het laatste woord

29/03/2021
pronoia
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie kijken we met vol optimisme 'pronoia’ tegemoet. 

Ken je het gevoel dat altijd alles goed loopt? Dat het lijkt alsof iemand je van bovenaf een handje helpt? Nee, ik ook niet. Maar ja hoor, het bestaat wel degelijk! "Oh, God, if I'm anything by a clinical name, I'm a kind of paranoiac in reverse. I suspect people of plotting to make me happy", schreef Seymour Glass in zijn dagboek. Seymour is een personage uit de novelle ‘Raise High the Roof Beam, Carpenters’ geschreven door J.D. Salinger. Hoewel het gevoel al halverwege de vorige eeuw beschreven werd, is er pas in de jaren 80 een begrip voor gevonden: pronoia. 

Tegen het einde van het millennium zou de wereld zogezegd een nieuw tijdperk betreden. Het was een tijd waarin ‘positieve stromingen’ de overhand kregen en stegen in populariteit. Om mee te zijn met de psychedelische trend moest je gebruik maken van rituelen die pure positiviteit aantrokken. Socioloog Fred Goldner introduceerde in 1982 het begrip pronoia voor het eerst. Hij beschreef het als “the delusion that others think well of one”. Het woord is later in de jaren 90 opgepikt door de Zippies (Zen-Inspired Pronoia Professional, n.v.d.r.). 

Zoals wij nu de besmettingen willen tegengaan, zo wilden de Zippies de hele wereld besmetten met dit begrip en de bijhorende vibe. Pronoia is de tegenhanger van paranoia: het universum zou er stiekem op uit zijn jou te helpen, meer dan dat, ook jíj maakt deel uit van de samenzwering om anderen dat duwtje in de rug te geven. Het is een mooi ideaal om te bezigen en zou ervoor zorgen dat je glas altijd halfvol blijft, in plaats van halfleeg. 

Niet vleermuizen, maar het Amerikaanse magazine Wired zorgde ervoor dat het begrip populariteit kreeg en wijdverspreid werd. Zij plaatsten de Zippies op hun cover in mei 1994 en besteedden meerdere pagina’s aan het uiteenzetten van het begrip pronoia. Wired noemde hen de Woodstock van de jaren 90. Maar zoals met zo veel dingen doorstonden noch de Zippies, noch hun pronoia de tand des tijds. Jammer, want pronoïde met mate is gezond, net zoals bij paranoia. Het zou wel eens de sleutel kunnen zijn tot een beter leven voor jezelf en een betere wereld voor de mensen om je heen. Maar wat als beide in elkaar overlopen? De mensen die pronoia bezigen als levensfilosofie, kunnen wel eens paranoïde worden. Dat kan leiden tot pure waanzin. Het klinkt paradoxaal maar er is een logische verklaring voor: ze werken volgens een soortgelijk mechanisme.  

De vreselijke symptomen van deze aandoening zijn: een stijgend gevoel van optimisme, het verlangen om samen te werken met anderen, spontane uitingen van goede bedoelingen en een sporadische charismatische glimlach die zomaar op je gezicht verschijnt. Of pronoia een psychische stoornis op zich is, of eerder een symptoom van ‘gekkigheid’, daar bestaat geen consensus over. Wat er ook van zij, uit voorzorg zou je alvast je druggebruik kunnen verminderen.



Bierman

29/03/2021
bierman 135
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit! 

De oplettende bierliefhebber zal wel gemerkt hebben dat er tegenwoordig een ontmoedigend groot aantal unieke biertitels op de markt is. Het aantal bieren is de afgelopen jaren zelfs dusdanig gegroeid dat het fenomeen door sommige geleerden als illustratie wordt gebruikt bij de uitdijing van het heelal. Teneinde deze metafoor wat verder uit te rekken is Bierman zo vrij om hieraan nog wat boosaardig toe te voegen dat er veel boeiende zaken terug te vinden zijn in het universum, maar dat de meeste sterren uiteindelijk toch ook maar gewoon rode dwergen zijn. En dus zijn die rode bollen die wat verloren rondzweven in de ijle leegte van het heelal eigenlijk de Craft breweries van het universum: plaatsen waar zware elementen worden gemaakt die daarna snel uit elkaar vallen zoals uranium, tripel hop of imperial stout.  

Voor sommigen is al dat biergeweld evenwel nog niet genoeg. Meer en meer brouwerijen experimenteren tegenwoordig met het distilleren van hun bieren, waarbij ze meestal voor een op hout gerijpte variant kiezen. Het is een open deur intrappen, maar bij dit proces gaat het erom dat het ethanol kookt op 78 graden en dus sneller verdampt dan de rest van het bier. Samen met de esters die de smaak bevatten, kan deze bierwolk opgevangen worden en (mits het in acht nemen van een veiligheidsmarge om het schadelijke methanol te verwijderen, dus zeker niet thuis proberen), neerslaan als een bierlikeur.  

Voorlopig zijn de straten nog onveilig omdat het spook van corona door de wereld waart en dus geeft Bierman nog een tip voor wie koste wat kost thuis met bier aan de slag wil gaan en het beu is om altijd weer stoofvlees te maken: aangezien niet enkel het kookpunt maar ook het smeltpunt van ethanol lager ligt dan dat van water (-114 graden), is het ook mogelijk om van een bier likeur te maken door het te bevriezen en vervolgens bij het ontdooien de alcohol en bijhorende esters te laten uitlekken. Zware, smaakvolle bieren zijn daarvoor goed geschikt, maar omdat deze gewoonte vooral in Nederland en Duitsland ontstond voor het veredelen van seizoensgebonden bockbieren, krijgen de bieren die hieruit ontstaan tot vandaag het label 'Eisbock'. Een gewone diepvriezer zou krachtig genoeg moeten zijn om likeur tot 15% te maken van zowat elk bier. Bij hogere alcoholpercentages bevriest de vloeistof niet meer volledig wat een erg droevige aanblik biedt en ook volstrekt nutteloos is. Bij het afgieten is het de regel om ongeveer een derde van het bier over te houden. Aangezien het eindresultaat een hoger alcoholpercentage heeft dan het origineel, is het belangrijk om er met mate van te genieten en zeker ook eens de vergelijking te maken met het originele bier om te zien of er bepaalde smaken versterkt of verzwakt uitkomen. Het is Bierman overigens volstrekt onduidelijk of er met dit procedé nationale accijns-, slijterij- of andere wetten overtreden worden. Gelieve dus eerst advies in te winnen bij een advocaat of een abonnement te nemen op het staatsblad en in geen geval de wet te overtreden.  

