Met dank aan...
18/02/2007
🖋: 

Door de gangen van de universiteit weergalmen de laatste weetjes over de nieuwe Centrale Bibliotheek op de Stadscampus. Nieuwsgierig banen we ons een weg door het geroezemoes, op zoek naar een bibliotheekmedewerker. Tussen de moderne boekenrekken treffen we Guy De Crom aan. Ondanks de verhuisdrukte vindt hij toch even tijd om ons te woord te staan.

Sinds 1971 is hij tewerkgesteld aan onze instelling. Eerst bij de Faculteit Letteren, vervolgens aan de catalogiseerafdeling van de bibliotheek. Vanaf 1976 vervult hij zijn huidige functie als hoofd van de aanwinsten in de Centrale Bibliotheek. Hij vertelt ons over zijn aangename collega's en de gezellige sfeer die hier heerst. Met het nieuwe gebouw zal het even wennen worden, maar het is zeker een goede zaak dat alles verzameld is op één locatie. De strijd is echter alles behalve gestreden: er komt nog een verhuis deze zomer, aangezien de administratie in de oude bibliotheek zal gaan huizen, waar nu renovatiewerken uitgevoerd worden.

Wanneer we naar de plus- en minpunten van zijn werk vragen, vertelt De Crom dat hij wat meer contact zou willen met de studenten. Hij is wel erg onder de indruk van het moderne gebouw: “De grote glazen ramen, de natuurlijke lichtinval, het binnenplaatsje... kortom: ideaal voor de studenten!”



18/02/2007

Het Centrum Pieter Gillis (CPG) is een autonoom onderzoekscentrum aan de UA. Naast de inrichting van het vak Levensbeschouwing houden de leden zich bezig met onderzoek en bezinning omtrent actief pluralisme. We vroegen CPG-voorzitter Guy Vanheeswijck naar de werking van het centrum.

Guy Vanheeswijck De dagelijkse werking wordt verzorgd door Patrick Loobuyck, Walter Van Herck, Nina Vleugels en ik. We vergaderen wekelijks en regelen de praktische organisatie van het vak Levensbeschouwing. De belangrijke beslissingen worden genomen in de Raad van Bestuur van het centrum.

 

Wie zetelt er in deze raad?

Vanheeswijck In het begin waren er veertien leden. De zeven faculteiten kozen elk een vertegenwoordiger. De andere zeven leden werden door de UA-Raad van Bestuur aangesteld. Inmiddels hebben twee nieuwe leden ons vervoegd: de voorzitter van de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen en een vertegenwoordiger van de studenten.

 

Werd er bij de keuze van de leden rekening gehouden met hun persoonlijke levensbeschouwing?

Vanheeswijck Toen de verschillende faculteiten een vertegenwoordiger afvaardigden, was dit niet het geval. Wanneer de UA dan zeven anderen moest aanstellen om de raad te vervolledigen, werd er wel gekeken naar hun ideologische achtergrond: er werd gestreefd naar een zeker evenwicht. Er werd echter nooit geëist dat het zeven katholieken en zeven niet-katholieken zouden zijn: dat is nu ook niet het geval. Men trachtte er enkel op toe te zien dat de verhouding tussen katholieken en vrijzinnigen – een belangrijk aandachtspunt na de fusie tussen UFSIA, UIA en RUCA – niet volledig scheefgetrokken zou zijn. Na drie jaar samenwerken is het initiële wantrouwen volledig verdwenen en dat is maar goed ook: actief pluralisme houdt immers net in dat we de verzuiling achter ons moeten laten.

 

Hoe lang blijft de huidige Raad van Bestuur nog in functie?

Vanheeswijck De leden zijn aangesteld voor een termijn van vier jaar, die eventueel eenmalig verlengd kan worden. In het voorjaar van 2008 zitten de eerste vier jaar er op en kunnen er dus nieuwe leden verkozen worden.



Jongerencultuur anno 2007
17/02/2007
🖋: 
Auteur

Vooraf krijg ik een waarschuwing: “Je kan alleen maar praten in veralgemeningen. Iedere jongere is uniek.” De moed zinkt me in de schoenen. In dit interview hoopte ik immers alles te weten te komen over de huidige generatie jongeren. Je weet wel, de eind-tieners en begin-twintigers die verslingerd zijn aan hun iPod of gsm, die er lustig op los googelen of msn’en en ondertussen ook nog eens op Erasmus trekken.

Of dat beeld correct is? Ik vraag het aan Tom Palmaerts, expert inzake jongerencultuur en in de inleiding reeds uitstekend verwoordend waarom dit zo’n delicaat onderwerp is. Als medewerker van de vzw Ladda verricht Palmaerts leefwereldonderzoek (lees: wroet hij in de persoonlijke sfeer van de jonge Vlaming). Ladda organiseert overigens ook workshops, projecten en lezingen hieromtrent. Kortom: de uitgelezen kandidaat om ons een en ander bij te brengen over wat jongeren dezer dagen typeert, zit voor me. Voor m'n eerste vraag word ik echter al professioneel afgeblokt.

 

Tom Palmaerts Eigenlijk bestaat er niet meer zoiets als een jongerencultuur.

 

Bedankt voor het interview…

Palmaerts (lacht) Als je nu spreekt over jongerencultuur, dan denken veel mensen vaak dat het nog gaat om punkers of hippies. Nee, de huidige generatie jongeren is net enorm moeilijk nog in een hokje als punker of hippie te stoppen. Dat hebben veel mensen nog steeds niet door. De échte jongerencultuur, voornamelijk ontstaan als verzetscultuur, leefde grofweg van de jaren ’50 tot de jaren ’70. Vanaf dan raakte heel dat aspect van verzet wat in verval. Het leek er langzaam uit te gaan.

