Op Erasmus in Malta
20/03/2006
🖋: 
Auteur

Dat men de doorsnee Amerikaan niet kan verdenken van een dosis gezond verstand is bij zijn Europese tegenhanger algemeen aanvaard. Zo ook zijn intrinsieke drang alles te veramerikaniseren en dus ronduit verbaasd te reageren wanneer hij om vier uur ’s nachts, op een doordeweekse dag, geen extra alcohol kan kopen. “What a stupid country, is België ook zo achterlijk?” vroeg de persoon in kwestie, nadat hij de lege alcoholfles bekeek en inzag dat er geen nieuwe meer gekocht kon worden. Uitleggen dat België ook achterlijk is, maar dan eerder omwille van haar schaduwperikelen in terroristische tijden, zou mij gezien het alcoholverbruik in combinatie met het bedroevende Amerikaans opleidingsniveau te ver hebben geleid.

In alle maatschappijen zijn er gelukkig ook niet-doorsnee creaturen. Ik heb de eer gehad met één van deze personen een maand in Malta te mogen doorbrengen. Een lofdicht.

 

“And why have you chosen Malta?” Deze vraag was ondertussen al zo routineus geworden dat er nog amper naar een antwoord geluisterd werd. Mike, die een paar dagen later dan de rest was aangekomen, vormde hierop een uitzondering: “Sorry, can't tell you”. Iedereen werd plots wél geïnteresseerd. “Waarom niet, komaan, zeg op, nu niet flauw doen, ...” Mike bleef onverzettelijk: “Can't tell you, that's personal”. Dat moet je natuurlijk niet zeggen tegen internationale studenten die 7 dagen op 7 samen doorbrengen en niets liever doen dan het speculeren over onuitgesproken situaties. De volgende dagen was dit item dan ook bijzonder hot. We verzonnen redenen dat het een lieve lust was: Hij had iemand zwanger gemaakt, drugs en drank gestolen, ... De populairste verklaring bleek: Hij had iemand neergestoken en heeft moeten vluchten voor het gerecht. Zeker nadat ik hem op een onbewaakt moment licht agressief meerdere messen in een telefoonboek had zien steken en ik dit apetrots aan mijn vriendjes was gaan vertellen. Achteraf gezien had ik beter moeten weten.

 

Mike was een speciaal geval. Hij was nog maar 18 en studeerde niet in Malta, maar was er voor onduidelijke redenen. Hij dronk geen alcohol omdat hij schrik had zot en zat te worden van één druppel en geloofde als geen ander in de bijbel en aanverwanten. Seks voor het huwelijk was voor hem uitgesloten. Het overgrote deel van zijn tijd sliep hij en pas de dag voor zijn vertrek vroeg hij me wat ik eigenlijk studeerde. Het was ook diezelfde avond dat het grote mysterie rond deze jongen me duidelijk is geworden.

 

Ik had de keuze tussen piraat worden, me aansluiten bij een katholiek klooster of naar Malta komen.

 

Zoals gewoonlijk wilde hij weer rond 21u gaan slapen: “Good night guys, I'm gonna sleep, I must wake up early tomorrow”. Dit maal pruttelden we tegen, geen sprake van dat hij zou vertrekken zonder te vertellen waarom hij hier was. Alle middelen werden bovengehaald: “Je vertrekt en wij hebben je een maand eten, drank en gezelschap gegeven, dan kun je het ons toch vertellen, we zullen het trouwens tegen niemand zeggen.” Bij zoveel verbaal geweld ging Mike overstag: “Ok, but promise me, you won't laugh.” Natuurlijk gingen we niet lachen, wat een vreemde opmerking. “Ik ben hier omdat ik piraat wil worden.” Mijn belofte in gedachte probeerde ik mijn lachspieren onder controle te houden. “Ik had de keuze tussen piraat worden, me aansluiten bij een katholiek klooster of naar Malta komen. Ik ben protestant, dus een katholieke monnik kon ik niet worden en het seizoen was niet juist om mij aan de piraterij te wagen. Malta bleef dus over, maar vanaf de lente trek ik naar het Westen en verzamel ik mijn crew en aargh, steal a ship, I shall.” Ik wist niet wat te doen of waar te kijken, maar lang kon ik dit niet meer uithouden. “Mike, als je piraat wilt worden, moet je waarschijnlijk wel liters rum laten vloeien, meerdere vrouwen schaamteloos verkrachten en afzetpraktijken onder de betere knie hebben”, merkte een andere Amerikaan nuchter op. “No problem, I can handle that, I'm a bad dude.” De jongen die 20 pond had betaald voor een ritje Paceville – Leja (normale prijs 1,5 pond) beschouwde zich als een harde jongen. Waarschijnlijk was dit de druppel, maar ik heb nog nooit zo hard gelachen. De tranen rolden letterlijk over mijn wangen en na een kwartier dacht ik werkelijk dat ik het niet zou overleven.

 

Mike is de volgende dag vertrokken, nadat ik hem nog een middagmaal met drank heb betaald. Of zijn verhaal waar is of niet, weet ik niet. Dat hij door zijn mysterieus gedoe en dito antwoorden mij veel geld aan voeding en drank heeft gekost, weet ik wel. Hij wordt misschien nooit piraat, maar manipuleren kon hij als de beste. Aargh, stupid Belgian, I say.



Acco onder vuur
19/03/2006
🖋: 
Auteur

Hoezeer het rotding ook veracht wordt, zonder cursus staat een student nergens. Collectieve cursusverbranding lijkt soelaas te bieden bij vermindering van de studielast. Vergeet echter niet dat die honderden pagina's miserie wel redding kunnen brengen.

Het is immers een stuk handiger om je leerstof samengebundeld terug te zien dan heelder brokken hoogdravende retoriek tijdens een college over te pennen. Inzicht en achtergrond worden, in boekvorm, op een dienblaadje geserveerd. Nee, het belang van een cursus valt amper te ontkennen.

 

Het is dan ook verdomd lastig het zonder te moeten rooien. De arme schapen van de faculteit Taal- en Letterkunde beseften dit maar al te goed toen ze boekhandel annex uitgeverij annex drukkerij Acco bij de kraag vatten. Weinig tevreden over de werking van de boekhandel werden enkele problemen aan de kaak gesteld. Acco nam zijn verantwoordelijkheid tegenover de faculteit en diende ook dwars van een snedige respons.

 

Dat een cursus van primordiaal belang is voor een succesvolle academische carrière staat buiten kijf. Om tegenover Acco toch enigszins beslagen op het ijs te komen lichtte professor Gerits ons eerst toe hoe een cursus eigenlijk tot stand komt. Als docent van taalvakken allerhande heeft hij een grote affiniteit ontwikkeld met cursussen en alle begeleidende rimram. Hij schetst het verleden, heden en toekomst van het concept ‘cursus', wijdt uit over hoe ze samengesteld moeten worden en gooit er nog een aantal vaktermen bovenop. Los van de problemen met Acco kan hij dus, geheel gespeend van enig vooroordeel, inzicht bieden in de boeiende wereld van de cursus. Hoewel voor alle duidelijkheid:

 

Bent u Acco-aandeelhouder?

Gerits Ik denk het wel...

 

U denkt het?

Gerits Ik heb er geen bewijs meer van. Ik heb ooit als student in Leuven, eind van de jaren '60, wel een aandeel gekocht. Tot een paar jaar geleden had ik zo'n gouden kaart waarmee ik extra korting kreeg omdat ik vroeger al eens grote bestellingen plaatste. Toen werd mijn portefeuille echter gestolen en was mijn kaart dus ook verdwenen.

