de minder bekende studentenclubs
26/11/2005
🖋: 

Vele studentenclubs ontlenen hun identiteit grotendeels aan de studierichting waaruit zij ontstaan. Daarbij denk ik vooral aan SOFIA (Rechten), de WIKINGS (TEW en handelsingenieur), Aesculapia (Geneeskunde) en aan iets kleinere clubs als KLIO (Geschiedenis) en KDA (Chemie). Allen gaan zij er prat op dat zij de ware pleitbezorgers zijn van de studenten van “hun” studierichting. Toch zijn er ook nog andere clubs, misschien niet zo bekend of groot, die vaak al jaren bestaan. De gemeenschappelijke basis waar zij van uitgaan is niet die van een specifieke opleiding, maar wel de voorliefde voor één of andere activiteit.

Omdat bier aanzien wordt als een belangrijke schakel binnen het clubgebeuren is het niet zo onlogisch dat er bepaalde clubs gevormd worden op basis van die passie voor het goddelijke gerstenat. De liefhebbers van Duvel komen zo aan hun trekken bij Abundantia en de onvoorwaardelijke fans van brouwerij De Koninck kunnen terecht bij Prosit Rex. Daar kunnen zij deelnemen aan het jaarlijkse galabol(leke). Op hun website worden ook nog vele recepten vermeld waarvoor het door hen geliefde bier als ingrediënt kan dienen. Deze clubs slaan overigens twee vliegen in één klap omdat hun belangrijkste sponsor tevens ook hun drankleverancier is. Soms kan het leven toch eenvoudig zijn.

 

De UA profileert zich als een volwaardige universiteit naast de grote broers Leuven en Gent, wat er voor zorgt dat er ook vele studenten worden aangetrokken van buiten het Antwerpse. Een aantal onder hen hebben in het verleden besloten om een club op te richten voor streekgenoten. Zo kunnen jongelui uit West-Vlaanderen zich aansluiten bij de Westkanters of Westlandia (deze laatsten komen vooral uit de streek rond Ieper, Veurne en Poperinge) en hebben de mensen uit Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant zich verenigd als de Klauwaerts. Tenslotte kunnen de vele studenten uit de Kempen terecht bij Nordkempus, waarvan de hele website werd opgesteld in het dialect.

 

Op sportvlak is er het nieuw opgerichte Alveus dat alle liefhebbers van pool of andere biljartsporten wenst te verenigen. Ook nog het vermelden waard zijn de Antwerpse Bierpetanquers. Op de kaaien combineren zij het drinken van bier en petanque. Dit kan een pijnlijke ervaring zijn voor mensen die sandalen dragen. De holebi's hebben zich dan weer gegroepeerd binnen De Flamingo's. Zij bieden evenementen aan als de ‘'potte en jeanette cantus' en een tv-marathon van het onvermijdelijke ‘'Queer as folk'. De cantussen van Vader Vagantse zijn dan weer bijna uitsluitend bestemd voor het vrouwelijke deel van de studenten, of zoals zij het zelf zeggen: “off-limit voor diegenen met een 11de vinger.” Een andere kleurrijke verschijning is Amentia, naar eigen zeggen de Reggaeclub van Antwerpen.

 

Ook de politiek kan een solide basis vormen voor een studentenclub. Zowel Democratia als EKA (Europakring Antwerpen) zijn eerder neutraal van instelling maar hebben beide een divers arsenaal aan politiek gekleurde activiteiten. Verenigingen zoals LVSV (Liberaal Vlaamse Studentenverbond) en de radicaal Vlaams-nationalistische NSV zijn dan weer geënt op een bepaalde politieke stroming. Ichtus vertrekt vanuit een levensbeschouwelijke inslag. Zij zien zichzelf als een christelijke studentenclub en houden naast de gewonere culturele en sportieve activiteiten ook regelmatig thema-avonden die gaan over verantwoord bier-, excuseer, bijbelgebruik. Tenslotte nog twee clubs voor de minder alledaagse studenten: ESN Antwerp zorgt ervoor dat de buitenlandse studenten en Erasmusgangers niet in de kou blijven staan. Ze bieden hen een sociaal netwerk van activiteiten en ontmoetingen. Ex-studenten die thans deel uitmaken van de beroepsbevolking, maar hun studententijd nog niet ontgroeid zijn, kunnen hun lusten nog steeds botvieren bij SADO (Studentikoos Antwerpen Door Oudjes), onder het motto ‘'jong geleerd, is oud gedaan'. Anderen zouden daaraan durven toevoegen dat men een oude aap geen smoelen moet leren trekken.



26/11/2005
🖋: 

Bierliefhebbers opgelet! Er is een nieuwe reden gevonden om het drinken van uw favoriete drank te rechtvaardigen. Het is weer eens wat anders dan arme studenten die het dubbele moesten betalen van de uitgestalde prijs voor bier tijdens 'De nacht van de film'.

Niet alleen rode wijn is goed voor de gezondheid, bier is dat ook. Meer zelfs, bier kan kanker voorkomen. Volgens de Amerikaanse wetenschapper Fred Stevens, verbonden aan de universiteit van Oregon, bevat hop (een basisingrediënt van bier) xanthohumol. Die stof kan de ontwikkeling van borst-, baarmoeder- en prostaatkankercellen voorkomen. “Dit is één van de belangrijkste vormen van chemopreventie die we al hebben ontdekt. De enige manier om deze stof binnen te krijgen is bier drinken”, aldus Stevens.

 

De 18-jarige middelbare scholier Michael Sessions is verkozen tot burgemeester van Hillsdale, een stadje in de Amerikaanse staat Michigan dat 8200 zielen telt. Sessions versloeg de zittende burgemeester, de 51-jarige Doug Ingles, met een verschil van slechts twee stemmen. De jongeman spendeerde ongeveer 700 $ aan zijn campagne. Dat geld had hij verdiend door een vakantiebaantje aan te nemen.

