editoriaal
28/04/2006
🖋: 

De lente. Het weer begint eindelijk te beteren, de terrasjes worden opnieuw opgesteld en de truien blijven weer wat langer in de kast liggen. De stad ontwaakt steeds verder uit haar winterslaap om er een volle zomer tegenaan te gaan. Want in het zonlicht verbaast onze metropool me toch telkens weer.

Na drie jaar studeren in Antwerpen heeft de stad me volledig in haar macht. Het gevolg van een verslavende mix van verleden en heden. Een mengelmoes van culturen, elk weerspiegeld in vele speciale plekken die onze stad rijk is. Wanneer de ochtendschemering verdwijnt, zie ik op de hoek van de straat de groenteboer zijn camionette uitladen, klaar om zijn koopwaar, vers gehaald op de vroegmarkt, aan de man te brengen. De eerste klanten passeren, onderweg van de bedstee naar de krantenwinkel voor de dagelijkse portie gedrukt woord en beeld. In de avond trekken we met zijn allen de deur achter ons dicht en stappen de nacht in. In de schaduw van de kathedraal bruist het stadsleven gestaag voort, week na week en brengt ons een ongelooflijk gevarieerde cocktail van klank en beeld. Wanneer de zon weer opkomt rest me alleen nog de weemoed, naar weer een fantastische duik in het oneindige Antwerpse nachtleven. De stad leeft en verleidt met elke meter stoep, tot aan de scheldeoever. Ze ademt, en herbergt dag in dag uit de levenslust van menig sinjoor. Van het De Coninckplein tot de Vlaamse Kaai, de straten brengen me al kronkelend telkens weer in dat speciale gemoed, het stadsgevoel dat enkel Antwerpen je kan geven. De scheldestad heeft me omarmd en laat me niet meer los, nooit of te nimmer.

 

Deze maand brengt dwars een interview met Robert Fisk, oorlogscorrespondent en een der meest ervaren Midden-Oostenkenners. Ook interviews met vrouwen die de academische top bereikten en hier het glazen plafond aan de kaak stellen. Een lesproject voor allochtone jongeren wordt verduidelijkt en een reporter liet zich verleiden door een veerpont over de Schelde. Wereldberoemde Vlaming Luc Tuymans laat zijn denken blijken en we smeten een Groene jongen in de leeuwenkuil. Tenslotte wordt de werkwijze van repetitorenbureaus in een kritisch licht geplaatst en vinden jullie de maandelijkse film, muziek, cultuurbesprekingen en puzzel. Achteraan deinst niemand terug voor een kijkje in het kot met een verhaal.



malafide repetitorenbureaus onder vuur
27/04/2006
🖋: 
Auteur

Een universitaire studie moet meer zijn dan ettelijke uren achter je boeken doorbrengen: je krijgt de kans je te ontwikkelen als persoon. Dit gezegd zijnde, eens op de arbeidsmarkt gekatapulteerd, telt meestal nog maar één ding: dat einddiploma. Iedere belemmering – lees: buis – op weg naar die felbegeerde bul is dan ook een afknapper van formaat. Een prof die een bloedhekel aan je heeft of een vak dat de moeilijkheidsgraad van kwantumfysica voor ruimtevaarders in spé evenaart, excuses genoeg om je falen te rechtvaardigen.

Maar laten we wel wezen, je kende de cursus door en door. Drukdoende een handstand te maken kon je immers nog de stof in het Swahili aframmelen. Succes garandeert dit echter niet. Kennis garandeert nu eenmaal geen inzicht. Meer zelfs, professoren maken je – slechts gewapend met pen en puntenlijst – met alle plezier een kopje kleiner bij het geringste vermoeden van blind papegaaienwerk. Repetitorenbureaus zijn daar echter niet rouwig om. Inzicht verkoopt immers uitstekend.

 

Joris De Craene, medewerker van repetitorenbureau Medaxis beaamt: “Wij leggen ons niet zozeer toe op de typische blokvakken. Nee, wij gaan eerder aan de slag met hersenbrekers als wiskunde, economie en accountancy. Door ons te concentreren op concrete toepassingen – voornamelijk examenvragen van de voorbije jaren – hopen we onze studenten het broodnodige begrip bij te brengen. Niet dat dit je ontslaat van de verplichting je cursus te leren, het examen moet je nog steeds zelf afleggen.”

 

Excentrieke fossielen die de stof er verticaal doorjagen of rondbanjerende enthousiastelingen vooraan de aula die participatie maar al te erg op prijs stellen, ieder heeft zijn eigen methode van doceren. Het is ook logisch dat ieder studiebegeleidingkantoor een eigen aanpak hanteert. We informeren hoe het er bij Medaxis aan toe gaat: “Wij blazen elke week verzamelen. Op deze contactmomenten trachten we aan de hand van oefeningen een aantal elementen bevattelijk te maken. Voor elk vak zijn er zo'n twintig samenkomsten – in totaal veertig uur – ingeroosterd. Daarnaast kan je ons altijd bereiken met problemen of vragen. Mocht er zich tijdens de eerste zittijd toch een accident de parcours voordoen, dan kan je tijdens de zomervakantie weer rekenen op onze begeleiding. Kosteloos als je reeds de cursus van eerste zittijd gevolgd hebt, dat spreekt voor zich.”

 

Prijzig onderaanbod

In tegenstelling tot een universiteitsstad als Leuven, zijn repetitoren in Antwerpen dun gezaaid. De Craene licht toe: “In Antwerpen ziet de situatie er inderdaad anders uit. Hier wordt meer geopteerd voor een kleinschalige aanpak terwijl bijles in Leuven of Gent heel andere allures heeft. Het personeelsbestand van bureaus daar varieert van bijklussende praktijkdeskundigen – boekhouders en economen bijvoorbeeld – tot studenten die hun expertise met collega's willen delen. Variatie te over, maar hierdoor gaat de kwaliteit van onderwijs afhankelijk zijn van je lesgever. Ik denk niet dat dat een goede zaak is.”

 

Medaxis is, als we er de Gouden Gids even op naslaan, een van de weinige repetitorenbureaus die Antwerpen rijk is. Opvallend is wel het grote aantal begeleiders dat zich toespitst op het jongere volkje. Tot het eerste jaar lager onderwijs toe kan je immers beroep doen op een vakspecialist. Er staan heelder meutes paraat je kleinste van een goed schoolresultaat te verzekeren. De vele zoekertjes en aanbiedingen op het wereldwijde web liegen er immers niet om: iedereen kan zich promoten als professional. De sector is nauwelijks gereglementeerd waardoor misbruik altijd om de hoek schuilt. Wat goedkoper is, is niet noodzakelijk beter (of desgewenst: legaler).

 

Het kan ook anders, namelijk professioneler. Het voornaamste verwijt dat Medaxis (en collega's) moet incasseren is dat enkele maanden cursus al snel een financiële aderlating betekenen. In België neemt de financiering van onderwijs niet voor niets een grote hap uit de rijksbegroting.

 

Vertrekkende vanuit de redenering dat goed opgeleide onderdanen de bedrijvige werkbijtjes zijn die de economie overeind zullen moeten houden, is dit natuurlijk niet meer dan logisch. Gelukkig neemt de overheid een groot deel van de last op zich, iets wat dus niet het geval is als je je tot privé-ondernemingen wendt. Daar kost het je een rib uit het lijf. Joris De Craene hielp ons even met het rekensommetje: “de begeleiding in eerste zittijd kost je 20 euro per uur, variërende van 30 tot 50 contacturen. Dat betekent ongeveer 600 tot 1000 euro om je kans te verhogen een vak in eerste zittijd succesvol af te leggen. Voor een vak als accountancy, dat aan de faculteit TEW gegeven wordt, betaal je 800 euro.”

 

Op de vraag of ze dat zelf niet erg veel geld vinden reageert De Craene vinnig: “Het is niet de eerste keer dat ons dat verwijt gemaakt wordt. Ik geef ruiterlijk toe: goedkoop zijn we niet. Houd echter even in het achterhoofd dat wij niet op een of andere subsidie kunnen rekenen. Onderwijs is bijna gratis, als wij dan een reële prijs doorrekenen staat iedereen schande te roepen. Van de prijs die wij hanteren moet je overigens nog BTW en belastingen aftrekken.“

 

Veel studenten – gerugsteund door kapitaalkrachtige ouders – hebben heel wat over voor een goed schoolresultaat. De conclusie van een simpel rekensommetje liegt er immers niet om: uiteraard kost een jaar bissen meer dan een cursus volgen. Jammer dat net die cursus volgen geen garantie is op het ontwijken van dat extra jaartje. Hoe je ook draait of keert: een repetitorenbureau doet je niet slagen. Het helpt je hoogstens op weg.

