dwars op het studentenoverlegcomité

09/12/2025
 [HET SOC: NIET MEER DAN EEN FINANCIËLE KATER] (© [Laurens Verhaegen] | dwars)
🖋: 
Auteur

Komen er meer lesopnames? Wanneer opent de nieuwe feestzaal? Komen er hangmatten op campus? En wat is er waar over de verkoop van Het Brantijser? Het Studentenoverlegcomité (SOC) is de place to be om antwoorden te krijgen op al je vragen. Voor wie het niet kent: het is een soort talkshow, waarin studenten vragen insturen en student-­moderatoren ze stellen aan de rector en andere beleidsmakers. dwars  vertelt je alles wat je moet weten.
 

“Is er zuip?”, hoor ik achter me, terwijl ik kijk naar de technici, druk bezig met de geluidsinstallatie op het podium. Ik ruik een verzameling broodjes. Het is een staande broodjesreceptie – met veel broodjes. Mijn oog valt op het blauw-grijze zitmeubel op het podium, waarschijnlijk tijdelijk onteigend uit een ander gebouw. De komida van Campus Middelheim is dit jaar omgetoverd tot het decor van het halfjaarlijkse studentikoze vragenvuur. Na de lekkere broodjes neemt iedereen plaats. De hippe sofa wordt bezet door student-moderatoren Julie Stockmans (voorzitter van de Studentenraad), Myrthe De Bie (voorzitter van Unifac) en Laurens De Wachter (voorzitter van NOVA). Rector Herwig Leirs neemt plaats in een van de twee leren stoelen naast hen, de andere stoel wordt gedurende de middag gevuld met verschillende beleidsmakers. Het publiek zit à la cantuscoronae loodrecht ten opzichte van het podium.

Myrthe trapt de middag af met een algemene openingsvraag voor rector Leirs: hoe bevalt het rectorschap? Leirs is blij dat hij al veel zaken in gang heeft kunnen zetten. Al vrij snel valt hét thema van de middag: besparingen. “De aangekondigde besparingen dwingen ons om verder te gaan”, vertelt Leirs. “Hoe doen we meer met minder mensen?”

Niet geheel onverwacht zijn er ook vragen ingestuurd over de nieuwe feestzaal op Campus Drie Eiken. Julie vraagt: “Liggen de bouwplannen nog op schema? Kunnen jullie bevestigen dat de zaal vanaf 2026-2027 in gebruik kan worden genomen?” “Ja en nee,” antwoordt Leirs, “tegen het einde van het jaar verwachten we de vergunningen te hebben. Daarna kunnen we zoeken naar aannemers. Als dat vroeger gebeurt, kunnen we vroeger starten. Als dat later in het voorjaar gebeurt, dan kan dat niet. Om de feestzaal te bouwen, moeten we bomen kappen, maar in het broedseizoen mogen we dat niet doen.” Leirs vraagt raad bij Bart Heijnen, algemeen beheerder. Na wat uitleg over vergunningen, wisselwerkingen en democratie stelt Heijnen dat “het tweede semester van 2028 realistisch is.”
 

onderwijs onder de loep

Naast feesten is voor onze unief ook het onderwijs belangrijk. Vicerector Onderwijs en Studentenzaken Chris Van Ginneken neemt vooraan plaats. Een bezorgde student vraagt hoe de unief gaat zorgen voor meer lesopnames. Van Ginneken: “Vorig jaar hebben we hard gewerkt aan een draaiboek ‘Inclusief onderwijs’ op zoek naar alternatieven voor de fysieke lessen.” Alternatieven? Ze legt het verder uit: “Dat gaat niet enkel over lesopnames, maar bijvoorbeeld ook over een kennisclip of een goede paper. In januari gaan we gerichter richtlijnen geven om het in het tweede semester beter te doen en om vanaf volgend academiejaar volledig on air te gaan.” 

In een vorige editie vroeg een student naar de mogelijkheid om een opleiding Journalistiek aan te bieden. Dit Studentenoverlegcomité kwam de vraag: “Zou er in de toekomst een opleiding Psychologie aangeboden kunnen worden aan UAntwerpen?” Van Ginneken vertelt opnieuw hoe en wat: “Er zijn een aantal onderwijsgebieden gedefinieerd waar wij een onderwijsbevoegdheid voor hebben en Psychologie staat daar niet bij. Dat moet geregeld worden op niveau van de regering en dat is niet evident. We hebben wel een leercentrum van de Open Universiteit en daar kan je al wel Psychologie volgen.” 

Oké, geen Psychologie, maar hoe gaat het verder met de besparingen? “Komt de onderwijskwaliteit in gevaar? Gaan er keuzevakken verdwijnen?” vraagt een student. “We moeten keuzes maken. Misschien moeten we vakken schrappen, omdat ze niet gekozen worden. Dat wil niet zeggen dat er geen keuzeruimte meer gaat zijn, maar het wordt anders ingevuld.” Herwig vult Van Ginneken aan: “Het gaat niet per se om vakkenwaar studentenaantallen laag zijn, maar het kan ook zijn dat een prof stopt en dat er geen geld is voor een vervanger. De faculteit moet dan keuzes maken, heel spijtig.”
 

hangen en slapen op de campus?