 

In Limburg opent binnen twee jaar de allereerste officiële Vlaamse popacademie zijn deuren. Er werd reeds een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen de Provinciale Hogeschool Limburg en de Muziekodroom. In het eerste jaar zullen er ongeveer 40 studenten zich kunnen inschrijven, waarna het aantal zich over de jaren zal kunnen uitbreiden tot maximaal 120. Vlaams SPA-volksvertegenwoordiger Chokri Mahassine heeft al verklaard: “De Hasselt pop- en rockacademie wordt zeker geen ‘idool-school’.”

 

Miss-verkiezingen en andere schoonheidswedstrijden zijn bijzonder populair in Brazilië, men kiest er zelfs de mooiste vrouwelijke gevangene. En net als bij vele andere van dit soort wedstrijden zetelen er in de jury voetballers en journalisten, maar bewaarders en medegevangenen maken er hier ook deel van uit. De hoofdprijs voor de titel Miss Gevangenis 2005 is een geldbedrag van 350 real (135 euro) en een ,,onderbreking van de dagelijkse sleur’’, aldus een van de organisatoren.

 

De Britse Elena Gibson verliest haar titel van Wereldkampioene Paaldansen. Gibson behaalde vorige week vrijdag in de Amsterdamse discotheek Escape het felbegeerde kroontje. Ze had tijdens haar act haar bovenrokje uitgespeeld en dat mocht niet. Strippen was tegen de regels. De Belgische kandidate Gwendy Bosmans had daarover al haar ongenoegen geuit. Het kroontje en de 3000 euro gaan nu naar de Japanse Reiko Suemune. Bosmans, die vijfde eindigde, wordt nu vierde en eerste Europese.



Leven na zijn dood
25/11/2005
🖋: 

Vorige maand ging er in Parijs een grootse John Lennon-tentoonstelling van start, aangezien het 25 jaar geleden is dat de man vermoord werd. Niets overdreven, want Lennon is nog steeds een steunpilaar van de huidige popmuziek.

Liverpool, 1940: Johns vader verliet zijn zoon voor het wijde zeezicht en zijn moeder begon een nieuw leven, tot ze, toen John zeventien was, voor zijn ogen werd overreden, wat hij nooit te boven zou komen. Eind jaren vijftig schraapte de tiener een groepje bijeen: The Beatles waren gedurende acht jaar de grootste en meest vernieuwende rockgroep van hun tijd. En van alle tijden, zo blijkt nog steeds.

 

Lennon was echter niet altijd de gevoelige jongen die de media zo graag van hem maakt. Hij had vaak driftbuien, mepte ooit een jeugdvriend bijna dood, lachte Beatlefans op optredens in hun gezicht uit en maakte er een gewoonte van mentaal gehandicapten te imiteren en plein public. Verder is van hem geweten dat hij niet beschaamd was de Hitlergroet te brengen op persvergaderingen en hij zorgde ervoor dat zijn opnameproducent, die Lennons beledigingen niet langer aankon, ontslag nam. Ook joeg hij conservatief Amerika de kast op door te zeggen dat The Beatles groter waren dan Christus en hij kreeg op kunstgebied Salvador Dali tegen zich in het schild. Deze man, die zich jarenlang te mooi achtte om een bril te dragen, vond het eveneens nodig zijn grote liefde Yoko Ono mee te nemen naar de studio, waardoor The Beatles na verloop van tijd uit elkaar vielen.

 

Maar hoge bomen vangen veel wind. In het algemeen was Lennon een grappige rebel met een ongelooflijke stem en een bovenaards muzikaal talent. En dat is waar de man moet voor herinnerd worden: zijn onsterfelijke muziek. Hoewel Paul McCartney compositorisch niet moet onderdoen, waren Lennons nummers tekstueel sterker en conceptueel revolutionairder. Een overzicht van de meest essentiële Lennonsongs in acht nemend, is het een kleine moeite om voor de platte geluidscollage Revolution 9, de ridicule protestsong Give Peace a Chance of de tenenkrullende mantra Power to the People een oogje dicht te knijpen.

 

Lennons eerste opvallende zet was I'm a Loser uit 1964: een klassiek nummertje volgens de regels van de kunst, maar tekstueel ging het eens niet over de liefde, wel over een onbeschaamd zelfbeklag; hij introduceerde dat jaar eveneens de gitaarecho door in I Feel Fine zijn versterker fout aan te sluiten. Een jaar later schreef hij met You've Got to Hide Your Love Away een lied dat gedurfd ging over de intimidatie van homoseksuelen en met Norwegian Wood maakte hij het allereerste popnummer waarop een sitar werd gebruikt. Lennons creativiteit ontplofte in 1966 toen hij voor Rain de ingespeelde muziek vertraagde, daarover zijn snerpende zang opnam en die achterstevoren afspeelde: een primeur in de popgeschiedenis. Het hallucinante Tomorrow Never Knows speelde met zangeffecten, bedwelmende tapeloops en psychedelische klankmuren: zonder dit nummer had de vrije popmuziek er radicaal anders uitgezien. Ook Strawberry Fields Forever was revolutionair: na de fade-out terug een uitro met noise laten infaden, geen slecht idee. In 1967 schudde hij de draaimolen-anthem Being for the Benefit of Mr. Kite! uit de mouw en in I Am The Walrus had hij onmogelijk meer geluidslagen kunnen proppen. Nadat hij in 1968 in Bombay een meditatie-cursus volgde, kwamen al zijn jeugdfrustraties terug naar boven: het bloedmooie Julia staat haaks tegenover de zelfdestructieve depressie van Yer Blues of het schizofrene Happiness is a Warm Gun. Lennon pende in 1969 zowel het ultieme stamplied Come Together als de meerstemmige ballade Because. Toen hij de primal scream-therapie volgde, schreef hij zijn meest emotionele solowerk: God, Working Class Hero en vooral Mother met de huilende zinsnede ‘Momma don't go / Daddy come home' zorgen voor een onvermijdelijke krop in de keel. Verder zijn er uiteraard Imagine, How? en Woman is the Nigger of the World. Toen Lennon in 1980 na vijf jaar stilte zijn comeback maakte met de rock ‘n roller (Just Like) Starting Over en het tedere Woman, mocht dit niet lang duren: op 8 December boorde Mark Chapman in New York vier kogels door Lennons lichaam, omdat hij ervan overtuigd was via de Bijbel en The Catcher in the Rye ontdekt te hebben dat Lennon een “commerciële bedrieger” was.

