Een gesprek met de onderwijssecretariaten
16/02/2007
🖋: 

Iedereen die het afgelopen semester niet gemerkt heeft dat er op zijn onderwijssecretariaat hard gewerkt wordt, moet wel van een andere planeet komen. Rinkelende telefoons, druk e-mailverkeer en hordes studenten – ieder met een hyperindividueel studietraject – maken van de onderwijssecretariaten bijenkorven van bedrijvigheid.

“Wat is er aan de hand?” vroegen wij aan Raymond Coppens (Faculteit Rechten), Myriam Demeulenaere (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) en Marie-Jeanne Criel (Faculteit TEW), die respectievelijk 33, 33 en 32 jaar aan onze universiteit meedraaien. Het is hun taak om te zorgen voor een vlot verloop van alles wat met onderwijsadministratie te maken heeft: het verwerken van keuzeformulieren en studieprogramma’s, het opstellen van collegeroosters, het in elkaar knutselen van de examenregeling, het voorbereiden van deliberaties en het maken van diploma’s en attesten. Sinds de BaMa-hervormingen is de druk op de schouders van de onderwijssecretariaten enkel toegenomen, zo blijkt.

 

Raymond Coppens Eigenlijk hebben twee onderwijsrevoluties elkaar snel opgevolgd: bovenop de BaMa-structuur is er nog eens de flexibilisering gekomen. Iedereen heeft nu zijn eigen programma, dat vaak ook een geïndividualiseerd traject (GT) is. Dat leidt tot een heel andere manier van werken dan wanneer alle studenten hetzelfde programma hebben. Niemand kon vooraf inschatten welke gevolgen dit concreet zou hebben.

 

Het universitair bestuur heeft bij het invoeren van al die hervormingen niet gedacht aan de administratieve gevolgen?

Myriam Demeulenaere (lacht) Wij alleszins wel.

Marie-Jeanne Criel Ik zou dat nuanceren. Vooraf had ik veel vragen, maar ik had nooit gedacht dat het zo ingrijpend zou worden. Het is bijzonder stroef werken.

Demeulenaere (lacht)Je moet rekenen dat we het werk doen voor de bachelors, voor de uitdovende licenties en voor de ManaMa’s. In mijn faculteit gaat het ook nog eens over drie opleidingen – Geschiedenis, Taal- en Letterkunde en Filosofie – die in feite niets met elkaar gemeen hebben.

Criel En dan vergeet je de Erasmusstudenten nog. Bij TEW hebben we gemiddeld 130 uitgaande en minstens even veel inkomende studenten. Het betreft heel specifieke studieprogramma’s die individueel verwerkt moeten worden en bovendien loopt de communicatie met het buitenland niet altijd van een leien dakje.

Coppens Door die individuele trajecten zijn we eigenlijk teruggegaan naar de middeleeuwen. De manuele inbreng is terug sterk toegenomen, wat meer controles noodzakelijk maakt.

 

Maar gaat het dan niet vooral om kinderziekten die na verloop van tijd verholpen zullen zijn?

Coppens Aangezien ons huidig computersysteem niet langer beantwoordt aan de verwachtingen om de informatie soepel te verwerken, komt er een nieuw systeem. Dat zal wel iets opvangen, maar of dit de werkdruk daadwerkelijk zal verminderen blijft nog een open vraag.

Demeulenaere (lacht)Steeds minder mensen zullen een modeltraject volgen. Je zal hoe langer hoe meer studenten individueel moeten opvolgen en dat vergt veel tijd.

Criel Vergeet ook niet dat de opleidingen zelf niet stilstaan: men evalueert en past programma’s aan. Dat heeft gevolgen voor ons: we zitten voortdurend met overgangsmaatregelen. We moeten dossier per dossier bekijken wat de student al gedaan heeft en welke vakken hij of zij nog moet afleggen om te kunnen afstuderen.

 

De hervormingen hebben ook heel wat extra regels en wetten met zich meegebracht.

Demeulenaere (lacht)Ieder jaar brengt iets nieuws en dan moeten wij mee. Zo werd de student dit jaar op een andere manier ingeschreven dan vorig jaar en wellicht wordt het volgend jaar weer anders. Er zijn voor de studenten van het diplomajaar twee deliberaties: één over hun laatste jaar en dan nog één over het geheel van hun opleiding, voor de graadbepaling. Dat heeft dus weer gevolgen voor het verloop van de deliberaties.

Criel De regelgeving vanuit de overheid is in de loop van de jaren ook steeds stringenter geworden. Het examenreglement is bijvoorbeeld in omvang verdubbeld.

Demeulenaere (lacht)Voor men reglementen invoert, zou men toch beter eens toetsen of alles wel haalbaar is met de huidige bestaffing. Als bij wonder is het tot nu steeds gelukt alles rond te krijgen, maar de vraag is of dit ook zo zal blijven.

Criel Een theoretische regel is nog iets anders dan de praktische uitwerking. Dikwijls worden theorieën uitgewerkt door mensen die de werkvloer niet voldoende kennen, met alle gevolgen vandien.

 

Door die individuele trajecten zijn we eigenlijk teruggegaan naar de middeleeuwen.

 

Hebben jullie dan geen inspraak?

Demeulenaere (lacht)Wij komen van ex-UFSIA en dat was kleinschalig. Als er veranderingen op touw stonden, dan werden de facultaire onderwijsadministraties bij elkaar geroepen en was er overleg. Op die manier hadden we ook wat inspraak in de algemene aanpak en in wat al dan niet kon. In de hogere bestuursorganen die onmiddellijk voor ons van belang zijn, zetelen nu enkel academici en mensen van de centrale administratie; de facultaire onderwijsadministratie is niet vertegenwoordigd. Alleen in de Stuurgroep Studieloopbaanbegeleiding zijn we opgenomen: deze is enkel adviserend en behandelt slechts een onderdeel van de studentenadministratie.

 

Is de werkdruk voor de academici ook niet verhoogd?

Demeulenaere (lacht)Zeker, ook zij hebben het zwaarder. Vooral de taken van de studiebegeleiders zijn niet niks. Je moet weten dat het hen uiteindelijk carrièrematig weinig bijbrengt. Deze opdracht is slechts tijdelijk en om de zoveel tijd moet er een nieuw iemand ingewerkt worden. Dit betekent telkens opnieuw een verlies aan expertise.

 

Een heikel punt voor de studenten zijn de examenroosters. Hoe komt het dat die zo laat worden bekend gemaakt?

Criel Sorry, maar in het examenreglement staat heel duidelijk tegen wanneer de regeling gepubliceerd moet worden. Ik ben er van overtuigd dat op de Stadscampus geen enkele faculteit die datum heeft overschreden.

 

Oké, maar jullie kunnen toch niet ontkennen dat de regelingen op het laatste nippertje en met de nodige stress gepubliceerd zijn?

Demeulenaere (lacht)Ik weet dat die examenregelingen gevoelig liggen bij studenten, maar jullie moeten begrijpen dat we met veel factoren rekening moeten houden.

Criel In TEW zijn er heel veel schriftelijke examens en alle studenten moeten die op hetzelfde moment afleggen. Dat zorgt voor logistieke problemen, aangezien je op hetzelfde moment meerdere grote lokalen nodig hebt die vaak niet vrij zijn.

Coppens De professoren moeten die examens ook nog kunnen nakijken en vragen daarom om ze zo vroeg mogelijk in de zittijd te plaatsen. Hierdoor volgen ze snel op elkaar.

Demeulenaere (lacht)De keuzevakken die jullie in andere opleidingen volgen, maken het er ook niet gemakkelijker op. We moeten voortdurend overleggen met andere faculteiten, die dus mee onze examenregelingen bepalen. Bovendien moeten we ook rekening houden met het werkschema van de professoren: vaak geven ze les aan andere faculteiten of zelfs aan andere instellingen.

Criel En dan zijn er de geïndividualiseerde trajecten. Vroeger maakten we roosters op basis van de verschillende studiejaren; nu volgen sommige studenten vakken van het eerste, het tweede én het derde jaar. Ze hebben soms vier examens op vijf dagen. We beseffen dat dat heel zwaar is en daarom zoeken we in overleg met de betrokken professoren – indien mogelijk – naar een gepaste oplossing.

Coppens Ik kan de studenten alleen maar aanraden om bij het samenstellen van een GT zeer zorgvuldig te werk te gaan en ervoor te zorgen dat het haalbaar blijft. Wij beoordelen het studieprogramma op het aantal studiepunten. De studenten moeten zelf opletten dat ze het zo plannen dat ze niet al hun examens in januari hebben of te veel zware vakken in één semester zetten.

 

Jullie hebben enorm veel werk doordat jullie al die individuele programma’s moeten verwerken. Is er iets wat studenten kunnen doen om jullie werk wat gemakkelijker te maken?