De wat meer wetenschappelijk gevormde lezer zal natuurlijk al opgemerkt hebben dat het bij dat alles gaat om het manipuleren van aggregatietoestanden. Naast vaste stof, vloeistof en gas, bestaan er natuurlijk nog twee andere aggregatiestoestanden die nog heel wat onontdekte mogelijkheden bieden: plasma en bose-einsteincondensaat. Voor insiders in de bierwereld is het alvast overduidelijk dat de zogenaamde ontwikkeling van koude kernfusiereactoren niet als doel heeft om de wereld van schone energie te voorzien, maar om nieuwe methodes te vinden om Rochefort 10 te veredelen. Het is heel opmerkelijk dat zo veel mensen in deze tijden de vreemdste complottheorieën aanhangen, maar deze eenvoudige waarheid niet onder ogen willen zien. Tot hen kan Bierman alleen maar zeggen: Wake up and follow the Beer! 



de dwarsdoorsnede

28/03/2021
Temptation Island 2021
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer: de Nederlandse versie van Temptation Island: Love or Leave

Soms ligt iets zo voor de hand dat je het aanvankelijk over het hoofd ziet; dat was deze keer niet anders. Die eerste weken waarna we verwacht hadden onze vrijheid te herwinnen waren verstreken en het idee dat het een zomer zoals anders zou worden bleek eveneens een fata morgana te zijn. Het moet rond dat punt zijn geweest dat de volgende gedachte bij me naar binnen drong: in deze omstandigheden is het opnemen van een nieuw seizoen Temptation Island net zoals likken aan deurklinken: not done

 

het verlangen 

Geen hete, hersenloze vrijdagavonden na een zware week om met andermans miserie te lachen in plaats van te wenen om die van jezelf, niet opnieuw zelfvertrouwen tanken wat je eigen intelligentie betreft – snapt ge? – geen eindeloze nabesprekingen en niet meer “Smeerlap!” roepen naar de tv. Ook niet meer met vrienden gokjes wagen op wie het zou halen en wie niet, of je verbazen over hoe snel het plan je vriendin na afloop ten huwelijk te vragen kan omslaan in het leven willen delen met je nieuwe vlam — die je slechts enkele dagen kent, details! — om je oude leventje met veel liefde daarvoor in de fik te steken – dat is nog eens ’n kampvuur! Op echte liefde kleeft immers geen houdbaarheidsdatum. Mijn dierbare vrienden en teerbeminde familie kan ik wel een jaar missen, maar een jaar niets van dat soort staaltjes hoogstaande televisie? Het was de druppel. Niks gunnen ze je nog, NIKS! 

Soms komt de redding uit onverwachtse hoek, of beter gezegd: van over de landsgrens. Wat ons Belgenlandje niet wist klaar te spelen, konden onze Noorderburen wel. Uitdagende tijden of niet, de enige, echte ultieme relatietest is en blijft *fluistert hijgend* Temptatiooon. Deze keer geen mix van Belgische en Nederlandse koppels, maar uitsluitend de laatste. Bovendien zijn de vrijgezellen er in de Nederlandse versie ook niet alleen op uit om hartjes te breken, maar zijn het stuk voor stuk singles die zelf ook de ‘connectie’ willen aangaan en ‘de ware liefde’ trachten te vinden bij een van de wreed uit elkaar gerukte koppels. Dat laatste kan je zeer letterlijk nemen, als je op de traantjes mag afgaan die al in de eerste aflevering vloeiden. Ooit was ik naïef en onbezonnen en zette ik mijn eergevoel in tijdens een weddenschap onder vrienden op de eerste tranen bij aflevering drie – een gewaagde keuze, wisten ze me te vertellen. Ondertussen zijn mijn ogen door de confronterende ervaringen geopend en weet ik wel beter: het afscheid is tragisch, traumatiserend en komt bovendien – wat dacht je nu zelf, het is niet dat je op voorhand weet wat er gaat gebeuren – compleet onverwacht.  

 

het voorspel 

Dit jaar zijn er bovendien een paar nieuwe elementen die wat extra olie op het vuur moeten gooien: elk lid van het koppel krijgt ook een fotokadertje, waarin op eender welk moment onder dramatisch geloei een foto van hun partner kan verschijnen. Wanneer dat gebeurt, is de ontvanger ook geheel toevallig altijd net in zijn of haar kamer, maar heeft die godzijdank de tegenwoordigheid van geest om eerst de andere mannen en vrouwen op te trommelen – logische reflex, toch? – om dan met veel opgebouwde spanning samen de foto te bekijken. Omdat het recept voor de nodige portie dramatiek een extra ingrediënt verlangt, is dat nog niet de grootste climax. Boven ieder bed hangt ook een hartje — je moet het de makers nageven, origineel zijn ze! — dat aanschiet wanneer hun partner in de andere villa ‘een diepere connectie met iemand’ aangaat. De pijn die dit teweegbrengt, wordt dan ook poëtisch uitgedrukt: “Mijn hartje brandt! MIJN HARTJE BRANDT!”  

Love or Leave is bovendien ook zeer letterlijk te nemen: in plaats van dat er eindeloos nieuwe singles aan de harem worden toegevoegd, wordt degene met wie ze de minste connectie hebben na een korte eilandraad weggestuurd. Gelukkig geven ze die arme drommel nog een hartverwarmende boodschap mee: “De keuze is unaniem gemaakt.”  

 

de daad 

Voor wie de vele veranderingen overweldigend overkomen, wees gerust: een goed en tijdloos concept wordt zelden fundamenteel veranderd. De locatie is het zonnige Italië, maar gedurende de veertien dagen waarin ze gescheiden van hun partner zijn, krijgen de deelnemers de kans om aan zelfontwikkeling te doen en antwoorden op hun vragen te vinden. Hiervoor bedanken ze hun reisgezellen Monica Geuze en Kaj Gorgels veelvuldig en beleefd. Ze beseffen immers dat het enkel en alleen ten gunste van hen gebeurt. Altruïsme heeft in heel dit programma duidelijk de bovenhand op goedkope uitlach-tv. 