 

25 jaar later is de muziek van de held der ziekenkasbrilletjes nog verrassend modern en dat is het meest overtuigende bewijs van zijn belang op de popcultuur, relevanter dan al zijn kunstzinnige uitstapjes en vredesacties. John Lennon was en is, inderdaad, Een Grote Meneer.



Nostalgie en Brocanterie
25/11/2005
🖋: 
Auteur

Sommige markten zijn meer dan een in dambordmotief geordend geheel van aftandse kraampjes. Sommige markten hebben een ziel, stralen iets uit, slingeren je heen en weer tussen heden en verleden, binnen- en buitenland. Van zodra je voet gezet hebt op zo'n markt wint je nieuwsgierigheid het al gauw van je terughoudendheid. Je voelt je ontdekkingsreiziger in eigen Stad.

Het voorbeeld par exellence van zo'n bezielde markt is de Vrijdagmarkt. Sinds god weet wanneer wordt daar elke vrijdag een markt gehouden waar je allerlei tweedehandse spullen kan kopen. Van in beslag genomen inboedels over retromeubilair tot felgekleurde fietsen waarvan de remkabels op krakkemikkige wijze met appelsienstickertjes tegen het kader bevestigd zijn: voor ieder wat wils. Een afgewassen hemdje van wijlen uwen bompa? Vergeelde boeken die nog naar de vorige eigenaar ruiken? Drie euro voor een doos badsloefen? Niet twijfelen zou ik zo zeggen. “De Vrijdagse mart sta voeral bekend voer vlo's, meubilair en roemmel natuurlijk” waagt Fons ons te vertellen. “Het durft wel al is veur te valle da mense ier unnen eige vlo terugkope. Oemda dien een week teveure gestolen is of zo. Der é ier nen tijd een serieus traffiekske aan de gang gewest. Dan ware der gaste die 's morges den tram ieveranst nor toe pakte, ne vlo pikte en dien ier tege de middag verkochte. Mor dien tijd is voerbij.”

 

Wat de Vrijdagmarkt echter tot een heuse attractie maakt, is de manier waarop de waar aan de man gebracht wordt. Net als op een veiling vormt een zogenaamde roeper de schakel tussen publiek en de te koop aangeboden brocanterie. Alvorens het bieden van start kan gaan, dreunt de anders best wel mondige brulboei van dienst volgende stelregel op verveelde wijze af: “Alles wordt verkocht in de staat waarin het verkeert, zonder reclamaties achteraf. Da betekent dus geen gezever.” De startprijs van de meeste stukken bedraagt een luttele euro en kan enkel oplopen indien meerdere geïnteresseerden hardnekkig tegen elkaar op blijven bieden. Het hoort er allemaal bij, gratis en voor niets: die verbeten blikken, het zwaaien met meerdere flappen van vijf euro, het gejammer en binnensmonds gevloek om een gemist artikel waar iemand anders lang geleden reeds voor bedankte.

 

En dan ineens gebeurt het: terwijl heel het marktgebeuren zich voor mijn ogen afspeelt, wordt ik met een gigantische kracht naar een ander tijdsvak gezogen. Het lijkt alsof den Duits elke moment kan binnenvallen en Sipke Castelein juist de Elfstedentocht gewonnen heeft. Ik ontmoet Pros De Groote, in een vorig leven nog schrik der zeven zeeën, nu echter gepensioneerd en gepassioneerd bezig met kunst. Hij vertelt mij over zijn verre reizen, dat hij in Argentinië de tango leerde dansen, in Afrika gouden beeldjes uit de grond tevoorschijn toverde, dat hij er bij was toen de Colombiaanse presidentskandidate Ingrid Betancourt ontvoerd werd door de Farcs, en dat als ik een beetje geld op zak zou hebben ik best dit – uitgestrekte wijsvinger – schilderij zou kopen. Wanneer ik mij wederom in het heden bevind, lijkt het allemaal nogal absurd. Toch geef ik hem het voordeel van de twijfel: zelfs Hugo Matthysen kan niet zo gestructureerd uit zijn nek zwammen.

 

De Vrijdagmarkt is nostalgie. Nostalgie naar een tijdperk dat je zelf niet meegemaakt heb. 't Is een soort van onbestemde weltschmerz die je plotsklaps overvalt. Met een overgrote meerderheid van zestigplussers per vierkante meter kan dat misschien ook moeilijk anders. Het is de volksheid, het tegen beter weten in vastklampen aan het traditionele dat het hem doet. Toch is niet alles altijd wat het lijkt. De vrijdagse mart blijkt in handen te zijn van twee firma's, alles wat binnen en buiten gaat wordt zorgvuldig geregistreerd, Meneer De Deurwaarder kijkt alwetend toe. Politie zorgt ervoor dat dik ingeduffelde, doch verkleumde vrouwtjes zonder leurderskaart, wiens waar in een hoekje uitgestald staat, bleek uitslaan, maar onderneemt echter niets. “Da noem kik gen criminaliteit, meneer. Dan vraag kik mij af: moete wij ons dáár echt me bezig houwe? Néje, ik zal erveur zorge da al d'otto's al rond de zevene vant plein zen. Da is mijn taak.”