 

Waarom raakte de notie van jongerencultuur als verzetscultuur in verval?

Palmaerts Dat hangt sterk samen met de commercialisering ervan. Neem nu de jaren ’50, ’60 of zelfs nog ’70: dat waren jongeren die zich afzetten tegen hun ouders. Dat was vrijwel ongekend, want voor de Tweede Wereldoorlog was daar geen sprake van. Tegen de jaren ’80 was die behoefte om te ageren tegen het ouderlijke gezag – tegen het gezag an sich – er klaarblijkelijk uit. Neem nu de opkomst van de punk met een groep als de Sex Pistols: die mannen predikten anarchie en hadden een do-it-yourself-attitude (diy), of zo leek het toch. Maar eigenlijk was dat ook maar puur een marketingproduct waar iemand als modeontwerpster Vivienne Westwood munt uit sloeg. Blaadjes gingen artikels publiceren van het genre: “10 tips om een punker te worden”. Ja hoor, toen gingen al die jongeren er als een punker bijlopen, zonder de diy-attitude of ook maar een notie van heel dat verzetsconcept. En dan stopt het daar zo’n beetje. De generaties erna begonnen meer en meer instant-plezier centraal te stellen.

 

Moet deze generatie zich aangesproken voelen?

Palmaerts Een mei '68-er kan nu alleen maar nostalgisch terugblikken naar de tijd dat jongeren nog op de barricaden stonden. Wat stelt uiteindelijk een betoging van pakweg de andersglobalisten nu nog voor? Je ziet eerst de vakbonden met hun vlaggen. Dan sjokt er nog wat jonger volk achter een bestelwagentje met een dj, zo nu en dan dansen ze. Jongeren hebben simpelweg geen verzetscultuur meer.

 

Is enige vorm van verzet dan voorgoed van de baan?

Palmaerts Misschien wordt verzet nu wel anders ingevuld. Het echte barricadenwerk lijkt niet meer aan de orde te zijn, maar met bijvoorbeeld street art of dans uiten jongeren zich op andere manier. In het Gentse is er bijvoorbeeld een blokfluitcollectief actief: hun eerste regel om lid te worden, is dat je geen blokfluit kan spelen. Dat collectief brengt dan een cd uit in eigen beheer. Gewoon door dat te doen, creëren ze al een vorm van verzet: tegen de muziekindustrie, tegen de norm. Ze bakenen hun eigen ruimte af waarin ze zelf ongestoord hun ding kunnen doen.

 

Een blokfluitcollectief... de vergelijking met de mei ’68-ers ontgaat me.

Palmaerts En toch. Weet je, over jongerencultuur anno 2007 spreken is enorm moeilijk. Het gaat erg breed: van de muziek die ze graag horen tot de kleur van hun veters of het type iPod dat ze hebben. Je kan er haast niet over praten zonder je te verliezen in ontelbare nuances. Vroeger was het allemaal wat duidelijker opgedeeld, nu moet je haast een volleerde statisticus zijn die alles in percentages kan vatten. Er zijn tegenwoordig zodanig veel verschillen tussen jongeren dat je er amper aan kan beginnen.

 

Toch doet Ladda een poging.

Palmaerts Het is niet simpel, dat geef ik grif toe. In de eerste plaats kan je je de vraag stellen: wie behoort tot de categorie 'jongeren'? Iemand die op zijn achttiende stopt met studeren en ergens een goede baan vindt, nog wat later kinderen krijgt, een huis koopt en trouwt, is dat nog een jongere? Er is een groot verschil met zijn leeftijdsgenoot die de universiteit doorloopt, doctoreert, nog eens postdoctoraat erbij neemt, wat ontwikkelingswerk verricht en dan maar eens gaat zoeken naar een lief. Met Ladda vertrekken we vanuit de invalshoek van fenomen of tendenzen. We gaan jongerencultuur niet meer beschouwen als: dat groepje, met dat kapsel en die kleren. Dat is een subcultuur. Nee, we gaan kijken naar de “mixed-sample”-cultuur. Het overgrote deel van de jongeren gaat zich niet meer verstoppen in een bepaald hokje, zoals bijvoorbeeld dat van de hippies. Ze gaan elementen overnemen uit verschillende culturen. Om even een eenvoudig voorbeeld te geven, kijk naar de kledij: schoenen uit de skatescène, een breed hiphopshirt en nog een modebewust petje erbij. Dat is een hutsekluts van subculturen die tot een eigen stijl wordt gemaakt. Zoiets kwam je vroeger niet zo vaak tegen, of toch niet zo vaak als nu. Als mensen al specifiek tot een bepaalde subcultuur zoals gothic behoren, dan zal het niet vanuit de overtuiging zijn dat het voor de rest van hun leven is. Het is meer iets van: op dit moment voel ik me ergens goed bij. En als dat gevoel wat weggeëbd is, dan kunnen jongeren weer moeiteloos naar iets anders springen.

 

Ladda heeft ook net een boek uitgebracht dat handelt over jongerencultuur in Vlaanderen.

Palmaerts In het boek komen verschillende auteurs aan bod die op zoek gaan naar hoe het begrip ‘subcultuur’ ingevuld kan worden. Dat gebeurt vanuit diverse standpunten, wat vernieuwende inzichten oplevert. Een goed voorbeeld is het onderzoek van dr. Sian Lincoln: zij heeft zich verdiept in slaapkamercultuur. Ze geeft de slaapkamer een plaats in de manier waarop jongeren aan cultuur doen. Dan heb je ook iemand als dr. Maerten Prins, die de verschillende aspecten van het stijlsurfen uit de doeken doet – om er maar even twee te vermelden. Voor alle duidelijkheid: we claimen echter niet de definitie van subcultuur te kennen en hopen door het boek een aanleiding te geven tot verdere discussie.

