Op een blauwe vrijdagochtend liepen we één van de zeven poetsvrouwen van de schone R-blok op de Stadscampus tegen het lijf. Christel Van Bets (45) werkt reeds 27 trouwe jaren voor de UA: vroeger in het studentenrestaurant, later in de R-blok op de benedenverdieping als poetsvrouw. Zij is het die heel ijverig elke ochtend voor dag en dauw de gangen zuivert, de vuilbakken leegmaakt en onze aula’s desinfecteert. (En alstublieft, liefste studenten, ruim die rommel op!) Eens per jaar wordt ze ingezet om de banken proper te schrobben (al vindt ze sommige tekeningen wel te mooi om weg te vegen), om de volgende dag alweer geconfronteerd te worden met volgekladde tafeltjes. De kuisploeg van de UA denkt ook aan het milieu: dankzij de micro-vezeldoekjes is er weinig nood aan bijtende producten, die zijn enkel nodig als de deuren aan de Rodestraat voor de zoveelste keer vol geürineerd worden. Christel doet haar werk graag, gezien de aangename en jonge omgeving – hoewel ze weinig contact met de studenten heeft: “De afstand tussen ons is te groot”, luidt haar mening.
Enquêtes zijn hip. We worden voortdurend geconfronteerd met in cijfers en percentages gegoten opinies en oordelen. Met een aura van wetenschappelijkheid wordt ons te pas en te onpas de visie van de grootste gemene deler gepresenteerd. Jammer genoeg blijft het vaak gissen naar de beweegredenen van de ondervraagden om tot deze of gene stelling te komen. Als je de cijfers wil interpreteren, moet je meestal niet rekenen op enige context, laat staan op genuanceerde informatie.
Ook onze eigen instelling ontsnapt niet aan de rage. We moeten nu zelfs onze docenten evalueren aan de hand van een soort meerkeuzeformulier. Met aandrang wordt gevraagd de vragenlijsten in te vullen en hoe meer studenten meewerken, hoe beter. Onze mening wordt namelijk op prijs gesteld. Dat men belang hecht aan onze bevindingen is op zich goed nieuws, alleen krijg ik grijze haren van die evaluatieformulieren.
Toegegeven, de vragenlijst is zorgvuldig opgesteld. Er zijn genoeg antwoordmogelijkheden en veel vragen (hier en daar worden trouwens dezelfde vragen anders geformuleerd – misschien wil men zich vergewissen van de ernst van de invuller?) die zeker wat nuancering toelaten. Maar toch, ik vrees dat mijn definitie van wat goed lesgeven is enorm verschilt van die van de opstellers van de lijst in kwestie. Kan het mij wat schelen dat professor X geen tussentijdse evaluatiemomenten voorzag of dat ik geen instantvaardigheden kreeg aangeleerd die ik bij andere vakken kan toepassen. Helemaal uit de lucht gegrepen vind ik de vraag of het te evalueren opleidingsonderdeel relevant was voor de opleiding. Vertel mij eens hoe pakweg een eerstejaars – die met andere woorden nog helemaal opgeleid moet worden – daarover kan oordelen.
Nergens wordt er gepeild naar de gedrevenheid van de lesgever; naar engagement of eruditie wordt evenmin gevraagd. Alles draait er enkel om of ik de leerstof al dan niet efficiënt heb kunnen vergaren. Dat de vorming die we aan de universiteit krijgen niet altijd direct nuttig en inzetbaar of zomaar meetbaar en definieerbaar is, lijkt de vraagstellers volledig te ontgaan.
Natuurlijk moet je aan het einde van een opleiding over een aantal competenties beschikken en natuurlijk heb ik een mening over hoe bepaalde vakken gedoceerd worden. Ik ben er alleen van overtuigd dat je via een degelijk gesprek met enkele afzonderlijke studenten een betere kijk krijgt op onze ervaring van het onderwijs dan via die evaluatieformulieren. Mijn eigen mening komt alleszins niet naar voren uit de door mij ingevulde vragenlijst, integendeel. Het levert me hoogstens een stevige dosis frustratie op.
Vrijdag 13 oktober werd het statige Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) ingepalmd door meer dan duizend jongeren, met als resultaat een bedrijvigheid waar het meer dan honderd jaar oude gebouw normaal enkel van kan dromen. Reden voor deze massale opkomst was het groots opgezette evenement Soiree Royale, georganiseerd door de vzw AmuseeVous. Begenadigde jonge artiesten – originele performers, beeldende kunstenaars en verschillende bands – injecteerden het museum met inspiratie en geestdrift. Rubens keek toe en zag dat het goed was.
AmuseeVous noemt zichzelf een ‘relatiebureau voor jongeren en musea’. Isabel Lowyck, coördinator van de vzw, is er alvast van overtuigd dat zo’n bemiddeling nodig is: “Musea lopen leeg, net als kerken. Iedereen kent het prachtige gebouw van het KMSKA, maar wie loopt er ook effectief binnen? Wij proberen musea in een aantrekkelijk daglicht te zetten, opdat meer jongeren op vrijwillige basis naar een collectie zouden gaan kijken. Dat wil daarom niet zeggen dat we een museum naar aanleiding van een evenement als Soiree Royale tot een feesttent herleiden. Het is de bedoeling dat zowel het publiek als de jonge artiesten meegesleept worden door de schoonheid van de kunstwerken, zodat het museum fungeert zoals het zou moeten: als een huis van inspiratie.”