Criel Indien niet alle studenten hun studieprogramma tijdig inleveren of er slordig mee omgaan, maakt dat het werk extra zwaar en leidt dit tot vertraging. We kunnen de examenregeling vroeger uithangen, maar dan klopt er vanalles niet vermits er nog veel onverwerkte gegevens zijn. Jullie kunnen van ons niet verwachten dat we vroeger klaar zijn als jullie zelf te laat zijn. Een student heeft rechten maar ook plichten.

Demeulenaere (lacht)En degenen die wel correct geweest zijn, worden daardoor natuurlijk ook benadeeld.

 

Zou meer personeel geen goede oplossing zijn?

Demeulenaere (lacht)Alles moet gebeuren in oktober en november: daar zitten we echt met een bottleneck. Wij moeten veel te veel verwerken op korte tijd en de bezetting is inderdaad niet ruim. De meeste collega’s van mijn onderwijssecretariaat werken deeltijds, wat soms zijn repercussies heeft op een efficiënte taakverdeling. Extra personeel zou fantastisch zijn, maar daar hangt een serieus prijskaartje aan vast.

 

En wie beslist er over de financiën?

Coppens Dat is een zaak van de hogere beleidsorganen.

Criel Momenteel worden de collega’s die met pensioen gaan niet automatisch meer vervangen, wat wil zeggen dat het administratief personeel uiteindelijk vermindert!

Coppens Vice-rector Joke Denekens heeft wel oren naar onze klachten, maar ze kan geen toegevingen doen omdat de nodige financiële ruimte ontbreekt.

Demeulenaere (lacht) We vinden het een uitdaging om alles vlot te doen verlopen en we willen ook het beste voor de studenten. Niettegenstaande al onze inspanningen is het nu voor de eerste keer zo dat we niet meer zeker zijn of we alles onder controle hebben en dat is behoorlijk benauwend. Het is momenteel niet evident om even gemotiveerd te blijven. En mag er ook wat arbeidsvreugde zijn?

 

Het water staat jullie aan de lippen.

Criel Het onderwijssecretariaat TEW telt zes personeelsleden. We krijgen voortdurend telefoons en mails, we moeten vragen van studenten beantwoorden en ondertussen zitten we met die deadlines. Proffen die het secretariaat binnenwandelen zeggen soms dat ze het bij ons geen uur zouden uithouden. In die hectische toestand zitten wij elke dag! Uiteindelijk doen we ons werk voor jullie. We krijgen het niet over ons hart om alles in de war te laten lopen, omdat we vinden dat jullie niet de dupe mogen worden van onze problemen. Het doet dan ook deugd wanneer we op het einde van het academiejaar bedankt worden voor onze inzet.



UAlumni
16/02/2007

Acteur, programmamaker en presentator… en dat allemaal in één mens gepropt. Het kan, zo bewijst Johan Terryn. Op dit moment ontwikkelt hij programma’s voor het productiehuis Eyeworks, maar wat hij daar precies uitvoert, mag hij voorlopig niet vertellen. Over zijn verleden als germanist aan de UA wil hij echter wel uitweiden: ligt daar de oorsprong van zijn artistieke veelzijdigheid?

Johan Terryn Nadat ik afgestudeerd was, voelde ik me niet bepaald ‘germanist’. Omdat ik mijn leven een andere richting wou geven, heb ik na mijn studies in Antwerpen nog een jaar Communicatiewetenschappen gedaan in Gent. Heel verfrissend was dat. Maar achteraf bezien ben ik erg blij met mijn opleiding Germaanse: de basis die ik toen gelegd heb, komt me nu nog altijd van pas.

 

In welke zin?

Terryn Heel concreet moet je dat niet zien. Een opleiding zoals Geneeskunde is veel concreter dan Germaanse – tenzij je leerkracht wordt natuurlijk, maar dat was het laatste wat ik wou. Germaanse studeer je dus niet om ‘iets’ te worden, maar voor jezelf: je krijgt een brede achtergrond van taal en cultuur.

 

Je had de ambitie om acteur te worden en toch koos je voor Germaanse. Van waar die beslissing?

Terryn Het was inderdaad mijn droom om acteur te worden, maar mijn ouders hadden liever dat ik een fatsoenlijk diploma zou behalen. Bovendien schrok ik zelf een beetje terug van het ingangsexamen op Studio Herman Teirlinck. Germaanse bleek dan een interessant alternatief.

 

Had je moeite om te slagen?

Terryn Absoluut niet, ik ben eigenlijk moeiteloos door mijn studies gefietst.

 

Was Germaanse dan zo gemakkelijk?

Terryn Ik was in het middelbaar, bij de jezuïeten, gedrild in het vanbuiten leren en in de kandidaturen kon ik het perfect redden met mijn geoefend geheugen. De licenties daarentegen boden meer uitdaging: je moest op je eigen benen staan en zelf werkjes maken. Ik weet niet of de kloof in het huidige systeem nog steeds zo groot is als tussen de kandidaturen en de licenties van toen, maar ik heb hoe dan ook meer gehad aan die twee laatste jaren.

 

Had je naast je studies dan nog veel vrije tijd?

Terryn Ik nam veel vrije tijd! En tijdens mijn licenties stouwde ik die voornamelijk vol met improviseren. Ik stond mee aan de wieg van de Belgische Improvisatie Liga en daar kroop veel tijd in.

 

Kwam dat improvisatietalent niet van pas bij mondelinge examens?

Terryn Ik was een absolute voorstander van mondelinge examens. Bij een prof de indruk wekken dat je goed op de hoogte bent, is toch altijd voor een stuk theater spelen. Natuurlijk ben ik zo wel een paar keer serieus afgegaan, maar over het algemeen werkte dat prima. Ik zou dat echter geen rechtstreeks gevolg noemen van mijn improvisatietalenten. Ik had verbale capaciteiten die ik verder ontwikkeld heb binnen het improvisatietheater en die ik daarnaast kon inzetten voor examens. Maar laten we niet vergeten dat ik er ook voor heb moeten studeren, hé.

 

Heb je aan je opleiding een liefde voor literatuur overgehouden?

Terryn Dat is een pijnpunt. Wij moesten aan een verschroeiend tempo romans lezen en achteraf bleef daar niets van hangen. Vooral aan Engelse literatuur kreeg ik op de duur een hekel. De eerste vijf jaar nadat ik afgestudeerd was, heb ik nauwelijks een boek van nabij gezien en ook nu nog heb ik last van die overdosis aan verplichte literatuur: op zich lees ik graag, maar ik begin enkel aan een boek als ik er de tijd voor heb. In mijn licenties heb ik me overigens geconcentreerd op poëzie en theaterteksten en dit om puur opportunistische redenen: die lazen gemakkelijker.

 

Je hebt je thesis dan ook over poëzie gemaakt.

Terryn Jullie hebben die toch niet gelezen, hé? Ik herinner me nog dat die handelde over grafische poëzie in Vlaanderen en Nederland, maar meer hoef je me niet te vragen, want ik weet daar echt niets meer van.

 

Heb je een voorliefde voor de dichter Remco Campert?

Terryn Dat is ongetwijfeld een van mijn favoriete dichters.

 

Je zoon heet Remco.

Terryn Ja, maar heeft dat iets met Remco Campert te maken? Mijn andere zoon heet Oscar…

 

En toevallig ben je fan van Oscar Wilde.

Terryn Dat klopt. Maar Remco Campert en Oscar Wilde zijn echt niet zo’n grote idolen van me dat ik mijn zoons naar hen zou noemen. We hebben hun namen gekozen omdat we die mooi vonden: dat is toch het meest doorslaggevende argument.

 

Bleef er naast het studeren en improviseren nog tijd over voor een zwaar studentenleven?

Terryn O nee, die toestanden met linten waren echt niet aan mij besteed. Ik ben wel één keer meegeweest als begeleider bij de startdagen. En ik herinner me ook nog dat ik met ons toenmalig popgroepje deelgenomen heb aan de Unifac-award – die we toen overigens gewonnen hebben. (Buigt zich voorover naar de recorder) Gewonnen! Eigenlijk leek het nergens naar, maar kom…

 

Je ouders drongen erop aan dat je naar de universiteit zou gaan. Zou je het zelf een geruststelling vinden als je kinderen een universitair diploma halen?

Terryn Ik hoop in eerste instantie dat ze een opleiding zullen volgen waarin ze zich goed voelen en zichzelf kunnen ontplooien. Dat hoeft geen universitaire opleiding te zijn. Ik denk overigens niet dat zo’n opleiding alleenzaligmakend is: je bent hoofdzakelijk bezig met je bovenste tien centimeter, niet met je hart. Je moet nog op zoek gaan naar andere uitlaatkleppen, zoals improvisatie er een voor mij was. Ook nu nog probeer ik niet te zwart-wit te denken en te handelen. Bij de presentatie van Camping Casablanca en Naast de kwestie (twee zomerse Radio1-programma’s; Naast de kwestie is de opvolger van Camping Casablanca, nvdr.) ben ik bijvoorbeeld ongelooflijk blij wanneer ik de verkeersinformatie mag voorlezen. Zo kan ik me in een amusementsprogramma op de een of andere manier toch nog nuttig maken. Ik denk dat je voor jezelf een evenwicht moet zoeken, zowel in je studies als in je latere leven.