Diensthoofd van het departement Studentenvoorzieningen Koenraad Keignaert krijgt de vraag of er de mogelijkheid is om voor vermoeide pendelstudenten met lange lesdagen bedden of hangmatten te voorzien. Het publiek lacht. Keignaert vertelt dat hij initieel ook zo reageerde, maar toen bedacht dat er iets dieper achter schuil kan gaan. “Is dit eigenlijk geen fundamenteel diepere vraag rond huisvesting?” vraagt hij zich hardop af. “Als diezelfde student een probleem heeft met huisvesting, dan is dit wel een vraag voor de sociale sector. Misschien ligt op termijn daar wel het antwoord.”
 

te koop: fitnessabonnement gebouw P?

Op de vraag of de vraag of de fitness van het nieuwe gebouw P op Drie Eiken wordt opgesteld voor niet-kinéstudenten. “We gaan een aangepast programma uitwerken met behulp van een studentenbevraging. Wat verwachten ze? Met een beurtenkaart willen we ervoor zorgen dat het financieel haalbaar is voor studenten. Ons doel is om in februari de eerste testen te draaien,” deelt Catherine Ongenae, domeincoördinator-diensthoofd voeding en studentenwerking.
 

te koop: Het Brantijser?!

Zijn het enkel geruchten of zijn de verkoopplannen van Het Brantijser serieus? Julie vraagt het, Bart Heijnen, nog steeds algemeen beheerder, antwoordt: “In de hele universiteit gaan we proberen met minder vierkante meter hetzelfde werk te doen. We willen werkplekken opgeven bij plaatsten die veel gaan opbrengen en onderzoeken of we Het Brantijser zouden kunnen missen.” Myrthe riposteert: “Vorig jaar spraken we nog over een lokalentekort?” Opnieuw Heijnen: “Het is ook kwestie van duurzaamheid. De nood naar meer lokalen moet geëvalueerd worden. Worden ze voldoende gebruikt, worden ze ’s avonds gebruikt?” Heijnen vat de kern goed samen: “We zijn gedwongen om met minder middelen hetzelfde te doen.” 

Het Studentenoverlegcomité ging meer dan anders over geld. Iets waar onze unief niets aan kan doen, hoe spijtig ook. In dwars las je nooit eerder een negatief woord over de receptie achteraf. Dit jaar was er echter geen receptie, geen ‘zuip’, en bleef het netwerkmoment der netwerkmomenten helaas uit. Afijn, bezuinigingen moeten ergens beginnen.



opinie

09/12/2025
 [WANNEER GA JE NU JE RIJBEWIJS EENS HALEN?] (© [Rabiatou Jalloh] | dwars)
🖋: 
Auteur

Een rijbewijs halen in België is tegenwoordig een beetje zoals deelnemen aan The Hunger Games: wie genoeg middelen heeft, overleeft. De rest blijft op zijn honger zitten. Zeker voor wie verplicht richting rijschool moet trekken, waar de prijzen zo hoog zijn dat je je spontaan begint af te vragen of je misschien per ongeluk een cursus privéjet besturen hebt geboekt. En alsof dat nog niet genoeg is, heeft België sinds 2017 ook het gezellige ‘terugkommoment’ bedacht. Een soort reünie, maar dan zonder hapjes en met een rekening van 125 euro. Die financiële drempel brengt een vraag met zich mee: is het rijbewijs in België nog toegankelijk?
 

Wil je leren rijden met een begeleider? Dan moet je iemand vinden met minstens acht jaar ervaring die zin heeft om naast jou te zitten terwijl je in eerste versnelling vanop een helling leert vertrekken. Klinkt simpel, maar niet veel mensen blijken mysterieuze kennissen te hebben die al acht jaar zonder ongelukken rondrijden en verrassend veel mensen hebben plots geen tijd wanneer je ze vraagt of ze hun leven en dat van hun auto in jouw handen willen leggen. Sinds maart 2024 moeten die begeleiders ook nog een vormingsmoment van twintig euro volgen, waar ze onder andere opnieuw leren dat richtingaanwijzers bestaan. Handig, want velen vergeten die blijkbaar zodra ze hun rijbewijs langer dan vijf jaar op zak hebben. Stapt niemand vrijwillig in je auto? Geen probleem! Dan kan je twintig uur rijles volgen bij een erkende rijschool voor een prijsje tussen 1.400 en 1.750 euro. Daarna krijg je een bekwaamheidsattest, waarmee je dan zelfstandig mag rondrijden.
 
Sinds 1 oktober 2017 is ook het terugkommoment verplicht. Vier uur lang opleiding, zes tot negen maanden nadat je je definitieve rijbewijs hebt gekregen. Kom je te vroeg of te laat? Jammer! Ga terug naar start en betaal opnieuw. Volg je de opleiding niet? Geen zorgen, België heeft een oplossing. Je moet dan gewoon een boete betalen die tot  vierduizend  euro kan oplopen. Want waarom klein beginnen?