 

De volgende keer dat uw fiets op onrechtmatige wijze van eigenaar verandert, twijfel dan niet, stap richting Nationalestraat en vraag daar naar de Vrijdagmarkt. Je vindt er wellicht het krel van je dromen. Maar pas op! De vrijdagse vendeurs zijn als geslepen sales managers: de kans dat je met een halve huiskamer terug huiswaarts keert is niet onbestaand...



Engagement van de student
25/11/2005
🖋: 
Auteur

Een tomaat dwarrelt potsierlijk door de lucht alvorens uit elkaar te spatten op de helm van oom agent. Toen reality-soaps de beeldbuis nog ongemoeid lieten, bleek revolteren tegen de gevestigde orde een bron te zijn van waarlijk amusement voor menig student. Met engagement als excuus kon men latente primaire driften uitleven door middel van protestacties allerhande. Al was het maar om de arm der wet het sloganeske “trek eens aan mijn vinger” toe te werpen.

Toegegeven, in de plooien der tijd zijn er enkele reële strijdpunten de revue gepasseerd die (hardhandige) revoltes rechtvaardigden. Variërende van de ver-van-uw-bedshow op het Tien An Menplein in China tot land van de verse croissant Frankrijk. Het Parijse mei ’68 bleek een schop onder de kont te zijn van een gevestigde orde die zich niet kon ontdoen van enkele vastgeroeste waanbeelden over een ideale maatschappij-indeling. Het nationale achterwerk werd pijnlijk geraakt door het pleit voor meer individuele vrijheden en collectieve rechten. Een aantal jaren na datum was de smog van het dampend jeugdig enthousiasme echter opgetrokken – die verdomde eighties – en zag men de idealistische tientonner gereduceerd tot een blitse gezinswagen met een verzuurde individualist aan het stuur. De woorden van een vermoeid ogende ancien van de sixties contrasteerden zo bij het diepblauw van zijn Armanipak. “Rotverwende kinders”, verweet hij ons.

 

Snik ende snotter want de geëngageerde jongere is dus blijkbaar van de aardbodem verdwenen, geen spuuglelijk geel Livestrong-bandje om de pols dat daar wat aan kan verhelpen. Het is dat onze mei ’68-er spoorslags het generatiepact aan de kaak diende te stellen, anders hadden we u graag opgezadeld met zijn integrale reprimande over de jeugd van tegenwoordig. Dat stelletje reactionaire tamzakken met als voornaamste slagwapen een door RSI-geteisterde Playstation-duim heeft nochtans heel wat meer in zijn mars dan louter bankhangen. Het bataljon bier slempende studentenclubtypes niet al te veel krediet gevend uiteraard.

 

Rotverwende kinders!

 

Recentelijk zagen we frauduleuze Gentse prof Fernand Vandamme uit het zadel gewipt worden na aanhoudend protest van studenten. In Antwerpen gaat het er – als vanouds – iets rustiger aan toe, hoewel rond het middaguur het geen sinecure is de Agora te betreden zonder enkele flyers tussen je boterhammetjes geplet te krijgen. Bewijsvoering in miniformaat van het feit dat men nog wel het huis uit te schoppen is, al is het maar voor een avondje studentikoze extravagantie. Kwalitatief iets steviger in de schoenen staan de diverse lezingen en debatten. Niets interessanter dan een uit de hand gelopen discussieavond waar een aantal hyperactieve sujetten het nodig achten de revolutionaire geest wat aan te zwengelen.

 

Ons echter vastpinnen op de schier oneindige (politieke) links-rechts-hanenkampen is net dat tikje te makkelijk. Daarvoor circuleren er genoeg randorganisaties rond het planetaire universitaire wezen die met een genuanceerde visie geïnteresseerde jongeren uit hun kot lokken om ze warm te maken voor maatschappelijke kwesties allerhande. Het aanbod verenigingen en organisaties is zo belachelijk divers dat je er al een uitermate vreemde voorkeur op na moeten houden om niet aan je trekken te komen (hoewel het ijveren blijft voor een vereniging ter opwaardering van de vergeten zee-otter in de Westerschelde).

 

Ook buiten het beperkende academische wereldje stroomt er geëngageerd bloed door de aderen van massa’s jongelui die hun vrije zondagnamiddag opofferen aan het entertainen van kinderen, geheel niet gehinderd door metershoge stapels schoolwerk die hun bureau bevolken. Groeperingen als Greenpeace of Oxfam (die Chileense wijn...) funderen hun werking eerder op leeftijdsgenoten dan op gedateerde geitenwollensokkenproleten.

 

Dit is geen dodelijk luie generatie die tijdens het jaar verkiest te vertoeven in de beschermende biotoop van de thuisbioscoop of haar vakanties wijdt aan het spotten van ranke Scandinavische deernes op een Zuid-Frans strand. Integendeel, de hanenkam is misschien getrimd tot een stilistisch imperfect haarstreepje à la Tom Boonen maar het engagement is er niet minder om. Meer dan om uiterlijk vertoon gaat het nu om inhoudelijke kwaliteit. En geen verbitterde ex-revolutionair die ons dat kan verwijten.



