Niet Romantisch Maar Steeds Hoopvol
31/10/2005
🖋: 

Hij is schrijver, acteur, publicist en tegenwoordig vooral ook Antwerps stadsdichter. Hij draagt zijn gedichten met verve voor maar wil zeker geen performer genoemd worden. Hij vindt dat een kunstenaar deel moet uitmaken van de maatschappij en eigenlijk wilde hij de mensen altijd al iets kunnen vertellen. Wij laten hem dan ook graag aan het woord. Ramsey Nasr over Antwerpen, over elitaire kunst, over Palestina en over engagement.

U bent Nederlander en uw vader is Palestijn, hoe bent u in godsnaam in Antwerpen terechtgekomen?

Ramsey Nasr Ik was zeventien en had gehoord dat ze hier een goede toneelopleiding hadden. Nadat ik afgestudeerd was aan Studio Herman Teirlinck, ben ik blijven plakken. In Antwerpen wonen heeft me altijd geholpen om afstand te nemen van Nederland. Ik merkte ook dat ik Rotterdam, waar ik vandaan kom, eigenlijk eerder lelijk vond en niet echt als mijn stad beschouwde. Men zegt dat Antwerpenaren een dikke nek hebben, maar in vergelijking met Nederlanders vind ik dat best meevallen. Toch kende ik Antwerpen eerlijk gezegd niet zo goed voor ik stadsdichter werd. De eerste jaren heb ik me hier een beetje opgesloten. Als je in een cocon leeft, maakt het ook niet zoveel uit waar je woont, zolang je maar naar het café om de hoek kan gaan, een paar vrienden hebt en een kot om te studeren. Na mijn studie zat ik vijf jaar bij het Zuidelijk Toneel en was ik eigenlijk altijd onderweg. Toen ik dan begon te schrijven, zat ik weer binnen. Zo leer je een stad natuurlijk nooit echt kennen.

 

Is Antwerpen een stad die het schrijven bevordert?

Nasr Antwerpen is absoluut een schrijversstad. Het is de stad van de drukkerij van Plantijn en Moretus, Willem Elsschot heeft hier geleefd, net als Paul Van Ostaijen. Op die traditie wordt nog steeds voortgebouwd. Antwerpen is de eerste Wereldboekenstad die echt iets uit die titel gehaald heeft. De belangrijke literaire organisaties als Villanella, Behoud de Begeerte en Zuiderzinnen hebben hier hun thuishaven. Ook het stadsdichterschap loopt heel goed in Antwerpen. Ik ken geen andere stad in Vlaanderen die dit literaire niveau haalt. Antwerpen is zo'n slechte stad nog niet.

 

Zintuigen

Probeert u als stadsdichter expliciet voor een breed publiek te schrijven?

Nasr Ik wil niemand buitensluiten. Daarom kies ik principieel thema's die iedereen kunnen aanspreken: ik schrijf over de Zoo, de opening van de nieuwe stadsbibliotheek, over Wannes van de Velde en over huisjesmelkers. Maar, dat wil niet zeggen dat ik een knieval wil doen. Ik zal mijn schrijfstijl niet aanpassen opdat meer mensen zouden kunnen volgen. Ik schrijf zoals ik schrijf.

 

Heeft poëzie sowieso niet het stigma een ontoegankelijk genre te zijn?

Nasr Poëzie heeft inderdaad de bijsmaak lastig te zijn. Ik vind dat onzin. Er is een drempel, maar je moet er niet moeilijker over doen dan het in werkelijkheid is. Je moet poëzie gewoon op een andere manier lezen, intenser. Poëzie vertraagt, maar dat is er nou net het mooie aan. Je kan niet verwachten dat een gedicht zich tussen de soep en de patatten of na één lezing aan je openbaart. In een gedicht wordt geen mededeling gedaan. De mededeling wordt opgeheven, taal is niet het middel maar het doel. Ze is zelfstandig. Je moet je hoofd eigenlijk afschroeven, je moet het met je zintuigen proberen te doen in die zin dat je een gedicht meer op je gevoel moet lezen.

 

Toch verwijzen veel van uw gedichten naar andere schrijvers, componisten en hun werken?

Nasr Ja, maar ik maak geen inside jokes; ik vind het niet interessant om te zeggen: “Kijk eens wat ik allemaal weet.” De lezer hoeft geen andere teksten te kennen om mijn gedichten te kunnen appreciëren. De beelden moeten voor zich spreken. Anderzijds vind ik het grappig dat sommigen mijn verwijzingen wel begrijpen. Laatst sprak ik met een zanger, een bas die de Dichterliebe van Schumann (waar een deel van Nasr's laatste bundel op gebaseerd is, nvdr.) kende en ook terugvond in mijn teksten. Dat vond ik heel leuk. Ik wil echter niet dat het moet. Ik wil dat het én-én is: dat iemand die nooit poëzie leest, ontroerd wordt door mijn gedichten en dat mensen die elke dag bundels verslinden ze ook interessant vinden. Dat moet mogelijk zijn.

 

Men heeft het vaak over de manier waarop u uw gedichten voordraagt. Velen zeggen zelfs dat u een performer bent. Draagt het voordragen iets bij tot de poëzie?

Nasr Ik heb er een hekel aan als men mij een performer noemt. Het klinkt als een scheldwoord, ook al is het goed bedoeld. Ik lees mijn gedichten gewoon voor; ik doe dat niet eens uit het hoofd. Ik ben in de eerste plaats ook schrijver, geen podiumobject. Podiumdichters doen me denken aan mensen die hun gedicht moeten verkopen. Ik wil dat de tekst volstaat. Er zit natuurlijk wel muziek in mijn teksten en het is ook fijn als mensen ze graag hardop lezen, maar het moet ook kunnen volstaan ze gewoon te lezen. Voorlezen kan, maar het mag niet de basis zijn, het mag niets verhullen.

 

Ladder

De nadruk die velen de dag van vandaag leggen op performen staat misschien ook in verband met de ‘eis' dat kunst minder elitair moet zijn, wat vaak wordt geïnterpreteerd als: kunst moet beter verkopen. In hoeverre kan en moet kunst een alomtegenwoordige factor binnen de samenleving zijn?

Nasr In Nederland wordt dezelfde discussie gevoerd als in Vlaanderen. Men wil bijvoorbeeld dat er een meer divers publiek naar het Concertgebouw in Amsterdam komt. Ik ben het daar volledig mee eens: je moet iedereen proberen te lokken. Dat moet in de eerste plaats gedaan worden door een voorbereiding aan te bieden, door educatie op scholen, waarbij de leerlingen bij kunst betrokken worden, uitgenodigd worden eraan deel te nemen. Je moet mensen overladen met kunst, hen ermee confronteren, ervoor zorgen dat ze op zijn minst ooit in de Vlaamse Opera geweest zijn. Net als bij poëzie, is ook daar de drempel hoog. Een inleiding is dus noodzakelijk. Daarnaast moet je kortingen geven aan studenten, werklozen en minderbedeelden. Je moet ook zoveel mogelijk reclame maken en aan pr doen. Maar, je mag nooit het programma aanpassen. Daar ben ik absoluut tegen. In dat opzicht hebben de socialisten, hoezeer ik hun bedoelingen ook waardeer, nogal eens de neiging hetzelfde te doen als extreem rechts. Op de duur kom je dan uit bij één grote culturele eenheidsworst: het moet allemaal plat, allemaal hetzelfde zijn. Ik wil niet de discussie over hoge en lage kunst voeren, maar ik wil evenmin dat er maar één kunst, namelijk de genivelleerde kunst, overblijft. Wat ik bijvoorbeeld geweldig vind, zijn de cultuurcheques die studenten in Antwerpen voor 15 euro kunnen krijgen. Dat is fantastisch, je hebt je ticket meteen in de hand. Je moet zoveel mogelijk deuren openen, mensen lokken, maar we zitten aan het plafond: de kunst moet niet op de knieën gaan zitten, maar wel een ladder aanreiken.

 

Kunst is dus noodzakelijk als een richtinggevend principe binnen een voor bijna iedereen toegankelijk algemeen vormend opvoedingsprogramma?

Nasr Het tijdperk is voorbij dat enkel mensen met geld kansen kregen. Elite is een scheldwoord geworden. Je moet dan ook alle elitaire drempels weghalen. Maar dat biedt geen garanties. Het is een misverstand te denken dat als je mensen opleidt, als je ze emancipeert, ze ook automatisch gaan denken wat jij zou willen dat ze denken. Ik vind het terecht dat men bijvoorbeeld ook wil dat schrijvers zich weer meer gaan engageren, maar het is niet omdat iemand schrijft dat het geen enorme rechtse zak of extreem linkse zak kan zijn. Kunstenaars hebben geen patent op de moraal.