 

Slotsom: jongeren pinnen zich minder vast op bepaalde culturele uitingen en gaan hun invloeden van overal halen. Jongerencultuur wordt een mixed-sample cultuur.

Palmaerts Laat het me zo stellen: er zijn minder jongeren die intensief in een bepaalde subcultuur zitten. Soms spreekt men in die context wel eens van “after subculture” of “beyond subculture”. Als subculturen al verdwenen zijn, dan is het misschien beter te stellen dat ze vervangen zijn door een “scène”. Dat is een wat breder concept: geen homogene groep meer zoals een subcultuur wel claimt te zijn. Een voorbeeldje: Studio Brussel verandert van logo. Onmiddellijk vormt zich daar een scène rond. Leeftijd, onderwijsniveau, geslacht, dat maakt allemaal niet uit. Het gaat om een waarlijk grensoverschrijdende beweging die niet vast zit in bepaalde patronen. Dat betekent: geen hanenkam meer als stijlkenmerk. Het zijn groepen jongeren die elkaar vinden naar een gemeenschappelijke interesse en aan cultuur gaan doen. Ze gaan bijvoorbeeld een internetdagboek – een weblog – opzetten waar ieder zijn wederwaardigheden kan bijhouden. Of als die jongeren gebonden zijn door een obscure muzieksmaak, kunnen ze eens een groep uit het genre laten overvliegen uit San Francisco. Of we het nu over subculturen, mixculturen, after-subculture of beyond-subculture hebben, uiteindelijk gaat het over een reëel of virtueel netwerk van jongeren die in groep aan cultuur doen. Subculturen bestaan dus nog steeds, maar hebben simpelweg een andere invulling gekregen.



De naakte feiten
17/02/2007
🖋: 

Eindejaarsperiodes leveren altijd spektakel op! In een dronken bui de verkeerde mensen een tong draaien tijdens de aftelling, het gebleir van kleine sloebers moeten aanhoren met Drie Koningen, je niet meer kunnen herinneren aan wie je je notities hebt uitgeleend de dag voor je examen... het zijn al bij al banale gevallen die iedereen kunnen overkomen. Dat een Zuid-Afrikaanse man vrijaf probeerde te krijgen door op z'n ziektebriefje in te vullen dat hij zwanger was, is een beetje belachelijk. Dat een Italiaanse inbreekster per ongeluk een foto van zichzelf nam bij het onderzoeken van een digitale camera in de flat van haar slachtoffer is dan weer ronduit dom. And we like it!

Nudisten zijn van harte welkom in de sportschool van het Nederlandse plaatsje Heteren. Zij kunnen daar namelijk op bepaalde tijdstippen naar hartenlust fitnessen ‘in hunne pure’. De uitbaters willen echter hun huidige cliënteel niet teveel verontrusten en hebben al aangekondigd dat zij voortaan nog strengere hygiënische normen zullen hanteren. Zo zullen alle toestellen – hometrainers in het bijzonder – dagelijks worden ontsmet en voorzien van hoesjes om zogeheten ‘remsporen’ te voorkomen. Yup, de 'bicycle smile' viert hoogtij bij onze noorderburen.

 

De mannelijke helft van de agrarische sector in Wales wordt tegenwoordig geteisterd door acute gevallen van eenzaamheid. Om toch een partner aan de riek te kunnen rijgen, plaatsen Welshe boeren een foto van hun breed glimlachende zelve op melkflessen onder de slogan "Fancy a farmer?" Sindsdien worden de stoere landbouwers continu gecontacteerd door anti-rokers- en tandartsenverenigingen die ten zeerste geïnteresseerd zijn in de afschrikwaarde van hun ivoren wachters.

 

Een grote supermarktketen in Groot-Brittannië heeft 32% meer knoflook verkocht nadat een BBC-programma deze groente een lustopwekkend middel had genoemd. In het programma The Truth About Food poogden de makers te ontdekken of een knoflookrijk dieet gedurende drie maanden erectieproblemen kan verhelpen. Zeven mensen met erectieproblemen vanwege een te hoge cholesterol werden getest; bij zes van de zeven was er een opmerkelijke verbetering merkbaar. Sindsdien scheert de verkoop van knoflook hoge toppen en stinkt half Groot-Brittannië geweldig uit zijn bek.

 

In het noorden van Zweden verdronk een zatte eland in een rivier. Reden voor zijn dronkenschap was het eten van op de grond gevallen appels, die na verloop van tijd in verregaande staat van fermentatie waren. Het dier had kennelijk een appeltje teveel op en verzeilde zo op het te dunne ijs van een rivier. Een betrouwbare SMS-bron meldde ons dat men de appelboom in de tuin van Waals minister Michel Daerden preventief heeft omgehakt en dat men voor alle zekerheid ook nog zijn visvijvertje gedempt heeft.



Kinderuniversiteit UA
17/02/2007
🖋: 
Auteur

“Hoe ontstaat de liefde?” Geef toe, dat is een verdomd goede vraag. En dan te bedenken dat die van een 8-jarige pagadder komt. Met wat voor existentiële levensvragen kinderen dezer dagen al niet worstelen. Gelukkig denkt de Universiteit Antwerpen het antwoord te weten: op zondag 25 maart organiseert ze voor de derde keer haar Kinderuniversiteit. Professoren zullen proberen deze vraag – en een heleboel andere – op te lossen.

