opinie

08/04/2021
normen slikken
🖋: 

Her en der behalen leden van de LGBT+-gemeenschap records, al dan niet in de trant van “eerste lesbienne die …”, of doorbreken we het volgende plafond om aan de tafel te zitten naast de hetero’s. En dat is goed, dat is vooruitgang. Aan de ene kant weliswaar. Aan de andere kant is het de periodieke herinnering aan het feit dat we blij moeten zijn dat we iets bereiken, ‘ondanks’ die geaardheid. 

Er zijn tig kenmerken aan mezelf die ik eerder zou opnoemen dan mijn biseksualiteit wanneer me gevraagd wordt om mezelf te omschrijven. Dat, als stelling, voelt irrelevant wanneer ik die nieuwsartikelen lees. Het is positief, werkelijk waar, maar het herinnert me eraan dat een intrinsiek deel van mijn wezen nog altijd ter discussie staat. Dat het een onderwerp is waarover je een rationeel debat kan voeren – zoals onder de huid kruipende en op een of andere manier toch goedbedoelde discussies in klaslokalen. Met al je medeleerlingen die je nu nog leuk vinden, maar je misschien niet meer in de LO-kleedkamers willen hebben als je een momentje eerlijkheid ontbiedt. Het wordt niet zozeer in je gezicht gezegd, niet meer – we hebben een Instagramstory gezien waarin staat dat dat onbeleefd is – maar dat afwijken van de norm? Dat gevoel blijft kleven. 

In theorie is ‘normaal’ een neutraal concept: ‘normaal’ komt veel voor, ‘abnormaal’ komt minder voor. In de praktijk komt daar al te snel de implicatie naar voren dat wat normaal is, beter is. Het juiste. Een groot deel van de heteroseksuele gemeenschap staat daar niet eens zo bij stil. Zij vinden die homo’s en kompanen prima, niets mis mee. En dat menen ze! Oprecht! Tot je begint over dat gevoel anders behandeld te worden. Tot je het hebt over het heikele punt dat ‘van de norm afwijken’ blijkbaar betekent dat je veel moet slikken en dat je niet al te moeilijk mag doen. Anders veroorzaak je nog bijkomende homofobie omdat je beantwoordt aan de vooroordelen. Of zoiets. De LGBT+-gemeenschap wordt maar wat vaak verantwoordelijk gehouden voor de reactie van de laatste hetero die besloten heeft dat het nu toch wel allemaal welletjes is. Tolerantie bestaat zolang je als LGBT+-persoon vriendelijk genoeg blijft. 

Juist dat voelt zo ontmenselijkend. Pijnlijk persoonlijke vragen vervelend vinden mag niet – dat mensen nieuwsgierig zijn, is beter dan dat ze je in het algemeen haten. Gezien worden als de vertegenwoordiger van die homo’s in plaats van als een persoon is nog zo onoverkomelijk niet. Je geaardheid wordt tenslotte erkend, nietwaar? Nageroepen worden, tja, zulke dingen horen erbij. Een seksobject zijn om op te geilen wanneer je je vriendin in het openbaar kust, is nu eenmaal deel van hoe de heteroman zich voortbeweegt. Niets aan te doen! Slikken en doorgaan met het leven. Meer verwachten is voor ‘normale mensen’, laat dat geweten zijn. Als ik per se vervelend moet doen over het niveau respect dat ik – naar mijn bescheiden, afwijkende mening – verdien, zou ik de zuurverdiende vrijheden van de LGBT+-gemeenschap op het spel zetten. Is dat écht vrij en gelijk zijn? Op welk punt krijg ik de vrijheid om als normaal persoon behandeld te worden? 



het laatste woord

08/04/2021
HLW 136
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip 'codewisseling'. 

Toen ik mij, als fiere Hollander, anderhalf jaar geleden in uw landje vestigde, beloofde ik mezelf plechtig dat ik hoe dan ook mijn taalgebruik niet zou aanpassen. Dat lukte in het begin heel erg goed: ik ging nog altijd ‘pinnen' in plaats van ‘met kaart betalen’, en wenste mijn vrienden altijd een fijne ‘middag’, zelfs om vier uur. Toch braken jullie dekselse Vlamingen stukje bij beetje mijn Noordelijke vocabulaire af. Het begon met ‘tof' in plaats van ‘vet’, en voor ik het wist begon het ‘ça va’ met mij te gaan, en niet langer gewoon ‘goed’. Ik merkte de vergevorderde symptomen van mijn omtaling pas echt toen ik een paar dagen geleden mijn vriendin onbewust napraatte, en dus tegen haar zei dat ik ‘pipi ging doen’. Met het schaamrood op de wangen trok ik mij terug in de badkamer, mijn misdaad tegen het Nederlanderschap overdenkend. 

Maar misschien mag ik mijn paspoort toch nog houden: er is aanleiding te geloven dat de Vlaamse sporen in mijn Standaardnederlands niet helemaal onuitwisbaar zijn. Nu het grensverkeer wat moeilijker ligt, heb ik weinig kansen gezien om in mijn veilige thuishaven een woordje te wisselen, maar het zou zo maar kunnen dat niemand iets aan mijn expatriate verblijf zal merken. Het zou zomaar eens kunnen dat ik mij bedien van wat taalkundigen codewisseling noemen, een fenomeen waarbij deelnemers in een gesprektussen verschillende talen of taalvarianten wisselen. Niet zo zot dus, dat ge wat Vlaamser gaat klappen als bijkans uw enige wekelijkse contact een dwarsvergadering is. 

"Soit, plezant allemaal, zo’n Hollander die over z’n problemen komt zagen, maar mij overkomt zoiets niet." Verkeerd gedacht, niemand is immuun. Zeker u niet, mes chers Belges, met uw drie offiziellen Landessprachen. Als er een volk is dat de codewisseling eigen zou moeten zijn, dan zijn jullie het wel. Zelfs wanneer de verbinding met andere taalzones ver te zoeken is, ontsnapt u er niet zomaar aan: codewisseling gaat veel dieper dan taal, dialect en accent. Ik moet de eerste student die “yo prof, die presentatie, kweni of k da morge nog kan doen lol” naar hun professor durft te sturen nog tegenkomen. Iedereen past, hoe subtiel ook, het taalgebruik aan de luisteraar aan. Dat is maar goed ook: spreken in iemands 'eigen taal' bevordert het begrip en geeft een gevoel van verbondenheid. Sterker nog: effortless kunnen switchen getuigt van goede language skills. Niet langer schaam ik me dus om er eindelijk voor uit te komen: ik ga pipi doen! 