 

Ik wil geen knieval doen. Ik schrijf zoals ik schrijf.

 

Waarin schuilt dan de meerwaarde van kunst?

Nasr Kunst is totaal nutteloos. Je ziet tegenwoordig dat bedrijven zich gaan inmengen in opleidingen, een studie moet nut en vooral marktwaarde hebben. Ik heb op het gymnasium Latijn en Grieks gestudeerd. Dat is volkomen nutteloos. Het zijn dode talen, nuttelozer dan dat kan niet. Maar het heeft wel zin. Zo is het ook met kunst. Je kan alle kunst beknotten, subsidies opheffen, alle kunst uit het terrein bannen en de mens zal toch blijven bestaan. Maar misschien is kunst wel datgene wat ons leven een beetje zin geeft. Het is één van de manieren om zelf zin aan ons leven te geven.

 

Is dat de grond voor uw geëngageerd en gepassioneerd schrijven?

Nasr We zitten hier nu toch als mensen, we zijn een soort gehandicapte dieren, die het nota bene verpesten voor andere dieren. Zolang we onszelf niet uitgeroeid hebben, kunnen we er toch maar beter het beste van maken. We hebben een hoofd dat veel te groot is, waardoor we ook allemaal onvolgroeid en hulpeloos ter wereld komen. We kunnen niet aan bomen slingeren, we kunnen niet goed zwemmen, niet vliegen, we kunnen als baby niet eens lopen, we kunnen niets. Maar we hebben dat hoofd nu eenmaal, laten we daar dan ook maar het beste van maken. We hebben ons van de natuur afgezonderd en kunnen toch niet meer terug.

 

Vertellen

Uit uw teksten klinkt een enorm doorzettingsvermogen. De manier waarop u blijft strijden om heel moeilijke dingen toch te verwezenlijken, om het onhaalbare te realiseren, kan haast romantisch genoemd worden. Toch wil u absoluut niet als romanticus bestempeld worden?

Nasr Er is een verschil tussen romantiek en iets wat van alle tijden is. Ik ga bijvoorbeeld niet op een zolderkamertje bij kaarslicht een gedicht schrijven over liefdesverdriet. Dat kan ook onder een TL-buis met de verwarming aan. Het punt is dat verlangen en liefde van alle tijden zijn, dat heeft niks met romantiek te maken. Adorno zei dat die zaken na Auschwitz niet meer mogelijk waren ("Nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben, ist barbarisch," in Kulturkritik und Gesellschaft, nvdr.), maar blijkbaar klopt dat niet. Mensen blijven streven. De Romantiek is uitgerekend de kunststroming geweest waar de kunstenaar zich losmaakte van de maatschappij, de kunstenaar als ziener die zich afzonderde. Ik vind net dat een kunstenaar deel uitmaakt van de maatschappij. Die extreem romantische beelden, bloemen en nachtegalen interesseren me wel, maar een gedicht moet een huwelijk aangaan met het heden. Het moet zelf gaan leven, je moet zien dat het vandaag geschreven is.

 

Die geëngageerde levensechtheid spreekt ook uit de manier waarop u opkomt voor de Palestijnse kwestie. Heeft u daarbij echter nooit het gevoel tegen windmolens te vechten?

Nasr Je blijft toch hopen. Een kunstenaar kan misschien de wereld niet veranderen, maar ik vind wel dat als die wereld ten nadele veranderd is, je daar zo veel mogelijk mensen van bewust moet proberen te maken. Je hebt de plicht mensen te informeren. Je moet kennis vergaren en als je dan toevallig over iets meer weet dan de gemiddelde lezer, moet je hem inlichten. Dat heeft zin. Ik merk dat ik door mijn opiniestukken de situatie voor sommige mensen verhelder, door alles nog eens op een rijtje te zetten. Ik ben persoonlijk ook gelukkiger geworden sinds ik die stukken schrijf. Het is iets wat ik mijn hele leven al wilde: ik wil mensen iets vertellen. Het wordt gelezen, ook al is het maar door een klein deel van de bevolking. Voor de rest wil ik, net als de meeste Palestijnen trouwens, helemaal niet met die Palestijnse kwestie bezig zijn. Zij willen gewoon op een terrasje kunnen zitten of een brood kunnen kopen, willen leven zonder de dreiging dat hun huis wordt platgebulldozerd of hun olijfbomen ontworteld. Dat is het enige wat zij willen. Dat wil ik uitdragen. Maar ik zoek de politiek zelf niet op.

 

Toch wordt u hier vaak in die politieke hoek geduwd. Zou ook uw Arabische naam voor veel mensen geen directe aanleiding kunnen zijn om uw persoon met een welbepaalde politieke agenda te verbinden?

Nasr Mensen hebben mijn naam altijd eerder exotisch gevonden dan iets om over door te praten. Ik heb me ook altijd Nederlander gevoeld. Mijn moeder is Nederlandse, ik ben in Nederland geboren en spreek geen Arabisch, maar blijkbaar ben ik dan toch afkomstig uit ‘Allochtonië'. Ik ben geen allochtoon, maar kennelijk ben ik er stilaan in aan het veranderen. Zelf ben ik ook pas de laatste jaren meer over mijn Palestijnse achtergrond gaan nadenken, nadat ik voor het eerst mijn familie daar had opgezocht. Daarvoor was ik altijd Hollandser dan Hollands geweest; ik dweepte met Boutens en Couperus. Eigenlijk werd mijn naam pas voor het eerst in verband gebracht met mijn Palestijnse achtergrond tijdens dat relletje bij mijn aanstelling tot stadsdichter (waarbij de Antwerpse VLD bezwaren had omwille van een opiniestuk van Nasr over de Palestijnse kwestie, nvdr.). Toen mijn naam viel als kandidaat, vroeg men zich – grappig bedoeld misschien – hardop af of ik de Palestijnse vlag niet zou uitrollen. Dat had evengoed in een andere stad kunnen gebeuren, maar dat doet niets af aan de ernst van de zaak. Ik besefte toen heel goed dat ik mij kon verdedigen omdat ik me heb kunnen ontplooien; ik zeg wat ik wil in de kranten en kan het werk doen dat ik graag doe. Je zal maar uit Marokko komen, een goede opleiding hebben genoten en hier niet aan de bak geraken. Bovendien heb ik ook mijn uiterlijk mee, in die zin dat je, als je me niet kent, niet zou zeggen dat ik uit het buitenland kom.

 

Hebben die politieke perikelen een blijvende stempel gedrukt op uw stadsdichterschap?

Nasr Absoluut niet, die rel ligt al lang achter me. Na het eerste stadsgedicht heb ik er ook niets meer van gehoord. Dat siert de Antwerpenaar ook zo. Ik heb zelfs mailtjes ontvangen van de mensen die oorspronkelijk moeilijk deden, met verontschuldigingen en felicitaties. Dat is ook Antwerpen. Als je op hun uitdaging ingaat, zijn de Antwerpenaren het eerst om de hand uit te steken en te zeggen: “Welkom, kom erbij.” Ja, ik blijf nog wel een tijdje. Het nieuwste stadsgedicht van Ramsey Nasr gaat over de Universiteit Antwerpen.

 

 

Nasr, Ramsey. 27 gedichten & Geen lied, Amsterdam: Uitg. Thomas Rap, 2000 Nasr, Ramsey. Kapitein Zeiksnor & De Twee Culturen, Amsterdam: Uitg. Thomas Rap, 2001 (novelle) Nasr, Ramsey. onhandig bloesemend. gedichten. Amsterdam: De Bezige Bij, 2004.



En plein publique: la rythmique
31/10/2005
🖋: 
Auteur

Het de Coninckplein, gelegen in het verlengde van de door vier leeuwen bewaakte Van Wesenbekestraat (Aquatopia), is zo’n beetje de multiculturele driehoek van ‘t Stad. Je struikelt er bij wijze van spreken over de Chinezen, Afrikanen en Antwerpenaren. Ook Turken en Marokkanen zijn nooit veraf. Soms waan je je er echt in het middelpunt van de wereld en daar hebben wij een aantal avonden rondgehangen. Om te babbelen met mensen van allerlei allooi.