Dit lijkt misschien vechten tegen de bierkaai, maar de combinatie van een goede werking en steun uit bekende hoek doet wonderen. AmuseeVous is ontkiemd tijdens de JongerenMuseumDagen in 2000. Maar voor een echte doorbraak was het wachten op Herman Schueremans, de organisator van Rock Werchter, wiens steun een geschenk uit de hemel zou blijken. Schueremans lanceerde het idee van de polsbandjesactie: in 2005 konden jongeren voor het eerst met hun Werchterpolsbandje als toegangsticket één van de 26 deelnemende musea bezoeken. Uiteindelijk zouden 8000 jongeren van deze actie profiteren – een gigantisch succes, volgens een enthousiaste Lowyck. Bovendien hebben 48 Belgische en Nederlandse rockartiesten zich bereid getoond om als peter of meter ‘hun’ museum te promoten bij het grote publiek. Maar AmuseeVous stampt nog meer initiatieven uit de culturele grond. Het bekendst zijn de Soirees: de Soiree Royale heeft al verschillende voorgangers en in maart is er alweer een nieuwe gepland.
‘Jong’ is het absolute trefwoord in het hele opzet. Niet alleen richt AmuseeVous zich tot een jong publiek en jeugdige artiesten, ook de hele organisatie wordt draaiende gehouden door jonge vrijwilligers. “Het is fantastisch om te zien hoe enthousiast jongeren zich inzetten voor het hele project”, vertelt Lowyck. “We zijn van start gegaan met een relatief kleine groep, maar steeds meer mensen hebben de microbe te pakken gekregen en ondertussen kunnen we al op een behoorlijk aantal vrijwilligers rekenen.”
Of het museumbezoek ook de hoogte in gegaan is sinds AmuseeVous het daglicht heeft gezien, weet ze niet precies: “Dat zou een publieksonderzoek vergen. Wat we wel weten, is dat AmuseeVous ondertussen bekendheid heeft verworven, zowel onder het grote publiek als onder de performers en musea. Maar eigenlijk gaat het ons niet om de cijfers; wat voor ons telt is de animo. Wij mobiliseren en sensibiliseren jongeren én musea, maar nadien geven wij de fakkel door aan de musea zelf.”
Met acties als Soiree Royale worden twijfelaars misschien wel over de streep getrokken, maar voor niet-bezoekers zullen nieuwe strategieën bedacht moeten worden, geeft Lowyck toe. “Misschien moeten we voetballers optrommelen? We proberen nieuwe wegen te bewandelen, maar een strategie implementeer je niet van vandaag op morgen. Ondertussen zijn we echt tevreden wanneer we ten minste de twijfelaars kunnen overtuigen van de schoonheid van een museum.”
Verre vriendin,
Wat er rest van een vrouw na één maand samenhokken met vier mannen (24+, 3x celibatair)? Wel Lisa, je gewassen beha’s bengelen zonder schroom tussen hun boxershorts – die je dan ook smakelijk bespiedt. Je arm kweekt spieren aan door het voortdurende bril-omlaag-doen en eenmaal je goed en wel in positie zit, dwalen je kijkers voyeuristisch doorheen de vrouwelijke bilspleten op de posters. Het Erasmus-gezelschap zorgt ook voor de nodige transformaties. Samen al te gedreven op zoek naar multicultureel gepalaver, belanden we pardoes in een gaybar of tussen buitenlanders die zich plots occasioneel vrijgezel wanen. Erasmus, of: hoe de selectievraag voor je potentiële partner – of hij kinderen wil – verandert in het weinig chauvinistische "Je n’ai pas l’accent belge, non?" Hoeveel kwinkslagen elke nacht herbergt, hoeveel geproost en verkennerij. Dan slinger ik doorheen de kudde toeristen. Lach hen uit. Strasbourg heeft voor míj geen geheimen meer. Menigmaal echter, wanneer de doolhof opdoemt en ik weer besef vrouw te zijn, vraag ik hen groenig oriëntatieraad. Ben je nog steeds een toerist als je clichématige kiekjes ontloopt en vijf uur stapt voor vijf originele foto’s? Als fijnproever van choucroute? Als je, wijselijk, niet over het weer praat? (Laat het dus achterwege, dat meteorologisch gestoef van jou. Onthul me liever de " ¿Cómo? ", " ¿Cuándo? " en vooral je " ¿Cuántos? ".)
Groet van een curieuzeneuzemosterdpot,
Kirsten
Madame,
Wees gerust. Het meteorologische gestoef blijft achterwege. Mijn eens zo bekoorlijke uitkijk is plotsklaps omgetoverd in een druilerig stadsgezicht. In plaats van terrasjes verslaan, bevolken we nu rokerige jazzcafés en kan ik zonder schuldgevoel tot de noen in bed blijven soezen (leve de strategische planning van het lessenrooster!). Maar pochen pronken pralen doe ik graag, perdóname. Als het meteorologisch niet kan, waarom dan niet gastronomisch? Op kot zijn we een heuse culinaire wereldreis gestart. De Mexicanen Ricky en Gabry spannen de kroon. Niets is hen vreemd: sushi, kakelverse paella (zonder overkoken, alstublieft) en overheerlijke pasta's, elke dag opnieuw. Als niemand kijkt, durf ik wel es het zilverpapiertje van hun individuele porties optillen om mijn smaakpapillen kortstondig in extase te brengen. Eén ding weet ik nu al: mijn passie voor kookshows op televisie zal nooit meer dezelfde zijn, want… Want! Mijnheer Huysentruyt, Meus en Van Hove… Deze knapen doen het met zoveel meer flair en zintuiglijk genot… Tot bolle buiken toe! Ook wij, de twee Belgische chicas, deden al monden schuimen met onze kiki-boulee. Afrika op ’n stokje? Nee, kriekemeboulette, watertandend uitgesproken door onze Nederlands onkundige tafelgangers. Over onkunde gesproken: de Salamancaanse vrijgezellen zitten er ook vaker naast dan op (laten we dit voor een beschaafde lezing enkel letterlijk interpreteren). Zo kwam ook ik een Rus tegen die graag vrouwelijk lekkers aan de haak wou slaan. Zijn strategie? Het wereldwijde web afspeuren naar oneliners (ook deze met hoog flopgehalte, zijn zoekmethode is niet echt verfijnd), die in gebroken Engels uittesten op kotgenotes en dan met broek vol goesting het wilde nachtleven induiken. Who do you like the most, David Bowie or Prince? Blij ben ik, dat ik niet tot zijn hoogblonde doelgroep behoor. Hoe gaat het met jouw haarkleur, Kirsten?