 

Toch één wijze man afgestudeerd aan de UA.



16/02/2007
🖋: 

Wie dacht dat er op onze aller geliefde UA nooit geswingd wordt, heeft het mooi mis! Velen beseffen het misschien niet, maar sinds 1989 worden de nodige stemdeugden ook op uw universiteit niet geschuwd. Het Universitair Koor Antwerpen (UKA voor de vrienden) staat zelfs open voor alle vrijwilligers die hun fysiologische resonantieruimte willen aanwenden om driemaal per jaar een bepaalde kapel of zaal met de nodige hemelse vibrato’s te vullen.

Nadat Frans Cuypers er in 1992 de brui aan gaf, mocht Dirk De Nef het steeds even glimmende dirigeerstokje van het UKA wekelijks laten luchtdansen. Sinds De Nef afstudeerde aan zowel het Antwerpse als het Brusselse conservatorium, is hij zomaar even docent aan het Lemmensinstituut, leraar aan enkele muziekacademies, dirigent van Arti Vocali en het Leuvens Universitair Koor alsook lid van het vocaal ensemble Kompakt. Daarnaast is hij een felbegeerd en letterlijk geprezen componist die bijvoorbeeld in 1995 het verplichte werk voor de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd pende. Laat dit indrukwekkende curriculum vitae echter niemand beïnvloeden: bij het UKA gaat alles er naar eigen zeggen op amusante en ludieke wijze aan toe, zowel bij de stemvorming als tijdens het inoefenen van het bewust zeer afwisselende repertoire zelf.

 

Inderdaad: het UKA zou het UKA niet zijn als het geen verschillende muzikale genres onder handen wilde nemen. Naast traditionele klassieke muziek en oude polyfonie worden ook wereldse muziek, musicals en moderner werk verre van geschuwd: een gevarieerd programma wordt met andere woorden steeds hoog op de muziekstandaard gepositioneerd. Onder de leuze ‘kwaliteit als uitgangspunt, gezelligheid als stimulans’ heeft het koor ondertussen een aanzienlijk repertoire opgebouwd. Door altijd professionele musici in te schakelen bracht het UKA de laatste achttien jaar onder meer werk van Vivaldi, Brahms, Schubert, Pergolesi, Purcell en vele anderen ten gehore, evenals de musicals West Side Story, Cats en Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat.

 

Als klap op de vuurpijl heeft het UKA een steeds openstaande vacature voor gemotiveerde glottale talenten: studenten, assistenten, alumni, personeelsleden of docenten zijn allen welkom, evenals complete buitenstaanders van de UA. En voor de mogelijk ambitieuzen onder u die ondertussen het bos niet meer door de bomen (durven) zien: niet getreurd! Noten kunnen lezen is namelijk geen vereiste om lid te worden van het koor. Meer nog, enig mankement aan ervaring of vooropleiding wordt probleemloos gecompenseerd met de nodige inzet en ieders persoonlijke muzikaliteit. Wees andermaal gerust, van denigrerende stemtesten of modulatiemartelingen is er bij het UKA geen sprake: elke vocale scherpschutter wordt gewoon ingedeeld bij het koorgedeelte dat hem of haar het beste ligt en toelaat op de meest comfortabele manier de stembanden alom te laten zegevieren.

 

Wanneer u dit leest, zal u de open repetitie van 19 februari op een haartje gemist hebben, maar laat dat geen domper op de muzikale vreugd zijn: men kan steeds bij het UKA binnenwippen om kennis te maken met het zangniveau of de algemene manier van werken, dus drempelvrees is niets meer dan onnodige stress. Lidgeld wordt overigens niet gevraagd en alle partituren worden gratis en voor niets te uwer beschikking gesteld. Naast een sociale ingesteldheid eist het UKA dan ook enkel dat geïnteresseerde stembandacrobaten steeds op repetities aanwezig zijn om de nodige wanpraktijken te vermijden. Onoverkomelijk blijkt dit alles echter niet: een wekelijkse samenkomst op maandagavond van 17u45 tot 19u15 in het Hof van Liere is de enige 'verplichting'. Opdat iedereen zich thuis zou voelen, worden er zelfs geregeld sociale 'buiten-koor'-activiteiten gepland. Bij deze: zich aangesproken voelende badkamerjodelaars, expressief neuriënde toonladdervirtuozen, rondwandelende tremolo’s en andere kloeke barden: verenigt u, en wel snel.



16/02/2007
🖋: 
Auteur

Ha, maart. De maand waarin het leven weer oprukt, de winterpels afgeschud wordt en menig groen blaadje getuigt van het optimisme van planet home. Jonge mensenwelpen voelen hun hart een tel overslaan bij de eerste weerspiegeling van een zonnestraal in het oog van een beminde. Met al dat natuurschoon zou een mens door pastorale velden en bossen willen huppelen, ware het niet dat maartse wolken al eens vaak hun water voelen breken. Dans ce cas là: rep u naar een der Antwerpse cultuurtempels om uw kruin voor regen en uw geest voor afstomping te behoeden.

***Het KMSKA haalt deze maand een indrukwekkende collectie tweeluiken van Vlaamse primitieven in huis. ***Een andere prima halte is het Fotomuseum, waar het agentschap Reuters de interessantste journalistieke foto’s van de voorbije jaren toont. In een moeite kan je meteen het werk van de jonge fotografengroep Outlandish meepikken. ***Op nog geen twee minuten stappen van het Fotomuseum laat het MuHKA vanaf 15 maart zijn collectie onder handen nemen door de vzw Moussem, die meteen ook werk laat zien van jonge Belgische kunstenaars met roots in allochtonië.

 

***Nog steeds op de Waalse Kaai pakt het Zuiderpershuis uit met het Bulgarije-festival. Van 28 februari tot en met 3 maart komt onder andere Ivo Papasov met zijn wereldvermaarde (Frank Zappa was fan) huwelijksorkest opdraven. Op 14 maart rappen Da Arabian MC’s over hun leven in Palestina en op 17 maart maakt percussionist Chris Joris het mooie weer in het Zuiderpershuis, daarbij geholpen door Bob Stewart en Baba Sissoko. ***Voor wie nog meer ritme wil, is er Tiefschwarz, dat op 3 maart naar Muziekclub Petrol komt. Het feestje is gratis voor wie vóór middernacht komt. ***Voor het nec plus ultra van de beats wordt u op 9 maart in Scheldapen verwacht, dat breakcoregoden Sickboy, Eustachian en Beatlip een plaatsje geeft. Verder komen op 2 maart livingroomband Lo-An en op 30 maart freejazzcombo Mâäk’s Spirit naar Scheldapen. ***In de Arenbergschouwburg kan u op 18 maart dan weer naar The Dirty Dozen Brassband, een legendarische blaaskapel uit New Orleans. ***Trix onthaalt u op 16 maart op een concert van An Pierlé and White Velvet, voorafgegaan door The Boney King of Nowhere. ***Wie het liever wat rustiger aan doet, kan zoals steeds terecht in Amuz, dat onder andere het Ensemble Explorations in huis haalt voor kamermuziek van Dvorák. ***In CC Elzenveld geeft Jean-Claude Vanden Eynden op 18 maart een pianoconcert met werk van Beethoven, Chopin en Ravel. ***Jazzfanatici komen ook aan hun trekken: op 9 maart bijvoorbeeld speelt Kevin Norton’s Bauhaus Quintet in deSingel.

 

***In diezelfde Singel kan je van 28 februari tot en met 3 maart genieten van Dead Set #3 van de Amerikaanse avant-gardist Caden Manson en diens Big Art Group. Op 9 en 10 maart brengen Viviane De Muynck en Needcompany Alles is ijdelheid, naar de memoires van Claire Goll, die in menig kunstenaarsbed de samba danste. Ook interessant is It’s not Funny, de nieuwe voorstelling van de immer opwindende Meg Stuart en haar groep Damaged Goods (van 15 tot en met 17 maart, nog steeds in deSingel). ***In het Toneelhuis resulteerde een samenwerking van Benjamin Verdonck, Alain Platel en Rosasdanseres Fumyo Ikeda in Nine Finger, dat vanaf 6 maart te zien is . ***Monty programmeert in maart Winterkant, de nieuwe productie van theatercollectief SKaGeN (7 maart). Op 16 en 17 maart is er op het Montypodium plaats voor solo’s van dansers Hooman Sharifi, Marc Vanrunxt en Hans Bryssinck. ***Ook in Monty en zo mogelijk nog dichter bij uw bed: op 29 en 30 maart speelt UA-gezelschap De Bromvlieg/De Flaaifaktorie Bloedbruiloft, naar Garcia Lorca.