Voor veel studenten is dit hele parcours ongeveer even betaalbaar als een villa met zeezicht. Niet iedereen kent een begeleider die kan helpen, laat staan een spaarrekening die niet spontaan zichzelf weer afsluit wanneer de facturen van de rijschool binnenkomen. Sommigen kunnen zich dus simpelweg geen rijbewijs permitteren, terwijl anderen vrolijk door het systeem cruisen alsof het niets is. Het rijbewijs begint zo verdacht veel te lijken op een speedy pass voor Bobbejaanland.

Dus nee, een rijbewijs  behalen in België is niet echt toegankelijk. De combinatie van verplichte rijlessen, bijkomende kosten zoals het vormings- en terugkommoment en de hogere financiële drempels maakt dat niet iedereen dezelfde kansen heeft en krijgt om een rijbewijs te behalen. Wie minder middelen heeft, mag te voet blijven gaan, want dat is gratis. En de Belgische begroting houdt nu eenmaal van budgetvriendelijke oplossingen. Tot dat verandert, blijft het rijbewijs vooral een luxeproduct met een stuur. 



het studentenleven als 25-plusser

09/12/2025
 [LAAT-TWINTIGERS: JEUGDIG ZIJN] (© [Maxwell Vormezeele] | dwars)
🖋: 

Ah, het studentenleven. Een periode die je als jonge twintiger beleeft en achteraf als een van de beste periodes uit je leven zal beschouwen. Maar het studentenleven hoeft niet per se voor die leeftijdscategorie te zijn. Zo zijn er studenten van middelbare leeftijd en ook nog midden- en laat-twintigers. Die laatste categorie kan natuurlijk gemakkelijker viben met jonge twintigers, of lijkt dat maar zo? Maarten vertelt ons meer over zijn beleving als studerende laat-twintiger.
 

Maarten is 27 jaar en studeert de master Fysica aan Universiteit Antwerpen. “Officieel is mijn specialisatie theoretische fysica, maar ik doe ook biofysica – een dubbele specialisatie dus”, vertelt hij. Voordien studeerde hij Industriële Ingenieurswetenschappen, maar na twee jaar stopte hij om een tijdje te werken. In die periode begon hij ook boeken over wetenschap te lezen en zich erin te verdiepen. Uiteindelijk vond hij zo zijn passie voor fysica en begon op zijn 22ste met zijn huidige studie.
 

hij 27 en de rest 22

In de master zitten voornamelijk studenten van ongeveer 22 jaar en Maarten is daar een van de uitzonderingen op. “In het begin was dat wel raar”, geeft hij toe. “Ik heb toen vooral vriendschappen gesloten met oudere mensen, maar geen enkele van hen is gebleven naar het tweede jaar toe.” Naast die oudere mensen kon hij het ook goed vinden met jongere studenten, die uiteindelijk een goede vriendengroep zijn geworden. Door om te gaan met zijn jongere medestudenten besefte Maarten dat er enkele verschillen waren. “Ik had vaak het gevoel dat in onze klasgroep heel veel mensen nogal gestrest waren over dat eerste jaar: veel examenstress en dat soort zaken. Ik had dat veel minder. Iets wat ik heel erg merkte bij studenten was dat zij veel nerveuzer waren dan ik om een docent aan te spreken. In groepswerken was ik altijd degene die contact hield met de docent”, vertelt hij. Ondanks de verschillen kan Maarten toch een connectie voelen met zijn medestudenten. “In de dagelijkse omgang is er eigenlijk bijna geen verschil. Mijn kennis over het lesmateriaal was niet groter dan de anderen. Wanneer we over het middelbaar praatten, dan vertelde ik ook gewoon over mijn eigen ervaring”, legt hij uit.
 

25+: bye bye jeugd?

Volgens de definitie van de Verenigde Naties beslaat de categorie ‘jeugd’ de leeftijden 15 tot 24 jaar, waarmee mensen vanaf 25 jaar eigenlijk geen jeugd meer zijn. Maar wat als je 27 bent en je je nog jeugdig voelt? “Toen ik 25 werd en toch een besef van ouderdom kreeg, had ik niet het gevoel opeens een ander persoon te zijn geworden. Als je tussen 25 en 29 jaar bent, ben je uiteindelijk nog jong. Er zijn 32-jarigen die ook nog jeugdig zijn”, vult hij aan. Student en jeugdig zijn, is niet enkel van toepassing op jonge twintigers: alle twintigers mogen dat zijn.



wandel langs alle straatpoëzie

08/12/2025
[ANTWERPEN BRUIST VAN DE POËZIE] (© [Annemarie Bahro, Lena Vercammen & Merel Haverkamp] | dwars)

Wie op zoek is naar een poëtisch rustmomentje hoeft niet ver te zoeken: de stad Antwerpen zit vol gedichten die je onderweg zomaar kan tegenkomen. Daarom neemt dwars je mee op een wandeling langs een aantal mooie stukjes straatpoëzie in de stad.
 