 

Opmerkelijk is dat u uw cursussen zowel bij Acco als Universitas publiceert.

Gerits Puur toeval, ik ben bij Acco terecht gekomen nadat de cursusdienst van de toenmalige UFSIA besloot er mee op te houden. Ik kende wat mensen die toen voor Acco werkten en zij waren bereid mijn cursussen verder uit te geven. Zo was de beschikbaarheid van de syllabus gegarandeerd. Recentere cursussen bij Acco zijn louter daar omdat zij een digitale kopie van de originele uitgave hebben waardoor ik zonder al te veel moeite het een en ander kan aanpassen. Het gaat hier eigenlijk puur om praktische overwegingen. Nieuwe cursussen geef ik liever bij de cursusdienst uit omdat het me heel wat over-en-weer gependel naar Leuven bespaart. Weet u, Acco was veertig jaar geleden wel een mooi initiatief waar cursussen werden gedrukt en voor democratische prijzen verkocht.

 

Een tegenbeweging voor de ronduit schandalige aanpak van sommige professoren. Schandalige aanpak?

Gerits De verantwoordelijkheid een cursus ter beschikking te stellen lag toen volledig bij degene die doceerde. Koos hij ervoor niets uit te geven, dan was er ook niets. Sommige professoren hadden wel cursussen en konden zo, door een schrijnend gebrek aan alternatief, zelf de prijs bepalen. Niet direct wat je een gezonde situatie noemt, lijkt me. Als studenten namen we het heft wel eens in eigen handen en stelden er zelf een samen.

 

En daar was de docent niet erg mee opgezet.

Gerits Soms werd de cursus wel aan een professor voorgelegd en dan gebeurde het dat hij werd geautoriseerd, en zo promoveerde tot de officiële cursus. Toch een blijk van appreciatie lijkt me. Ooit hielp ik eens een cursus samenstellen maar heb ik er een datum fout ingeplaatst. Niet dat andere studenten het me kwalijk namen maar de desbetreffende prof heeft er tijdens de examens toch maar handig gebruik van kunnen maken om enkele blokbeesten te strikken die niet verder kwamen dan hun cursus af te rammelen.

 

Nu stelt u zelf uw cursussen samen. Hoe gaat dat in zijn werk?

Gerits Eerst ga je druk aan de slag door zoveel mogelijk materiaal te lezen over het te doceren vakgebied. Hier kruipt al heel wat tijd in. Je toetst de verschillende teksten naar kwaliteit maar ook naar actualiteitsgehalte. Je moet de nieuwste ontwikkelingen zien mee te nemen. Natuurlijk zijn die weer gebaseerd op de theorie, een fundament dat door de jaren heen veelal ongewijzigd blijft. De voorbije zomervakantie spendeerde ik zo aan lezen en selecteren toch ettelijke uren per dag. Als je cursus eenmaal is samengesteld en uitgeschreven dien je hem in bij een uitgeverij naar keuze. Je vraagt ze de teksten wat te fatsoeneren en te lay-outen, zelf heb ik daar niet zoveel kaas van gegeten. En daar houdt het zo'n beetje op.

 

Een van de grote moeilijkheden bij het samenstellen lijkt me in te schatten waar de lat moet liggen voor de gemiddelde student.

Gerits Je moet er van uitgaan dat studenten niet altijd met alles mee zijn. Ik geef nu les in zowel Taal- en Letterkunde als Rechten. Ik merk dat de kennis van bijvoorbeeld klassieke literatuur er aanzienlijk op achteruit gaat. Ook de parate kennis van het Latijn is niet meer wat het geweest is. Dan moet je een aantal dingen wel nader toelichten. Een zorgwekkende ontwikkeling is ook de toename van studenten die het Nederlands niet beheersen als moedertaal. Dat deze mensen beschikken over de nodige intellectuele kwaliteiten, daar bestaat geen twijfel over. Maar ga hen maar eens uitleggen wat een gallicisme nu juist is. Dergelijke dingen moet je dus ook incalculeren, zonder dat het ten koste gaat van de andere studenten.

 

Latijn doet het natuurlijk niet zo goed in cyberspace.

Gerits Je ziet het hele studielandschap meer en meer verschuiven naar het internet. Blackboard is een centrale plaats aan het innemen in het leven van de student. Er zal veel meer zelf geprint moeten worden. Of dit een goede evolutie is weet ik niet, het lijkt me alleszins niet goedkoper. Een dergelijk systeem is natuurlijk wel handig in een faculteit als PSW. Daar moet je constant op de actualiteit kunnen inspelen. Als men daar nu bijvoorbeeld een basishandboek ter beschikking stelt en dat aanvult met on-line documenten waarmee er op de actualiteit kan worden ingespeeld, dan is het natuurlijk wel een mooie evolutie. Er is natuurlijk nog het systeem van printing-on-demand.

 

Printing-on-demand?

Gerits Belangrijke boeken van diverse auteurs worden in een on-line database verzameld en je kan de tekst die je nodig hebt gewoon daar bestellen. Er worden geen massareeksen boeken meer gedrukt met een oplage van enkele duizenden stuks – waarvan uiteindelijk toch een deel in de uitverkoop belandt – maar enkel je eigen exemplaar rolt uit de persen. Dergelijke evoluties dankzij het internet lijken erg handig maar betekenen natuurlijk ook een gevaar, er is altijd kans op overkill. Er is geen kost verbonden aan iets on-line publiceren. Daardoor komt er veel te veel irrelevante informatie ter beschikking van de student. Ook professoren gaan er bij hun selectie aan informatie niet altijd even oordeelkundig mee om waardoor de student toch een beetje verweesd achter blijft. Misschien wordt de werkbelasting voor de student wel te groot. Maar het is aan hen daar iets aan te veranderen.

 

Acco spreekt

Studenten aller landen, verzamel u en zet een opstand in gang. Niet de cursus maar het internet is de grote boosdoener. Met dat in het achterhoofd werd de confrontatie aangegaan met een delegatie Acco-afgevaardigden. Zelden mensen ontmoet die zo gepassioneerd zijn door meters cursussen.

 

Toegegeven, Rob Berrevoets en Bart De Prins zijn als respectievelijk directeur-uitgever en uitgever wel erg thuis in de business. Door in loondienst te staan van één van 's lands grootste uitgeverijen vormen beide heren de ideale gesprekpartners om het cursuslandschap eens wat grondiger te verkennen.

 

Na het academische wereldje bij monde van professor Gerits, de bedrijfswereld dus. Hoewel het onderscheid tussen die twee misschien toch niet zo groot is als algemeen aangenomen.

Berrevoets Acco werd opgericht door enkele Leuvense studenten, halverwege jaren '50. De studiekost was toen torenhoog dus deden ze er alles aan om deze te drukken. Naast studentenrestaurants en -homes zag ook een cursusdienst het levenslicht. Opgericht als coöperatieve vereniging zocht Acco vooral aansluiting bij een ruime basis studerende zielen die voor een meer dan redelijke prijs een aandeel konden aanschaffen om zo de werking te financieren. Het basisprincipe dat toentertijd gehanteerd werd – een goede prijs/kwaliteitsverhouding –, blijven we tot op de dag van vandaag hoog in het vaandel voeren.

 

Een bedrijf dat niet louter in termen van (economische) winst redeneert. Indrukwekkend.