Wie de vorige jaren net zo trouw heeft gevolgd als de koppels zouden moeten zijn, zal bovendien steeds dezelfde ingrediënten zien terugkomen: de ingetogen blondine die meer bezig is zich afzijdig te houden van de groep wegens het grote gemis van haar vriendje, het koppel dat al meermaals scheve schaatsen heeft gereden, de losbandige man die vanaf aflevering een al verloren blijkt te zijn, maar ook: de man die totaal respectloos over zijn vriendin praat, dit jaar zeer vernieuwend in een sterk, eeuwenoud paternalistisch jasje getrokken: “Ik heb haar kunnen helpen volwassenen te worden en dat doet ze heel mooi en heel goed.” Iemand heeft duidelijk de memo gemist dat je niet over je levenspartner spreekt alsof ze je kind is en dat openingszinnen als “ik denk wel dat ik jullie verliefd op mij kan maken” en “ik zou jou kunnen onderhouden” niet echt van een evenwichtige visie op een relatie uitgaan. Dat zijn interesse dan ook steevast naar de jongste single in de groep uitgaat, omdat zij toch nog echt goed te kneden is — je hoeft er geen doorwinterde feministe voor te zijn om er de kriebels van te krijgen. Gelukkig is hij als man wel bijzonder intellectueel ontwikkeld: “Ik wil zóveel neuken, ik wil van alles proeven, ik wil de hele tafel proeven, ik wil de honderd aantikken!” Je kunt het als vrouw daar toch niet niet warm van krijgen! 

 

de spijt 

De bittere nasmaak komt echter al snel, maar spijt komt altijd te laat, zowel voor de deelnemers als de kijkers thuis.  “It’s very easy to be cynical about love”, zegt Daniel Radcliffe in de romcom What If, maar als ik naar Temptation kijk, denk ik: ik heb gelijk.  

Elke aflevering is vooral meer van hetzelfde. Het voorspel is lang, ietwat eentonig, om vaker wel dan niet te eindigen in een anticlimax — een beetje zoals dit artikel dus, maar hé, je bent toch maar tot hier geraakt!. Een seconde later verlang ik alweer naar mijn volgende shot geestdodende tv. De verleiding van de verleiding is nu eenmaal te groot. 



open brief

22/03/2021
Opinie LGBT Bonny KVHV

De moord in Beveren heeft een vloedgolf aan regenboogvlaggen en ondersteunende reacties over ons land doen spoelen. Hoewel het gerecht haar werk nog moet doen, blijft dat een krachtig en noodzakelijk signaal. Voor eens en voor altijd moet het duidelijk zijn dat homofoob geweld in onze samenleving geen plaats heeft, ontolereerbaar is en daadkrachtig afgestraft moet worden. Ook UAntwerpen hing een regenboogvlag op om haar steun te betuigen. Op zich een mooi signaal. Het is alleen jammer dat ze er niet veel later niet in slaagde volhardend op te treden tegen een staaltje homofobie binnen de eigen universiteitsmuren.  

“De Universiteit Antwerpen staat voor actief pluralisme. Dat betekent dat meningen die binnen de wettelijke grenzen blijven, een erkende studentenvereniging niet ten kwade kunnen worden geduid.” (19 maart, 2021). 

“Dat is ook zo voor meningen die, zoals in dit geval, door velen als kwetsend worden ervaren en die de universiteit als organisatie bepaald niet deelt. De Universiteit Antwerpen behoort trots tot de organisaties die de regenboogvlag heeft uitgehangen.” (19 maart, 2021) 

Daarmee reageerde UAntwerpen, nadat ze meermaals getagd was in enkele tweets over de homofobe uitspraken van KVHV Antwerpen. Dat reageerde dan weer op de reactie van bisschop Bonny, die publiekelijk zijn excuses aanbood nadat het Vaticaan zijn standpunt dat homoseksualiteit een zonde is, herbevestigde. KVHV Antwerpen voelde daarop de noodzaak om met de wereld te delen dat het “plaatsvervangende schaamte” voor de bisschop voelde, dat een huwelijk alleen tussen man en vrouw kan bestaan, en rechtvaardigde die stelling met de frase “De Kerk omarmt de zondaars, maar nooit de zonde. Dat is katholiek.” 

De universiteit haalde vervolgens het schild van ‘actief pluralisme’ boven, om zo te verantwoorden waarom de studentenvereniging in kwestie nog erkend wordt. Homofobie binnen ‘actief pluralisme’ plaatsen — en het daarbij letterlijk als ‘een mening’ afdoen — gaat niet alleen voorbij aan het leed van een hele gemeenschap, maar opent bovendien de deur naar een gevaarlijk gedachtegoed. De cijfers in eigen land liegen er niet om: op dinsdag 9 maart berichtte De Redactie nog dat maar liefst een vijfde van de jonge mannelijke bevolking tégen gelijke rechten voor holebi’s is. Een deel van die jongeren wandelt binnen enkele jaren de aula’s van UAntwerpen binnen, ze zullen stemmen en misschien de nieuwe leiders van morgen worden. Hoezo heb je als universiteit dan geen enkele verantwoordelijkheid in het uitdragen van enkele basiswaarden? Ze zou immers het kritisch denken en het in vraag stellen van discrimerend gedachtegoed moeten stimuleren. 

Als UAntwerpen haar schild van ‘actief pluralisme’ wil bovenhalen, kunnen wij ‘actief pluralisme’ ook omvormen tot een stormram. Op de website lezen we immers dat de universiteit “inhoudelijke positionering aanmoedigt”, aangezien actief pluralisme de morele gevoeligheid van passief pluralisme deelt: “het kan nooit verantwoord zijn mensen uit te sluiten, van hun vrijheid te beroven of in hun integriteit aan te tasten omwille van hun levensbeschouwelijke ideeën.” Bovendien geeft ze zelf aan dat actief pluralisme er juist vanuit gaat dat “strikte neutraliteit niet overal recht doet aan het intrinsieke belang van levensbeschouwelijke ideeën”. 

Hoezo rechtvaardigt die definitie het buitensluiten en het als minderwaardig bestempelen van een hele bevolkingsgroep door KVHV? En hoezo kan je dan zonder meer van de LGBT*-gemeenschap verwachten dat ze tolerant is tegenover die intolerantie, zonder dat die zelfs expliciet werd afgekeurd door UAntwerpen? Respect moet van beide kanten komen en respect begint bij het erkennen van gelijkwaardigheid. UAntwerpen kan haar schild dus maar beter laten zakken. 