 

***Cinefielen zijn deze maand meer dan ooit welkom in Filmhuis Klappei, dat elke woensdagavond en vrijdagavond films vertoont (op vrijdagavonden voorafgegaan door lezingen). Onder andere Reservoir Dogs, The Road to Guantanamo, Babel en cultklassieker Barbarella passeren de revue.



Literair
13/02/2007
🖋: 

Zijn zwarte Hugo Boss-sok was zoek. Allicht achtergebleven in de draaikolk van hun wasmachine en zo bij haar kleren geraakt. Der Günther. Zijn briefje prijkte aan de voordeur van hun kot, waarvan hij zeker wist dat ze die opende in haar hang naar lucht en vrienden. Zij hield niet zo van snobistisch gepraal, en nog minder van mannen die veinsden hun merkprul kwijt te zijn om de ander duidelijk te maken dat ze a. geld hadden, b. geen witte sokkendragers waren, c. zowel klederdracht als geschrift verzorgden. Bovendien lag “Hugo” niet goed in de mond. Het liet een platte Vlaamse nasmaak achter, eens ze de “h” uit haar keelholte geperst kreeg. (Haar overgrootmoeder was Française, wat deze klankperikelen verklaarde, maar dat vertelde ze tussen haakjes. Pronken met zulke afkomst deed ze nooit.) Het verlegen briefschrijven paste ook zo goed in de lijst liefdessymptomen die ze vanaf het begin bij hem had ontwaard. Acht dagen al ondernam hij verwoede pogingen om haar Italiaanse vriendjes na te doen. Had zij immers als Erasmus’er niet enkel interesse in een zuiderse bink en geen Duitser, zoals hij? Het eten van pasta ging sindsdien gepaard met een binnensmonds gevecht tussen tong en vorktand, waarbij een door speeksel glanzende sliertencohorte zich weer naar buiten wurmde. Maar ze verdiende deze onderneming want, zo buitenlands en wulps, leek ze hem een exotisch prooi. Zij wou echter niet eten met haar kotgenoot. Geen espresso drinken. Zijn huid niet betasten als ze hem zijn sok aandeed. O nee, zij was geenszins preuts of kuis en saai. Haar weigeren berustte eerder op zijn ongepaste associatie van België met exotisme. Hoe kon hij, geheel tegen de vooroordeelcultuur in, zoiets atypisch uitkramen? België en hete grietjes. Mein Junge, zij was studente Wískunde aan de Universiteit Antwerpen – en terwijl ze dat sneerde ging haar stem lovend de hoogte in. Zij beheerste de bloedserieuze discipline van bier drinken en frieten eten, namelijk één smaakvolle boer laten en handen in mayonaise waden. Zij kocht Hugo Boss-sokken omdat die naam kouder klonk dan Armani en van haar een manwijf maakten - een trend in België. Zij was een Vlaamse, allesbehalve exotische boerin. Al had ze wel Franse voorouders.



Literair bis
24/01/2007
🖋: 

“Kasper, het een of het ander, maar dit is idioot.”

Hij glimlachte naar haar terwijl hij, een aangestoken sigaret tussen de vingers, een keelpastille in zijn mond stak. Maar ze was niet zo makkelijk vertederd als anders. Kasper vermoedde dat haar licht verstoorde hormonenspiegel er wel voor iets tussen zat. Onverbiddelijk pakte ze de sigaret uit zijn hand en duwde die uit in de asbak.

“Maar Samantha, je hebt altijd gezegd dat...” begon hij misnoegd.

“Ik heb altijd gezegd dat je voor mij niet moest stoppen, maar we zijn niet meer enkel met z’n tweeën. Ik ben zwanger, Kasper. Weet je nog?” (zie ‘Literair’ in dwars 36)

“Hoe zou ik het kunnen vergeten?” vroeg hij duister.

“Liefje, wat is er toch mis? Ik weet dat je kinderen wou.”

“Los van het feit dat ik ons nog wat jong vind?”

Sam veinsde haar verbazing iets te theatraal naar zijn smaak. “Jij?! Jij vindt jezelf te jong?! Waar zullen we dat opschrijven?”

“Ha. Ha.” Drier than a bucket of sand. “Ik hou van jou, Sam.” Hij zag er gepijnigd uit. “Ik hou van jou, maar ik heb geen vertrouwen in mijzelf.”

De glimlach was op slag van haar gezicht verdwenen. Kasper geloofde niet in de hele verhaalcultuur. Het blootleggen van emoties en trauma’s aan vrienden of aan psychiaters (of laat staan priesters die geïnteresseerder zijn in zijn welgevormde derrière; zo leek het toch): het was niet iets dat hij echt afkeurde, maar iets dat gewoon niet aan hem besteed was. Dat hij nu zo sterk aan zichzelf twijfelde was... ‘De Schrijver. Dit is Zijn schuld. Verdomme, dit was Zijn doel. Maar zo makkelijk wordt het niet.’ (echt, zie ‘Literair’ in dwars 36)

“Kasper.” Er zat staal in haar stem en hij herkende het. Met een ruk keek hij naar haar op. “Verdedig jezelf.” Haar voet schoot de lucht in en Kasper kon de tip enkel ontwijken door zijn stoel hard van de tafel weg te duwen. Hij viel achterover, maar rolde door tot hij op zijn voeten terecht kwam, geschrokken, maar gereed.

“Sam, ik denk niet dat...”

“Vecht!”

Ze hadden het zichzelf geleerd; de theorie uit films, boeken en Mortal Kombat, de rest uit lichamelijke reserves waar geen van beide het bestaan van kende. Er was deze keer echter geen tijd meer voor bewuste controle. Hij slaagde er op nippertje in haar twee eerste stampen, allebei op de nek gericht, af te weren met zijn onderarmen.

“Wa..”

“VECHT!”

Met een agressiviteit die Kasper nog nooit bij haar had gezien probeerde ze hem te raken, op welke manier dan ook. Hij kon niets anders doen dan haar handen, als kwade adders, van zich af houden. Instinctief schoten zijn armen beschermend naar boven. In dezelfde beweging mikte hij op haar slaap, maar miste toen ze zich van hem wegdraaide en haar voet naar zijn borst vloog. Hij ging mee in haar aanval, boog zo ver naar achter dat haar voet rakelings over zijn plexus scheerde en zette beiden handen vlak op de grond. Zijn enkels haakten onder haar oksels en in een vloeiende beweging werd ze, de verbijstering op haar gezicht, over hem heen gegooid. Er was gelukkig genoeg plaats in de grote, bijna lege kamer waar ze zich toevallig bevonden. Maar Sam herpakte zich snel en rolde recht op haar voeten, terwijl Kasper zich op zijn handen afduwde en weer tegenover haar kwam te staan. Zonder pauze sloeg ze naar zijn schouder, maar hij draaide zijn bovenlichaam half en dwong haar, een voet in haar knieholte en zijn eigen hand op haar schouder, neer op één knie. Sam sloeg nu echter zelf met beide handen achter zijn knieën, waardoor hij neerviel en zij terug recht kon komen. Ze draaide rond op één been, haar voet op zijn hoofd gericht. Deze keer draaide hij niet weg, maar klemde de voet vast tussen zijn arm en zijn schouder, zodat ze vast stond, haar benen in een loodrechte hoek. Kasper duwde zijn vuist vooruit, recht op haar buik gemikt. Sam deed geen moeite meer om hem tegen te houden. Ze keek slechts naar zijn vuist en naar zijn van concentratie vertrokken gezicht. Ze zag hoe die vuist plots vertraagde, hoe de vingers opengingen. En ze glimlachte, want ze wist dat ze gelijk had. Zijn hand vertraagde nog meer en was nu volledig open. Kasper keek geschrokken naar haar op toen zijn hand vederlicht op haar platte buik rustte. “Ik wou niet...” Maar Sam legde een vinger op zijn lippen.

“Vertrouw jezelf, Kaps. Ik doe het ook.”

Hij liet haar been los en stond verdwaasd recht. “Ik weet niet hoe...”

Sam pakte zijn hand en legde het terug op haar buik. “Dit is hoe, Kasper. En alles aan je heeft het al geaccepteerd. Enkel je bewustzijn nog niet.”

Een enkele traan rolde over zijn wangen, maar hij glimlachte, oprecht, en bracht zijn lippen naar de hare. Terwijl in hun monden een liefelijk tongengevecht plaatshad, gleed haar hand naar zijn achterzak en haalde daar het pakje sigaretten uit. Met een nonchalante polsbeweging gooide ze het in de vuilbak, zonder zelfs maar haar ogen open te doen.

