klimaatwetenschapper te noemen. Als voormalig vicevoorzitter van het IPCC, de intergouvernementele VN-werkgroep die klimaatverandering evalueert, won hij met zijn organisatie in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede. Daarnaast is hij lid van een denktank van experts die de jongerenbeweging Youth for Climate ondersteunt. Dankzij professor Vuye en in samenwerking met GreenOffice Antwerpen, het studentenplatform dat duurzaamheid in de kijker zet op UAntwerpen, kon dwars hem na de lezing op de rooster leggen. Van Ypersele beargumenteerde voor een volle aula dat de consensus onder klimaatwetenschappers is dat antropogene klimaatopwarming geen fantasietje is. Dat houdt in dat de opwarming door de mens veroorzaakt is. Daarnaast legde hij de opwarming van de aarde op een begrijpelijke manier uit en overliep hij de betrekkelijk kleine impact van de huidige klimaatmaatregelen. De boodschap van de dag: hoewel de klimaatopwarming voor desastreuze gevolgen zal zorgen, kan het ergste vermeden worden op voorwaarde dat de wereld op tijd handelt. De technologie om de effecten van de opwarming van de aarde te beperken hebben we namelijk wel.

 

waar wachten we op?

Als je al het bovenstaande in beschouwing neemt, was er één voor de hand liggende vraag die we onszelf gedurende het hele college stelden: als er werkelijk zo’n grote consensus bestaat onder wetenschappers, waar wachten we dan nog op?

Het antwoord op die vraag telt volgens van Ypersele twee luiken. Ten eerste spreekt hij over zowel de individuele als de institutionele inertie die in onze maatschappij aanwezig is: tenzij het strikt noodzakelijk is, veranderen mensen en groepen hun gedrag niet graag. Als een expliciete verplichting om te veranderen uitblijft, zullen organisaties en personen die over het algemeen dan ook uitstellen. Als mensen zijn we immers van nature behoudsgezind. Een ander obstakel ziet hij in het feit dat verschillende actoren in het klimaatdebat gebaat zijn bij het vertragen van maatregelen tegen de klimaatopwarming. Zo wordt er in Amerika jaarlijks bijna een miljard dollar gespendeerd om twijfel te zaaien over klimaatopwarming, onder andere door de fossiele-brandstoflobby's. De impact van deze middelen is volgens van Ypersele niet te onderschatten.

Ook België volgt dit model. Nieuws rond klimaat in ons land is overwegend negatief en dat komt niet uit de lucht vallen. In 2018 stemde België, samen met Tsjechië, tegen de Europese richtlijn voor energievermindering. In 2019 scoorden we slecht op vlak van klimaatambitie bij European Climate Foundation. Van Ypersele: “Er lijkt een kloof te zijn tussen de aandacht die de overheid spendeert aan klimaatmaatregelen en de groeiende kennis over de toekomstige kosten van de klimaatopwarming. Dat is voornamelijk in Vlaanderen het geval. Ironisch genoeg zal Vlaanderen geografisch gezien veel last hebben van de stijging van de zeespiegel.”

wat kunnen wij doen?

Het bovenstaande beeld is allesbehalve positief, maar moet worden genuanceerd. In een open brief aan zijn kleinkinderen kaartte Van Ypersele twee jaar geleden de vrees aan dat “de mensheid niet snel genoeg zal beseffen in wat voor een impasse zij al beland is”. Op de vraag of hij na de klimaatmarsen en de groene golf van vorig jaar nog steeds dezelfde vrees koestert, antwoordt hij positief: “Een paar weken geleden herlas ik de brief en mijn zorg is exact dezelfde gebleven. Ik hoop op het plan van de Europese Commissie rond de Green New Deal, maar dat is nog niet goedgekeurd... Bovendien zal de Green New Deal enkel werkzaam zijn op het Europese niveau, terwijl Europa verantwoordelijk is voor maar 25 procent van de koolstofemissie.”