 

Vuiligheid

Het Leuvens studentenblad Veto spitte in haar maart-editie de nodige vuiligheid naar boven over die zogezegd professionele aanpak van sommige studiebegeleiders. Onder de titel “Bureau's (sic) worstelen met schimmig imago” maakte het blad korte metten met de illusie dat je door dergelijke hulp fluitend je diploma binnen kan rijven. “De kwaliteit van de lessen is vaak ondermaats en moeilijk te controleren. Repetitoren komen en gaan en – erger – worden vaak niet streng geselecteerd.” Prego, de jongerentak van politieke partij Spirit, pleit naar aanleiding van het artikel voor een gedragscode, waardoor de werking van de studentenbegeleiders strikt gereglementeerd zou worden. Met hun voorstel trachten ze transparantie van de tarieven en een garantie van de kwaliteit te garanderen. Reclame wordt aan beperkingen onderworpen en er zou plaats zijn voor een duidelijke klachtenprocedure.

 

In ons gedemocratiseerde onderwijslandschap krijgt iedere student de kans om voor een redelijk bedrag school te lopen. Het principe van een repetitorenindustrie druist rechtstreeks in tegen de basisgedachte dat onderwijs toegankelijk moet zijn voor een aanvaardbare en draaglijke prijs. Het zijn privé-ondernemingen met slechts één doel: zo veel mogelijk winst maken. Op kap van de student uiteraard: studiebegeleiding is hun verkoopswaar en de student hun klant. Het zijn heus geen liefdadigheidsinstellingen die je welzijn voorop stellen. De universiteit daarentegen heeft niet als primair doel geld aan je te verdienen. Toch kunnen ze evenveel service als een gemiddelde repetitor bieden. “Als je problemen hebt, is het aan te raden eerst de assistenten of de dienst voor Studieadvies en Studentenbegeleiding te raadplegen. Die zijn verbonden aan de universiteit en werken gratis. Vaak maken assistenten hun spreekuren voor individuele begeleiding ad valvas bekend.”, lezen we in een oude UA-brochure, vlak naast een expliciete waarschuwing voor, jawel, repetitoren.

 

Moeilijke vakken hebben vaak aanvullende oefensessies waar je je inzicht in de stof nog verder kan aanscherpen. De psychologische drempel om vragen te stellen is tijdens zo'n monitoraat minder groot omdat de grootte van de groep beperkt is. Baat dat niet, klamp dan desnoods een collega-student aan. Er zijn er die over onverhoedse docentcapaciteiten durven beschikken.

 

Bengel je nog steeds op de rand van een afgrond, ga dan op zoek naar een gerespecteerde repetitor. Vraag naar zijn referenties, informeer of het mogelijk is een proefles bij te wonen en praat eens met enkele van zijn eerdere studenten vooraleer je je keuze maakt. Laat je echter niet misleiden door sloganeske reclameboodschappen genre “Succesvolle studie in alle vertrouwen!” of “Hogere slaagkans!”. Uiteindelijk zal je het toch zelf moeten waarmaken.



Interview met The Love Substitutes
26/04/2006

Wat zeggen de namen Rudy Trouvé, Craig Ward en Mauro Pawlowski u? Inderdaad, deze drie heren zijn respectievelijk de eerste, tweede en nieuwe gitarist van dEUS. Samen met bassist Bert Lenaerts vormen ze het Antwerpse noisy rockkwartet The Love Substitutes, dat volgende week een derde wapenfeit, More Songs About Hangovers and Sailors, uitbrengt. dwars ging levende Antwerpse legende Rudy Trouvé en Schotse gitaarheld Craig Ward even aan de niet onaardige tand voelen.

Heren, zijn jullie tevreden met jullie nieuwe album?

Craig Ward Het is een aardige plaat en ze zal voor het eerst ook in het buitenland verspreid worden. Daardoor is de releasedatum wel wat opgeschoven, maar zo hadden we ook nog wat tijd om details bij te schaven.

 

Het nieuwe album heeft minder ongecontroleerde noise-uitspattingen dan jullie debuut, Meet The Love Substitutes While the House Is on Fire. Heb je dat op voorhand beslist of is het spontaan gekomen tijdens de opnames?

Rudy Trouvé Eigenlijk heeft dat enkel te maken met het feit dat alles nogal snel moest gaan. Voor het eerste album hadden we heel wat meer tijd en toen waren er maar vijf of zes nummers die we fatsoenlijk konden spelen, al de rest was improvisatie. Deze keer hadden we enkel twintig losse ideeën. Per ongeluk zijn het dan songs geworden.

Ward Toen we de studio introkken had Bert bijvoorbeeld nog niet eens mee gerepeteerd: hij moest zijn baslijnen ter plekke verzinnen.

 

Rudy zei ooit dat jullie een collectieve platencollectie gebruiken als belangrijke inspiratiebron. Hoe gaat dat in zijn werk? Luisteren jullie soms met z'n vieren naar platen?

Trouvé We praten non-stop over muziek. Zelfs backstage hebben we het altijd over obscure producers en belachelijke details.

Ward Het is bijna zielig. Nou ja, het komt er toch heel dichtbij.

 

Heb je voor deze cd meer naar singer-songwriters en akoestische muziek geluisterd?

Ward Ik denk niet dat er een noodzakelijk verband is tussen de muziek waar we naar luisteren en de muziek die we zelf maken. Ons debuut neigt wel naar wat we op dat moment beluisterden, maar op deze plaat is dat minder het geval. Voor mij is het meer een verwerking van wat ik de afgelopen vijf jaar heb beluisterd.

 

In de laatste weken hebben jullie de albumtitel nog veranderd van More Songs about Sailors and Hangovers naar More Songs about Hangovers and Sailors. Was dit kleine verschil zo belangrijk?

Ward It just flows better. Je moet goed over die dingen nadenken. Neem nu een groepsnaam als Emerson, Lake And Palmer: de volgorde van de namen is daar erg belangrijk. Lake, Palmer And Emerson would've been rubbish. (Trouvé schatert het uit) Ik vind het nodig om sterke titels te hebben, van platen met slechte titels ga ik over mijn nek. Stel dat je een cd uitbrengt en je denkt achteraf: die titel was beter geweest, wel, that's a bummer.

 

Wat erg opvalt bij The Love Substitutes is dat jullie steeds op zoek gaan naar nieuwe klanken. Zo hield Rudy ooit op een optreden een speelgoedtrompet tegen zijn gitaar, wat licht verontrustend maar niet minder geniaal klonk. Hoe kom je erbij om zoiets te doen?

Trouvé Wanneer ik naar speelgoed- of kringloopwinkels ga, ben ik erg geïnteresseerd in hoe dingen klinken. Jaren geleden heb ik ontdekt dat als ik iets tegen de elementen van mijn gitaar houd, de klank van dat object versterkt wordt.

Ward Gitaren zijn niet bedoeld als microfoons, maar soms doen ze aardig alsof. Bij dEUS zong ik soms door mijn gitaar. Just a matter of fuckin' around, isn't it?

 

Mauro beweert dat jullie nooit slechte improvisaties spelen. Is dat zo?

Trouvé Ik ben er zeker van dat we soms hemeltergende teringherrie spelen. Maar Mauro heeft daar een andere filosofie over: hij gelooft dat een improvisatie nooit slecht kan zijn, omdat het muziek is die je ter plekke verzint. Ik ga daar niet echt mee akkoord. Het geheim van een goede improvisatie is gewoon kunnen luisteren. Ik vraag me altijd af wat ik als luisteraar van onze muziek zou vinden. Als het publiek een optreden bijvoorbeeld slecht vond, maar ik niet, is mijn dag nog goed.

 

Rudy, jij vindt naar eigen zeggen slechte improvisaties ook interessant. Zou je zoiets ooit op een album zetten?

Trouvé Als een slechte improvisatie echt interessant is, zou ik die wel durven gebruiken op een album, maar dan is het natuurlijk geen slechte improvisatie meer. Als de muziek echt stiervervelend is, maar je noemt het I Feel Slightly Nauseous and I Think I'm Gonna Puke, dan kan het nog wel leuk en gepast zijn.

Ward Je kunt naar iets blijven luisteren tot het zinnig wordt. Het is een kwestie van niet te hard willen proberen. Als je een improvisatie wilt naspelen verdwijnt de kracht ervan.

 

Als jullie optreden, volgen jullie dan een strak schema? Spreken jullie af wanneer jullie volledig loos gaan of voel je het gewoon aan?