Berrevoets Momenteel varen we nog steeds onder de vlag van coöperatief vennootschap. Om dat even bondig toe te lichten: winst gaat niet naar een eigenaar maar vloeit terug naar de onderneming zelf. Wanneer we kiezen te investeren in bijvoorbeeld nieuwe technologische toepassingen kunnen we van die meeropbrengst gebruik maken. Daarnaast is er nog steeds onze Raad van Bestuur die de dagelijkse leiding ervan behoedt onoordeelkundige keuzes te maken naar de studentenpopulatie toe. Versterkt in hun rangen door vijf studenten slagen zij daar uitstekend in.

 

Zijn die vijf studenten dan geen 'excuus-Truzen' waarmee het management beleidsbeslissingen kan rechtvaardigen zonder ze echt invloed te laten uitoefenen?

Berrevoets Het is voor hen uiteraard moeilijk om een evenwicht te zoeken: enerzijds moeten ze de bedrijfsbelangen verdedigen maar anderzijds dienen ze ook hun achterban (de studenten) in het achterhoofd houden. Als de Raad Van Bestuur zich teveel verliest in de cijfertjes en groeimarges dan is het aan de studenten om gepast te reageren. Wanneer bijvoorbeeld de korting wordt bepaald die aandeelhouders genieten, is dit een belangrijk punt van inspraak voor de studentenvertegenwoordigers.

 

Acco is actief in Antwerpen maar toch kan de stad zich niet beroepen op vertegenwoordigers in de Raad van Bestuur.

Berrevoets Wij staan zeker niet weigerachtig tegenover iemand die de Antwerpse studentenpopulatie vertegenwoordigt. Het initiatief moet echter uitgaan van de overkoepelende studentenvereniging.

 

Nochtans was er heel wat ophef toen Acco de failliete boekhandel Fonteyn-Wouters overnam. De studenten zouden niet geïnformeerd zijn.

Berrevoets Als wij aan onze Raad van Bestuur vragen de onderhandelingen rond de overname stil te houden uit bedrijfseconomische overwegingen dan moet de zetelende student beseffen dat op zo'n moment de achterban even in het ongewisse moet blijven. Anders zouden we wel een persbericht uitgeven.

 

Is dat niet een beetje misbruik maken van het gebrek aan mondigheid van de hedendaagse student?

Berrevoets Onze bedrijfsvoering is geïnspireerd op het solidariteitsprincipe. Weet je wat dat is?

 

Het klinkt in elk geval tamelijk communistisch...

Berrevoets Om even te schetsen: het solidariteitsprincipe stelt dat een student die uit een kleine richting komt, denk aan sinologie, even veel moet betalen voor zijn cursussen als iemand uit rechten. Puur economisch gezien is de opbrengst van tien cursussen sinologie echter een stuk lager dan vijfhonderd cursussen strafrecht. De lagere opbrengsten van de een proberen we zo te compenseren met de hogere opbrengsten van de ander. Een dergelijk systeem heeft Acco trouwens altijd al gehanteerd. Medio jaren '60 kwamen kinderen uit de minder gegoede klassen steevast in ‘kleinere' richtingen terecht terwijl de rijkeluiszoontjes eerder op de grote faculteiten zaten.

De Prins Dit is momenteel ook nog een van de grote problemen. In principe zou de bladprijs voor rechten lager moeten zijn maar toch kiezen wij voor het compromis. Je zal zien dat de doorsnee student er dan sowieso beter uitkomt.

 

Het is waarlijk ontroerend te weten dat Acco in de erg concurrentiële boekenwereld toch nog een dergelijk principe toepast.

Berrevoets Wij zijn allemaal zowel collega's als concurrenten. Het zou dus tamelijk onbescheiden zijn te stellen dat wij de besten zijn. Stiekem is het natuurlijk wel zo hoor.

De Prins Universitas of De Groene Waterman hebben naast hun cursussen ook nog andere activiteiten terwijl Acco haar inkomsten toch vooral uit de verkoop van cursussen en handboeken put. Onze uiterst stevige verankering met de academische wereld snijdt aan twee kanten: zij zijn afhankelijk van ons maar wij ook van hen. Daar vind je onze bestaansreden. Naast onze service naar studenten toe kunnen wij ook de professoren een uitstekend pakket aanbieden, het gebruik van digitale kopies wordt enorm geapprecieerd.

 

Houdt zo'n professor eigenlijk nog een centje over aan het schrijven van een cursus?

Berrevoets Als je de tijd die hij erin steekt in rekening brengt, dan blijkt dat hij zich beter nuttig kan gaan maken en zijn kelder verven in plaats van cursussen te schrijven. Ze schrijven geen nieuwe Dan Brown (nvda: schrijver die een aardig fortuin heeft verdiend met De Da Vinci Code). Er is voor tien procent royalty's voorzien maar veel profs laten die opbrengsten doorstorten op een gemeenschappelijke rekening van de universiteit waarmee dan bijvoorbeeld didactisch materiaal aangeschaft wordt.

De Prins Ik concretiseer even, een cursus kost tien euro en 200 studenten dienen die aan te schaffen. Reken maar uit, dat levert hem uiteindelijk 200 euro op. Als hij er voor kiest dat bedrag zelf te houden dan gaat er nog eens de helft belasting af. Er schiet dus niet al te veel meer over. Je moet het uiteindelijk maar als een min of meer symbolisch bedrag beschouwen. Ook maar normaal dat een professor iets toegestoken krijgt gezien de inspanning die het kost.

 

Even recapituleren. Op 29 januari werd een vergadering belegd tussen de vertegenwoordigers van de faculteit Taal- en Letterkunde. Zij formuleerden enkele concrete eisen gestoeld op veelvuldige klachten van studenten. Het duurde simpelweg te lang voor diverse Acco-cursussen in de boekhandel verschenen en de prijs van sommige cursussen swingde de pan uit. Dat zijn ernstige aantijgingen tegen een bedrijf dat zich beroept op het solidariteitsprincipe en het sociale met economische tracht te verzoenen.

 

Er zijn problemen gesignaleerd met de beschikbaarheid van verschillende cursussen.

Berrevoets Het is moeilijk in te schatten hoeveel cursussen er beschikbaar moeten zijn aan het begin van het jaar, zeker door de hervorming van KaLi naar BaMa. Studenten hebben nu de kans een bevreemdend vakkenpakket samen te stellen waar bijvoorbeeld zowel Oudgrieks als Duits in vervat zit. Ga daar maar eens op inspelen. Door een verbeterde communicatie met de administratie hopen we dit probleem, voor zover mogelijk, toch op te kunnen lossen.

De Prins Dan spreken we alleen nog maar over de cursussen, bij handboeken kan het veel complexer liggen. Voor een Amerikaanse uitgever ben je maar een kleine garnaal op wereldniveau. België is qua afzetmarkt op zijn zachtst gezegd niet onmetelijk groot. Dat maakt dat het lang kan duren vooraleer bijbestellingen hier geraken.

 

Een ander punt van kritiek zijn dure en schommelende prijzen.

Berrevoets Wij staan altijd open voor kritiek van studenten. Volgend academiejaar gaan we proberen dat bladprijs nog wat omlaag te krijgen. Voor handboeken ligt het echter niet zo eenvoudig. Daar is het volledig afhankelijk van de prijs die de uitgever vraagt en de korting die hij toestaat.

De Prins Het is niet moeilijk ons het verwijt te maken dat we te dure prijzen hanteren. Loop een aantal willekeurige boekhandels binnen en je zal er altijd wel een vinden waar de prijs voor een bepaald boek vijf of tien eurocentjes lager ligt. Goedkoop is echt een relatief begrip. Bij ons krijg je er nog context en visie bovenop.