Kunnen wij, als individuen, het verschil maken? Van Ypersele is vastberaden: “Natuurlijk is individuele actie van belang! De manier waarop wij consumeren, reizen, bouwen... heeft een invloed op onze ecologische voetafdruk. Toch is het belangrijk om te beseffen dat individuele actie niet genoeg is. Maatschappelijke en economische veranderingen moeten die individuele acties faciliteren.” Mocht hij een advies kunnen geven aan studenten, zou het zijn om klimaat te bespreken en erover te discussiëren met medestudenten en experten. “Angst en onzekerheid over de toekomst los je op door erover te praten met anderen. Dat is cruciaal. Als je het aan mij vraagt, leidt dat tot actie. En dat is wat we nodig hebben.”

In 2002 schreef dwars al over duurzaamheid en klimaat aan UAntwerpen. In die tijd waren volgens de auteur slechts twee personen actief bezig met de verduurzaming van de universiteit. De conclusie was dat duurzaamheid indertijd stiefmoederlijk behandeld werd. Achttien jaar later wordt er meer dan ooit nagedacht over duurzaamheid en klimaat aan onze universiteit. Een voorbeeld is het Climate Action Team, dat de voorbije jaren in werkgroepen heeft gebrainstormd over duurzaamheid op onze campussen. Het resultaat daarvan is het ambitieuze Klimaatactieplan. Vorig jaar nam UAntwerpen dat plan aan. Het doel is, kort gezegd, om tegen 2030 klimaatneutraal te functioneren en tegen 2050 koolstofvrij te worden. De rector is alvast fan: tijdens Het Grote Rectorexamen op 19 februari bejubelde hij de bottom-up mobilisatie van UAntwerpenmedewerkers en -studenten.

De boodschap lijkt eenvoudig: het is tijd voor actie. Wachten op de gewenste wetgeving die klimaatopwarming een halt toeroept of alleszins enigszins vertraagt, is niet genoeg. Verschillende instituties die een cruciale rol kunnen spelen in de strijd tegen de opwarming van de aarde, lijken een zeer traag veranderende mentaliteit te hebben. Daarom weerklinken de woorden van van Ypersele als een nieuw motto: “Individuele actie is van belang!”

 

Wil je meer te weten komen over de verschillende klimaatinitiatieven van UAntwerpen en hoe jij je steentje kan bijdragen? Kijk dan eens naar de actiegroep UAntwerp Climate Team. Heeft dit artikel je overtuigd om de lezing van Jean-Paul van Ypersele te bekijken? Op de Facebookpagina van Green Office UAntwerpen kan je het college herbekijken.



over de effecten van een bekende smart drug

27/02/2020
rilatine: onschuldig oppeppertje of gevaarlijke drug? (© Hanne Collette | dwars)
🖋: 
Auteur

Studenten hebben vaak een pillenstrip in hun ladekastje. Nee, niet die pillen, maar stimulerende middelen. Als je op een blauwe maandag ook eens nieuwsgierig was naar de hype, ben je niet de enige. In 2017 concludeerde het onderzoek "In hogere sferen?", de vierde editie van het Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, dat 8,5% van de ondervraagde hogeschool- en universiteitsstudenten weleens een tablet slikte om hun studeerprestaties te bevorderen. Daarbij gaat het uitsluitend om studenten die het medicijn niet om medische redenen slikken. Rilatine is een bekend voorbeeld van deze stimulerende middelen, dat ook in de wandelgangen van UAntwerpen niet onbekend is. Reden genoeg voor dwars om het middel nader te bekijken. 

Studenten zoeken al jaren naar al dan niet illegale ondersteuning bij de examens en smart drugs zijn daar het nieuwe voorbeeld van. Het medicijn is niet zonder doktersbrief te verkrijgen, maar er leiden meerdere wegen naar rilatine. Onder studenten is een illegale handel ontstaan om de regelgeving te omzeilen. Studenten die een doktersbrief hebben, halen bijvoorbeeld bewust te veel rilatine of kopen het online in, waar nog minder toezicht is. 