Het concept van een kinderuniversiteit komt overgewaaid uit Duitsland: daar opende de universiteit van Tübingen in 2002 voor het eerst haar deuren voor het jonge volkje. Aanleiding was het verwijt van enkele journalisten dat de afstand tussen de academische wereld en het jonge addergebroed wel erg groot was. De persmuskieten besloten er prompt verandering in te brengen: in samenwerking met de universiteit werden er advertenties geplaatst om lagere school-leerlingen warm te maken voor een namiddag vol academisch vertier. Het werd een overdonderend succes.

 

Het idee werd dan ook snel opgepikt door andere Duitse universiteiten. Eerbiedwaardige instellingen in Rome en Wenen volgden het voorbeeld van hun buitenlandse collega’s en ook Nederland en België moesten eraan geloven. Zowel de Universiteit Antwerpen als de KULeuven sprongen op de kar – ieder met een eigen concept weliswaar. De KU Leuven richtte in het najaar drie namiddagen in waar achtereenvolgens de humane, de biomedische en de exacte wetenschappen aan bod kwamen. Vooral de sessies voor de beta-wetenschappen werden druk bijgewoond.

 

Waar de kinderuniversiteit van de KUL vorig jaar een mooi succes oogstte met 700 inschrijvingen, kon de Universiteit Antwerpen haar borst nat maken met maar liefst 1500 jonge bollebozen die zich aan diverse academische disciplines waagden. Van biologie tot politieke communicatie: de meest uiteenlopende onderwerpen werden op kindermaat gepresenteerd. Een derde editie kon dus niet uitblijven.

 

Kinderen tussen 8 en 14 jaar worden dit jaar op zondag 25 maart uitgenodigd om naar hartelust te experimenteren, vragen te stellen of simpelweg hun oor te luister te leggen. Noteren moet niet, maar mag wel. Denk trouwens niet dat de lessen gegeven worden door enkele stoffige academici die wat quantumfysica staan af te ratelen. Geheel in lijn met het populair-wetenschappelijke één-programma “Hoe?Zo!” wordt er op interactieve wijze op zoek gegaan naar antwoorden op al te voor de hand liggende vragen; veelal essentiële kwesties waarop bitter weinig mensen het antwoord weten.

 

Om die vragen te verzamelen doet de Universiteit Antwerpen beroep op de inventiviteit van de jongelui. Iedereen mag één vraag insturen. Met een beetje geluk zal zo de vraag waar liefde vandaan komt beantwoord worden. Andere vragen zoals “Hebben bacteriëen buikpijn?” of “God heeft ons gemaakt maar wie heeft God gemaakt?” zijn nog steeds meer dan welkom.

 

Het overweldigende succes van de kinderuniversiteit toont dat er een duidelijk draagvlak is om de inzichten van jongeren met betrekking tot wetenschappen aan te scherpen. Zieltjes kunnen overigens niet vroeg genoeg gewonnen worden. Misschien is het ook een leuk idee om een initiatief als de kinderuniversiteit voor senioren te organiseren. Levenslang leren duurt immers levenslang. Bezijdens dat: het is geen voorwaarde jong te zijn om kinderlijke verwondering te hebben. Toch?



17/02/2007
🖋: 

Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat houdt hen bezig? Speciaal voor u werpt dwars een blik op oudere studenten aan de Universiteit Antwerpen, die tussen twintigjarige, snel bierdrinkende straffe koppen moedig hun plaatsje innemen. Grote vaten gegiste hop verzetten behoort misschien niet meer tot hun levensstijl, maar gezellig keuvelen bij een kopje koffie na het college doen ze wél…

Waarom studeren we?

Sommigen doen het uit liefde voor hun vak, maar een twintigjarige mens heeft een toekomst voor ogen die gekleurd wordt door het feit dat er ooit brood (en misschien een vette BMW) op de plank zal moeten komen. Wie echter eens goed rondkijkt op de campussen van onze Universiteit Antwerpen, merkt dat er ook een aantal rakkers met grijze slapen van het ene naar het andere college hossen. De cijfers van het aantal inschrijvingen in 2006 spreken boekdelen: we vinden de meeste 40-plussers in Geneeskunde met 77 personen, gevolgd door TEW met 76 studenten. Op de derde plaats staat Rechten met 59 studenten en ook de Politieke en Sociale Wetenschappen doen het goed met 36 studenten. Eveneens te vermelden zijn uiteraard Wijsbegeerte (15 studenten) en Geschiedenis (12 studenten). De oudste student die zich vorig jaar heeft ingeschreven is geboren in 1935 en studeert nu Taal- en Letterkunde. De tweedeoudste kwam ter wereld in 1941 en is dus op 66-jarige leeftijd begonnen aan Diergeneeskunde.

 

Waarom doet een mens zoiets?