Voor u beluisterd
25/11/2005
🖋: 

The Mars Volta – Scabdates

Gehijg, babygeluiden, gekreun en een omroepersstem: dat is hoe intro Abrasions Mount the Timpani het nieuwe live-album van de progrock/salsa/jazz-crossover-bende The Mars Volta inleidt. Slechts tien maanden geleden bracht deze groep nog hun laatste epos Frances the Mute uit en nu staan ze er alweer met een liveplaat van ruim 70 minuten waarop slechts 3 nummers te vinden zijn. De 15 minuten durende opener Take the Veil Cerpin Taxt evolueerde van een hitsige polyritmische kraker op plaat tot een organisch en uitgebreid epos op het podium en is hier ook zo te horen. Wat The Mars Volta zo speciaal maakt tijdens hun concerten, zijn de ellenlange maar verrukkelijke improvisaties die de groep met de nodige spanning tussen de nummers weeft. Scabdates is hier een mooi verslag van: de mysterieuze soundscape Caviglia leidt een herwerkt Concertina in en het eindeloze Cicatriz wordt omgevormd tot een orgasmatische monsterjam van 45 minuten, met de nodige geluidseffecten, fragmenten van andere nummers en backstage-gesprekken er bovenop. Meesterbrein annex gitarist Omar A. Rodriguez-Lopez heeft al lang niets meer te bewijzen, zanger en feestbeest Cedric Bixler-Zavala spreidt een subtiele topklasse tentoon en vierarmige drummer Jon Theodore vormt samen met bassist Juan Alderete de La Pena één van de meest complexe ritmesecties uit de rockgeschiedenis. Ook toetsenist Ikey Isaiah Owens verdient met zijn opvallend ruwe klankenspel een eervolle vermelding. Of ze het nu graag horen of niet: The Mars Volta is, zeker op livegebied, de Led Zeppelin van vandaag. En dàt is een compliment.

 

Aranis – Aranis

Dit Antwerpse septet heeft hun eerste werk af waarop het met behulp van twee violen, accordeon, piano, gitaar, fluit en contrabas een bijzonder melodisch geheel vormt. De groepsleden zijn allen studenten aan het conservatorium in Antwerpen, wat zorgt voor een hoog muzikaal niveau. Alle composities zijn van de hand van ex-Troissoeur contrabassist Joris Vanvinckenroye en het zevental zit op de breuklijn tussen modern klassiek, folk en zelfs flamenco. Toch valt de als genre gekozen term ‘acoustic chamber rock' relatief ongelukkig uit aangezien het rock-gehalte hier wel bijzonder ver te zoeken is. Het enige nummer dat in de buurt van rock komt is het lange Zilezi, dat experimentele zang van gastmuzikant Edwin Vanvinckenroye bevat die met momenten echter bijna op het storende afgaat. Maar dat is dan ook het enige minpunt: de andere nummers zijn mooie, sterk opgebouwde en vooral compositorisch imposante stukken die fris en klassiek klinken. Bovendien is de klank zeer helder en de mix fijn uitgekiend. Op hun website www.aranis.be beweren de leden hun instrumenten op een ontraditionele manier te bespelen, maar of dit onmiddellijk hoorbaar is voor niet-muzikanten, blijft de grote vraag. Het virtuoze spel en de fijn uitgewerkte contrasten in hun repertoire zorgen ervoor dat Aranis een nieuwe aanwinst is voor de Belgische muziek. Indien de zeven echter nog iets gewaagder en opvallender voor de dag durven komen, zouden ze misschien sneller het doel bereiken dat ze voor ogen hebben, namelijk door een groot label de juiste promotie krijgen. Het is hen in elk geval gegund.

 

Public Enemy – New Whirl Odor

Samen met Run DMC lag Public Enemy in het begin van de jaren tachtig aan de basis van het hiphop-genre. Ze brachten zowel muzikale vernieuwing (getuige hun cross-over experiment met metallers Anthrax) als tekstuele controverse (omtrent de sociale verdrukking van zwarten); de eerste hiphop wereldtournee lag tevens in hun handen. Anno 2005 staat de “PE” van Chuck D er terug met een comebackschijf waarop drie van de vier originele leden herenigd zijn. Hoewel het titelnummer wat inspiratie mist, liegt de titel van Bring that Beat Back er niet om: de samples en achtergrondvocalen zijn perfect gedoseerd en de afwisseling tussen de drie rappers komt vlot over op de immens lekkere beat. De MKLVFKWR (featuring Moby) is catchy, goed opgebouwd en een licht funkgitaartje steelt de show. Tragere chiller Revolution is doorspekt met gortdroge percussie en een sluw orgel en het beatbox-feestje in As Long as the People Got Something to Say is uitermate gezellig. What a Fool Believes combineert metal met bluesy gospelfragmenten en Preachin' to the Quiet scratcht over een jazzy gitaar. Toch moet PE soms opletten voor eentonigheid, hoe vet hun beats ook zijn. In Superman's Black in the Building zitten een gitaar-, bas-, sax- en zelfs drumsolo, terwijl DJ Lord op sublieme wijze met het ritme goochelt. De outro van Check What You're Listening to is het sterkste maneuver van het album: als “da byatchez” hier niet wild van worden... Het old school-effect uit de tijd van hun legendarische Nation of Millions (1988) is er al lang af, maar PE is nog steeds heel wat meer dan een groepje rijmende sneltongen.