Op het De Coninckplein staat de spiksplinternieuwe stadsbibliotheek, gehuisvest in de oude Ford-garage van de familie Permeke. Naast het uitlenen van boeken, partituren, ceedeekes en dvd's, vervult de ankerbibliotheek van Antwerpen nog een andere functie: ze moet optreden als een lichtbaken en, net als vuurtorens dat in ver vervlogen tijden deden, de schipbreukelingen van onze havenstad de juiste weg tonen. Want het De Coninckplein was, vroeger nog meer dan nu, een bonte verzameling van daklozen, drugsverslaafden, hoeren en alcoholiekers. En die zaten daar dan rustig een pintje te drinken, een shotje te scoren, elkaar wat geld af te troggelen of één of andere willekeurige passant een blowjobke te zetten. Het stadsbestuur besloot komaf te maken met deze kankerplek van het statiekwartier en zo rijpten de plannen om er een blitse bibliotheek en een aanpalend stadskantoor neer te poten. Er zou een nieuwe wind over het De Conickplein waaien, en die zou de marginalen die zich 's avonds op het plein nestelden naar ongekende (literaire?) hoogtepunten stuwen.

 

Of het resultaat van deze operatie grote schoonmaak er wezen mag? Op de architecturale realisaties valt weinig aan te merken. De lichtkubus genaamd ‘Grand Café Permeke' weet als geen ander kijklustigen te lokken, en is vooral des nachts van een ongekende schoonheid. Bovendien werd het hart van het plein autovrij gemaakt en het vervallen basketbalveldje opgekalefaterd.

 

Maar is de eigenlijke problematiek van 't Ceuninckspleintje nu opgelost? Wordt er werkelijk minder gespoten, gezopen en gevochten? Daar valt spijtig genoeg niet eenduidig op te antwoorden. De basketballende en verstoppertje-spelende jeugd is alvast in de zevende hemel. Onder hen heerst er een ‘alles is van iedereen kent iedereen' mentaliteit die je zelfs niet meer in de meest harmonieuze parochie kan terugvinden. Toch is het nu ook weer niet al rozengeur en maneschijn wat het plein betreft. Volgens de al iets oudere bezoekers ligt de gouden tijd van de buurt achter de rug, en is deze niet van plan om meteen terug te komen. Zij hebben nog geweten dat het De Coninckplein the place to be was om een stapje in de wereld te zetten, en dat is nu niet meer het geval. Anderen zijn dan weer ronduit razend, vinden het schandalig wat er hen en hun plein wordt aangedaan. Zo heb je Frank, ooit nog op de Ossenmarkt geslapen en niet vies van een pilsje, die zich hardop afvraagt waarom hij hier eigenlijk niet meer mag zitten. 't Stad is toch van iedereen? Of den Eddy, cafébaas van karaokebar ‘Firenze' en bovendien een nog onontdekt en desgevallend weinig geciteerd wijsgeer in de allerbeste Griekse traditie, die recht uit het hart vooroordelen en gratuite meningen spuit alsof het gesneden broden zijn: “Amerika, das pas een democratie! Dor kunde tenminste aa mening kwijt oept straat! Asek ier begin te klappen over negers en flikke dan emmek een boet voer smaad en racisme on men broek.

 

Rita daarentegen is de rust zelve en komt graag naar het plein om mensen te observeren. Wanneer haar gevraagd wordt hoe het nu eigenlijk met al dat druggebruik op het plein gesteld is, vertelt ze het volgende: “Ik woon dus een paar blokken verder in een appartementje. Beneje bij den ingang van onzen blok edde eerst een deur die nooit oep slot is, dan een klein halleke met de brievebussen en de bellen, en dan een deur die wel oep slot kan. Elke morgent kunne wij in da halleke spuite gaan rapen. Zeker ast den avond teveure goe kou gewest is. Mor edde da verhaal nog ni gehoord? Van aant Station? Het é zelfs in de gazet gestaan. Daar had nen versloafde zen spuit in een brievebus gestopt, en dien eigenaar wilt zen brievebus leegmaken, en hij é het zitten é, een ziekte...alléé, aids dus é.

 

Het De Coninckplein, dat is geen plein zoals een ander. Soms de hemel op aarde, als ‘t zonnetje laag staat en weerspiegeld wordt in het glazen café van de bibliotheek; soms ook niets anders dan miserie, zo meestal rond een uur of elf. Maar laat dat u vooral niet tegenhouden, breng gerust een bezoekje aan die hypermoderne bib, eet een paar loempia's in de Chinese Wijk, of ga gewoonweg uwen booty shaken in één van de vele Afrikaanse barretjes. Want je kan er wat van de wereld zien, daar aan het De Coninckplein...



Wat doet die man nu eigenlijk?
28/10/2005
🖋: 

Stel je voor, de laatste dag voor het nieuwe academiejaar word je bij de rector geroepen waar je te horen krijgt dat jouw jaar niet meer doorgaat. Dat overkwam de enige drie studenten eerste graad bio-ingenieur dit jaar. Op onze zoektocht naar een mogelijke verklaring botsten we op Alain Verschoren, die kennelijk in dit dossier veel in de pap te brokken heeft. Een gesprek met de voorzitter van onze Raad van Bestuur over de raad, TBW en het tafelmodel.

Wat is die Raad van Bestuur eigenlijk?

Alain Verschoren Het beleid binnen de Universiteit Antwerpen wordt door verschillende organen bepaald. Eigenlijk is de Raad van Bestuur (RvB) het opperste orgaan, met daarnaast het Bestuurscollege, dat voor de dagelijkse werking instaat. De algemene leiding ligt bij de RvB die eigenlijk de grote krijtlijnen moet uittekenen. De detailinvulling en verdere uitwerking gebeurt in het bestuurscollege. In de RvB passeren de algemene academische aangelegenheden, de begroting, aanstellingen van professoren, de beleidsplannen, enzovoort.

 

Wat doet de voorzitter binnen die raad, alleen modereren?

Verschoren In eerste instantie moet je de vergaderingen leiden, natuurlijk. Een goede verstandhouding met de andere collega's in de raad, de rector onder andere, is echter ook essentieel. Je werkt met de hele universiteit dus moet je overleg plegen zodat iedereen een beetje dezelfde richting uit gaat. Dat betekent niet dat de raadsleden enkel ja of nee kunnen knikken – integendeel zelfs. Wat ik probeer is om in deze raad een dynamiek te creëren, ondermeer door ze geen voorgekauwde documenten voor te schotelen. Ik denk bijvoorbeeld aan het dossier "verzelfstandiging van het UZA". Dat werd niet als een fait accompli gepresenteerd, te nemen of te laten, maar via voorlopige teksten. Daarop konden de leden reageren en die amendementen hebben dan geleid tot definitieve beslissingen. Intussen is er ook een overleggroep opgericht door enkele collega's binnen de raad, die in de toekomst allerhande voorstellen voor het optimaliseren van onze instelling zal voorleggen. Zeker geen passief orgaan, dus!

 

TBW

Op dit moment is er op de UA nogal wat te doen rond de bio-ingenieurs. Waarom duikt uw naam binnen dat dossier regelmatig op?

Verschoren De rector en ik hebben elkaar indertijd beconcurreerd als kandidaat-rector, maar iedereen zal intussen al wel gemerkt hebben dat we respect hebben voor mekaar en dat we goed samenwerken. Hij heeft me bij een aantal moeilijke dossiers in het verleden al gevraagd om te kijken wat ik daarmee kon doen. Hij neemt de eindbeslissing, ik bereid voor door de nodige gesprekken te organiseren. Toegepaste Biologische Wetenschappen is zo een dossier waar een aantal zaken opgelost en opgevolgd moesten worden, bijvoorbeeld de continuering van de huidige opleiding en het opstellen van het curriculum. De RvB heeft aan de rector de opdracht gegeven om al het mogelijke te doen om een en ander in goede banen te leiden. Dat wil zeggen de overgangsperiode vlot laten verlopen, de nieuwe bachelor uitbouwen ...

 

Hoe is de huidige situatie begonnen?

Verschoren Enkele jaren geleden waren we nog 3 kleine instellingen: RUCA, UIA en UFSIA. Op die schaal kon het niet meer verder in Antwerpen: je had absurde toestanden als twee concurrerende TEW faculteiten. Na heel wat onderhandelingen zijn we gekomen tot een mooie beslissing: de fusie. Vanuit het ministerie werd daaraan extra onderwijsbevoegdheid gekoppeld. We hebben een paar cadeautjes gekregen – allez we hebben iets gekregen, laat ik het zo zeggen. Vroeger hadden wij bijvoorbeeld geen bovenbouw voor wijsbegeerte en geschiedenis, die kregen we nu wel. We mochten ook TBW inrichten, maar één van randvoorwaarden was wel dat we dat samen met een andere instelling deden. Na heel wat politiek overleg werd dat de VUB. In de onderlinge gesprekken groeide het idee om van de drie deelopleidingen bij de bio-ingenieurs, er in onderlinge samenwerking één in Antwerpen en twee aan de VUB in te richten. Antwerpen had vroeger ook TBW, toen 2 kandidatuursjaren en 3 graadsjaren. Met BaMa is dat allemaal veranderd, de bachelor duurt nu drie jaar en de master twee: een essentieel verschil. We hoopten ook dat de studentenaantallen merkelijk zouden stijgen indien Antwerpen de volledige studie zou aanbieden, maar dat was niet het geval.