“Sam,” hijgde Kasper, “ik hou van jou.”



Interview met econoom en socioloog Erik Henderickx
28/11/2006
🖋: 

Het duurt niet zo gek lang meer voor je je eerste stapjes op de arbeidsmarkt zet. Uiteraard hoop je op een leuke baan met een mooie wedde, werkzekerheid, wat bijkomende voordelen in natura en een goed pensioen. Wie niet? Het ziet er echter naar uit dat dit slechts enkelen gegund zal zijn.

Professor Erik Henderickx, docent Human Resource Management (TEW) en arbeidssociologie (PSW), licht toe waarom vergrijzing en globalisering onze generatie later een serieuze hak zullen zetten. Te beginnen bij het begin:

 

Wat is er precies aan de hand?

Erik Hendrickx Het grote probleem is de dalende demografische instroom op de arbeidsmarkt. Kijk, in 1945 is er een puur boekhoudkundige berekening gemaakt om te kijken wanneer het mogelijk was om een werknemer met pensioen te laten gaan, zonder dat het onbetaalbaar wordt voor de overheid. Toen kwam men uit op 65 jaar, de huidige ‘wettelijke’ pensioenleeftijd voor mannen (64 jaar voor vrouwen). De afgelopen zestig jaar is er echter heel wat veranderd: dankzij de verbeteringen in de geneeskunde en de betere gezondheidszorg is de gemiddelde levensverwachting er zienderogen op vooruitgegaan. Er moeten dus heel wat meer ouderen onderhouden worden. Als je die berekening uit 1945 nu opnieuw zou maken, aan de hand van de factoren van vandaag, dan blijken er onvoldoende financiële middelen te zijn om op je 65ste van je oude dag te gaan genieten. Nee, je zou moeten blijven werken tot je 80ste om je pensioen bekostigd te krijgen, als je de statistieken wil geloven.

 

Zullen we effectief tot ‘ons tachtigste’ moeten werken?

Hendrickx Dat is overdreven, lijkt me. Ik denk dat we een beetje af moeten van het standaardpatroon waarbij je een standaardloopbaan hebt van studeren, werken en je dan terugtrekken uit het beroepsleven. Er moet meer flexibiliteit voor werknemers ingebouwd worden, wat betekent dat ze niet enkel moeten werken. Minder werken en terug wat bijstuderen is bijvoorbeeld een optie: zo kan je competitief en inzetbaar blijven op de arbeidsmarkt. Dat dient natuurlijk niet enkel vanuit een louter economisch standpunt bekeken te worden. Meer tijd vrijmaken voor je kinderen of voor je ouders in het kader van palliatieve zorg, dat zijn ook mogelijkheden. Samengevat: mensen gaan meer intermezzo’s moeten inlassen in hun arbeidsleven. Dan blijf je natuurlijk nog met het probleem zitten dat veel bedrijven hun werknemers afdanken op relatief jonge leeftijd door hen met brugpensioen te sturen, initieel een sociale verworvenheid. In dat denken over het einde van de loopbaan moet dus ook iets veranderd worden. Oudere werknemers hebben ervaring en vaardigheden waarover jongeren vaak nog niet beschikken. Zorg ervoor dat het werk van die ouderen minder stresserend is. Maak het werk trouwens voor iedereen gewoon leuker, dan blijf je met plezier langer werken.

 

Als bedrijven bij herstructureringen minder gebruik mogen maken van het brugpensioen, dan zullen het toch de jongeren zijn – met hun vaak onzekere en tijdelijke contracten – die als eerste aan de deur worden gezet?

Hendrickx Het is ofwel het een, ofwel het ander. Dat is geen keuze van de Belgische politiek. Bedrijven gaan tactisch te werk, kijk maar naar Volkswagen. Wanneer het arbeidsvolume in een multinationale onderneming moet verminderen, zie je de solidariteit van de vakbonden afbrokkelen. De Duitse vakbonden zeggen: wij zijn bereid zoveel uur langer te werken tegen hetzelfde loon. Het feitelijke uurloon verlaagt dus. Dat betekent dat zij goedkoper kunnen produceren. Als je dan 500 km verder een andere vakbond hebt met andere afspraken, dan worden beide vakbonden tegen elkaar uitgespeeld. Dat was trouwens identiek hetzelfde scenario bij Renault Vilvoorde. Eigenlijk is dat gewoon typisch aan de strategie van een kapitalistische economie: het verdeel-en-heers-stramien. Ondernemingen zijn wereldspelers geworden en België is maar een pion op het schaakbord. De politiek staat volledig buiten spel.

 

Buiten de stijgende pensioenskosten zijn er toch nog andere factoren die een invloed op de staatskas hebben? Het BNP/capita (het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking) en de te herverdelen beschikbare rijkdom zijn toch ook groter geworden?

Hendrickx Ja, maar je moet weten dat wanneer het BNP bijvoorbeeld met 2% stijgt, je ook 2% minder mensen nodig hebt omdat onze arbeidsproductiviteit eveneens verbetert.

 

Kunnen we dan niet zeggen dat we vandaag – omdat we meer produceren met minder mensen – gewoon minder arbeidskrachten nodig hebben in het productieproces om evenveel welvaart te creëren?

Hendrickx Maar dan heb je ook minder mensen die een primair (uit arbeid, nvdr.) inkomen verwerven. Minder inkomen verwerven wil zeggen dat je minder koopkracht hebt en dan kom je weer terecht in een vicieuze cirkel waar minder gekocht wordt en de economie minder sterk groeit.

 

Maak het werk voor iedereen gewoon leuker, dan blijf je met plezier langer werken.

 

U had het over de verminderde instroom op de arbeidsmarkt. Is dat zo’n slechte zaak voor werknemers? Als het aanbod aan arbeidskrachten daalt, gaat de prijs – het loon dus - toch omhoog?

Hendrickx Je weet het neoliberale denken goed te formuleren. Dat is ook net het paradoxale aan de arbeidsmarkt. Enerzijds heb je een aantal mensen dat structureel werkloos is, anderzijds zit je met meer dan honderd knelpuntberoepen. Je blijft dus met een enorme spanning zitten. Ook al is er een kwantitatieve verandering tussen vraag en aanbod, je hebt nog altijd de competenties nodig om die jobs ingevuld te krijgen, of de mensen die bepaalde jobs willen doen. Het gaat dan over de arbeidsomstandigheden en vooral de kwaliteit van de arbeid, zoals leermogelijkheden, voldoende leefbare stress, uitdaging...

 

Laten we het even over de kost van de vergrijzing hebben. De Studiecommissie voor Vergrijzing (SvV) heeft berekend dat vanaf 2010 de kosten zouden beginnen op te lopen, om in 2030 met 3,4% van het BBP gestegen te zijn. Is dat zo’n groot probleem? Na 2030 zouden de kosten namelijk terug dalen.

Hendrickx Men komt tot een evenwicht, maar je moet niet te eng kijken: het gaat niet alleen over pensioensuitkeringen. Een tweede belangrijke pijler is de gezondheidszorg. Wanneer worden die kosten in een mensenleven gemaakt? Vanaf 80+ stijgen de kosten voor gezondheidszorg ongelooflijk. Het is dus de combinatie van pensioenuitgaven waar je een correct cijfer van hebt  en gezondheidsuitgaven. Een federale begroting die veel sneller gesaneerd kan worden is een absolute voorwaarde. Vandaag worden evenwichten of een positief saldo verkregen door pensioenfondsen als éénmalige inkomsten te boeken, en dus de verplichtingen gewoon te verschuiven naar de volgende begrotingen. Dit is niet ernstig.

 

Armoede

Het menselijke aspect mag niet uit het oog verloren worden. Als de pensioenen omlaag gaan zullen mensen erbij inschieten. Vandaag leeft een kwart van de 65-plussers al onder de armoedegrens in België.

Hendrickx Juist, reden te meer om mensen langer te laten werken. Ze kunnen dan langer bijdragen betalen.

 

Nog een bedenking: de rijkeren zullen ondanks alles van een mooiere oude dag kunnen genieten, terwijl de minder begoeden dreigen onder de welvaartsgrens te zakken als het pensioenstelsel in de huidige vorm niet kan blijven bestaan.

Hendrickx Ik leg je eerst even het Belgische systeem uit: dat berust op drie pijlers: de eerste pijler is het wettelijke pensioen, overigens een van de laagste uitkeringen in Europa. Daarnaast komt er pijler twee: de groepsverzekering die gesteund wordt door je voormalige werkgever. Als je met pensioen bent, krijg je uit die verzekering een bepaald kapitaal terug, of een extra maandelijkse uitkering. Het individueel pensioensparen is de derde pijler: dat is fiscaal interessant en aftrekbaar. Wie doet dat? Dat zijn de hogere sociale lagen of inkomensgroepen die het zich kunnen permitteren om eens iets aan de kant te zetten. Je ziet dat het systeem vandaag al compleet scheefgetrokken is. Komt daar nog eens bij dat ouders vroeger stierven op relatief jonge leeftijd. Mensen worden nu ouder, dat is een onvermijdelijke demografische evolutie. Het brengt met zich mee dat het veel langer duurt vooraleer het vermogen wordt doorgeschoven naar de volgende generatie. Dat maakt alles nog stukken ingewikkelder.