Wat ons het meest stoort aan de tweets van UAntwerpen, is het absolute gebrek aan een duidelijke afwijzing van het gedachtegoed van KVHV. Bijzonder zwak is het om enkel te stellen dat de universiteit die 'mening' “bepaald niet deelt”. Een publiek signaal, zoals een regenboogvlag ophangen, betekent niets als je er niet in slaagt die waarden ook in de praktijk om te zetten. Als de universiteit het niet aandurft om KVHV te schorsen of op een andere manier te bestraffen, moet ze op z’n minst de ballen hebben om de verwerpelijke homofobe uitspraken harder af te wijzen.  

Homofobie wegzetten als louter ‘een mening’ is bovendien incorrect. Het is een goedkope manier om je verantwoordelijkheid te ontwijken, maar het gedogen van dergelijke uitlatingen maakt je evengoed aansprakelijk aan de toenemende anti-LGTB*-gevoelens in onze huidige samenleving. Homofobie is geen mening en dat zal het ook nooit zijn. Het is een pure en ongegronde haat tegen een groep van de bevolking, net zoals bijvoorbeeld racisme en misogynie.  

We hadden meer verwacht, gehoopt. Eén van ons had in 2018 de kans om met rector Herman Van Goethem en enkele LGBT*-studenten een rondetafelgesprek te voeren. Rector Van Goethem is nog steeds de ambassadeur van Trotse Ouders (een organisatie opgericht door ouders van LGBT*-kinderen, n.v.d.r.) en hij kwam vertellen over de coming-out van zijn zoon. Ook weer een krachtig signaal dat opnieuw teniet wordt gedaan door de uitermate zwakke reactie van zijn universiteit. Daarom zijn we niet alleen kwaad, wij zijn ook bijzonder teleurgesteld. Het had beter moeten zijn. 

We kijken uit naar een veel sterker signaal van rector Van Goethem. Dat is hij niet alleen zijn universiteit verschuldigd, maar ook Trotse Ouders en alle LGBT*-studenten en -personeelsleden, zodat deze zich kunnen blijven ontwikkelen in een omgeving die veilig is en iedereen als gelijke beschouwt. Dat is uiteindelijk toch de maatschappelijke functie van een universiteit. In dit specifieke geval heeft UAntwerpen grandioos gefaald. 

We richten ons dan ook tot de universiteit en tot rector Van Goethem: doe het beter! Verberg jullie niet achter het schild van ‘actief pluralisme’. Kom harder op tegen uitspraken van haat. Jullie hebben gefaald, zet het weer recht. Breng de kleuren terug in de regenboog. Jullie zijn het ons verschuldigd. 



kunst op de campus

21/03/2021
Corona Combat wall art
🖋: 

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken, valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is.   

De studentenpopulatie schreef met haar allerlaatste krachten nog een brief ter attendering van het concept van mentaal welzijn en bezweek vervolgens onder de druk. En toen! Toen redde Herman Van Goethem elke student hoogstpersoonlijk, kus van de schoolmeester incluis, door het spel Corona Combat te lanceren. Om de tijd mee te doden tot de vaccins naar hartenlust uitgedeeld worden, zo redeneerde onze alma mater. Corona Combat verblijdde de studentikoze dagen en zo konden we er collectief nog een paar maandjes tegen. Dank u, UAntwerpen. En al helemaal bedankt voor het complementaire kunstwerk – dat maakt mijn kunsthart toch net iets gelukkiger. 

Corona Combat is een Space Invaders-lookalike: een 2D-spel waar de experts van UAntwerpen, Herman Goossens, Pierre Van Damme en Erika Vlieghe als jouw karakter dienen en je bewegende, geïnfecteerde cellen moet vernietigen. Kan een cel te veel aan je arendsogen ontsnappen, dan eindigt het spel. Om de ernst van de zaak nog maar even in de verf te zetten. Waar het spel het warm water niet opnieuw uitvindt, is Corona Combat een geslaagde arcade game met een stevige retrotoets. Een fijne toevoeging aan de pandemie: de universiteit die, op haar manier, iets luchtigs voor de student probeert te doen. Ik kan mezelf geen rasechte gamer noemen, moet ik eerlijk bekennen, maar ach, zelfs ik krijg mezelf zo ver om een celletje hier en daar te (kunnen) vernietigen. Meer verbonden met mijn medestudenten voel ik me niet door me te wagen aan een potje, maar een heilzaam medicament voor de verloren tijd tussen twee lesblokken is het wel.  

 

gestileerde afleiding 

Ter ere van dit ersatzvaccin toverde de Antwerpse graffitikunstenaar Rise One, in burgerlijke context bekend als Yvon Tordoir, op de verschillende campussen enkele muurschilderingen tevoorschijn. Rise One is een street artist die de Antwerpse straten al vaker opgefleurd heeft met zijn kleurrijke en sterk gestileerde werken. Zo verscheen zijn creatief oog al in de tuin van Bibliotheek Permeke, in de Zomerfabriek en in het Museum Plantin-Moretus. Nu komt hij piepen op de muren van de Agora, waar hij in vergrote pixels de studenten van ‘t Stad eraan herinnert dat het spel klaar staat om ons nieuwe knuffelcontact te worden. 

De felle kleuren van Rise Ones muurtekeningen vallen op tegen de grijze stenen van het Agoragebouw van de Stadscampus, een sprankeltje speelse vrolijkheid in de betonoceaan van Antwerpen. Het sluit aan bij de doelstelling van Corona Combat: het vaccin eerder tot bij de studenten brengen zal het niet kunnen doen, maar de aandacht afleiden van het blubberige coronagevoel kan het wél. De tekening grijpt de blik — juist door moedwillig anders te zijn dan haar omgeving — en moedigt een lachje aan. Is het niet een pak moeilijker om je eigen miserie al te serieus te nemen als je een gepixelde Herman Goossens je zin laat doen? Nog enige controle te midden van een noodtoestand, een houvast in tijden waar het beslissingsproces zo vaak aan je voorbijgaat. 