Staf Waelbergs (65) en Frans – Sus voor de vrienden – Gielen (69) studeren beide Wijsbegeerte. Ze hebben allebei vroeger reeds een academisch diploma verworven: Staf studeerde af aan de ULB als burgerlijk ingenieur en fysicus, Sus studeerde van 1955 tot 1960 Handels- en Financiële Wetenschappen evenals Bedrijfseconomie aan de KU Leuven. Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze wel eens, maar het studeren zelf wil toch niet meer zo vlot verlopen (hup, hup, genieten maar van onze frisse hersenen dus!). Voor beide filosofen in spe geldt dat Filosofie hen altijd al geboeid heeft en dat het een aangename manier is om je gepensioneerde dagen mee door te brengen. Sus weet het overtuigd te zeggen: “Na mijn pensioen wenste ik mijn tijd niet in ledigheid door te brengen in functie van de waan van de dag. Wijsbegeerte is mijn oude liefde en laat mij weer aansluiten bij de vroegere 'oude humaniora', waaraan ik een goede herinnering bewaar." Ook Staf wil zijn pensioen niet in een lethargische voorbereiding op het ouder worden laten verkommeren. Daarom houdt hij zich naast zijn andere talrijke hobby’s bezig met studeren en de daarbij horende stress voor het noodzakelijke kwaad dat elk examen uitmaakt: met hart (par coeur) en ziel (ex amen) stort hij zich al vier jaar op de leerstof. Ook trots speelt voor Staf een rol: “Ik wilde testen of ik het nog kon.” Op de vraag hoe de sfeer tussen de jeugd en hen aanvoelt, antwoorden Staf en Sus uit één mond: hoewel de sfeer aangenaam is, bestaat er uiteraard een kloof van twee generaties die niet te ontzien valt. Sus is grootvader (dankzij zijn studies zal hij dus altijd wel iets interessants te vertellen hebben aan zijn kleinkinderen) en zingt daarnaast nog in twee koren. Uiteraard lezen ze allebei ook dwars. Voor ons grijze publiek een leuk weetje: studeren houdt niet enkel de geest jong, maar ook de hersenen. Hersenen die geprikkeld blijven worden, zullen niet zo gauw in slaap gesust worden door dementie en seniliteit. Driewerf hoera voor de gepensioneerde intellectueel!



Het Academisch Forum organiseert debatten op de UA
16/02/2007
🖋: 

Tijdens je examens geen kans gehad om je ongezouten opinie over een onderwerp te geven, uit vrees dat een meningsverschil wel eens nefast had kunnen zijn voor je studieresultaten? Vanaf deze maandag kan je je discussietalenten tentoonspreiden in vijf gratis academische debatten met proffen, algemene geïnteresseerden en enthousiaste medestudenten.

De KVHU (Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding) is een organisatie die zich al meer dan honderd jaar inspant om het maatschappelijk debat te bevorderen. Enkele gemotiveerde studenten van de UA besloten om dit initiatief, dat de laatste decennia enkel nog uit lezingen bestond, weer wat actiever en aantrekkelijker te maken. Zo wilden ze een wat jonger publiek aanspreken (hoewel het ‘vaste’ vijftigplusserspubliek van de KVHU-lezingen qua mondigheid zeker niet moet onderdoen voor de gemiddelde student). Met steun van de KVHU en – naar eigen zeggen – onder een iets sexier naam kozen ze vijf onderwerpen die volgens hen actueel en relevant zijn; het Academisch Forum was geboren.

 

Vijf maandagen op rij presenteert het Academisch Forum een lezing, gevolgd door een debat over uiteenlopende onderwerpen; van kernwapens tot discriminatievrijheid. Een belangrijk verschil met andere clubs die op de UA debatten organiseren is dat het Academisch Forum los staat van enige politieke overtuiging. Hun voornaamste doel is niet volle aula’s lokken met bekende namen of politici die zich enkel proberen te profileren met enkele boude uitspraken. Ze geven per debat namelijk twee sprekers de mogelijkheid om in detail hun mening uiteen te zetten. Zo willen ze een genuanceerd beeld geven van een hedendaags discussiepunt, met voldoende aandacht voor de culturele en sociale achtergrond en hopelijk ook met een boeiende dialoog als resultaat.

 

Sinds dit jaar kregen de leden van het Academisch Forum ook de kans om hun sprekers volledig zelf te kiezen. Ze probeerden om telkens twee sprekers met uitgesproken tegengestelde meningen te selecteren. Er komen ook bekenden van de Universiteit Antwerpen, zoals onder andere Prof. Matthias Storme (Faculteit Rechten) die zijn pleidooi ‘vrijheid om te discrimineren’ opnieuw verdedigt en in discussie treedt met Prof. Toon Vandevelde (Hoger Instituut Wijsbegeerte). In het debat rond Turkije en de EU wordt senator Marc Van Peel - met de standpunten tegen de toetreding - dan weer geconfronteerd met Wendy Asbeek Brusse, een vooraanstaand medewerkster van de Nederlandse regering.

 

Een volledig programma van 2007 met sprekers, moderators en gespreksonderwerpen vind je op www.academischforum.be.

ma 19 feb: Hoort Turkije bij de Europese Unie? Met Prof. Guido Vanheeswijck (moderator), Marc Van Peel en Wendy Asbeek Brusse
ma 26 feb: Democratie in België: voor verbetering vatbaar? Met Prof. Cas Mudde (moderator), Prof. Jan Velaers en Jos Verhulst
ma 5 mrt: Hoe open moeten onze grenzen? Over migratie, illegalen en regularisatie. Met Prof. Fernand Tanghe  (moderator), Jos Vander Velpen en Prof. Marie-Claire Foblets
ma 12 mrt: Gaat het atoomtijdperk ooit voorbij? Met TomasBaum (moderator), Werner Bauwens en Prof. Tom Sauer
ma 19 mrt: Discriminatievrijheid of discriminatieverbod? Met Prof. Johan  Taels (moderator), Prof. Matthias Storme en Prof. Toon Vandevelde



Een tegenstander van het levensbeschouwelijk vak
16/02/2007
🖋: 

Geert Lernout, literatuurwetenschapper aan de Universiteit Antwerpen en auteur van meerdere boeken, waaronder Als God spreekt – een studie van de Bijbel, de Koran en het Boek van Mormon – is een rabiaat tegenstander van het vak Levensbeschouwing. Naar eigen zeggen wordt hij in alle kwaliteitskranten gerecensenseerd of geïnterviewd, maar aan de UA bestaat zijn boek blijkbaar niet. “Ik schrijf de ‘verkeerde’ dingen over godsdienst”, verklaart hij. Dankzij dwars komt de ‘verkeerde’ man dan toch aan het woord.