Ward Meestal is het nogal vrij, we plannen niet te veel. Het hangt ook wat af van de context. Als je bijvoorbeeld als voorprogramma speelt, moet je iets meer rekening houden met de tijd.

 

Jullie zeiden eens dat de mindere momenten in een optreden noodzakelijk zijn, omdat ze de sterkere momenten benadrukken. Vind je dat contrast echt nodig? Kan je niet beter streven naar één constant, kwalitatief geheel?

Trouvé Je hebt altijd mindere momenten, of je nu nummers of improvisaties brengt. Maar als je improvisaties mengt met songs, geloof ik soms in de kracht van verveling. Het maakt de betere momenten nog sterker.

Ward Dat kan je maar beter niet stelen: I Believe in the Strength of Boring Moments. Daar zit een goede albumtitel in.

Trouvé Repetitieve muziek heeft ook soms pas kracht als ze echt lang gerekt wordt. Het is gewoon een feit dat die muziek een mate van verveling nodig heeft om te kunnen werken. Wanneer er dan iets kleins verandert en het contrast des te sterker is, denk je: Wow! Big change! Cool!

Ward Dit doet me denken aan een improvisatie die we ooit live opgenomen hebben. We waren al zo'n twee minuten aan het rotzooien, toen plots: vlam! De hele groep sloeg stevig aan het rocken, maar ik kan me niet herinneren waar dat zo ineens vandaan kwam. Soms heb je een bepaalde tijd nodig om een contrast te maken.

 

Jullie hebben allebei nog andere projecten. Hoe belangrijk zijn The Love Substitutes in verhouding met jullie andere groepen? Zien jullie de groep eerder als een statement, een tijdelijk project of een volwaardige band?

Trouvé Ik vind al mijn bezigheden evenwaardig. Ik zie een project eerder als een opdracht die iemand je geeft. Als er bijvoorbeeld een tentoonstelling over vierkante dozen is en je wordt gevraagd 20 minuten over vierkante dozen te spelen, noem ik dat een project. Iets wat ik zelf begin, is voor mij een groep.

Ward Je kan een groep niet vergelijken met een project. Een project is eenmalig, groepen komen samen tot ze geen nut meer hebben.

 

Op een bepaald punt in jullie leven hebben jullie besloten om muziek te gaan spelen. Hoe knopen jullie de eindjes aan mekaar?

Trouvé Met veel moeite. Ik schilder ook, maar dan nog.

Ward Ik kan haast niet overleven. Ik doe naast muziek ook vertaalwerk en nog kan ik mijn rekeningen maar net betalen. Maar dat is een keuze die je maakt. Ik had bij dEUS kunnen blijven – waar ik meer had verdiend – maar daar had ik geen zin in. Je kan natuurlijk een deal sluiten met een major label, maar ik wil het niet zien gebeuren dat ik afhankelijk word van anderen en anderen van mij. De andere manier is in tienduizend bands gaan spelen en waanzinnig veel optreden, maar ook dat vond ik niet echt aantrekkelijk.

Trouvé Als je wilt overleven in de underground, moet je een groot praktisch talent hebben. Je moet voor een deel manager, boekhouder en econoom tegelijk zijn.

Ward Inderdaad, je moet een zakenman zijn en erg hard werken. Er kruipt heel veel energie in dingen die niets met muziek te maken hebben. Maar dat neem je er bij.



Ten kote van
26/04/2006
🖋: 
Auteur

Het kot van Kirsten en Lisa bevindt zich op de bovenste verdieping van een oud herenhuis in de Keizerstraat. Beneden woont Kirstens opa die vanzelfsprekend regelmatig op een bezoekje van zijn kleindochter mag rekenen. De twee goedlachse studenten Spaans genieten met volle teugen van het leven op de Stadscampus.

Slapen doen ze alleszins weinig; als ze het nachtleven niet induiken, zitten ze tot laat te babbelen op Kirstens hemelbed. In de keuken sieren latin lovers de muren en ook het toilet verraadt hun voorliefde voor het warme Zuiden. Naast tips om van jezelf te houden kan je er dan ook Spaanse spreuken en levenswijsheden lezen. Uit Lisa’s kamer blijkt duidelijk haar liefde voor poëzie. De woorden van Leonard Nolens krijgen een vooraanstaande plaats naast foto’s van haar twee maanden in Guatemala. Ook op muzikaal vlak weten de giechelende vriendinnen elkaar te vinden. Ze gaan samen uit de bol op ‘Maria, oh ghy warme pistolee’ van Pieter Embrechts of draaien loeihard ‘Ojos De Brujo’ en Gabriel Rios. Lisa is de gezonde kok van dienst en er wordt enkel alcohol uit ‘draaidopflessen’ geschonken aangezien ze niet over een kurkentrekker beschikken. Beide dames gaan volgend jaar op Erasmus – naar Spanje uiteraard – en hoewel ze er allebei erg naar uitkijken, mag het duidelijk zijn dat ze elkaar en hun Antwerpse kotleven enorm zullen missen.



26/04/2006
🖋: 

Hij is Antwerps, wereldberoemd en kreeg een eredoctoraat van de UA voor maatschappelijke verdienste. Luc Tuymans, een der titanen van de schilderkunst, spreekt over maatschappij, intellectuele elite en de passie van het kunstenaarsgenie.

U ging als kind niet graag naar school. Wanneer wist u dat u schilder wilde worden?

Luc Tuymans Ik heb altijd al getekend. Vroeger ben ik daardoor zelfs van de kleuterschool gegooid. In de klas tekende ik steeds maar op rollen behangpapier. Op een gegeven moment tekende een ander kind over mijn tekening en dat was taboe voor mij. Ik heb dat kind in razernij bijna gewurgd en ben toen uiteraard van school gevlogen. Toen ik een jaar of zeven was, ging ik op vakantiekamp met kinderen en daar werden allerlei wedstrijden georganiseerd. Ik heb toen gewonnen met mijn tekening en heb op het podium mogen staan. Toen dacht ik: “dit is het dan, dit gaat het worden.” (lacht). De uiteindelijke beslissing is wel pas gevallen toen ik dertien was. Eén van mijn ooms was namelijk machinist en hij had me eens meegenomen op een reis. Dat was mijn andere fascinatie. Ik heb toen moeten beslissen: zou ik naar de militaire school gaan of ging ik dit doen? Ik heb voor schilderen gekozen.

 

U vertrekt voor uw werk regelmatig vanuit foto's, dienen zij als inspiratie?

Tuymans Mijn werk gaat gepaard met een heel gecompliceerd proces. Het is niet enkel het naschilderen van foto's. Ik maak maquettes en voorstudies en ik gebruik ook polaroids, omdat dat al een vervorming geeft. Daarbuiten werk ik ook met tekeningen. Mijn kunst is dus niet enkel een reactie op het fotografische beeld. Ik werk in verschillende stappen. Mijn manier van werken is heel voorbereid en dus – met uitzondering van een aantal werken – weinig spontaan. Meer dan het fotografische element is het idee van belang voor het beeld. Wat betekent het beeld? Hoe moet het worden vormgegeven? Dat is een lang proces. Het gaat om een voorstelling van hoe de beelden eruit moet zien. Dan pas worden ze geschilderd.

 

U zegt over uw werken dat het 'authentieke vervalsingen' zijn. Wat bedoelt u daarmee?

Tuymans Veel van mijn werken ook al zijn ze getekend zijn gemaakt op basis van reeds bestaande beelden. Het echte verhaal, hoe ik op het idee gekomen ben om mijn werken ‘authentieke vervalsingen' te noemen, is ontstaan doordat ik op mijn zeventiende drie maanden heb gewerkt aan een zelfportret. Ik heb daar toen elke dag keihard aan gewerkt, ben steeds weer opnieuw begonnen. Uiteindelijk heb ik er een geldprijs mee gewonnen – bij het vroegere Gemeentekrediet. Bovenop die geldprijs kreeg ik een boek van James Ensor en in dat boek stond een zelfportret van hem dat gewoon van hetzelfde idee vertrok als dat van mij. Toen dacht ik: “wat heb ik hier drie maanden zitten doen?” Aan de andere kant besefte ik ook dat zoiets normaal is. Geen enkel beeld komt namelijk uit de lucht gevallen. Zo kwam ik bij de idee van die ‘authentieke vervalsingen'. Elk beeld is een authentieke vervalsing. Een gezond wantrouwen is trouwens niet misplaatst tegenover eender welk beeld, zelfs niet tegenover je eigen werken.