Knapperige zoenen,
Lisa, keukenprinses in opleiding
Het haardvuur knettert zachtjes in de gezellige kamer terwijl je geliefde een heerlijke erwtensoep (mét rookworst) bereidt. De pantoffels zijn weer van stal gehaald, de zetel zag er nog nooit zo uitnodigend uit. De regen tikt gezellig tegen de ruit, het is geen weer om een hond door te jagen. De gemiddelde viervoeter is dan ook niet op de hoogte van al het moois dat de Antwerpse cultuurhuizen brengen in november. Maar dat excuus gaat niet op voor u, beste lezer. Stel het Stoogiaanse I Wanna Be Your Dog uit tot na sluitingstijd van theaters, clubs en bars en stort u op onderstaande parels.
In oktober vond het Gentse filmfestival plaats. Veel minder bekend is de Antwerpse Week van de Sociale Film. Verscheidene zalen (waaronder De Roma en Filmhuis Klappei) bundelen hun krachten van 20 tot en met 24 november, wanneer zij u verrassen met topfilms die niet vies zijn van een dosis engagement. November pakt uit met nog een tweede festival in de stad: muziekmagazine Oor en Petrol werken samen voor Oor/deel. Film en muziek worden daar broederlijk naast elkaar geprogrammeerd. Van 7 tot 11 november draven onder andere Mike Patton, Spinvis, Under Byen en Billie King (de nieuwe meidenband van Tine Reymer) op.
Meer muziek is er in Trix, waar de avantfolkies van Espers acte de présence geven en hun uitstekende nieuwe plaat voorstellen. Over uitstekende nieuwe platen gesproken: een van de mooiere gebeurtenissen van november is de release van Orphans van Tom Waits. U moet er uw deur niet echt voor uitkomen, maar bon. In Cultuurcentrum Luchtbal zorgen Othin Spake, The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble en MoHa! op 24 november voor een potje freejazz en improvisatie. Diezelfde dag is er ook jazz in deSingel: Blindman en Quator Daniel gaan er aan de slag met composities van Helmut Oehring. Muzikantencollectieven Rarefish en Honest House slaan de handen in elkaar en halen op 10 november pop-, math- en postrockbands uit het ganse land naar The Bottom Line. Wie het liever wat rustiger aan doet, kan op 25 november in AMUZ Sigiswald Kuijken bewonderen, die de cellosuites van Bach brengt op de viola da spalla (een soort schoudercello waarvoor Bach zijn suites waarschijnlijk bedoeld heeft). Houdt november u vastgekluisterd in Wilrijk, dan hoeft u zich niet te beperken tot wiezen met de buurvrouw. In CC De Kern komt het Jef Neve Trio op 25 november het mooie weer maken.
Omdat ook het oog wat wilt, houdt het FotoMuseum een retrospectieve van het werk van Carl De Keyzer. Deze fotograaf valt op door zijn sterke reportages, waarmee hij al een aardige reeks prijzen veroverde. Voor ander visueel spektakel zorgt het Oude Badhuis, dat op 11 november een wervelende travestieshow programmeert. In het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten loopt dan weer Gorge(l), een tentoonstelling over het spel tussen beklemming en verademing in de kunst, met als grootste namen Turner, Kahlo en Ensor.
Liefhebbers van dans en theater hoeven in november niet op hun honger te blijven zitten. Monty nodigt Dood Paard (8 en 9 november) en Abbatoir Fermé (23 tot 25 november) uit, die respectievelijk Mecolomaan en een herneming van Tinseltown brengen. De Arenbergschouwburg haalt op 9 en 10 november de Koe binnen voor opvoeringen van Utopie van het atoom. In deSingel brengt Jan Fabre van 9 tot 11 november Etant Donnés, en ook Rosas (het gezelschap rond Anne Teresa De Keersmaeker) speelt ten dans: D’un soir un jour – te zien van 22 tot 25 november – is een choreografie op muziek van Debussy, Stravinsky en de hedendaagse componist George Benjamin.
Wanneer u Hugo Matthysen als Clement Peerens in actie ziet, zou u het hem misschien niet meteen nageven, maar toch is hij de trotse bezitter van een universitair diploma. In 1978 studeerde hij af aan de toenmalige UFSIA als kandidaat in de Wijsbegeerte. Beroepsmatig houdt hij zich voornamelijk bezig met ‘het verzinnen van onzin’, zoals hij het zelf omschrijft, en daar schijnt de opleiding Filosofie in Antwerpen een uitstekende voorbereiding voor te zijn.