We starten onze route op de Wapper, een gezellig plein centraal aan de Meir dat ook wel wat poëzie te bieden heeft. Tussen het Rubenshuis en het Paleis op de Meir vind je een wonderbaarlijk muurgedicht: ‘De Vertelboom’, in de vorm van, jawel, een grote boom. Het werk werd in 2011 gemaakt en is het resultaat van de samenwerking tussen voormalig stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen, designer Jelle Jespers en een groep dichters van over heel de wereld.

Om helemaal in het thema van poëzie te blijven, kan je daarna even langs Boekhandel De Slegte gaan. Boven de ingang staat een regel uit ‘Boem Paukeslag’ van Paul van Ostaijen, wat met zijn weerspiegeling van de bombardementen op Antwerpen in de Eerste Wereldoorlog een echt stukje Vlaams literair erfgoed is geworden. 

Ook niet te missen is hetpaleis, want op de zijgevel van dit jeugdtheater prijkt Bart Moeyaerts gedicht ‘Klein’, geïnspireerd door de rechten van het kind. Het gedicht komt uit de bundel Verzamel de liefde. Met de poëtische en heldere, maar toch filosofisch geladen uitspraak zegt Moeyaert: “Niemand wordt beter met de jaren / dus klein verklaren heeft geen zin / Begin bij het begin / en leef dan / net als iedereen / eenvoudig / been voor been”. Hiermee nodigt hij de lezer uit om eenvoudig te leven en aandacht te hebben voor het kleine, omdat juist daar de verborgen betekenissen en echte menselijke verbondenheid schuilgaan. Wij mensen geven betekenissen aan de woorden die er zijn, maar die betekenissen kunnen voor iedereen verschillen. Zoals Moeyaert zegt: “Een woord is maar een woord.”

Aangekomen op het Mechelseplein wandel je even door tot aan De Boogkeers, waar op de gevel een gedicht staat dat je zeker eens moet bekijken: ‘Een minimum’ van de Nederlandse dichter Ramsey Nasr. Via de vereniging Recht-Op, die het woord geeft aan mensen in armoede, kwam Nasr twintig jaar geleden in contact met kansarmen in Antwerpen. Op vraag van de vereniging schreef hij een gedicht over kansarmoede. ‘Een minimum’ opent onze ogen voor sociale ongelijkheid en overleven in moeilijke omstandigheden, terwijl het tegelijkertijd vertelt over menselijke waardigheid en veerkracht. Op de foto zie je het begin van het gedicht, maar als je het gaat bezoeken, zul je merken dat het veel langer is! 

Als je langs het Museum Mayer van den Bergh wandelt, moet je zeker eens kijken naar het verbindende stadsgedicht ‘Erewoord’ van onze huidige stadsdichteres Esohe Weyden. Het gedicht gaat over een zeventiende-eeuwse verlovingsring met een handmotief met een inscriptie op de handpalm die luidt: “amour pour amour” (“liefde voor liefde”). Weyden vindt de ring “een klein maar krachtig symbool van liefde, belofte en oneindigheid”. Op haar Instagram omschrijft ze ‘Erewoord’ als “een intieme liefdesverklaring aan elke Antwerpenaar die passeert”. 

In de wandeling kom je ook langs ‘De pijnfuif’ van Gust Gils. Gils was een alleskunner: hij was dichter, schrijver, beeldhouwer, oprichter van het avant-­gardetijdschrift Gard Sivik en redacteur van Podium. Het gedicht, aangebracht op Stadswaag 4, toont op typische Gils-wijze hoe pijn iets is dat we delen: eenvoudig, absurdistisch en verrassend licht gebracht, met de bekende regel dat er “pijn genoeg is voor iedereen”. Hij laat zien dat pijn iets universeels is en dat we het allemaal delen, hoe verschillend we ook zijn.

We eindigen onze route bij ‘Chaque matin elle a tout oublié’, een gedicht dat beeldend kunstenaar Lieven Segers in 2016 heeft aangebracht op Gebouw M van onze universiteit. De typografie is speels en opvallend met zwart ingekleurde letters; een techniek die Segers wel vaker hanteert in zijn werk. Met slechts een korte zin laat Segers ruimte voor veel interpretaties en laat hij ons toch even stilstaan. Het is de ideale plek om poëtisch af te sluiten en meteen terug te keren naar de les.
 