Bierman

29/03/2021
bierman 135
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit! 

De oplettende bierliefhebber zal wel gemerkt hebben dat er tegenwoordig een ontmoedigend groot aantal unieke biertitels op de markt is. Het aantal bieren is de afgelopen jaren zelfs dusdanig gegroeid dat het fenomeen door sommige geleerden als illustratie wordt gebruikt bij de uitdijing van het heelal. Teneinde deze metafoor wat verder uit te rekken is Bierman zo vrij om hieraan nog wat boosaardig toe te voegen dat er veel boeiende zaken terug te vinden zijn in het universum, maar dat de meeste sterren uiteindelijk toch ook maar gewoon rode dwergen zijn. En dus zijn die rode bollen die wat verloren rondzweven in de ijle leegte van het heelal eigenlijk de Craft breweries van het universum: plaatsen waar zware elementen worden gemaakt die daarna snel uit elkaar vallen zoals uranium, tripel hop of imperial stout.  

Voor sommigen is al dat biergeweld evenwel nog niet genoeg. Meer en meer brouwerijen experimenteren tegenwoordig met het distilleren van hun bieren, waarbij ze meestal voor een op hout gerijpte variant kiezen. Het is een open deur intrappen, maar bij dit proces gaat het erom dat het ethanol kookt op 78 graden en dus sneller verdampt dan de rest van het bier. Samen met de esters die de smaak bevatten, kan deze bierwolk opgevangen worden en (mits het in acht nemen van een veiligheidsmarge om het schadelijke methanol te verwijderen, dus zeker niet thuis proberen), neerslaan als een bierlikeur.  

Voorlopig zijn de straten nog onveilig omdat het spook van corona door de wereld waart en dus geeft Bierman nog een tip voor wie koste wat kost thuis met bier aan de slag wil gaan en het beu is om altijd weer stoofvlees te maken: aangezien niet enkel het kookpunt maar ook het smeltpunt van ethanol lager ligt dan dat van water (-114 graden), is het ook mogelijk om van een bier likeur te maken door het te bevriezen en vervolgens bij het ontdooien de alcohol en bijhorende esters te laten uitlekken. Zware, smaakvolle bieren zijn daarvoor goed geschikt, maar omdat deze gewoonte vooral in Nederland en Duitsland ontstond voor het veredelen van seizoensgebonden bockbieren, krijgen de bieren die hieruit ontstaan tot vandaag het label 'Eisbock'. Een gewone diepvriezer zou krachtig genoeg moeten zijn om likeur tot 15% te maken van zowat elk bier. Bij hogere alcoholpercentages bevriest de vloeistof niet meer volledig wat een erg droevige aanblik biedt en ook volstrekt nutteloos is. Bij het afgieten is het de regel om ongeveer een derde van het bier over te houden. Aangezien het eindresultaat een hoger alcoholpercentage heeft dan het origineel, is het belangrijk om er met mate van te genieten en zeker ook eens de vergelijking te maken met het originele bier om te zien of er bepaalde smaken versterkt of verzwakt uitkomen. Het is Bierman overigens volstrekt onduidelijk of er met dit procedé nationale accijns-, slijterij- of andere wetten overtreden worden. Gelieve dus eerst advies in te winnen bij een advocaat of een abonnement te nemen op het staatsblad en in geen geval de wet te overtreden.  

De wat meer wetenschappelijk gevormde lezer zal natuurlijk al opgemerkt hebben dat het bij dat alles gaat om het manipuleren van aggregatietoestanden. Naast vaste stof, vloeistof en gas, bestaan er natuurlijk nog twee andere aggregatiestoestanden die nog heel wat onontdekte mogelijkheden bieden: plasma en bose-einsteincondensaat. Voor insiders in de bierwereld is het alvast overduidelijk dat de zogenaamde ontwikkeling van koude kernfusiereactoren niet als doel heeft om de wereld van schone energie te voorzien, maar om nieuwe methodes te vinden om Rochefort 10 te veredelen. Het is heel opmerkelijk dat zo veel mensen in deze tijden de vreemdste complottheorieën aanhangen, maar deze eenvoudige waarheid niet onder ogen willen zien. Tot hen kan Bierman alleen maar zeggen: Wake up and follow the Beer! 



poëzie

29/03/2021
grote markt poëzie

De machtklok loog ons vijf voor voor

al wisten we beter dan geloof te hechten

aan de cijferbombardementen

die onze notabelen benevelen

tot ontluchterende lichtzinnigheid

 

Onze stratige hoop werd gemuilkorfd

door fijnblauw mazig stof

ethanol en glycerine verduizelden

geur van gelaten rundergassen

en petroindustrie

 

Maar nu lezen we tussen de regels door

in code grijs telt alleen uur nul

het slaat onze adem dood

de tikkende stilstand van eeuwig

snel vooruitgangsdenken

 

De machtklok wijst ons vijf na na

al weten we beter dan ons te hechten

aan een jeugd die ons ver wachten staat

vluchtig verspeeld en geleend voor

een kil prikje



editoriaal

29/03/2021
editoriaal 135
🖋: 
Auteur

Eindelijk gloort er weer hoop aan de horizon. Voor de zoveelste keer fluistert Herman ons vertrouwelijk in het oor dat alles goed zal komen – mits we braaf zijn natuurlijk. Sinds een week mogen de leslokalen voor een vijfde volstromen, als de klas het wil, en sowieso niet voor iedereen, maar toch. Elke strohalm is er een, zou je zeggen.

Maar willen we het eigenlijk wel? Of tenminste, willen we het nu? Ik keek even raar op toen de polls voor live onderwijs in mijn lessen werden geopend en maar de helft van de aanwezigen jaknikkers bleken. Misschien zijn we ondertussen echt gewend geraakt aan de routine en blijven we liever achter het scherm plakken. Misschien zijn die “betere gemiddelde cijfers” tijdens corona echt waar. Misschien willen we nog niet terug.  