Hugo Matthysen Mijn talent voor het verkopen van onzin zat er vroeger al in, maar je kunt zeker stellen dat mijn studie Filosofie geholpen heeft. Bezig zijn met rare logica – of noem het maar onzin – moet toch altijd zo overtuigend mogelijk zijn. Je moet ervoor zorgen dat je consistent blijft binnen de absurde wereld die je schept. Zelfs al zijn de premissen waarop je steunt totaal van de pot gerukt: zolang je er consequent mee omspringt, kan het aanslaan. Deze werkwijze vind je min of meer terug in de filosofie.
Hebt u dan voor de opleiding gekozen om te leren redeneren?
Matthysen Niet echt, hoewel dat element mij uiteraard wel boeiend leek. Maar we spreken nu over de jaren ’70 en toen werd er op alle terreinen ongelooflijk gezweefd en ik wou iets, euh…
Zweverigs doen?
Matthysen Nee, integendeel. Filosofie is eigenlijk heel streng. Je wordt verplicht logisch te redeneren, los van je eigen mening of aanvoelen. Ik heb nooit spijt gehad van mijn studiekeuze; wellicht zou ik nu, 30 jaar na datum, precies hetzelfde doen.
U hebt twee jaar in Antwerpen gestudeerd en voor uw licenties bent u naar Leuven getrokken.
Matthysen Ik woonde in Antwerpen, dus was het vanzelfsprekend dat ik daar ook zou studeren, maar in die tijd kon je aan de UFSIA enkel de kandidaturen volgen. Met andere woorden, ik moest nadien wel naar Leuven gaan.
Bespeur ik daar een voorkeur voor Antwerpen?
Matthysen In Antwerpen vormden de filosofiestudenten een kleine groep. We begonnen met ongeveer zestig, maar daartussen zaten een hoop macrobioten, boeddhisten, mensen die met bomen spraken en meer van dat fraais. Veel van hen gaven op, zodat er tegen Kerstmis nog maar een vijftiental studenten overbleven, die ook allemaal de meet hebben gehaald. Die twee jaar waren echt gezellig. In Leuven daarentegen kwamen de studenten van Kortrijk, Antwerpen en Leuven allemaal tezamen, waardoor de groep plots veel groter werd. Bovendien speelde daar – veel meer dan in Antwerpen – het idee dat je van filosofie enkel je boterham kunt verdienen als je assistent wordt en dat zette natuurlijk een domper op de sfeer.
Mijn medestudenten waren een hoop macrobioten, boeddhisten, mensen die met bomen spraken en meer van dat fraais.
U kreeg indertijd aan de UFSIA les van jezuïeten. Hebt u dat gemerkt aan de manier van lesgeven?
Matthysen De jaren ’60 en ’70 waren nog stevig katholiek en zelf kwam ik ook al uit een katholieke omgeving, dus ik was wel op het een en ander voorbereid. Er werd inderdaad veel lesgegeven over Thomas van Aquino en consorten – in Leuven overigens nog meer dan in Antwerpen – maar ik vond dat juist ongelooflijk interessant. Die middeleeuwse filosofie met haar formele regels is toch – in het slechtste geval – een geweldige vorm van puzzelen, een uitstekende denksport.
Hebt u zich tijdens uw studies volledig ondergedompeld in het studentenleven?
Matthysen Een studentenleven was wat mij betreft onbestaande. Als ik op café ging, was het zeker niet in een studentencafé. Het irriteerde mij ook dat als je het waagde om tijdens de blok in Leuven een brood te gaan kopen, de mensen voor je en achter je over examens stonden te leuteren. Leuven is een studentenstad, Antwerpen is een echte stad. Als je je in mijn tijd honderd meter verwijderde van de UFSIA, hield het studentenleven op.
Dat is nu niet anders.
Matthysen Dat is dan heel hard toe te juichen.
Was u een ijverige student of rekende u op een portie geluk tijdens de examens?
Matthysen Ik was allesbehalve ijverig. In het toenmalige systeem vielen alle examens samen op het einde van het jaar na een blokperiode van vier weken en dat betekende voor mij topsport. Ik deed in de loop van het jaar bitter weinig, om dan tegen Pasen te beginnen panikeren. Toch putte ik mezelf niet volledig uit tijdens de examens: ik was verstandig genoeg om tegen tien uur ’s avonds te stoppen, want alles wat je daarna doet, ben je de dag nadien toch vergeten.
Sinds kort wordt aan de UA een Alumnus van het Jaar verkozen. U was in 2005 één van de zeven genomineerden, maar u hebt het uiteindelijk niet gehaald. Jammer?
Matthysen Nee hoor, ik vind het ideaal zo. De winnaar is een dokter die zich erg hard heeft ingezet voor aids-bestrijding (Paul Stoffels, nvdr.) en ik zou het nogal pijnlijk vinden zo iemand te moeten kloppen, terwijl mijn beroep toch maar bestaat uit Yvonne en Yvette of Jehan en Petrick spelen, hé. Ik was uiteraard erg vereerd met mijn nominatie, maar ik vraag me nog altijd af wat mijn bijzondere academische verdienste zou zijn.
Literatuurwetenschapper Geert Lernout, die u promootte bij de verkiezing van Alumnus van het Jaar, is nochtans volledig overtuigd van uw academisch talent. “Of wilt u misschien zelf een naam bedenken voor het paard van Sinterklaas?” legde hij het stempubliek voor.
Matthysen Als Geert Lernout dergelijke dingen zegt, dan durf ik daar niets tegen in te brengen!
In de reeks UActief Pluralisme (patent pending) heeft men weer een nieuw hoofdstuk geschreven. Er was al dat ietwat pretentieuze vak dat een selectie van ‘de grote antwoorden’ wil aanbieden, maar nu is er tevens iets dat minder met het hoofd in de wolken lijkt te zweven. Voor zij die niet graag luisteren naar een jezuïet met bekeringsdrang: de stille ruimte.