 

vervlogen vrolijkheid 

De karikaturale lijnen lenen zich tot een eighties-gevoel. Op die manier zet het muurkunstwerk zich in voor de nostalgie, de heimwee naar tijden van weleer. Dat zorgt voor een zeker contrast met de haast voor zich sprekende vrolijkheid van het kleurenpalet en het spel zelf. De Corona-Combatgraffiti is dubbel: het werk is zo opgewekt, zo vol enthousiasme en leven, maar tegelijkertijd omdat het heil zoekt in een vervlogen tijd, het goede humeur ontleend aan een andere eeuw. Misschien willen de jaren tachtig hun gevoel van hoop niet terug, misschien mogen we het wel houden, maar toch, het besef dat we het schijnbaar niet uit onszelf kunnen halen, smaakt wrang. Wat aan ons maakt ons zo bitter dat we het zoet niet kunnen vinden? Ik haal me alle beloften van een tweede roaring twenties voor de geest en moet een schampere lach binnenhouden. Zo snel komen we dus terug op de opflakkeringen van hoop. 

Is dat iets waarover ik wil nadenken op dit moment? Het zijn zulke bittere gedachten, verzuurd door maanden aan slecht nieuws en de angst voor uitzichtloosheid, en dat donkere oord wil ik niet bezoeken. Misschien moet ik in het spel duikelen, een kijkje nemen in een alternatieve wereld waarin het virus op afstand houden net wat eenvoudiger blijkt dan in dit dagelijkse leven. De maatregelen klonken altijd best eenvoudig om me aan te houden, maar ondanks de oefening van het afgelopen jaar is het allemaal net wat heikeler gebleken dan aanvankelijk gehoopt. Iets met eenzaamheid, iets met me een onbewoond eiland voelen, losgekoppeld van andere mensen die ik telkenmale zo sterk nodig blijk te hebben. Corona Combat moest een verbindende factor zijn in deze coronacrisis, een van de pogingen van UAntwerpen om die bijkomende coronakwaaltjes tegen te gaan, en op zich, het mag er wel wezen. Het is een vluchtroute, nietwaar? Een universum waarin ik wel iets van grip op een globale crisis heb, iets kan doen met enig effect. Dus ik duik in de muur, blijf een tel langer staan. Het zijn die seconden van kleur die de optelsom op het einde van de dag maken. 

 



doorbraken

14/03/2021
vak open brieven
🖋: 

Alle studenten kunnen vanaf volgend academiejaar het vak open brieven schrijven volgen aan UAntwerpen. “We willen tegemoetkomen aan de noden van de studenten”, klinkt het daar.  

In een persbericht licht de universiteit het gloednieuwe vak toe: “De open brief is onder studenten het laatste jaar bijzonder populair geworden. UAntwerpen is een dynamische universiteit die meegaat met haar tijd. Een universiteit die stilstaat, verliest studenten. En een universiteit zonder studenten is een dode universiteit. Studenten snakken ernaar om open brieven te schrijven. We kunnen dit signaal niet zomaar naast ons neerleggen.” 

Opmerkelijk is dat UAntwerpen de eerste universiteit ter wereld is die een volledig vak aan het schrijven van open brieven wijdt. “Alle facetten van een open brief schrijven komen aan bod: van retorische vaardigheden om medeleven op te wekken tot waardig omgaan met verwaarlozing.” 

“En natuurlijk de onderwerpkeuze. De docenten van het vak zullen de studenten begeleiden om een geschikt onderwerp te vinden voor de open brief die ze als eindopdracht moeten schrijven en in een medium naar keuze publiceren. Benieuwd naar wat al die onderwerpen zullen zijn.”  

Toch is niet iedereen even gelukkig. Enkele studenten vinden dat de universiteit zich beter zou engageren om het gebrek aan perspectief aan te pakken en het mentaal welzijn onder studenten op te krikken. Die grieven uitten ze in een open brief.  

Universiteit Antwerpen reageerde hierop met een kort statement: “We verbinden geen daden aan deze hartenkreet. Zo zie je maar dat het niet gemakkelijk is om een open brief te schrijven die effect heeft. Het is het bewijs dat het vak, in tegenstelling tot wat de auteurs beweren, van groot nut is.” 

Praktisch: het vak open brieven schrijven telt vier studiepunten en wordt volledig online gedoceerd.   



doorbraken

07/03/2021
Satire Matthias
🖋: 

Bij opgravingen in een gebouw van de universiteit van Antwerpen in het hart van de stad hebben archeologen sporen van onderwijs aangetroffen. Dat meldt UAntwerpen in een persbericht.  

De archeologen die uit angst voor de roem anoniem wensen te blijven, spreken van een uiterst uitzonderlijke ontdekking: “We waren eigenlijk op zoek naar het skelet van een mammoet die zo’n half miljoen jaar geleden heeft geleefd in deze contreien. Na zeven jaar graven wilden we de handdoek in de ring gooien. Net op dat moment deden we deze vondst die alle verwachtingen overtreft.”  

Krijtrestanten en een authentieke beamer die op de Vlaamse markt te verkrijgen was in de derde eeuw na Christus wijzen er volgens de archeologen op dat jongeren reeds voor vijfhonderd na Christus van onderwijs konden genieten op de plaats van de huidige universiteitsgebouwen. Waarom daarna niet meer, durven de archeologen niet met zekerheid zeggen: “Waarschijnlijk brak op een gegeven ogenblik een epidemie uit en werden jongeren gedwongen thuis te studeren. Een paar maanden lang is zo’n toestand houdbaar, maar na verloop van tijd brak logischerwijs de veer bij zowel studenten als docenten. Zo kende het onderwijs op de gronden van UAntwerpen voortijdig een einde.”  

Ook historicus Herman Van Goethem is verbaasd: “De gebouwen van UAntwerpen hebben een lange en veelzijdige historie. Tot daar niets nieuws. De vondsten wijzen er sterk op dat in de gebouwen in het verleden op structurele basis onderwijs werd gegeven. Nee, natuurlijk zag ik dit niet aankomen.” 

Van Goethem heeft ook een suggestie in petto voor het huidige bestuur van Universiteit Antwerpen: “Als de opgravingen klaar zijn, wat nog enkele jaren kan duren natuurlijk, moet de universiteit misschien weer aanknopen bij haar verleden en voor een miniem gedeelte opnieuw onderwijs aanbieden. Ik zou dat bijzonder mooi vinden.” 

Omdat niet uit te sluiten valt dat de archeologen op nog meer opzienbarends stoten, zullen alle gebouwen nu zekerheidshalve voor onbepaalde duur leeg staan. Universiteit Antwerpen benadrukt dat dat aan haar werking niets verandert.   