Berrevoets De evolutie in de grafische sector gebeurt in sneltreintempo, van loodzetterij tot een tijdperk waarin alles digitaal gebeurt, we moeten als bedrijf daarin meegaan. (mijmert weg) Toen ik student was werd je tenminste verondersteld alles te noteren. Toen kon je een kopie van je nota's nemen door een calqueerpapier onder je blad te leggen. Eén groot voordeel was dat de stof minder groot was doordat we alles enkel maar konden noteren.

 

Elk examen meters cursussen moeten blokken is dus de schuld van de uitgeversbranche?

Berrevoets De grafische sector is misschien sneller geëvolueerd dan het leervermogen van de gemiddelde student. Ik denk dat je de uitvinder van de computer trouwens ook het een en ander kwalijk mag nemen. Hoewel Acco zich dus niet op alle fronten vrij kan pleiten, wordt er wel verandering beloofd waar nodig. Dan rest er enkel nog de conclusie dat feitelijk het mythische internet – redder van vele papers en andere taken – de belangrijkste dader is van een vermeerderde studielast. Laat die collectieve cursusverbrandingen dus toch maar achterwege.



Waarom u juist mij zou moeten aanwerven? euh...
18/03/2006
🖋: 

De lancering van de Spoetnik is een lachertje vergeleken met take-off van een professionele carrière. Dit is geen citaat van het niet-aan-de-aantrekkingskracht-van-de aarde-onderhevige kapsel van Dirk Frimout, maar een gedachte die wel eens in het hoofd durft spoken van de generatie die dra de auladeuren definitief achter zich dichttrekt.

Het verzegelen van de betreffende deuren is echter niet meer van deze tijd. Het levenslang leren is een feit, daar waren de sprekers op de Jobdag het roerend over eens. De Universiteit Antwerpen had deze namiddag in elkaar gebokst om haar laatstejaars studenten in contact te brengen met de arbeidsmarkt en belangrijker, de spelers erop.

 

De eerste noot gebekt door Bart Van Schel van de VDAB was wat de werkgelegenheid betreft positief voor de universitairen. Op 100 afgestudeerden zijn er immers slechts een kleine 8 die na één jaar nog geen betrekking hebben bemachtigd. Uiteraard liggen sommige studiedomeinen beter in de arbeidsmarkt dan andere, maar de aantrekkende conjunctuur zorgt voor een verbetering voor zij die masters behalen die de werkgevers relatief gezien minder vragen.

 

Naast het vodje papier, ofte diploma, maken vele vacatures melding van een minimum aan ervaring. En ja, de panelleden waren het erover eens dat het verkopen van koffiekoeken bij plaatselijke patisserie als relevante werkervaring kan worden opgegeven, mits vergezeld van de functieomschrijving. Hetzelfde geldt voor bepaalde ervaringen die zijn opgedaan buiten opleiding en werk om, die je bepaalde vaardigheden hebben bijgebracht. Anderen willen het liefst aan de slag met een maagdelijke schoolverlater die ze dan helemaal naar hun ideaal bedrijfsbeeld kunnen kneden. De vertegenwoordigster van Monsanto stelde dat haar bedrijf nooit ervaring vraagt bij het uitschrijven van een vacature.

 

Diezelfde dame, psychologe van opleiding gaf de raad mee enkel te solliciteren op vacatures die binnen je interesseveld vallen, opengesteld door bedrijven die je aanspreken. Internet en werknemers zijn volgens haar de beste bronnen om informatie over de bedrijfscultuur in te winnen. Dit mag er u hoegenaamd niet van weerhouden uw curiculum vitae aan de wereld kenbaar te maken op de gekende sites van de VDAB en andere Jobat's. Ook een exemplaartje bezorgen aan headhunters is geen slecht idee. Volgens de hoofdenjager van Van Loock & Partners hebben zij immers ook betrekkingen voor schoolverlaters in portefeuille.

 

Over wat je op het einde van de maand in het loonzakje mag verwachten, weidde enkel de personeelsverantwoorde van de stad Antwerpen uit. Verder dan de vermelding dat 90% van de starterslonen aan de stad niet lager ligt dan in de private sector kwam ze echter evenmin. Als andere troeven van het publieke ambt schoof ze de interne mobiliteit naar voren. Voorts zou je als waterdrager van de bevolking van 't Schoon Verdiep kiezen voor de ideale combinatie van gezin en werk.

 

Het verwekken van een kroost en maken van carrière is niet altijd vlot combineerbaar. Flexibiliteit is immers één van de tien meest vermelde woorden in sollicitatiebrieven en cv's, niet zonder reden. Verder dragen de werkgevers motivatie, leergierigheid, verantwoordelijkheid en communicatieve vaardigheden hoog in het vaandel. Ze zoeken kortom de spirit van een zelfstandige in hun werknemers.

 

Afgaande op de moeite die de potentiële werkgevers zich getroosten op de jobmarkt, die volgde op het panelgesprek, is deze zoektocht geen eenvoudige opgave. Luxueuze brochures, gadgets allerhande en stralende dames getooid met de stralende A informeerden je over de jobopportuniteiten. De vakbond, de politie, het leger, de universiteit en vele andere organisaties, alle willen ze de juiste job matchen met de juiste persoon, de paringsdans van competenties en functies.

 

Zegt die koele liefde je niets, dan wil de Universiteit Antwerpen je ook nog wel een jaartje extra onder haar onderwijzende vleugels nemen als ManaMa-student. Afgezien van specifiekere kennis in een bepaald vakgebied brengt de Unif je als laatstejaars graag de kneepjes van het solliciteren bij. Je inschrijven voor de sollicitatietraining en aldus je kans vergroten om bij de meer dan 92% afstuderende universitairen te behoren die probleemloos aan een baan geraken, is jammer genoeg niet meer mogelijk. Aangezien de voorstellingen zijn uitverkocht kan je enkel nog op de wachtlijst plaatsnemen. (vincent.christiaens@ua.ac.be)



Oorlogsjournalistiek vanuit Brussel
18/03/2006
🖋: 

Als trouwe lezers heeft u natuurlijk allemaal het artikel in de vorige dwars (nr. 30) gelezen over de nieuwe ontwerpnota over de financiering van het hoger onderwijs, met dank aan Frank Vandenbroucke. Daar vele studenten, proffen en onderwijspersoneel (vrijwel iedereen die het aanbelangt dus) het gevoel hebben dat het neo-liberale onderwijsmodel de kwaliteit van ons hoger onderwijs zou afkalven, kon een collectieve reactie niet uitblijven.

Goed, de betoging op 16 maart in Brussel viel een beetje in het niets in vergelijking met de studentenmanifestaties die tijdens die week Parijs in hun greep hielden, maar een gebrek aan enthousiasme kon de betogers moeilijk verweten worden. Hoewel er rond tien over elf nog maar bedroevend weinig volk was, kreeg je even later een zeer vreemde ommekeer; twee straatmuzikanten begonnen voor Brussel Centraal muziek te maken, de ene op een trompet, de andere op een accordeon, en plots leek het volk in drommen toe te stromen, gewapend met vlaggen, spandoeken – ‘Goe bezig, Vandenbroucke, de financiering gans ontwricht, wacht tot g'op ons tafel ligt', aldus de studenten geneeskunde – en (naar mijn smaak iets te veel) fluitjes. Nog voor de betoging zich in beweging zette, was ik al half doof, maar ik hoorde nog wel een meisje in lichte paniek vragen ‘"Hoe gaan we dan aan bier geraken?" Tja, studenten... De luttele 3° C konden de pret niet drukken, want laten we eerlijk zijn, wat is er leuker dan het Brusselse verkeer platleggen?