08/12/2025
 [MOZAÏEK] (© [Margot Franckx] | dwars)
🖋: 

ik luister, hart tegen hart, naar de woorden waar wij nooit in geloofden 
geheime fluisteringen bedolven onder het gewicht van onze zucht 
ik reik, in een ondoordringbaar zwart, naar het vuur dat wij elkaar beloofden 
de assen die neerdwarrelen uit een eenzame lucht

we rennen, hand in hand, lachend door de velden van onze fantasie 
mijn nagels spellen het patroon van ons in een eeuwig getik 
we dansen, balancerend op de rand, op een prachtige symfonie 
onze scherven passen samen in een wankel mozaïek

met glassplinters die langzaam onze vingers opensnijden 
met bloed dat in spiralen drupt op de grond 
onze lippen, uitgeput, willen onze zinnen mijden 
kussen roodgevlekte huid na een laatste morgenstond

we rapen onze stukjes in stilte bij elkaar 
en dragen ze zachtjes weg van ons gezamenlijk gevaar



interview met de Beroepsbelg

08/12/2025
 [ANTWERPEN DOOR DE OGEN VAN BEROEPSBELG TANGUY OTTOMER] (© [Bjorn De Busschere] | dwars)

Geen Belg – en zeker geen Antwerpenaar – kan nog om Tanguy Ottomer heen. Wanneer de BeroepsBelg eenmaal op je FYP verschijnt, blijven niet alleen zijn interessante feitjes nazinderen, maar ook zijn jingle. dwars sprak met de geboren Antwerpenaar over zijn liefde voor ‘t Stad en haar mooiste en vaak nog onbekende plekjes.
 

We bevinden ons op de Vrijdagmarkt tussen de drukpersen en pintjes met de, voor ons, bekendste stadsgids van Vlaanderen: Tanguy Ottomer. De BA’er is dolenthousiast en vertelt graag over zijn connectie met zijn stad: “Ik ben geboren binnen de oude stadsomwalling van Antwerpen in een materniteit.” De onoverwinnelijke liefde voor Antwerpen begon al vroeg. Op zijn zesde, tijdens een beklimming van de Boerentoren, sloeg die liefde voor het eerst toe. Hij kwam boven en kreeg niet alleen vlinders in zijn buik van de hoogte: “Ik stond daar en dacht: ‘Wow, wat is dit voor een stad?’ Het uitzicht was geweldig en ik kon elk plekje zien. Vanaf dat moment is het allemaal echt begonnen.”
 

doctoraat in de antwerpologie

Op zijn achttiende was Tanguy klaar met het schoolsysteem. “Ciao”, zegt hij droog. “Ik heb niets gestudeerd en mijn school zelfs niet afgemaakt.” Eenmaal buiten school moest zijn werkelijke leerschool nog beginnen. “Mijn echte opleiding? De school van het leven.” En dat blijkt. Tanguy overlaadt ons met weetjes over de koekenstad. 

Waar heeft deze wandelende Antwerpse encyclopedie dat allemaal geleerd? “Ik heb mezelf alles aangeleerd. Veel lezen, veel uitproberen en natuurlijk heel veel rondwandelen.” Toch was het niet altijd even gemakkelijk vertelt hij: “Om op je achttiende tegen je moeder te zeggen ‘ik ga stoppen’, is allesbehalve simpel. Nadat ik het nieuws had gebracht aan het thuisfront ben ik direct gaan werken. Ik heb allerlei soorten jobs gehad. Allemaal in Antwerpen, dat wel. Je kunt het zo gek niet bedenken.”
 

onoverwinnelijke liefde

Tot hij op zijn 26e – met pijn in zijn hart – Antwerpen inruilde voor de liefde in Berlijn. De romantiek in Berlijn viel tegen. “Toen de Duitse romantiek gedaan was, dacht ik: ‘fuck Berlijn’. Soms moet je iets verlaten om de liefde, voor iets of iemand, te voelen. Ik ging terug naar mijn échte liefde en zette concrete doelen voor mezelf: ‘Binnen nu en een jaar geef ik rondleidingen en heb ik een boek geschreven.’ Die heb ik allebei kunnen afvinken”, aldus een trotse Tanguy. Na zijn omreis begon Tanguy de stad met eigen ogen te ontdekken en voelde hij hoe Antwerpen groot en klein tegelijk kon zijn.
 

een metropool op zakformaat

“Antwerpen is een dorp in een stad. We hebben het gevoel van een metropool op zakformaat. Iedereen kent elkaar en de Vrijdagmarkt is nog het grootste dorp van allemaal. Ik heb hier zelf elf jaar gewoond, dus ik kan het weten.” Tanguy vervolgt: “Je hebt eigenlijk alle voordelen van een grootstad: zowel culinair als cultureel. Bovendien staan we ook internationaal hoog aangeschreven; met onze haven, de diamanten en de mode.” Tanguy doet er nog een Antwerps schepje bovenop: “We zitten ook nog eens in het centrum van Europa. In iets meer dan een uur sta je in Amsterdam, in twee uur in Parijs en Londen. Wat wil je nog meer?” En die charme van Antwerpen wil hij ook studenten laten voelen.
 

als wilde boef door 't Stad

Dat er in Antwerpen veel te beleven is, twijfelt Tanguy niet aan. Toch concentreren veel studenten zich nog enkel binnen de befaamde Stadscampusdriehoek tussen het Hof van Liere, de Ossenmarkt en de Paardenmarkt. Tanguy doet evenwel een poging om je uit je cocon te trekken: “Ga op ontdekking! Iedereen heeft toch een fiets?” Wij knikken beleefd. “Nou, gebruik die dan, pak je fiets en rijd als een wilde boef door de straten. Drink een pint of een koffietje en geniet van de Antwerpse zon. Op die manier kun je zo veel leuke plekken ontdekken.” 
 