 

Pensioenen zouden niet enkel armoedebestrijdend moeten zijn, maar ook een zekere vroegere levensstandaard in stand moeten houden. Of slaan we daar de bal wederom mis?

Hendrickx Dat is niet realistisch: de overheid betaalt sowieso al de laagste pensioenen. Ga daar nog eens in knippen… Wat blijkt trouwens: zij die (te) jong met brugpensioen gaan moeten veel sneller beginnen hun spaarpot aan te spreken, waardoor de kans groter wordt dat ze op zeventig jaar onder de armoedegrens zakken. De vraag is feitelijk hoe lang je het huidige systeem nog kan handhaven. Momenteel werken we dus met het repartitiesysteem: de huidige actieve bevolking betaalt de pensioenen voor vandaag. Misschien is een hervorming naar het kapitalisatiesysteem (de tweede en derde pijler, nvdr.) wel opportuun: dan spaar je tijdens je actieve leven voor je eigen oude dag. Welke van de twee je echter ook kiest, er zal altijd een bepaalde generatie de dupe zijn en die zal dubbel moeten betalen: voor zichzelf en voor de ouderen.

 

En dat is de huidige studentenpopulatie? De Morgen heeft die al tot de babylosersgeneratie gedoopt, de slachtoffers van de babyboomers.

Hendrickx Er is ontegensprekelijk onzekerheid bij de huidige generatie. Meer en meer jongeren ‘kiezen’ ervoor om hun carrière te beginnen met tijdelijke baantjes. Hoe komt dat? Soms hebben bedrijven veel mensen nodig en soms ook niet. Vroeger had je dan nog de relatieve zekerheid dat je tijdelijke contract omgezet werd naar een contract van onbepaalde duur, maar dat is al lang niet meer het geval. Het idee om één job 48 weken per jaar gedurende de rest van je leven uit te oefenen is toch reeds achterhaald. Dat willen werknemers trouwens ook niet meer: hun carrière staat voorop en daarom zoeken ze om de vijf jaar nieuwe horizonten op. Daarbovenop heb je natuurlijk nog de mensen die voldoende tijd willen voor hun gezin. De ondernemingen zullen daar dus ook rekening mee moeten houden. Het is niet zwart of wit meer: er is heel wat onzekerheid de economie binnengeslopen. België komt op die manier steeds meer onder druk te staan. Waar had je vroeger meer jobzekerheid dan in de autoassemblage? Kijk nu eens naar Renault en Volkswagen.

 

Globalisering

Vanwaar komt die druk dan?

Hendrickx The world is flat.

 

Excuseer? Die stelling is een paar eeuwen geleden toch al ontkracht?

Hendrickx Journalist en auteur Thomas Friedman heeft zijn laatste boek zo genoemd. (Henderickx verwijst ons naar een uiteenzetting van Friedman: mitworld.mit.edu/video/266, nvdr.) Kijk, hij onderscheidt drie periodes. In de eerste periode dachten de Europeanen dat de wereld vlak was. Ontdekkingsreizigers die op weg waren naar India kwamen toen plots in Amerika uit. En wat blijkt: de wereld is toch niet vlak. Goed, de Europeanen spelen hier op in door delen van de wereld te koloniseren. Golf nummer twee is dan de opkomst van multinationale ondernemingen. Wereldwijd beginnen bedrijven productie-activiteiten op te zetten. En zo belanden we bij de derde golf: die voorheen ‘onderontwikkelde’ landen beginnen zelf met initiatieven op de proppen te komen. Ik denk aan India, China of Brazilië. Ze beginnen een eigen welvaart op te bouwen en dat gaat relatief vlot. Van een milieuwetgeving is er immers hoegenaamd geen sprake en over sociale beschermingsmaatregelen gaan ze daar al helemaal niet moeilijk doen. Arbeidsrecht wordt daar als bespottelijk beschouwd. Tegen zo’n economieën kunnen we dus niet concurreren. Eventueel kunnen we hun vakbonden gaan subsidiëren om zo tot een tegenbeweging te komen, maar hier is natuurlijk geen politiek draagvlak voor.

 

Schuilt de oplossing voor vergrijzing niet juist in globalisering? De EU is toch groot genoeg om bepaalde maatregelen te nemen?

Hendrickx In de eerste plaats moet de nationale overheid natuurlijk haar verantwoordelijkheid nemen. Concreet denk ik dat wij minstens op drie zaken moeten letten. De Belgische overheidsschuld moet dringend omlaag: zonder éénmalige trucs, zoals bij het pensioenfonds van Belgacom bijvoorbeeld. Er moeten meer mensen aan het werk blijven: die leveren solidariteitsbijdragen. Vervolgens moeten we nog hopen dat die mensen zich ook goed voelen op hun werk. Als laatste zijn er nog de uitkeringen: er moet rekening gehouden worden met de welvaartsstijging.

 

En Europa?

Hendrickx Een van de doelstellingen van de Europese Unie is een liberalisering van de economie. Er gaat meer concurrentie komen, wat beter is voor de consument. De EU pleit voor een vrije markt van goederen, diensten en arbeid. Waarom zouden we inderdaad ook niet pleiten voor een sociale unie? Gaan we de pensioenen in België gelijk stellen aan die van Polen of Portugal? Of gaan we Polen dwingen op de hoogte te komen van België of Duitsland? Nou ja, al die politieke partijen steken hun kop toch maar in het zand.

 

Het probleem van vergrijzing is niet bepaald populair.

Hendrickx Inderdaad, en dat is jammer. Deze generatie jongeren  en de ouderen van morgen  zouden wel eens het voornaamste slachtoffer kunnen worden.



editoriaal
27/11/2006
🖋: 
Auteur

Terwijl u zich klaarmaakt voor een nieuwe examenrace richting de diplomakassa, brengt dwars weer een nieuwe lading artikels. Zo gingen we bij de machtigste UA-student polsen of de overkoepelende studentenvereniging zich nog met andere zaken inlaat dan plakpalen, feestgelegenheden en semestervakanties. Aan u om te oordelen of de student naar behoren wordt vertegenwoordigd.

Verderop in dit nummer een interview met socioloog Erik Henderickx. De discussie rond de vergrijzing wordt te pas en te onpas in alle media gevoerd en dit blad kon niet achterblijven. Als de babyboomers stoppen met werken, zitten we met een probleem: de staat heeft niet genoeg inkomsten om al die pensioenen te betalen, laat staan om de ziektekosten van de oudjes op te hoesten. De enige mogelijke oplossing zou dan zijn dat we met zijn allen langer blijven werken en dus langer belastingen betalen. Althans, zo luidt het doemscenario.

 

Eigenlijk zou ik uitzinnig van vreugde moeten zijn omdat er eindelijk nog eens langetermijnvisies aan bod komen in onze haastige media. Jammer genoeg is het niveau waarop deze discussie gevoerd wordt bedroevend laag en kan ik dus niet veel enthousiasme opbrengen. Napraterij en plat populisme te over: ‘veel geblaat en weinig wol’ lijkt me een passend adagium.

 

Niet alleen worden hele generaties over dezelfde kam geschoren (mijn hardwerkende ouders worden afgedaan als genotszuchtige profiteurs, om van de term ‘babylosers’ niet te spreken), het is in de hele discussie blijkbaar ook niet meer nodig om de gebruikte argumenten nog enigszins te funderen.

 

De Studiecommissie voor Vergrijzing berekende dat heel de problematiek een stijging van het overheidsbudget voor sociale zekerheid met 3,4 procent van het BBP over een periode van twintig jaar zou teweeg brengen. De meerkost waar die bejaarden voor zullen zorgen valt al bij al dus nog mee en bovendien komt er na de kostenpiek uiteraard ook weer een daling. Als we de slappe redeneringen volgen, kunnen we ook stellen dat mensen die langer moeten werken sneller ziek worden en bijgevolg ook duurder zijn. Verder lijkt men uit het oog te verliezen dat de staat niet enkel inkomsten via onze personenbelastingen vergaart. Ook de bedrijven zijn normaal gezien verplicht een stevige duit in het zakje te doen. En daar knelt het schoentje natuurlijk: want moesten die loonlasten niet dringend naar beneden?