 

Hebt u enig idee hoe dat komt?

Verschoren Vroeger konden studenten uit Antwerpen achteraf kiezen tussen Leuven, Gent of Brussel. Nu werken we nogal nauw samen met Brussel, onze programma's sluiten perfect aan op mekaar. Studenten zouden dus de indruk kunnen krijgen dat ze alleen naar Brussel kunnen. In augustus hadden we nog maar drie inschrijvingen voor het eerste graadsjaar. Als we alle graadsjaren wilden inrichten dan waren we verplicht om een aantal deeltijdse en tenminste drie voltijdse aanwervingen te doen. Stel dat je dat doet met het oog op een vijfjarige opleiding en de studentenaantallen blijken te laag te zijn, dan zit je met een probleem. Ook als we de master zouden afschaffen, dan blijven we verplicht die collega's in dienst te houden.

 

Die zieltogende steden à la Leuven moet je eens bezoeken in de zomer. Je kan er om het even welke straat oversteken met je ogen dicht.

 

Kwamen er dan geen signalen van de studenten of de opleiding dat er weinig gegadigden zouden zijn voor de ingenieursjaren?

Verschoren Jawel, maar de opleiding zelf vroeg om binnen een paar jaar eens te evalueren, misschien zou het dan beter zijn. Dat maakte de beslissing net zo moeilijk, na drie jaar hadden we zeker het engagement van die 3 voltijdsen. We hebben uiteindelijk beslist dat we voorlopig die master niet inrichten.

 

Hypothekeren we zo niet de mogelijkheid om de master ooit zelf in te richten?

Verschoren Welnee, nu doen we dat niet maar de onderwijsbevoegdheid blijven we houden. Die master is nu in een ijskast terecht gekomen waarvan de deur om licht te sparen dicht is, maar die deur kan terug opengezet worden. Als men in de toekomst door een marktstudie weet dat de studentenaantallen stijgen of als er meer vraag naar TBW is dan kan die master terug bekeken worden. Op dit moment kunnen de studenten die in één van de graadsjaren zitten gewoon afstuderen.

 

Hoe pakt u het probleem dan nu aan?

Verschoren Wat we nu gaan doen is die bachelor verbreden, op twee manieren. Een ervan is eens bekijken of er naast de drie bestaande opleidingen, misschien nog andere aan bod kunnen komen. Binnen TBW heb je een zestal opleidingen, meer zelfs. We bekijken ook een verbreding van de samenwerking. Ik reken erop dat we met Gent, Leuven en Brussel kunnen samenwerken en dat er via gastprofessoren en uitwisselingen een inbreng gaat zijn van hun kant. Als die universiteiten weten dat de studenten, na drie jaar in Antwerpen, kunnen doorstromen naar een van hen dan gaan ze uiteraard niet de professoren sturen die ze kwijt willen. Ze zullen personeel sturen dat hier kan werven, dat reclame maakt voor de instelling en kwaliteit toont.

 

Eigenlijk vindt u het bijna een geluk?

Verschoren Ja ik denk het wel, de studenten krijgen enerzijds gastprofessoren uit verschillende omgevingen die met hun expertise een inbreng kunnen geven en anderzijds ook fulltime mensen die echt een praktijkachtergrond hebben en mee onderzoek op poten kunnen zetten. Het is niet omdat we alleen een bachelor inrichten dat er geen onderzoek moet gebeuren, zelfs in een bachelor moet dat nadrukkelijk aanwezig zijn.

 

Zijn daarvoor laboratoria voorzien?

Verschoren De opleiding kan sowieso starten, maar de faciliteiten zijn nog niet optimaal. Je kan geen opleiding inrichten als je niet de nodige laboratoria hebt, maar zeker in het begin zijn er allerlei oplossingen omdat je niet alles tegelijkertijd kan plaatsen. Zo zou voor bepaalde items eventueel overwogen kunnen worden om gebruik te maken van de laboratoria van de VUB – bijvoorbeeld voor practica in Antwerpen gedoceerd door een Brusselse collega. Pendelen is niet ideaal natuurlijk, maar je komt eens met andere studenten in contact en dat kan een heel verrijkende ervaring zijn. Natuurlijk ga je niet voor een uurtje heen en weer, je gaat dan echt een hele middag of een ganse dag in Brussel werken.

 

Antwerpse kwaliteit

Zal het imago van de UA niet lijden onder het feit dat TBW inrichten niet lukte?

Verschoren "Het lukt niet" mag zeker de conclusie niet zijn. Antwerpen moet zich nog meer profileren als een kwaliteitsuniversiteit, de slogan zou bijna moeten zijn: als je iets doet, doe het dan ineens goed. Bij de TBW merken we in dit stadium dat de kwaliteit die we afleveren niet diegene is die we voor ogen hadden. We concentreren ons nu op die bachelor, die moet echt prima zijn en dan kijken we wat daarna gebeurt. Voor ons imago kan men ons toch bezwaarlijk verwijten dat we goede studenten en goede kwaliteit willen afleveren? Als we onze mond vol hebben van studentvriendelijkheid dan is dit nu eens het bewijs daarvan. Zelfs als er weinig studenten zijn, geven we ze toch de garantie dat ze op een kwalitatief hoogwaardige manier kunnen afstuderen. Studentvriendelijker kan het niet zijn.

 

Anderzijds is het voor de studenten in kwestie niet bepaald leuk om de vrijdag voor je begint bij de rector te moeten komen.

Verschoren Nee, ik houd niet van die laattijdigheid van beslissingen, maar we zaten echt in een crisissituatie. We hebben de studenten de situatie uitgelegd op een open manier en samen met hen gekeken naar mogelijke oplossingen. Een mogelijkheid was dat zij naar een andere instelling gingen, Leuven bijvoorbeeld. Wij waren uiteraard ook bereid om dat te organiseren, van studentenkamers tot de programma's. De studenten wilden dat niet en na het afwegen van de financiële implicaties hebben we dan in gezamenlijk overleg die vrijdagmiddag besloten toch te starten.

 

Waarom wilden de studenten per se in Antwerpen blijven?

Verschoren Ik weet het niet. (snel) Jawel, ik weet het wel: ik denk omdat dat wij een prima universiteit zijn. Ik heb hier vroeger zelf gestudeerd, en ik heb hier altijd een sfeer ervaren die ik elders niet vond. De UA heeft iets speciaals: kleinschalig, maar niet te klein. Men beweert dat Antwerpen geen studentenstad is, maar dat is niet waar. Als men zegt dat het studentenleven alleen maar het glas heffen is (en nog eens heffen tot men er bij neervalt), nee dan niet. Hier heb je uitgaansmogelijkheden bij de vleet, ook als je wat cultuur wil opdoen. Antwerpen is een studentenstad, maar heeft nog veel meer te bieden. Die zieltogende steden à la Leuven moet je eens bezoeken in de zomer. Je kan er, nogal negatief gesteld, om het even welke straat oversteken met je ogen dicht. En wat in Gent te vinden is vind je in Antwerpen ook.

 

Wat gebeurt er als een van de drie studenten in het eerste graadsjaar buist?

Verschoren (Ironisch) Och het zijn schitterende studenten die buizen niet. Nee, daar heb ik nog geen oplossing voor. Ik hoop natuurlijk dat het niet gebeurt, maar laat die studenten zich geen illusies maken: die gaan op een even grondige manier examen moeten afleggen. Ze moeten niet denken dat ze niet kunnen buizen, bij deze zijn ze verwittigd! Had de UA deze situatie kunnen voorkomen? Nee, vroeger is met de toenmalige kennis van zaken met goede moed beslist om te beginnen. Met de randvoorwaarden die ik ken ben ik er sterk van overtuigd dat we een goede beslissing genomen hebben. In elk geval is deze beslissing duidelijk, we weten waar we naartoe willen. Ik hou niet van dat 'prutsbijsturen', hier een beetje aan bijsturen en dan daar wat. Ik gebruik daar vaak het tafelmodel voor: als een tafel een beetje schommelt begin dan niet met één van die poten af te schuren. Neem gewoon het blad en zet er nieuwe poten onder. Dat is wat bij de bio-ingenieurs ook gebeurt, voorlopig geen master dus.