Wat zit er in rilatine en bij welke diagnoses wordt het verstrekt? Rilatine wordt voornamelijk voorgeschreven aan mensen, vaak kinderen, die de diagnose ADHD hebben gekregen. De werkzame stof in het middel is methylfenidaat, een psychostimulans die het centraal zenuwstelsel stimuleert en vergelijkbaar is met amfetamine (speed), maar aanzienlijk minder potent is. Methylfenidaat is een omstreden stof, die zelfs op de opiumlijst staat. Nieuw is het middel niet, in de jaren 60 werd het al op de markt gebracht en soms ook door studenten gebruikt. Studenten die het middel slikken zijn ervan overtuigd dat het hun concentratievermogen verhoogt, waardoor hun examenprestaties verbeteren. 

Volgens de eerder genoemde studie piekt het oneigenlijk rilatinegebruik tijdens de blok. Volgens professor Geert Dom, gespecialiseerd in verslavingsproblematiek, valt dat te verklaren: "De examenstress die we voelen brengt zeker niet in iedereen het beste naar boven. In een sterk competitieve en stressvolle omgeving is de neiging om naar hulpmiddelen te grijpen groter.” Natuurlijk geldt ook: als je eenmaal begint aan het middel, is het gemakkelijker om het nog eens te gebruiken. De nadelen van rilatinegebruik blijven echter vaak onderbelicht in de mond-tot-mondreclame onder studenten.

sensibilisering onder studenten

Een groot probleem bij illegaal rilatinegebruik is dan ook dat veel studenten niet weten wat de effecten van het medicijn zijn. Dirk Van Look, die zich op het onderwerp stortte na het overlijden van zijn dochter, waar rilatine vermoedelijk een factor was, pleit daarom ook voor sensibilisering onder studenten: “Ze moeten weten dat het gevaarlijk is.” Hij hoopt dat hij het imago van het medicijn kan bijstellen door een tegengeluid te geven, waardoor studenten minder geneigd zullen zijn om naar het middel te grijpen.

Overigens moet wel worden gezegd dat rilatinegebruik in verreweg de meeste gevallen niet levensgevaarlijk is en in de beschreven overlijdensgevallen niet onomstotelijk de enige oorzaak is. Vaak gebruikten de patiënten ook nog andere middelen of hadden ze bijvoorbeeld een rookverslaving, zoals blijkt uit een onderzoek van Nederlands bijwerkingencentrum Lareb uit 2017.

In het geval van Van Look is het anders, zijn dochter, studente Productontwikkeling aan UAntwerpen, gebruikte enkel rilatine. Bijzonder aan de situatie is dat het misging nadat de studente achttien werd en min of meer zelf verantwoordelijk was voor haar rilatinegebruik. Dat roept meteen de vraag op of meer medische controle nodig is nadat ADHD-patiënten officieel volwassen worden. In het kielzog van deze constatering pleit Dirk Van Look dan ook voor meer bewustwording over het medicijn bij huisartsen, die als enige verantwoordelijk zijn voor de verstrekking ervan wanneer een kind met ADHD dat rilatine slikt, achttien jaar wordt. Let wel, controle is verder niet verplicht: als jongvolwassenen niet op spreekuur willen komen om over hun medicijngebruik te praten, hebben zij dat recht. In het algemeen vindt Dirk Van Look sowieso dat er bij een ADHD-diagnose vaak te snel onterecht naar rilatine wordt gegrepen, mede door de farmalobby die het product promoot met als argument dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. De nadruk zou eerder moeten liggen op psychosociale begeleiding. Geert Dom heeft eerder een voorkeur voor een combinatie van behandelingen.

