"Milieudienst: Ons werk is nog niet af"

Ecologische voetafdruk van de universiteit is goed, maar niet fantastisch
25/03/2012
🖋: 

Wanneer de eerste terrasjes volstromen, staat de centrale verwarming op de Universiteit Antwerpen te draaien en zet iedereen er de ramen wagenwijd open. In de aula's puilen ondertussen de prullenmandjes uit van colablikjes die al dan niet in het verkeerde bakje zijn gedeponeerd. Een zoveelste flyer wordt op de grond gegooid. De opwarming van de aarde lijkt aan de unief een mythe of niemand ligt er schijnbaar van wakker. Een universiteit zou toch een voorbeeldfunctie moeten hebben, dacht dwars. Zeker als die universiteit zelf de opleiding Milieuwetenschappen aanbiedt.

Sinds geruime tijd heeft de universiteit een milieudienst milieucöordinator Marleen Clerinx en ecocampusbegeleidster Carla Uwents. Samen met hun collega's proberen ze van onze alma mater een groener en milieubewuster bedrijf te maken. “Door de aanwezigheid van labo's, is de universiteit genoodzaakt iemand op campus Drie Eiken aan te stellen als verantwoordelijke onder andere voor de verwerking van chemisch afval, liquidatie van proefdierkadavers en afvalwaterlozing”, zegt Clerinx. In één beweging staat ze ook in voor de drie andere campussen. Ook de mestverwerking van ‘kinderboerderij’ Drie Eiken valt onder haar bevoegdheid. Uwents richt zich meer op het personeel en de student: het papierverbruik verminderen, mensen sensibiliseren om lichten en computers uit te zetten enzovoort. Voorts wordt de milieudienst steevast betrokken bij iedere nieuwbouw of grondige verbouwing. Daardoor zijn bijna alle verwarmingsketels van stookolie naar aardgas overgeschakeld. “In de nieuwe gebouwen aan de Stadscampus is een ingenieus systeem dat de temperatuur automatisch regelt. Zeker bij de nieuwe labo's pitsen we er altijd nog iets af”, zegt Clerinx. Ook met de leefomgeving wordt rekening gehouden. Bepaalde bomen mogen niet gekapt worden omdat ze belangrijk zijn voor de vleermuizenpopulatie. Het nieuwe gebouw voor de nieuwe faculteit Ingenieurswetenschappen zal op haar beurt bijna volledig passief zijn.

 

Een dienstverlening, geen inspectie

Eens per jaar doen Clerinx en Uwents een rondgang om te kijken wat voor verbetering vatbaar is. Daar merken ze wel een mentaliteitswijziging onder het personeel. “Vijf jaar geleden waren wij die van de inspectie, nu beschouwen ze ons meer als een dienst.” Toch blijkt milieubewust werken geen evidentie. “Soms treffen we nog kantoren aan met de verwarming aan, maar het raam open”, zucht Uwents. Dat heeft met ‘comforttemperatuur’ te maken. “De ene persoon zet nooit de verwarming aan, de andere draait nog een extra elektrische chauffage helemaal open. Zo'n chauffage is nochtans verboden”, zegt Clerinx.

 

Energieverbruik van een heuse gemeente

Om hun geleverde werk te toetsen werd onlangs door een extern bedrijf de ecologische voetafdruk van ECOBE (Ecosystem Management Research Group van het departement Biologie) berekend. “Daarin scoorden we lang niet slecht”, zegt het duo trots. “We zitten op hetzelfde niveau als andere universiteiten.” Nochtans hangen aan de gebouwen Energie Prestatie Certificaten (EPC) die het tegendeel beweren. “Dat komt omdat de EPC's die uithangen zijn opgesteld voor woningen”, verklaart Clerinx. De Universiteit Antwerpen verbruikte in 2011 12.804.000 kilowatt per uur aan elektriciteit (ongeveer 3.600 gezinnen) en 17.300.000 kilowatt per uur aan aardgas (ongeveer 750 gezinnen). “Dit verbruik lijkt de laatste jaren te stagneren, wat een goede zaak is gezien de groei aan studenten en personeel.” Ook is de energie die de universiteit aankoopt steeds groene energie en zakt het papier- en waterverbruik de laatste jaren fors.

 

Drie Nissans vervangen elektrische auto

De Milieudienst ijvert voor een efficiëntere mobiliteit. Dat het openbaar vervoer naar campus Drie Eiken te wensen over laat, is bekend (zie dwars 72). De Milieudienst betreurt de houding van De Lijn en steekt daarom zelf de handen uit de mouwen. Voor het einde van het jaar wil het voor het personeel een carpoolplatform op poten zetten. “De manier wordt nog onderzocht”, vertelt Clerinx. “Of we creëren zelf iets of we gaan mensen aansporen om op Carpool Plaza in te schrijven.” Bovendien werden drie Nissan Pixo's aangekocht die het personeel kan gebruiken als poolwagen. “Vorig jaar was er een elektrische wagen, maar die stond meer in de garage dan op de campus”, zegt de Milieucoördinator. Over het overige wagenpark heeft de Milieudienst weinig in de pap te brokken. “Ook over de keuze van de rector zijn Jaguar ben ik niet gehoord”, grapt ze. “Al maakt onze rector van ecologie echt wel een van zijn speerpunten. Vaak stuurt hij ons een e-mail met mogelijke ideeën.”

 

Toch is er nog ruimte voor verbetering. Zo is nog steeds niet elk gebouw voorzien van dubbel glas. Ook communicatie naar studenten toe verloopt moeizaam. “Calamartes (cultuurfestival aan de Stadscampus, nvdr.) was een gemiste kans”, zegt Clerinx. “De organisatie heeft niet aan ons gevraagd wat er milieuvriendelijker kon.” De milieudienst wil graag met de verschillende studentenverenigingen rond de tafel zitten in verband met de duizenden flyers en affiches die weg worden gegooid. “We denken ook aan het invoeren van afwasbare bekers”, oppert Clerinx. Al geven ze op de Milieudienst toe dat het eenvoudiger is om even een doos wegwerpbekers bij een sponsorende brouwer op te pikken. Ook de beperkte hoeveelheid vuilnisbakken op de Stadscampus, een probleem dat eenvoudig aangepakt kan worden, is een doorn in het oog. Al blijven ze strijdvaardig: “We zijn op de goede weg met de universiteit, maar nog lang niet klaar.”