Aan de andere kant, we kunnen niet bepaald een gat in de lucht springen. Live lessen vallen nu net na online lesuren. Ja, je kan op de campus studeren, maar met een uur reizen en een ongevaccineerde risicogroep in huis denk je toch twee keer na. Voor mijn grote lessen zit ik alvast niet te wachten op de weer opdoemende hybridevormen.

Afijn, het herintroduceren van wat was, moet uiteraard ergens beginnen, ongeacht mijn minachting voor gemixte lesvormen. Want begrijp me niet verkeerd, natuurlijk wil ik terug; de overgangsperiode staat me gewoon niet aan. Ik hoef niet twee uur lang de afterthought van mijn professor te zijn. Dan kijk ik liever de opnames later na. Het is alles of niets. Die opnames mogen wel blijven, trouwens.



doorbraken

29/03/2021
Meirplannen satire
🖋: 

Wat in een ver verleden (circa 2019) ontstond als burgerlijk idee om de afstand tussen mensen te garanderen, is intussen uitgegroeid tot een heuse commerciële relance van hartje Antwerpen. Effectief: een van de belangrijkste winkelstraten van België krijgt binnenkort een dak alias extra verdiep en ziet zo haar economische capaciteit, althans in theorie, verdubbelen.

“We kregen op een dag een anonieme petitie binnen op het gemeentehuis,” vertelt Antwerps burgemeester Bart De Wever ons, “ondertekend door een mooie 420 handtekeningen. We waren aanvankelijk wat cynisch, maar na een informeel gesprek met toenmalig minister van mobiliteit Ben Weyts raakte Stad Antwerpen overtuigd van het idee. Ben komt hier graag koffie kopen voor zijn Nespressomachine en wil dat ook kunnen doen zonder andermans zweet te moeten ruiken.”

Op lokaal niveau passeerde het idee zowat de helft van het schepencollege omdat de Meir zowel cultureel als economisch een bruisende slagader is van Antwerpen. Historici zijn razend enthousiast omdat ze eindelijk de raamkozijnen van de 'historische' façades van naderbij kunnen bekijken. Winkeliers kunnen niet wachten om mensen door diezelfde ramen ook binnen te laten.  

Annick De Ridder, schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening, licht de concrete plannen toe: “In de petitie was men creatief en werd er ruimte gelaten voor eigen invulling. We hebben met het idee gespeeld om onder de grond voetpaden aan te leggen, maar omdat de metro daar loopt, is dat niet zo handig. Met al dat boren was de kans op stof groot en we willen niet dat mensen er mondmaskers moeten gaan dragen of dat ze het stof van hun wafel moeten eten. We dachten daarom eerder aan een extra asfaltlaagje met aan de onderkant van het plafond monorails. En natuurlijk glijpalen om snel weer op de begane grond te komen. Lekker leuk.”

Schepen van toerisme Koen Kennis is ervan overtuigd dat zo’n unieke stedelijke organisatie voorwaar een succesvolle trekpleister kan worden: “We zouden er wat tierlantijntjes aan koppelen. Je kan in de kerstperiode slingers ophangen. In de zomer is het lekker koel en voorzien we vernevelaars. Ik zie het al zo voor me: lampionnen voor Chinees Nieuwjaar en al. Maar in de eerste plaats is het uiteraard een historisch unicum.”  

Ondanks het gat in de begroting van zowat elke regering van het land kan het project steunen op heel wat subsidies. Het is dus een echt relanceplan voor de nationale economie, die tegen dat het project volledig is afgewerkt mogelijk de Vlaamse economie is. “De werken zouden van start gaan over een jaar of dertig."



over creatief schrijven, media en polarisering

29/03/2021
Tom Naegels
🖋: 

Sinds dit semester kunnen de masterstudenten Taal- en Letterkunde in het vak creatief schrijven hun innerlijke Jeroen Brouwers voeden. De docent is auteur Tom Naegels, bekend van zijn roman Los en zijn columns in De Standaard. dwars had met Naegels een uitgebreid onderhoud over het nieuwe opleidingsonderdeel, maar ook over de invloed van sociale media op het maatschappelijke debat. “De internetbubbel bestaat niet. Het feit dat er continu ruzie wordt gemaakt op sociale media is het ultieme bewijs dat mensen met verschillende meningen met elkaar in contact komen.” 

In het vak creatief schrijven zullen studenten een verhalend essay schrijven. Naegels preciseert meteen dat het niet over een wetenschappelijk essay gaat: “Zulk essay vertrekt niet vanaf nul, maar baseert zich op het onderzoek dat je hebt verricht. Het verhalende essay is een mooie combinatie van het literaire en het esthetische enerzijds en de werkelijkheid anderzijds.” 

Nu we weten waarover we spreken: wat zijn de doelstellingen van het vak? 

Het is de bedoeling om met het essay als voorbeeld technieken aan te leren om een langere tekst vanuit het niets te schrijven. Het concrete essay zelf is niet het enige doel. Het proces is minstens even belangrijk. De studenten gaan continu met zichzelf in debat. Wat is mijn mening eigenlijk? Al schrijvend zullen ze zichzelf bijsturen, zichzelf bevragen en onderzoek doen. Klopt mijn initiële stelling? Zijn de argumenten die ik heb afdoende? Heb ik er iets over te vertellen? En waarom wil ik dat per se zelf vertellen en wacht ik niet op iemand anders die er meer over weet? Ik hoop dat proces bij de studenten aan te zwengelen. 

Het concrete essay zelf is niet het enige doel. Het proces is minstens even belangrijk. 

Waarom is een vak creatief schrijven zinvol in een opleiding Literatuurwetenschappen? 

Ik zou het een beetje gek vinden om vier jaar lang literatuur van buitenaf te bestuderen en een bekwame lezer te worden, maar dan nooit zelf te schrijven. Een literaire tekst produceren is een heel andere tekstbenadering dan andermans tekst bekijken. Het lijkt me dus logisch om studenten ook zelf te laten schrijven. 

Bart Van Loo, bekend van bestseller De Bourgondiërs, joeg een niet klein aantal academici op de kast met zijn opinie getiteld ‘Wat als academici leesbare boeken konden schrijven?’. Van Loo liet optekenen dat er binnen de universiteit een verlangen is naar vrijer schrijven, maar dat dat door het systeem niet wordt gestimuleerd: “Een universiteit zou een vrijplaats moeten zijn waar intelligentie en creativiteit elkaar gretig omhelzen, maar vandaag wordt het kruim van onze intelligentsia gedwongen om in een hoog tempo taaie artikels te publiceren die bijna niemand leest.” 