van misselijkheid tot verslaving

Is het echt zo gevaarlijk? Het is lastig om dat eenduidig te beantwoorden. Zoals dat bij medicijnen gaat, heeft ook rilatine een waslijst aan mogelijke bijwerkingen. Geert Dom: “De traditionele bijwerkingen bij mensen die het middel regelmatig nemen zijn hoofdpijn, eetlustverlies, misselijkheid, haarverlies, depressiviteit en soms hartritmestoornissen.” Daarnaast kan je bij rilatinemisbruik ook last hebben van angstklachten, verhoogde stressgevoeligheid en onrust. Als je het te vaak neemt, kan het ook verslavend werken: “In het afkickcentrum waar ik werk, zie ik weleens mensen met een verslaving aan rilatine. In de ergste gevallen vertonen zij verschijnselen als paranoia en gedragsontregeling. Maar die verschijnselen zijn dosisgebonden, situatiegebonden en hangen af van de individuele gevoeligheid van de persoon voor het middel. Als je al een aanleg hebt voor hartritmestoornissen, kan het daardoor gemakkelijker escaleren.” 

kortstondige effecten

De vraag blijft of het middel nu eigenlijk wel werkt. Heeft het imago van rilatine gewoon een groot placebo-effect waaraan ons aan vastklampen? Geert Dom: “In principe heeft alles een placebo-effect. Als je studenten een pilletje geeft en zegt dat dit hun leervermogen verhoogt, dan zullen er veel wat beter leren. In dit geval is het medicijn echter wel degelijk een sterk psychoactief middel.” De effecten zijn er dus wel degelijk, maar ook daarbij plaatst Geert Dom een kanttekening: “Rilatine kan je een beetje helpen om je concentratie en aandachtsvermogen te verbeteren op korte termijn. Als je dat langer gaat gebruiken, en dan praat ik over weken, ga je er geen profijt van hebben op je cognitieve functies. De negatieve effecten op geheugen, aandacht en dergelijke zullen gaan overheersen. Je bent dan juist verder af van wat je eigenlijk wilde bereiken.”

Een belangrijke opmerking bij het medicijn is ook dat gebruikers die geen ADHD hebben, eerder de negatieve effecten ervan zullen ondervinden. Ook maakt Geert Dom een duidelijk onderscheid tussen de effectiviteit van rilatine bij eenvoudige en complexe taken. Bij eenvoudige taken, piekprestaties zoals een wedstrijd boksen, is er een duidelijk zichtbaar effect; bij complexe taken ligt het anders. “Bij complexe taken blijkt het veel minder efficiënt om je concentratievermogen te verhogen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een medische operatie leiden of multitasken in het algemeen.”

Piekprestaties is hier dus het sleutelwoord: op lange termijn zal rilatine je studeerprestaties eerder afbreken dan opbouwen. Geert Dom illustreert het concept nog verder met een historisch voorbeeld: “In de Tweede Wereldoorlog kregen de Duitse tanksoldaten tijdens het Ardennenoffensief dagelijks amfetamine, daar zag men ook al dat er sprake was van een piekprestatie bij het middel. Als het gaat om een paar dagen, helpt dat. Ze hebben hetzelfde geprobeerd toen de Duitsers Moskou probeerden te veroveren, maar daar duurde de strijd veel langer en dan begon dat tegen te werken, want die soldaten sliepen niet meer. Het stimulerend effect verdwijnt ook na een paar dagen.” Treffend, aangezien de blok soms ook wel wat weg heeft van een oorlogsgebied, waar opperste concentratie tijdens het studeren een noodzakelijkheid is om niet verrast te worden door de te overwinnen examens. Tegelijkertijd is het overduidelijk niet alles goud wat er blinkt. Rilatine is geen wondermiddel en straft je lichaam af als je het misbruikt, wat in het algemeen van medicijnen gezegd kan worden.

Rilatine is dus zeker niet risicovrij bij studenten die het middel oneigenlijk gebruiken. Hoewel het wel degelijk een effect heeft en op korte termijn je cognitieve functies versterkt, verwisselen die voordelen zich op lange termijn voor nadelen. Maar zelfs ondanks de piekprestaties is het nooit zonder meer een toevoeging, vooral bij complexe taken. Daarbij komt dat rilatine verslavend kan zijn en een hele rits aan vervelende bijwerkingen kan hebben, die dan wel weer sterk afhangen van de dosis, maar ook sneller voorkomen als je enkel slikt om beter te studeren. Misschien de volgende keer toch maar gewoon een kop koffie.