Geert Lernout Het invoeren van een levensbeschouwelijk vak was een voorwaarde die het oude UFSIA gesteld had voor de eenmaking van de universiteit. Erg merkwaardig vond ik dat, een dergelijk vak is er immers aan UFSIA nooit geweest.

 

Betekent dit dat het vak een eis was van de jezuïeten?

Lernout Niet álles is de schuld van de jezuïeten, hoor (lacht). Maar men heeft alleszins geprobeerd om bij de eenmaking van de UA de katholieke eigenheid van de UFSIA te bewaren. We hadden drie instellingen, waarvan twee niet-katholiek zijn: zou het dan niet logisch zijn om het geheel ook niet-katholiek te maken? Nu worden de drie studentenpastors die voordien tot de UFSIA behoorden door de UA betaald. Is het de taak van een universiteit om in zielenzorg te voorzien die elke gelovige UA’er al in zijn eigen parochie krijgt? Nu is het vak Levensbeschouwing echter ingeschreven in het decreet en het ziet er niet naar uit dat het onmiddellijk afgeschaft wordt. Helaas, want een dergelijk vak hoort niet aan de UA.

 

Waarom niet?

Lernout Religie heeft alleen een plaats aan de universiteit als studieobject. Religieuze opvoeding werkt niet, ook niet in de middelbare school. Ikzelf heb 12 jaar religieuze opleiding gehad in mijn school en daar heb ik werkelijk niets van opgestoken. Ik ben een verschrikkelijk voorbeeld van het systeem.

 

Maar gaat het hier wel om een religieuze opleiding?

Lernout Ja. Strikt genomen is levensbeschouwing filosofie: de manier waarop je in het leven staat. In dit geval is levensbeschouwing echter niet meer dan een eufemisme voor religie.

 

U zegt zelf in de inleiding van uw boek Als God Spreekt dat het belangrijk is om religies te kennen.

Lernout Dat klopt. Aan de UIA gaf ik het vak Bijbel en Literatuur, omdat ik tot de vaststelling was gekomen dat mijn studenten erg weinig wisten over de Bijbel. Zowel in de athenea als in katholieke scholen komt dit onderwerp nauwelijks aan bod.

 

Het levensbeschouwelijk vak speelt dan toch op deze gebreken in.

Lernout Maar kennis van religie is sowieso belangrijk voor mensen die letterkunde studeren en daarom kan het aan bod komen in het gewone lessenpakket. Voor studenten Biologie, Rechten of Geneeskunde heeft de variëteit aan godsdiensten een heel ander belang. In het levensbeschouwelijk vak krijgen studenten met zeer verschillende achtergronden dezelfde lessen, terwijl godsdiensten in sommige humane richtingen al uitgebreid aan bod komen.

 

Er bestaat nochtans geen enkele richting, behalve de minor Godsdienstwetenschappen, waarin zoveel godsdiensten ook bijvoorbeeld Oosterse religies aan bod komen. Bovendien wordt alles mooi op een rijtje gezet. Voor vele studenten is dit nieuw.

Lernout Van studenten Geschiedenis hoor ik toch dat ze alles uit het levensbeschouwelijk vak al gezien hebben. Hoe dan ook, als men het vak per se wil bewaren, pleit ik ervoor om Levensbeschouwing in te richten per faculteit, telkens met een andere inhoud. Voor Geneeskunde zou je dan iets kunnen geven als ‘cultuur, godsdienst en gezondheid’, voor biologen een soort van ethiek enzovoort. Dat zou een goede oplossing zijn, want op dit moment geeft de universiteit de indruk dat godsdienst mag worden gepropageerd. Van mij mag godsdienst wel gepropageerd worden, maar niet aan een universiteit; daar moet men godsdienst bestuderen en dat is iets totaal anders.

 

Zegt u nu dat godsdienst niet bestudeerd wordt in het levensbeschouwelijk vak?

Lernout Het wordt niet kritisch bestudeerd, vind ik. Kijk bijvoorbeeld naar de B-modules over het vrijzinnig humanisme of het christendom: alle docenten die daarin lesgeven zijn stuk voor stuk respectievelijk vrijzinnig humanisten of christenen.

 

Zelfs al worden er hier en daar uitgesproken meningen verkondigd, die meningen komen – met name in de A-module – wel allemaal aan bod.

Lernout Is dat de bedoeling van het vak?

 

Het is toch de bedoeling dat de student met verschillende overtuigingen in aanraking komt en dat er een dialoog ontstaat? Zou het overigens geen voordeel kunnen zijn dat docenten zich duidelijk profileren? U bent atheïst: dat heeft toch invloed op uw lessen over religie?

Lernout Ik heb er ondertussen verschrikkelijk veel spijt van dat ik in de inleiding van mijn boek geschreven heb dat ik atheïst ben. Het gevolg is dat men het in interviews enkel wil hebben over mijn atheïst-zijn. “Hebt u daar veel last van?” “Kunt u nog slapen ’s nachts?” Wat doet mijn overtuiging ertoe? Wat in mijn boek staat klopt of klopt niet; of ik nu atheïst ben of niet, heeft daar niets mee te maken. Ik vind dat het niet kan dat docenten in het vak Levensbeschouwing reclame maken voor hun eigen winkel. Als ze les geven over hun overtuiging, zijn ze aan het preken en horen ze niet thuis aan de universiteit. Dat is immers een plek waar je moet leren om zélf na te denken. Alles wat met godsdienst te maken heeft, bezit een dogmatische kern, terwijl je aan de universiteit net zou moeten leren om je kritisch op te stellen tegenover elk dogma.