Humans of UAntwerpen

07/03/2021
Thomas Delrue
🖋: 
Auteur

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zo veel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Het eerste wat hij tegen me zei was: “Ik denk dat ik afstam van een familie zwevers." Zijn naam is Thomas Delrue. Ik liet het een paar seconden bezinken: tegelijkertijd besefte ik dat ik zijn achternaam al twee en een half jaar fout uitsprak. Onlangs plukte ik hem van de straat om hem te ondervragen over zijn recente toneelstuk MIDAS en of alles wat hij hier aanraakt in goud zou veranderen. Ik hoopte van niet, aangezien je in de titel al leest dat dat niet glorieus afliep voor de onfortuinlijke koning Midas. De mythe was de kerninspiratie voor Thomas’ toneelstuk. Eerder schreef Thomas samen met een vriend, Wout Van Den Eede, de gelijknamige dichtbundel Midas. Het idee was om het daarbij te laten, maar voor de lol verzonnen ze er maar een toneelstuk rond, omdat de bundel anders niet in aanmerking kwam om als theatervoorstelling opgevoerd te worden. En dat wilden ze. 

De avond daarvoor werd gevuld met zijn stem, maar ik vertelde Thomas de dag zelf natuurlijk dat ik zijn stuk al eeuwen geleden aandachtig bekeken had. En hoe dat in realiteit reuze meeviel, maar dat het eigenlijk pas gisteravond was. Het stuk was mooi. En hij vond het niet erg. Ik vertelde hem dat hij een gezicht had om radio mee te maken. Het was een flauw grapje dat nog flauwer werd toen hij het niet onmiddellijk begreep, en hij hierna verder bazelde over hoe iedereen zei dat hij een radiostem had. 

Na een half uurtje babbelen over zijn chaotische studietraject – hoe we daar dan ook bij uitkwamen – zei ik: “Dus: je hebt een toneelstuk geschreven, let’s cut to that. Koffie?” Thomas vertelde het kernidee van Silenus en koning Midas: “Silenus zuipt heel veel, er wordt gezegd dat de mens een onuitputtelijke bron van wijsheid is als hij gedronken heeft, dus eigenlijk is hij altijd dronken. Het verhaal begon vijf jaar geleden toen Wout en ik op de Chiro zaten. Hij ging Taal- en Letterkunde studeren en ik was verloren." Na vele lange avonden vol filosoferen, klagen en dichten, kwam Wout op een dag af met Midas en Silenus, over hoe het een schande is dat de mens zich schuldig maakt aan geboorte en dat niet geboren worden het beste is wat je als mens kan doen. Wanneer je helaas dan toch geboren wordt, kan je best zo snel mogelijk sterven. Dat was Silenus' waarheid. “Met die cynische gedachte zijn we beginnen schrijven aan Midas, waar eerst enorm veel slechte gedichten in stonden." Hij zei daarna nog iets in de aard van “Of ja, slecht …" Ik bespeurde spijt in zijn ogen omdat hij zijn eigen schrijverijen zonet slecht had genoemd. Ze waren niet slecht.  

Omdat ik me de avond voordien prima had voorbereid, wist ik precies wat koning Midas zo onfortuinlijk maakte en wat Silenus’ rol was. De sater Silenus maakte de fout — althans, het is maar hoe je het bekijkt — om van een rivier te drinken waarvan het water in wijn was veranderd. Midas schoot hem te hulp omdat de sater niet meer kon rechtstaan. Als beloning bracht Dionysos, de god van de wijn zelve, zijn grootste wens in vervulling. Midas’ gulzige wens was dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen, waardoor hij rijk werd maar tegelijk verhongerde.  

Het toneelstuk, via een livestream opgevoerd op een poëzieavond in Puurs-Sint-Amands, is een mix van de Midas-gedichten en een omhelzende theatertekst. “We konden moeilijk gewoon daar staan en shit voorlezen. Dat is enorm saai, dus we hebben er een verhaal rond gebouwd. We hebben geprobeerd van Midas een soort Elckerlyc te maken, een figuur die toe te passen valt op ieder van ons. Midas zit in een bos en verzamelt rotte bladeren om ze daarna te verbranden. Dat kan je zien als de mens die gewoon geld verdient en het dan gedachteloos uitgeeft. Midas begint stilaan na te denken: ‘Bon, is dit het dan?’.” Die bewustwording voelt als de echo van een belangrijk keerpunt in Thomas’ leven, waarna hij dacht: "Bon, ik ga een dichtbundel schrijven” en dan vijf jaar zoet was. Om verder te gaan in het verhaal: later komt Midas Silenus tegen. Die legt zijn waarheid uit over wat de zin van het leven is: niets. Midas wordt uitgenodigd om naar de stad te komen, waar hij merkt dat iedereen in dezelfde zinloze cyclus gevangen is. Of om het in Thomas’ woorden te zeggen: “Hij komt in aanraking met die zwerver. Dan denkt hij van: 'Oeh, is dit het? Fok. Iedereen is hier eigenlijk ook helemaal gefokt'." Die cynische gedachte verandert gelukkig wanneer Midas een familie ontmoet die wél gelukkig lijkt en er een andere roeping ontwaakt. “De familie staat symbool voor onze vriendengroep, dat op zich maakt het leven waard te leven. Dat is het punt van het verhaal." Eveneens de kern van Thomas’ eigen poëtische geluk. 

De theatertekst is een reis langs alle gaten in de weg, die uiteindelijk stopt in het hart van het schone. Voor hem betekent dat ‘mooi’, voor mij eerder comme il faut. Beide kunnen doorgaan voor de waarheid. Zijn zoete versjes zijn te vinden onder @versvandaal op Instagram. Door een klein geluk in een groot ongeluk kan MIDAS oneindig herbekeken worden, dus meer valt er helaas niet over te verklappen. Behalve dat het mooi is. Dames en heren, dit was dan Thomas Delrue.



editoriaal

07/03/2021
Editoriaal Matthias Van Laer 134
🖋: 

Tijdens de lesvrije week een slordige maand geleden was ik helemaal uit mijn lood geslagen. Ik voelde me zowaar slechter dan tijdens de eraan voorafgaande examenperiode. De deontologische bevrijding bracht mij geen geniet omdat ze ook mijn intensieve routine een halt toebracht. Al goed word ik alweer bij de hand gehouden door een monotoon tweede semester dat op verschillende manieren een spiegelbeeld zal zijn van het eerste.