Een speechende rector en een aantal kleine krantenartikels, meer is er niet over gezegd. Zelfs op de UA-site lijkt het niet te bestaan. Enkel op de webstek van de Associatie Antwerpen was er enige informatie uit eerste hand te vinden, en dat was dan gewoon een neerslag van de speechende rector. Maar ik ben dan ook de doelgroep niet. Wel, officiëel is iedereen de doelgroep, maar als in aparte krantenartikels staat dat het de drempel voor allochtone jongeren moet verlagen, zal dat ook wel door officiële kanalen gekomen zijn.
De stille ruimte zelf is, los van enige morele of ethische kwesties, in het beste geval een beetje een vreemde plaats. Bij het binnenstappen van het studentenrestaurant ten Prinsenhove in de Koningstraat aan de stadscampus staart het je aan: ‘STILLE RUIMTE’, in grote letters aan de muur. Het geheel is ontworpen door Claire Bataille en Paul Ibens volgens de vertrouwde gulden snede. Toch doet het soms wat somber aan, misschien deels door het gebruik van sobere, donkere materialen. Het eerste wat je ziet als je in het inkomhalkamertje staat is een fontein. Dat denk ik alleszins, want op dit moment staat ze nog droog. Het zwarte stenen geval geeft een zekere onheilspellende indruk, maar misschien was dat enkel omdat ik een plaats van meditatie en spiritualiteit betrad. Naast nog een lege ruimte (voor yoga, matjes en zelfkastijding) staat de ‘woonkamer’ van de stille ruimte vol met meditatiebanken (inclusief lampjes die niet werken) en een tafel om te studeren en elkaar te leren kennen. In stilte, hetgeen dus enkel lichaamstaal kan betekenen (en ik maar denken dat de dominante religies dat als doodzonde beschouwen). Ook lagen er twee losse voetsteunen die eruit zagen alsof ze gestolen waren uit de wachtkamer van een pediater. De stille ruimte heeft echter één ding voor op het levensbeschouwelijk vak: het wordt op geen enkele manier opgedrongen, en daarom alleen al ben ik er wel fan van.
Dat universiteiten of hogescholen een onmiskenbare aantrekkingskracht hebben, werd onlangs nog maar eens bewezen door de kersverse Miss World Tatana Kucharova. Gevraagd naar haar toekomstplannen antwoordde het 18-jarige gansje dat ze graag naar de universiteit wil, maar ook model wil worden. U merkt het al: hier is over nagedacht. Tenslotte kan niet iedereen aan de slag gaan in een zogenaamde "friteuse". Aangezien wij Veronique De Kock niet (tegen haar natuur in) op ideeën willen brengen, leggen we dit item terzijde en concentreren we ons op andere zaken.
Een Italiaans speleoloog en socioloog heeft de intimiteit van een grot opgezocht en is van plan om daar maximaal drie jaar in te verblijven. Op die manier hoopt hij inzicht te verwerven in het natuurlijke ritme van het menselijk lichaam. Dit zou dan moeten resulteren in een betere dosering van medicijnen en vermindering van stress en slaapproblemen. Het nieuwtje leverde de brave man alvast de titel ‘Holbewoner van het jaar’ op in de Italiaanse media. Deze titel mag echter niet verward worden met die van ‘Neanderthaler van het jaar’, een benaming die de laatste 20 jaar gemonopoliseerd wordt door Silvio Berlusconi.
In Vietnam ontsnapte een jongetje van amper 13 maanden oud miraculeus aan de dood. De tyfoon Xangse slingerde hem over een gebouw van twee verdiepingen hoog om hem tenslotte 150 meter verder te dumpen in een vijver. Als bij wonder hield de baby slechts enkele hoofdwonden over aan zijn kamikazevlucht. Britney Spears en haar kroost hebben alvast laten weten dat ze niet onder de indruk zijn.
Een Amerikaanse vrouw werd op de luchthaven van de Ierse stad Cork betrapt op het smokkelen van drugs. Ze had geprobeerd de douane te misleiden door een kilo heroïne in zwarte zakjes in haar kapsel te verstoppen. De smokkelwaar werd mede ontdekt doordat één van de zakjes gescheurd was, waardoor zelfs het flinterdunne excuus van een acute aanval van pêllekes overbodig werd.
GSM gestolen? De Britse firma Synchronica ontwikkelde software waardoor je GSM, als hij gestolen wordt, non-stop een doordringend krijsend geluid uitstoot. Deze nieuwigheid wil de veelvuldige diefstallen van GSM-toestellen een halt toeroepen door ze op die manier onbruikbaar te maken voor niet-rechtmatige eigenaren. Waar de ontwerpers het onuitstaanbare gekrijs vandaan hebben gehaald is nog niet geweten. Volgens de laatste geruchten zou het hier echter gaan om een combinatie van de stem van Frans Bauer en tram 10 aan de bocht van de Melkmarkt.
Sommige studenten kiezen ervoor om na het behalen van het felbegeerde diploma hun universitaire loopbaan met enkele jaren te verlengen. Tijdens het doctoreren verrichten zij onderzoek over een bepaald onderwerp. Doctoreren zit – mede door interessante beurzen – in de lift: dit jaar geeft de UA onderdak aan 996 doctorandi. Onze universiteit ondersteunt hen met een verplichte doctoraatsopleiding. Jetje De Groof, de coördinator van deze opleiding legt uit wat dat concreet inhoudt.