 

Hoe belangrijk zijn godsdiensten nog in onze huidige maatschappij?

Lernout Godsdienst als autoriteit heeft nauwelijks nog belang. Vele mensen zijn ‘iets-ist’: ze geloven wel dat er ‘iets hogers’ bestaat, maar zijn tegen de kerk. Zo is de werkelijkheid van godsdienst nu. Alles wat je leert in dat vak, is eigenlijk niet belangrijk. Je moet natuurlijk wel weten dat er in België grote groepen islamieten en joden leven, dat zoiets als hét jodendom niet bestaat, wat ramadan is enzovoort. Maar eigenlijk zou je dat al moeten hebben geleerd in het middelbaar.

 

Die onderwerpen zijn allemaal aan bod gekomen in Levensbeschouwing, dus…

Lernout … dus je steekt er toch iets van op. Dat geldt misschien voor studenten van de Stadscampus. Volgend semester komen de wetenschappers aan de beurt en ik ben benieuwd wat die ervan zullen vinden. Dit vak staat totaal haaks op hun studiekeuze.

 

Is het dan de bedoeling dat aan de universiteit vakidioten gecreëerd worden? Met de BaMa-herstructureringen zijn er heel veel basisvakken weggevallen en een algemeen vak als Levensbeschouwing komt hieraan tegemoet.

Lernout Ik zou dat vak – als ik de baas was tenminste – vervangen door iets filosofisch: ethiek van de eigen discipline. En of die ethiek nu een kruisje, een fakkeltje, een half maantje of een davidsster draagt, dat doet er echt niet toe.

 

Het vak wordt door de organisatoren het Centrum Pieter Gillis als broodnodig gepresenteerd in een multiculturele stad als de onze.

Lernout Dat is veel te goedkoop. Die zogenaamde clash tussen religies bestaat niet. Als er al problemen zijn tussen de verschillende gemeenschappen, dan gaat het om politieke problemen. Waarom geven we dan geen vak over politiek in plaats van religie? Dat is veel relevanter.

 

Onze universiteit wil zich promoten als een actief pluralistische instelling. Staat u daar achter?

Lernout Hoe actief pluralistisch zijn we als je kijkt naar de samenstelling van de raad van bestuur van het Centrum Pieter Gillis? De mensen die de touwtjes in handen hebben zijn voor een deel gepensioneerden die nog wel in termen van zuilen denken. Zij zijn met veertien, waarvan zeven katholieken en zeven ‘anderen’. Waar komt die samenstelling vandaan? Zijn er aan deze universiteit 50% katholieken en 50% niet-katholieken? Ik zou een vak als Levensbeschouwing nooit toevertrouwen aan een groepje bange blanke mannen…

 

Vivian Liska zal het graag horen! (Liska is coördinator van de B-module Monotheïstische Religies en voorwaar geen bange blanke man, nvdr.)

Lernout Zij is de enige vrouw in heel die groep.

 

Er was toch nog iemand?

Lernout Ja, juist: Helma De Smedt van Geschiedenis. Dan toch twee vrouwen en mooi verdeeld: Liska als joodse en De Smedt is katholiek. Maar vele godsdiensten zijn niet vertegenwoordigd: er zit geen enkele mormoon in, geen enkele getuige van Jehova, geen druïde, geen moslim… Ook ikzelf, als niet-georganiseerd atheïst, word niet vertegenwoordigd. Dat is toch niet actief pluralistisch!

 

In februari mag u wel een lezing gaan geven voor het Centrum Pieter Gillis.

Lernout Repressieve tolerantie, zou Herbert Marcuse dat noemen. Ik denk wel dat er een nieuwe wind waait door het Centrum. Guy Vanheeswijck (de huidige voorzitter van het Centrum Pieter Gillis, nvdr.) doet dat goed, wat niet wil zeggen dat ik het eens ben met zijn standpunten. Hoe dan ook, ik vind dat de leden van het Centrum Pieter Gillis niet voor hun eigen zuil mogen ijveren, maar de pluraliteit moeten verdedigen. De gelegenheid moet worden geboden om zoveel mogelijk stemmen aan bod te laten komen en dan: laat duizend bloemen bloeien.



16/02/2007
🖋: 

Elke maand bespreekt een dwarsreporter zijn of haar favoriete kunstwerk. In dit nummer: Battlestar Galactica

Kunst is een vaag iets. Ik ga u niet vervelen met Van Dale-definities. U zal simpelweg van mij moeten aannemen dat het breedomschreven is. En ook dat de televisieserie ‘Battlestar Galactica’ hier zeker binnen valt.

 

Misschien herinnert u zich uit een troebel verleden nog wel een reeks die zo heette. Lang geleden, in wat we nu ‘de vorige eeuw’ noemen – op het einde van de jaren ’70, om precies te zijn – bouwde ‘Battlestar Galactica’ mee op het succes van de ‘Star Wars’-films om een ietwat kitscherig, zeer tijdsgebonden toekomstbeeld op te hangen. Het was een instant culthit die in het tweede seizoen verpieterde met infantiele verhaallijnen en een ietwat genante dood stierf. Or so they say; ik was toen nog niet geboren.