 

Het is een recht om na een lange loopbaan met pensioen te gaan en mensen die hun bijdrage geleverd hebben aan de staat moeten hier ook een beroep op kunnen doen. Als een vijfenzestigplusser zijn ervaring en wijsheid nog wil inzetten op de arbeidsmarkt, moet dat uiteraard kunnen. Maar als men echt bang is de vergrijzing niet meer te kunnen betalen, dan lijkt het me een stuk logischer om iets aan de grote werkloosheid te doen.



Ranglijst voor Europese universiteiten
27/11/2006
🖋: 

Lijstjes. Ze maken ons zo zot, meneer. De ‘boekskes’ staan er vol van. Wie wil er nu niet weten wie er het best, mooist, tofst, slimst of rijkst op aarde is? Ook de academische wereld ontsnapt niet aan de schikwoede. Momenteel bestaan er twee toonaangevende ranglijsten voor hoger onderwijsinstellingen: de Shanghai Ranking en de Times Higher Education Supplement (THE). In de Europese Unie wil men echter een eigen alternatieve lijst naar voor schuiven.

Europese universiteiten maken over het algemeen geen al te beste beurt in deze rankings. Op zich is dat echter niets waar u uw slaap voor moet laten. De voornoemde rankings meten slechts een beperkt aantal aspecten van een instelling en de daarbij gehanteerde criteria zijn ook niet vrij van kritiek. Zo meet Shanghai het aantal publicaties in Nature en Science, wat uiteraard niet zo leuk is voor instellingen die vooral sterk werk verrichten in de humane wetenschappen. Ook het aantal Nobelprijswinnaars onder de alumni wordt in rekening gebracht: ideaal om te weten waar u twintig jaar geleden had moeten studeren om bij één van deze mensen in de klas te zitten. Tot nader order blijven visitatierapporten de beste indicatoren voor de kwaliteit van een opleiding en hoeven wij ons dus geen zorgen te maken.

 

Europees Commissaris voor opleidingen Jan Figel gaat echter niet akkoord en wil onze instellingen aan de top van dit soort lijstjes zien verschijnen. Ook Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke volgt de hitlijsten en is niet tevreden over de Vlaamse prestaties. Aangezien onze instellingen niet hoog genoeg eindigen in de Shanghai- en THE-lijstjes, maken we maar meteen onze eigen ranglijst, gebaseerd op die van het Duitse Centrum für Hochschulentwicklung (CHE). Op 7 november vond hierover op het kabinet een eerste vergadering plaats met de belangrijkste onderwijsactoren.

 

Het moet gezegd: de CHE-lijst biedt een antwoord op een aantal gebreken van de andere rankings. Zo wordt ze per faculteit opgesteld en kan je bij het opvragen vijf - uit een lijst van dertig - criteria kiezen die je zelf belangrijk vindt. De Amerikaanse Educational Policy Unit die een ranking van rankings opstelt (I kid you not!) doopte het CHE-systeem zelfs “nothing short of brilliant”. De vraag blijft of dergelijke lijstjes niet enkel bijdragen tot een onderwijsomgeving waar je een paar topuniversiteiten krijgt (die de beste/rijkste studenten en de meeste onderzoekssubsidies aantrekken) naast een grote groep instellingen van ‘lagere kwaliteit’ voor u en ik (eigenlijk alleen voor u, maar soit).

 

In het begin van dit academiejaar werd de nieuwe THE Top 200 bekend gemaakt. In tegenstelling tot de KUL, VUB en UGent was er van Antwerpen geen spoor te bekennen. We vroegen uitleg aan Professor Dirk van Dyck, vice-rector voor onderzoek.

 

Vindt u dit soort rankings een goede indicator voor de kwaliteit van een instelling?

Dirk Van Dyck Zeker niet. Een goede universiteit moet in de eerste plaats een degelijke academische opleiding garanderen. Het is overigens algemeen geweten dat onze opleidingen bij de beste zijn in de wereld, zeker in vergelijking met de middelen die we daarvoor krijgen. MIT, Harvard, Stanford, Caltech en dergelijke werken in een volledige vrije marktomgeving, waarbij zij selecteren onder de beste vijf procent van de studenten en een inschrijvingsbedrag vragen van $50.000 per jaar. Is het trouwens niet merkwaardig dat vele van de professoren aan de Amerikaanse top-universiteiten Vlamingen zijn die zo goed zijn opgeleid dat we er alles aan proberen te doen om hen terug te halen? Gezien het loonsverschil blijkt dit trouwens zeer moeilijk.

 

Vindt de Universiteit Antwerpen het belangrijk om in dergelijke rankings te staan?

Van Dyck Wij hebben er geen enkele moeite mee te worden vergeleken met de concurrentie, indien dat gebeurt op basis van de juiste criteria. De UA scoort goed in vergelijking met Europese en Vlaamse universiteiten, op basis van een objectief criterium: de meetbare wetenschappelijke output. In het European Report on Science&Technology Indicators van 2004 staat de UA als enige Vlaamse universiteit gerangschikt bij de top 22 van Europese universiteiten op gebied van impact van wetenschappelijke output. En in vergelijking met hun collega's van de andere Vlaamse universiteiten scoren onze professoren uit de experimentele wetenschappen 40% hoger qua pubilcaties en citaties.

 

Waarom denkt u dat de Universiteit Antwerpen niet in de top 200 van de THE-ranking is opgenomen?

Van Dyck Daar is een erg eenvoudige uitleg voor die tegelijkertijd het irrelevante van zulke rankings aantoont. Een onderdeel van de ranking gebeurt op basis van een enquête die men opstuurt naar de professoren van de instelling. Als er te weinig professoren hun formulier terugsturen, wordt de universiteit niet in de ranking opgenomen. Dat is dus ook aan de UA gebeurd. Waarschijnlijk zijn onze professoren te veel begaan met onderwijs en onderzoek en hebben ze geen tijd om zich met enquêtes bezig te houden. Is het overigens ook niet merkwaardig dat de VUB op een jaar tijd een enorme sprong voorwaarts maakt in die ranking?



Koen Peeters, Unifac-voorzitter en VUAS-woordvoerder
26/11/2006

Koen Peeters (2de lic. TEW) omvat ons allen. Niet alleen is hij de voorzitter van Unifac (dat alle studentenclubs op de stadscampus overkoepelt), hij is ook de woordvoerder van VUAS – de Verenigde UA Studenten – die spreekt voor dé student van Antwerpen. Als andere spreekbuis der studenten zag dwars zich verplicht hem eens het vuur aan de schenen te leggen. Wat drijft een man die spreekt met de stem van zovelen?

Koen Peeters Ik heb Unifac leren kennen dankzij aulaspeeches. Het sprak mij meer aan dan andere studentenclubs, die meestal enkel TD’s en cantussen organiseren. Hier leer je toch nog iets nuttigs voor jezelf. Andere studentenclubs hebben soms ook verrijkende activiteiten, maar bij Unifac speelt studentenvertegenwoordiging een veel grotere rol. Je krijgt er ook meer kansen, denk ik.

 

Op de site is er sprake van de drie pijlers van Unifac.

Peeters Onze werking is inderdaad gebaseerd op drie pijlers: informatie, coördinatie en organisatie. Dat organiseren omvat voornamelijk onze eigen activiteiten, zoals onlangs de Nacht van de Film en de Unifac-TD’s. Onze tweede pijler is de coördinatie van de studentenclubs. Zo richten we een kringraad in, waarmee we met de praesidia van de verschillende clubs al onze activiteiten op elkaar afstemmen of zelfs samen organiseren, zoals Students on Stage of de Kringraadcantus die binnenkort plaatsvindt. Met informeren bedoelen we het doorspelen van alle informatie die we binnenkrijgen van de dienst Veiligheid en het departement Studentgerichte Diensten. Dit gebeurt voornamelijk via het Unifac-postje, maar soms ook via aulaspeeches.

 

Waarvoor staat Unifac eigenlijk?

Peeters Universitaire Faculteiten Stadscampus.

 

Is het ook mogelijk om gewoon lid te worden van Unifac?

Peeters Wel, in principe is iedereen die op de Stadscampus zit lid van Unifac. Voor het praesidium zijn er echter individuele sollicitaties, die vooral naar de ambities van de kandidaat moeten peilen. Gratis binnen willen op TD’s is bijvoorbeeld een foute ambitie.

 

In welke raden kan Unifac zijn stem laten gelden?

Peeters Unifac kan dat eigenlijk niet, maar VUAS – waarvan ik woordvoerder ben – zit in de Sociale Raad, het Studentenoverleg met de Stad en het Algemeen Studentenoverleg met de rector. In de Sociale Raad worden zaken besproken zoals de verbouwingswerken aan de resto en de subsidieregelingen van de clubs. Het Studentenoverleg regelt alle kwesties met de Stad of de rector.

 

Wat voor kwesties zijn dat dan?