 

Uw schilderijen appelleren steeds aan een – vaak politiek geladen en zelfs gruwelijke – werkelijkheid. U hebt gewerkt rond de Holocaust, schilderde Lumumba en Condoleezza Rice en recent maakte u een reeks die gebaseerd was op foto's van mensen met een (geestes)ziekte. Er zit steeds een heel verhaal achter uw werken. Is het voor u ook belangrijk dat mensen uw werk kunnen appreciëren zonder dat verhaal te kennen?

Tuymans Natuurlijk. Dat is het belangrijkste. Maar het plezier van het schilderen bestaat er voor mij in dat ik beelden naar de werkelijkheid maak. De werkelijkheid is voor mij een noodzakelijk gegeven. Ik heb het nodig om daarvan te vertrekken, om de kick te hebben er iets van te kunnen maken. Daarin ligt voor mij ook de drang om iets te maken. Zoals de schilderijen uit mijn reeks ‘De diagnostische blik'; die zijn ontstaan uit gesprekken met een psychoanalist. Ik heb bijvoorbeeld een portret van een jongen met de bof en een kind met kanker geschilderd, waarbij ik de ogen systematisch verplaatst heb zodat je geen empathie meer kunt hebben. Zo ontwikkel je als toeschouwer ook geen psychologie. Ik wil de hardheid van het portret laten zien. Het is ook horizontaal geschilderd, zodat het beeld vervlakt en je daardoor niet in het beeld gezogen wordt.

 

Gelooft u in de politiek-maatschappelijke werking van kunst?

Tuymans Ik geloof dat kunst een bepaalde politiek-maatschappelijke werking kàn hebben, maar ik vind het iets anders een werk vooraf te maken met een politieke boodschap dan achteraf die boodschap eraan toe te voegen.

 

Voegt u zelf een duidelijke boodschap toe aan uw werk?

Tuymans Het is altijd dubbel. Ik zal nooit een vingerwijzing maken, ik ga niet moraliserend te werk. Ook mijn werken over de Holocaust zijn voor mij bijvoorbeeld eerder werken die deel uitmaken van de cultuur als non-cultuur. De horror is te groot, is bijna niet bevattelijk. Toch zijn die zaken gebeurd. Die plaatsen bestaan nog steeds. Er zijn meer landschappen geschilderd dan bergen met lijken.

 

Heeft u een favoriete kunstenaar, een held?

Tuymans Natuurlijk, ik heb er verschillende! Maar er is één schilder die me tot op de dag van vandaag blijft fascineren door de impact van zijn werk: El Greco. Hij liet zien wat schilderen eigenlijk betekent. Ik ontdekte hem per toeval in Boedapest. Hij heeft mij enorm weten te verbazen met het pure, het fysieke van zijn schilderijen. In plaats van een koel kleurenpalet toonde hij heldere kleuren. Hij maakte van zijn werken iets dat bleef hangen. Ik ben gaan grasduinen in de stadsbibliotheek en heb ontdekt dat El Greco slechts vierentwintig jaar was tijdens de inquisitie. Daar heeft hij zichzelf briljant verdedigd door te praten over beeldvervormingen. Er zit dus hoewel het ook heel mystiek is veel meer ratio achter zijn werk zat dan je op het eerste zicht zou vermoeden. Tot op de dag van vandaag blijft de vraag bij mij zich opdringen: “Wat zou Rubens van El Greco hebben gedacht?”

 

Dankzij de nieuwe media worden we dagelijks overspoeld door beelden. Ervaart u dat als een bedreiging voor de schilderkunst?

Tuymans Je kunt je de vraag stellen of je wel een gevecht moet aangaan met de nieuwe media? Het is onmogelijk te ontsnappen aan hun invloed. Zelf ben ik met de televisie opgegroeid. De beïnvloeding is er, er is altijd een overlast aan beelden. De beelden die gecreëerd worden binnen de schilderkunst verschillen echter sterk van die uit de media. Schilderkunst heeft namelijk een enorm vertragingseffect. Haar kracht levert unieke beelden waarin telkens een fysiek spoor aanwezig is. Daardoor gaan mensen er ook anders op reageren. Je zult je schilderijen ook anders herinneren dan andere beelden, dat is statistisch bewezen. Niets kan de schilderkunst ooit verdringen. Wat je met die vraag aankaart, is dan ook een onbestaand probleem.

 

Hoe gaat u om met de crisis in de hedendaagse schilderkunst? Kunst heeft niet echt een vanzelfsprekende functie meer. Ze moet zichzelf steeds bewijzen.

Tuymans Daar merk ik niet veel van, zeker niet wat betreft de kunstmarkt. Daar is helemaal geen sprake van een crisis. Amerikanen kopen alles systematisch op om maar niets te missen. Dit is een belachelijke positionering die gemaakt wordt door groepen die hun eigen territorium verdedigen – namelijk critici en kunsthistorici – binnen het spel van de kunst. Mijn collega's en de mensen die mijn werk ondersteunen hebben mij nooit de vraag gesteld: “Waarom schilder je nog?” Dat is een belachelijke vraag! Het is toch niet omdat mijn werk goed verkoopt dat ik zou stoppen kunstenaar te zijn? Ik ben toch ook niet om den brode begonnen? Ze willen mensen in een hoekje duwen. Ze weten dat een schilderij een inhoud heeft, maar ze beseffen ook dat ik gewoon een marktwaarde ben. Het is dom van dat soort mensen om alleen maar over geld te lullen. Het is een vraag die gefingeerd is en voortkomt uit misverstanden uit de theoretische wereld, die natuurlijk naar kunst kijkt vanuit een zekere onderbouw en in die zin misschien zelfs parasitair is.

 

U bent niet mild voor de kunstwereld.

Tuymans Ik had heel veel verwachtingen over die wereld zeker wat betreft het intellectuele maar ik ben extreem teleurgesteld. Ondertussen heb ik geleerd de scheiding te maken tussen wat de kunstwereld is en wat het maken van een kunstwerk is. Ik engageer mij voor beide zaken met evenveel energie, maar het blijven twee verschillende dingen. In die zin houd ik dat ook buiten mijn werk. En wat ik zeg is nog iets anders dan wat ik schilder. Een schilderij spreekt niet.

 

Voor een man van uw leeftijd – 48 jaar – heeft u veel zaken verwezenlijkt om trots op te zijn. U bent de eerste levende Belg die in Tate Modern heeft geëxposeerd, en nu krijgt u een eredoctoraat van de Universiteit Antwerpen (voor maatschappelijke verdienste). Gaat u niet naast uw schoenen lopen?

Tuymans Nee, nee. Ik vind dat een eer, ook omdat ik het eredoctoraat van mijn eigen stad krijg en dat is voor mij heel belangrijk. Antwerpen is geen onproblematische stad. Kijk maar naar de opkomst van het Vlaams Belang. Dat eredoctoraat is een stuk status dat kan uitgespeeld worden. Maar het heeft uiteindelijk voor mij weinig te maken met wie ik ben.

 

U gaat meewerken aan een evenement tegen extreemrechts met Tom Barman en Tom Lanoye.

Tuymans Ja, we denken dat er vanuit de culturele wereld een signaal moet worden gegeven. Het concept moet nog verder worden uitgedacht. We zullen wel zien wat er precies van komt.

 

Heeft u een boodschap voor de Antwerpse student?

Tuymans Heel simpel: stem niet op het Vlaams Belang!



een pedagogisch duwtje in de rug door Monsieur Tutorat
26/04/2006

Onze samenleving wordt gekenmerkt door een toenemende diversiteit. Daardoor ontstaan grote verschillen in deelname aan de samenleving op sociaal, economisch, cultureel of politiek vlak. De basis voor maatschappelijke integratie situeert zich gedeeltelijk in het onderwijs. Ondanks de inzet om alle leerlingen ongeacht hun sociaal economische afkomst dezelfde onderwijskansen te geven, blijft er echter een enorme ongelijkheid. Het bewonderenswaardige Tutoratproject speelt hierop in en tracht ervoor te zorgen dat deze ongelijkheid tot het minimum gereduceerd wordt, door de doorstroming van kansarme en/of allochtone scholieren naar het hoger onderwijs te bevorderen. We klopten aan bij Joke Sweygers, projectverantwoordelijke, voor wat meer uitleg.

Een ontluisterende vaststelling is de lage deelname van tweede en derdegeneratie allochtone jongeren aan het hoger onderwijs. Slechts twee procent van de allochtonen heeft een diploma van het hoger onderwijs. Dat zouden er tien keer zoveel moeten zijn. Niet moeilijk te begrijpen ook, wanneer je ziet dat slecht tien procent zelfs maar een hogere studie aanvangt. Onvermoede capaciteiten en verborgen talenten gaan hierdoor verloren, om nog maar te zwijgen van de gevolgen op gebied van emancipatie en integratie die deze jongeren die deze jongeren later zullen ondervinden. Dat is jammer. Een duwtje in de rug om deze jongeren de stap naar het hoger onderwijs ernstig te laten overwegen en ze verder te ondersteunen is zeker nodig.