Moeten academici beter hun best doen om leesbare publicaties af te leveren?  

Er zijn voorbeelden genoeg van academici die populariserende boeken kunnen schrijven. Ik ben nu zelf een geschiedenisboek aan het schrijven over België als migratieland. Daarvoor doe ik vaak beroep op het werk van academici. Uiteraard merk ik dat de manier waarop zij hun kennis naar buiten brengen een drempel vormt voor een breed publiek. Academici schrijven nu eenmaal voor elkaar; ze dragen bij aan een corpus van kennis dat in eerste instantie bedoeld is voor andere academici die daar op hun beurt mee aan de slag kunnen. En dan is iets als methodologie belangrijk. Wetenschappelijk schrijven is in feite gebaseerd op een wantrouwen: wat heb je gedaan om zeker te zijn dat wat je me nu vertelt waar is? En dus moet je bijzonder veel aandacht besteden aan de wijze van onderzoek. 

En een gewone auteur die mikt op een breed leespubliek heeft daar geen last van. 

Inderdaad. Die zegt: “Vertrouw mij nu maar, ik ga het gewoon vertellen en zal ervoor zorgen dat het aangenaam is om te lezen.” Dat is een fundamenteel andere insteek. Het is ook niet per se noodzakelijk dat wetenschappers al hun teksten voor een breed publiek schrijven. Er is een wisselwerking nodig tussen enerzijds academici die de kennis vergaren en anderzijds populaire auteurs die voor een stuk parasiteren op dat wetenschappelijke werk, dat op een vlotte manier navertellen en alle credits krijgen – ook al zetten ze een uitgebreide bibliografie achteraan hun werk. Dat zal ook zo zijn met mijn volgende boek. Alle eer en roem zal voor mezelf zijn en ik zal genereus in mijn bibliografie vermelden welke historici mij allemaal hebben geholpen. (lacht) 

Er is een wisselwerking nodig tussen enerzijds academici die de kennis vergaren en anderzijds populaire auteurs die dat wetenschappelijke werk op een vlotte manier navertellen.

Als je dagelijks bezig bent met detaillistisch onderzoek, kan ik me voorstellen dat het onbegrijpelijk is hoe bruut journalisten en populaire geschiedschrijvers met dat materiaal omgaan. En dat het voor die journalisten en schrijvers die vooral bezig zijn met het begrijpelijk vertalen van dat werk onbegrijpelijk is hoe academici jarenlang kunnen doorbomen over de kleinste pietluttigheden. Een spanningsveld dat mijns inziens onoplosbaar is. 

Je zou ook kunnen opperen dat het net heel interessant is voor universiteiten dat academici zich vol overgave in het publieke debat gooien. 

Er zijn voldoende academici die zich mengen in het publieke debat. Het blijft natuurlijk een extra taak waar je zin in moet hebben. Ik heb de indruk dat universiteiten maar al te graag hebben dat hun professoren in de kranten en op televisie komen. Dat speelt ook een rol in de concurrentiestrijd tussen universiteiten. Het is een publieke rol die minder tijd vergt dan het schrijven van een boek. Al is het vanuit pr-perspectief ook interessant dat academici een populair boek schrijven. Maar in welke tijd moet je dat doen? Je moet lesgeven, wetenschappelijk onderzoek doen en zeker in het begin van je carrière een berg papers schrijven om je aanstelling te verzekeren.  

Tom Naegels was in een redelijk recent verleden vijf jaar lang ombudsman bij De Standaard. En dus begonnen we spontaan vragen te stellen over media en actualiteit. Zoals: moet een programma als pakweg De Zevende Dag antivaxers een stem geven?  

Ik vind dat op zich geen goed idee. Je ziet opnieuw een spanningsveld dat goed te vergelijken valt met het debat rond racisme. In welke mate moet een publiek medium als de VRT een forum bieden aan een breed scala aan opinies? Het lijkt een open deur. Laat zoveel mogelijk meningen aan bod komen, laat die meningen met elkaar botsen en er komt wel een consensus uit. Maar wat als al die meningen een effect hebben op de samenleving? Zo kan het aan bod laten komen van racistische opinies als effect hebben dat meer mensen die meningen zullen delen.  

Op een bepaald moment hebben de grote Vlaamse media besloten om verregaand te stoppen met racisten een forum te geven. Het gebeurt zelden dat je echt racistische meningen op de televisie ziet of in de krant leest. Dezelfde denktrant zou je kunnen opbouwen rond het coronavaccin en corona in het algemeen. Je kunt zeggen: laat die meningen bestaan. Maar dan is er de collateral damage dat er meer mensen gaan twijfelen.   

Wat mij fascineert, is dat attitudes die normaliter worden gestimuleerd, zoals kritisch denken en twijfelen aan wat figuren met autoriteit vertellen, in deze omstandigheden een kwalijk effect hebben. "Ik twijfel" is op zich een normaal statement, maar heeft als implicatie dat het steeds moeilijker wordt om voldoende mensen gevaccineerd te krijgen. Moet je die twijfel dan nog eens versterken door het debat te laten woeden? Al zeg ik dat alles met veel slagen om de arm. Aan de andere kant kan het de twijfel versterken bij mensen die zich al niet gehoord voelen. 

Een woord dat vroeg of laat moet vallen, en ook dit interview ontsnapt er niet aan, is polarisatie. Mogen we voetstoots aannemen dat het debat meer gepolariseerd is dan vroeger? 

Neem nu België ten tijde van de verzuiling. Dat is bij uitstek een voorbeeld van polarisering. Voor alles moest je een kamp kiezen. Ziekenhuizen, scholen, mutualiteiten … noem maar op. Alleen bestonden er toen geen sociale media waar katholieken, liberalen en socialisten met elkaar in debat gingen. Dat zou een permanente botsing van wereldbeelden hebben veroorzaakt.  

De samenleving is even gepolariseerd als vroeger. Polarisatie uit zich op een andere manier.