Voor u bekeken
23/10/2005
🖋: 

Crash

Als Paul Haggis, scenarist van het Oscar-bekroonde pareltje “Million Dollar Baby” zelf achter de camera kruipt, groeien de verwachtingen. Haggis slaagt erin ze perfect in te lossen. Tien mensen lopen – op het eerste gezicht volledig onafhankelijk van elkaar – door de Stad der Engelen. Hun ras-gebonden acties lokken reacties uit, ze bepalen de meningen en vooroordelen van de getroffen anderen. Een racistische flik, een vermoeide flik, een bange blanke huisvrouw, allen hebben ze hun redenen om de ander te wantrouwen. Vanuit dit standpunt wordt het wel erg moeilijk iemand te veroordelen: hoe fout een mening ook is, ze heeft haar wortels. Wat op het eerste zicht een erg karikaturale prent leek te gaan worden, slaagt er netjes in een aantal mensen en hun vooroordelen mooi te portretteren en met elkaar te verweven. Je bent nergens zeker van, net als in het echte leven. Soms vergt het enige hersenactiviteit de plot te volgen, maar de les die eruit getrokken kan worden is het zeker waard. Daarnaast is ook de cinematografische kant van de film mooi uitgewerkt. Mooie camerabewegingen, een erg knappe enscenering, erg goede vertolkingen. Matt Dillon schittert verrassend als de racistische flik. “Crash” heeft alles om een plaatsje te verdienen in uw keuze deze maand.

SCORE: 75%

 

Verlengd Weekend

Deze film met Jan Decleir was oorspronkelijk bedoeld als TV-film voor VTM. Onverwacht kreeg hij toch een promotie tot bioscoopfilm. Het was – achteraf bekeken – een dubbeltje op zijn kant. De film was te goed om slechts TV-film te zijn, maar het etiket bioscoopfilm was misschien toch ook iets teveel van het goede. Daar is het verhaal net iets te mager voor, en de karaktertekening is bijlange na niet scherp genoeg. Jan Decleir en Wouter Hendrickx (Witse) spelen twee arbeiders die een malafide manager gijzelen omdat hij hun bedrijf heeft laten failliet gaan. De twee moderne Robin Hoods willen een eerlijke compensatie voor de geleverde arbeid van hun kameraden. Ze dringen daarom binnen in de (typisch Vlaamse) villa van Koen De Bouw, die net zijn vrouw en kinderen voor het weekend heeft uitgewuifd. Jammer genoeg daagt tegen alle verwachtingen de minnares van De Bouw op, en als klap op de vuurpijl valt de elektriciteit in het dorp uit, waardoor hun plan een stuk trager verloopt dan gehoopt. Tot zover de set-up van dit kolderstuk, vanaf dan is het corpus van de film aan de beurt: grappige situaties met Decleir en Hendrickx met hun typische gangstermutsen, ontsnappingspogingen, liefde tussen Hendrikckx en de minnares, gespeeld door een verrukkelijke Veerle Baetens. Louis de Funès all over. Als film eten was (en voor sommigen is het dat), dan is “Verlengd Weekend” een perfect vieruurtje. Vooral niet te zwaar en af en toe een goeie grap, maar ook niet meer dan dat. De stijl en setting is erg klassiek, om niet te zeggen erg magertjes. En het ergst van al: dat typisch familie-vriendelijke einde. VTM heeft duidelijk zeggenschap gehad, want om niemand voor de schenen te stampen, komt uiteindelijk iedereen er relatief goed uit. Een gemiste kans.

SCORE: 50%

 

A Sound of Thunder

Van goed naar slecht deze maand. De derde film die we voor u besproken hebben, was een hemeltergend ongeloofwaardig stuk sci-fi. De ultieme bekroning van de debilisering van Hollywood. Kort het verhaal samengevat: met een tijdsmachine organiseert een geldgeile Ben Kingsley jachtsafari's naar het verleden. Wanneer op een safari iets verkeerd gaat, verandert de hele evolutie. Gigantische bavianen beheersen de aarde. Enige oplossing: de superheld in kwestie, Edward Burns moet terug naar het verleden om alle problemen uit te wissen. Maar u kent dat: eerst valt de tijdmachine stil, en hebben ze een AA-batterijtje nodig, dat enkel aan de andere kant van de door Überbavianen beheerste stad te krijgen is, dan komt er een gigantische ‘tijdgolf' aan, die alle mensen verandert in iets wat het midden houdt tussen een vis en een alien, enzovoort enzoverder. Te belachelijk voor woorden. Bovendien weet de regisseur Peter Hyams (Timercop, godbetert) niet hoe hij moest omgaan met twee verschillende verhaallijnen: enerzijds het herstel van de juiste tijdslijn, anderzijds het verhinderen van de slechterik van het verhaal. Gevolg: de tweede verhaallijn verzinkt volledig in het moeras van domme plotwendingen, en wordt er aan het einde dan nog aan sneltempo doorgejast. Enkel de special effects en de look van de film kunnen nog positief onthaald worden. Maar jammer genoeg is daar bij wijze van spreken al het budget aan opgegaan, nog voor er een script was. Op gastronomisch niveau is dit zoals het doorgeven van eieren met de mond tijdens een studentendoop: goor beyond recognition, maar je moet erdoor. Wees gewaarschuwd...

SCORE: 10%



Concerten op de UA
23/10/2005
🖋: 
Auteur

Cultuur is niet louter ongeïnteresseerd staren naar enkele postmoderne kladden verf of een avondje politiek-correcte percussie aanhoren op ‘t semi-hippe Zuid. Die lichtelijke fantastische luchtgitaarsolo waarmee u avond na avond uw huisgenoten kwelt behoort ook tot het pakket. Het lijkt misschien niet even verantwoord als de 29ste symfonie van Mozart maar de eigenzinnige Jimi Hendrix-imitatie behoort tot cultuur in haar meest fijnzinnige interpretaties. Voor de betere instrumentbeheersing zijn er echter nog enkele interessante initiatieven die er even voor u uitgelicht worden.

Ook onmiddellijk van de drassige festivalweide naar academisch cleane aula's gekatapulteerd? Aftrap Studay maakte deze overgang iets beter verteerbaar door de Antwerpse student een laatste weemoedige heupbeweging te laten maken op de tonen van het Izegemse hiphop-collectief 't Hof van Commerce. Voor een met lege bierbekertjes bezaaide vierkante meter platgetrapt gras moest echter zelf gezorgd worden. Maar kreeg uw cultuurminnende inborst niet liever iets hoogstaander dan een drukbezochte studentenmanifestatie voorgeschoteld? Met Housemusic leverde het Festival Van Vlaanderen een conservatoriumstudent die met zijn of haar instrument zorgde voor een half uurtje muzikale horizonten verruimen. Een volgende editie van Studay kan nu al in het praktische UA-agendaatje neergepend worden. Van Housemusic kunnen we alleen maar hetzelfde hopen.

 

Als ruimdenkende universitaire instelling serveert de UA natuurlijk ook een stevige portie muzikaliteit. Zo concerteert het Universitaire Koor Antwerpen, geruggesteund door een strijkkwartet, met stukken van Bach en Vivaldi op 18 november in de Sint-Pauluskerk onder de noemer Met hemelse klanken. Het is weer eens wat anders dan de Unifac-Openings-td waar Lasgo met een paar commerciële beats volksmennerij, verpakt als platvoers massa-entertainment, tot een kunstvorm opwaardeerde. Waar is de tijd dat Noordkaap ten dans speelde? Ook ASK-Stuwer laat activiteiten als het Galabal en de 3-Eikenloop opleuken door het nodige live-geweld er tegenaan te smijten.

 

Een meer begeesterend initiatief zou wel eens de VW Campus Tour kunnen zijn. Op 23 november proberen Mudflow, Stash, 't Hof van Commerce en Shameboy het dak van zaal Stuurboord de Schelde in te katapulteren. Met Mudflow wordt het betere uit de Waalse scène gepresenteerd (ils sont superbes!) terwijl Stash – u kan tearjerker pur sang “Sadness” meelippen – geen introductie behoeft. En 't Hof van Commerce aardt blijkbaar bijzonder goed op Antwerpse bodem. Afsluitend speelt Shameboy je dansend de nacht in op de tonen van hun zuiderse ritmiek, Copacabana aan de Schelde zowaar.