Jetje De Groof De doctoraatsopleiding is een heel flexibel traject dat mensen die aan de UA doctoreren zelf kunnen invullen. De bedoeling is dat het hen ondersteunt in het behalen van hun doctoraat. Zo kan je bijvoorbeeld opleidingen gaan volgen of onderwijstaken die je doet in het kader van je assistentschap mee inbrengen. Je kan congressen volgen waar je met je gelijken kan overleggen, en tenslotte kan je ook nog publiceren. Het halen van een doctoraat is geen eenvoudig proces en daarom heeft de UA ervoor gekozen om die opleiding aan te bieden en ook goed uit te bouwen. Daarmee hopen wij dat het onderzoek en het curriculum van onze doctorandi uitgebreider en kwaliteitsvoller wordt en dat het hen nadien ook helpt bij het vinden van werk. Vroeger was het namelijk zo dat bijna iedereen die doctoreerde later professor werd. Nu zien we veel meer dat mensen uitstromen naar heel andere beroepscategorieën. Ook hierin kan een doctoraatsopleiding hen ondersteunen.
U omschrijft de opleiding als iets dat verdiepend is?
De Groof Het verdiepende aspect, datgene wat je moet helpen om voeling te krijgen met je eigen discipline, wordt door de departementen georganiseerd. Zij zorgen bijvoorbeeld voor gastsprekers of speciale workshops voor doctorandi. Daarnaast moet je ook communiceren met je 'peers'. Dit is niet alleen belangrijk voor het behalen van je doctoraat, maar ook voor een eventuele carrière in de bedrijfswereld. Voor die communicatievaardigheden bieden wij ook cursussen aan die mensen helpen om in academisch Engels teksten te schrijven of presentaties te geven op congressen. Wij bieden hen ook een budget aan om werkelijk naar congressen te gaan om met vakgenoten te gaan discussiëren. Voor meer vakgerelateerde zaken zijn er methodologische cursussen. Heel belangrijk is dat deze zaken enerzijds centraal worden aangeboden en anderzijds op departementeel niveau, maar dat de doctorandi wel zelf de invulling ervan kunnen kiezen. ‘Opleiding' is in dat opzicht een beetje een verkeerd gekozen term en kan misschien afschrikkend werken. De doctoraatsopleiding is bij ons wel verplicht. Je moet tegen het einde van je doctoraat 30 studiepunten behalen alvorens je mag verdedigen.
En hoe verhoudt onze doctoraatsopleiding zich tot de rest van Vlaanderen?
De Groof Ik denk dat wij een heel sterk uitgebouwde doctoraatsopleiding hebben. In Vlaanderen heb je twee systemen. Je hebt universiteiten waar de doctoraatsopleiding niet verplicht is, zoals Brussel en Gent, en je hebt diegenen waar ze verplicht is, zoals Antwerpen en Leuven. Tegenover die verplichting stellen wij wel een aantal diensten. Elke instelling doet dat, maar ons aanbod aan algemene opleidingen is uitgebreider dan bij andere universiteiten. Aangezien u ook in Brussel hebt gezeten kunt u misschien een adequate vergelijking maken.
Wat vindt u persoonlijk het beste systeem?
De Groof De meeste doctorandi nemen zelf wel de nodige initiatieven om aan de vereiste 30 punten te geraken. In een normaal doctoraatstraject ga je sowieso al eens naar congressen, volg je opleidingen en moet je al eens les geven. Maar bij sommige doctorandi is dat minder vanzelfsprekend. Door de doctoraatsopleiding te verplichten zorg je ervoor dat iedereen aangezet wordt aan onderzoekscommunicatie te doen, te publiceren of een opleiding te volgen. Een gevoel van isolement valt zo weg en gemaakte fouten kunnen indien nodig worden gecorrigeerd. In die zin ben ik wel voor de verplichting. Natuurlijk zul je veel mensen horen zeggen dat doctorandi oud en groot genoeg zijn om het zelf te doen. Zo'n doctoraat is echter een serieuze onderneming waarbij je alle hulp kan gebruiken. Dat merken we ook aan het feit dat een aanzienlijk deel van de doctorandi het uiteindelijk niet haalt. Je kan je ook afvragen hoe je mensen op andere manieren kan stimuleren om aan zulke activiteiten deel te nemen zonder hen daartoe te verplichten. Maar dat is nogal moeilijk omdat doctorandi doorgaans weinig tijd hebben. Aan de UA merken we toch dat er een groot animo bestaat voor die doctoraatsopleiding en dat de doctorandi er heel tevreden over zijn.
Wordt er ook interuniversitair samengewerkt voor doctoraatsopleidingen?
De Groof Sommige faculteiten/departementen werken alle samen met de faculteiten/departementen van andere universiteiten. Zo wordt voor de Geneeskunde de interuniversitaire doctoraatsopleiding georganiseerd. Op centraal niveau is er nog niet echt samenwerking, maar dat zit er wel aan te komen. Hiervoor werkte ik bij de Vlaamse Interuniversitaire raad en daardoor weet ik wat interuniversitair overleg kan opleveren. Je hebt je eigenheid, maar Vlaanderen is niet zo groot en het zou natuurlijk leuk zijn als je een aantal dingen zou kunnen organiseren waarbij doctorandi van verschillende universiteiten elkaar kunnen leren kennen. Wat ook één van de mogelijkheden is waarover binnenkort gepraat kan worden is een soort van competentieprofiel opstellen voor doctorandi, want wat zijn nu juist de capaciteiten van een doctorandus als hij afstudeert? De mensen in de buitenwereld denken al gauw dat een doctorandus iemand is die geen sociaal leven heeft, die vier jaar aan een stuk zich concentreert en toelegt op één klein ding en geen andere kwaliteiten of capaciteiten moet opbouwen. Wat blijkt uit de doctoraatsopleiding? Dat we dat absoluut wel verwachten.