De jaren zestig en zeventig waren een periode met terreuraanslagen in heel Europa vanuit zowel extreemrechtse als extreemlinkse hoek. Je mag echt niet onderschatten hoe gespannen de sfeer destijds was en hoe wantrouwig mensen tegen elkaar stonden. Nog eens dertig jaar terug in de tijd stonden het fascisme en het communisme sterk: een tijd vol blinde polarisatie waarin groepen en partijen zelfs de hele democratie afwezen en kozen voor een totalitaire samenleving waarbij moord op grote delen van de eigen bevolking werd goedgepraat. Dus nee, ik denk niet dat de samenleving meer gepolariseerd is dan vroeger, wel dat de polarisatie zich op een andere manier uit.  

Leven we dan niet allemaal in onze eigen fijne internetbubbel? 

Dat denk ik net niet. Het feit dat er continu ruzie wordt gemaakt op sociale media is het ultieme bewijs dat mensen met verschillende meningen met elkaar in contact komen. Anders zou je op sociale media kunnen switchen tussen de linkse en de rechtse bubbel waarbinnen mensen elkaar alleen maar bloemetjes toewerpen. Dat is niet zo. Mensen zitten voortdurend op elkaars kap. Ik zou zelfs zeggen dat er vandaag meer wordt gedebatteerd dan vroeger. 

Waartoe leidt al dat debatteren? 

Ik heb het altijd een vrij utopische gedachte gevonden dat debatteren tot meer begrip leidt tussen mensen met verschillende standpunten. Dat twee mensen aan het eind van een debat zeggen: nu begrijp ik beter waar jouw mening vandaan komt. Misschien dat twee mensen na een lang gesprek wat toenadering vinden, maar meer dan een tijdelijk effect bewerkstelligen bij enkele individuen doe je niet. Meningen zijn niet de optelsom van de gesprekken die je hebt gehad. Wel zijn ze het resultaat van omgevingsfactoren zoals je opvoeding, je vrienden, je persoonlijkheid … We moeten accepteren dat een samenleving bestaat uit een optelsom van verschillende visies en ideologieën die met elkaar ruziën als je ze met elkaar in contact brengt.  

In elk zichzelf respecterend medium – op dwars na – duikt er heden ten dage een factcheckrubriek op. Hebben factchecks überhaupt zin?  

Het is geen probleem dat je een leuke en leerzame rubriek beoogt die je als krant de kans geeft om iets uit te leggen. Het is een zinloze onderneming als de rubriek in het leven is geroepen om foutieve ideeën en alternatieve feiten uit het debat te halen. 

dwars wordt ook verslonden door niet-taal- en letterkundigen met mogelijk schrijfambities. Een formidabele schrijftip voor hen?  

Accepteer dat het moeilijk is en dat het heel lang duurt. Dat je lang moet blijven schrijven aan dezelfde tekst. En dat je je ambities ver genoeg in de tijd moet projecteren – je moet niet op je 22ste al een baanbrekende roman willen publiceren en op je 25ste een eerste literaire prijs binnenslepen. Probeer die belangrijke schrijver rond je vijftigste te zijn. Ik heb al vaak mensen met schrijftalent zien afhaken omdat ze ontmoedigd raken en te veel te snel willen. En tot slot: zoek manieren om die ambitie te combineren met een normaal leven waarin je geld kunt verdienen en een gezinsleven kunt uitbouwen. De totale focus op het schrijven is vaak contraproductief.  



opinie

29/03/2021
Gamestop
🖋: 
Auteur extern

Charlie Schwarz


Hoewel januari vol stond met grote krantenkoppen, viel de short squeeze van GameStop me op vanwege de betrokken partijen en mogelijke implicaties naar de toekomst toe. Ik zal proberen samen te vatten wat er precies gebeurd is en welke voorlopers er waren die dat (mede) mogelijk hebben gemaakt. Waar ik het nodig acht, zal ik mijn bedenkingen en kritiek uiten. Tot slot zal ik besluiten met wat volgens mij een onvermijdelijk pad voorwaarts is.

Hedgefondsen, voornamelijk Melvin Capital en Citron Research, bevonden zich in een lastige positie toen particuliere beleggers van r/WallStreetBets erin slaagden de aandelenkoers van GameStop, een Amerikaanse detailhandelaar in videogames, consumentenelektronica en gamingartikelen, op te drijven van het laagste punt onder de 3 USD in 2020 tot over de 480 USD in januari. Op 28 januari legden verschillende makelaars, waaronder app Robinhood, de verhandeling van GameStop en enkele andere 'memeaandelen' beperkingen op. Iedereen schreeuwde “manipulatie” en uiteindelijk raakte het Amerikaanse Congres erbij betrokken. Laten we eens nader bekijken wat er is gebeurd en hoe we hier zijn gekomen.

 

long story short

Allereerst: GameStop leed onder een afname van de fysieke verkoop van games omdat de industrie verschoof naar een digitaal model. De impact van de pandemie hielp ook niet. De hedgefondsen hadden een grote shortpositie in het bedrijf. 

Het kopen van een effect waarvan men denkt dat dat in waarde zal stijgen om het later voor een hogere prijs te verkopen, is intuïtief voor bijna alle deelnemers aan een markt. Dat wordt going long genoemd. Er is ook een manier om geld te verdienen voor wie denkt dat de waarde van een effect zal dalen: going short. De eenvoudigste manier om short te gaan is door het effect te lenen en het onmiddellijk te verkopen. Indien het effect later goedkoper kan herkocht worden, heeft de short winst opgebracht. De risico's van verbonden aan longs zijn beperkt: de waarde van een effect kan maximaal dalen tot 0. Het risico van een short daarentegen is onbegrensd: de waarde van een effect kan, in theorie, oneindig stijgen.

 

Voor hen zijn de hedgefondsen net zo corrupt als de banken die in 2008 de financiële crisis veroorzaakten en ermee wegkwamen.

 

Terwijl de aandelenkoers van meer dan 57 USD per aandeel in 2013 daalde tot minder dan 3 USD in 2020, bleven de hedgefondsen hun extreem winstgevende shortposities vergroten. Hun gok was dat GameStop failliet zou gaan. Dat zou de aandelen waardeloos maken, waardoor de hedgefondsen de geleende aandelen niet eens hoeven terug te kopen. Op een gegeven moment werd meer dan 140% van de beschikbare aandelen short verkocht. Dat betekent dat een deel van de beschikbare aandelen is geleend, verkocht en weer geleend om weer te verkopen, keer op keer. Op die manier wordt de aanbodzijde van de verhandelde aandelen kunstmatig opgeblazen, wat neerwaartse druk uitoefent op de prijs. Het argument zou kunnen worden aangevoerd dat dat marktmanipulatie mogelijk maakt. Meer dan een keer hetzelfde aandeel short-sellen zou illegaal moeten zijn. Als een entiteit een grotere shortpositie wil dan de beschikbare aandelen, kan ze gebruikmaken van derivaten. 