We zijn aan alles gewend geraakt, denk ik, vrees ik. Gewoonte is de veiligheid die het ongezonde overstemt. Maar goed, voor onze ongezondheid en ons ongeluk is nu eindelijk een beetje aandacht, opgeëist door ons studenten zelf in de vele opiniestukken die vandaag voorafgaan. Toch lijkt het niet alsof er snel een vinger zal geraakt worden aan dit nieuwe equilibrium.

Iedereen zal langzaamaan moeten leren hoe het was als tevoren – gelukkig zijn – om dan misschien de stap buiten de habituele demarcatielijn te wagen. Of moet het wel weer worden zoals weleer? Wat er ook van zij, de greep der gewoonte zal haar afdruk nog wel even laten zien in onze hals. We kunnen alleen maar hopen dat we de twenties van deze eeuw tijdig kunnen muilkorven.  

Ook dwars is een gewoontedier, al heten de hare ‘rubrieken’ in de volksmond. Tussen het ludieke en het wetenschappelijke in doen wij simpelweg wat we altijd doen. Het geeft me vaak zin om met de grofste staalborstel die ik vind tekeer te gaan in wat me meest vertrouwd is. Ik krijg soms het gevoel dat mijn leven uiteenvalt in rubrieken, maar ik ben niet moedig genoeg om er nieuwe te bedenken. Al zijn onze rubrieken zo slecht nog niet. Denk ik. Hoop ik.



kunst op de campus

07/03/2021
kunstwandeling 134
🖋: 

Er zijn plaatsen waar simpelweg bestaan geen performance hoeft te zijn, plaatsen waar je ongezien en ongehoord blijft. De bibliotheek op de Stadscampus is … niet een van die plaatsen. Wanneer ik tevergeefs op een stille manier mijn inboedel bijeen probeer te rapen, heb ik het gevoel dat elke student binnen een straal van vijf meter geïrriteerd opkijkt om mijn poging. Mijn aftocht gaat vergezeld met lampen die net wat helderder schijnen wanneer ik in hun buurt kom (waarom?) en het idee dat mijn hakjes een hels kabaal maken voor elke mens present. De zuilengalerij bij het Hof van Liere is gevuld met een menigte van napraters, rokers en studenten die beide categorieën met glans combineren. Ligt het aan mij of kijken ze allemaal naar me om wanneer ik me een weg naar het B-gebouw baan? Ogen in de rug maken me gek.  

En dus vlucht ik weg, als een voortvluchtige crimineel, voor überhaupt gezien worden, alsof ik me presentabeler voel wanneer niemand het kan zien. Het zijn slechts ogen, slechts nieuwsgierigheid, misschien zelfs maar ingebeeld van mijn kant, en toch is het te overweldigend. Ben ik dat niet meer gewend, onder de mensen komen? Waarschijnlijk. Gelukkig is de rest van de campus er nog, waartoe ik mezelf wellicht geen toegang mag verschaffen zonder legitiem excuus. Is mentaal welzijn een geldige reden? Laten we het hopen. Een verdieping hoger in het B-gebouw vind ik mijn heilzame eenzaamheid en voor ik het weet, sla ik nog een klein halletje in om terecht te komen in het ABC-gebouw, een bijna niet te vinden annexe gebouw.  

  

impliceren en maskeren  

Op de verlaten eerste verdieping van dat ABC-blok(je) hangen een vijftal werken, telkens ondertekend met A. Goew. Aan de haast klinisch witte muren vallen de kleurrijke tekeningen op. Elk werk bestaat uit fijne lijnen en details. Daardoor wordt het al snel enigszins overweldigend en desoriënterend: er is niet een hoofdzaak, geen concreet subject van Goews aandacht. Mijn blik dwaalt, verdwaalt, verzaakt aan de realiteit. 25/60 dwingt oogcontact af met de ogen als enige rustpunten op de drukke tekening. Op het eerste gezicht lijkt het een relatief eenvoudig werk, maar wanneer ik het oogcontact verbreek, zie ik een wegrennend meisje. Haar paardenstaart onthult de bladeren, de natuur die een motief vormt in de vijf werken. Rondom de twee meest herkenbare figuren komen de bladeren en takken terug, maar ook moeilijk te herkennen silhouetten en details. Goew impliceert dat er iets is, maar stelt onmiddellijk de vraag: wat denk jíj? De werken spreken in hun implicaties, maar laten zich enkel horen in de persoonlijke beschouwing. Dus blijf je niet nog even? Raak je niet een moment of twee verloren in de groene, bruine, oranje, blauwe of rode cadans? Laat je je blik niet even leiden door de manipulatieve compositie, probeer je je niet even te verzetten tegen die zachte dwang om de details te ontdekken? Leen je niet even je stem aan de kunst?  

 

De werken spreken in hun implicaties, maar laten zich enkel horen in de persoonlijke beschouwing.

 

Een gebouw verder negeer ik de beklemmende hoogtevrees om de brug over de Agora te trotseren. Onder me zie ik andere studenten nietsvermoedend verdergaan met hun dag, maar ik, ik kijk op hen neer vanaf dit platform voor mij alleen. Nu ja, helemaal alleen ben ik niet: Clowns van Michaël De Clercq groet me aan het einde van de brug, twee clowns die me in een bijna impressionistische compositie breed toelachen vanaf hun balkon. De Clercq is een Antwerpse kunstenaar, geboren in het Borgerhout van 1981. Hij speelt met evenwicht binnen zijn werk: de hoofdpersonen in zijn werken gaan dikwijls een conflict aan met natuurwetten. Soms winnen ze, soms verliezen ze. Maakt het werkelijk uit? De plaats van Clowns is dan ook gepast. Net zoals het schilderij meters en meters boven de grond zweeft, zweven de twee hofnarren van UAntwerpen in hun eigen schilderij. Achter hen lijkt een appartementsblok te zijn, of is het een gevangenis? Clowns is een venster naar een andere wereld – of beter: een venster vanuit een andere wereld. Het biedt geen inkijkje in hun wereld, maar kijkt juist naar ons. Met een brede glimlach, dat wel. De zwarte balustrade is het meest concrete aspect van het schilderij; de rest bestaat uit snelle penseelstreken en felle kleuren om een beeld te vormen dat de aandacht meters de hoogte in trekt. Net zoals Goew speelt De Clercq met implicatie en suggestie in plaats van alles duidelijk uit te werken, maar hij schildert met minder fijne lijnen en levert op die manier een speelser resultaat af. Een klein, ander universum in het E-gebouw. Ik weet niet of ik moet teruglachen. De twee clowns lijken het me wel te vragen – een dartel verzoek om een vriendelijk gezicht te midden van de nietszeggende muren, maar tegelijkertijd begin ik mensen met een clownfobie te snappen. De grap is er snel af.  