 

Onder veel gejoel en gefluit zette de betoging zich in beweging, en toen pas viel het aantal rode vlaggen en vuilniszakken in allerlei tinten me op. Voor een socialistische minister leek Vandenbroucke het een beetje verkorven te hebben bij zijn achterban. Men wou uw reporter ook enkele malen rode stickers aansmeren, maar met een kordaat ‘"Nee, dank je, ik ben een onafhankelijke journalist." kon ik ze nog de baas. Dan liever leuzen scanderen, met moeite boven het geluid van de fluitjes en rotjes uit. ‘"Fuck this shit!" Ja, dat kan ik nog wel. Ondertussen snorden agenten op scooters van kruispunt naar kruispunt, om files van honderden meters te creëren, zodat wij dichter en dichter bij ons doel kwamen: het ministerie van onderwijs.

 

Daar aangekomen duurde het niet lang of de flessen drank werden bovengehaald en hier en daar hing een zweem rook die zoeter was dan wat je uit een sigaret krijgt. De ingang werd bewaakt door streng uitziende agenten, maar toen het eerste, eenzame ei uiteenspatte tegen de glazen voorgevel, keken ze een beetje onzeker naar boven. De eierregen die volgde was een lust voor het oog, en noopte iedereen een beetje afstand te nemen. Terwijl de eieren tegen de ramen uiteenspatten, probeerde een van de organisatoren ons tot kalmte aan te manen – we waren immers gekomen om te discussiëren – maar niet alleen was de boodschap aan ons verloren, hij sprak ook nog eens zo snel en onduidelijk dat hij onverstaanbaar was. De voorraad eieren was echter niet onuitputtelijk en na een minuut of tien kon iedereen tevreden kijken naar de duidelijke boodschap die nu van het ministerie afdroop. Even later, nadat de meeste studenten al de warmte van het café hadden opgezocht, werden we toegesproken door een prof van de VUB die ons vertelde dat een delegatie met de minister was gaan spreken, en dat ze hem een eredoctoraat zouden overhandigen. Hoewel dit me eerst een beetje onthutste, bleek er wel degelijk een boodschap achter te zitten: het kost niets, en het is dan ook niets waard. De man bezat trouwens heel wat betere oratorische kwaliteiten dan de organisatoren, en we konden dan ook op gezette tijdstippen eens luid juichen, of ons ongenoegen doen blijken. Toen de delegatie echter terug naar buiten kwam en zei dat ‘de minister "rekening ging houden met ons protest" had ik het ook wel gezien – alsof hij luidop zou zeggen dat we ons er niet mee moesten bemoeien. Nee, het werd tijd om de Brusselse cafeetjes eens te gaan inspecteren.

 

Maar op 29 maart is er een betoging in ons aller Antwerpen, en ook daar zal ik aanwezig zijn; als onafhankelijk journalist, natuurlijk...



18/03/2006
🖋: 

“Onze universiteit is veel moeilijker dan die van Antwerpen, dat weet het kleinste kind.” Een Leuvense studente staart me aan, uit haar mond klettert een hagelvlaag van vooroordelen. Zulk geraaskal kan je lachend wegwimpelen, herkauwen, terugkaatsen. Of je schrijft er een artikel over. Om zelf niet in prietpraat te vervallen, zet ik koers naar deze “enige echte studentenstad” aan de Dijle, in de hoop de waarheid te achterhalen. Het wordt een vogelvlucht langs fakbars, fiere kotbewoners, aula's en Alma's.

Toegegeven, het station van Leuven blinkt aanlokkelijk onder een mild grijze hemel. Ik vraag een student me wegwijs te maken naar de universitaire bibliotheek. Zijn piekhaar kijkt verrast op me neer. Of ik hét Ladeuzeplein niet ken? Ik zou willen sneren dat Antwerpen pas een wereldstad is, dat Leuven maar één straat op het Monopoly-bord heeft staan en dat ik, hoewel buitenstaander en vrouw, me best kan oriënteren in dit omhooggevallen provinciestadje. Zonder zijn hulp bereik ik hét plein en dé bib.

 

Luxe

Wat ik daar zie, valt met geen pen te beschrijven, ook niet als deze een UA-logo heeft geheel volgens de nieuwe huisstijl. Bustes van prominente figuren, naar geschiedenis ruikende boeken, Middeleeuwse wenteltrappen, rondtollende wereldbollen; de hele kosmos kijkt een beetje mee naar de lezers en de boeken. Een Leuvense studente vertelt me met pretoogjes dat deze zaal zich tijdens de blok ontpopt tot een waar liefdesnest. Eerste wenken en knipoogjes, deze praktijken kent de Antwerpse bib ook. Nu is het ernstig stil. Zelfs het opgefokte gekir van de marktkramers buiten botst tegen een dove, imposante muur.

 

Om de benijdenswaardige pracht van dit pareltje te verteren, begeef ik me naar Alma 2, het net vernieuwde studentenrestaurant. Rode wanden en lampen, metaalachtige toonbanken. Een decor waar je je ook kan verlekkeren op concerten en verjaardagsfeestjes, met gourmet, BBQ of dessertenbuffet.

 

Truttige stad

Dat alles in Leuven op de student is gericht, blijkt ook uit de vereniging VELO, waar je een goedkope fiets kan huren. Bovendien hoeven studenten niet te betalen voor het lokaal openbaar vervoer. Een UA-minnende ziel zou nu opperen dat dit normaal is voor een stad met ruim 30 000 studenten en dat dit aantal ook enkele nadelen inhoudt. Meer dan in Antwerpen wordt het feestgedruis in Leuven streng bewaakt door de politie. De huidige politieke aanpak maakt van Leuven een “truttige stad, waar één centimeter te schuin lopen bestraft wordt”, aldus een redactielid van het Leuvense studentenblad Veto.

 

Antwerpen bruist ook zonder haar 10.000 studenten. Ze swingt haar bezoekers van kroeg naar kater, van pint naar pot, elk weekend weer. Antwerpen heeft rockfestival noch universiteit nodig om toeristen te lokken. Leuven leeft en teert op studenten, maar waarom trekken die toch massaal naar deze stad? Gedreven ga ik op zoek naar andere redenen van de verbeten Leuven-liefde. Steeds weer wijzen studenten me op het knusse kotleven in hun stad. “In Antwerpen en Gent wordt er meer gependeld. Hier kunnen de meesten 's nachts blijven feesten en zo groeit er een sterkere band tussen medestudenten.” Dit fiere gekraai klinkt verleidelijk oprecht, maar de cijfers zien er minder fraai uit. De laatste jaren zit het kotleven in een dalletje. Het percentage kotstudenten, dat een decennium geleden nog 75% bedroeg, reikt niet verder meer dan 64%. Voor UA is dit zo'n 27%.

 

Punten

Sommige conservatieve jongeren voelen zich aangetrokken tot de stad door haar vaste waarden, haar lange traditie als studentenoord. De KULeuven bestaat sinds 1492 en is de oudste universiteit van de Lage Landen. Tegenwoordig ziet oude eik Leuven het alternatiever, linkser en hipper imago van haar Gentse concurrente met lede ogen aan. Een beledigde studente wrijft me dan weer onder de neus dat Leuven het beste universitair onderwijs heeft. Voor objectieve cijfergegevens heb ik echter wel een neus: het gemiddelde slaagpercentage in eerste Bachelor (voor generatiestudenten) schommelt rond 44% in Antwerpen en ligt níet hoger dan dat van KULeuven, integendeel.