Hedgefondsen zijn samengevoegde beleggingsfondsen die handelen in relatief liquide effecten. Ze zijn in staat om uitgebreid gebruik te maken van complexere handels-, portefeuilleopbouw- en risicobeheertechnieken, zoals short gaan, derivaten en hefboomproducten. Toegang tot deze fondsen wordt vanuit financiële toezichthouders beperkt tot institutionele beleggers en vermogende individuen. Die beperking, gepaard met de belachelijk kleine bedragen waarmee hedgefondsen worden beboet voor de regelmatige illegale activiteiten waarop ze worden betrapt, wekt argwaan bij een deel van particuliere beleggers. Voor hen zijn de hedgefondsen net zo corrupt als de banken die in 2008 de financiële crisis veroorzaakten en ermee wegkwamen. De bedragen waarmee de hedgefondsen worden beboet, moeten in verhouding staan tot de gepleegde misdrijven. Momenteel zijn de boetes voor hen niets meer dan een zakelijke kostenpost.

 

highs and lows

Wanneer de volatiliteit op financiële markten afneemt, kan het mogelijk leiden tot een lager rendement op de beleggingen van de fondsen. Uiteraard zullen ze proberen manieren te vinden om dat probleem op te lossen. De bovengenoemde hefboomproducten zijn het meest voor de hand liggende antwoord, maar ze vormen geen absolute redding. Een meer passende beschrijving is een tweesnijdend mes. Enerzijds kunnen ze de winst van winnende investeringen aanzienlijk vergroten, maar anderzijds zullen ze hetzelfde doen voor de verliezen van verlieslatende posities. Tijden van lage volatiliteit worden gevolgd door tijden van hoge volatiliteit en andersom. Zolang de bijbehorende risico's met de producten correct worden berekend en een toename van de volatiliteit tijdig wordt onderkend, is er geen reden tot paniek.

Normaal gesproken stellen analisten rapporten voor effecten op om de toekomstperspectieven van die effecten te evalueren. Die rapporten hebben een grote invloed op de posities die een hedgefonds inneemt. Zodra een positie is ingenomen, worden de rapporten vaak openbaar gemaakt. Dat is geen altruïstische beslissing, integendeel, ze hopen daarmee andere investeerders aan te moedigen om vergelijkbare posities in te nemen of in elk geval geen tegengestelde. In de meeste gevallen, als de these fundamenteel correct is, zullen de gepubliceerde rapporten het gewenste resultaat opleveren. Een potentieel gevaar bij die benadering is een 'overvolle' positie. Wanneer er een verandering is in een van de fundamentele factoren, vooral in het geval van een overvolle positie, kan het buitengewoon moeilijk worden om de positie tijdig te sluiten.

 

De shortposities op GameStop waren overvol, aangewakkerd door een periode van lage volatiliteit, hebzucht en een veronachtzaming van goed risicobeheer.

 

De shortposities op GameStop waren overvol, aangewakkerd door een periode van lage volatiliteit, hebzucht en een veronachtzaming van goed risicobeheer. Het vooruitzicht van de krankzinnige winsten verblindde de hedgefondsen voor fundamentele veranderingen die plaatsvonden. Overtuigd van hun gegarandeerde gok kozen zij voor een muntworp die langzaamaan veranderde in a perfect storm. Aan de andere kant stonden de particuliere beleggers, voornamelijk degenen die de subreddit r/WallStreetBets bezochten. Vanwege de pandemie konden mensen niet deelnemen aan sociaaleconomische activiteiten. Sommigen begonnen te experimenteren met een nieuwe interesse in investeringen. Door de stimuleringscheques van de Amerikaanse overheid werd de deelname van de particulier op de financiële markten verder vergroot. 

Robinhood, een financiële makelaar, bracht een mobiele app uit die de toetredingsdrempel voor particuliere beleggers wegwerkte door kosten te elimineren en de margevereisten te verlagen. Dat lukt omdat het bedrijf orderstroomgegevens aan marktmakers zoals Citadel Securities verkoopt, iets wat ze aanvankelijk niet communiceerden met hun gebruikers en waarvoor ze een boete kregen. Citadel Securities is meerdere malen beboet voor onregelmatigheden in hun handelspraktijken en het voorlopen van klantorders. "Als je er niet voor betaalt, ben je niet de klant; je bent het product dat wordt verkocht", schiet door mijn hoofd.

 

squeeze it

Niet iedereen was het eens met de rapporten die de hedgefondsen publiceerden. Ryan Cohen, oprichter en voormalig CEO van Chewy, zag een kans om het bedrijfsmodel van GameStop te vernieuwen en begon in het geheim aandelen te verzamelen om toegang te krijgen tot de raad van bestuur. Ook Michael Burry (The Big Short) kocht aandelen. Keith Gill, eveneens bekend als Roaring Kitty of u/DeepFuckingValue, kwam eveneens tot de conclusie dat GameStop zwaar ondergewaardeerd was. Hij deelde zijn analyse in een reeks YouTube-video's en, nog belangrijker, op r/WallStreetBets. Aanvankelijk werd hij uitgelachen. Hij had in totaal 140.000 c geïnvesteerd in GameStop-aandelen en call-opties. Hij behield zijn positie door een verlies van 40.000 USD en bleef toch achter zijn beslissing staan. Toen kwamen de zomerreleases van nieuwe gameconsoles en begon GameStop een partnerschap met Microsoft. Ryan Cohen maakte zijn investering openbaar en kreeg toegang tot het bestuur. Naarmate meer en meer particuliere beleggers de potentiële ommekeer van GameStop zagen, begon de koopinteresse vaart te krijgen. Leden van r/WallStreetBets, die initieel de draak staken met u/DeepFuckingValue, veranderden van gedachten en plots was er sprake van een short squeeze.