 

Het Tutoratproject – naar Brussels voorbeeld, waar het project reeds jarenlang zijn werk doet – werd door de Universiteit Antwerpen en de hogescholen van de Antwerpse Associatie (AUHA) opgericht in 2003 met als doel een grotere doorstroming van studenten uit diverse sociale milieus naar het hoger onderwijs te bewerkstelligen. Dit doet het project door het probleem aan te pakken bij de wortel: de benadeelde onderwijspositie van allochtonen jongeren wordt gedeeltelijk verklaard door een schoolachterstand en gebrek aan motivatie of zelfvertrouwen, maar een zeer belangrijke verklaring is gebrek aan studiebegeleiding. Vooral op dit laatste poogt het Tutoratproject in te werken door gratis degelijke bijlessen aan te bieden aan scholen die hiervoor in aanmerking komen. De bijlessen zijn er enkel voor leerlingen van de tweede en derde graad van het Algemeen en Technisch Secundair Onderwijs. De leerlingen worden onderwezen door studenten – tutoren genaamd – 2de bachelor en hoger van zowel de Universiteit Antwerpen als de hogescholen.

 

Het is voornamelijk door te werken met tutoren, dat het project haar pedagogische innovatie verdient. Deze student-voogden begeleiden namelijk enkele uren per week groepjes van twee tot vijf leerlingen. Door te werken met kleine groepjes in aan aangename informele sfeer probeert men van de tutor tevens een vertrouwenspersoon te maken voor de allochtone jongeren, zo kan de wilskracht en het zelfvertrouwen van de leerlingen gestaag groeien. De tutor brengt dus niet enkel kennis bij, maar vervult tevens de functie van rolmodel. Momenteel geven 27 tutoren aan een honderdtal scholieren huiswerkbegeleiding en vakspecifieke opvolging. De tutoren geven in de eerste plaats vakinhoudelijke studiebegeleiding: de taalvakken, wiskunde en boekhouden genieten de grootste vraag.

 

De lessen worden aansluitend met de de schooluren gegeven, en dit binnen de schoolmuren zelf. Om een hoge efficiëntie te verzekeren wordt door de tutoren samengewerkt met vakleerkrachten.

 

De keuze van de secundaire scholen werd gemaakt rekening houdend met diverse factoren. In de eerste plaats werd gekozen voor scholen met een hoog percentage allochtonen of kansarme schoolgangers. Momenteel zijn zeven scholen in het Antwerpse actief bezig met het project en vanaf volgend academiejaar zou dit nog uitgebreid worden naar andere scholen.

 

Ben je een sociaal geëngageerde student die kansarme jongeren wil helpen door middel van bijles? En zit je minstens in je tweede bachelor ongeacht welke studierichting? Dan kan je contact opnemen met Joke Sweygers:

Campus Middelheim, lokaal A 209
Middelheimlaan 1
2020 Antwerpen
joke.sweygers@ua.ac.be
Tel: 03/265 31 27
Voor meer informatie: http://www.ua.ac.be/gelijkekansen (tutoraatproject)



Over hoe de UA vergat dat Adam niet alleen was
24/04/2006

Naar aanleiding van Equal Pay Day op 31 maart 2006 stuurden de media een ontstellend cijfer de wereld in: vrouwen in België verdienen gemiddeld 24% minder dan mannen (berekend op basis van het bruto jaarloon). Vrouwen zijn dan ook vaker tewerkgesteld in minder betaalde sectoren, nemen meer loopbaanonderbreking, zullen sneller opteren voor deeltijds werk en bekleden minder hoge posities dan hun mannelijke collega’s. De academische wereld is in hetzelfde bedje ziek: vrouwen vormen er een minderheid en naarmate je hoger klimt, zal je er steeds minder ontmoeten.

Nochtans is er geen enkel probleem met de instroom. Hoewel er van studierichting tot studierichting grote verschillen zijn – Taal- en Letterkunde is vooral populair bij vrouwelijke studenten, terwijl die in een richting als Fysica op één hand te tellen zijn – hebben vrouwen niet meer moeite om de weg naar de universiteit te vinden dan mannen. Bovendien presteren vrouwelijke studenten vaak beter dan mannelijke en ook de eerste stapjes naar een carrière aan de universiteit zijn niet onoverkomelijk: in het Assisterend Academisch Personeel (AAP) zijn vrouwen met 45% goed vertegenwoordigd. Onderaan de academische ladder zal zelfs de meest doorwinterde feministe dus niet veel pijnpunten vinden. Het genderschoentje begint echter te wringen bij de doorstroming van AAP naar ZAP (Zelfstandig Academisch Personeel). Uit een onderzoek van SEIN (het Sociaal-Economisch Instituut verbonden aan Universiteit Hasselt) uit 2003 blijkt dat slechts 15% van de ZAP-leden vrouw is. Met andere woorden: vrouwen die willen opklimmen aan de universiteit stoten tegen het zogenaamde ‘glazen plafond’.

 

Niet toevallig valt de overgang van AAP naar ZAP samen met het moment waarop vele mensen aan kinderen beginnen. En het wordt zo mogelijk nog fraaier. ZAPleden hebben de mogelijkheid om op te klimmen: docentschap is de eerste stap, nadien kunnen ze nog promoveren tot hoofddocent, hoogleraar en ten slotte tot gewoon hoogleraar. Per niveau wordt het aantal vrouwen schaarser; een vrouwelijke gewoon hoogleraar is een vreemde eend in de academische bijt. Pijnlijk als je bedenkt dat enkel gewoon hoogleraren kunnen doorstoten naar de hoogste regionen (rector, decaan...).

 

Om meer vrouwen zijn universiteit binnen te loodsen, stelde rector Marc Vervenne van de KULeuven begin oktober een heus vrouwvriendelijk masterplan voor. Terecht, want – zo blijkt uit het onderzoek van SEIN – van alle Vlaamse universiteiten is in Leuven het glazen plafond het dikst. Universiteit Antwerpen doet het weliswaar beter dan Leuven en Gent, maar moet de duimen leggen voor de Katholieke en de Vrije Universiteit van Brussel en Universiteit Hasselt. Wij telden het percentage vrouwelijke ZAP-leden per faculteit aan de UA en dit is wat uit de bus kwam.

 

Sommige vrouwen publiceerden zich echter, los door het glazen plafond heen, een weg naar de academische top – vaak mét gezin en huishouden. Onder het motto 'Behind every great faculty, there has to be a great woman’ zochten wij enkele van deze vrouwen op en vroegen hen hoe zij het rooien in het mannenbastion UA.

 

Annie Cuyt

Departement Wiskunde – Informatica
Gewoon hoogleraar en moeder van één dochter

 

Heeft u het moeilijker gehad dan uw mannelijke collega's?

Annie Cuyt Zeker! Over vrouwen worden er voortdurend grapjes gemaakt. Mannen denken dat zij daar het recht toe hebben: ze vinden zichzelf nooit kwetsend, denigrerend of seksistisch. In het begin was ik de enige vrouw verbonden aan ons departement, het is pas sinds er andere vrouwen bijgekomen zijn dat ik besef hoe zeer we als uitzonderingen behandeld worden. Iedere vrouw reageert daar overigens anders op: sommigen beginnen hun charmes uit te spelen, andere vinden dat dan weer volledig beneden hun waardigheid.

 

Is de mentaliteit in de loop der jaren veranderd?

Cuyt Nauwelijks, vooral aan een departement als het mijne gaat het tergend traag. Het feit dat de universiteit een mannenbastion is, heeft invloed op de manier van denken. Wanneer er vrouwen in raden en commissies zetelen, wordt over veel dingen anders gedacht en wordt er met andere dingen rekening gehouden. Wat me wel opvalt, is dat men een vrouw vaker dan vroeger aan een doctoraat laat beginnen, maar dan wel in de verwachting dan na een vijftal jaar van haar verlost te zijn. Men neemt vrouwen niet ernstig en de verbazing is dan ook groot wanneer een vrouw verkiest om toch te blijven hangen aan de universiteit. Een mannelijke student wordt onmiddellijk geëvalueerd: als hij niet geschikt is voor een wetenschappelijke carrière, zal hij daar sneller attent op worden gemaakt. Als vrouw moet je op je eentje proberen uit te maken of je de goede capaciteiten hebt, want mannen gaan er automatisch van uit dat ze je binnen een aantal jaren kwijt zijn.

 

Gelooft u dat vrouwen van nature uit minder ambitieus zijn?