23/11/2005
🖋: 

“Praag laat niet los. Ons beiden niet. Dit moedertje heeft klauwen. Pas als we haar aan twee zijden in brand steken, in Vysehrad en Hradschin, wordt het voor ons mogelijk om ervan los te komen.” schreef Kafka – naast Gustav Meyrink misschien de beroemdste Praagse schrijver – ooit over deze stad. En hij heeft gelijk gehad: Praag laat u niet gaan. Na twee maanden in deze vreemde stad, geeft ze langzaam al haar geheimen prijs. Ze toont haar trots, haar eerlijkheid, haar schoonheid en schittering, in de donkerte van de herfst (de avond valt hier een half uur eerder). Praag lijkt wel een peperkoeken stad. Eentje om van te snoepen. Het is een stad met een geschiedenis (niet zomaar een ‘verleden'), met een bruisend heden en een uitdagende toekomst. Praag. Een majestueuze, sierlijke, eerlijke en enorm koude stad. Maar ze toont ons ook dat ze een plek is voor kreupelen, blinden, zatlappen, bedelaars, zwangere vrouwen en dikke mensen.

In de gangen van het metrostation ‘Mustek' – pal in het centrum – staat geregeld een jonge vrouw met onvolgroeide ogen. Ze zijn zo klein en verschrompeld als twee rozijnen. Ze staat er met haar witte stok en een wit bekertje in de hand. Menig voorbijganger staart haar ongegeneerd aan – ze kan het toch niet zien – of gooit enkele kronen in haar plastieken bekertje. Twee andere blinden kussen elkaar onverholen en met veel passie, terwijl hun ogen ronddraaien naar alle kanten. Hun witte stokken lijken met hen mee te dansen. Ze zien echter niet van elkaar dat ze allebei oerlelijk zijn. Voor hen misschien een voordeel, voor toeschouwers zijn ze niet meer dan een curieuze attractie.

 

Langs weerszijden van de walgelijk toeristische Karelsbrug vallen bedelaars op hun blote knieën voor je neer. Vaak met jonge hondjes aan hun zijde – om meer medelijden te wekken? Met hun kalende schedels (alle bedelaars zijn mannen, om één of andere reden) naar de hemel gericht en hun ogen gesloten trotseren ze de koude, de regen, de sneeuw, de politie en de toeristen. Wanneer een enkeling vijf kronen in hun hoedje of bekertje werpt, doen zij de moeite om zich met krakende knieën op te richten. Het licht dringt even door tot in hun doffe ogen en zij kijken u recht in het gezicht terwijl zij een luid en oprecht ‘Djekuji!' (dank u!) langs hun schorre stembanden laten vloeien. Daarna slaan zij de ogen weer neer en laten het hoofd nederig hangen.

 

Ook 's nachts zit de tram vol dronken, slapende mensen en af en toe zie je een zatlap bijna doodvriezen, al slapend onder een bankje, volgegoten met goedkope rum of slivovice. Sommigen durven ook hun plastieken lege flessen te laten vullen met vers getapt bier, in een goedkope pivnice. De kloof tussen de toeristenkudde en de vierde wereld is hier maar al te markant aanwezig. Elke eerlijke toerist zou in zijn weekendje een moment moeten inlassen om naar de buitenwijken te trekken, om daar het verleden te zien: het turbulente verleden, belichaamd door grote communistenblokken. Het eigenaardige aan Praag is dat de recentste geschiedenis nog niet echt voltooid verleden tijd is. Je kan als het ware de geur van verbrand studentenvlees nog ruiken (In memoriam Jan Palach), de sporen van de tanks nog zien in de huidige kapitalistische winkelstraten en de ingetogenheid van de mensen voelen. Ga maar eens na hoeveel Tsjechen er in het openbare leven openlijk een lach tonen...

 

Waar Kafka zich een vogel voelde, op zoek naar een kooi, daar voelden de Tsjechen zich – tot voor kort – het vogeltje, gevangen ín de kooi. Gevangen in een grote, zwarte en zogenaamd verlossende kooi. De vogeltjes werden bevrijd op zeventien november 1989, met de Fluwelen Revolutie. Maar ze zijn niet gaan vliegen, sindsdien is rood de modekleur nog niet geweest (sokken in sandalen wél) en blijft de kilte van de Koude Oorlog nog hangen. Praag blijft een beetje een bevrijdende gevangenis: ze heeft een januskop, steeds kijkend naar het voorbije, dat haar achtervolgt en met haar meeloopt, en ondertussen vooruitkijkend, verder hollend naar de toekomst, naar de Europese Unie. Praag is een moedertje met klauwen, ze laat ons niet los. De enige die er al eeuwen rustig onder blijft is de Moldau, die gezapig verder stroomt, alsof er nooit iets aan de hand is geweest.



De bioscoop als slagveld
22/11/2005
🖋: 

Uw dienaar begaf zich enkele weken geleden naar een anoniem cinemacomplex, om daar het kaf van het koren te scheiden voor de dwarsdiscipelen. Zoals velen onder jullie wel zullen weten, bestaat er in de bioscoopzaal een onuitgesproken etiquette. Ondergetekende verblijft ettelijke dagen per week in de comfortabele zetels van de gemiddelde zaal en hecht dan ook erg aan die onuitgesproken afspraken.

Ze moeten het leven van de bioscoopganger iets makkelijker maken. Jammer genoeg is deze boodschap nog niet doorgedrongen tot het bulk van de massa. Voor de niet-ingewijden onder u: wij, cinefielen, eisen dat het geritsel van chipszakjes, het geslurp van Cola-bekers en het geknars van popcorn een bepaald volume niet overschrijdt. Hoeveel er toegelaten is voor u in de clinch gaat met uw luidruchtige, dan wel freaky buur, hangt af van de religieuze overtuiging van beiden.

 

Net als in het echte leven zijn er ook in de bioscoopzaal mensen die het absolute recht op vrijheid van meningsuiting willen behouden, zij delen hun mening dan ook ongegeneerd met de rest van het kijkvee. Aan de andere kant van het spectrum zijn er de fundi's die een stilte eisen waar zelfs de gemiddelde dove ongemakkelijk van wordt. Het leven is een strijd, in alle hoeken en gaten van het bestaan, en de bioscoop is een strijdperk. Sommigen durven vechten voor hun overtuiging en sissen luid naar de fluisterende of giechelende medemens. Met als reactie af en toe een extra luidruchtig 'WAT EEN KUTFILM!' That's life. Andere mensen trekken het zich niet aan, zij leven dan ook het langst.