 

Te grootschalig en geen plaats voor uw Jimi Hendrix-imitatie? Gelukkig zijn er mogelijkheden te over voor het maken van willekeurige slachtoffers. U kan gaan voor de felbegeerde Unifac-Award. Deze jaarlijks weerkerende talentenjacht biedt speelgelegenheid aan piepjonge muzikanten die zowat voor het eerst de confrontatie aangaan met het publiek. Van ongeïnspireerde Krezip-covers tot doorgedreven Metallica-verbasteringen, voor een gevarieerd avondje kan u zich best halverwege maart naar het Agora-café bewegen. Joost Zwegers, stormenderhand de halve Europese aardkloot veroverend met Novastar, heeft het in ieder geval geen windeieren gelegd.

 

Uw ambities bijgesteld toen u druipend van de tomatenpuree het podium diende te verlaten? Pluis dan de publicitaire kanalen van de diverse studentenclubs uit, u zou wel eens op een aankondiging van een Free Podium kunnen stuiten. Ieder die meent te beschikken over nog maar een schijn van talent mag de argeloze passant bruskeren met eigenzinnige vertolkingen van wat we maar als muziek beschouwen. Moge de nieuwe Donna Summer opstaan!

 

Met een beetje doorzettingsvermogen valt er heel wat te ontdekken op maar vooral rond de campus; er zijn immers allerlei cafeetjes die garant staan voor de betere concertervaring (Wonderbar, Kaaiman). Toch nog even een jaloers blik richting VUB waar hun Kultuurcafé fungeert als een kleinschalige universitaire equivalent van een zaal als pakweg AB. Studenten krijgen er voor democratische prijzen concerten à volonté op hun bord geserveerd. Op de UA blijft het echter behelpen met wat resonerende kruimeltjes.



Voor u beluisterd
23/10/2005
🖋: 

Franz Ferdinand – You Could Have It So Much Better

Dit Schotse kwartet zou een prijs kunnen winnen voor meest sympathieke imago van de laatste jaren: de ideale schoonzoons in leuke pakjes met net dat nodige tikkeltje rebelsheid. Hun nieuwe album opent met de meesterlijke riff van The Fallen dat zich ontpopt tot een sterk nummer, hoewel de overvloedige zanglijnen het bijna de dieperik insleuren. Het energieke Evil and a Heathen is Simon and Garfunkel op een Green Day-begeleiding en I'm Your Villain is een goed onderbouwd, evenwichtig powerpoplied. Als de jongens de piano bovenhalen, klinken ze het best: ballads als Walk Away of Fade Together tonen een groep die de melodie op de juiste plaats zet. Deze band balanceert op een dunne lijn, die meestal catchy en opzwepend klinkt met stevige eighties-synths. Soms is het echter nogal druk en opgefokt en het steeds krek hetzelfde strakke-beat-patroontje wordt slechts tweemaal doorbroken: bij de welkome ritmeveranderingen in Well That Was Easy en in de enorm lekkere groove van Outsiders. Dit laatste nummer bevat eveneens een smakelijke sferische coda die jammer genoeg niet uitgewerkt wordt. Franz Ferdinand is een goed klinkende rockgroep maar de hele hype is lichtjes overdreven: veel meer dan veredelde, disco-getinte postpunk is het dikwijls niet.

 

Nickelback – All the Right Reasons

Wie van clichématige en uitgezogen rockbands houdt kan steeds bij Nickelback terecht. Op hun vierde album probeert deze groep weer een rauwe Bon Jovi te zijn, maar hoewel ze met hun commerciële sound en simpelweg walgelijke teksten af en toe in de buurt komen, kunnen ze toch geen vergelijkbare songs verwekken. Oliegladde producertrucjes en platte gitaarsounds troef. Als je melige nummers als Far Away of If Everyone Cared (de titels alleen al) kan verdragen, moét je wel Bryan Adams heten. Gelukkig is nieuweling Daniel Adair een opvallend stevige ketelmepper die de hardheid van Nickelback steevast de hoogte in jaagt, iets waar niet om gerouwd hoeft te worden. Follow You Home en Animals zijn zelfs best aan te horen met hun occasionele metalpassages. En het is ‘m gegund: Chad Kroeger heeft een klok van een stem, maar wie komt er op het idee al die voorbijgestreefde zangeffectjes te gebruiken? Het aan de jammerlijk vermoorde Pantera-gitarist Dimebag Darrell opgedragen Side of a Bullet is het hoogtepunt van het album, enkel omdat er een magnifieke solo van wijlen Darrell opstaat die meteen heel Nickelbacks droomimago van tafel veegt. De harde nummers zijn redelijk, maar de leeghoofdige ballads zijn nog steeds een zoveelste recyclage van de transparante opper-rothit, met als dieptepunt de ridicule, door en door Amerikaanse karikatuur Rockstar. Horen is geloven.

 

Soulfly – Dark Ages

Na het experimentele album Roots, waarop thrash-iconen Sepultura de brug sloegen tussen metal en traditionele Braziliaanse volksmuziek, wilde zanger Max Cavalera deze richting verder uitdiepen. De andere groepsleden zetten liever een stapje terug, zochten een nieuwe zanger en zaten na twee albums al tijdelijk zonder platencontract. Cavalera daarentegen is ondertussen rustig aan zijn vijfde Soulfly-hoofdstuk toe en de wereldmuziekinvloeden worden steeds duidelijker. Zijne Gedreadlocktheid is nog altijd een opgefokte en niet bepaald poëtische brulboei, maar als je daar in uitblinkt, waarom zou je de zaak dan anders aanpakken? Hoewel de intro van zijn nieuweling relatief overbodig is, zit het vanaf opener Babylon meteen goed. Waar krakers als Frontlines en de geweldige single Carved Inside alle muren slopen, brengen epische tracks als Stay Strong en het instrumentale Soulfly V een ingetogen exotische sfeer naar boven. Intermezzo Molotov is een rampestamper waar The Ramones jaloers op zouden zijn, Riotstarter bevat een echo van het oudere Tribe en in (The) March komt er zelfs een synthbeat naar voren. Alle gitaarpartijen zijn bedachtzaam uitgewerkt, de percussie perfect strak en Max's afwisselende stem scheurt als vanouds. Soulfly's sterkste en meest gevarieerde album dat met zijn 65 minuten toch net iets te lang duurt.



Europalia.Russia 2005
23/10/2005
🖋: 
Auteur

Rusland is iets magisch. Ik kan niet aan dit uitgestrekte steppenland denken zonder dat mijn geest verdrinkt in de imaginaire donkere ogen van melancholische meisjes met een froufroutje. Een droge wind schuurt langs troosteloze betonnen flatgebouwen die eindeloos blijven vervallen. Oude vrouwtjes mopperen terwijl een roekeloze wandelaar door het ijs zakt. In de stations die aan het tsaristische verleden herinneren stoppen treinen gemaakt van conserven. Badend in bloedmooie, ouderwetse tristesse zuchten ze hun dieseldamp de hal in.

Graag had ik mijn dromerige idee aan de werkelijkheid getoetst, maar tot op heden ben ik er niet in geslaagd om in Rusland te raken. Zolang de ethisch niet echt verantwoorde maar wel ontzettend handige lowfare-airlines Moskou niet aandoen zal dat waarschijnlijk ook niet snel veranderen. Als Mozes niet naar de berg komt, dan zal de berg echter naar Mozes komen: dit semester strijkt Rusland in het kader van Europalia.Russia 2005 neer in België, vastbesloten om een goede indruk te maken.

 

Eén van de hoogtepunten van de Europalia is ‘Street, Art and Fashion', een tentoonstelling van het werk van enkele actuele Russische fotografen. In de nieuwe vleugel van het Antwerpse FotoMuseum hangen zo'n 120 beelden uit een natie die nog wat wankel op haar inmiddels van nylonkousen voorziene benen staat. Er zijn lichte foto's met verliefde koppels, bontmutsen, een draagbare maan en gezichten met sproeten. De boventoon van de tentoonstelling is echter grimmiger. Een reeks beelden met de veelzeggende titel ‘Children from Tsjernobyl' toont halfnaakte radioactief verminkte kinderen. De ijsblauwe ogen van een meisje dat aan albinisme lijdt zijn intrigerend mooi. In een andere zaal zie je dan weer impressies van de laatste communistische opstootjes. Felle rode vlaggen worden vastgehouden door verbeten die-hards van alle leeftijden, terwijl op de achtergrond repetitieve marsmuziek klinkt. Erg opvallend is ook een gigantisch drieluik van Group AES+F dat een dor woestijnlandschap toont. Op het rode zand staan kinderen met futuristisch oorlogsmaterieel. Het werk doet denken aan goedkope sciencefiction en Amerikaanse reclameprenten uit de jaren '50, maar voegt er een wrange smaak aan toe. Andere fotografen focussen op de tegenstelling tussen het oude en het nieuwe Rusland. Reclameaffiches met Claudia Schiffer steken af tegen de grauwe gebouwen. Bejaarden lopen gelaten langs Claudia heen. Na 45 jaar Koude Oorlog is het kapitalisme onherroepelijk binnengedrongen, maar het kent zijn plaats nog niet helemaal. Tegenover de symbolen van het Rijke Westen hangen foto's van bedelaars en straatkinderen. Twee meter verder zie je een collage van beelden van een rijke puber. Zijn haar zit in model en hij heeft een chauffeur.