Peeters Het Studentenoverleg met de Stad gebeurt met alle koepels – zowel die van de universiteit en als die van de hogescholen – over de dingen die de Stad beter zou kunnen doen. Als je binnen de universiteit blijft, heb je nog steeds die beperkte reikwijdte. Er zijn nu eenmaal zaken waar de Stad over beslist. De plakzuilen zijn onze grootste verwezenlijking op dat vlak, maar ook feestzalen staan hoog op de agenda, zeker omdat er tegenwoordig veel sluiten: zaal Jacob, onder andere. De studentenclubs zitten daar heel erg mee verveeld. Verder organiseren we ook samen activiteiten zoals StuDay of Kult op Kot. Bij dat laatste stellen verschillende mensen hun kot open en dan worden er daar bijvoorbeeld kortfilms gedraaid, of wordt er gekookt. Dat zijn allemaal kleine dingen, maar het is wel fijn voor de studenten om wat cultuur op te snuiven. Nu proberen we echter in de eerste plaats het engagement voor het Studentenoverleg aan te wakkeren, want vorig jaar kwamen veel mensen niet meer opdagen. Eigenlijk was het engagement van de hogescholen gewoon vrij laag. Dit jaar proberen we dat terug op te krikken.

 

Met de rector en de vertegenwoordigers van studentenclubs en –raden zitten we twee keer per jaar samen. Daar worden de zaken aangehaald die in de studentenraden werden besproken: wat er dus bij de student leeft. De semestervakantie van 2007-2008 zal bijvoorbeeld volgende keer besproken worden. Die valt dan samen met de krokusvakantie, waardoor de traditionele skireizen van de studentenclubs duurder worden. Sommigen zouden daarom de semestervakantie willen verplaatsen, maar anderen vinden het juist beter nu ze met familie of vrienden uit de hogeschool op vakantie zouden kunnen gaan. Uiteindelijk werd er een enquête georganiseerd: vijftig procent wou splitsen, dertig procent helemaal niet.

 

Gratis binnen willen op TD’s is een foute ambitie om bij ons praesidium te komen.

 

En wat is uw standpunt?

Peeters Mijn standpunt – tevens het VUAS-standpunt – is dat er rekening moet worden gehouden met die dertig procent: die mensen worden al elk jaar benadeeld, het zou wat egoïstisch zijn om hen nu niets te gunnen. En vijftig procent is ook geen... Allé ja, het is net een absolute meerderheid, maar het is nu ook geen getal waarvan je zegt: "daar gaan we actie voor ondernemen".

 

De studiedruk is ook iets dat geregeld op het programma staat. Of die al dan niet te groot is, hangt natuurlijk van de faculteit af. In TEW valt dat allemaal heel goed mee, vind ik. Ik heb daarentegen ook al gehoord van online-lessen in de Faculteit Geneeskunde, waar studenten tussen bepaalde uren online moeten zijn om te discussiëren, bovenop hun gewone curriculum. Ik geloof dus wel dat er in bepaalde faculteiten een te hoge studiedruk is en ik wil studenten voor wie het te gortig wordt graag vertegenwoordigen, maar het is natuurlijk moeilijk om erover mee te spreken als je het zelf niet ervaart.

 

Democratisch verdedigd

Hoe is VUAS precies georganiseerd?

Peeters VUAS is een samenwerking tussen de studentenkoepels Unifac en ASK-Stuwer. Naar de buitenwereld toe zijn wij de vertegenwoordigers van dé student van de Universiteit Antwerpen. De zes functies (woordvoerder, financieel beheerder en secretaris, en hun plaatsvervangers) worden ingevuld door praesidiumleden van de studentenkoepels. In de eerste plaats zijn we echter een aanspreekpunt. De subsidies voor de clubs worden bijvoorbeeld binnen VUAS gesplitst, waarna elke koepel het geld onder haar studentenclubs verdeelt.

 

Is dat wel democratisch te verdedigen, wanneer in de koepels enkel de voorzitters verkozen worden, vaak zonder tegenkandidaat?

Peeters De meest competente persoon wordt naar voren geschoven, net als bij politieke partijen. Dat enkel de voorzitter verkozen wordt, is gewoon uit praktische overwegingen. Het is belangrijk de continuïteit te behouden: als je jaarlijks nieuwe mensen verkiest die elkaar niet kennen, dan ga je die coherentie verliezen. De mensen die in Unifac zitten zijn ook studentenvertegenwoordigers. De voorzitter mag dan de enige zijn die verkozen is, voor de andere mensen worden wel serieuze sollicitaties gehouden.

 

Is het mandaat dat jullie van de student gekregen hebben dan wel sterk genoeg?

Peeters Persoonlijk zie ik daar geen problemen in. In VUAS zitten de verkozen voorzitters (van Unifac en ASK-Stuwer) en de overige vier zijn door die twee verkozenen zorgvuldig geselecteerd.

 

Kan ik mij, als onafhankelijke student, kandidaat stellen voor het voorzitterschap?

Peeters Nee, je moet eerst minstens één jaar bij Unifac geweest zijn. Als dan blijkt dat je de sterkste kandidaat bent, dan kan je verkozen worden.

 

Wat als een kandidaat in de verkiezingen ten onder gaat en meer nee- dan ja-stemmen krijgt?

Peeters Daar ben ik niet heel zeker van. Het is bij mijn weten nog nooit voorgekomen. Als er binnen Unifac echter geen kandidaten zijn, worden de verkiezingen opengetrokken en mag iedereen zich kandidaat stellen. Waarschijnlijk zal er echter een tweede kandidaat vanuit Unifac naar voren worden geschoven als er op een bepaalde kandidaat massaal 'nee' gestemd wordt, zodat de persoon aan het roer toch al dat jaartje ervaring heeft.

 

Unifac organiseert zowel de verkiezingen van de studentenraad als die van de faculteitsraad. Is het ethisch om dit door Unifac te laten doen, terwijl veel van de kandidaten ook bij Unifac zitten?

Peeters Ik vrees dat dat komt doordat er te weinig engagement is bij de gemiddelde student. De meeste mensen die geëngageerd zijn in die vertegenwoordiging zitten ook al in Unifac, maar die mensen zullen helemaal niet voorgetrokken worden: ze worden gewoon op de lijst gezet en de stemmen worden eerlijk geteld.

 

Hoe denk je dat het komt dat het engagement zo laag is?

Peeters Ik denk ergens dat het hier de mentaliteit is. Ik weet het eigenlijk niet. In Gent is er een veel sterkere mentaliteit van studentenvertegenwoordiging. In Antwerpen lijkt het wel alsof de studenten ofwel een feest- ofwel een echte studiementaliteit hebben.

 

Probeert Unifac dat engagement aan te wakkeren?

Peeters Voor de verkiezingen worden er boekjes van VUAS rondgedeeld, er gebeuren aulaspeeches en de nodige informatie komt in het Unifac-postje en de UA Snelkrant. In principe zou iedereen wel op de hoogte moeten zijn. Als ik mensen ken die erin geïnteresseerd zijn, probeer ik hen te motiveren om het te doen, want er is op dit moment simpelweg heel weinig engagement. Drie jaar geleden zijn de verkiezingen zelfs naar het tweede semester verplaatst om die opvulling enigszins te garanderen. Het is jammer dat dat nog altijd zo weinig resultaat boekt. Ik wil er wel over denken om de termijn waarin men zich kandidaat kan stellen te verlengen, want ik heb net gezien dat dat blijkbaar maar één week is. Het moet mogelijk zijn om daar twee of drie weken van te maken, zodat het zeker bekend is. Maar of we er nóg meer aan kunnen doen op dit moment... Ik weet het niet. Ik denk echt dat het vooral van de motivatie en ambitie van de individuele studenten moet komen.

 

Enkele jaren geleden heeft LOKO (de Leuvense koepel) beslist om geen politieke standpunten meer in te nemen: bij mijn weten de laatste koepel om dat te doen. Unifac doet het ook niet. Vind jij dat een koepel politieke standpunten moet innemen?

Peeters Nee, dat is een aparte wereld. Clubs zijn per definitie apolitiek, dus waarom zou een koepel aan politiek doen? Plus, er is dan altijd het gevaar om naar een of andere politieke strekking te neigen. Dat kan ook niet de bedoeling zijn als je een divers aantal studenten met verschillende politieke ambities of standpunten vertegenwoordigt. Ik ben er voor alle studenten, niet enkel het deel dat mijn politieke mening deelt. Ik heb zelf ook geen politieke ambities.

 

Er gaan nog een aantal roddels rond over Unifac. Klopt het dat de Unifac-voorzitter een kot krijgt van de universiteit?

Peeters Nee, nee. Wij zitten met z'n vieren boven de Unifac-kantoren op kot, maar we moeten wel huur betalen en de boel onderhouden.

 

En hoeveel truien krijgt een lid?

Peeters Iedereen krijgt er één, maar je kan op eigen kosten een trui bijbestellen als je denkt: ons ma kan int weekend mijnen trui ni gewasse krijge.