Een short squeeze gebeurt wanneer de prijs van een effect scherp omhoogspringt, waardoor investeerders die shortposities hadden, worden gedwongen terug te kopen om nog grotere verliezen te voorkomen. Hun strijd om te kopen draagt alleen maar bij aan de opwaartse druk op de koerswaarde. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook bij Volkswagen in 2008.

 

Het is opmerkelijk dat een entiteit zulke bedragen zou investeren in een bedrijf dat net de helft van zijn kapitaal wegblies in één enkele weddenschap.

 

Tegen het einde van 2020 werden de GameStop-aandelen weer verhandeld tegen rond de 20 USD. Dat is waar de koopinteresse veranderde in hype en manie. Vanuit verschillende hoeken van het internet, van Elon Musk tot Mia Khalifa, begonnen invloedrijke mensen de aandacht te vestigen op r/WallStreetBets en GameStop. Het werd een ware David-en-Goliat-saga – en Goliath bloedde. Te hulp kwamen Citadel LLC (zusterbedrijf van Citadel Securities) en Point72, die respectievelijk 2 miljard en 750 miljoen USD hebben geïnvesteerd in Melvin Capital. Op 27 januari 2021 kondigde Melvin Capital aan dat ze hun shortpositie hadden gesloten. Citron Research, dat eerder al liet weten dat het de shortpositie had gesloten en geen short analyses meer zou publiceren, zou 100% verlies hebben geleden. Melvin Capital zou 53% van het volledig kapitaal hebben verloren. Het is opmerkelijk dat een entiteit zulke bedragen zou investeren in een bedrijf dat net de helft van zijn kapitaal wegblies in één enkele weddenschap. Nog opmerkelijker is dat de twee zusterbedrijven, in een ideale wereld volledig afgebakend van elkaar en zonder belangenverstrengelingen, op een of andere manier in hetzelfde verhaal betrokken zijn. Vooral vanwege wat volgt.

 

clear the house

Op 28 januari legden Robinhood en andere makelaars abrupt beperkingen op aan ‘memeaandelen', waaronder GameStop. De mogelijkheid om aandelen van GameStop te kopen werd uitgeschakeld, alleen verkopen werd nog toegestaan. Bovendien leverden de zoekresultaten binnen de app voor GameStop volgens sommige gebruikers tijdelijk geen resultaten op. Een overgroot deel van de particuliere beleggers gebruikte Robinhood om te investeren en plots was de koopdruk kunstmatig beperkt. GameStop bereikte een piek van meer dan 480 USD die dag, waarna de prijs weer kelderde tot onder de 40 USD. Vlad Tenev, de CEO van Robinhood, verklaarde eerst dat de beperkingen ter bescherming van de gebruikers zijn bedoeld en dat zijn platform geen liquiditeitsproblemen had. Uiteindelijk bleek dat DTCC, de clearing house van Robinhood, de margevereisten van ‘memeaandelen' voor makelaars substantieel had verhoogd. Robinhood kon niet tijdig aan de verhoogde eisen voldoen, dus werden beleggers beperkt in hun aankopen.

Een clearing house is een organisatie die zorgt voor de correcte afwikkeling van transacties tussen twee partijen. De organisatie plaatst zich hier dus tussen kopers en verkopers van aandelen en neemt de verplichtingen over om het tegenpartijrisico, namelijk het gevaar dat een van de betrokken partijen de verplichtingen niet nakomt, te beperken. De clearing houses leggen per aandel de margevereisten vast waaraan makelaars moeten voldoen. De afwikkeling dient binnen de twee dagen na de transactie te gebeuren. Te vaak slagen de clearing houses er niet in dat op tijd af te ronden. Michael Burry heeft getweet dat het in de zomer weken heeft geduurd vooraleer hij zijn gekochte aandelen fysiek heeft ontvangen. Het lijkt erop dat er ontzettend veel inefficiënties aanwezig zijn. Er is zo goed als geen sprake van transparantie en de regels van het spel kunnen onaangekondigd aangepast worden. Schijnbaar lijdt het systeem aan archaïsche ontwerpen en ineffectieve regelgevers.

 

Schijnbaar lijdt het systeem aan archaïsche ontwerpen en ineffectieve regelgevers.

 

Deze hele saga trok de aandacht van de S.E.C. en het Amerikaanse Congres. Wat er precies is gebeurd, wordt onderzocht. Helaas kan ik, op basis van het recente verleden, niet verwachten dat er na deze onderzoeken significante veranderingen zullen plaatsvinden. Op institutioneel niveau lijkt het erop dat elke betrokken partij ofwel immoreel, ofwel corrupt is. In een systeem dat is gebaseerd op vertrouwen met partijen die het vertrouwen meermaals hebben geschonden, is de beste keuze voor particuliere beleggers de constructie volledig verlaten. Maar waar moeten zij dan naartoe?

Satoshi Nakamoto nam de volgende kop uit The Times op in het eerste blok (genesisblok) van Bitcoin: "The Times 03/Jan/2009 Chancellor on brink of second bailout for banks". Hij had niet alleen de eerste gedecentraliseerde virtuele valuta gecreëerd, maar hij slaagde er ook in om sociale kritiek te geven op het eerste blok van de Bitcoin blockchain. Zijn revolutie werd gevolgd door verdere innovaties van andere cryptocurrencyprojecten. Momenteel wordt er een compleet nieuw financieel systeem in sneltempo gebouwd rond transparant, gedecentraliseerd en programmeerbaar geld. Beurzen waar de valuta's worden verhandeld, zijn direct toegankelijk voor beleggers, zonder tussenkomst van tussenpersonen zoals makelaars. De afwikkeling van de transacties gebeurt quasi meteen. Die markten zijn de hele dag open. De economie slaapt nooit, waarom zouden de markten dat doen? Dat aandelen van een bedrijf in de toekomst worden gedigitaliseerd en verhandeld op gedecentraliseerde beurzen is voor mij een gegeven. Wanneer dat uiteindelijk gebeurt en welk bedrijf het wordt, blijft voorlopig een vraagteken.

 

The game is rigged, Stop playing and look somewhere less cryptic.



tweedecarrièrestudent

29/03/2021
tcs 135
🖋: 

Als tweedecarrièrestudent kan ik me de tijd levendig herinneren dat goedlachse overbuurmannen nog goedlachse overbuurmannen waren en geen onverschrokken toetsenbordhelden die zich voltijds bezighouden met het publiekelijk brouwen van meningen over kwesties die voor academici jaren diepgaand onderzoek vergen. Vergeef me de nostalgie. 