 

Leuven omkranst me met haar torenhoge trots. Aan de wanden van het stadhuis prijken foto's van buitenlandse studenten. Leuven heeft ongeveer 3300 buitenlandse studenten. Deel dit aantal door vijf. Sluit uw ogen. Het getal achter uw wimpers geldt voor Antwerpen.

 

Kuiten en kauwgom

Toch nog niet helemáál overtuigd van de Leuvense meerwaarde, zoekt mijn keurende blik enkele aula's op. Het Talengebouw – net een kerncentrale in de jungle – toont me haar lange smalle gangen en katholieke WC's, zonder condoomautomaat. De grootste aula in Leuven, Pieter De Somer genaamd, is andere koek. Studenten Sociologie en andere geluksvogels kunnen hier wegzakken in wijnrode zitjes, tussen ellenlange rijen. Van de 61 academische opleidingen in Leuven tellen Psychologie, Pedagogische Wetenschappen, Rechten en Criminologie de meeste studenten. In Antwerpen zijn Rechten, Sociologie, TEW en Geneeskunde de trekpleisters. In het laatste refrein van hun lofzang bestoefen studenten de kloeke kuiten van hun universitaire alpinistenclub, die zelfs des winters rotsen trotseren. Hun stem gaat climaxgewijs de hoogte in bij het vermelden van ex-studenten als Mercator, Vesalius en Erasmus. De eindnoten bejubelen ten slotte de campagne tegen kauwgom op Leuvense grond, alsook het interfacultair toneel op de campus. Ondanks deze redevoering heb ik, kritische UA-studente, honger naar meer. In het vermaarde STUKcafé klink ik, temidden van Leuvense liefhebbers, op mijn nieuwe ervaringen en stiekem ook op heel Antwerpen. Druppels later waag ik me aan een nachtje fakbarren bij de Letteren. Mijn harem Leuvense knapen vertrouwt me toe dat de inkom hier normaal goedkoper is dan voor Antwerpse feestjes. Om een vierkante meter fakbar in te palmen moet je inderdaad niets betalen, maar uiteindelijk is zo'n bar ook niet meer dan een eenvoudig café.

 

Ramptoerist

Het is vrijdag. Koffers rollen weg als Leuvense r'en en laten een troosteloze leemte achter. Om afscheidstranen te voorkomen, besluit ik het spel hard te spelen. De ramptoerist in me teert op Leuvens zwakste punt: de nachtelijke geluidshinder. Met een arendsoog zoek ik verbitterde oudjes op. “Soms is het zwaar. Dan kunt ge ni slapen. Weet ge dat de studenten 's nachts hun vuil goed buiten hangen en dat de wasdraad tot den andere kant van ‘t straat reikt?”, waarop een luistervink inpikt: “Allez, waar gaan we naartoe? Laat ze toch student zijn, laat ze toch leven” en bevestiging zoekend, kijkt ze mijn jeugdige ogen in. Ik knik, en ga feesten. Maar dan wel in Antwerpen.



Ten kote van
18/03/2006
🖋: 
Auteur

Door het raam van een klein kamertje in het studentenhome van Wilrijk zien we hoe het aarzelende groen de lente inluidt.

Judith Nobels (eerste licentie Germaanse) vertelt dat dit eerder idyllische beeld ook minder leuke kantjes heeft: sinds kort teistert een exhibitionist het gebied rond de campus. Gelukkig trekt ze er zich niks van aan en heeft ze dolle pret met haar negen ‘slaapganggenoten'. Filmavondjes, Lost-dvd's en een occasionele fuif in ‘De Konijnenpijp' zijn volwaardige vervangers van het uitgaansleven op de Stadscampus. Haar drukke sociale leven staat het vioolspelen zelfs in de weg. De muziekstandaard staat er bijgevolg maar wat verloren bij. Boven haar bureau prijken vakantiefoto's, een ticket voor een concert van Jamie Cullum en een reproductie van Vettriano, haar favoriete schilder. Naast het bed staat er ook een leuke foto van haar twee slapende grootvaders. Als we afscheid nemen van deze innemende jongedame, strijkt er een lieveheersbeestje neer op haar vensterbank. “Ik ben hier de enige bij wie die diertjes veelvuldig komen aanwaaien”, lacht ze.



18/03/2006
🖋: 
Auteur extern
Elke Struyf

Beste studenten,

 

Sta me toe te reageren op het recente artikel `AILO op de UA, werk in uitvoering' (dwars 30). Ik wil me graag even voorstellen: sinds 1 januari 2006 trek ik als nieuwe voorzitter van de Onderwijscommissie (OWC) samen met een nieuw enthousiast kernteam van docenten en medewerkers de `kar van de AILO'. Ik heb begrepen uit dit artikel dat sommige reizigers deze kar wat oud en versleten vinden, dat het voor hen niet altijd duidelijk is waarom de `kar' sommige wegen inslaat (en andere niet) en dat ze soms zelfs in rondjes draait. De kar is blijkbaar toe aan een grondige opknapbeurt en de weg naar het beroep `leraar' moet beter uitgestippeld worden.

 

Welnu, het nieuwe bureau van de OWC heeft de gereedschapskist en de landkaart alvast bovengehaald. We zijn volop bezig met het ontwerpen van een nieuw AILO curriculum. We geven ons tot december 2006 de tijd om dit grondig en goed te doen. Momenteel zitten we in de `ontwerpfase' en verzamelen we gegevens over tekorten in het huidige curriculum en verwachtingen ten aanzien van het nieuwe. We beschikken reeds over het verslag van de gesprekken met studenten waarnaar in het artikel verwezen wordt (dat is er wel degelijk). In februari hebben de docenten en praktijkassistenten van alle modules sterke en zwakke punten van de huidige AILO opgelijst. In april beleggen we een vergadering met vakmentoren en directies uit de secundaire scholen die mee instaan voor de stagebegeleiding van onze studenten. In mei nemen we een enquête af bij alle studenten die nu de AILO volgen én de alumni. Op die manier verkrijgen we een duidelijk en gedifferentieerd beeld van de huidige AILO en kunnen we de opleiding reeds volgend academiejaar gericht remediëren en grondiger hervormen in het nieuwe programma.

 

Het nieuwe programma wordt vanaf academiejaar 2007-2008 ingericht, wanneer de `specifieke' lerarenopleiding van start gaat. Want – zoals te weinig uit het artikel blijkt – worden de belangrijke wijzigingen waarnaar Prof. Van Petegem verwijst, decretaal – dus door de overheid – bepaald (bv. de uitbreiding van het curriculum en het feit dat de lerarenopleiding hierdoor moeilijk combineerbaar is met een masteropleiding). Wie hierover meer wil weten, verwijs ik naar de folder over de lerarenopleiding `nieuwe stijl' (verkrijgbaar op het studentensecretariaat AILO of via ailo@ua.ac.be).

 

Laten we samen van de AILO-kar een stevig voertuig maken dat een interessante reisweg volgt?