Cuyt Nee, zeker niet, veel verschillen tussen de geslachten worden cultureel bepaald. Op zich is het niet erg dat mannen en vrouwen dingen op een andere manier bekijken, zolang een bedrijf of instelling open staat voor beide visies. In hogere echelons blijken mannen hun zaakjes echter het liefst onderling te regelen. Doorgaans zijn ze beter in networking dan vrouwen, zoals ook onze Antwerpse burgemeester beweerde. Als ze in groep mopjes staan te tappen – hoe schunniger, hoe beter – ben je als vrouw simpelweg buitengesloten.

 

De vrouwvriendelijkheid aan onze universiteit laat met andere woorden te wensen over?

Cuyt Jazeker, in landen als de Verenigde Staten of Canada voert men een veel vrouwvriendelijkere politiek. Ik word al lang au sérieux genomen op internationaal vlak. Hier in huis echter, zullen de mannen altijd eerst proberen elkaar te consulteren alvorens mij erbij te betrekken. Dat terwijl ik uiteindelijk gewoon hoogleraar ben, meedraai in het departement en zetel in verschillende commissies. De UA doet het niet slecht, we hebben twee vrouwelijke vice-rectoren. Maar ik vertel hen liever niet hoe er hier op het departement over hen gegrapt wordt. Het is alleszins zeker niet netjes. Over de mannelijke reacties toen Christine Van Broeckhoven de L'Oréal-Unesco award for women in science 2006 kreeg, zal ik ook maar zwijgen. Ik ben iemand die graag lacht, maar dit vind ik beneden alles, ontoelaatbaar en seksistisch.

 

Welke maatregelen zouden er dan kunnen worden genomen om de universiteit vrouwvriendelijker te maken?

Cuyt Op zich ben ik geen voorstander van positieve discriminatie. Ik vind niet dat je op een gegeven moment posities moet bemannen of bevrouwen met mensen die misschien minder goed zijn, enkel omdat hun groep ondervertegenwoordigd is. Maar om meer vrouwen in commissies binnen te loodsen, moeten er misschien toch eerst quota komen, zodat men leert om te luisteren naar de verschillende opinies en invalshoeken waar vrouwen voor staan. Dat heeft weinig te maken met een bepaald wetenschappelijk of intellectueel niveau. Maar het begint thuis bij de opvoeding: laat af en toe jongens de vaat doen en meisjes klusjes opknappen, dat zullen ze heus wel overleven. Wat me enorm stoort, is dat het de Cel Gelijke Kansen is die naar een oplossing moet zoeken voor het gebrek aan vrouwen in de hogere regionen van de universiteit. De Cel Gelijke Kansen is er om ervoor te zorgen dat allerlei minderheden in de maatschappij en specifieker aan de universiteit, voldoende vertegenwoordigd worden. Maar vrouwen zijn geen minderheid, integendeel! Het glazen plafond, dat is een heel ander probleem.

 

Vivian Liska

Departement Taal- en Letterkunde
Hoogleraar en moeder van vier

 

Was het moeilijk om uw carrière te combineren met uw gezinssituatie?

Vivian Liska Ik heb een ietwat uitzonderlijke weg afgelegd. Toen mijn eerste twee kinderen geboren werden, studeerde ik nog. Gelukkig had ik de mogelijkheid om mijn studies te rekken, zodat een combinatie mogelijk was. Dat neemt niet weg dat ik hard heb moeten zwoegen om hoge resultaten te halen en tegelijk voldoende tijd met mijn kinderen door te brengen, maar ik denk niet dat ze mij hebben moeten missen. Uiteindelijk was ik de dertig al voorbij toen ik mijn licentiaatsdiploma haalde en ik ben aan mijn doctoraatsonderzoek begonnen toen mijn twee jongste kinderen naar de kleutertuin konden.

 

Er is geen enkele vrouwelijke gewoon hoogleraar in Taal- en Letterkunde, u bent de enige vrouwelijke hoogleraar en in andere departementen is het al niet veel beter. De UA lijkt dus wel te kampen met een dik glazen plafond?

Liska Er zijn inderdaad opvallend weinig vrouwen in hogere regionen. Maar de schuld daarvoor kan je niet zomaar afschuiven op bepaalde proffen of op de universiteit, het probleem schuilt in alle lagen van de maatschappij, gaande van het gezin tot de overheid. Een oplossing vergt werkelijk een hele mentaliteitswijziging.

 

Gelooft u dat vrouwen van nature uit minder ambitieus zijn?

Liska Nee, ik ben er zeker van dat het om cultureel bepaalde verschillen gaat. Vrouwelijke studenten moeten vaak opboksen tegen vooroordelen. Zelf moest ik als studente harder werken dan een jongen om aan te tonen dat ik mijn studie ernstig opvatte. Ik vermoed dat vooral in een richting als Taal- en Letterkunde meisjes niet voldoende au sérieux worden genomen. Heel onbewust wordt van hen vaker verwacht dat ze wel in het onderwijs zullen stappen en geen academische carrière ambiëren. Dit is natuurlijk een sterke veralgemening, maar ik denk dat vele mensen zich van hun vooroordelen moeten bewust worden. Ik heb mezelf trouwens ook al op zulke vooroordelen betrapt. Toen ik les gaf over feministische theorie, moest ik ervoor opletten dat ik er niet vanuitging dat de jongens meer geïnteresseerd waren in de zuivere theorie en de meisjes eerder in het toepassen van die theorie op zichzelf.

 

Hoe zou men de ongelijke vertegenwoordiging aan de universiteit concreet moeten aanpakken?

Liska Ik merk al een positieve mentaliteitswijziging. Om een voorbeeld te noemen: bij de aanstelling van een nieuwe assistent zetelde ik in de jury. Uiteindelijk bleven er nog twee kandidaten over, een jongen en een meisje. Beide waren even goed, vonden wij, en uiteindelijk besloten we om het meisje een kans te geven, om op die manier meer vrouwen gelanceerd te krijgen aan de universiteit. Ook de prijs voor de beste doctoranda, waarbij naast haar academische prestaties ook haar gezinssituatie mee in overweging wordt genomen, vind ik een zeer positief initiatief. Van quota ben ik geen voorstander. Integendeel, ik denk dat die een averechts effect kunnen teweegbrengen. Een mentaliteitswijziging verkrijg je eerder door andere – positievere – maatregelen, zoals diegene die ik daarnet noemde.

 

Ziet de toekomst er voor vrouwen aan de UA rooskleurig uit?

Liska Ik ben alvast tot de zeer aangename vaststelling gekomen dat steeds meer vrouwen aan een doctoraat beginnen en het ook afmaken. Zelf heb ik zes doctorandi onder mijn hoede, waarvan vijf vrouwen. Ik voel me goed als ‘doctormoeder' en ben heel trots op mijn meisjes. Wat doctoren betreft, ziet het er goed uit, maar hoe de situatie zal zijn voor vrouwen nadat ze gedoctoreerd zijn, dat zal de toekomst moeten uitwijzen.

 

Bea Cantillon

Departement Sociologie
Gewoon hoogleraar en tevens vice-rector, moeder van twee

 

Vormen kinderen een belemmering om een academische carrière uit te bouwen?

Bea Cantillon Een academische loopbaan is flexibel: intellectuele arbeid hoeft immers niet noodzakelijk tussen negen en vijf plaats te vinden, je kunt ook 's avonds of in het weekend verder werken. Maar als vice-rector en als verantwoordelijke van een onderzoeksgroep van 25 mensen heb ik zeker geen tijd te veel. Gelukkig kom je al heel ver met organisatie, een goede kinderopvang , een moeder op wie je altijd kunt rekenen en het tijdelijk afstand doen van persoonlijke hobby's.

 

Hebt u een mentaliteitswijziging kunnen vaststellen de voorbije jaren?

Cantillon De mentaliteit is ongetwijfeld veranderd. Hoewel mijn mentor heel belangrijk is geweest voor mijn loopbaan, behoorde hij echt nog tot een oudere generatie. Hij heeft zeer lang aan me getwijfeld, niet alleen aan mijn capaciteiten om een academische carrière uit te bouwen, maar ook aan de zin van een carrière voor een vrouw met kinderen. Ik heb lange tijd moeten bewijzen dat ik het meende. Hoewel ik niet wil veralgemenen is dat vandaag ongetwijfeld anders. Ik zie trouwens jonge vaders vaderschapsverlof opnemen en ze zijn meer betrokken bij hun kinderen dan bij oudere mannen het geval was. De ‘nieuwe man' is in aantocht, dat zie ik bij mijn jonge assistenten.