Tanguy's classics

Voor Tanguy zijn de parken en musea de klassiekers. “Mijn favoriete parken zijn het Nachtegalenpark, Park Den Brandt en het Middelheimpark. Dat is zo’n schone wandelroute.” Voor iemand op een buitencampus is dat goed te doen, maar voor een Stadscampusser is dat een dagtrip. Ook hier heeft de fanatieke Antwerpenaar een oplossing voor. De BeroepsBelg hint naar de Vrijdagmarkt, volgens hem ook leuk op een maandag: “Kijk om je heen. Dit is toch een schoon plein? Sinds 1549 wordt hier iedere vrijdag een markt georganiseerd tot 13u. De Vrijdagmarkt is echt een aanrader! Ook voor de portemonnee. Zelf heb ik hier weleens meubels met karakter voor een paar tientjes gescoord.”
 

de leerschool van de BeroepsBelg

Na alle anekdotes, inspirerende verhalen en Antwerpse fierheid beschrijft Tanguy in één zin wat hij hoopt te bereiken: “Ik wil de mensen uit Antwerpen en daarbuiten de stad laten appreciëren via verhalen die Antwerpen tot leven brengen.” We hebben goed naar Tanguy geluisterd en doen een poging het ons eigen te maken.
 

drie tips van tanguy

Zara-gebouw

Sta je op de Meir bij de Zara te wachten en kijk je omhoog? Het iconische gebouw, oorspronkelijk van de Imperial Continental Gas Association (1898), valt op door zijn indrukwekkende trap en gevel. Vier beelden vertellen de geschiedenis van verlichting, van prehistorische fakkels tot negentiende-eeuwse gasbekkens. Allemaal in één oogopslag te bewonderen.

putdeksel van Frituur n°1 

Kijk eens naar de straatstenen bij Frituur n°1 in de Hoogstraat. Wat lijkt op gewone stenen, is onderdeel van een uniek uitwisselingsproject met Amsterdam: beide steden wisselden hun straatstenen uit als kunstzinnige knipoog naar elkaar.

papegaai in Centraal Station 

Ren je naar de trein en kijk je omhoog bij de centrale trap? Linksboven zit een sierlijk papegaaitje in het metaalwerk, een herinnering aan een ontsnapt dier uit de Antwerpse zoo in 1905. 

Antwerpen leeft en wie goed kijkt, ziet het door Tanguy’s ogen!



08/12/2025
[ostranenie] (© [Kaat Heylen] | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de vreemdste betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie breken we met al onze gewoontes met ostranenie.
 

Je kent het vast wel: je moet dringend weg, trekt je jas en schoenen aan, sluit de deur en vertrekt. Terwijl je onderweg bent, spookt plots die ene vraag door je hoofd: heb je de deur wel op slot gedaan? Stap voor stap probeer je alles wat je gedaan hebt te overlopen, maar tevergeefs. Het ligt voor de hand dat je je huis – zoals gewoonlijk – goed afgesloten hebt, maar je bent deze handeling zo gewoon geraakt dat je ze zonder erbij na te denken hebt uitgevoerd. De deur afsluiten is met andere woorden een automatisme geworden. Als dit je bekend voorkomt, heb je duidelijk nood aan een beetje ostranenie in je leven.

Ostranenie is een Russische term die zoveel betekent als ‘vervreemding’ of ‘defamiliarisatie’ en werd geïntroduceerd door de Russische formalist Viktor Sjklovski. Met het concept ostranenie wilde hij mensen aansporen om opnieuw bewust te worden van dingen die we onbewust doen. Ostranenie draait om vertrouwde dingen op een ongebruikelijke manier voorstellen, zodat het weer vreemd wordt. Sinds Sjklovski het begrip lanceerde, duikt het vaak op in literatuur en kunst. Het Russisch formalisme, een literaire stroming die opkwam rond 1915, ontstond in dezelfde periode als de avant-gardestromingen in de kunst, waardoor ostranenie ook zijn weg vond naar onder andere het surrealisme, het expressionisme en het kubisme.

Een bekend voorbeeld van ostranenie is René Magrittes La trahison des images, het surrealistische schilderij met het bekende onderschrift ‘Ceci n’est pas une pipe’. Als je naar het kunstwerk kijkt, zie je dat de pijp op het doek overduidelijk een pijp is, maar het onderschrift zorgt voor het vervreemdende effect. Door hem op deze manier voor te stellen, dwingt Magritte ons om op een andere manier naar het werk te kijken. We kijken immers niet naar een echte pijp, maar naar een afbeelding ervan. In dit besef treedt het ostranenie-effect op.