 

Prof. Elke Struyf
Voorzitter OWC AILO



18/03/2006
🖋: 
Auteur

Het moet geleden zijn van de tijd toen ik de baard in de keel kreeg, dat ik me nog zo 'aware' was van mijn harige zelve. De Awarenessweek heeft zijn naam dan ook niet gestolen aangezien ik een ganse week met de haren overeind door de Stadscampus heb gedoold – een fenomeen dat voorkomt bij de ervaring van een acute emotionele aanval. Via deze weg wil ik dan ook alvast de organisatoren van de Awarenessweek bedanken voor de extra diepgang die middels deze 5-daagse extase in mijn oppervlakkig bestaan werd gepompt. Oprecht bedankt!

U vraagt zich misschien af, beste lezer, naar welke week de schrijver van dit opiniestuk eigenlijk refereert; en `k begrijp gerust de paniekreactie in de ogen bij de gedachte dat uw skivakantie wat teveel zou uitgelopen zijn en u iets unieks gemist heeft. Wel, zelfde lezer, u hebt wel degelijk iets unieks gemist en sta me toe -geheel tegen de visie van deze week in- om daar nog zo'n kleine 500 woorden aan te verspillen.

 

Niet zozeer het thema "Ecologische Schuld en Verspilling" waarrond deze week draaide, maar wel de invulling ervan getuigde van een nooit eerder geziene creativiteit. Het begon allemaal op maandag 6 maart met de inkleding van de Agora en de R-Blok die – en ik citeer de Unifacpost van dinsdag 28 februari – "je aan het denken zet": wat we zagen was? Niks!

 

Op enkele ladders die de technische dienst had laten staan, stond er? Niks! Schitterend, want `niks' kan je moeilijk verspilling noemen, niet? Hetzelfde gold voor de quiz, de aangekondigde documentaire over de opwarming van onze aarde en de petitie waarover nog wel inhoudelijk zou gecommuniceerd worden: al deze activiteiten werden vanwege hun verspilzuchtige eigenschappen aan respectievelijk tijd, energie en papier, vakkundig geëlimineerd. Ik zeg 'vakkundig' want er hing zelfs geen verspillend papiertje op de desbetreffende locatie om de afschaffing mee te delen; en ik mezelf maar een bewustzijn kloppen op de deur van Prinsstraat 32 alwaar die documentaire zou worden vertoond. Ook op de USOS-website was geen spoor van een mededeling ter annulatie te bespeuren, laat staan überhaupt de aankondiging van de geprogrammeerde AW-activiteiten. Letterlijk ongezien, want er was ook echt niks te zien. Fantastisch!

 

Jammer echter dat er deze week ook enkele pragmatische keuzes moesten genomen worden: om dit alles – niets dus – te kunnen financieren, moest er namelijk wel wat geld in het laatje komen. Vandaar dat het (h)eerlijke ontbijt en de TD wel plaatsvonden. Ondanks deze praktische noodzaak kon de uitwerking ervan – mijns bescheiden inziens – toch iets dichter aanleunen bij het gekozen thema. Moest de verpakking van kaas en melk nu per se besmeurd worden met slogans als "van verwende koeien", vooral omdat die geschreven waren met milieuonvriendelijke viltstift? Kon men de BlueLagoon-TD niet laten samenvallen met andere TD's, zodat identiek hetzelfde spektakel slechts 1 keer per week moest worden georganiseerd en dit harig monster ook slechts 1 keer per week uit zijn nachtelijk hol moest komen. Dat zou hem heel wat geld en katers bespaard hebben. Daarnaast hadden misschien wisselbekers niet misstaan op deze thema-avond; zeker wanneer zustercampussen het gebruik ervan op TD's reeds enkele jaren terug algemeen en structureel hebben geïntroduceerd. Maar dan zou iemand het logge logboek van Unifac eens moeten herschrijven, wat dan weer verspilling aan papier en inkt met zich zou meebrengen.

 

Deze kleine randbemerkingen doen echter in het geheel geen afbreuk aan de prestaties van het ganse Awarenessweek-team. Nogmaals gefeliciteerd met het welslagen van dit opmerkelijk initiatief! Rest mij finaal nog te waarschuwen voor hoogmoed: volgend jaar wordt onvermijdelijk het jaar van de terugval, dus begin alvast vandaag met de voorbereiding van de Awarenessweek 2007.

 

De Awarenessweek had dit jaar plaats van 6 tot 9 maart.



Filmrecensies
18/03/2006
🖋: 

Post-Oscars-seizoen, en waarom die keuzes onbegrijpelijk zijn.

Brokeback Mountain

Drie Oscars voor dé topfavoriet onlangs in L.A., maar geklopt in de categorie ‘Beste Film' door Crash. Wat een opschudding! En terecht, als u het ons vraagt. Crash is en blijft een degelijke film, maar leunde teveel op kunstgrepen om het verhaal draaiende te houden. Brokeback Mountain daarentegen is de eerste film die erin slaagt uw dienaar te ontroeren sinds... altijd, eigenlijk. Het zit zo: filmliefhebbers meten zichzelf graag een air van voorzienigheid en cynisme aan: “Ach, die plotwending zag ik al van kilometers aankomen, dat einde was enórm clichématig”, enzovoort. U kent er ongetwijfeld ook zo één in uw vriendenkring. Geen van hen zal dat (oprecht) durven zeggen na het zien van hét romantische meesterwerk van het jaar (en misschien het decennium). Brokeback gaat – zoals u en het hele niet-comateuze deel van de mensheid ondertussen al weten – over twee homoseksuele cowboys. Tot zover het gedeelte van de plot dat met woorden te vatten is. Gelieve u voor de rest van deze geestesveranderende ervaring te melden in de dichtstbijzijnde bioscoop. Toch wil ik (voor het nageslacht) nog een poging wagen om u te vertellen waarom u dit moet gezien hebben. Ang Lee maakt er namelijk een uiterst poëtisch en ontroerend liefdesverhaal van, zonder te veel energie te verspillen aan al te duidelijke politieke boodschappen. Vergeet dus even de homofobe angsten die zich sinds kort van de wereld lijken meester te maken, en kijk onbevangen naar een liefdesverhaal zonder voorgaande. De twee hoofdrollen zijn weggelegd voor tieneridool Heath Ledger en Jarhead Jake Gyllenhaal. De twee coming men van Hollywood bewijzen hier hun dramatische waarde, er wordt zowaar meer gezegd als er gezwegen wordt. Vooral Ledger toont dat hij meer kan dan tot nu toe van hem verwacht werd. Hoe hij zijn gezicht zolang in de juiste zwijgzame plooi wist te leggen is mij een raadsel, en hoelang hij daarna heeft moeten oefenen om het terug normaal te kunnen bewegen, ik wíl het zelfs niet weten. Wat ik wel wil weten is dat Brokeback Mountain enorm sterk de emotionele pijn blootlegt die een onmogelijke liefde veroorzaakt. Dat is en blijft de hoofdbetrachting van elke film: emoties losweken. Dan volgt de rest vanzelf.

SCORE: 90%

 

Memoirs of a Geisha

Compleet tegenovergesteld aan het extreem emotionele Brokeback Mountain staat deze kille, plastieken vertolking van een beroemd boek van Arthur Golden. Het verhaal over een klein meisje dat door haar ouders wordt verkocht aan een geishahuis, haar opleiding en haar onmogelijke liefde was op zich enkel al waardevol omwille van de culturele achtergrond over het Japan van vóór de Tweede Wereldoorlog. En jammer genoeg verkoos de regisseur die stukken nog eens te knippen. Resultaat is een volledig emotieloze afhandeling van gebeurtenissen die – mits wat diepgang – een interessant verhaal hadden kunnen opleveren. En dan nog drie Oscars, evenveel als Brokeback Mountain! Voor technische categorieën, de enige waarde van deze film. Conclusie kan enkel zijn dat de regisseur foute keuze na foute keuze heeft gemaakt: van de foute aanpassingen aan het originele verhaal over de Chinese acteurs tot het semi-Engels dat uitgekraaid wordt, niemand was meer volhardend in de boosheid sinds den Dolf in '39 zei: “Tiens, daar in Polen, valt daar niks te rapen?”.