 

Gelooft u dat vrouwen van nature uit minder ambitieus zijn?

Cantillon Het feit dat je als vrouw kinderen baart, schept een bijzondere band die mannen niet hebben met hun kroost. Dat neemt niet weg dat ze een goede vader kunnen zijn, maar een vader is toch nog iets anders dan een moeder. Vrouwen voelen een grotere verantwoordelijkheid. Het culturele aspect is natuurlijk ook van enorm belang. Om terug te komen op het voorbeeld van mijn mentor zaliger: hij had een volledig andere kijk op de positie van vrouwen in de samenleving, hoewel hij dat zeker niet kwaad bedoelde.

 

Hebt u te kampen gehad met positieve en/of negatieve discriminatie?

Cantillon Tegen mannen moet je vaak vechten. Soms wordt je mening als vrouw gewoon genegeerd of weggelachen. Als vrouw moet je leren om te gaan met het haantjesgedrag van sommige mannen: het stemgeluid verheffen en het woord niet zomaar afgeven aan mannen die je onderbreken .Maar wanneer een vrouw haar troeven goed uitspeelt, kan ze ook genieten van voordelen.

 

Zou een invoering van quota een geschikte oplossing zijn om de ondervertegenwoordiging van vrouwen tegen te gaan?

Cantillon Het probleem is tweeledig: aan de ene kant stoten heel weinig vrouwen door naar de hoogste regionen – vrouwelijke gewoon hoogleraren zijn witte raven – aan de kant zijn ze volledig ondervertegenwoordigd in de verschillende bestuursorganen; op dit ogenblik is er bijvoorbeeld niet één vrouwelijke decaan. Of quota dan een oplossing kunnen bieden is nog maar de vraag. Er zijn immers niet genoeg vrouwen in de hoogste regionen om de plaatsen die voor hen dan zouden opzijgezet worden, op te vullen. Alle vergaderlast zou op de schouders van een heel klein aantal vrouwen terechtkomen. Maar we zouden aan onze universiteit veel meer aandacht moeten hebben voor de vertegenwoordiging van vrouwen in sommige raden en commissies, bv de bevorderingscommissies waar vrouwen totnogtoe ofwel volledig afwezig waren ofwel zwaar ondervertegenwoordigd.

 

Wat zou de universiteit dan wel kunnen doen om wat vrouwvriendelijker te worden?

Cantillon Universiteit Antwerpen doet het niet zo slecht in vergelijking met andere universiteiten. Met twee vrouwelijke vice-rectoren zijn we op de goede weg. In ben zeer optimistisch over het doorbreken van het glazen plafond. Maar er kan natuurlijk nog aan een aantal dingen gesleuteld worden. Vergaderingen die uitlopen tot in de avond zijn natuurlijk niet meteen bevorderlijk voor een vlotte combinatie van arbeid en gezin. Dit zal echter enkel opgelost geraken door ervoor te zorgen dat er genoeg vrouwen op hoge posities komen.

 

Zij kunnen het zich veroorloven om te zeggen dat ze naar huis willen gaan, omdat ze nog een verhaal willen vertellen aan hun kinderen voor het slapengaan. Verder blijven er regels en reglementen die vrouwonvriendelijk zijn. Ik denk dan bv aan de voorwaarde om 80% aangesteld te zijn aan de universiteit om beroep te kunnen doen op onderzoekskredieten of de ronduit discriminerende regel die het FWO hanteert om doctoraatsbeurzen toe te kennen: door leeftijdsgrens van 35 jaar is het voor vrouwen die eerst geïnversteerd hebben in kinderen niet langer mogelijk om hun loopbaan later in hun leven te beginnen. In elk geval moeten we vrouwen aanmoedigen om zich kandidaat te stellen voor bestuursmandaten. Mijn faculteit levert straks een vrouwelijke decaan. Dat is een belangrijke vooruitgang !



Kunst door en voor studenten
23/04/2006
🖋: 

Maak een kunstenaarsboek. Met deze opdracht gingen UA-studenten Theater-, film-, en literatuurwetenschap (sinds kort is dit een richting binnen Taal- en Letterkunde) creatief hun gangetje en konden ze bovendien samenwerken met studenten van de Academie. Beide opleidingen proefden op die manier van elkaars leefwereld en idee

Het idee voor deze samenwerking gaat oorspronkelijk uit van Geert Lernout, Professor aan de Universiteit Antwerpen en Pat Harris, Professor aan de Academie. Pat Harris stelde vast dat zijn studenten schilderkunst weinig lazen, Geert Lernout moest concluderen dat zijn studenten literatuur weinig afwisten van beeldende kunst. Samen besloten ze daar iets aan te doen door studenten van beide opleidingen samen te brengen. In 1998 ging de eerste samenwerking van start. Het concept bleek succesvol, maar door de jaren heen werd er hier en daar wat aangepast.

 

De samenwerking tussen de studenten van de Associatie Antwerpen wordt dit jaar gecoördineerd door een nieuw team van mensen die stuk voor stuk geïnteresseerd zijn in de relatie tussen woord en beeld. Dit team bestaat uit vier leden: Prof. Geert Lernout als medestichter van dit vak, Prof. Johan Pas als verantwoordelijke van de Academie, Prof. Peter De Graeve als kunstfilosoof en Katrien Jacobs die aan een doctoraat werkt over het beeldende en literaire oeuvre van Hugo Claus.

 

Ondanks de nauwgezette coördinatie bleek de samenwerking niet altijd vanzelfsprekend. Voor de academiestudenten was deze opdracht een optie binnen het vak 'cultuuronderzoek'. Voor de TFL-studenten kaderde het project daarentegen binnen een verplicht vak. Hierdoor bleken de kunstenaars in spe in de minderheid te zijn, waardoor sommige studenten TFL het zonder academiestudent moesten stellen. De academiestudenten die hier wel voor kozen waren vaak afkomstig uit het buitenland, de taalbarrière zorgde dan ook meer dan eens voor communicatiestoornissen.

 

De meningen over dit project zijn verdeeld. Sommigen vonden het tijdsverspilling terwijl anderen het dan weer aangenaam vonden om hun creativiteit te laten werken. Ondanks de verschillende meningen was het opvallend dat er een algemene trots bestond omtrent de eindresultaten. En terecht, de boekobjecten en kunstenaarsboeken zijn innovatief en vooral zeer ingenieus in elkaar gestoken. De relatie tussen woord en beeld werd onder de loep genomen en heruitgevonden. De eindresultaten zijn gevarieerd. Zo is er een groepje met een diaprojectie waarmee ze het klassieke boek achter zich willen laten. Een tweede groepje heeft dan weer een Powerbook als resultaat met als doel het tactiele en het persoonlijke samen te brengen en te laten contrasteren. Een derde groep kwam zeer origineel naar voor met een boekfiets die van het statisch lezen niet langer enkel een mentale, maar nu ook een fysische arbeid wil maken. Een koffietafelboek was het resultaat van een vierde groep. Zij bewijzen dat het uiterlijk soms bedrieglijk kan zijn met een boek dat door de mand valt eens men het opent. Dit waren slechts een paar beschrijvingen. Het zijn er te veel om op te noemen, maar stuk voor stuk zijn ze zeker de moeite waard! Hebben deze bondige omschrijvingen jouw nieuwsgierigheid geprikkeld? Aarzel dan niet om de eindresultaten in levende lijve te gaan bekijken. De studenten van de Associatie Antwerpen stellen van 20 tot en met 28 april de eindresultaten van hun samenwerking tentoon in het Brantijser. Deze tentoonstelling is gratis en dagelijks open van maandag tot zaterdag.

 

 

Locatie: Het Brantijser
Sint-Jacobsmarkt 9-13 Antwerpen
Tentoonstelling: 20 april t.e.m. 28 april 2006
Openingsuren: maandag-vrijdag: 9u-17u; dinsdag-donderdag: 9u-22u; zaterdag: 9u-12u
Informatie: Katrien.Jacobs@ua.ac.be



Het droeve lot van een protestmars
20/04/2006
🖋: 
Auteur

Op woensdag 29 maart protesteerden de Antwerpse studenten tegen het wetsvoorstel voor een outputfinancieringsmodel voor het hoger onderwijs. Dit opvallend blauwe ideetje van sp.a'er Frank Vandenbroucke past in zijn grotere hervormingsplannen en heeft wel wat nadelen. Niet alleen is er de vrees dat de kwaliteit van een opleiding zal dalen als er meer mensen af moeten studeren om meer inkomsten te genereren, ook worden de niet strikt nuttige MaNaMa's veel duurder en zullen bissers en trissers niet meer op een beurs kunnen rekenen (goed, voor die laatste groep vind ik dat wel zinnig). Bovendien is het voorstel extra nadelig voor een kleinere universiteit als die van Antwerpen, waarvan de jaarlijkse subsidie stevig verminderd zal worden.