 

De wereld is een optelsom van verschillende meningen en overtuigingen. Maar één ding kunnen we niet over ons heen laten gaan: dat luidruchtige mannen al na 5 minuten tegen elkaar beginnen zeiken over de geneugten des levens en het ongegeneerd over hun (als we hen mogen geloven, succesvolle) liefdesleven hebben op een volume waar zelfs een bronstige olifant het schaamrood van op de wangen zou krijgen. Ons rechtvaardigheidsgevoel wordt dan met voeten getreden. Resultaat: een kleine schermutseling in de wandelgangen.

 

Dus, lieve mensen, gelieve uw dagelijkse beslommeringen achter te laten aan de kassa. Kom naar de film om jezelf te verliezen in het verhaal. Ga op in de wendingen die de regisseur voor ons heeft uitgewerkt. Maar onthoud steeds: het kan uw buurman of -vrouw niet schelen hoeveel mensen u gisteren op de TD hebt binnengedaan, en al zeker niet hoe het was. Daar is onze maag niet op voorbereid. Nog minder willen wij weten welke kleur uw stoelgang had na het eten van dat vettige eten bij de Indiër eergisteren. En als er één ding is waar wij echt niet goed van worden, dan is het wel een koppel geilaards dat besloten heeft de plaatselijke bioscoop tot roze buurt om te toveren. U moet u eens proberen te concentreren op pakweg ‘'Charlie and the Chocolate Factory' als achterin de bioscoop de plaatselijke Johnny zijn Charlie in de chocoladefabriek van zijn vriendin probeert te manoeuvreren.

 

Iets te duidelijk voorgesteld? Dat dachten wij toen ook... Valt het op dat uw dienaar onlangs met een extreem voorbeeld van deze aberratie werd geconfronteerd? Persoonlijke frustraties zijn een goede bron voor columns, vraag het eens aan al wie ooit een pen heeft vastgenomen. We kunnen u dan ook honderduit onderhouden over alle ontboezemingen die ons (ongeweten) werden gedaan tijdens de nieuwste films. Ter wille van de privacy van de betrokken personen laten we dat. Bovendien: als de bioscoop de nieuwe biechtstoel is, zijn wij dan ook gebonden aan de zwijgplicht?



Kasper; student, drinkebroer, held
20/11/2005
🖋: 
Auteur

Er was een vaag, onbestemd gevoel dat als een schaduw net buiten zijn bewustzijn zweefde en twee stemmen die zo luid in zijn hoofd schreeuwden dat elke mogelijkheid tot denken op z’n minst beperkt had moeten zijn. Maar het deed hem allemaal niet veel. Het geheel was zodanig absurd, van de pot gerukt, dat het enige waar hij aan kon denken een liedje was, het nummer waar het in zekere zin allemaal mee was begonnnen. Een van de deuren vanachter in de aula werd door een kleine, doelmatige explosie weggeblazen en iemand gilde, maar hij hoorde enkel dat nummer, even duidelijk als toen; clowns to the left of me, jokers to the right / here I am, stuck in the middle with you. Onwillekeurig zochten zijn ogen haar gezicht. Een sprankeltje van verbazing gleed door hem heen en was toen verdwenen. Het krullende, haast witte haar dat altijd met veel zorg om haar hoofd lag, had elke samenhang verloren en haar anders guitige mond was verwrongen door angst en afgrijzen; er zat bloed op haar truitje en haar gezicht. Zij had gegild. Hij wou een zakdoek uit zijn achterzak pakken om het bloed af te vegen, maar zijn hand raakte de kolf van een pistool dat onder zijn jas zat. Plots drong een van de stemmen in zijn hoofd tot hem door en trad het gevoel uit de schaduw naar voor.
“Sta daar niet gewoon, doe iets, rund!” Hij voelde doodsangst.

 

Maar Kasper had momenteel lak aan emoties en gevoelens. Hij greep de kolf vast en trok het pistool uit zijn broek terwijl hij Sam onder het bureau duwde waar ze achter stonden. Het geluid van rennende voetstappen werd hoorbaar, maar Kasper moest niet kijken om te weten wat hij zou zien. Belangrijker dan de binnenstormende privé-militie vond hij haar blik, die sprak van een zeker angstig vertrouwen en zocht naar de ridder op het witte paard; als een konijn dat hoop stelt in de lichtbak. Of was zij juist de lichtbak? Hij checkte het magazijn van zijn pistool. ’Mijn pistool.’ De gedachte was wrang. ’De gekken hebben het gekkenhuis overgenomen.’ Hij staarde even naar het Glock-logo op de kolf en schoof het magazijn terug met een droge klik. ’Veertien, en één in de kamer. Niet dat het zoveel uitmaakt.’ Hij merkte dat haar rok tot boven haar knieën was gekropen en zijn blik werd naar beneden getrokken, maar hij schudde het weg. Nu niet. De stemmen in zijn hoofd kwamen terug in focus.

 

“Alsof iets hem, en óns, nog kan redden!”

 

“Ik heb het volste vertrouwen in die jongen.”

 

“Bah, wedden dat we terug naar de Vergetelheid mogen.”