 

Oude vrouwtjes mopperen terwijl een roekeloze wandelaar door het ijs zakt.

 

‘Street, Art and Fashion' loopt nog tot 8 januari in het FotoMuseum en kost 4 euro. Voor die prijs kan je het hele museum bezoeken, waar onder andere ook het erg interessante ‘New Photographers 2006' te zien is. Ook in het MoMu en in het MuHKA zijn er tentoonstellingen in het kader van de Europalia. Het MoMu pakt uit met ‘Katharina Prospekt', een door Rusland geïnspireerd modeproject van het ontwerpersduo AF Vandervorst. In het MuHKA kan je met ‘Angels of History' het Moskous conceptualisme ontdekken. In heel het land is er dit semester à volonté beeldende kunst, mode, muziek, theater, films, fotografie en literatuur uit Rusland. Het volledige programma is te vinden op www.europalia.be.



Vriendjespolitiek verheven tot norm?
23/10/2005
🖋: 

“Ocharme, Marcske...” We hoorden het in onze jonge(re) jaren zo vaak in FC De Kampioenen, nu maakt deze spreuk een comeback in de internationale politiek. Slachtoffer was deze keer federaal minister Marc Verwilghen. Hoe zielig waren de beelden van een zenuwachtige minister van Economie, vlak voor hij nog een wanhoopspoging deed de fracties in het Europese Parlement te overtuigen van zijn competentie? Hij wilde absoluut Europees Commissaris voor de Mensenrechten worden, maar de boze grote mensen werkten hem tegen.

Luc Van den Brande werd door de nationale pers neergesabeld omdat hij geen ‘'nationale solidariteit' tentoonspreidde in de strijd om het Europese ambt. Volgens De Standaard was het een “bedenkelijk optreden” van Van den Brande, het Belang van Limburg had het zelfs over “een smet op zijn Vlaams minister-presidentschap”. De Gazet van Antwerpen (een krant die niet uitblinkt in sterk bronnenonderzoek) beweert zelfs de redenen te kennen: volgens onze Antwerpse frut liet ‘'Brandi' zich leiden door partijpolitieke overwegingen, en wellicht ook door wat persoonlijke frustratie omdat hij zelf geen topfunctie meer bekleedt.

 

Maar wat met de competentie? Zowel de Zweedse als de Poolse kandidaat beschikten over ruime ervaring als het op mensenrechten aankomt. Terwijl Verwilghen slechts een politieke BV is omdat hij tijdens de Dutroux-affaire de woede van het volk kanaliseerde. Dat heeft niets te maken met Belgische bescheidenheid, het is gewoon een feit. Het is bovendien tekenend dat een Zweeds commissielid Verwilghen na een beschamende vertoning in een van de fracties een ‘'parvenu' noemde. Toch volhardden velen in de boosheid: het schoothondje van Verwilghen, Stef Goris (VLD, of wat dacht u?) had het over ‘'destructiepolitiek'. De man roept de Belgische politici op om in te toekomst meer aan hetzelfde zeel te trekken. Vreemde jongens, die VLD'ers. Ik verkeerde persoonlijk in de overtuiging dat de beste man moest gekozen worden voor de job. “Het is jammer dat België hier alweer een kans laat liggen om een internationale functie in de wacht te slepen”, beweerde Goris nog eens na de smadelijke nederlaag van Verwilghen. Nog vreemdere jongens dan ik al dacht, die VLD'ers. Is het Europese platform nu eigenlijk een strijdtoneel waarop het erom gaat zoveel mogelijk postjes te bemachtigen voor je land, voor je partij?

 

Het is natuurlijk begrijpelijk dat men graag een landgenoot aan het hoofd ziet van belangrijke organisaties. Wie is er niet blij als Jacques Rogge verkozen wordt tot hoofd van het IOC? Zijn we niet allen trots op Peter Piot, VN-topman? Maar deze mensen zijn ook nog eens bekwaam. Dan is de ‘'nationalistische' reflex een gezond mechanisme. Maar om nu een onbekwaam landgenoot te verkiezen boven een gerespecteerd buitenlander? Stel je eens voor dat je moet werken onder een nieuwe baas. Wie verkies je dan zelf? Het logische antwoord: de bekwaamste. Zo ook op internationaal niveau. Laat ons toch de zielige kleinburgerlijke moraal achter ons laten, en de lange termijn in het oog houden. Waarom richtten we anders een Commissariaat voor de Mensenrechten op? Om een uitweg te bieden voor gebuisde lokale politici? Of om de mensenrechten te dienen? De eerste reflex is erg menselijk, maar na een tweede overpeinzing moeten we toch zien wat juist is?

 

Ik betwijfel eerlijk gezegd of het de gemiddelde gefolterde Chinees of verhongerende Ethiopiër een bal uitmaakt of het nu een liberaal of een socialist is die dit commissariaat bevolkt. Zolang het maar een competente kandidaat is. Verwilghen is – tot spijt van wie het benijdt – geen ervaringsdeskundige op dit gebied. Politici moeten eens in eigen boezem kijken, en zich afvragen waar het om gaat: om macht, of om het helpen van de zwakkeren in onze maatschappij? Als zij zich niet meer verliezen in zielige spelletjes die enkel dienen tot het doen groeien van hun ego's, kan men zich misschien gaan concentreren op het échte werk. Er valt nog veel te doen.



22/10/2005
🖋: 

Woorden hebben een verleden. Over elk lettertje dat wij nu neerschrijven is een lange geschiedenis gegaan; soms heel banaal, soms vertederend, soms verrassend. Zo kent ook het woord sinaasappel zijn eigen geschiedenis. Het heeft zijn eigen herinneringen aan een ver verleden, een verleden dat enkele moedige vorsers ijverig proberen vast te leggen; dag na dag, jaar na jaar, eeuw na eeuw. Etymologie; het is een vak apart. Maar soms haalt de volkswijsheid het van de wetenschap; de verhalen winnen het van de naakte feiten. Zo weet het etymologisch woordenboek ons te vertellen dat het woord sinaasappel afkomstig is van een samenstelling van China en appel (‘chinas-appelen', 1682), de volksmond spreekt echter een andere taal...

Volgens een eeuwenoude, christelijke legende, is de eerste appelsien eveneens gevonden in of nabij China, maar is het woord sinaasappel niet afkomstig van het overduidelijke chinas-appel, maar duidt het prefix ‘chin' op iets heel anders... Ten tijde van het imperialisme in de zeventiende eeuw, werd in het Verre Oosten de appelsien ontdekt door de Britten. De westerse avonturiers – handelaars waren toen heuse avonturiers – keken hun ogen uit toen zij in contact kwamen met de vreemde cultuur. Ze zagen dure stoffen, rode lampionnetjes, ingetogen mensen, vreemde afgoderij en dansende draken. Toen één van de handelaars op een nieuwjaarsfeest werd uitgenodigd kon hij zijn ogen niet geloven: tussen de dansende draken, vuurspuwende leeuwen en andere deelnemers van het rariteitenkabinet, ontdekte hij een kistje met een aantal vreemde oranje vruchten. De man – nieuwsgierig als hij was – at er van. Hij vond het echt heel erg lekker, maar de volgende dag werd hij doodziek. De lasten hadden de lusten overwonnen. Hij vertelde zijn reisgenoten het hele verhaal, waarna hij zijn laatste adem uitblies. Vanaf toen werd de vreemde vrucht bekeken als de vrucht van de stoute lusten. De gekke appels werden door de Britten gezien als een vrucht van afgoderij, een vrucht van een cultuur die niet besefte dat zij het voorgeborchte niet zou overleven. Het Verre Oosten wist namelijk niets van het Koninkrijk Gods, wist niet dat het geplaagd werd door de erfzonde en ook niet dat Jezus Christus voor de christenen de last van de zonde op zich had genomen. De gekke appels duidden vanaf toen voor de Britse handelaars op verderf, verval en zonde, 'sin' in het Engels. Het werden ‘apples of sin', appels van de zonde. Zij zagen de appelsienen als de appels waarvan Eva in de Tuin van Eden had gegeten, de mooie oranje appels die haar lusten had opgewekt. De Britten dachten immers dat de appels die zij aten in het Westen, niet de appels konden zijn zoals die aan de ‘Boom van kennis van goed en kwaad' hadden gegroeid. Goede christenen aten zulke appels niet. Vreemde, gekke en wilde volkeren daarentegen...