Reden genoeg om een keer op straat te komen natuurlijk. En dus organiseerde de Vlaamse Vereniging voor Studenten in samenwerking met wat studentenclubs een betoging. De Actief Linkse Studenten bedachten een resem pseudo-ritmische slogans en haalden hun rode poncho's nog eens uit de kast. En gelukkig maar, want als zij de teugels niet in handen zouden nemen bleef iedereen gewoon gezellig thuis, want het ging regenen, er stond nog een afwas van drie weken en de kat had net gejongd. Jammer genoeg is de geloofwaardigheid van het niet altijd even genuanceerde ALS nogal beperkt bij de massa. Die communisten toch, altijd maar lamenteren, altijd contrarie zijn. Maar ach, ze zijn jong.

 

Het nadeel van een niet al te sterke mainstreamreputatie is dat deze afstraalt op de betogingen die het ALS (gelukkig) organiseert. Daardoor lijkt zo een betoging niet meer dan een optochtje van een minderheidsgroep die zichzelf wil manifesteren. Mensen die zo nodig – vergeef het hen, vader – een Eigen Mening moeten hebben. Daar wordt niet van wakker gelegen. Zeker niet in het verre Brussel.

 

Natuurlijk wordt een noodzakelijke protestmars door meer dan één club gedragen. Ook Unifac deed mee, of pretendeerde dat toch. De overkoepelende studentenvereniging die steevast voor meer blauw op straat zorgt bleek plots opvallend onzichtbaar. Niet meer dan logisch ook: er moest gratis jenever uitgedeeld worden onder de luifel van de Agora. Veel leuker dan door de stad wandelen terwijl je wat oneliners bralt. En het was tenslotte verkiezingsweek voor de studentenverenigingen, en dat is erg belangrijk.

 

Voorts bleef ook het onderwijzend personeel van de universiteit afwezig (in tegenstelling tot dat van de Hogeschool Antwerpen), omdat de outputfinanciering niet meer dan een deel van het voor de rest niet onzinnige plan van Vandenbroucke is. Het NSV kwam zich wel even met links verenigen om samen voor de goede zaak te strijden. Het leek wel kerstmis. Na een tocht door overwegend smalle straatjes (waarin de optocht behoorlijk omvangrijk leek), kwam de betoging aan op de Groenplaats en verdween eenieder spoorslags in één of ander café voor men aan de afsluitende toespraken kon beginnen. Het begon ook al aardig hard te regenen en engagement is niet waterproof.

 

Bref en gros: huilen met de pet op, hoogstens zevenhonderd man (dat is zo'n vijf procent van diegenen die in Antwerpen benadeeld worden door het outputmodel) die zich even kwam laten zien en als het wat uitgemaakt heeft zal ik een lam offeren op het altaar van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Zo niet, dan sluit ik alvast een lening af om mijn kroost een ietwat degelijke opleiding te kunnen geven.



Kasper; student, drinkebroer, held
19/04/2006
🖋: 
Auteur

Het zwakke licht dat vanuit de gang door de open deur scheen, deed niet veel af aan de lugubere atmosfeer van de donkere bibliotheek; ook het lijk dat in een plas bloed op de grond lag, hielp weinig.

“Kasper, wat...” Sam wou zich omdraaien, maar zijn dwingende toon stopte haar.

“Zet alles op de USB-stick. Snel. Zonder zijn we sowieso verloren.”

Kasper knielde neer naast het lijk en legde de Glock naast zich – het pistool van de dode dat zich tegen hem had gekeerd. Even overwoog hij om het kogelvrije vest van de man aan te trekken, maar hoewel hij niet veel van bijgeloof kende, dacht hij niet dat de bescherming van een lijk veel geluk bracht. Ook het halfautomatische machinepistool liet hij voor wat het was. In zijn zakken zat enkel extra munitie, geen identificatie. Kasper wist echter wel voor wie hij werkte, ook zonder een CEEq-badge.

“Klaar.”

Kasper knikte, zette de veiligheid van het pistool op en stak het in zijn riem. Sam keek met grote ogen naar het lijk, maar ze greep enkel zijn rechterhand stevig vast en zei niets. Ze hadden amper twee stappen buiten de bibliotheek gezet, toen een jonge vrouw in een bloemetjesjurk op hen afstapte.

“Is alles in orde met jullie? Ik dacht dat ik schoten hoorde.”

Kasper en Sam bleven allebei staan, onzeker over wat ze moesten doen.

“Pas op, jongen, links!”

Instinctief trok Kasper het pistool uit zijn broek, zette met zijn duim de veiligheid af en vuurde met zijn linkerhand eenmaal op de man die tussen hen en de uitgang stond. Het schot trof hem midden op zijn romp, maar hoewel hij tegen de grond werd geworpen, vermoedde Kasper dat zijn kogelvrije vest hem tegen het ergste had beschermd.

“Idioten!” riep de vrouw, maar of het naar hen of naar hun belagers was, wist hij niet.

Hij trok Sam mee, terwijl de vrouw in de bloemetjesjurk een grote revolver van achter haar rug haalde. In het voorbijgaan stampte Kasper de kreunende man die hij had neergeschoten in het gezicht. Het lijk dat tegen een van de glazen deuren lag, deed hem even vertragen. ‘Hij werkte hier,' dacht Kasper, ‘hij wou de deuren op slot doen.' Toen een kogel voor hem op het glas afketste, duwde hij Sam er echter snel doorheen.

Er waren nog anderen op de schoten afgekomen, maar allemaal droegen ze dezelfde zwarte gevechtsuitrusting en machinepistolen. Achter elke hoek was er wel iemand die de weg versperde. Kasper nam het pistool in zijn rechterhand en probeerde hun belagers te ontwijken, maar al snel werden ze naar de grootste aula van de campus gedreven. Allebei wisten ze dat ze daar in de val zouden zitten, maar Kasper hoopte dat hij ze lang genoeg zou kunnen ophouden. Iemand anders moest de schoten gehoord hebben.

“Handen omhoog.”

Ze stonden vlak voor de deuren van het gebouw, maar zouden er nooit op tijd binnenraken. De man die hen onder schot hield, stond op twee meter afstand met zijn pistool op Kasper gericht. Langzaam draaiden ze zich naar hem toe. Sam had haar handen al in de lucht gestoken, maar Kasper hield zijn Glock nog steeds tegen zijn dijbeen gedrukt.

“Handen omhoog. Zo gemakkelijk kom je er niet meer vanaf.”

Kasper schoot vanuit de heup, zijn loop naar boven gericht. De keel van de man werd opengereten, zijn hoofd schoot naar boven en zijn pistool viel op de grond. Een straal bloed spoot uit de wonde voor hij eerst op zijn knieën en vervolgens languit op de grond viel. Samantha ging met de rug van haar hand over haar ogen en smeerde zo het bloed uit. Kasper huiverde onwillekeurig en trok haar het gebouw binnen. Ze renden naar de aula zelf. De zware deuren waren vreemd genoeg nog open; Kasper hoopte dat er hier niemand voor gestorven was. Zodra ze binnen waren haastte Sam zich naar het bureau vooraan in de aula; met een druk op de knop deed ze de deuren op slot.

“Hoe...” Ze ademde zwaar en steunde met beide handen op het bureau. “Waar heb je leren schieten?”

Kasper stak het pistool achter zijn broeksriem en liep naar haar toe. Hij voelde zich verrassend goed, zelfzeker.

“Jij hackt computers, ik speel er spelletjes op.”

“Dit is geen spelletje, rund! Je hebt twee mensen vermoord en zij zullen met jou hetzelfde doen als ze de kans krijgen.”

Het besef drong in een flits tot Kasper door, en was toen verdwenen. Als verdoofd keek hij de aula rond, maar hij kon geen zinnige reden bedenken waarom hij daar was. Vorig jaar had hij hier nog les gehad, maar nu moest hij hier niet meer zijn. Het was trouwens vrijdagavond, bijna nacht: moest hij niet op café zitten? Er werd aan de klink van één van de deuren gemorreld en Sam zei zijn naam, maar het kwam allemaal van ver. Iemand, hij wist niet wie, schreeuwde in zijn hoofd, maar hij begreep het niet.

“Verdomme, jongen, dit is niet het moment om de geschokte puber te gaan uithangen!”

“Kasper!”

Het enige dat hij nog echt hoorde was dat nummer, waar het allemaal mee begonnen was. / clowns to the left of me / jokers to the right / here I am, stuck in the middle with you /