  

pirouette in de nis  

Ik zeg mijn verhoog vaarwel en glip weg naar het R-gebouw, in de rotsvaste overtuiging dat er daar geen mensen zijn om te moeten ontwijken. Het gelijkvloers bewijst mijn ongelijk; een trap hoger kom ik vier onbekenden tegen. Het is moeilijk om me in te beelden hoe ik De Onbekenden van Inge De Belder niet eerder zag, moet ik eerlijk bekennen. Hoe mooi ik de vier werken ook vind, ik was eerder toch meer bezig met mijn volle blaas dan te loeren naar de muren naast de toiletten van het R-gebouw. De Belder is een Antwerpse kunstenares, nu woonachtig en werkzaam in Zeeuws-Vlaanderen. In hoofdzaak is ze beeldhouwer en graficus. De Onbekenden is een reeks van vier werken, telkens een zwart vlak met een silhouet in beweging. Ze lijken te dansen, elk apart, verzonken in gedachten en in isolatie. Zijn ze alleen, of zijn ze te druk bezig met zichzelf om bezig te zijn met de zwarte gevangenis waarin ze zich bevinden? Ze kijken niet naar me, alsof ik er niet ben, en misschien ben ik dat ook niet, misschien dans ik ook maar in mijn eigen zwarte vlak, een perpetuum mobile in pirouette. Mis je de ander als je jezelf herkent in alles om je heen? Op die manier werkt de plaatsing van De Onbekenden wel: ze hebben geen blik nodig. En toch. Ik voel me een voyeur. Gelukkig maar dat een onbekende dringend naar het toilet moet en de deur openzwaait met een flair die me uit mijn trance haalt. Volstrekte isolatie bestaat alleen maar in een zwart vlak, met zorg geschilderd door De Belder.  

 

Misschien dans ik ook maar in mijn eigen zwarte vlak, een perpetuum mobile in pirouette.

 

Er is iets verslavends aan zoeken, schiet er door mijn hoofd. De campus bruist altijd van het leven; uitgestorven oasen zijn moeilijker te vinden dan een trap op te gaan, maar het houdt me niet tegen. Een verdieping hoger trekt S 55 van Geo Sempels mijn aandacht. De zachte kleuren steken fel af tegen de donkere gang die me naar de aula R.201 wil leiden. Geo Sempels was een Vlaams-Brabantse schilder, geboren in 1926 en gestorven in 1990. Zijn schilderkunst was abstract en hij stond bekend om zijn groots gevoel voor expressie en harmonie. Zijn veelvuldig gebruik van de gulden snede sluit daarbij aan: de correcte verhouding en enig gevoel voor eendracht zijn belangrijk in zijn werk. De fijne lijnenchaos van Goew vind je niet snel bij Sempels terug, evenmin de afwezigheid van kleuren van De Belder. Sempels kiest resoluut voor een zacht kleurenpalet en expressieve non-figuratie in S 55. Wat stelt het voor: een fantoom, of is dat een schaduw erachter? Hebben geesten schaduwen? Het schilderij heeft iets malafides, alsof het exact weet wat het is en ik niet, alsof het exact weet wat ik ben. Of is dat iets wat ik erin zie? Misschien beeld ik het me in. Hoe abstract S 55 ook is, het spreekt. Schreeuwen doet het niet: het palet is te zacht, de tanden van de contouren zijn eraf gezaagd, maar de abstracte dictie van het schilderij zegt evenveel.   

  

blik op de toekomst  

Ik heb genoeg muren om me heen gehad, bedenk ik me, genoeg donkere nissen, genoeg zwarte vlakken om in te verdwalen, genoeg lijnen als een doolhof, genoeg toeschouwers vanaf hun balkon. Ik zet koers naar de Mutsaardstraat, naar de tuin die daar toegang biedt tot de campus van de faculteit Ontwerpwetenschappen en de Koninklijke Academie van Schone Kunsten. Een groot beeld van Matthijs Ignaas Van Bree groet me, gemaakt door Jean Baptist De Cuyper, die het ter ere van zijn leermeester maakte. Van Bree was een Belgische kunstschilder die als jonge snaak les volgde aan de Academie en er als iets minder jonge snaak leraar en later directeur werd. Ook De Cuyper volgde een opleiding aan de Academie. De sculptuur vormt op die manier goede reclame voor de opleiding moet ik zeggen: het monumentale standbeeld doet levensecht aan, vol kleine details die een beeld verschaffen van wie Van Bree was. Achter hem staat een torso, wellicht een verwijzing naar zijn portretkunst en zijn leraarschap. Hij overziet de tuin en elke student die hier binnenkomt met een vredig en wijs ogend gezicht, een eeuwige blik op de toekomst. Geen veroordeling genre ‘De jeugd van tegenwoordig!’ te bespeuren. 

 

Een directeur van het verleden schijnt een licht op het heden, een lantaarn van vroeger voor het nu, voor de toekomst die hij zelf niet meer zal meemaken.

 

Ik zet me neer op een bankje nabij Van Bree. Een vluchtige blik doet denken dat de beste heer een ferm glas vasthoudt, maar een beter oog bevestigt dat het om een lamp gaat. Het voelt gepast: een directeur uit het verleden schijnt een licht op het heden, een lantaarn van vroeger voor het nu, voor de toekomst die hij zelf niet meer zal meemaken. De taak van een leraar: het pad belichten voor wat nog komen zal, in de hoop meegebouwd te hebben aan een net iets mooiere wereld. Hoeveel studenten heeft Van Bree al voorbij zien komen? Hoeveel elke dag, hoeveel na een tijdje nooit meer omdat ze hun leven toch op een ander pad zagen? Hoeveel vriendschappen, romances, verhoudingen ergens daartussenin zag hij opbloeien en hoeveel zag hij er verbrijzeld worden door onbegrip of onwilligheid of slechts de tand des tijds? Hoeveel kansen zag hij, zowel ten volle benut als genegeerd als ware het een vervelende vlieg diep in de nacht? Nu, nu ben ik het enige schouwspel om naar te kijken. Alleen, op mijn bankje, een moment van rust gevonden. Ik kijk naar hem op. Zie me, dan zie ik jou. Is dat niet waar kunst om draait?