We willen dat onze doctorandi hun mannetje kunnen staan.
Waar zit hem dan het probleem?
De Groof Er moet beter gecommuniceerd worden met het bedrijfsleven. Daarom wil men in de toekomst een soort algemeen competentieprofiel opstellen van doctorandi.
Over hoeveel doctorandi spreken we dan aan de UA? Evolueert dat aantal?
De Groof Tijdens het voorbije academiejaar waren er 966 doctorandi ingeschreven. Het aantal is zeker gestegen tijdens de voorbije jaren. Die stijging heeft onder andere te maken met de verhoging van het aantal beurzen.
Uw functie is om de cursussen te organiseren?
De Groof Ja, eigenlijk ben ik zo'n beetje het aanspreekpunt voor alles wat met de doctoraatsopleiding te maken heeft. Mijn belangrijkste taak is inderdaad het organiseren van al die cursussen en voor het onderling op elkaar afstemmen ervan. Voorts behandel ik ook alle inschrijvingen en verder denk ik ook nog mee over het beleid hieromtrent. Op dat vlak ben ik nu bezig met een enquête die binnenkort ook verstuurd zal worden naar de doctorandi zodat we dus een overzicht kunnen krijgen van wat goed of minder goed gaat. Ik bekijk ook de stand van zaken voor het niet-disciplinaire gedeelte. Een pluspunt aan de UA is dat alles hier goed opgevolgd wordt. Je moet op jaarlijkse basis aan je promotor en je doctoraatscommissie voorleggen wat voor onderzoek je al hebt gedaan en hoe ver je staat met je doctoraatsopleiding. Hierdoor worden problemen vroeger gesignaleerd en kunnen er ook vroeger maatregelen getroffen worden.
Die organisatie doet u bijna op uw eentje. Valt het goed mee om dat allemaal te kunnen blijven coördineren?
De Groof Het is een heel drukke job, maar ik doe niet alles alleen. Ook mensen van het departement Onderzoek zijn hiermee bezig. Vroeger kon je alleen maar doctoreren in meer klassieke richtingen zoals geschiedenis of de wetenschappen. Nu kan je bijvoorbeeld ook doctoreren in de kunsten. Daar wordt ook over nagedacht, maar dat doe ik samen met de mensen van Onderzoek en met enkele mensen van de hogeschool. In elke faculteit heb je ook een coördinator voor doctoraten. Dat is een professor die als aanspreekpunt fungeert voor mensen die vragen over of problemen hebben met hun doctoraat. Zij kunnen besluiten nemen voor alles wat gebonden is aan de discipline. Met hen werk ik dus ook nauw samen. Ook de studentenadministratie en de financiële dienst helpen mij met een aantal zaken. Maar het klopt wel ergens dat ik het centrale aanspreekpunt ben voor vele mensen en dat ik ook, als er vragen zijn, weet bij wie ze daarvoor moeten zijn.
Op welk vlak heeft u dan inspraak in het beleid?
De Groof Ik ben secretaris van de universitaire doctoraatscommissie. Zij bepaalt wat er met het doctoraat en de doctoraatsopleiding gebeurt. Hierin zetelen de facultaire coördinatoren, coördinatoren van een aantal instituten, de vice-rector Onderzoek en de vice-rector Onderwijs. Natuurlijk is het zo dat ik goed op de hoogte ben van verschillende evoluties. In die zin ben ik ook soms degene die mee bepaalde zaken op de agenda zet. En als bepaalde dingen goedgekeurd worden, dan worden die door mij verder uitgewerkt. De cursussen kunnen vrij gekozen worden.
Kan u een voorbeeld geven van speciale cursussen die men soms wil volgen?
De Groof De voorwaarden vanuit de opleiding zeggen dat een bepaalde cursus mag binnengebracht worden indien dat nuttig is voor je discipline of je verdere carrière. Onlangs had ik iemand die tekenlessen gevolgd had op de academie in het kader van zijn doctoraatsopleiding in de geneeskunde. Hierbij moet je blijkbaar heel veel precieze anatomische tekeningen kunnen maken. Je hebt ook mensen die een EHBO-cursus volgen, maar dit zijn natuurlijk uitzonderingen. In de meeste gevallen liggen de activiteiten echt binnen de discipline of zijn ze te relateren aan de toekomstige carrière van de doctiorandus. Natuurlijk zijn er ook nog altijd veel mensen die talen gaan studeren omdat dat ook altijd van nut kan zijn. Soms is er ook veel vraag naar een cursus vanwege de doctorandi, zoals iets rond Intellectual Property Rights. Momenteel zijn vooral cursussen over informatica, wetenschapscommunicatie en 'academic writing' erg in trek.
Hoeveel verschillende cursussen zijn er zo ongeveer?
De Groof Er zijn er een twintigtal. Je hebt communicatietechnieken, presentatietechnieken, onderhandelingstechnieken, vergadertechnieken, sollicitatietechnieken, time management, project management, bio-statistiek... Verder hebben we nog cursussen die te maken hebben met de link tussen onderzoek en het bedrijfsleven. Er zijn ook meer interdisciplinaire, filosofisch gerichte cursussen. Niet alle cursussen worden jaarlijks georganiseerd, sommigen zijn tweejaarlijks. Dan worden er ook nog een aantal multidisciplinaire dagen georganiseerd, waar onderwerpen besproken worden die iedereen kunnen aanbelangen, zoals gelijke kansen of sociale zekerheid.