SCORE: 35%

 

Syriana

Om het Oscarverhaal compleet te maken: allrounder George Clooney (drie nominaties voor twee films) kreeg een beloning voor zijn bijrol in Syriana – vooral als compensatie voor het voorspelbare verlies in de andere categorieën. Enigszins onterecht, want ondanks de duidelijke politieke ambities valt het te betwijfelen of deze film de tand des tijds zal doorstaan. De plot is wanstaltig ingewikkeld en de boodschap verwatert door de vele kunstgrepen die nodig zijn om het verhaal boven water te houden. Daar veranderen de vele opofferingen die Clooney zich getroostte niets aan. De man kwam dertig kilo aan en liet een baard staan waar een ooievaar een nest in zou kunnen bouwen, maar nooit voelde ondergetekende de dreiging die in een politieke thriller zou moeten aanwezig zijn. Jammer, want Syriana is zeker een film met enorm veel potentieel, maar van degelijke uitwerking is geen sprake. Clooney stond dit jaar garant voor een grote filmproductie, maar dat er misschien wel wat sprake van overhaasting was, wordt perfect geïllustreerd in deze film.

SCORE: 45%



Kasper; student, drinkebroer, held
14/03/2006
🖋: 
Auteur

“CEEq?”

“CEEq?” vroeg hij ongelovig.

“CEEq.” zei Sam vastberaden. “Je moet me geloven, Kasper.”

“Ze heeft gelijk, weet je, er is geen andere keuze meer. Als je het aas doorslikt, moet je de haak erbij nemen.” Hoewel hij iemand naar en van het hospitaal begeleiden niet echt als ‘het aas doorslikken' beschouwde, hield Kasper zijn mond en probeerde een blik op te zetten die deed uitschijnen dat hij zwaar nadacht. Niet dat hij nog iets nieuws zou kunnen bedenken; Samantha – die een paar uur geleden nog op haar achterhoofd was gevallen – had hem een of andere samenzweringstheorie verteld die niet onderdeed voor de laatste dertien B-films die hij had gezien. Ze had weliswaar bewijzen, maar die kon ze zonder een internetverbinding niet laten zien, dus zat er maar één ding op. Volgens haar alleszins.

“Goed, laten we er even vanuit gaan dat wat je zegt waar is. Je hebt me nog steeds geen motief gegeven.”

Even bleef het stil, maar toen drie stemmen tegelijkertijd op hem begonnen in te praten, besefte hij dat de haak onherroepelijk vast zat.

“Waarom denk je zelf, rund!”

“Komaan, jongen, speel niet met dat meisje.”

“Ze controleren de intelligentsia, Kasper! Vorm én toevoer!”

Sam stond op van haar bed en begon de kamer door te ijsberen. Kasper zat achter de piano in haar kleine kotkamer en liet zijn vingers over de toetsen glijden, terwijl ze het allemaal nog een keer uitlegde. De weerhaken trokken pijnlijk.

“CEEq controleert alles. Verdoken, natuurlijk, maar ze censureren boekenlijsten en cursussen, manipuleren proffen met omkoping en chantage en hebben een vinger in de pap in zowat alles dat van ver of dichtbij met hoger onderwijs te maken heeft. Langzaam maar zeker zijn ze ons aan het plooien naar hun maatschappijbeeld.”

Kasper knikte. “Consumerend, kritiekloos en statisch. Tot zo ver volg ik. En waarom moeten we naar de universiteit voor internet?”

“Omdat ze enkel weten hoe ik eruit zie en dat wil ik graag zo houden.”

 

***

 

“Wacht.”

Ze stonden voor de glazen deuren van het gebouw, maar Kasper schudde zijn hoofd.

“Als er staat dat alles hier om negen uur sluit en mijn gsm zegt dat het tien voor negen is, denk ik dat we beter tot morgen wachten.”

“Als ze ons opsluiten, vinden we wel iets om ons bezig te houden.” antwoorde ze, een ondeugende glimlach op haar guitige lippen.

“Ik denk niet dat...”

“Vergeet het, Klaartje. Geen enkele jongen zou nu nog nee zeggen.”

Alle lichten brandden nog in de gangen die terug leken te grijpen naar de Sovjet Unie, maar alles was doodstil. Snel liepen ze naar de dichtstbijzijnde bibliotheek. Sam knielde voor de gele deuren en haalde een klein, leren tasje uit haar achterzak. Kasper wilde iets vragen, maar ze legde hem met een handbeweging het zwijgen op voor hij zijn mond kon opendoen. Opengespreid op haar benen kon hij een stuk of twintig metalen gereedschappen zien. ‘Lockpicks' dacht hij, maar kon niet op een Nederlandse vertaling komen. “Wat...” begon hij, maar ze keek hem geïrriteerd aan.

“Slothaken,” zei Sam stil, “en hou nu je mond en luister of er iemand aankomt.”

“Tja, het meisje weet wel van wanten. Waarom zijn mannen toch altijd zo geschokt als ze een sterke vrouw tegenkomen?”

“Omdat ze bang zijn dat de sterke vrouw het vroeg of laat verknoeit. Maar veel erger dan ons rund zal ze het wel niet doen.”

Kasper wist niet hoe lang hij daar stond, te proberen om iets anders te horen dan het getik en gemorrel van Sam; één keer hoorde hij voetstappen, maar ze eindigden met het open- en dichtgaan van een deur.

“Klaar.” zei Sam en borg haar materiaal terug in haar achterzak.

De computer startte snel op en hoewel Kasper niet kon volgen wat ze precies deed, wist hij dat de manier waarop ze het internet gebruikte in niets leek op wat hij ermee deed.

“Sla alles wat je hebt op. Dan bestuderen we het ergens anders en zorgen we dat de juiste mensen het in handen krijgen.”

“Maar...”

“Doe het nu, Sam. God weet hoeveel wetten je hebt overtreden, wij hebben overtreden, en ik heb geen zin om hier gepakt te worden.”

“Klauwen, wie had dat gedacht.”

Op het moment dat Sam een USB-stick vanonder haar trui haalde, hoorde hij de deur opengaan en voelde hij zijn maag samentrekken. Hij keek om de hoek van de inkom en zag het silhouet van een man, scherp afgetekend tegen het licht dat door de open deur kwam, een pistool in de aanslag. Sam keek Kasper vragend aan, maar hij bracht zijn vinger naar zijn lippen en gebaarde dat ze zich naar de computer moest draaien. Elke ademstoot leek oorverdovend. Kasper had zich naast de deur gezet en zag de loop er als eerste doorkomen. Toen de man het meisje zag zitten, ondersteunde hij met zijn linkerhand de kolf, klaar om te schieten. Kasper legde zijn hand om het Glock-logo op de loop en draaide het pistool om. De man keek hem geschrokken aan, maar kon niet voorkomen dat Kasper het tegen zijn borst zette en met zijn andere hand de kolf omvatte. Zijn pink haalde de trekker over. Het schot klonk zelfs in de stilte gedempt, stiller dan de gesmoorde kreet van Sam.