Gelukkig hoef je geen surrealistisch kunstenaar te zijn om ostranenie in je dagelijkse leven toe te laten. Om los te komen van het vertrouwde hoef je enkel het alledaagse op een andere of eigenaardige manier te bekijken en wie weet kom je nu dagelijks wel een beetje ostranenie tegen.



haatfabriek

08/12/2025
Haatfabriek (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 
Auteur

To hate or not to hate? Niemand vroeg het, maar het antwoord is meestal het eerste. Het is niet omdat ik maandelijks dit hekelschrift neerpen dat ik daarom ook een hater ben. In wezen ben ik de meest optimistische persoon binnen de redactie – alleen zet ik die versie van mezelf even aan de kant wanneer het nodig is. Het is namelijk beter om je frustraties te uiten dan om ze op te kroppen. Deze keer vertel ik je over knappe mensen in het openbaar.
 

Wie nog nooit een extreem knappe persoon op straat, in de trein, op de campus of eender waar heeft gezien, komt waarschijnlijk nooit buiten. Ik doe dat wel (soms toch) en wanneer ik dat doe, lopen de frustraties telkens hoog op. Je kent het gevoel ook, beste lezer en eindredacteur van dwars: je kijkt rond je en ziet plots overal knappe mensen voorbijkomen. Hoe durven zij buiten te komen wanneer ik buiten ben? Hoe durven ze mij lager te duwen als ik al zo diep zit? En vooral, waarom stappen ze niet op mij af om mijn telefoonnummer, Instagram handle of MovieStarPlanetaccount te vragen?

Niet om mezelf als een ecologische ramp te positioneren, maar de gelegenheid waarbij deze frustratie het hardst binnenkomt, is op het vliegveld. Velen van God’s favourites lijken daar toevallig samen te komen op momenten dat ik ergens naartoe ga met het vliegtuig. Ik weet niet of daar een statistische reden voor is of dat het aan mijn state of mind ligt op het moment dat ik op vakantie vertrek. Alles wat ik weet, is dat ik al bijna liever te voet zou gaan dan al die mooie mensen te trotseren. Dan ben ik nog eens duurzaam bezig ook. De kans is wel groot dat ik tijdens die lange tocht nog veel meer knappe mensen tegenkom dan origineel op mijn pad terecht gingen komen. Het frustreert me namelijk dat ik deze mensen nooit zal kennen en nog meer dat ik er nooit zal uitzien zoals zij. Zij hebben vast nooit onzekerheden, problemen, identiteitscrises of publiekelijke crash outs over dringende deadlines van masterproeven die ze momenteel aan het negeren zijn door deze column te schrijven.

Zo gaat het momenteel: ik zit in de bibliotheek en ik durf niet rond te kijken. Straks ben ik na het schrijven van dit hekelschrift ook nog eens een half uur afgeleid en als er dan iemand met een bovengemiddelde face card (of, laat ons eerlijk zijn, body card) voorbijwandelt, komt daar weer een uur bij. Zo geraak ik nooit vooruit. En als ik niet vooruit geraak, geraak ik ook niet uit de bibliotheek. Daarmee is de vicieuze cirkel rond.

Ach ja, dit alles denken jullie vast ook wanneer jullie mij over straat zien lopen, toch?
… Toch?

Kleine disclaimer voor als je je aangesproken voelt: er zitten geen vijandige bedoelingen achter deze tekst. Als je diep gekwetst bent, kan je me altijd een mailtje sturen met je telefoonnummer en foto in bijlage. Dan praten we het samen uit met een koffietje. 



08/12/2025
 [GRATIS FILMTIPS VOOR BRAVE STUDENTEN] (© [Margot Franckx] | dwars)
🖋: 

Krijg je al jaren geen pakjes meer van de sint? Niet getreurd, dwars is in een vrijgevige beu en deelt gratis filmtips uit. Letterlijk gratis, want al deze films zijn tot 31 augustus vrij beschikbaar op VRT MAX. In het brede aanbod op de site zijn er drie films die je zeker gezien moet hebben.
 

Todo sobre mi madre

Voor hen die, net als ik, het Spaans niet machtig zijn, de titel vertaalt zich naar ‘Alles over mijn moeder’ en gaat in grote lijnen over een moeder die haar zoon verliest. Een melancholische plot, maar regisseur Pedro Almodóvar zou Pedro Almodóvar niet zijn zonder levendig kleurpalet. Met zijn warme kleuren en kenmerkende chaotische humor houdt hij de toon lichtvoetig. Bovendien blijft de film actueel, vandaag misschien zelfs meer dan ooit. Transvrouwen, aids, drugsverslaving en sekswerk, Almodóvar gaat geen taboeonderwerp uit de weg. Meer nog, hij plaatst ze op de voorgrond. Niet alleen ik ben fan, de Oscarjury gaf hem 25 jaar geleden de prijs voor beste niet-Engelstalige film.