 

Zo zie je maar dat er aan elk woord een verhaal vast hangt, soms een mooi verhaal -zoals dit-, soms een minder mooi verhaal. En elk verhaal geeft het woord een soort gouden gloed, een gloed van een oud verhaal, een glans van nostalgische volkswijsheid. Voor niemand die dit verhaal gelezen heeft zal een apple-sin nog hetzelfde smaken. Smakelijk.



04/10/2005
🖋: 
Auteur

In 2006 treedt het Kunstendecreet, dat door minister van cultuur Bert Anciaux uitgedacht is, in werking. Deze zomer werd al bekendgemaakt hoe de subsidiëring herverdeeld zal worden. Theater Zuidpool, dat op nog geen boogscheut van de Stadscampus ligt (in de Lange Noordstraat, aan de Stadswaag), zag zijn toelage drastisch verminderd worden. Reden daarvoor was het ongeloof van Anciaux in de nieuwe artistieke leiding. Een gesprek met Koen van Kaam, Sofie Decleir, Jan Bijvoet en Jorgen Cassier, de artistieke leiders van Theater Zuidpool, was onvermijdelijk.

Kunnen jullie even de situatie waarin Theater Zuidpool terecht is gekomen schetsen?

Koen van Kaam Twee jaar geleden zijn wij als groep de vorige artistieke leider opgevolgd. Om onze plannen te kunnen verwezenlijken dienden we een dossier in om subsidies aan te vragen. Geheel onverwacht blijkt nu dat onze subsidies vanaf januari 2006 met meer dan de helft verminderd zullen worden.

Jorgen Cassier Bij een subsidieaanvraag gaat het dossier eerst naar een commissie die naar het artistieke en het zakelijke luik kijkt. Die commissie geeft een preadvies, waarna je twee maanden de tijd hebt om een bezwaarschrift in te dienen. Op basis van het preadvies en het bezwaarschrift neemt het kabinet dan een beslissing. In het geval van Zuidpool was het preadvies van de artistieke commissie positief en dat van de zakelijke commissie negatief. Wij hebben een bezwaarschrift ingediend, waarin we de argumenten van de zakelijke commissie weerlegd hebben.

 

Wat waren die argumenten van de zakelijke commissie juist?

Jorgen Daar zaten pure misverstanden tussen.

Koen Zuidpool heeft nog nóóit problemen heeft gehad op zakelijk vlak.

Jorgen Uiteindelijk heeft theater Zuidpool een geïntegreerd advies gekregen. Dat wil zeggen dat de artistieke en zakelijke commissie het eens waren. Dat advies was positief voor vier jaar, met een aantal punten van kritiek. Maar toch besliste minister Anciaux om ons voor twee jaar minder te subsidiëren en ons daarna opnieuw te evalueren.

 

In de beleidsnota over het Kunstendecreet van Bert Anciaux las ik dat hij zijn twijfels heeft over de artistieke eenheid en visie door het volgens hem vrijblijvende karakter van de artistieke leiding.

Koen Wij hebben gekozen om niet één artistiek leider te hebben maar om als groep te werken. Dat is blijkbaar niet echt een populaire organisatievorm, men heeft geconcludeerd dat wij hier maar heel af en toe gaan zitten en er voor de rest met onze pet naar zullen smijten. Als je naar de programmatie kijkt, zie je echter dat wij bij alle stukken spelen of regisseren. We zijn ook een hechte groep en hebben al veel samengewerkt.

 

Wat zullen de gevolgen zijn voor Zuidpool?

Koen We zullen al de mensen die bij theater Zuidpool werken moeten ontslagen, omdat we met de huidige toelage niet kunnen blijven werken. Maar onze subsidies laten zelfs niet toe om al de ontslagpremies van de werknemers uit te betalen. De overheid en de Vlaamse Directies voor Podiumkunsten willen een werkbaar bedrag geven en sociale drama's vermijden. Maar het bedrag dat wij krijgen is niet werkbaar en straks staan er mensen met kinderen op straat.

 

Als er zich geen oplossing aandient, zijn jullie dan gedoemd om ten onder te gaan?

Koen Als we geen uitweg vinden, moeten we de deuren sluiten vanaf januari. Nu zijn we de mogelijkheden aan het onderzoeken om wel verder te kunnen werken. We blijven doorknokken.

 

Hoeveel hebben jullie nodig om gewoon verder te werken?

Jan Bijvoet Om verder te gaan zoals gepland komen we 500.000 euro te kort op jaarbasis. Als we ergens in het midden tussen dat ideaal en wat we nu krijgen zouden zitten, zou het ook nog gaan. Een inkrimping van het programma zou dan wel nodig zijn, en we zouden onze zolder aan scoutsgroepen moeten verhuren of zo.

Sofie Decleir Met de subsidies van de stad erbij krijgen we zoals het nu gepland is ongeveer 500.000 euro, wat op zich veel geld is. Dat bedrag is voldoende om het theater te runnen als we het veel beperkter aanpakken. Maar we moeten onze mensen, die dan minder zouden werken, nog wel voor een heel jaar uitbetalen. Dat is een recht dat ze – gelukkig – verworven hebben. Dat geld kunnen we dan echter niet meer gebruiken voor projecten.

 

Wat zal het volgende seizoen brengen?

Koen Tot en met december gaan we gewoon door zoals gepland. We brengen hernemingen van succesvolle voorstellingen, zoals ‘De Kussenman', en gastvoorstellingen. Onze nieuwe productie wordt ‘Siberië', gebaseerd op het leven en werk van Vladimir Vissotsky.

Jan Dat was een Russische zanger en acteur die het hoogtepunt van zijn carrière beleefde in de jaren '60-'70. De regering was niet echt opgezet met zijn werk, waardoor hij tijdens zijn leven nooit een plaat heeft kunnen opnemen. Voor de mensen werd hij een soort volksheld, en men had illegale cassettes met zijn nummers. Zijn teksten zijn heel poetisch, maar ook vol energie en woede tegen het systeem. Wij zijn die nu aan het vertalen naar het Nederlands, om ze samen met zijn muziek te gebruiken in de voorstelling.

Koen Die vertaling bestond nog niet. Hij is destijds nooit bekend geraakt aan deze kant van het IJzeren Gordijn.

 

Waarom moet Zuidpool blijven bestaan?

Sofie Waarom niet?

Koen Zuidpool is in Antwerpen al heel veel jaren een begrip. Dat zie je goed aan de honderden e-mails die uit protest naar het kabinet verstuurd zijn. Zuidpool maakt theater dat niet te arty farty is, maar ook geen flauwe onzin. We zijn toegankelijk zonder plat te zijn. Theater Zuidpool heeft ook altijd met de grenzen van het aanvaardbare geflirt, het heeft een beetje een punkgehalte. Ik, maar ook het publiek, vind dat daar behoefte aan is in de stad. Je hebt het Toneelhuis, waar de Grote Kunst gemaakt wordt. Je hebt het Echt Antwaarps Teater, waar de volksstukken gespeeld worden. Je hebt de Monty voor de kleinere, meer intellectuele dingen. Je hebt de musicals. En het is goed dat die er allemaal zijn. In dat theaterlandschap vult Zuidpool ook een unieke plaats in, door theater te maken voor een jong, breed publiek dat zich wil laten uitdagen.

Jan Er zijn ook geen redenen om ons niet te subsidiëren, want we voldoen aan de belangrijkste criteria van de commissies: kijkcijfers en kwaliteit. Als er niemand komt kijken is het natuurlijk zinloos en als je gesubsidieerd wordt is het logisch dat je de kwaliteit in het oog houdt. Maar ons publiek blijft komen, en vorig jaar nog hebben we het theaterfestival gewonnen.

Koen Eigenlijk is het altijd moeilijk om over jezelf te zeggen waarom je moet blijven bestaan. Mijn eerste reactie is dan dat ik helemaal niet hoef te bestaan. Schiet me maar af!