Ik ben niet de enige bij wie bijwijlen zachte nostalgische gevoelens de kop opsteken. Ter vulling van dit bescheiden prachtblad had ik een fijn onderhoud met Tom Naegels die zich afvraagt waartoe al dat geopinieer leidt. Wel, deze coronacrisis verschaft ons daar een niet onaardig beeld van. Waar voorheen vooral, of uitsluitend, de lijvige en ondoorgrondelijke Facebookepistels van uw nonkel u in verlegenheid brachten (al wil ik niet de hele nonkelsgemeenschap over één kam scheren, er zijn ook goede nonkels, n.v.d.r.), bestaat de kans dat mensen die u altijd hebt beschouwd als mild, intelligent en redelijk, plots uw Facebooktijdlijn inpalmen met fabuleuze theorieën afkomstig van obscure blogs die menen de ongecensureerde waarheid menen te verkondigen. Begin dan maar eens niet te twijfelen. 

Naegels haalt aan dat attitudes die anders worden gestimuleerd als kritisch denken en twijfelen aan wat gezaghebbende figuren vertellen in coronatijden een kwalijk effect hebben. Al doen we er goed aan kritisch denken niet te verwarren met verdenken. Als naar beneden afgerond onder 99% van de wetenschappers een consensus is, ben je niet kritisch door op basis van YouTubefilmpjes die algoritmen door al je lichaamsopeningen naar binnen persen, het tegendeel te beweren. Je bent niet kritisch door een vaccin te weigeren en heilig te zweren bij een door een Instagraminfluencer aangeprezen tube muntgeurige kruidenpasta die belooft je immuniteit te boosten

Waar mensen vroeger netjes in hun afgebakende zuil vertoefden, kunnen we nu ieder voor onszelf een eigen waarheid boetseren waarbij we ons comfortabel voelen. Het internet is groot genoeg om voor elke waarheid genoeg bronnen af te leveren om die te blijven koesteren, gestimuleerd door algoritmen die verlekkerd zijn op sensationele berichten. Door Arjen Lubach omschreven als de online fabeltjesfuik.  

In binnen- en buitenland werd de jongste jaren het wantrouwen in media (beter bekend als de mainstreammedia, de traditionele media, de leugenpers, de media et cetera) en wetenschap (zie ook: het establishment, de elite) gulzig gevoed en de coronacrisis is nu de gedroomde brandversneller. Stelselmatig media en wetenschap aanvallen en voorstellen als een homogeen blok dat burgers een rad voor de ogen draait en hen negeert, is kwaadaardig en ondermijnt een liberale democratie.  

De liberale democratie is de enige plaats op aarde waar mensen in de media vrijelijk kunnen oreren dat de media hen muilkorven. Die bedenking lees je natuurlijk niet in de reguliere media die de waarheid verafschuwen. Gelukkig behoort dwars niet tot de mainstreammedia. En kunt u met een gerust hart alles geloven wat hier staat.  

 



het laatste woord

29/03/2021
pronoia
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie kijken we met vol optimisme 'pronoia’ tegemoet. 

Ken je het gevoel dat altijd alles goed loopt? Dat het lijkt alsof iemand je van bovenaf een handje helpt? Nee, ik ook niet. Maar ja hoor, het bestaat wel degelijk! "Oh, God, if I'm anything by a clinical name, I'm a kind of paranoiac in reverse. I suspect people of plotting to make me happy", schreef Seymour Glass in zijn dagboek. Seymour is een personage uit de novelle ‘Raise High the Roof Beam, Carpenters’ geschreven door J.D. Salinger. Hoewel het gevoel al halverwege de vorige eeuw beschreven werd, is er pas in de jaren 80 een begrip voor gevonden: pronoia. 

Tegen het einde van het millennium zou de wereld zogezegd een nieuw tijdperk betreden. Het was een tijd waarin ‘positieve stromingen’ de overhand kregen en stegen in populariteit. Om mee te zijn met de psychedelische trend moest je gebruik maken van rituelen die pure positiviteit aantrokken. Socioloog Fred Goldner introduceerde in 1982 het begrip pronoia voor het eerst. Hij beschreef het als “the delusion that others think well of one”. Het woord is later in de jaren 90 opgepikt door de Zippies (Zen-Inspired Pronoia Professional, n.v.d.r.). 

Zoals wij nu de besmettingen willen tegengaan, zo wilden de Zippies de hele wereld besmetten met dit begrip en de bijhorende vibe. Pronoia is de tegenhanger van paranoia: het universum zou er stiekem op uit zijn jou te helpen, meer dan dat, ook jíj maakt deel uit van de samenzwering om anderen dat duwtje in de rug te geven. Het is een mooi ideaal om te bezigen en zou ervoor zorgen dat je glas altijd halfvol blijft, in plaats van halfleeg. 

Niet vleermuizen, maar het Amerikaanse magazine Wired zorgde ervoor dat het begrip populariteit kreeg en wijdverspreid werd. Zij plaatsten de Zippies op hun cover in mei 1994 en besteedden meerdere pagina’s aan het uiteenzetten van het begrip pronoia. Wired noemde hen de Woodstock van de jaren 90. Maar zoals met zo veel dingen doorstonden noch de Zippies, noch hun pronoia de tand des tijds. Jammer, want pronoïde met mate is gezond, net zoals bij paranoia. Het zou wel eens de sleutel kunnen zijn tot een beter leven voor jezelf en een betere wereld voor de mensen om je heen. Maar wat als beide in elkaar overlopen? De mensen die pronoia bezigen als levensfilosofie, kunnen wel eens paranoïde worden. Dat kan leiden tot pure waanzin. Het klinkt paradoxaal maar er is een logische verklaring voor: ze werken volgens een soortgelijk mechanisme.  

De vreselijke symptomen van deze aandoening zijn: een stijgend gevoel van optimisme, het verlangen om samen te werken met anderen, spontane uitingen van goede bedoelingen en een sporadische charismatische glimlach die zomaar op je gezicht verschijnt. Of pronoia een psychische stoornis op zich is, of eerder een symptoom van ‘gekkigheid’, daar bestaat geen consensus over. Wat er ook van zij, uit voorzorg zou je alvast je druggebruik kunnen verminderen.