 

Maar nu leef ik wel, en wat werd er in 2003 uitgebracht? ‘Battlestar Galactica’. Geen simpele digital remastering of een goedkope verfilming van wat oude scripts, oh nee. Deze re-imagining van ‘Battlestar Galactica’ is een rauwe, realistische, ja, haast naturalistische herwerking van de originele serie. Heerlijk. U gelooft mij niet? Ik zal het wetenschappelijk aantonen. Voor een goeie tv-reeks hebben we in de eerste plaats nodig: een Sterke Cast. Check. Edward James Olmos met stip van voren, maar iedereen levert ver boven gemiddeld werk – op de occasionele uitschuiver na, maar waar hebben we die mantel der naastenliefde anders voor? Ten tweede: Intelligente Filmscripts (eigenlijk zijn het seriescripts, maar we werken ergens naartoe, wees gerust). Character driven drama: dat is ‘Battlestar Galactica’, doorspekt met hedendaagse maatschappelijke problemen die – voor een televisieserie – verrassend genuanceerd worden behandeld. Dan: Indrukwekkende Beelden. Computeranimaties om duimen en andere vingers bij af te likken, origineel camerawerk en gedurfde montages. Punt. En tot slot: Potentiëel. Deze ietwat vage term duidt op een resem factoren die deels op geluk steunen, zoals financiering en populariteit. Ook hier is er echter weer geen wolkje aan de lucht. De conclusie? SC + IF + IB + P = SCIence-FIction van de Bovenste Plank.

 

Maar serieus: vergeet al die vooroordelen die u heeft over sci-fi en dompel uzelf onder in de geniaalste creatie wat betreft audiovisuele science-fiction sinds ‘Bladerunner’.



Post!
16/02/2007
🖋: 
Auteur extern
Lin en Lieze

Hola Lieze,

 

Alles goed, daar nog meer in het Zuiden? Meer dan twee weken zit ik nu in Valencia en ik geniet ervan met volle teugen! Hopelijk krijg ik nog enkele leesbare Nederlandse zinnen op papier, want er heerst een taalchaos in mijn hoofd. Inglés, Español, Alemán, Francés, Holandés? Als ik een Spaans woord niet ken, moet ik er eerst over piekeren hoe het Nederlandse equivalent nu weer luidt.

 

Wat pak je allemaal in als je naar Spanje vertrekt voor vijf maanden? Wat wel, daar was ik niet zeker van; wat niet was minder moeilijk. Achteraf bekeken was ik daar beter niet zo zeker van geweest. Aangezien ik echter vertrokken ben midden in de examenperiode, vergeef ik het mezelf. Een warme winterjas, waterproof schoenen, handschoenen en een paraplu heb ik hier tot nu toe wel degelijk gemist! In España, of all places! Ik ver moed dat het weer overal een beetje op z’n kop staat en ik hoop dat het snel war m of alleszins een beetje warmer wordt. Alleen al met een blauwe hemel zou ik tevreden zijn.

 

Het valt me op hoe vriendelijk de Valencianen zijn. Elke dag word ik er mee geconfronteerd en het blijft me verbazen. Als ik wat verdwaasd op een kaart een straat zoek, bieden Spanjaarden me spontaan hun hulp aan door de weg te wijzen. Als ik me in de metro uit mijn twee truien en jas probeer te bevrijden en tijdens dit lastige proces een oud dametje een elleboogstoot verkoop, dan krijg ik geen vieze blik, maar subtiele hulp!

 

Ik moet nu afronden... en ik heb nog niets verteld over de zoektocht naar een nieuwe roommate, de horden Erasmus’ers, de universiteit, de prachtige stad en de America’s Cup. Dat krijg je dan wel te lezen in mijn volgende post!

 

Hasta luego!

 

 


 

Dag Lin,

 

Op mijn eerste lege namiddag neem ik even de tijd om je te schrijven. Na een weekje van heimwee is het ‘Oh was ik maar bij moeder en vriendje thuis gebleven’- gevoel ver rassend snel verd wenen. Een moment van eenzaamheid of tijd voor een die pe zucht worden me hier simpelweg niet gegund! Altijd is er wel ergens iemand die me weet te amuseren en me nieuwsgierig doet uitkijken naar het vervolg van dit avontuur. Na een korte klop aan m’n deur staat daar de stralende Sonya: “Vamos tomar um café!” Op een saai begonnen avond duikt Alessandro op om me de mooiste plekjes van deze stad by night te laten zien. En geloof me meid, Coimbra by night is ’zo schoon als in de boekskes’. Op een luie en lome zondagochtend is er Mado, wiens lichaam onverwacht beslist dat de appendix eruit moet. Pistolets en koffiekoeken op de spoed zijn, hoe je het ook draait of keert, een nieuwe ervaring.

 

En dat is tenslotte waar het allemaal om draait: de nieuwe ervaring. Ik weet niet wat ik verwachtte voor ik vertrok, maar dit was het in ieder geval niet. Vrienden maken, mensen leren kennen en pret beleven is zo ongelooflijk makkelijk! Het komt er gewoon op aan genoeg door de smalle straatjes te zwerven en alles uit te proberen (behalve de sinaasappelen die hier overal aan de bomen groeien: het kostte me maar één hap om te ontdekken dat deze bijtend zure ’vitaminebommen’ enkel decoratieve functies vervullen). Het leven hier gaat traag: Portugezen hebben de reputatie ‘easy going’ te zijn en ik zie dat hier op iedere straathoek en in ieder café bevestigd. Voor mij raast de tijd echter voorbij als een trein. Zit ik hier al twee weken? Ik hoop dat het jou daar even goed afgaat. Ik hoor je snel!