1999, Pedro Almodóvar, 101 minuten
 

The Royal Tenenbaums 

In Wes Andersons derde langspeelfilm staat een excentrieke familie centraal. Pater familias Royal Tenenbaum verlaat het gezin en keert jaren later weer terug, al staat niemand daar echt op te wachten. De drie eigenzinnige kinderen worstelen zoveel jaren later elk met hun eigen problemen. De ongemakkelijke familiale spanningen zorgen voor een humoristisch effect en Andersons statische stijl werkt dat verder in de hand. Anderson kijkt trouwens erg op naar Almodóvar, wat te zien is in het kleurgebruik. De overvloed aan kleur en zijn kenmerkende symmetrische shots maken deze film een streling voor het oog. Ideale keuze voor een familiefilmavond, dus.

2001, Wes Anderson, 109 minuten
 

The Broken Circle Breakdown

Ik wil toch ook kort een lans breken voor Belgische cinema. Deze muzikale dramafilm van eigen bodem werd terecht genomineerd voor een Oscar. Het verhaal gaat over twee mensen die de liefde bij elkaar vinden en samen muziek maken. Ze krijgen een dochter en beleven de beste jaren van hun leven tot hun dochter plots ernstig ziek wordt. Het Vlaamse dorp en dialect zorgen voor een sterk gevoel van betrokkenheid. De film staat in mijn persoonlijke top vijf heftigste huilfilms, dus als er dringend nog eens opgekropte emoties uit moeten, raad ik deze tranentrekker ten zeerste aan.

2012, Felix van Groeningen, 111 minuten
 

nog meer gratis film

Ook de andere Vlaamse omroepen bieden films aan op hun online videoplatform. Play houdt het graag geheimzinnig en geeft geen verwijderdatum mee. De liefhebbers vinden er een uitgebreid aanbod aan kerstfilms, al zijn die van twijfelachtige kwaliteit. VTM GO is tegenwoordig vrijwel volledig betalend. Na de tv-uitzending vind je hun films wel nog voor een tiental dagen gratis online. Alvast veel kijkplezier!



08/12/2025
 [FRANKENSTEIN (2025) - HET MONSTER IN DE MENS] (© [Silke Ramaekers] | dwars)
🖋: 

Het was een kinderdroom van regisseur Guillermo Del Toro om Mary Shelleys horrorklassieker Frankenstein te verfilmen. De twaalf eerdere langspeelfilms van de Mexicaanse Oscarwinnaar waren al enorm beïnvloed door Frankenstein: de menselijke drang om God te spelen en de dood te overwinnen in Cronos, de gotische horror van Crimson Peak, de monsters die in zowat al zijn films terugkeren. Perfecte adelbrieven voor Hollywoods nieuwste poging om Shelleys boek te verfilmen, zou je denken.
 

Helaas heeft Del Toro deze thema’s al zo vaak gebruikt dat hij niet echt meer iets nieuws te vertellen heeft. Hij is al lang de meester der menselijke monsterverhalen, maar narratief gezien innoveert hij hier niet echt, waardoor de film ongeïnspireerd lijkt. Dat hoeft echter niet te betekenen dat de film geheel zonder verdienste is. Del Toro mag deze keer dan wel tekortschieten op narratief vlak, goede beelden maken kan hij als de beste. De film kan daarnaast rekenen op een topcast: Oscar Isaac, Jacob Elordi, Mia Goth, Charles Dance, David Bradley en Lars Mikkelsen leveren allemaal uitstekende acteerprestaties. De sets zijn ook impressionant, al komt de digitale ‘Netflixgloed’, waarvan veel streamingdienstfilms last hebben, ze niet ten goede.

Nu, de vraag waar elke vorm van dit verhaal mee moet afrekenen: wie is het echte monster? Victor Frankenstein (Oscar Isaac met een zeer ongeloofwaardig accent) wordt gedreven door uitsluitend negatieve emoties: verdriet om de dood van zijn moeder, een superioriteitsgevoel en jaloezie. Daartegenover staat het monster (Jacob Elordi), the Creature genoemd. Het is een zachtaardig en tragisch personage dat hulpeloos op zoek is naar ouderlijke liefde. Een liefde die het bij zijn maker niet kan vinden. Het gebruikt enkel geweld wanneer het aangevallen wordt en tegenover Victor Frankenstein zelf, nadat vruchteloze conversaties met zijn maker hem geen rust kunnen brengen. Verder ontwikkelt the Creature echte connecties met de blinde patriarch van een familie die hij van veraf helpt (David Bradley) en Frankensteins schoonzus (Mia Goth), wat meer is dan Victor zelf kan zeggen.

Door de drang van Del Toro om Frankensteins hoogmoed en wandaden zo in de verf te zetten en de tragiek en het zachte karakter van het monster zo te benadrukken, is het antwoord op de vraag “wie is het echte monster?” duidelijker en minder genuanceerd dan ooit. Het is emotioneel aangrijpend, maar angstaanjagend of spannend is het nooit.

Dankzij de geweldige en grotendeels echte sets, de overwegend goede acteerprestaties en de rakende empathie die de film voor het monster heeft, is deze nieuwe verfilming het kijken waard, al moet je spanning en nuance elders zoeken.