Zijn er dingen die u zou willen aanpassen of waar u aan zou willen beginnen te werken?
De Groof In de wetenschappen is er een evolutie aan de gang naar tweejarige Masteropleidingen, maar in Letteren en Wijsbegeerte blijft het voorlopig een vierjarige opleiding alvorens je naar een doctoraat instroomt. Zo gaan we dus doctoraatsstudenten hebben die 4 of 5 jaar gestudeerd zullen hebben. Bij die laatsten zal bijvoorbeeld de onderzoekscomponent al tijdens de opleiding meer aan bod zijn gekomen, dus ook daar zullen we rekening mee moeten houden.
De inhoud van sommige cursussen moet ook bekeken worden omdat er soms overlappingen zijn. We moeten er voor zorgen dat cursussen goed naast elkaar passen of elkaar goed opvolgen zodat er meer lijn in komt. Misschien kan het evenmin kwaad om doctorandi ietwat meer richtlijnen geven, zij het dan wel in samenspraak met hen, de docenten en de mensen van het beleid. Een cursus sollicitatietechnieken kan bijvoorbeeld het best op het einde van de opleiding gevolgd worden. Op die manier kunnen we de opleiding intern beter structureren.
Wordt er gekeken naar de kwaliteit van cursussen?
De Groof Ik hoop dat de enquête voor doctorandi veelvuldig beantwoord zal worden. Op die manier kunnen we zelf zien welke vakken de mensen heel goed of wat minder vonden. Alle cursussen worden achteraf geëvalueerd en er wordt echt wel rekening gehouden met de opmerkingen van de doctorandi. Voor de rest hoop ik ook de procedure van het indienen van de jaarlijkse vorderingsverslagen te kunnen optimaliseren. Dat is altijd een hele papierwinkel, ook voor de doctorandi. Tenslotte zijn er ook nog de doctoraten in al die nieuwe categorieën, zoals productontwikkeling of kunsten. Hopelijk kunnen we ook die allemaal in goede banen leiden.
U werkt met veel mensen samen, maar u blijft wel het centrale aanspreekpunt. U heeft plannen om een tijdje naar het buitenland te gaan.
De Groof Dat klopt, maar qua opvolging is dat absoluut geen probleem. Ik vertrek begin november en mijn vervanger zal in oktober beginnen zodat wij een maand samen kunnen werken. Ik denk dat een maand voldoende is om die persoon op de hoogte te brengen van alles wat er gaande is. De doctorandi zullen daar in principe niks van voelen. De cursussen voor het komende half jaar zijn al georganiseerd en het indienen van de jaarlijkse voortgangsrapporten zal ook normaal verlopen, daar ben ik zeker van.
Dan wensen wij u alvast een goede reis!
In de Antwerpse Seefhoek (“Seefhoek, vooruit!”) worden elke zondagmiddag gretig kinderen tussen zes en zestien jaar oud van de straten geplukt door enkele enthousiaste madammen en meneren. Ze worden dan meegenomen voor een uurtje of drie dol vertier bij Chiro Dolfijn.
De Griekse tekens chi en rho – de beginletters van ‘Christus’ – worden hier ruim geïnterpreteerd, gezien het zigeuner-moslim-illegalengehalte onder de kinderen. Hier ook geen verborgen paternalisme te bespeuren, want zoals ook de K van katholiek uit VVKSM verdwenen is, wordt ook in de Chiro de christelijke spoorslag meer en meer vergeten. Maar geen nood: het gaat hier niet om onbezonnen en ongeïnspireerd wildebrassen (ongetwijfeld hoort dat er ook bij), maar om een oprecht enthousiasme om van deze kleine wereld die zich uitstrekt van het Sint-Jansplein tot aan den Dam een leukere en verdraagzamere buurt te maken. Een buurt waarin een echte Indiaan zich thuis kan voelen naast een echte Marokkaan naast een rasechte Sinjorendochter.
Niet enkel op zondag is het feest in de Seefhoek. Tijdens de zomervakantie gaan de pagaddertjes samen met hun leiding een week op kamp. Uiteraard dient tijdens zo'n intensieve week menig geschil uitgeklaard te worden alsook verschillende oogjes dichtgeknepen, als er bijvoorbeeld voor de zoveelste keer Aa moeder!' wordt geroepen of zelfs “Ik ga u moeder verkrachten en ik laat die aan mijn piet hangen als versiering!”. De kinderen hebben op dat kamp zeker niet te klagen, want naast hun verdraagzame oversten kunnen zij erop rekenen dat er geen varkensvlees geserveerd wordt en dat al het andere vlees hallal (zuiver, ritueel geslacht) is. De kinderen krijgen er zelfs gratis kledij bovenop: een ware noodzaak als je maar één T-shirt en een paar onderbroekjes bij je hebt.
Nu, tijdens deze kleurrijke herfstmaanden neemt veel leven een nieuwe start na een katalyserende zomerslaap, waaronder ook Chiro Dolfijn. We kijken weer met z'n allen uit naar een vrolijk Chirojaar, met hopelijk veel kleintjes en veel grootjes. Om van 't Stad een Stad van A te maken, een stad voor iedereen.
Voel jij (M, 18-28 jaar) je geroepen om Chiro Dolfijn een geksentriek jaar te bezorgen? Of voel jij (M/V, 9-99) je iets te warm aangekleed voor de tijd van het jaar? Bel dan even naar 0498/63.16.51 om leiding te worden of om speelkledij te schenken. Alvast bedankt!
Paginering
- Vorige pagina
- Pagina 309
- Volgende pagina