 

“Goed, het heeft nu lang genoeg geduurd, kinderen.” De stemmen vielen stil. Kasper huiverde bij de zoete stem, honing in het wespennest. Hij kon zich voorstellen hoe ze daar stond, in de middengang van de aula met de soldaten in een halve cirkel rond haar, de witte bloemetjesjurk die haar op een groot kind deed lijken en de naar boven gerichtte revolver, haar elleboog op haar heup, die dat tegensprak. “Als wat wij kwijt zijn nu terugkomt, zullen we nadenken wat we met jullie zullen aanvangen. Anders...” De dreigende stilte die ze liet volgen werd versterkt door het geluid van een haan die overgehaald werd. Kasper kon de halfautomatische machinepistolen die op hen gericht waren haast voelen doorheen het bureau dat plots geen echte bescherming meer leek te bieden. Hij keek naar Sam die haar hoofd schudde met smekend grote ogen en slaagde er nog net in om zijn zucht te onderdrukken en een vastberaden gezicht te tonen.

 

“Vertrouw me.” fluisterde hij en stak zijn hand uit met de palm naar boven. Ze knikte wezenloos en gaf de USB-stick die ze onder haar kleren had gedragen aan hem. Voor hij zelfs maar zijn hand had kunnen sluiten boog ze zich naar hem toe en kuste zijn lippen.

 

“Dat doe ik.” zei ze hees.

 

Met een kleine vingerbeweging zette hij de veiligheid van zijn Glock af. Dit had hij niet verwacht, toen hij haar voor het eerst zag.



TD en dans: straffe koffie...
19/11/2005
🖋: 

Met zijn poep schudden kan iedereen. Daar zorgde de zevende editie van de Nacht van de Student wel voor. In Antwerpens blitste clubs kon je je zwoele zwaaitechnieken uitproberen en verbeteren. Mijn vrouwelijk achterwerk echter bleef roerloos doch tevreden zitten op een veilige barkruk, ver weg van die springende massa zweetklieren. Een studente die niet graag danst, je trekt je wenkbrauwen op? Dan zijn mijn spitse wenkbrauwbogen je toch lekker voor. Met een kritisch oog sta ik, in het belang van al zijn onkundige beoefenaars, even stil bij de dans. Maar dat doe ik anders ook. Laat je blik rustig over deze bekentenis dwarrelen, huppelen maar niet swingen.

Als oma haar stoffige puzzeldozen bovenhaalt, ontglipt ons wel eens een geniepige grinnik. Bulderen kunnen we met de dans, want achter deze hobby gaan nog veel oudere wortels schuil. Zelfs ontelbare jaren geleden al voelden heupen de drang om ritmisch te wiegen. Wandtekeningen in duistere grotten laten ons prille danstaferelen zien. Dat de Middeleeuwers wervelende ledematen hadden, blijkt uit dansverboden van kerkelijke en burgerlijke overheden. De naam Louis Pécourt doet bij velen vast een dolle vreugdedans opborrelen, want deze Fransman zette in 1670 de eerste choreografie op papier. Wist je dat deze schijnbaar hippe hobby zelfs voorkomt in bestiale sferen? Ook apen, olifanten en vogels shaken er bij tijd en wijle lustig op los. Om die oeroude oorsprong te verbergen, stopten liefhebbers het dansgebeuren in een nieuw kleedje. De hele waaier van genres doen onze moderne oren inderdaad flapperen: street dance, hiphop, funky moves, jazz... Verder werd de banale naam ‘fuif’ vervangen door de ‘TD’, voluit Thé Dansant. Zelfs puzzelende oma zal beseffen dat deze afkorting het hele zootje aardig verbloemt en zal haar verlepte lippen in een ondeugende lach plooien. Of heeft u misschien ooit een kopje thee besteld aan de toog van een disco?

 

Menig hand met een voor mij bestemde flyer bleef al hulpeloos hangen in de Agoriaanse lucht. Mijn oprechte excuses dat ik je handpalm niet bevrijdde van die felgekleurde lokazen. Vanaf heden zullen uitdelende clubleden mij en mijn lotgenoten hopelijk niet meer de D-blok inbliksemen maar, zoals het wijze studenten betaamt, rekening houden met onze afwijking. Dit deed ook de Wetenschap, toen zij onze hoekige manier van dansen kruidde met een epitheton: het ‘kaduke’ dansen. Gelukkig heeft dit gebrek ook aangename kantjes. Als geen ander weten sommige kaduken hun spasmen te verheffen tot ware kunstvorm en ontpoppen zich algauw tot krak in het goed slecht dansen. Luchtgitaren doen dienst als onmisbaar stokpaardje en ook het luidkeelse meekraaien van deuntjes verbergt hun klunzige bewegingen.

 

En alsof het nog niet genoeg is, blijven we in de positieve roes hangen. Recent onderzoek wijst uit dat dansen dementie tegengaat. Tijdens het dansen wordt onze aandacht allerlei richtingen uitgestuwd: we moeten letten op onze passen, onze danspartner en de muziek. Zien dat je vinnige arm niet in een bierbuik terechtkomt kan meestal ook geen kwaad. Hierdoor draaien onze hersenen op volle toeren. Schrik je dus geen hoedje als, na de bekendmaking van deze remedie, je hiphop-club plots zwiepende grijze kruinen telt. Een beetje gek misschien, maar hoe zou je zelf zijn? Lachwekkend zijn díe hoppers pas, die zich met pikante topjes en blote navels verlagen tot mannelijk genotsobject en het feminisme uit hun wilde haren schudden. Maar dat doet ons vrouwelijk lezerspubliek wellicht zelden of nooit.

 

Lieve lezer en/of discobeest, wil je iemand ten dans vragen, kijk dan eerst of je prooi kadukig is of niet. Een echte kadukeling laat je beter met rust. Doe je dat niet, dan kan je lelijk op de tenen getrapt worden. Blijkt je partner geen gebrek te vertonen, dans dan samen de sterren van de hemel, dompel je onder in de romantische TD-sfeer en snuif elkaars zweterige lijfgeur op...